VA Bijlage 1 - 6 Regels Elsteren 1a
Tekst van het document
Staat van bedrijfsactiviteiten categorie 1 en 2
SVB01-XXX000-01A
SBI-1993 SBI-2008 VOLGNR
OMSCHRIJVING
RISICO
CATEGORIE
01 014
01 016
0
014
016
2
- algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o.<= 500 m²
2
014
016
4
- plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. <= 500 m²
2
KI-stations
2
VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN
LANDBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. DE LANDBOUW Dienstverlening t.b.v. de landbouw:
0142
0162
15
10, 11
-
1552
1052
0
Consumptie-ijsfabrieken:
1552
1052
2
- consumptie-ijsfabrieken: p.o. <= 200 m²
1581
1071
0
Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen:
1581
1071
1
- v.c. < 7500 kg meel/week, bij gebruik van charge-ovens
2
1584
10821
0
1584
10821
3
2
10821 1102 t/m 1593 t/m 1595 1104
6
Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk: - cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. <= 200 m² - suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. <= 200 m²
2
Vervaardiging van wijn, cider e.d.
2
1584
18
14
182
141
20
16
205
162902
-
-
-
2
VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer) HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D. Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA Uitgeverijen (kantoren)
2
2
22
58
221
581
2222.6
18129
2223
1814
A
2223
1814
B
2224
1813
Grafische reproduktie en zetten
2
2225
1814
Overige grafische aktiviteiten
2
223
182
Reproduktiebedrijven opgenomen media
1
24
20
-
2442
2120
0
Farmaceutische produktenfabrieken:
2442
2120
1
26
23
-
- formulering en afvullen geneesmiddelen VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUKTEN Aardewerkfabrieken:
262, 263 232, 234
0
262, 263 232, 234
1
1
Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen
2
Grafische afwerking
1
Binderijen
2
VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUKTEN
28
25, 31
-
- vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW VERVAARD. EN REPARATIE VAN PRODUKTEN VAN METAAL (EXCL. MACH./TRANSPORTMIDD.)
281
251, 331
0
Constructiewerkplaatsen
281
1a -
- gesloten gebouw, p.o. < 200 m²
30
251, 331 26, 28, 33
30
26, 28, 33
A
Kantoormachines- en computerfabrieken incl. reparatie VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G.
R
3.1
2
3.1
VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS 2
36
31
-
361
9524
2
Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m²
1
362
321
Fabricage van munten, sieraden e.d.
2
363
322
Muziekinstrumentenfabrieken
2
3663.1
32991
2
40
35
-
40
35
C0
Sociale werkvoorziening PRODUKTIE EN DISTRIB. VAN STROOM, AARDGAS, STOOM EN WARM WATER Elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen:
40
35
C1
- < 10 MVA
2
40
35
D0
Gasdistributiebedrijven:
40
35
D3
- gas: reduceer-, compressor-, meet- en regelinst. Cat. A
1
40
35
D4
- gasdrukregel- en meetruimten (kasten en gebouwen), cat. B en C
2
40
35
E0
Warmtevoorzieningsinstallaties, gasgestookt:
Pagina 1 van 2
Staat van bedrijfsactiviteiten categorie 1 en 2
SBI-1993 SBI-2008 VOLGNR
SVB01-XXX000-01A
OMSCHRIJVING
40
35
E2
- blokverwarming
41
36
-
WINNING EN DISTRIBUTIE VAN WATER
41
36
B0
Waterdistributiebedrijven met pompvermogen:
41
36
B1
- < 1 MW
45
41, 42, 43
-
BOUWNIJVERHEID
45
41, 42, 43
3
- aannemersbedrijven met werkplaats: b.o.< 500 m²
51
46
-
GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING
RISICO
CATEGORIE 2
2 2
511
461
Handelsbemiddeling (kantoren)
1
5122
4622
Grth in bloemen en planten
2
5153
4673
0
Grth in hout en bouwmaterialen:
5153
4673
2
- algemeen: b.o. <= 2000 m²
5153.4
46735
4
zand en grind:
5153.4
46735
6
- algemeen: b.o. <= 200 m²
5155.2
46752
52
47
527
952
55
55
5552
562
Grth in kunstmeststoffen -
DETAILHANDEL EN REPARATIE T.B.V. PARTICULIEREN
-
LOGIES-, MAALTIJDEN- EN DRANKENVERSTREKKING
2 R
Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen)
63
52
-
DIENSTVERLENING T.B.V. HET VERVOER
5221
1
Autoparkeerterreinen, parkeergarages
64
53
-
POST EN TELECOMMUNICATIE
641
531, 532
73
72
-
SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK
2 2
Post- en koeriersdiensten
731
721
Natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingswerk
732
Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek
-
7481.3
722 63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, 80tm82 74203
90
37, 38, 39
-
MILIEUDIENSTVERLENING
9001
3700
B
rioolgemalen
2 1
Cateringbedrijven
6321
74
2
2 R
2 1
OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING
Foto- en filmontwikkelcentrales
Pagina 2 van 2
2 2
Landschappelijke elementen gemeente Bergen [Limburg]
elementen met cultuurhistorische waarde
Ú Ê # Y
bomenrij
bomenrij
bomenrij 100 jaar of ouder
eenzijdige laan
eenzijdige laan
eenzijdige laan 100 jaar of ouder
tweezijdige laan
tweezijdige laan
tweezijdige laan 100 jaar of ouder
haag
haag
houtsingel
houtsingel
opslag in sloot
houtwal
solitaire boom
boomgroep
# Y
solitaire boom
boomgroep
bosje
bosje
natuurterrein
restant oude akker
woonbos
buitenplaats
bongerd
; #S
Ê Ú
erf opgenomen als voorbeeld
poel
;
; ð
houtsingel 100 jaar of ouder
Ê Ú # Y
getekend Bosland adviesbureau
bosje 100 jaar of ouder
boerderij/huis op locatie hoeve voor 1810
veldkruis
NP Maasduinen
april 2012
boomgroep 100 jaar of ouder
kapel
weg/pad al aanwezig in 1810
schaal: 1:12.500
solitaire boom 100 jaar of ouder
a265
b285
b291
b289 b288
b296
b302 b305
09 b3 b311
9
a3
54 88
a3
74
44
23
20 a3 a3
a377
67
39
g0
51
a356
# Y
ÊÚ Ú ÊY# ÊÚ a370
a378 a379
a359
a362
a365
a373
a3
b467 Ú Ê Ú Ê ÚÊ Ê Ú Ú Ê Ê Ú a340
a342
; # Y
a376
a381
2 a39
a391
a39 5
Úa397 Ê
a399
Ê Ú
Ú Ê
b46
g0
b439 b44 7 2 b4 b448 54 b45 b455 6
;b470 ;
Ú b; Ê 478
b465
3 b475
b473
a358 b479
a357
a382 a383
a384
a393
9
b468
#Ê #Y Y Ú
80
b428
31 b b438 b440 b4 43
b44
b461
a349
a352
a361
b443
;
b429
396000
72
a3
55
b460
a350
Ú Ê
7 b4 45
a346
#Ú Y Ê
a3 64
a363
a3
a3 48
b44
b458
a338
b426
;
b435 b441
# Y Ú Ê
b418
a371
396000
a3 60
Ú Ê
ÊÊÚÊÚ ðÚ ÊÚ
Ê Ú
b425
b427 b434
a347
a3
a32 4
a33 4
a351
ÊÊÚ ÊÚÊÚ Ú
22
a353
a3
1
3 a3
b4
b420
a345
a3
39
a333
a330
a322
a3 27
396500
Ú Ê
Ú Ê
b424
396500
25
;;Y# ; ; ; 28
a332
a341
a3
b416
b417
b423
a3
a3
69
b415
a366
2
a318
;;;
59
a3 1
21
a3
b412 b414
b4
14
#Ê Y Ú
68
a3 11
# Y a 7 31
a3
15
6
b397
a3
;
a3
3
b378
b402
b408
a3
10 a3
09
a307
# Y
397000
a3
a305
b369
Ê Ú
07
a3 06
b409
b406
a31
a31
Ê Ú ;
b400
g053
b357
b4
ÊÚ Ú Ê
Ú Ê
b381
b401
b404
05
a300 a303
b396
Ú Ê
10
a3
01
ÊÚ Ú Ê
b394
Ú Ê
b3
13
8
Ú b4 Ê
b403
a302
b393
b391
73
b379
b4
a3 0
b399
;
Ú Ê
b386
b362
11
a304
397000
b392
ÚÚ Ê ÚY#Ê Ê ÚÊ Ú Ê Ú Ê
b395
g037
b346
b356
65
b4
ð
b383
;
b375
b380
b3
b4
2
b38
Ú Ê
a2
95
a293
b390
a297
b388
a298
90
;
Ú #Ê Y
b374
b385
b376
Ú ÚÊ Ê Ê Ú
b313
4
4 b3
b349 b350
b367
b368
b330 b331
b332 b333
a3 1
a250
49 a2
a237 397500
a2 a29 4
a292
Ú Y#; Ê
b354
Ê ÊÚ Ú
24
b3
397500
a291
a288
;
36
b3
99
# Y
b366
b347 b351
89
96
b364
a286
b360
b3
Ê Ú
a2
a2
85
59
72 b3
a284 b358
b355
b3
b363
a289
;Y# ; ;Ê Ú
a282
a2 7
b341
398000
25 b339
38 b3
;;; Ú Ê
a281
3
b3 45
53 b3
b3
b329
b342
a28
a28
ÊÊÚÊÚ Ú
b323
b335
a280
Meters
20
b3
b319
b326
# Y
500
b293 b297
a375
# Y
b321
a279
400
08
b312
a278
300
b3
a277
5
200
b299
b318
a27
ÚY#b290Ê Ê ÚY#
b287
17
a276
100
398500
Ú Ê
b3
a271
# Y
0
c061
b306
a274
9
84
398500
a259
ÊÚ Ú Ê
a270
Kaart 100
# Y
b282
204500
b2
a272
398000
b279
b292
a273
76
Ê Ú
b280
204000
b272
b2
b286
# Y
a254
203500
b274
b273
a245
a262 a263
a266
b281
Ú Ê
b277
;
203000
255
68 a2
a260
b283
a257 a267
Ê Ú Ê ; Ú # Y ;; ;; Ê Ú Ú Ê; ;; ðÚ Ê
a256
4 a26
Ê Ú
a244
b315
202500
a251 a
a
8 a25
a261
a269
247
202000
9 a23
b270
0
a248
3 a25
a252
Ê Ú
a2
a246
201500
b271
201000
42
a24
200500
a385
a424
ðÚ ÊÊÚ
a387
a385
a389
a398
395500
395500
200500
201000
201500
202000
202500
203000
203500
204000
204500
ELSTEREN 1A WELL
RUIMTELIJK VOORSTEL EN LANDSCHAPPELIJKE INPASSING 23 OKTOBER 2025
PRIKKELENDE LANDSCHAPSONTWERPEN.
