CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Transitievisie Warmte, Mook + Middelaar Bergen + Gennep

Gemeenteraad 25 april 2022, gemeente BergenBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen transitievisie warmte Bergen, Gennep, Mook en Middelaar;15.460 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TRANSITIEVISIE WARMTE VAN DE GEMEENTEN MOOK EN MIDDELAAR, GENNEP EN BERGEN

CONCEPT SWNL 30 september 2021

VOORWOORD Pepijn Baneke Wethouder Mook en middelaar Beste lezer, Voor u ligt de Transitie Visie Warmte zoals die het afgelopen jaar is opgesteld door de gemeentes Bergen, Gennep en Mook en Middelaar in samenwerking met inwoners en organisaties. Het is het resultaat van een opdracht die ons door het Rijk is verstrekt: welke mogelijkheden zijn er per wijk om onze woningen te verwarmen wanneer dat nodig is door het niet meer beschikbaar zijn van aardgas? We hebben deze visie met drie gemeentes gezamenlijk opgesteld omdat er onderling grote overeenkomsten zijn : landelijk gelegen, kleine(re) kernen en veel verschillende woningtypen. In deze Transitievisie staat vermeld wat naar huidige inzichten de mogelijkheden zijn voor alternatieve warmtebronnen per wijk. De toekomst zal hier meer duidelijkheid in brengen, onder andere door innovaties en handreikingen vanuit de Rijksoverheid. Maar wat voor mij de belangrijkste conclusie van deze TVW is: het overstappen op andere manieren van verwarmen is een traject van de lange adem. Het is onverstandig om nu overhaaste besluiten te nemen waarvan de gevolgen niet te overzien zijn. Het verstandigste dat een huiseigenaar nu kan doen is een woning klaar maken voor de toekomst door ervoor te zorgen dat er zo min mogelijk energie nodig is om een huis comfortabel te verwarmen: optimaal isoleren dus.

Met isolatiemaatregelen zorgen we ervoor dat we voorbereid zijn op de toekomst, hoe die er ook uit zal zien. In sommige gemeentes zijn er collectieve acties op dit gebied, en in alle gemeentes is er raad en daad voorhanden via de energieloketten. Maak er gebruik van!

Transitievisie Warmte | ii

Rob Peperzak Wethouder Gennep Beste lezer, Deze Transitievisie Warmte is resultaat van een vruchtbare samenwerking tussen de gemeenten Gennep, Mook en Middelaar en Bergen. Om grip te krijgen op deze complexe opgave hebben we onze overeenkomsten omarmd en onderling kennis en ervaringen uitgewisseld. Daar heeft iedereen aan bijgedragen: niet alleen de gemeentelijke organisaties, maar ook de wooncorporaties, het Mook en Middelaarse Energiecafé, de dorps- en wijkraden en de inwoners van de drie gemeenten die hebben deelgenomen aan interviews en enquêtes. Deze brede samenwerking heeft een mooi document opgeleverd dat inzicht biedt in de technische mogelijkheden die er in onze Noord-Limburgse gemeenten voorhanden zijn om aardgasvrij te worden, en in de wijze waarop we dit met elkaar kunnen bereiken. De warmtetransitie is een hoopvolle stap op weg naar een leefbare toekomst. We hopen met deze visie duidelijk te maken dat de weg daar naartoe wellicht niet altijd eenvoudig, maar wel haalbaar is en roepen iedereen op naar vermogen zijn steentje bij te dragen aan een gezonde en aardgasvrije gemeente in 2050!

Antoon Splinter Wethouder Bergen Beste lezer, Met deze eerste Transitie Visie Warmte van de gemeenten Mook en Middelaar, Gennep en Bergen geven we richting aan de wijze waarop de bebouwde omgeving in onze gemeenten in de toekomst van warmte voorzien gaat worden. Op de lange termijn lijken voor het merendeel van de gebouwen in onze gemeente vier alternatieven in aanmerking te komen en deze zijn onderzocht. De conclusie is dat we in de eerste periode vooral zouden moeten werken aan het beter isoleren van woningen. Daar is nog veel winst te behalen. Wat vooral duidelijk is, is dat we deze opgave samen met onze inwoners en bedrijven moeten oppakken. Binnen het programma VerduurSAMEN2030 van de gemeente Bergen zijn we daar al mee begonnen en ondersteunen we onze bewoners bij het nemen van energiebesparende maatregelen. Deze ondersteuning willen we in de komende jaren voortzetten en verbeteren. We maken graag gebruik van de ideeën die onze inwoners daarbij hebben.

Transitievisie Warmte | iii

SAMENVATTING In 2050 worden alle gebouwen in Nederland duurzaam verwarmd. Dat is landelijk afgesproken in het Klimaatakkoord. Door over te stappen op duurzame alternatieven voor aardgas kan de gaswinning in het aardbevingsgevoelige Groningen beëindigd worden en wordt de uitstoot van broeikasgassen beperkt. Een vooruitblik op 2030 In deze visie is geschetst hoe de komende jaren naar een Mook en Middelaar, Gennep en Bergen zonder aardgas wordt gegaan. Het is een vooruitblik op de stappen die gezet worden om de bestaande bebouwing aardgasvrij te maken. Er is omschreven wat samen gedaan moeten worden, wat de gemeente doet en wat de inwoners kunnen doen. De opgave is niet gering: de overgang naar nieuwe vormen van verwarmen zal geleidelijk moeten plaatsvinden. We doen dit stap voor stap en met elkaar: inwoners, gemeenten, woningcorporaties, de netbeheerder en ondernemers. Deze visie focust op de periode tot 2030. De technische mogelijkheden zijn verkend en wat dit betekent voor de inwoners. Elke vijf jaar wordt de visie bijgesteld. Zo wordt gehandeld met de nieuwste kennis, ervaring en inzichten.

2021

De transitievisie warmte wordt na vijf jaar bijgesteld

2050 Alle woningen en gebouwen in Mook en Middelaar, Gennep en Bergen zijn aardgasvrij!

We gebruiken minder energie door isolatie De eerste stap naar aardgasvrij verwarmen is het terugdringen van de behoefte aan warmte. De komende jaren wordt daarom ingezet op het isoleren van gebouwen. Dit is een belangrijke eerste stap die meteen zorgt voor minder gebruik van aardgas. Isoleren zorgt er verder voor dat het makkelijker wordt om in toekomst over te stappen op een duurzame warmtetechniek. De landelijke overheid verstrekt in 2022 voor isoleren subsidie uit het Nationaal Isolatieprogramma.

Transitievisie Warmte | iv

We onderzoeken kansrijke duurzame warmtetechnieken Er zijn verschillende mogelijkheden om van het aardgas af te gaan. Kansrijke verwarmingstechnieken in de gemeenten Mook en Middelaar, Gennep en Bergen zijn een individuele warmtepomp, lage temperatuur warmtenet en groengas. Deze technieken werken alleen in gebouwen die goed geïsoleerd zijn. Daarom is het belangrijk om de woningen te isoleren voordat inwoners overstappen op deze technieken. In het stedelijk gebied zijn er kansen voor met name individuele warmtepomp en lage temperatuur warmtenet. In het buitengebied zijn er kansen voor een individuele warmtepomp en groengas. Groengas is slechts beperkt beschikbaar. Het is daarom ook belangrijk om bij de overstap naar groengas een woning te isoleren om de beschikbare hoeveelheid groengas optimaal in te zetten. Om definitieve keuzes te maken op woningniveau is een maatwerk advies door een specialist te adviseren. Zo kunnen inwoners vandaag al stappen zetten in de warmtetransitie. We zetten eerste stappen naar aardgasvrij wonen In veel gebouwen is het voor een groot deel van het jaar mogelijk te verwarmen zonder aardgas. Ook als gebouwen nog niet voldoende geïsoleerd zijn. Een hybride warmtepomp is dan een goede tussenstap van verwarmen op aardgas naar aardgasvrij. Een hybride warmtepomp is een elektrische warmtepomp, gecombineerd met een HR-ketel.

