CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting BP Murseltseweg Nieuw Bergen

Gemeenteraad 9 juli 2024, gemeente BergenBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen bestemmingsplan Murseltseweg;13.673 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

bestemmingsplan Murseltseweg Nieuw Bergen - toelichting

32

4.1.7 Mer(beoordelings)plicht Besluit milieueffectrapportage Ingevolge het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) moet worden getoetst of een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling voorziet in, of een kader vormt voor, activiteiten die (mogelijk) belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu. Hiervoor zijn in de bijlage bij het Besluit m.e.r. lijsten opgenomen waarin activiteiten zijn aangewezen die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu (lijst C) of ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben (lijst D). In de lijsten zijn (indicatieve) drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit een omvang heeft die onder de drempelwaarden ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de EEG-richtlijn milieubeoordeling te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten. Pas als dat het geval is, is de activiteit niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. Deze motivering moet zijn gebaseerd op een toets die qua inhoud (dat wil zeggen: op basis van dezelfde criteria) aansluit bij m.e.r.-beoordeling, de diepgang kan echter anders zijn en er zijn geen vormvereisten. Vormvrije m.e.r.-beoordeling De specifieke activiteiten, die plaatsvinden binnen het plangebied, zijn niet opgenomen op de C- of D-lijst van het Besluit m.e.r.

Er is geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject overeenkomstig categorie 11.2 van de D-lijst. Het project blijft ruimschoots onder de drempels van ‘een oppervlakte van meer dan 100 hectare’ en ‘een aaneengesloten gebied met 2000 of meer woningen’. Ook gezien de in deze toelichting beschreven aspecten in de paragrafen Milieuaspecten en Fysieke aspecten, wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van significante effecten, die een m.e.r.(beoordelings)plicht noodzakelijk maken. 4.1.8 Conclusie Vanuit het aspect milieu bestaan geen bezwaren tegen het planvoornemen. In de planregels wordt wel vastgelegd dat de woningen op een afstand van ten minste 3,6 m uit de achterste perceelsgrens moeten worden gesitueerd, teneinde afstand te bewaren tot het aangrenzende installatiebedrijf.

bestemmingsplan Murseltseweg Nieuw Bergen - toelichting

33

4.2 Fysieke aspecten 4.2.1 Waterhuishouding Watertoets Water vormt een steeds belangrijker aspect bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Belangrijke thema's zijn: het vasthouden in plaats van direct afvoeren van hemelwater, het hergebruik van water, het zuinig omgaan met drinkwater en het beperken van de onttrekking van grondwater. Het is dan ook verplicht om in de toelichting bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling te verantwoorden op welke wijze rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Dit is bepaald in artikel 3.1.6, eerste lid, sub b van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Deze verantwoording wordt ook wel de watertoets genoemd. De watertoets vraagt niet alleen een beschrijving van de waterhuishoudkundige situatie en de invloed die de voorgestane ruimtelijke ontwikkelingen hebben, maar ook een vroegtijdig overleg met waterbeheerders. Beleid Waterschap Limburg en Gemeente Bergen Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van Waterschap Limburg. In het kader van het beleid van het waterschap en de gemeente Bergen moet binnen het plangebied een duurzaam waterhuishoudkundig systeem gerealiseerd worden. Daarbij moet sprake moet zijn van gescheiden schoon-en vuilwaterstromen, die afzonderlijk worden verwerkt.

Het Waterschap Limburg hanteert daarbij de volgende uitgangspunten: ✓ afkoppelen van 100% van het verhard oppervlak, waarbij de beslisboom verantwoord afkoppelen van toepassing is ✓ de trits vasthouden-bergen-afvoeren is van toepassing, waarbij hergebruik of infiltratie van schoon regenwater de voorkeur heeft ✓ verontreiniging van het water dient door bronmaatregelen voorkomen te worden ✓ grondwateroverlast dient voorkomen te worden ✓ een gelimiteerde afvoer naar het oppervlaktewatersysteem is toegestaan Bij hergebruik kan gedacht worden aan de aanleg van gescheiden watercircuits (drinkwater, grijswater, huishoudwater). De ervaringen met bestaande proefprojecten leert echter dat deze pas rendabel zijn bij projecten met een grote hoeveelheid te bouwen woningen. Ook de recent aangescherpte regelgeving op dit vlak maakt het hergebruik van (regen)water niet snel haalbaar. Het planvoornemen is in ieder geval te kleinschalig om dergelijke voorzieningen toe te passen. Derhalve moet voor het planvoornemen gekeken worden naar de mogelijkheden voor infiltratie, buffering en afvoer.

