4. Vizier - Onderzoeksrapport Welzijn LHBTIQA
Tekst van het document
We hadden bijvoorbeeld ook naar gemeentelijk niveau kunnen kijken, maar slechts van enkele gemeenten hebben we voldoende informatie om betrouwbare uitspraken te kunnen doen. Aan het einde van dit hoofdstuk presenteren we wel een algehele indicatie op gemeenteniveau. Deze is vooral bedoeld om regionale verschillen beter te begrijpen, en niet om individuele gemeenten te rangschikken of te vergelijken. Ook is het, gezien de aantallen respondenten, niet verantwoord om bijvoorbeeld scherp te stellen op de transgender, interseksuele en nonbinaire respondenten per regio. Ten tweede kijken we naar de mate waarin het welzijn van LHBTIQA+ inwoners verschilt op grond van stedelijkheid. In 2019 is dit gedaan door de mate van stedelijkheid per gemeente als uitgangspunt te nemen. Dit zullen we hier niet doen, omdat binnen de gemeentegrenzen vaak een combinatie van steden, kernen, en buitengebied te vinden is. Een gemeentelijke maat versluiert cruciale verschillen. We hebben in dit onderzoek gevraagd naar de leefomgeving waarin mensen wonen, en kunnen daardoor een betekenisvoller onderscheid maken tussen inwoners van stedelijke centra, stedelijke buitenwijken, dorpen en buitengebieden.
8.2 ACCEPTATIE
De uitsplitsing naar de stedelijkheid van de woonomgeving laat een zeer consistent patroon zijn, wat geïllustreerd wordt door de geselecteerd uitkomsten in Figuur 8.1 hieronder: naarmate de stedelijkheid afneemt neemt ook de (zelf)acceptatie en openheid af, met belangrijke uitzondering dat juist in het buitengebied de (zelf) acceptatie en openheid iets hoger is. Een mogelijke verklaring hiervoor kan de relatief lage sociale controle in het buitengebied zijn, zeker in vergelijking tot bijvoorbeeld dorpen. De cijfers over slachtofferschap in Sectie 8.3 suggereren echter ook dat de perceptie van acceptatie mogelijk verschilt tussen de gebieden. Non-binaire persoon (43): Als ik kijk naar de kleine dorpen waar ik vandaan kom, dan heb ik het voornamelijk gemist in mijn jeugd dat er voorbeelden waren, dat er mensen waren die dezelfde weg als ik hadden afgelegd. En eigenlijk heb ik hetzelfde gedaan: ik heb na mijn coming-out als lesbiënne het dorp verlaten voor de stad omdat ik op zoek ging naar erkenning, en mensen die hetzelfde waren. Maar voor de jeugd zou het eigenlijk heel erg fijn zijn als er zichtbaar diversiteit is in gemeenten en dorpen. En ik denk niet dat er ten opzichte van twintig jaar geleden veel veranderd is.
40
Voor het overzicht van COROP-regio’s en de indeling van gemeenten binnen COROP, zie Hoofdstuk 1, Tabel 1.1.
Welzijnsonderzoek LHBTIQA+ Gelderland en Overijssel
73
Figuur 8.1: Acceptatie uitgesplitst naar stedelijkheid
Zelfacceptatie (0-9) Buitengebied Dorp
Openheid (0-9)
Stad buitenwijk Stad centrum Acceptie ouders, broers/zussen en familie (0-9)
0
1,5
3
4,5
6
7,5
9
De COROP-regio’s tonen minder onderscheid dan de stedelijkheid. Met andere woorden: de directe leefomgeving lijkt van meer belang dan de regio waarin men woont. Ondank deze beperkte verschillen – omgezet naar een acceptatiebarometer variëren de regio’s tussen 82% en 85% – zien we wel een helder patroon in de mate van (zelf)acceptatie en openheid. In de Figuur 8.2 hieronder zijn deze samengebracht in één index lopend van 0 tot en met 9. De regio’s Noord-Overijssel, Veluwe en Zuidwest Gelderland (lichtgroen) tonen wat lagere acceptatie dan Arnhem/Nijmegen, de Achterhoek en Twente (donkergroen). Zuid-West Overijssel zit daar precies tussenin. Figuur 8.2: ervaren acceptatie, zelfacceptatie en openheid, uitgesplitst naar COROP-regio Hoe donkerder, hoe meer acceptatie
74
41
Zie Hoofdstuk 3, Tabel 3.1: op straat, in horeca, winkel, thuis, ov, werk of school, sport, gebedshuis, lhbt-gemeenschap.
Welzijnsonderzoek LHBTIQA+ Gelderland en Overijssel
8.3 (ON)VEILIGHEID NAAR STEDELIJKHEID
Om de ervaren onveiligheid per leefomgeving in kaart te brengen hebben we alle negen situaties uit de veiligheidsvragen samengenomen en gekeken voor hoeveel van de negen de gemiddelde respondent antwoord zich soms tot vaak onveilig te voelen. Bij een score 0 voelt geen enkele respondent zich ergens soms/ vaak onveilig; bij 9 voelen alle respondenten zich op al deze plekken soms/vaak onveilig. Deze scores staan vermeld in Figuur 8.3, en liggen voor alle vier de leefomgevingen gemiddeld tussen de 1 en de 2. Voor onveiligheid zien we het gespiegelde patroon van acceptatie: naarmate de stedelijkheid afneemt neemt de ervaren onveiligheid toe, maar in het buitengebied lijkt de veiligheid relatief hoog. Kijken we echter naar Figuur 8.4, waarin respondenten melden hoe vaak ze te maken hebben met onaccepterend gedrag, dan ligt het buitengebied veel dichter bij dorpen dan de stedelijke woonomgevingen, en wordt er meer onaccepterend gedrag gemeld. Homoman (41): Ik woon in het buitengebied, op een boerderij, waar ik ook opgegroeid ben. Laat mij maar lekker hier in de rimboe zitten. Hier in de omgeving voel ik me veiliger dan in een grote stad als Amsterdam, waar ik ook gewoond heb. Hier durf ik hand in hand te lopen met mijn partner. Het meest opvallend is wellicht de relatief hoge score van ‘afdoen als moeilijkdoenerij’.
