Primaire begroting 2027 WAA Schap
Tekst van het document
mio. Dit niveau is gewenst om eventuele staartverplichtingen en meerkosten, zoals die begin 2026 aan de orde zijn, en gezien de grote economische onzekerheden zoals door het CPB voor komende periode daarna voorzien worden, in de exploitatie van het Schap in eerste instantie en in beperkte mate zelf te kunnen opvangen. Het is de bedoeling dat hiermede extra, onverwachte gemeentelijke meerkosten zoveel mogelijk wordt voorkomen, maar nadrukkelijk dient gezegd te worden dat dit niet uitgesloten kan worden. 4. Uitgangspunten voor de jaarbegroting en meerjarenbegroting De verwachting ten aanzien van het sociale en financiële beleid voor het volgend jaar wordt in de jaarbegroting vertaald, en voor de komende vier jaar in de meerjarenbegroting. Beide begrotingen zijn gebaseerd op de uitgangspunten zoals die onderstaand worden aangegeven. Deze uitgangspunten zijn gestoeld op bedrijfsspecifieke, regionale en landelijke ontwikkelingen die verwacht worden en zichtbaar zijn op het gebied van gesubsidieerde arbeid in het algemeen en de sector Sociale Werkvoorziening in het bijzonder. Door het m.i.v.
1-1-2023 wegvallen van de eerdere 100% aandeelhouders-relatie van het Schap met WAA groep nv, zijn de begrote resultaten van de NV, en de uitgangspunten hiervoor, niet meer direct maar nog slechts indirect en secundair van belang voor de begrotingen van het Schap en niet meer primair relevant voor en aangegeven in de (meerjaren)begrotingen van het Schap vanaf 2023. De jaar- en meerjarenbegrotingen van het Schap zijn gebaseerd op de volgende uitgangspunten: 1. Met ingang van 1-1-2015 is de nieuwe Participatiewet in werking getreden. De aparte regelingen WWB, WSW, Wajong en AWBZ dagbesteding ca. zijn samengevoegd tot één koepelregeling. De nieuwe wet is primair gericht op plaatsing van eenieder die, al dan niet tijdelijk, niet actief is in de arbeidsmarkt en aangewezen is op ondersteuning van de overheid, z.s.m. en met een zeer tijdelijke, minimale ondersteuning van de overheid terug te laten keren naar de reguliere arbeidsmarkt. Vanaf 2015 is geen instroom meer in de WSW en worden alle mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt door gemeenten zo veel mogelijk bemiddeld naar reguliere arbeid. Voor diegene waar dit niet mogelijk voor is, zorgen gemeenten zélf - al dan niet via regionale werkbedrijven - voor passende activiteiten voor deze groepen. WAA staat alleen aan de lat voor de uitvoering van de WSW. 2.
Voor het budgetvolume WSW geldt als uitgangspunt een taakstelling voor 2027 van 380,4 SE (incl. Begeleid Werken, Werken in buurten en bij lokale werkgevers). Doordat vanaf 2015 geen instroom meer plaatsvindt daalt de gemiddelde bezetting WSW naar verwachting t/m 2030 jaarlijks met gemiddeld 9%, naar een niveau van 276,2 SE per eind 2030. Deze verwachte uitstroom is hoger dan in voorgaande begrotingen verwacht, o.a. door toenemende uitstroom a.g.v. uitval van WSW-ers, die hierdoor instromen in WIA en prepensioen. 3. Op basis van het strategisch plan “Samen Anders!” 2015 - 2020 zijn alle activiteiten voor eigen risico en rekening van WAA inmiddels afgebouwd t.g.v. externe plaatsingen van WSW-capaciteit voor en onder regie van derden. Activiteiten met relatief weinig raakvlak met onze WSWbezetting zijn in 2018 vervreemd. De strategische koers en uitgangspunten zoals die toen benoemd zijn, blijven ook vanaf 1-1-2023 voor zowel WAA en in haar verlengde de uitvoeringsorganisatie WAA groep nv van toepassing en normatief. 4. De ‘beschutte groep’ SW-medewerkers met een lagere loonwaarde (<30%) is vanaf 2018 in zijn geheel door de gemeenten zelf overgenomen, incl. alle financiële resultaten hierop, en door WAA groep in zijn geheel afgebouwd.
