Transitievisie Warmte, Mook + Middelaar Bergen + Gennep
Tekst van het document
Midden temperatuur verwarming Verwarmingssysteem waarbij een gebouw met een temperatuur van 55°C tot 70°C wordt verwarmd en voorzien van warm tapwater. Nationale kosten De nationale kosten zijn de kosten voor de Nederlandse samenleving als geheel. Het gaat om de totale kosten voor de warmtetransitie, dus zowel de kosten voor aanpassingen aan gebouwen, kosten voor infrastructuur en kosten voor de duurzame bron. De kosten bestaan niet alleen uit investeringen, maar ook kosten voor onderhoud en beheer en de kosten van de energierekening. Regionale Energiestrategie (RES) Nederland is opgedeeld in dertig energieregio’s. Elke regio onderzoekt hun vraag naar zowel warmte als elektriciteit en geven aan hoeveel duurzame warmte en elektriciteit zij in hun eigen regio kunnen realiseren. Restwarmte Warmte die vrijkomt bij een (industrieel) productieproces en gebruikt wordt als bron voor nieuwe of bestaande warmtenetten.
Transitievisie Warmte | 22
Transitievisie Warmte (TVW) Plan op gemeenteniveau waarin het globale tijdpad wordt bepaald waarin buurten aardgasvrij worden en met welke warmtetechniek. Warmtenet of stadsverwarming Infrastructuur die warm water via een leidingnetwerk onder de grond levert aan gebouwen voor ruimteverwarming en eventueel warm tapwater. Warmtepomp Een warmtepomp onttrekt warmte uit de buitenlucht, de bodem of het grondwater. Middels elektriciteit wordt de warmte verhoogd in temperatuur en afgegeven aan de binnenruimte. Wijkuitvoeringsplan (WUP) Gedetailleerd plan waarin de uitvoering van de transitievisie warmte concreet wordt gemaakt op wijkniveau. Dit gebeurt in samenwerking met betrokken partijen en inwoners.
Transitievisie Warmte | 23
VEELGESTELDE VRAGEN De warmtetransitie is complex en vraagt veel van onze inwoners. Grote kans dat u nog veel vragen hebt. Wij hebben als gemeenten de veelgestelde vragen verzameld. Deze hebben wij samen met de antwoorden op een rij gezet. Misschien staat uw vraag er ook tussen. Wanneer is duidelijk welke warmtetechniek in mijn huis of buurt wordt toegepast en op welk moment mijn huis of buurt van het aardgas af gaat? Alle gemeenten moeten uiterlijk eind 2021 een transitievisie warmte uitbrengen. In deze visie staat een globaal tijdspad waarin buurten aardgasvrij worden en met welke warmtetechniek. Voor veel buurten is er nog geen duidelijke voorkeur voor de warmtetechniek. Dit komt doordat nog veel zaken onzeker zijn. Komende jaren zullen de plannen steeds verder uitgewerkt worden. De focus ligt nu op de stappen die tot 2030 gezet worden. In deze visie is dus nog niet met zekerheid te stellen welke warmtetechniek in welk woning of buurt wordt toegepast en binnen welke termijn. Hoeveel kost het aardgasvrij maken van mijn woning? De kosten zijn sterk afhankelijk van uw situatie. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat inwoners in Nederland tot 2050 stap voor stap van het aardgas af gaan. Het uitgangspunt is dat dit voor inwoners woonlastenneutraal gebeurt. Het idee is dat u als inwoner per maand niet meer gaat betalen voor uw woonlasten dan dat u nu doet.
Iedere persoonlijke situatie is anders. Het kan daardoor niet met zekerheid worden gezegd dat de overstap op een alternatieve warmtebron voor iedereen woonlastenneutraal zal zijn. Hoe worden inwoners geholpen die de warmtetransitie niet kunnen betalen? Er zijn verschillende subsidies en financieringsmogelijkheden beschikbaar. Een overzicht van alle regelingen vindt u op de website van het Regionaal Energieloket of Energie Subsidiewijzer. Is het verstandig om nu al over te stappen op een alternatieve warmtetechniek? Dit hangt af van uw situatie. In veel gevallen is het verstandig om de CV ketel te combineren met een hybride warmtepomp. Met een hybride warmtepomp daalt uw aardgasverbruik, maar hoeft uw woning nog niet volledig geschikt te zijn voor lage temperatuur verwarming. Wanneer uw woning al goed geïsoleerd is, kunt u mogelijk al overstappen op een elektrische warmtepomp. Dit is dus afhankelijk van uw woning. De belangrijkste eerste stap is dat u energie bespaart. Door uw woning te isoleren, heeft u minder aardgas nodig om uw woning te verwarmen. Ook kunt u als uw gasfornuis aan vervanging toe is overstappen op elektrisch koken. Het is comfortabel en veilig. U kunt meer informatie vinden op de website van het Regionaal Energieloket of Milieu Centraal.
Kan waterstof of kernenergie worden ingezet in de warmtetransitie? Kernenergie wordt gebruikt om elektriciteit op te wekken. Deze elektriciteit kan worden gebruikt om een warmtepomp van stroom te voorzien. Kernenergie kan daardoor indirect bijdragen aan de warmtetransitie. Dit geldt ook voor zonnepanelen en windturbines. De kans dat er vóór 2030 nieuwe kerncentrales gebouwd gaan worden is klein. Waterstof kan wél een directe bijdrage leveren aan de warmtetransitie. Het gas is namelijk een directe vervanger van aardgas. Een voordeel is dat de huidige aardgasleidingen mogelijk gebruikt kunnen worden voor het transporteren van waterstof. Een nadeel van waterstof is dat het geen grondstof is en het geproduceerd moet worden. Op dit moment is waterstof niet op grote schaal beschikbaar. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft aangegeven dat waterstof mogelijk pas vanaf 2040 op grote schaal beschikbaar komt. Het is de verwachting dat een groot deel van het waterstof door de industrie gebruikt zal worden. Het is nog onzeker hoeveel waterstof er beschikbaar komt voor de
Transitievisie Warmte | 24
verwarming van woningen en gebouwen. Dit zal niet voldoende zijn om het aardgas volledig te vervangen door waterstof. Wat is de betrouwbaarheid van de alternatieven voor aardgas? De betrouwbaarheid van de alternatieven voor aardgas verschillen per warmtetechniek. Bij een warmtenet is dit bijvoorbeeld afhankelijk van de beschikbaarheid van de warmtebron. Voor alle warmtechnieken is het uitgangspunt dat gebouwen goed, veilig en comfortabel verwarmd kunnen worden. Dit komt onder meer door de aanwezigheid van back-up installaties bij bijvoorbeeld een warmtenet. Hoeveel invloed hebben inwoners op de keuze voor een nieuwe warmteoplossing? De gemeente is verantwoordelijk voor de overstap naar aardgasvrij wonen. De gemeente organiseert dit proces samen met verhuurders van huurwoningen, energieleveranciers en inwoners en andere relevante betrokken partijen. Inwoners kunnen op verschillende manieren geïnformeerd en betrokken worden bij de mogelijke oplossingen voor hun buurt. Bijvoorbeeld door het beantwoorden van vragen of door het bijwonen van een bewonersavond. Uiteindelijk mag iedere woningeigenaar zelf beslissen hoe en wanneer hij van het aardgas af gaat. De invloed van inwoners op de keuze voor een nieuwe warmteoplossing is daarmee groot.
