CConstaterende datBerg en Dal
Koppel je AI →
Document · PDF

Evaluatie accommodatiebeleid versie 5 mrt 2021

Thema avond 6 april 2021, gemeente Berg en DalBij agendapunt: Evaluatie van het subsidie- en accommodatiebeleid11.064 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Evaluatie accommodatiebeleid

Berg en Dal, 5 maart 2021

1

Inhoud Hoofdstuk 1 Inleiding ............................................................................................................. 4 Vooraf. ............................................................................................................................... 4 Aanleiding van de evaluatie. .............................................................................................. 4 Doel accommodatiebeleid en daaraan gekoppelde subsidies. ........................................... 4 Hoofdstuk 2 Het evaluatieproces. .......................................................................................... 5 2.1

Het proces ............................................................................................................... 5

2.2

We evalueren in twee stappen. ............................................................................... 5

2.3

Wat evalueren we niet? ........................................................................................... 5

2.4

Opbouw evaluatienotitie. ......................................................................................... 6

Hoofdstuk 3, Welke uitgangspunten werkten goed, welke minder. ........................................ 6 3.1

Inleiding................................................................................................................... 6

3.2

Uitgangspunten op de hoofdlijnen ........................................................................... 6

3.3

Evaluatie per onderdeel. ......................................................................................... 7

3.3.1

Algemeen: ........................................................................................................ 7

3.3.2

Welzijnsaccommodaties. .................................................................................. 9

3.3.3

Sportaccommodaties.......................................................................................11

3.3.4

Financiële aspecten ........................................................................................15

3.4

Deelconclusies evaluatie op hoofdlijnen .................................................................16

Hoofdstuk 4. Ontwikkelingen algemeen ................................................................................17 4.1

Demografische ontwikkelingen in Berg en Dal........................................................17

4.1.1

Inleiding...........................................................................................................17

4.1.2

Bevolkingsontwikkeling per kern in beeld ........................................................18

4.1.3

Overzicht woningbouwopgave in relatie tot woningbouwplanning 2020-2029 ..19

4.2

Deelconclusie demografische ontwikkeling: ...........................................................19

4.3

Onderzoek naar sportdeelname en ledenontwikkeling sport...................................20

4.3.1

Uitkomsten Kennis informatie Systeem Sport (KISS-rapportage) ....................20

4.3.2

Ledenontwikkeling buitensport Berg en Dal .....................................................21

4.4

Deelconclusies ledenontwikkeling buitensport Berg en Dal ....................................23

4.5

Onderzoek naar deelname aan cultuur...................................................................23

4.5.1

Deelconclusies demografische ontwikkelingen en betekenis voor cultuur .......24

4.5.2

Ledenontwikkeling binnen cultuur landelijk. .....................................................24

4.5.3 Ledenontwikkeling Berg en Dal. ...........................................................................26 4.6 5.

Deelconclusies cultuur: ..........................................................................................26

Inhoudelijke trends en ontwikkelingen accommodaties..................................................27 5.1

Sociaal-maatschappelijk trends ..............................................................................27 2

6.

5.2

Wettelijke ontwikkelingen .......................................................................................27

5.3

Trends en Ontwikkelingen Sport(accommodaties) .................................................28

5.4

Trends en ontwikkelingen welzijnsaccommodaties (dorps- en kulturhusen) ...........29

5.6

Deelconclusies voor accommodatiebeleid. .............................................................29

Inhoudelijke trends en ontwikkelingen subsidies............................................................30 6.1

7

Deelconclusies subsidiebeleid. ...............................................................................30

Eindconclusies ..............................................................................................................30

Hoofdstuk 8 Het verdere proces. .........................................................................................31

3

Evaluatie accommodatiebeleid en daaraan verbonden subsidies. Datum: 5 maart 2021

Hoofdstuk 1 Inleiding Vooraf. De hoofdlijnen, uitgangspunten en normeringen voor het accommodatiebeleid zijn in oktober 2016 vastgesteld. Daarbij is afgesproken om accommodaties per dorp goed in beeld te brengen en te bezien of beter gebruik mogelijk is. Deze vraag is gekoppeld aan de dorpsagenda’s waarbij inwoners zelf kunnen aangeven wat ze belangrijk vinden voor hun dorp. Ervaren is dat accommodatiegebruik en beheer geen echte belangstelling bleek te hebben bij dorpsbewoners. Dorpsbewoners waren meer gericht op activiteiten en vinden het vanzelfsprekend dat daarvoor een accommodatie beschikbaar is. Deze integrale insteek gekoppeld aan de dorpsagenda’s is ingeruild voor een andere aanpak. De tweede fase van het accommodatiebeleid zou per dorp geïnventariseerd worden waarbij in gesprek wordt gegaan met de accommodatiebeheerders. We wilden 2 dorpen per jaar op deze wijze inventariseren. We zijn daarmee in 2019 gestart in Millingen aan de Rijn. Een inventarisatieronde in dit dorp heeft plaatsgevonden. Maar door prioritering en later de corona pandemie (2020-….) is dit proces stil komen te liggen. Omdat het proces per dorp intensief was en toch een lange doorlooptijd heeft om alle dorpen in beeld te hebben is ook vanwege de tekorten op de begroting overgegaan op een andere aanpak per categorie van accommodaties.

Deze aanpak willen we nu combineren met de door de gemeenteraad gevraagde evaluatie van het accommodatiebeleid.

Aanleiding van de evaluatie. De gemeenteraad heeft bij de begrotingsbehandelingen voor 2021 gevraagd om een evaluatie van het accommodatiebeleid. Dat is door het college toegezegd. Accommodaties kosten over het algemeen veel geld. Omdat we als gemeente te maken hebben met flinke tekorten op de begroting is het goed om nog eens kritisch naar het huidige beleid te kijken.

Doel accommodatiebeleid en daaraan gekoppelde subsidies. In 2016 heeft de gemeenteraad van Berg en Dal de nota “Ontmoeten en verbinden met accommodaties” vastgesteld (Accommodatiebeleid - Subsidie- en accommodatiebeleid - Inwoners - Gemeente Berg en Dal ). Deze nota bevat de hoofdlijnen van het accommodatiebeleid, wat gericht is op het stimuleren van ontmoeten en elkaar leren kennen om de dorpen leefbaar te houden. Ontmoeten vindt voornamelijk plaats in accommodaties zoals dorpshuizen, sportaccommodaties en cultuurgebouwen. Het behouden van zoveel mogelijk voorzieningen in de dorpen is daarom ook een van de uitgangspunten.

4

De doelen en uitgangspunten van deze nota zijn verwerkt in de subsidieregelingen voor de jaarlijkse subsidie voor de sport en cultuur. Ook is er een regeling voor investeringssubsidies sportaccommodaties. Daar waar geen subsidieregeling voor is opgesteld gaan we uit van maatwerk. Het doel van de evaluatie is erop gericht het accommodatiebeleid slimmer, efficiënter en goedkoper in te richten zonder de sociale component van onze verenigingen uit het oog te verliezen.

Hoofdstuk 2 Het evaluatieproces. 2.1

Het proces

Voor de evaluatie kijken we terug naar de eerste 5 jaar van het beleid. Maar we kijken ook naar wat de toekomst ons naar verwachting gaat brengen. De ontwikkelingen in de samenleving staan niet stil. Deze te verwachten ontwikkelingen zijn belangrijk om niet achter de feiten aan te lopen. Investeringen moeten goed worden besteed en bijdragen aan ons doel van toekomstbestendige accommodaties. We willen daarbij de maatschappelijke impact afzetten tegen de kosten en kijken of het allemaal nog wel betaalbaar is voor de toekomst. We proberen dat in beeld te brengen door de volgende stappen: 1. Een evaluatie op de hoofdlijnen van beleid, de eigen ervaringen en financiële impact. (Hoofdstuk 3). 2. Het in beeld brengen van trends en ontwikkelingen voor sport en cultuur incl. demografische- en ledenontwikkelingen (hoofdstuk 4). 3. Ophalen kader en gewenste ontwikkelingen bij de gemeenteraad op basis van een discussienotitie: 6 april 2021. 4. Gesprekcyclus met alle organisaties vanuit het kader van de raad en de ervaringen en wensen van de verenigingen en organisaties (april- november 2021). 5. Bijstellen en aanvullen evaluatie accommodatiebeleid. 6. Koersdocument met een toekomstperspectief met de koers voor een inhoudelijk en kwalitatief goede voortzetting van het beleid of wat daar voor nodig is.

