CConstaterende datBerg en Dal
Koppel je AI →
Document · PDF

B30 Bestemmingsplan Transformatie locatie Schreven Groesbeek

Gemeenteraad 20 mei 2021, gemeente Berg en DalBij agendapunt: B30 Voorstel om het bestemmingsplan “Transformatie locatie Schreven, Groesbeek” vast te stellen21.512 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4.9.2

Onderzoek

Bestaande situatie In de huidige situatie is een groot deel van het plangebied (circa 75%) verhard, waarvan circa 3.100 m2 bebouwing. Aan de zuid- en oostzijde bevinden zich diverse bosschages. Oppervlaktewater In het plangebied is momenteel geen oppervlaktewater aanwezig. Waterkeringen In het voorliggende plangebied zijn geen waterkeringen aanwezig. Bodemopbouw Uit het actualiserend bodemonderzoek blijkt dat de bodem in het plangebied is opgebouwd uit matig fijn en siltig, zwak humeus en grindig zand. Geohydrologie Het plangebied ligt op de zuidhelling van een zogenaamd oerstroomdal. Iets noordelijk van het plangebied stroomt de Groesbeek. Uit geohydrologisch onderzoek is bekend dat de grondwaterstroming ter plaatse van het oostelijk deel van het stuwwallencomplex van Groesbeek over het algemeen oostelijk is gericht. Op basis van de Grondwaterkaart van Nederland wordt een oostelijke grondwaterstroming verwacht. Het freatisch grondwater bevindt zich dieper dan 5 m -mv.

(vastgesteld)

27

bestemmingsplan Transformatie locatie Schreven, Groesbeek Watercompensatie Ten behoeve van de toename van het verhard oppervlak dient watercompensatie gevonden te worden binnen het plan. Het totale plangebied van het bestemmingsplan heeft een oppervlakte van circa 20.325 m². Dit is echter inclusief de bestaande Kloosterstraat, de Gooisesweg, de Gerard Douweg en de groenstrook aan de Vincent van Goghweg. In navolgende tabel is de toekomstige oppervlakte aan verharding op sec het voormalige bedrijfsperceel afgezet tegen het toekomstige verharde oppervlak inclusief de Verlengde Gooiseweg: Huidige situatie

Toekomstige situatie

Onverhard

3.570

3.220

Terreinverharding

5.000

5.930

Bebouwing

3.080

2.500

Totaal

11.650

11.650

Per saldo is sprake van een lichte toename van het verhard oppervlak van circa 350 m². Hierbij is er conform de eisen van het waterschap vanuit gegaan voor rijwoningen (inclusief patiowoningen), tweeaaneengebouwde woningen en vrijstaande woningen respectievelijk 90 %, 80 % en 70 % van de tuinen voorzien is van terreinverharding. Het waterschap heeft aangegeven dat er geen gebruik gemaakt worden van de vrijstelling van 500 m² in stedelijk gebied. Voor het bepalen van de benodigde waterberging is gebruik gemaakt van de vuistregel van Waterschap Rivierenland: T=10+10%: 436 m 3/ha bij een toegestane peilstijging van 0,3 m. De benodigde berging voor het voorliggende deelgebied bedraagt hiermee:  Bui T=10+10%: 0,035 ha x 436 m 3 = 15,3 m3. De waterberging vindt plaats in de vorm van een infiltratieriool onder de Verlengde Gooiseweg en in de infiltratiekratten onder de openbare terreinverharding. Er wordt hierbij geen onderscheid gemaakt tussen de verharding op de woonpercelen en verharding op de nieuwe weg. Er wordt in de verdere planvorming nog nader uitgewerkt hoeveel infiltratiekratten er daadwerkelijk nodig zijn. Voorafgaand aan het daadwerkelijk bouwen van de woning wordt de verontreiniging gesaneerd om te voorkomen dat de nieuwe hemelwaterafvoer deze verontreiniging meeneemt naar andere/ diepere grondwateren.

Door de groenstroken (waar mogelijk) ook als wadi's in te richten (dubbelgebruik) worden extra bergingsmogelijkheden gecreëerd in het geval er piekbuien optreden. Dit wordt in de verdere planvorming (besteksfase) nog nader uitgewerkt. Riolering In Groesbeek is een gemengd rioolstelsel aanwezig. Aansluiting van de riolering uit het plangebied moet in een later stadium in overleg met de gemeente Berg en Dal worden uitgedetailleerd. In ieder geval moet er voor het bouwplan een riool worden verlegd, dat nu dwars door het plangebied loopt. Dit riool komt te liggen onder de doorgetrokken Gooiseweg. Waterkwaliteit Door het toepassen van niet-uitloogbare bouwmaterialen bij onderhavige ontwikkeling, wordt voorkomen dat het hemelwater wordt vervuild. In verband hiermee worden eisen gesteld aan de bij de daken, goten en leidingen te gebruiken materialen. Er zullen geen (sterk) uitloogbare materialen zoals koper, lood, zink, teerhoudende dakbedekking of geïmpregneerde beschoeiingen gebruikt worden op delen die het hemelwater in contact komen, zoals de dakbedekking, goten en pijpen of er wordt voorkomen dat deze materialen kunnen uitlogen (bijvoorbeeld door het coaten van loodslabben). Afkoppeling van hemelwater zorgt ervoor dat het aantal riooloverstorten laag is. Ook dit komt de waterkwaliteit (in de omgeving) ten goede.

Beheer en onderhoud Het beheer en onderhoud van het inzamelings- en transportstelsel van afvalwater, kortom de riolering, ligt bij de gemeente. Het Waterschap is verantwoordelijk voor de zuivering van het aangeleverde afvalwater. Het Waterschap is de beheerder van het totale watersysteem en van de waterkeringen. Het onderhoud van de waterkeringen en hoofdwatergangen is tevens de verantwoordelijkheid van het Waterschap. Het onderhoud van de overige watergangen ligt bij particulieren, de gemeente en andere instanties.

28

(vastgesteld)

bestemmingsplan Transformatie locatie Schreven, Groesbeek 4.9.3

Conclusie

Het aspect water vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan. In het kader van het wettelijk vooroverleg is het voorliggende bestemmingsplan aan Waterschap Rivierenland voorgelegd.

