CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting BP Murseltseweg Nieuw Bergen

Gemeenteraad 9 juli 2024, gemeente BergenBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen bestemmingsplan Murseltseweg;13.673 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BESTEMMINGSPLAN Murseltseweg Nieuw Bergen

Identificatiecode: NL.IMRO.0893.BP21011MUONGNBG-VA01 Status: Vast te stellen Datum: 9 juli 2024

2

Projectnummer: 57-030

Van Kempen RO Peelkant 33 5845 EG Sint Anthonis T 06 183 363 42 E info@vankempenro.nl I www.vankempenro.nl

bestemmingsplan Murseltseweg Nieuw Bergen - toelichting

3

INHOUDSOPGAVE 1

2

3

4

5

6

Inleiding ........................................................................................................... 5 1.1

Aanleiding en doel ...................................................................................... 5

1.2

Ligging en begrenzing plangebied .............................................................. 6

1.3

Juridische status plangebied ....................................................................... 6

1.4

Leeswijzer ................................................................................................... 7

Planvoornemen................................................................................................ 8 2.1

Gebiedsbeschrijving .................................................................................... 8

2.2

Ruimtelijke ontwikkeling woningbouw Murseltseweg ong. ..................... 10

Beleidskader .................................................................................................. 15 3.1

Rijksbeleid ................................................................................................. 15

3.2

Provinciaal beleid ...................................................................................... 17

3.3

Gemeentelijk beleid .................................................................................. 19

Uitvoeringsaspecten ...................................................................................... 22 4.1

Milieuaspecten ......................................................................................... 22

4.2

Fysieke aspecten ....................................................................................... 33

4.3

Economische aspecten ............................................................................. 43

Juridische verantwoording ............................................................................. 44 5.1

Algemene opzet planregels ...................................................................... 44

5.2

Toelichting op de verbeelding .................................................................. 44

5.3

Toelichting op de regels............................................................................ 44

5.4

Handhaafbaarheid .................................................................................... 44

Procedure ...................................................................................................... 45 6.1

Vooroverleg .............................................................................................. 45

6.2

De te volgen procedure ............................................................................ 45

6.3

Ter inzage legging ..................................................................................... 46

Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Quickscan flora en fauna Rapportage AERIUS berekening Waterparagraaf Verslag Omgevingsdialoog

bestemmingsplan Murseltseweg Nieuw Bergen - toelichting

4

Toelichtingen/motivering: Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet inwerking getreden. De Omgevingswet heeft de wet- en regelgeving die betrekking had op de fysieke leefomgeving gebundeld. Wetten en regels waar in voorliggende toelichting naar verwezen wordt zullen deels door inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn vervallen. De bepalingen uit de vervallen wetten en regels zijn deels terug te vinden in het Besluit activiteiten leefomgeving, het Besluit bouwwerken leefomgeving en het Omgevingsplan gemeente Bergen (L). De wet- en regelgeving van voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet is te raadplegen op www.wetten.nl door bij [regeling geldig op] ‘31 december 2023’ in te voeren. Plannen: Voor onderhavig plan is voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet een ontwerpplan ter inzage gelegd. Ingevolgde artikel 4.6, tweede lid, sub a, onder 1, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft het oude recht van toepassing tot het plan van kracht is. Het plan wordt, zodra het van kracht is, ingevolge artikel 4.6, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet onderdeel van het gemeentelijk omgevingsplan.

bestemmingsplan Murseltseweg Nieuw Bergen - toelichting

5

1

INLEIDING

1.1 Aanleiding en doel Aanleiding In de bebouwde kom van de kern Nieuw Bergen is achter het perceel Murseltseweg 2-2d een tot op heden braakliggend terrein gelegen. Het terrein is bereikbaar via een doodlopende insteek vanaf de Murseltseweg. Aan het einde van deze insteek is aan de zuidwest zijde het perceel Murseltseweg 2a met vrijstaande woning gesitueerd. Aan de noordoost zijde bevinden zich de achterkanten van twee bedrijfspanden. Hier wordt geparkeerd. Op het perceel Murseltseweg 2-2d zijn twee halfvrijstaande woningen aanwezig, waarvan één met bedrijf aan huis. De eigenaar van het tussenliggende terrein en tevens initiatiefnemer is voornemens op dit terrein zes levensloopbestendige woningen te realiseren. Het braakliggende terrein heeft al een woonbestemming, maar een bouwvlak daarbinnen ontbreekt. De bouw van de beoogde woningen is daardoor niet mogelijk. Zo ook is de aanleg van een extra insteek voor de ontsluiting van de woningen niet mogelijk. De gemeente Bergen staat in beginsel positief tegenover het planvoornemen. Met de woningen wordt voorzien in de behoefte aan levensloopbestendige woningen op een gunstig ten opzichte van het centrum van de kern Nieuw Bergen gelegen locatie. Doel Door middel van een herziening van het geldende bestemmingsplan kan de bouw van de zes woningen rond een extra insteek van de Murseltseweg mogelijk gemaakt worden.

In de toelichting bij deze bestemmingsplanherziening moet daartoe onderbouwd worden, dat de beoogde woningbouw ter plaatse aanvaardbaar en inpasbaar is en leidt tot een goede ruimtelijke ordening.

Locatie Murseltseweg ong. Nieuw Bergen

bestemmingsplan Murseltseweg Nieuw Bergen - toelichting

6

1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied is gelegen in de bebouwde kom van de kern Nieuw Bergen, op korte afstand van het centrum, aan de Murseltseweg. De directe omgeving van het plangebied kent een gemengd karakter, inherent aan de ligging nabij het centrum. De Murseltseweg vormt een langgerekte woonstraat tussen het centrum van NieuwBergen en het voorzieningencluster rond het Rembrandtplein. Het plangebied wordt ontsloten via een doodlopende insteek vanaf de Murseltseweg. De Murseltseweg loopt door tot aan de Rijksweg langs de kern Bergen, maar staat daarmee niet in verbinding. Het plangebied is kadastraal bekend gemeente Bergen, sectie D, perceel 7030.

1.3 Juridische status plangebied De voor het plangebied geldende bestemmingsregeling is vastgelegd in het bestemmingsplan Nieuw Bergen, vastgesteld op 19 februari 2013. Op basis van het geldende plan zijn aan de gronden binnen het plangebied de volgende bestemmingen toegekend: ✓ bestemming ‘Wonen’ ✓ dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’ Door het ontbreken van een bouwvlak binnen de bestemming ‘Wonen’ is het oprichten van één of meer woningen binnen het plangebied niet toegestaan. Daarnaast is de aanleg van een nieuwe, openbaar toegankelijke insteek voor de ontsluiting van eventuele woningen binnen de bestemming ‘Wonen’ ook niet mogelijk.

Luchtfoto omgeving plangebied (bron: Google Maps, 2021)

bestemmingsplan Murseltseweg Nieuw Bergen - toelichting

7

1.4 Leeswijzer De voorliggende toelichting is opgebouwd uit 6 hoofdstukken. In hoofdstuk 1 is omschreven waarom het bestemmingsplan is opgesteld en met welk doel. In hoofdstuk 2 zijn een gebiedsbeschrijving en een beschrijving van het planvoornemen opgenomen. Vervolgens is in hoofdstuk 3 een beleidsbeschrijving opgenomen, waarbij een korte beschrijving is gegeven van het voor het gebied relevante beleid. Aangegeven is op welke wijze het planvoornemen binnen deze beleidskaders past. In hoofdstuk 4 zijn de milieu-, fysieke en economische aspecten opgenomen. Daarbij wordt aangegeven op welke wijze met zaken als bodemkwaliteit, geluid, luchtkwaliteit en externe veiligheid is omgegaan. Ook zijn zaken als archeologie, cultuurhistorie en flora en fauna aan de orde gesteld. Tot slot wordt ingegaan op zaken als kostenverhaal en planschade. Hoofdstuk 5 geeft een korte beschrijving van de juridische regeling, zoals vastgelegd op de verbeelding en in de regels. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 de procedure beschreven, die het bestemmingsplan moet doorlopen.

