VA Bijlagen I - VII Motivering Elsteren 1a
Tekst van het document
ELSTEREN 1A WELL
RUIMTELIJK VOORSTEL EN LANDSCHAPPELIJKE INPASSING 23 OKTOBER 2025
PRIKKELENDE LANDSCHAPSONTWERPEN.
PRIKKELENDE LANDSCHAPSONTWERPEN.
COLOFON Titel document:
ELSTEREN 1A WELL Datum: 23 oktober 2025
Status: Ruimtelijk voorstel en landschappelijke inpassing Document: Enkelzijdig A4 liggend
Auteur/Adviseur: RELAND Mgr. Bekkerstraat 56, Ledeacker T: 085-0431949 M: info@Reland.nl
VAN DOOREN LANDSCHAP Derpt 15, 5476 VW Vorstenbosch T 06-26949922
2
E info@vandoorenlandschap.nl
1 Inleiding 1.1 1.2
Aanleiding Locatie
3 3 3
2 Landschap
4 4 7 8 9
3 Planvoorstel
11 11 12 14
2.1 2.2 2.3 2.4
Huidige situatie Historie landschap Beleid provincie Beleid gemeente
3.1 Voornemen 3.2 Landschapsvoorstel 3.3 Beplantings- en beheer plan Bijlage I Bijlage II Bijlage III
1 INLEIDING 1.1
Aanleiding
De initiatiefnemers zijn eigenaar van een glastuinbouwcomplex aan Elsteren 1A te Well in gemeente Bergen en woonachtig in de bijbehorende bedrijfswoning. De initiatiefnemers zijn voornemens om de bedrijfsactiviteiten ter plaatse te beëindigen en de aanwezige glastuinbouwkassen te saneren. In ruil hiervoor wil men de bedrijfswoning met bijbehorende bijgebouwen omvormen naar burgerwoning en twee nieuwe levensloopbestendige woningen realiseren.
Om de gewenste situatie mogelijk te maken dient een planologische procedure te worden doorlopen. Er is een verzoek ingediend bij de gemeente Bergen. Zij heeft hier positief op gereageerd onder voorwaarden. De planologische procedure bet ref t in dit geval een wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Bergen in de vorm van een TAM-Omgevingsplan. De r uimt elijke mot iver ing wordt
1.2
Locatie
Het projectgebied betreft de locatie aan de Elsteren 1a te Well en heeft betrekking op de gronden welke in gebruik zijn voor en bestemd zijn als glastuinbouwbedrijf. Het projectgebied is gelegen binnen de percelen welke kadastraal bekend staan als gemeente Bergen Limburg, sectie S en nummers 1395, 3104 en 3105.
uitgewerkt door Reland adviseurs uit
Elsteren 1A Well
Ledeacker.
3
Onderdeel van de wijziging is een ruimtelijke opzet van de twee nieuwe levensloopbestendige woningen en een landschappelijke inpassing van de nieuwe situatie. Deze rapportage is daar een uitwerking van.
Aanduiding plangebied in paars in zijn omgeving (bron Topotijdreis.nl)
2 LANDSCHAP 2.1
Huidige situatie
Het plangebied ligt in het buitengebied van gemeente Bergen ten westen van de wijk Papenbeek en ten zuiden van de kern Well in het buurtschap Elsteren. Het ligt aan de rand van het Maasdal op het laagterras. De weg Elsteren is een verbindingsweg tussen de kern Well en de wijk Papenbeek. De weg loopt een stukje parallel aan de maas en ter hoogte van het buurtschap gaat deze haaks op de rivier de Maas naar Papenbeek. De weg ten
Open akker
westen van Well loopt parallel langs de dijk. Ter hoogte van het buurtschap komt de dijk verder van de weg te liggen en
Kringstructuur
ontstaat er binnendijks ruimte voor de ontwikkeling van een buurtschap genaamd Elsteren.
Groenstructuur
De weg Elsteren heeft een relatief smal profiel met aan beide zijden een groenberm. Aan één zijde staat over het algemeen een bomenrij in de soorten Zomereik en richting Papenbeek Populier.
Maaspark Well
Tussen de dijk en de Maas ligt een natuurgebied als onderdeel
Elsteren 1A Well
van Maaspark Well. Het betreft een rivierlandschap met
4
grindbanken, ooibossen en natte natuurgebieden. De dijk vormt een relatief harde scheiding van het natuurgebied en het buurtschap. Maas
Op het laagterras is op een hoger gelegen deel het buurtschap Elsteren ontstaan. Onder het kasteel Well zijn
Luchtfoto met aanduiding plangebied en structuren. (Bron Google/maps.nl)
enkele boerderijen gebouwd. Rondom een akker is een kring van bebouwing ontstaan en één markante boerderij midden in de kring. Door de jaren heen zijn op verschillende plekken burgerwoningen toegevoegd. De structuur van het gebied is open met veel vergezichten. De erven zijn over het algemeen beplant met hagen, boomgaarden en bomen. In de nabijheid van het buurtschap zijn een drietal kassencomplexen opgericht, waaronder de planlocatie. Dit zijn in principe gebiedsvreemde objecten, die nauwelijks relatie hebben met het omringende karakteristieke landschap. Ze staan vrij in het landschap. De bedrijfswoning met bijgebouw heeft een eigen inrit. Nabij de inrit stat een markante boom. Verder is de tuin verzorgd, maar bevat het verder geen landschappelijke waarde. De achtertuin is relatief klein, de glastuinbouwkassen staan
Beeld 1. Bestaande situatie bedrijfswoning
kort bij de bedrijfswoning. De gronden ten oosten van de bedrijfswoning zijn in gebruik
Elsteren 1A Well
als weide voor het houden van hobby-paarden.
5
Beeld 2. Kruispunt Elsteren (Bron Google/maps.nl)
Beeld 3. Straat Elsteren (Bron Google/maps.nl)
Elsteren 1A Well
6
Bestaande situatie luchtfoto. (Bron Google/maps.nl)
2.2
Historie landschap
Het plangebied bevindt zich aan de westzijde van het Maasdal en vormt een overgangszone naar het natuurgebied de Maasduinen. Deze ligging zorgt voor een gevarieerd landschap, gekenmerkt door een mix van rivierafzettingen, dekzanden en reliëfverschillen. Historisch gezien is het landschap gevormd door natuurlijke processen zoals rivierwerking, eolische afzettingen en menselijke ontginning. De bodems in het gebied rondom Elsteren zijn overwegend zandig van aard. Ze bestaan voornamelijk uit dekzanden, ontstaan in de laatste ijstijd, die zich kenmerken door een lage natuurlijke vruchtbaarheid en een goede waterdoorlatendheid. Daarnaast komen op sommige plekken rivierterrassen voor, bestaande uit grovere zand- en grindlagen. Deze gronden zijn matig vruchtbaar en zijn historisch van belang geweest voor akkerbouw. In de lagere delen van het
Plangebied historische kaart 1850, plangebied in paars (Bron PDOK)
Plangebied historische kaart 1900, plangebied in paars (Bron: PDOK)
Plangebied historische kaart 1980, plangebied in paars (Bron PDOK)
Plangebied topografische kaart 2017, plangebied in paars (Bron PDOK)
landschap, zoals nabij oude Maasmeanders of kwelzones, komen vochtigere gronden voor met klei- of veeninvloeden. Deze zijn van oudsher gebruikt als gras- of hooiland. De landbouw in dit gebied kent een lange geschiedenis die teruggaat tot de middeleeuwen. De oorspronkelijke zandgronden werden in die tijd ontgonnen en benut voor gemengde landbouw, waarbij akkerbouw en veeteelt werden gecombineerd. Vanwege de beperkte bodemvruchtbaarheid waren plaggenbemesting en het gebruik van
Elsteren 1A Well
stalmest noodzakelijk om opbrengsten te verhogen. In de
7
loop van de 19e en 20e eeuw leidde verdere mechanisatie en ruilverkaveling tot schaalvergroting en een veranderend landschap. Ondanks deze veranderingen zijn veel structuren uit het traditionele landbouwsysteem nog steeds zichtbaar in het landschap.
Het gebied rondom Elsteren wordt gekenmerkt door diverse cultuurhistorische elementen die verwijzen naar het agrarisch verleden. Voorbeelden hiervan zijn langgerekte ontginningskavels, omzoomd met houtwallen en greppels, en verspreid liggende boerderijen met traditionele erfbeplanting, zoals hagen en hoogstamfruitgaarden. Daarnaast komen er bosjes met hakhoutbeheer en oude veldwegen voor. Ook de aanwezigheid van kwelzones en beekjes draagt bij aan de ecologische en landschappelijke waarde van het gebied.
