B78 Evaluatie Berg en Dal
Tekst van het document
28
Tevreden met de Doe Mee! Regeling 1
0,00%
81,68%
10,00%
20,00%
30,00%
40,00%
18,32%
50,00% Ja
60,00%
70,00%
80,00%
90,00%
100,00%
Nee
Meer dan 80% van de respondenten is tevreden met de Doe Mee! Regeling. Aan de respondenten die niet tevreden zijn is gevraagd waarom ze niet tevreden zijn met de regeling. (N=27)
Redenen waarom inwoners niet tevreden zijn 25 20 15
21
10 5
4
0 Het bedrag is te laag
Kon alleen kiezen uit gesubsidieerde verenigingen/ verenigingen binnen de gemeente
2 Het aanvragen is lastig
21 respondenten geven aan dat ze niet tevreden zijn omdat het bedrag van de regeling te laag is. Ze geven aan dat het bedrag niet dekkend is. Een voorbeeld dat gegeven wordt is dat de contributie van een vereniging soms hoger is dan het bedrag van de regeling. 19 van de 21 respondenten die hebben aangegeven dat ze het bedrag van de regeling te weinig vinden, zijn huishoudens zonder kinderen. Huishoudens met kinderen vinden het bedrag van de regeling bijna altijd voldoende. Als respondenten aangeven dat de vergoeding te laag is, dan lijkt het er dus op dat ze het hebben over de vergoeding voor volwassenen (€ 100,00 per persoon per jaar). 4 respondenten hebben aangegeven dat ze graag deel willen nemen aan een vereniging die geen subsidie ontvangt van de gemeente of een verenging buiten de gemeente. Dit bleek niet alleen uit de resultaten van de enquête, de cliëntenraad heeft dit ook als aandachtspunt mee gegeven. 2 respondenten hebben aangegeven dat ze niet tevreden zijn met de regeling omdat het aanvragen te lastig is.
29
Redenen waarom inwoners geen gebruik maken van de Doe Mee! Regeling 40%
35% 35% 30%
25%
20% 19% 15% 14% 10%
13%
14% 10%
9% 5%
6%
6%
5%
0% Ik ken deze Ik wil mijn Ik weet Ik vind het Ik ben bang Ik wil geen Ik heb de Ik wil/ kan Ik dacht ik dat ik geld vragen regeling geen er geen regeling financiële niet hoe ik (digitaal) situatie aanvragen achteraf aan de niet nodig gebruik recht op niet deze privé maken van had regeling te moeilijk toch nog gemeente iets terug houden aan moet de regeling moet vragen betalen
Overig
35% van de respondenten maakt geen gebruik van de regeling omdat ze de regeling niet kennen. Opvallend is dat van de respondenten die geen gebruik maken van de Doe Mee! Regeling, 19% aangeeft dat ze de regeling niet nodig hebben. Bij ‘overig’ werd onder andere aangegeven dat inwoners nog bezig waren met de aanvraag. Gemeentezorgverzekering Aan de respondenten die gebruik maken van de gemeentezorgverzekering is gevraagd of ze tevreden zijn met de regeling. (N=208)
30
Tevreden met de gemeentezorgverzekering? 1
81,25%
0,00%
10,00%
20,00%
30,00%
40,00%
18,75%
50,00% Ja
60,00%
70,00%
80,00%
90,00%
100,00%
Nee
Meer dan 80% van de respondenten is tevreden met de gemeentezorgverzekering. Aan de respondenten die niet tevreden zijn is gevraagd waarom ze niet tevreden zijn met de regeling. (N=39)
Redenen waarom inwoners niet tevreden zijn 18 16 14 12 10 8 6 4 2 0
17 12
5
5
De tegemoetkoming is te Het gekozen pakket is niet De tegemoetkoming stijgt laag uitgebreid genoeg niet maar de premie wel
Overig
17 respondenten geven aan niet tevreden te zijn met de gemeentezorgverzekering omdat de tegemoetkoming te laag is. De andere respondenten hebben aangegeven dat ze het pakket niet uitgebreid genoeg vinden of dat ze niet tevreden zijn omdat de kosten van de verzekering stijgen maar de tegemoetkoming niet mee stijgt. Bij overig werd onder andere als reden gegeven dat respondenten te weinig inzicht en informatie over de kosten van de zorgverzekering hebben. De reden dat het aantal ‘overig’ zo hoog is in deze grafiek is omdat er grote verschillen zijn in de antwoorden die respondenten hebben gegeven. Sommige antwoorden waren niet van toepassing op de vraag of de antwoorden waren onleesbaar. Individuele inkomenstoeslag Aan de respondenten die aan hebben gegeven dat ze gebruik maken van de Individuele inkomenstoeslag is gevraagd waar ze de toeslag aan besteden. De respondenten mochten meerdere antwoorden geven en er was ruimte voor eigen inbreng. (N=132)
31
Wat betalen inwoners van de individuele inkomenstoeslag 45% 40% 39%
35% 30% 25% 20% 15%
18%
18%
18%
17%
14%
10% 5%
8%
13%
10%
8%
Ov er ig
sc hu vo ld or en za zie ke ne n / be du ta ur le de Re n re ke ni ng en be ta le n
ss
en
Bo
od
va n
sc
ha
en re
lo He t
af
Ko
st Ko
On
ui
pp
en
tje
y vo o en st
en
vo
Sc
or
ho
ee n
ol
ho
ko s
bb
te n
nt ie ka Va
M
eu
be
ls
0%