4.10

Ecologie

4.10.1 Regelgeving In 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Deze wet vervangt drie oude wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming: Natura 2000), de Flora- en faunawet (soortenbescherming) en de Boswet (kapvergunningen). Soortenbescherming Voor ruimtelijke ingrepen die resulteren in overtreding van één of meer artikelen van de Wnb moet ontheffing worden aangevraagd. Voor een aantal soorten geldt daarenboven het beschermingsregime van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Voor werkzaamheden die uit een bestemmingsplan voortvloeien dient voor de start van die werkzaamheden ontheffing te worden aangevraagd indien beschermde soorten voorkomen. Bij de vaststelling van het plan dient duidelijk te zijn of en in hoeverre een ontheffing kan worden verkregen. Voor alle in de wet genoemde diersoorten (inclusief vogels) geldt dat het verboden is individuen van deze soorten (opzettelijk) te doden of te vangen. Bovendien is het verboden nesten (en eieren) en (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen dan wel weg te nemen. Voor de in de wet genoemde plantensoorten geldt dat het verboden is exemplaren in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

In de Wnb worden drie beschermingsregimes onderscheiden voor beschermde soorten. Voor de eerste twee regimes gelden aanvullende verbodsbepalingen. 1. Het beschermingsregime Vogelrichtlijn (Vrl), dat van toepassing is op van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vrl. Met betrekking tot deze vogelsoorten geldt dat het - aanvullend aan de bovengenoemde verbodsbepalingen - verboden is vogels opzettelijk te storen, behalve als de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Ruimtelijke inrichting of ontwikkeling en dwingende redenen van groot openbaar belang zijn geen reden om ontheffing te verlenen. Ontheffing is uitsluitend toegestaan op basis van de ontheffingsgronden die in de Vrl zijn genoemd. Overigens is het, indien geen ontheffing nodig is, volgens de huidige interpretatie van de wet wel verplicht rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Voor sommige vogelsoorten met vaste verblijfplaatsen geldt dat deze vaste verblijfplaatsen en het essentiële leefgebied jaarrond beschermd zijn. 2. Het beschermingsregime Habitatrichtlijn (Hrl), dat van toepassing is op soorten van bijlage IV bij de Hrl, bijlage I en II bij het Verdrag van Bern en bijlage I bij het Verdrag van Bonn.

Met betrekking tot deze soorten is het - aanvullend aan de bovengenoemde verbodsbepalingen verboden dieren opzettelijk te verstoren. Ontheffing wordt voor ruimtelijke inrichting of ontwikkeling alleen verleend indien: a. er geen andere bevredigende oplossing is, en b. geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort, en c. sprake is van één van de volgende (bij ruimtelijke ontwikkeling relevante) belangen:  de bescherming van wilde flora en fauna of natuurlijke habitats, of  de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. 3. Het beschermingsregime Andere Soorten, dat van toepassing is op soorten van de bijlage behorende bij artikel 3.10 van de Wnb. Ontheffing is alleen mogelijk indien: a. er geen andere bevredigende oplossing is, en b. indien geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort. Er is echter geen ontheffing nodig indien gewerkt wordt volgens een geldige gedragscode die van toepassing is op de betreffende soort(en). Vaak is daarnaast ecologische begeleiding en een ecologisch werkprotocol nodig bij de uitvoering van werkzaamheden.

(vastgesteld)

29

bestemmingsplan Transformatie locatie Schreven, Groesbeek De provincies kunnen voor het beschermingsregime Andere Soorten een algemene vrijstelling verlenen voor onder meer ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. In Groesbeek is de provincie Gelderland het bevoegd gezag voor de Wnb. Indien nesten, (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van soorten niet (kunnen) worden ontzien, is ontheffing noodzakelijk. Ontheffing is niet benodigd indien de functionaliteit van de nesten, (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen gegarandeerd wordt (het beschadigen en vernielen wordt voorkomen door maatregelen of er zijn voldoende alternatieven). Ten slotte is altijd de algemene zorgplicht van toepassing, die inhoudt dat een ieder voldoende zorg in acht neemt voor alle inheemse dieren en planten en hun directe leefomgeving (artikel 1.11 van de Wnb). Concreet betekent dit dat bij ruimtelijke ontwikkeling gezorgd moet worden dat dieren niet gedood worden en dat planten verplant worden. Ook dient gelet te worden op bijvoorbeeld de voortplantingsperiode van amfibieën en de zoogperiode van zoogdieren. Gebiedsbescherming De Wnb ziet op de bescherming van Natura 2000-gebieden (Vrl- en Hrl-gebieden). Voor ieder Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld voor één of meerdere soorten en/of habitats.

Voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de Natura 2000-gebieden en tevens voor ontwikkelingen daarbuiten die van invloed kunnen zijn (door 'externe werking') op die beschermde natuurgebieden, gelden (strenge) restricties. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur geldt een vergunningplicht. Middels een 'habitattoets' dient te worden onderzocht of een activiteit (significante) negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden veroorzaakt. De uitkomsten van de habitattoets dienen te worden beoordeeld door het bevoegd gezag. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden (de voormalige Ecologische Hoofdstructuur / EHS). Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het doel van het NNN is de instandhouding en ontwikkeling van natuurgebieden om daarmee een groot aantal soorten en ecosystemen te laten voortbestaan. Sinds 2014 zijn de provincies het eerste verantwoordelijke bevoegde gezag voor het NNN (daarvoor was dat de rijksoverheid). De provincies hebben in een verordening regelgeving vastgelegd ten aanzien van het NNN.

4.10.2 Onderzoek Quickscan Ecologie In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een quickscan naar de aanwezige flora en fauna uitgevoerd. De resultaten zijn hieronder beknopt weergegeven, de volledige rapportage is als bijlage 4 bij de toelichting opgenomen. Soortenbescherming Vleermuizen De aanwezigheid van vaste verblijfplaatsen van vleermuizen in het plangebied kan niet uitgesloten worden. Om deze reden dient aanvullend vleermuisonderzoek volgens het meest recente vleermuisprotocol uitgevoerd te worden. Dergelijk onderzoek bestaat uit in ieder geval zes vleermuisinventarisaties die in de periode half mei tot en met eind september uitgevoerd worden. Vleermuizen gebruiken het landschap gedurende het jaar namelijk op verschillende manieren (i.e. kraamplaats, zomerverblijfplaats, paarverblijf, (massa) winterverblijfplaats). Het vleermuisprotocol stelt daarom dat tenminste zes inventarisatiemomenten nodig zijn om de functies, die de bebouwing en vegetatie mogelijk voor vleermuizen vervult, zo goed mogelijk te inventariseren. Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek wordt duidelijk of maatregelen en/of een ontheffing nodig zijn. Vogels met een vaste verblijfplaats De bebouwing in het plangebied blijkt geschikt te zijn voor vogels met een vaste verblijfplaats.

De mogelijke aanwezigheid van vaste verblijfplaatsen van huismussen, gierzwaluwen en uilen kan niet met zekerheid worden uitgesloten. Om deze reden is aanvullend onderzoek naar de vaste verblijfplaatsen en het plangebied als onderdeel van de functionele leefomgeving de verschillende vogelsoorten nodig.

30

(vastgesteld)

bestemmingsplan Transformatie locatie Schreven, Groesbeek Om de aan- of afwezigheid van de Huismus in het plangebied aan te tonen zijn er twee inventarisaties nodig die plaatsvinden in de periode tussen 1 april en 15 mei of vier inventarisaties in de periode tussen 10 maart en 20 juni. Er moeten tien dagen tussen de inventarisaties liggen. De aan- of afwezigheid van broedende Kerkuilen kan worden aangetoond als tijdens drie gerichte veldbezoeken verspreid in de periode van 1 februari tot en met 30 augustus geen aanwezigheid kan worden aangetoond. De inventarisatie moet bij voorkeur tijdens goede weersomstandigheden en in een geschikt biotoop plaatsvinden. Het beste moment om te inventariseren is in de avondschemer, vanaf een halfuur na zonsondergang, tot middernacht. Een ander goed moment is in de ochtendschemer, van anderhalf uur voor zonsopkomst tot zonsopkomst. De aan- of afwezigheid van broedende Steenuilen kan worden aangetoond tijdens drie gerichte veldbezoeken verspreid in de periode 15 februari tot en met 15 april. Ook hier zijn de beste momenten om te inventariseren ’s avonds en ’s nachts. Het onderzoek naar de Kerkuil en Steenuil kan gecombineerd worden om tijd en kosten te besparen.