Geldende bestemmingsregeling (bron: Ruimtelijkeplannen.nl, 2021)

bestemmingsplan Murseltseweg Nieuw Bergen - toelichting

8

2

PLANVOORNEMEN

2.1 Gebiedsbeschrijving 2.1.1 Ontstaansgeschiedenis De kern Nieuw Bergen kent een relatief korte bestaansgeschiedenis. De Murseltseweg en de nu doodlopende insteek naar het plangebied bestaan echter al veel langer. In de 19e eeuw worden beide wegen al gebruikt voor de ontsluiting van de onontgonnen gebieden ten oosten van de kern Bergen, aan de overzijde van de Rijksweg. De Murseltseweg staat dan nog rechtstreeks via de Lindenlaan in verbinding met de Kerkstraat naar de kern Bergen. De insteek vanaf de Murseltseweg loopt door, gaat dan nog over in de (huidige) Jeroen Boschstraat – Vogellaan – Valkstraat en eindigt bij de Oude Baan. Pas in de tweede helft van de 20e eeuw treedt hierin enige verandering op, als de insteek wordt los geknipt van de (huidige) Jeroen Boschstraat. Aan de Murseltseweg ontstaat dan ook de eerste lintbebouwing. Samen met de lintbebouwing aan de Siebengewaldseweg is daarmee de eerste aanzet voor de kern Nieuw Bergen gegeven. In de decennia daarna krijgt in het gebied tussen en rond beide wegen de kern verder gestalte. Voor de Murseltseweg van belang is de rechtstreekse aansluiting van de Kerkstraat op de Rijksweg (via Daem van Kekenstraat). De noodzaak om de Murseltseweg (en de Lindenlaan) nog langer op de rijksweg aan te sluiten komt daarmee te vervallen.

De aansluiting verdwijnt dan ook, dit deel van de Murseltseweg wordt doodlopend, zoals de insteek dat ook al eerder was geworden. In de laatste decennia van de 20e eeuw krijgt het centrum van de kern Nieuw Bergen verder gestalte rond de Keulerstraat en Jeroen Boschstraat. Met name aan de Jeroen Boschstraat vestigen zich diverse voorzieningen in grootschaliger bebouwing. Begin 21e eeuw wordt het centrum verder vervolmaakt rond Mosaïque. Het gebied rond het plangebied aan de doodlopende (insteek van de) Murseltseweg, gelegen tussen de grootschalige bebouwing aan de Jeroen Boschstraat en de Rijksweg, blijft al die tijd min of meer onaangeroerd.

Topografische kaart circa 1850 (bron: Topotijdreis, 2021)

bestemmingsplan Murseltseweg Nieuw Bergen - toelichting

9

Topografische kaart circa 1960, 1980, 2020 (bron: Topotijdreis, 2021)

bestemmingsplan Murseltseweg Nieuw Bergen - toelichting

10

2.1.2 Bestaande situatie Aan het doodlopende deel van de Murseltseweg liggen aan de noordzijde diverse (half)vrijstaande woningen, gebouwd in één of twee bouwlagen, afgedekt met een kap. Aan de zuidzijde liggen enkele verspreide vrijstaande woningen, eveneens gebouwd in één en twee bouwlagen en afgedekt met een kap. Bij deze woningen zijn grotere bouwvolumes aanwezig, in één bouwlaag met een lage kap, in gebruik als kapel (maatschappelijk) en tandtechnisch laboratorium (bedrijf aan huis). Aan de insteek vanaf de Murseltseweg is behalve het braakliggende plangebied een vrijstaande woning gelegen, gebouwd in één bouwlaag met kap. Aan de Rijksweg zijn achter het plangebied nog twee woningen gelegen. Ook deze woningen bestaan uit één bouwlaag en zijn afgedekt met een kap. De meest zuidelijke woning fungeert als bedrijfswoning bij het bijbehorende installatiebedrijf. Dit bedrijf is bereikbaar vanaf de Rijksweg, maar heeft ook een achterontsluiting via de insteek vanaf de Murseltseweg (direct langs het plangebied). De bebouwing van de voorzieningen aan de Jeroen Boschstraat bestaat uit één en twee bouwlagen met een plat dak. Deze bebouwing is georiënteerd op de Jeroen Boschstraat en met de achterzijde naar de insteek vanaf de Murseltseweg gekeerd. De bijbehorende percelen zijn veelal met hekwerken omgeven en deels als groenvoorziening en deels als parkeervoorziening ingericht.

2.2 Ruimtelijke ontwikkeling woningbouw Murseltseweg ong. 2.2.1 Woningbouw voor senioren nabij centrum Het planvoornemen voorziet in de bouw van zes levensloopbestendige levensloopbestendige woningen. Met de realisering van levensloopbestendige woningen wordt ingespeeld op de geconstateerde behoefte aan dergelijke woningen voor ouderen in de kern Nieuw Bergen. De ligging van het plangebied op korte afstand van het centrum van de kern Nieuw Bergen en de daarin aanwezige voorzieningen, maakt het plangebied bij uitstek geschikt voor de situering van dergelijke woningen. Met de ontwikkeling van woningbouw krijgt het plangebied de opwaardering, die past bij de ligging nabij het centrum en direct achter de voorzieningen aan de Jeroen Boschstraat. De woningbouw profiteert daarbij ook van de goede bereikbaarheid vanaf de Rijksweg (N271) via de Jeroen Boschstraat. Impressie nieuwe woningen aan Murseltseweg

bestemmingsplan Murseltseweg Nieuw Bergen - toelichting

11

2.2.2 Ruimtelijke inpassing zes woningen De zes woonpercelen zijn min of meer symmetrisch gesitueerd rond een nieuwe insteek (voet-/ fietspad) vanaf de bestaande insteek van de Murseltseweg. De nieuwe insteek heeft een breedte (gevel tot gevel) van circa 7,7 m, waarmee deze voldoende ruimte biedt om de percelen en daarop gelegen woningen te bereiken. De perceelsgrootte varieert van circa 203 tot 310 m². Op de percelen zijn de zes woningen in een U-vorm geplaatst, met de voorzijde van de woning gericht op de insteek. Dit betekent dat de beide woningen aan de zijde van de bestaande insteek met de zijkant naar die insteek gekeerd liggen. Tussen de woningen en die insteek zijn echter zijtuinen en parkeervoorzieningen gesitueerd, waardoor de zijgevels niet direct aan die insteek grenzen. De gronden onder de nieuwe insteek blijven onderdeel van de aangrenzende woonpercelen, maar worden door middel van een recht van overpad vrijgehouden voor de ontsluiting van de aanliggende woningen. De zes woningen betreffen levensloopbestendige woningen, die levensloopbestendig uitgevoerd worden. De hoofdbouwmassa van de woningen bestaat uit één bouwlaag, afgedekt met een kap. Op een vijftal plaatsen zijn verbijzonderingen in de hoofdbouwmassa aangebracht, bestaande uit een kleine uitbouw die doorloopt in de kap en plat is afgedekt.