Hierbij komen betaalbaarheid, toekomstbestendigheid en samenwerking of samengaan aan bod (mei/juni 2022). 7. Uitwerking koersdocument (na vaststelling gemeenteraad).

2.2

We evalueren in twee stappen.

De evaluatie vindt in twee delen plaats. Eerst ambtelijk, daarna in gesprek met het veld. In de ambtelijk voorbereide evaluatie zullen daarom nog niet alle vragen voor de evaluatie beantwoord kunnen worden. Deze ambtelijke rapportage dient als onderlegger voor een discussie met de raad over de wensen of richting voor het toekomstige accommodatiebeleid. Hiervoor is een discussienotitie opgesteld om te bepalen aan welke knoppen gedraaid mag worden. Dat is nodig om vooraf te weten welke richting de gemeente op denkt. Met dit kader kunnen we dan in gesprek gaan met verenigingen. Na het gesprek met de verenigingen zullen we de evaluatie verder aanvullen en opnieuw aan u voorleggen.

2.3

Wat evalueren we niet?

De evaluatie gaat niet over het hele accommodatiebeleid. Bij de evaluatie hebben we het onderwijs (apart regime) en het gemeentelijk vastgoed zoals de sporthallen buiten beschouwing gelaten. Voor de gemeentelijke gebouwen is een vastgoedvisie in de maak. Bij het 5

koersdocument worden de verbindingen gelegd zodat er een integraal en samenhangend beleid ontstaat.

2.4

Opbouw evaluatienotitie.

Deze evaluatie is als volgt opgebouwd. Deze notitie met de deelconclusies en eindconclusies met een verwijzing naar de (cijfermatige) bijlagen waar u de onderbouwing terug kunt vinden. In de notitie staan nog geen aanbevelingen. We willen daarover met de raad in gesprek gaan aan de hand van een discussienotitie. Deze discussienotitie geeft keuze mogelijkheden voor de raad. Deze keuzes zijn dan leidend voor de gesprekken met de organisaties in onze gemeente. De bijlagen bestaan uit: 1. Een overzicht van de accommodaties (bijlage 1). 2. Een overzicht van alle kosten besteed aan accommodaties over 2017-2021 (bijlage 1 tabblad 3). 3. Veldenoverzicht (bijlage 2) 4. Ledenontwikkelingen Berg en Dal over de laatste 5 jaar(bijlage 3). 5. Kiss rapportage met ontwikkelingen op sportdeelname en ledenontwikkelingen landelijk en in Berg en Dal (bijlage 4). 6. Gebruik van de voor nieuwe inwonerinitiatieven gratis toegankelijke Wmo ruimten (bijlage 5).

Hoofdstuk 3, Welke uitgangspunten werkten goed, welke minder. 3.1

Inleiding

Allereerst zijn de algemene uitgangspunten omschreven uit de nota “ontmoeten en verbinden met accommodaties” van oktober 2016. De nota beschrijft de regels die gelden om een bijdrage van de gemeente te kunnen ontvangen. Daarna volgt een tabel met de uitgangspunten en de opgedane ervaringen op de onderdelen algemeen, welzijn en sport. Hierbij is de totale omvang van de investeringen genoemd over de laatste 5 jaar. Na elke tabel volgen zaken die ook hebben gespeeld en aandacht hebben gekregen. Kanttekening. Als kanttekening vooraf is van belang te weten dat de gebouwen die vallen onder het accommodatiebeleid vaak niet in eigendom of beheer van de gemeente zijn. Ook niet elke accommodatie of activiteit krijgt of heeft een (investerings-)subsidie of bijdrage van de gemeente ontvangen. Daarom ontbreekt transparantie en inzicht en heeft de gemeente alleen invloed via haar subsidiebeleid.

3.2

Uitgangspunten op de hoofdlijnen

1. Het kunnen ontmoeten en elkaar leren kennen is de kapstok voor het accommodatiebeleid. Daarbij gaan we zoveel mogelijk uit van de eigen inzet van onze inwoners. Gebouwen zijn nodig om activiteiten in te kunnen doen. Daarom staan de activiteiten centraal en niet de gebouwen. Deze activiteiten dragen bij aan wat wij belangrijk vinden (inhoude-

6

lijke beleidsdoelen). Met een beperkt aantal gebouwen willen we zoveel mogelijk activiteiten faciliteren. 2. Multifunctioneel gebruik van accommodaties is een uitgangspunt. Leegstand in gebouwen willen we voorkomen. Uitbreiding of aanpassing kan daarom alleen plaatsvinden als er geen leegstand meer is in de directe omgeving. Hiervoor is de afstand van 6 km een criterium. 3. Alle accommodaties worden zoveel mogelijk geprivatiseerd. Dat wil zeggen onder verantwoordelijkheid gebracht van de gebruikers via een recht van opstal of erfpacht. Gebruikers zijn meer betrokken en hebben meer overzicht op wat er moet gebeuren. 4. In het accommodatiebeleid streven we naar het behoud van zoveel mogelijk voorzieningen in de verschillende wijken en dorpen. Dit om de leefbaarheid en het voorzieningenniveau in de dorpen zoveel mogelijk te behouden. De laatste ontmoetingsfunctie op het gebied van welzijn wordt in stand gehouden ook al is er leegstand en kost dat geld. Dit zijn veelal de kulturhusen en dorpshuizen. 5. Er zijn diverse normeringen aangelegd voor de sporten voetbal, korfbal en tennis. Het uitgangpunt daarbij is breedtesport. Hierop is de normering afgestemd. Dat betekent dat we niet alle ambities van de sportverenigingen meer honoreren.

(bijv: de subsidie voor het aantal velden bij voetbal is afgestemd op maximaal 2 x trainen bij voetbal per team en de te spelen wedstrijden, bij de tennis gaan we uit van 90 spelende leden per baan). 6. De subsidies voor sport zijn gebaseerd op het aantal spelende jeugdleden. 7. Om zonder bureaucratie snel te kunnen starten met nieuwe bewonersinitiatieven kan het eerste jaar gratis gebruik worden gemaakt van de wmo kamers in de dorps- en kulturhusen. 8. Investeringen voor welzijnsgebouwen zijn maatwerk. Hier zijn geen regels voor opgesteld omdat de verschillen tussen de dorpshuizen en kulturhusen te groot zijn. Dat geldt ook voor muziekverenigingen en schutterijen. Uitbreiding en aanpassing van deze accommodaties is alleen mogelijk als er geen alternatief binnen 6 km aanwezig is. Tenzij het de laatste accommodatie is voor ontmoeten. 9. Tot slot een belangrijk principe voor subsidie. Het uitgangpunt is altijd dat subsidie aanvullend is op de eigen inkomsten. Dat betekent dat we bij investeringen altijd vragen om ook elders subsidie aan te vragen of zichtbaar te maken wat de vereniging heeft gedaan om extra eigen inkomsten te verwerven.

3.3

Evaluatie per onderdeel.

Sluit aan bij de tabellen uit de nota Ontmoeten en verbinden met accommodaties.

3.3.1 Algemeen: Berg en Dal, nieuw beleid

Evaluatie

7

Overdragen van alle verantwoordelijkheden voor accommodaties aan verenigingen en organisaties.

Onderwijs, sport en welzijn gerelateerde activiteiten onderbrengen bij de accommodatie waar dat functioneel het meest past. De binnensport- en welzijns-accommodaties, die de gemeente beheert of verhuurt, aanwijzen als accommodaties ten algemenen nutte om te voldoen aan de Wet Markt en Overheid.

Realiseer maatwerkoplossingen in samenspraak met de inwoners en verenigingen van het dorp, voor accommodaties die niet kostendekkend zijn en/of minder dan 50% bezetting hebben(uitvoering van beleid tweede fase project vanaf 2017).

De verenigingen zijn inmiddels allen zelf verantwoordelijk voor hun eigen accommodatie. Ook het onderhoud van de laatste nog niet geprivatiseerde sportvereniging heeft plaatsgevonden (BVC). Hiermee zijn geen specifieke ervaringen opgedaan. Heeft plaatsgevonden. De sporthallen, Mallemolen en Den Ienloop zijn als zodanig aangewezen. Dat betekent dat deze bedrijfsmatige activiteiten die normaal ook door een marktpartij kunnen worden uitgevoerd geen tarieven hoeft te hanteren tegen minimaal de kostprijs. 2e fase accommodatiebeleid is eind 2019 gestart nadat is gebleken dat een combinatie met de dorpsagenda’s niet heeft gewerkt. Een integrale dorpsgerichte benadering was het uitgangspunt. Er is gestart in Millingen. Inventarisatie heeft plaatsgevonden. Door prioritering in het werk en Corona is hier verder geen uitvoering meer aan gegeven. Om er meer snelheid in te krijgen is een aanpak per soort accommodatie gekomen. Dit wordt gecombineerd met de door de gemeenteraad gevraagde evaluatie. De accommodaties waar we het over hebben zijn vaak geen eigendom van de gemeente. Hierdoor hebben we geen zicht op de bezetting en al helemaal niet op de financiën. De praktijk wijst uit dat organisaties zelf aan de bel trekken als er hulp nodig is. Tot die tijd regelen ze het vooral zelf.