Het onderzoek om de aanwezigheid of dan wel de afwezigheid van nesten van gierzwaluwen aan te tonen moet vanaf eind april tot en met half juli worden uitgevoerd, waarvan de meest geschikte periode tussen 1 juni-15 juli is. Het tijdstip van inventarisatie is bij voorkeur van 18.00 uur tot zonsondergang. Er moeten minimaal 3 inventarisatiemomenten met een tussenliggende periode van minstens 10 dagen plaatsvinden. Grondgebonden zoogdieren Het terrein in het plangebied is geschikt als verblijfplaats en/of functionele leefomgeving voor marterachtigen. Om de functie van het plangebied voor deze soorten vast te kunnen stellen, dienen er wildcamera’s geplaatst te worden. Deze camera’s dienen zes weken in de periode maart tot en met augustus in het veld te staan. Hierbij worden de camera’s tijdens het eerste bezoek in het veld geplaatst en daarna om de week gecontroleerd (dit komt neer op drie controlebezoeken). Er zijn in totaal dus vier bezoeken nodig om het onderzoek uit te voeren. Amfibieën Het plan is niet geschikt voor de amfibieën omdat er binnen het terrein er geen vochtige gebieden aanwezig zijn. Ook zijn er geen andere plaatsen waar deze diersoorten zich kunnen schuilhouden. Hierdoor bestaan er vanuit de Wet natuurbescherming geen verdere verplichtingen voor deze soorten naast de zorgplicht.

Aanvullend onderzoek naar vleermuizen, vogels vaste verblijfplaats en en grondgebonden zoogdieren Naar aanleiding van de quickscan is een aanvullend onderzoek naar vleermuizen, vogels (kerkuil, steenuil, huismus en gierzwaluw) en grondgebonden zoogdieren uitgevoerd. De resultaten zijn hieronder weergegeven, de volledige rapportage is als bijlage 5 bij de toelichting opgenomen.

(vastgesteld)

31

bestemmingsplan Transformatie locatie Schreven, Groesbeek

Vleermuizen Uit de inventarisaties blijkt dat er meerdere vleermuissoorten in en in de directe nabijheid van het plangebied voorkomen. Het gaat hier om de Gewone dwergvleermuis en de Laatvlieger. Er zijn geen kraamverblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig in het plangebied. Tevens zijn er geen aanwijzingen dat het gebouw gebruikt wordt als (massa) winterverblijfplaats en zijn er geen paar- en een zomerverblijfplaatsen aangetroffen. Uit het onderzoek blijkt wel dat het plangebied door vleermuizen gebruikt wordt om te foerageren. De aantallen vleermuizen die waargenomen zijn, zijn echter laag en in de directe omgeving zijn voldoende alternatieve en geschikte foerageergebieden aanwezig in het bos ten westen van Groesbeek en in het open landschap ten oosten van Groesbeek. Ook zijn er binnen het stedelijk gebied van Groesbeek voldoende alternatieven in de vorm van stedelijk groen. De bomenrij langs de Kloosterstraat bevat mogelijk wel een essentiële vliegroute voor vleermuizen. Echter zal deze bomenrij behouden blijven tijdens en na de ontwikkelingen. Er hoeven vanuit de Wet natuurbescherming geen extra maatregelen getroffen worden met betrekking tot de vleermuizen. Grondgebonden zoogdieren In totaal zijn er vijf verschillende soorten beschermde grondgebonden zoogdieren in het plangebied waargenomen door middel van de wildcamera’s.

De Bosmuis, de Huisspitsmuis, de Egel en de Rosse woelmuis worden in de Wet natuurbescherming weliswaar als zogenaamde “overige beschermde soorten” genoemd, maar zij zijn door de Provincie Gelderland vrijgesteld van actuele bescherming, waardoor deze soorten in Gelderland niet vergunningplichtig zijn. Wel moet uiteraard voldaan worden aan de zorgplicht. De Steenmarter is echter wel strikt beschermd in de provincie Gelderland. Deze soort is meerdere malen in het plangebied waargenomen. Vanwege de waarnemingen en de sporen kan geconcludeerd worden dat deze soort een verblijfplaats in het plangebied heeft en de rest van het plangebied behoort tot de functionele leefomgeving van deze soort. Omdat bij de werkzaamheden de Steenmarter verstoord en zijn verblijfplaats en functionele leefomgeving vernietigd worden, dient hiervoor een ontheffing aangevraagd te worden voor de verbodsbepalingen die worden overtreden. Voor deze ontheffing zal een activiteitenplan opgesteld worden waarbij ook mitigerende en compenseren maatregelen genomen moeten worden. Kerkuil en Steenuil Er zijn tijdens de inventarisaties geen waarnemingen gedaan van individuen van de Kerkuil of de Steenuil. Vanuit de Wet natuurbescherming bestaat er daarom geen verder verplichting behalve de zorgplicht.

32

(vastgesteld)

bestemmingsplan Transformatie locatie Schreven, Groesbeek Huismus Nadat de Huismusinventarisaties uitgevoerd waren waarbij er geen huismussen zijn waargenomen zijn er huismussen waargenomen tijdens een Gierzwaluwinventarisatie. Dit paartje huismussen is samen met hun jongen waargenomen op het dak van gebouw. Doordat deze dieren slechts eenmalig en na de broedperiode waargenomen zijn maken de huismussen geen gebruik van het plangebied als verblijfplaats en behoort het plangebied niet tot de essentiële functionele leefomgeving van deze soort. Deze dieren zullen in de nabije omgeving van het plangebied verblijven. Daarnaast blijft het woonhuis en de eerste helft van de aangrenzende bergingen behouden. Vanuit de Wet natuurbescherming bestaat er daarom geen verdere verplichting behalve de zorgplicht. Gierzwaluw Uit de inventarisaties is gebleken dat de bebouwing niet gebruikt wordt als verblijfplaats door de Gierzwaluw (Apus apus). Vanuit de Wet natuurbescherming bestaat er daarom geen verder verplichting behalve de zorgplicht. Overige strikt beschermde soorten Voor alle vogelsoorten geldt dat ze beschermd zijn in de broedperiode. Nesten waarop gebroed wordt mogen niet verstoord worden waardoor de werkzaamheden buiten het broedseizoen uitgevoerd dienen te worden (soortspecifiek) of na een nadere ecologische controle.