Kunnen inwoners gedwongen worden van het aardgas af te gaan? Nee, de gemeente zal u niet verplichten om over te stappen op een aardgasvrije oplossing. Het is wel zo dat uiteindelijk iedereen in Nederland van het gas afgaat. Het is niet de bedoeling dat mensen vanaf 2050 in de kou komen te zitten. Om dit te voorkomen wil de gemeente al vroeg beginnen en alle inwoners van de gemeente zo goed mogelijk helpen bij dit proces. Het Rijk kan in een later stadium (richting 2050) wel via wetgeving verplichtingen op leggen. Hier zijn nu nog geen plannen voor. Wat is er mogelijk als inwoners nu al willen beginnen met verduurzamen? De eerste stap is uw woning isoleren. Als huiseigenaar kunt u maatregelen nemen door uw dak, vloer en muren te isoleren, kieren dichten en zonnepanelen te installeren. U kunt op veel verschillende manieren advies krijgen over wat bij uw huis past. U kunt bijvoorbeeld een onafhankelijke adviseur langs laten komen om te kijken wat er in uw huis allemaal nog moet gebeuren voor u van het gas af kunt. Ook het Regionaal Energieloket kan u helpen met informatie. Wat doen andere landen om duurzaam te verwarmen? Om de opwarming van de aarde tegen te gaan moet de landelijke CO2-uitstoot worden gereduceerd. In het Parijs Klimaatakkoord zijn hierover afspraken gemaakt. Elk land onderzoekt hoe ze het makkelijkst en snelst de CO2-uitstoot kunnen verminderen.
Neem bijvoorbeeld Denemarken. In Denemarken is al een grote meerderheid van de gebouwde omgeving aangesloten op een warmtenet. Om minder CO2 uit te stoten worden de bronnen van het warmtenet verduurzaamd. Dat doen ze onder andere door de inzet van hernieuwbare biomassa, geothermiecentrales, grootschalige zonnewarmteprojecten en benutting van warmte uit rioolwater, zeewater en datacenters met behulp van grote warmtepompen. In Duitsland wordt gekozen voor een andere route. Duitsland gebruikt namelijk op een beperkt aantal plekken nog kolen en stookolie. Die zijn vervuilender dan aardgas. Op deze plekken bespaart een overstap naar aardgas op korte termijn veel CO2-uitstoot. De overstap naar aardgas is daar een tussenstap naar een CO2 neutrale energievoorziening. Ook in Duitsland is het doel om uiteindelijk afscheid te nemen van aardgas. Duitsland wil in 2045 volledig klimaatneutraal zijn.
Transitievisie Warmte | 25
WIJKEN EN BUURTEN
Figuur 8: Wijken en buurten in Mook en Middelaar, Gennep en Bergen.
Transitievisie Warmte | 26
Om in de transitievisie warmte eenvoudig naar een bepaalde wijk of buurt te refereren, wordt gebruik gemaakt van verkorte wijk- en buurtcodes van het CBS. De code van een buurt bestaat uit een letter gevolgd door vier cijfers. De letter staat voor de gemeente, de eerste twee cijfers staan voor de wijk en de laatste twee cijfers staan voor de buurt. De code M00-00 verwijst bijvoorbeeld naar de buurt Molenhoek in de wijk Mook. Gemeente Mook en Middelaar (M) Mook (00) Molenhoek (00) Mook (01) Verspreide huizen Bisselt (09) Middelaar (01) Riethorst-Plasmolen (00) Middelaar Katerbosch en Heikant (01) Gemeente Gennep (G) Milsbeek (00) Milsbeek (00) Sprokkelveld (01) Bloemenstraat-Zwarteweg (09) Ottersum (01) Ottersum (00) Aaldonk-Violenberg (08) Looierheide (09) Ven-Zelderheide (02) Ven-Zelderheide (00) Langehorst-Zelder (09) Gennep (03) Oude Stadskern (00) Noord (01) Midden (02) Zuid (03) Panoven-Maaskemp (09) Heijen (04) Heijen (00) Heijensebos (08) Diekendaal-Nieuwerf (09)
Gemeente Bergen (B) Aijen (01) Aijen Kern (10) Aijen Buitengebied (11) Oud-Bergen (02) Oud-Bergen Kern (20) Oud-Bergen Buitengebied (21) Nieuw-Bergen (03) Nieuw-Bergen Kern (30) Nieuw-Bergen Buitengebied (31) Nieuw-Bergen De Flammert (32) Afferden (04) Afferden Kern (40) Afferden Buitengebied (41) Siebengewald (05) Siebengewald Kern (50) Siebengewald Buitengebied (51) Well (06) Well-Oost (60) Well-West (61) Well Buitengebied (62) Wellerlooi (07) Wellerlooi Kern (70) Wellerlooi Buitengebied (71)
In Figuur 9 is het aantal huishoudens per buurt in de gemeenten Mook en Middelaar, Gennep en Bergen weergegeven. In deze kaart zijn de dorpskernen en het buitengebied goed van elkaar te onderscheiden.
Transitievisie Warmte | 27
Buurtgrenzen zijn niet hard maar flexibel Voor de analyse in de transitievisie warmte wordt de buurtindeling aangehouden. Nederland kent 352 gemeenten. Elke gemeente is onderverdeeld in wijken. Een wijk kan tevens onderverdeeld zijn in meerdere buurten. Elke gemeente beheert haar eigen wijk- en buurtindeling en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) coördineert dit proces voor heel Nederland. In de gemeenten Mook en Middelaar, Gennep en Bergen zijn 14 wijken en 37 buurten. Veel instanties gebruiken de gemeente-, wijk- en buurtindeling om statistieken te publiceren. Het volgen van de buurtindeling in de technische analyse helpt om voldoende informatie in het onderzoek mee te kunnen nemen. De buurtindeling is echter niet altijd de meest logische keuze ten aanzien van de warmtetransitie. Als een warmtetechniek voor een bepaalde buurt als voorkeursoptie wordt aangegeven, betekent dit dus niet dat elk gebouw in die buurt met deze techniek wordt verwarmd. Binnen een buurt kunnen namelijk grote verschillen zijn in woningtype en bouwjaren. De transitievisie warmte focust op een buurtgerichte aanpak. In de wijkuitvoeringsplannen wordt meer aandacht besteed aan de verschillen binnen een buurt. Buurten kunnen ook sterke gelijkenissen vertonen. Een voorkeursoptie kan in zulke gevallen een buurtgrens overschrijden.
