Toelichting - regels - verbeelding
Tekst van het document
Bestemmingsplan Ericaweg 5 Overheid Document Datum Planstatus Plan identificatie
Gemeente Bergen (L) Toelichting 06/10/2023 Ontwerp NL.IMRO.0893.BP23011ER5BUI-ON01
2
Inhoudsopgave Inhoudsopgave........................................................................3 1.
Inleiding............................................................................5
1.1
Aanleiding ........................................................................................ 5
1.2 Doel ...................................................................................................... 5 1.3 Plangebied ............................................................................................ 5 1.4 Geldend bestemmingsplan .................................................................... 7 1.5 De bij het plan behorende stukken ....................................................... 8 1.6 Leeswijzer ............................................................................................ 8
2.
Planbeschrijving ................................................................9
2.1 Huidige situatie .................................................................................... 9 2.2 Toekomstige situatie .......................................................................... 11 2.3 Landschappelijke inpassing ................................................................ 13
3.
Beleidskader ...................................................................15
3.1 Algemeen ........................................................................................... 15 3.2 Rijksbeleid .......................................................................................... 15 3.3 Provinciaal beleid ............................................................................... 18 3.4 Gemeentelijk beleid ............................................................................ 22
4.
Onderzoek .......................................................................26
4.1 Algemeen ........................................................................................... 26 4.2 Cultuurhistorie en archeologie ............................................................ 26 4.3 Ecologie .............................................................................................. 28 4.4 Watertoets .......................................................................................... 31 4.5 Milieu .................................................................................................. 34 4.6 Kabels en leidingen ............................................................................ 46 4.7 Verkeer en parkeren ........................................................................... 47
5.
Juridische aspecten .........................................................48
5.1 Inleiding ............................................................................................. 48 5.2 Bestemmingsbepalingen ..................................................................... 50
6.
Economische uitvoerbaarheid .........................................52
6.1 Kostenverhaal..................................................................................... 52 6.2 Financiële haalbaarheid ...................................................................... 52
3
7.
Inspraak, overleg en zienswijzen ....................................53
7.1 Inspraak ............................................................................................. 53 7.2 Vooroverleg ........................................................................................ 53 7.3 Zienswijzen ........................................................................................ 53 Bijlagen bij de toelichting ......................................................................... 54
4
1. Inleiding 1.1
Aanleiding
Initiatiefnemer is eigenaar van het perceel Ericaweg 5 in Siebengewald. Op dit perceel was in het verleden een loonbedrijf gevestigd, de bedrijfsactiviteiten zijn inmiddels beëindigd. Het is de wens van de initiatiefnemer om de bestemming van dit perceel te wijzigen in ‘Wonen’ en daar een extra vrijstaande levensloopbestendige woning te realiseren. Het initiatief is voorgelegd aan de gemeente Bergen, deze is positief over de gewenste ontwikkeling. Het college van burgemeester en wethouders heeft aangegeven in principe planologische medewerking te willen verlenen aan dit initiatief. Voor het perceel aan de Ericaweg 5 is het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2018’, vastgesteld op 12 november 2018, van toepassing. Het perceel is in het bestemmingsplan bestemd als ‘Bedrijf’ met de nadere aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – landbouwverwante functie'. De realisatie van een extra vrijstaande levensloopbestendige woning is niet mogelijk binnen het geldend bestemmingsplan. Het geldend bestemmingsplan dient gewijzigd te worden om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken. Het voorliggende bestemmingsplan is de juridisch-planologische regeling die de voorgenomen ontwikkeling mogelijk maakt.
1.2 Doel Het belangrijkste doel van het op te stellen bestemmingsplan Ericaweg 5 is het scheppen van een ruimtelijk kader om de bestemmingswijziging van 'Bedrijf' naar 'Wonen' en de realisatie van een extra vrijstaande woning mogelijk te maken. Het bestemmingsplan Ericaweg 5 vervangt bij inwerkingtreding het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied 2018' en het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied 2018, 1e herziening' ter plaatse van de in het plangebied betrokken kadastrale percelen.
1.3 Plangebied Het plangebied is gelegen in het buitengebied van gemeente Bergen, ten zuiden van de kern Siebengewald, in het buurtschap Beekheuvel. In de nabije omgeving van het plangebied liggen drie wegen. Ten westen ligt de Ericaweg, ten oosten de Heidestraat en ten zuiden de Callunastraat. De omgeving bestaat voornamelijk uit woonpercelen. Het plangebied is kadastraal bekend als BGN02-L-5 en heeft een oppervlakte van 4826 m2. De navolgende afbeeldingen tonen de ligging van het plangebied.
5
Ligging plangebied t.o.v. Siebengewald
Begrenzing plangebied
6
1.4 Geldend bestemmingsplan Voor het plangebied aan de Ericaweg 5 is het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2018’, (NL.IMRO.0893.BP17007BUIBUI-VA04) vastgesteld op 12 november 2018, van toepassing. Het plangebied is in het bestemmingsplan bestemd als ‘Bedrijf’ met de nadere aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – landbouwverwante functie’. De gronden zijn bestemd voor bedrijfsactiviteiten in milieucategorie 1 en 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - landbouwverwante functie' zijn de gronden tevens bestemd voor een landbouwverwant bedrijf. Een landbouwverwant bedrijf is een bedrijf dat een functionele binding heeft met agrarische bedrijven, dan wel met het buitengebied of dat in nauwe relatie staat tot het buitengebied. Het plangebied heeft een bouwvlak van circa 3250 m2. Het bouwvlak mag volledig worden bebouwd met bouwwerken ten dienste van de bestemming. De goothoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 6,5 meter en de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 10 meter. Per bouwvlak is maximaal één bedrijfswoning toegestaan, de inhoud van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 800 m3. De goothoogte van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 6,5 meter en de bouwhoogte van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 10 meter.
De oppervlakte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 125 m2. Ook geldt het bestemmingsplan 'Buitengebied 2018, 1e herziening' (NL.IMRO.0893.BP21005BUIBUI-VA01). Dit plan is vastgesteld door de gemeenteraad van Bergen op 13 december 2022. Dit bestemmingsplan is een partiële herziening van het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2018’ en doet aanpassingen aan de verbeelding en de planregels van dat bestemmingsplan. De herziening heeft alleen betrekking op de te wijzigen onderdelen; voor het overige blijven de verbeelding en regels van het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2018’ ongewijzigd van toepassing.
Uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied 2018' met plangebied blauw omkaderd (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
7
Toets aan geldend bestemmingsplan Het perceel Ericaweg 5 is bestemd voor een bedrijf met een landbouwverwante functie. Binnen deze bestemming is het niet toegestaan om het perceel te gebruiken voor woondoeleinden, het is ook niet mogelijk om een extra vrijstaande woning te realiseren op het perceel. Het geldend bestemmingsplan dient herzien te worden om het verzoek van de initiatiefnemer te kunnen uitvoeren. Het voorliggende bestemmingsplan is de juridisch-planologische regeling die de voorgenomen herziening mogelijk maakt.