Conform het Gemeentelijk Rioleringsplan is het beleid voor hemelwater afkomstig van nieuwbouw in Bergen als volgt: hemelwater afkomstig van daken en verhardingen dient op particulier terrein in de bodem te worden geïnfiltreerd of, als dat niet mogelijk is, te worden gebufferd en vertraagd worden afgevoerd naar een hemelwaterriool of oppervlaktewater.

bestemmingsplan Murseltseweg Nieuw Bergen - toelichting

34

Belangen waterschap Binnen het plangebied is geen sprake van de aanwezigheid van watergangen in beheer bij het waterschap. Het plangebied is echter wel gelegen binnen de zonering samenhangend met de waterkeringen rond de Maas. Dit betreft de ‘Buiten beschermingszone: Beschermingszone B’ rond de waterkering langs de westzijde van de kern Nieuw Bergen. Deze is in de legger van het waterschap vastgelegd, maar planvorming vindt plaats om deze in een nieuwe legger nog uit te breiden. Om het planvoornemen uit te kunnen voeren is derhalve ook toestemming nodig van het waterschap Limburg. Op de buitenbeschermingszone is de zorgplicht conform de uitvoeringsregels van hoofdstuk 2.5.2/2.5.3 van de Keur 2019 van het waterschap van toepassing. In het kader van deze uitvoeringsregel houdt de zorgplicht in elk geval in dat de stabiliteit en bereikbaarheid van de waterkering niet negatief beïnvloed mag worden. Het is aan de initiatiefnemer om al datgene te doen of na te laten waardoor aan de zorgplicht wordt voldaan. Het waterschap adviseert verder om niet slechts de hemelwatervoorziening te dimensioneren conform 60 mm per m2 verhard oppervlak, maar 100 mm per m2. De voorziening zal echter niet afwateren op een voorziening van het waterschap, dus wordt hier het gemeentelijk beleid aangehouden.

Gezien de aanwezige bebouwing rondom de projectlocatie verwacht het waterschap geen problemen met het realiseren van woningen ter plaatse. Waterparagraaf Huidige situatie Het plangebied is in de huidige situatie braakliggend en daarmee geheel onbebouwd en onverhard. Oppervlaktewater is niet aanwezig. Het maaiveld bevindt zich volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland op een hoogte van circa 13,5 m +NAP. De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 11,0 m +NAP, waardoor het grondwater zich op ± 2,5-3,5 m -mv zou bevinden. Onder de insteek vanaf de Murseltseweg is een gemengde riolering aanwezig. Toekomstige situatie In het plangebied worden in de toekomstige situatie zes aaneengebouwde woningen en erfverharding gebouwd/ aangelegd. Het planvoornemen brengt daarmee een verandering in het verhard oppervlak met zich mee. Van oppervlaktewater zal nog steeds geen sprake zijn. De bestaande gemengde riolering blijft vooralsnog (in het kader van het planvoornemen) gehandhaafd. Hemelwater De ontwikkeling dient te voldoen aan het principe van 'hydrologisch neutraal ontwikkelen' (HNO). Dit wil zeggen: waar het verharde oppervlak toeneemt of verhard oppervlak wordt afgekoppeld van de riolering, dienen maatregelen te worden genomen om afstromend hemelwater te verwerken. Algemeen dient te worden gestreefd naar het volgen van de trits 'hergebruiken-vasthouden-bergen-afvoeren'.

Verder dient versnelde waterafvoer op het oppervlaktewatersysteem te worden voorkomen. Het planvoornemen betreft de bouw van zes levensloopbestendige woningen aan een nieuwe insteek. De toename in verharding door de zes woningen bedraagt circa 665 m².