Dit is een indicatie dat negatief gedrag in het buitengebied mogelijk meer als ‘normaal’ wordt ervaren, en men ook verwacht dat LHBTIQA+ zich aanpassen aan de norm. Het buitengebied wordt relatief weinig onderzocht waar het LHBTIQA+welzijn betreft omdat de doelgroep talrijk is in stedelijke gebieden. Deze resultaten suggereren dan meer onderzoek naar de dynamiek in het buitengebied op haar plaats is. Figuur 8.3: Onveiligheidsgevoelens, uitgesplitst naar stedelijkheid
Stad centrum
Stad buitenwijk
Dorp
Buitengebied 0
1
2
3
4
5
Welzijnsonderzoek LHBTIQA+ Gelderland en Overijssel
6
7
8
9
75
Figuur 8.4: Mate van slachtofferschap, uitgesplitst naar stedelijkheid Prevalentie slachtofferschap: regelmatig+vaak (0-100%) 25
20
15
10
5
0
Afkeurende blikken Afdoen als moeilijkdoenerij
Onderwerp van roddels en praatjes
Ongelijke behandeling
Uitgescholden, uitgelachen of gepest
Buitengesloten of vermeden
Buitengebied
Dorp
Cyberpesten via sociale media
Bedreiging
Stad buitenwijk
Cyberpesten via dating app
Cyberpesten via mail
Seksuele mishandeling
Lichamelijke mishandeling
Bekladding, vernieling van eigendommen
Stad centrum
De ervaren onveiligheid per COROP-regio varieert tussen 1,46 en 2,18; deze variatie is dus groter dan die gevonden voor stedelijkheid. In Figuur 8.5 geven we de verschillen grafisch weer, waarbij een donkerder roodschakering meer ervaren onveiligheid aanduidt. Het patroon is op hoofdlijnen vergelijkbaar met dat voor acceptatie: in het noorden/westen gaat het minder goed dan in het zuiden en oosten. Een vergelijkbare conclusie kan getrokken worden voor slachtofferschap, afgebeeld in Figuur 8.6. De twee kaarten tezamen bevestigen het patroon dat we al zagen bij acceptatie, maar brengen ook een verdere nuancering aan. De Achterhoek toont in deze beide kaartjes iets minder veiligheid, en de regio Zuidwest Gelderland scoort op veiligheid én ervaren slachtofferschap het hoogst. Figuur 8.5 (links) is ervaren veiligheid Figuur 8.6 (rechts) prevalentie onaccepterend gedrag Hoe donkerder, hoe meer onveiligheid/onaccepterend gedrag
Welzijnsonderzoek LHBTIQA+ Gelderland en Overijssel
76
8.4 SPORT
In Hoofdstuk 4 beschreven we dat een LHBTIQA+ identiteit een barrière kan vormen om een bepaalde sport te (blijven) beoefenen. In de figuur hieronder hebben we de antwoorden over sport mijden en ermee stoppen, eerder gerapporteerd in Tabel 4.4, opgesplitst naar stedelijkheid van de leefomgeving. Antwoorden op deze vraag zijn waarschijnlijk sterk verweven met het aanbod van bepaalde sporten en bijvoorbeeld LHBTIQA+ sportgroepen. Desalniettemin suggereren deze cijfers dat vooral sporters in dorpen vaker gekoppeld aan hun genderidentiteit of seksuele voorkeur sporten mijden of er mee gestopt zijn. De populariteit van grote teamsporten, zoals bijvoorbeeld voetbal, in niet-stedelijke gebieden in combinatie met het relatief weinig accepterende klimaat binnen voetbal kan hiervoor een verklaring bieden. Figuur 8.7: Sportkeuzes uitgesplitst naar stedelijkheid 35 30 25
Sporten gemeden (% ja)
20
Met een sport gestopt (% ja)
15
Sport buiten gemeente (% ja)
10 5 0
Buitengebied
Dorp
Stad buitenwijk
Stad centrum
Focussen we vervolgens op de ervaringen binnen sportorganisaties, dan zien we enkele belangrijke verschillen naar stedelijkheid. Zo rapporteren maar weinig respondenten dat er speciale faciliteiten zijn voor LHBTIQA+ sporters, maar in het buitengebied is dat extreem laag. Daarnaast zien we voor het ‘jezelf kunnen zijn’ en de ruimte om transgender, intersekse, non-binair of queer zijn dat de situatie minder accepterend wordt naarmate de stedelijkheid afneemt. Figuur 8.8: Acceptatie in sportomgeving uitgesplitst naar stedelijkheid 100 90 80 70 60 50 40 30 20 10 0
Buitengebied Dorp Stad buitenwijk Stad centrum Ruimte om LHBAP te zijn (% eens)
Ruimte of TIQ te zijn (% eens)
Kan ik mezelf zijn (% eens)
Kan ik bij iemand terecht als ik me niet geaccepteerd voel (% eens)
Biedt faciliteiten voor LHBTI+
Gezien het beperkte aantal respondenten dat sport en de hoge percentages ‘weet niet’ moeten resultaten uitgesplitst naar COROP-regio voorzichtig behandeld worden (en geven we deze niet uitgebreid weer). Wat wel opvalt is dat de regio Zuidwest-Gelderland op de meest eenduidige indicator ‘ruimte om LHBAP te zijn’ en ‘mezelf kunnen zijn’ beduidend lagere acceptatie laat zien dan de andere regio’s.
Welzijnsonderzoek LHBTIQA+ Gelderland en Overijssel
77
8.5 RELIGIE
Voor het onderwerp religie is een uitsplitsing naar stedelijkheid of COROP-gebied precairder dan voor de onderwerpen in de vorige secties, omdat een groot deel van de respondenten niet gelovig is. Het weergeven uitgesplitste cijfers zoals hierboven leidt makkelijker tot overinterpretatie op basis van te kleine aantallen. Valt er dan helemaal niets te zeggen met betrekking tot regionale verschillen en de relatie tussen religie en acceptatie? Zoals de volgende sectie toont zijn er wel patronen die samenhangen met religie en ook als we naar de grotere patronen kijken wat betreft de COROP-regio’s en stedelijkheid, dan zijn er twee opvallendheden die leiden tot aanvullende suggesties ten opzichte van het bovenstaande. Ten eerste rapporteren LHBTIQA+ christenen in het buitengebied opvallend minder onveiligheid en meer acceptatie in de geloofsgemeenschap en gebedshuizen. Een verklaring hiervoor is het lage aantal LHBTIQA+ christenen dat woont in het buitengebied, hetgeen kan leiden tot minder representatieve cijfers. Waarschijnlijk is er deels sprake van ‘survival bias’, waarbij LHBTIQA+ christenen die zich minder prettig en meer onveilig voelden naar de meer stedelijke gebieden getrokken zijn. Maar de hogere acceptatie en lagere onveiligheid past ook in het patroon dat we in sectie 8.2 en 8.3 al zagen op het gebied van acceptatie en veiligheid.
Dit bevestigt dat meer onderzoek specifiek naar het welzijn van LHBTIQA+'ers in het buitengebied belangrijke nieuwe inzichten kan opleveren. Ten tweede valt het op dat twee COROP-gebieden structureel lagere acceptatie en meer onveiligheid rapporteren onder LHBTIQA+ christenen, dan de andere COROP-regio’s. In Noord-Overijssel zeggen meer LHBTIQA+ christenen zich soms tot vaak onveilig te voelen in een gebedshuis dan dat dat er zelden of nooit antwoorden. Ook in Twente wordt relatief veel onveiligheid gerapporteerd onder LHBTIQA+ christenen. Beide regio’s rapporteren ook een relatief lage acceptatie door medegelovigen en religieuze leiders en weinig positieve aandacht van religieuze leiders.
8.6 GEMEENTEBELEID
In Hoofdstuk 6 schetste we al van welke gemeentes het al dan niet zijn van een regenbooggemeente bekend was. Bovendien bleek uit dat hoofdstuk een zeer brede en breedgedragen behoeften aan tal van beleidsmaatregelen. Splitsen we deze behoefte uit naar stedelijkheid dan zien we, met enige variatie, juist een hoge behoefte in dorpen en ook het buitengebied. De behoefte aan voorlichting, aandacht voor LHBTIQA+ binnen sportverenigingen, veilige cruisegebieden (homo-ontmoetingsplaatsen), evenementen ten behoeve van zichtbaarheid en acceptatie, het uitdragen van het zijn van een regenbooggemeente (of -provincie), en genderneutrale toiletten is het grootst in dorpen en buitengebieden. Ook al trekken stedelijke gebieden juist mensen uit de LHBTIQA+ gemeenschap vaak meer aan, de bijna 400 LHBTIQA+ respondenten die in dorpen en buitengebieden van Gelderland en Overijssel wonen, in dit onderzoek alleen al, geven een duidelijk signaal af. Zij voelen zich regelmatig over het hoofd gezien, aangezien de focus van emancipatiebeleid tamelijk sterk op de steden is gericht. Voor alle duidelijkheid, het betreft hier dus óók de inwoners van dorpen en buitengebieden die binnen de grenzen van stedelijke (regenboog)gemeentes vallen.
Welzijnsonderzoek LHBTIQA+ Gelderland en Overijssel
78
Tabel 8.9: Behoefte aan gemeentebeleid uitgesplitst naar stedelijkheid Mijn gemeente moet (veel) meer aandacht besteden aan…. %%
Stad(centrum) (N=375)
Stad(buitenwijk) (N=445)
Dorp (N=290)
Buitengebied (N=97)
a. Voorlichting geven over LHBTI+, gelijke kansen en acceptatie
65,1
63,6
75,9
68,4
b. Bijstand en advies over pesten, uitsluiten en discriminatie
67,9
61,5
73,1
67,1
c. Aandacht voor LHBTI+ in het onderwijs
76,1
70,8
78,5
70,4
d. Aandacht voor LHBTI+ bij zorginstellingen
74,2
67,4
71,9
65,2
e. Aandacht voor LHBTI+ bij sportverenigingen
65,6
64,7
70,4
67,1
f. Faciliteert veilige cruise gebieden
36,2
34,9
39,7
43,8
g. Evenementen ten behoeve de zichtbaarheid en acceptatie van LHBTI+ organiseren
58,3
56,7
64,3
62,1
h. Uitdragen van de regenboogprovincie of -gemeente
60,2
58,5
73,1
64,1
i. Genderneutrale toiletten in het gemeentehuis en openbare ruimte
39,4
53,0
55,7
53,7
Een exacte uitsplitsing van behoefte per gemeente is voor het gros van de gemeenten in onze data vanwege de responsaantallen niet mogelijk. Een uitsplitsing naar COROP-gebieden is daarnaast minder zinvol omdat het de gemeenten zijn die het beleid voeren. Om toch een indicatie van gemeentelijk verschillen te geven hebben we een index gemaakt op basis van de gerapporteerde openheid, acceptatie in de buurt/wijk en dorp/stad en in de winkels, op straat en bij mensen zelf of ander thuis (allen binnen de gemeente). Door per respondent meerdere meetpunten te combineren worden de metingen wat betrouwbaarder. Desalniettemin moeten we voorzichtig zijn met het interpreteren van deze cijfers omdat voor sommige gemeenten de cijfers gebaseerd zijn op slechts enkele respondenten, voor menig gemeente op een tiental of twintigtal en voor enkel op echt grotere aantallen (zie Bijlage 3). Tegen die achtergrond rapporteren we in figuur 8.10 dan ook geen exacte cijfers, maar een kaart met kleuren lopend van paars (minste acceptatie en veiligheid) tot donkergroen (meeste acceptatie en onveiligheid). Alleen gemeenten met tien of meer respondenten worden ingekleurd, de rest heeft een stip gekregen. Bovendien trekken we enkel conclusies over de bredere patronen en doen we geen uitspraken over de afzonderlijke gemeenten – iets wat we ook van de lezer vragen.
