CConstaterende datBergen (L)
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting en regels BP Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022 vastgesteld 2

Gemeenteraad 30 mei 2023, gemeente Bergen (L)Bij agendapunt: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan landgoed Bleijenbeek e.o. 2022;28.854 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Planspecifiek In onderhavig initiatief is er sprake van het realiseren van 8 vrijstaande dure koopwoningen (gasloos en volgens de laatste duurzaamheidseisen) op grote kavels, waarbij 2 woningen ter vervanging zijn van 2 te slopen bedrijfswoningen. Per saldo worden er planologisch gezien daarmee 6 extra woningen mogelijk gemaakt. In de gemeentelijke woningbouwprogrammering is rekening gehouden met de beoogde ontwikkeling in onderhavig plangebied. De woningen worden hierbij in afwijking van de regionale woonvisie buiten de bestaande kernen gebouwd. Er is in het plangebied echter sprake van een integrale gebiedsontwikkeling, waarbij voor de duurzame instandhouding van het landgoed naar koppelkansen is gezocht. Uiteindelijk heeft dit geleid tot een samenhangend maatregelpakket, met daarin ook enkele nieuwe dure koopwoningen om voldoende economisch draagvlak te creëren en maatschappelijk gezien te zorgen voor extra sociale leefbaarheid (door het versterken van de woonfunctie op het landgoed). Op deze manier wordt een zelfstandig voortbestaan van het landgoed mogelijk gemaakt en ontstaat een winwinsituatie. In andere bouwplannen in de gemeente worden vooral de andere woningbouwcategorieën gebouwd.

36

bestemmingsplan "Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022" (vastgesteld)

bestemmingsplan Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022

4.3.2

Conclusie

In het plangebied zijn geen regionale belangen in het geding.

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1

Omgevingsvisie Bergen 2030

Op 23 april 2019 heeft de gemeenteraad de 'Omgevingsvisie Bergen 2030' vastgesteld. Deze visie bepaalt in welke richting de gemeente zich wil ontwikkelen. De Omgevingsvisie heeft betrekking op het hele grondgebied van de gemeente Bergen, met uitzondering van het gebied Wells Meer. Concrete aanvragen van overheden, organisaties, ondernemers en burgers toetst de gemeente aan de tien navolgende uitgangspunten uit deze visie: 1. De meest toekomstbestendige gemeente; 2. Energie onafhankelijk in 2030; 3. Landschap en landbouw in balans; 4. Waterbeheer op maat; 5. Versterken natuurwaarden en biodiversiteit; 6. Kwaliteitsslag en zonering recreatievoorzieningen; 7. Afstemmen woningvoorraad op vraag; 8. Voorzieningen bereikbaar houden; 9. Verder bouwen aan een gezonde leefomgeving; 10. Leefklimaat in de dorpen verbeteren. Planspecifiek Voor het plangebied zijn vooral de uitgangspunten 'energie onafhankelijk in 2030', 'versterken natuurwaarden en biodiversiteit', 'kwaliteitsslag en zonering recreatievoorzieningen' en 'afstemmen woningvoorraad op vraag' van belang. Op navolgende uitsnede van de visiekaart zijn de belangrijkste ontwikkelingen in het plangebied aangegeven, waarbij het herstel van de Eckeltsebeek al heeft plaatsgevonden:

bestemmingsplan "Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022" (vastgesteld)

37

bestemmingsplan Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022

Energieonafhankelijk in 2030 Op het gebied van duurzaamheid gaat Bergen voort op de weg die enige tijd geleden is ingeslagen. Bergen wil energie onafhankelijk zijn in 2030 en zet daarmee fors hoger in dan de landelijke doelstelling van 2050. Een sterke inzet op duurzaamheid is niet alleen noodzakelijk, maar vormt ook een kans om Bergen op de kaart te zetten. Op het gebied van besparing en kleinschalige opwekking is spreiding juist essentieel. Energieonafhankelijkheid in 2030 is namelijk alleen haalbaar als iedereen meedoet. Hiervoor werkt de gemeente aan het programma VerduurSAMEN 2030. Alle nieuwe woningen in het plangebied worden gasloos aangelegd volgens de laatste duurzaamheidseisen. Versterken natuurwaarden en biodiversiteit Nationaal Park De Maasduinen heeft te maken met verdroging als gevolg van grondwateronttrekking, grind- en zandwinning in het verleden en klimaatverandering. Daarnaast leidt stikstofdepositie tot overbemesting, verzuring en uitloging van de bodem. De inzet blijft gericht op het behoud van de aanwezige natuurwaarden, onder andere door het terugdringen van grondwateronttrekking voor andere doeleinden dan de drinkwatervoorziening en het terugdringen van vermesting. Belangrijk onderdeel van de verdere ontwikkeling van landgoed Bleijenbeek betreft het versterken van het landschappelijk raamwerk op het landgoed: 1.

Herstellen en beheren van bestaande landschappelijke elementen; 2. Versterken en aanvullen padenstructuur op basis van historische analyse en waardebepaling;

38

bestemmingsplan "Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022" (vastgesteld)

bestemmingsplan Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022

3. Koesteren samenspel beplanting en open ruimtes (ook in het bosgedeelte); versterken van zichtlijnen; 4. Toevoegen nieuwe beplanting in relatie tot nieuw programma (vooral langs de oostelijke rand). Omdat in het plangebied sprake is van een vermindering van de agrarische bedrijfsactiviteiten (inleveren van het vergunningsrecht voor het houden van varkens op Bleijenbeek 15A en functieverandering van 5 voormalige agrarische bedrijven naar wonen (4x) of landbouwgrond zonder bouwvlak (1x)), treedt er per saldo een verbetering op voor de natuurwaarden/ vindt er een vermindering plaats van de stikstofdepositie in en om het plangebied en vindt er een verschuiving plaats naar meer extensieve vormen van land- en tuinbouw. Kwaliteitsslag en zonering recreatievoorzieningen Met de Maas en Nationaal Park De Maasduinen heeft Bergen een prachtige recreatieve basis, die verder kan worden uitgebouwd. Het economisch belang voor de gemeente is groot. Kwaliteit vormt het uitgangspunt. De gemeente heeft een uitgebreid aanbod aan verblijfsrecreatieve voorzieningen, waaronder enkele toonaangevende bedrijven op landelijk niveau, maar ook bedrijven die de aansluiting met de markt dreigen te verliezen. De afgelopen periode is er al veel aandacht geweest voor de vitalisering van de verblijfsrecreatieve sector.

Het wordt in de toekomst steeds belangrijker ervoor te zorgen dat er onderscheid blijft bestaan tussen drukke(re) en rustige gebieden. Intensieve(re) functies worden geconcentreerd in drie gebieden, waar steeds de relatie tussen de Maas, de N271 en Nationaal Park De Maasduinen kan worden gelegd. Eén van die gebieden is Afferden in combinatie met de Eckeltsebeek/ Bleijenbeek: verblijfsrecreatie, extensieve sportvoorzieningen, natuur en cultuurhistorie. Met de gebiedsvisie en de planologische vertaling daarvan in onderhavig bestemmingsplan worden de voorwaarden geschapen voor een duurzame instandhouding en ontwikkeling van landgoed Bleijenbeek. De basis daarvoor is een stevig landschappelijk raamwerk gecombineerd met een aantal ontwikkelvelden waar een versterking plaatsvindt van de recreatieve functie en de woonfunctie. Daarbij gaat het enerzijds om het versterken van de herkenbaarheid en de samenhang binnen het landgoed en anderzijds om het versterken van de levendigheid door toevoegen van programma. Een gezonde balans van investeren in natuurwaarden, behoud van cultuurhistorie en creëren van voldoende economisch en maatschappelijk draagvlak zorgt voor sociale leefbaarheid en zelfstandig voortbestaan. Afstemmen woningvoorraad op vraag Bergen wil ook andere woonmilieus aanbieden dan alleen ruime woningen binnen de kernen.