De goothoogte van de bebouwing bedraagt maximaal 3,5 m, De bouwhoogte bedraagt maximaal 7,5 m. Planvoornemen: bebouwing rond nieuwe insteek

bestemmingsplan Murseltseweg Nieuw Bergen - toelichting

12

Om voldoende afstand tot de omliggende percelen te behouden bedraagt de diepte van de woningen niet meer dan 9,5 m. Achter de woningen resteert dan een onbebouwde ruimte van 3,6 m of meer. Voor woningen in één bouwlaag is dit gelet op privacy en bezonning van aangrenzende percelen aanvaardbaar. 2.2.3 Ontsluiting en parkeren De realisatie van zes woningen binnen het plangebied leidt tot een verkeersproductie van circa 49 mvt/etmaal. Gelet op het beperkte aantal bestaande woningen en voorzieningen aan dit deel van de Murseltseweg (inclusief bestaande insteek), zal dit aantal extra verkeersbewegingen goed via de bestaande wegenstructuur kunnen worden verwerkt. Bij de woningen wordt voorzien in 2,0 parkeerplaatsen per woning binnen het plangebied. 11 van de aldus benodigde 12 parkeerplaatsen zijn gelegen direct aan de insteek vanaf de Murseltseweg. Een 12e parkeerplaats is gelegen aan de nieuwe insteek, voor de meest noordelijke woning. Daarbij is steeds sprake van afzonderlijk bereikbare parkeerplaatsen, die niet in elkaars verlengde liggen. Hiermee wordt voldoende voorzien in de parkeerbehoefte bij grondgebonden levensloopbestendige woningen, voor zowel bewoners als bezoekers. De bestaande achterontsluiting van het bedrijf aan Rijksweg 13, met een breedte van circa 7 m, wordt gerespecteerd. Planvoornemen: plattegronden woningen en parkeervoorzieningen

12

bestemmingsplan Murseltseweg Nieuw Bergen - toelichting

13

Planvoornemen: ligging percelen rond nieuwe insteek (recht van overpad)

Impressie beoogde woningbouw

bestemmingsplan Murseltseweg Nieuw Bergen - toelichting

14

2.2.4 Bestemmingsregeling Het gedeelte van het perceel, met daarop de woningen wordt geheel onder de bestemming ‘Wonen’ gebracht. De centraal gelegen nieuwe insteek en de parkeerplaatsen krijgen de bestemming ‘Verkeer’. Deze insteek is openbaar toegankelijk. De parkeerplaatsen zijn gelegen aan de bestaande insteek vanaf de Murseltseweg. De regels voor genoemde bestemmingen sluiten aan bij de regels uit het geldende bestemmingsplan “Nieuw Bergen”.

Impressie ontsluiting en parkeren

Impressie beoogde woningbouw

bestemmingsplan Murseltseweg Nieuw Bergen - toelichting

15

3

BELEIDSKADER

3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk richting aan de grote opgaven die de inrichting van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van ongeveer 1 miljoen nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen, zoals: ✓ bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving ✓ waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving ✓ zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte Met het oog op het planvoornemen zijn de volgende keuzes van belang: ✓ Ruimte voor overgang naar een circulaire economie: de economie verandert en staat voor een overgang naar een circulaire en CO2-neutrale energievoorziening. Hergebruiken van grondstoffen en materialen en benutten van duurzame energiebronnen wordt steeds belangrijker.

De inrichting van de leefomgeving moet een aantrekkelijk vestigingsklimaat zoveel mogelijk bevorderen. Een aantrekkelijke leef- en woonomgeving voor de werknemers geeft Nederland een goede positie in de internationale concurrentie ✓ Woningbouw in een stedelijk netwerk van gezonde en groene steden: er wordt zoveel mogelijk gebouwd binnen bestaand stedelijk gebied, zodat open ruimtes en groen tussen steden behouden blijft. De nieuwe woningen moeten betaalbaar en goed bereikbaar zijn. Bewoners moeten tevens een prettige, gezonde en veilige leefomgeving ervaren Planvoornemen in relatie tot omgevingsvisie Het planvoornemen voorziet in de bouw van zes levensloopbestendige woningen op een braakliggend perceel binnen het bestaand stedelijk gebied van Nieuw Bergen. De locatie is gelegen grenzend aan het centrum van de kern, op korte afstand van de daarin aanwezige voorzieningen. De bouw van de woningen draagt bij aan de realisering van een aantrekkelijker woonomgeving ter plaatse. Daarbij wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van duurzame materialen en duurzame energiebronnen. Het planvoornemen volgt daarmee de NOVI.

bestemmingsplan Murseltseweg Nieuw Bergen - toelichting

16

3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 november 2011 in werking getreden. Inmiddels zijn meerdere wijzigingen van het Barro in werking getreden, waarvan de laatste in 2020. In het Barro zijn de nationale belangen, die juridische borging vereisen, opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in bestemmingsplannen. In totaal gaat het om dertien nationale belangen, waarvan er geen enkele concreet betrekking heeft op het plangebied. Planvoornemen in relatie tot besluit Door het ontbreken van nationale belangen binnen het plangebied, legt het Barro geen beperkingen op aan het planvoornemen. 3.1.3 Conclusie Het planvoornemen past binnen het Rijksbeleid, zoals vastgelegd in de NOVI en het Barro.

Insteek vanaf Murseltseweg

bestemmingsplan Murseltseweg Nieuw Bergen - toelichting

17

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Provinciale Omgevingsvisie Limburg De in 2021 vastgestelde Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POL) is een strategische en lange termijn (2030-2050) visie op de fysieke leefomgeving en beschrijft onderwerpen zoals wonen, infrastructuur, milieu, water, natuur, landschap, bodem, ruimtelijke economie, luchtkwaliteit en cultureel erfgoed. Daarnaast worden ook de aspecten gezondheid, veiligheid en een gezonde leefomgeving in de Omgevingsvisie meegenomen. In de Omgevingsverordening legt de Provincie regels vast voor onder meer natuur, milieu, (grond-)water, ontgronding, wegen, ruimte (verstedelijking, woon- en werklocaties, agrarische bedrijven). Met betrekking tot het planvoornemen zijn onderstaande elementen uit de omgevingsvisie van belang. Toekomstbeeld 2030 - 2050 In Limburg is het goed leven, leren, wonen en werken. De provincie kent een goed vestigingsklimaat met een sterke sociale cohesie en uitstekende omgevingskwaliteiten. De provincie biedt alle inwoners welvaart, welzijn en een gezonde, leefbare en veilige leefomgeving. Dit wordt bereikt door daar samen met overheden, maatschappelijke organisaties, het bedrijfsleven én inwoners aan te werken. Ieder vanuit zijn eigen kracht. Steden en dorpen hebben een gecoördineerde maar geleidelijke transformatie doorgemaakt.

Ze beschikken over een passend aanbod van woningen, winkels, kantoren en andere werklocaties en vervoers-, nuts-, cultuur- en onderwijsvoorzieningen. De transformatie is doorgevoerd met respect voor de monumentale en identiteitsbepalende onderdelen. Limburgse principes en algemene zonering De provincie zoekt naar de balans tussen het beschermen én benutten van de fysieke leefomgeving waarin we leven, wonen, werken, leren en onze vrije tijd besteden. Afwegingen worden gemaakt op basis van de onderstaande Limburgse principes: ✓ Gestreefd wordt naar een inclusieve, gezonde en veilige samenleving. De inrichting en ontsluiting van gebieden nodigt uit tot ontmoeten, recreëren en maatschappelijke betrokkenheid ✓ Meer stad, meer land. De variatie in gebieden wordt gekoesterd. Stedelijke functies worden geconcentreerd in compacte steden en dorpen. Landelijke gebieden worden als tegenhanger van de drukkere stedelijke gebieden ontwikkeld Binnen de ‘algemene zonering’ valt de locatie van het plangebied binnen het hoofdtype ‘Bebouwde gebieden’, categorie ‘Landelijke kern’. Provinciale belangen Wonen en leefomgeving: ✓ Een woningaanbod/planvoorraad waarbij vraag en aanbod in evenwicht zijn, in kwalitatief en kwantitatief opzicht.