Wel kunnen opvallende uitzonderingen reden zijn voor diepgaander onderzoek, zoals we hieronder ook suggereren. Met andere woorden, de onderstaande kaart is meer bedoeld als startpunt voor een gesprek binnen gemeenten dan als oordeel.
Welzijnsonderzoek LHBTIQA+ Gelderland en Overijssel
79
Als we naar de kaart als geheel kijken, dan kunnen we stellen dat: • in de stedelijke gemeenten meer veiligheid en acceptatie wordt gerapporteerd; • de acceptatie en veiligheid in de noordwestelijke grensgemeenten over het algemeen lager is; • in de meer zuidoostelijke gemeenten veelal hogere acceptatie en veiligheid wordt gerapporteerd, dit betreft de regio’s Arnhem-Nijmegen, maar ook de Achterhoek en Twente; • er enkele gemeenten (met minimaal 10 respondenten) afwijken van bovenstaand patroon: - Harderwijk en Ermelo tonen relatief hoge gerapporteerde acceptatie en veiligheid - Almelo toont relatief lage acceptatie en veiligheid (de cijfers zitten op de rand van rood en oranje) Figuur 8.10: ervaren verandering naar stedelijkheid
80
Welzijnsonderzoek LHBTIQA+ Gelderland en Overijssel
8.7 ONTWIKKELINGEN
In de figuur hieronder hebben we alle vragen rond de ontwikkeling in de afgelopen 2 jaar naar perceptie van de respondenten naast elkaar gezet, en uitgesplitst naar stedelijkheid. Wellicht dat de belangrijkste conclusie is dat er niet een volledig eenduidig patroon te zien is. Wel zijn enkele deelobservaties mogelijk: • De algemene vooruitgang rond seksuele voorkeur (eerste item) is vrij gelijkelijk verdeeld naar stedelijkheid. • Wat betreft de omgang met transgender, non-binaire, intersekse en queer personen, nemen mensen die in stadcentra wonen een sterkere positieve ontwikkeling waar. Dit zien zij zowel in het algemeen als in de geloofsgemeenschappen en ook op sportscholen. De toenemende acceptatie van mensen die niet aan de strikte normen rond genderidentiteit voldoen lijkt daarmee door ontwikkelingen in steden getrokken te worden. • Bespreekbaarheid van seksuele diversiteit en genderidentiteit binnen de geloofsgemeenschappen is meer toegenomen naarmate de stedelijkheid afneemt. Hier kan sprake zijn van een ‘inhaalslag’, die laat zien dat dit al wat meer bespreekbaar was in de meer stedelijke geloofsgemeenschappen. • Het gevoel van veiligheid in eigen stad of dorp is bijna overal minder geworden, behalve in de dorpen; in dorpen is de ervaren veiligheid in de eigen wijk of buurt het meest gestegen.
Figuur 8.11: Alle ontwikkelingsvragen voor acceptatie, uitgesplitst naar stedelijkheid Ontwikkeling in afgelopen 2 jaar (positief = meer acceptatie, veiligheid of bespreekbaarheid) 35 30 25
Buitengebied
20
Dorp
15
Stad buitenwijk
10
Stad centrum
5 0 -5 -10 -15 Omgang met TIQ achtergrond door omgeving Omgang met LHBAP achtergrond door omgeving
Veiligheid in buurt/wijk
Veiligheid in stad/dorp
Omgang LHBAP in sport
Mate van ongewenst gedrag meemaken
Welzijnsonderzoek LHBTIQA+ Gelderland en Overijssel
Omgang LHBAP in geloofsgemeenschap
Omgang TIQ in sport
bespreekbaarheid LHBAP in geloofsgemeenschap
Omgang TIQ in geloofsgemeenschap
Bespreekbaarheid TIQ in geloofsgemeenschap
81
Ten slotte zien we, met een enkele uitzondering, dat in de gemiddelde ervaring van LHBTIQA+ inwoners de situatie is verbeterd; ofwel: meer respondenten ervaren een vooruitgang dan dat er respondenten zijn die een achteruitgang ervaren. Figuur 8.12 toont met behulp van kleurgradaties de mate van ervaren vooruitgang (of achteruitgang) per COROP-regio. De regio’s Arnhem-Nijmegen en Zuidwest-Overijssel tonen de sterkste ervaren toename op beide vlakken. Let wel: de toename is in alle regio’s met uitzondering van Arnhem-Nijmegen sterker voor seksuele voorkeur dan voor genderidentiteit. Ten slotte rapporteren in Zuidwest-Gelderland meer mensen een achteruitgang voor transgender, non-binaire, intersekse en queer inwoners dan een vooruitgang. Figuur 8.12: mate van ervaren ontwikkeling in afgelopen twee jaar, uitgesplitst per COROP-regio links: ontwikkeling in omgang met seksuele voorkeur (LHBAP); rechts: ontwikkeling in omgang met genderidentiteit (TIQ)
82
Welzijnsonderzoek LHBTIQA+ Gelderland en Overijssel
Hoofdstuk 9
AANBEVELINGEN
83
Welzijnsonderzoek LHBTIQA+ Gelderland en Overijssel
9.1 AANBEVELINGEN VOOR VERDER ONDERZOEK
Naar aanleiding van dit onderzoek zien wij diverse aanknopingspunten voor vervolgonderzoek: Respondenten: meer subgroepen Voor dit onderzoek hebben we al meer gefocust op het werven van diverse subgroepen dan in 2019. Hoewel ook wij uit oogpunt van betrouwbaarheid sommige subgroepen niet altijd apart konden bespreken, blijkt uit de voorgaande hoofdstukken al duidelijk dat een aantal van deze groepen in acceptatie achterblijft. Het zou zeer interessant en waardevol zijn om op diverse deelonderwerpen verder onderzoek te kunnen doen in specifieke subgroepen. We denken dan met name aan aseksualiteit, panseksualiteit en queer voor seksuele voorkeur en intersekse en non-binariteit voor genderidentiteit. Onveiligheid en genderidentiteit Volgens onze data zijn transgender en non-binaire personen veel vaker dan cisgender personen slachtoffer van lichamelijk en seksueel geweld. Meer onderzoek naar de mechanismes die hierachter schuilgaan en het vergroten van meldingsbereidheid en weerbaarheid is wenselijk. Ook zou het waardevol zijn om in kaart te brengen waaraan behoefte is bij transgender en non-binaire respondenten om hun veiligheid te vergroten. Religie In het hoofdstuk over LHBTIQA+ en geloof bespreken we nu vooral het christendom.
We konden inzoomen op de groep christelijke LHBTIQA+'ers op tamelijk unieke wijze, doordat we voldoende christelijke LHBTIQA+'ers in ons onderzoek hebben geïncludeerd. Voor andere grote religies in Nederland, zoals islam en jodendom, lukte dit helaas niet door het beperkte aantal respondenten. Het zou waardevol zijn om te kijken hoe de LHBTIQA+ acceptatie in deze religies ervoor staat. Het buitengebied In hoofdstuk 8 werd duidelijk dat er met name in het buitengebied meer acceptatie en veiligheid wordt ervaren dan in de dorpen of steden daaromheen. Omdat de LHBTIQA+ gemeenschap zich van oudsher concentreert in de steden, is naar m.n. het buitengebied nog weinig onderzoek gedaan. Welke mechanismes zorgen ervoor dat LHBTIQA+'ers zich in het buitengebied juist relatief veilig voelen?