Zodra de behoefte voor extra warmte groot is, springt de HR-ketel bij. Zo zit u er altijd warm bij. De aanschaf van een hybride warmtepomp wordt vanaf 2022 extra gesubsidieerd door het Rijk en is bijvoorbeeld te onderzoeken bij vervanging van de huidige HR-ketel. Ook hiervoor is te adviseren om een specialist te vragen uw situatie op woningniveau te beoordelen. Elektrisch koken wordt de standaard Inwoners kunnen altijd het gasfornuis inwisselen voor een elektrische kookplaat. Dit staat los van de warmtetechniek waarop wordt overgestapt. Met elektrisch koken wordt direct al aardgas bespaard. Participeren met de gemeente als regisseur De transitie naar duurzame warmte doen wij als gemeenten niet alleen. Samen met verschillende betrokken partijen en de inwoners wordt de route naar een aardgasvrij 2050 bewandeld. Door het organiseren van een digitale bewonersavond en het afnemen van enquêtes en interviews is informatie opgehaald. Deze informatie is gebruikt bij het opstellen van deze transitievisie warmte en wordt als waardevolle input beschouwd voor toekomstige uitvoeringsplannen. De gemeenten ondersteunen waar mogelijk. Denk daarbij aan het verstrekken van informatie en het geven van advies over het verduurzamen van woningen. Ook wordt ondersteuning geboden bij het aanvragen van subsidies. Goed voorbeeld doet goed volgen.

De inwoners en ondernemers met ervaring in isoleren en duurzaam verwarmen zijn een voorbeeld voor de buren en collega-ondernemers. Wat zij hebben geleerd over isoleren en duurzaam verwarmen, vertellen ze aan de buurt. Zo helpen we elkaar op weg. Focusgebieden tot 2030 Tot 2030 wordt ingezet op isoleren. Sommige buurten zetten extra stappen. In Mook en Middelaar zijn bovengemiddeld actieve inwoners. De gemeenten gaan daarom met inwoners uit deze buurten in gesprek over de stappen richting aardgasvrij. Ook zal in samenwerking met partijen nader onderzoek gedaan worden naar duurzame alternatieven in Mook en Middelaar, het noorden van Gennep en Well.

Transitievisie Warmte | v

INHOUDSOPGAVE Voorwoord ....................................................................................................................... ii Samenvatting .................................................................................................................. iv 1 Inleiding ...................................................................................................................... 1 1.1 Een dringende opgave .............................................................................................................. 1 1.2 De transitie naar aardgasvrij gemeenten ................................................................................. 1 1.3 Leeswijzer ................................................................................................................................. 2

2 De route naar aardgasvrij wonen................................................................................. 3 2.1 Totstandkoming visie................................................................................................................ 3 2.2 Buurtkarakteristieken ............................................................................................................... 4 2.3 Uitgangspunten ........................................................................................................................ 6

3 Participatie ................................................................................................................. 8 3.1 Samen naar een gedragen visie ................................................................................................ 8 3.2 Samen naar een aardgasvrije gemeente ................................................................................ 10

4 Aardgasvrije warmtetechnieken ................................................................................ 12 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

Isoleren ................................................................................................................................... 12 Warmtetechnieken ................................................................................................................. 12 Warmtebronnen voor warmtenetten .................................................................................... 13 Welke technieken zijn kansrijk? ............................................................................................. 14 Waar liggen mogelijke aanknopingspunten voor acties? ....................................................... 15

5 Hoe nu verder? ......................................................................................................... 17 5.1 Acties tot 2030........................................................................................................................ 17 5.2 Voorbereidende acties voor ná 2030 ..................................................................................... 18

Colofon .......................................................................................................................... 20 Bronvermelding.............................................................................................................. 21 Begrippenlijst ................................................................................................ 22 Veelgestelde vragen ...................................................................................... 24 Wijken en buurten......................................................................................... 26 Mook en Middelaar ................................................................................................................ 29 Gennep ................................................................................................................................... 30 Bergen..................................................................................................................................... 31 Huidig gasverbruik in de gemeenten...................................................................................... 32

Technische onderbouwing ............................................................................. 33 Warmtetechnieken ................................................................................................................. 33 Besliscriteria ........................................................................................................................... 35 Score criteria per buurt .......................................................................................................... 37 Resultaten per criterium......................................................................................................... 38

Eindgebruikerskosten .................................................................................... 46 Methodiek en uitgangspunten ............................................................................................... 46

Transitievisie Warmte | vi

All-electric ............................................................................................................................... 48 MT warmtenet ........................................................................................................................ 49 LT warmtenet ......................................................................................................................... 50 Groengas................................................................................................................................. 51

Transitievisie Warmte | vii

1 INLEIDING Uiterlijk eind 2021 moeten alle gemeenten in Nederland een transitievisie warmte hebben opgesteld. Het doel van de transitievisie warmte is het beschrijven van een route naar een aardgasvrij Nederland in 2050. Wij hebben als gemeenten Mook en Middelaar, Gennep en Bergen de handen ineengeslagen en deze transitievisie warmte opgesteld.

1.1 Een dringende opgave De gevolgen van klimaatverandering zijn steeds zichtbaarder. Perioden van droogte en extreme hitte worden afgewisseld met wateroverlast. Dat is in Nederland terug te zien door de hitterecords die keer op keer worden verbroken. Net als de hevige stortbuien en stormen die steeds vaker over ons land trekken. Een recent voorbeeld zijn de overstromingen in Limburg. Om grote problemen te voorkomen moet de temperatuurstijging worden beperkt. In 2015 heeft een groot aantal landen in Parijs het Klimaatakkoord ondertekend. In dit akkoord is afgesproken dat de aarde maximaal twee graden Celsius warmer mag worden ten opzichte van 1990. Daarvoor moet de uitstoot van broeikasgassen worden teruggedrongen. Om dit doel te bereiken heeft Nederland in 2019 een Nationaal Klimaatakkoord uitgebracht. Daarin staat dat voor 2030 de uitstoot van broeikasgassen met 49% procent verminderd moet zijn ten opzichte van 1990. Dat moet zelfs met 95% worden verminderd in 2050. Het verwarmen van de gebouwde omgeving heeft een relatief grote bijdrage in de huidige uitstoot, namelijk 13% van de uitstoot in Nederland. Om minder broeikasgassen uit te stoten moeten de inwoners overstappen naar een duurzame manier van verwarmen en koken. Momenteel worden de meeste huizen in Nederland nog verwarmd door middel van aardgas.

De overstap op aardgasvrije warmtechnieken is een grote en complexe opgave. In het Nationaal Klimaatakkoord is afgesproken dat gemeenten de regie hebben om deze opgave uit te voeren. Uiterlijk eind 2021 moeten alle gemeenten in Nederland een transitievisie warmte hebben opgesteld.