Derhalve voldoende (betaalbare) woningen van de juiste kwaliteit op de juiste plek op het juiste moment beschikbaar ✓ Alle woningbouwontwikkelingen worden beschouwd als een provinciaal belang

bestemmingsplan Murseltseweg Nieuw Bergen - toelichting

18

Veiligheid en gezondheid ✓ Een gezonde en veilige leefomgeving voor iedere Limburger ✓ Een inrichting van de leefomgeving die bewegen, ontmoeten, zelf- en samenredzaamheid, educatie en een gezonde levensstijl stimuleert Planvoornemen in relatie tot omgevingsvisie Het planvoornemen voorziet met de realisering van zes levensloopbestendige woningen op een inbreidingslocatie nabij het centrum van de kern Nieuw Bergen in voldoende (betaalbare) woningen van de juiste kwaliteit op de juiste plek. De locatie kent een gezonde en veilige leefomgeving en stimuleert zelf- en samenredzaamheid en een gezonde levensstijl. De locatie is al onderdeel van bestaand stedelijk gebied. Het planvoornemen transformeert de locatie in een gezonde en veilige leefomgeving. Daarmee past het planvoornemen binnen de uitgangspunten van de provinciale omgevingsvisie. 3.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 In de Omgevingsverordening Limburg 2014 heeft de provincie regels vastgelegd op het gebied van milieu, wegen, water, grond, agrarische bedrijven, natuur, wonen en ruimte. De meeste hoofdstukken in de Omgevingsverordening bevatten regels die voor iedereen gelden. Alleen het hoofdstuk Ruimte is anders; het bevat alleen instructiebepalingen voor gemeentebesturen. Navolgend zijn de regels die voor het plangebied relevant en van belang zijn weergegeven.

Artikel 2.2.2 Ladder voor duurzame verstedelijking Een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, houdt rekening met het bepaalde in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. Artikel 2.4.2 Wonen De toelichting bij een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op de realisatie van een of meerdere woningen beschrijft dat: 1 rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering) en 5 (wonen en leefomgeving) van de provinciale omgevingsvisie; 2 sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk regionaal behoefteonderzoek; 3 over de behoefte aan realisatie van deze woningen overeenstemming bestaat binnen de regio Noord-Limburg of Midden-Limburg of Zuid- Limburg. De regio’s bepalen eigenstandig de regionale overeenstemming, organiseren hun eigen regionale overleggen en dragen zorg voor actuele regionale woonvisies en regionale onderzoeken; 4 het ruimtelijk plan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring; 5 realisatie van de woningen beoogd is binnen vijf jaar na vaststelling van het ruimtelijk plan en dat, als deze termijn niet wordt gehaald, hoe en wanneer de mogelijkheid tot realisatie van deze woningen komt te vervallen.

Planvoornemen in relatie tot omgevingsverordening Het planvoornemen betreft de ruimtelijke ontwikkeling van een woningbouwlocatie en is daarmee aan te merken als een stedelijke ontwikkeling. Echter deze stedelijke ontwikkeling vindt plaats op een inbreidingslocatie binnen bestaand bebouwd gebied. De ontwikkeling leidt niet tot nieuw bebouwd gebied ten koste van bestaand landelijk gebied.

bestemmingsplan Murseltseweg Nieuw Bergen - toelichting

19

Bij de beschrijving van de provinciale omgevingsvisie is reeds aangegeven dat het plan rekening houdt met de ‘Limburgse principes en algemene zonering’. In hoofdstuk 4 van deze toelichting is onderbouwd dat bij de nieuwe woningen sprake is van een goede leefomgeving. De woningbouwlocatie Murseltseweg ong. past binnen de Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 en het daarvoor uitgevoerde regionale behoefteonderzoek. In paragraaf 3.3 Gemeentelijk beleid wordt hier nader op ingegaan. Het planvoornemen is verder opgenomen in de gemeentelijke plancapaciteitsmonitor. Tot slot is in de regels opgenomen dat na 5 jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan, de functie zal worden heroverwogen in het geval de beoogde woningen dan nog niet gerealiseerd zijn. Jndien niet (meer) passend bij de actuele behoefte, vindt de toedeling van een andere functie plaats. Daarmee voldoet het planvoornemen aan de provinciale ladder voor duurzame verstedelijking 3.2.3 Conclusie Het planvoornemen past binnen het provinciaal beleid, zoals vastgelegd in de Omgevingsvisie Limburg en de Omgevingsverordening Limburg 2014.

3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Omgevingsvisie Bergen 2030 In 2019 heeft de gemeenteraad van Bergen de structuurvisie “Omgevingsvisie Bergen 2030” vastgesteld. In de Omgevingsvisie wordt beschreven hoe de gemeente zich de komende jaren verder wil ontwikkelen en welke ruimtelijke keuzes daar bij horen. Het plangebied is gelegen binnen de zone van de ‘dorpen& clusters’, meer specifiek binnen het ‘centraal voorzieningencentrum Nieuw Bergen’. Dit centrum wordt gezien als regionaal voorzieningencentrum, dat in ieder geval behouden en waar mogelijk versterkt moet worden. De visie voor 2030 is vastgelegd in 10 hoofdkeuzes. Voor het planvoornemen van belang is vooral de hoofdkeuze Afstemmen woningvoorraad op maat. De voor Bergen voorspelde krimp moet niet als een vaststaand gegeven worden gezien. Het gaat vooral om het beantwoorden van de vraag wat je moet doen om aantrekkelijk te blijven als woongemeente. De gemeente Bergen staat voor de opgave om het woningaanbod af te stemmen op de vraag. Bergen wil ook andere woonmilieus aanbieden dan alleen ruime woningen binnen de kernen. De woningbouwplannen die op dit moment in Bergen in de pijplijn zitten bestaan vooral uit eengezinswoningen en tweekappers. Tegelijkertijd is er steeds meer behoefte aan relatief kleine woningen voor ouderen en jongeren. Dat kunnen zowel grondgebonden woningen als appartementen zijn.

Met de bouw van zes grondgebonden levensloopbestendige woningen, wordt concreet invulling gegeven aan genoemde hoofdkeuze. De woningen profiteren bovendien van de ligging op een steenworp afstand van de voornaamste voorzieningen in Nieuw Bergen en dragen bij aan de instandhouding daarvan. Daarmee draagt het planvoornemen ook bij aan de hoofdkeuze Voorzieningen bereikbaar houden.

bestemmingsplan Murseltseweg Nieuw Bergen - toelichting

20

3.3.2 Perspectief op goed wonen in Bergen Woonvisie gemeente Bergen 2017-2021 Met de in 2017 vastgestelde Woonvisie van de gemeente Bergen voor de periode 2017-2021 heeft de gemeente haar woonbeleid voor de komende jaren vastgelegd. De Woonvisie vormt de basis voor het woningbouwprogramma, de afstemming met de buurgemeenten en de prestatieafspraken met woningbouwcorporatie Destion. In de woonvisie zijn de kwantitatieve en kwalitatieve opgave en de doelgroepen nader ingekaderd. De opgenomen kwantitatieve programmering 2015-2030 gaat uit van een speelruimte van 170-250 woningen. Als kansrijk segment wordt gezien de bouw van appartementen met lift en levensloopbestendige woningen, met name op centrumlocaties nabij voorzieningen. Ouderen en zorgbehoevenden worden in de woonvisie als doelgroep genoemd, die extra aandacht verdient. Een deel van de ouderen heeft een kwetsbare positie op de woningmarkt. Soms vanwege het lage inkomen, soms vanwege beperkingen waarmee ze met het ouder worden te maken hebben. Veel ouderen geven aan te willen verhuizen naar een woning die geschikt is in geval van optredende beperkingen. Met het planvoornemen wordt invulling gegeven aan de geconstateerde behoefte aan levensloopbestendige woningen/geschikte woningen voor ouderen.