Gebiedsbescherming Het plangebied heeft geen status in het kader van de Wet natuurbescherming (Natura 2000-gebied (Vogel- of Habitatrichtlijngebieden). Het dichtstbijzijnde gebied dat onder de bescherming van de Wet natuurbescherming valt is Natura 2000-gebied 'De Bruuk', circa 1,4 km ten zuidoosten van het plangebied. Gezien de aard, omvang, het effectbereik en de afstand, worden er geen significant nadelige effecten op de aangewezen habitattypen en doelsoorten van dit Natura 2000-gebied verwacht als gevolg van verstoring door geluid, licht, trillingen en dergelijke. Voor deze storingsfactoren is daarom geen verdere toetsing aan de natuurwetgeving nodig. Gelet op het toekomstige gebruik van de locatie wordt een beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen verwacht. Daarom is een stikstofberekening voor de gebruiksfase uitgevoerd, die als bijlage 6 bij de toelichting is opgenomen. Uit deze berekening blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling niet leidt tot een toename van stikstofdepositie op de omliggende Natura 2000-gebieden 'De Bruuk', 'Rijntakken' en 'Sint Jansberg', waardoor significant negatieve effecten op deze gebieden kunnen worden uitgesloten. Een vergunning in het kader van de Wet Natuurbescherming is niet benodigd. Ook voor de aanlegfase is een stikstofdepositieonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage 7 bij de toelichting gevoegd.

Uit de rekenresultaten van AERIUS Calculator 2020 blijkt dat er ten gevolge van de beoogde planontwikkeling ook in de aanlegfase geen stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden plaatsvindt. Derhalve zijn ‘significante (negatieve) effecten’ op beschermde natuurgebieden ten aanzien van stikstofdepositie uit te sluiten. Een vergunning in het kader van de Wnb is derhalve niet aan de orde. Daarnaast bevindt het plangebied zich niet binnen het plangebied binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Indien er, als gevolg van de voorgenomen plannen, oppervlakte aan NNN-gebied verloren gaat, dienen de effecten van de plannen op de kenmerken en waarden van het NNN getoetst te worden. Een dergelijke toetsing is niet opgenomen in deze rapportage.

4.10.3 Conclusie Soortenbescherming Voor de steenmarter moeten maatregelen worden getroffen om effecten te voorkomen. Gezien de voorgaande onderzoeken er geen reden om aan te nemen dat de benodigde ontheffing(en) niet verkregen zouden kunnen worden. Gebiedsbescherming Het plangebied is niet gelegen binnen een gebied dat is aangewezen in het kader van de Wet natuurbescherming. Ook zijn significant negatieve effecten op nabij gelegen Natura 2000-gebieden uitgesloten. Evenmin is het plangebied onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN).

(vastgesteld)

33

bestemmingsplan Transformatie locatie Schreven, Groesbeek

4.11

Archeologie en cultuurhistorie

4.11.1 Regelgeving Erfgoedwet De Erfgoedwet bundelt de bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Bovendien zijn aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Het beschermingsniveau zoals deze in de oude wetten en regelingen golden, blijft gehandhaafd. Het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed was geregeld in zes verschillende wetten en een regeling. Waarin roerend, onroerend en archeologisch erfgoed allemaal hun eigen specifieke definities, procedures en beschermingsmaatregelen hadden. In de Erfgoedwet is vastgelegd hoe met ons erfgoed wordt omgegaan, wie welke verantwoordelijkheden daarbij heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Overbodige regels zijn geschrapt en de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het cultureel erfgoed ligt waar mogelijk bij het erfgoedveld zelf. Onderdelen van de Monumentenwet die de fysieke leefomgeving betreffen, worden overgeheveld naar de Omgevingswet. Voor deze onderdelen is een overgangsregeling in de Erfgoedwet opgenomen. Het gaat daarbij om de volgende zaken:  Vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten.  Verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie.  Bescherming van stads- en dorpsgezichten.

Volgens het Besluit ruimtelijke ordening is de gemeente verplicht om in de toelichting van het bestemmingsplan een gemotiveerde beschrijving op te nemen van de wijze waarop rekening gehouden is met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden (gebouwd erfgoed, archeologie en cultuurlandschap). Archeologische beleidsadvieskaart Volgens de archeologische beleidsadvieskaart van de voormalige gemeente Groesbeek (2013, RAAP rapport 2.738) ligt het plangebied in een gebied met een hoge archeologische verwachting, waarbij mogelijk sprake is van een goede conservering. Voor bodemingrepen groter dan 100 m 2 en dieper dan 0,4 m - NAP dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden. Nader onderzoek met betrekking tot dit aspect is dan ook noodzakelijk.

4.11.2 Onderzoek Archeologie In het kader van voorliggend bestemmingsplan is een archeologisch bureau- en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd. De belangrijkste resultaten zijn hieronder weergegeven, de volledige rapportage is als bijlage 8 bij de toelichting opgenomen. Er is een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek (Transect, nr. 2332, d.d. 18 september 2019) uitgevoerd in het plangebied. Op basis van het archeologisch vooronderzoek en de verschillende verwachtingen, geeft Transect twee verschillende adviezen:  In het westelijk deel van het plangebied adviseert Transect om de dubbelbestemming archeologie te handhaven. Ten aanzien van de voorgenomen ingrepen is het advies om nader onderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid en aard van eventuele archeologische waarden, door middel van een karterende fase. Gezien de archeologische verwachting en de mogelijkheden van het terrein, kan dit het beste plaats vinden in de vorm van een Inventariserend Velonderzoek door middel van Proefsleuven (IVO-P). De wet- en regelgeving waarbinnen een dergelijk onderzoek moet worden uitgevoerd, alsook de omgang met eventuele archeologische waarden, dient vooraf te worden vastgelegd in een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen (PvE).

 In het oostelijk deel van het plangebied bestaat gebaseerd op de lage verwachting geen bezwaar tegen de voorgenomen werkzaamheden in het plangebied. Geadviseerd wordt geen dubbelbestemming in het op te stellen bestemmingsplan op te nemen. Op het moment dat tijdens graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische zaken worden aangetroffen, geldt een wettelijke plicht deze vondsten te melden bij de bevoegde overheid (gemeente Berg en Dal, Erfgoedwet 2016; artikel 5.10).

34

(vastgesteld)

bestemmingsplan Transformatie locatie Schreven, Groesbeek Cultuurhistorie Op basis van de kaart 'Historisch landschap, historische stedenbouw en archeologie' van de provincie Gelderland zijn er geen cultuurhistorische waardevolle objecten of structuren in het plangebied aanwezig. Daarnaast is ook de cultuurhistorische waardenkaart uit het eerder genoemde RAAP rapport (nr. 2.738) geraadpleegd:

Uitsnede CHW kaart ter hoogte van plangebied (Bron: RAAP-rapport nr. 2.738) Het bruine vlak is een droge kampontginning. De rode lijn die west-oost langs het plangebied loopt is een deels verdwenen historisch wegtracé van voor 1832. De gele stippellijnen zijn verdwenen wegassen. De witte ster is een verdwenen 'MIP' object. MIP staat voor Monumenten Inventarisatie Project van de RCE. Het blauwe gestippelde vlak ten westen van het plangebied betreft de molenbiotoop van de Zuidmolen. De rode gekantelde vierkanten zijn karakteristieke panden uit de wederopbouwperiode. Het hele plangebied heeft een lage cultuurhistorische waarde. Op basis van de cultuurhistorische waardenkaart zijn er geen cultuurhistorische waardevolle objecten en/of - structuren in het plangebied aanwezig.