1.2 De transitie naar aardgasvrij gemeenten Voor deze transitievisie warmte slaan wij als drie gemeenten de handen ineen en laten we ons gezamenlijke tijdspad naar een aardgasvrije Mook en Middelaar, Gennep en Bergen zien. We zijn alle drie relatief kleine landelijke gemeenten met dezelfde ambities op het thema duurzaamheid. In de visie wordt geschetst welke kansen er zijn om buurten en wijken van het aardgas te halen. Op die manier weten inwoners, ondernemers en gemeenten welke stappen tot 2030 worden genomen, en welke stappen zij zelf moeten zetten. Soms zal ook meer onderzoek nodig zijn, ook dat is aangegeven in deze transitievisie. De gemeenten geven samen met de inwoners invulling aan de route richting 2030, want feitelijk zijn zij onze opdrachtgever. Elke inwoner bepaalt zijn eigen route. De gemeenten verplichten niemand om voor 2030 van het aardgas af te gaan. De uitvoering van de transitievisie wordt alleen een succes als bedrijven en inwoners enthousiast worden en mogelijkheden voor projecten zien. Deze projecten realiseren wij voor en met elkaar. De transitievisie warmte wordt elke vijf jaar bijgesteld op basis van nieuwe inzichten en ontwikkelingen. Deze eerst editie transitievisie warmte is eind 2021 vastgesteld. Transitievisie Warmte | 1

2021

De transitievisie warmte wordt na vijf jaar bijgesteld

2050 Alle woningen en gebouwen in Mook en Middelaar, Gennep en Bergen zijn aardgasvrij!

De transitievisie warmte is geen blauwdruk De wereld om ons heen verandert continu. Dat is niet erg, zolang wij ons maar flexibel opstellen. Dit is de eerste versie van de transitievisie warmte. De contouren van de transitie naar een aardgasvrij Mook en Middelaar, Gennep en Bergen zijn zichtbaar en geven een duidelijke richting weer. Door marktontwikkelingen en innovaties zal de visie komende jaren steeds worden bijgesteld. Dit biedt ruimte voor nieuwe inzichten en de kans om te leren van ervaringen in de praktijk. De visie is dus geen blauwdruk waar niet vanaf geweken mag worden. Er is volop ruimte voor initiatieven vanuit bewoners.

1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 leest u wat de opgave voor Mook en Middelaar, Gennep en Bergen is en hoe de visie tot stand is gekomen. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de participatie. Hoofdstuk 4 beschrijft het belang van isoleren en de mogelijke aardgasvrije warmtetechnieken voor onze gemeenten. In hoofdstuk 5 leest u de concrete stappen die worden genomen om de transitievisie tot uitvoering te brengen. Voor nadere toelichtingen wordt in de hoofdstukken verwezen naar de bijlagen.

Transitievisie Warmte | 2

2 DE ROUTE NAAR AARDGASVRIJ WONEN In dit hoofdstuk leest u over de opgave voor de warmtetransitie in de gemeenten Mook en Middelaar, Gennep en Bergen en een beschrijving van de gehanteerde uitgangspunten. Er wordt aangegeven met welke buurtkarakteristieken rekening is gehouden en hoe de inbreng van inwoners en betrokken partijen heeft bijgedragen aan de totstandkoming van de visie. In deze transitievisie warmte spreken we met name over woningen, hoewel kantoren en utiliteitsgebouwen met een kleinverbruikersaansluiting ook tot de reikwijdte van visie horen. Deze zijn in aantallen echter te klein om een apart onderdeel aan te wijden.

2.1 Totstandkoming visie Deze transitievisie warmte is tot stand gekomen in vier stappen. Deze staan zijn weergegeven in Figuur 1. Voor de verzameling van de buurtkarakteristieken en de technische analyse zijn verschillende databronnen geraadpleegd. Deze zijn te vinden in de bronvermelding. Belangrijke bronnen zijn onder meer het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Expertise Centrum Warmte.

Buurtkarakteristieken

Technische analyse

Participatie

Samenbrengen informatie

Figuur 1: Schematische weergave van de totstandkoming van de transitievisie warmte.

Alle verzamelde informatie is zorgvuldig gedocumenteerd en met kaarten weergegeven in deze visie. Voor de ontwikkeling van de kaarten is gebruik gemaakt van een Geografisch Informatiesysteem (GIS). Geleid door de buurtkenmerken, technische analyse en de gesprekken met inwoners en betrokken partijen zijn de eerste conclusies voor de toekomstige warmtevoorziening in onze gemeenten getrokken. Deze conclusies beschrijven de vervolgstappen richting de aardgasvrije gemeenten Mook en Middelaar, Gennep en Bergen. Uit de conclusies is geconstateerd dat het creëren van bewustwording bij inwoners en het isoleren van de gebouwen de eerste grote uitdagingen zijn.

Transitievisie Warmte | 3

2.2 Buurtkarakteristieken De gemeenten Mook en Middelaar, Gennep en Bergen hebben wij gezamenlijk ruim 38.000 inwoners. Op basis van het aantal inwoners is Gennep de grootste gemeente (45%) en Mook en Middelaar de kleinste gemeente (21%). Onze gemeenten zijn onderverdeeld in 14 wijken en 37 buurten. Verspreid door de gemeenten liggen 13 dorpen en de stad Gennep. De kenmerken van de woningen zijn erg bepalend voor welke warmtetechniek het meest geschikt is om aardgasvrij te worden. De kenmerken per gemeente zijn weergegeven in Bijlage C.1 tot en met C.3.

5.917 (35%) rijwoningen

3.703 (22%) twee-onder-één-kap

5.425 (32%) vrijstaande woningen

1.816 (11%) meergezinswoningen

In de gemeenten Mook en Middelaar, Gennep en Bergen staan in vergelijking met andere gemeenten relatief veel rijwoningen en vrijstaande woningen. Vrijstaande woningen zijn over het algemeen duurder om aan te sluiten op een collectieve warmtetechniek, zoals een warmtenet. Dit komt doordat de woningen veelal verder uit elkaar staan. De woningen in deze 3 gemeenten verbruiken totaal bijna 35 miljoen kubieke meter aardgas per jaar. Minder dan 2 % van deze woningen zijn op dit moment van het aardgas af. Er wordt onderscheid gemaakt tussen koopwoningen en huurwoningen. Een koopwoning is een woning die eigendom is van een particulier. Een huurwoning is een woning die een inwoner huurt van een eigenaar. In veel gevallen is dit een woningcorporatie of een particulier. In onze gemeenten zijn grofweg 3.700 woningen (22%) in bezit van een woningcorporatie. Het merendeel van deze woningen zijn rijwoningen. Rijwoning Twee-onder-één-kap

2.088

3.829 652

Vrijstaande woning Meergezinswoning

3.051 19

977

Corporatiebezit

5.406

839

Particulier bezit

Figuur 2: Aantal woningen in Mook en Middelaar, Gennep en Bergen per woningtype waarbij onderscheid is gemaakt tussen woningen in bezit van een woningcorporatie en particuliere woningen.

Het aandeel woningen in bezit van een woningcorporatie in een indicatie voor het gemak waarmee een groot aantal woningen aardgasvrij kan worden. Dit komt doordat afspraken met slechts enkele partijen gemaakt te hoeven worden. Het bouwjaar is het jaar waarin een woning is opgeleverd. Het bouwjaar is een eigenschap van een woning die niet veranderd. Bij renovatie of verbouwing van de woning blijft het bouwjaar dus gelijk. In onze gemeenten staan relatief veel oude woningen met een bouwjaar voor 1990.

Transitievisie Warmte | 4

voor 1946

4

1946 t/m 1964 1965 t/m 1974 1975 t/m 1991

1.530

500

2.650

970

2.660

1.270

3.380

1992 t/m 2005

450

2006 en later

530

Corporatiebezit

1.640 1.260

Particulier bezit

Figuur 3: Aantal woningen in Mook en Middelaar, Gennep en Bergen per bouwjaarperiode waarbij onderscheid is gemaakt tussen woningen in bezit van een woningcorporatie en particuliere woningen.

Het bouwjaar is een indicatie voor het gemak waarmee een woning aardgasvrij kan worden. Een oude woning is over het algemeen minder goed geïsoleerd dan een nieuwbouwwoning. Dit betekent dat een oude woning meestal langer en met een hogere temperatuur moet worden verwarmd. Het aardgas verbruik van oude woningen is daardoor relatief hoog. Veel aardgasvrije warmtetechnieken verwarmen een woning met een lagere temperatuur. Het is daarom belangrijk om met name oude woningen eerst te isoleren. Het schillabel is een indicatie van de kwaliteit van de gebouwschil. Een gebouw met schillabel A is zeer goed geïsoleerd en een gebouw met schillabel G is zeer slecht geïsoleerd. Woningen in bezit van een woningcorporatie zijn veelal goed onderhouden en hebben een relatief goed schillabel.

