Toelichting en regels BP Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022 vastgesteld 2
Tekst van het document
Navolgend worden alle ontwikkelvelden kort besproken: Bleijenbeek 6A - 8: hier vindt functieverandering plaats van bestaande bebouwing. Er wordt geen extra bebouwing opgericht. Er hoeft ter plaatse niet te worden voorzien in extra waterberging.
Bleijenbeek 10: hier vindt functieverandering plaats van bestaande bebouwing. Er wordt geen extra bebouwing opgericht. Er hoeft ter plaatse niet te worden voorzien in extra waterberging.
58
bestemmingsplan "Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022" (vastgesteld)
bestemmingsplan Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022
Bleijenbeek 12: hier vindt functieverandering plaats van bestaande bebouwing. Er wordt geen extra bebouwing opgericht. Er hoeft ter plaatse niet te worden voorzien in extra waterberging.
Bleijenbeek 15: hier wordt een bestaand agrarisch bedrijf met bedrijfswoning gesaneerd en worden twee burgerwoningen met bijgebouwen teruggebouwd. Per saldo zal het verhard oppervlak ter plaatse afnemen. Er hoeft ter plaatse niet te worden voorzien in extra waterberging.
Ten zuiden van Bleijenbeek 15: hier worden vijf bouwkavels voor evenzoveel vrijstaande woningen met bijgebouwen gerealiseerd. Elke kavel zal zelfvoorzienend moeten zijn qua waterberging. Dit betekent dat op eigen terrein in extra ruimte voor waterberging zal moeten worden voorzien. De exacte grootte van de voorziening hangt af van de oppervlakte die bebouwd gaat worden. Gezien de forse grootte van de kavels is hier ruimte genoeg voor op eigen terrein. Daarnaast wordt de waterafvoer van het dak van de nieuwe bebouwing afgekoppeld. Overigens blijkt uit de kaart 'bodemdoorlaatbaarheid' van Waterschap Limburg dat de gronden in het deelgebied, gezien de k-waarde (maat voor bodemdoorlaatbaarheid in m/dag), erg geschikt zijn voor infiltratie.
‘De Boshof’: hier wordt één bouwkavel voor één vrijstaande woning gerealiseerd. Deze kavel zal zelfvoorzienend moeten zijn qua waterberging. Dit betekent dat op eigen terrein in extra ruimte voor waterberging zal moeten worden voorzien. De exacte grootte van de voorziening hangt af van de oppervlakte die bebouwd gaat worden. Gezien de forse grootte van deze kavel is hier ruimte genoeg voor op eigen terrein. Daarnaast wordt de waterafvoer van het dak van de nieuwe bebouwing afgekoppeld. Uit de kaart 'bodemdoorlaatbaarheid' van Waterschap Limburg blijkt overigens dat de gronden in het deelgebied, gezien de k-waarde, minder geschikt zijn voor infiltratie. Er zou dus eigenlijk een buffervoorziening moeten worden gerealiseerd. Er is echter vlakbij geen oppervlaktewater, waarheen het hemelwater vertraagd kan worden afgevoerd. Daarom zal er toch gebruik gemaakt moeten worden van een waterberging in de vorm van bijvoorbeeld een zaksloot.
Bleijenbeek 17: hier worden alle gebouwen bij een voormalig agrarisch bedrijf gesloopt. Daarmee verdwijnt ter plaatse alle verharding en treedt hydrologisch gezien ter plaatse een verbetering op.
Bleijenbeek 14: hier worden maximaal 35 recreatieve lodges en een greenkeepersloods van maximaal 400 m² toegevoegd. De waterafvoer van het dak van alle nieuwe bebouwing wordt afgekoppeld. Ter compensatie van deze extra bebouwing wordt nieuw oppervlaktewater gegraven, dat in verbinding zal staan met de bestaande waterplas ten zuidwesten van het golfpaviljoen. Door het doortrekken van de waterpartij wordt ook het ten oosten liggende agrarische terrein bij het landgoed betrokken.
Bleijenbeek 13A en 15A: hier wordt een containerveld gerealiseerd. Dit betekent dat ter plaatse van dit nieuwe veld geen hemelwater meer kan infiltreren in de bodem en er compenserende maatregelen zullen moeten plaatsvinden. Inmiddels zijn er, tegelijkertijd met het aanleggen van het containerveld, al nieuwe sloten gegraven en is er een waterbekken aangelegd. Overigens blijkt uit de kaart 'bodemdoorlaatbaarheid' van Waterschap Limburg dat de gronden in het deelgebied, gezien de k-waarde, erg geschikt zijn voor infiltratie. Uitlogende materialen Bij de bouw van het gebouw wordt het gebruik van uitlogende materialen als zink, koper en lood voorkomen. Afvalwater Het plan is op dit moment om met IBA's, individuele behandeling van afvalwater, te gaan werken voor de nieuwe woningen en de lodges. Er wordt echter ook nog bekeken of een aansluiting op het persriool onder de weg tussen Afferden en Siebengewald een optie is. Dit wordt in een later stadium van de planvorming (in het kader van de omgevingsvergunningaanvraag voor bouwen) nader uitgewerkt. Het aspect 'waterhuishouding' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
bestemmingsplan "Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022" (vastgesteld)
59
bestemmingsplan Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022
5.9
Ecologie
5.9.1
Regelgeving
Soortenbescherming Voor ruimtelijke ingrepen die resulteren in overtreding van één of meer artikelen van de Wnb moet ontheffing worden aangevraagd. Voor een aantal soorten geldt daarenboven het beschermingsregime van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Voor werkzaamheden die uit een bestemmingsplan voortvloeien moet voor de start van die werkzaamheden ontheffing worden aangevraagd indien beschermde soorten voorkomen. Bij de vaststelling van het plan moet duidelijk zijn of en in hoeverre een ontheffing kan worden verkregen. Voor alle in de wet genoemde diersoorten (inclusief vogels) geldt dat het verboden is individuen van deze soorten (opzettelijk) te doden of te vangen. Bovendien is het verboden nesten (en eieren) en (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen dan wel weg te nemen. Voor de in de wet genoemde plantensoorten geldt dat het verboden is exemplaren in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In de Wnb worden drie beschermingsregimes onderscheiden voor beschermde soorten. Voor de eerste twee regimes gelden aanvullende verbodsbepalingen. 1. Het beschermingsregime Vogelrichtlijn (Vrl), dat van toepassing is op van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vrl.