1.5 De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan "Ericaweg 5“ heeft als IMRO-idn NL.IMRO.0893.BP23011ER5BUI-ON01 en bestaat uit een gml-bestand, regels en een toelichting. Het gml-bestand kent een analoge en digitale verbeelding. De analoge versie van het plan betreft een boekje met kaarten (PDF of hardcopy). De digitale versie is te raadplegen via de landelijke voorziening (www.ruimtelijkeplannen.nl). De verbeelding en de regels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en dienen in samenhang gelezen te worden. Indien er verschil bestaat tussen de analoge en de digitale verbeelding, gaat de digitale verbeelding voor. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden en opstallen aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels gekoppeld. De toelichting van dit bestemmingsplan heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft aan wat de beweegredenen en achtergronden zijn die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen en doet verslag van het onderzoek dat aan het bestemmingsplan vooraf is gegaan. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan.
1.6 Leeswijzer De toelichting van het bestemmingsplan "Ericaweg 5" bestaat uit de volgende hoofdstukken:
• • • • • •
in hoofdstuk 2 wordt de huidige en toekomstige situatie beschreven. in hoofdstuk 3 wordt een schets gegeven van het beleidskader dat van belang is voor het functioneren en de ontwikkeling van het plangebied; in hoofdstuk 4 komt de uitvoerbaarheid van het plan aan bod. Aan de orde komen zaken als archeologie, ecologie, water en milieu; in hoofdstuk 5 worden kort de verschillende neergelegde bestemmingen en de juridische planopzet, behandeld; in hoofdstuk 6 wordt ingegaan op het kostenverhaal en de economische uitvoerbaarheid van het plan; de toelichting wordt afgesloten met hoofdstuk 7 waarin wordt ingegaan op het proces van inspraak en overleg in relatie tot dit bestemmingsplan.
8
2. Planbeschrijving Het perceel aan de Ericaweg 5 is gelegen op ca. 1,7 km ten zuiden van de kern Siebengewald. Siebengewald ligt in een merkwaardige uitstulping van de gemeentegrens. De grens loopt immers de hele tijd evenwijdig aan de Maas, maar ter hoogte van Nieuw Bergen maakt de grens in oostelijke richting een uitstulping. In deze uitstulping liggen de dorpen Siebengewald en de buurtschappen Groote Horst en Beekheuvel. De omgeving van het plangebied kenmerkt zich door agrarisch grondgebruik. Er liggen verspreid burgerwoningen en agrarische bedrijven. Het Natura 2000 gebied De Maasduinen ligt op circa 1,4 km van het plangebied. Het bebouwingslint aan de Ericaweg bestaat met name uit woonpercelen met vrijstaande woningen. In 2019 zijn er aan de Ericaweg, tegenover het plangebied, nog vijf bouwpercelen voor vrijstaande woningen in de verkoop gegaan.
Nieuwe bouwpercelen met aan overzijde het plangebied (bron: google.nl)
2.1 Huidige situatie Ongeveer veertig jaar geleden is de schoonvader van de initiatiefnemer een tuinbouwbedrijf begonnen op het perceel Ericaweg 5. Het perceel was volledig bebouwd met kassen voor de bloementeelt. De percelen tegenover het perceel Ericaweg 5 waren ook in eigendom en eveneens vol gebouwd met kassen. Inmiddels zijn het merendeel van deze kassen gesloopt. Ongeveer dertig jaar geleden is de zwager van de initiatiefnemer gestart met een loonbedrijf op het perceel Ericaweg 5. Dit bedrijf heeft inmiddels ook de bedrijfsactiviteiten beëindigd. Binnen het plangebied is een bedrijfswoning, een werkplaats, twee kassen (inmiddels gesloopt) en een parkeerterrein aanwezig ten behoeve van het loonbedrijf. De bedrijfsactiviteiten bestonden uit:
• • • • •
loonbedrijf (Asperges ), bewerken bodem, zaaien en planten asperges, etc. werkplaats-reparatie en onderhoud van landbouw machines (lassen, zagen, slijpen, constructie), stalling tractoren en landbouwmachines, opslag van machineonderdelen.
9
Het plangebied is kadastraal bekend als BGN02-L-5 en heeft een oppervlakte van 4826 m2. Het plangebied is ingedeeld in een bedrijfsgedeelte, een woongedeelte en een gedeelte met voornamelijk grasland. De bebouwing binnen het plangebied bestaat uit een bedrijfswoning, een loods, een houten schuur, een opslagplaats voor afvalcontainers en een tweetal kassen (inmiddels gesloopt). De gezamenlijke oppervlakte aan bebouwing bedraagt circa 584,5 m2. De bedrijfswoning heeft een oppervlakte van 135 m2. De L-vormige loods (160 m2), naast de bedrijfswoning, was in gebruik als werkplaats, kantoor en magazijn. De twee kassen (gezamenlijk 240 m2, inmiddels gesloopt) waren in gebruik voor de opslag van landbouwmachines en onderdelen. De houten schuur heeft een oppervlakte van 41,5 m2, een goothoogte van 1,80 meter en een bouwhoogte van 2,70 meter. De opslagplaats voor afvalcontainers heeft een oppervlakte van 8 m2 en een bouwhoogte van 2,30 meter. Ontsluiting van het perceel vindt plaats op de Ericaweg en op de Callunastraat.
Indeling perceel Ericaweg 5 (bron: pdok.nl)
10
Bebouwd oppervlak perceel Ericaweg 5 (bron: pdok.nl) Landschap In het Landschapsplan van de gemeente Bergen is het plangebied gelegen binnen de landschapseenheid Leege Heide. Karakteristiek voor dit gebied zijn grootschalige landbouwontginningen met een grofmazig stelsel van lanen van zomereik, oude ontginningen en gehuchten bij Siebengewald: Flieray, Vrij (langs de Kendel) met houtwallen met eikenhakhout (en andere soorten als berk, hulst) en Lakei en Groote Horst met enkel erfbeplantingen. Verder Duitse erfbeplantingen met sparren. De gewenste landschapsstructuur van dit gebied is een verdichting van de bestaande patronen, waarbinnen nieuwe ontwikkelingen een plaats kunnen krijgen.
2.2 Toekomstige situatie De initiatiefnemer is eigenaar van het voormalige bedrijfsperceel, de bedrijfsactiviteiten zijn inmiddels beëindigd. Het is de wens van de initiatiefnemer om de bestemming van dit perceel te wijzigen in ‘Wonen’ en aan de zuidzijde van het plangebied een vrijstaande levensloopbestendige woning te realiseren. De aanwezige kassen (240 m2) zijn daarvoor reeds gesloopt, de houten schuur (41,5 m2) en de opslagplaats voor afvalcontainers (8 m2) zullen voor 31 december 2027 ook gesloopt gaan worden. Dit woonperceel krijgt een oppervlakte van circa 1600 m2. De lengte van het perceel is circa 60 meter aan de rechterzijde van de woning, aan de linkerzijde is de lengte circa 43 meter. Het nieuwe perceel is 50 meter breed. De inhoud van de nieuwe woning, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken, mag niet meer bedragen dan 800 m3. De goothoogte van de nieuwe woning mag niet meer bedragen dan 6,5 meter, de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 10 meter. De oppervlakte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 125 m2. Bijbehorende bouwwerken mogen niet voor de voorgevelrooilijn van de woning worden opgericht.