Wat verder ter evaluatie van belang is. Duurzaamheid Dit punt is ten tijde van de vaststelling van het accommodatiebeleid niet meegenomen. Wel is een aanpassing doorgevoerd. Subsidies voor duurzaamheid met een terugverdien effect worden niet meer verstrekt. Hiervoor wordt verwezen naar de duurzaamheidslening. Daarnaast is er een lijn gekozen om bouwkundige aanpassingen voor duurzaamheid bij nieuwbouw wel in de subsidie mee te nemen (bijv. de extra ruimte voor zonnecollectoren). Bij nieuwbouw of aanpassing van het gebouw wordt ten eerste verwezen naar de eisen van het bouwbesluit en vervolgens naar ons duurzaamheidsbeleid. Sinds 1 juli 2018 moet alle nieuwbouw aardgasvrij zijn. Dit is wettelijk verplicht. Daarbij komen sinds 1 januari 2021 ook de wettelijke BENG1-eisen voor nieuwbouw. BENG geldt niet voor verbouw. Bij verbouw en 1

BENG=Bijna EnergieNeutrale Gebouwen. BENG regelt 1) de maximale energiebehoefte in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar, 2) het maximale primair fossiel energiegebruik, eveneens in kWh per m2gebruiksoppervlak per jaar en 3) het minimale aandeel hernieuwbare energie in procenten. Nieuwbouw moet aan alle drie eisen afzonderlijk voldoen en mag dus niet een tekort bij de eerste eis opvangen met een overschot bij de derde eis.

8

nieuwbouw kunnen we geen extra eisen stellen bovenop de wettelijke. Wel adviseren we bij verbouw aardgasvrij te worden. Dat betekent dat de investeringen die nu in het meerjaren investeringsplan staan mogelijk duurder zullen uitpakken. Daar staat dan tegenover dat de vaste lasten voor de gebruiker lager zullen zijn. Hogere investeringen kunnen (vanwege betaalbaarheid) noodzaken om het aantal accommodaties te beperken en te komen tot kernaccommodaties. Milieu Ook worden steeds meer eisen gesteld aan milieu. Zo ook voor kunstgrasvelden. Omgevingsvreemde zaken moeten worden tegengegaan. Dat betekent weer dat aanvullende maatregelen nodig zijn om bijv. infill en kunstgrasvezels op het sportpark zelf te houden. Ook hier zullen de kosten hoger worden. Ter vergelijking, een toplaag kunstgrasveld is in ons meerjareninvesteringsplan op € 200.000,- begroot. Door de aanvullende eisen komt dat op € 300.000,-. .

3.3.2 Welzijnsaccommodaties. (Investering 2017/2021: € 641.867,- en exploitatie € 123.000) Berg en Dal 2017 Eén accommodatie voor ontmoeting per dorp is uitgangspunt.

Ongeacht de kosten blijft die ene accommodatie gefinancierd. De Vriendenkring is op grond van dit uitgangspunt gerenoveerd. De accommodatie was financieel toekomstbestendig. Het Kulturhus in Leuth was voor de activiteiten in de Vriendenkring geen alternatief (bijdrage € 115.000). De Sprong in Ooij heeft financiële hulp gekregen om daarmee weer toekomstbestendig te kunnen worden zonder aanvullende jaarlijkse subsidies(bijdrage € 60.000,-). Het Zaaltje in Heilig Landstichting is uitgebreid zodat het Bosduiveltje kon worden gesloopt. De exploitatiemogelijkheden zijn verbeterd voor de toekomst (bijdrage € 256.000,-).

Investeringssubsidies2 worden alleen nog toegekend als medegebruik niet mogelijk is binnen een straal van 6 km hemelsbreed en de vereniging of de accommodatie levensvatbaar is voor de toekomst. Tenzij het de laatste welzijnsaccommodatie in een dorp/kern is(multifunctionele gebouwen).

Een eenmalige financiële injectie kan voldoende zijn om weer jaren zelfstandig verder te kunnen zo is gebleken bij de genoemde organisaties. De Vriendenkring is hierop gerenoveerd. Het kulturhus had geen ruimte om de activiteiten van de Vriendenkring onder te brengen. Daarnaast was de Vriendenkring toekomstbestendig. De verbouwing heeft er wel toe geleid dat VVLK minder inkomsten kon genereren in de kantine.

2 Bijdrage in de vervanging of aanschaf van een gebouw, veld, baan etc.

9

De Sprong was de laatste welzijnsaccommodatie in het dorp.

Ondergrens bezetting gemeentelijke accommodatie is 50% vanuit kostenbeperking.

Het Zaaltje is het enige ontmoetingspunt in Heilig Landstichting. Dit criterium is van toepassing als er een investeringssubsidie wordt gevraagd. Is de bezetting te laag dan wordt ook naar andere leegstaande ruimte gekeken om efficiënt gebruik van ruimte te bevorderen. Ook vanuit duurzaamheid een goed instrument. Ervaring leert dat de bezetting altijd weer een discussiepunt is. We hebben een berekeningswijze vastgesteld. Omdat de piekuren altijd in de namiddag en avond liggen roept het de vraag op of we de mogelijkheden overdag moeten meetellen? Als we de bezetting overdag meetellen zijn veel accommodaties lang niet 50% bezet. Ook als een organisatie financieel toekomstbestendig is ondanks de bezettingsgraad gaan andere mechanismes in werking. Bijv. Nabij sporten is zo belangrijk dat we de bezettingsgraad ondergeschikt vinden. Ook is het criterium niet altijd leidend als blijkt dat een accommodatie financieel toekomstbestendig is en zonder jaarlijkse subsidie verder kan.

Handhaaf de huidige lage tarieven (exclusief inflatiecorrectie) voor de eigen accommodaties om ontmoeten mogelijk te houden.

In 10 dorpen een laagdrempelig inloop- en ontmoetingspunt realiseren voor activiteiten (vml. dagbesteding) en het stimuleren van nieuwe burgerinitiatieven die zonder bureaucratie het

Het criterium kan je als richtlijn blijven hanteren om in gesprek te gaan en voor een stuk bewustwording van de leegstand. Het kan niet dienen als financiële weigeringsgrond voor bijv. een investeringssubsidie. Tarieven voor de sporthallen en zalen zijn geharmoniseerd bij de herindeling. De tarieven zijn laag en niet kostendekkend om sporten makkelijk mogelijk te maken. Tarief wordt per 1-8-2021 aangepast op de tarieven bij de ons omringende gemeenten (+€ 5 en inflatiecorrectie) De tarieven van andere accommodaties zoals de Mallemolen zijn onderwerp van gesprek geweest omdat ze als te laag werden ervaren. Hierover zijn afspraken gemaakt. In 8 dorpen zijn ontmoetingsruimtes gerealiseerd voor inloop en ontmoeting. Berg en Dal = Kerstendal Ooij = De Sprong Millingen = St Martinusschool

10

eerste jaar gratis gebruik mogen maken van een accommodatie (vml. wmo kamers).