PRIKKELENDE LANDSCHAPSONTWERPEN.
COLOFON Titel document:
ELSTEREN 1A WELL Datum: 23 oktober 2025
Status: Ruimtelijk voorstel en landschappelijke inpassing Document: Enkelzijdig A4 liggend
Auteur/Adviseur: RELAND Mgr. Bekkerstraat 56, Ledeacker T: 085-0431949 M: info@Reland.nl
VAN DOOREN LANDSCHAP Derpt 15, 5476 VW Vorstenbosch T 06-26949922
2
E info@vandoorenlandschap.nl
1 Inleiding 1.1 1.2
Aanleiding Locatie
3 3 3
2 Landschap
4 4 7 8 9
3 Planvoorstel
11 11 12 14
2.1 2.2 2.3 2.4
Huidige situatie Historie landschap Beleid provincie Beleid gemeente
3.1 Voornemen 3.2 Landschapsvoorstel 3.3 Beplantings- en beheer plan Bijlage I Bijlage II Bijlage III
1 INLEIDING 1.1
Aanleiding
De initiatiefnemers zijn eigenaar van een glastuinbouwcomplex aan Elsteren 1A te Well in gemeente Bergen en woonachtig in de bijbehorende bedrijfswoning. De initiatiefnemers zijn voornemens om de bedrijfsactiviteiten ter plaatse te beëindigen en de aanwezige glastuinbouwkassen te saneren. In ruil hiervoor wil men de bedrijfswoning met bijbehorende bijgebouwen omvormen naar burgerwoning en twee nieuwe levensloopbestendige woningen realiseren.
Om de gewenste situatie mogelijk te maken dient een planologische procedure te worden doorlopen. Er is een verzoek ingediend bij de gemeente Bergen. Zij heeft hier positief op gereageerd onder voorwaarden. De planologische procedure bet ref t in dit geval een wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Bergen in de vorm van een TAM-Omgevingsplan. De r uimt elijke mot iver ing wordt
1.2
Locatie
Het projectgebied betreft de locatie aan de Elsteren 1a te Well en heeft betrekking op de gronden welke in gebruik zijn voor en bestemd zijn als glastuinbouwbedrijf. Het projectgebied is gelegen binnen de percelen welke kadastraal bekend staan als gemeente Bergen Limburg, sectie S en nummers 1395, 3104 en 3105.
uitgewerkt door Reland adviseurs uit
Elsteren 1A Well
Ledeacker.
3
Onderdeel van de wijziging is een ruimtelijke opzet van de twee nieuwe levensloopbestendige woningen en een landschappelijke inpassing van de nieuwe situatie. Deze rapportage is daar een uitwerking van.
Aanduiding plangebied in paars in zijn omgeving (bron Topotijdreis.nl)
2 LANDSCHAP 2.1
Huidige situatie
Het plangebied ligt in het buitengebied van gemeente Bergen ten westen van de wijk Papenbeek en ten zuiden van de kern Well in het buurtschap Elsteren. Het ligt aan de rand van het Maasdal op het laagterras. De weg Elsteren is een verbindingsweg tussen de kern Well en de wijk Papenbeek. De weg loopt een stukje parallel aan de maas en ter hoogte van het buurtschap gaat deze haaks op de rivier de Maas naar Papenbeek. De weg ten
Open akker
westen van Well loopt parallel langs de dijk. Ter hoogte van het buurtschap komt de dijk verder van de weg te liggen en
Kringstructuur
ontstaat er binnendijks ruimte voor de ontwikkeling van een buurtschap genaamd Elsteren.
Groenstructuur
De weg Elsteren heeft een relatief smal profiel met aan beide zijden een groenberm. Aan één zijde staat over het algemeen een bomenrij in de soorten Zomereik en richting Papenbeek Populier.
Maaspark Well
Tussen de dijk en de Maas ligt een natuurgebied als onderdeel
Elsteren 1A Well
van Maaspark Well. Het betreft een rivierlandschap met
4
grindbanken, ooibossen en natte natuurgebieden. De dijk vormt een relatief harde scheiding van het natuurgebied en het buurtschap. Maas
Op het laagterras is op een hoger gelegen deel het buurtschap Elsteren ontstaan. Onder het kasteel Well zijn
Luchtfoto met aanduiding plangebied en structuren. (Bron Google/maps.nl)
enkele boerderijen gebouwd. Rondom een akker is een kring van bebouwing ontstaan en één markante boerderij midden in de kring. Door de jaren heen zijn op verschillende plekken burgerwoningen toegevoegd. De structuur van het gebied is open met veel vergezichten. De erven zijn over het algemeen beplant met hagen, boomgaarden en bomen. In de nabijheid van het buurtschap zijn een drietal kassencomplexen opgericht, waaronder de planlocatie. Dit zijn in principe gebiedsvreemde objecten, die nauwelijks relatie hebben met het omringende karakteristieke landschap. Ze staan vrij in het landschap. De bedrijfswoning met bijgebouw heeft een eigen inrit. Nabij de inrit stat een markante boom. Verder is de tuin verzorgd, maar bevat het verder geen landschappelijke waarde. De achtertuin is relatief klein, de glastuinbouwkassen staan
Beeld 1. Bestaande situatie bedrijfswoning
kort bij de bedrijfswoning. De gronden ten oosten van de bedrijfswoning zijn in gebruik
Elsteren 1A Well
als weide voor het houden van hobby-paarden.
5
Beeld 2. Kruispunt Elsteren (Bron Google/maps.nl)
Beeld 3. Straat Elsteren (Bron Google/maps.nl)
Elsteren 1A Well
6
Bestaande situatie luchtfoto. (Bron Google/maps.nl)
2.2
Historie landschap
Het plangebied bevindt zich aan de westzijde van het Maasdal en vormt een overgangszone naar het natuurgebied de Maasduinen. Deze ligging zorgt voor een gevarieerd landschap, gekenmerkt door een mix van rivierafzettingen, dekzanden en reliëfverschillen. Historisch gezien is het landschap gevormd door natuurlijke processen zoals rivierwerking, eolische afzettingen en menselijke ontginning. De bodems in het gebied rondom Elsteren zijn overwegend zandig van aard. Ze bestaan voornamelijk uit dekzanden, ontstaan in de laatste ijstijd, die zich kenmerken door een lage natuurlijke vruchtbaarheid en een goede waterdoorlatendheid. Daarnaast komen op sommige plekken rivierterrassen voor, bestaande uit grovere zand- en grindlagen. Deze gronden zijn matig vruchtbaar en zijn historisch van belang geweest voor akkerbouw. In de lagere delen van het
Plangebied historische kaart 1850, plangebied in paars (Bron PDOK)
Plangebied historische kaart 1900, plangebied in paars (Bron: PDOK)
Plangebied historische kaart 1980, plangebied in paars (Bron PDOK)
Plangebied topografische kaart 2017, plangebied in paars (Bron PDOK)
landschap, zoals nabij oude Maasmeanders of kwelzones, komen vochtigere gronden voor met klei- of veeninvloeden. Deze zijn van oudsher gebruikt als gras- of hooiland. De landbouw in dit gebied kent een lange geschiedenis die teruggaat tot de middeleeuwen. De oorspronkelijke zandgronden werden in die tijd ontgonnen en benut voor gemengde landbouw, waarbij akkerbouw en veeteelt werden gecombineerd. Vanwege de beperkte bodemvruchtbaarheid waren plaggenbemesting en het gebruik van
Elsteren 1A Well
stalmest noodzakelijk om opbrengsten te verhogen. In de
7
loop van de 19e en 20e eeuw leidde verdere mechanisatie en ruilverkaveling tot schaalvergroting en een veranderend landschap. Ondanks deze veranderingen zijn veel structuren uit het traditionele landbouwsysteem nog steeds zichtbaar in het landschap.