Welzijnsonderzoek LHBTIQA+ Gelderland en Overijssel
84
9.2 AANBEVELINGEN VOOR BELEID Acceptatie en (on)veiligheid
In het hoofdstuk over acceptatie zien we vooral dat er grote verschillen zijn tussen de diverse groepen. Hoe meer normafwijkend een groep is, hoe minder acceptatie zij ervaren. Het hoofdstuk over onveiligheid maakt duidelijk dat het onveiligheidsgevoel in de openbare ruimte sterk is. Qua ervaren incidenten valt vooral op dat ook relatief zware vergrijpen (bedreiging, geweld) nauwelijks gemeld worden bij instanties. Beleidsaanbevelingen zijn hierbij: • Zorg voor meer bekendheid van m.n. panseksualiteit/queer, aseksualiteit en transgender zijn/non-binariteit. Geef de veelheid van mogelijkheden in seksualiteit en genderidentiteit weer in voorlichting en publieksuitingen. Let erop dat uitingen gericht op de LHBTIQA+ gemeenschap alle leden van deze gemeenschap vertegenwoordigen. • Houd daarbij in het oog dat er mogelijk meer negatieve reacties ontstaan als gevolg van deze voorlichting en uitingen, en bied individuen die dit ervaren voldoende steun. Spreek je ook publiekelijk uit tegen negatieve reacties. • Betrek ook de dorpen en het buitengebied in de aanpak. In hoofdstuk 8 werd duidelijk dat zij minder acceptatie en meer onveiligheid ervaren dan inwoners van steden. Zij vragen om meer zichtbaarheid van LHBTIQA+ in hun gemeenschappen. • Maak ruimte voor een gerichte wijkaanpak.
In de openbare ruimte, en met name de categorieën buurt/wijk en stad/dorp werd relatief de minste algemene acceptatie ervaren. Bovendien zien we dat LHBTIQA+'ers zich normbevestigend gaan gedragen en zich zo verbergen. Een gerichte wijkaanpak, waarbij LHBTIQA+'ers inwoners direct betrokken worden en input leveren, kan hier wellicht op kleine schaal al verandering in brengen. • Pak het onveiligheidsgevoel in de publieke ruimte aan. Het onveiligheidsgevoel is hoog en LHBTIQA+'ers geven aan zich op straat onzichtbaar te maken. Met name op straat en tijdens uitgaan zou meer toezicht, maar ook een duidelijkere normstelling dat intimidatie en pestgedrag niet kunnen, effect kunnen sorteren. Daarnaast zouden ook weerbaarheidstraining voor (potentiële) slachtoffers en een omstander-aanpak mogelijkheden kunnen zijn om te verkennen. • Ondersteun LHBTIQA+'ers die onveiligheid ervaren. Het is belangrijk om te herkennen dat 1 incident lang gevolgen kan hebben voor gedrag van een LHBTIQA+ persoon: mensen stoppen met hand-in-hand lopen of hun genderidentiteit zichtbaar maken. Het is belangrijk dat, als mensen zich melden, zij in hun melding serieus worden genomen en de benodigde ondersteuning krijgen. • Maak specifiek beleid op subgroepen.
LHBTIQA+'ers die zeggen dat ze de afgelopen 2 jaar discriminatie hebben meegemaakt, behoren relatief vaak tot een van de kleinere subgroepen (panseksueel, transgender, non-binair). Dit kan voor het beleid twee gevolgen hebben: ten eerste proberen om deze subgroepen specifiek beter in beeld te krijgen om te zien wat zij nodig hebben, ten tweede om deze kleinere subgroepen zichtbaarder te maken via voorlichting. • Pak (seksueel) geweld gericht aan. De overgrote meerderheid van respondenten die seksueel of lichamelijk geweld heeft meegemaakt, behoort tot een specifieke subgroep: de transgender/non-binair/queer groep en de aseksuelen. Meer aandacht voor hun situatie is gewenst en meer onderzoek is nodig om te begrijpen waardoor dit komt. Hier ligt mogelijk ook een taak voor bijvoorbeeld GGD-poli’s seksuele gezondheid en het Centrum Seksueel Geweld. • Maak meldinstanties herkenbaar en zorg voor goed getrainde medewerkers. Een deel van de respondenten die ongewenst gedrag niet meldt, geeft aan het vertrouwen in instanties verloren te hebben, soms door negatieve ervaringen uit het verleden. Het is daarom belangrijk om BOA’s en politiemedewerkers te trainen, zodat zij beter begrijpen met welke problemen LHBTIQA+’ers zich geconfronteerd zien. Daarnaast is het een optie om Roze in Blauw versterken, zodat de gemeenschap zich beter gerepresenteerd voelt. • Maak gebruik van veilige havens.
Mensen voelen zich gemiddeld het meest veilig in het eigen huis en binnen de LHBTI+-beweging. Opvallend genoeg wordt ook ongewenst gedrag op sociale media relatief weinig genoemd. Sociale media zou daarmee ingezet kunnen worden om bijvoorbeeld jongeren or gemarginaliseerde groepen te bereiken. De meldingsbereid zou langs deze routes ook verhoogd kunnen worden, maar dan moeten instanties wel responsief zijn.
Welzijnsonderzoek LHBTIQA+ Gelderland en Overijssel
85
Sport In het hoofdstuk over sport viel het op dat er volgens alle respondenten relatief weinig aandacht is voor LHBTIQA+ in de sportomgeving. Met relatief eenvoudige aanpassingen kan er al veel meer acceptatie ontstaan. • Zorg voor genderneutrale en eenpersoons kleedkamers, wc’s en douches. Er is grote behoefte aan eenpersoons (genderneutrale) voorzieningen, zeker in sportscholen en andere plekken waar men individueel sport. Deze kunnen vaak relatief eenvoudig gerealiseerd worden en kunnen een drempel wegnemen voor met name transgender/non-binaire personen om te gaan sporten. • Zorg voor veiligheid en bespreekbaarheid in de sportvereniging. Met name in teamsporten is het zeer persoons- en teamafhankelijk of een LHBTIQA+’er zich geaccepteerd voelt. Een veilige omgeving zorgt ervoor dat iemand blijft sporten, een onveilige omgeving dat iemand de sport verlaat. Aankaarten gebeurt zelden: mensen weten niet bij wie ze moeten zijn. Wees alert op signalen van onveiligheid en instrueer trainers van teams over groepsgedrag en een veilig sportklimaat. • Wees proactief als sportbestuur. Het is belangrijk voor bestuurders van sportverenigingen om een veilig sportklimaat voor iedereen te creëren, en niet te wachten tot er iemand met een klacht meldt: die worden niet gemeld of het is onbekend bij wie dat moet.
Dit kan door middel van campagnes, werken met voorbeeldsporters uit de gemeenschap en een vertrouwenspersoon bij ongewenst gedrag. • Besteed aandacht aan de LHBTIQA+ beweging op een positieve manier: met posters, regenboogvlaggen of een themafeest. Religie Met betrekking tot religie bestaat een spanningsveld tussen religie en overheid (wie is waarvoor verantwoordelijk), dat ervoor zorgt dat overheden terughoudend zijn bij het zich mengen in religieuze zaken. Tegelijkertijd zien we dat een deel van de christelijke LHBTIQA+’ers vraagt van hun gemeente om er óók voor hen te zijn. • Houd de dialoog tussen de christelijke gemeenschappen en de gemeente gaande. Volgens de gelovigen zelf is er een positieve beweging te zien in de acceptatie of in ieder geval de bespreekbaarheid van LHBTIQA+. Zorg dat mensen bij elkaar aan tafel komen te zitten, eventueel met hulp van bemiddelende christelijke instanties als WijdeKerk. • Voor instellingen met een christelijke signatuur, zoals zorginstellingen en scholen, is het belangrijk om te zorgen voor een veilig klimaat, ook voor LHBTIQA+'ers. Het loont om te zoeken naar maatwerkoplossingen. Daarnaast zouden initiatieven die vanuit jongeren/leerlingen zelf komen (bijvoorbeeld het oprichten van een GSA), actiever ondersteund kunnen worden.
Tegelijkertijd is duidelijk dat de (verplichte) voorlichting soms contraproductief wordt ingezet, waarmee de implementatie van huidige wet- en regelgeving niet het gewenste doel bereikt. • Voor kerkgemeenschappen zelf geldt dat de LHBTIQA+'ers om duidelijkheid vragen over hun positie. Wat mogen zij wel en wat mogen zij niet? Liever dan persoonlijk erom vragen zouden zij willen dat kerken hier proactief over nadenken en naar handelen.
Welzijnsonderzoek LHBTIQA+ Gelderland en Overijssel
86
Gemeentebeleid In het hoofdstuk over gemeentebeleid zijn al diverse suggesties voor verbetering gegeven. Deze worden hier nogmaals herhaald en wat uitgebreid. • Heb aandacht voor dorpen en niet-regenbooggemeenten. Met name in minder stedelijke gebieden is de behoefte aan concreet beleid erg groot. Het ophangen van een regenboogvlag en het formuleren van een visie op LHBTIQA+ beleid zouden hier goede eerste stappen kunnen zijn, die door de LHBTIQA+ inwoners erg gewaardeerd zouden worden. Ook faciliteiten zoals genderneutrale toiletten horen daarbij. • Communiceer wat je doet en breid dit ook uit. Veel LHBTIQA+’ers weten niet wat hun gemeente precies doet aan LHBTIQA+ beleid. Duidelijker communiceren over wat er al wordt gedaan, en meer samenwerking met andere partijen, zouden hierin kunnen helpen, maar dit is niet afdoende. Er is ook behoefte aan simpelweg meer beleid. • Werk samen met andere organisaties aan het vergroten van de acceptatie. Bijvoorbeeld door voorlichting te stimuleren in samenwerking met scholen, zorginstellingen, COC’s, de GGD’s en de ADV’s. Op deze manier worden niet alleen meer mensen bereikt, maar wordt het LHBTIQA+ beleid ook in de praktijk zichtbaarder. • Besteed ook aandacht aan praktische uitvoering van LHBTIQA+ beleid en geef zelf het goede voorbeeld.