Beek = Kulturhus Beek Groesbeek = ‘t Trefpunt, in de Meent (ZZG) Leuth = Kulturhus Leuth Kekerdom = Kulthurhus Kekerdom Groesbeek = Voorzieningenhart op de Heuvel Totale kosten hiervoor op onze begroting zijn: € 83.700,Het gratis gebruik van de inloopruimtes is ook voor inwonerinitiatieven goed gebruikt. Er zijn 6 tot 9 inwonerinitiatieven die per ruimte zijn opgestart. Zeker de helft van de opgestarte activiteiten heeft een structureel karakter gekregen. (zie bijlage 5)

Wat verder ter evaluatie van belang is. Dorpshuizen en Kulturhusen zijn op zeer verschillende manieren tot stand gekomen. Ook worden ze op verschillende wijze gebruikt. Ze zijn allemaal verschillend. Daarom zijn er niet echt aanvullende criteria opgesteld voor investeringen en is uitgegaan van maatwerk. Omdat we geen inzage hebben in de financiën van gebouwen waar we geen eigenaar van zijn weten we niet wanneer er een financieel beroep op de gemeente wordt gedaan. Ervaring leert dat bestuurders van dorps- en kulturhusen soms de kennis en het overzicht missen om financiële verrassingen voor te zijn. Als er een beroep op de gemeente wordt gedaan wordt wel ondersteuning geboden om weer orde op zaken te krijgen (bijv. De Sprong). Als voorwaarde/tegenprestatie voor investeringen is inmiddels als aanvullend criterium toegevoegd dat het gebouw “om niet” (zonder kosten) eigendom wordt van de gemeente als het gebouw niet meer als zodanig in gebruik blijft. (voorbeelden ’t Zaaltje, De Sprong, De Vriendenkring) Tot dusver hebben muziekverenigingen en schutterijen geen aanvragen gedaan voor investeringen. Feitelijk vallen ze onder maatwerk. Zo is er in het verleden een schutterijgebouw in de Horst gebouwd. Muziekverenigingen zijn vaak kleine verenigingen maar wel met een eigen gebouw (welke?) waar investeringen hoog kunnen zijn.

We zullen meer specifiek beleid moeten ontwikkelen om hier een duidelijk antwoord op te kunnen geven.

3.3.3 Sportaccommodaties (totale investeringen 2017/2021: € 3.065.638,-)

11

Onderhoud uniformeren door overdracht van de verantwoordelijkheid.

Overdracht van verantwoordelijkheden met als subsidievoorwaarde kwaliteitseisen voor bespeelbaarheid.

Overdracht onderhoud nadat achterstanden zijn ingelopen of gecompenseerd De gemeente kent grote investeringssubsidies toe voor sportief noodzakelijke voorzieningen.

Verplichting Btw voordelen behalen op onderhoud en investeringen voor buitensportverenigingen (korfbal en voetbal)

Met privatisering van BVC zijn alle sportaccommodaties geprivatiseerd. Met uitzondering van sporthallen. Het onderhoud is daarmee een verantwoordelijkheid van de sportvereniging. Deze krijgen op grond van een nadere regeling subsidie toegekend. Criteria daarbij zijn het aantal velden, kleedkamers en jeugdleden. De bespeelbaarheid is daarmee een verantwoordelijkheid van de vereniging. Afkeuring van velden of banen door de overkoepelende bond heeft tot nog toe niet plaatsgevonden. De subsidie kon daarom altijd worden toegekend. De accommodaties zijn in de 0-situatie overgedragen waarmee achterstallig onderhoud is gecompenseerd. Omwille van de continuïteit van verenigingen en het waarborgen van de investeringen is dit voorbehouden aan de gemeente. Verenigingen kunnen investeringssubsidies aanvragen bij de gemeente als vervanging noodzakelijk is. Als er aan de criteria wordt voldaan (financiële toets, ledentoets e.d.) wordt subsidie toegekend. Investeringssubsidies worden verstrekt op basis van het criterium goedkoopst adequaat. Via een onderhoudsstichting kon btw worden verrekend tot 2019. Daarvoor hebben de meeste verenigingen een beheerstichting opgericht (was beleid vanaf 2012). Door Europese jurisprudentie is sport niet meer btw verrekenbaar sinds 2019. De beheersstichting kan vanaf dat moment geen btw meer verrekenen. Hiervoor in de plaats is een BOSA regeling gekomen.

Verenigingen kunnen voor 20% van de investering in de accommodatie en sportmaterialen subsidie aanvragen bij het rijk. Voor duurzaamheids- en toegankelijkheidsmaatregelen zelfs 30%. De beheerstichting kan nog steeds van nut zijn voor accommodaties waar meerdere gebruikers of verenigingen actief zijn. De stichting kan een meer objectieve rol hebben bij het onderhoud en beheer van de accommodatie. De vereniging kan zich dan alleen richten op de inhoudelijke activiteit zelf. Ook voor gezamenlijke inkoop en kan het voordelig zijn omdat op deze wijze makkelijker aan de drempelwaarden voor deze subsidie kan voldoen. Gezamenlijke inkoop wordt ook gestimuleerd vanuit de BOSA. https://www.sportsubsidie.nl/nieuws/BOSA2020-94-miljoen-subsidie/

12

Onderzoek of eigen accommodaties als Heuvelland, BIGA, Duffelt, Den Inloop en mogelijk het zwembad zijn onder te brengen in een afgezonderd intern bedrijfsonderdeel.

Doelgroepen faciliteren om accommodatie gebonden sporten uit te oefenen voor bijv. ouderen, jeugd en mensen met een beperking (sportstimulering bijv. beweegtuinen, CP (Cerebrale Parese) voetbal e.d.)

De betreffende accommodaties op het gebied van sport zijn ondergebracht in een apart bedrijfsonderdeel van de gemeente Berg en Dal. De bedrijfsvoering is daarmee apart geregeld. Voor Den Inloop is geen stichtingsbestuur tot stand gebracht zoals wel beoogd. Omdat deze accommodatie wordt gezien als bedrijfsverzamelgebouw wat niet de core business is van de gemeente is het voornemen het gebouw te koop te zetten. Bij het terrein van Plurijn is een kunstgrasveld voor de doelgroep mensen met een beperking tot stand gebracht (niet door gemeente gesubsidieerd). Op dit moment hebben 13 sportaanbieders een specifiek aanbod voor mensen met een beperking en 3 sportaanbieders hebben of zijn bezig met ontwikkelen van een specifiek aanbod (walking sports) voor senioren. Sportclubs zijn hierin ondersteund door en vanuit het sportteam sportstimulering (uniek sporten, zie Gemeente

Berg en Dal | Uniek Sporten | Sporten met een beperking Bestuurskamers, kantines en tribunes worden niet vergoed3 bij tennis, korfbal en voetbal De sportverenigingen compenseren voor eventuele gevolgen van wijzigingen in de Btw verrekening door het Rijk voor nieuwe investeringen (21% bij elke Investeringssubsidies) Verenigingen uit Berg en Dal voorrang geven op gebruik van de binnensportaccommodaties.

Geen garantstelling voor investeringen in sportaccommodaties Geen leningen voor investeringen in sportaccommodaties

Normering belastbaarheid en bepaling capaciteit wedstrijdvelden en trainingsvelden voetbal, tennis en korfbal vaststellen.

Zijn nooit voor vergoeding in aanmerking gekomen. Dit is niet nodig gebleken omdat de rijksoverheid daarvoor de BOSA regeling in het leven heeft geroepen. Deze vergoedt 20% van de investeringskosten. Dit is wel toegepast en doorgevoerd in de reglementen van de sporthallen. Toch heeft dat nog geen echte gevolgen gehad waardoor verenigingen van buiten onze gemeente niet meer terecht konden. Garantstellingen hebben in deze periode niet plaatsgevonden. Doordat duurzaamheidsleningen werden ingevoerd is dit uitgangspunt niet meer langer houdbaar. Doordat deze leningen mogelijk werden is de nadere regeling voor sportinvesteringen aangepast. De gehanteerde lijn is nu dat investeringen die een terugverdieneffect hebben geen subsidie meer krijgen maar via een duurzaamheidslening mogelijk worden (bijv. led veldverlichting). Er zijn normeringen vastgesteld. Deze normeringen zijn transparant en worden strikt toegepast. De normering gaat uit van breedtesport en niet van topsport. Niet de ambitie van een sportvereniging is de maat maar het voldoende kunnen

3 Kleedkamers worden wel vergoed. Dit was in vml. Ubbergen echter niet het geval.

13

De vergoeding te bepalen op maximaal 80 % van de werkelijke kosten. Bij een langere levensduur dan gepland wordt deze vergoeding naar rato verhoogd tot maximaal 100%

Geen medegebruiksvereiste meer voor investeringen bij sport.

bewegen en de daarbij behorende faciliteiten. Topsportambities van verenigingen komen voor eigen rekening van de vereniging. Uit het onderzoek is gebleken dat verenigingen in 75% van de gevallen meer ontvangen aan subsidie dan de 80% omdat een voorziening vaak langer in gebruik wordt gehouden. Dat zegt wat over de gehanteerde afschrijvingstermijnen. Maar ook over de berekenende wijze waarop sportverenigingen geld proberen uit te sparen. Bij de harmonisatie van het accommodatiebeleid is het medegebruikscriterium geschrapt. Hierdoor wordt niet meer naar andere verenigingen gekeken waar eventueel ruimte zou kunnen zijn om daarmee efficiënt gebruik van de accommodatie te vergroten. Dit mede omdat het niet altijd praktisch uitvoerbaar is (veel afstemming en medewerking tussen verenigingen, afstand) en niet altijd ten goede komt van het behoud van voorzieningen in de dorpen.