Het gebied rondom Elsteren wordt gekenmerkt door diverse cultuurhistorische elementen die verwijzen naar het agrarisch verleden. Voorbeelden hiervan zijn langgerekte ontginningskavels, omzoomd met houtwallen en greppels, en verspreid liggende boerderijen met traditionele erfbeplanting, zoals hagen en hoogstamfruitgaarden. Daarnaast komen er bosjes met hakhoutbeheer en oude veldwegen voor. Ook de aanwezigheid van kwelzones en beekjes draagt bij aan de ecologische en landschappelijke waarde van het gebied.
2.3
Beleid provincie
Landschapskader Noord- en Midden-Limburg In het landschapskader Noord- en Midden-Limburg worden de kwaliteiten en kenmerken van de verschillende landschapstypes beschreven. Het plangebied ligt in een rivierdal, aan de rand van buurtschap Elsteren. Kenmerkend voor een rivierdal, is dat de bebouwing geconcentreerd ligt op de hogere delen, vaak parallel aan het water. Het rivierdal heeft een (half)open karakter door groen en is bebouwingsarm. Het buurtschap heeft daarentegen een besloten karakter door de bebouwing. Het plangebied ligt op de overgang van deze gebieden. De Atlas van Limburg geeft de landschappelijke uitgangspunten van het landschapskader weer. Voor het gedeelte van het plangebied wat bestemd is voor het woon- en tuingeElsteren 1A Well
deelte van de woningen, is het uitgangspunt om het gebied
8
open te houden, maar wel erfbeplanting te stimuleren en de groenstructuren de versterken. Voor het overige gedeelte is het uitgangspunt om het gebied open te houden, en op de lagere gronden is de visie om het rivierdal te ontwikkelen.
Kwaliteitsimpuls landschap (Bron: Landschapskader Noord- en Midden-Limburg / Atlas Limburg)
2.4
Beleid gemeente
Omgevingsvisie Bergen 2030
Gemeente Bergen heeft zijn toekomstvisie vastgelegd in de omgevingsvisie. Op structuurniveau worden voor verschillende maatschappelijke ontwerpen keuzes gemaakt. Enkele van deze onderwerpen zijn van invloed op het plangebied en de ontwikkeling. Gemeente Bergen wil de meest toekomstbestendige gemeente zijn. In het hart van Nationaal Park de Maasduinen biedt de gemeente veel omgevingskwaliteit om te wonen, werken en recreëren. Nieuwe ontwikkelingen dienen bij te dragen aan het realiseren van een aantrekkelijke omgevingskwaliteit via ruimtelijke kwaliteitsverbetering en landschappelijke inpassing. Het herkenbaar houden en versterken van de verschillende landschapstypen heeft de voorkeur. Dat geldt ook voor het behoud en het waar mogelijk versterken van het aan de landschapstructuur gekoppelde cultuurhistorisch, archeologisch en landschappelijk erfgoed.
legenda visiekaart 2030
zie voor onderbouwing hoofdkeuzes paragraaf 3.1 en voor de uitvoeringsagenda paragraaf 4.2
landschappelijke onderlegger Laagterras Maasdal: behouden en versterken contrast open/dicht & steilranden op termijn alleen natuurinclusief boeren & landschapsherstel ontwikkeling recreatielandschap Maaspark Well integrale gebiedsontwikkeling, dijkversterking & -verlegging Middenterras mozaïekzone met kleinschalig landschap op de overgang van laag- naar middenterras ontwikkeling van kenmerkende landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden i.c.m. onderzoeken mogelijkheden voor kleinschalige ontwikkelingen op het gebied van recreatie, wonen, (zorg)voorzieningen & landbouw Nationaal Park De Maasduinen behouden en versterken natuur, landschap & recreatie
Binnen het plangebied is landschapsherstel wenselijk door het aanhelen van karakteristieke landschapselementen. Daarnaast is het ontwikkelen van een agrarisch landschap met kwaliteiten wenselijk. Dit kan door de kenmerkende landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden te versterken.
bosgebied overwegend in Nationaal Park De Maasduinen en mozaïekzone beekdal Eckeltsche Beek behoud en herstel landschappelijke elementen, natuurincl. landbouw & natuurontwikkeling landgoed Bleijenbeek integrale ontwikkelingsopgave gericht op versterking ruimtelijke kwaliteit primair agrarisch landschap ruimte voor grootschalige landbouw & beperkt ruimte voor intensieve veehouderij
dorpen & clusters recreatie concentreren in 3 gebieden met eigen identiteit en bezoekerscentrum hoogwaardige schakels tussen Maas en Nationaal Park De Maasduinen • Afferden & Bleijenbeek: verblijfsrecreatie, extensieve sportvoorzieningen & natuur • Het merengebied: knooppunt voor (water)recreatie & natuur • De Hamert: recreatieve ommetjes & natuur centraal voorzieningencentrum Nieuw Bergen behouden & versterken lokale centra voor voorzieningen en zorg in Afferden, Siebengewald, Well & Wellerlooi behouden & versterken overige dorpen bedrijventerrein / verblijfsrecreatie verduurzamen bestaande bebouwing
projecten die geen deel uitmaken van de Omgevingsvisie 2030 projectgebied Energielandgoed Wells Meer realiseren grootschalige duurzame energieopwekking
agrarisch landschap ruimte voor (kleinschalige) landbouw concentratiegebied glastuinbouw als onderdeel van het toekomstig Energielandgoed Wells Meer agrarisch landschap met kwaliteiten (o.b.v. Bestemmingsplan Buitengebied 2018) ontwikkelen van kenmerkende landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden in delen randzone i.c.m. onderzoeken mogelijkheden voor kleinschalige ontwikkelingen op het gebied van landbouw, recreatie & (zorg)voorzieningen
35
legenda visiekaart zonne- & windenergie zie ook Beleidsnotitie ‘Energie uit zon en wind’
zonering zone 1
routes & structuren bekenstructuur, afvoerend richting Maas beekherstel & accentueren in het landschap
de kom bebouw
Elsteren 1A Well
Daarnaast heeft men aandacht voor biodiversiteit , ontstenen en klimaatdaptief inrichten.
integrale gebiedsontwikkeling dijkversterking en -verlegging rond Well & Nieuw Bergen realiseren groene rivier (hoogwatergeulen) i.c.m. natuurinclusief boeren tussen ‘oud’ en ‘nieuw’ Well & bij Afferden (indicatief) steilranden accentueren in het landschap ontwikkelen van een veilige N271 tot etalage van (regionale) gebiedskwaliteiten o.a.door realiseren markante rotondes op cruciale plekken
opwekken zonne-energie voor eigen gebruik toegestaan op daken en overkappingen (*) + bij uitzondering binnen erf, tuin en bouwvlak (*)
klan mozaïe
commercieel opwekken zonne-energie in zone 1 en 2: alleen op (bedrijfs)daken
nieuwe landschapsstructuren toevoegen houtwallen, laanbeplanting, singels e.d. herstel Maasheggenlandschap in laagterras, vooral ten noorden van Maaspark Well
opwekken zonne-energie voor eigen gebruik toegestaan op daken en overkappingen (*) zone 2
dschap
karakteristieke laanbeplanting, houtwallen & heggen behouden en herstellen
9
ppen re landscha ur bos & natublijf ever en recreati
kwetsba
zone 3 chalige
groots
ningen
ontgin
zonneweides voor commercieel gebruik landschappelijk inpasbaar (*) + opwekken zonne-energie voor eigen gebruik toegestaan op daken en overkappingen (*) + bij uitzondering binnen erf, tuin en bouwvlak (*) voorkeurslocatie ontwikkeling zonneweides en windpark Project Energielandgoed Wells Meer (*) zie Beleidsnotitie ‘Energie uit zon en wind’ voor inpassingseisen
aanvullende legenda grens Nationaal Park De Maasduinen
realiseren doorgaande fietsroutes langs Maas, door NP De Maasduinen & met omgeving ontbrekende schakels invullen & routeaanduiding verbeteren
0
2km
1
N BUREAU NIEUWE GRACHT 19 maart 2019
Omgevingsvisie, plangebied aangeduid in paars (bron: Omgevingsvisie Bergen april 2019)
Landschapsplan gemeente Bergen De gemeente Bergen heeft een landschapsplan opgesteld waarin een verkenning van het landschap binnen de gemeente en een afwegingskader voor landschappelijke inpassing is opgenomen. Het plangebied behoord, zoals in afbeelding hiernaast te zien, tot het landschapstype ‘Laagterras’: overstromingsvlaktes van de Maas die vaak al heel lang in agrarisch gebruik zijn. Op de hogere delen liggen oude bewoningskernen, zoals Well. De kern Elsteren ligt op de grens van middenterras en laagterras. Het plangebied ligt tussen deze kernen in. Kenmerkend voor het type laagterras zijn de hagen en daarnaast komen er ook andere lijnvormige landschapselementen veel voor in dit gebied, zoals bomenlanen en -rijen, houtsingels en maasheggen. Langs de wegen zijn vaak laanbomen aanwezig, soms in combinatie met heggen en hagen van meidoorn. Meidoorn is namelijk ook één van de meest voorkomende beplantingssoorten in dit landschapstype, samen met de zomereik en es. Solitaire bomen en kleine bosjes zijn ook passend in dit gebied. Nabij erven zijn elementen als vrijstaande bomen, hagen en
Elsteren 1A Well
hoogstambongerdjes typerend.