Met betrekking tot deze vogelsoorten geldt dat het - aanvullend aan de bovengenoemde verbodsbepalingen - verboden is vogels opzettelijk te storen, behalve als de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Ruimtelijke inrichting of ontwikkeling en dwingende redenen van groot openbaar belang zijn geen reden om ontheffing te verlenen. Ontheffing is uitsluitend toegestaan op basis van de ontheffingsgronden die in de Vrl zijn genoemd. Overigens is het, indien geen ontheffing nodig is, volgens de huidige interpretatie van de wet wel verplicht rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Voor sommige vogelsoorten met vaste verblijfplaatsen geldt dat deze vaste verblijfplaatsen en het essentiële leefgebied jaarrond beschermd zijn. 2. Het beschermingsregime Habitatrichtlijn (Hrl), dat van toepassing is op soorten van bijlage IV bij de Hrl, bijlage I en II bij het Verdrag van Bern en bijlage I bij het Verdrag van Bonn. Met betrekking tot deze soorten is het - aanvullend aan de bovengenoemde verbodsbepalingen verboden dieren opzettelijk te verstoren. Ontheffing wordt voor ruimtelijke inrichting of ontwikkeling alleen verleend indien: a. er geen andere bevredigende oplossing is, en b. geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort, en c.
sprake is van één van de volgende (bij ruimtelijke ontwikkeling relevante) belangen: de bescherming van wilde flora en fauna of natuurlijke habitats, of de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. 3. Het beschermingsregime Andere Soorten, dat van toepassing is op soorten van de bijlage behorende bij artikel 3.10 van de Wnb. Ontheffing is alleen mogelijk indien: a. er geen andere bevredigende oplossing is, en b. indien geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort. Er is echter geen ontheffing nodig indien gewerkt wordt volgens een geldige gedragscode die van toepassing is op de betreffende soort(en). Vaak is daarnaast ecologische begeleiding en een ecologisch werkprotocol nodig bij de uitvoering van werkzaamheden. De provincies kunnen voor het beschermingsregime Andere Soorten een algemene vrijstelling verlenen voor onder meer ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Indien nesten, (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van soorten niet (kunnen) worden ontzien, is ontheffing noodzakelijk.
Ontheffing is niet benodigd indien de functionaliteit van de nesten, (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen gegarandeerd wordt (het beschadigen en vernielen wordt voorkomen door maatregelen of er zijn voldoende alternatieven). Ten slotte is altijd de algemene zorgplicht van toepassing, die inhoudt dat een ieder voldoende zorg in acht neemt voor alle inheemse dieren en planten en hun directe leefomgeving (artikel 1.11 van de
60
bestemmingsplan "Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022" (vastgesteld)
bestemmingsplan Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022
Wnb). Concreet betekent dit dat bij ruimtelijke ontwikkeling gezorgd moet worden dat dieren niet gedood worden en dat planten verplant worden. Ook moet gelet worden op bijvoorbeeld de voortplantingsperiode van amfibieën en de zoogperiode van zoogdieren. Gebiedsbescherming De Wnb ziet toe op de bescherming van Natura 2000-gebieden (Vrl- en Hrl-gebieden). Voor ieder Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld voor één of meerdere soorten en/of habitats. Voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de Natura 2000-gebieden en tevens voor ontwikkelingen daarbuiten die van invloed kunnen zijn (door 'externe werking') op die beschermde natuurgebieden, gelden (strenge) restricties. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur geldt een vergunningplicht. Middels een 'habitattoets' moet worden onderzocht of een activiteit (significante) negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000gebieden veroorzaakt. De uitkomsten van de habitattoets moeten worden beoordeeld door het bevoegd gezag.
5.9.2
Doorvertaling bestemmingsplan
Er is een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd voor de ontwikkelvelden in het plangebied; het gaat om die gebieden, waar functieverandering, nieuwbouw en/of sloop plaatsvindt. De rapportage van dit onderzoek is als bijlage 10 bij deze toelichting gevoegd. Soortenbescherming Er moet aanvullend onderzoek uitgevoerd worden naar de volgende soorten of soortgroepen: vleermuizen, huismussen, boerenzwaluw en kerkuil. Het plangebied is mogelijk geschikt leefgebied voor soorten die niet beschermd zijn (behoudens de algemene zorgplicht) en/of waarvoor een vrijstelling geldt. Voor broedvogels geldt dat de nesten van alle soorten beschermd zijn tijdens het broedseizoen (indicatief 15 maart – 15 juli).
bestemmingsplan "Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022" (vastgesteld)
61
bestemmingsplan Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022
In navolgende tabel een overzicht van de benodigde aanvullende onderzoeken per ontwikkelveld:
Gebiedsbescherming De ontwikkelvelden maken geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied. Het ontwikkelveld 'De Boshof' is gelegen binnen de bronsgroene landschapszone. Vanwege externe werking bij Natura 2000-gebied 'Maasduinen' is tevens bekeken wat de effecten zijn van deze woning op het natuurgebied: Versnippering 'De Boshof' is gelegen op agrarische gronden, net buiten de begrenzing van het Natura 2000-gebied. Van invloed op versnippering op het natuurgebied is geen sprake. Verontreiniging 'De Boshof' betreft een onverdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van bodem- en/of asbestverontreiniging. Het betreft onbebouwde grond die nu gebruikt wordt voor akkerbouw, ondermeer voor de voedselproductie. In tegenstelling tot industrie, tankstations en garages, zal dit solitaire woonperceel niet resulteren in de grootschalige uitstoot van schadelijke stoffen zoals bestrijdingsmiddelen, zware metalen, cyaniden, aromatische koolwaterstoffen en gechloreerde koolwaterstoffen. Verdroging
Het woonperceel zal zelfvoorzienend moeten zijn qua waterberging. Dit betekent dat op eigen terrein in extra ruimte voor waterberging zal moeten worden voorzien. De exacte grootte van de voorziening hangt af van de oppervlakte die bebouwd gaat worden. Gezien de forse grootte van deze kavel is er ruimte genoeg voor een zaksloot op eigen terrein. Daarnaast wordt de waterafvoer van het dak van de nieuwe bebouwing afgekoppeld, waarmee verdrogingseffecten worden voorkomen.
Stilte
Het Natura 2000-gebied is in de Omgevingsverordening Limburg 2014 aangewezen als stiltegebied. Dit geldt niet voor het nieuwe woonperceel zelf. Ten gevolge van de beoogde realisatie van één woning zal in en rond de woning een zeer beperkte toename van geluid en voertuigbewegingen ontstaan. In subparagraaf 4.2.2 is getoetst aan de regels voor stiltegebieden uit de provinciale Omgevingsverordening. Hieruit blijkt dat aan de regels uit de verordening voldaan wordt. Los hiervan is natuurlijk niet uit te sluiten dat er vanuit de te realiseren woning geluid wordt gegenereerd, maar de geluiden vanuit deze woning zullen niet van dermate verstorende aard zijn, dat afbreuk gedaan wordt aan het Natura 2000-gebied. Er zal geen sprake zijn van een significante aantasting van de mate van stilte.