bestemmingsplan Murseltseweg Nieuw Bergen - toelichting

35

De parkeerplaatsen worden voorzien van een infiltrerende afwerking in de vorm van grastegels. Hierdoor wordt de infiltratie hoeveelheid zoveel mogelijk beperkt er kan er lokaal geïnfiltreerd worden. Met betrekking tot de omliggende tuinen wordt niet voor 50% ook geïnfiltreerd. Na verkoop ligt de verplichting bij de eigenaar om eigen infiltratie voorziening te treffen voor verhard en overdekt oppervlak in de tuin. Dit dient in eigen tuin te geschieden. Hergebruik van het hemelwater dat op dit extra verhard oppervlak valt, is gelet op de beperkte omvang van het project (zes woningen) niet doelmatig en haalbaar. Derhalve wordt gekozen voor het vasthouden van het hemelwater, door dit afzonderlijk op te vangen en te infiltreren in de bodem. De aanwezige zandgronden zijn zeer geschikt voor hemelwaterinfiltratie. Indien de toename van het verhard oppervlak tussen de 500 m2 en 10.000 m2 ligt kan de bergingsopgave (in m3) met de Algemene Regels behorend bij de Keur van het waterschap worden berekend. Deze bergingsopgave dient, in eerste instantie, binnen het plangebied te worden verwerkt. De benodigde capaciteit voor infiltratie bedraagt bij een verhard oppervlak (woningen) van circa 665 m², uitgaande van 60 mm berging per m² verhard oppervlak, circa 40 m3. Situering infiltratie ringen binnen plangebied met berekening capaciteit

bestemmingsplan Murseltseweg Nieuw Bergen - toelichting

36

Deze capaciteit zal worden gerealiseerd in de vorm van ondergrondse infiltratieringen bij de nieuwe woningen, onder de nieuwe insteek en onder de parkeervoorzieningen. Via twee ringleidingen zal al het hemelwater opgevangen worden in twee zandvangputten. Vanuit daar stroomt het water door naar de eerste van de 9 infiltratie units met een inhoud van ca 4,4 m3. Iedere infiltratie unit heeft een overloop naar de volgende unit zodat de totale capaciteit uitkomt op 40 m3. Door de zandbodem kan het hemelwater vlot infiltreren in de grond. Door de infiltratie putten ca 2,5 m diep te maken zitten ze vlak boven de grondwaterstand en in de infiltratie laag. Hierdoor zal de infiltratie optimaal gedijen. Afvalwater Het afvalwater wordt in de toekomstige situatie via het onder de bestaande insteek vanaf de Murseltseweg al aanwezige riool afgevoerd. Oppervlaktewater Binnen het onderzoeksgebied of de directe omgeving daarvan is ook na realisering van het planvoornemen geen oppervlaktewater in beheer bij het waterschap aanwezig. Bouwmaterialen Uit zorg voor een goede kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater wordt bij de bouw afgezien van het gebruik van uitlogende bouwmaterialen (zoals zink en koper) in daken, gevels, verhardingen en regenwatervoorzieningen zoals goten en leidingen.

Watertoets Door het aanwezig zijn van een belang van het waterschap (Buiten beschermingszone: Beschermingszone B) is het plan in het kader van de watertoets voorgelegd aan het waterschap. In ieder geval zal voldaan worden aan de zorgplicht conform de Keur 2019 van het waterschap. Een afzonderlijke waterparagraaf is als bijlage bij de toelichting beschikbaar. 4.2.2 Archeologie Wettelijk kader De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. Zo ook navolgende bepaling omtrent de archeologische monumentenzorg. De gemeenteraad houdt bij de vaststelling van een bestemmingsplan of een beheersverordening als bedoeld in artikel 3.1, onderscheidenlijk artikel 3.38, van de Wet ruimtelijke ordening en bij de bestemming van de in het plan begrepen grond, rekening met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten.

bestemmingsplan Murseltseweg Nieuw Bergen - toelichting

37

De gemeente Bergen beschikt over eigen archeologiebeleid, bestaande uit een beleidskaart en een beleidsnota. Dit beleid is in 2012 vastgesteld door de gemeenteraad. Op basis van inventarisaties is destijds een archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. Dit model doet een uitspraak over de meest waarschijnlijke locaties voor vindplaatsen van (pre-)historische samenlevingen. Het model vindt haar weerslag in een archeologische verwachtingskaart waarop door middel van vlakken (verwachtingszones) inzicht in de archeologische verwachtingen voor de gemeente wordt gegeven. De verwachtingskaart is doorvertaald in de beleidskaart. Archeologische waarden Conform beleid en bijbehorende beleidskaart archeologie ligt het plangebied in een zone van categorie 5 (middelhoge archeologische verwachtingswaarde). Voor deze categorie gelden restricties met betrekking tot bodemingrepen en verplichtingen tot archeologisch onderzoek. Er is sprake van een onderzoeksplicht vanaf een bodemverstoring van meer dan 40 cm beneden maaiveld en een oppervlak groter dan 2.500 m2. Aangezien de oppervlakte van het plangebied al aanzienlijk kleiner is dan 2.500 m², hoeft voor het planvoornemen geen archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden. In het vigerende bestemmingsplan is de middelhoge archeologische verwachtingswaarde vertaald in de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’.