10
Uitsnede met landschappelijke eenheden binnen de gemeente Bergen, plangebied aangeduid in paars (Bron: Landschapsplan Bergen2023)
3 PLANVOORSTEL 3.1
Voornemen
Het doel zijn de huidige tuinbouwkassen te slopen en de huidige bedrijfswoning om te zetten aar ‘wonen’. Nabij de woning blijven twee bestaande bijgebouwen gehandhaafd. In ruil voor de sloop van de tuinbouwkassen worden op locatie twee nieuwe levensloop bestendige woningen met bijgebouwen gerealiseerd. De overige grond wordt agrarische cultuurgrond.
Ruimtelijke randvoorwaarden •
Overtollige bebouwing en verharding wordt gesloopt;
•
De resterende en nieuwe bebouwing en tuinen worden landschappelijk ingepast, conform de landschapskwaliteiten uit het landschapsplan van gemeente Bergen;
•
Rekening houden met mogelijke dijkversterking, door geen bebouwing toe staan 15 meter uit de bestaande dijk;
Elsteren 1A Well
•
11
Per woning ruimte voor minimaal 3 parkeerplaatsen op eigen terrein;
•
Bestaande beplanting met waarde zoveel mogelijk integreren;
•
Meerwaarde creeren van meer biodiversiteit.
•
Boven: Referentiebeeld hoogstam fruitbomen Links: Referentiebeeld van een beukenhaag
3.2
Landschapsvoorstel
Ruimtelijk voorstel
Binnen de bestaande landschappelijke structuren is de nieuwe situatie ingepast. De huidige woning, bijgebouwen en inrit blijven behouden. Aan de westzijde worden twee nieuwe levensloop bestendige woningen met ieder een eigen bijgebouw ontwikkeld. De nieuwe woningen vormen samen met de huidige woning een cluster rondom de kringstructuur. Het cluster heeft de rooilijn op dezelfde afstand als de huidige woning, maar iedere woning heeft individuele vrijheid in architectuur en oriëntatie. Dat betekent dat de woningen geen familie van elkaar zijn en daarmee ‘op elkaar lijken’. Seriebouw is uitgesloten. De inrit van zowel de bestaande als nieuwe woningen zijn allemaal aan de noordoost zijde georiënteerd. Hierdoor ontstaat er een hoek van woning en bijgebouw op het zuidwesten. Een optimale situatie voor de bezonning in de achtertuin. In combinatie met een eventuele overkapping, lamellen of parasol kan men het gele jaar genieten van de (avond)zon. Op elke inrit is ruimte voor minimaal drie parkeerplaatsen op eigen terrein.
Elsteren 1A Well
De kavels zijn relatief smal, om zoveel mogelijk landschap-
12
pelijke open ruimte rondom het nieuwe cluster te garanderen. Achter de tuinen ligt een zone die, in overleg met het Waterschap, vrij moet blijven van beplanting en obstakels ten gunste van dijkverzwaring. Deze ruimte is in het plan gearceerd en wordt ingericht als agrarische grond. Landschapsplan (zie bijlage I voor plan op maatvaste ondergrond)
Landschappelijke inpassing De gebouwen worden landschappelijk ingepast. Hierbij is rekening gehouden met de kenmerken van het omliggende gebied. Er wordt gebruik gemaakt van diverse landschapselementen, zoals hagen, bomen en singels, waarbij er voldoende zicht blijft op het omringende gebied (open structuur). Daarbij is het van belang dat tuinen groen worden afgeschermd door het gebruik van diverse landschapselementen en soorten beplanting. Dit komt ten gunste van de biodiversiteit in het gebied. De verbeelding op pagina 11 illustreert de toekomstige situatie, gevolgd door een argumentatie van de inpassingsmaatregelen. De tuinen worden omgeven door een haag en singel met inheems bosplantsoen. Aan de voorzijde een lage haag, zodat het zicht op de woning behouden blijft en in de achtertuinen een hoge (indien gewenst) robuuste haag in verband met
Referentiebeeld gemengde haag
de privacy. Hiermee wordt voorkomen dat er een wildgroei ontstaat van hekjes en schuttingen in het buitengebied. Wel hebben de initiatiefnemers keuzevrijheid in type haag, waardoor de individualiteit van de woningen weer wordt versterkt. Elke inrit wordt gemarkeerd door een solitaire boom van inheemse soort, waardoor er een bomenrij ontstaat die fungeert als een laan. Achter in de tuin worden nieuwe bomen aangeplant, voor meer biodiversiteit en versterking
Elsteren 1A Well
van de individualiteit van de kavels.
13
Het cluster wordt ingesloten door twee agrarische kavels. Om de kleinschaligheid van het gebied te versterken wordt aan de westzijde een hoogstamfruitgaard aangelegd met aan de westzijde een lage haag met gemengd inheems bosplantsoen. Aan de oostzijde worden enkele knotbomen langs de perceelsgrens geplant. Behoud van de openheid wordt hiermee gegarandeerd.
Referentiebeeld knotbomen
3.3 Beplantings- en beheer plan Het landschapsplan is uitgewerkt in een beplantingsplan voor de nieuwe beplanting en een beheerplan voor de bestaande beplanting. Het beplantingsplan op pagina 13 geeft de locatie van de verschillende landschapselementen weer.
Haag: 104m nieuwe haag - 416 stuks Aanplant •
Haag aanplanten met 2 tot 3 jarig bosplantsoen. Keuzen uit onderstaande soorten:
1.
Liguster (Ligustrum vulgare)
2.
Veldesdoorn (Acer campestre)
3.
Haagbeuk (Carpinus betulus)
4.
Meidoorn (Crataegus monogyna)
•
Deze in één rij aanplanten met minimaal 4 planten per meter (416 stuks).
•
Pas groeiplaatsverbetering toe ten gunste van de groei, maar ook een stimulering van het lokale bodemleven.
Beheer •
De haag minimaal 2x per jaar scheren tot een minimale hoogte van 0,6 meter tot 1,0 meter en
Elsteren 1A Well
minimaal 0,5m breed;
14
•
Snoeiwerkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 15 juni en 15 maart;
•
Maaisel afvoeren. Beplantingsplan. Per landschapselement is gerefereerd naar de objecten en elementen op de kaart (zie bijlage II voor plan op maatvaste ondergrond)
Gemengde haag:
Hoge haag:
Bomen:
34m haag - 136 stuks
114m haag - 456 stuks
9 nieuwe bomen
Aanplant
Aanplant
Aanplant
•
•
•
Haag aanplanten met 2 tot 3 jarig bosplantsoen, met de volgende soorten:
Haag aanplanten met minimale hoogte 120/140,
Bomen planten in ruim plantvak en goed
keuze uit de volgende soorten :
verankeren. Onderstaand assortiment toepassen
1.
25% Kornoelje (Cornus mas)
1.
Ilex aquifolium (Hulst)
in aangewezen grootte. Keuze uit onderstaande
2.
25% Meidoorn (Crataegus monogyna)
2.
Liguster (Ligustrum vulgare)
soorten, minimaal 2 verschillende soorten per
3.
25% Veldesdoorn (Acer campestre)
3.
Veldesdoorn (Acer campestre)
kavel:
4.
25% Haagbeuk (Carpinus betulus)
4.
Haagbeuk (Carpinus betulus)
1.