Het verschil tussen energielabels en schillabels In de transitievisie warmte wordt gesproken over schillabels in plaats van energielabels. Het schillabel is een indicatie van de kwaliteit van de gebouwschil. Het schillabel is gebaseerd op het energielabel maar dan zonder de warmtevoorziening en eventuele opwek. De aanschaf van een warmtepomp of zonnepanelen heeft dus wel impact op het energielabel, maar niet op het schillabel. Met schilmaatregelen als vloer-, dak- of spouwmuurisolatie of het vervangen van enkel door dubbel glas verbetert het schillabel. Een gebouw met schillabel A is zeer goed geïsoleerd en een gebouw met schillabel G is zeer slecht geïsoleerd.

Niet van elke woning is het schillabel bekend. Integendeel, van meer dan twee op de drie woningen in onze gemeenten is geen schillabel afgegeven. Bij woningen van een woningcorporatie is het schillabel in veel gevallen wel bekend. Op basis van het woningtype en bouwjaar van een woning kan een inschatting worden gemaakt van het schillabel. In Figuur 4 is het aantal bekende (niet-transparant) en ingeschatte (half-transparant) woningen per schillabel weergegeven. In Mook en Middelaar, Gennep en Bergen heeft een relatief groot aandeel van de woningen schillabel C. Transitievisie Warmte | 5

6.000

Aantal woningen

5.000 4.000 3.000 2.000 1.000 0 A

B

C

D

E

F

G

Schillabel Figuur 4: Aantal bekende (niet-transparant) en ingeschatte (half-transparant) woningen in Mook en Middelaar, Gennep en Bergen per schillabel.

Met schilmaatregelen als vloer-, dak- of spouwmuurisolatie of het vervangen van enkel door dubbel glas verbetert het schillabel. Het wordt daarmee eenvoudiger om woningen aardgasvrij te maken. In opdracht van de gemeente Bergen is in mei 2021 door Heat Puls een warmtescanproject uitgevoerd bij bijna 800 woningen in de gemeente Bergen. Daaruit is gebleken dat bij 94% van de woningen één of meerdere warmtelekken is geconstateerd. Op het gebied van isolatie valt dus nog veel winst te behalen.

2.3 Uitgangspunten De uitgangspunten die wij als gemeenten hebben vastgesteld zijn de vuistregels die richting geven aan het beleid en de uitvoering van de warmtetransitie. Deze vuistregels ondersteunen de totstandkoming van deze visie. De uitgangspunten voor de warmtetransitie zijn opgesteld in samenwerking met betrokken partijen en georganiseerde bewonersgroepen uit onze gemeenten. Woonlastenneutraliteit Een belangrijk uitgangspunt voor de warmtetransitie is dat de overgang naar een alternatief voor aardgas niet tot hogere kosten mag leiden. De warmtetransitie moet voor iedereen betaalbaar zijn. De transformatie slaagt alleen volledig als iedereen kan meedoen. Een realistische planning De visie kan alleen slagen als de plannen realistisch en uitvoerbaar zijn. De oplossingen die in de visie worden voorgesteld, moeten binnen een realistische termijn uit te voeren zijn en passen bij de gemeenten. Isoleren om de warmtevraag te verminderen Inwoners gebruiken momenteel aardgas om te verwarmen. Door eerst in te zetten op isoleren, verbruiken zij minder aardgas. Dit maakt de stap naar een aardgasvrij Mook en Middelaar, Gennep en Bergen kleiner en makkelijker. Transitievisie Warmte | 6

Duurzame oplossingen De nieuwe manier van verwarmen moet een duurzaam alternatief zijn. De uitstoot van CO2 moet richting nul en de nieuwe warmtechniek mag niet schadelijk zijn voor de omgeving. Kennisdeling en bewustwording creëren Inwoners moeten gedurende het gehele proces van de warmtetransitie goed betrokken en geïnformeerd worden over de alternatieven en keuzes die voor hen beschikbaar zijn. Kennisdeling op dorps- en wijkniveau en doelgroepen onderscheiden is van belang. Dit geldt ook voor het inzetten op het gebruik van verschillende mediakanalen. Keuzevrijheid In de transitievisie warmte wordt ingezet op aardgasvrije alternatieven van verwarmen, waarbij inwoners zelf de keuze hebben wanneer zij overstappen en met welke techniek dit gaat. We doen het samen We maken de stap naar aardgasvrij met elkaar. Aardgasvrije gemeenten kunnen alleen bereikt worden met gezamenlijke inspanning van inwoners, bedrijven, instellingen en de gemeenten. Ook regionale samenwerking is daarbij van cruciaal belang.

Transitievisie Warmte | 7

3 PARTICIPATIE 3.1 Samen naar een gedragen visie Tijdens de totstandkoming van de transitievisie warmte zijn dialoogsessies gevoerd met betrokken partijen en georganiseerde bewonersgroepen. Verder is een digitale bewonersavond georganiseerd, zijn in de gemeente Bergen interviews afgenomen met inwoners en in de gemeenten Mook en Middelaar en Gennep zijn digitale enquêtes afgenomen. Wegens de coronamaatregelen is het helaas niet mogelijk geweest om fysieke bijeenkomsten te organiseren. Stakeholdersessie Wij zijn als gemeenten in gesprek gegaan met woningcorporaties Destion, Mooiland en Woonzorg Nederland. Zij bezitten grofweg 3.700 woningen in onze gemeenten. De verdeling per woningcorporatie en per gemeente is te vinden in Bijlage D.2. Daarnaast is gesproken met bedrijven en organisaties die belangrijk zijn voor de noodzakelijke aanpassingen aan de infrastructuur. Dit zijn netbeheerder Enexis en vertegenwoordigers van bedrijventerreinen in Gennep. Deze partijen zijn bijgepraat over de transitievisie warmte en relevante input is opgehaald. De woningcorporaties doorlopen al een duurzaamheidsprogramma dat zich focust op isoleren en het plaatsen van zonnepanelen. Bovendien hebben vrijwel alle woningcorporaties de doelstelling om voor 2021 hun woningen tot minimaal schillabel B te isoleren. Voor 2030 is de doelstelling zelfs schillabel A.

Woningcorporatie Destion bezit ruim 2.300 woningen in Mook en Middelaar, Gennep en Bergen en heeft aangegeven haar eigen verduurzamingsagenda te volgen. Mooiland is een woningcorporatie met ruim 1.300 woningen en werkt graag samen met de gemeente in de warmte transitie, bijvoorbeeld wanneer er collectieve verduurzamingsmaatregelen worden uitgevoerd in een straat of wijk, of bij een gezamenlijk onderzoek naar warmteoplossingen. Netbeheerder Enexis wil faciliterend optreden bij de warmtetransitie. Indien nodig kunnen zij het elektriciteitsnet verzwaren of koppelkansen met bijvoorbeeld de aanleg van een warmtenet benutten. Enexis heeft aangegeven dat wij als gemeenten een leidende rol moeten hebben in de planning van hun werkzaamheden in de openbare ruimte. Met een duidelijke planning kan Enexis daarop inhaken met bijvoorbeeld de verzwaring van het elektriciteitsnet. Dialoogsessies georganiseerde bewonersgroepen De gemeenten hebben verschillende georganiseerde bewonersgroepen uitgenodigd, geïnformeerd en naar input gevraagd. Verschillende wijk- en dorpsraden en energiecoöperaties zijn hierop afgekomen: wijkraden De Bisselt en Gennep-Zuid, buurtraden Molenhoek, Ven-Zelderheide, Hejje Mojjer, NieuwBergen, Siebengewald, Aijen en Afferden, SLIM Milsbeek, Energiecoöperatie Stroom van Hier, Energiecafé Mook en Middelaar en Stichting Duurzaam Mook en Middelaar.

De bewonersgroepen gaven tijdens de dialoogsessies aan dat bewustwording erg belangrijk is: “Onze inwoners zijn nog vrijwel onbekend met de warmtetransitie.” De warmtetransitie wordt het liefst onder ogen gebracht via een kleinschalige aanpak, bij voorkeur op buurtniveau. Ook is het vinden van een financiële prikkel belangrijk. Inwoners hebben aangegeven dat het voor hun financieel lastig is om hun woning te verduurzamen. Wij kunnen daar als gemeenten een rol in spelen.