11
Op basis van de ruimtelijke karakteristiek is er een invulling gegeven aan het plangebied. Het plan sluit daardoor nauw aan bij de directe omgeving qua verkaveling, positie en de oriëntatie van de bebouwing. De bebouwing wordt wat betreft maat en schaal en ook wat betreft kleur- en materiaalgebruik in harmonie met de omliggende bebouwing ontworpen. Daarnaast zal het perceel worden voorzien van een goede landschappelijke inpassing, dit geeft een landschappelijke meerwaarde aan het perceel en de omgeving. Ontsluiting van het perceel vindt plaats via een nieuw aan te leggen in- en uitrit op de Callunastraat. Voor het parkeren van twee of meer auto’s is voldoende ruimte op het perceel.
Toekomstige situatie Levensloopbestendig De woning wordt levensloopbestendig uitgevoerd. Een levensloopbestendige woning is een woning die zo gebouwd is, dat deze geschikt is voor iedere levensfase van een bewoner. Een levensloopbestendige woning groeit als het ware mee met de bewoners. Daarmee wordt voorkomen dat bewoners moeten verhuizen vanwege ouderdom of een beperking. Duurzaamheid De nieuwe woning wordt vanzelfsprekend energieneutraal of nul-op-de-meter gerealiseerd. De nieuwe woning zullen dus op een alternatieve manier worden voorzien van energie, te denken valt aan warmte vanuit bodem en/of lucht, alsook zonnepanelen. Een groot deel van de dakvlakken biedt door een gunstige oriëntatie goede mogelijkheden voor de benutting van zonne-energie, zodat een duurzame woning kan worden gerealiseerd. Positieve gezondheid Rondom het plangebied is, in de bestaande situatie, niet voldoende ruimtelijke scheiding aanwezig tussen enerzijds milieubelastende bedrijven of inrichtingen (het loonbedrijf) en anderzijds hindergevoelige objecten en bestemmingen (woningen). Er is geen sprake van
12
een goede ruimtelijke ordening. De voorgenomen ontwikkeling maakt het mogelijk dat de bedrijfsbestemming van het perceel Ericaweg 5 wordt gewijzigd in ‘Wonen’, hiermee vervalt de hindercontour (geluid) van 30 meter. Dit resulteert in een positieve bijdrage aan het woon- en leefklimaat van de omgeving. De wijziging is aanvaardbaar vanuit milieuhygiënisch oogpunt, in de nabije omgeving van het plangebied zijn geen bedrijven die een belemmering vormen. De omliggende agrarische bedrijven liggen op een afstand van meer dan 300 meter. De wijziging leidt daarmee niet tot extra belemmeringen voor omliggende (agrarische) bedrijven (voorwaarde f en g uit artikel 6.7.3 wijzigingsbevoegdheid geldend bestemmingsplan).
2.3 Landschappelijke inpassing Het plangebied is onderdeel van het huidige kavel aan de Ericaweg 5 en grenst aan de Callunastraat in Siebengewald en valt onder de gemeente Bergen. Het is de bedoeling dat de huidige situatie landschappelijk wordt ingepast waarmee de nieuwe woning een vanzelfsprekend onderdeel is van het omringende landschap. Omdat het groene karakter van de gemeente een belangrijke identiteitsdrager is, verlangt de gemeente Bergen een haalbaar landschappelijk inrichtingsplan, waarbij nieuwe ontwikkelingen worden ingezet ter versterking van deze groene kwaliteit. In de planvorming is rekening gehouden met een drietal zaken die van belang zijn: 1. Landschap 2. Cultuurhistorie 3. Wensen van de eigenaar Dit landschappelijk inrichtingsplan borduurt verder op het ‘Landschapsplan gemeente Bergen 2013’. Hierin is verkenning van het landschap en afwegingskader landschappelijke inpassing uitgevoerd en zijn uitgangspunten en randvoorwaarden gesteld. Hieronder volgt een concrete, landschappelijke uitwerking van deze notitie. Inrichtingselementen Het landschappelijk inrichtingsplan is zoveel mogelijk afgestemd op het Landschapsplan van de gemeente Bergen. Dit resulteert in een landschappelijk en cultuurhistorisch verantwoorde inrichting. Het perceel ligt in het landschappelijke deelgebied ‘Leege Heide’.
Dit gebied heeft een karakteristiek van grootschalige landbouwontginningen met grofmazig stelsel van lanen van zomereik, oude ontginningen en gehuchten. De nadruk ligt in dit landschappelijke inrichtingsplan ligt op de kenmerkende structuren van dit gebied. Dit zijn: beukenhagen vrijstaande inheemse bomen hoogstamboomgaard kruidenrijk grasland Planbeschrijving De hierboven beschreven elementen zijn terug te vinden op de bijgevoegde ontwerpkaart. Naast de ontwerpkaart is een plantsoenlijst voor de landschappelijke inpassing gemaakt. Deze lijst beschrijft de toegepaste soorten, maar ook de maat, plantafstand en beheerhoogte. Wanneer het gaat om een landschappelijke inpassing zijn vooral de grote structuren op of rond het perceel van belang. Deze hebben landschappelijk gezien de meeste impact en zijn bepalend voor het aanzien. Tevens is het doel om met deze inpassing een bijdrage te leveren aan het versterken van natuurwaarden en bevorderen van biodiversiteit. Deze structuren zijn in veel gevallen erf-overschrijdend en zorgen ervoor dat het erf onderdeel wordt van het landschap. Dergelijke structuren bestaan voornamelijk uit opgaande beplantingselementen welke verschillend van aard kunnen zijn.
13
Meidoorn- en beukenhagen De bestaande beukenhaag aan de voorzijde van het perceel krijgt d.m.v. beheer een hoogte van ca. 1,2m hoog, waardoor een relatie met het tegenoverliggende open landschap ontstaat. Deze haag markeert tevens ook het entreegebied van de nieuwe kavel. Als perceelscheiding wordt er een beukenhaag voorgesteld met een beheerhoogte van ca. 2 meter. Vrijstaande inheemse bomen Op het gehele perceel worden drie gebiedseigen solitaire bomen aangeplant om de bebouwing te verankeren in het landschap. Naast landschappelijke inpassing dragen deze bomen ook bij aan de verhoging van de biodiversiteit. Hoogstamboomgaard De voorgestelde boomgaard maakt een natuurlijke perceelscheiding. Diverse soorten en bloeitijden verhogen de belevingswaarde en biodiversiteit. De voorgestelde soorten zijn ter indicatie. Kruidenrijk grasland Als basislaag wordt er aan de randen van de houtsingel, onder de hoofdstamboomgaard en overhoeken gestimuleerd om een natuurlijke kruidenvegetatie op gang te brengen. Dit doormiddel van een natuurlijk maaibeheer. De gelaagdheid in beplanting, haag, struiken, bomen en solitairen zorgen voor een goede inpassing in de omgeving. Op de plantsoenlijst (zie bijlage 1 van deze toelichting) zijn de beplantingssoorten en plantwijze nader beschreven.
De ontwerpkaart (zie bijlage 1 van deze toelichting) toont aan hoe de locatie voorzien wordt van een robuuste landschappelijke structuur die de locatie een vanzelfsprekend onderdeel laat zijn van het landschap. Tevens draagt zij met haar robuuste structuur bij aan de landschappelijke kwaliteiten en ecologische waarden van dit gebied.