4.11.3 Doorvertaling bestemmingsplan Archeologie Het proefsleuvenonderzoek in het westelijk deelgebied van het plangebied zal pas uitgevoerd worden na het slopen van alle bebouwing in het plangebied. Omdat deze sloop pas plaats zal vinden nadat het bestemmingsplan is vastgesteld, blijft dit deel van plangebied voorzien van een archeologische dubbelbestemming. In het vergunningstraject kan hierdoor het aspect archeologie verder afgehandeld worden. Hiervoor is al een Programma van Eisen opgesteld en beoordeeld door het bevoegd gezag archeologie (zie bijlage 9).

(vastgesteld)

35

bestemmingsplan Transformatie locatie Schreven, Groesbeek In het oostelijk deelgebied is sprake van lage archeologische verwachting. Dit deelgebied kan wat archeologie betreft worden vrijgegeven. Voor dit deelgebied vormt het aspect 'archeologie' geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.' Cultuurhistorie Het aspect 'cultuurhistorie' vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.

4.12

Leidingen

Naast de hiervoor beschreven milieuaspecten kunnen er nog andere belemmeringen in of nabij het plangebied aanwezig zijn die van invloed kunnen zijn op de planvorming. Het gaat bijvoorbeeld om de aanwezigheid van straalpaden, planologisch relevante kabels en leidingen (zoals waterleidingen of rioleringsleidingen), beschermingszones en dergelijke. In het voorliggende plangebied zijn geen planologisch relevante kabels en leidingen of andere beschermenswaardige objecten gelegen. Derhalve bestaan er geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan.

4.13

Verkeer en parkeren

4.13.1 Verkeer Om inzicht te bieden in de mate van verkeerstoename als gevolg van de ontwikkeling, die met dit bestemmingsplan wordt gefaciliteerd, moet de verkeersaantrekkende werking worden bepaald. Daarvoor is gebruik gemaakt van de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren’. Voor het berekenen van de verkeersgeneratie wordt uitgegaan van een gemiddelde weekdag. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de bouw van maximaal 31 woningen. Op basis van de meest recente stedenbouwkundige uitwerking voorziet de ontwikkeling in de bouw van 5 vrijstaande woningen, 16 twee-aaneengebouwde woningen en 10 aaneengebouwde woningen. Op basis van de CROW-publicatie geldt voor vrijstaande woningen een maximale verkeersgeneratie van 8,5 motorvoertuigbewegingen op een gemiddelde weekdag, uitgaande van een ligging in weinig stedelijk gebied, in de schil rondom het centrum. Voor de twee-aaneengebouwde woningen geldt een maximale verkeersgeneratie van 8,1 motorvoertuigbewegingen op een gemiddelde weekdag en voor aaneengebouwde woningen bedraagt de maximale verkeersgeneratie 7,7 motorvoertuigbewegingen op een gemiddelde weekdag. Dit leidt tot de volgende aantallen voertuigbewegingen in de toekomstige situatie op een gemiddelde weekdag: Woningtype

Aantal Verkeersgeneratie Totaal

Vrijstaande woningen

5

8,5

42,5

Twee-aaneengebouwde woningen

16

8,1

129,6

Aaneengebouwde woningen

10

7,7

77,0

Totaal

31

249,1

De woningen in het plangebied worden rechtstreeks ontsloten op de Kloosterstraat en Gooiseweg, die als gevolg van de voorliggende ontwikkeling verlegd zal worden. Het verkeer wordt grotendeels via de Gooiseweg afgewikkeld op de Mookseweg en Herwenbaanseweg en verder. Een deel van het verkeer zal via de Kloosterstraat worden afgewikkeld op de oostelijke ringweg (Nieuwe Drulseweg Hulsbroek). Omdat het om een relatief beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen gaat en de voorgenoemde wegen voldoende capaciteit hebben om deze toename op te vangen, leidt de beoogde ontwikkeling niet tot een onacceptabele verkeerstoename. Bovendien was er in de oorspronkelijke situatie een groothandelsbedrijf in het plangebied gevestigd. De verkeersaantrekkende werking van dit bedrijf was vermoedelijk groter dan de toekomstige verkeersaantrekkende werking van de beoogde woningen.

36

(vastgesteld)

bestemmingsplan Transformatie locatie Schreven, Groesbeek Het doortrekken van de Gooiseweg dwars door het plangebied heeft tenslotte enkele belangrijke voordelen:  In het huidige tracé van de Gooiseweg zit een onoverzichtelijke knik die te krap is voor passages tussen grote voertuigen onderling en tussen een groot voertuig en een personenauto;  De nieuwe route Gooiseweg – Spoorlaan zorgt voor een directere verbinding van naar het parkeerplein achter de supermarkten en de parkeerbak Spoorlaan. Dat ontlast de voor doorgaand verkeer minder geschikte wegen in het gebied tussen Gooiseweg en Kloosterstraat. Dat verhoogt per saldo de verkeersveiligheid.  De nieuwe route Gooiseweg – Spoorlaan zorgt ook voor een directere en dus snellere uitrukroute voor de brandweer. Dat vergroot in algemene zin de veiligheid.  De nieuwe route Gooiseweg – Spoorlaan zorgt ook voor een directere verbinding met het industrieterrein (Industrieweg) en ontlast daarmee het deel van de Kloosterstraat waar veel woningen staan van zwaar vrachtverkeer. Bovendien is dat een route waar veel gefietst wordt op de rijbaan (op fietssuggestiestroken) door fietsverkeer tussen centrum en woonwijken richting De Horst. Dat deel zal minder bereden gaan worden door vrachtverkeer met de nieuwe route naar de Industrieweg.

4.13.2 Parkeren Ter waarborging van voldoende parkeervoorzieningen hanteert de gemeente Berg en Dal de gemiddelde parkeernormen uit CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren'. In artikel 9.2 is een regeling ten aanzien van parkeren opgenomen. Daarin is bepaald dat bij het bouwen en het wijzigen van het bestaande gebruik dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid, waarbij de gemiddelde parkeernormen in CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren' als uitgangspunt dienen. Deze parkeernormen zijn als volgt:  voor vrijstaande woningen: 2,1 parkeerplaatsen per woning;  voor twee-aaneengebouwde woningen: 2,0 parkeerplaatsen per woning;  voor aaneengebouwde woningen: 1,8 parkeerplaatsen per woning; Uitgaande van de meest recente stedenbouwkundige verkaveling (5 vrijstaande woningen, 16 tweeaaneengebouwde woningen en 10 aaneengebouwde woningen) bedraagt de totale parkeerbehoefte ten behoeve van de woningen 61 parkeerplaatsen. Zie ook onderstaande tabel: Woningtype

Aantal

Parkeernorm*

Parkeerbehoefte

Vrijstaande woningen

5

2,1

10,5

Twee-aaneengebouwde woningen

16

2,0

32,0

Aaneengebouwde woningen

10

1,8

18,0

Totaal

31

60,5

* Van de parkeernorm van woningen is 0,3 pp per woning bestemd voor het parkeren van bezoekers. Deze parkeerplaatsen dienen openbaar te zijn.