2.3
Beleid provincie
Landschapskader Noord- en Midden-Limburg In het landschapskader Noord- en Midden-Limburg worden de kwaliteiten en kenmerken van de verschillende landschapstypes beschreven. Het plangebied ligt in een rivierdal, aan de rand van buurtschap Elsteren. Kenmerkend voor een rivierdal, is dat de bebouwing geconcentreerd ligt op de hogere delen, vaak parallel aan het water. Het rivierdal heeft een (half)open karakter door groen en is bebouwingsarm. Het buurtschap heeft daarentegen een besloten karakter door de bebouwing. Het plangebied ligt op de overgang van deze gebieden. De Atlas van Limburg geeft de landschappelijke uitgangspunten van het landschapskader weer. Voor het gedeelte van het plangebied wat bestemd is voor het woon- en tuingeElsteren 1A Well
deelte van de woningen, is het uitgangspunt om het gebied
8
open te houden, maar wel erfbeplanting te stimuleren en de groenstructuren de versterken. Voor het overige gedeelte is het uitgangspunt om het gebied open te houden, en op de lagere gronden is de visie om het rivierdal te ontwikkelen.
Kwaliteitsimpuls landschap (Bron: Landschapskader Noord- en Midden-Limburg / Atlas Limburg)
2.4
Beleid gemeente
Omgevingsvisie Bergen 2030
Gemeente Bergen heeft zijn toekomstvisie vastgelegd in de omgevingsvisie. Op structuurniveau worden voor verschillende maatschappelijke ontwerpen keuzes gemaakt. Enkele van deze onderwerpen zijn van invloed op het plangebied en de ontwikkeling. Gemeente Bergen wil de meest toekomstbestendige gemeente zijn. In het hart van Nationaal Park de Maasduinen biedt de gemeente veel omgevingskwaliteit om te wonen, werken en recreëren. Nieuwe ontwikkelingen dienen bij te dragen aan het realiseren van een aantrekkelijke omgevingskwaliteit via ruimtelijke kwaliteitsverbetering en landschappelijke inpassing. Het herkenbaar houden en versterken van de verschillende landschapstypen heeft de voorkeur. Dat geldt ook voor het behoud en het waar mogelijk versterken van het aan de landschapstructuur gekoppelde cultuurhistorisch, archeologisch en landschappelijk erfgoed.
legenda visiekaart 2030
zie voor onderbouwing hoofdkeuzes paragraaf 3.1 en voor de uitvoeringsagenda paragraaf 4.2
landschappelijke onderlegger Laagterras Maasdal: behouden en versterken contrast open/dicht & steilranden op termijn alleen natuurinclusief boeren & landschapsherstel ontwikkeling recreatielandschap Maaspark Well integrale gebiedsontwikkeling, dijkversterking & -verlegging Middenterras mozaïekzone met kleinschalig landschap op de overgang van laag- naar middenterras ontwikkeling van kenmerkende landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden i.c.m. onderzoeken mogelijkheden voor kleinschalige ontwikkelingen op het gebied van recreatie, wonen, (zorg)voorzieningen & landbouw Nationaal Park De Maasduinen behouden en versterken natuur, landschap & recreatie
Binnen het plangebied is landschapsherstel wenselijk door het aanhelen van karakteristieke landschapselementen. Daarnaast is het ontwikkelen van een agrarisch landschap met kwaliteiten wenselijk. Dit kan door de kenmerkende landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden te versterken.
bosgebied overwegend in Nationaal Park De Maasduinen en mozaïekzone beekdal Eckeltsche Beek behoud en herstel landschappelijke elementen, natuurincl. landbouw & natuurontwikkeling landgoed Bleijenbeek integrale ontwikkelingsopgave gericht op versterking ruimtelijke kwaliteit primair agrarisch landschap ruimte voor grootschalige landbouw & beperkt ruimte voor intensieve veehouderij
dorpen & clusters recreatie concentreren in 3 gebieden met eigen identiteit en bezoekerscentrum hoogwaardige schakels tussen Maas en Nationaal Park De Maasduinen • Afferden & Bleijenbeek: verblijfsrecreatie, extensieve sportvoorzieningen & natuur • Het merengebied: knooppunt voor (water)recreatie & natuur • De Hamert: recreatieve ommetjes & natuur centraal voorzieningencentrum Nieuw Bergen behouden & versterken lokale centra voor voorzieningen en zorg in Afferden, Siebengewald, Well & Wellerlooi behouden & versterken overige dorpen bedrijventerrein / verblijfsrecreatie verduurzamen bestaande bebouwing
projecten die geen deel uitmaken van de Omgevingsvisie 2030 projectgebied Energielandgoed Wells Meer realiseren grootschalige duurzame energieopwekking
agrarisch landschap ruimte voor (kleinschalige) landbouw concentratiegebied glastuinbouw als onderdeel van het toekomstig Energielandgoed Wells Meer agrarisch landschap met kwaliteiten (o.b.v. Bestemmingsplan Buitengebied 2018) ontwikkelen van kenmerkende landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden in delen randzone i.c.m. onderzoeken mogelijkheden voor kleinschalige ontwikkelingen op het gebied van landbouw, recreatie & (zorg)voorzieningen
35
legenda visiekaart zonne- & windenergie zie ook Beleidsnotitie ‘Energie uit zon en wind’
zonering zone 1
routes & structuren bekenstructuur, afvoerend richting Maas beekherstel & accentueren in het landschap
de kom bebouw
Elsteren 1A Well
Daarnaast heeft men aandacht voor biodiversiteit , ontstenen en klimaatdaptief inrichten.
integrale gebiedsontwikkeling dijkversterking en -verlegging rond Well & Nieuw Bergen realiseren groene rivier (hoogwatergeulen) i.c.m. natuurinclusief boeren tussen ‘oud’ en ‘nieuw’ Well & bij Afferden (indicatief) steilranden accentueren in het landschap ontwikkelen van een veilige N271 tot etalage van (regionale) gebiedskwaliteiten o.a.door realiseren markante rotondes op cruciale plekken
opwekken zonne-energie voor eigen gebruik toegestaan op daken en overkappingen (*) + bij uitzondering binnen erf, tuin en bouwvlak (*)
klan mozaïe
commercieel opwekken zonne-energie in zone 1 en 2: alleen op (bedrijfs)daken
nieuwe landschapsstructuren toevoegen houtwallen, laanbeplanting, singels e.d. herstel Maasheggenlandschap in laagterras, vooral ten noorden van Maaspark Well
opwekken zonne-energie voor eigen gebruik toegestaan op daken en overkappingen (*) zone 2
dschap
karakteristieke laanbeplanting, houtwallen & heggen behouden en herstellen
9
ppen re landscha ur bos & natublijf ever en recreati
kwetsba
zone 3 chalige
groots
ningen
ontgin
zonneweides voor commercieel gebruik landschappelijk inpasbaar (*) + opwekken zonne-energie voor eigen gebruik toegestaan op daken en overkappingen (*) + bij uitzondering binnen erf, tuin en bouwvlak (*) voorkeurslocatie ontwikkeling zonneweides en windpark Project Energielandgoed Wells Meer (*) zie Beleidsnotitie ‘Energie uit zon en wind’ voor inpassingseisen
aanvullende legenda grens Nationaal Park De Maasduinen
realiseren doorgaande fietsroutes langs Maas, door NP De Maasduinen & met omgeving ontbrekende schakels invullen & routeaanduiding verbeteren
0
2km
1
N BUREAU NIEUWE GRACHT 19 maart 2019
Omgevingsvisie, plangebied aangeduid in paars (bron: Omgevingsvisie Bergen april 2019)
Landschapsplan gemeente Bergen De gemeente Bergen heeft een landschapsplan opgesteld waarin een verkenning van het landschap binnen de gemeente en een afwegingskader voor landschappelijke inpassing is opgenomen. Het plangebied behoord, zoals in afbeelding hiernaast te zien, tot het landschapstype ‘Laagterras’: overstromingsvlaktes van de Maas die vaak al heel lang in agrarisch gebruik zijn. Op de hogere delen liggen oude bewoningskernen, zoals Well. De kern Elsteren ligt op de grens van middenterras en laagterras. Het plangebied ligt tussen deze kernen in. Kenmerkend voor het type laagterras zijn de hagen en daarnaast komen er ook andere lijnvormige landschapselementen veel voor in dit gebied, zoals bomenlanen en -rijen, houtsingels en maasheggen. Langs de wegen zijn vaak laanbomen aanwezig, soms in combinatie met heggen en hagen van meidoorn. Meidoorn is namelijk ook één van de meest voorkomende beplantingssoorten in dit landschapstype, samen met de zomereik en es. Solitaire bomen en kleine bosjes zijn ook passend in dit gebied. Nabij erven zijn elementen als vrijstaande bomen, hagen en
Elsteren 1A Well
hoogstambongerdjes typerend.