39% van de respondenten geeft aan dat ze de Individuele inkomenstoeslag gebruiken voor boodschappen. Kosten voor een hobby, meubels, het aflossen van schulden en onvoorziene/ duurdere zaken zijn ook zaken waar respondenten vaak de toeslag aan besteden. Bijzondere bijstand Aan alle respondenten is gevraagd of ze gebruik maken van de bijzondere bijstand en als ze gebruik maken van de bijzondere bijstand, van welke bijzondere bijstand. (N=102)
Van welke bijzondere bijstand maken inwoners gebruik
32
Overig
Bewindvoering
Sociaal medische indicatie
Inrichtingskosten
Rechtsbijstand
Woonkostentoeslag
Verhuiskosten
Reiskosten ziekenhuis
Duurzame gebruiksgoederen
Overbruggingsuitkering
Maaltijdvoorziening
Studie toeslag
40 35 30 25 20 15 10 5 0
De meeste respondenten vragen bijzondere bijstand aan voor duurzame gebruiksgoederen, rechtsbijstand en inrichtingskosten. Bij overig geven respondenten onder andere aan dat ze bijzonder bijstand aanvragen voor curatorkosten. Deze bijzondere bijstand wordt aan een inwoner verstrekt wanneer hij of zo onder curatele wordt gesteld omdat hij of zij handelingsonbekwaam is. De curator wordt de wettelijke vertegenwoordiger van die persoon en beheert het geld, de verpleging, behandeling of begeleiding van de inwoner. Een curator is een veel gevallen een bewindvoerder. De curatorkosten zouden dus beschouwd kunnen worden als bewindvoerderskosten. Aan de respondenten die gebruik maken van de bijzondere bijstand is gevraagd of ze tevreden zijn met de bijzondere bijstand. (N=101)
Tevredenheid inwoners bijzondere bijstand
73,27%
1
0,00%
10,00%
20,00%
30,00%
40,00%
26,73%
50,00% Ja
60,00%
70,00%
80,00%
90,00%
100,00%
Nee
Meer dan 70% van de respondenten is tevreden met de bijzondere bijstand. Aan de respondenten die niet tevreden zijn is gevraagd waarom ze niet tevreden zijn met de regeling. (N=26)
Aantal inwoners
Redenen waarom inwoners niet tevreden zijn 8 7 6 5 4 3 2 1 0
7 6 5
5 3
De bijdrage is te laag Te weinig informatie Mijn aanvraag werd De bijzondere bijstand zou voor beschikbaar afgewezen meer dingen moeten gelden
Overig
6 respondenten geven aan niet tevreden te zijn omdat ze vinden dat er te weinig informatie beschikbaar is over de bijzondere bijstand. De cliëntenraad heeft ook aangegeven dat veel inwoners niet weten waar ze bijzondere bijstand voor kunnen aanvragen. Ook vindt een aantal respondenten dat de bijdrage te laag is of dat de bijzondere bijstand voor meer dingen aangevraagd moet kunnen worden.
33
Zowel bij de Doe Mee! Regeling, de Individuele inkomenstoeslag en de bijzondere bijstand geven een aantal respondenten aan dat ze niet tevreden zijn met de regeling omdat ze de bijdrage te laag vinden. Er is onderzocht of het steeds dezelfde respondenten zijn die hebben aangegeven dat de bijdrage van de verschillende regelingen te laag is. Dit blijkt niet het geval. Aanvraagprocedure Aan de respondenten die aangaven dat ze weleens gebruik hebben gemaakt van een of meerdere minimaregelingen zijn zes stellingen over de aanvraagprocedure voorgelegd. (N=321)
Tevredenheid aanvraag regelingen Ik kan de regeling zonder hulp aanvragen
13%
De uitleg op de website is duidelijk
12%
Ik snap waar het over gaat
14%
Ik kan zelf alle gegevens verzamelen die ik moet aanleveren voor het aanvragen
13%
De uitleg op de formulieren is duidelijk
12%
66%
Het aanvragen van een regeling is gemakkelijk
12%
62%
0% Sterk mee eens
50%
30%
60%
22% 71%
57%
12% 20% 20% 21%
10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100%
Eens
Oneens
Sterk mee oneens
In de tabel is te zien dat op alle stellingen het meest geantwoord is met ‘eens’. Bij de stelling ‘Ik kan de regeling zonder hulp aanvragen’ is het percentage ‘eens’ een stukje lager. Ook hebben relatief veel respondenten aangegeven dat ze zelf niet alle gegevens kunnen verzamelen voor het aanvragen van de regeling (32%). Er is gekeken of respondenten die hebben aangegeven dat ze de regeling niet zonder hulp kunnen aanvragen, ook vaak hebben aangegeven dat ze niet zelf alle gegevens kunnen verzamelen voor de regeling (N=65). Dit blijkt het geval. 91% van de respondenten die hebben aangegeven dat ze hulp nodig hebben bij het aanvragen, hebben óók aangegeven dat ze niet alle gegevens zelf kunnen verzamelen. Hieruit kunnen twee conclusies worden getrokken: 1. De gemeente Berg en Dal heeft hier het afgelopen jaar kritisch naar gekeken. Alleen de absoluut noodzakelijke gegevens worden nu nog opgevraagd. 2. Waarschijnlijk is er altijd een groep inwoners die hulp nodig heeft bij het aanvragen van regelingen. Dit blijkt niet alleen uit de resultaten van de enquête. De cliëntenraad heeft ook aangegeven dat zij inwoners tegen komen die de aanvraagformulieren/aanvraagprocedure niet begrijpen. Als inwoners de aanvraagprocedure niet snappen laten ze het zitten en vragen ze de regeling niet aan.