In de financiële exploitatie vanaf 2018 zijn de effecten hiervan zowel in operationele zin als qua frictie opgenomen en financieel op hoofdlijnen vertaald in zowel de jaar- als meerjarenbegroting. Met het m.i.v. 2023 vervreemden van het belang in WAA groep nv, heeft het Schap de directe aansturing en financiële verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de WSW voor ook de zgn. ‘niet beschutte groep’ WSW-ers vervreemd en in zijn geheel afgebouwd. Het Schap richt zich vanaf 2023 nog sec op haar primaire wettelijke kerntaak zijnde voor, door en namens de gemeenten regievoering over, toezicht houden op en verantwoording afleggen over de onderdelen van de WSW die niet direct gerelateerd zijn aan passende plaatsing. 5. Bij de ombouw en krimp van de organisatie en vervreemding resp. afstoten van activiteiten is rekening gehouden met frictiekosten bij WAA groep nv. In lijn met “Samen Anders!” geldt hierbij dat WAA Groep nv deze kosten kan en mag declareren bij het Schap voor zover de hiervoor gereserveerde middelen bij het Schap hiervoor toereikend zijn. - 20 -
6. De gehele doelgroep WSW is op basis van een IOP (Individueel Ontwikkelingsplan) gescreend en ingedeeld op basis van loonwaarde. Hierbij is een onderscheid gemaakt tussen WSW-ers met een verwachte loonwaarde die hoger is dan de te verwachten individuele begeleidingskosten (de ‘niet beschutte groep’) en WSW-ers waar dit waarschijnlijk niet het geval is (‘de beschutte groep’). De ‘niet beschutte groep’ is zoveel mogelijk extern geplaatst als Detacheringen, Begeleid werken of in Werken op locatie. De ‘beschutte groep’ is door de deelnemende gemeenten zelf zoveel mogelijk geplaatst via het concept “Werken in buurten”. 7. In tegenstelling tot de jaren t/m 2022, is de ontwikkeling van het subsidieresultaat vanaf 2023 niet meer toonaangevend in de ontwikkeling van het totale tekort van WAA. 8. De stijging van de loonkosten van het reguliere personeel is vanaf 2023 niet meer direct maar wel indirect van belang voor het Schap omdat zij de personele capaciteit voor al haar activiteiten inkoopt bij WAA groep nv. In deze begroting is hierbij rekening gehouden met jaarlijks loonindexatie van 3,3% en prijsinflatie van 2,2% o.b.v. de MEV 2025 voor de periode 20272030. 9. In de meerjarenraming van het Schap als WAA groep nv is rekening gehouden met de meest recente prognoses van het CPB (juli 2025).
In de 1e begrotingswijzigingen van 2026 en in deze primaire begroting 2027 is met onzekerheden als de gevolgen van het globaal zeer volatiele algehele economische beleid en onzekere economische klimaat resp. een uitloop van de oorlog in de Oekraïne als volgt rekening gehouden: • In het begrote resultaat 2026 is een extra voorzichtigheidsbuffer van € 250.000 in de toegevoegde waarde opgenomen. In de primaire Begroting 2027 is € 236.000 hiervoor opgenomen. • Voor 2026 en volgende jaren zijn in dit kader eventuele extra kosten én eventuele compensatie hiervoor beiden als PM opgenomen. 