Landschappelijke inpassing nieuwe woning
14
3.Beleidskader 3.1 Algemeen Het (inter)nationale en provinciale beleid is neergelegd in verschillende nota's betreffende de ruimtelijke ordening, alsmede in de verschillende structuurvisies. Een "doorzetting" van dit beleid vindt veelal plaats in verschillende gemeentelijke en provinciale uitwerkingsnota's, beleidsplannen en bestemmingsplannen. Het beleid zoals dat door de hogere overheden wordt voorgestaan, is veelal van een andere schaal en aard dan de schaal die noodzakelijk is voor het opstellen van een (kleinschalig) bestemmingsplan. In dit hoofdstuk wordt dan ook uitsluitend ingegaan op de voor de ontwikkeling van het plangebied relevante beleid.
3.2 Rijksbeleid 3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. De NOVI vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen Nederland staat, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke prioriteiten de Rijksoverheid stelt bij de inrichting van Nederland en hoe het Rijk keuzes maakt in de uitvoering daarvan. Keuzes die samenhangen met toekomstbeelden over de fysieke leefomgeving, maatschappelijke opgaven en bijbehorende economische perspectieven.
Steeds duidelijker wordt dat de opgaven alleen goed aangepakt kunnen worden als dat in samenhang gebeurt, het ontwikkelpotentieel van heel Nederland optimaal wordt benut en gezorgd wordt voor een duurzame verbinding van alle delen van Nederland en met de landen om ons heen. Het beleid in de leefomgeving is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de betrokken overheden. De NOVI geeft aan waar het Rijk zich op nationale schaal aan bindt, waar het regie voert richting medeoverheden of waar het juist aan de medeoverheden is om keuzes te maken. Provincies en (samenwerkende) gemeenten zullen in hun omgevingsvisies uiting geven aan hun eigen verantwoordelijkheid en keuzes in de fysieke leefomgeving. Met de NOVI wordt in beeld gebracht waar kansen liggen. Kansen om de kwaliteit van onze leefomgeving te verbeteren. Kansen om sociale samenhang, gezondheid en economisch herstel te bevorderen en kansen om schone, veilige en duurzame technieken, die bijdragen aan de beoogde transitie naar een circulaire samenleving – stevig te verankeren in onze manier van leven en werken. Daartoe zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's
15
4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Ten behoeve van die afweging gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes:
•
•
•
combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.
3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden en omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij het Barro kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit. In het bestemmingsplan voor het buitengebied dient met name rekening te worden gehouden met de door het Rijk geformuleerde belangen inzake natuur (Ecologische Hoofdstructuur en Natura 2000-gebieden). 3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 oktober 2012 is de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De ladder voor duurzame verstedelijking is opgezet met als primair doel het tot stand brengen van een goede ruimtelijke ordening, door middel van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden.
Concreet houdt dit in dat de ladder als ondersteuning dient voor decentrale overheden (provincies en gemeenten) bij de vraaggerichte programmering van hun grondgebied. Hierdoor kan er een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming plaatsvinden bij ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Daarbij mogen dus enkel criteria een rol spelen die ruimtelijk relevant zijn. De juridische grondslag van de ladder voor duurzame verstedelijking ligt in het Bro (artikel 3.1.6 lid 2), beleidsmatig is de ladder geïntroduceerd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De ladder is daarmee kaderstellend voor alle juridisch verbindende ruimtelijke plannen van de decentrale overheden, zoals de gemeentelijke bestemmingsplannen en de provinciale inpassingsplannen. Voorheen bestond de ladder uit drie treden die doorlopen moesten worden ter verantwoording van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, maar per 1 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen van kracht geworden. Eén van de belangrijkste is dat de drie treden worden losgelaten. Feitelijk is er nog maar één trede: "er dient gemotiveerd worden dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte." Het betreft ontwikkelingen zowel binnen als buiten stedelijk gebied. Het realiseren van een ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied moet nadrukkelijk gemotiveerd worden.
Bij de motivering moet een goede ruimtelijke ordening het oogpunt zijn. Dit
16
betekent concreet het tegengaan van ongewenste leegstand en het stimuleren van zorgvuldig ruimtegebruik. De behoefte moet worden onderbouwd op het niveau van het ruimtelijk verzorgingsgebied van de ontwikkeling zelf. Bij de ene ontwikkeling is het ruimtelijk verzorgingsgebied groter dan bij de andere ontwikkeling. Bij elk plan hoort met andere woorden een bij die ontwikkeling passende onderbouwing. Daarbij moet opgemerkt worden dat als de stedelijke ontwikkeling ziet op de vestiging van een dienstenactiviteit, het onderzoek naar de actuele regionale behoefte geen betrekking mag hebben op de economische behoefte, de marktvraag, de beoordeling van de mogelijke of actuele economische gevolgen of een beoordeling in relatie tot de door de gemeenteraad vastgestelde doelen van economische planning. Het onderzoek heeft slechts tot doel om na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voor woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuitspraak dat 'in beginsel' sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden.
Voor wonen is daarmee de lijn, dat er vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. 3.2.4 Toets van het initiatief aan het Rijksbeleid In het voorliggend bestemmingsplan wordt het perceel Ericaweg 5 in Siebengewald voorzien van een nieuwe bestemmingsregeling voor de herontwikkeling van een bestaand bedrijfsperceel. De bestemming 'Bedrijf' wordt gewijzigd in de bestemming 'Wonen'. De bestaande bedrijfswoning wordt daarmee een reguliere burgerwoning, daarnaast wordt op het perceel een extra vrijstaande levensloopbestendige woning gerealiseerd.
• • •
In het voorgenomen plan is er sprake van een kleinschalige lokale ontwikkeling waarmee geen rijksbelangen zijn gemoeid. Er is dan ook geen sprake van strijd met het rijksbeleid zoals verwoord in de Nationale Omgevingsvisie. de regels die zijn opgenomen in het Barro zijn niet van toepassing op onderhavig plangebied. Het Barro vormt derhalve geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling in het plangebied; Het betreft een kleinschalige ontwikkeling, er wordt één woning toegevoegd. De ladder voor duurzame verstedelijking is niet van toepassing.
17
3.3 Provinciaal beleid 3.3.1 Omgevingsvisie Limburg De Omgevingsvisie Limburg is op 1 oktober 2021 vastgesteld door Provinciale Staten. In de Omgevingsvisie Limburg is de lange termijnvisie van de provincie Limburg beschreven. In de visie staat beschreven hoe de provincie richting wil geven aan toekomstbestendige ontwikkeling en hoe daarbij steeds de balans wordt gezocht tussen het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. De provincie geeft met deze visie een doorkijk voor de periode 2021 tot 2030 - 2050. De Omgevingsvisie Limburg vervangt het in 2014 vastgestelde Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014) en is in een interactief proces met overheden, semi - overheden, belangenvertegenwoordigers, andere partnerorganisaties en inwoners opgesteld. De visie bouwt deels voort op eerder gemaakte beleidskeuzes. Op andere onderdelen zijn nieuwe keuzes gemaakt. De Omgevingsvisie richt zich op de langere termijn (2030-2050) en richt zich op drie hoofdopgaven: 1. een aantrekkelijk, sociale, gezonde en veilige leefomgeving, zowel in stedelijk als in landelijk gebied; 2. een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie, inclusief landbouwtransitie; 3. klimaatadaptie en energietransitie Bij de afweging tussen het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving worden de zogeheten Limburgse principes gehanteerd:
• • • •
Streven naar een inclusieve, gezonde en veilige samenleving. De inrichting en ontsluiting van gebieden nodigt uit tot ontmoeten, recreëren en maatschappelijke betrokkenheid. De kenmerken en identiteit van gebieden staan centraal. Er is ruimte voor maatwerk. Meer stad, meer land. Uitgaan van variatie in gebieden: stedelijke functies worden geconcentreerd in compacte steden en dorpen. Landelijke gebieden worden als tegenhanger van de drukkere stedelijke gebieden ontwikkeld. Zorgvuldige omgang met ruimte en voorraden. Ingezet wordt op een sociaaleconomische ontwikkeling zonder vraagstukken af te wentelen naar volgende generaties.