Donkerte
62
Ten opzichte van de huidige situatie zal er in de beoogde situatie op het woonperceel een beperkte toename van de hoeveelheid licht plaatsvinden. De lichtsituatie ter plaatse van de woning wordt echter vooral bepaald door de toekomstige bewoners zelf. Om lichtuitstraling naar het Natura 2000-gebied zoveel mogelijk te voorkomen, blijft de toegangsweg naar het perceel (net als in de bestaande situatie) onverlicht en
bestemmingsplan "Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022" (vastgesteld)
bestemmingsplan Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022
door het toepassen van een robuuste landschappelijke inpassing in de vorm van een houtsingel met struweel en boomvormers aan de noordzijde (=zijde Natura 2000gebied) wordt lichtuitstraling ter plaatse zoveel mogelijk voorkomen. Trilling
In tegenstelling tot industrie, tankstations en garages, zal dit solitaire woonperceel niet resulteren in de grootschalige trillingen. In het kader van het bouwen van de woning zal bovendien gebruik gemaakt worden van een trillingsarme funderingstechniek.
Optische verstoring
Door de robuuste landschappelijke inpassing in de vorm van een houtsingel met struweel en boomvormers aan de noordzijde (=zijde Natura 2000-gebied) is er geen sprake van optische verstoring van het Natura 2000-gebied.
Mechanische effecten
Onder mechanische effecten vallen verstoring door betreding, golfslag, luchtwervelingen et cetera die optreden ten gevolge van menselijke activiteiten. 'De Boshof' betreft een rustig woonperceel, waardoor er geen invloeden van mechanische effecten op het Natura 2000-gebied zijn.
Voor de ontwikkelvelden ‘De Boshof’ en Bleijenbeek 15 (inclusief de 5 woningen ten zuiden daarvan) geldt dat de stikstofbelasting inzichtelijk gemaakt moet worden. Dit kan middels een AERIUSberekening. Voor ontwikkelveld ‘Bleijenbeek 14’ geldt eveneens dat een AERIUS-berekening uitgevoerd moet worden. Er is daarom integraal, voor alle ontwikkelingen in het plangebied samen, een gecombineerd depositieonderzoek voor de aanleg- en de gebruiksfase is uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage 11 bij de toelichting gevoegd: Uit het situatieresultaat van de beoogde situatie (aanlegfase + gebruiksfase) blijkt dat de stikstofdepositie op de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden ten hoogste 36,33 mol N/ha/jaar is (ter plaatse van het Natura 2000-gebied ‘Maasduinen’). Uit het situatieresultaat van de referentiesituatie blijkt dat de stikstofdepositie op de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden ten hoogste 58,37 mol N/ha/jaar is (ter plaatse van het Natura 2000-gebied ‘Maasduinen’). Uit de verschilberekening blijkt dat de stikstofdepositie op de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden niet hoger is dan 0,00 mol N/ha/jaar. Ten opzichte van de referentiesituatie is er dus geen sprake van een toename van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Het aspect stikstofdepositie vormt geen belemmering voor het plan.
Voor het ontwikkelveld binnen de bronsgroene landschapszone (= deelgebied De Boshof) geldt dat er een landschappelijk inpassingsplan opgesteld dient te worden om te waarborgen dat er geen sprake is van aantasting van de gebieden wegens de beoogde ruimtelijke ingreep. Voor de landschappelijke inpassing ter hoogte van dit ontwikkelveld wordt verwezen naar lid 21.2 in combinatie met bijlage 8 bij de regels (=voorwaardelijke verplichting). Uitvoerbaarheid De beoogde ruimtelijke ingreep leidt mogelijk tot overtreding van verbodsbepalingen omtrent houtopstanden in het kader van de Wet natuurbescherming. Indien er sprake is van kap van houtopstanden dient er een melding in het kader van de Wet natuurbescherming gedaan te worden en geldt er een herplantingsplicht. Om negatieve effecten omtrent de Bronsgroene landschapszone uit te sluiten dient vooraf een landschappelijk inpassingsplan opgesteld te worden.
Er dienen enkele algemene maatregelen worden getroffen ten aanzien van de algemene zorgplicht, foeragerende vleermuizen en algemene broedvogels: Tijdens de werkzaamheden moet voorzichtig worden gehandeld met alle voorkomende flora en fauna (algemene zorgplicht): Wanneer ondanks zorgvuldig handelen, onderzoek en advies schade lijkt te ontstaan voor beschermde flora en fauna, dient direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige; Eventueel aanwezige vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken) voorafgaand aan de werkzaamheden gefaseerd verwijderen. Dit om grondgebonden dieren de kans te bieden zelfstandig het plangebied te verlaten;
bestemmingsplan "Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022" (vastgesteld)
63
bestemmingsplan Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022
Er wordt gelegenheid gegeven aan dieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden; Het plangebied tijdens de werkzaamheden en in de nieuwe situatie bij voorkeur niet verlichten en in de periode april-oktober de werkzaamheden tussen zonsopgang en zonsondergang uitvoeren (buiten schemerperiodes). Mocht verlichting noodzakelijk zijn hierbij een vleermuisvriendelijke verlichtingswijze toepassen (amberkleurig licht, lichtbundel nederwaarts richten, toepassen geconvergeerde lichtbundel); Mogelijke overwinteringslocaties van algemene amfibieën (vorstvrije structuren als stenenstapels, houtwallen, dichte struwelen etc.) dienen verwijderd of ongeschikt gemaakt te worden buiten de overwinteringsperiode oktober – april; Voor rugstreeppad dient het terrein dat gelegen is aan ‘De Boshof’ en het terrein aan de Bleijenbeek 15 gedurende de ontwikkeling van de woningen ongeschikt gehouden te worden (bijv. aanbrengen puinbed, voorkomen ontstaan puinhopen, egaliseren terrein e.d.) en/of ontoegankelijk gemaakt te worden voor de soort gedurende de bouwwerkzaamheden. Het ontoegankelijk maken dient bij voorkeur voor de migratie- en voortplantingsperiode plaats te vinden.
Dit kan bijvoorbeeld door het plaatsen van schermen van stevig plastic of worteldoek van 50 cm hoog en minimaal 10 cm ingegraven in de grond. De voorzieningen die getroffen zijn om het gebied ontoegankelijk te maken moeten zodanig geplaatst en beheerd worden dat ze hun functie ten allen tijden kunnen vervullen. Zie voor meer instructies bijlage 4 van de quickscan; De (kap)werkzaamheden opstarten of uitvoeren buiten het broedseizoen van vogels (indicatief medio maart t/m medio juli). Als dit niet mogelijk is dienen de potentiële nestlocaties van algemene broedvogels ruim voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt of ontoegankelijk gemaakt te worden. E.e.a. op aanwijzing van deskundige. Als werkzaamheden in het broedseizoen worden uitgevoerd die mogelijk resulteren in het wegnemen of verstoren van broedgevallen dient voor aanvang door een ter zake deskundig gecontroleerd te worden of er broedvogels aanwezig zijn; Bij het doortrekken van de waterplas ter hoogte van Bleijenbeek 14 dient de Algemene Zorgplicht in acht genomen te worden. Bij het doortrekken van de waterplas dient mogelijke sterfte van vissen en amfibieën voorkomen te worden. Dit kan middels het plaatsen van damwandplaten waar de waterplas doorgetrokken wordt. Daarna dient eerst de nieuwe waterplas uitgegraven te worden.