De vrijwillige ouderen adviseurs, de WMO adviesgroep en de cliëntenraad zijn beschikbaar om inwoners te ondersteunen bij het aanvragen van diverse regelingen. Deze groepen ontvangen ook subsidie van de gemeente Berg en Dal om onder andere dit werk te kunnen verrichten.
34
Effect minimaregelingen Aan alle respondenten die hebben aangegeven dat ze gebruik maken van een of meer van de minimaregelingen is gevraagd wat het effect is van de regelingen. We hebben verschillende effecten voor gelegd, er was ook ruimte voor eigen inbreng. Meerdere antwoorden waren mogelijk. (N= 321)
Doordat ik gebruik maak van de minimaregelingen kan ik: 40% 35% 30%
34%
33%
25% 20%
22%
21%
15%
15%
10% 5%
9%
3%
3%
5%
0% Sporten
Gezonder Deelnemen Kosten voor eten aan sociale school activiteiten betalen
werken
Kleren kopen
Dagelijkse Zorgkosten betalen kosten betalen
Overig
34% van de respondenten geeft aan dat ze kunnen sporten door de minimaregelingen. 33% geeft aan dat kunnen deelnemen aan sociale activiteiten door de regelingen. Respondenten geven ook aan dat ze kleren kunnen kopen en gezonder kunnen eten door gebruik van de minimaregelingen. Welke regelingen ontbreken er? Aan de respondenten is gevraagd of ze minimaregelingen missen en zo ja waarvoor. De vraag is gesteld met een aantal gegeven opties, daarnaast was er ruimte voor eigen inbreng. De respondenten mochten meerdere antwoorden geven. (N=382)
35
Zijn er regelingen die u mist? 50% 45% 40% 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0% Nee
Ja, voor zorgkosten
Ja, voor reiskosten
Ja, voor Ja, voor bijdrage activiteiten in de dagelijkse kosten vrije tijd
Overig
Bijna de helft van de respondenten geeft aan geen minimaregelingen te missen. De andere groep geeft wel aan dat ze een regeling missen. Het grootste deel wil graag een regeling voor reiskosten, activiteiten in de vrije tijd en/ of zorgkosten. Bij ‘overig’ gaven respondenten onder andere aan dat ze regelingen missen voor sport, dieetkosten en alternatieve zorg. Er is gekeken of de respondenten de gebruik maken van de gemeentezorgverzekering toch nog hebben geantwoord dat ze regelingen missen voor zorgkosten. Van de inwoners die gebruik maken van de gemeentezorgverzekering, geeft 11% aan dat ze een regeling missen voor zorgkosten. Zorgkosten Aan alle respondenten is gevraagd of ze extra zorgkosten hebben. Onder extra zorgkosten worden kosten verstaan die niet vergoed worden door de zorgverzekering. Van alle respondenten hebben 191 respondenten aangegeven dat ze extra zorgkosten hebben. Aan deze respondenten is gevraagd wat voor zorgkosten ze hebben. De respondenten mochten meerdere antwoorden kiezen en er was ook ruimte voor eigen inbreng. (N=191)
36
Welke extra zorgkosten heeft u? 60%
50%
40%
30%
20%
10%
0% Kosten voor vervoer
Kosten voor medicijnen
Kosten...
Kosten voor Tandartskosten Alternatieve hulpmiddelen zorg
Overig
Van de respondenten die aangeven dat ze extra zorgkosten hebben, geeft 55% van de respondenten aan dat ze extra zorgkosten hebben in de vorm van medicijnen. Kosten voor vervoer en kosten voor hulpmiddelen worden ook regelmatig aangegeven als de reden voor extra zorgkosten. Ook inwoners die een gemeentezorgverzekering hebben geven aan dat ze extra zorgkosten hebben die niet door de gemeentezorgverzekering worden gedekt. Dit is opvallend want de gemeentezorgverzekering dekt heel veel kosten. Vooral bij het uitgebreide pakket van de gemeente zorgverzekering (waarbij ook het eigen risico wordt vergoed) zouden er eigenlijk geen zorgkosten meer over kunnen blijven. Kosten voor bijvoorbeeld medicijnen of hulpmiddelen vallen vaak onder het eigen risico, maar als inwoners een uitgebreid pakket van de gemeentezorgverzekering hebben dan worden deze kosten dus volledig vergoed. Tenzij de zorgverleners hebben beoordeeld dat de medicijnen of hulpmiddelen niet noodzakelijk zijn. Dit zelfde geldt voor ziekenhuisbehandelingen. Kosten voor alternatieve zorg en tandartskosten (tot € 500,00 per jaar) worden ook vergoed door de gemeentezorgverzekering. Al met al is het niet waarschijnlijk dat inwoners met een (uitgebreide) gemeentezorgverzekering nog veel zorgkosten hebben. Aan de respondenten die aangaven dat ze zorgkosten hebben is gevraagd hoe hoog hun zorgkosten zijn per maand. (N=191)
37
Hoogte zorgkosten per maand 30% 25%
26%
26%
20% 15% 10%
12%
12%
5%
6%
4%
0% 1 t/m 25 euro
26 t/m 50 euro
51 t/m 100 euro 101 t/m 150 euro 151 t/m 200 euro 201 euro en hoger
Ongeveer de helft van de respondenten heeft aangegeven dat de hoogte van de extra zorgkosten tussen de € 1,00 en 50,00 per maand ligt. 10% van de 191 respondenten heeft aangegeven dat ze zorgkosten hebben ter hoogte van € 150,000 per maand of hoger. Aan de respondenten die extra zorgkosten hebben is gevraagd, of ze weleens zorg mijden omdat ze de kosten van de zorg niet kunnen betalen. De respondenten mochten meerdere antwoorden geven en er was ruimte voor eigen inbreng. (N=191)
Geen gebruik gemaakt van zorg 60%
51%
50% 40%
32%
30%
21%
20%
11% 5%
10%
11% 4%
2%
th io
aa
rf
ys
et n
er ig ov
Ja
,n
ie tn
aa
ni ja ,
,m e op dic ge ijn ha en al ni d et ja ,n ie tn aa rz ie ke ge hu ld is m oe te zo n le rg ne n vo or
eu t er ap
ui rh
an rt aa et n ni Ja ,
Ja
rts sa
da
rts
Ne e
0%
Van de respondenten die aangaven dat ze extra zorgkosten hebben, geeft ongeveer de helft aan dat ze geen zorg mijden omdat ze het niet kunnen betalen. 32% van de respondenten heeft aangegeven dat ze weleens de tandarts hebben gemeden, en 21% is niet naar de fysiotherapeut gegaan omdat ze het niet kunnen betalen.