Bij het thema 'wonen en leefomgeving' wordt gestreefd naar een woningaanbod/planvoorraad waarbij vraag en aanbod in evenwicht zijn, in kwalitatief en kwantitatief opzicht. Ofwel: voldoende (betaalbare) woningen van de juiste kwaliteit op de juiste plek op het juiste moment. 3.3.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 Bij het POL2014 hoort de Omgevingsverordening Limburg 2014. De juridische doorwerking van het omgevingsbeleid wordt in deze verordening geregeld. Naast bepalingen die voor iedereen gelden (gedragsregels), bevat de Omgevingsverordening ook een hoofdstuk "Ruimte", waarin instructieregels naar gemeenten zijn opgenomen. De te maken regionale bestuursafspraken worden in de Omgevingsverordening Limburg 2014 geborgd. De Omgevingsverordening Limburg 2014 is, net als het POL2014, op 12 december 2014 vastgesteld door Provinciale Staten en is per 16 januari 2015 in werking getreden. Sindsdien hebben allerlei wijzigingen van de Omgevingsverordening Limburg 2014 plaatsgevonden. In het kader van dit initiatief is de meest recente geconsolideerde versie geraadpleegd van december 2022.
18
Wat betreft woningen wordt in artikel 2.4.2 lid 1 van de Omgevingsverordening bepaald dat een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg niet voorziet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede een bestaande planvoorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg. 3.3.3 Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg De gemeente Bergen heeft samen met de gemeenten in Noord-Limburg (Beesel, Gennep, Horst aan de Maas, Mook en Middelaar, Peel en Maas, Venray en Venlo en de provincie Limburg) afspraken gemaakt over de regionale woningmarkt. In 2016 resulteerde dit in de ‘Regionale Structuurvisie wonen Noord-Limburg’. Ondertussen is op 22 september 2020 de geactualiseerde ‘Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020 – 2024’ vastgesteld. Op grond van artikel 2.1, lid 3 Wet ruimtelijke ordening (Wro) heeft de ‘Regionale Woonvisie Noord Limburg 2020 – 2024’ de status van een intergemeentelijke structuurvisie. Hierdoor heeft het document een juridische status en een zelfbindend karakter. Voor de gemeente Bergen gold in het kader van de ‘Regionale Structuurvisie wonen Noord Limburg’ een reductieopgave van 109 woningbouwplannen in de periode 2016-2020.
Uit de recent vastgestelde Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 blijkt dat de gemeente Bergen de gestelde opgave ruim heeft overtroffen. Een van de centrale opgave in de Regionale Woonvisie is de kwalitatieve mismatch tussen de (toekomstige) woningbehoefte en de bestaande woningvoorraad. Hierover staat aangegeven dat bij nieuwbouw bij voorkeur ingezet dient te worden op de realisatie van toekomstbestendige en flexibele woonsegmenten. Hierbij dienen de huishoudprognose van E’til (Progneff) als referentieprognose ten aanzien van het aantal nog toe te voegen nieuwbouwwoningen. Echter, de kwalitatieve toets is leidend. Progneff wordt daardoor als basis gehanteerd, maar er is (indien kwalitatief wenselijk) ruimte om ‘goede dingen’ te blijven realiseren. Daarvoor gelden de volgende regionale uitgangspunten:
• • • • • •
Toevoegen van woningen in principe alleen in de kernen; Gekeken dient te worden naar koppelkansen; Toevoegen van woningen leidt niet tot het vergroten van de kwetsbare woningoverschot; Het type toe te voegen woning moet passen binnen de kwalitatieve behoefte; De regio streeft sociale en duurzame woonconcepten na; Er wordt gezocht naar aansluiting op de landelijk, regionale en lokale duurzaamheidsdoelen.
Aanvullend is daarnaast in de Regionale Woonvisie tevens opgenomen dat:
• •
• •
Naast nieuwbouw dient er ook gekeken te worden naar de potentie van de bestaande voorraad en hoe deze zich verhoudt tot de veranderende (kwalitatieve) behoefte. Ook dient er aandacht te zijn voor de huisvesting van specifieke doelgroepen, zoals starters en ouderen. Ten aanzien van deze doelgroepen wordt vooral ingezet op het realiseren van geschikte woningen voor ouderen, daar op deze manier de doorstroming wordt bevorderd. Zo ontstaat er tevens ruimte voor de starter op de woningmarkt. Vraag en aanbod dienen in de regio beter met elkaar in evenwicht te zijn. De oplossing hiervoor ligt grotendeels binnen de bestaande woningvoorraad. Leefbaarheid in kleine kernen staat onder druk. Toevoegen van woningen (in kleine mate) kan helpen om de leefbaarheid te verbeteren, maar vooral om de doorstroming te bevorderen.
19
3.3.4 Toetsing van het initiatief aan het provinciaal beleid In het voorliggend bestemmingsplan wordt het perceel Ericaweg 5 in Siebengewald voorzien van een nieuwe bestemmingsregeling voor de herontwikkeling van een bestaand bedrijfsperceel. De bestemming 'Bedrijf' wordt gewijzigd in de bestemming 'Wonen'. De bestaande bedrijfswoning wordt daarmee een reguliere burgerwoning, daarnaast wordt op het perceel een extra vrijstaande levensloopbestendige woning gerealiseerd. De aanwezige kassen (240 m2) op het perceel zijn daarvoor reeds gesloopt. De voorgenomen ontwikkeling is voorzien van een landschappelijke inpassing. Verder is sprake van een ontwikkeling binnen het bestaande bebouwingslint en betreft het een herstructurering van een bestaand bedrijfsperceel.
• •
•
• •
•
•
•
De voorgenomen functieverandering aan de Ericaweg 5 zorgt voor een aantrekkelijke woonomgeving en levert tegelijkertijd een positieve bijdrage aan het woon- en leefklimaat van de omgeving door de beëindiging van de bedrijfsactiviteiten. Bij dit initiatief is er sprake van de sloop van voormalige opstallen. De sloop van deze opstallen heeft een positief effect op de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. De situering van de nieuwe woning is aangepast aan de kavelstructuur van het gebied, de grootte van de nieuwe woning is gezien de aard en de uitstraling passend bij het perceel en de omgeving. Daarnaast is het geheel voorzien van een landschappelijke inpassing, door de randen van het plangebied aan te zetten met houtsingels wordt er een positieve bijdrage geleverd aan de kernkwaliteiten van het landschap in dit gebied. De sloop- en nieuwbouw heeft geen nadelige invloed op de kwaliteiten van het gebied. Volgens de Regionale Woonvisie is aansluiting op de vraag van de consument noodzakelijk (de marktvraag). Er is sprake van een levensloopbestendige woning, dit geeft flexibiliteit aan het gebruik van de woning door diverse doelgroepen. Het initiatief is daarom niet in strijd met de Regionale Woonvisie. Het betreft een kleinschalige ontwikkeling, er wordt één woning toegevoegd. De ladder voor duurzame verstedelijking is niet van toepassing.