Burgers geven aan op zoek te zijn naar moderne, luxe woningen, bij voorkeur aan de randen of net buiten de dorpen. De nieuwe vrijstaande burgerwoningen die mogen worden gerealiseerd ter versterking van de woonfunctie op het landgoed, bieden een dergelijke woonmilieu. In subparagraaf 4.3.1 is al nader ingegaan op de regionale woonvisie in relatie tot de beoogde ontwikkeling in het plangebied.

4.4.2

Woonvisie gemeente Bergen 2017 - 2021

De gemeenteraad heeft op 12 december 2017 een gemeentelijke woonvisie vastgesteld waarbij rekening is gehouden met de Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg. Er ligt een grote opgave om de bestaande woningvoorraad toekomstbestendig (inspelen op de grote groei van het aantal ouderen) en duurzaam te maken. Bij nieuwe woningbouwinitiatieven richt de gemeente zich sterk op het toevoegen van de juiste woningen (kwalitatieve aanvulling op het bestaande woningaanbod) op de juiste locatie. Daarnaast heeft de gemeente een opgave om te schrappen in de bestaande planvoorraad. Om een goede afweging te kunnen maken, zowel als het gaat om het schrappen van een deel van de harde planvoorraad als het beoordelen van nieuwe initiatieven, is in de woonvisie een kwalitatief afwegingskader opgenomen. In dit afwegingskader worden kwaliteiten genoemd voor de locatie en voor de woning. Dat betekent dat inbreiding voor uitbreiding gaat en wordt ingezet op het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit (o.a. herbestemmingsmogelijkheden, invulling ‘rotte plekken’ bijdrage aan gevarieerde wijkopbouw). Wat betreft de kwaliteiten van de woning wordt ingezet op levensloopbestendige woningen, duurzaamheid, excellente woonmilieus, consumentgericht ontwikkelen en bijzondere doelgroepen.

bestemmingsplan "Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022" (vastgesteld)

39

bestemmingsplan Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022

Planspecifiek In subparagraaf 4.3.1 onder de kop 'planspecifiek' is voor de recentere regionale woonvisie al ingegaan op de kwantitatieve onderbouwing. Kwalitatief gezien is in de woonvisie als visie opgenomen dat in 2030 op kleine schaal een aantal exclusieve en gebiedseigen woonmilieus aan de voorraad is toegevoegd, waaronder landgoed Bleijenbeek. De kleinschaligheid en het respect voor het landschap maken dit woonmilieu tot een aantrekkelijk en exclusief geheel. Vóór alles moet dit woonmilieu duurzaam en zelfvoorzienend in de energiebehoefte zijn en bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit. In aansluiting hierop worden alle nieuwe woningen op het landgoed duurzaam (gasloos en BENG) uitgevoerd.

4.4.3

Conclusie

In het plangebied zijn geen gemeentelijke belangen in het geding.

4.5

Conclusie

Het plan is passend binnen c.q. niet strijdig aan het beleid van de verschillende overheden.

40

bestemmingsplan "Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022" (vastgesteld)

bestemmingsplan Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022

Hoofdstuk 5

Milieu- & omgevingsaspecten

5.1

Verkeer & parkeren

5.1.1

Verkeer

Wat betreft de extra voertuiggeneratie die als gevolg van de ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt (ten opzichte van de bestaande planologische situatie) is uitgegaan van gegevens uit de ASVV 2021 van kennisplatform CROW. Er is uitgegaan van de ligging ‘buitengebied’ in de gemeente Bergen te Limburg (‘niet stedelijk’). Hierbij is de functie: ‘koop, huis, vrijstaand’ aangehouden voor de te realiseren woningen. Verder is worst-case de functie ‘bungalowpark (huisjescomplex)’ aangehouden voor de te realiseren lodges (Bleijenbeek 14):

Navolgend een overzicht van de voertuiggeneratie in de ontwikkelvelden in het plangebied:  Bleijenbeek 6A - 8: hier wordt een agrarische bedrijfswoning omgezet naar een burgerwoning en eventueel aangevuld met een kleine rustplaats, theeschenkerij of kleinschalig museum. De voertuiggeneratie voor de woning komt naar boven afgerond uit op 9 lichte voertuigbewegingen per etmaal. Daarnaast is nog eens rekening gehouden met 20 lichte voertuigbewegingen per etmaal voor de aanvullende rustplaats/ theeschenkerij/ museum. Per saldo zal het aantal voertuigbewegingen ongeveer gelijk blijven ten opzichte van de huidige planologische situatie. 

Bleijenbeek 10: hier wordt een agrarische bedrijfswoning omgezet naar burgerwoning aangevuld met faciliteiten voor een kleinschalige overnachtingsmogelijkheid (bed & breakfast) en een recreatiewoning. De voertuiggeneratie voor de woning komt naar boven afgerond uit op 9 lichte voertuigbewegingen per etmaal. Daarnaast is nog eens rekening gehouden met 20 lichte voertuigbewegingen per etmaal voor de bed & breakfast en de recreatiewoning samen. Per saldo zal het aantal voertuigbewegingen ongeveer gelijk blijven ten opzichte van de huidige planologische situatie.

Bleijenbeek 12: hier wordt een agrarische bedrijfswoning omgezet naar burgerwoning en eventueel aangevuld met mogelijkheden tot een verblijfsaccommodatie (B&B) en het houden van kleine bijeenkomsten. De voertuiggeneratie voor de woning komt naar boven afgerond uit op 9 lichte voertuigbewegingen per etmaal. Daarnaast is nog eens rekening gehouden met 20 lichte voertuigbewegingen per etmaal voor de B&B/ bijeenkomsten/ dagbesteding. Per saldo zal het aantal voertuigbewegingen ongeveer gelijk blijven ten opzichte van de huidige planologische situatie.

Bleijenbeek 15: hier wordt een bestaand agrarisch bedrijf met bedrijfswoning gesaneerd en twee burgerwoningen teruggebouwd. De voertuiggeneratie voor twee vrijstaande koopwoningen komt naar boven afgerond uit op 18 lichte voertuigbewegingen per etmaal. Per saldo zal het aantal voertuigbewegingen ongeveer gelijk blijven ten opzichte van de huidige planologische situatie.

Ten zuiden van Bleijenbeek 15: hier worden vijf bouwkavels gerealiseerd. De voertuiggeneratie voor vijf vrijstaande koopwoningen komt uit op 5 x 8,6 = 43 lichte voertuigbewegingen per etmaal.

‘De Boshof’: hier wordt een bijzondere vrijstaande koopwoning gerealiseerd. De voertuiggeneratie voor de woning komt naar boven afgerond uit op 9 lichte voertuigbewegingen per etmaal.

bestemmingsplan "Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022" (vastgesteld)

41

bestemmingsplan Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022

Bleijenbeek 17: hier worden alle gebouwen bij een voormalig agrarisch bedrijf gesaneerd. Hier vindt een afname plaats van (naar boven afgerond) 9 lichte voertuigbewegingen per etmaal. De agrarische bedrijfsvoering was al eerder gestaakt. Dus worst-case is alleen gerekend met het vervallen van de voertuigbewegingen van de voormalige bedrijfswoning op nr. 17. De voertuigbewegingen ten gevolge van het voormalige agrarische bedrijf zijn buiten beschouwing gelaten.

Bleijenbeek 14: hier worden een aantal recreatieve lodges toegevoegd naast het bestaande (golf)paviljoen Bleijenbeek. Het definitieve aantal op te richten lodges moet nog worden vastgesteld, maar zal liggen tussen de 15 en 35 stuks (deze zullen in aantal en vormgeving ondergeschikt aan het landschap zijn). De voertuiggeneratie voor de lodges komt daarmee naar boven afgerond uit op maximaal 2,8 x 35 = 98 lichte voertuigbewegingen per etmaal. Daarnaast blijft het bestaande golfpaviljoen Bleijenbeek bij de bestaande golfbaan behouden. Omdat het hele golfcomplex qua functie en omvang niet verandert ten opzichte van de bestaande situatie, verandert ook het aantal voertuigbewegingen als gevolg van deze voorziening niet.