In het voorliggende bestemmingsplan wordt dit gecontinueerd. 4.2.3 Cultuurhistorie Kader Conform het bepaalde in artikel 3.1.6 Bro moet bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening worden gehouden met de aanwezige cultuurhistorische waarden. De provincie Limburg heeft het ruimtelijk erfgoed opgenomen op de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). De CHW geeft verder de meest recente erfgoedinformatie, met archeologische en bouwkundige monumenten, met archeologische verwachtingswaarden en met beschermde stads- en dorpsgezichten. Cultuurhistorische waarden De in de omgeving van het plangebied aanwezige cultuurhistorische waarden conform de CHW beperken zich tot de historische geografie. Het plangebied is als ‘cultuurlandschap’ onderdeel van een gebied met sedert 1830 matig veranderd verkavelingspatroon. De insteek vanaf de Murseltseweg is onderdeel van een zone met aan het ‘cultuurlandschap’ grenzende enkeerdgronden. Van bouwkundige en/of archeologische monumenten is geen sprake. Van verdere historisch geografische elementen evenmin. Het planvoornemen laat het verkavelingspatroon ongemoeid. Daarbinnen wordt aan een ‘kavel’ een nieuwe invulling gegeven.

bestemmingsplan Murseltseweg Nieuw Bergen - toelichting

38

4.2.4 Flora en fauna Wettelijk kader Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Daarmee is de integratie van de Natuurbeschermingswet (Nbw), de Flora- en faunawet (Ffw) en de Boswet een feit. In de Wnb is zowel de gebiedsbescherming als de soortenbescherming geregeld. Bij gebiedsbescherming gaat het om aangewezen natuurgebieden en bij soortenbescherming gaat het om de bescherming van vogels en andere diersoorten en planten. Gebiedsbescherming In het kader van de gebiedsbescherming moet getoetst worden in hoeverre het planvoornemen significante effecten heeft op natuurgebieden in de omgeving. In ieder geval moet daarbij gekeken worden naar de effecten op het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Natura 2000-gebieden. Het Natura 2000-gebied “Maasduinen” is gelegen op korte afstand (ca. 800 m) van het plangebied. Echter doordat het gebied tussen plangebied en Natura 2000-gebied geheel in beslag wordt genomen door het ‘stedelijk gebied’ van de kern Nieuw Bergen met vele honderden bestaande woningen, is de veronderstelling gerechtvaardigd dat de bouw van zes extra woningen geen significant negatieve effecten voor de “Maasduinen” met zich mee zal brengen. De provincie (Gedeputeerde Staten) dragen zorg voor de totstandkoming en instandhouding van het NNN. De NNN-gebieden worden aangewezen en begrensd in de omgevingsverordeningen, als ‘goudgroene natuurzone’.

Hoewel gelegen op korte afstand (ca. 200 m of meer) van de goudgroene natuurzone tussen Oud- en Nieuw Bergen, mag door de ligging binnen het bestaand ‘stedelijk gebied’ van Nieuw Bergen aan de overzijde van de Rijksweg, worden aangenomen dat door het planvoornemen geen significant negatieve effecten optreden voor de goudgroene natuurzone/het NNN. Soortenbescherming In verband met de uitvoerbaarheid van ruimtelijke ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met soortenbescherming en dan met name de aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied. Er mogen geen mogelijkheden worden geboden voor ruimtelijke ontwikkelingen waarvan op voorhand redelijkerwijs kan worden ingezien dat in het kader van de Wnb geen ontheffing zal worden verleend. Teneinde informatie te verkrijgen over de aanwezigheid van beschermde flora en fauna is de “QuickScan flora en fauna Murseltseweg ong. Nieuw Bergen” (BNL advies, 2021) uitgevoerd. In de quickscan zijn navolgende conclusies en aanbevelingen opgenomen. Soorten Vogelrichtlijn Vogels met jaarrond beschermde nesten Het plangebied en direct aangrenzende omgeving is mogelijk geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met jaarrond beschermde nesten.

bestemmingsplan Murseltseweg Nieuw Bergen - toelichting

39

Tijdens het veldbezoek zijn geen nesten in de aangrenzende bebouwingen/ beplantingen/ bomen en in de directe omgeving aangetroffen, welke door de geplande werkzaamheden negatieve effecten kunnen ondervinden. Aanvullend onderzoek naar vogels met jaarrond beschermde nesten wordt daarom niet nodig geacht. Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 0) Het plangebied is potentieel geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen vogels met niet jaarrond beschermde nesten, zoals de spreeuw, koolmees en pimpelmees. Tijdens het veldbezoek zijn geen nesten/ nestlocaties/ holtes aangetroffen in de bomen. Vogels met niet jaarrond beschermde nesten (Categorie 0) zijn vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan en die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Deze zijn buiten het broedseizoen niet beschermd. Categorie 0-soorten zijn wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In dezen zijn er geen ecologische omstandigheden waardoor categorie 0 soorten in het plangebied jaarrond beschermd dienen te zijn. Het betreft een lokaal en regionaal algemene vogels. In de directe omgeving zijn voldoende geschikte structuren die als alternatief gebruikt kunnen worden.