Zomerlinde (Tilia platyphyllos) 14-16
•
Deze in twee rijen aanplanten, groepsgewijs met
5.
Meidoorn (Crataegus monogyna)
2.
Winterlinde (Tilia cordata)
3 soorten in kruislings verband met minimaal 4
•
planten per meter (136 stuks). •
Pas groeiplaatsverbetering toe ten gunste van
•
Deze in twee rijen aanplanten, kruislings verband met
3.
Eik (Quercus robur)
minimaal 4 planten per meter (567 stuks).
4.
Zoete kers (Prunus avium)
Pas groeiplaatsverbetering toe ten gunste van
5.
Berk (Betula pendula)
de groei, maar ook een stimulering van het lokale
de groei, maar ook een stimulering van het lokale
•
Bomen staan minimaal 2m uit de perceelsgrens en
bodemleven.
bodemleven.
onderling minimaal 8m uit elkaar. •
Beheer •
•
De haag minimaal 1x per 2 jaar scheren tot een
De haag minimaal 1x per jaar scheren tot een
bodemleven.
minimale hoogte van 1,2 meter tot 1,50 meter en
minimale hoogte van 1,5 meter tot 2,0 meter en
minimaal 0,8m breed;
minimaal 0,8m breed;
Beheer
Snoeiwerkzaamheden worden alleen verricht in de
•
Snoeiwerkzaamheden worden alleen verricht in de
•
periode tussen 15 juni en 15 maart; •
de groei, maar ook een stimulering van het lokale
Beheer •
Pas groeiplaatsverbetering toe ten gunste van
Maaisel afvoeren.
periode tussen 15 juni en 15 maart; •
Maaisel afvoeren.
Zieke en beschadigde takken verwijderen en afvoeren;
•
De boom mag niet beschadigd worden door vee. Jonge bomen zijn voorzien van een boomkorf;
•
Snoeiwerkzaamheden kunnen in oktober tot en
Elsteren 1A Well
met februari worden verricht.
15
Hoogstamfruitsoorten:
Knotbomen
Beheer
11 stuks
5 stuks
•
element wordt als hakhout beheerd. De
Aanplant •
Hoogstamfruitbomen planten in ruim plantvak en
Aanplant
goed verankeren. Streekeigen soorten, conform lijst
•
•
•
Bomen staan minimaal 4m uit de perceelsgrens en
Beheer
onderling minimaal 8m uit elkaar.
•
tussen 1 november en 14 maart; •
Knotcyclus minimaal 1 keer per 5 jaar.
bodemleven.
•
De stam van een knotboom wordt minimaal op
De botanische weide wordt ingezaaid met een
een hoogte van 1,5 meter boven maaiveld afgezet
passen kruidenmengsel, zoals voorgesteld in bijlage
(geknot). •
IV.
•
Appel en peer snoeien dat de kroon open blijft en de waterloten verwijderen in de maanden november tot februari. Zieke en beschadigde takken verwijderen en afvoeren.
•
Snoeiwerkzaamheden worden in beginsel verricht in de periode tussen 1 november en 15 maart
•
Bij schade aan het landschapselement wordt de schade hersteld.
•
Knotwerkzaamheden worden verricht in de periode
de groei, maar ook een stimulering van het lokale
Beheer
De botanische weide wordt onderhouden door grazend vee of wordt minimaal 1 keer per jaar gemaaid en afgevoerd.
Elsteren 1A Well
1 m boven de hakhoutstoof (beheereenheden met grotere dikte dienen afgezet te worden). •
Houtsingel: 20x7m singel -80 stuks
•
singel aanplanten met 2 tot 3 jarig bosplantsoen, met de volgende soorten:
1.
25% Kornoelje (Cornus mas)
2.
25% Meidoorn (Crataegus monogyna)
3.
25% Gelderse Roos (Viburnum opulus)
4.
15% Hazelaar (Corylus avellana)
5.
10% Gewone vlier (Sambucus nigra)
•
Deze in 5 rijen aanplanten, groepsgewijs met 3
•
Pas groeiplaatsverbetering toe ten gunste van de groei, maar ook een stimulering van het lokale bodemleven.
Takken die over aangrenzende percelen hangen mogen het hele jaar worden teruggesnoeid.
•
Snoeihout mag op stapels of rillen in het element verwerkt worden voor zover het de stoven die opnieuw uit moeten lopen niet schaadt. Als snoeihout versnipperd wordt mogen de snippers niet verwerkt worden in het element.
•
Ongewenste houtsoorten, zoals Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik, robinia en ratelpopulier mogen mechanisch (uitgraven, afzagen, uitfrezen)
Aanplant •
Snoeiwerkzaamheden worden uitgevoerd in de periode tussen 1 november en 14 maart.
Het element mag niet worden beschadigd door vee.
soorten in kruislings verband (80 stuks).
16
de eventuele overstaanders, is maximaal 15 cm op
10-12.
Pas groeiplaatsverbetering toe ten gunste van
•
gemiddelde diameter van het hakhout, behoudens
Aanplant eik (Qeurcus robur) met minimale maat
uit bijlage III.
Ten minste 75% van de oppervlakte van het
worden bestreden. •
Grondbewerking van aanliggende landbouwgrond mag niet leiden tot schade aan het element.
•
Het element mag niet worden beschadigd door vee. Een raster ter bescherming mag niet aan het houtgewas bevestigd worden. Als er geen vee in het aangrenzende perceel loopt, is een raster niet nodig.
Bijlage I
Elsteren 1A Well
Landschapsplan op maatvaste ondergrond
Bijlage II
Elsteren 1A Well
Beplantingsplan op maatvaste ondergrond
Bijlage III
Elsteren 1A Well
Hoogstamfruitsoorten
Bijlage IV
Botanisch grasmengsel
Wilde bijenrand , kleigrond oppervlakte strook in m2 in het gele vakje de opp.invullen in m2
zaaihoeveelheid 1,25 gr/m2 : 12,5 kg/ha
770,00 m2
norm landbouw 35 kg/ha
Elsteren 1A Well
samenstelling mengsel
percentage gewicht eenheid
Ned. Naam kruiden
wetenschappelijke naam
Gewone rolklaver (wild) Margriet (wild) Wilde peen (wild) Knoopkruid (wild) Gewoon duizendblad (wild) Cichorei (wild) Luzerne Rode klaver (wild) Witte klaver (wild)
Lotus corniculatus Leucanthemum vulgare Daucus carota Centarea jacea Achillea millefolium Cichorium intybus Medicage sativa Trifolium pratense Trifolium repens
15,00% 8,00% 16,00% 16,00% 8,00% 6,00% 6,00% 5,00% 10,00%
0,144375 0,077 0,154 0,154 0,077 0,05775 0,05775 0,048125 0,09625 0 0 0
kg kg kg kg kg kg kg kg kg kg kg kg
Ned. naam grassen Timotheegras
Wet. Naam grassen Phleum pratense
10,00%
0,09625
kg
100,00%
0,9625 kilogram
Contactpersoon Neutkens; Geert-Jan Lueb T. 06 5086 6988 / E:gjlueb@neutkens.nl Zie ook http://www.neutkens.nl/
1,2 0,4 0,85 1,2 0,16 1,3 2 2 0,65
Te slopen bebouwing, locatie Elsteren 1a te Well (Bergen (L.))
Te slopen bebouwing (sanering kassen)
Bijlage 4 Ontwerpprincipes en ruimtelijke kwaliteit
1
Inhoud 1.
Structuurvisie+ en ruimtelijke kwaliteit .......................................................................... 3
2.
Ruimtelijke kwaliteit.......................................................................................................... 4
3.
Visie op ruimtelijke kwaliteit ............................................................................................ 4
4.
Landschappelijke karakteristieken ................................................................................. 5
5.
Wat is het Keuzemenu? ................................................................................................... 6 5.1
Keuzemenu voor ontwerpprincipes bouwinitiatieven en gebruikswijziging ................. 6
5.2 Keuzemenu voor ontwerpprincipes cultuurhistorische waardes en landschapselementen ...................................................................................................................... 7
6.