Zorg bijvoorbeeld voor genderneutrale toiletten in het gemeentehuis en inclusievere communicatie vanuit de gemeente. Zorg daarnaast voor diversiteit binnen het personeelsbestand, zodat LHBTIQA+’ers zich in de gemeente kunnen herkennen. • Luister naar suggesties uit de LHBTIQA+ gemeenschap. Neem hun klachten en ervaringen serieus en doe het niet af als ‘gezeur’ of ‘maar voor een kleine groep’. Zorg voor een klankbordgroep zodat je weet wat er speelt.
87
Welzijnsonderzoek LHBTIQA+ Gelderland en Overijssel
BIBLIOGRAFIE
Beusekom, G. van. & Kuyper, L. (2018). LHBT-monitor 2018. De leefsituatie van lesbische, homoseksuele, biseksuele en transgender personen in Nederland. Sociaal Cultuur Planbureau. https://www.scp.nl/publicaties/monitors/2018/11/21/lhbt-monitor-2018 Heuzels, L. & Hoeve, R. van der (2019). Samenlevingsonderzoek Oost-Nederland: Acceptatie van LHBTI+’ers in Gelderland en Overijssel, april 2019, I&O Result. Kuyper, L., Fernee, H., & Keuzenkamp, S. (2016). A Comparative Analysis of a Community and General Sample of Lesbian, Gay, and Bisexual Individuals. Archives of Sexual Behavior, 45(3), 695. https://doi.org/10.1007/s10508-015-0500-x Lindert, J. van, Heck, J. van, Etienne, T., Kutiyski, Y. & Krouwel, A. (2021). Hoe Gaat 't Met De Gelderlander? Monitor Welbevinden Gelderland 2021, Deel 1 – Iedereen Doet Mee. Kieskompas. https://www.gelderland.nl/bestanden/Gelderland/COVID-19/DOC_Rapportage_Monitor_ welbevinden_Gelderlanders_2021_deel_I_Iedereen_doet_mee.pdf NOC*NSF (2020). Zo sport Nederland. Trends en ontwikkelingen in sportdeelname 2020. https://nocnsf.nl/media/4412/zo-sport-nederland-2020_def.pdf Omlo, J. (2020), Verzetten, vermijden of veranderen? Reageren op discriminatie en stigmatisering, Art.1 Radar. Sipma, T., Jacobs, K., Lubbers, M., Spierings, N. & Meer, T. van der. (2021). Nationaal Kiezers Onderzoek (NKO) / Dutch Parliamentary Election Study 2021.
Research description and codebook. juni 2021.
Welzijnsonderzoek LHBTIQA+ Gelderland en Overijssel
88
BIJLAGE 1: VRAGENLIJST LHBTI+’ERS IN GELDERLAND EN OVERIJSSEL
Vragenlijst LHBTI+’ers in Gelderland en Overijssel
In opdracht van de provincies Overijssel en Gelderland voeren de Radboud Universiteit en Vizier een onderzoek uit naar ervaren welzijn en de acceptatie van LHBTI+’ers*. Beschouwt u zichzelf als LHBTI+’er en bent u woonachtig in de provincies Overijssel of Gelderland? Dan zou u ons erg helpen door het invullen van de vragenlijst, ongeacht of uw ervaringen overwegend positief of negatief zijn. Alle informatie helpt de provincies en gemeenten om de emancipatie en acceptatie van LHBTI+'ers te vergroten. Het invullen kost maximaal 15 minuten. Onder de deelnemers, verloten we 10 bol.com bonnen van €50,-. Als u mee wilt loten, kunt u aan het einde van de vragenlijst uw e-mailadres achterlaten. Dat zal na de verloting worden vernietigd. Alle informatie uit deze vragenlijst wordt vertrouwelijk behandeld. De resultaten in publicaties die op basis van dit onderzoek geschreven zullen worden, zullen nooit te herleiden zijn tot u als persoon. Door de vragenlijst in te vullen gaat u hiermee akkoord. Ten slotte, we hebben deze vragenlijst met zorg samengesteld. Mocht u zich echter niet prettig voelen bij een vraag, dan kunt u deze open laten of ‘niet van toepassing’ selecteren. Aan het einde van de vragenlijst kunt u bovendien nog op- of aanmerkingen aan ons meegeven. Wij danken u alvast voor uw deelname en uw bijdrage aan het verbeteren van LHBTI+-beleid.
Voor vragen kunt u contact opnemen met info@vizieroost.nl. *LHBTI+: lesbisch, homoseksueel, biseksueel, transgender, intersekse conditie, queer, aseksueel, panseksueel en andere seksuele voorkeuren en genderidentiteiten.
Algemene vragen Om te beginnen willen we u wat algemene vragen stellen om een beeld van uw situatie te krijgen. 1. In welke provincie woont u? o Gelderland -> ga naar vraag 2 o Overijssel -> ga naar vraag 3 o Anders -> einde vragenlijst
Einde vragenlijst. Bedankt voor uw interesse in het onderzoek. Wij zijn op dit moment op zoek naar LHBTI+'ers die wonen in de provincies Overijssel of Gelderland. Uit het door u gegeven antwoord blijkt dat u niet tot deze groep behoort. Maar u kunt nog steeds helpen: kent u (mogelijk) mensen die tot de doelgroep behoren? Kopieer dan onderstaande link en deel deze met anderen. Hoe meer mensen de vragenlijst invullen, hoe beter zicht we krijgen op de acceptatie en het welzijn van LHBTI+’ers in Gelderland en Overijssel. https://questions.socsci.ru.nl/index.php/597186?lang=nl
Vragenlijst ontwikkeld door: Marleen Hasselt, Niels Spierings, Eveline van Hilten-Rutten in opdracht van Provincie Gelderland en Provincie Overijssel
Vragenlijst ontwikkeld door: Marleen Hasselt, Niels Spierings, Eveline van Hilten-Rutten in opdracht van Provincie Gelderland en Provincie Overijssel Welzijnsonderzoek LHBTIQA+ Gelderland en Overijssel
89
2. In welke gemeente woont u? o Gelderland: Aalten, Apeldoorn, Arnhem, Barneveld, Berg en Dal, Berkelland, Beuningen, Bronckhorst, Brummen, Buren, Culemborg, Doesburg, Doetinchem, Druten, Duiven, Ede, Elburg, Epe, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Heerde, Heumen, Lingewaard, Lochem, Maasdriel, Montferland, Neder-Betuwe, Nijkerk, Nijmegen, Nunspeet, Oldebroek, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Overbetuwe, Putten, Renkum, Rheden, Rozendaal, Scherpenzeel, Tiel, Voorst, Wageningen, West Betuwe, West Maas en Waal, Westervoort, Wijchen, Winterswijk, Zaltbommel, Zevenaar, Zutphen, 3. In welke gemeente woont u? o Overijssel: Almelo, Borne, Dalfsen, Deventer, Dinkelland, Enschede, Haaksbergen, Hardenberg, Hellendoorn, Hengelo, Hof van Twente, Kampen, Losser, Oldenzaal, Olst-Wijhe, Ommen, Raalte, Rijssen-Holten, Staphorst, Steenwijkerland, Tubbergen, Twenterand, Wierden, Zwartewaterland, Zwolle. 4. Welk geslacht is u bij uw geboorte toegewezen? o Man o Vrouw o Intersekse o Anders, namelijk: __________________________________________________ 5. Hoe omschrijft u momenteel uw genderidentiteit (wat u bent in uw gevoelens en/of gedachten)? o Vrouw o Vooral vrouw o Zowel vrouw als man o Vooral man o Man o Niet vrouw en niet man o Anders, namelijk: __________________________________________________ 6.