Tijdelijke schadelijke effecten op Categorie 0 soorten vogels door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart – 15 augustus). Werken binnen het broedseizoen is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt is voorafgaand aan de werkzaamheden een controle door een deskundig ecoloog. Algemene broedvogels Het plangebied is potentieel geschikt voor algemene broedvogels om te broeden. Zij kunnen nestelen in de beplantingen welke aanwezig zijn op de kavel. Tijdelijke schadelijke effecten op algemene broedvogels door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart – 15 augustus). Werken binnen het broedseizoen is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt is voorafgaand aan de werkzaamheden een extra controle op aanwezige nesten noodzakelijk. Soorten Habitatrichtlijn Vleermuizen De voorgenomen ontwikkelingen kunnen niet leiden tot een negatief effect op vleermuizen.

Hierdoor kunnen ook de verbodsbepalingen Art 3.5 lid 2 en 4 van de Wnb. niet worden overtreden. Wel is het belangrijk om, wanneer gewerkt wordt na zonsondergang en voor zonsopkomst, dat werklicht afgewend wordt van bestaande bebouwingen en groenstructuren in de directe omgeving van het plangebied. Dit om eventueel aanwezige vleermuizen / verblijfslocaties niet te verstoren.

bestemmingsplan Murseltseweg Nieuw Bergen - toelichting

40

Overige habitatrichtlijnsoorten Voor overige habitatrichtlijnsoorten is het plangebied (redelijkerwijs) ongeschikt door het ontbreken van een geschikt habitat. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk. Nationaal beschermde soorten In het plangebied bestaat geen potentie voor nationaal beschermde soorten waarvoor géén provinciale vrijstelling geldt. Aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk. De Wet natuurbescherming wordt niet overtreden. Het plangebied is potentieel geschikt voor Nationaal beschermde soorten waarvoor in de provincie Limburg een vrijstelling geldt als egel, konijn (spits)muizen. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk gezien de geplande werkzaamheden. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijk effect op egel en (spits)muizen zoveel mogelijk dient te worden voorkomen. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden. Aanbevelingen/natuur-inclusief bouwen Door niet alleen te kijken naar ‘wat er niet is’, is het juist belangrijk om te kijken naar mogelijkheden voor flora en fauna voor- en na de bouw van de woningen. Er zijn altijd mogelijkheden om (nieuwe)soorten een kans te geven zich te vestigen of in stand te houden in het gebied door kleine aanpassingen.

Zo kun je denken aan het ophangen van nestkasten voor onder andere huismussen, maar ook voor mezen, en andere soorten is van alles te verkrijgen. Om vleermuizen een mogelijkheid te bieden zich te vestigen/ in stand te houden in het gebied kunnen vleermuiskasten opgehangen worden tegen de westgevel van de nieuwe woningen, of er kunnen speciale ‘vleermuispannen’ aangebracht worden. Voor vleermuizen kunnen ook ruimtes open gelaten worden in de overstek welke toegang bieden tot de spouw, zodat ze zich in de spouw kunnen schuilhouden en voortplanten. Het is ook mogelijk nestkasten voor gierzwaluwen, huismussen en vleermuizen in te metselen in de spouw. Dit heeft geen negatief effect op de isolatiewaarde maar wel een positief effect op de aanwezige soorten in de omgeving. Ook kan ervoor gezorgd worden dat vogels zich onder de nieuwe dakpannen kunnen vestigen, door vogelschroot weg te laten of pas te plaatsen onder de 3e rij dakpannen. Hierdoor kunnen bijvoorbeeld huismussen zich vestigen onder het nieuwe dak. Conclusie Op basis van voorgaande informatie welke uit de quickscan flora en fauna naar voren is gekomen, is er geen aanleiding om een aanvullend onderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van beschermde soorten flora en fauna. Er kan zonder voorziene problemen gestart worden met het bouwrijp maken van de kavel en de bouw van de woningen.