De nieuwe woning wordt vanzelfsprekend energieneutraal of nul-op-de-meter gerealiseerd. De nieuwe woning zullen dus op een alternatieve manier worden voorzien van energie, te denken valt aan warmte vanuit bodem en/of lucht, alsook zonnepanelen. Een groot deel van de dakvlakken biedt door een gunstige oriëntatie goede mogelijkheden voor de benutting van zonne-energie, zodat een duurzame woning kan worden gerealiseerd. De planlocatie maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied. Op een afstand van circa 1,4 km ligt het Natura 2000-gebied ‘Maasduinen’. De beoogde ruimtelijke ingreep betreft de realisatie van een woning. Ondanks dat deze buiten een Natura 2000-gebied uitgevoerd wordt, kunnen er nog steeds effecten optreden. Voor een aantal effecten (trillingen, geluid, optische verstoring etc.) geldt dat de afstand tot de omliggende Natura 2000-gebieden per definitie te groot is om te resulteren in negatieve effecten. In het kader van de Wet natuurbescherming, onderdeel Natura 2000, dient vooraf zekerheid te zijn verkregen dat er geen sprake is van negatieve effecten op Natura 2000-gebieden. Hiervoor is een stikstofberekening uitgevoerd (zie bijlage 2 van deze ruimtelijke onderbouwing). Uit de berekening blijkt dat de aangevraagde ontwikkeling in de aanlegfase en de gebruiksfase geen stikstofdepositie veroorzaakt hoger dan 0.00 mol/ha/jr.
De voorgenomen ontwikkeling aan de Ericaweg 5 betreft de functieverandering van een bedrijfslocatie naar een woonlocatie, het Limburgs Kwaliteitsmenu (LKM) is niet van toepassing. Het plangebied wordt desondanks voorzien van een landschappelijke inpassing en draagt daarmee bij aan een verbetering van de ruimtelijke omgevingskwaliteit.
Conclusie Aangezien de nieuwe situatie geen nadelige gevolgen heeft voor de omgeving en dat er geen nadelige gevolgen zijn voor natuur voldoet het plan aan voornoemde provinciale ambitie. Het
20
provinciaal beleid staat de planontwikkeling niet in de weg. De voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten zoals verwoord in de omgevingsvisie en de omgevingsverordening Limburg.
21
3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Omgevingsvisie Bergen 2030 In de afgelopen jaren is ook in de gemeente Bergen veel veranderd op het gebied van onder andere bevolkingsopbouw, duurzaamheid en economie. Daarom heeft de gemeenteraad op 23 april 2019 de Omgevingsvisie Bergen 2030 vastgesteld. Deze visie bepaalt in welke richting de gemeente zich wil ontwikkelen. De Omgevingsvisie heeft betrekking op het hele grondgebied van de gemeente Bergen, met uitzondering van het gebied Wells Meer. Concrete aanvragen van overheden, organisaties, ondernemers en burgers toetst gemeente Bergen voortaan aan de tien navolgende uitgangspunten van deze visie: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.
Waterbeheer op maat; Voorzieningen bereikbaar houden; Verder bouwen aan een gezonde leefomgeving; Energie onafhankelijk in 2030; Woningvoorraad op maat; Versterken natuurwaarden en biodiversiteit; De meest toekomstbestendige gemeente; Leefklimaat in de dorpen verbeteren; Landschap en Landbouw in balans; Kwaliteitsslag en zonering recreatievoorzieningen.
Uitsnede Omgevingsvisie Bergen 2030, plangebied aangeduid met oranje cirkel
22
3.4.2 Woonvisie Bergen Op 20 december 2017 heeft de gemeenteraad de woonvisie Bergen vastgesteld. De Woonvisie vormt de basis voor het woningbouwprogramma in de komende jaren, afstemming met de buurgemeenten en prestatieafspraken met Destion. Het vertrekpunt voor de woonvisie Bergen zijn de vijf inhoudelijke pijlers voortkomend uit de Regionale Woonvisie Noord-Limburg. De visie voor 2030 is het creëren van dorpen in een landelijke omgeving, waarin mensen graag willen verblijven en wonen ongeacht hun leeftijd, mobiliteit of gezondheid. Hierbij worden bijzondere woonvormen (zoals (tijdelijke) woonvoorzieningen voor 1- of 2persoonshuishoudens en exclusieve/gebiedseigen woonmilieus) gerealiseerd, zowel geschikt voor jongeren als voor ouderen. Belangrijk punt hierbij is om ervoor te zorgen dat er woningen beschikbaar zijn voor jongeren die in eigen dorp willen blijven wonen maar ook woningen voor gezinnen die de stad willen verruilen voor rust en ruimte binnen gemeente Bergen. Er dienen ook voorzieningen te worden gefaciliteerd voor ouderen die graag zo lang mogelijk thuis willen blijven wonen, echter dienen er ook alternatieven te zijn voor hen die daar niet meer toe in staat zijn. Daarnaast is het van belang oog te blijven houden op het behouden en versterken van de ruimtelijke kwaliteit en de cruciale plekken te verbeteren.
Daarnaast is het ook van belang ontmoetingsplaatsen te creëren waar bewoners elkaar kunnen treffen om zo vereenzaming tegen te gaan en samenhorigheid te creëren. Het doel is dan ook dat in 2030 er sprake is van eigen kracht en verantwoordelijkheid van inwoners. Inwoners zorgen voor elkaar en hun woonomgeving waarbij verschillende samenwerkingsverbanden ontstaan op het gebied van zorginkoop, energiebesparing, gezamenlijk tuinonderhoud en het realiseren van kleinschalige (CPO) woningbouwprojecten. Centraal staat in de woonvisie de doelstelling: ‘Aantrekkelijke woon- en leefklimaat passend bij veranderende vraag van de consument nu en straks’. Om deze doelstelling te bereiken zijn er 3 pijlers opgesteld waarin het woonbeleid verder is uitgewerkt: 1. De juiste woning op de juiste plek; 2. Kwaliteit woon- en leefomgeving: wonen-welzijn-zorg en duurzaamheid; 3. Samen werken aan een aantrekkelijke gemeente. 3.4.3 Landschapsplan gemeente Bergen In 2013 heeft de gemeente Bergen het 'Landschapsplan gemeente Bergen, Verkenning van het landschap, afwegingskader landschappelijke inpassing' gepubliceerd. Het meer dan 11.000 hectare grote, langgerekte buitengebied van de gemeente Bergen in noord-Limburg kent een aantal kenmerkende landschappelijke kwaliteiten. Het Maasdal, de rivierduinen en de verschillende grote en kleinere landbouwgebieden zijn de belangrijke beelddragers.