Met de locatie aan de Murseltseweg wordt ook invulling gegeven aan het uitgangspunt deze bij voorkeur nabij voorzieningen in centrumlocaties te bouwen. 3.3.3 Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 In de in 2020 vastgestelde Regionale Woonvisie zijn de opgaven op het gebied van woningbouw voor de periode 2020 tot 2024 vastgelegd. Uitgangspunten zijn onder meer: ✓ Het toevoegen van woningen in principe alleen in de kernen, dichtbij voorzieningen ✓ Het type toe te voegen woning moet passen binnen de kwalitatieve behoefte. Denk hierbij aan een mix van sociale- en middenhuur, levensloopbestendige woningen en andersoortige toekomstbestendige woonconcepten. Ten aanzien van ouderen wordt de noodzaak van het faciliteren van het langer zelfstandig wonen aangestipt. Van belang daarvoor zijn het levensloopbestendig of anderszins toekomstbestendig uitvoeren van woningen en het situeren van die woningen in de nabijheid van voorzieningen. Doordat hiermee de doorstroming op de woningmarkt wordt bevorderd, komen ook meer woningen voor andere doelgroepen beschikbaar. Het planvoornemen sluit nauw aan bij de in de Regionale Woonvisie voor de huisvesting van ouderen geformuleerde uitgangspunten. De woningen worden uitgevoerd als levensloopbestendige woningen en zijn gelegen nabij het centrum van de kern Nieuw Bergen.

bestemmingsplan Murseltseweg Nieuw Bergen - toelichting

21

3.3.4 Herijking woningbouwprogrammering gemeente Bergen In 2020 is een Herijking van het woningbouwprogramma voor de gemeente Bergen vastgesteld. De (her)programmering had tot doel te sturen op de juiste woning op de juiste plek, te sturen op de voortgang van de woningbouw en zo nodig slechte plannen te schrappen om ruimte te maken voor goede plannen. Onderdeel van de Herijking is een schematisch overzicht van de herprogrammering van de woningbouw in de kernen in de gemeente Bergen. Binnen de kern Nieuw Bergen is in dit overzicht ook de locatie Murseltseweg opgenomen als nieuw initiatief voor de bouw van maximaal zes woningen. De locatie draagt kwalitatief en kwantitatief bij aan de gewenste volkshuisvestelijke kwaliteit. Met het planvoornemen wordt invulling gegeven aan de in het overzicht opgenomen ruimte voor woningbouw.

bestemmingsplan Murseltseweg Nieuw Bergen - toelichting

22

4

UITVOERINGSASPECTEN

4.1 Milieuaspecten 4.1.1 Bodemkwaliteit Besluit ruimtelijke ordening Op basis van artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening zijn gemeenten verplicht om in de onderbouwing van een nieuwe ontwikkeling een paragraaf over de bodemkwaliteit op te nemen. In deze paragraaf dient gemotiveerd te worden of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van de bodem. Uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening is dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming en de daarin toegestane gebruiksvormen. Verkennend bodem- en asbestonderzoek Voorafgaand aan het vaststellen van het bestemmingsplan moet het duidelijk zijn dat de bodem geschikt is voor de voorgenomen bestemming en dat het plan geen financiële risico’s heeft met betrekking tot de haalbaarheid en uitvoerbaarheid. Het planvoornemen voorziet in het mogelijk maken van de bouw van zes extra woningen op een braakliggend perceel met een woonbestemming. Verkennend bodemonderzoek is derhalve noodzakelijk. Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN5740. Uit dit “Verkennend bodem- en asbestonderzoek Murseltseweg (ong.) te Bergen” (Montferland Milieu BV, 2021) kan het volgende worden geconcludeerd: ✓ De aangetroffen licht verhoogde gehalten in de grond en in het grondwater vormen geen belemmering voor het toekomstige gebruik.

✓ In geen van de geanalyseerde parameters in zowel grond als grondwater is de waarde voor nader onderzoek (tussenwaarde) en/of de interventiewaarde overschreden. ✓ Uit de onderzoeksresultaten kan geconcludeerd worden dat er op de locatie geen ernstige bodem- of grondwaterverontreinigingen aanwezig zijn. De vastgestelde waarden overschrijden enkel de achtergrond- en/ of streefwaarde, wat duidt op enkel lichte (natuurlijke) verontreinigingen. ✓ De tevoren gestelde hypothese ‘De gehele onderzoekslocatie kan op basis van het vooronderzoek als verdacht worden beschouwd’ dient formeel gezien te worden aangenomen. De verhogingen in de grond en in het grondwater zijn echter gering en kunnen als niet significant beschouwd worden. ✓ Het is echter wel aan te raden geen grondwater op te pompen. Tevens dienen (toekomstige) eigenaren en gebruikers geïnformeerd te worden over de onderhavige situatie. ✓ Bij het verkennend asbestonderzoek (puinverharding) zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. In de grove fractie van de bodem is geen asbest aangetroffen. In het mengmonster ASMM01 van de fijne fractie is een gehalte van 5,9 mg/kg d.s. aangetoond. Het mengmonster bevindt zich onder het criterium voor nader onderzoek (50 mg/kg d.s.) en een nader onderzoek is derhalve niet noodzakelijk.

✓ De tevoren gestelde hypothese “verdachte heterogene funderingslaag” op basis van het vooronderzoek, wordt verworpen.

bestemmingsplan Murseltseweg Nieuw Bergen - toelichting

23

✓ Uit milieukundig oogpunt is er naar de mening van het onderzoeksbureau geen bezwaar tegen de voorgenomen bestemmingsplanwijziging, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico's voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (wonen met tuin). Uit het uitgevoerde bodemonderzoek blijkt dat de bodemkwaliteit geen beperkingen oplegt aan het planvoornemen. Over de aanbeveling met betrekking tot het oppompen van grondwater zullen toekomstige eigenaren en gebruikers geïnformeerd worden. Het verkennend bodem- en asbestonderzoek is als bijlage bij de toelichting beschikbaar. 4.1.2 Geluid Wet geluidhinder Ten aanzien van geluid zijn de regels uit de Wet geluidhinder (Wgh) van toepassing. De Wgh voorziet in onderzoekszones en bevat tevens geluidsnormen en richtlijnen met betrekking tot de toelaatbare geluidsniveaus van geluidsbronnen. Indien een ruimtelijke ontwikkeling voorziet in een nieuw geluidsgevoelig object binnen de onderzoekszone van een geluidsbron of een verandering aan een bestaande geluidsbron, waarbij binnen de geluidszone daarvan een geluidsgevoelig object aanwezig is, dient volgens de Wgh een akoestisch onderzoek plaats te vinden. Geluidsgevoelige objecten In de Wgh is bepaald welke wegen zoneplichtig zijn en welke omvang de zone van de betreffende weg heeft.

Indien nieuwe woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen binnen een dergelijke zone worden gerealiseerd, dient een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd waaruit blijkt dat aan de hoogst toelaatbare geluidsbelasting op de gevel, als opgenomen in de Wgh c.q. het Besluit geluidhinder, kan worden voldaan. Indien een nieuwe woning of andere geluidsgevoelige functie niet is gelegen binnen de zone van een zoneplichtige weg, moet in het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), toch aangetoond worden dat sprake is van een qua geluid goed woonen leefklimaat. Het planvoornemen voorziet in de bouw van zes woningen aan de Murseltseweg. Het plangebied is gelegen binnen de geluidzone van de N271 (Rijksweg), met snelheidsregime van 50 km/uur. Onderzoek in het kader van de Wgh is hierdoor aan de orde. Voor de Murseltseweg, Raadhuisstraat en Jeroen Boschstraat geldt een snelheidsregime van 30 km/uur waardoor deze wegen niet zoneplichtig zijn. Onderzoek in het kader van de Wgh is niet aan de orde. Wel moet aangetoond worden dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat, in relatie tot de functie van genoemde straten.