Het zou voor mogelijk aanwezige soorten in de directe omgeving goed zijn om de aanbevelingen mee te nemen in de ontwikkeling van de nieuwe woningen. Het is heel eenvoudig om soorten een kans te bieden zich te vestigen/uit te breiden binnen een gebied zonder afbraak te doen aan het ontwerp/isolatiewaarden welke gesteld worden. Tijdens de werkzaamheden blijft te allen tijde de zorgplicht van kracht en bij een veranderende situatie dient te allen tijde een ecoloog ingeschakeld te worden.

bestemmingsplan Murseltseweg Nieuw Bergen - toelichting

41

Bij de uitwerking van de bouwplannen voor de woningen zullen in ieder geval meegenomen worden: ✓ een vleermuisvoorziening bij iedere woning, of in de gevelbekleding, of in de metselwerkgevels ✓ een voorziening voor vogels bij iedere woning in de vorm van een dakpan passend voor vogels. Buiten alle bouwkundige mogelijkheden, die een woning sowieso al biedt, worden daarmee in ieder geval 12 elementen toegevoegd in het kader van natuur-inclusief bouwen. De quickscan flora en fauna is als bijlage bij de toelichting beschikbaar. Stikstofeffecten Voor veel projecten geldt een vergunningsplicht (gebiedsbescherming Natura 2000) of een uitgebreidere motivatieplicht om aan te tonen dat een project geen effect heeft op Natura 2000 gebieden. Door bijvoorbeeld het realiseren van woningen neemt de stikstofemissie toe. Een omgevingsvergunning voor die woningen kan alleen verleend worden als er aangetoond is dat van de bijbehorende stikstofemissie geen effect te verwachten valt op Natura 2000 gebieden. De depositie van stikstof in het natuurgebied mag niet boven de 0,00 mol N/ha/jr uitkomen. In dit kader is het rapport “AERIUS Berekening CPO Bergen 7030 naast nummer 2” (HBA B.V., 2023) opgesteld. Het doel van dit rapport is het in kaart brengen van een eventuele toename van stikstofdepositie in de omliggende Natura2000 gebieden.

De effecten van de gebiedsontwikkeling zijn inzichtelijk gemaakt met behulp van de AERIUS calculator. De AERIUS calculator rekent op jaarbasis de stikstofdepositie ten gevolge van de gebiedsontwikkeling uit per hectare in alle Natura2000 gebieden in Nederland. In de AERIUS calculator kunnen meerdere berekeningen gemaakt worden om de gevolgen van de gebiedsontwikkeling in kaart te brengen. Voor deze berekening zijn de volgende situaties getoetst: 1. Tijdelijke situatie (sloopfase en bouwfase) 2. Beoogde situatie (gebruiksfase) Uit de met de AERIUS calculator gemaakte berekeningen blijkt dat er geen stikstofdepositie plaats zal vinden op omliggende Natura2000 gebieden ten gevolge van de gebiedsontwikkeling. De stikstofberekening voldoet aan de maximale stikstofdepositie eis van 0,00 mol per hectare per jaar. Om te voldoen aan deze eis zijn er een aantal aanvullende maatregelen genomen zoals beschreven in de toelichting bij de berekening. Het is van groot belang dat deze maatregelen ten uitvoer worden gebracht in de aanlegfase. De toepassing van verbeterde stageklassen en het gebruik van AdBlue technologie heeft een grote impact of de stikstofemissie tijdens een bouwproject. Door de genoemde maatregelen in acht te nemen tijdens de aanlegfase kan enig significant negatief effect op omliggende Natura2000 gebieden worden uitgesloten.

De AERIUS berekening is als bijlage bij de toelichting beschikbaar.

