B23 Toelichting Bestemmingsplan Kalorama locatie Nieuwe Holleweg
Tekst van het document
Onderzoeksgebied met daarop het CE verdachte gebied rood gearceerd 5.12.3 Advies en conclusie Voorafgaande aan grondroerende werkzaamheden wordt opsporen en verwijderen van CE geadviseerd, minimaal tot aan de diepte waar grondroering gaat plaatsvinden. Hierbij wordt geadviseerd een veiligheidsmarge van 0,5 meter aan te houden. Als wordt besloten om onderzoek naar CE uit te voeren, kan als volgende stap in het proces OCE detectieonderzoek worden gedaan, de zogenaamde opsporingsfase CE-Bodemonderzoek. De opsporingsfase CE-Bodemonderzoek is in bijlage 6 van de rapportage beknopt omschreven. Opsporen van CE is alleen nodig op locaties waar daadwerkelijk grondroerende werkzaamheden in verdacht gebied worden uitgevoerd. In de praktijk betekent dit dat het volledige werkgebied waar grondroerende werkzaamheden moeten plaatsvinden onderzocht dient te worden. Er bestaan diverse mogelijkheden om een CE-bodemonderzoek uit te voeren. Dit onderzoek kan worden uitgevoerd voordat de geplande werkzaamheden van start gaan of gelijktijdig in combinatie
1 april 2021 | Bestemmingsplan ‘Kalorama locatie Nieuwe Holleweg’ | Buro Stedenbouw
53
met de reguliere werkzaamheden. Het is meestal verstandiger om een CE-bodemonderzoek vooraf te doen, om zo stagnatie tijdens de realisatiefase te voorkomen en de aannemer geen beperkingen meer heeft voor de uitvoering. Moeilijkheid is dat het opsporen van CE ter plaatse in bepaalde delen wordt bemoeilijkt, of in de huidige situatie zelfs onmogelijk is, door de (nog) aanwezige bebouwing begroeiing, bestrating, en reeds aanwezige infra. In verband met de gefaseerde uitvoering kan pas in de uitvoeringsfase bepaald worden welke detectiemethode het best toepasbaar is.
5.13 Milieueffectrapportage 5.13.1 Beoordelingskader Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. De wijziging van het Besluit m.e.r. volgt uit de implementatie van artikel 1, vierde lid, onder a en b, van Richtlijn 2014/52/EU van de Europese Unie. De artikelen 7.16 tot en met 7.20a van de Wet milieubeheer (Wm) zijn in de nieuwe wetgeving voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst van toepassing, waarbij het niet uitmaakt of het een activiteit betreft boven of onder de D-drempel. 5.13.2 Procedure In de gewijzigde Besluit m.e.r. is de procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling beschreven. Voor elke aanvraag, waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is, dienen de volgende stappen genomen te worden. 1. De initiatiefnemer stelt een aanmeldingsnotitie op. 2. Het bevoegd gezag neemt binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit. Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden. 3. De initiatiefnemer voegt het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag (Artikel 7.28 Wet milieubeheer). De aanmeldnotitie dient voor het starten van de hierboven beschreven procedure.
5.13.3 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Het besluit tot het vaststellen van een bestemmingsplan heeft betrekking op activiteiten die voorkomen op de D-lijst (D11.2: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen) uit het Besluit m.e.r. Voor deze activiteit zijn drempelwaarden opgenomen voor de omvang van het stedelijke ontwikkelingsproject. Deze drempelwaarden betreffen stedelijke ontwikkelingsprojecten met een omvang van: • • •
een oppervlakte van 100 hectare of meer; een aaneengesloten gebied dat 2.000 of meer woningen omvat; een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer.