Hoe zou u uw seksuele oriëntatie omschrijven? o Homoseksueel o Lesbisch o Biseksueel o Aseksueel o Panseksueel o Heteroseksueel o Weet ik (nog) niet o Anders, namelijk: __________________________________________________ Openheid en acceptatie De volgende vragen gaan over openheid en ervaren acceptatie van u als LHBTI+’er en van LHBTI+’ers in het algemeen. 7. Hoe open bent u in het algemeen over uw seksuele oriëntatie en/of genderidentiteit? U kunt hiervoor een rapportcijfer geven van 1 tot en met 10. 1=volledig gesloten. 10=volledig open. 1
2
3
4
5
6
7
8
9
Vragenlijst ontwikkeld door: Marleen Hasselt, Niels Spierings, Eveline van Hilten-Rutten in opdracht van Provincie Gelderland en Provincie Overijssel
10
Vragenlijst ontwikkeld door: Marleen Hasselt, Niels Spierings, Eveline van Hilten-Rutten in opdracht van Provincie Gelderland en Provincie Overijssel Welzijnsonderzoek LHBTIQA+ Gelderland en Overijssel
90
8. Kunt u aangeven in welke mate u als LHBT+’er geaccepteerd wordt per onderstaande situatie? U kunt hiervoor een rapportcijfer geven van 1 tot en met 10 (1=weinig acceptatie; 10=veel acceptatie). Door mijn ouders Door broers/zussen Door andere familieleden Door vrienden Door leerkrachten /leidinggevenden Door klasgenoten/ collega’s. Tijdens het uitgaan Op mijn sportvereniging/ sportschool In mijn geloofsgemeenschap In mijn buurt/ wijk In mijn stad/ dorp
1 1 1
2 2 2
3 3 3
4 4 4
5 5 5
6 6 6
7 7 7
8 8 8
9 9 9
10 10 10
n.v.t n.v.t n.v.t
1 1
2 2
3 3
4 4
5 5
6 6
7 7
8 8
9 9
10 10
n.v.t n.v.t
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
n.v.t
1 1
2 2
3 3
4 4
5 5
6 6
7 7
8 8
9 9
10 10
n.v.t n.v.t
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
n.v.t
1 1
2 2
3 3
4 4
5 5
6 6
7 7
8 8
9 9
10 10
n.v.t n.v.t
9. Kunt u aangeven in hoeverre u het eens of oneens bent met de volgende stellingen? Helemaal mee oneens
Mee oneens
Ik heb weinig contacten buiten de LHBTI+ gemeenschap Mijn belangrijkste vrienden zijn ook LHBTI+
Niet mee eens, niet mee oneens
Mee eens
Helemaal mee eens
Weet ik niet/ nvt.
10. Denkt u dat de mensen in uw omgeving in de afgelopen 2 jaar over het algemeen negatiever of positiever zijn komen te staan tegenover (omgang met) mensen met een: LHBAP-achtergrond of een TIQ-achtergrond.
Lesbisch, homoseksueel, biseksueel, aseksueel, panseksueel, of andere seksuele voorkeur Transgender, intersekse of andere genderidentiteit
Veel negatiever
Iets negatiever
Gelijk gebleven
Iets positiever
Veel positiever
Vragenlijst ontwikkeld door: Marleen Hasselt, Niels Spierings, Eveline van Hilten-Rutten in opdracht van Provincie Gelderland en Provincie Overijssel
Weet ik niet
Vragenlijst ontwikkeld door: Marleen Hasselt, Niels Spierings, Eveline van Hilten-Rutten in opdracht van Provincie Gelderland en Provincie Overijssel Welzijnsonderzoek LHBTIQA+ Gelderland en Overijssel
91
11. Wat is volgens u vooral nodig om de acceptatie en het welzijn van LHBTI+ mensen in Gelderland en Overijssel te vergroten? Heeft u niet direct een idee, klikt u gerust door naar de volgende vraag, maar heeft u wel een suggestie dan horen we het graag. ______________________________________________________________________ 12. Hoe vaak voelt u zich als LHBTI+’er onveilig op de volgende plekken in de gemeente waar u woont? Denkt u bij het beantwoorden van de vragen ook terug aan de situatie voor de coronapandemie. Als u nooit op de genoemde plekken komt, kunt u aangeven dat die vraag niet op u van toepassing is. Nooit
Zelden
Soms
Vaak
Op straat
Weet ik niet/ niet van toepassing
In horecagelegenheden In het winkelcentrum Bij mijzelf of anderen thuis In het openbaar vervoer Op het werk/Op school Op de sportvereniging In gebedshuizen (zoals, kerk moskee tempel of synagoge) In de LHBTI+-gemeenschap of beweging
13. Door welke van de volgende gedragingen of zaken voelt u zich wel eens onveilig? Nee
Ja
Asociaal gedrag Hangjongeren Intimidatie Schelden Pesten Roddels Discriminatie Criminaliteit Uitsluiten Geweld Een andere reden, namelijk…
Weet ik niet/ niet van toepassing
14. Bent u zich als LHBTI+'er de laatste twee jaar, over het geheel genomen, meer of minder veilig gaan voelen in uw ….
buurt/ wijk
Veel minder veilig
Iets minder veilig
Gelijk gebleven
Iets veiliger
Veel veiliger
Weet ik niet/ Nvt
stad/ dorp
15. In welke mate bent u de afgelopen 2 jaar slachtoffer geworden van ongewenst gedrag vanwege uwVragenlijst seksuele voorkeur en/of genderidentiteit? Meerdere antwoorden mogelijk. ontwikkeld door: Marleen Hasselt, Niels Spierings, Eveline van Hilten-Rutten in opdracht van Provincie Gelderland en Provincie Overijssel
Vragenlijst ontwikkeld door: Marleen Hasselt, Niels Spierings, Eveline van Hilten-Rutten in opdracht van Provincie Gelderland en Provincie Overijssel Welzijnsonderzoek LHBTIQA+ Gelderland en Overijssel
92
Nooit
Wel eens
Regelmatig
Vaak
Onderwerp van roddels en praatjes Afkeurende blikken Afdoen als moeilijkdoenerij Uitgescholden, uitgelachen of gepest Buitengesloten of vermeden Ongelijke behandeling Bedreiging Bekladding/vernieling van eigendommen Lichamelijke mishandeling Seksuele mishandeling Cyberpesten via mail Cyberpesten via sociale media Cyberpesten via dating apps
Weet ik niet/ Nvt
Bij minimaal 1 antwoord: wel eens/ regelmatig/vaak -> ga naar vraag 16. 16. Wat heeft u naar aanleiding van het ongewenste gedrag gedaan? (meerdere opties mogelijk) a. Ik ben zelf het gesprek aangegaan met de dader(s) b. Ik heb hulp gezocht bij omstanders c. Ik heb hulp gezocht bij familie/vrienden d. Ik heb het gemeld bij een betrokken instantie (bijv. school, leidinggevende, bestuur) e. Ik heb gemeld bij een onafhankelijke instantie (bijv. gemeente, antidiscriminatiebureau, buurtbemiddeling) f. Ik heb het gemeld bij een LHBTI+ belangenorganisatie (bijv. COC, transgendernetwerk) g. Ik heb aangifte gedaan bij de politie h. Ik heb het niet gemeld/ aangifte gedaan i. Ik heb er niks mee gedaan j. Anders, namelijk…. 17. Heeft u als LHBTI+'er de laatste 2 jaar, over het geheel genomen, meer of minder te maken gekregen met ongewenst gedrag? o Veel minder o Iets minder o Gelijk gebleven o Iets meer o Veel meer o Weet ik niet 18. Wat zou u helpen om uw veiligheid te vergroten of de gevolgen van discriminatie te verminderen? Heeft u niet direct een idee, klikt u gerust ‘weet ik niet’ aan, maar heeft u wel een suggestie dan horen we het graag. _____________________________________________________________________ Sport De volgende vragen gaan over sport en acceptatie van LHBTI+ binnen de sport.
Probeer bij het beantwoorden van de vragen terug te denken aan de situatie voor de coronapandemie. Vragenlijst ontwikkeld door: Marleen Hasselt, Niels Spierings, Eveline van Hilten-Rutten in opdracht van Provincie Gelderland en Provincie Overijssel
Vragenlijst ontwikkeld door: Marleen Hasselt, Niels Spierings, Eveline van Hilten-Rutten in opdracht van Provincie Gelderland en Provincie Overijssel Welzijnsonderzoek LHBTIQA+ Gelderland en Overijssel
93
19. Bent u lid van een sportvereniging of sportschool? a. Ja -> ga door naar vraag 25 b. Nee -> ga door naar vraag 20 Niet lid van sportvereniging. 20. Beoefent u een sport zonder aangesloten te zijn bij een sportvereniging of bij een sportschool? a. Ja -> ga naar vraag 21 b. Nee -> ga naar vraag 23 21. Heeft het te maken met uw LHBTI+-achtergrond dat u niet lid bent van een sportvereniging of sportschool? a. Ja -> ga naar vraag 22 b. Gedeeltelijk -> ga naar vraag 22 c. Nee-> ga naar vraag 26 d. Weet niet-> ga naar vraag 22 22. Wilt u uw antwoord bij de vorige vraag toelichten en eventueel aangeven wat u zou helpen om wel bij een sportschool/sportvereniging te sporten? (niet verplicht). -> ga naar vraag 26. _________________________________________________________________________ 23. Heeft het te maken met uw LHBTI+-achtergrond dat u niet sport? a. Ja -> ga naar vraag 24 b. Gedeeltelijk -> ga naar vraag 24 c. Nee -> ga naar vraag 26 d. Weet niet-> ga naar vraag 24 24. Wilt u uw antwoord bij de vorige vraag toelichten en eventueel aangeven wat u zou helpen om te gaan sporten? (niet verplicht) -> ga naar vraag 26. _________________________________________________________________________ Wel sport en lid van sportvereniging Als u lid bent van meerdere sportverenigingen en/of sportclubs, denk bij het beantwoorden van de vragen aan de sport die voor u het belangrijkste is. 25.