bestemmingsplan Murseltseweg Nieuw Bergen - toelichting

24

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Teneinde aan te tonen dat aan de Wgh wordt voldaan en dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat is het “Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Murseltseweg ong. te Bergen” (G&O consult, 2023) uitgevoerd. Uit het onderzoek volgen de volgende conclusies: ✓ Op basis van de beschikbaar gestelde verkeersgegevens is een rekenmodel opgezet waarmee de geluidsniveaus op de beoogde woningen zijn berekend als gevolg van het verkeer van de omliggende wegen. Hierbij is de voorkeursgrenswaarde van 48 dB(A) in beeld gebracht. ✓ Ter plaatse van de gevels van de beoogde woningen aan de Murseltseweg ong. te Bergen bedraagt de geluidbelasting afkomstig van de zoneplichtige wegen, inclusief correctie van artikel 110g, ten hoogste 49 dB. Derhalve wordt niet voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB, wel wordt voldaan aan de maximale ontheffingswaarde van 63 dB. ✓ Omdat niet kan worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarde dienen maatregelen beschouwd te worden om de geluidbelasting te laten dalen tot de voorkeursgrenswaarde. De beschouwde maatregelen ontmoeten bezwaren van verkeerskundige, stedenbouwkundige en landschappelijke aard. Derhalve wordt onderbouwd verzocht een hogere waarde vast te stellen conform artikel 110a, lid 1 juncto lid 5 van de Wet geluidhinder.

✓ Binnen het Bouwbesluit is geregeld dat een waarde van 33 dB in de woning als gevolg van omgevingslawaai moet zijn gewaarborgd. Tevens wordt in het Bouwbesluit vermeld dat de karakteristieke geluidwering van geveldelen (GA;k) voor bestaande woningen ten minste 20 dB bedraagt. ✓ Ter plaatse van de woningen bedraagt de geluidbelasting zonder aftrek van artikel 110 g ten hoogste 54 dB. Met een gevelwering, welke tenminste 20 dB bedraagt, zal het binnenniveau ten hoogste 34 dB bedragen. Echter gezien de geringe overschrijding van 1 dB op de zuidwest gevel en dat de beoogde woningen zullen gebouwd worden met moderne technieken en materialen wordt geacht dat de gevelwering tenminste 21 dB zal bedragen en dat een waarde van 33 dB in de woning gewaarborgd zal worden. Derhalve wordt geacht dat er voldaan wordt aan de eisen van het Bouwbesluit binnen de woningen. ✓ Ten aanzien van de buitenruimten en het verblijf in de tuinen dan wel terrassen kan verondersteld worden dat er een “redelijke” tot “goede” geluidskwaliteit heerst. Uit het uitgevoerde akoestisch onderzoek blijkt dat het wegverkeer geen beperkingen oplegt aan het planvoornemen. Voor het plan is inmiddels een hogere waarde vastgesteld. Het akoestisch onderzoek is als bijlage bij de toelichting beschikbaar.

bestemmingsplan Murseltseweg Nieuw Bergen - toelichting

25

4.1.3 Luchtkwaliteit Wet milieubeheer In de ‘Wet luchtkwaliteit’ is bepaald dat de hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer (Wm). Hoofdstuk 5 van de Wm maakt onderscheid tussen projecten die 'Niet in betekenende mate' (NIBM) en 'In betekenende mate' (IBM) bijdragen aan de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen. Als een project in betekenende mate bijdraagt aan luchtvervuiling, dient er een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd te worden. Bron luchtverontreiniging In het geval een planvoornemen strekt tot het realiseren of wijzigen van bronnen van luchtverontreiniging, die leiden tot een toename van de hoeveelheid luchtverontreiniging, dient onderzoek naar de exacte gevolgen voor de luchtkwaliteit uitgevoerd te worden. Echter als planvoornemen ervoor zorgt dat de concentratie fijn stof of NO2 met minder dan 3% van de grenswaarde wordt verhoogd, draagt het project niet in betekenende mate bij aan luchtvervuiling en hoeft er geen luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd te worden. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen opgenomen, die per definitie niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.

Daartoe behoren woningbouwlocaties, indien een dergelijke locatie, in geval van één ontsluitingsweg, netto niet meer dan 500 nieuwe woningen omvat, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 1000 woningen omvat. In het planvoornemen is sprake van de realisering van zes extra woningen. Gelet op het gestelde in de Regeling NIBM zal het planvoornemen zeker niet in betekenende mate bijdragen aan luchtvervuiling. Een onderzoek naar de gevolgen voor de luchtkwaliteit kan achterwege blijven. Luchtkwaliteit omgeving Voor de kwaliteit van de buitenlucht bestaan verschillende soorten normen. Voor een aantal stoffen in de lucht gelden luchtkwaliteitsnormen op leefniveau (de buitenlucht). Veel van de wettelijke normen komen direct uit Europese richtlijnen. Ze zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer (titel 5.2 en bijlage 2). De normen zijn gesteld ter bescherming van de gezondheid van de mens. Het ontstaan van nieuwe knelpunten moet worden voorkomen. De geldende luchtkwaliteit nabij het plangebied kan globaal afgeleid worden uit beschikbare informatie aan de hand van: ✓ de grenswaarde voor het 24-uurs gemiddelde van de concentratie fijnstof (PM10), dat overeenkomst met het jaargemiddelde PM10 van 35 μg/m3; ✓ de grenswaarde voor het jaargemiddelde van de concentratie van stikstofdioxide van 40 μg NO2/m3).

Uit de gegevens van de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten is navolgende informatie af te leiden: ✓ de jaargemiddelde fijnstofconcentratie in 2025 (gegevens 2021) ligt onder de 18 μg/m3 (ca. 14,8). Deze blijft daarmee onder de grenswaarde van 35 μg/m3; ✓ de jaargemiddelde concentratie van stikstofdioxide in 2025 (gegevens 2021) ligt tussen de 10 en 15 μg NO2/m3 (ca. 11,0). Deze blijft daarmee onder de grenswaarde van 40 μg/m3.

bestemmingsplan Murseltseweg Nieuw Bergen - toelichting

26

Daarmee kan gesteld worden dat ter plaatse sprake is van een voldoende tot goede luchtkwaliteit. 4.1.4 Geur Wet geurhinder en veehouderij Het geurbeleid voor bedrijven in de agrarische sector is bepaald in de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) en de bijbehorende Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv). In deze wet worden normen gesteld voor de geurbelasting die een veehouderij (het dierenverblijf, niet de opslag van bijproducten e.d.) mag veroorzaken op een geurgevoelig object. Deze belasting wordt berekend en getoetst aan de hand van een verspreidingsmodel (V-stacks model). Dit geldt echter alleen voor dieren waarvoor geuremissiefactoren zijn opgenomen in de Rgv. Voor dieren zonder emissiefactor gelden minimaal aan te houden afstanden. Voor zover het planvoornemen voorziet in de realisering van een geurgevoelig object (zoals een woning) dient in het kader van het aspect geurhinder nagegaan te worden of het plangebied geheel of gedeeltelijk is gelegen binnen de invloedssfeer van geurbronnen. Aangetoond dient te worden of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plekke van het plangebied. Daarnaast dient gekeken te worden of de nieuwe woonbestemming beperkingen in de bedrijfsvoering en/of ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen veehouderijen geeft. Het plan laat met de bouw van zes extra woningen nieuwe geurgevoelige objecten toe.