Als laatst kunnen de damwandplaten verwijderd te worden om verbinding met de bestaande waterplas te realiseren; De werkzaamheden aan De Boshof en ter hoogte van Bleijenbeek 15 dienen buiten het broedseizoen c.q. maart t/m juli uitgevoerd te worden. Voorafgaand aan de werkzaamheden moet met aanvullend onderzoek worden vastgesteld of de te slopen bebouwing een relevante functie heeft voor huismus, boerenzwaluw, gebouwbewonende vleermuizen en kerkuil (soortenbescherming). Indien er sprake is van overtreding van verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming kan bevoegd gezag onder voorwaarden een ontheffing verlenen. De voorwaarden betreffen: er is geen andere bevredigende oplossing, er is sprake van een wettelijk belang (bij vleermuizen: er is sprake van een reden van sociale of economische aard, bij huismus, boerenzwaluw en kerkuil: er zijn belangen vanuit volksgezondheid klimaatsverandering- aan te voeren) en er wordt geen afbreuk gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort (een robuust en ruim maatregelenpakket van tijdelijke en permanente voorzieningen wordt hiertoe voorgesteld en uitgevoerd).
Wegens het voorgaande onderzoek is er geen reden om aan te nemen dat eventueel benodigde ontheffingen, mits de juiste maatregelen worden getroffen, er sprake is van een gedegen alternatievenafweging en een wettelijk belang kan worden aangevoerd, niet verkregen zouden kunnen worden. Het aspect 'ecologie' vormt, mits uit de aanvullende onderzoeken geen zaken naar voren komen danwel nadat er ontheffing wordt verleend en er rekening wordt gehouden met voornoemde algemene maatregelen, geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
64
bestemmingsplan "Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022" (vastgesteld)
bestemmingsplan Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022
5.10
Archeologie & cultuurhistorie
5.10.1 Regelgeving In artikel 3.1.6 lid 5 van het Besluit ruimtelijke ordening is bepaald dat in de toelichting van een ruimtelijk plan ten minste een beschrijving wordt opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Met de inwerkingtreding van de Erfgoedwet is de Monumentenwet 1988 opgesplitst. Onderdelen van de Monumentenwet 1988 met betrekking tot de fysieke leefomgeving, worden opgenomen in de Omgevingswet. Waaronder de aanwijzing van ruimtelijk cultureel erfgoed - beschermde stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen - en de omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving. Hierbij wordt als vuistregel gehanteerd: omgang met het erfgoed in de Omgevingswet, duiding van het erfgoed in de Erfgoedwet. Voor de onderdelen die in de Omgevingswet zullen worden opgenomen is een overgangsregeling in de Erfgoedwet opgenomen voor de tussengelegen periode. De bepalingen uit de Monumentenwet 1988 die naar de Omgevingswet over zullen gaan, blijven van kracht tot de Omgevingswet in werking treedt. Het Besluit ruimtelijke ordening en de Erfgoedwet schrijven niet voor in welke mate met archeologie rekening moet worden gehouden. De gemeente heeft wat dit betreft beleidsvrijheid en kan het archeologische belang afwegen ten opzichte van andere belangen.
5.10.2 Doorvertaling bestemmingsplan Archeologie In de 'Nota archeologiebeleid Bergen' zijn de beleidsuitgangspunten en de achtergronden van het gemeentelijk archeologiebeleid beschreven. In hoofdlijnen komt het beleid erop neer dat bij ruimtelijke initiatieven die leiden tot bodemverstoring archeologisch onderzoek noodzakelijk is, in gebieden met een middelhoge of hoge archeologische verwachtingswaarde en in gebieden met bekende archeologische resten, de zogenaamde archeologische terreinen. Conform de gemeentelijke archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart zijn er op verschillende plekken in het plangebied hoge archeologische waarden, vooral rondom de kasteelruïne en ten zuidoosten van Bleijenbeek 12.
bestemmingsplan "Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022" (vastgesteld)
65
bestemmingsplan Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022
In het tot op heden geldende bestemmingsplan was het plangebied nog niet voorzien van een archeologische dubbelbestemming. Dit is met onderhavig bestemmingsplan, in aansluiting op het omliggende bestemmingsplan voor het buitengebied, wel doorgevoerd in de regels en op de verbeelding: Categorie 1: wettelijk beschermd archeologisch monument; Geen bodemverstorende activiteiten toegestaan, tenzij een vergunningverlening vooraf van de minister van OCW. Bij gemeentelijke monumenten: vergunningaanvraag bij de gemeente; Categorie 2: gebieden van zeer hoge archeologisch waarde; Onderzoeksplicht bij een verstoringsdiepte van meer dan 40 cm en een verstoringsoppervlakte van meer dan 100 m; Categorie 3: gebieden van hoge archeologisch waarde; Onderzoeksplicht bij een verstoringsdiepte van meer dan 40 cm en een verstoringsoppervlakte van meer dan 250 m; Categorie 4: gebieden van hoge archeologisch verwachting; Onderzoeksplicht bij een verstoringsdiepte van meer dan 40 cm en een verstoringsoppervlakte van meer dan 250 m; Categorie 5: gebieden van middelhoge archeologisch verwachting en naoorlogse woonwijken en industrieterreinen met hoge verwachting; Onderzoeksplicht bij een verstoringsdiepte van meer dan 40 cm en een verstoringsoppervlakte van meer dan 2.500 m; Categorie 6: gebieden van lage archeologisch verwachting; Geen onderzoeksplicht; Categorie 7: gebieden zonder een
archeologisch verwachting of archeologisch vrijgegeven; Geen onderzoeksplicht. De ontwikkelvelden in het plangebied waar nieuwe bebouwing wordt opgericht zijn gelegen binnen verschillende categorieën. Navolgend worden de relevante ontwikkelvelden besproken: Bleijenbeek 15 Dit deelgebied valt binnen categorie 6. Dat betreft zones met een lage archeologische verwachting. Er geldt ter plaatse geen onderzoeksplicht.
66
bestemmingsplan "Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022" (vastgesteld)
bestemmingsplan Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022
Ten zuiden van Bleijenbeek 15 Dit deelgebied valt binnen categorie 6. Dat betreft zones met een lage archeologische verwachting. Er geldt ter plaatse geen onderzoeksplicht. Een uitzondering op deze vrijstelling vormt het cirkelvormige gebied aan de oostzijde van het noordzuid gerichte deel van de weg Bleijenbeek die valt binnen categorie 4. Mocht de watergang verplaatst worden dan zal de vrijgestelde oppervlakte van 250 m² naar verwachting overschreden worden, en zal er te zijner tijd een archeologisch onderzoek uitgevoerd moeten worden. Ter waarborging van de archeologische waarden blijft de archeologische dubbelbestemming uit het geldende bestemmingsplan daarom vooralsnog gehandhaafd. 'De Boshof' Dit deelgebied valt binnen categorie 5. Dat betreft zones met een middelhoge archeologische verwachting. Er geldt ter plaatse geen onderzoeksplicht tot een verstoringsoppervlakte van 2.500 m². Omdat ter plaatse slechts één woning wordt gerealiseerd, kan met zekerheid gesteld worden dat deze oppervlakte niet zal worden overschreden. Bleijenbeek 14 Dit deelgebied valt voor een klein deel (aan de noordzijde) binnen categorie 6, waar een lage archeologische verwachting geldt. Het grootste gedeelte valt echter binnen categorie 4, waar een hoge archeologisch verwachting geldt. Ter plaatse geldt een onderzoeksplicht vanaf 250 m².