Het concreet benoemen en herkennen van de bouwstenen van deze landschappen, met name groene en cultuurhistorische elementen, vormt de basis van een verantwoorde omgang ermee. In het landschapsplan wordt een samenvattend overzicht gegeven van de ontstaansgeschiedenis van het gebied, wordt kort ingegaan op het [regionaal] landschapsbeleid; en wordt een compleet overzicht gegeven van de thans aanwezige landschapselementen. In het tweede deel wordt aan de hand van een aantal voorbeelden nader ingegaan op het aspect van bebouwing in het buitengebied en de landschappelijke inpassing daarvan. Hiermee wordt gepoogd een leidraad op te stellen voor de bewoners en gebruikers van het buitengebied om zodoende de kwaliteiten van het gebied te behouden en mogelijk verder te ontwikkelen. Het plangebied is gelegen in de zogenoemde ‘Leege Heide’. Hier vonden vanaf 1850 grootschalige ontginningen plaats. Kenmerkend voor dit gebied is het grootmazige stelsel
23
van lanen van zomereik en de oude ontginningen en gehuchten bij Siebengewald zoals Flieray. In dit gebied is relatief veel vrijgekomen agrarische bebouwing maar het landschap veranderd qua beeld weinig. Als gewenste landschapsstructuur wordt opgemerkt dat intensieve veehouderijen qua schaal en maat nieuwe elementen in het open landschap zijn. Deze zijn tot op heden nog niet prominent aanwezig, ook vanwege de vorm, kleurstelling en lijnvormige beplantingen die gebouwen die de gebouwen op termijn aan het zicht gaan onttrekken. Bij kleinschalige ontwikkelingen zoals woningbouw kan een informele vorm van inpassing gekozen worden. Bij vrijgekomen agrarische bebouwing zijn de sparrenbeplantingen wellicht goed in te passen. Denk hierbij aan sparren, boerenborgendjes, meidoornof beukenhagen en/of vrijstaande inheemse bomen en grote vruchtenbomen. De uitgangspunten van het landschapsplan Bergen 2013 zijn leidend geweest in het opstellen van een landschappelijk inpassingplan voor het plan. Voor een nadere uitwerking hiervan wordt verwezen naar paragraaf 2.3. 3.4.4 Toetsing initiatief aan het gemeentelijk beleid In het voorliggend bestemmingsplan wordt het perceel Ericaweg 5 in Siebengewald voorzien van een nieuwe bestemmingsregeling voor de herontwikkeling van een bestaand bedrijfsperceel. De bestemming 'Bedrijf' wordt gewijzigd in de bestemming 'Wonen'.
De bestaande bedrijfswoning wordt daarmee een reguliere burgerwoning, daarnaast wordt op het perceel een extra vrijstaande levensloopbestendige woning gerealiseerd. De aanwezige kassen (240 m2) op het perceel zijn daarvoor reeds gesloopt. De voorgenomen ontwikkeling is voorzien van een landschappelijke inpassing, er is sprake van een ontwikkeling binnen het bestaande bebouwingslint.
•
•
•
De gemeente is van plan om de komende jaren een meer verdicht wooncluster te realiseren binnen het bebouwingscluster Gochsedijk/ Callunastraat/ Heidestraat. Hiervoor is in december 2022 nog een grondaankoop gedaan (besluit gemeenteraad 15 december 2022). Dit om invulling te geven aan de behoefte aan woningbouwkavels met een mix van woningtypen in Siebengewald. Het plangebied valt binnen dit bebouwingscluster. Tevens wordt met functieverandering naar 'wonen' zeker gesteld, dat er zich ter plaatse geen nieuw grootschalig niet-agrarisch bedrijf meer kan vestigen en ontstaat in het bebouwingscluster een monofunctioneel woongebied. Het verzoek draagt bij aan het realiseren van ambities uit de Omgevingsvisie. De gemeenteraad heeft in de Omgevingsvisie Bergen 2030 tien ambities benoemd, gericht op het realiseren van de meest toekomstbestendige gemeente van Nederland in 2030. Dit komt tot uiting in bijvoorbeeld het streven naar minder verharding op het voormalige bedrijfsperceel, het afkoppelen van hemelwater maar ook het versterken van natuurwaarden en biodiversiteit door het aanbrengen van beplanting. Het voorliggend plan voldoet aan deze uitgangspunten. De voorgenomen ontwikkeling aan de Ericaweg 5 zorgt voor een aantrekkelijke woonomgeving en levert tegelijkertijd een positieve bijdrage aan het woon- en leefklimaat van de omgeving door de beëindiging van de bedrijfsactiviteiten.
Bij dit initiatief is er sprake van de sloop van voormalige opstallen. De sloop van deze opstallen heeft een positief effect op de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. De situering van de nieuwe woning is aangepast aan de kavelstructuur van het gebied, de grootte van de nieuwe woning is gezien de aard en de uitstraling passend bij het perceel en de omgeving. Daarnaast is het geheel voorzien van een landschappelijke inpassing, door de randen van het plangebied aan te zetten met houtsingels wordt er een positieve bijdrage geleverd aan de kernkwaliteiten van het landschap in dit gebied. Het plan is daarmee passend binnen de uitgangspunten van het Landschapsplan van de gemeente Bergen. Rondom het plangebied is, in de bestaande situatie, niet voldoende ruimtelijke scheiding aanwezig tussen enerzijds milieubelastende bedrijven of inrichtingen (het loonbedrijf) en anderzijds hindergevoelige objecten en bestemmingen (woningen). Er is geen sprake van een goede ruimtelijke ordening. De voorgenomen ontwikkeling maakt het mogelijk om de bedrijfsbestemming van het perceel Ericaweg 5 te
24
•
•
•
•
wijzigen in ‘Wonen’, hiermee vervalt de hindercontour (geluid) van 30 meter. Dit resulteert in een positieve bijdrage aan het woon- en leefklimaat van de omgeving. Het voorliggend plan is voorzien van een landschappelijke inpassing. De bestaande landschappelijke groenstructuur aan de overzijde van de Callunastraat wordt doorgetrokken aan de oostzijde van het perceel en markeert ook de noordzijde. Hiermee ontstaat er een robuuste landschappelijke structuur die de nieuwe woning verankert in het landschap. Het voorliggend plan voorziet in de realisatie van een levensloopbestendige woning en de bestaande bedrijfswoning wordt omgezet in een reguliere burgerwoning. Alhoewel de behoefte aan de nieuwe woning, welke is te scharen onder een koopwoning in het hogere prijssegment, niet direct uit de gemeentelijke woonvisie, is er wel degelijk behoefte aan deze woning. De nieuwe woning zal levensloopbestendig uitgevoerd worden zodat deze ook voor een latere levensfase geschikt zal zijn. Dit bestemmingsplan zorgt ervoor dat een nieuwbouw van een woning kan plaatsvinden met toekomstwaarde en draagt in die zin zeker bij aan de algemene woonbehoefte in de gemeente Bergen. Het initiatief is daarmee passend binnen de gemeentelijke woonvisie. De nieuwe woning wordt vanzelfsprekend energieneutraal of nul-op-de-meter gerealiseerd.
De nieuwe woning zal dus op een alternatieve manier worden voorzien van energie, te denken valt aan warmte vanuit bodem en/of lucht, alsook zonnepanelen. Een groot deel van de dakvlakken biedt door een gunstige oriëntatie goede mogelijkheden voor de benutting van zonne-energie, zodat een duurzame woning kan worden gerealiseerd. Het plan draagt daarmee bij aan de duurzaamheidsambities van de gemeente. In hoofdstuk 4 van deze toelichting wordt nader ingegaan op de omgevingsaspecten archeologie, cultuurhistorie, milieu, ecologie, water en verkeer. Deze omgevingsaspecten vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
Geconcludeerd wordt dat het voorliggend plan voldoet aan de uitgangspunten zoals verwoord in het gemeentelijk beleid.