In het kader van het recent vastgestelde bestemmingsplan Murseltseweg 2 Bergen, dat op het aan het plangebied grenzend perceel een extra woning mogelijk maakt, zijn de achtergrond- en voorgrondgeurbelasting al in beeld gebracht. Daarbij is geconcludeerd dat de achtergrondgeurbelasting 0,1 [OUE/m3 (P98)] bedraagt. De blootstelling aan geurhinder is verwaarloosbaar. Voor zowel de achtergrond- als voorgrondgeurbelasting is sprake van een zeer goede milieukwaliteit. Het plangebied is omringd door bestaande geurgevoelige objecten (burgerwoningen). Op basis van de “Normeringkaart geurverordening gemeente Bergen (L)” geldt hiervoor (Bebouwde kom stedelijk: kom Bergen) een geurbelastingtingsnorm van 2,0 [OUE/m3]. Op basis hiervan kan geconcludeerd dat omliggende veehouderijen niet in hun belangen worden geschaad. De Wet geurhinder en veehouderij verzet zich vooralsnog niet tegen de realisering van de geprojecteerde woningen. 4.1.5 Bedrijven en milieuzonering VNG-handreiking Milieuzonering draagt er zorg voor dat nieuwe bedrijven of inrichtingen een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen en dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven en/of inrichtingen gesitueerd worden. In de VNG-handreiking “Bedrijven en milieuzonering” zijn na te streven richtafstanden opgenomen tussen bedrijven/inrichtingen en burgerwoningen.

bestemmingsplan Murseltseweg Nieuw Bergen - toelichting

27

Milieuzonering In de directe nabijheid van het plangebied zijn meerdere bedrijven en voorzieningen gevestigd. Voor deze bedrijven en voorzieningen is geïnventariseerd in hoeverre sprake is van een zonering conform de handreiking ‘Bedrijven en zonering’ (VNG, 2009), die zich uitstrekt over het plangebied. Voor de in de directe omgeving aanwezige bedrijven en voorzieningen mag, gezien de ligging aan de rand van het centrum van de kern Nieuw Bergen en de nabijheid van de N271, worden uitgegaan van de navolgende indicatieve richtafstand ten opzichte van woningen in een ‘gemengd gebied’. Daarbij is ook de daadwerkelijk aanwezige afstand weergegeven. Gemengd gebied Bedrijf/inrichting Tandtechnisch lab., Murseltseweg 2D Installatiebedrijf, Rijksweg 11B Kapel, Murseltseweg 4 Zakelijke dienstverl., Jeroen Boschstraat 2 Tandartspraktijk, Jeroen Boschstraat 4 Fotostudio, Jeroen Boschstraat 20 Dierenkliniek, Jeroen Boschstraat 26

SBI-2008 code 32.50.1

Categorie

43.21, 43.22 9491.1

3.1

65.1, 66.1, 66.2 86.23

1

74.2

2

01.62

2

2

2

1

Richtafstand voor aspect(en) 10 m geur, geluid 30 m geluid 10 m geluid 0m geluid 0m geluid 10 m geluid 10 m geur, geluid

Werkelijke afstand 20 m 4,4 m 10 m 10 m 25 m 50 m 65 m

De afstanden gelden tussen enerzijds de grens van de bestemming die de bedrijven en inrichtingen toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van de betreffende woningen. Het planvoornemen bevindt zich gezien de afstanden in de tabel niet binnen de richtafstanden van het merendeel van de aanwezige bedrijven en inrichtingen en zal daarvan geen hinder ondervinden. Andersom vormen de woningen uit het planvoornemen ook geen belemmering voor deze omliggende bedrijfsactiviteiten. Een uitzondering hierop vormt het installatiebedrijf aan Rijksweg 11B. De handreiking geeft een indicatieve afstand van 30 m, terwijl de kortste afstand tussen de woningen en het bedrijfsperceel conform het bouwplan slechts 4,4 m beslaat. Conform de planregels mag de afstand tussen de woningen en de omliggende percelen niet minder dan 3,6 m bedragen. Een nadere beschouwing van de bedrijfsactiviteiten bij het installatiebedrijf moet in dit geval aantonen dat de beoogde woningbouw toch aanvaardbaar is. Het bedrijf is georiënteerd op de Rijksweg. Het bedrijf is met de achterzijde naar het plangebied gelegen. De bevoorrading van het bedrijf met vrachtwagens vindt dan ook plaats vanaf de Rijksweg.

bestemmingsplan Murseltseweg Nieuw Bergen - toelichting

28

De geluidsproductie, die dit met zich meebrengt, bevindt zich op een afstand van ten minste 19 m (diepte van bedrijfsgebouw met laaddeur voor bevoorrading) van het plangebied. Met 3,6/4,4 m afstand binnen het plangebied, betekent dit dat een afstand van circa 23 m aanwezig is tot de woningen. Daarbinnen is ook nog de bedrijfsbebouwing gelegen, die voor de nodige afscherming zorgt. Ditzelfde geldt voor eventuele bezoekers. Ook deze bereiken het bedrijf via de Rijksweg, parkeren hun auto voor het bedrijf en gaan het bedrijfsgebouw vanaf de voorzijde binnen. De bedrijfsactiviteiten ter plaatse beperken zich tot de opslag van installatiematerialen. De eigenlijke verwerking van de materialen vindt bij bouwprojecten elders plaats. De opslag van materialen in het bedrijfsgebouw, die via de voorzijde worden aangevoerd, zal nauwelijks invloed hebben op het plangebied, te meer daar het bedrijfsgebouw aan de zijde van het plangebied over een blinde gevel beschikt. Resteert de achterontsluiting naar het installatiebedrijf. Dit betreft een ontsluiting die enkel gebruikt wordt door de bedrijfsauto’s van het installatiebedrijf. Deze vertrekken ’smorgens naar een klus op locatie en komen in de middag weer terug bij het bedrijf. De bedrijfsauto’s parkeren niet langs de achterontsluiting, maar op het bedrijfsterrein.

Bevoorraders en bezoekers maken, zoals al aangegeven, geen gebruik van deze achterontsluiting. De impact van het gebruik van de achterontsluiting op de drie aangrenzend te realiseren zuidelijke woningen, zal gelet op voorgaande dan ook zeer gering zijn. Daarbij kan qua geluid ook nog worden verwezen naar hoofdstuk 22 van het Omgevingsplan (Afdeling 22.3 Milieubelastende activiteiten). In artikel 22.63 Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen, lid 4 is bepaald dat de in het eerste tot en met derde lid opgenomen maximale geluidniveaus LAmax niet van toepassing zijn op het laden en lossen in de periode tussen 07.00 en 19.00 uur. In artikel 22.70 Geluid: buiten beschouwing laten van geluidbronnen, lid 3 is verder aangegeven dat het aandrijfgeluid van motorvoertuigen bij het laden en lossen tussen 23.00 en 7.00 uur ook buiten beschouwing kan worden gelaten, als het in die periode geldende maximale geluidniveau (LAmax) niet te bereiken is door het treffen van maatregelen en het niveau van het aandrijfgeluid op een afstand van 7,5 m van het motorvoertuig niet hoger is dan 65dB(A). Over de voorgenomen bouw van de 6 woningen heeft tot slot ook overleg plaatsgevonden met de eigenaren van de grond en het pand en van het installatiebedrijf. Beiden zijn enthousiast over het plan en hebben daar geen bezwaren tegen.

Zo ook heeft overleg plaats gehad met de eigenaar van de grond en het pand Murseltseweg 2d. Ook deze heeft geen bezwaren tegen het plan. Gelet op voorgaande is de conclusie gerechtvaardigd, dat hoewel niet bij elk bedrijf aan de indicatieve richtafstand wordt voldaan, in dit geval toch sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefmilieu bij de te bouwen woningen. In de regels voor de woningbouw wordt daartoe vastgelegd dat de woningen op een afstand van ten minste 3,6 m uit de achterperceelsgrens moeten worden gesitueerd. Verslagen van beide overleggen zijn opgenomen in het Verslag Omgevingsdialoog, dat als bijlage bij de toelichting beschikbaar is.

bestemmingsplan Murseltseweg Nieuw Bergen - toelichting

29

4.1.6 Externe veiligheid Kwantitatieve risicoanalyse Bij ruimtelijke planvorming moet rekening worden gehouden met het aspect externe veiligheid. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het voorkomen en beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en risicovol transport. Daarbij gaat het om de risico's verbonden aan 'risicovolle inrichtingen', waar gevaarlijke stoffen worden geproduceerd, opgeslagen of gebruikt en om het 'vervoer van gevaarlijke stoffen' via wegen, spoorwegen, waterwegen en buisleidingen. Het uitgangspunt van wet- en regelgeving en beleid ten aanzien van externe veiligheid is scheiding van kwetsbare functies en risicobronnen. Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een risicobron bevindt, overlijdt door een ongeval met de risicobron. Het PR is daarmee de risicomaat om het beschermingsniveau voor de individuele burger uit te drukken. Het toetsingscriterium is in veel gevallen een PR van 10-6. PR wordt inzichtelijk gemaakt door vaste contouren rondom een risicobron. Het groepsrisico (GR) geeft aan wat de kans is op een ongeval met 10 of meer dodelijke slachtoffers in de omgeving van de beschouwde risicobron. Voor het GR geldt geen harde norm, maar een oriëntatiewaarde.