bestemmingsplan Murseltseweg Nieuw Bergen - toelichting

42

4.2.5 Verkeer Ontsluiting Na realisering van het planvoornemen is binnen het plangebied enkel de woonfunctie relevant voor verkeer en parkeren. De bouw van zes burgerwoningen heeft gevolgen voor de verkeersgeneratie. Na realisatie van het planvoornemen bedraagt de verkeersgeneratie circa 49 (6 x 8,2) motorvoertuigbewegingen/weekdagetmaal. De verkeersgeneratie neemt derhalve toe. De toename in verkeersgeneratie vormt geen probleem voor de verkeersafwikkeling op de Murseltseweg en de insteek daarvan. In de huidige situatie is die verkeersafwikkeling door het beperkte aantal aanliggende functies nog zeer gering. Parkeren De gemeentelijke Nota Parkeernormen van (25 april 2023) hanteert voor aaneen gebouwde koopwoningen in de rest van de bebouwde kom (buiten het centrum van Nieuw-Bergen) een parkeernorm van 2,0 parkeerplaatsen per woning. Het planvoornemen voorziet in die 2,0 parkeerplaatsen per woning, in totaal afgerond 12 parkeerplaatsen. 11 Daarvan zijn gelegen direct aan de insteek vanaf de Murseltseweg. Een 12e parkeerplaats is beschikbaar bij de meest noordelijke woning aan de zijde van de insteek vanaf de Murseltseweg. Daarmee wordt in voldoende mate voorzien in de parkeerbehoefte bij de woningen.

4.2.6 Duurzaamheid Duurzaam ontwikkelen Duurzame ontwikkeling is te zien als een ontwikkelingsproces, waarbij gestreefd wordt naar het tot stand brengen van een duurzame samenleving. Dit gebeurt door in alle stadia van een planproces kansen en mogelijkheden te benutten voor het realiseren van een hoge ruimtelijke kwaliteit in combinatie met een zo laag mogelijke milieubelasting, en deze in de tijd weten te handhaven, zodat ook toekomstige generaties daarin delen. Ook de gemeente Bergen heeft in haar beleidsdoelstellingen duurzaamheid opgenomen en wenst deze structureel in ontwikkelingsplannen op te nemen. Het planvoornemen sluit aan bij voorgaande uitgangspunt. Er is geen sprake van onnodig nieuw ruimtebeslag. Binnen het bestaand stedelijk gebied wordt een braakliggend perceel benut voor woningbouw, waardoor voor deze woningen geen nieuw ruimtebeslag buiten het bestaand stedelijk gebied noodzakelijk is. 4.2.7 Conclusie Vanuit de fysieke aspecten bestaan geen bezwaren tegen het planvoornemen. Ook behoeven geen randvoorwaarden bij het planvoornemen in acht te worden genomen.

bestemmingsplan Murseltseweg Nieuw Bergen - toelichting

43

4.3 Economische aspecten 4.3.1 Kostenverhaal Door de gemeente Bergen is met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst afgesloten. In deze overeenkomst (Wro, afdeling 6.4) zijn onder meer afspraken gemaakt over de wijze van realiseren van het plan, het verhalen van door de gemeente te maken kosten en afwenteling van planschade. De kosten van de daadwerkelijke uitvoering van het planvoornemen worden door de initiatiefnemers gedragen. De initiatiefnemers beschikken over voldoende middelen om hierin te voorzien. Voor de gemeente Bergen zijn aan het planvoornemen verder geen kosten verbonden. 4.3.2 Planschade Op grond van artikel 6.1 Wro kennen Burgemeester en wethouders degene die in de vorm van een inkomensderving of een vermindering van de waarde van een onroerende zaak schade lijdt of zal lijden ten gevolge van onder meer een wijziging van het bestemmingsplan, op aanvraag een tegemoetkoming in die schade toe. Daarbij geldt dat het moet gaan om schade die redelijkerwijs niet voor rekening van de aanvrager behoort te blijven en die niet reeds voldoende anderszins is verzekerd. Naar verwachting zal in onderhavig geval geen sprake zijn van planschade. Mocht toch sprake zijn van planschade, dan komt deze op basis van de overeenkomst voor rekening van de initiatiefnemers. De initiatiefnemers beschikken over voldoende middelen om hierin te voorzien.

4.3.3 Conclusie Op grond van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat de economische uitvoerbaarheid van het project voldoende is gegarandeerd. Het planvoornemen leidt niet tot extra kosten voor de gemeente Bergen.

Insteek vanaf Murseltseweg met aangrenzende voorzieningenlocaties

bestemmingsplan Murseltseweg Nieuw Bergen - toelichting

44

5

JURIDISCHE VERANTWOORDING

5.1 Algemene opzet planregels Op basis van de Wet ruimtelijke ordening, bepaalt een drietal zaken de opzet en inrichting van de planregels, te weten: ✓ de digitale raadpleegbaarheid; ✓ de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012); ✓ de Woningwet. De structuur van het plan is zodanig dat de verbeelding de primaire informatie geeft over waar en hoe gebouwd mag worden. Bij het raadplegen van het bestemmingsplan dient dan ook eerst naar de verbeelding gekeken te worden. Vervolgens kan in de regels teruggelezen worden welk gebruik en welke bouwmogelijkheden zijn toegestaan.