Transitievisie Warmte | 8

Figuur 5: Selectie van de resultaten van de dialoogsessie met georganiseerde bewonersgroepen.

Interviews met inwoners uit gemeente Bergen In de zomer van 2021 zijn in opdracht van gemeente Bergen 475 interviews afgenomen en gesprekken gevoerd door het onderzoeksbureau Opiniepijlers. De interviews en gesprekken waren met inwoners over het thema energietransitie. Om een goed beeld te krijgen van het thema warmtetransitie is dit thema uitgewerkt in vijf sub-thema’s: de grondhouding, actiebereidheid, participatie, drempels en urgentie. De meeste inwoners hebben in de gesprekken aangegeven dat ze begrip hebben voor de noodzaak van een warmtetransitie in Nederland. Woningeigenaren hebben vooral maatregelen genomen voor een lagere energierekening en wooncomfort. De urgentie dat de stap naar aardgasvrij ooit gezet zal worden, ontbreekt bij veel van onze inwoners. Zorgen over kosten en gebrek aan vertrouwen in de aardgasvrije alternatieven spelen hierbij een grote rol. Huurders in de gemeente Bergen wachten vrijwel zonder uitzondering af wat de woningcorporatie doet. Ze krijgen maximale ondersteuning en ontzorging en daarnaast zijn er geen meerkosten voor de huurder. Woningbezitters moeten daarentegen zelf het initiatief nemen, zoals het uitzoeken van de benodigde isolatiemaatregelen voor hun woning en het aanvragen van subsidies. Daarnaast dragen zijn een groot deel van de kosten zelf. Dat heeft een negatieve invloed op het draagvlak voor de warmtetransitie.

Inwoners hebben aangegeven de voorkeur te hebben voor een individuele benadering in plaats van een groepsbenadering. Om de participatie in de warmtetransitie verder te bevorderen leggen inwoners een relatie tussen de warmtetransitie, klimaatadaptatie en leefbaarheid. Beide opties zijn vanuit het oogpunt van onze inwoners een logische aanvulling op de warmtetransitie. Een integrale aanpak is dus het overwegen waard.

Transitievisie Warmte | 9

Bewoners aan het woord Heeft de energiecoöperatie al isolatiemaatregelen genomen? “Met onze energiecoöperatie hebben we het plan bedacht om woningen in Afferden te isoleren, maar daar was niet veel animo voor. Veel mensen hebben zelf al wat gedaan, ik schat dat in Afferden op 50 procent. De rest heeft dat dus niet gedaan, vermoedelijk omdat deze woningen niet goed te isoleren zijn. Uiteindelijk hebben we zes woningen bij ons in de straat geïsoleerd. Door de gezamenlijke inkoop was het goedkoper.” Wat vindt u van de inspanningen van de gemeente? “Ik ben zeer positief over de inspanningen van de gemeente. We hebben veel hulp gehad bij het opzetten van de coöperatie, de subsidies zijn heel goed en inwoners kunnen alle informatie krijgen die ze willen. Maar het zou wel goed zijn om te kijken naar de meer persoonlijke benadering, op het niveau van inwoners en hun woning.”

Enquêtes onder inwoners uit gemeente Mook en Middelaar en Gennep In gemeenten Mook en Middelaar en Gennep zijn enquêtes onder inwoners afgenomen. De enquête is door 127 inwoners ingevuld. Uit de enquête komt naar voren dat ruim 30% van de inwoners niet achter de doelstelling staat om Nederland in 2050 aardgasvrij te verwarmen. Wij gaan graag met deze inwoners in gesprek om hun achterliggende reden te begrijpen en toelichting te geven. Op hoofdlijnen geven deze inwoners aan de warmtetransitie te duur, te dwingend en niet realistisch te vinden. Het verlenen van subsidies, geven van advies en organiseren van collectieve inkoopacties wordt het vaakst genoemd als manieren om inwoners te ondersteunen in de warmtetransitie. Webinar Concept Transitievisie Warmte In november heeft een webinar plaats gevonden voor inwoners waarin het concept van de transitievisie warmte is besproken. In totaal hebben 48 inwoners de informatieavond bijgewoond. Geïnteresseerden is de gelegenheid geboden om opnames later nog terug te kijken. Naast het concept is in deelsessies aandacht geweest voor de aardgasvrije warmtetechnieken, het verduurzamen van woningen en de rol van de gemeente in de warmtetransitie. Inwoners hebben in deze sessies onder andere aandachtspunten meegegeven voor de visie voor het onderdeel communicatie en afbakening van de visie. Deze punten zijn in de visie verwerkt.

Verder gaven de meeste deelnemers aan behoefte te hebben aan een concreet stappenplan. Dit punt zal opgepakt worden in de uitvoeringsstrategie van de visie na vaststelling.

3.2 Samen naar een aardgasvrije gemeente De gemeente is de regisseur van de warmtetransitie, maar voert de visie uit in samenwerking. Daarbij betrekken wij als gemeenten zoveel mogelijk onze inwoners en betrokken partijen. We gaan aan de slag met informatieavonden om bewustwording onder inwoners te vergroten. Daarnaast delen we ervaringen van gebouwen die geïsoleerd of aardgasvrij zijn gemaakt. We doen het samen Als gemeenten zijn we ons ervan bewust dat de realisatie van deze doelstellingen vooral achter de voordeur van onze inwoners moet plaatsvinden. De enige manier om deze transitie te laten slagen is door samen op te trekken. We betrekken daarom belanghebbenden en inwoners bij elke stap in het proces. Transitievisie Warmte | 10

Bewustwording bij onze inwoners We blijven als gemeenten informatieavonden organiseren, bij voorkeur per buurt of wijk. Door deze avonden komen inwoners niet voor verrassingen te staan en ontstaat er meer bewustwording. Naast de bewonersavonden communiceren we via diverse communicatiekanalen. De communicatiekanalen stemmen we af op verschillende doelgroepen; inwoners en bedrijven, specifieke buurten, jongeren en ouderen en bijvoorbeeld verenigingen. Voorbeelden van communicatiekanalen zijn de gemeentelijke websites en sociale mediakanalen maar ook de (lokale) kranten en door het sturen van brieven. Het delen van ervaringen Het delen van ervaring is belangrijk. Een goed voorbeeld leidt niet alleen tot bewustwording, maar ook tot actie. Nieuws over verduurzaming in de gemeente, maar ook verhalen en ervaringen van inwoners kunnen als voorbeeld dienen voor anderen. Dit wordt gedeeld via de gemeentelijke mediakanalen. Het versterken van lokale duurzaamheidsnetwerken De gemeenten stimuleren geïnteresseerde en georganiseerde inwoners om een lokaal duurzaam dorpsplatform op te richten, bijvoorbeeld via een werkgroep van dorpsbelangen of een energiecoöperatie. Dit platform kan dienen als klankbordgroep voor een (nog op te stellen) communicatieplan voor de warmtetransitie.

Verder kan het platform de warmtetransitie promoten bij hun medebewoners door het geven van voorlichting en advies en het delen van ervaringen. Een dergelijk dorpsplatform is lokaal en bestaat uit de inwoners zelf. Medebewoners kunnen zich hier mee identificeren. Dat maakt het laagdrempelig om vragen te stellen over de warmtetransitie. Aandachtspunten inwonerscommunicatie Uit het webinar kwamen de volgende aandachtspunten voor de uitwerking van de communicatie van het vervolg van de Transitievisie Warmte. 1. Heb aandacht voor (de theorie van) gedragsverandering bij inwoners. 2. Leg relatie met natuurlijke momenten bij inwoners – bedenk acties en middelen om inwoners te ondersteunen bij het verduurzamen van de woning o.a. bij het kopen van een huis, een verbouwing en gezinsuitbreiding. 3. Verbind de opgave van aardgasvrij met het opwekken van elektriciteit – voor inwoners is het stappenplan om integraal naar de energietransitie te kijken van belang. 4. Werk voorbeelden van tussenstations uit om de stap voor stap uitwerking te ondersteunen.