Bleijenbeek 13A en 15A: hier blijven het grondgebonden agrarisch bedrijf op 13A en het agrarisch bedrijf op 15A (zonder het vergunningsrecht voor het houden van varkens) behouden. Voor ieder bedrijf is rekening gehouden met een voertuiggeneratie van 4 lichte, 4 middelzware en 8 zware voertuigbewegingen per etmaal. Dit is volgens opgave door de eigenaren van de agrarische bedrijven. Per saldo zal het aantal voertuigbewegingen ongeveer gelijk blijven ten opzichte van de huidige planologische situatie. Samengevat betekent dit dat er op het noord-zuid gerichte deel van de straat Bleijenbeek een toename zal zijn van circa 43 (= ten zuiden Bleijenbeek 15) + 9 (= Boshof) = 52 voertuigbewegingen per etmaal. Ondanks dat dit deel van de straat Bleijenbeek smal is, is dit aantal gemakkelijk op te vangen vanwege de lage verkeersintensiteit ter plaatse. Bovendien bevindt het grootste deel van de woningen zich in het voorste deel van de straat. De recreatieve lodges op de locatie Bleijenbeek 14 leiden tot een toename van het verkeer op het oost-west gerichte deel van de straat Bleijenbeek met 98 lichte voertuigbewegingen per etmaal. Door de sloop van het voormalige agrarische bedrijf met bedrijfswoning op de locatie Bleijenbeek 17, is er per saldo sprake van een toename met circa 98 - 9 = 89 voertuigbewegingen per etmaal.

Dit extra aantal voertuigbewegingen is gemakkelijk op te vangen op deze doorgaande weg tussen Afferden en Siebengewald. Het aspect 'verkeer' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

5.1.2

Parkeren

Wat betreft de extra parkeerbehoefte als gevolg van de ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt (ten opzichte van de bestaande planologische situatie) is uitgegaan van gegevens uit publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren' van kennisplatform CROW. Er is uitgegaan van de ligging ‘buitengebied’ in de gemeente Bergen te Limburg (‘niet stedelijk’). Hierbij is de functie: ‘koop, huis, vrijstaand’ aangehouden voor de te realiseren woningen. Verder is de functie ‘camping (kampeerterrein’) aangehouden voor de te realiseren lodges:

Omdat alle (nieuwe of te vervangen) vrijstaande woningen aan de westzijde van de straat Bleijenbeek en ter plaatse van de Boshof op ruime percelen staan, kan op elk perceel gemakkelijk worden voorzien in 3 parkeerplaatsen op eigen terrein. Daarmee wordt zelfs aan de maximale parkeernorm voldaan.

42

bestemmingsplan "Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022" (vastgesteld)

bestemmingsplan Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022

Het is niet realistisch om voor de parkeerbehoefte van de lodges uit te gaan van dezelfde norm als voor een bungalowpark (naar analogie van datgene wat worst-case voor de voertuiggeneratie van de lodges is gehanteerd). Het ligt meer voor de hand om uit te gaan van de norm voor een 'camping (kampeerterrein'). Waarbij sprake is van 1,0 parkeerplaats per lodge en daarnaast nog ruimte voor bezoekersparkeren. Lodges kennen immers een beperkte oppervlakte (zie subparagraaf 8.1.2) en zijn niet ingericht op het ontvangen van bezoekers. Dit in tegenstelling tot recreatiewoningen op een bungalowpark. Daarmee komt de parkeerbehoefte voor de maximaal 35 lodges uit op minimaal 35 x 1,1 = 38,5 tot maximaal 35 x 1,3 = 45,5 parkeerplaatsen. Om deze extra parkeerbehoefte op te kunnen vangen wordt de bestaande parkeerplaats van paviljoen Bleijenbeek uitgebreid met 50 parkeerplaatsen:

Het aspect 'parkeren' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

bestemmingsplan "Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022" (vastgesteld)

43

bestemmingsplan Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022

5.2

Bodem

5.2.1

Regelgeving

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet in verband met de uitvoerbaarheid van een project rekening worden gehouden met de bodemgesteldheid. Bij functiewijzigingen moet worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat, indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig moet worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). De Wet bodembescherming heeft betrekking op landbodems; waterbodems vallen onder de Waterwet. Op grond van de Woningwet en de Bouwverordening moet voor elke individuele bouwlocatie aangetoond worden dat de bodem geschikt is voor de beoogde bebouwing, alvorens een omgevingsvergunning kan worden verleend. Bij het opstellen van een bestemmingsplan is de vraag of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het bestaande of toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het uitgangspunt hierbij is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Dit is het zogenaamde stand still-beginsel.

Het vaststellen van de bodemkwaliteit wordt bij het opstellen/herzien van een bestemmingsplan alleen van belang geacht voor de locaties waar ontwikkelingen gepland zijn (zoals functiewijzigingen, bouwen, graven/ophogen). Bij nieuwe ontwikkelingen moet bekeken worden of de bodemkwaliteit een belemmering op kan leveren voor de realisering hiervan. Bijna altijd is het mogelijk om bodem geschikt te maken voor het gewenste gebruik. Het is echter mogelijk dat een plan financieel onuitvoerbaar wordt, bijvoorbeeld omdat de kosten van de sanering te hoog zijn. Bij een wijziging van de bestemming of van de functie wordt een bodemonderzoek alleen noodzakelijk geacht, indien deze wijziging tevens een meer gevoelige vorm van bodemgebruik inhoudt.

5.2.2

Doorvertaling bestemmingsplan

Op basis van het uitgevoerde historisch bodemonderzoek is nader bepaald voor welke ontwikkelvelden een verkennend bodemonderzoek noodzakelijk is. De rapportage van het historisch bodemonderzoek is als bijlage 3 bij de toelichting gevoegd. In het bodemonderzoek worden de volgende deellocaties onderscheiden: 1. Bleijenbeek 6A - 8, gemeente Bergen, sectie R, nummer 1296 (ged.): oppervlakte 3.154 m²; 2. Bleijenbeek 10, gemeente Bergen, sectie R, nummer 166 (ged.): oppervlakte 4.002 m²; 3. Bleijenbeek 12, gemeente Bergen, sectie R, nummers 681(ged.), 682 (ged.) en 1090 (ged.): oppervlakte 3.330 m²; 4. Bleijenbeek 15, gemeente Bergen, sectie R, nummer 1279 (ged.): oppervlakte 3.248 m²; 5. Ten zuiden Bleijenbeek 15, gemeente Bergen, sectie R, nummer 1279 (ged.): oppervlakte 10.556 m² 6. De Boshof, gemeente Bergen, sectie R, nummer 7325 (ged.): oppervlakte 3.064 m².

44

bestemmingsplan "Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022" (vastgesteld)

bestemmingsplan Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022

Ligging deelgebieden historisch bodemonderzoek Op basis van de beschikbare informatie is voor de algemene bodemkwaliteit van de deellocaties 5 en 6 (in gebruik als landbouwgrond), de hypothese gesteld van een onverdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodem- en asbestverontreiniging. Ter plaatse hoeft geen verkennend bodemonderzoek uitgevoerd te worden: Voor de algemene bodemkwaliteit ter plaatse van de deellocaties 1 t/m 4 (in gebruik als erf) is de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodem- en asbestverontreiniging. Daarnaast vormen de bodembedreigende activiteiten ter plaatse van deellocaties 1 t/m 3 aandachtspunten. Tevens is de voormalige aanwezigheid van een boomgaard ter plaatse van deellocatie 2 een aandachtspunt (OCB in teeltlaag). Verkennend bodemonderzoek Bleijenbeek 6A - 8 Er is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd voor de locatie Bleijenbeek 6A - 8. De rapportage van dit onderzoek is als bijlage 4 bij de toelichting gevoegd. Conclusies verkennende bodemonderzoeken Voor de onderzoekslocatie is voor de algemene kwaliteit en de voormalige bodembedreigende activiteiten de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging.