In welke vorm beoefent u een sport bij een sportvereniging of sportschool? Ga hierbij uit van de situatie waarin corona nog niet speelde. Meerdere antwoorden mogelijk. o Alleen o In een groepje o In teamverband o Anders, namelijk… 26. Geldt een van de volgende stellingen voor u? Meerdere antwoorden mogelijk. Vanwege mijn seksuele voorkeur/ genderidentiteit… Ja Nee Weet ik niet/ NVT heb ik bepaalde sporten bewust vermeden ben ik gestopt met een bepaalde sport beoefenen ben ik van team veranderd ben ik van sportvereniging veranderd sport ik buiten mijn eigen gemeente sport ik bij een lhbti+ -team of -vereniging Vragenlijst ontwikkeld door: Marleen Hasselt, Niels Spierings, Eveline van Hilten-Rutten in opdracht van Provincie Gelderland en Provincie Overijssel
Vragenlijst ontwikkeld door: Marleen Hasselt, Niels Spierings, Eveline van Hilten-Rutten in opdracht van Provincie Gelderland en Provincie Overijssel Welzijnsonderzoek LHBTIQA+ Gelderland en Overijssel
94
Einde vragen domein sport als: 21cd, 23cd. 27. Kunt u aangeven in hoeverre u het eens of oneens bent met de volgende stellingen? Ga hierbij uit van de situatie waarin corona nog niet speelde. Op mijn sportvereniging of in mijn sportschool…. Helemaal mee oneens
is er ruimte om lesbisch,
Mee oneen s
Niet mee eens, niet mee oneens
Mee eens
Helemaal mee eens
Weet niet/nvt
homoseksueel, biseksueel, aseksueel, panseksueel te
zijn of een andere seksuele voorkeur te hebben is er ruimte om transgender, intersekse, transseksueel, of een andere genderidentiteit te zijn kan ik mezelf zijn merk ik dat anderen een probleem hebben met mijn seksuele oriëntatie of genderidentiteit tijdens de beoefening van de sport merk ik dat anderen een probleem hebben met mijn seksuele oriëntatie of genderidentiteit tijdens het douchen merk ik dat tegenstanders bij wedstrijden een probleem hebben met mijn seksuele oriëntatie of genderidentiteit merk ik dat het publiek een probleem heeft met mijn seksuele oriëntatie of genderidentiteit kan ik bij iemand terecht als ik me niet geaccepteerd voel
95
28. Denkt u dat de mensen van uw sportvereniging of sportschool in de afgelopen 2 jaar negatiever of positiever zijn komen te staan tegenover mensen met een: LHBAPachtergrond, TIQ-achtergrond
Lesbisch, homoseksueel, aseksueel, panseksueel, of andere seksuele voorkeur Transgender, intersekse of andere genderidentiteit
Veel negatiever
Iets negatiever
Gelijk gebleven
Iets positiever
Vragenlijst ontwikkeld door: Marleen Hasselt, Niels Spierings, Eveline van Hilten-Rutten in opdracht van Provincie Gelderland en Provincie Overijssel
Veel positiever
Vragenlijst ontwikkeld door: Marleen Hasselt, Niels Spierings, Eveline van Hilten-Rutten in opdracht van Provincie Gelderland en Provincie Overijssel Welzijnsonderzoek LHBTIQA+ Gelderland en Overijssel
Weet ik niet
29. Kunt u aangeven in hoeverre u het eens of oneens bent met de volgende stellingen? Het bestuur van de sportvereniging of sportschool…. Helemaal mee oneens
Mee oneens
Besteedt positieve aandacht aan de acceptatie van LHBTI+ Ondersteunt LHBTI+’ers bij problemen Biedt faciliteiten voor mij als LHBTI+
Niet mee eens, niet mee oneens
Mee eens
Helemaal mee eens
Weet niet/Nvt.
30. Wat zou uw sportvereniging (extra) kunnen doen om de acceptatie en het welzijn van LHBTI+’ers te vergroten? Heeft u niet direct een idee, klikt u gerust door naar de volgende vraag, maar heeft u wel een suggestie dan horen we het graag. __________________________________________________________________________ Religie De volgende vragen gaan over religie. Let op: probeer bij het beantwoorden van de vragen terug te denken aan de situatie voor de coronapandemie. 31. Bent u opgevoed met een religie? a. Ja en ik identificeer mij nog steeds met dezelfde religie -> ga naar vraag 34 b. Ja, en ik identificeer mij nu niet meer met een religie -> ga naar vraag 32 c. Ja, en ik identificeer mij nu met een andere religie -> Ga naar vraag 32 d. Nee en ik identificeer mij ook niet met een religie -> ga naar vraag 35 e. Nee, en ik identificeer mij nu wel met een religie -> -> Ga naar vraag 34 f. Weet ik niet -> ga naar vraag 35 32. Heeft uw LHBTI+-achtergrond ermee te maken dat u zich niet meer identificeert met de religie van uw opvoeding? (alleen als vraag 32 antwoord =b/c) a. Ja -> ga door naar vraag 33 b. Gedeeltelijk -> ga door naar vraag 33 c. Nee -> ga door naar vraag 34 als antwoord 31=c. ga door naar 35 als antwoord 31=b d. Weet ik niet-> ga door naar vraag 33. 33.
Wilt u uw antwoord bij de vorige vraag toelichten? (niet verplicht) -> ga door naar vraag 35 __________________________________________________________________________ 34. Met welke religie identificeert u zich op dit moment? (alleen als 31 = a, c, e) __________________________________________________________________________ Vragenlijst ontwikkeld door: Marleen Hasselt, Niels Spierings, Eveline van Hilten-Rutten in opdracht van Provincie Gelderland en Provincie Overijssel
Vragenlijst ontwikkeld door: Marleen Hasselt, Niels Spierings, Eveline van Hilten-Rutten in opdracht van Provincie Gelderland en Provincie Overijssel Welzijnsonderzoek LHBTIQA+ Gelderland en Overijssel
96
35. Hoe vaak bezoekt u een religieuze bijeenkomst? Ook bijeenkomsten die u bezoekt als genodigde/ gasten tellen mee. a. Nooit -> einde domein religie b. 1-2 keer per jaar c. 3-11 keer per jaar d. 1 keer per maand e. 2 tot 3 keer per maand f. Iedere week g. Meerdere keren per week 36. Als u bijeenkomsten bezoekt gaat u dan naar een locatie binnen de gemeente waar u woont? Zo niet, waarom niet? a. Ja b. Nee, want mijn gemeenschap is niet actief in mijn gemeente c. Nee, want ik voel me als LHBTI+’er daar niet fijn bij d. Nee, om een andere reden, namelijk… Einde domein religie voor de respondenten die bij vraag 31 antwoord d/f hadden. 37. Kunt u aangeven in welke mate uw religie belangrijk is voor wie u bent? U kunt hiervoor een rapportcijfer geven van 1 tot en met 10. 1=volledig gesloten. 10=volledig open. (alleen als antwoord bij vraag 31 = a/b/c/e) 1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
Einde vragen religie voor respondenten die bij vraag 31 antwoord b hadden. De volgende vragen worden dus alleen beantwoord door 31=a/c/e.
97
38. Kunt u aangeven in hoeverre u het eens of oneens bent met de volgende stellingen? Binnen mijn geloofsgemeenschap…. Helemaa l mee oneens is er ruimte om lesbisch, homoseksueel, biseksueel, aseksueel, panseksueel te zijn, of een andere seksuele voorkeur te hebben is er ruimte om transgender, intersekse te zijn of een andere genderidentiteit te hebben kan ik mezelf zijn voel ik mij geaccepteerd door mijn medegelovigen voel ik mij geaccepteerd door religieuze leiders
Mee oneens
Niet mee eens, niet mee oneens
Mee eens
Helemaal mee eens
Vragenlijst ontwikkeld door: Marleen Hasselt, Niels Spierings, Eveline van Hilten-Rutten in opdracht van Provincie Gelderland en Provincie Overijssel
Weet ik niet/ N.v.t.