Voor de gemeenten Mook en Middelaar, Gennep en Bergen worden de buurten in het buitengebied veelal samengenomen. De buurtindeling helpt dus om richting te geven, maar is niet leidend.
Figuur 9: Aantal huishoudens per buurt in Mook en Middelaar, Gennep en Bergen.
Transitievisie Warmte | 28
Mook en Middelaar
1.367 (38%) rijwoningen
Rijwoning
620 (17%) twee-onder-één-kap
319
519 (14%) meergezinswoningen
1.048
Twee-onder-één-kap
70
Vrijstaande woning Meergezinswoning
1.137 (31%) vrijstaande woningen
550 4
1.133
195
324
Corporatiebezit
Particulier bezit
Figuur 10: Aantal woningen in Mook en Middelaar per woningtype waarbij onderscheid is gemaakt tussen woningen in bezit van een woningcorporatie en particuliere woningen.
voor 1946
1 163
1946 t/m 1964
50
1965 t/m 1974 1975 t/m 1991 1992 t/m 2005 2006 en later
558
129
658
240
884 128
526 40
Corporatiebezit
269
Particulier bezit
Figuur 11: Aantal woningen in Mook en Middelaar per bouwjaarperiode waarbij onderscheid is gemaakt tussen woningen in bezit van een woningcorporatie en particuliere woningen.
Transitievisie Warmte | 29
Gennep
3.038 (41%) rijwoningen
Rijwoning
1.406 (19%) twee-onder-één-kap
2.103 (28%) vrijstaande woningen
1.077
907 (12%) meergezinswoningen
1.961
Twee-onder-één-kap
193
Vrijstaande woning
7
Meergezinswoning
526
1.213 2.096
381
Corporatiebezit
Particulier bezit
Figuur 12: Aantal woningen in Gennep per woningtype waarbij onderscheid is gemaakt tussen woningen in bezit van een woningcorporatie en particuliere woningen.
voor 1946
3
1946 t/m 1964
303
1965 t/m 1974 1975 t/m 1991
1.062
439
1.032
590
1.525
1992 t/m 2005 2006 en later
707
164 304
Corporatiebezit
660 665
Particulier bezit
Figuur 13: Aantal woningen in Gennep per bouwjaarperiode waarbij onderscheid is gemaakt tussen woningen in bezit van een woningcorporatie en particuliere woningen.
Transitievisie Warmte | 30
Bergen
1.512 (26%) rijwoningen
Rijwoning
1.677 (29%) twee-onder-één-kap
692
Twee-onder-één-kap
2.185 (38%) vrijstaande woningen
390 (7%) meergezinswoningen
820 389
1.288
Vrijstaande woning
8
Meergezinswoning
256 134
Corporatiebezit
2.177
Particulier bezit
Figuur 14: Aantal woningen in Bergen per woningtype waarbij onderscheid is gemaakt tussen woningen in bezit van een woningcorporatie en particuliere woningen.
voor 1946
0
1946 t/m 1964
150
1965 t/m 1974 1975 t/m 1991
662 988
403
997
443
1.009
1992 t/m 2005
163
2006 en later
186
Corporatiebezit
448 315
Particulier bezit
Figuur 15: Aantal woningen in Bergen per bouwjaarperiode waarbij onderscheid is gemaakt tussen woningen in bezit van een woningcorporatie en particuliere woningen.
Transitievisie Warmte | 31
Huidig gasverbruik in de gemeenten Tabel 1: Gasverbruik voor ruimteverwarming per gemeente (bron: PBL data van 1 januari 2019).
Mook en Middelaar
Gennep
Bergen
Totaal
Woningen
151,8 TJ/jaar
301,7 TJ/jaar
258,4 TJ/jaar
711,9 TJ/jaar
Utiliteit
36,8 TJ/jaar
109,3 TJ/jaar
61,7 TJ/jaar
207,8 TJ/jaar
Totaal
188,6 TJ/jaar
411,0 TJ/jaar
320,1 TJ/jaar
919,7 TJ/jaar
Woningen
4.796.209 m3
9.532.385 m3
8.164.297 m3
22.492.891 m3
Utiliteit
1.162.717 m3
3.453.397 m3
1.949.447 m3
6.565.561 m3
Totaal
5.958.926 m3
12.985.782 m3
10.113.744 m3
29.058.452 m3
Warmtevraag
Aardgasverbruik
Tabel 2: Gasverbruik voor tapwater per gemeente (bron: PBL data 1 januari 2019).
Mook en Middelaar
Gennep
Bergen
Totaal
Woningen
30,2 TJ/jaar
62 TJ/jaar
48,8 TJ/jaar
141 TJ/jaar
Utiliteit
1,4 TJ/jaar
5,1 TJ/jaar
1,7 TJ/jaar
8,2 TJ/jaar
Totaal
31,6 TJ/jaar
67,1 TJ/jaar
50,5 TJ/jaar
149,2 TJ/jaar
Woningen
954.186 m3
1.958.926 m3
1.541.864 m3
4.454.976 m3
Utiliteit
44.234 m3
161.137 m3
53.712 m3
259.084 m3
Totaal
998.420 m3
2.120.063 m3
1.595.577 m3
4.714.060 m3
Warmtevraag
Aardgasverbruik
Transitievisie Warmte | 32
TECHNISCHE ONDERBOUWING Voor het opstellen van de transitievisie warmte is een technische analyse uitgevoerd. Hierbij is gebruik gemaakt van een multicriteria-analyse. Een multicriteria-analyse is een veelgebruikte methode om een onderbouwde keuze te maken tussen diverse alternatieven op basis van meerdere criteria. In deze bijlage worden de aardgasvrije alternatieven uitgebreid omschreven en de criteria en de scoring daarvan toegelicht. Tot slot worden de belangrijkste resultaten van de analyse gedeeld.
Warmtetechnieken In Nederland worden de meeste gebouwen nog verwarmd met aardgas. Ook in de gemeenten Mook en Middelaar, Gennep en Bergen worden meer dan 90% van de woningen verwarmd op aardgas. In de transitievisie warmte worden de meest volwassen technieken meegenomen: all-electric, midden temperatuur (MT) warmtenet, lage temperatuur (LT) warmtenet en groengas. Waterstof is uiteraard ook een aardgasvrij alternatief. Het voordeel van waterstof is dat het huidige gasnetwerk waarschijnlijk gebruikt kan worden om waterstof te transporteren. De verwachting is echter dat waterstof pas na 2030 op grote schaal beschikbaar komt. Onduidelijk is hoeveel daarvan naar de gebouwde omgeving gaat. Waterstof speelt namelijk ook een belangrijke rol in de verduurzaming van de industrie. In de eerste editie van de transitievisie warmte is waterstof daarom nog niet meegenomen. De visie wordt elke vijf jaar bijgesteld. In een volgende editie wordt waterstof toegevoegd als alternatief. All-electric Een elektrische warmtepomp wordt gebruikt om de ruimtes in een gebouw te verwarmen. Daarnaast wordt de warmtepomp gebruikt voor warm tapwater voor bijvoorbeeld de douche. De warmtepomp onttrekt de warmte uit de bodem of lucht. Aangezien bij all-electric tevens op elektriciteit wordt gekookt, is er geen aansluiting op het gasnet nodig.