10
Uitsnede met landschappelijke eenheden binnen de gemeente Bergen, plangebied aangeduid in paars (Bron: Landschapsplan Bergen2023)
3 PLANVOORSTEL 3.1
Voornemen
Het doel zijn de huidige tuinbouwkassen te slopen en de huidige bedrijfswoning om te zetten aar ‘wonen’. Nabij de woning blijven twee bestaande bijgebouwen gehandhaafd. In ruil voor de sloop van de tuinbouwkassen worden op locatie twee nieuwe levensloop bestendige woningen met bijgebouwen gerealiseerd. De overige grond wordt agrarische cultuurgrond.
Ruimtelijke randvoorwaarden •
Overtollige bebouwing en verharding wordt gesloopt;
•
De resterende en nieuwe bebouwing en tuinen worden landschappelijk ingepast, conform de landschapskwaliteiten uit het landschapsplan van gemeente Bergen;
•
Rekening houden met mogelijke dijkversterking, door geen bebouwing toe staan 15 meter uit de bestaande dijk;
Elsteren 1A Well
•
11
Per woning ruimte voor minimaal 3 parkeerplaatsen op eigen terrein;
•
Bestaande beplanting met waarde zoveel mogelijk integreren;
•
Meerwaarde creeren van meer biodiversiteit.
•
Boven: Referentiebeeld hoogstam fruitbomen Links: Referentiebeeld van een beukenhaag
3.2
Landschapsvoorstel
Ruimtelijk voorstel
Binnen de bestaande landschappelijke structuren is de nieuwe situatie ingepast. De huidige woning, bijgebouwen en inrit blijven behouden. Aan de westzijde worden twee nieuwe levensloop bestendige woningen met ieder een eigen bijgebouw ontwikkeld. De nieuwe woningen vormen samen met de huidige woning een cluster rondom de kringstructuur. Het cluster heeft de rooilijn op dezelfde afstand als de huidige woning, maar iedere woning heeft individuele vrijheid in architectuur en oriëntatie. Dat betekent dat de woningen geen familie van elkaar zijn en daarmee ‘op elkaar lijken’. Seriebouw is uitgesloten. De inrit van zowel de bestaande als nieuwe woningen zijn allemaal aan de noordoost zijde georiënteerd. Hierdoor ontstaat er een hoek van woning en bijgebouw op het zuidwesten. Een optimale situatie voor de bezonning in de achtertuin. In combinatie met een eventuele overkapping, lamellen of parasol kan men het gele jaar genieten van de (avond)zon. Op elke inrit is ruimte voor minimaal drie parkeerplaatsen op eigen terrein.
Elsteren 1A Well
De kavels zijn relatief smal, om zoveel mogelijk landschap-
12
pelijke open ruimte rondom het nieuwe cluster te garanderen. Achter de tuinen ligt een zone die, in overleg met het Waterschap, vrij moet blijven van beplanting en obstakels ten gunste van dijkverzwaring. Deze ruimte is in het plan gearceerd en wordt ingericht als agrarische grond. Landschapsplan (zie bijlage I voor plan op maatvaste ondergrond)
Landschappelijke inpassing De gebouwen worden landschappelijk ingepast. Hierbij is rekening gehouden met de kenmerken van het omliggende gebied. Er wordt gebruik gemaakt van diverse landschapselementen, zoals hagen, bomen en singels, waarbij er voldoende zicht blijft op het omringende gebied (open structuur). Daarbij is het van belang dat tuinen groen worden afgeschermd door het gebruik van diverse landschapselementen en soorten beplanting. Dit komt ten gunste van de biodiversiteit in het gebied. De verbeelding op pagina 11 illustreert de toekomstige situatie, gevolgd door een argumentatie van de inpassingsmaatregelen. De tuinen worden omgeven door een haag en singel met inheems bosplantsoen. Aan de voorzijde een lage haag, zodat het zicht op de woning behouden blijft en in de achtertuinen een hoge (indien gewenst) robuuste haag in verband met
Referentiebeeld gemengde haag
de privacy. Hiermee wordt voorkomen dat er een wildgroei ontstaat van hekjes en schuttingen in het buitengebied. Wel hebben de initiatiefnemers keuzevrijheid in type haag, waardoor de individualiteit van de woningen weer wordt versterkt. Elke inrit wordt gemarkeerd door een solitaire boom van inheemse soort, waardoor er een bomenrij ontstaat die fungeert als een laan. Achter in de tuin worden nieuwe bomen aangeplant, voor meer biodiversiteit en versterking
Elsteren 1A Well
van de individualiteit van de kavels.
13
Het cluster wordt ingesloten door twee agrarische kavels. Om de kleinschaligheid van het gebied te versterken wordt aan de westzijde een hoogstamfruitgaard aangelegd met aan de westzijde een lage haag met gemengd inheems bosplantsoen. Aan de oostzijde worden enkele knotbomen langs de perceelsgrens geplant. Behoud van de openheid wordt hiermee gegarandeerd.
Referentiebeeld knotbomen
3.3 Beplantings- en beheer plan Het landschapsplan is uitgewerkt in een beplantingsplan voor de nieuwe beplanting en een beheerplan voor de bestaande beplanting. Het beplantingsplan op pagina 13 geeft de locatie van de verschillende landschapselementen weer.
Haag: 104m nieuwe haag - 416 stuks Aanplant •
Haag aanplanten met 2 tot 3 jarig bosplantsoen. Keuzen uit onderstaande soorten:
1.
Liguster (Ligustrum vulgare)
2.
Veldesdoorn (Acer campestre)
3.
Haagbeuk (Carpinus betulus)
4.
Meidoorn (Crataegus monogyna)
•
Deze in één rij aanplanten met minimaal 4 planten per meter (416 stuks).
•
Pas groeiplaatsverbetering toe ten gunste van de groei, maar ook een stimulering van het lokale bodemleven.
Beheer •
De haag minimaal 2x per jaar scheren tot een minimale hoogte van 0,6 meter tot 1,0 meter en
Elsteren 1A Well
minimaal 0,5m breed;
14
•
Snoeiwerkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 15 juni en 15 maart;
•
Maaisel afvoeren. Beplantingsplan. Per landschapselement is gerefereerd naar de objecten en elementen op de kaart (zie bijlage II voor plan op maatvaste ondergrond)
Gemengde haag:
Hoge haag:
Bomen:
34m haag - 136 stuks
114m haag - 456 stuks
9 nieuwe bomen
Aanplant
Aanplant
Aanplant
•
•
•
Haag aanplanten met 2 tot 3 jarig bosplantsoen, met de volgende soorten:
Haag aanplanten met minimale hoogte 120/140,
Bomen planten in ruim plantvak en goed
keuze uit de volgende soorten :
verankeren. Onderstaand assortiment toepassen
1.
25% Kornoelje (Cornus mas)
1.
Ilex aquifolium (Hulst)
in aangewezen grootte. Keuze uit onderstaande
2.
25% Meidoorn (Crataegus monogyna)
2.
Liguster (Ligustrum vulgare)
soorten, minimaal 2 verschillende soorten per
3.
25% Veldesdoorn (Acer campestre)
3.
Veldesdoorn (Acer campestre)
kavel:
4.
25% Haagbeuk (Carpinus betulus)
4.
Haagbeuk (Carpinus betulus)
1.
Zomerlinde (Tilia platyphyllos) 14-16
•
Deze in twee rijen aanplanten, groepsgewijs met
5.
Meidoorn (Crataegus monogyna)
2.
Winterlinde (Tilia cordata)
3 soorten in kruislings verband met minimaal 4
•
planten per meter (136 stuks). •
Pas groeiplaatsverbetering toe ten gunste van
•
Deze in twee rijen aanplanten, kruislings verband met
3.
Eik (Quercus robur)
minimaal 4 planten per meter (567 stuks).
4.
Zoete kers (Prunus avium)
Pas groeiplaatsverbetering toe ten gunste van
5.