10. Het tekort a.g.v. het negatieve concernresultaat wordt, behalve door de gemeentelijke vergoeding voor WSW dienstverlening, opgevangen door: a) de inzet van de bestemmingsreserve (ter dekking van frictiekosten). b) de al genoemde vrijval van de bestemmingsreserve frictie ad € 200.000 in 2026 en een extra vrijval van € 100.000 in 2027 en 2028. c) door een achtervanger van de vrije algemene reserves middels een zgn. egalisatiefonds resp. weerstandsvermogen. De vrije reserves van WAA Venlo e.o. bedragen begin en eind 2026 naar verwachting structureel ongeveer € 0,5 mio en een aanvullende extra buffer van € 0,7 mio voor incidentele mogelijke incidentele extra (meer)kosten. Op basis van de genoemde uitgangspunten ziet de meerjarenbegroting er als volgt uit:
Primaire Begroting 2027 Meerjarenraming Schap na Samen Verder! Meerjarenperspectief (in € x 1.000) Bijdrage Gemeenten inzake kosten d.v.o. Overige baten Totaal baten Reorganisatie-/frictiekst. Overige kosten
2026 Primair begroot
2026 1e begroot wijziging
2027 begroot
2028 begroot
2029 begroot
2030 begroot
189 0 189 200 389
200 0 200 244 400
319 0 319 95 419
338 0 338 56 438
458 0 458 56 458
478 0 478 200 478
Totaal lasten
589
644
514
494
514
678
Exploitatieresultaat Bijdrage Schap aan NV Concernresultaat Onttrekking bestemmingsreserve Vrijval bestemmingsreserve Toevoeging bestemmingsreserve
-400 0 -400 200 200 0
-444 0 -444 244 200 PM
-195 0 -195 95 100 0
-156 0 -156 56 100 0
-56 0 -56 56 0 0
-200 0 -200 200 0 0
Onttrekking (+) /toevoeg (-). vrije reserve
0
0
0
0
0
0
Concern resultaat na dekking
0
0
0
0
0
0
eigen vermogen
1277
1277
- 21 -
1277
1277
1277
1277
0
0
lasten onvoorzien
Totaal lasten diverse
- 22 0
0
0
0 0
0 419
0
0
0
0
0
0
0
0
419
0
0
0
0
100
100
0
0
0
100
0
0
0
0
0
-100
319
319
419
419
400
Geraamd resultaat
0
0
0
95
95
0
0
0
95
0
0
0
0
0
-95
0
0
95
95
waarvan structureel incidenteel
400
0
0
Vrijval reserves
0
0
0
195
195
0
0
0
195
0
0
0
0
0
-195
319
319
514
514
totaal
Totaal structurele baten Structurele baten - structurele lasten
0
Onttrekking aan reserves
0
0
200
200
0
0
0
200
0
0
0
0
0
-200
200
200
400
400
structureel
2027
Totaal structurele lasten
0
0
0
Stortingen in reserves
244
444
244
0
Saldo van diverse lasten Saldo totale saldo van baten en lasten van programma's en diverse
0
baten onvoorzien
0
0
444
0
baten vennootschapsbelasting
244
0
0
0
0
0
-244
0
0
244
244
waarvan incidenteel
2026
Totaal baten diverse
0
baten overhead
444
0
baten algemeen dekkingsmiddel
0
Saldo van baten en lasten programma's
lasten vennootschapsbelasting
200
-444
Totaal baten programma's
lasten overhead
200
Baten programma Wsw
0
644
Totaal lasten programma's
lasten algemeen dekkingsmiddel
644
totaal
Lasten programma Wsw
Recapitulatie begrotingsevenwicht (in € 1.000)
Primaire begroting 2027
Begrotingsevenwicht Schap
0
0
0
0
0
156
156
0
0
0
156
0
0
0
0
0
-156
338
338
494
494
totaal
0
0
0
0
0
56
56
0
0
0
56
0
0
0
0
0
-56
0
0
56
56
waarvan incidenteel
2028
0
438
438
0
0
0
0
0
100
100
0
0
0
100
0
0
0
0
0
-100
338
338
438
438
structureel
0
0
0
0
0
56
56
0
0
0
56
0
0
0
0
0
-56
458
458
514
514
totaal
0
0
0
0
0
56
56
0
0
0
56
0
0
0
0
0
-56
0
0
56
56
waarvan incidenteel
2029
0
458
458
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
458
458
458
458
structureel
0
0
0
0
0
200
200
0
0
0
200
0
0
0
0
0
-200
478
478
678
678
totaal
0
0
0
0
0
200
200
0
0
0
200
0
0
0
0
0