Een warmtepomp levert warmte met een lage temperatuur tot 55 graden Celsius. Het is daarom belangrijk om een gebouw eerst goed te isoleren. Daarnaast zijn er aanpassingen aan de installaties nodig. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het plaatsen van vloerverwarming en/of lage temperatuurradiatoren. Deze gebouwaanpassingen leiden tot hoge investeringen. Bovendien neemt een warmtepomp meer ruimte in beslag dan een CV-ketel. Een warmtepomp gebruikt veel elektriciteit. Het is mogelijk om een deel van deze elektriciteit zelf op te wekken met behulp van zonnepanelen. Bij grootschalige toepassing van warmtepompen in een wijk moet het elektriciteitsnet mogelijk worden verzwaard. Voordelen: + Individueel toepasbaar + Geen gasaansluiting nodig + CO2-neutraal mits de stroom duurzaam is opgewekt
Nadelen: − Minimaal isoleren tot label B − Hoge investeringen − Relatief groot ruimtebeslag − Verzwaring elektriciteitsnet
Transitievisie Warmte | 33
Midden temperatuur (MT) warmtenet Bij een warmtenet worden gebouwen verwarmd met warmte uit de omgeving. Het is een collectief systeem waarbij meerdere gebouwen op het warmtenet zijn aangesloten. De warmte wordt via leidingen van de warmtebron(nen) naar de gebouwen getransporteerd. Een warmtenet heeft een aanvoer- en retourleiding. In een gebouw wordt warmte uit de aanvoerleiding onttrokken en gebruikt voor ruimteverwarming en eventueel voor warm tapwater. Hiervoor is een afleverset nodig en deze vervangt de CV-ketel. Het afgekoelde water gaat vervolgens via de retourleiding terug naar de warmtebron. Een MT warmtenet heeft een aanvoertemperatuur tussen de 55 en 70 graden Celsius. Voorbeelden van warmtebronnen die deze temperatuur kunnen leveren zijn geothermie en restwarmte uit de industrie. Voor MT warmtenetten is isolatie van gebouwen minder belangrijk, omdat de temperatuur voldoende is om de gebouwen te verwarmen. Isolatie is echter altijd aan te raden, omdat de vraag naar warmte dan afneemt en de beschikbare warmtebronnen optimaal kunnen worden ingezet. Daarnaast moet worden overgestapt op elektrisch koken, zodat geen aansluiting op het gasnet nodig is. Een warmtenet is met name interessant wanneer de gebouwdichtheid en warmtevraag relatief hoog zijn. Wanneer meer gebouwen aansluiten op een warmtenet, dalen de kosten per aansluiting.
Hierbij is het wel van belang dat de gebouwen dicht bij elkaar staan. In buitengebieden waar woningen verder uit elkaar staan, is een warmtenet kostbaar. Voordelen: + Minimaal isoleren tot label D + Beperkte aanpassingen aan de installaties nodig + Collectief systeem en daardoor minder zorgen + Geen gasaansluiting nodig
Nadelen: − Toepasbaarheid afhankelijk van beschikbare warmtebronnen − Kosten afhankelijk van aantal aansluitingen op warmtenet − Minder keuzevrijheid
Lage temperatuur (LT) warmtenet Een LT warmtenet is vergelijkbaar met een MT warmtenet. Een LT warmtenet heeft echter een aanvoertemperatuur tussen de 35 en 55 graden Celsius. Voorbeelden van warmtebronnen die deze temperatuur kunnen leveren zijn aquathermie waarbij warmte wordt onttrokken uit oppervlaktewater, of restwarmte uit rioolwaterzuiveringsinstallaties en datacenters. Voordat gebouwen worden aangesloten op een LT warmtenet, moeten de gebouwen eerst goed worden geïsoleerd. Wanneer dit niet gebeurt kan een gebouw onvoldoende worden verwarmd en dit gaat ten koste van het comfort. Daarnaast zijn aanpassingen aan de installaties nodig. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het plaatsen van vloerverwarming en/of lage temperatuurradiatoren. Aangezien de aanvoertemperatuur te laag is voor warm tapwater, is per gebouw tevens een boosterwarmtepomp nodig. Bij een LT warmtenet zijn de warmteverliezen in het warmtenet lager.
Transitievisie Warmte | 34
Voordelen: + Collectief systeem en daardoor minder zorgen + Lagere warmteverliezen in warmtenet + Geen gasaansluiting nodig
Nadelen: − Minimaal isoleren tot label B − Toepasbaarheid afhankelijk van beschikbare warmtebronnen − Tarief afhankelijk van aantal aansluitingen op warmtenet − Minder keuzevrijheid
Groengas Groengas is biogas dat is opgewaardeerd naar aardgaskwaliteit en is een duurzaam gas. Groengas wordt geproduceerd uit mest, tuinafval, resten van groente en fruit, maar ook afval op stortplaatsen en rioolslib. De productie van groengas is momenteel nog zeer beperkt. De bestaande aardgasleidingen kunnen worden gebruikt om het groengas naar de gebouwen te transporteren. Groengas kan zowel in een HR-ketel als in een hybride warmtepomp worden gebruikt. Een hybride warmtepomp is een elektrische warmtepomp gecombineerd met een HR-ketel. De warmtepomp levert de basislast van de warmtevraag. De HR-ketel springt bij op koude winterdagen of bij grote vraag naar warm tapwater. Bij groengas is de overstap naar elektrisch koken niet noodzakelijk. Voor groengas is isolatie van gebouwen minder belangrijk, omdat de temperatuur van de warmte bij de verbranding van groengas voldoende is om de gebouwen te verwarmen. Isolatie is echter altijd aan te raden, omdat de vraag naar warmte dan afneemt en het beschikbare groengas optimaal kan worden ingezet. Voordelen: + Minimaal isoleren tot label D + Huidige aardgasnet kan worden gebruikt + Geen aanpassingen aan technische installaties nodig + Elektrisch koken niet nodig
Nadelen: − Beschikbaarheid groengas onbekend − Kosten van groengas is onbekend
Besliscriteria Om een beeld te krijgen hoe kansrijk een warmtetechniek is voor een bepaalde buurt, zijn per buurt verschillende criteria beoordeeld. De score van de verschillende criteria zijn gecombineerd in een multicriteria-analyse. De criteria zijn hieronder toegelicht. Isolatieniveau Warmtetechnieken all-electric en LT warmtenet verwarmen gebouwen op een lage temperatuur. Dit is echter alleen mogelijk wanneer gebouwen voldoende zijn geïsoleerd. Het uitgangspunt is dat voor deze warmtetechnieken schillabel B nodig is. Warmtetechnieken MT warmtenet en groengas verwarmen gebouwen op een hogere temperatuur. Goed isoleren blijft het streven, omdat gebouwen die goed geïsoleerd zijn minder warmte nodig hebben. Kortom, de beschikbare warmtebronnen kunnen effectiever worden ingezet. Uitgangspunt is dat voor deze warmtetechnieken schillabel D nodig is.