Algemene kwaliteit Op basis van de resultaten kan de gestelde verdachte hypothese formeel gezien worden verworpen, aangezien in zowel de boven- en ondergrond als het grondwater maximaal licht verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters zijn aangetoond. De aangetoonde verhoogde gehalten betreffen overschrijdingen van de achtergrond- of streefwaarden. Aangezien de gestandaardiseerde meetwaarden de indexwaarden van 0,5 niet overschrijden, zijn geen vervolgstappen in het kader van de Wbb noodzakelijk. Voormalige bodembedreigende activiteiten Ter plaatse van de opslag smeerolie, afgewerkte olie en bestrijdingsmiddelenkast zijn licht verhoogde gehalten voor diverse OCB en minerale olie aangetoond in de grond. Er kan niet uitgesloten worden dat deze gehalten afkomstig zijn van de voormalige activiteiten. Aangezien geen nulsituatie

bestemmingsplan "Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022" (vastgesteld)

45

bestemmingsplan Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022

bodemonderzoek bekend is kan geen vergelijking gemaakt worden met de bodemkwaliteit voorafgaand aan de bodembedreigende activiteiten. Het betreffen echter marginaal verhoogde gehalten (maximale index 0,21), waardoor ons inziens geen verdere onderzoeken danwel saneringen zinvol zijn. Ter plaatse van de machineloods, bovengrondse dieseltank en opslag kunstmest zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters aangetoond in de grond. Ter plaatse van de opslag kunstmest is 350 mg/kg aan kalium, 490 mg/kg stikstof en 540 mg/kg aan fosfaat aangetoond. In het grondwater zijn maximaal licht verhoogde gehalten voor de geanalyseerde parameters aangetoond. Conclusies verkennend onderzoek naar asbest Voor het verkennend onderzoek naar asbest is op basis van de zintuiglijke waarnemingen tijdens de veldwerkzaamheden de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een verontreiniging met asbest. Op basis van de onderzoeksresultaten dient de gestelde hypothese formeel gezien te worden aangenomen, aangezien zowel zintuiglijk (fractie > 20 mm) als analytisch (fractie < 20 mm) asbest is aangetroffen. Het aangetroffen asbest en het berekende gehalte voor asbest (24,3 mg/kg d.s.) blijft echter onder de interventiewaarde (100 mg/kg d.s.) alsmede onder de norm voor nader onderzoek (50 mg/kg d.s.).

In de overige proefgaten zijn zowel zintuiglijk als analytisch geen asbestverontreinigingen aangetroffen. Met de uitgevoerde onderzoeken is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief asbest) ter plaatse van de Bleijenbeek 6A - 8 te Afferden in voldoende mate onderzocht. Tevens is de eindsituatie vastgelegd ter plaatse van de voormalige bodembedreigende activiteiten. Er bestaan geen bezwaren tegen de voorgenomen herontwikkeling en civieltechnische werkzaamheden op de locatie. Verkennend bodemonderzoek Bleijenbeek 10 Er is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd voor de locatie Bleijenbeek 10. De rapportage van dit onderzoek is als bijlage 5 bij de toelichting gevoegd. Conclusies verkennend bodemonderzoek Op basis van de resultaten kan de gestelde verdachte hypothese worden verworpen, aangezien in zowel de boven-, ondergrond als het grondwater maximaal licht verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters zijn aangetoond. De aangetoonde verhoogde gehalten betreffen overschrijdingen van de achtergrond- of streefwaarden. Aangezien de gestandaardiseerde meetwaarden de indexwaarden van 0,5 niet overschrijden, zijn geen vervolgstappen in het kader van de Wbb noodzakelijk. Voormalige bodembedreigende activiteiten Ter plaatse van de onderzochte voormalige bodembedreigende activiteiten is enkel een licht verhoogd gehalte voor lood aangetoond.

Daarnaast is 470 mg/kg aan kalium, 1.330 mg/kg stikstof en 590 mgP/kg aan fosfaat aangetoond. Verder zijn in zowel de boven, ondergrond en/of het grondwater geen verhoogde gehalten voor de verdachte parameters aangetoond (NEN, arseen, chroom, minerale olie en vluchtige aromaten). Aangezien geen nulsituatie bodemonderzoek bekend is kan geen vergelijking gemaakt worden met de bodemkwaliteit voorafgaand aan de bodembedreigende activiteiten. Het betreffen marginaal verhoogde gehalten, waardoor ons inziens geen verdere onderzoeken danwel saneringen noodzakelijk zijn. De eindsituatie van de voormalige bodembedreigende activiteiten is derhalve in voldoende mate vastgelegd. Teeltlaag Plaatselijk is de teeltlaag/bovengrond verdacht op het voorkomen van OCB. Op basis van de resultaten wordt de gestelde verdachte hypothese verworpen, aangezien in de teeltlaag/bovengrond maximaal licht verhoogde gehalten voor de OCB-parameters zijn aangetoond. Conclusies verkennend onderzoek naar asbest Voor het verkennend onderzoek naar asbest is de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een verontreiniging met asbest. Op basis van de onderzoeksresultaten kan de gestelde hypothese worden verworpen, aangezien zowel zintuiglijk (fractie > 20 mm) als analytisch (fractie < 20 mm) geen asbest is aangetroffen.

Met de uitgevoerde onderzoeken is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief asbest) ter

46

bestemmingsplan "Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022" (vastgesteld)

bestemmingsplan Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022

plaatse van de Bleijenbeek 10 te Afferden in voldoende mate onderzocht. Tevens is de eindsituatie vastgelegd ter plaatse van de voormalige bodembedreigende activiteiten. Er bestaan geen bezwaren tegen de voorgenomen herontwikkeling en civieltechnische werkzaamheden op de locatie. Verkennend bodemonderzoek Bleijenbeek 12 Er is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd voor de locatie Bleijenbeek 12. De rapportage van dit onderzoek is als bijlage 6 bij de toelichting gevoegd. Conclusies verkennende bodemonderzoeken Op basis van de resultaten kan de gestelde verdachte hypothese worden verworpen, aangezien in de bovengrond maximaal licht verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters zijn aangetoond. De aangetoonde verhoogde gehalten betreffen overschrijdingen van de achtergrond- of streefwaarden. Aangezien de gestandaardiseerde meetwaarden de indexwaarden van 0,5 niet overschrijden, zijn geen vervolgstappen in het kader van de Wbb noodzakelijk. In de ondergrond en het grondwater zijn geen verhoogde gehalten voor de geanalyseerde parameters aangetoond. Voormalige bodembedreigende activiteiten Ter plaatse van de onderzochte voormalige bodembedreigende activiteiten zijn in zowel de boven-, ondergrond en/of het grondwater geen verhoogde gehalten voor de verdachte parameters aangetoond (NEN, arseen, chroom, minerale olie en/of vluchtige aromaten).