Transitievisie Warmte | 11

4 AARDGASVRIJE WARMTETECHNIEKEN In dit hoofdstuk leest u over de noodzaak van isoleren, de beschikbare warmtetechnieken en welke vervolgstappen nodig zijn om eventuele warmtebronnen beschikbaar te maken voor de toekomst. Een technische onderbouwing voor deze analyse is te vinden in Bijlage D.

4.1 Isoleren Om woningen en utiliteitsgebouwen aardgasvrij te verwarmen is het belangrijk om de warmtevraag te verminderen. Warmte die niet wordt verbruikt, hoeft immers ook niet te worden opgewekt. Op deze manier kunnen de beschikbare warmtebronnen optimaal worden benut. De eerste stap ligt dus bij het beter isoleren van gebouwen door bijvoorbeeld vloer-, dak- en spouwmuurisolatie of het vervangen van enkel glas door HR++ glas. Vanuit het Nationaal Isolatieprogramma komt landelijk subsidie beschikbaar voor isolatie. Wij kunnen als gemeenten hierin ondersteunen door collectieve inkoopacties en (financieel) advies op maat.

Hoe kunt u een woning isoleren? Isoleren is niet alleen goed ter voorbereiding van een aardgasvrije gebouwde omgeving. Het isoleren van uw woning zorgt voor minder tocht in uw huis en dus meer comfort, een lagere energierekening en minder CO2-uitstoot. Uit het onderzoek van Heat Puls in de gemeente Bergen is gebleken dat veel winst valt te behalen door één of meer onderdelen van een woning te isoleren. In de gemeente Bergen kan dat bij 29% van de woningen door beglazing te vervangen door HR++ glas. Andere bekende isolatiemaatregelen zijn het aanbrengen van tochtstrippen in uw raam, dakisolatie, spouwmuurisolatie, vloerisolatie, naden en kieren dichten en bodemisolatie. Landelijk wordt subsidie verleend voor het isoleren van uw woning. De investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) is een voorbeeld daarvan. U kunt subsidie krijgen als u twee isolatiemaatregelen neemt of een isolatiemaatregel combineert met bijvoorbeeld de aankoop van een warmtepomp. Aanvullend komen er meer subsidies beschikbaar vanuit het Nationaal isolatieprogramma.

4.2 Warmtetechnieken In de transitievisie warmte worden de meest volwassen technieken meegenomen: all-electric, midden temperatuur (MT) warmtenet, lage temperatuur (LT) warmtenet en groengas. In de eerste editie van de transitievisie warmte is waterstof nog niet meegenomen. De verwachting is waterstof niet grootschalig beschikbaar komt voor de gebouwde omgeving. De uitgebreide omschrijving van deze warmtetechnieken is te vinden in Bijlage D.

Transitievisie Warmte | 12

All-electric Gebouwen zijn alleen aangesloten op het elektriciteitsnet. In veel gevallen voorziet een warmtepomp in ruimteverwarming en warm tapwater en wordt een elektrisch fornuis gebruikt voor koken. De benodigde elektriciteit wordt duurzaam opgewekt.

MT warmtenet Gebouwen ontvangen warm water via een leidingnetwerk onder de grond. De warmte komt van een bron en voorziet een gebouw van ruimteverwarming en eventueel warm tapwater. De warmte heeft een temperatuur van 55°C tot 70°C. Er wordt gekookt op een elektrisch fornuis.

LT warmtenet Gebouwen ontvangen warm water via een leidingnetwerk onder de grond. De warmte komt van een bron en voorziet een gebouw van ruimteverwarming en tapwater wordt separaat verwarmd. De warmte heeft een temperatuur tot 55°C. Er wordt gekookt op een elektrisch fornuis.

Groengas Gebouwen worden verwarmd door het verbranden van groengas in een HR ketel of een hybride warmtepomp. Het gas is duurzaam en wordt geproduceerd uit mest, tuinafval, etc. Groengas wordt door bestaande leidingen getransporteerd.

4.3 Warmtebronnen voor warmtenetten Een warmtenet transporteert via ondergrondse leidingen warm water van een warmtebron naar de gebouwen. Warmtebronnen kunnen heel divers zijn. Voorbeelden zijn aquathermie, geothermie en (industriële) restwarmte. Aquathermie is het onttrekken van warmte uit oppervlaktewater, afvalwater of drinkwater. De capaciteit en temperatuur van warmtebronnen kan uiteenlopen. In Mook en Middelaar, Gennep en Bergen zijn mogelijk diverse warmtebronnen beschikbaar. Voorbeelden zijn aquathermie uit de Maas, Mookerplas en Niers, geothermie in gemeente Bergen en restwarmte bij de rioolwaterzuiveringsinstallatie in Gennep, diverse rioolgemalen en bedrijven. De warmtebronnen worden toegelicht en de kansrijkheid is in kaart gebracht. Aquathermie De Maas stroomt langs de gemeentegrenzen van Mook en Middelaar, Gennep en Bergen. Het debiet is ruim 200 m3 per seconde en biedt in theorie potentie om warmte uit te onttrekken. Het nadeel van de Maas is dat het waterpeil flink fluctueert door het jaar. Het is daarom eenvoudiger om warmte te onttrekken uit zijrivieren, zoals de Niers of aftakkingen van de Maas zoals de haven in Gennep. De potentie voor aquathermie uit Maaswater zal nader onderzocht moeten worden. Daarnaast zijn er in Mook en Middelaar en Bergen kansen voor aquathermie uit plassen en meren, zoals de Mookerplas, Leukermeer en Reindersmeer.

Bij de Mookerplas, Leukermeer en Reindersmeer zouden de mogelijkheden voor een warmtenet verder onderzocht kunnen worden.

Transitievisie Warmte | 13

Geothermie TNO heeft onderzoek gedaan naar de potentie van aardwarmte in Nederland. Kansrijke gebieden voor een geothermiebron zijn in kaart gebracht. Uit deze studie volgt dat in Wellerlooi in de gemeente Bergen kansen zijn voor geothermie. In de gemeente is een onderzoek uitgevoerd. Uit dit onderzoek is naar voren gekomen dat in de gemeente Bergen een breuklijn loopt. In combinatie met een geothermiebron zou de kans op aardbevingen mogelijk kunnen toenemen. De kansrijkheid om gebouwen in de gemeente met geothermie te verwarmen is daardoor significant afgenomen. Restwarmte In Mook en Middelaar, Gennep en Bergen zijn een beperkt aantal restwarmtebronnen beschikbaar. Het meest kansrijk is de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) in Gennep. Een RWZI zuivert het afvalwater van huishoudens en bedrijven. In een van de zuiveringsstappen van een RWZI wordt organisch materiaal in het afvalwater afgebroken door bacteriën toe te voegen. Om dit proces goed te laten verlopen, moet het water een relatief hoge temperatuur hebben. Het onttrekken van warmte bij een RWZI mag dit proces niet beïnvloeden. Het is daarom te adviseren om warmte te onttrekken nadat het water gezuiverd is. Het gezuiverde water, ook wel effluent genoemd, is nog warm en wordt geloosd in het oppervlaktewater. Voordat dit gezuiverde water in het oppervlaktewater komt, kan er restwarmte aan onttrokken worden.