38
Tips Aan het einde van de vragenlijst is aan alle respondenten gevraagd of ze tips hebben voor de gemeente met betrekking tot het minimabeleid. Tips die meerdere keren terug kwamen zijn: - Betere informatievoorziening (35 respondenten) - De regelingen verhogen/ verbreden (21 respondenten) - De aanvraagprocedure versimpelen (15 respondenten) - Vergoedingen voor (openbaar) vervoer (4 respondenten) - Hulp bij het invullen van papieren (2 respondenten) Hieronder staan een aantal quotes van de respondenten ‘De uitbetaling van de Doe Mee! Regeling mag wel iets transparanter. Ik heb met zwembad en school diverse telefoontjes en mailtjes moeten sturen voordat het voor alle partijen helder was.’ ‘Ik vind het fijn dat deze regelingen bestaan. Vaak komen er nog kosten bij (vervoer, dergelijke) materiaalkosten, sportkleding die dan niet aangeschaft kunnen worden.’ ‘Korting op het openbaar vervoer. Zodat ik mij makkelijker kan verplaatsen voor scholing en bijvoorbeeld ziekenhuisbezoek.’ ‘Te veel vragen schept verwarring en onduidelijkheid.’ ‘Meer hulp, niet via de computer.’
Een aantal respondenten hebben bij de mogelijkheid om tips te geven positieve feedback gegeven. Hieronder staan een aantal voorbeelden. ‘Het is bijzonder fijn dat er extra geld is voor de kinderen. Ga zo door!’ ‘Ik wil graag vermelden dat ik dankbaar ben dat de regelingen er zijn.’ ‘Ik ben blij dat de regelingen er zijn voor de mensen die ze nodig hebben.’ ‘Fijn dat hier iets over in de krant staat. Dit geeft informatie die ik nog niet wist.’ ‘Elke regeling/ tegemoetkoming is gunstig, lijkt mij zo.’
Samenvatting Uit de resultaten van de enquête valt op te maken dat inwoners erg tevreden zijn met de minimaregelingen. Ruim 80% geeft aan dat ze tevreden zijn met de Doe Mee! Regeling en de gemeentezorgverzekering. Ruim 70% geeft aan dat ze tevreden zijn met de bijzondere bijstand. We zijn blij dat onze inwoners de regelingen zo positief waarderen en dat ze er ook echt mee geholpen zijn. Respondenten die aangaven dat ze niet tevreden zijn met de minimaregelingen geven hiervoor als reden dat ze de tegemoetkoming van de regeling te laag vinden. Een aantal respondenten gaf aan dat ze niet tevreden zijn met de regelingen om dat ze vinden dat er te weinig informatie beschikbaar is. Uit de enquête blijkt verder dat inwoners over het algemeen tevreden zijn met de aanvraagprocedure van de minimaregelingen. 37% geeft aan dat ze de regelingen niet zonder hulp aan kunnen vragen. Van die 37% geeft 91% aan dat ze niet alle gegevens kunnen verzamelen die ze moeten aanleveren voor het aanvragen van de minimaregelingen Bijna de helft van de respondenten geeft aan geen minimaregelingen te missen. De andere groep geeft wel aan dat ze een regeling missen. Het grootste deel wil graag een regeling voor reiskosten of zorgkosten.
39
Veel respondenten hebben aangegeven dat ze extra zorgkosten hebben die niet worden vergoed door de zorgverzekering. Het gaat meestal over kosten van medicijnen, kosten van vervoer en kosten voor hulpmiddelen. Ook inwoners met een gemeentezorgverzekering geven aan dat ze extra zorgkosten hebben. Ongeveer de helft van de inwoners met extra zorgkosten heeft aangegeven dat ze wel eens zorg mijden omdat ze de zorgkosten niet kunnen betalen.
40
9. Conclusies De evaluatie van het minimabeleid is uitgevoerd om te onderzoeken of ons minimabeleid effectief en efficiënt is. Daartoe zijn de volgende deelvragen geformuleerd: -
Wat is de omvang en samenstelling van de doelgroepen voor het minimabeleid? Worden alle doelgroepen van het minimabeleid bereikt, welke doelgroepen worden weinig bereikt en wat is hier de reden voor? - In welke mate is er sprake van een armoedeval met het huidige minimabeleid en wat kan de gemeente doen om de armoedeval te voorkomen? - Geeft de gemeente Berg en Dal veel geld uit aan haar minimabeleid in vergelijking met gemeenten van dezelfde grootteklasse? - Zijn de inwoners tevreden met het minimabeleid? Waar liggen verbeterpunten? In dit hoofdstuk worden de resultaten van de evaluatie besproken en wordt er antwoord gegeven op de deelvragen. Samenstelling doelgroep Het minimabeleid van de gemeente Berg en Dal is gericht op de minimahuishoudens in de gemeente. Minimahuishoudens worden in dit onderzoek gedefinieerd als huishoudens met een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm. De gemeente Berg en Dal heeft 2.200 minimahuishoudens (14,5% van alle huishoudens in de gemeente). Dit zijn relatief veel minimahuishoudens in vergelijking met andere gemeenten in Gelderland (12,7%) en in heel Nederland (13,6%). Het grootse deel van deze minimahuishoudens zijn alleenstaanden, namelijk 68%. Er zijn relatief weinig huishoudens met kinderen die moeten leven van een minimuminkomen (13,5% van de minimahuishoudens).