Alleen al vanwege de aanleg van de greenkeepersloods wordt deze oppervlakte overschreden. Daarnaast worden hier ook nog maximaal 35 lodges en een waterpartij gerealiseerd. Daarom is er een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd in het deelgebied. De rapportage van dit onderzoek is als bijlage 12 bij de toelichting gevoegd. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied een landgoed is met een lange geschiedenis, waarvan al meerdere sporen zijn gevonden. Door de ligging rond een beek in een gebied met een natuurlijk hoge ligging is het plangebied altijd een gunstige woonplaats geweest. Zodoende is er een hoge verwachting op archeologische resten uit het Laat-Paleolithicum tot en met de IJzertijd, en de Vroege Middeleeuwen. Deze verwachting wordt bevestigd door onderzoeken binnen en net buiten de omgeving, die vondsten uit het Mesolithicum, de Bronstijd en de IJzertijd rapporteren. De resten uit deze perioden kunnen overal in het plangebied voorkomen, behalve in het gedeelte wat in het onderzoek van Quak en Weerheijm (2010) een lage verwachting heeft gekregen. Dit gedeelte ligt in het noordoosten van het plangebied. Voor de Romeinse Tijd, de Late Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd geldt een zeer hoge verwachting. In het plangebied zijn zeer veel resten uit deze perioden gevonden. Het AMK-terrein met nummer 11188 is een Romeinse nederzetting.
Het is goed mogelijk dat ook buiten dit aangewezen terrein resten uit de Romeinse Tijd aanwezig kunnen zijn. In de Late Middeleeuwen is het kasteel Bleijenbeek gebouwd. Tevens is bekend dat er in deze tijd meerdere bijgebouwen en boerderijen in het plangebied stonden. Het kasteel heeft tot in de Nieuwe Tijd een belangrijke rol gespeeld in het plangebied, dus er kunnen ook resten uit deze periode verwacht worden. Resten uit de Romeinse Tijd worden voornamelijk verwacht op het AMK-terrein, maar erbuiten kunnen ook sporen uit deze tijd aangetroffen worden. Sporen uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd zullen geconcentreerd zijn rond het kasteel en de historische boerderijen, maar ook hier geldt dat sporen op andere plaatsen zeker niet uitgesloten zijn. Uit het veldonderzoek blijkt dat het plangebied ter plaatse van terrasafzettingen ligt. Deze terrasafzettingen zijn archeologische gezien nog als intact te beschouwen, aangezien verspreid in het plangebied sprake is van intacte Bw- en Cg-horizonten vanaf een diepte van 25 – 55 cm -Mv (14,8 – 14,5 m +NAP). Lokaal zijn deze bodemhorizonten weliswaar afgetopt, maar dit is niet tot een zodanig grote diepte gebeurd dat sprake is van een verstoring van het archeologisch relevante niveau. Er kunnen immers nog steeds grondsporen worden aangetroffen die zijn ingegraven tot in de C-horizont van de terrasafzettingen.
Daarmee is de hoge tot zeer hoge verwachting op de aanwezigheid van archeologische resten te handhaven in het plangebied. Selectieadvies Gezien de hoge tot zeer hoge verwachting op de aanwezigheid van archeologische resten, adviseert Transect om voorafgaand aan grondroerende werkzaamheden in het plangebied een karterend en waarderend archeologisch onderzoek uit te voeren. Gezien de verwachting op het aantreffen van hoofdzakelijk grondsporen en het open karakter van het plangebied, adviseert Transect om dit
bestemmingsplan "Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022" (vastgesteld)
67
bestemmingsplan Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022
onderzoek uit te voeren in de vorm van een Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven (IVO-P), zodat de aanwezigheid en aard van eventuele vindplaatsen kan worden vastgesteld. Dit onderzoek moet worden uitgevoerd volgens een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen (PvE). Op basis van dit selectieadvies heeft de gemeente, conform het advies, een selectiebesluit genomen. Totdat het aanvullende onderzoek is uitgevoerd blijft de archeologische dubbelbestemming op deze locatie gehandhaafd ter waarborging van de mogelijk aanwezige archeologische waarden. Het aspect 'archeologie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. Cultuurhistorie Uit de kaart 'Landschappelijke elementen - elementen met cultuurhistorische waarde' (zie ook bijlage 4 en bijlage 7 bij de regels) blijkt dat er verschillende cultuurhistorische aarden voorkomen in het plangebied:
Uitsnede kaart 'Landschappelijke elementen - elementen met cultuurhistorische waarde' De volgende cultuurhistorisch relevante elementen zijn in het plangebied gelegen: #
Type
Omschrijving
C007
Oude akker
Nog grotendeels akker: 3,87 ha
C009
Oude akker
Onderdeel Landgoed Bleijenbeek: 20,91 ha
C014
Buitenplaats
Ruïne kasteel Bleijenbeek, diverse doorgegroeide bomen: 2,87 ha. Dit betreft een gecombineerd archeologisch en bouwkundig monument. In de regels is in lid 22.1 en lid 22.2 een beschermende regeling opgenomen.
C033
Eenzijdige laan
Zomereik: 882 m
E176
Solitaire boom
Zomereik: 2 stuks
Niet op Kapel kaart
Kleine kapel langs de doorgaande weg (direct ten noordoosten van de kasteelruïne) met monumentale status. In de regels is in lid 22.1 een beschermende regeling opgenomen.