Berk (Betula pendula)
de groei, maar ook een stimulering van het lokale
de groei, maar ook een stimulering van het lokale
•
Bomen staan minimaal 2m uit de perceelsgrens en
bodemleven.
bodemleven.
onderling minimaal 8m uit elkaar. •
Beheer •
•
De haag minimaal 1x per 2 jaar scheren tot een
De haag minimaal 1x per jaar scheren tot een
bodemleven.
minimale hoogte van 1,2 meter tot 1,50 meter en
minimale hoogte van 1,5 meter tot 2,0 meter en
minimaal 0,8m breed;
minimaal 0,8m breed;
Beheer
Snoeiwerkzaamheden worden alleen verricht in de
•
Snoeiwerkzaamheden worden alleen verricht in de
•
periode tussen 15 juni en 15 maart; •
de groei, maar ook een stimulering van het lokale
Beheer •
Pas groeiplaatsverbetering toe ten gunste van
Maaisel afvoeren.
periode tussen 15 juni en 15 maart; •
Maaisel afvoeren.
Zieke en beschadigde takken verwijderen en afvoeren;
•
De boom mag niet beschadigd worden door vee. Jonge bomen zijn voorzien van een boomkorf;
•
Snoeiwerkzaamheden kunnen in oktober tot en
Elsteren 1A Well
met februari worden verricht.
15
Hoogstamfruitsoorten:
Knotbomen
Beheer
11 stuks
5 stuks
•
element wordt als hakhout beheerd. De
Aanplant •
Hoogstamfruitbomen planten in ruim plantvak en
Aanplant
goed verankeren. Streekeigen soorten, conform lijst
•
•
•
Bomen staan minimaal 4m uit de perceelsgrens en
Beheer
onderling minimaal 8m uit elkaar.
•
tussen 1 november en 14 maart; •
Knotcyclus minimaal 1 keer per 5 jaar.
bodemleven.
•
De stam van een knotboom wordt minimaal op
De botanische weide wordt ingezaaid met een
een hoogte van 1,5 meter boven maaiveld afgezet
passen kruidenmengsel, zoals voorgesteld in bijlage
(geknot). •
IV.
•
Appel en peer snoeien dat de kroon open blijft en de waterloten verwijderen in de maanden november tot februari. Zieke en beschadigde takken verwijderen en afvoeren.
•
Snoeiwerkzaamheden worden in beginsel verricht in de periode tussen 1 november en 15 maart
•
Bij schade aan het landschapselement wordt de schade hersteld.
•
Knotwerkzaamheden worden verricht in de periode
de groei, maar ook een stimulering van het lokale
Beheer
De botanische weide wordt onderhouden door grazend vee of wordt minimaal 1 keer per jaar gemaaid en afgevoerd.
Elsteren 1A Well
1 m boven de hakhoutstoof (beheereenheden met grotere dikte dienen afgezet te worden). •
Houtsingel: 20x7m singel -80 stuks
•
singel aanplanten met 2 tot 3 jarig bosplantsoen, met de volgende soorten:
1.
25% Kornoelje (Cornus mas)
2.
25% Meidoorn (Crataegus monogyna)
3.
25% Gelderse Roos (Viburnum opulus)
4.
15% Hazelaar (Corylus avellana)
5.
10% Gewone vlier (Sambucus nigra)
•
Deze in 5 rijen aanplanten, groepsgewijs met 3
•
Pas groeiplaatsverbetering toe ten gunste van de groei, maar ook een stimulering van het lokale bodemleven.
Takken die over aangrenzende percelen hangen mogen het hele jaar worden teruggesnoeid.
•
Snoeihout mag op stapels of rillen in het element verwerkt worden voor zover het de stoven die opnieuw uit moeten lopen niet schaadt. Als snoeihout versnipperd wordt mogen de snippers niet verwerkt worden in het element.
•
Ongewenste houtsoorten, zoals Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik, robinia en ratelpopulier mogen mechanisch (uitgraven, afzagen, uitfrezen)
Aanplant •
Snoeiwerkzaamheden worden uitgevoerd in de periode tussen 1 november en 14 maart.
Het element mag niet worden beschadigd door vee.
soorten in kruislings verband (80 stuks).
16
de eventuele overstaanders, is maximaal 15 cm op
10-12.
Pas groeiplaatsverbetering toe ten gunste van
•
gemiddelde diameter van het hakhout, behoudens
Aanplant eik (Qeurcus robur) met minimale maat
uit bijlage III.
Ten minste 75% van de oppervlakte van het
worden bestreden. •
Grondbewerking van aanliggende landbouwgrond mag niet leiden tot schade aan het element.
•
Het element mag niet worden beschadigd door vee. Een raster ter bescherming mag niet aan het houtgewas bevestigd worden. Als er geen vee in het aangrenzende perceel loopt, is een raster niet nodig.
Bijlage I
Elsteren 1A Well
Landschapsplan op maatvaste ondergrond
Bijlage II
Elsteren 1A Well
Beplantingsplan op maatvaste ondergrond
Bijlage III
Elsteren 1A Well
Hoogstamfruitsoorten
Bijlage IV
Botanisch grasmengsel
Wilde bijenrand , kleigrond oppervlakte strook in m2 in het gele vakje de opp.invullen in m2
zaaihoeveelheid 1,25 gr/m2 : 12,5 kg/ha
770,00 m2
norm landbouw 35 kg/ha
Elsteren 1A Well
samenstelling mengsel
percentage gewicht eenheid
Ned. Naam kruiden
wetenschappelijke naam
Gewone rolklaver (wild) Margriet (wild) Wilde peen (wild) Knoopkruid (wild) Gewoon duizendblad (wild) Cichorei (wild) Luzerne Rode klaver (wild) Witte klaver (wild)
Lotus corniculatus Leucanthemum vulgare Daucus carota Centarea jacea Achillea millefolium Cichorium intybus Medicage sativa Trifolium pratense Trifolium repens
15,00% 8,00% 16,00% 16,00% 8,00% 6,00% 6,00% 5,00% 10,00%
0,144375 0,077 0,154 0,154 0,077 0,05775 0,05775 0,048125 0,09625 0 0 0
kg kg kg kg kg kg kg kg kg kg kg kg
Ned. naam grassen Timotheegras
Wet. Naam grassen Phleum pratense
10,00%
0,09625
kg
100,00%
0,9625 kilogram
Contactpersoon Neutkens; Geert-Jan Lueb T. 06 5086 6988 / E:gjlueb@neutkens.nl Zie ook http://www.neutkens.nl/
1,2 0,4 0,85 1,2 0,16 1,3 2 2 0,65
Samenvatting In opdracht van Reland b.v. heeft Transect b.v. in augustus 2025 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Elsteren 1a in Well (gemeente Bergen). De aanleiding voor het onderzoek is de aanvraag van een TAM-IMRO omgevingsplanwijziging voor de sloop van de huidige kassen en de realisatie van twee nieuwe woningen. Eén bestaande woning blijft behouden, waardoor er in de voorgenomen situatie drie woningen in het plangebied aanwezig zijn. Het archeologisch vooronderzoek bestaat uit een Archeologisch Bureauonderzoek (BO). De vraagstelling van dit onderzoek richt zich op het vaststellen van de archeologische verwachting, de bestaande verstoringen en de bepaling in hoeverre de voorgenomen ingrepen in het kader van de planvorming effect hebben op eventuele archeologische resten in het gebied. Op basis van het bureauonderzoek vormde het plangebied tijdens het Jonge Dryas een actieve riviervlakte. Hierdoor geldt een lage verwachting voor het aantreffen van resten uit het LaatPaleolithicum. De ligging van het plangebied op een relatief hoog en droog dalvlakteterras nabij de Maas maakte het gebied wel geschikt voor nederzettingen van jager-verzamelaars uit het Mesolithicum tot en met het Vroeg-Neolithicum, en voor landbouwnederzettingen uit het MiddenNeolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen.
Direct ten zuidwesten en zuidoosten van het plangebied zijn twee vindplaatsen aangetroffen met vondsten die dateren tot in de Middeleeuwen. Deze vindplaatsen zijn niet in de richting van het plangebied begrensd (van Dijk, 2003). Hierdoor is het mogelijk dat beide vindplaatsen zich binnen het plangebied voortzetten. Aanvullend zijn in het onderzoeksgebied vindplaatsen bekend uit de periode Mesolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Voor het plangebied zelf geldt een lage verwachting voor het aantreffen van een vindplaats daterend uit de periode Late-Middeleeuwen tot en met Nieuwe tijd. Historische kaarten geven aan dat het plangebied in deze periode in gebruik was als bouwland en hooiland, zonder sporen van bewoning. Voor vindplaatsen gerelateerd aan militair erfgoed geldt dat dergelijke resten, op basis van RAFluchtfoto’s, circa 600 m ten noorden van het plangebied aanwezig waren, maar niet in het plangebied zelf. In een aanzienlijk deel van het plangebied is de bodem naar verwachting tot minimaal 50 cm onder maaiveld verstoord, voornamelijk door de aanleg van de huidige bebouwing en intensief ploegen. Deze verstoringen zijn weergegeven op de verstoringenkaart in bijlage 8. Toch kunnen archeologische resten nog aanwezig zijn, vooral als verstoring heeft plaatsgevonden in een oud bouwlanddek dat mogelijk onderliggende sporen heeft afgeschermd.