(vastgesteld)

37

bestemmingsplan Transformatie locatie Schreven, Groesbeek Parkeren binnen het plangebied zal gedeeltelijk op eigen terrein worden opgelost. De vrijstaande en twee-aaneengebouwde woningen beschikken allen over een eigen inrit, al dan niet met garage. Parkeren ten behoeve van de rijwoningen vindt plaats in de openbare ruimte. Op basis van de stedenbouwkundige onderlegger is het aantal parkeerplaatsen in het plangebied inzichtelijk gemaakt. In totaliteit zijn er afgerond 61 parkeerplaatsen beschikbaar. Een en ander is in onderstaande tabel weergegeven: Parkeervoorzieningen

Factor

Aantal

Aantal parkeerplaatsen

Haaksparkeerplaatsen (Gooiseweg)

1,0

13

13,0

Langsparkeerplaatsen (verlengde Gooiseweg) 1,0

11

11,0

Langsparkeerplaatsen (Kloosterstraat)

1,0

5

5,0

Garage met lange oprit

1,3

13

16,9

Dubbel oprit zonder garage

1,7

2

3,4

Garage met dubbele oprit (min. 4,5 m breed)

1,8

8

14,4

Totaal

-

-

63,7

Zoals blijkt uit voorgaande tabel(len) wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid.

4.14

Duurzaamheid

Het klimaat verandert; de neerslaghoeveelheid (en intensiteit) neemt toe, waardoor er meer kans is op wateroverlast. Daarnaast stijgt de gemiddelde temperatuur en neemt de kans op hittegolven toe, wat in de zomer kan leiden tot hittestress. In Nederland zijn de gevolgen van klimaatverandering waarschijnlijk te beheersen. Hoe groot de problemen straks worden, hangt af van de maatregelen die we nemen. Aan de ene kant moeten we de uitstoot van broeikasgassen verminderen zodat de opwarming beperkt blijft (deze aanpak wordt ‘mitigatie’ genoemd, dat betekent ‘vermindering’). Aan de andere kant is het verstandig dat we ons aanpassen aan een ander klimaat (dit type maatregelen wordt ‘adaptatie’ genoemd). Beide type maatregelen zijn nodig. Doorwerking plangebied Dat de nieuwe woningen in het plangebied gasloos en energieneutraal (EPC = 0) zijn, is niet het enige wat er op het gebied van duurzaamheid gebeurd. Door in het ontwerp van de openbare ruimte daarnaast rekening te houden met de mogelijke gevolgen van klimaatverandering, wordt de leefbaarheid van het nieuwe woongebied in de toekomst gegarandeerd. Deze verwachte gevolgen zullen het meest merkbaar zijn in een toenemende regenintensiteit enerzijds en een toenemende droogte en hitte anderzijds. De keuzes met betrekking tot het voorliggende plangebied houden direct verband met deze aspecten.

Hieronder een opsomming van die onderdelen van de inrichting die tegemoet komen aan het klimaatbestendig maken van het nieuwe woongebied:  Afkoppelen regenwater: door het regenwater bovengronds af te koppelen wordt wateroverlast tegengegaan en verkoeling gebracht.  Ruimte bieden aan een groene inrichting met verschillende soorten (inheemse) beplanting ter verbetering van het microklimaat en de biodiversiteit, waardoor een bijdrage wordt geleverd aan een gezonde leefomgeving. Voorbeelden zijn: de groenzone langs de Gooiseweg, de groene voorruimte bij de rijwoningen en het toepassen van groene erfafscheidingen.  Op diverse plaatsen binnen het woongebied zijn in het plan bomen opgenomen. Bomen dragen bij aan een gezonde leefomgeving: zuiveren lucht en kunnen zorgen voor verkoeling. Het draagt bovendien bij het begeleiden van de verlengde Gooiseweg.  Waar mogelijk en gewenst zijn groene ruimten en boomvakken voorzien van beplanting. Dit komt tevens ten goede aan de biodiversiteit.

38

(vastgesteld)

bestemmingsplan Transformatie locatie Schreven, Groesbeek Bovenstaande adaptaties in de openbare ruimte richten zich voornamelijk op het beperken van de verwachte gevolgen van klimaatverandering; wateroverlast en hitte. Dit gebeurt grotendeels door het aanleggen van meer en betere groenvoorzieningen. Dit heeft niet alleen positieve gevolgen voor het tegengaan van de mogelijke effecten van klimaatverandering. De aanleg van groen heeft tevens invloed op de gezondheid en het woongenot van de nieuwe bewoners.

(vastgesteld)

39

bestemmingsplan Transformatie locatie Schreven, Groesbeek

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planbeschrijving

Algemeen

Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding vormen het juridisch bindende deel, terwijl de toelichting geen juridische binding heeft, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. In deze paragraaf worden de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, de Wabo en andere (recente) bestemmingsplannen van de gemeente Berg en Dal. Voor het bouwen is verder het Besluit omgevingsrecht (Bor) van belang. In het Bor zijn onder andere regels voor vergunningvrije bouwwerken opgenomen.

5.1.1

Planopzet

Het toekomstige woongebied is voorzien van een globale eindbestemming. Op grond van deze bestemming geldt een rechtstreekse bouwtitel. De globale eindbestemming is inhoudelijk gestoeld op het stedenbouwkundig plan, maar biedt de nodige flexibiliteit. Omdat het een nog te realiseren woongebied betreft en de exacte situering en vorm van de woningen nog niet bekend is, zijn ruimere bouwmogelijkheden opgenomen dan voor bestaande woningen het geval zal zijn. Door deze opzet wordt de gewenste flexibiliteit gedurende het ontwikkelingstraject gecreëerd.

5.2

Inleidende regels

Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden.

5.3

Bestemmingsregels

5.3.1

Opbouw bestemmingen

Bestemmingsomschrijving Bevat de omschrijving van de doeleinden die met de bestemming aan de grond worden toegekend. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies zoals bedrijven, wonen, centrum etc. De aard van de toegelaten inrichtingen van gronden (bouwwerken en werken, geen bouwwerken zijnde) vloeit dan voort uit de toegelaten functies.