De oppervlakte van onderhavig plangebied bedraagt circa 4 hectare en blijft hiermee onder de drempelwaarde van 100 hectare. Het plan maakt geen nieuwe bedrijfsbestemmingen mogelijk waardoor de drempelwaarde voor bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² ook niet wordt overschreden. Gezien het feit dat onderhavige ontwikkeling vervangende nieuwbouw betreft, wordt eveneens onder de drempelwaarde van 2.000 woningen gebleven. 5.13.4 Conclusie Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen activiteit onder de genoemde drempelwaarden voor stedelijke ontwikkelingsprojecten die voorkomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r. blijft. Om die 1 april 2021 | Bestemmingsplan ‘Kalorama locatie Nieuwe Holleweg’ | Buro Stedenbouw
54
reden kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Hiertoe heeft Buro Stedenbouw op 14 februari 2021 een aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling opgesteld. De aanmeldnotitie is als bijlage 22 bij de bijlagen bij de toelichting opgenomen. Op grond van genoemde aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling heeft het bevoegd gezag een positief m.e.r.-beoordelingsbesluit genomen. Het besluit is als bijlage 23 bij de bijlagen bij de toelichting opgenomen.
5.14 Conclusie milieu- en omgevingsaspecten Met inachtneming van hetgeen omschreven in dit hoofdstuk en de bijbehorende onderzoeksrapportages en resultaten uit eventuele vervolgonderzoeken, vormen de relevante milieuen omgevingsaspecten geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
1 april 2021 | Bestemmingsplan ‘Kalorama locatie Nieuwe Holleweg’ | Buro Stedenbouw
55
6 Toelichting op de regels 6.1 Inleiding In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op de bestaande situatie, het relevante beleid en de relevante milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het opstellen van het bestemmingsplan: de verbeelding (plankaart) en de regels. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de opzet van dit bestemmingsplan. Daarnaast worden de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels verantwoord. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom bepaalde bestemmingen zijn aangewezen en waarom bepaalde bebouwing acceptabel is. Het bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding. De regels en de verbeelding vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. De toelichting vormt de verantwoording voor de gemaakte keuzen voor de inrichting van het plangebied en de toekenning van de bestemmingen. Met het bestemmingsplan ‘Kalorama locatie Nieuwe Holleweg' wordt de beoogde vervangende nieuwbouw binnen het plangebied mogelijk gemaakt. Dit bestemmingsplan is mede gebaseerd op het bestemmingsplan 'Stuwwal en beschermd dorpsgezicht Ubbergen’ en opgesteld aan de hand van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen SVBP2012, zoals vastgelegd in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012.
De regels zijn voor zover nodig op hun beurt weer aangepast aan specifieke situaties in het plangebied. De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende hoofdstukken: • • • •
Hoofdstuk 1 Inleidende regels; Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3 Algemene regels; Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels.
6.2 Opzet regels In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De Standaard voor vergelijkbare bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012) is verplicht. De Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 maakt het mogelijk bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld. Vergelijkbare bestemmingsplannen leiden tot een betere dienstverlening en tot een effectievere en efficiëntere overheid. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. 6.2.1 Inleidende regels Hoofdstuk 1 bevat regels die gelden voor het gehele plangebied en bestaat uit: • •
artikel 1 Begrippen: In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen, voor een eenduidige interpretatie van deze begrippen. artikel 2 Wijze van meten: Dit artikel geeft onder meer bepalingen waar mag worden gebouwd en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden.