Op circa 300 meter ten oosten van het plangebied is een dergelijk oud bouwlanddek vastgesteld met een dikte variërend van 20 tot 80 cm onder maaiveld (Kruithof en Hagens, 2025). Dit toont aan dat er variatie in dikte bestaat en dat er kans is op ongerepte delen met archeologische waarde. Voor de voorgenomen ingrepen zal het plangebied ter plekke van de bodemingrepen echter ook verhoogd worden met circa 60 tot 80 cm. Advies In het plangebied bestaat het voornemen de huidige bebouwing te slopen en nieuwbouw te realiseren. In het kader van de aanvraag van een omgevingsvergunning adviseren wij geen verdere maatregelen te treffen, indien de bodemingrepen niet dieper reiken dan 50 cm -Mv. Er zal een verhoging van het maaiveld plaatsvinden ten behoeve van de realisatie van de woonkavels. Deze verhoging zal tussen de 60 en de 80 cm dik zijn. Wanneer de verhoging 60 cm bedraagt adviseren wij vrijgave van verder archeologisch onderzoek wanneer de bodemingrepen niet dieper reiken dan 100 cm -Mv, met de voorwaarde dat het plangebied zijn archeologische waarde behoudt op 13,8 m +NAP (50 cm) onder het huidige maaiveld.
4
Indien bodemingrepen wel dieper reiken dan de bovengenoemde voorwaarden, adviseren wij een vervolgonderzoek uit te voeren in het plangebied. Dit onderzoek kan het beste plaatsvinden in de vorm van een verkennend booronderzoek (IVO-O), met als doel de bodemopbouw en de mate van intactheid van de bodem vast te stellen. Aan de hand van deze informatie kan vervolgens de archeologische verwachting uit het bureauonderzoek worden getoetst. Wij wijzen erop dat als tijdens de werkzaamheden onverwacht toch archeologische vondsten worden gedaan, er volgens de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 en 5.11, een wettelijke meldingsplicht geldt. Deze vondsten moeten dan aan de bevoegde overheid, in dit geval de gemeente Bergen, worden gemeld. Selectiebesluit De gemeente Bergen (Van den Bermortel, d.d. 12-09-2025) heeft besloten dat er een vervolgonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek noodzakelijk is om de verwachtingen en verstoringen te testen. Woningen in deze regio worden doorgaans gefundeerd op een diepte van circa 80 cm -Mv waardoor eventuele archeologische resten verstoord kunnen worden.
5
Inhoud 1.
Aanleiding
7
2.
Aard en doel van het archeologisch vooronderzoek
8
3.
Afbakening van het plan- en onderzoeksgebied
9
4.
Planvorming en consequenties toekomstig gebruik
11
5.
Beleidskader
12
6.
Landschap, geomorfologie en bodem
13
7.
Beschrijving bekende archeologische kenmerken
16
8.
Historische situatie, huidig gebruik en bodemverstoringen
21
9.
Gespecificeerde archeologische verwachting
28
10. Conclusie en Advies
30
11. Geraadpleegde bronnen
32
Bijlage 1: Archeologische periode-indeling voor Nederland
35
Bijlage 2: Plantekening
36
Bijlage 3: Archeologische beleidskaart van de gemeente Bergen
37
Bijlage 4: Geomorfologie
39
Bijlage 5: Hoogtekaart
40
Bijlage 6: Bodemkaart
42
Bijlage 7: Archeologische informatie
43
Bijlage 8: Verstoringenkaart
44
6
1. Aanleiding In opdracht van Reland b.v. heeft Transect b.v.1 in augustus 2025 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Elsteren 1a in Well (gemeente Bergen). De aanleiding voor het onderzoek is de aanvraag van een TAM-IMRO omgevingsplanwijziging voor de sloop van de huidige kassen en de realisatie van twee nieuwe woningen. Eén bestaande woning blijft behouden, waardoor er in de voorgenomen situatie drie woningen in het plangebied aanwezig zijn. In het vigerende omgevingsplan (Maaspark Well) geldt voor het plangebied de aanduiding Waarde – Archeologie 4. Vanwege deze aanduiding is archeologisch onderzoek verplicht bij bodemingrepen die groter zijn dan 250 m² en dieper reiken dan 40 cm -Mv. Gezien de omvang van de voorgenomen ontwikkeling (circa 5275 m² met bodemingrepen dieper dan 40 cm -Mv) is archeologisch vooronderzoek noodzakelijk.
1 Transect b.v. voldoet aan de eisen zoals gesteld in de kwaliteitsnorm ‘BRL SIKB 4000’, versie 4.2, en is gecertificeerd door
middel van een procescertificaat. Transect b.v. is certificaathouder van de volgende protocollen: ‘KNA Protocol 4001 Programma van Eisen’, ‘KNA Protocol 4002 Bureauonderzoek’, ‘Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Overig’, ‘Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Proefsleuven’ en ‘Protocol 4004 Opgraven’, en staat geregistreerd bij de RCE en de SIKB.
7
2. Aard en doel van het archeologisch vooronderzoek Het archeologisch vooronderzoek bestaat uit een Archeologisch Bureauonderzoek (BO). Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is het specificeren van de archeologische verwachting, dat wil zeggen het aan de hand van beschikbare en nieuwe informatie over de archeologie, cultuurhistorie, geomorfologie, bodemkunde en grondgebruik, bepalen van de kans dat binnen het plangebied archeologische resten kunnen voorkomen. Hiervoor is onder andere het centraal Archeologisch Informatiesysteem (Archis) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geraadpleegd, waarin de Archeologische MonumentenKaart (AMK) is opgenomen. Aanvullende (cultuur)historische informatie is verkregen uit historische kaarten. Om inzicht te krijgen in de opbouw en ontwikkeling van het landschap zijn onder andere de bodemkaart en beschikbare geologische en geomorfologische kaarten geraadpleegd. Het resultaat van het archeologisch vooronderzoek is dit rapport met een conclusie omtrent het risico dat eventueel aanwezige archeologische waarden in het plangebied worden verstoord als gevolg van de voorgenomen plannen. Op basis van dit rapport neemt de bevoegde overheid een beslissing in het kader van de vergunningverlening of planprocedure.
Het rapport bevat waar mogelijk gegevens over de – verwachte – aan- of afwezigheid, aard, omvang, ouderdom, gaafheid, conservering en (relatieve) kwaliteit van archeologische waarden. Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform protocol 4002 van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.2 (KNA 4.2).
8
3. Afbakening van het plan- en onderzoeksgebied Gemeente
Bergen (Limburg)
Plaats
Well
Toponiem
Elsteren 1a
Kaartblad
52E
Centrumcoördinaat
202.811 / 396.232
Bij het archeologisch bureauonderzoek is onderscheid gemaakt in het plangebied en het onderzoeksgebied. Het plangebied is het gebied waarin de geplande bodemingrepen zullen plaatsvinden. Het onderzoeksgebied omvat het plangebied en een deel van het direct omringende gebied en wordt bij het onderzoek betrokken om tot een beter inzicht te komen in de archeologische, (cultuur)historische en bodemkundige situatie in het plangebied. Het onderzoeksgebied beslaat in dit geval een straal van circa 500 meter rond het plangebied. Het plangebied ligt aan Elsteren 1a te Well (gemeente Bergen). De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1. Kadastraal omvat het plangebied perceel BGN02-S-1395 en de linkerhelft van BGN02-S-3105 en -3104 (bron: kadastralekaart.com). Het plangebied is circa 1,2 ha groot.
9
Figuur 1: Ligging van het plangebied (met rode lijnen aangegeven, bron: www.pdok.nl).