Vragenlijst ontwikkeld door: Marleen Hasselt, Niels Spierings, Eveline van Hilten-Rutten in opdracht van Provincie Gelderland en Provincie Overijssel Welzijnsonderzoek LHBTIQA+ Gelderland en Overijssel
merk ik dat anderen een probleem met mijn merk ik dathebben anderen een seksuele oriëntatie/ probleem hebben met mijn genderidentiteit seksuele oriëntatie/ kan ik bij iemand terecht als genderidentiteit ik meik niet geaccepteerd kan bij iemand terecht voel als ik me niet geaccepteerd voel
39. Denkt u dat de mensen in uw geloofsgemeenschap in de afgelopen 2 jaar negatiever of 39. Denkt u dat dekomen mensen uw geloofsgemeenschap in de afgelopen jaar negatiever of positiever zijn te in staan tegenover (omgang met) mensen met2een: positiever zijn komen te staan tegenover (omgang met) mensenaseksueel, met een: panseksueel, - LHBAP-achtergrond: lesbisch, homoseksueel, biseksueel, - LHBAP-achtergrond: lesbisch, homoseksueel, biseksueel, aseksueel, panseksueel, of andere seksuele voorkeur - of TIQ-achtergrond: transgender, andere seksuele voorkeur transseksueel, intersekse of andere genderidentiteit. - TIQ-achtergrond: transgender, transseksueel, intersekse of andere genderidentiteit. Veel negatiever Veel negatiever
Iets negatiever Iets negatiever
Gelijk gebleven Gelijk gebleven
Iets positiever Iets positiever
Veel positiever Veel positiever
Lesbisch, homoseksueel, biseksueel,homoseksueel, aseksueel, Lesbisch, panseksueel, of andere biseksueel, aseksueel, seksuele voorkeur panseksueel, of andere Transgender, intersekse of seksuele voorkeur andere genderidentiteit Transgender, intersekse of andere genderidentiteit
Weet ik Weet niet/ ik nvt. niet/ nvt.
40. Denkt u dat de afgelopen 2 jaar LHBAP en TIQ acceptatie meer of minder bespreekbaar 40. Denkt u dat deinafgelopen 2 jaar LHBAP en TIQ acceptatie meer of minder bespreekbaar zijn geworden uw geloofsgemeenschap? zijn in uw geloofsgemeenschap? - geworden LHBAP-achtergrond: lesbisch, homoseksueel, biseksueel, aseksueel, panseksueel, - LHBAP-achtergrond: lesbisch, homoseksueel, biseksueel, aseksueel, panseksueel, of andere seksuele voorkeur. andere seksuele voorkeur. transseksueel, intersekse of andere genderidentiteit. - of TIQ-achtergrond: transgender, - TIQ-achtergrond: transgender, transseksueel, intersekse of andere genderidentiteit. Veel minder bespreekbaar Veel minder bespreekbaar
Iets minder bespreekbaar Iets minder bespreekbaar
Lesbisch, homoseksueel, Lesbisch, biseksueel, homoseksueel, aseksueel, biseksueel, panseksueel, aseksueel, of andere panseksueel, seksuele of andere voorkeur seksuele Transgender, voorkeur transseksueel, Transgender, intersekse of transseksueel, andere intersekse of genderidentiteit andere genderidentiteit
Niet minder bespreekbaar, Niet minder niet meer bespreekbaar, bespreekbaar niet meer bespreekbaar
Iets meer bespreekbaar Iets meer bespreekbaar
Veel meer bespreekbaar Veel meer bespreekbaar
41. Kunt u aangeven in hoeverre u het eens of oneens bent met de volgende stellingen? De leiders mijn geloofsgemeenschap… 41. Kunt u van aangeven in hoeverre u het eens of oneens bent met de volgende stellingen? De leiders van mijn geloofsgemeenschap… Helemaal mee Helemaal oneens mee oneens
Mee oneens Mee oneens
Niet mee Mee Helemaal Weet eens, eens mee niet/nvt Niet mee Mee Helemaal Weet niet mee eens eens eens, mee niet/nvt oneens niet mee eens oneens Vragenlijst ontwikkeld door: Marleen Hasselt, Niels Spierings, Eveline van Hilten-Rutten Vragenlijst ontwikkeld door: Marleenvan Hasselt, Spierings, Eveline van Hilten-Rutten in opdracht in opdracht ProvincieNiels Gelderland en Provincie Overijssel van Provincie Gelderland en Provincie Overijssel Vragenlijst ontwikkeld door: Marleen Hasselt, Niels Spierings, Eveline van Hilten-Rutten in opdracht van Provincie Gelderland en Provincie Overijssel
Welzijnsonderzoek LHBTIQA+ Gelderland en Overijssel
98 Weet ik Weet niet ik niet
besteden positieve aandacht aan de acceptatie van LHBTI+ ondersteunen LHBTI+’ers bij problemen bieden activiteiten voor mijn als LHBTI+’er 42. Wilt u iets vertellen hoe u de relatie tussen uw religie en LHBTI+ ziet en wat volgens u de emancipatie van LHBTI+ zou helpen? Heeft u niet direct een idee, klikt u gerust door naar de volgende vraag, maar heeft u wel een suggestie dan horen we het graag. __________________________________________________________________________
Overheid De volgende vragen gaan over ondersteuning vanuit de overheid voor acceptatie van LHBTI+ en belangenorganisaties. Nederland telt 54 regenbooggemeenten. Deze gemeenten zijn onderdeel van een netwerk en ontvangen een financiële bijdrage om zich in te zetten om de acceptatie van lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, biseksuelen, transgenders en mensen met intersekse conditie te verbeteren. 43. Denkt u dat uw een regenbooggemeente is? a. Ja b. Nee c. Weet ik niet 44. Hoe belangrijk of onbelangrijk vindt u het dat…? Heel onbelangrijk
Onbelangrijk
Niet belangrijk, niet onbelangrijk
Belangrijk
Heel belangrijk
Weet niet/ geen mening
een gemeente regenbooggemeente is de lokale politiek aandacht besteedt aan het thema seksuele diversiteit de lokale politiek aandacht besteedt aan het thema genderidentiteit
Vragenlijst ontwikkeld door: Marleen Hasselt, Niels Spierings, Eveline van Hilten-Rutten in opdracht van Provincie Gelderland en Provincie Overijssel
Vragenlijst ontwikkeld door: Marleen Hasselt, Niels Spierings, Eveline van Hilten-Rutten in opdracht van Provincie Gelderland en Provincie Overijssel Welzijnsonderzoek LHBTIQA+ Gelderland en Overijssel
99
45. Denkt u dat uw gemeente de volgende zaken ondersteunt/ faciliteert? En moet uw gemeente dit volgens u meer of minder doen? Let op: u moet in beide kolommen een keuze maken. Uw gemeente ondersteunt/ faciliteert de volgende zaken Niet Wel
Moet uw gemeente dit juist meer of minder ondersteunen/ faciliteren?
Veel minder
Minder
Niet minder/ niet meer
Meer
Veel meer
Voorlichting geven over LHBTI+, gelijke kansen en acceptatie Bijstand en advies over pesten, uitsluiten en discriminatie Aandacht voor LHBTI+ in het onderwijs Aandacht voor LHBTI+ bij zorginstellingen Aandacht voor LHBTI+ bij sportverenigingen Faciliteert veilige cruise gebieden Evenementen ten behoeve de zichtbaarheid en acceptatie van LHBTI+ organiseren Uitdragen van de regenboogprovincie of gemeente Genderneutrale toiletten in het gemeentehuis en openbare ruimte
46. Wat zou uw gemeente volgens u (nog meer) kunnen doen om uw welzijn als LHBTI+ inwoner te bevorderen? Heeft u niet direct een idee, klikt u gerust door naar de volgende vraag, maar heeft u wel een suggestie dan horen we het graag. ______________________________________________________________________ 47. Behalve de gemeente en overheid werken veel groepen en belangenorganisaties aan de acceptatie en het welzijn van LHBTI+ inwoners. Welke groepen of belangenorganisaties schieten u zo te binnen? 1) __________________________ 2) _________________________ 3) _________________________ Vragenlijst ontwikkeld door: Marleen Hasselt, Niels Spierings, Eveline van Hilten-Rutten in opdracht van Provincie Gelderland en Provincie Overijssel
Vragenlijst ontwikkeld door: Marleen Hasselt, Niels Spierings, Eveline van Hilten-Rutten in opdracht van Provincie Gelderland en Provincie Overijssel Welzijnsonderzoek LHBTIQA+ Gelderland en Overijssel
100