Transitievisie Warmte | 35
Het isolatieniveau wordt bepaald door het gemiddelde schillabel van gebouwen in een bepaalde buurt te berekenen. Er wordt gebruik gemaakt van landelijke data van het Planbureau voor de Leefomgeving. Niet voor elk gebouw is data beschikbaar. Wanneer het schillabel voor een gebouw ontbreekt, is een grove inschatting gemaakt op basis van het bouwjaar en woningtype. Wanneer het gemiddelde schillabel van een buurt slecht is, betekent dit dat er relatief veel isolatiemaatregelen nodig zijn om deze buurt aardgasvrij te maken. Dit geldt met name voor de lage temperatuuroplossingen als all-electric en LT warmtenet. Doordat de buurt eerst aan de slag moet met isoleren, zal deze buurt pas op langere termijn aardgasvrij kunnen worden. Nationale kosten De nationale kosten zijn de kosten voor de Nederlandse samenleving als geheel. Het zijn de totale kosten van alle maatregelen die nodig zijn om op een bepaalde aardgasvrije warmtetechniek over te stappen. Dit zijn bijvoorbeeld de kosten voor aanpassingen aan gebouwen als isolatie en een (hybride) warmtepomp, kosten voor infrastructuur als verzwaring van het elektriciteitsnet of aanleg van een warmtenet en kosten voor de duurzame bron. De nationale kosten worden uitgedrukt in euro per ton vermeden CO2-uitstoot.
Wanneer de nationale kosten hoog zijn, betekent dit dat het relatief duur is voor de samenleving om op deze warmtetechniek over te stappen. De nationale kosten zijn berekend met behulp van de startanalyse. De startanalyse is een technisch-economisch rekenmodel en is ontwikkeld door het Planbureau van de Leefomgeving. Collectief woningbezit Elk gebouw heeft een eigenaar. Dit kan een particulier zijn, maar bijvoorbeeld ook een woningcorporatie. Een woningcorporatie bezit meestal tientallen tot honderden woningen in een gemeente. In dit geval wordt gesproken over van collectief woningbezit. Wanneer het collectief woningbezit in een buurt relatief hoog is, is het eenvoudiger om gezamenlijke afspraken te maken over isolatiemaatregelen of de gewenste aardgasvrije warmtetechniek. In Mook en Middelaar, Gennep en Bergen zijn drie woningcorporaties actief: Destion, Mooiland en Woonzorg Nederland. De woningvoorraad van de corporaties in de gemeenten is weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 3: Woningvoorraad van corporaties in Mook en Middelaar, Gennep en Bergen.
Woningcorporatie Destion Mooiland Woonzorg Nederland
Mook en Middelaar 536 2 54
Gennep 527 1.309 0
Bergen 1.250 0 0
Geschiktheid elektriciteitsnet Door gebouwen massaal aan te sluiten op een elektrische warmtepomp, neemt de vraag naar (duurzame) elektriciteit significant toe. Het is belangrijk dat het elektriciteitsnet daarvoor geschikt is. In sommige buurten zullen kabels moeten worden vervangen door dikkere kabels of moeten extra transformatorstations worden geplaatst. De geschiktheid van het stroomnet speelt een belangrijke rol bij de warmtetechnieken all-electric en eventueel bij groengas wanneer gekozen wordt voor een hybride oplossing. In Mook en Middelaar, Gennep en Bergen is Enexis de netbeheerder. Enexis heeft in kaart gebracht in welke buurten grote aanpassingen aan het elektriciteitsnet nodig zijn om gebouwen op grote schaal
Transitievisie Warmte | 36
over te laten stappen op een elektrische warmtepomp. All-electric is daardoor in deze buurten niet alleen duurder, maar vraagt ook om een langere doorlooptijd. Koppelkansen De warmtetransitie is een complexe opgave en heeft een grote impact op de omgeving. Op grote schaal moeten gebouwen worden geïsoleerd. Afhankelijk van de warmtetechniek moet het elektriciteitsnet mogelijk worden verzwaard of een warmtenet worden aangelegd. Deze opgaven hoeven niet op zichzelf te staan. Door werkzaamheden op elkaar af te stemmen kan overlast worden beperkt, kosten worden bespaard en neemt het draagvlak onder inwoners toe. Deze koppelkansen hoeven zich niet te beperken tot de warmtetransitie. Er kan ook worden gekeken naar de aanleg, renovatie of vervanging van de riolering of wegen, maar ook maatregelen voor klimaatadaptatie. Om koppelkansen te benutten is het belangrijk dat de gemeenten, provincie, woningcorporaties, netbeheerder en andere belangrijke betrokken partijen met elkaar in gesprek gaan.
Score criteria per buurt De bovengenoemde criteria worden in principe gescoord van laag (1) naar hoog (5). Dit is echter alleen mogelijk als buurten op basis van kwantitatieve variabelen met elkaar kunnen worden vergeleken. Bij kwantitatieve variabele kunnen criteria tussenliggende waarden aannemen. Voorbeelden zijn afstand, kosten en leeftijd. Bij de criteria isolatieniveau, nationale kosten, collectief woningbezit en geschiktheid elektriciteitsnet is dit mogelijk. Bij het criterium koppelkansen kan dit niet. De vervanging van de riolering in één straat is niet kwantitatief te vergelijken met grootschalige renovatieplannen door een woningcorporatie. Dit criterium is daarom kwalitatief beoordeeld. Tabel 4: Beoordelingsmatrix besliscriteria technische analyse.
❶
❷
❸
❹
❺
All-electric en LT warmtenet
Gemiddeld schillabel E, F of G
Gemiddeld schillabel D
Gemiddeld schillabel C
n.v.t.
Gemiddeld schillabel A of B
MT warmtenet en groengas
Gemiddeld schillabel G
Gemiddeld schillabel F
Gemiddeld schillabel E
n.v.t.
Gemiddeld schillabel A, B, C of D
Nationale kosten
Meer dan 800 euro per ton CO2
Tussen 650 en 800 euro per ton CO2
Tussen 500 de 650 euro per ton CO2
Tussen 350 en 500 euro per ton CO2
Minder dan 350 euro per ton CO2
Collectief woningbezit
Minder dan 5%
Tussen 5% en 10%
Tussen 10% en 20%
Tussen 20% en 30%
Meer dan 30%
Geschiktheid elektriciteitsnet
Meer dan 4 km kabel vervangen
Tussen 2 en 4 km kabel vervangen
Tussen 0 en 2 km kabel vervangen
n.v.t.