-200
0
0
200
200
waarvan incidenteel
2030
0
478
478
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
478
478
478
478
structureel
Onderstaand de meerjarenbegroting weergegeven in structurele en incidentele baten en lasten conform het model Begrotingsevenwicht zoals voorgeschreven door het BBV:
Balans meerjarenoverzicht Onderstaand een meerjarig overzicht van de geprognotiseerde balansposities van het Schap, waarin conform de verplichtingen vanuit de wet FIDO, zijn opgenomen de reserves en voorzieningen. Omschrijving x €1.000
2026
2027
2028
2029
2030
1. Activa 1.1 Vaste activa 1.1.1 Financiële vaste activa
0
0
0
0
0
Totaal vaste activa
0
0
0
0
0
7.449
7.129
6.863
6.717
6.517
1.2 Vlottende activa 1.2.1 Uitzettingen korter dan 1 jaar 1.2.2 Liquide middelen
83
83
83
83
83
Totaal vlottende activa
7.532
7.212
6.946
6.800
6.600
Totaal activa
7.532
7.212
6.946
6.800
6.600
Algemene reserve
500
500
500
500
500
Egalisatiereserve
777
777
777
777
777
Bestemmingsreserve
1.130
935
779
723
523
2.1.1 Totaal eigen vermogen
2. Passiva 2.1 Vaste passiva
2.407
2.212
2.056
2.000
1.800
Geen voorzieningen
0
0
0
0
0
2.1.2 Totaal voorzieningen
0
0
0
0
0
2.407
2.212
2.056
2.000
1.800
0
0
0
0
0
2.2 Vlottende passiva
5.125
5.000
4.890
4.800
4.800
Totaal passiva
7.532
7.212
6.946
6.800
6.600
2026
2027
Totaal reserves en voorzieningen 2.1.3 Vaste schulden langer dan 1 jaar
Mutaties reserves: x €1.000
2028
2029
2030
Onttrekking bestemmingsreserve
244
95
56
56
200
Vrijval bestemmingsreserve
200
100
100
0
0
Toevoeging bestemmingsreserve Onttrekking egalisatiereserve Totaal
PM
0
0
0
0
0
0
0
0
0
444
195
156
56
200
De onttrekking van de bestemmingsreserve betreft bijdragen aan frictiekosten en projectkosten van WAA groep nv. De vrijval van de bestemmingsreserve 2026 en 2027+2028 betreft een bedrag van in totaal € 400.000 dat ultimo 2025 teveel is gereserveerd voor dekking van toekomstige frictiekosten. Dit bedrag zal conform bestuursbesluit (december 2024 resp. januari 2026) vrijvallen ter dekking van toekomstige exploitatietekorten van WAA Schap.
- 23 -
Overige paragrafen 1. Weerstandvermogen en risicobeheersing Het bestuur heeft in 2017 o.b.v. een modelmatige calculatie van het risico-/weerstandvermogen bepaald dat eventuele toekomstige positieve exploitatiesaldi tot een niveau van minimaal € 0,5 mio voor het Schap voldoende zijn als weerstandvermogen om de eerste algemene risico’s binnen WAA zelf te kunnen opvangen. De deelnemende gemeenten zijn zich ervan bewust en zijn bereid bij grotere calamiteiten bij te (moeten) springen. Onderstaand een overzicht van de kengetallen zoals genoemd in art. 11 van BBV (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten): Verloop van de kengetallen
Primaire begroting 2027
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsrisico Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit
1e begr.- Primaire Werkelijk Begroting Begroting Begroting wijziging begroting 2025 2028 2029 2030 2026 2027 -583% -1204% -693% -608% -437% -377% -583%
-1204%
-693%
-608%
-437%
-377%
35% -64% n.v.t. n.v.t.
32% -222% n.v.t. n.v.t.
31% -61% n.v.t. n.v.t.
30% -46% n.v.t. n.v.t.
29% -12% n.v.t. n.v.t.
27% -42% n.v.t. n.v.t.