10
4. Planvorming en consequenties toekomstig gebruik Kader
Aanvraag omgevingsvergunning
Oppervlakte plangebied
1,2 ha
Planvorming
Sloop bestaande kassen Nieuwbouw woningen en bijgebouwen
Omvang verstoringen
5380 m2 sloopwerkzaamheden 5275 m2 nieuwbouw 4400 m² ophoging ca. 60-80 cm 1300 m² ophoging ca. 110 cm
Bodemverstorende werkzaamheden
Sloop- en bouwwerkzaamheden
Diepte verstoring
Onbekend
De planvorming in het plangebied omvat de sloop van de bestaande kassen en de realisatie van twee nieuwe woningen. Eén bestaande woning blijft behouden, waardoor er in de voorgenomen situatie drie woningen in het plangebied aanwezig zijn. Dit valt binnen particulier eigendom. De woningen worden gerealiseerd op de plek van de huidige kassen, die hiervoor zullen worden gesloopt. Een derde woning in het oosten van het plangebied blijft behouden. Een inrichtingstekening van de toekomstige situatie is opgenomen in bijlage 2. Woning 3 en het bijgebouw blijven in het plan behouden. Voor de herontwikkeling is een TAM-IMRO omgevingsplanwijziging nodig, omdat de voorgenomen ingrepen groter zijn dan het huidige omgevingsplan toestaat. De bodemingrepen kunnen het bodemarchief en eventuele archeologische waarden beïnvloeden. De nieuwbouw wordt gepland in een gebied waar de bodem al verstoord is door eerdere werkzaamheden in verband met de bestaande kassen, waardoor mogelijke nieuwe schade aan archeologische waarden kan worden beperkt. De te slopen kassen beslaan 5275 m² en de nieuwbouw 440 m². De nieuwbouw valt volledig binnen de te slopen kassen. De vlakken van de nieuwbouw zullen tevens verhoogd worden tot aan de maaiveld hoogte van de noordelijk gelegen weg en huidig vlak van woning 3. Deze verhoging beslaat circa 4400 m² en zal een verhoging van tussen de 60 en de 80 cm zijn.
In de zuidwestelijke hoek van het plangebied zal het maaiveld circa 110 cm verhoogd worden ter versterking van de zuidelijk gelegen dijk. Deze verhoging beslaat ongeveer 1300 m² aan oppervlakte. Hoe diep de ingrepen zullen reiken is echter nog niet bekend, aangezien de technische tekeningen voor de bebouwing nog worden opgesteld. Er zijn geen effecten op het grondwaterpeil voorzien.
11
5. Beleidskader Onderzoekskader
Aanvraag omgevingsvergunning
Beleidskader
Bestemmingsplan Maaspark Well
Onderzoeksgrens
250 m2 en dieper dan 40 cm –Mv
In 1992 heeft Nederland het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed ondertekend; ook wel het Verdrag van Malta of Valletta genoemd, naar het eiland en de plaats waar het is ondertekend. Het Verdrag is in 1998 geratificeerd en op 1 september 2007 via de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) geïmplementeerd. De Wamz is een wijzigingswet en omvat een wijziging van de Monumentenwet 1988, de Wet Milieubeheer, de Ontgrondingenwet en de Woningwet, op grond waarvan overheden onder andere bij bodemingrepen verplicht rekening moeten houden met het behoud van archeologische waarden. Sinds juli 2016 is het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed geregeld door Erfgoedwet, die de Monumentenwet 1988 vervangt. Het deel van het erfgoedbeheer dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving is sinds 1 januari 2024 opgenomen in de Omgevingswet. Hierin is bepaald dat gemeentes rekening moeten houden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed bij het vaststellen van het omgevingsplan. Hieronder vallen dus ook bekende en/of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. Dit is vastgesteld in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) artikel 5.130, lid 1.
In het belang van de archeologische monumentenzorg kan een gemeente vanuit het Omgevingsplan lokale regels stellen door monumenten (concreet) in de bodem te beschermen of ze juist vakkundig op te laten graven (lid 3, 4 en 5). Ook kunnen ze vanuit het Omgevingsplan eisen stellen aan het onderzoek, waaronder het onderzoeksthema en de onderzoeksvorm. Gemeentes hebben tot eind 2031 om tot een Omgevingsplan op te stellen. Tot die tijd geldt een Tijdelijk Omgevingsplan. In het vigerende omgevingsplan van de gemeente Bergen (bestemmingsplan Maaspark Well) heeft het plangebied de aanduiding Waarde – Archeologie 4 (bron: omgevingswet.overheid.nl). Deze regels zijn gebaseerd op de gemeentelijke beleidskaart, waarop aan het plangebied een hoge archeologische verwachting is toegekend (Gemeente Bergen, 2012; bijlage 3). Bij bouwwerken en/of bodemingrepen die groter zijn dan 250 m² en dieper reiken dan 40 cm -Mv is archeologisch (voor)onderzoek verplicht. Gezien de grotere verstoringsoppervlakte en -diepte is in dit geval, in het kader van de aanvraag van een omgevingsvergunning, een archeologisch (voor)onderzoek noodzakelijk (zie hoofdstuk 4).
In het kader van de herziening van het omgevingsplan (TAM-IMRO plan) dient de aanvrager een rapport aan de gemeente te overleggen, waarin de archeologische waarde van het plangebied naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders in voldoende mate is vastgesteld. Afhankelijk van de uitkomsten van het archeologisch (voor-)onderzoek dat hiervoor nodig is, kunnen aan de ontwikkeling regels worden verbonden ter behoud van belangrijke archeologische waarden. Deze kunnen bestaan uit technische aanpassingen of een veiligstellende opgraving. Het archeologisch vooronderzoek kan hiertoe worden uitgebreid met een al dan niet gecombineerd karterend en waarderend onderzoek, zodat op basis van de KNA-waarderingssystematiek een waardestelling kan worden opgemaakt.
12
6. Landschap, geomorfologie en bodem Archeoregio
Brabants zandgebied
Geomorfologie
Dalvlakteterras
Maaiveld
14,0-15,0 m +NAP
Bodem
Hoge bruine enkeerdgronden (NO) Kalkloze ooivaaggronden (ZW)
Grondwater
GWT-VII
Landschapsgenese Het plangebied ligt in het Brabants zandgebied, op de grens met het Limburgs zandgebied. In het Pleniglaciaal, circa 50000 tot 15000 jaar geleden, stroomde de Maas onder invloed van een opleving in breuktektoniek niet over de Peelhorst, maar ten oosten daarvan, binnen de Slenk van Venlo. De grens tussen de Peelhorst en de Slenk van Venlo ligt globaal bij Overloon (Moonen, 2008). Ten oosten van Overloon, en daarmee ook binnen het plangebied, werden in deze periode sedimenten afgezet die behoren tot de Formatie van Beegden (De Mulder et al., 2003). Op de Peelhorst, westelijk van het plangebied, ontwikkelde zich een boomloze toendra. Door het barre klimaat en het ontbreken van vegetatie trad verstuiving van zand op vanuit drooggevallen beek- en rivierbeddingen en vanuit het Noordzeebekken. Deze afzettingen worden toegewezen aan de Formatie van Boxtel (De Mulder et al., 2003). Lokaal ontstonden duinen, ruggen en welvingen, die tot circa een tot twee meter boven het omliggende landschap uitstaken (Stouthamer et al., 2015). Vanaf de Peelhorst waterden verschillende beken af naar zowel westelijke (Centrale Slenk) als oostelijke (Maasdal) richtingen, waarbij de resulterende afzettingen bestaan uit min of meer gelaagde zanden, al dan niet afgewisseld met leemlagen en organische resten (Stouthamer et al., 2015).
Tijdens het Weichselien, tot circa 10000 jaar geleden, sneed de Maas zich opnieuw in en vormde een rivierdal ten oosten van het plangebied. In dit brede dal lagen riviergeulen verspreid in een vlechtend patroon. Binnen de geulen werden grofzandige en grindhoudende afzettingen neergelegd, geologisch toegewezen aan de Formatie van Kreftenheye (De Mulder et al., 2003). Deze afzettingen duiden op hoge stroomsnelheden en sterke variaties in (piek)afvoer ten gevolge van grote hoeveelheden smeltwater. Op perioden van droogstand kon fijner rivierzand door windverstuiving worden afgezet langs de randen van de riviervlakte, waar rivierduinen ontstonden (Laagpakket van Delwijnen; Berendsen en Stouthamer, 2001). Rivierduinen vormden potentiële vestigingslocaties voor prehistorische populaties. Vanaf circa 15000 jaar geleden trad een geleidelijke klimaatverbetering op. Kortdurende warmere periodes, respectievelijk het Bølling- en Allerød-interstadiaal, circa 13000 tot 12000 jaar geleden en 11500 tot 11000 jaar geleden, leidden tot toename van vegetatie en een betere verdeling van rivierwater. Riviergeulen begonnen te meanderen en sneden zich dieper in de riviervlakte, waardoor zich een getrapt rivierdal ontwikkelde. Tijdens overstromingen werd zandige klei afgezet, bekend als het Laagpakket van Wijchen (De Mulder et al., 2003).