45% van de minimahuishoudens heeft een leeftijd van 65 jaar of ouder en ontvangt een AOW-uitkering. Dit percentage is een stuk hoger dan het landelijke percentage en het percentage in de provincie Gelderland. Bereik minimaregelingen In het onderzoek is onderzocht in hoeverre de minimahuishoudens gebruik maken van de verschillende minimaregelingen (bereik van de minimaregelingen). Uit de resultaten is naar voren gekomen dat 48% van de minimahuishoudens gebruikt maakt van de Individuele inkomenstoeslag, 31% maakt gebruik van de Doe Mee! Regeling en 34% van de huishoudens maakt gebruik van de gemeentezorgverzekering. Het bereik van alle minimaregelingen is in 2018 gestegen ten opzichte van 2017. Bij de Doe Mee! Regeling en bij de Individuele inkomenstoeslag ligt het bereik bij huishoudens met kinderen hoger dan bij de andere doelgroepen. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat huishoudens met kinderen over het algemeen een groter netwerk hebben dan de andere huishoudens. Kinderen gaan naar school en zitten bij een (sport)vereniging. Via deze wegen ‘promoot’ de gemeente het minimabeleid. Deze huishoudens komen sneller in contact met de minimaregelingen en vragen de regelingen ook sneller aan. Schaamte kan hierbij ook een rol spelen.
Voor je kind vraag je wellicht makkelijker een regeling aan dan voor jezelf Uit de bereikcijfers blijkt verder dat inwoners van 65 jaar of ouder minder vaak gebruik maken van de Doe Mee! Regeling en de gemeentezorgverzekering dan inwoners uit de andere leeftijdscategorieën. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat deze groep niet gemakkelijk zijn hand ophoudt bij de gemeente. Daarnaast speelt de gemeente mogelijk niet goed genoeg in op de informatievoorziening aan ouderen. De 65-plussers moeten de informatie over de minimaregelingen wellicht op een andere manier ontvangen dan de rest van de
41
minimahuishoudens. Het slechte bereik van ouderen met betrekking tot de Doe Mee! Regeling is dat de Doe Mee! Regeling mogelijk niet goed aansluit bij de behoefte van ouderen. Armoedeval In dit hoofdstuk hebben we gezien dat het minimabeleid in de gemeente Berg en Dal ervoor zorgt dat er een armoedeval plaats vindt. Er geldt: “hoe uitgebreider het minimabeleid, hoe groter de armoedeval”. In de gemeente Berg en Dal is daarom vooral een armoedeval te zien bij de inkomensgrens van 120% van de bijstandsnorm. Op deze inkomensgrens vindt een armoedeval plaats omdat bij een inkomen boven de 120% van de bijstandsnorm twee minimaregelingen weg vallen namelijk de gemeentezorgverzekering en de Doe Mee! Regeling. Deze armoedeval vindt plaats bij alle huishoudtypen behalve bij de alleenstaanden. Als de inkomensgrens van de Doe Mee! Regeling van 120% naar 130% wordt verplaatst vindt er geen armoedeval meer plaats bij de inkomensgrens van 120%. De armoedeval verplaatst zich ook niet naar 130%. Het inkomen is op dit punt voldoende gestegen. Het verschuiven van de Doe Mee! Regeling van 120% naar 130% van de bijstandsnorm kost naar inschatting in totaal € 95.000,00 (inclusief extra uitvoeringskosten). Uit de resultaten blijkt verder dat er geen armoedeval plaats vindt wanneer het inkomen van huishoudens stijgt van 100% naar 110% van de bijstandsnorm.
Het is dus altijd lonend om vanuit een bijstandsuitkering te gaan werken. De stijging in het vrij te besteden inkomen is echter bij twee huishoudtypen wel heel minimaal, namelijk bij de alleenstaanden en bij echtparen zonder kinderen. Deze twee huishoudtypen gaan er slechts enkele euro’s op vooruit wanneer hun inkomen stijgt van 100% naar 110% van de bijstandsnorm. Om de financiële prikkel te vergroten om vanuit de bijstandsuitkering te gaan werken, kan de gemeente de inkomensgrens van de Individuele inkomenstoeslag verhogen van 100% naar 110% van de bijstandsnorm. Wanneer dit gebeurt dan stijgt het vrij te besteden inkomen bij alle huishoudens flink wanneer het inkomen stijgt van 100% naar 110% van de bijstandsnorm. Deze stijging in het vrij te besteden inkomen is een stuk groter dan in de situatie waarbij de inkomensgrens van de Individuele inkomenstoeslag is vastgesteld op 100%. Het verschuiven van de Individuele inkomenstoeslag van 100% van naar 110% van de bijstandsnorm kost naar schatting in totaal € 145.000,00 (inclusief extra uitvoeringskosten). Uitgaven minimabeleid De gemeente Berg en Dal geeft in vergelijking met gemeenten van vergelijkbare grootteklassen relatief veel geld uit aan haar minimabeleid. Voor een deel is dit te verklaren omdat onze gemeente veel minimahuishoudens heeft.