1 april 2021 | Bestemmingsplan ‘Kalorama locatie Nieuwe Holleweg’ | Buro Stedenbouw
56
6.2.2 Bestemmingsregels Hoofdstuk 2 bevat de juridische vertaling van de verschillende bestemmingen die voorkomen in het plangebied. Voor ieder gebied op de verbeelding is de bestemming aangegeven. Deze bestemmingen zijn in de regels onderverdeeld in onder meer: • • •
Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen; Afwijken van de gebruiks- en bouwregels: onder welke voorwaarde mag worden afgeweken van de aangegeven bestemmingen en bouwregels;
In paragraaf 6.3 worden de verschillende bestemmingen toegelicht en wordt ook per bestemming aangegeven waarom voor bepaalde gronden voor deze bestemming is gekozen. Daarnaast wordt, indien gekozen wordt af te wijken van de bestemming uit het geldende bestemmingsplan, aangeven waarom daarvoor is gekozen. 6.2.3 Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: •
•
•
artikel 8 Anti-dubbeltelregel: deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te kunnen voorkomen. Dit kan zich met name voordoen, indien een deel van een bouwperceel, dat reeds bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage was betrokken, wederom - nu ten behoeve van de berekening van het maximale bebouwingspercentage van een ander bouwperceel - wordt betrokken; artikel 9 Algemene bouwregels: in de algemene bouwregels zijn bepaalde, kleine overschrijdingen van bestemmingsvlakken en bouwregels beschreven die zonder afwijkingsprocedure toegestaan zijn. In het verleden waren voor zulke geringe overschrijdingen wel afwijkingsprocedures nodig. Maar in de praktijk bleken de in dit artikel opgesomde overschrijdingen altijd een omgevingsvergunning te krijgen. Daarom zijn ze in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakt 'bij wijze van recht'. Dat komt de helderheid vooraf ten goede en kan de proceduredruk verminderen; artikel 10 Algemene afwijkingsregels: op basis van de algemene afwijkingsregels kunnen Burgemeester en Wethouders omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van onderdelen van bestemmingsbepalingen, mocht dat in die bepalingen zelf niet geregeld zijn. Bedoeld worden onder meer geringe afwijkingen van bouw- of bestemmingsgrenzen.
6.2.4 Overgangs- en slotregels In hoofdstuk 4 staan de overgangs- en slotbepalingen. In artikel 11 is het overgangsrecht beschreven. Hierin wordt aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. De inhoud van deze regels is overgenomen uit de standaardregels uit het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In artikel 12 is de officiële benaming van dit bestemmingsplan opgenomen.
6.3 Nadere toelichting op de regels Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing opgericht mag worden. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar mogelijk worden gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is.
1 april 2021 | Bestemmingsplan ‘Kalorama locatie Nieuwe Holleweg’ | Buro Stedenbouw
57
Voorliggend bestemmingsplan maakt de realisatie van vervangende nieuwbouw binnen het plangebied mogelijk. De bestemmingen binnen het plangebied blijven hierdoor gehandhaafd. De regels uit het geldende bestemmingsplan zijn overgenomen en waar nodig specifiek gemaakt voor onderhavige situatie.
1 april 2021 | Bestemmingsplan ‘Kalorama locatie Nieuwe Holleweg’ | Buro Stedenbouw
58
7 Uitvoerbaarheid 7.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden de exploitatie van het plan en de eventueel daaruit voortvloeiende planschade besproken.
7.2 Financiële haalbaarheid De voorgenomen ontwikkeling wordt door de huidige eigenaar (Stichting Kalorama) geïnitieerd, gefinancierd en geëxploiteerd.
7.3 Kostenverhaal De kosten die gemaakt worden bij de uitvoering van de ontwikkeling en eventuele succesvolle planschadeclaims zijn voor rekening van de initiatiefnemer. De gemeente zal hiertoe een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer sluiten. De ontwikkeling heeft voor de gemeente geen negatieve financiële gevolgen.
1 april 2021 | Bestemmingsplan ‘Kalorama locatie Nieuwe Holleweg’ | Buro Stedenbouw
59
8 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 8.1 Inleiding De procedure voor vaststelling van een bestemmingsplan is geregeld in de Wet ruimtelijke ordening. Aangegeven is dat tussen de gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd, voordat een ontwerpbestemmingsplan ter visie kan worden gelegd. Bovendien is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing verklaard (zienswijzenprocedure).