Vanaf circa 9700 voor Chr., in het Holoceen, zette de klimaatsopwarming definitief door. Toenemende vegetatie beperkte de verstuiving van rivierzand en stabiliseerde de rivieroever, zodat overstromingen slechts sporadisch buiten de oevers traden en klei kon accumuleren, eveneens behorend tot het Laagpakket van Wijchen.
13
Toen de Maas ten oosten van het plangebied stroomde, werd in het plangebied dekzand van de Formatie van Boxtel afgezet (De Mulder et al., 2003; Moonen, 2008). Het dekzand bedekt vrijwel het gehele grondgebied van de gemeente Venray (Moonen, 2008). Vanaf het begin van het Holoceen, circa 10000 jaar geleden, stegen de gemiddelde jaartemperaturen aanzienlijk, waardoor verstuivingen werden beperkt door een toenemende vegetatiebedekking. Erosie en sedimentatie bleven voornamelijk beperkt tot stuifzandgebieden, ontstaan door ontbossing in de Late Middeleeuwen, en de laagste delen van beekdalen en depressies. Binnen de beekdalen werden zand en leem/klei afgezet en kon veen, zoals broekveen, tot ontwikkeling komen. Daarnaast ontwikkelde zich op de Peelhorst hoogveen (Moonen, 2008). Geologie Volgens de geologische kaart van TNO (2021) is het plangebied gelegen in een gebied dat is gekarteerd als stevige fijnkorrelige overstromingsafzettingen (kaartcode BE2). De overstromingsafzettingen vallen onder Laag van Wijchen, Formatie van Beegden (bron: dinoloket.nl; zie ook voorgaande paragraaf ‘landschapsgenese). In het midden van het plangebied (202.777 / 396.309, RD) staat een boring vermeld (boring: B52E3290, bron: dinoloket.nl). In deze bodem is tot 6,0 m -Mv (14.6-8,6 m +NAP) zand, leem en grind aangetroffen (Formatie van Beegden).
Geomorfologie Op de geomorfologische kaart van Maas et al. (2019) is het plangebied gekarteerd als dalvlakteterras (code E44, Bijlage 4, bron: pdok.nl). Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Op basis van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) ligt de maaiveldhoogte binnen het plangebied tussen 14,0 en 15,0 m +NAP (bron: ahn.nl; versie 5; bijlage 5). De akkers ten oosten van het plangebied liggen tot circa één meter hoger dan het maaiveld in het westen. Ter hoogte van het bestaande huis is een lokale verhoging zichtbaar tot 15,3 m +NAP. Het plangebied ligt relatief hoog in het landschap en vertoont een groot hoogteverschil ten opzichte van de directe omgeving. Binnen een afstand van circa 15 meter naar het zuiden is een hoogteverschil van ongeveer 2,0 meter waarneembaar. Deze laagte in het landschap is ontstaan door zand- en kleiwinning (bron: wellaandemaan.nl). Direct ten zuiden van het plangebied is een dijk gelegen welke de afgegraven laagte scheidt van het plangebied. Bodem en grondwatertrap Op de bodemkaart is het plangebied deels gekarteerd als hoge bruine enkeerdgronden (grof zand) in het noordoostelijke deel en als kalkloze ooivaaggronden in het zuidwestelijke deel (kaartcodes: bEZ30 en Rd10C; bijlage 6, pdok.nl).
De grondwatertrap geeft de vochttoestand van de bodem aan en is archeologisch relevant voor het inschatten van de conservering van eventuele onverbrande organische resten, zoals hout, bot en leer. In het noordoostelijke deel van het plangebied is de grondwatertrap gekarteerd als VII, wat duidt op droge omstandigheden, waarbij de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) tussen 80 en 140 cm onder maaiveld ligt en de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) dieper dan 120 cm onder maaiveld. In het zuidwestelijke deel worden natte omstandigheden verwacht. Door de lage grondwaterstand zijn onverbrande organische resten tot circa 120 cm onder maaiveld waarschijnlijk door oxidatie aangetast. Anorganisch materiaal, zoals vuursteen, metaal en aardewerk, blijft daarentegen ongeacht de grondwaterstand goed bewaard. 14
Een nabijgelegen grondwatermonitoringsput (GMW000000043576), circa 25 m ten noorden van het plangebied, bevestigt eveneens droge omstandigheden met een lage grondwaterstand (bron: dinoloket.nl).
15
7. Beschrijving bekende archeologische kenmerken Wettelijk beschermd monument
Nee
AMK terrein
Nee
Verwachting gemeentelijke kaart
Hoog
Archeologische waarden en/of informatie
Nee
Synthese bekende waarden en geraadpleegd onderzoek In het plangebied zijn volgens het Archeologisch Informatiesysteem (Archis) vooralsnog geen archeologische waarnemingen geregistreerd. Het gebied maakt deel uit van eerder onderzochte terreinen, maar lijkt zelf nog niet onderzocht te zijn. Tabel 1 geeft een overzicht van de verschillende onderzoeken en vondstmeldingen in de omgeving van het plangebied. Uit het geraadpleegde onderzoek blijkt dat de omgeving van het plangebied gedurende de periode van het Mesolithicum tot en met de Nieuwe tijd vrijwel continu in gebruik is geweest. Vanaf het Mesolithicum zijn sporen van jachtkampen en verspreid vuursteen met intentionele bewerkingssporenaangetroffen. Vanaf de Midden-Bronstijd zijn duidelijke nederzettingen met gebouwstructuren en spiekers aanwezig. In de IJzertijd en Romeinse tijd zijn erven, huisplattegronden, spiekers, waterkuilen, kringgreppels, greppelsystemen en een mogelijke grafstructuur vastgesteld, aangevuld met wegen en karresporen richting de Maas. Uit de Romeinse tijd tot en met de Middeleeuwen zijn afwateringskanalen en houtskoolmeilers bekend, waarbij de Vroege en Volle Middeleeuwen worden gekenmerkt door grootschalige houtskoolproductie. Vanaf de Late Middeleeuwen ontwikkelt het gebied zich tot cultuurlandschap met wegen, greppels en perceelsgrenzen.
In de Nieuwe tijd worden voornamelijk infrastructurele resten aangetroffen, waaronder een loopgravenstelsel uit de Tweede Wereldoorlog. Direct ten zuidoosten en zuidwesten van het plangebied zijn twee vindplaatsen aangetroffen (Van Dijk, 2003). In de zuidoostelijke vindplaats zijn vondsten daterend in het Neolithicum tot en met de Romeinse tijd aangetroffen en in de zuidwestelijke vindplaats zijn vondsten die dateren tot in de Middeleeuwen aangetroffen. Deze vindplaatsen zijn niet in de richting van het plangebied begrensd. Hierdoor is het mogelijk dat beide vindplaatsen zich (deels) binnen het plangebied voortzetten. Op basis van de geraadpleegde onderzoeken is niet bekend of de aangetroffen vindplaatsen zich richting het plangebied uitstrekken of daar begrensd zijn. Wettelijk beschermde status Het plangebied heeft volgens het centraal archeologisch informatiesysteem (Archis) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geen archeologisch wettelijk beschermde status. Archeologische Monumentenkaart (AMK) Het plangebied is niet opgenomen op de Archeologische MonumentenKaart (AMK). Archeologische verwachting Op de gemeentelijke beleidskaart geldt een hoge verwachting voor het plangebied.
16
8. Historische situatie, huidig gebruik en bodemverstoringen Landschapstype2 Cultuurhistorische elementen
Hogere terrasontginningen 3
Nee
Aard historisch landgebruik
Bouwland, hooiland
Historische bebouwing aanwezig
Nee
Bebouwing van cultuurhistorische waarde
Nee
Historische achtergronden van het cultuurlandschap en -situatie Het plangebied ligt in de Maasvallei en maakt deel uit van de buurtschap Elsteren. De bebouwing van deze nederzetting ontwikkelde zich langs de armen van een wegkruising tussen de akkerlanden van het rivierdal en is ten minste sinds de Late Middeleeuwen aanwezig (bron: archiefwell.nl). Aan zowel de noord- als de zuidzijde bevonden zich de zogenoemde “Gemeinde Benden”, oftewel gemeenschappelijke weidegronden (M.I.P. Bergen). Op het kadastraal minuutplan uit 1811-1832 (figuur 2) ligt het plangebied direct ten zuiden van de buurtschap en was het in gebruik als bouwland in het noorden en als hooiland in het zuiden (oorspronkelijke aanwijzende tafels, bron: beeldbank.cultureelerfgoed.nl). Op de topografische kaart van 1880 (figuur 3) is op basis van reliëfranden een hoogte zichtbaar in het noordelijk deel van het plangebied. Op de kaart van 1900 (figuur 4) en de daaropvolgende edities verandert de situatie in het plangebied nauwelijks, al zijn aan de zuidzijde wel steilranden zichtbaar. Op de topografische kaart van 1975 (figuur 7) is de ontwikkeling van kassen in de omgeving van Elsteren zichtbaar. Hoewel in het plangebied nog geen kas is afgebeeld, werd er rond 1960 al een houten kas met houten constructie gebouwd. Deze kas is circa 1985 vervangen door een kas met een aluminium constructie (bron: initiatiefnemer).