Geen kabel vervanging nodig
Isolatieniveau
Transitievisie Warmte | 37
* Bij bepaalde criteria is een score van 4 niet mogelijk. De reden is om het verschil tussen wel en geen noodzakelijk aanpassingen extra te benadrukken.
Resultaten per criterium Voor de vier aardgasvrije warmtetechnieken all-electric, MT warmtenet, LT warmtenet en groengas zijn per buurt in de gemeenten Mook en Middelaar, Gennep en Bergen de scores voor de verschillende criteria bepaald. De resultaten van de multicriteria-analyse worden per criterium toegelicht.
Isolatieniveau De resultaten van het criterium isolatieniveau zijn weergegeven in Figuur 16 voor de warmtetechnieken all-electric en LT warmtenet en in Figuur 17 voor de warmtetechnieken MT warmtenet en groengas. De kaart laat zien dat de gebouwen in Mook en Middelaar, Gennep en Bergen en met name in het buitengebied relatief slecht zijn geïsoleerd. Er zijn geen buurten met een gemiddeld schillabel A of B. Daarnaast hebben slechts 6 van de 37 buurten een gemiddeld schillabel C. De overige buurten hebben veelal gemiddeld schillabel D of E.
Figuur 16: Score van het isolatieniveau voor warmtetechnieken all-electric en LT warmtenet.
Transitievisie Warmte | 38
Figuur 17: Score van het isolatieniveau voor warmtetechnieken MT warmtenet en groengas.
Om over te stappen op all-electric of een LT warmtenet is het daarom belangrijk om eerst grootschalig in te zetten op isoleren. Wanneer de gebouwen onvoldoende worden geïsoleerd, is het gebouw niet geschikt met deze lage temperatuuroplossingen te kunnen verwarmen. Ongeveer de helft van de buurten in Mook en Middelaar, Gennep en Bergen is voldoende geïsoleerd om over te stappen op een MT warmtenet of groengas. Desalniettemin blijft isoleren in deze buurten zinvol.
Nationale kosten De resultaten van het criterium nationale kosten zijn per warmtetechniek weergegeven in Figuur 18 tot en met Figuur 21. De nationale kosten voor all-electric en een LT warmtenet zijn in veel buurten vrijwel gelijk. In verreweg de meeste buurten liggen deze kosten tussen de 500 en 650 euro per ton bespaarde CO2-uitstoot. De nationale kosten van een MT warmtenet liggen aanzienlijk hoger. Dit komt doordat geschikte warmtebronnen niet op grote schaal aanwezig zijn. De nationale kosten van groengas zijn over het algemeen het laagst. De beschikbaarheid en prijs van groengas is echter nog uiterst onzeker.
Transitievisie Warmte | 39
Figuur 18: Score van de nationale kosten voor warmtetechniek all-electric.
Warmtenet: brontemperatuur of leveringstemperatuur Bij een warmtenet worden gebouwen verwarmd met warmte uit de omgeving. De warmte wordt via leidingen van de warmtebron naar de gebouwen getransporteerd. Dit kan een warmtebron zijn met een lage, midden of hoge temperatuur. De brontemperatuur is niet altijd gelijk aan de temperatuur waarmee de warmte aan gebouwen wordt geleverd. Bij een lage brontemperatuur kan de warmte bij de warmtebron middels een collectieve warmtepomp in temperatuur worden verhoogd. Aangezien voor inwoners de leveringstemperatuur van belang is, wordt in deze visie bij een LT warmtenet en MT warmtenet altijd de leveringstemperatuur bedoeld. De enige uitzondering hierop is bij de berekening van de nationale kosten. De startanalyse gaat namelijk uit van de brontemperatuur. Wij hebben over de nationale kosten van een LT warmtenet daarom een verdiepingsslag uitgevoerd om deze resultaten juist te interpreteren.
Transitievisie Warmte | 40
Figuur 19: Score van de nationale kosten voor warmtetechniek MT warmtenet.
Uit Figuur 19 blijkt dat de nationale kosten van een MT warmtenet in de buurten Oude Stadskern in Gennep en Well-West relatief laag zijn. De reden daarvoor is dat bij Oude Stadskern mogelijk gebruik kan worden gemaakt van de restwarmte van de rioolwaterzuiveringsinstallatie van Gennep. Bij WellWest kan mogelijk gebruik worden gebruikt van aquathermie uit het Leukermeer en Reindersmeer. Er zijn vervolgonderzoeken nodig om de technische en financiële haalbaarheid verder te bepalen. In het buitengebied is een warmtenet financieel niet haalbaar omdat de gebouwdichtheid laag is. De kosten voor de aanleg van een warmtenet zijn dan relatief hoog per aansluiting.
Transitievisie Warmte | 41
Figuur 20: Score van de nationale kosten voor warmtetechniek LT warmtenet.
Uit Figuur 21 blijkt dat de nationale kosten van groengas in veel buurten onder de 350 euro per ton bespaarde CO2-uitstoot ligt. Dit betekent dat deze warmtetechniek in veel buurten de voorkeur heeft op basis van de nationale kosten. De reden van deze lage nationale kosten is dat groengas getransporteerd kan worden door het bestaande aardgasnet en er slechts beperkte aanpassingen aan gebouwen hoeven te worden gemaakt. Aangezien groengas momenteel beperkt beschikbaar is en de prijs van groengas hoger ligt dan aardgas, is het verstandig om gebouwen goed te isoleren. Dit zorgt ervoor dat de beschikbare hoeveelheid groengas gebruikt kan worden om zoveel mogelijk gebouwen te verwarmen. Daarnaast wordt bespaard op de jaarlijkse energierekening. De grootste uitdaging blijft de onzekerheid over de hoeveelheid groengas die beschikbaar komt. Het zal in elk geval niet voldoende zijn om alle gebouwen in Nederland van groengas te voorzien. In de technische analyse is daarom gekeken naar de waarde die groengas in een bepaalde buurt heeft. Het gaat dus over de meerkosten om op een alternatief anders dan groengas over te stappen. Wanneer deze meerkosten relatief hoog zijn, heeft groengas een hogere waarde. De beschikbare hoeveelheid groengas zal eerst worden ingezet in buurten waar de waarde van groengas relatief hoog is.
Uit de analyse blijkt dat dit met name in het buitengebied het geval is, omdat de aanleg van een warmtenet daar relatief duur is. Er zijn in het buitengebied daarnaast ook kansen voor all-electric.
Transitievisie Warmte | 42
Figuur 21: Score van de nationale kosten voor warmtetechniek groengas.