5.3
Proces..................................................................................................................................... 9
5.4
Beschikbare informatie ter ondersteuning van een goed ontwerp ................................ 9
TIPS! ............................................................................................................................................. 10
Bijlage 1 Landschapsindeling ........................................................................................................... 11 Bijlage 2 Uitbreiding woningen ......................................................................................................... 12 Bijlage 3 Beeldkwaliteit ...................................................................................................................... 14
2
1. Structuurvisie+ en ruimtelijke kwaliteit In de Structuurvisie+ (op 1 juli 2014 vastgesteld door de gemeenteraad) is aangegeven dat wij streven naar behoud én naar ontwikkeling van de ruimtelijk-, economische- en sociale kwaliteit van onze gemeente. Hiermee willen wij de leefbaarheid een impuls geven en natuur, landschap, cultuurhistorie en veiligheid verder ontwikkelen zodat een duurzaam gebied voor wonen, werken en recreëren het resultaat is. Bij de beoordeling van een goede ruimtelijke, functionele en landschappelijke inpassing wordt aangesloten bij het Landschapsplan gemeente Bergen en wordt op 3 schaalniveaus gekeken naar de beoogde ontwikkeling. Hoofdstructuren en essentiële waarden Als eerste wordt op hoofdstructuurniveau gekeken naar een goede ruimtelijke, functionele en landschappelijke inpassing. De ontwikkeling mag géén negatieve invloed uitoefenen op bijvoorbeeld bestaande zichtlijnen, aanwezige functionele, natuur-, cultuur- en landschapsstructuren en waarden. Waar deze structuren en waarden direct, dan wel indirect in gevaar komen door de beoogde ontwikkeling dient het plan zodanig vormgegeven te worden dat aantasting van de structuren en essentiële waarden wordt voorkomen. Substructuren en belangrijke waarden Ten tweede dienen de nieuwe ontwikkelingen goed te worden ingepast in de structuur van de bebouwingsconcentratie / landelijk gebied.
Het plaatsen van de nieuwe functie moet een toevoeging zijn voor de (kwaliteit van de) verschillende groene, blauwe, rode en grijze structuren. Ook het (gedeeltelijk) slopen, verbeteren en afschermen van ongewenste bebouwing kan de structuur versterken. Aansluiting bij eventuele rooilijnen versterkt de stedenbouwkundige structuur. Inpassing op perceelsniveau Het laatste schaalniveau waarop wordt gekeken naar de nieuwe ontwikkeling is de inpassing. Hierbij kan gedacht worden aan een specifiek type beplanting, veel voorkomend in de nabije omgeving. Ook de plaats van de nieuwe functie op het perceel is een onderdeel dat op dit schaalniveau wordt meegenomen in het kader van een goede landschappelijke en ruimtelijke inpassing. Indien de benodigde kwaliteitsinvesteringen buiten het plangebied liggen is sprake van buitenplanse kosten die volledig aan de inpassing van de nieuwe functie kan worden toegerekend. De gemeente is verplicht de gebiedseigen binnen- en buitenplanse kosten te verhalen op de initiatiefnemer. De Structuurvisie+ biedt ruimte voor een nadere uitwerking van het beleid. Er is behoefte om dit te doen voor het onderdeel ruimtelijke kwaliteit in het bestemmingsplan. In het bestemmingsplan is het principe van tegenprestatie voor een ontwikkeling doorvertaald in een ruimtelijke kwaliteitsverbetering.
Wat verstaat de gemeente echter onder ruimtelijke kwaliteitsverbetering? In deze notitie wordt hier een nadere invulling aan gegeven.
3
2. Ruimtelijke kwaliteit In de Structuurvisie+ wordt duidelijk dat er gekozen is voor ruimtelijke kwaliteit. Met behulp van het beleidsinstrument ruimtelijke kwaliteit (ook wel omgevingskwaliteit) wordt de kwaliteit van de bebouwde en onbebouwde omgeving geborgd. Het geeft uitvoering aan de ambitie van de gemeente, dient als inspiratie en is een toetsingskader voor zowel particuliere plannenmakers als voor de gemeentelijke organisatie zelf. Ruimtelijke kwaliteit is meer dan welstand, het gaat niet alleen over gebouwen maar over de relatie tussen cultuurhistorie, landschap en ruimtelijke ordening. Door een nadere uitwerking te geven aan ruimtelijke kwaliteit kan uitvoering worden gegeven aan de doelstellingen zoals geformuleerd in de Structuurvisie+ en het Landschapsplan Bergen. Uiteindelijk gaat het over het beschikken over prettige en gevarieerde woonmilieus waarbij karakteristieke landschaps- en cultuurhistorische elementen die de gemeente mede haar identiteit geven, behouden blijven. Er is behoefte aan ruimere mogelijkheden, waarbij de gemeente streeft naar ruimte voor nieuwe initiatieven en transformatie, maar binnen een sterk en hoogwaardig ruimtelijk raamwerk, waarbij ruimte is voor innovatieve ideeën met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit. De initiatiefnemer aan zet De gemeente vraagt om tegenprestaties voor ontwikkelingen die in strijd zijn met het bestemmingsplan.
Het is belangrijk dat de ontwikkeling leidt tot verbetering en niet achteruitgang. Onderstaand keuzemenu geeft daar invulling aan. Als tegenprestatie wordt van de initiatiefnemer verwacht, en daar valt de gemeente zelf ook geregeld onder, inzichtelijk te maken waarom zijn plan voldoende kwaliteit heeft en hoe het initiatief past binnen de kwaliteit van de omgeving. Dit kan via een inrichtingsplan. Het kader wordt vormgegeven in onderstaande Keuzemenu’s. Er is hierbij onderscheid gemaakt in bouwinitiatieven en initiatieven die betrekking hebben op cultuurhistorische waardes en landschapselementen. Met behulp van de keuzemenu’s wordt door initiatiefnemer uitwerking gegeven aan de wijze waarop de ruimtelijke kwaliteit wordt verbeterd. Elke situatie is uniek. Daarom wordt ook in overleg bepaald welke elementen in elk geval terug moeten komen in het inrichtingsplan.
3. Visie op ruimtelijke kwaliteit Een hoogwaardig landschap c.q. leefomgeving bestaat uit: Authenticiteit: er dienen zo weinig mogelijk vreemde en onnatuurlijke elementen in het landschap aanwezig te zijn; Ouderdom: hoe sterker het historische karakter en de gelaagdheid naar voren komen, des te beter. Dit zijn vaak onvervangbare elementen; Natuurlijkheid: wordt sterk bepaald door de aanwezigheid van groen, dit kan zowel een cultuurhistorische als natuurlijke oorsprong hebben; Kleinschaligheid: coulissenlandschappen doen het in dit opzicht goed en weidse open en besloten landschappen scoren minder hoog. Rekening houdend met bovenstaande in combinatie met de behoefte aan heldere principes heeft geleid tot onderstaande 5 punten die invulling geven aan de gemeentelijke visie op ruimtelijke kwaliteit. 1) Het landschap als basis. De gemeente beschikt over kenmerkende landschapselementen. Het Maasterrassenlandschap loopt over in de rivierduinengordel “de Maasduinen” met daartussen een lint van diverse dorpen. Vanuit de Maasduinen is een abrupte overgang naar een agrarisch gebied dat
4
2)
3)
4)
5)
grotendeels in de 20ste eeuw is ontgonnen. Zie ook de afbeelding op de volgende pagina en het Landschapsbeleid van de gemeente Bergen. De lange lijnen maken de gemeente herkenbaar. De gemeente Bergen is een langgerekte en relatief smalle gemeente, ingeklemd tussen Maas en de grens met Duitsland. De Maasduinen lopen ook in de lengte, evenals de N271. Er zijn weinig grootschalige dwarsverbindingen. Daarom zijn de hoofdwegen en entrees belangrijk voor de ruimtelijke beleving van de gemeente. Ze zorgen voor de ruimtelijke samenhang en de herkenbaarheid van de gemeente. Het gebied langs de N271 wordt dan ook gezien als de etalage van de gemeente. Bijzondere plekken bepalen de identiteit van de gemeente. In de plannen is nog weinig aandacht voor de identiteit van de gemeente Bergen. Daarom wordt prioriteit gegeven aan de versterking van haar identiteit. Dit betekent dat zorgvuldig moet worden omgegaan met de plekken en objecten die de eigenheid van de gemeente bepalen, zoals de dorpskernen, het landschap, de geomorfologie, de cultuurhistorische gelaagdheid, de natuurgebieden en karakteristieke bebouwing en erfgoed. Er is hierbij ruimte voor initiatieven die bijdragen aan nieuwe identiteit. Kleine plannen, groot effect. Kleine ingrepen hebben een relatief grote impact op de ruimtelijke kwaliteit omdat ze veelvuldig voorkomen.
De gemeente wil burgers en ondernemers zoveel mogelijk vrijheid geven om een eigen keuze te maken. Het is echter ook haar taak om, in het algemeen belang, een bepaalde kwaliteit te borgen. Daarom wordt in het bestemmingsplan ook gewerkt met ruimtelijke kwaliteit en landschappelijke inpassingsplannen en heeft de gemeente ook geïnvesteerd in handvaten voor initiatiefnemers die hen behulpzaam zullen zijn in het bereiken van ruimtelijke kwaliteit. Een duurzame gemeente. Duurzaamheid is een thema dat medebepalend is voor de ruimtelijke kwaliteit van Bergen. Natuur, groen en water verhogen de belevingswaarde en de recreatiemogelijkheden van de gemeente. Versterking van deze elementen is gewenst. Dit geldt ook voor het agrarisch grondgebruik, duurzaam bouwen en herbestemming van bouwwerken.