8.2 Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een ruimtelijk plan daarbij overleg pleegt met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening en die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Ter uitvoering daarvan zijn de volgende instanties in de gelegenheid gesteld om te reageren op het plan: - Provincie Gelderland - Waterschap Rivierenland Dit ruimtelijke besluit wordt op het internet gepubliceerd. De werking van de Wet bescherming persoonsgegevens strekt zich niet uit tot gegevens over ondernemingen die behoren tot een rechtspersoon. Deze namen zijn daarom ook niet geanonimiseerd. Dit geldt ook voor personen die beroepsmatig betrokken zijn bij de procedure (namen van advocaten, gemachtigden e.d.). Door onderstaande instanties is een overlegreactie ingediend: - Provincie Gelderland - Waterschap Rivierenland De ingediende overlegreacties van bovengenoemde instanties zijn in het hiernavolgende samengevat en beantwoord. Vooropgesteld wordt dat overlegreacties of onderdelen daarvan die hierna niet of niet letterlijk zijn weergegeven wel degelijk bij de afweging betrokken zijn.
Overlegreactie Provincie Gelderland Samenvatting De provincie heeft aangegeven dat de provinciale belangen 'Natuurbeleid' en 'Stikstof en Natura 2000' bij onderhavige ontwikkeling een rol spelen. De provincie geeft aan in te kunnen stemmen met de herbegrenzing van het GNN volgens het als bijlage 19 bij de bijlagen bij de toelichting opgenomen compensatieplan, onder de voorwaarde dat de natuurcompensatielocaties een natuurbestemming krijgen. Ten aanzien van stikstof en Natura 2000 geeft de provincie aan dat in de toelichting wordt aangegeven dat er een AERIUS-berekening is uitgevoerd maar dat deze niet als bijlage is toegevoegd. Verwerking De natuurcompensatielocaties zijn ondertussen bestemd als 'Natuur'. In aanvulling op het GNN compensatieplan is op verzoek van de provincie aanvullend een beplantingsplan opgesteld en akkoord bevonden. Het beplantingsplan is als bijlage 20 bij de bijlagen bij de toelichting opgenomen. De AERIUS-berekening is als bijlage 13 bij de bijlagen bij de toelichting opgenomen. Het wettelijk vooroverleg is daarmee afgerond. De overlegreactie van de Provincie Gelderland is als bijlage 24 bij de bijlagen bij de toelichting opgenomen.
1 april 2021 | Bestemmingsplan ‘Kalorama locatie Nieuwe Holleweg’ | Buro Stedenbouw
60
Overlegreactie Waterschap Rivierenland Samenvatting Waterschap Rivierenland heeft laten weten dat onderhavig plan conform de eisen van het waterschap is en dat er geen watervergunning (of melding van water-gerelateerde werkzaamheden) vereist is. Het waterschap geeft aan dat het ontwerp nadrukkelijker aan dient te sluiten bij de kernpunten van Deltaprogramma ruimtelijke adaptatie (DPRA). Verzocht wordt een alinea toe te voegen die de thema's hitte, droogte, wateroverlast en overstromingen behandelt. Verwerking In de waterparagraaf (toelichting paragraaf 5.7) is het beleid van het DPRA omschreven en is een alinea over klimaatbestendig en waterrobuust ontwikkelen toegevoegd. Voornoemde thema's worden in de betreffende paragraaf behandelend. Het wettelijk vooroverleg is daarmee afgerond. De overlegreactie van Waterschap Rivierenland is als bijlage 25 bij de bijlagen bij de toelichting opgenomen.
8.3 Zienswijzenprocedure Het ontwerp van dit bestemmingsplan heeft op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening en afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van 4 november 2020 tot en met 15 december 2020 gedurende zes weken voor iedereen ter inzage gelegen en het is tegelijkertijd elektronisch beschikbaar gesteld via de gemeentelijke website (www.bergendal.nl) en de landelijke website (www.ruimtelijkeplannen.nl). Voorafgaand is hiervan mededeling gedaan in de Staatscourant, het plaatselijke blad en op de gemeentelijke website. Gedurende deze periode is één zienswijze namens zes omwonenden kenbaar gemaakt. Het eindverslag van deze zienswijzenprocedure maakt onderdeel uit van het besluit tot vaststelling van dit ruimtelijke plan. De zienswijzennota is als bijlage 26 bij de bijlagen bij de toelichting opgenomen.
1 april 2021 | Bestemmingsplan ‘Kalorama locatie Nieuwe Holleweg’ | Buro Stedenbouw
61