Collectief woningbezit De resultaten van het criterium collectief woningbezit zijn weergegeven in Figuur 22. Uit de resultaten volgt dat het aandeel collectief woningbezit in de dorpen aanzienlijk hoger is dan in het buitengebied. In de buurten Midden Gennep, Nieuw-Bergen Kern en Well-West is het aandeel woningen in bezit van woningcorporaties met meer dan 30% het hoogste. Daarnaast bezitten de woningcorporaties Destion, Mooiland en Woonzorg Nederland een relatief groot aandeel van de woningen in de buurten Mook, Ottersum, Oude Stadskern in Gennep, Gennep Zuid, Siebengewald Kern, Afferden Kern en Well-Oost. Deze buurten kunnen de kartrekkers zijn voor de warmtetransitie in Mook en Middelaar, Gennep en Bergen, omdat het is deze buurten eenvoudiger zal zijn om gezamenlijke afspraken te maken over isolatiemaatregelen of de gewenste aardgasvrije warmtetechniek.
Transitievisie Warmte | 43
Figuur 22: Score van het collectief woningbezit van woningcorporaties.
Geschiktheid elektriciteitsnet De resultaten van het criterium geschiktheid elektriciteitsnet zijn weergegeven in Figuur 23. Uit de resultaten blijkt daar voor een groot aantal buurten elektriciteitskabels vervangen moeten worden om alle gebouwen in die buurten over te laten stappen op all-electric. In het buitengebied zijn enkele buurten waar geen vervanging nodig is. De oorzaak daarvan is dat in deze buurten relatief weinig gebouwen staan. De grootste aanpassingen aan het elektriciteitsnet worden verwacht in de buurten Mook, Gennep Midden, Nieuw-Bergen Kern en Well-Oost. Deze inventarisatie is gemaakt op basis van eerste inschattingen van netbeheerder Enexis.
Transitievisie Warmte | 44
Figuur 23: Score van de geschiktheid van het elektriciteitsnet op basis van een analyse door Enexis.
Transitievisie Warmte | 45
EINDGEBRUIKERSKOSTEN De transitie naar aardgasvrije alternatieven brengt kosten met zich mee. Ook voor diegenen die een huis bezitten of een woning huren. Dit zijn de eindgebruikerskosten. In juni 2021 is het dashboard eindgebruikerskosten gepubliceerd. Het dashboard is opgesteld door TNO met input van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Met het dashboard wordt inzichtelijk wat de eindgebruikerskosten van verschillende warmtetechnieken zijn voor eigenaren en huurders van woningen. Het dashboard is een aanvulling op de Startanalyse. De eindgebruikerskosten zijn doorgerekend voor de warmtetechnieken all-electric, MT warmtenet, LT warmtenet en groengas. In deze bijlage worden de inschattingen van de benodigde investeringen en eindgebruikerskosten per warmtetechniek en per woningtype op een overzichtelijk manier gepresenteerd. De resultaten worden alleen getoond voor eigenaren van woningen.
Methodiek en uitgangspunten Het dashboard eindgebruikerskosten geeft inzicht in de eindgebruikerskosten in specifieke situaties. Om woningen aardgasvrij te maken zijn investeringen nodig in schilmaatregelen en aanpassingen aan de woning. Bij schilmaatregelen valt te denken aan vloer-, dak- of spouwmuurisolatie of het vervangen van enkel door dubbel glas. Bij de woningaanpassingen kan worden gedacht aan de aanschaf van een (hybride) warmtepomp, het gasfornuis vervangen door een elektrisch fornuis of aanpassingen in de meterkast. De investeringen zijn berekend per woningtype voor de vier warmtetechnieken. De investeringen zijn exclusief btw en gebaseerd op het prijspeil van 2030. Dit betekent dat inflatie (jaarlijkse prijsstijging) en leercurves (prijsdaling door ontwikkeling van de markt) zijn meegenomen. In de berekening van de eindgebruikerskosten zijn tevens vervallen (her)investeringen en subsidies meegenomen. Zo hoeft er bijvoorbeeld niet meer een nieuwe CV-ketel geplaatst te worden en kan aanspraak worden gemaakt op diverse Rijkssubsidies. Uitgangspunt is dat de netto investeringen worden gefinancierd met een hypothecaire lening. Over de lening wordt aflossing en rente betaald. Het rentepercentage is 1,7% per jaar. De woningen worden door deze investeringen aardgasvrij. De jaarlijkse kosten van aardgas gaan naar nul.
Daarentegen kunnen de elektriciteitskosten stijgen door het gebruik van een warmtepomp of zijn er bijvoorbeeld kostenposten voor de inkoop van warmte bij de aansluiting op een warmtenet of inkoopkosten voor groengas. In de berekening van de eindgebruikerskosten worden gerekend met een gemiddeld energieverbruik. De eindgebruikerskosten zijn gelijk aan de gemiddelde jaarlijkse kosten minus de jaarlijkse baten over de looptijd van de financiering.
Eindgebruikerskosten zijn indicatief Bij de berekening van de eindgebruikerskosten is gebruik gemaakt van kentallen en een groot aantal uitgangspunten. De genoemde eindgebruikerskosten zijn daarom indicatief en alleen van toepassing op specifieke situaties. Het doel van de eindgebruikerskosten is om richting te geven en verschillende warmtetechnieken globaal met elkaar te vergelijken. Negatieve eindgebruikerskosten betekent dat de jaarlijkse baten hoger zijn dan de jaarlijkse kosten. De woningeigenaar gaat er dus op vooruit.
Transitievisie Warmte | 46
Het dashboard eindgebruikerskosten gaat uit van het huidige beleid. Toekomstige (voorgenomen) beleidsveranderingen zijn niet meegenomen. Een voorbeeld hiervan is dat het dashboard uitgaat van de bestaande warmtewet waarbij het niet-meer-dan-anders principe opgaat: het warmtetarief stijgt met stijgende aardgasprijzen en vice versa. In de nieuwe warmtewet wordt deze koppeling losgelaten. Een ander voorbeeld is dat het dashboard uitgaat van het huidige subsidielandschap. De hoogte en voorwaarden voor subsidies veranderen echter door de jaren heen. Het dashboard kan daardoor een vertekend beeld geven van de daadwerkelijke eindgebruikerskosten. Aangezien het dashboard eindgebruikerskosten alleen van toepassing is op specifieke situaties en er gebruik is gemaakt van een groot aantal uitgangspunten, is ervoor gekozen om deze kosten niet mee te nemen in de analyse van de transitievisie warmte. Bovendien zijn de eindgebruikerskosten voor een groot deel verweven in de nationale kosten. Het meenemen van zowel de nationale kosten als de eindgebruikerskosten leidt daardoor tot dubbeltellingen.
Transitievisie Warmte | 47
All-electric Tabel 5: Inschatting van de benodigde investering voor de warmtetechniek all-electric. De investeringen zijn per woning en exclusief btw.