25
4.Onderzoek 4.1 Algemeen In gevolge artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt in dit hoofdstuk een beschrijving opgenomen van het verrichte onderzoek naar relevante feiten en af te wegen belangen (artikel 3.2. Algemene wet bestuursrecht). Per onderzoeksaspect wordt een beschrijving gegeven van de situatie ter plaatse.
4.2 Cultuurhistorie en archeologie 4.2.1 Inleiding Op 1 januari 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening aangepast als uitwerking van het in 2009 door het rijk ingezette beleid Modernisering Monumentenzorg (MoMo). Voor de ruimtelijke ordening betekent dit een omschakeling van een objectgerichte naar omgevingsgerichte benadering. Door deze modernisering moet bij het opstellen van een bestemmingsplan meer rekening worden gehouden met cultuurhistorische waarden. Dit betekent dat naast archeologie, ook een beschrijving moet worden gegeven van de historische (steden)bouwkunde en historische geografie en hoe in het bestemmingsplan rekening is gehouden met de aanwezige cultuurhistorische waarden. 4.2.2 Cultuurhistorie In het voorliggend bestemmingsplan wordt het perceel Ericaweg 5 in Siebengewald voorzien van een nieuwe bestemmingsregeling voor de herontwikkeling van een bestaand bedrijfsperceel. De bestemming 'Bedrijf' wordt gewijzigd in de bestemming 'Wonen'. De bestaande bedrijfswoning wordt daarmee een reguliere burgerwoning, daarnaast wordt op het perceel een extra vrijstaande levensloopbestendige woning gerealiseerd. De aanwezige kassen (240 m2) op het perceel zijn daarvoor reeds gesloopt. De voorgenomen ontwikkeling is voorzien van een landschappelijke inpassing, er is sprake van een ontwikkeling binnen het bestaande bebouwingslint.
De cultuurhistorische waardenkaart (CHW-kaart) van de provincie Limburg laat zien welke cultuurhistorische interessante en waardevolle patronen en objecten zich in het plangebied bevinden. Elke tijdsperiode heeft haar weerslag gehad op de vorming van de gebouwde omgeving. Lijnen, punten en vlakken uit het verleden zijn soms nog afleesbaar in het huidige (dorps)landschap. De CHW-kaart brengt deze cultuurhistorische waardevolle patronen en objecten in beeld. Op de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Limburg zijn in het plangebied geen cultuurhistorische structuren opgenomen. De directe omgeving maakt verder geen deel uit van beschermd stads- of dorpsgezicht en er komt geen cultuurhistorisch waardevolle bebouwing in voor. Er zijn in het plangebied ook geen karakteristieke bouwwerken of andere waardevolle cultuurhistorische elementen, zoals houtwallen of verkavelingspatronen aanwezig. Beschermde monumenten In het plangebied zijn geen beschermde rijks- en/of gemeentelijke monumenten aanwezig. 4.2.3 Archeologie In het voorliggend bestemmingsplan wordt het perceel Ericaweg 5 in Siebengewald voorzien van een nieuwe bestemmingsregeling voor de herontwikkeling van een bestaand bedrijfsperceel. De bestemming 'Bedrijf' wordt gewijzigd in de bestemming 'Wonen'.
De bestaande bedrijfswoning wordt daarmee een reguliere burgerwoning, daarnaast wordt op het perceel een extra vrijstaande levensloopbestendige woning gerealiseerd. De aanwezige kassen (240 m2) op het perceel zijn daarvoor reeds gesloopt.
26
Op 13 november 2012 heeft de gemeenteraad de ‘Nota Archeologiebeleid Bergen’ vastgesteld. Hiermee is de Wet op de archeologische monumentenzorg geïmplementeerd in het gemeentelijk beleid. Op basis van de inventarisaties is een archeologisch en cultuurhistorische verwachtingsmodel opgesteld. Op basis van de beleidskaart is het plangebied gelegen in een gebied van hoge archeologische verwachting.
Uitsnede archeologische beleidskaart gemeente Bergen In het plangebied is een hoge archeologische verwachtingswaarde aanwezig. Conform het archeologiebeleid geldt in een gebied met een hoge archeologische verwachting de onderzoeksplicht vanaf bodemingrepen groter dan 250 m² en dieper dan 0,5 m. Aangezien er geen bodemroeringen plaatsvinden met een oppervlakte groter dan 250 m2, levert het aspect archeologie geen belemmeringen op voor voorliggend plan. In het geldend bestemmingsplan ‘Buitengebied 2018’ (NL.IMRO.0893.BP17007BUIBUI-VA04) en 'Buitengebied 2018, 1e herziening' (NL.IMRO.0893.BP21005BUIBUI-VA01). is er geen dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' opgenomen voor het plangebied. 4.2.4 Conclusie De aspecten archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.
27
4.3 Ecologie Wet natuurbescherming Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Deze wet vervangt drie wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. Het doel van de wet is het behouden en herstellen van de natuur. Het is belangrijk voor de natuur dat er veel verschillende planten- en diersoorten zijn. Sommige soorten zijn kwetsbaar. Een goede natuurbescherming is belangrijk. Wanneer het met de natuur goed gaat, is er ook meer ruimte voor economische en andere maatschappelijke activiteiten. De wet kent twee soorten bescherming: gebiedsbescherming en soortenbescherming. Gebiedsbescherming Natura 2000 Binnen de Wet natuurbescherming zijn de Natura 2000-gebieden beschermd. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden en vormt daarmee de basis voor het Europees beleid voor behoud en herstel van biodiversiteit. Natura 2000 is niet alleen ter bescherming van gebieden, maar draagt ook bij aan soortenbescherming. Natura 2000 omvat alle gebieden die zijn beschermd op grond van de Vogel- en Habitatrichtlijn. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen geformuleerd. Voor de Natura 2000gebieden geldt ook de zogenaamde externe werking.
Dit betekent dat ook gekeken moet worden of er negatieve effecten zijn van ontwikkelingen die plaatsvinden buiten de begrenzing van het Natura 2000-gebieden maar die toch van invloed kunnen zijn op dit gebied. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Zo een netwerk is belangrijk voor de natuur. Want grotere natuurgebieden zijn beter bestand tegen droogte, klimaatverandering en andere schadelijke invloeden. Ook kunnen er meer soorten planten en dieren leven. En kunnen planten en dieren zich makkelijker verspreiden. Soortenbescherming De soortenbescherming in de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van dier- en plantensoorten. In grote lijnen blijft de bescherming gelijk aan de oude Flora- en Faunawet. Het doel van deze wet is het in stand houden en beschermen van in het wild voorkomende dier- en plantensoorten. De wet hanteert het 'nee, tenzij'-principe. Dit betekent dat alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde dier- en plantensoorten in principe verboden zijn. Alleen onder strikte voorwaarden zijn afwijkingen van de verbodsbepalingen mogelijk. Hiervoor moet een ontheffing worden aangevraagd bij de provincie.