De eindsituatie van de voormalige bodembedreigende activiteiten is derhalve in voldoende mate vastgelegd. Conclusies verkennend onderzoek naar asbest Voor het verkennend onderzoek naar asbest is de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een verontreiniging met asbest. Op basis van de onderzoeksresultaten kan de gestelde hypothese worden verworpen, aangezien zowel zintuiglijk (fractie > 20 mm) als analytisch (fractie < 20 mm) geen asbest is aangetroffen. Met de uitgevoerde onderzoeken is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief asbest) ter plaatse van de Bleijenbeek 12 te Afferden in voldoende mate onderzocht. Tevens is de eindsituatie vastgelegd ter plaatse van de voormalige bodembedreigende activiteiten. Er bestaan geen bezwaren tegen de voorgenomen herontwikkeling en civieltechnische werkzaamheden op de locatie. Verkennend bodemonderzoek Bleijenbeek 15 Er is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd voor de locatie Bleijenbeek 15. De rapportage van dit onderzoek is als bijlage 7 bij de toelichting gevoegd. De onderzoeken zijn in 2 fasen uitgevoerd. In fase 1 (oktober 2022) zijn de verkennende onderzoeken uitgevoerd (inclusief asbestonderzoek) en in fase 2 (november 2022) is een nader grondonderzoek naar chroom uitgevoerd.

Voorliggende rapportage betreft de resultaten, conclusies en aanbevelingen van zowel de verkennende onderzoeken (fase 1) als het nader onderzoek (fase 2). Verontreinigingssituatie Met de uitgevoerde onderzoeken is de algemene bodemkwaliteit (inclusief asbest) en de verontreinigingssituatie met betrekking tot de chroom verontreiniging in de grond ter plaatse van Bleijenbeek 15 te Afferden, binnen de onderzoeksgrenzen, in voldoende mate in beeld gebracht. In navolgende tabel is de verontreinigingssituatie met omvang, binnen de onderzoeksgrenzen, schematisch weergegeven. De contouren zijn weergegeven op de situatieschets in bijlage 2b van het onderzoek.

Opgemerkt wordt dat de verontreiniging met chroom is afgeperkt tot beneden de interventiewaarden binnen de onderzoeksgrenzen. Voor de overige parameters in de grond en in het grondwater zijn verder maximaal licht verhoogde gehalten aangetoond. Tevens is zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest aangetroffen.

bestemmingsplan "Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022" (vastgesteld)

47

bestemmingsplan Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022

Ernst en spoed Om van een geval van ernstige bodemverontreiniging te spreken dient voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m³ grond of 100 m³ bodemvolume voor grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarde. Op basis van de resultaten van voorliggende onderzoeken is voor de locatie sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met chroom, aangezien meer dan 25 m³ grond met gehalten boven de interventiewaarden aanwezig zijn. Voor de voorgenomen herontwikkeling en functieverandering van agrarisch bedrijf naar wonen wordt geadviseerd om sanerende maatregelen uit te voeren met betrekking tot de sterk verhoogde gehalten met chroom in de grond tot 0,7 m -mv. Parallel aan de bestemmingsplanprocedure zal gestart worden met de sanering. Het aspect 'bodem' vormt, gezien de resultaten van de uitgevoerde bodemonderzoeken en na sanering, van de verontreiniging in het deelgebied aan de Bleijenbeek 15, geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

5.3

Geluid

5.3.1

Regelgeving

Belangrijke basis voor de ruimtelijke afweging van het aspect geluid is de Wet geluidhinder (Wgh). Overeenkomstig de Wgh zijn (spoor-)wegen en industrieterreinen waar zich grote lawaaimakers kunnen vestigen voorzien van zones. Het gebied binnen deze zones geldt als akoestisch aandachtsgebied waar een toetsing uitgevoerd moet worden. Daarbij beperkt de Wgh zich tot een toetsing ter plaatse van zogenaamde geluidsgevoelige objecten. Dit zijn onder andere woningen, onderwijsgebouwen, gezondheidszorggebouwen, kinderdagverblijven, woonwagenstandplaatsen en ligplaatsen voor woonboten. Voor de geluidsgevoelige gebouwen en terreinen die binnen bepaalde afstanden (zones) van de verschillende geluidsbronnen liggen, schrijft de Wgh voor dat een aangewezen bevoegd gezag (meestal Burgemeester en Wethouders) (maatwerk)grenswaarden bepaalt. De terminologie die de wet hiervoor hanteert is: ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting. De getalsmatige invulling van deze grenswaarden voor nieuwe of bestaande geluidgevoelige bestemmingen verschillen per locatie en per geluidssoort. Naast grenswaarden op de gevels van de geluidsgevoelige gebouwen, zijn er in de Wgh ook grenswaarden gericht op de bescherming van het akoestische klimaat binnen de bestaande gebouwen. De grenswaarden moeten bij de aanleg, dan wel wijzigingen van een (spoor)weg of industrieterrein in acht worden genomen.

Dit geldt ook bij vaststelling of herziening van een bestemmingsplan of bij een projectbesluit wanneer de betreffende gronden/gebouwen voor een geluidgevoelige functie in een geluidszone zijn gelegen. Onder bepaalde voorwaarden is een hogere geluidsbelasting dan de voorkeursgrenswaarde mogelijk (tot de maximaal toelaatbare geluidsbelasting). Hiervoor moet een “hogere waarde procedure” worden doorlopen door het college van burgemeester en wethouders. Een uitzondering waar toetsing aan de grenswaarden niet hoeft, is wanneer een geluidsgevoelig gebouw een zogenoemde 'dove' gevel heeft. Een 'dove gevel' is een bouwkundige constructie:  waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een bepaalde geluidwering;  waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte. Bij ontheffing van de maximaal toelaatbare geluidsbelasting kan (in het kader van de omgevingsvergunning) een nader akoestisch onderzoek noodzakelijk zijn ten behoeve van het woonen leefklimaat in de woning. De karakteristieke geluidwering van de gevel moet voor nieuwbouw zodanig zijn dat wordt voldaan aan de eisen uit het Bouwbesluit 2012, zijnde het verschil tussen de geluidsbelasting op de gevel en het gewenste binnenniveau met een minimum van 20 dB.

Wegverkeerslawaai In de Wgh en het Bgh is de zonering van wegen en het daarbij horende normenstelsel geregeld. Een zone is het akoestisch aandachtsgebied. Volgens de Wgh bevinden zich langs alle wegen wettelijke geluidzones, met uitzondering van woonerven, 30-km/uur-gebieden en wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveaukaart blijkt dat de geluidsbelasting op 10 m uit de meest nabij gelegen wegas 48 dB of minder bedraagt.

48

bestemmingsplan "Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022" (vastgesteld)

bestemmingsplan Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022

Bij vaststelling van een bestemmingsplan moet voor alle wegen waarvan de zone een overlap met het plangebied kent, een akoestisch onderzoek worden verricht (artikel 76 lid 1 Wgh). De breedte van deze zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de aard van de omgeving (stedelijk of buitenstedelijk), zie navolgende tabel:

Overzicht zonebreedtes (vanaf de as van de weg, aan weerszijden van de weg) De definities van het buitenstedelijk en stedelijk gebied zijn opgenomen in artikel 1 van de Wgh. Als buitenstedelijk gebied wordt aangemerkt het gebied buiten de bebouwde kom en het gebied binnen de zone van een autoweg of autosnelweg, die binnen de bebouwde kom ligt. Voor nieuwe woningen bedraagt de wettelijke (voorkeurs)grenswaarde 48 dB.