De effecten van de ontwikkeling worden in een curve weergegeven en vergeleken met de curve van de oriëntatiewaarde. Bij overschrijding van de oriëntatiewaarde of een significante toename van het groepsrisico moet het bevoegd gezag het groepsrisico betrekken bij de vaststelling van het besluit. Voor deze groepsrisico verantwoording is de hoogte van het groepsrisico of de toename ervan onderdeel van de afweging. Daarnaast worden factoren meegenomen als mogelijkheden van de bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval en de zelfredzaamheid van personen. Daarvoor wordt door het bevoegd gezag advies gevraagd aan de brandweer. De volgende aspecten spelen een rol ten aanzien van externe veiligheid bij ruimtelijke projecten: ✓ inrichtingen; ✓ vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen; ✓ transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en/of spoor. Voor inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het belangrijkste toetsingskader. Hierin zijn grenswaarden en oriënterende of richtwaarden opgenomen voor het PR en het GR. Voor buisleidingen is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van belang. Voor transport van gevaarlijke stoffen is met name de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (WVGS) relevant.

Op basis van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) is het verplicht transportroutes waarlangs gevaarlijke stoffen worden vervoerd vast te leggen in een bestemmingsplan.

bestemmingsplan Murseltseweg Nieuw Bergen - toelichting

30

In het Bevt en de Regeling basisnet zijn de normen voor het transport van gevaarlijke stoffen vastgesteld. Het basisnet is een landelijk aangewezen netwerk voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Binnen bepaalde grenzen wordt dit vervoer over weg, binnenwater en spoor gegarandeerd. Tot slot is er specifieke wetgeving voor de opslag van vuurwerk en munitie. Risicokaart Op de Risicokaart Limburg zijn de risicovolle inrichtingen en transportassen weergegeven. Uit deze kaart blijkt dat in de omgeving van het plangebied geen sprake is van de aanwezigheid van risicovolle inrichtingen of transportassen. De risicocontouren van op grotere afstand gelegen inrichtingen en transportassen reiken niet tot over het plangebied. De locatie is ook op ruime afstand van het PR-plafond water, samenhangend met het basisnet (Maascorridor), gelegen. Er is geen sprake van een onaanvaardbaar risico in het kader van de externe veiligheid. Advies Veiligheidsregio Door de Veiligheidsregio Limburg-Noord is advies over het plan uitgebracht. Dit is nog een advies over een eerdere versie van het plan met vier woningen. Dit advies staat met enige nuancering ook voor de voorliggende versie van het plan met zes woningen. Het toetskader voor de Veiligheidsregio is het regionaal beleid “Bluswater en bereikbaarheid”. De gemeente Bergen heeft dit beleid weliswaar niet vastgesteld, maar conformeert zich er wel aan.

Bluswatervoorziening. ✓ De maximale afstand tussen een object en een opstelplaats is 40 meter; Er zijn geen separate opstelplaatsen aangegeven, echter op de openbare weg zèlf kan worden opgesteld. Voldoet ✓ De maximale afstand tussen een opstelplaats en een primaire bluswatervoorziening met een debiet van tenminste 30 m3/uur is 100 meter; Er liggen twee brandkranen met elk een debiet van 55 m3/uur aan de Murseltseweg, echter op een afstand van ruim meer dan 100 meter. Voldeed niet ten tijde van het uitgebrachte advies. Inmiddels is een extra brandkraan aangebracht, zodat hier nu wel aan wordt voldaan. ✓ De maximale afstand tussen een object en een secundaire bluswatervoorziening met een debiet van 30 m3/uur is 200 meter. Aan de Murseltseweg liggen twee brandkranen met elk een debiet van 55 m3/uur, binnen een afstand van 200 meter. Voldoet. Bereikbaarheid. Om incidenten snel en effectief te kunnen bestrijden is het belangrijk dat een incidentlocatie goed, snel en via meerdere zijden voor hulpdiensten bereikbaar is. Het plan ligt aan een doodlopende weg, waarbij het plan zèlf is uitgevoerd als hofje dat in wezen ook is te bezien als zijnde een doodlopend eind. De ontsluiting van dit hofje is zodanig krap, dat een blusvoertuig zal moeten opstellen op het bestaande gedeelte van de Murseltseweg. Dit gedeelte is voldoende breed.

Een tweezijdige ontsluiting van het plangebied ontbreekt. Voldoet niet.

bestemmingsplan Murseltseweg Nieuw Bergen - toelichting

31

Advies ✓ Bluswater: zorg voor een brandkraan met een debiet van tenminste 30 m3/uur gelegen op maximaal 100 meter. Bij voorkeur nabij de toerit van het ‘hofje’ (dimensionering waterleiding tbv 30 m3/uur) of toevoegen van een brandkraan op de Murselteweg (splitsingsvlak weg ter hoogte van huisnummer 1c); ✓ Bereikbaarheid: onderzoek de mogelijkheid voor een tweede ontsluiting van het plangebied. Dit hoeft geen ‘officiële’ weg te zijn, deze mag ook worden uitgevoerd als halfverharding en/of afgesloten met een wegafsluiting conform het convenant “Vaste en dynamische wegafsluitingen” van de VRLN. ✓ Bereikbaarheid: onderzoek de mogelijkheid voor de realisatie van een keerlus in dit deel van de Murseltweg. Reactie ✓ Bluswater: inmiddels is een extra brandkraan gerealiseerd, waardoor voldaan wordt aan de afstandseis van maximaal 100 m. ✓ Bereikbaarheid, tweede ontsluiting: de aanleg van een tweede ontsluiting naar het plangebied is fysiek onmogelijk. De doodlopende insteek van de Murseltseweg, waaraan het plangebied is gelegen, is geheel omgeven door bedrijfsen woonpercelen met een zodanige bebouwingssituatie, dat er fysiek geen mogelijkheid meer is om een extra verbinding met Jeroen Boschstraat of Rijksweg te maken (waarbij een extra aansluiting op de Rijksweg überhaupt niet wenselijk is).

Gelet op het gegeven dat de afstand tot het plangebied over het doodlopende deel van de Murseltseweg maar maximaal 120 m bedraagt en in geval van nood het plangebied via de bedrijfspercelen aan de Jeroen Boschstraat over een afstand van maximaal 70 m bereikbaar is, wordt in dit geval het ontbreken van een tweede ontsluiting wel aanvaardbaar geacht. ✓ Bereikbaarheid, keerlus: voor de aanleg van een keerlus ontbreekt fysiek de ruimte. Daarbij is de aanleg van een keerlus ook niet noodzakelijk, doordat er in de straat, ook voor grote voertuigen, voldoende mogelijkheden zijn om te keren. De nieuwe insteek in het plangebied, de achterontsluiting van het installatiebedrijf aan de Rijksweg en de parkeerplaatsen achter de bedrijven en kantoren aan de Jeroen Boschstraat bieden voldoende gelegenheid om te keren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14248650/1