De capaciteit en de temperatuur van de restwarmte zal nader onderzocht moeten worden. Het waterschap heeft in een overleg aangegeven open te staan voor warmtelevering uit het effluent van de RWZI. In onze gemeenten zijn diverse rioolgemalen. Gemalen zijn relatief klein en hebben daardoor een lagere restwarmtecapaciteit dan bijvoorbeeld een RWZI. Een dergelijke capaciteit kan interessant in combinatie met een andere beschikbare bronnen. Tot slot zijn we als gemeenten in gesprek gegaan met meerdere ondernemers om te inventariseren of restwarmte benut kan worden om gebouwen te verwarmen. Uit de gesprekken kwam naar voren dat deze bedrijven de restwarmte gebruiken om hun eigen bedrijfsvoering verder te verduurzamen. Daarnaast is bijvoorbeeld de afstand tussen de steenfabriek bij Afferden en de gebouwde omgeving relatief groot, waardoor de kans klein is om de uitkoppeling van restwarmte financieel haalbaar te krijgen.

4.4 Welke technieken zijn kansrijk? Onze gemeenten bestaan uit verschillende kernen en een groot buitengebied. De isolatie van gebouwen in de gemeenten Mook en Middelaar, Gennep en Bergen is over het algemeen aan de lage kant, met name in het buitengebied. Isoleren naar schillabel B is voor veel gebouwen een belangrijke eerste stap. In het buitengebied zijn veel woningen niet aangesloten op het gasnet. Deze woningen hebben een propaantank en kunnen mogelijk overstappen op een tank met groengas. All-electric zou ook een oplossing kunnen zijn indien er in voldoende mate geïsoleerd kan worden. In het stedelijk gebied zijn er mogelijk kansen voor een lage temperatuur warmtenet of een all-electric oplossing. Ook dat betekent dat de buurten eerst moeten isoleren naar schillabel B.

Transitievisie Warmte | 14

Algemeen advies: Aan alle inwoners wordt sterk aangeraden om te investeren in isolatiemaatregelen, met name wanneer all-electric als een kansrijke warmtetechniek wordt gezien.

Figuur 6: Mogelijke aardgasvrije warmtetechniek in Mook en Middelaar, Gennep en Bergen.

In Figuur 6 zijn de mogelijkheden per buurt weergegeven. In het buitengebied zijn met name kansen voor all-electric en groengas. Voor de buurten rondom de Mookerplas, Leukermeer en Reindersmeer en de rioolwaterzuiveringsinstallatie van Gennep is er kans op een laagtemperatuur warmtenet. Voor de meeste buurten ligt echter de focus eerst op het isoleren naar schillabel B. Helaas zijn er nog onzekerheden. Met name voor de lage temperatuur warmtenetten en groengas zijn vervolgstappen nodig voordat een besluit genomen kan worden. Daarom zal de eerste stap isoleren zijn. Isoleren is een spijtvrije maatregel. Het isoleren van een woning is bij alle toekomstige warmtetechnieken een goede keuze. Het aandachtspunt bij isoleren is dat ook aan ventilatie moet worden gedacht om een gezond binnenklimaat van de woning te realiseren.

4.5 Waar liggen mogelijke aanknopingspunten voor acties? Om te starten met de uitvoering van isolatie-acties en nader onderzoek naar alternatieve warmteoplossingen, is gekeken naar de samenstelling en ontwikkelingen in buurten voor mogelijke aanknopingspunten. Transitievisie Warmte | 15

Figuur 7 geeft een overzicht van de buurten waar veel kansen liggen om samen met andere organisaties verduurzamingsstappen te maken. Dit zijn kansen om bijvoorbeeld in samenwerking met actieve inwoners voorlichting te organiseren over isoleren, aan te sluiten bij mogelijke nieuwbouw met een nieuwe energievoorziening, en in samenwerking met de woningcorporatie onderzoek te doen naar een alternatieve warmtebronnen. Algemene onderzoeken: 1. Isoleren van woningen 2. Potentie aquathermie uit Maaswater 3. Beschikbaarheid groengas

Figuur 7: Kansen om met bepaalde buurten in Mook en Middelaar, Gennep en Bergen al voor 2030 aan de slag te gaan.

Ook is het van belang om onderzoek te blijven doen naar (toekomstige) koppelkansen. Denk daarbij aan grootschalig wegenonderhoud, rioolvervanging en klimaatadaptatie. De afvoer van regenwater is sinds de overstromingen in het zuiden van Limburg in juli 2021 heel actueel. Tot slot is ook de integratie van aardgasvrije technieken met duurzame elektriciteitsopwekking van belang voor deze transitievisie warmte. Met name omdat de kansen op all electric in de gemeenten groot zijn. Bij de uitwerking van de maatregelen naar de uitvoering zullen deze thema’s gecombineerd moeten gaan worden.

Transitievisie Warmte | 16

5 HOE NU VERDER? In deze transitievisie warmte is inzichtelijk gemaakt hoe we gezamenlijk willen toewerken naar een aardgasvrije gemeente en welke duurzame warmtetechnieken mogelijk zullen zijn. Het is de eerste visie en de eerste oefening in samenwerking voor de warmtetransitie met de inwoners en betrokken partijen. Wat zijn de volgende stappen voor de gemeente Mook en Middelaar, Gennep en Bergen? Dit wordt beschreven in dit hoofdstuk.

5.1 Acties tot 2030 Inwoners raadplegen De transitie naar een aardgasvrij Mook en Middelaar, Gennep en Bergen vraagt veel van onze inwoners. Het is daarom belangrijk om de inwoners tijdig te informeren en bewust te maken van de stappen die wij gaan zetten. We organiseren als gemeenten informatieavonden voor inwoners. We delen ervaringen van inwoners die hun woning hebben geïsoleerd of aardgasvrij hebben gemaakt en we ondersteunen lokale initiatieven van dorpen en verenigingen om de bewustwording over aardgasvrij wonen te stimuleren. Verdere toelichting is gegeven in hoofdstuk 3.1 en 3.2 Isoleren voor een lagere warmtevraag Isolatie is een essentiële stap in de warmtetransitie. De gebouwen in onze gemeenten zijn over het algemeen relatief slecht geïsoleerd. In alle drie de gemeenten is dus veel winst te behalen. Naast isoleren is het overstappen naar elektrisch koken een goede manier om minder aardgas te verbruiken. Het ontwikkelen van bewustwording en kennisdeling is belangrijk. De afgelopen jaren hebben woningcorporaties hun woningen al geïsoleerd. De gemeenten verzamelen de ervaringen en delen deze met haar inwoners. Dit geeft inzicht in de effectieve isolatiemaatregelen, de impact op het wooncomfort en de kosten die het met zich meebrengt. Daarnaast wordt ingezet op het benutten van natuurlijke momenten bij particuliere woningen zoals verhuizen en verbouwen.

Tot slot zullen deze acties ondersteund worden door subsidies uit het Nationaal Isolatieprogramma. Ook voor kantoren en utiliteit zal komende tijd op isolatie, energielabel verbetering en andere energiebesparingsmaatregelen worden ingezet. Met de verplichting om in 2023 alle kantoren in Nederland op een energielabel C te hebben, verwachten we dat kantoren ook met isolatie stappen gaan zetten. Ook de informatieplicht voor bedrijven zorgt voor extra aandacht voor energiebesparing. Tot slot is breed aandacht voor bedrijventerreinen vanuit de gemeenten en worden gesprekken gevoerd met ondernemers over samenwerking op verschillende thema’s waaronder de energietransitie. Hybride als tussenstap naar aardgasvrij Momenteel zijn de meeste woningen in onze gemeenten nog niet gereed om over te stappen op een warmtepomp of LT warmtenet. Dit komt omdat gebouwen nog onvoldoende geïsoleerd zijn. De ontwikkeling van hybride warmtepompen als tussenstap is een goede ontwikkeling om komende jaren op in te zetten. De inwoners kunnen op elk moment overstappen op een hybride warmtepomp, maar een natuurlijk moment is bijvoorbeeld wanneer uw CV-ketel aan vervanging toe is. Een hybride warmtepomp verwarmt uw woning deels door elektriciteit en deels door aardgas. De warmtepomp werkt op stroom en wordt gekoppeld aan de CV-ketel. De hybride warmtepomp kan een groot deel van uw huis verwarmen.