40

(vastgesteld)

bestemmingsplan Transformatie locatie Schreven, Groesbeek Bouwregels In de bouwregels worden voor alle hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de van toepassing zijnde bouwregels gesteld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding. Afwijken van de bouwregels In deze bepaling zijn afwijkingsbevoegdheden toegekend aan het bevoegd gezag ten aanzien van bepaalde bouwregels. Specifieke gebruiksregels In dit onderdeel kan worden aangegeven welke vormen van gebruik men in ieder geval strijdig acht met de bestemming. Het is niet de bedoeling alle mogelijke strijdig gebruiksvormen te noemen, maar alleen die, waarvan het niet op voorhand duidelijk is dat deze in strijd zijn met de bestemming. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling op de doeleindenomschrijving. Afwijken van de gebruiksregels In deze bepaling zijn afwijkingsbevoegdheden toegekend aan het bevoegd gezag ten aanzien van bepaalde gebruiksregels.

5.3.2

Bestemmingen

In deze paragraaf zijn de feitelijk in het plan voorkomende bestemmingen beschreven. Per bestemming is kort toegelicht welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bouwregels er gelden. Groen De structurele groenvoorzieningen in het plangebied zijn voorzien van de bestemming 'Groen'. Het betreft hier de groenstrook tussen de Gooiseweg en Vincent van Goghweg en de groenstrook achter de woningen aan de Gooiseweg. Ter plaatse zijn de gronden onder meer bestemd voor groenvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, wandel- en fietspaden, parkeervoorzieningen, speelvoorzieningen en nutsvoorzieningen. De bouwmogelijkheden binnen deze bestemming zijn beperkt. Binnen deze bestemming zijn in principe alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan. Uitzondering hierop vormen gebouwen voor nutsvoorzieningen. Verkeer De verlengde Gooiseweg is voorzien van de bestemming 'Verkeer'. De gronden met deze bestemming zijn onder meer bestemd voor wegen, voet- en fietspaden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en nutsvoorzieningen. Binnen deze bestemming zijn in principe alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan. Uitzondering hierop vormen gebouwen voor nutsvoorzieningen. Woongebied De bestemming 'Woongebied' heeft een globaal karakter. Dat betekent dat deze bestemming veel flexibiliteit bevat.

Dit is wenselijk, omdat de bouwplannen voor het nieuwe woongebied nog niet tot in detail zijn uitgewerkt. Zo is bijvoorbeeld de exacte situering van de nieuwe woningen nog niet bepaald. Het stedenbouwkundige plan heeft als uitgangspunt gediend voor de inhoudelijke bepalingen van de bestemming 'Woongebied'. De gronden met bestemming 'Woongebied' zijn bestemd voor wonen en de uitoefening van een beroep aan huis. Voor de bebouwingsmogelijkheden binnen deze bestemming wordt een onderscheid gemaakt in het hoofdgebouw van de woning, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken geen gebouwen zijnde.  Hoofdgebouwen: Binnen de bestemming mogen ten hoogste 32 grondgebonden woningen (31 nieuwe woningen en één bestaande woning) worden gebouwd, in vrijstaande, tweeaaneengebouwde en aaneengebouwde vorm. Hoofdgebouwen (woningen) mogen uitsluitend binnen de aangegeven bouwvlakken worden gerealiseerd, waarbij de op de verbeelding weergegeven maximum goot- en bouwhoogte leidend is. Voor zover op de verbeelding een gevellijn is opgenomen, dienen de woningen met de voorgevel op het figuur 'gevellijn' georiënteerd te worden.

(vastgesteld)

41

bestemmingsplan Transformatie locatie Schreven, Groesbeek 

Bijbehorende bouwwerken: bijgebouwen, uit- of aanbouwen en overkappingen mogen - met uitzondering van erkers - uitsluitend in het achtererfgebied worden gerealiseerd. De maximale maatvoering voor bijbehorende bouwwerken is gelimiteerd. Het achtererfgebied mag met niet meer dan 50% worden bebouwd met een maximum van 100 m 2. De goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 m, danwel 0,3 m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw. De bouwhoogte mag ten hoogste 5,5 m bedragen. Voor erkers voor de voorgevel is een specifieke regeling opgenomen. Onder de bestemming 'Woongebied' valt op grond van jurisprudentie ook het aan huis verbonden beroep. De maat van het beroepsgedeelte is ten hoogste 50 m². (Niet verkeersaantrekkende) aan huis verbonden beroepen zijn vrij, voor zover de woonfunctie volledig gehandhaafd blijft en de woning als zodanig herkenbaar blijft. Er mogen geen nadelige effecten optreden voor het woonmilieu en de parkeerbalans in de omgeving. Verkeersaantrekkende aan huis verbonden beroepen zijn niet rechtstreeks toegestaan, maar via een afwijking (omgevingsvergunning) en met vergelijkbare maatvoering. Waarde - Archeologische verwachtingswaarden De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarden' is opgenomen ter bescherming van mogelijk in de bodem aanwezige archeologische waarden.

Voor werkzaamheden op of in deze gronden met een oppervlakte groter dan 100 m 2 of die dieper reiken dan 0,4 m is een omgevingsvergunning (voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) vereist in het kader waarvan een afweging kan worden gemaakt tussen de activiteit en de te beschermen waarden.

5.4

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels Deze bepaling bevat algemene regels omtrent bestaande afstanden en maten. Algemene gebruiksregels Deze bepaling bevat de vormen van gebruik, die in ieder geval strijdig zijn met de regels van het bestemmingsplan. Tevens is in de algemene gebruiksregels bepaald dat voorzien moet worden in voldoende parkeergelegenheid, waarbij de gemiddelde parkeernormen uit CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren' zijn opgenomen. Algemene afwijkingsregels Dit artikel is een aanvulling op de afwijkingsregels uit de bestemmingen waarin nog een aantal algemene afwijkingen is opgenomen. Het betreft hier onder meer een standaardregeling die beperkte afwijkingen in de maatvoering bij de uitvoering van bouwplannen mogelijk maakt.

5.5

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingbevoegdheid. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet. Slotregel Dit artikel geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.

42

(vastgesteld)

bestemmingsplan Transformatie locatie Schreven, Groesbeek

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

6.1

Economische uitvoerbaarheid

6.1.1

Exploitatieverplichting

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting van een bestemmingsplan minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens bestaat op grond van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten kunnen worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander dient te worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten met iedere grondeigenaar. Als er met een grondeigenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, dient een exploitatieplan te worden opgesteld welke tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld.

6.1.2

Conclusie

Omdat de gemeente de nog te ontwikkelen gronden niet in eigendom heeft, is een anterieure overeenkomst met de ontwikkelaar gesloten. Daarmee zijn de kosten voor de planontwikkeling anderszins verzekerd en is het opstellen van een exploitatieplan niet aan de orde. Gezien het voorgaande wordt het plan financieel uitvoerbaar geacht.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1

Vooroverleg

Conform ex artikel 3.1.1. van het Bro moeten burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de Rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het kader van het vooroverleg is het voorliggende bestemmingsplan toegezonden aan diverse overlegpartijen, waaronder de provincie Gelderland en waterschap Rivierenland. Waterschap Rivierenland Op 15 oktober 2020 heeft het waterschap een in het kader van het vooroverleg een wateradvies uitgebracht. De reactie op dit wateradvies is verwerkt in de paragraaf waterhuishouding.