Wat verder ter evaluatie van belang is.: Duurzaamheid was geen item bij de harmonisatie van het accommodatie en subsidiebeleid. Er is hiervoor een aanvullende beleidslijn ontwikkeld waarbij subsidie is vervallen voor duurzaamheidsinvesteringen met een terugverdieneffect. Daarvoor in de plaats zijn duurzaamheidsleningen mogelijk geworden. Het uitgangspunt was om geen leningen te verstrekken voor investeringen omdat hier risico’s aan zitten. Als een organisatie niet aan haar verplichtingen kan voldoen dan is alsnog sprake van subsidie. Omdat aan een duurzaamheidslening ook een terugverdien effect zit worden de exploitatielasten minder. Hierdoor is er ook minder risico dat de lening niet kan worden terugbetaald. Het niet verstrekken van leningen is als beleidslijn echter niet meer houdbaar. Bouwkundige duurzaamheidsmaatregelen die bij een renovatie of nieuwbouw noodzakelijk zijn worden wel meegenomen in het te subsidiëren bedrag. (vb. DVSG). Vooralsnog wordt daarbij als grens het Bouwbesluit gehanteerd. Omdat het Bouwbesluit nog wel eens achterloopt in de ontwikkelingen en de gemeente Berg en Dal in 2030 energieneutraal en in 2050 klimaatneutraal, moeten we mogelijk iets meer doen. Volgend jaar worden de routekaarten voor CO2 reductie geëvalueerd. Hieruit kunnen aanscherpingen komen die financieel hogere investeringslasten tot gevolg hebben.

Ook kan dat gevolgen hebben voor maatregelen bij bestaande bouw als iedereen aan een label C classificatie moet voldoen. . Een vereniging, ook kleine, vinden wij van groot belang voor een dorp. Het komt de leefbaarheid van een dorp ten goede. Dit uitgangspunt is omgezet in een ondergrens voor het aantal leden van een vereniging. Bij voetbal bijv. 50 leden, bij muziek 15 leden. Deze ondergrens geeft recht op subsidie en vervangingsinvesteringen. Dat houdt het verenigingsleven langer in stand in de kleine dorpen. Voor de toekomst kunnen demografische ontwikkelingen en

14

ontwikkelingen in de georganiseerde sporten tot een verhoging van deze norm voor ledenaantallen aanleiding geven om sporten toegankelijk en betaalbaar te houden. Denk aan kernaccommodaties goed gespreid over de gemeente. In totaal hebben we 29,5 voetbalvelden (excl. oefenhoeken en keepershoeken en excl. de velden aan de Cranenburgsestraat). Waaronder 7 kunstgrasvelden en 21 natuurgrasvelden en 3 halve velden voor de jeugd. De voetbalclubs hebben op basis van de normering in onze subsidieregelingen een overschot van 8,5 veld. De garantieperiode/levensduur van kunstgrasvelden bedraagt thans 15 jaar, hetgeen voorheen 10 jaar was. De afschrijvingstermijn in de Nadere Regels Subsidiëring Sportaccommodaties 2020 dient hierop aangepast te worden. We zien dat clubs oefen- en keeperhoeken hebben. In de Nadere Regels Subsidiëring Sportaccommodaties 2020 zijn deze echter niet subsidiabel. In casu gaat het bij de voetbalclubs om 4 hoeken. Deze kunnen in het MIP worden afgeraamd (€ 165.000 over de komende 10 jaar). We hebben 28 tennisbanen. Het overschot is momenteel 0. We hebben 4 korfbalvelden. Er is geen overschot.

3.3.4 Financiële aspecten We moeten ook kritisch naar de toekomstige investeringen gaan kijken. Het meerjaren investeringsplan zal zeker aangepast moeten worden doordat rekening moet worden gehouden met:  

   

Nieuwe (milieu-)technische eisen voor kunstgrasvelden voetbal en tennis en korfbal die een kostenverhogend effect hebben. Prijsontwikkelingen die een verhoging van de kosten laten zien. (een toplaag voor een kunstgrasveld kost € 75.000,- per veld meer. Totale meerkosten 7 x € 75.000= € 525.000,- over periode van 15 jaar). Ledenontwikkelingen en de behoefte aan velden en banen. Samenwerken van verenigingen op 1 sportpark (zoals Achilles en Germania op dit moment) Afschrijvingstermijnen die nog aanpassing behoeven. (bijv. nieuwe kunstgrasvelden gaan 15 ipv 10 jaar mee) Keeperhoeken en oefenhoeken die niet subsidiabel zijn uit het MIP te halen (€ 165.000,- over en periode van 10 jaar).

Deze ontwikkelingen zijn nu nog niet volledig doorberekend in het huidige Meerjaren Investeringsplan (2021). Dat zal met grote waarschijnlijkheid een kostenverhogend effect hebben. Ook kan de evaluatie van de routekaart tot CO2 reductie nog gevolgen hebben voor aanvullende maatregelen voor nieuwbouw en bestaande bouw. De voorlopige berekeningen laten het volgende zien: In onderstaand overzicht is het meerjaren investeringsplan (MIP) aangepast aan de laatste prijsontwikkelingen in de markt en de laatst bekende wettelijke eisen voor milieu en duurzaamheid. We zien een flinke toename in de kosten.

15

Het overzicht is gebaseerd op 80% subsidie op de investeringen en veldattributen na aftrek van de BOSA subsidies. De overzichten zijn per 10 jaar omdat we ervaren dat in het jaar dat we een investering op grond van de afschrijvingstermijnen verwachten dat deze niet altijd wordt ingediend. Dat doet zich vooral voor bij het vervangen van accommodaties na 40 jaar afschrijving. Toch verwachten we de investeringen ergens in de komende jaren te moeten doen. Daarom is een bandbreedte aangehouden van 10 jaar. Voetbal en korfbal Totaal Nieuw Totaal Oud hogere uitgaven

2021-2030 € 10.754.685 € 9.321.731 € 1.432.954-

2031-2040 € 13.569.300 € 3.765.200 € 9.804.100-

Tennis tennis nieuw tennis oud hogere uitgaven

2021-2030 € 2.227.625 € 1.851.592 € 376.033-

€

2031-2040 € 851.800 € 708.012 143.788-

Totaal voetbal, korfbal en tennis Totaal Nieuw Totaal Oud hogere uitgaven

2021-2030 € 12.982.310 € 11.173.323 € 1.808.987-

2031-2040 € 14.421.100 € 4.473.212 € 9.947.888-

€ € €

2041-2050 8.131.018 6.437.373 1.693.645-

€

2041-2050 € 783.900 € 651.574 132.326-

€

2041-2050 € 8.914.918 € 7.088.947 1.825.971-

Nog uit te werken toekomstige scenario’s of keuzes zullen van bepalende invloed zijn op het kostenverloop.

3.4

Deelconclusies evaluatie op hoofdlijnen

1. Het accommodatiebeleid heeft in grote lijnen voldaan aan de verwachtingen. a. Alle accommodaties voor sport zijn geprivatiseerd. b. De gratis ruimte voor inwonerinitiatieven zijn tot stand gebracht. c. Het normenkader voor tennis, voetbal en korfbal werkt waardoor investeringen ook voorspelbaar zijn gemaakt. (Zijn opgenomen in de begroting). d. Het daarop gebaseerde subsidiebeleid is transparant en gelijkwaardig. e. Het laatste ontmoetingspunt in drie dorpen (Ooij, Heilig Landstichting en Leuth) zijn behouden en op basis van de getoetste criteria financieel toekomstbestendig. f. Gebouwen vallen terug aan de gemeente bij einde gebruik als tegenprestatie voor een investering (Zaaltje, Vriendenkring en De Sprong). g. De tarieven voor de sporthallen zijn gelijkwaardig gemaakt en laag gebleven. h. Tarieven bij de Mallemolen zijn onderwerp van gesprek geweest. i. De bedrijfsvoering van de sporthallen en zwembad zijn financieel beter geregeld in onze administratie. (Doelen bedrijfsvoering staan meer los van politieke wensen). 2. Wat zijn de kanttekeningen bij het accommodatiebeleid? a. Accommodatiebeleid is geen statisch document maar ontwikkelt mee (denk aan duurzaamheid, tegenprestatie bij investeringen). 16

b. Gebouwen zijn niet in eigendom van de gemeente waarop we geen transparante inzage hebben op de risico’s. (bijv. voor investeringen die er aankomen zijn voor ons niet zichtbaar). c. Het uitgangspunt 50% bezetting is als voorwaarde voor een investering niet te hanteren. (wijze van berekenen blijft lastig punt door piekbelasting in de avond en overdag leeg. Financiële toekomstbestendigheid is meer maatgevend). d. Verenigingen werken wel samen maar gaan niet samenvoegen zolang er subsidie wordt gegeven. Ledenaantallen voor gesubsidieerde verenigingen zijn misschien te laag. e. Cultuurgebouwen vallen onder welzijnsgebouwen. Muziekverenigingen met een eigen gebouw zijn niet specifiek uitgewerkt in het accommodatiebeleid. Dat moet alsnog plaatsvinden. Een verwijzing naar kulturhusen en dorpshuizen is daarbij een optie. f. Het meerjaren investeringsplan zal elk jaar beter moeten worden bijgewerkt op prijsontwikkelingen, nieuwe eisen (milieu, duurzaamheid e.d.), behoeftebepaling. Een specifieke uitwerking van de kosten over de laatste 5 jaar vindt u opgenomen in bijlage 1.