4. Landschappelijke karakteristieken Voor alle initiatieven geldt dat er rekening dient te worden gehouden met de landschappelijke karakteristieken van het gebied waar het initiatief zich bevindt. Het Landschapsplan Bergen geeft daar inzicht in. In het beleid is de gemeente Bergen opgedeeld in 10 kenmerkende landschappen die een grote variëteit vormen en waard zijn om gekoesterd te worden (zie bijlage voor de kaart met landschapsindeling). Het zijn de ingrediënten die voor zorgen dat een gebied een bepaald karakter heeft en mede invulling geven aan de identiteit en kwaliteit. De gebiedskarakteristieken nodigen initiatiefnemers uit om bepaalde ruimtelijke kwaliteitsaspecten te betrekken in hun planvorming. De gebiedskarakteristieken zijn beschrijvend en laten ruimte voor interpretatie en geven inzicht in landschapselementen die het behouden waard zijn en wat het gewenste landschapsstructuur is.
5
5. Wat is het Keuzemenu? Hieronder wordt het keuzemenu geïntroduceerd. Wat is dit echter? De gemeente wil graag ruimere ontwikkelingsmogelijkheden in het buitengebied bieden in ruil voor een tegenprestatie. Deze tegenprestatie bestaat uit palet aan mogelijkheden: een keuzemenu dus! Binnen het keuzemenu komen duurzaamheidsprincipes tot uiting door aandacht te besteden aan de belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde van objecten en landschappen. Wat wij via het keuzemenu willen bereiken is: Bescherming van kwetsbare objecten; Komen tot een vastgesteld inrichtingsplan waarin de benodigde tegenprestatie is uitgewerkt; Geen discussie over de ‘norm’, maar over het resultaat – waartoe dient de tegenprestatie?; In gesprek gaan over kwaliteit; Bewustwording van omgeving.
5.1 Keuzemenu voor ontwerpprincipes bouwinitiatieven en gebruikswijziging 1. Landschappelijke inpassing met daarin specifiek aandacht voor de situering en uitstraling van de bebouwing in relatie tot de omgeving en met respect voor het verleden. Het is waardevol als een gebouw bijdraagt aan de kwaliteit en beleving van de omgeving. 2. Behoud en/of renovatie van karakteristieke gebouwen. Dit kunnen gebouwen zijn die iets vertellen over de historische ontwikkeling van de locatie of die door gebruikmaking van specifieke sierelementen een architectonische waarde hebben; 3. Sloop van bebouwing die geen gebruiksfunctie meer heeft en/of in slechte staat verkeert met uitzondering van karakteristieke bebouwing die kan worden gerenoveerd (zie ook hierboven). Voorbeelden zijn oude stallen of schuurtjes die door destijds gebruikt materiaal geen toegevoegde waarde hebben en afbreuk doen aan de ruimtelijke kwaliteit. 4. Duurzaamheid in de zin van energiegebruik, klimaatadaptatie, toekomstbestendigheid van de woning en bebouwing. Dit komt o.a. tot uiting in energieneutraal worden, maatregelen m.b.t. klimaatadaptatie zoals dikte van muren, omgaan met extra neerslag, maar ook het gebruik van bouwmaterialen en een levensloopbestendige woning. 5. Aansluiten bij hoofdvorm en uitstraling van de bestaande bebouwing. Een belangrijk principe is maten in samenhang.
De schaal van een gebouw heeft te maken met waar het gebouw voor bedoeld is. Maatverhoudingen zijn vooral belangrijk in de gevelopbouw, het dak en toegevoegde elementen zoals een dakkapel, een aanbouw of een zonnecollector. 6. Oorspronkelijk materiaal- en kleurgebruik. We vinden het waardevol als materiaal, textuur, kleur en licht bijdragen aan het karakter en de kwaliteit van een gebouw. Het is gewenst om gebruik te maken van natuurlijke materialen en aandacht te besteden aan de kleurstelling. Dit is ook ondersteunend aan de relatie tot de omgeving zoals onder punt 1 benoemd. 7. Overbodige verharding verwijderen. Bij voormalige agrarische bedrijfslocaties is vaak veel verharding aangebracht. Door het verwijderen van (overbodige)
6
verharding kan een kwaliteitsverbetering worden bereikt dat bijvoorbeeld positief uitwerkt voor infiltratie van water. Toevoegen van nieuwe kwaliteit is mogelijk met respect voor de omgeving (cultuurhistorie en landschap). Wanneer bijvoorbeeld op een perceel alle bebouwing wordt gesloopt (kan in sommige situaties wenselijk / denkbaar zijn) dan is nieuwbouw mogelijk, echter wel onder de voorwaarde dat het leidt tot een ruimtelijke kwaliteitsverbetering. Hierbij wordt aangesloten op voornoemd keuzemenu. Voor situaties waarin het keuzemenu niet voorziet, wordt in overleg met de initiatiefnemer, de gemeente en de Kwaliteitscommissie bepaald op welke wijze er invulling kan worden gegeven aan de ruimtelijke kwaliteitsverbetering. De bebouwde omgeving brengt andere kwaliteitseisen met zich mee dan ingrepen in het landschap en cultuurhistorische elementen. Er is daarom gekozen voor een ander keuzemenu dat specifiek daarop ingaat.
5.2 Keuzemenu voor ontwerpprincipes cultuurhistorische waardes en landschapselementen 1. Leesbaar landschap – de historisch gegroeide kwaliteiten van de verschillende landschapstypen blijven behouden, door (her)ontwikkeling worden de verschillende stijlkenmerken per landschapstype versterkt waardoor een herkenbaar en kwaliteitsvol totaalpakket ontstaat. Dit betekent in elk geval: a. Het herkenbaar houden van de specifieke eigenschappen van elk van de landschapstypen zoals beschreven in het Landschapsplan Bergen. De afwisseling aan landschappen versterkt de identiteit van de verschillende gebieden. Benut de potenties van het gebied; b. Het behoud van de nog bestaande elementen van het oorspronkelijke landschap met daarbij aandacht voor de (zachte) overgangen tussen het landschap en de dorpen en kenmerkende zichtlijnen; c. De sfeer van de plek die soms niet alleen aan de beplanting is af te lezen, maar ook aan kenmerkende gebouwde elementen in het landschap, zoals kastelen, kapellen en kruisen; d. Het behouden, versterken of verbeteren van het ruimtelijk beeld van de bomenstructuur. Deze speelt een belangrijke rol in de continuering en uitstraling van de openbare ruimte en de profielopbouw van wegen en dijken. Bomen vormen zo belangrijke ruimtelijke elementen, die de eerste indruk van de omgeving sterk kunnen bepalen; 2.
Ecologisch netwerk – realiseer een verbindend landschap met een duurzaam functionerend ecologisch netwerk bestaande uit kerngebieden die via kwalitatief hoogwaardige verbindingszones met elkaar worden verbonden. Slecht barrières. We vragen specifiek aandacht voor de reptielen (gladde slang, de hazelworm, de levendbarende hagedis en de gladde hagedis). a. De functie van het landschap als drager van / schakel binnen de ecologische structuur van Bergen waarbij aandacht is voor het vergroten van de natuur- en ecologische waarden (biodiversiteit) en de natuurbeleving; b. Het behouden, versterken of verbeteren van de ecologische waarden van de bomenstructuren, houtwallen, maasheggen, hagen en singels. Hiermee de negatieve effecten versnippering proberen tegen te gaan en te voorkomen dat de kwaliteit van leefgebieden afneemt. 3. Blauwe systeem – versterk het verschil in ruimtelijke beleving tussen natuurlijke (beek)systemen, stilstaande wateren, ontginningswaterlopen, retentiebekkens met productiewater en de Maas. a. In de gemeente Bergen zijn diverse waterlopen aanwezig. De waterlopen hebben ieder op hun eigen schaalniveau impact gehad op de vorming van 7
het huidige landschap. De functionaliteit en ruimtelijke beleving van het landschap hangt hier nauw mee samen. De Maas bijvoorbeeld, heeft door haar insnijdingen de Maasterrassen gevormd. Er is behoefte om de watersystemen herkenbaarder en beter beleefbaar te maken. Dit kan bijvoorbeeld door aanplant of kap, aanleg van natuurvriendelijke oevers, nieuwe landschapselementen of een combinatie met recreatieve en ecologische doelen; b. Retentiebekkens worden waar mogelijk beneden of op maaiveldniveau aangebracht waardoor ze landschappelijk niet of minder opvallen. 4. Cultuurhistorie – Behoud, versterk of herontwikkel cultuurhistorische waarden zodat ze zichtbaar en beleefbaar worden en bijdragen aan de ‘leesbaarheid’ van het landschap. a. Een goede cultuurhistorische analyse met daarin aandacht voor de cultuurhistorische gelaagdheid (o.a. geomorfologische elementen als steilranden, beekdalen en terrassen), met als doel het in kaart brengen van cultuurhistorische waarden. Cultuurhistorie is een kans, een plek met een verhaal, met een geschiedenis. De gemeente hecht eraan dat cultuurhistorie een plek krijgt binnen het ruimtelijk ontwerp. b. Verdwenen waarden kunnen worden herontwikkeld of geënsceneerd.