Met onderhavig plan wordt geen afbreuk gedaan aan deze cultuurhistorische waarden, die in het plangebied gehandhaafd blijven. Ook ter plaatse van het ontwikkelveld 'De Boshof', aan de uiterste noordzijde van de grote oude akker, blijft de hoogte van het huidige maaiveld ter plaatse gehandhaafd. Aanvullend hierop kan nog gesteld worden, dat op basis van het geldende bestemmingsplan 'Golfcomplex Bleijenbeek' bijna de complete oude akker als golfterrein mocht worden ingericht. In de toekomstige situatie is dit niet langer het geval. Het is niet langer mogelijk om ten noorden van de doorgaande weg door het plangebied, uitgezonderd daar waar al een deel van
68
bestemmingsplan "Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022" (vastgesteld)
bestemmingsplan Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022
het golfterrein is gelegen (ten oosten van het noord-zuid gerichte deel van de straat Bleijenbeek), het golfterrein uit te breiden. Dit alles maakt, samen met de landschappelijke versterking van het landgoed en het omgevingsvergunningstelsel, dat er een betere waarborg is voor het behoud van de bestaande cultuurhistorische elementen in het plangebied. Het aspect 'cultuurhistorie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
5.11
Leidingen
5.11.1 Regelgeving Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen moeten worden gewaarborgd. Tevens moet rond dergelijke leidingen rekening worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd: gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen; aardgastransportleiding met een diameter groter of gelijk aan 18”; defensiebrandstoffen; warmte en afvalwater, ruwwater of halffabrikaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18”. 5.11.2 Doorvertaling bestemmingsplan In (de directe omgeving) van het plangebied zijn geen hoofdtransportleidingen of persleidingen van water, olie, aardgas, brandstof en/of hoogspanningsverbindingen gelegen, die in het kader van het bestemmingsplan op de verbeelding met bijbehorende bebouwingsvrije zones moeten worden opgenomen.
5.12
Vormvrije MER-beoordeling
5.12.1 Regelgeving In het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) is aangegeven dat de drempelwaarden in onderdeel D (dit betreft de m.e.r.-beoordeling) van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage indicatief zijn. Concreet betekent dit dat, ook wanneer ontwikkelingen onder de in bijlage D opgenomen drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben, de zogenaamde 'vergewisplicht'. De consequentie van de nieuwe regeling is dat in elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst aandacht moet worden besteed aan m.e.r. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die beneden de drempelwaarden vallen uit de D-lijst, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets, die dus een nieuw element is in de m.e.r.-regelgeving, wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r.
bestemmingsplan "Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022" (vastgesteld)
69
bestemmingsplan Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022
5.12.2 Doorvertaling bestemmingsplan In bijlage D van het Besluit m.e.r. is een groot aantal activiteiten genoemd waarvoor een m.e.r.beoordelingsplicht geldt. Eén van de genoemde activiteiten betreft 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen' (activiteit D11.2). Deze activiteit is m.e.r.-beoordelingsplichtig indien deze betrekking heeft op een oppervlakte van 100 ha of meer of een aangesloten gebied van 2.000 woningen of meer omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Omdat in het plangebied sprake is van een vermindering van de agrarische bedrijfsactiviteiten (inclusief bijbehorende afname van de stikstofdepositie) en de nieuwe bebouwing in het plangebied slechts bestaat uit 6 woningen (8 nieuw minus 2 sloop) en maximaal 35 nieuwe recreatieve lodges (dit nog los van het feit dat op 5 locaties de mogelijkheid om een agrarisch bedrijf te vestigen wordt wegbestemd en er functieverandering naar wonen plaatsvindt), is er geen m.e.r.-beoordeling conform het Besluit m.e.r. noodzakelijk. Gelet hierop, wordt geconcludeerd dat de drempelwaarden niet worden overschreden, waardoor in onderhavig plan kan worden volstaan met het uitvoeren van een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling'.
De in dit hoofdstuk beschreven milieuaspecten voldoen niet alleen aan de onderzoeksverplichting van het Besluit ruimtelijke ordening, maar kunnen ook worden opgevat als de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Ook buiten de wettelijke toetsing is niet gebleken van bijzondere nadelige gevolgen voor het milieu. Het opstellen van een milieueffectrapport ten behoeve van de voorbereiding van dit plan is niet nodig.
70
bestemmingsplan "Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022" (vastgesteld)
bestemmingsplan Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022
Hoofdstuk 6 6.1
Juridische planbeschrijving
Algemeen
Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding vormen het juridisch bindende deel, terwijl de toelichting geen juridische binding heeft, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. In deze paragraaf worden de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd moeten worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, de Wabo en andere (recente) bestemmingsplannen van de gemeente Bergen. Voor het bouwen is verder het Besluit omgevingsrecht (Bor) van belang. In het Bor zijn onder andere regels voor vergunningvrije bouwwerken opgenomen.
6.1.1
Inleidende regels
Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden.
6.1.2
Opbouw bestemmingen
Bestemmingsomschrijving Dit onderdeel bevat de omschrijving van de doeleinden die met de bestemming aan de grond worden toegekend. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies zoals bedrijven, wonen, centrum etc. De aard van de toegelaten inrichtingen van gronden (bouwwerken en werken, geen bouwwerken zijnde) vloeit dan voort uit de toegelaten functies. Bouwregels In de bouwregels worden voor alle hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de van toepassing zijnde bouwregels gesteld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding. Nadere eisen In deze bepaling wordt opgenomen dat het bevoegd gezag ten aanzien van specifieke planonderdelen bevoegd is om nadere eisen te stellen. Afwijken van de bouwregels In deze bepaling zijn afwijkingsbevoegdheden toegekend aan het bevoegd gezag ten aanzien van bepaalde bouwregels. Specifieke gebruiksregels In dit onderdeel kan worden aangegeven welke vormen van gebruik men in ieder geval strijdig acht met de bestemming. Het is niet de bedoeling alle mogelijke strijdig gebruiksvormen te noemen, maar alleen die, waarvan het niet op voorhand duidelijk is dat deze in strijd zijn met de bestemming. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling op de doeleindenomschrijving.
bestemmingsplan "Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022" (vastgesteld)
71
bestemmingsplan Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022
Afwijken van de gebruiksregels In deze bepaling zijn afwijkingsbevoegdheden toegekend aan het bevoegd gezag ten aanzien van bepaalde gebruiksregels.
6.1.3
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel Deze regel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels Deze bepaling bevat algemene regels omtrent ondergronds bouwen en ondergeschikte bouwdelen. Algemene gebruiksregels Deze bepaling bevat regels omtrent strijdig gebruik en een voorwaardelijke verplichting op de landschappelijke versterking van het landgoed te waarborgen. Algemene aanduidingsregels Aanvullend op de bouwregels gelden enkele bijzondere bepalingen die met een aanduiding op de verbeelding zijn weergegeven, waaronder voor monumenten, archeologische monumenten en het Natuurnetwerk Nederland. Algemene afwijkingsregels In deze bepaling zijn regels opgenomen ten aanzien van afwijkingsmogelijkheden die voor het hele plangebied gelden en die burgemeester en wethouders de benodigde flexibiliteit bieden ten aanzien van het bestemmingsplan. Algemene wijzigingsregels In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden met een algemene strekking.
De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Algemene procedureregels In deze bepaling is de procedure weergegeven die geldt bij het stellen van nadere eisen aan een omgevingsvergunning. Overige regels Deze bepaling bevat regels omtrent cultuurhistorische waarden, landschappelijke waarden en parkeren.
6.1.4
Overgangs- en slotregels
Overgangsregels Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bouwregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan, mag eveneens worden voortgezet. Slotregel Dit artikel geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.