Gezien het grote verschil in uitgaven tussen de gemeente Berg en Dal en andere gemeenten is dit echter waarschijnlijk niet de enige verklaring. Een mogelijke andere verklaring is dat de gemeente Berg en Dal een royaal minimabeleid heeft. De gemeente Berg en Dal geeft in vergelijking met andere gemeenten vooral veel geld uit aan bijzondere bijstand voor beschermingsbewind, aan kwijtschelding gemeentelijke belastingen, aan de Individuele inkomenstoeslag en aan de gemeentezorgverzekering. Resultaten enquête Uit de resultaten van de enquête valt op te maken dat inwoners erg tevreden zijn met de minimaregelingen. Respondenten die aangaven dat ze niet tevreden zijn met de minimaregelingen geven hiervoor als reden dat ze de tegemoetkoming van de regeling te laag
42
vinden. Uit de enquête blijkt verder dat relatief veel inwoners moeite hebben met het verzamelen van alle bewijsstukken die gevraagd worden bij het aanvragen van een regeling. Veel respondenten hebben aangegeven dat ze extra zorgkosten hebben die niet worden vergoed door de zorgverzekering. Ongeveer de helft van de respondent geeft aan dat ze een regeling missen voor reiskosten of voor zorgkosten. Beantwoording hoofdvraag De resultaten van de evaluatie van het minimabeleid laten zien dat de gemeente Berg en Dal een effectief minimabeleid voert. De inwoners van de gemeente Berg en Dal zijn over het algemeen tevreden met het minimabeleid en het bereik van de minimaregelingen is goed. Dat het bereik van de regelingen goed is blijkt ook uit de uitgaven aan het minimabeleid. De gemeente Berg en Dal geeft relatief veel geld uit aan het minimabeleid. De resultaten laten ook zien dat er mogelijkheden zijn om het minimabeleid te verbeteren, efficiënter en effectiever te maken. Op de volgende punten kan het minimabeleid worden verbeterd: Beter bereik realiseren onder de 65-plussers De 65-plussers weten wij niet goed te bereiken met ons minimabeleid. We gaan bekijken hoe het bereik onder deze groep kan worden verbeterd.
De inkomensgrenzen van de minimaregelingen kritisch bekijken Met ons huidige minimabeleid vindt er een armoedeval plaats bij de inkomensgrens van 120% van de bijstandsnorm. Deze armoedeval kan worden opgelost door de Doe Mee! Regeling open te stellen voor inwoners met een inkomen tot 130% van de bijstandsnorm. Dit brengt echter extra kosten met zich mee voor de gemeente. Omdat de gemeente Berg en Dal op het moment een fors tekort heeft op het sociaal domein lijkt dit geen realistische aanpassing. Voor het uitvoeren van het minimabeleid scheelt het tijd en daarmee kosten als voor alle regelingen dezelfde inkomensgrens wordt ingevoerd. Het geld dat hiermee wordt bespaard kan weer worden ingezet voor andere dingen (bijvoorbeeld meer inzetten op uitstroom naar werk). Daarmee wordt het minimabeleid efficiënter. Dezelfde inkomensgrenzen hanteren voor alle regelingen heeft echter ook nadelen. Als we een inkomensgrens van 100% van de bijstandsnorm zouden hanteren dan kunnen alleen inwoners met een bijstandsuitkering (of een ander inkomen op bijstandsniveau) nog gebruik maken van onze minimaregelingen. Inwoners die werken, en waarbij het inkomen net iets hoger is dan de bijstandsnorm, kunnen geen aanspraak meer maken op de regelingen. Ongewild kan dit als gevolg hebben dat mensen eerder geneigd zijn om een uitkering aan te vragen dan het vinden of behouden van werk.
Ook inwoners met een AOW uitkering en een klein pensioen of inwoners met een andere lage uitkering (WW-uitkering, WAO-uitkering etc.) kunnen in dit scenario geen gebruik meer maken van onze minimaregelingen, terwijl zij vaak niet meer in staat zijn om te werken en hun inkomen te verbeteren. Dit kan als gevolg hebben dat inwoners met een kleine portemonnee bijvoorbeeld zorg gaan mijden omdat ze geen toegang meer hebben tot de Gemeentezorgverzekering. Of kinderen kunnen niet meer sporten omdat de ouders geen aanspraak meer kunnen maken op de Doe Mee Regeling. Tot slot heeft dit scenario als effect dat er een grote armoedeval plaats vindt bij 100% van de bijstandsnorm. Dit betekent dat inwoners financieel gezien vaak beter een bijstandsuitkering kunnen blijven ontvangen dan het accepteren van een baan.
43
De inwoners met een inkomen tussen de 110% en 120% van de bijstandsnorm kunnen dan namelijk geen gebruik meer maken van de regelingen. Als we voor alle regelingen een inkomensgrens van 110% zouden hanteren dan hebben inwoners met een inkomen tussen de 110% en de 120% van de bijstandsnorm geen recht meer op minimaregelingen. Een inkomen tussen de 110% en de 120% van de bijstandsnorm is nog steeds geen hoog inkomen. Deze inwoners kunnen dan geen gebruik meer maken van de gemeentezorgverzekering en de Doe Mee Regeling. Verder heeft dit scenario als effect dat er een grote armoedeval plaats vindt bij 110% van de bijstandsnorm. Tot slot leidt dit scenario tot extra kosten op het gebied van het minimabeleid. Onderzoeken of de Doe! Mee Regeling moet worden uitbesteed Het uitvoeren van de Doe Mee! Regeling kost relatief veel geld. Mogelijk is het aantrekkelijk om de Doe Mee! Regeling uit te besteden. Wellicht leidt dit niet alleen tot kostenbesparing maar ook tot een (nog) beter bereik van de regeling. Hulp bij het aanvragen van regelingen Uit de enquête is gebleken dat relatief veel inwoners moeite hebben met het verzamelen van alle gegevens die nodig zijn bij het aanvragen van een regeling. Er zijn twee organisaties bestaande uit vrijwilligers die inwoners hierbij kunnen helpen namelijk de ouderenadviseurs en de WMO-adviesgroep.