Schilmaatregelen Schillabel A Schillabel B Schillabel C Schillabel D Schillabel E Schillabel F Schillabel G Woningaanpassingen Warmtepomp LT verwarming Elektrisch koken Aanpassen ventilatie* Aanpassen meterkast
€0 €0 € 5.908 € 9.250 € 9.067 € 11.721 € 11.455
€0 €0 € 6.464 € 14.004 € 19.513 € 19.018 € 19.018
€0 €0 € 10.321 € 15.175 € 20.029 € 23.845 € 31.768
€0 €0 € 4.000 € 6.613 € 7.495 € 9.956 € 13.119
€ 6.867 € 1.964 € 500
€ 6.867 € 1.964 € 500
€ 6.867 € 1.964 € 500
€ 5.648 € 1.136 € 500
€ 2.344
€ 2.344
€ 2.344
€ 2.344
€ 500
€ 500
€ 500
€ 500
* Niet van toepassing bij schillabel A en B.
Tabel 6: Inschatting van de eindgebruikerskosten voor de warmtetechniek all-electric. Rente en aflossing van de lening voor de investering en eventuele subsidies zijn meegenomen. De kosten zijn per woning per jaar.
Eindgebruikerskosten Schillabel A Schillabel B Schillabel C Schillabel D Schillabel E Schillabel F Schillabel G
-€ 210 -€ 222 € 130 € 194 € 127 € 186 € 161
-€ 387 -€ 387 -€ 48 € 157 € 278 € 205 € 173
-€ 644 -€ 564 -€ 248 -€ 167 -€ 105 € 43 € 364
-€ 233 -€ 228 € 33 € 62 € 20 € 74 € 159
Transitievisie Warmte | 48
MT warmtenet Tabel 7: Inschatting van de benodigde investering voor de warmtetechniek MT warmtenet. De investeringen zijn per woning en exclusief btw.
Schilmaatregelen Schillabel A Schillabel B Schillabel C Schillabel D Schillabel E Schillabel F Schillabel G Woningaanpassingen Bijdrage aansluitkosten Inpandige leidingen en afgifteset Elektrisch koken Aanpassen meterkast
€0 €0 €0 €0 € 2.079 € 5.129 € 7.430
€0 €0 €0 €0 € 2.839 € 6.303 € 13.103
€0 €0 €0 €0 € 4.336 € 6.965 € 19.236
€0 €0 €0 €0 € 2.529 € 4.605 € 8.686
€ 3.728
€ 3.728
€ 3.728
€ 3.728
€ 4.154
€ 4.154
€ 4.154
€ 3.104
€ 500
€ 500
€ 500
€ 500
€ 500
€ 500
€ 500
€ 500
Tabel 8: Inschatting van de eindgebruikerskosten voor de warmtetechniek MT warmtenet. Rente en aflossing van de lening voor de investering en eventuele subsidies zijn meegenomen. De kosten zijn per woning per jaar.
Eindgebruikerskosten Schillabel A Schillabel B Schillabel C Schillabel D Schillabel E Schillabel F Schillabel G
€ 366 € 369 € 388 € 402 € 420 € 496 € 571
€ 364 € 372 € 390 € 388 € 354 € 449 € 688
€ 366 € 374 € 418 € 440 € 453 € 528 € 1.008
€ 283 € 285 € 313 € 313 € 347 € 397 € 516
Transitievisie Warmte | 49
LT warmtenet Tabel 9: Inschatting van de benodigde investering voor de warmtetechniek LT warmtenet. De investeringen zijn per woning en exclusief btw.
Schilmaatregelen Schillabel A Schillabel B Schillabel C Schillabel D Schillabel E Schillabel F Schillabel G Woningaanpassingen Bijdrage aansluitkosten Inpandige leidingen en afgifteset LT verwarming Elektrisch koken Aanpassen ventilatie* Aanpassen meterkast
€0 €0 € 5.908 € 9.250 € 9.067 € 11.721 € 11.455
€0 €0 € 6.464 € 14.004 € 19.513 € 19.018 € 19.018
€0 €0 € 10.321 € 15.175 € 20.029 € 23.845 € 31.768
€0 €0 € 4.000 € 6.613 € 7.495 € 9.956 € 13.119
€ 3.728
€ 3.728
€ 3.728
€ 3.728
€ 4.154
€ 4.154
€ 4.154
€ 3.104
€ 1.964 € 500
€ 1.964 € 500
€ 1.964 € 500
€ 1.136 € 500
€ 2.344
€ 2.344
€ 2.344
€ 2.344
€ 500
€ 500
€ 500
€ 500
* Niet van toepassing op schillabel A en B.
Tabel 10: Inschatting van de eindgebruikerskosten voor de warmtetechniek LT warmtenet. Rente en aflossing van de lening voor de investering en eventuele subsidies zijn meegenomen. De kosten zijn per woning per jaar.
Eindgebruikerskosten Schillabel A Schillabel B Schillabel C Schillabel D Schillabel E Schillabel F Schillabel G
€ 467 € 470 € 845 € 933 € 869 € 945 € 925
€ 464 € 473 € 816 € 1.028 € 1.122 € 1.077 € 1.064
€ 466 € 475 € 844 € 966 € 1.028 € 1.181 € 1.524
€ 331 € 333 € 603 € 645 € 608 € 674 € 773
Transitievisie Warmte | 50
Groengas Tabel 11: Inschatting van de benodigde investering voor de warmtetechniek groengas. De investeringen zijn per woning en exclusief btw.
Schilmaatregelen Schillabel A Schillabel B Schillabel C Schillabel D Schillabel E Schillabel F Schillabel G Woningaanpassingen Hybride ketel
€0 €0 €0 €0 € 2.079 € 5.129 € 7.430
€0 €0 €0 €0 € 2.839 € 6.303 € 13.103
€0 €0 €0 €0 € 4.336 € 6.965 € 19.236
€0 €0 €0 €0 € 2.529 € 4.605 € 8.686
€ 3.828
€ 3.828
€ 3.828
€ 3.544
Tabel 12: Inschatting van de eindgebruikerskosten voor de warmtetechniek groengas. Rente en aflossing van de lening voor de investering en eventuele subsidies zijn meegenomen. De kosten zijn per woning per jaar.
Eindgebruikerskosten Schillabel A Schillabel B Schillabel C Schillabel D Schillabel E Schillabel F Schillabel G
-€ 4 -€ 49 -€ 65 -€ 102 -€ 87 -€ 14 € 54
-€ 100 -€ 149 -€ 192 -€ 207 -€ 187 -€ 106 € 122
-€ 220 -€ 241 -€ 366 -€ 408 -€ 380 -€ 292 € 182
€ 36 € 15 -€ 12 -€ 43 -€ 14 € 31 € 153
Transitievisie Warmte | 51
Transitievisie Warmte | 52