5.3.2

Doorvertaling bestemmingsplan

Voor alle ontwikkelvelden waar nieuwe woningen voorzien zijn, is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. De rapportage van dit onderzoek is als bijlage 8 bij de toelichting gevoegd. Op de volgende ontwikkelvelden worden nieuwe gevoelige bestemmingen, zijnde vrijstaande woningen, toegevoegd:  Ontwikkelveld Bleijenbeek 15: een bestaand agrarisch bedrijf (waar geen dieren aanwezig zijn) met bedrijfswoning wordt hier gesaneerd. Vervolgens worden er twee burgerwoningen teruggebouwd.  Ontwikkelveld ten zuiden van Bleijenbeek 15: hier worden vijf woonkavels toegevoegd.  Ontwikkelveld ‘De Boshof’: hier wordt één bijzondere vrijstaande woning gerealiseerd. Hogere waarden Een hogere waarde is niet nodig omdat alle berekende geluidsniveaus komend van de gezoneerde wegen in de omgeving onder de voorkeursgrenswaarde van 48 dB liggen. Bouwbesluit 2012 en woon- en leefklimaat Benodigde gevelwering (wegverkeerslawaai) De gecumuleerde geluidbelasting bij de geplande woningen bedraagt ten hoogste 49 dB ter plaatse van de voorgevels van de twee meest noordelijke woningen (1 e en 2e etage). De vereiste karakteristieke geluidwering Ga;k bedraagt dan 20 dB (standaardeis uit het Bouwbesluit 2012). Nader onderzoek naar de geluidwering van de gevels is niet nodig. Woon- en leefklimaat De milieukwaliteit wordt bij de woningen wordt geclassificeerd als ‘Zeer Goed’ tot ‘Goed’.

Het woonen verblijfsklimaat ter plaatse van de woningen wordt als acceptabel aangemerkt. Op basis van de toelichting in de subparagrafen 3.5.1 en 3.5.2 van het onderzoek kan gesteld worden dat de cumulatieve geluidbelasting (wegverkeer) een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat niet in de weg staat. Het aspect 'geluid' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

5.4

Milieuzonering

5.4.1

Regelgeving

Wanneer ruimtelijke ontwikkelingen in de directe omgeving van inrichtingen en/of bedrijven worden gerealiseerd, zal een milieukundig onderzoek uit moeten wijzen in hoeverre er sprake is van mogelijke beperkingen ten gevolge van de aanwezige inrichtingen en of bedrijven. Maar ook andersom moet aandacht worden besteed aan de rechten van de aanwezige inrichtingen en/of bedrijven. Het is immers niet de bedoeling dat nieuwe ontwikkelingen de huidige bedrijfsvoering in de directe omgeving zullen beperken.

bestemmingsplan "Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022" (vastgesteld)

49

bestemmingsplan Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022

Voor het vaststellen van de genoemde minimale richtafstanden tussen inrichtingen en milieugevoelige functies worden in de regel de lijsten zoals deze zijn opgenomen in de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' gebruikt. Daarbij wordt o.a. gekeken naar de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar en zo nodig naar het risico op bodem- of luchtverontreiniging. Bedrijven zijn in de VNGhandreiking ingedeeld in categorieën met bijbehorende gewenste richtafstanden tot milieugevoelige functies. De categorieën geven de zwaarte van bedrijvigheid en mogelijke milieuhinder weer. De richtafstanden kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandstap worden verlaagd indien sprake is van omgevingstype gemengd gebied.

Richtafstanden VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' Voorgaande tabel geeft een overzicht van de richtafstanden voor verschillende bedrijfscategorieën ten opzichte van een woonwijk en gemengd gebied. Indien de richtafstand niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect in beginsel achterwege blijven: inpassing is dan mogelijk. Indien er sprake is van een kortere afstand dan de richtafstand, is aanvullend onderzoek noodzakelijk.

5.4.2

Doorvertaling bestemmingsplan

Voor de nieuwe gevoelige bestemmingen in de vorm vrijstaande woningen op de ontwikkelvelden op de locatie 'Bleijenbeek 15', 'ten zuiden van Bleijenbeek 15' en 'de Boshof' is bekeken welke relevante bedrijven en andere niet-woonfuncties er in de nabijheid van deze deelgebieden liggen. De nieuwe lodges op de locatie Bleijenbeek 14 zijn geen gevoelige functies en ze liggen ook niet in nabijheid van andere voorzieningen met een hindercontour. Bleijenbeek 15 Dit betreft de locatie van een voormalig agrarisch bedrijf met bedrijfswoning, waar twee nieuwe vrijstaande burgerwoningen worden gerealiseerd. Recht tegenover dit deelgebied bevindt zich een gemengd bedrijf (veehouderij & akkerbouw) op de locatie Bleijenbeek 13A. In overleg met de eigenaren van dit agrarisch bedrijf is er voor gezorgd dat de minimum afstand tussen het agrarisch bouwvlak en het bouwvlak voor de nieuwe woningen 50 m bedraagt. Ook ten opzichte van het agrarische bedrijf op de locatie Bleijenbeek 15A wordt voldaan aan deze afstand. De 50 m contouren rondom de agrarische bouwvlakken van beide bedrijven zijn terug te zien op navolgende afbeelding in de vorm van een witte stippellijn. Daarmee wordt aan de benodigde richtafstand van 30 m voor het maatgeven aspect geluid van woningen ten opzichte van akkerbouw-/ tuinbouwbedrijven voldaan.

Voor de bespreking van de geurbelasting van beide bedrijven op dit deelgebied wordt verwezen naar paragraaf 5.6 van deze toelichting.

50

bestemmingsplan "Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022" (vastgesteld)

bestemmingsplan Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022

Ten zuiden van Bleijenbeek 15 Dit betreft landbouwgrond, waar vijf nieuwe vrijstaande burgerwoningen worden gerealiseerd. Ten noordoosten van dit deelgebied bevindt zich een gemengd bedrijf (veehouderij & akkerbouw) op het adres Bleijenbeek 15A. In overleg met de eigenaren van dit agrarisch bedrijf is er voor gezorgd dat de minimum afstand tussen het agrarisch bouwvlak en het bouwvlak voor de nieuwe woningen 50 m bedraagt. De 50 m contour rondom het agrarisch bouwvlak van dit bedrijf is terug te zien op navolgende afbeelding in de vorm van een witte stippellijn. Daarmee wordt aan de benodigde richtafstand van 30 m voor het maatgeven aspect geluid van woningen ten opzichte van akkerbouw/tuinbouwbedrijven voldaan. Voor de bespreking van het aspect geur wordt verwezen naar paragraaf 5.6 van deze toelichting. Voor de bespreking van de geurbelasting van omliggende agrarische bedrijven op dit deelgebied wordt verwezen naar paragraaf 5.6 van deze toelichting. Ook de bestaande golfbaan ligt in de nabijheid van dit deelgebied. Golfbanen kennen een richtafstand van 10 m voor het maatgevende aspect geluid. De nieuwe woonpercelen liggen op 15 m of meer van de golfbaan. Daarmee wordt aan de benodigde richtafstand voldaan. De Boshof Dit betreft landbouwgrond, waar één nieuwe vrijstaande burgerwoning wordt gerealiseerd.

In de directe omgeving van dit deelgebied zijn geen bedrijven en andere niet-woonfuncties gelegen. Het aspect 'milieuzonering' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

bestemmingsplan "Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022" (vastgesteld)

51

bestemmingsplan Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022

5.5

Luchtkwaliteit

5.5.1

Regelgeving

De paragraaf luchtkwaliteit in de Wet milieubeheer voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de nieuwe 'Wet luchtkwaliteit' geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkeling als:  er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde.  een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt.  een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging (meer dan 3 % ten opzichte van de grenswaarde). Het gaat hier bijvoorbeeld om woningbouwlocaties met één ontsluitingsweg en niet meer dan 1.500 nieuwe woningen, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 3.000 woningen.  een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat in werking is getreden nadat de EU in april 2009 derogatie heeft verleend.

Als aannemelijk kan worden gemaakt dat aan één of meerdere van de bovengenoemde criteria wordt voldaan, kan het project zonder toetsing aan de gestelde grenswaarden voor luchtkwaliteit worden uitgevoerd. In de Ministeriële regeling 'niet in betekenende mate bijdragen' zijn voor verschillende categorieën van projecten grenzen gesteld aan de projectomvang, waaronder een project met zekerheid NIBM bijdraagt aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen in de buitenlucht. Gevoelige bestemmingen als scholen, kinderdagverblijven, bejaarden- en zorgtehuizen genieten op grond van het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) extra bescherming: substantiële uitbreiding of nieuwvestiging binnen 50 m van een provinciale weg of 300 m van een rijksweg is alleen toegestaan als de concentraties luchtvervuilende stoffen zich onder de grenswaarden bevinden, waardoor geen onacceptabele gezondheidsrisico's optreden. De zones worden afgemeten vanaf de rand van de weg. In de context van dit besluit worden ziekenhuizen, woningen en sportaccommodaties dus niet als gevoelige bestemming gezien.