Mocht het in de wintermaanden erg koud zijn, dan springt de CV-ketel bij. Bij een hybride warmtepomp geldt dat uw CV-ketel minder vaak hoeft bij te springen naar mate uw woning beter is geïsoleerd. Een voordeel van een hybride warmtepomp is de relatief lage investering in vergelijking met een volledige all-electric oplossing. Ook komt er extra subsidie voor de aanschaf van een hybride Transitievisie Warmte | 17

warmtepomp vanuit de Rijksoverheid. Verder zijn weinig aanpassingen nodig. Aandachtspunt bij hybride warmtepompen is de mogelijke geluidsoverlast van de buitenunit. Er zijn echter nieuwe ontwikkelingen waar de buitenunit niet meer nodig is en ook mogelijkheden voor het isoleren van de buitenunit. Combinatie duurzame elektriciteit en aardgasvrij In de voorbereiding op de overstap naar aardgasvrije warmtetechnieken zal het verbruik van elektriciteit toenemen. Daarom is het van belang om een combinatie in de voorlichting en bewustwording te zoeken met de aanleg van zonnepanelen voor woningen en gebouwen. Uitvoering op maat Het Rijk heeft een leidraad gemaakt voor wijkuitvoeringsplannen. Omdat we in deze visie geen wijken of buurten aanwijzen die van het gas afgaan, maken we nog geen start met deze plannen. Wel willen we gaan onderzoeken of oplossingen op een kleiner schaalniveau zoals een straat of een groep woningen voor onze gemeenten het maatwerk is wat we nodig hebben voor de uitvoering van de warmtetransitie. Dit sluit beter aan op de kenmerken van onze gemeenten en de wens van inwoners om bijvoorbeeld duidelijk tussenstations te formuleren in de route naar 2050. Monitoring van de voortgang De gemeenten gaan aan de slag met de monitoring van de stappen richting aardgasvrij wonen.

Hiervoor onderzoeken we welke monitoringsinstrumenten de komende tijd gebruikt kunnen worden en welke instrumenten bijvoorbeeld de netbeheerder of het Rijk al beschikbaar heeft. Van belang is om bij de volgende visie in 2026 helder te hebben hoe het energieverbruik van de woningvoorraad in onze gemeenten zich heeft ontwikkeld. Randvoorwaarden van het Rijk De gemeenten hebben het Rijk nodig om aardgasvrij te worden in 2050. Allereerst op het vlak van financiering: van subsidies tot het organiseren van schaalvergroting voor kostenreductie van de benodigde maatregelen. Het moet in heel Nederland aantrekkelijk worden om van het aardgas af te gaan. Tegelijkertijd zal vanuit het Rijk de urgentie en helderheid gecreëerd moeten worden dat we niet alleen vandaag aan de slag gaan in de proeftuinen, maar in alle woningen en gebouwen in Nederland stappen moeten zetten op het gebied van isoleren en toepassen van hybride CV-ketels. We verwachten met de aankondiging van het Nationaal Isolatieprogramma dat de overheid een heldere routekaart uitzet voor de isolatie van de woningvoorraad in Nederland.

5.2 Voorbereidende acties voor ná 2030 De transitievisie warmte wordt elke vijf jaar bijgesteld, de eerstvolgende visie is in 2026. Desalniettemin is het verstandig om nu al vooruit te kijken naar de periode na 2030. Ontwikkeling van nieuwe technieken Tegen 2030 zijn zoveel mogelijk woningen in onze gemeente geïsoleerd. Verschillende warmtetechnieken zijn verder onderzocht en waar mogelijk stappen gezet richting uitvoering. De warmtetechnieken waar we na 2030 uitsluitsel over verwachten zijn bijvoorbeeld geothermie en groengas. De potentie van groengas is nu nog onzeker in de regio Noord- en Midden Limburg, waar wij als gemeenten onderdeel van zijn. De capaciteit en met name de verdeling over de 15 gemeenten en sectoren moet nog worden bepaald. Ook voor de positie van waterstof verwachten na 2030 uitsluitsel te hebben of dit een mogelijke oplossing kan zijn voor de gebouwde omgeving. Transitievisie Warmte | 18

De gemeente Mook en Middelaar, Gennep en Bergen blijven de komende jaren nauw betrokken bij bovenstaande ontwikkelingen, zodat na 2030 deze warmtechnieken zo goed mogelijk worden toegepast. Investeringen in het elektriciteitsnet Met all-electric als kansrijke mogelijke oplossing, zal de netbeheerder het elektriciteitsnet moeten uitbreiden, verzwaren of vervangen. Dit zijn lange termijn investeringen waar met de netbeheerder afspraken over worden afspraken gemaakt om te onderzoeken waar en wanneer dit zal plaatsvinden.

Transitievisie Warmte | 19

COLOFON PROJECTNUMMER:

372959

REFERENTIENUMMER:

SWNL

DATUM:

30 september 2021

AUTEURS:

Mirjam Pronk Raoul Weegink Koen Ligthart Jina Bhagwandas

E-MAILADRES:

mirjam.pronk@sweco.nl

GECONTROLEERD DOOR:

Johan Seuren

HANDTEKENING:

GOEDGEKEURD DOOR:

Thijs van Brakel

HANDTEKENING:

CONTACT:

Sweco Nederland B.V. De Holle Bilt 22 3732 HM De Bilt T +31 88 811 66 00 Handelsregister 30129769 www.sweco.nl

Transitievisie Warmte | 20

BRONVERMELDING Bij het opstellen van de transitievisie warmte zijn meerdere bronnen geraadpleegd. In onderstaande overzicht is aangegeven welke informatie uit bronnen is gebruikt. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) Data uit 2018 over de bevolkingsdichtheid, buurtgrenzen en mate van collectief woningbezit. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) Informatie over subsidiemogelijkheden in 2021 voor de verduurzaming van gebouwen. Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) Data uit 2020 over woningtype, bouwjaar, schillabel en nationale kosten. TNO Data uit 2021 over eindgebruikerskosten. Expertisecentrum Warmte (ECW) Informatie over de startanalyse en de aardgasvrije warmtetechnieken. Enexis Data over de geschiktheid van het elektriciteitsnet in 2021. Destion, Mooiland en Woonzorg Nederland Data over het aantal corporatiewoningen in 2020 en verduurzamingsplannen. Heat Puls Resultaten van de warmtescan in 2021 in de gemeente Bergen. Onderzoeksbureau Opiniepeilers Resultaten van de interviews in 2021 met inwoners uit de gemeente Bergen.

Transitievisie Warmte | 21

BEGRIPPENLIJST Aardgasvrij Niet aangesloten op de fossiele brandstof aardgas. Dit betekent niet altijd gasloos. Er kan namelijk hernieuwbaar gas worden toegepast. All-electric Warmtetechniek waarbij een gebouw alleen is aangesloten op het elektriciteitsnet. In veel gevallen voorziet een warmtepomp in ruimteverwarming en warm tapwater en wordt een elektrisch fornuis gebruikt voor koken. Buurt Een gemeente is opgedeeld in wijken en wijken zijn weer opgedeeld in buurten. Buurten zijn op basis van historische of stedenbouwkundige kenmerken ingedeeld. Eindgebruikerskosten De transitie naar aardgasvrij Nederland brengt kosten met zich mee. Een deel van deze kosten komt terecht bij diegenen die een huis bezitten of een woning huren. Dit zijn de eindgebruikerskosten. Hernieuwbaar gas Gas dat afkomstig is uit een duurzame bron of is geproduceerd met duurzame energie. Voorbeelden zijn biogas en groene waterstof. Hoge temperatuur verwarming Verwarmingssysteem waarbij een gebouw met 70°C of hoger wordt verwarmd en voorzien van warm tapwater. Hybride warmteoplossing Warmtetechniek waarbij in veel gevallen een warmtepomp wordt gecombineerd met een HR-ketel op gas. Lage temperatuur verwarming Verwarmingssysteem waarbij een gebouw met een temperatuur van 55°C of lager verwarmd wordt. Tapwater wordt separaat verwarmd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11335138/1