5.2 Toelichting op de verbeelding Op de verbeelding zijn aangegeven: ✓ de grens van het plangebied; ✓ de (dubbel)bestemmingen van de in het plangebied gelegen gronden: ‘Wonen’, ‘Verkeer’ en ‘Waarde – Archeologie 5’; ✓ het bouwvlak; ✓ de aanduidingen/figuren ‘maximum aantal wooneenheden’ en ‘gevellijn’.

5.3 Toelichting op de regels De regels zijn conform de SVBP 2012 als volgt opgebouwd: ✓ inleidende regels, met de gebruikte ‘begrippen’ en ‘wijze van meten’; ✓ bestemmingsregels, met de regels voor de binnen het plangebied gelegen (dubbel)bestemmingen; ✓ algemene regels, met een overzicht van de algemene bouw- en gebruiksregels, de algemene afwijkings- en wijzigingsregels en de algemene procedureregels; ✓ overgangs- en slotregels, met de regels over het overgangsrecht en de wijze van aanhalen van het plan.

5.4 Handhaafbaarheid In onderhavig bestemmingsplan wordt het planvoornemen van een bestemmingsregeling voorzien, die is afgestemd op de bestemmingsregeling voor de kern Nieuw Bergen. Bij het opstellen van die regeling is reeds de nodige aandacht besteed aan de handhaafbaarheid daarvan. Door voor het plangebied aan te sluiten bij deze regels, is de handhaafbaarheid van de regeling voldoende gewaarborgd.

bestemmingsplan Murseltseweg Nieuw Bergen - toelichting

45

6

PROCEDURE

6.1 Vooroverleg Artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bepaalt dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, waar nodig, overleg plegen met andere betrokken overheden en overheidsdiensten, zoals naburige gemeenten, het waterschap, en de diensten van het Rijk en de provincie. De bedoeling van dit vooroverleg is voornamelijk om de opstellers van het plan tijdig de mogelijkheid te geven het plan desgewenst aan opmerkingen van andere overheden aan te passen. 6.1.1 Provincie Limburg In dit kader is het ontwerpbestemmingsplan door de gemeente voorgelegd aan de provincie Limburg. Provincie Limburg heeft op 26 januari 2024 laten weten dat ze geen aanleiding zien om over dit plan een zienswijze in te dienen. 6.1.2 Waterschap Limburg In het kader van de watertoets is het ontwerpbestemmingsplan door de gemeente voorgelegd aan het waterschap Limburg. Daarop is door het waterschap navolgend advies gegeven. Deze locatie ligt deels in de buitenbeschermingszone van de waterkering. Zo lang geen diepe (dieper dan 2,5 m onder maaiveld) ontgraving nodig is voor de realisatie van de bebouwing zijn er vanuit het waterschap geen aanvullende eisen. Is er wel een diepe ontgraving nodig voor bijvoorbeeld een kelder die zo diep aangelegd zal worden, dan is er formeel een vergunning van het waterschap vereist.

Advies om de hemelwatervoorziening te dimensioneren conform 100 mm per m2 in 24 uur. De hemelwatervoorziening zal echter niet afwateren op een voorziening van het waterschap, dus wordt hier het gemeentelijk beleid aangehouden (60 mm per m2 in 24 uur).

6.2 De te volgen procedure Het bestemmingsplan doorloopt de volgende procedure: Ontwerp: ✓ publicatie en terinzagelegging overeenkomstig afdeling 3.4 Awb en Wro. Een ieder kan gedurende deze terinzagelegging een zienswijze indienen bij de gemeenteraad Vaststelling: ✓ vaststelling door de Raad ✓ mogelijkheid reactieve aanwijzing ✓ publicatie en terinzagelegging vastgesteld bestemmingsplan gedurende de beroepstermijn

bestemmingsplan Murseltseweg Nieuw Bergen - toelichting

46

Inwerkingtreding: ✓ na afloop van de beroepstermijn (tenzij binnen de beroepstermijn een verzoek om voorlopige voorziening wordt gedaan) Beroep: ✓ beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

6.3 Ter inzage legging Het ontwerpbestemmingsplan heeft conform de gebruikelijke procedure gedurende zes weken, van 21 december 2023 tot en met 31 januari 2024, ter inzage gelegen in het gemeentehuis en is gedurende die periode digitaal raadpleegbaar gesteld, zoals bepaald in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Gedurende de terinzagelegging zijn er geen zienswijzen ingediend.

bestemmingsplan Murseltseweg Nieuw Bergen - toelichting

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14248650/1