72
bestemmingsplan "Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022" (vastgesteld)
bestemmingsplan Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022
6.2
Bestemmingen
In het plangebied komen de volgende (dubbel)bestemmingen voor: Artikel 3 Agrarisch met waarden De agrarische gebieden direct aangrenzend aan het natuurgebied Maasduinen hebben landschappelijke waarden die beschermd moeten worden. De gronden binnen deze bestemming zijn dan ook bestemd voor behoud en herstel van de aan het gebied eigen zijnde landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden. Voor het overige is aangesloten op de bestemmingsregeling in de bestemming ‘Agrarisch’ uit het bestemmingsplan 'Buitengebied 2018, eerste herziening'. Bedrijfsgebouwen zijn alleen mogelijk binnen het bouwvlak. Tevens is binnen het bouwvlak één bedrijfswoning met bijgebouwen toegestaan. Binnen de bestemming zijn verschillende aanduidingen opgenomen voor afwijkende functies. Voor de bestemming gelden verschillende afwijkingsregels. Het betreft de mogelijkheid voor het bouwen van sleufsilo’s buiten het bouwvlak. Daarnaast zijn afwijkingsregels opgenomen ten behoeve van het oprichten van woonunits voor de tijdelijke huisvesting van buitenlandse werknemers en ten behoeve van het gebruik van bestaande agrarische bebouwing voor tijdelijke huisvesting van buitenlandse werknemers.
Voorts kunnen na verlening van een omgevingsvergunning ook binnen deze bestemming voor het afwijken nevenactiviteiten in de zin van bedrijfsactiviteiten en recreatieve ondergeschikte nevenactiviteiten in de bestaande bedrijfsbebouwing worden uitgeoefend. Voor de in het artikel genoemde werken en werkzaamheden is een omgevingsvergunning nodig voor zover de gronden buiten het bouwvlak liggen. Ten slotte gelden voor de bestemming een aantal wijzigingsbevoegdheden, onder meer voor het vergroten of veranderen van het bouwvlak. Artikel 4 Bedrijf - Nutsvoorziening Voor de nutsvoorzieningen binnen het plangebied is een aparte bestemming opgenomen. Gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. Artikel 5 Groen De landschappelijke inpassing rondom de nieuwe woonpercelen is voorzien van deze bestemming. De gronden binnen deze bestemming zijn ook bestemd voor waterhuishoudkundige voorzieningen. Hiermee is het aanleggen van ondergrondse en/of bovengrondse waterhuishoudkundige voorzieningen binnen deze bestemming mogelijk. Op of in deze gronden mogen alleen nutsvoorzieningen gebouwd c.q. aangelegd worden. Artikel 6 Horeca De horecabedrijven binnen het plangebied, in casu paviljoen Bleijenbeek, hebben een bestemming ‘Horeca’. Binnen de bestemming is op elke perceel alle horeca toegestaan met uitzondering van horeca in categorie 4.
Dit betreffen horecabedrijven die hoofdzakelijk gericht zijn op het bieden van vermaak en ontspanning en/of het geven van gelegenheid tot dansbeoefening, zoals een discotheek/ dancing, nachtcafé en een zalencentrum. In de begripsbepaling ‘horecabedrijf’ is de categorieënindeling te vinden, waarbij is aangegeven welk type horeca in welke categorie valt. Gebouwen mogen alleen gerealiseerd worden binnen het bouwvlak. Per bouwvlak is één bedrijfswoning toegestaan. Binnen de bestemming is ook het parkeren voorzien voor zowel de horecafunctie als de aangrenzende verblijfsrecreatieve functie. Artikel 7 Natuur De gronden met de natuurbestemming zijn bedoeld voor duurzame instandhouding van natuurgebieden, behoud, versterking en/of ontwikkeling van de aan de natuurgebieden eigen zijnde natuurwaarden, in samenhang met de waterhuishouding alsmede voor extensief recreatief medegebruik. Het betreft de gebieden die aangewezen zijn als Natura2000-gebied en het gebied rondom de kasteelruïne. Het realiseren van gebouwen is binnen deze bestemming niet toegestaan.
bestemmingsplan "Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022" (vastgesteld)
73
bestemmingsplan Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022
Artikel 8 Recreatie - Verblijfsrecreatie Binnen deze bestemming zijn terreinen voor verblijfsrecreatie gelegen, niet zijnde een camping. In dit geval gaat het om het deelgebied waar de lodges zijn voorzien. Het betreffen onder andere de terreinen met recreatiewoningen. Daarnaast is ondergeschikte horeca uit categorie 1 tot een oppervlak van 30 m2 toegestaan. Het terrein voor de lodges is specifiek binnen deze bestemming aangeduid. Ook hier geldt dat gebouwen uitsluitend binnen het bouwvlak gerealiseerd mogen worden. Artikel 9 Sport - Golfterrein Het golfcomplex binnen het plangebied is voorzien van deze bestemming. Daarnaast is de locatie van de greenkeepersloods specifiek aangeduid. Gebouwen mogen alleen worden gerealiseerd binnen een bouwvlak. Artikel 10 Tuin De tuinen rondom de bestaande woningen in het plangebied zijn voorzien van deze bestemming om ter plaatse de bouwmogelijkheden te beperken. Gebouwen zijn binnen deze bestemming niet toegestaan. Artikel 11 Verkeer De wegenstructuur in het plangebied heeft een verkeersbestemming. Binnen de bestemming zijn tevens voet- en fietspaden, parkeervoorzieningen en geluidwerende voorzieningen toegestaan. Artikel 12 Water Watergangen en waterpartijen hebben een waterbestemming.
Binnen de bestemming zijn tevens oevervoorzieningen, voorzieningen voor verkeer, groenvoorzieningen, extensief recreatief medegebruik en nutsvoorzieningen toegestaan. Artikel 13 Wonen De burgerwoningen in het plangebied hebben een woonbestemming. Binnen de bestemmingsvlakken is geen bouwvlak op genomen. In de regels is bepaald dat per bestemmingsvlak één woning mogelijk is. De inhoud van een woning mag niet meer bedragen dan 800 m³ , tenzij de bestaande inhoudsmaat groter is. Voor bijgebouwen is een aparte regeling opgenomen. In de afwijkingsbepalingen zijn onder meer regels opgenomen voor het splitsing van woningen en voor het vergroten van de oppervlakte van bijgebouwen. Ook kan via een omgevingsvergunning voor het afwijken toestemming verleend worden voor het uitoefenen van recreatieve voorzieningen, ondergeschikte horeca of voor gebruik van bestaande bebouwing als recreatiewoning naast de woonfunctie. Door middel van een wijzigingsbevoegdheid is het mogelijk om de bestemming te wijzigen in de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ indien de gronden geen woonfunctie meer hebben. Artikel 14 Waarde - Archeologie 2 t/m Artikel 17 Waarde - Archeologie 5 Binnen het plangebied bevinden zich gronden met verschillende archeologische waarden.