Niet per se alle waarden moeten worden teruggebracht, alleen de verdwenen waarden die daadwerkelijk betekenis hebben / krijgen voor bewoners, recreanten of ondernemers zijn interessant. c. De agrarische functie van het cultuurlandschap dient te worden behouden en waar passend te worden versterkt of hersteld. De agrarische functie is vaak noodzakelijk voor het borgen van de openheid. Het ontwikkelen van houtwallen samen met lineaire landschapselementen (singels, lanen, kruidenrijke stroken), vormen gezamenlijk een raamwerk waarbinnen de landbouw kan functioneren. d. Kenmerkende en in principe te behouden cultuurhistorische landschapselementen zijn: i. Elementen uit de archeologie zoals Celtic Fields en oude nederzettingen; ii. Elementen uit de geomorfologie zoals beekdalen, paraboolduinen, stuifheuvels, rivierterrassen, steilranden, horsten en oude beeklopen; iii. De begrenzingen van velden en kampen; iv. Oude ontginnings- en perceelsgrenzen; v. Oude wegracés, veldwegen en dergelijke; vi. Bomen die al relatief oud zijn (bijvoorbeeld meer dan 100 jaar) vii. Veldkruisen en kleine kapellen; 5. Recreëren en beleven – ontwikkel een kwalitatief hoogwaardig recreatief routenetwerk waardoor de karakteristieke landschappen goed ontsloten en bereikbaar wordt en het landschap optimaal kan worden beleefd. a.
Besteed hierbij aandacht aan de functie van het landschap als recreatiegebied voor de bewoners van de gemeente; b. Benut bestaande wegenstructuren, zandpaden of dijken. Cultuurhistorisch waardevolle verbindingen hebben hierbij de voorkeur. c. Houd rekening met de verschillende functies die gebieden en/of routes moeten hebben.
8
5.3 Proces Het keuzemenu krijgt een duidelijke plek binnen de procedure. De gemeente werkt daarbij volgens een drietrapsraket: 1. Een planologische afweging of plan wel of niet past. Bij positief (principe)besluit: 2. Aan de randvoorwaarden gemeente uitvoering geven. 3. Parallel hieraan het proces starten met komen tot een inrichtingsplan waarin uitvoering wordt gegeven aan het Keuzemenu.
5.4 Beschikbare informatie ter ondersteuning van een goed ontwerp 5.4.1 Interne informatiebronnen Om initiatiefnemers behulpzaam te zijn bij het uitwerken van de plannen en invulling te geven aan ruimtelijke kwaliteit, beschikt de gemeente over diverse stukken. Het Landschapsplan Bergen geeft bijvoorbeeld inzicht in wat gewenst is bij het ontwerpen van landschappelijke inpassingsplannen. Hiervoor is gebruik gemaakt van een gebiedsindeling en inzicht gegeven in belangrijke cultuurhistorische en landschapselementen die het behouden waard zijn. Studie naar vergroting van de inhoudsmaat van woningen met daarin suggesties voor uitbreidingsmogelijkheden van woningen met respect voor de kenmerkende hoofdvorm (relevante onderdelen hiervan zijn als bijlage aan dit stuk toegevoegd). Voor het bouwen in het buitengebied zijn beeldkwaliteitsbepalingen geformuleerd die inzicht geven in wat belangrijke ontwerpprincipes zijn. Hierbij is aandacht besteed aan de situering van bebouwing, de hoofdvorm, gevels, detaillering en het kleur en materiaalgebruik. Dit stuk is als bijlage toegevoegd aan dit beleid. Met behulp van bovenstaande instrumenten beschikken initiatiefnemers over diverse handvatten om te komen tot een goed plan dat invulling geeft aan de benodigde ruimtelijke kwaliteitsverbetering.
5.4.2 Externe informatiebronnen Andere informatiebronnen zijn bijvoorbeeld: https://landschapinnederland.nl/bronnen-en-kaarten 5.4.3 Maasdal Verder heeft Rijkswaterstaat (in overleg met het Ministerie van Infrastructuur en Milieu) een handreiking geschreven “Kader ruimtelijke kwaliteit en vormgeving” (2012), waarin ontwerpprincipes zijn uitgewerkt met richtlijnen en werkwijzen bij grote projecten die samenhangen met infrastructuur en water. Dit stuk is met name interessant voor processen die zich in het Maasdal afspelen. De insteek is om zo vroeg mogelijk in het proces stil te staan bij ruimtelijke kwaliteit en een integraal ontwerp en werkwijze mogelijk te maken en aandacht te hebben voor het borgen van kwaliteit. Zie ook: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2012/10/09/kader-ruimtelijke-kwaliteit-envormgeving.
9
6. TIPS! Er zijn een aantal tips verzameld waarmee de initiatiefnemer het zich makkelijk maakt als hiermee rekening wordt gehouden. A. Zoek uit of er kwaliteitseisen of specifieke bouwregels gelden op het terrein waar u iets wilt bouwen. B. Gebruik de landschappelijke of de stedenbouwkundige opzet van een terrein of complex voor de positionering en oriëntatie van gebouwen. C. Cluster (bedrijfs)bebouwing zoveel mogelijk en situeer het zoveel mogelijk achter of naast het hoofdgebouw. D. Zorg bij bebouwingsclusters ervoor dat deze onderling samenhangen in materiaal, vorm en positionering. E. Doorbreek grote lengtes voor geleding in de wand (materiaal of vorm). F. Stem rooilijnen af op het verkavelingspatroon of de landschappelijke structuur. G. Onderhoudsvriendelijk en duurzame materialen hebben de voorkeur. H. Zorg er met erfbeplanting voor dat materiaalopslag uit het zicht blijft. I. Betrek bij de analyse van landschap en cultuurhistorie ook bewoners en organisaties (zoals waterschap, natuur- en landschapsorganisaties, lokale heemkunde verenigingen of dorpsarchieven). J. Gebruik historische, geomorfologische en topografische kaarten voor de analyse van het gebied. K. Ga na welke ruimtelijke patronen, maat en schaal bepalend zijn voor de identiteit van het gebied. L.
Laat je inspireren door kenmerken van de buitenruimten bij bebouwing, landschapsstructuren of elementen, zicht- en ontsluitingsprincipes.
10
Bijlage 1 Landschapsindeling Hieronder de afbeelding met de indeling van de gemeente Bergen in diverse landschapstypen. Deze afbeelding is afkomstig uit het Landschapsplan gemeente Bergen. Voor meer informatie over landschappelijke inpassing en suggesties wordt naar het Landschapsplan verwezen.
11
Bijlage 2 Uitbreiding woningen In 2016-2017 heeft het bureau Wissing een studie gedaan naar de uitbreiding van de inhoudsmaat van woningen in het buitengebied. De informatie uit de studie heeft input gegeven voor het ontwikkelde beleid. In de studie zijn ook suggesties opgenomen voor de wijze waarop typische woningen zouden kunnen worden uitgebreid. Zoals men terecht opmerkt in de studie is de wenselijkheid en mogelijkheid om de inhoudsmaat van woningen te vergroten verschillend per type woning. Zo is het voor een karakteristiek (historisch) pand als een woonboerderij van belang dat de kenmerkende hoofdvorm van de (langgevel)boerderij intact blijft. Ook bij een vergroting van de inhoudsmaat is het waardevol dat de karakteristieke hoofdvorm aanwezig blijft. De volgende suggesties willen wij meegeven aan initiatiefnemers. 1. Woonboerderij – omdat de typerende langhuisboerderij zelf een eenvoudige hoofdmassa kent, verdraagt dit type geen op- en/of uitbouw op de zijgevels of dakvlakken. Een uitbreiding in de vorm van het verlengen van de langgevelvorm is denkbaar.
2. Bungalow – 1 bouwlaag zonder kap. Dit type is eveneens in de lengterichting uit te breiden. Een andere mogelijkheid is het verhogen van de woning door een verdieping toe te voegen. Ook voor woningen met 1 bouwlaag en een kap is een dergelijke uitbreiding denkbaar.
12
3. Landhuis. De mogelijkheden voor een dergelijke type woning zijn vrij groot. Dit komt door de diversiteit in de massaopbouw en de verschijningsvorm. Zowel een uitbreiding in de lengterichting als in de dwarsrichting is denkbaar. Met name de kapvorm van het bestaande hoofdgebouw is medebepalend voor de vorm van de uitbreiding.
4. Woning van 2 bouwlagen met kap en twee-onder-een-kapwoningen. De variaties zijn ook hier vrij groot. Uitbreidingsmogelijkheden kunnen zowel in de lengte als in de breedte worden gezocht. Net als bij de andere typen is maatwerk noodzakelijk.