Op de kaart van 1995 (figuur 8) is deze kas ook in het plangebied weergegeven. Volgens de BAG stammen de kassen en de woning respectievelijk uit 1969 en 1984 (bron: bagviewer.kadaster.nl). Op dezelfde kaart is te zien dat de hoogteligging in de zuidwesthoek van het plangebied is gewijzigd en dat de volledige zuidgrens van het plangebied is voorzien van steilranden. Volgens de initiatiefnemer is dit het gevolg van egalisatiewerkzaamheden die hebben plaatsgevonden tijdens de constructie van de kas in 1985 (bron: initiatiefnemer). Deze steilranden zijn echter ook al herkenbaar op oudere kaarten waardoor het de vraag is hoeverre de aanwezigheid hiervan het gevolg is van de uitgevoerde egalisatie. De kas is in 1999 uitgebreid tot achter de woning, zoals zichtbaar in de huidige situatie (figuur 9). Na 1995 is de dijk aangelegd die direct ten zuiden grenst aan het plangebied. Militair Erfgoed Op de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME) is het plangebied gelegen binnen de Maas-Stellung, een Duitse verdedigingslinie langs de oostoever van de Maas. Deze linie was aangelegd om een geallieerde invasiemacht vanuit het westen en zuiden te kunnen vertragen of tegenhouden.
In de context van het plangebied zouden resten van gevechts- en waarnemingsposities voor infanterie, opstellingen voor geschut, loopgraven, mangaten, overstoven betonconstructies en andere versperringen verwacht kunnen worden (bron: ikme.nl). Op basis van RAF-luchtfoto’s van Wageningen Universiteit zijn circa 600 meter ten noorden van het plangebied loopgraven aangetroffen (bron: library.wur.nl). Verder zijn er geen aanwijzingen voor de
2
HISTLAND, 1980 (archis.cultureelerfgoed.nl)
3 CultGIS, 2005 (archis.cultureelerfgoed.nl)
21
aanwezigheid van militaire objecten, raketinslagen of andere verschijnselen gerelateerd aan de Wereldoorlogen (bronnen: vergeltungswaffen.nl, bunkerinfo.nl, tracesofwar.com, explosievenopsporing.nl). Gezien de ligging van het plangebied binnen een Duitse linie wordt geadviseerd om op voorhand onderzoek uit te laten voeren naar onontplofte oorlogsresten. Huidig gebruik en bodemverstoringen Ten tijde van dit onderzoek bevinden zich in het plangebied een kas en een woonhuis met bijgebouw, met aan de oost- en zuidzijde een grasveld. Tijdens de aanleg van de kas in 1985 is de grond tot minimaal 80 cm -Mv bewerkt met een diepwoeler en vervolgens geëgaliseerd (figuur 10). Aan de wegzijde is circa 30 cm van de bovengrond vanaf het maaiveld afgegraven en naar het zuiden van het plangebied verplaatst, waardoor een hoogteverschil van circa 30 cm met de weg is ontstaan. Dit verschil is zichtbaar op het AHN (zie hoofdstuk 6) en sluit aan bij de ontwikkeling die op de topografische kaarten (figuur 7 en 8) wordt weergegeven. Tevens heeft er een ophoging aan de zuidkant van het plangebied plaatsgevonden wegens de egalisatie van het terrein. Het terrein is hier circa 110 cm opgehoogd (bron: initiatiefnemer). De constructie van de kas bestaat uit betonnen palen die om de drie meter zijn geplaatst en tot 80 cm -Mv in beton zijn gestort (figuur 10).
Bouwtekeningen van de kas en het woonhuis zijn niet beschikbaar (bron: archiefwell.nl). Daarnaast is ter hoogte van de kassen diepploegen tot circa 60 cm Mv toegepast en zijn de omringende velden tot circa 50 cm -Mv omgeploegd (bron: initiatiefnemer). In het plangebied heeft tevens een bodemonderzoek plaatsgevonden. Volgens het Bodemloket dateert dit onderzoek uit 1990, maar nadere informatie ontbreekt (bodemloket.nl). Ook heeft een recent verkennend bodemonderzoek door middel van grondboringen in het plangebied plaatsgevonden (Aeres Milieu b.v., 2025). Tijdens de veldinspectie op de locatie zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreiniging of bronnen van verontreiniging. Op basis van de verstoringenkaart zijn geen aanvullende bodemverstoringen bekend (bron: rce.webgispublisher.nl), en ook uit andere bronnen zijn geen aanwijzingen voor bodemverstoringen naar voren gekomen.
22
Figuur 2: Het plangebied (rood omlijnd) op het Kadastrale Minuutplan uit 1811-1832 (bron: beeldbank.cultureelerfgoed.nl).
Figuur 3: Uitsnede van een topografische kaart uit 1880 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.
23
Figuur 4: Uitsnede van een topografische kaart uit 1900 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.
Figuur 5: Uitsnede van een topografische kaart uit 1925 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.
24
Figuur 6: Uitsnede van een topografische kaart uit 1955 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.
Figuur 7: Uitsnede van een topografische kaart uit 1975 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.
25
Figuur 8: Uitsnede van een topografische kaart uit 1995 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.
Figuur 9: Uitsnede van een luchtfoto uit 2019. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven (bron: www.pdok.nl).
26
Figuur 10: foto van de bouwwerkzaamheden van de kas uit 1985 (bron: initiatiefnemer).
27
9.
Gespecificeerde archeologische verwachting
Op basis van het bureauonderzoek vormde het plangebied tijdens het Jonge Dryas een actieve riviervlakte. Hierdoor geldt een lage verwachting voor het aantreffen van resten uit het LaatPaleolithicum. De ligging van het plangebied op een relatief hoog en droog dalvlakteterras nabij de Maas maakte het gebied wel geschikt voor nederzettingen van jager-verzamelaars uit het Mesolithicum tot en met het Vroeg-Neolithicum, en voor landbouwnederzettingen uit het MiddenNeolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen. Direct ten zuidwesten en zuidoosten van het plangebied zijn twee vindplaatsen aangetroffen met vondsten die dateren tot in de Middeleeuwen. Deze vindplaatsen zijn niet in de richting van het plangebied begrensd (van Dijk, 2003). Hierdoor is het mogelijk dat beide vindplaatsen zich binnen het plangebied voortzetten. Aanvullend zijn in het onderzoeksgebied vindplaatsen bekend uit de periode Mesolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Voor het plangebied zelf geldt een lage verwachting voor het aantreffen van een vindplaats daterend uit de periode Late-Middeleeuwen tot en met Nieuwe tijd. Historische kaarten geven aan dat het plangebied in deze periode in gebruik was als bouwland en hooiland, zonder sporen van bewoning.
Voor vindplaatsen gerelateerd aan militair erfgoed geldt dat dergelijke resten, op basis van RAFluchtfoto’s, circa 600 m ten noorden van het plangebied aanwezig waren, maar niet in het plangebied zelf. In een aanzienlijk deel van het plangebied is de bodem naar verwachting tot minimaal 50 cm onder maaiveld verstoord, voornamelijk door de aanleg van de huidige bebouwing en intensief ploegen. Deze verstoringen zijn weergegeven op de verstoringenkaart in bijlage 8. Toch kunnen archeologische resten nog aanwezig zijn, vooral als verstoring heeft plaatsgevonden in een oud bouwlanddek dat mogelijk onderliggende sporen heeft afgeschermd. Op circa 300 meter ten oosten van het plangebied is een dergelijk oud bouwlanddek vastgesteld met een dikte variërend van 20 tot 80 cm onder maaiveld (Kruithof en Hagens, 2025). Dit toont aan dat er variatie in dikte bestaat en dat er kans is op ongerepte delen met archeologische waarde. Stratigrafische positie Archeologische resten uit de periode Mesolithicum tot en met de Vroege-Middeleeuwen worden verwacht in de top van de Maas-afzettingen. Deze kunnen direct onder de bouwvoor of eventueel aanwezige ophogingslagen aanwezig zijn. Complextypen In het plangebied kunnen resten van nederzettingen aanwezig zijn. Het gaat om (seizoensgebonden) jachtkampementen, huisplaatsen (boerderijen) en grafvelden. • •