Hoofdstuk 4. Ontwikkelingen algemeen 4.1

Demografische ontwikkelingen in Berg en Dal

Bij het beschrijven van de trends en de algemene conclusies gaan we uit van het huidige beleid.

4.1.1 Inleiding Om de demografische ontwikkeling in Berg en Dal te schetsen is gebruik gemaakt van de volgende twee bronnen: - Bevolkings- en huishoudensprognose 2017 Provincie Gelderland - Monitor Wonen en Zorg Provincie Gelderland 2016 Daarbij gaat het vooral om de trends die hierin zichtbaar worden. We weten dat het feitelijk aantal inwoners in 2021 (1-1 35.008) iets hoger ligt dan bij deze prognoses. De Gemeente Berg en Dal heeft in 2020 op basis van de prognose in totaal 34689 inwoners (feitelijk was dat 34.444 inwoners). Op basis van de bevolkings- en huishoudensprognose 2017 Provincie Gelderland, zoals hieronder gevisualiseerd, is de verwachting dat: 

Het totale inwoneraantal voor de gemeente Berg en Dal blijft gelijk. Er is wel een duidelijke verandering in samenstelling van de bevolking zichtbaar (van jong schuift het op naar ouder en oud); Het aantal en aandeel van jongeren t/m 14 jaar stijgt van 13% in 2020 (4560 personen) naar 14% in 2040 (4862 personen);

Het aantal en aandeel jongeren van 15 t/m 24 jaar daalt van 11% in 2020 (3832 personen) naar 9% in 2040 (3084 personen); 17

 

Het totaal aantal jongeren (t/m 24 jaar) en het procentueel aandeel van jongeren in de totale bevolking blijft nagenoeg gelijk. Tussen 2020 en 2040 is er een verwachte daling van 1% (van 8392 personen in 2020 naar 7946 personen in 2040); Het aantal en aandeel van inwoners van 45 t/m 64 jaar daalt naar verwachting het meest in Berg en Dal van 32% in 2020 (10945 personen) naar 24% in 2040 (8189 personen); Het aantal en aandeel van inwoners van 65 jaar en ouder stijgt van 25% in 2020 (8614 personen) naar 34% in 2040 (11881 personen) en Het aantal en aandeel van inwoners van 75 jaar en ouder het sterkste toeneemt in de gemeente Berg en Dal. Van 11% (3730 personen) naar 19% (6712 personen).

Bevolkingsprognose - Berg en Dal totaal 2020

leeftijd t/m leeftijd 15 leeftijd 25 leeftijd 45 leeftijd 65 leeftijd 75+ 14 jaar t/m 24 jaar t/m 44 jaar t/m 64 jaar t/m 74 jaar jaar 34689 4560 (13%) 3832 (11%) 6738 (19%) 10945 (32%) 4884 (14%) 3730 (11%)

2025

34402 4472 (13%) 3394 (10%) 6811 (20%) 10129(29%)

2030

34429 4606 (13%)

3087 (9%) 7011 (20%) 9064 (26%) 5334 (15%) 5327 (15%)

2035

34472 4722 (14%)

2973 (9%) 6910 (20%) 8287 (24%) 5572 (16%) 6008 (17%)

2040

34678 4862 (14%)

3084 (9%) 6662 (19%) 8189 (24%) 5169 (15%) 6712 (19%)

4965 (14%) 4631 (13%)

Bron: Bevolkings- en huishoudensprognose 2017 Provincie Gelderland

4.1.2 Bevolkingsontwikkeling per kern in beeld Als we kijken naar de verwachte bevolkingsontwikkeling binnen de kernen, vanuit de Monitor Wonen en Zorg Provincie Gelderland 2016, zien we een soortgelijk beeld namelijk:  

Dat het inwoneraantal in de meeste kernen daalt. Behalve in de kernen Ubbergen, De Horst/Groesbeek en Ooij; Dat als we kijken naar de groep 85+ we in alle kernen een stijging zien van het aantal inwoners dat 85 jaar en ouder is, in de periode 2016-2046. Gemiddeld stijgt het aantal personen met 189%, dat is een absolute stijging van 1735 personen; Dat het aantal jongvolwassenen (15-30 jaar) in de meeste kernen daalt. Gemiddeld is dat een daling van 24%, met een absolute daling van 1316 personen.

Aantal inwoners 2016

Inwoners 85 + % ontwikke2046 % ontwikkeling 2016 2046 ling

Inwoners 15-30 jaar 2016 2046 % ontwikkeling

Groesbeek

13.753 13.297

-3,0%

459 1.379

200,0% 2.317 1.721

Berg en dal

2.022

2.004

-1,0%

93

117

26,0%

278

264

5,8%

Breedeweg

2.611

2.356

-10,0%

35

217

520,0%

429

299

9,2%

Horst

1.223

1.283

5,0%

25

71

184,0%

231

191

-17,0%

473

568

20,0%

4

19

375,0%

80

100

25,0%

Beek

3.679

3.174

-14,0%

137

251

83,0%

512

326

-26,0%

Ooij

2.685

2.719

4,0%

36

149

314,0%

324

321

-1,0%

Leuth

1.685

1.699

1,0%

21

100

376,0%

262

220

-16,0%

Ubbergen

-26,0%

18

Kekerdom

512

505

-3,0%

4

26

550,0%

80

64

-20,0%

Millingen aan de Rijn 5.915 5.301 -10,0% 106 Bron: Monitor Wonen en Zorg Provincie Gelderland 2016

326

208,0%

895

586

-35,0%

4.1.3 Overzicht woningbouwopgave in relatie tot woningbouwplanning 2020-2029   

De maatschappelijke impact van de woningbouw op de bevolkingsontwikkeling is in de dorpen Beek, Berg en Dal, Breedeweg, Kekerdom en Heilig Landstichting beperkt. In de dorpen Groesbeek, de Horst, Leuth, Ooij en Millingen zal deze impact groter zijn door het volume aan gepland te bouwen woningen. Door huishoudverdunning (aantal eenpersoonshuishoudens onder jongeren die steeds later gaan samenwonen) en de vergrijzing zal de impact op sportaccommodaties slechts beperkt zijn.

Beek 1. Woningbouwplanning 2. Woningmarktonderzoek 3. Saldo

Berg en Dal

Breedeweg

36

37

37

75

586

14

137,5

137,5

57,5

22,5

520

15

-101,5

-100,5

-20,5

52,5

66

1

Kekerdom 1. Woningbouwplanning 2. Woningmarktonderzoek 3. Saldo

4.2

Leuth

Millingen

De Horst

Heilig LandstichGroesbeek ting

Ooij

Ubbergen

Eindtotaal*

20

73

114

140

1222

5

42,5

165

77,5

15

1195

15

30,5

-51

62,5

-15

27

Deelconclusie demografische ontwikkeling:

Op basis van wat we weten over de invloed van deze demografische ontwikkelingen op deelname en accommodatiegebruik voor sport, cultuur en dorpshuizen is de te verwachten impact dat: a. Bij een gelijkblijvend inwoneraantal mag je verwachten dat deelname en accommodatiebehoefte voor cultuur, sport en dorpshuizen ook gelijk blijft. b. Kijkend naar de bevolkingssamenstelling zien we echter een verschuiving van de samenstelling van de bevolking wat zal resulteren in een verschuiving in behoefte en deelname aan type sport en cultuur en daarmee samenhangende accommodaties. Hier wordt in hoofdstuk 4.2 verder op ingegaan. c. De daling van het aantal jeugdigen tot 24 jaar (vooral jeugd van 12 tot 19 sport 71% wekelijks) zal een verminderde behoefte aan (buitensport) accommodaties tot gevolg hebben. 19

d. Een toename van het aantal ouderen (van 65 jaar en ouder sport 35% wekelijks) zal weinig effect hebben op de veldsporten. e. Een toename van ouderen zal betekenen dat er meer gebruik van de openbare ruimte wordt gemaakt voor (sport-)activiteiten en meer gebruik van de accommodaties voor ontmoeten (dorpshuizen). f. De woningbouw planning zal alleen in de dorpen Groesbeek, De Horst, Ooij, Leuth en Millingen een bescheiden positief effect hebben op het gebruik van de sportaccommodaties.