6.2.2

Informatieavonden

Vooruitlopend op het voorliggende bestemmingsplan heeft er op 11 juli 2019 een informatieavond voor omwonenden plaatsgevonden, waar belangstellenden kennis hebben kunnen nemen van het stedenbouwkundig plan. De algehele reactie op de voorliggende ontwikkeling was over het algemeen zeer positief.

6.2.3

Ontwerpfase

Het ontwerpbestemmingsplan heeft van dinsdag 8 december 2020 tot en met maandag 18 januari 2021 (gedurende 6 weken) ter visie gelegen. Er zijn tijdens deze periode 4 zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen zijn in een separate nota van een gemeentelijke reactie voorzien.

(vastgesteld)

43

bestemmingsplan Transformatie locatie Schreven, Groesbeek 6.2.4

Vaststellingsfase

Binnen twaalf weken na de termijn van terinzagelegging moet de gemeenteraad beslissen omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan. Tegen het besluit tot vaststelling staat, voor belanghebbenden, direct beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Direct na de beroepstermijn treedt, indien tijdens de beroepstermijn geen verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, het plan in werking waarna tot planrealisatie kan worden overgegaan.

44

(vastgesteld)

bestemmingsplan Transformatie locatie Schreven, Groesbeek

(vastgesteld)

45

bestemmingsplan Transformatie locatie Schreven, Groesbeek

Bijlagen bij de toelichting

46

(vastgesteld)

bestemmingsplan Transformatie locatie Schreven, Groesbeek

Bijlage 1

(vastgesteld)

Vooronderzoek Conventionele Explosieven

47

bestemmingsplan Transformatie locatie Schreven, Groesbeek

Bijlage 2

48

Actualiserend bodemonderzoek

(vastgesteld)

bestemmingsplan Transformatie locatie Schreven, Groesbeek

Bijlage 3

(vastgesteld)

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

49

bestemmingsplan Transformatie locatie Schreven, Groesbeek

Bijlage 4

50

Quickscan flora en fauna

(vastgesteld)

bestemmingsplan Transformatie locatie Schreven, Groesbeek

Bijlage 5

(vastgesteld)

Aanvullend ecologisch onderzoek

51

bestemmingsplan Transformatie locatie Schreven, Groesbeek

Bijlage 6

52

Stikstofberekening gebruiksfase

(vastgesteld)

bestemmingsplan Transformatie locatie Schreven, Groesbeek

Bijlage 7

(vastgesteld)

Stikstofdepositieonderzoek aanlegfase

53

bestemmingsplan Transformatie locatie Schreven, Groesbeek

Bijlage 8

54

Archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek

(vastgesteld)

bestemmingsplan Transformatie locatie Schreven, Groesbeek

Bijlage 9

(vastgesteld)

PvE proefsleuvenonderzoek

55

bestemmingsplan Transformatie locatie Schreven, Groesbeek

Regels

56

(vastgesteld)

bestemmingsplan Transformatie locatie Schreven, Groesbeek

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1

plan

het bestemmingsplan Transformatie locatie Schreven, Groesbeek met identificatienummer NL.IMRO.1945.BPSchreven-VSG1 van de gemeente Berg en Dal; 1.2

bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels; 1.3

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4

aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5

achtergevel

de gevel van het oorspronkelijke hoofdgebouw die (bij benadering) evenwijdig loopt aan de voorgevel en die niet als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt; 1.6

achtererfgebied

erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen; 1.7

achtergevelrooilijn

de lijn die gelijk loopt aan de achtergevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan; 1.8

afhankelijke woonruimte

de gevel van het oorspronkelijke hoofdgebouw die (bij benadering) evenwijdig loop aan de voorgevel en die niet als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt; 1.9

andere bouwwerken

bouwwerken geen hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken zijnde; 1.10

archeologische waarden

waarden die bestaan uit de aanwezigheid van een bodemarchief met sporen van vroegere menselijke bewoning en/of grondgebruik daarin, en als zodanig van wetenschappelijk belang zijn en het cultuurhistorisch erfgoed vertegenwoordigen; 1.11

archeologische verwachtingswaarden

gronden met verwachtingswaarden, die kunnen bestaan uit de aanwezigheid van een bodemarchief met sporen van vroegere menselijke bewoning en/of grondgebruik daarin, en als zodanig van wetenschappelijk belang kunnen zijn en het cultuurhistorisch erfgoed kunnen vertegenwoordigen; 1.12

bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;

(vastgesteld)

57

bestemmingsplan Transformatie locatie Schreven, Groesbeek 1.13

bed & breakfast

een niet-verkeersaantrekkende aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteit bestaande uit het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend recreatief nachtverblijf met ontbijt in een woning; 1.14

bedrijf

een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen; 1.15

begane grond

de onderste bouwlaag van een gebouw, niet zijnde een kelder; 1.16

bestaand

bij gebruik: aanwezig op het moment van de inwerkingtreding van dit plan en in overeenstemming met het bepaalde in de Woningwet of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tot stand gekomen;  bij bouwwerken: aanwezig op het moment van de inwerkingtreding van dit plan en in overeenstemming met het bepaalde in de Woningwet of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tot stand gekomen; 1.17 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.18

bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.19

bijbehorend bouwwerk

uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd op de grond staand gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.20

bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.21

bouwgrens

de grens van een bouwvlak; 1.22

bouwlaag

een gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd. Bij de bepaling van het aantal bouwlagen worden de ruimten in de kap (zolder) en de bouwlagen die onder de begane grond zijn gelegen (kelder e.d.) niet meegerekend; 1.23

bouwmassa

een complex van aaneen gebouwde bouwwerken; 1.24

bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.25

bouwperceelsgrens

een grens van een bouwperceel;

58

(vastgesteld)

bestemmingsplan Transformatie locatie Schreven, Groesbeek 1.26

bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.27

bouwwerk

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.28

detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit en waarbij een showroom en/of verkoopruimte ter plaatse aanwezig is; horeca-activiteiten zijn hieronder niet begrepen; 1.29

erf

al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover dit bestemmingsplan die inrichting niet verbiedt; 1.30

erfafscheiding

een bouwwerk dat dient ter gehele of gedeeltelijke omheining van een bouwperceel, bouwvlak of ander stuk grond; 1.31

erker

een hoekige of ronde uitbouw aan een gevel, ondergeschikt aan het hoofdgebouw in vorm en uitstraling; 1.32

gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.33

hoofdgebouw

een gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.34

niet-verkeersaantrekkende aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit

een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waarvan de activiteiten niet specifiek verkeersaantrekkend zijn, en die op kleine schaal in een woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie ter plaatse; 1.35

nutsvoorzieningen

gebouwde voorzieningen van openbaar nut ten behoeve van water, elektriciteit, gas e.d.; 1.36

ondergeschikte bouwdelen

ondergeschikte delen aan een gebouw zoals, trappen, bordessen, funderingen, kelderingangen, overstekende daken, goten, luifels, balkons, balkonhekken, schoorstenen, liftopbouwen, technische installaties en andere ondergeschikte (dak)opbouwen;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10014632/1