5.5.2

Doorvertaling bestemmingsplan

In de regeling NIBM is aangegeven dat een woningbouwlocatie met maximaal 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg is aan te merken als een ontwikkeling die niet in betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Voorliggend initiatief heeft betrekking op de realisatie van maximaal 8 wooneenheden (worst-case) en 35 lodges en valt qua woningbouw dus ruimschoots binnen de NIBM-regeling. Voor de volledigheid is een berekening uitgevoerd met de NIBM-tool (d.d. 23 april 2022), uitgaande van de extra voertuigbewegingen ten gevolge van de nieuwe ontwikkelingen in het plangebied, zoals bepaald in subparagraaf 5.1.1:

52

bestemmingsplan "Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022" (vastgesteld)

bestemmingsplan Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022

Goede ruimtelijke ordening (NSL-monitoringstool, GCN en GDN) In het kader van artikel 5.16 Wm zijn de jaargemiddelde concentraties NO 2, PM10 en PM2,5 bepaald ter plaatse van het plangebied. Op de grootschalige concentratie- en depositiekaarten Nederland (GCN en GDN) zijn de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 voor het peiljaar 2025 bepaald. Uit deze kaarten blijkt dat de jaargemiddelde grenswaarden van 40 µg/m 3 (voor NO2 en PM10) en 25 µg/m3 (voor PM2,5) niet worden overschreden. Daarnaast is de trend dat in de toekomst de emissies en de achtergrondconcentraties van deze stoffen zullen dalen, waardoor geen overschrijdingen van de grenswaarden zijn te verwachten. De daggemiddelde norm van 50 µg/m³ voor PM10 mag maximaal 35 dagen per jaar overschreden worden en is voor PM10 belangrijker dan de jaargemiddelde norm van 40 µg/m 3. De daggemiddelde norm komt overeen met ongeveer 32 µg/m3 jaargemiddeld (Bron: www.infomil.nl). Met een waarde onder de 14 µg/m³ wordt bij de nieuwe woningen, ook voor deze daggemiddelde norm voor PM10, ruimschoots aan deze lagere norm voldaan. Dit wordt bevestigd door de resultaten uit de NSLmonitoringstool waarbij ter hoogte van de toetspunten langs de N271 (de meest nabij gelegen gemonitorde weg) voor 2020 wat betreft het aantal overschrijdingsdagen voor PM10 ook sprake is van minder dan 35 overschrijdingsdagen.

Het aspect 'luchtkwaliteit' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

5.6

Geur

5.6.1

Regelgeving

Wet geurhinder en veehouderij De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) bevat het beoordelingskader voor geurhinder van veehouderijen die vergunningsplichtig zijn op basis van de Wet milieubeheer (Wm). Het beoordelingskader is als volgt:  voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld (in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv)) geldt een maximale geurbelasting) op een geurgevoelig object;  voor andere diercategorieën geldt een minimale afstand van de dierenverblijven ten opzichte van geurgevoelige objecten.

bestemmingsplan "Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022" (vastgesteld)

53

bestemmingsplan Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022

Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen concentratiegebieden (conform Reconstructiewet) en nietconcentratiegebieden en tussen situaties binnen de bebouwde kom en buiten de bebouwde kom. De wet beschrijft in artikel 3 de maximale norm voor geurbelasting van een veehouderij ten opzichte van een gevoelig object in vier situaties, zie navolgende tabel:

Binnen bebouwde kom

Buiten bebouwde kom

Concentratiegebied

Niet-concentratiegebied

diercategorieën Rgv

maximaal 3 ouE/m³

maximaal 2 ouE/m³

andere diercategorieën

minimaal 100 m t.o.v. geurgevoelig object

minimaal 100 m t.o.v. geurgevoelig object

diercategorieën Rgv

maximaal 14 ouE/m³

maximaal 8 ouE/m³

andere diercategorieën

minimaal 50 m t.o.v. geurgevoelig object

minimaal 50 m t.o.v. geurgevoelig object

Geurnormen Wgv De Wgv biedt gemeenten de mogelijkheid om afwijkende geurnormen vast te stellen voor (delen van) het grondgebied. Op deze wijze kan de gemeente een geurhinderbeleid vaststellen dat is afgestemd op de plaatselijke situatie. De gemeente Bergen beschikt over een dergelijke verordening in de vorm van de Verordening geurhinder en veehouderij 2007. Regeling geurhinder en veehouderij In de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) is de wijze vastgelegd waarop:  de geurbelasting wordt bepaald;  de afstand tussen veehouderij en geurgevoelig object) wordt gemeten. Activiteitenbesluit milieubeheer Per 1 januari 2013 zijn agrarische activiteiten onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit milieubeheer (hierna Activiteitenbesluit) gebracht. In het Activiteitenbesluit zijn voor alle agrarische activiteiten, waaronder akkerbouwbedrijven en veehouderijen, eisen opgenomen. Voor de veehouderijen is aangesloten bij de systematiek uit de Wgv, dat wil zeggen dat in bepaalde gevallen een maximaal toegestane geurbelastingen geldt (diercategorieën waarvoor een geuremissiefactor is vastgesteld, bijvoorbeeld varkens en pluimvee) en in andere gevallen vaste afstandseisen gelden (diercategorieën waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld, waaronder melkrundvee). 5.6.2

Doorvertaling bestemmingsplan

Voor de nieuwe woningen tegenover de bestaande veehouderijen op de adressen Bleijenbeek 13A en Bleijenbeek 15 is een geuronderzoek uitgevoerd. De rapportage van dit onderzoek is als bijlage 9 bij de toelichting gevoegd. Uit het onderzoek blijkt dat ter plaatse van het hoogst belaste punt op de rand van een bouwvlak binnen het plangebied:  ter plaatse van het plangebied wordt voldaan aan de afstandseis van 50 m;  de voorgrondbelasting op zijn hoogst 7,2 OUE /m³ bedraagt, waarbij geen rekening is gehouden met de voorwaardelijke verplichtingen in de regels;  de achtergrondbelasting op zijn hoogst 3,81 OUE/m³ bedraagt. Omdat veehouderijen ver genoeg van het plangebied zijn gelegen kan worden gesteld dat ten aanzien van afstanden sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in het plangebied. De hoogst berekende voorgrondbelasting binnen het plangebied bedraagt 7,2 OUE/m³. Deze waarde voor de voorgrondbelasting komt overeen met een ‘matig’ woon- en leefklimaat. In subparagraaf 3.3.1 van het onderzoek is toegelicht dat de geurnorm voor geurgevoelige objecten binnen het plangebied 14,0 OUE/m³ bedraagt. Aan deze geurnorm (die overeenkomt met een ‘slecht’ woon- en leefklimaat) wordt voldaan. De achtergrondbelasting van maximaal 3,81 OUE/m³ komt overeen met een ‘goed’ woon- en leefklimaat. Het aspect 'geur' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

54

bestemmingsplan "Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022" (vastgesteld)

bestemmingsplan Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022

5.7

Externe veiligheid

5.7.1

Regelgeving

Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen als vuurwerk, lpg en munitie over weg, water en spoor en door buisleidingen. Het beleid rondom externe veiligheid is vastgelegd in circulaires, regelingen, AMvB's en wetten. In Nederland worden twee maten gehanteerd voor externe veiligheidsrisico's, namelijk het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Bij het plaatsgebonden risico (PR) gaat het om de kans per jaar dat een denkbeeldig persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen als deze persoon zich onafgebroken en onbeschermd in de nabijheid van een risicovolle inrichting of transportas bevindt. Het plaatsgebonden risico wordt weergegeven als een contour rondom de risicovolle inrichting of de transportas. Het groepsrisico (GR) is de cumulatieve kans dat een (werkelijk) aanwezige groep van 10, 100 of 1.000 personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico moet verantwoord worden voor het gebied waarbinnen zich de gevolgen van een incident met gevaarlijke stoffen voordoen. Dit is de zogenaamde 1 %-letaliteitsgrens; de afstand vanaf een risicobedrijf waarop nog slechts 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving overlijdt bij een ongeval op het risicobedrijf (invloedsgebied).

Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein, bijvoorbeeld rondom chemische fabrieken, LPG-tankstations en spoorwegemplacementen waar goederentreinen met gevaarlijke stoffen rangeren. In het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) is geregeld hoe een gemeente moet omgaan met risico's langs relevante buisleidingen. De hogedruk gasleidingen van Gasunie zijn het meest relevant. Het Besluit externe veiligheid transport (Bevt) verhoogt de veiligheid van mensen die wonen of werken in de buurt van rijksinfrastructuur (auto-, spoor- en vaarwegen) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd.

5.7.2

Doorvertaling bestemmingsplan

Op navolgende afbeelding is een uitsnede weergegeven van de provinciale risicokaart. Hierop is informatie weergegeven ten aanzien van inrichtingen met gevaarlijke stoffen, transportroutes en buisleidingen:

bestemmingsplan "Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022" (vastgesteld)

55

bestemmingsplan Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022

Uitsnede provinciale risicokaart met globale begrenzing plangebied (blauwe omkadering) Inrichtingen c.q. bedrijven In de directe omgeving van het plangebied zijn geen relevante risicovolle inrichtingen of bedrijven aanwezig. Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van een inrichting. De meest nabijgelegen inrichting aan de westzijde is een propaantank bij camping Roland aan de Rimpelt 33 met een 10-6 plaatsgebonden risicocontour van 10 m. Deze contour ligt ruimschoots buiten het plangebied. De meest nabijgelegen inrichting aan de oostzijde bestaat uit twee propaantanks bij het Institut de Sélection Animale aan de Horsterbeekweg 5 met ieder een 10-6 plaatsgebonden risicocontour van 25 m. Deze contouren liggen ruimschoots buiten het plangebied. Vervoer van gevaarlijke stoffen door een buisleiding Het plangebied is niet gelegen in de directe nabijheid van aardgastransportleidingen. Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van een buisleiding. Vervoer van gevaarlijke stoffen Het plangebied ligt buiten het invloedsgebied van een transportroute voor gevaarlijke stoffen. Het beoogde plan voorziet ook zelf niet in het mogelijk maken van nieuwe bronnen met externe veiligheidsrisico's. Het aspect 'externe veiligheid' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

56

bestemmingsplan "Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022" (vastgesteld)

bestemmingsplan Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022

5.8

Waterhuishouding

5.8.1

Regelgeving

Het plangebied ligt in het stroomgebied van waterschap Limburg (voormalig waterschap Peel en Maasvallei). Waterschap Roer en Overmaas en waterschap Peel en Maasvallei hebben samen het Waterbeheerplan 2016 – 2021 opgesteld. Zo konden zij, vooruitlopend op de fusie in 2017, alvast invulling geven aan het gezamenlijke waterbeheer. Het Waterbeheerplan zet de koers uit voor een toekomstbestendig waterbeheer in Limburg. Het beschrijft:  hoe het waterschap het watersysteem en de waterkeringen op orde wil brengen;  voor welke thema’s het waterschap aan de lat staat en haar strategie daarvoor;  welke maatregelen het waterschap gaat uitvoeren, wie haar partners daarin zijn en hoe zij dit monitort en bijstuurt. Het beleid voor hemelwater afkomstig van nieuwbouw in Bergen is als volgt: hemelwater afkomstig van daken en verhardingen moet conform de watertoets op particulier terrein in de bodem worden geïnfiltreerd of - indien niet mogelijk - worden gebufferd en vertraagd worden afgevoerd naar een hemelwaterriool of oppervlaktewater.

Belangrijke uitgangspunten hierbij zijn:  er moeten maatregelen worden getroffen om vervuiling van hemelwater te voorkomen (geen toepassing van uitlogende bouwmaterialen);  afvoer en infiltratie gebeurt bij voorkeur bovengronds;  indien mogelijk worden de voorzieningen op particulier terrein gedimensioneerd op de verwerking van een bui van T=2 en met een berging van 20 mm;  de voorzieningen binnen het hele plangebied worden gedimensioneerd op een bui van T=10 met een berging van 35 mm;  de risico’s van een bui T=100 moeten in beeld worden gebracht en indien nodig moeten er aanvullende maatregelen worden getroffen;  als het echt niet mogelijk is om de volledige voorzieningen binnen het plangebied te realiseren, kan het college van Burgemeester en Wethouders hier ontheffing voor verlenen, wel moet de initiatiefnemer meebetalen aan compenserende voorzieningen buiten het plangebied. Voor situaties waarbij (via de infiltratievoorziening) direct of indirect wordt afgevoerd naar oppervlaktewater gelden naast de gemeentelijke uitgangspunten ook de op dat moment geldende eisen en uitgangspunten van het waterschap. 5.8.2

Doorvertaling bestemmingsplan

Veiligheid In (of in de directe nabijheid van) het plangebied zijn geen waterkeringen aanwezig. Grondwater Zoals het geldende bestemmingsplan en de Omgevingsverordening Limburg aantonen, ligt het plangebied niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied. De grondwaterstand bevindt zich volgens het Dinoloket, ter hoogte van de 7 nieuwe woningen aan de westzijde van het noord-zuid gerichte deel van de straat Bleijenbeek, op circa 0,9 - 1,6 m onder het maaiveld. Oppervlaktewater Dwars over het landgoed loopt de Eckeltsebeek, bestaande uit een hoogwatergeul en een meanderzone. Deze primaire watergang is in dit bestemmingsplan voorzien van de bestemming 'Water' en de dubbelbestemming 'Waterstaat - Beschermingszone waterkering'.

bestemmingsplan "Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022" (vastgesteld)

57

bestemmingsplan Landgoed Bleijenbeek e.o. 2022

Uitsnede legger wateren ter hoogte van plangebied Als zuidelijke aftakking van de Eckeltsebeek loopt de Bleyenbeeklossing in zuidelijke richting over het landgoed. Ook deze primaire watergang is in dit bestemmingsplan voorzien van de bestemming 'Water' en de dubbelbestemming 'Waterstaat - Beschermingszone waterkering'. Aan de noordzijde van het golfcomplex is er een aftakking van de Eckeltsebeek in noordelijke richting. Deze primaire watergang heet de Lakeyse Leigraaf. Ook deze primaire watergang is in dit bestemmingsplan voorzien van de bestemming 'Water' en de dubbelbestemming 'Waterstaat Beschermingszone waterkering'. Langs het noord-zuid gerichte deel van de straat Bleijenbeek wil de initiatiefnemer de bestaande watergang deels naar de andere zijde (=oostzijde) van de straat verplaatsen, zodat er minder overkluizingen nodig zijn voor de nieuwe woonpercelen die voorzien zijn. Dit is op de verbeelding al doorgevoerd. Hemelwater Op alle ontwikkelvelden in dit bestemmingsplan waar extra bebouwing wordt opgericht, moet er voor gezorgd worden dat dit geen negatieve hydrologische gevolgen heeft voor de omliggende gronden. De aanleg van een waterhuishoudkundige voorziening moet op eigen terrein plaatsvinden en in stand worden gehouden. Dit is gewaarborgd in sublid 20.2.4 van de regels.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12667227/1