4.3

Onderzoek naar sportdeelname en ledenontwikkeling sport.

In dit hoofdstuk beschrijven we de te verwachten ontwikkeling van sportbehoefte en daaraan gelieerd accommodatiebehoefte in Berg en Dal. We hebben daarbij gekeken naar de prognoses over bevolkingsontwikkeling. Daarnaast zijn de ledenontwikkeling bij de sportbonden (landelijk en voor Berg en Dal, Kennis informatie Systeem Sport, KISS zie bijlage 6) en de ledenaantallen bij sportclubs (subsidiegegevens bijlage 5) over de afgelopen jaren onderzocht. We hebben daarbij extra aandacht voor de sporten die een eigen accommodatie hebben in onze gemeente. Dat zijn de sporten: voetbal, tennis, korfbal, petanque en paardrijden. Op basis van deze informatie en op basis van wat we weten over de invloed hiervan is de impact beschreven over de te verwachten ontwikkeling in sportbehoefte en accommodatiebehoefte (uitgesplitst naar type sport).

4.3.1 Uitkomsten Kennis informatie Systeem Sport (KISS-rapportage) We hebben een rapportage laten opstellen naar sportdeelname en de ledenontwikkelingen bij de sportbonden. De landelijke ontwikkelingen zijn daarbij afgezet tegen die in Berg en Dal. Na analyse van de beschikbare KISS gegevens over sportdeelname en lidmaatschappen van verenigingen zien we het volgende beeld voor Berg en Dal: (zie bijlage 6) Algemeen  Sportdeelname (4x sporten per maand) groeit landelijk van 58,1% in 2015 tot 64,8% in 2019.  Georganiseerde sport daalt van 25,5% in 2017 naar 24,7% in 2019.  Het percentage inwoners dat lid is van één of meer sportbonden in Berg en Dal is met 26,8% hoog in vergelijking met provincie Gelderland (26% gemiddeld) en Nederland (24,7% gemiddeld);  De top tien sporten waarvan inwoners in Berg en Dal lid zijn, zijn: voetbal (3269), tennis (1440), sportvissen (826), golf (625), wandelen (413), korfbal (384), gymnastiek (356), volleybal (304), hockey (246) en bridge (246).  Het percentage inwoners dat lid is van de KNVB (voetbal), KNLTB (tennis) en KWBN (wandelen) en KNKV (korfbal) is in Berg en Dal hoog in vergelijking met het gemiddelde in Nederland.  De sport hockey is een sport waarbij 279 inwoners lid zijn van de desbetreffende bond, ondanks dat er geen hockeyclub is in Berg en Dal. Dit zijn inwoners die spelen bij een club in een andere gemeente.

20

Aantal inwoners lid van sportbond

2019

2018

2017

Verschil

Koninklijke Nederlandse Voetbal Bond

3269

3330

3400

-131

Koninklijke Nederlandse Lawn Tennis Bond

1440

1429

1380

60

Sportvisserij Nederland

826

802

808

18

Nederlandse Golf Federatie

625

634

627

-2

Koninklijke Wandel Bond Nederland

413

383

371

42

Koninklijk Nederlands Korfbal Verbond

384

403

454

-70

Koninklijke Nederlandse Gymnastiek Unie

356

367

346

10

Nederlandse Volleybal Bond

304

314

332

-28

Koninklijke Nederlandse Hockey Bond

279

286

270

9

Nederlandse Bridge Bond

246

255

249

-3

Koninklijke Nederlandse Hippische Sportfederatie

228

252

265

-37

Nederlandse Jeu de Boules Bond

48

48

50

-2

Lidmaatschap naar leeftijd - De sporten voetbal, korfbal, hockey, volleybal en gymnastiek zijn sporten waar voornamelijk of alleen maar jongeren/jongvolwassenen lid zijn van de desbetreffende bond. Lidmaatschap neemt hierbij af naarmate leeftijd toeneemt. - De sporten golf, wandelen, bridge en jeu de boules zijn sporten waar voornamelijk ouderen in de leeftijd 65+ lid zijn van de desbetreffende sportbond. - De sporten paardrijden, vissen en tennis zijn sporten waar inwoners van alle leeftijden lid zijn van de desbetreffende sportbond. Een redelijke gelijkmatige leeftijdsopbouw van het ledenbestand. Ontwikkelingen in ledental - Aantal inwoners dat lid is van één van de volgende sportbonden is gestegen: tennis, wandelen, sportvissen, gymnastiek en hockey. - Aantal inwoners dat lid is van één van de volgende sportbonden is gedaald: voetbal, korfbal, volleybal en paardrijden. Concluderend: -

-

Het sportlandschap in Berg en Dal en daarbuiten biedt voldoende de mogelijkheid voor inwoners in alle leeftijdsfasen om een sport te beoefenen die past bij hun behoefte. Het aantal sportende inwoners in georganiseerd verband in onze gemeente is hoger dan landelijk en in de provincie Gelderland.

4.3.2 Ledenontwikkeling buitensport Berg en Dal Na analyse van de beschikbare gegevens uit de gemeentelijke administratie blijkt over de veldsporten (voetbal, tennis, korfbal) het volgende te zeggen is:

21

-

In 2020 zijn voetbalclubs het grootste met een gemiddeld aantal leden per club van 459. Gevolgd door tennisclubs met gemiddeld 275 en daarna korfbalclubs met een gemiddeld aantal leden van 160.

Als we vervolgens gaan kijken naar de ontwikkeling van het ledenaantal bij en populariteit van de sporten op basis van gegevens uit de gemeentelijke administratie en de KISS rapportage zien we de volgende historische ontwikkeling: Voor voetbal -

-

Bij voetbalclubs zien we een daling van het aantal leden van 5319 (2016) naar 4590 (2020). Dit is een afname in vier jaar van 729 leden, waarvan 418 jeugdleden. Bij acht van de tien voetbalclubs is het ledenaantal afgenomen; Er zijn grote verschillen tussen clubs. Zo blijkt dat bij één van de voetbalclubs het ledenaantal is afgenomen met 479 leden (60% afname) en bij een andere club het ledenaantal is toegenomen met 140 leden (12% toename). Populariteit van voetbalsport in Berg en Dal is afgenomen. Aantal inwoners dat lid is van de voetbalbond in Berg en Dal is in de periode van 2017-2019 gedaald met 4%. Ledenaantallen clubs - gemeente

2016

2018

2020 Verschil

Voetbal totaal

5319

5183

4590

-729

Tennis totaal

1450

1478

1480

30

539

573

556

17

Korfbal totaal Inwoners lid sportbond - KISS

2019

2018

2017

Verschil

Totaal voetbal

3268

3338

3400

-132

Totaal tennis

1440

1429

1380

60

Totaal korfbal

384

403

454

-70

Voor tennis -

-

-

Bij tennisclubs zien we een stijging van het aantal leden van 1450 (2016) naar 1480 leden (2020). Dit is een stijging van 30 personen. We zien deze stijging voornamelijk bij de jeugd in de periode met 81 personen. Bij drie van de zes clubs is sprake van een stijging van het ledenaantal. Bij de andere drie clubs sprake van een daling. Dit zijn echter geen grote stijgingen of dalingen. Ledenaantal bij clubs is vrij stabiel. Populariteit van de tennissport in Berg en Dal is toegenomen. Het aantal inwoners dat lid is van de tennisbond in Berg en Dal is van 2017-2019 gestegen met 4%.

Voor korfbal -

-

Bij korfbalclubs zien we een ledental dat redelijk stabiel is gebleven in 2016 was het ledenaantal 539 en in 2020 was dat 556. Een stijging van ledenaantal van 17 leden. Wel zien we een lichte daling in het aantal jeugdleden met 22 personen. Bij de helft van de korfbalclubs is er een lichte stijging en bij de andere helft een lichte daling van het ledental.