Deze organisaties krijgen ook subsidie van de gemeente voor dit werk. We gaan ervoor zorgen dat het werk van deze vrijwilligers meer bekendheid krijgt onder onze inwoners zodat inwoners weten dat er altijd hulp beschikbaar is. Ook onderzoeken we of we regionaal een formulierenbrigade kunnen oprichten. Het idee van een formulierenbrigade is dat inwoners tijdens inloopspreekuren bij vrijwilligers terecht kunnen met financiële vragen. Mogelijk gaan inwoners sneller naar een inloopspreekuur dan dat ze telefonisch contact opnemen van de WMO-adviesgroep of met de ouderenadviseurs om een afspraak te maken. Een inloopspreekuur is naar verwachting een minder grote drempel voor inwoners die hulp zoeken. Het inloopspreekuur van de formulierenbrigade kan mogelijk aansluiten bij het inloopspreekuur van het sociaal team zodat de samenwerking makkelijk kan worden opgezocht. Veel inwoners met zorgkosten In de enquête is naar voren gekomen dat inwoners bijzondere bijstand voor zorgkosten missen. Ook inwoners met een gemeente zorgverzekering hebben aangeven dat ze nog hoge zorgkosten hebben. Dit is opvallend want binnen de gemeente zorgverzekering bestaat een uitgebreid pakket waarbij ook het eigen risico wordt vergoed. Inwoners kunnen dan nog maar weinig zorgkosten hebben die niet vergoed worden.
Het is dus de vraag of inwoners deze vraag goed hebben begrepen en of de antwoorden kloppen die zijn ingevuld. In ieder geval zijn de antwoorden in de enquête over de zorgkosten een signaal dat veel inwoners in onze gemeente hoge zorgkosten hebben of ervaren. De gemeentezorgverzekering is daarom een belangrijk onderdeel van ons minimabeleid. Wanneer er gedacht wordt over bezuinigingen op het minimabeleid moet dit in het achterhoofd worden gehouden. Gemeente zorgverzekering anders inrichten Het uitvoeren van de gemeente zorgverzekering kost de gemeente veel tijd. Jaarlijks vragen ongeveer 140 inwoners een gemeentezorgverzekering aan, of ze stappen over naar een ander pakket van de gemeentezorgverzekering. We onderzoeken of we de uitvoering van de gemeente zorgverzekering anders kunnen inrichten bijvoorbeeld door onze applicatie uit te breiden met meer functionaliteiten of door het aanvraagproces anders in te richten. Bewindvoering anders inrichten
44
De gemeente Berg en Dal geeft relatief veel geld uit aan bijzondere bijstand voor beschermingsbewind (€ 431.784,00 in 2019). De kosten voor bewind zijn de afgelopen jaren hoog opgelopen. Dit komt onder andere doordat op 1 januari 2014 de ‘wet wijziging curatele, beschermingsbewind en mentorschap’ intrad. Deze wet regelt dat ook mensen met problematische schulden en verkwisting onder bewind gesteld kunnen worden. Voordat deze wet intrad mochten alleen inwoners die vanwege hun lichamelijke en/of geestelijke toestand niet in staat zijn om zelf hun financiële zaken te regelingen, gebruik maken van beschermingsbewind. In de huidige situatie mogen alle inwoners met hoge problematische schulden gebruik maken van beschermingsbewind. Mits bepaald door de kantonrechter. Als een inwoner via de kantonrechter bewind toegezegd heeft gekregen, kan de bewindvoerder bijzondere bijstand aanvragen voor de maandelijkse kosten van bewind. Als de inwoner een laag inkomen heeft (inkomensgrens 100% + draagkrachtregeling van de bijzondere bijstand) dan wordt de bijzondere bijstand toegekend. De gemeente Berg en Dal heeft op het moment weinig invloed op de instroom en de kwaliteit van bewindvoering. Mogelijk wordt er nu te snel en te lang bewindvoering ingezet voor onze inwoners.
Om meer grip te krijgen op de toeleiding naar - en de kwaliteit van het beschermingsbewind kan de gemeente de bewindvoering anders inrichten. We kunnen bijvoorbeeld als gemeente zelf de bewindvoering gaan uitvoeren. Of we kunnen een lichtere vorm van bewindvoering aanbieden zodat minder inwoners in het (zware) traject van bewindvoering hoeven. Of we richten alles zo in dat wij als gemeente bepalen welke vorm van financiële begeleiding voor de inwoner het meest passend is (bewindvoering, begeleiding door schuldhulpbuddy of Humanitas, budgetbeheer door Plangroep etc.). Bij bovengenoemde afwegingen is ook het wetsvoorstel “adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind” belangrijk. Dit wetsvoorstel is op 1 april 2020 ingediend bij de tweede kamer. Met het wetsvoorstel krijgt de gemeente het recht om aan de rechtbank een advies uit te brengen met betrekking tot het wel of niet toekennen van beschermingsbewind wanneer er sprake is van problematische schulden bij een inwoner. De gemeente kan ook met het advies komen dat de inwoner beter geholpen wordt met een andere vorm van hulpverlening. Het wetsvoorstel moet eraan bijdragen dat voor mensen met problematische schulden de meest passende vorm van ondersteuning wordt ingezet. De ambitie is om de wetswijziging in te laten treden per 1 januari 2021. Het is het meest efficiënt als wij op bovengenoemde wetswijziging kunnen inspelen.