Op basis van de gemeentelijke archeologische beleidskaart zijn vier dubbelbestemmingen opgenomen om deze archeologische verwachtingen en bekende AMK-terreinen te beschermen. In de archeologische beleidskaart zijn ondergrenzen bepaald ten aanzien van archeologisch onderzoek. Deze ondergrenzen zijn in de verschillende dubbelbestemmingen overgenomen. Artikel 18 Waterstaat - Beschermingszone waterkering Teneinde de inrichting en het onderhoud van waterstaatkundige werken te beschermen is een beschermingszone opgenomen. Binnen deze zone is het bouwen van overige bouwwerken ten behoeve van de onderliggende bestemming alleen mogelijk, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de beschermingszone van de waterkering en de ecologische toestand van het oppervlaktewaterlichaam niet zal verslechteren. Hiertoe wordt advies ingewonnen bij de beheerder van de waterkering.
74
bestemmingsplan "Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022" (vastgesteld)
bestemmingsplan Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022
Hoofdstuk 7
Uitvoerbaarheid
7.1
Kostenverhaal
7.1.1
Exploitatieverplichting
Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan moet op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting van een bestemmingsplan minimaal inzicht worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens bestaat op grond van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten kunnen worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander moet worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten met iedere grondeigenaar. Als er met een grondeigenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, moet een exploitatieplan worden opgesteld dat tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld.
7.1.2
Conclusie
De realisatie van het project geschiedt voor rekening van de initiatiefnemer. De gemeentelijke financiën zijn hierbij niet in het geding. Verder zijn de gronden eigendom van de initiatiefnemer. Deze gronden zijn niet belast met beperkt zakelijke rechten van derden. Kostenverhaal is geregeld in een tussen de gemeente Bergen en de initiatiefnemer af te sluiten overeenkomst, waarin het planschadeverhaal wordt opgenomen. Hiermee wordt gewaarborgd dat eventueel te vergoeden planschade niet voor rekening van de gemeente Bergen komt maar voor rekening van de initiatiefnemer.
7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
7.2.1
Vooroverleg
Conform ex artikel 3.1.1. van het Bro moeten burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de Rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Dit vooroverleg vindt gelijktijdig plaats met de formele tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan. Er zijn geen vooroverlegreacties ingediend op het bestemmingsplan.
7.2.2
Ontwerpfase
Gelijktijdig met het vooroverleg start de formele bestemmingsplanprocedure. Eventuele aanpassingen die volgen uit de overlegreacties worden te zijner tijd verwerkt in het vast te stellen bestemmingsplan. Indien nodig worden er ambtshalve aanpassingen doorgevoerd. Het ontwerpbestemmingsplan heeft van donderdag 26 januari 2023 tot en met woensdag 8 maart 2023 (gedurende 6 weken) ter visie gelegen. In totaal zijn er twee zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn tijdig ontvangen en derhalve ontvankelijk. In de zienswijzennota (zie bijlage 13) zijn de zienswijzen samengevat en voorzien van een gemeentelijke reactie.
bestemmingsplan "Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022" (vastgesteld)
75
bestemmingsplan Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022
7.2.3
Vaststellingsfase
Na de termijn van terinzagelegging moet de gemeenteraad beslissen omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan. Tegen het besluit tot vaststelling staat, voor belanghebbenden, direct beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Direct na de beroepstermijn treedt, indien tijdens de beroepstermijn geen verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, het plan in werking waarna tot planrealisatie kan worden overgegaan.
76
bestemmingsplan "Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022" (vastgesteld)
bestemmingsplan Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022
bestemmingsplan "Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022" (vastgesteld)
77
bestemmingsplan Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022
Bijlagen bij toelichting
78
bestemmingsplan "Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022" (vastgesteld)
bestemmingsplan Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022
Bijlage 1 Historisch onderzoek en waardestelling actuele situatie kasteelruïne en landgoed
bestemmingsplan "Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022" (vastgesteld)
79
bestemmingsplan Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022
Bijlage 2
80
Gebiedsvisie Landgoed Bleijenbeek
bestemmingsplan "Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022" (vastgesteld)
bestemmingsplan Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022
Bijlage 3
Historisch bodemonderzoek
bestemmingsplan "Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022" (vastgesteld)
81
bestemmingsplan Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022
Bijlage 4
82
Verkennend bodemonderzoek Bleijenbeek 6A - 8
bestemmingsplan "Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022" (vastgesteld)
bestemmingsplan Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022
Bijlage 5
Verkennend bodemonderzoek Bleijenbeek 10
bestemmingsplan "Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022" (vastgesteld)
83
bestemmingsplan Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022
Bijlage 6
84
Verkennend bodemonderzoek Bleijenbeek 12
bestemmingsplan "Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022" (vastgesteld)
bestemmingsplan Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022
Bijlage 7
Verkennend bodemonderzoek Bleijenbeek 15
bestemmingsplan "Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022" (vastgesteld)
85
bestemmingsplan Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022
Bijlage 8
86
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
bestemmingsplan "Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022" (vastgesteld)
bestemmingsplan Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022
Bijlage 9
Geuronderzoek
bestemmingsplan "Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022" (vastgesteld)
87
bestemmingsplan Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022
Bijlage 10
Quickscan Wet natuurbescherming
88
bestemmingsplan "Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022" (vastgesteld)
bestemmingsplan Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022
Bijlage 11
Stikstofdepositieonderzoek
bestemmingsplan "Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022" (vastgesteld)
89
bestemmingsplan Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022
Bijlage 12 Archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek
90
bestemmingsplan "Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022" (vastgesteld)
bestemmingsplan Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022
Bijlage 13
Zienswijzennota
bestemmingsplan "Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022" (vastgesteld)
91
bestemmingsplan Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022
Regels
92
bestemmingsplan "Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022" (vastgesteld)
bestemmingsplan Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
1.1 plan het bestemmingsplan Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022 met identificatienummer NL.IMRO.0893.BP22004LB2022BLE-VA01 van de gemeente Bergen (L.); 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolgde deze regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 aangebouwd bijbehorend bouwwerk een bijbehorend bouwwerk in de vorm van een gebouw, dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.6 aan-huis-verbonden bedrijf het door de bewoner van de (bedrijfs)woning bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q.
het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, geheel of overwegend door handwerk, dat door zijn beperkte omvang in een (bedrijfs)woning en daarbij behorende bijbehorende bouwwerken met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend, niet zijnde detailhandel, behoudens de beperkte verkoop van artikelen verband houdende met de activiteiten; 1.7 aan-huis-verbonden beroep een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een (bedrijfs)woning en daarbij behorende bijbehorende bouwwerken, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend; 1.8 afhankelijke woonruimte een (aangebouwd) bijbehorend bouwwerk dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding gehuisvest is; 1.9 agrarisch bedrijf een bedrijf, gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren; 1.10 ambachtelijk bedrijf het bedrijfsmatig, geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigen, bewerken of herstellen en het installeren van goederen, alsook het verkopen en/of leveren, als ondergeschikte activiteit, van goederen die verband houden met het ambacht; 1.11 ammoniakemissie van een dierenverblijf de ammoniakemissie van een dierenverblijf