22

-

Populariteit van de korfbalsport in Berg en Dal is afgenomen. Het aantal inwoners dat lid van de korfbalbond in Berg en Dal is van 2017-2019 gedaald met 15%.

Voor de overige sporten -

4.4

Bij de paardensportvereniging, petanque vereniging en kunstrijwielvereniging waar de gemeente een subsidierelatie mee heeft zien we een redelijk stabiel ledental over de periode 2016 – 2020.

Ledenaantal overige sporten - gemeente

2016

2020

Verschil

Paardensportvereniging De Veldruiters Millingen

68

79

11

Petanque vereniging Beek

66

58

-8

Kunstrijwielvereniging Juliana/bicycle team

121

122

1

Deelconclusies ledenontwikkeling buitensport Berg en Dal a. In de afgelopen periode 2016-2020 is het ledental bij voetbalclubs gedaald met 729 waarvan 429 jeugdleden. Dit betekent een afname van accommodatiebehoefte en accommodatiegebruik. Wanneer de daling van het ledenaantal bij deze clubs zoals ingezet doorzet, betekent dat een verdere daling aan accommodatiebehoefte voor voetbal. Dit is van invloed op de (financiële) vitaliteit van de voetbalclubs. Een dalend ledenaantal heeft namelijk direct effect op de financiën, is van invloed op inkomsten uit contributiegelden en horecaexploitatie. Daarnaast heeft dit effect op het beschikbaar aantal vrijwilligers en is dit van invloed op het formeren van volwaardige teams voor de competitie. b. In de afgelopen periode 2016-2020 is het ledental van tennisclubs gestegen. Opvallend is de relatief grote stijging van het aantal jeugdleden. Kijken we naar de clubs dan is er bij drie van de vijf tennisclubs sprake van een stijging van het ledental en dus bij twee clubs sprake van een daling. Als deze trend zich voortzet dan zal naar verwachting het ledental licht stijgen en daarmee is de vitaliteit van de clubs gewaarborgd. Dit betekent ook een lichte toename van de accommodatiebehoefte en gebruik voor tennis. Tennis is een sport die ook door relatief veel ouderen wordt beoefend.

Een vergrijzing van de samenleving zal naar verwachting een positief effect hebben op het ledental van tennisclubs. c. In de afgelopen periode 2016-2020 is het ledental van korfbalclubs redelijk stabiel gebleven. Bij de helft van de clubs is sprake van een lichte stijging van het ledental en bij de andere helft sprake van een lichte daling. Als deze trend zich voortzet dan zal naar verwachting het ledental relatief stabiel blijven en daarmee de vitaliteit van de clubs ook relatief stabiel. Verder zal er ook geen grote verandering te verwachten zijn in de accommodatiebehoefte en gebruik.

4.5

Onderzoek naar deelname aan cultuur

In deel beschrijven we de ontwikkelingen binnen cultuur die van invloed zijn op de cultuurdeelname en de daarmee gepaarde accommodatiebehoefte in de gemeente Berg en Dal. Daarbij hebben we gekeken naar de bevolkingsontwikkeling en daarnaast de ontwikkeling in ledenaantallen bij muziekverenigingen/schutterijen in de afgelopen jaren. 23

4.5.1 Deelconclusies demografische ontwikkelingen en betekenis voor cultuur a. De daling van de het aantal jeugdigen tot 24 jaar (vooral jeugd van 12 tot 19) zal geen grote gevolgen hebben aan accommodaties voor cultuur tot gevolg hebben. o In het volgende hoofdstuk wordt de cultuurdeelname van 6- tot 11-jarigen en 12- tot 19-jarigen verder beschreven. b. Een toename van het aantal ouderen (65 jaar en ouder) resulteert naar verwachting in een toename aan cultuurdeelname en accommodatiebehoefte; o Voor deze groep wordt het buurthuis/wijkcentrum een belangrijke voorziening voor cultuurdeelname.

4.5.2 Ledenontwikkeling binnen cultuur landelijk.  

Verreweg de meeste verenigingen hebben leden in de leeftijd tussen 50 en 80 jaar. Kinderen en jongeren zijn het minst vertegenwoordigd. Percentage verenigingen dat leden in een bepaalde leeftijdscategorie heeft:

Meer dan de helft van de verenigingen zei in 2018 dat het ledenbestand in de drie jaar daarvoor was vergrijsd. Vergrijzing hoeft geen bedreiging te zijn, mits het de vereniging lukt om nieuwe leden te blijven werven. Door de toename van de vergrijzing zou dit moeten lukken omdat verenigingen een belangrijke vrije tijdsbesteding is voor 50+’ers. Ruim twee derde van de beoefenaars voert zijn of haar activiteiten thuis uit. Ruim 40 procent maakt (ook) gebruik van werk-, oefen- of lesruimte elders. Een centrum voor de kunsten/muziek- of dansschool en het buurthuis/wijkcentrum worden daarvoor het meest genoemd. De 6- tot 11-jarigen gebruiken meer de muziekscholen

 

24

en de ouderen vaker het buurthuis, wijkcentrum of kerk.

Bron: Monitor Amateurkunst 2017

Het aandeel van beoefenaars onder kinderen en jongeren is een stuk hoger dan onder volwassenen. Dit geldt voor alle activiteiten. Het is opvallend dat het aandeel beoefenaars onder 6- tot 11-jarigen de afgelopen jaren toeneemt, terwijl het aandeel beoefenaars onder 12- tot 19-jarigen daalt. Deze ontwikkeling geldt voor alle activiteiten.

Bron: Monitor Amateurkunst 2017

Gemiddeld hebben verenigingen voor kunstbeoefening 41 vaste leden. 25

Twee derde van de verenigingen werft actief leden. Bij de meerderheid bleef het ledenaantal gelijk (46%) of steeg het (20%) in de periode van 2015-2018. Bij een derde daalde het ledenaantal. De muziekverenigingen zagen het vaakst een daling, en toneelverenigingen het vaakst een stijging van het aantal leden.

Bron: verenigingsmonitor 2018

4.5.3 Ledenontwikkeling Berg en Dal. 

Als we kijken naar de muziekverenigingen/schutterijen in de gemeente Berg en Dal zien we tussen 1 januari 2016 en 1 augustus 2020 een daling in het totaal aantal leden en in het aantal spelende leden.

Ontwikkeling ledenaantal muziekverenigingen/schutterijen 450

423

404

400

380

350 300

335

333

1-jan-16

1-jan-18

309

250 200 150 100 50 0 Aantal leden

1-aug-20

Aantal spelende leden

Bron: aantal leden + jaarlijkse subsidie

4.6

Deelconclusies cultuur: a. Culturele verenigingen zijn een belangrijke culturele voorziening voor 50+’ers. Vergrijzing kan een gunstig effect hebben op de ledenaantallen. b. 6- tot 11-jarigen maken het meest gebruik van een centrum voor de kunsten/muziek- of dansschool. c. 50+’ers maken het meest gebruik van het buurthuis/wijkcentrum. Daarnaast maakt deze groep ook veel gebruik van een kerkgebouw voor culturele activiteiten. d. Het aandeel beoefenaars onder 6- tot 11-jarigen neemt de afgelopen jaren toe, terwijl het aandeel beoefenaars onder 12- tot 19-jarigen daalt; o Het gaat hierbij om het beoefenen van de volgende activiteiten: beeldend, muziek, dans, theater, schrijven en media; o Alleen muziek (fanfares en muzieklessen) en dans (ballet en dansgardes) zijn op dit moment onderdeel van het subsidiebeleid van de gemeente Berg en Dal. e. Van de verenigingen zagen muziekverenigingen in de periode van 2015-2018 het vaakst een daling van het aantal leden.

26

f.

In de gemeente Berg en Dal zien we in de periode van januari 2016-augustus 2020 ook een daling van het aantal leden met 11%. Hierdoor zitten 2 fanfares in de gevarenzone om subsidie te kunnen blijven ontvangen. (15 leden is ondergrens voor subsidie). g. De daling van ledenaantallen kan gevolgen hebben voor het instant houden van accommodaties. In de gesprekscyclus nemen we dit mee.

5. Inhoudelijke trends en ontwikkelingen accommodaties We onderscheiden hier sociaal-maatschappelijke en sociaaleconomische trends, en de accommodatie gerelateerde ontwikkelingen die de komende jaren van invloed zijn op het gebruik van maatschappelijke accommodaties.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9930466/1