Het is daarbij belangrijk dat wij de adviesrol die hierboven wordt beschreven goed gaan invullen. Als wij hier serieus mee omgaan dan leidt dit ertoe dat inwoners de meest passende hulp krijgen bij hun geldproblemen (variërend van ondersteuning door schuldhulpbuddy, tot een schuldregeling en alle vormen van hulpverlening daar tussenin). Bovendien leidt dit mogelijk tot een besparing in de kosten van bijzondere bijstand voor bewindvoering. Bijzondere bijstand voor reiskosten? Een aantal inwoners hebben aangegeven dat ze bijzondere bijstand voor reiskosten missen. Het is goed voor te stellen dat inwoners van onze gemeente veel gebruik maken van het openbaar vervoer omdat onze gemeente uitgestrekt is en omdat niet elk dorp alle voorzieningen heeft. Gezien het tekort op het sociaal domein is het op het moment niet mogelijk om ons minimabeleid op dit punt aan te passen.
45
10.
Literatuurlijst
CBS. (2018). Laag en langdurig laag inkomen; huishoudenskenmerken, regio. Geraadpleegd op 27 augustus 2019, van https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/84641NED/table?ts=1579613324457 CBS. (2019). Armoederisico in 2018 gelijk gebleven. Geraadpleegd op 14 oktober 2019, van https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2019/50/armoederisico-in-2018-gelijk-gebleven Consumentenbond. (2018). Wat is Blockchain? Geraadpleegd op 16 november 2019, van https://www.consumentenbond.nl/veilig-internetten/blockchain VNG. (2018). Gemeentelijke Blockchainpilots. Geraadpleegd op 16 november 2019, van https://depilotstarter.vng.nl/sites/default/files/project_bestand/20180109_digitaal_blockchainpilot s_2017.pdf Rijksoverheid. (2019). Kan ik huurtoeslag krijgen? Geraadpleegd op 2 december 2019, van https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/huurwoning/vraag-en-antwoord/huurtoeslag-krijgen Nibud. (2019). Budgethandboek 2019. Kerncijfers huishoudfinanciën. Utrecht: auteur.
46
11.
Bijlagen
Hieronder worden een de resultaten van de enquête weergegeven die in het onderzoek niet zijn besproken. Door de Doe Mee! Regeling kunnen inwoners: Aan de respondenten die hebben aangegeven dat ze gebruik maken van de Doe Mee! Regeling is gevraagd wat ze door de regeling kunnen doen. Ze mochten meerdere antwoorden geven en er was ruimte voor eigen inbreng. (N=202)
Door de Doe Mee! Regeling kunnen inwoners 60% 50%
51%
40% 30% 30%
11%
5% 3%
Voor meer dan de helft van de respondenten helpt de regeling bij de kosten van het sporten. Veel respondenten (30%) geven aan dat ze door de Doe Mee! Regeling een keer naar de bioscoop, een museum of het theater kunnen gaan. Uit het interview met de ouderen adviseurs blijk dat veel ouderen door de Doe Mee! Regeling één uitstapje kunnen maken met een van de ouderenbonden.
47
Overig
4%
Schoolkosten betalen
7%
Sociale-...
Naar de bioscoop, een museum of het theater gaan
Een cursus/ studie volgen
sporten
6%
Kleding/ materiaal voor sport of hobby kopen
8%
Lid zijn van de bibliotheek
7%
0%
Muziekles volgen
10%
Lid zijn van de buurtvereniging
20%
Wijzigingen in de Doe Mee! Regeling De Doe Mee! Regeling is in 2018 veranderd. De aanvraagprocedure is versimpeld en de regeling is uitgebreid met een kindpakket in natura. Aan de respondenten die gebruik maken van de Doe Mee! Regeling is gevraagd of ze gemerkt hebben dat de regeling veranderd is. 21% procent gaf aan dat ze gemerkt hadden dat de regeling veranderd is. Aan deze 21% zijn twee stellingen voorgelegd. (N=55).
Ik vraag de nieuwe regeling sneller aan dan de oude regeling
55%
Het aanvragen van de nieuwe regeling gaat makkelijker dan bij de oude regeling
84% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100%
Eens
Oneens
In de grafiek is te zien dat 55% van de respondenten de regeling sneller aanvraagt, nu de regeling is veranderd. 84% van de respondenten vindt het aanvragen van de regeling na de verandering makkelijker. Wat kunt u niet door de extra zorgkosten? Aan de respondenten die extra zorgkosten hebben is ook gevraagd of er dingen zijn die ze niet kunnen doen door de extra zorgkosten. 48% van de respondenten gaf aan dat er dingen zijn die ze niet kunnen doen door de extra zorgkosten. Aan deze respondenten is gevraagd welke dingen ze niet kunnen doen. (N=92)
48
Welke dingen kunt u niet betalen door de extra zorgkosten? 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0% Boodschappen Rekeningen betalen
Dagje weg/ op Kleren kopen vakantie
Sociale/ sportieve activiteiten
Extraatjes
Overig
Van bovengenoemde respondenten heeft 22% aangegeven dat ze nooit een dagje weg of op vakantie kunnen. 17% heeft aangegeven dat ze besparen op boodschappen omdat ze extra zorgkosten hebben.
49