De netto schuldquote en de solvabiliteit nemen in de tijd af doordat het Schap (bijna) alles financiert met eigen vermogen én na 2024 geen leningen meer heeft en derhalve niet meer jaarlijks aflost op langlopende leningen. Dit in combinatie met een gelijkblijvend van vrije reserves. Alleen de bestemmingsreserve wordt geleidelijk aangesproken ter dekking van frictiekosten resp. valt deels geconditioneerd vrij voor het overschot. Hierdoor daalt de verhouding eigen vermogen / vreemd vermogen en solvabiliteitsrisico zeer geleidelijk. De exploitatieruimte is vanaf 2025 tot en met 2030 negatief omdat er structureel een blijvend tekort op de exploitatie is dat met de structurele vrijval – én bijdrage uit de bestemmingsreserve structureel wordt gedekt tm 2028. Daarna is er alleen nog een structurele dekking uit de bestemmingsreserve frictie voor de feitelijke frictiekosten en geen aanvullende vrijval meer.
2. Paragraaf weerstandvermogen en risicobeheersing De risico’s die het Schap loopt als publiekrechtelijke organisatie zijn vanaf 2023 door de nieuwe organisatorische en Bestuurlijke constellatie fundamenteel anders van aard en omvang dan in de periode ervoor. Tot en met 2022 loopt het Schap als integraal uitvoerder van de WSW en enig aandeelhouder van haar WSW uitvoeringsorganisatie zowel direct als indirect risico uit hoofde van uitvoering van de WSW overall als uit het dagdagelijks plaatsen en begeleiden van mensen met een loonwaarde tot 70% in en onder reguliere marktsettings. Vanaf 2023 loopt het Schap alleen nog als ambtelijk opdrachtgever namens haar deelnemende gemeenten indirecte risico’s voor het door WAA groep nv laten uitvoeren van de WSW onder haar eindverantwoordelijkheid en toezicht, en zijn de directe operationele en financiële risico’s sterk beperkt tot en door de kleinere eigen financiële huishouding onder het gesternte van de nieuwe strategische werkelijkheid en met inachtneming van de nieuwe bestuurlijke, operationele en contractuele afspraken onder Samen Verder!. 2.1 Risico’s voor Schap als publiekrechtelijke organisatie •
Risico: optimalisatie- en finetuning proces
Ondanks dat WAA vanaf 2023 niet meer financieel verantwoordelijk is voor de concrete uitvoering van de WSW, en de krimp van de uitvoeringsorganisatie WAA Groep nv met ingang van 2025 en in 2026 verder zal worden getemperd door een in het proces Samen Verder al aangegeven gewenste verbreding van de doelgroep bij WAA Groep nv, blijft het Schap wel voor, door en namens de - 24 -
gemeenten bij gemeenschappelijke regeling aangewezen samenwerkingsverband eindverantwoordelijk voor de integrale uitvoering van de WSW. Het verder optimaliseren van het gehele proces van detacheren en van (aanvullende) maatregelen dat nodig is voor WAA groep nv om als aangewezen uitvoerder van deze taak dit kwalitatief en kwantitatief te kunnen blijven doen en duurzaam borgen, heeft dan wel vanaf 2023 geen direct maar wel een indirect effect op de exploitatie van WAA Venlo e.o. De mate waarin dit proces bij WAA groep nv slaagt is derhalve niet meer direct maar wel nog indirect een financieel risico voor WAA Venlo e.o. voor het geval de uitvoering niet kan (blijven) voldoen aan de vereiste minimum criteria van de WSW. •
Risico: mogelijke herijking bestuurlijke constellatie WAA
De nieuwe bestuurlijke constellatie van WAA vanaf 2023 zorgt bij het Schap voor een fundamentele wijziging in bestuurlijke taken en verantwoordelijkheid bij het Schap. De taken die het Schap vanaf 2023 heeft in het hele proces van integrale uitvoering aan de WSW, zijn hierbij beperkt tot regie en toezicht houden op de uitvoering van de WSW door de individuele gemeenten t.b.v. ‘beschutte groep’ WSW) en WAA groep nv voor de ‘niet beschutte groep’ WSW én het (laten) administreren en verantwoording afleggen aan zowel gemeenten als het Rijk (resp. Pantheia) hierover middels de maandelijkse prognose- en bezettingsstaten resp. periodieke wettelijke rapportages zoals b.v. Sisa etc. Deze nieuwe verantwoordlijkheden kunnen en zullen op termijn waarschijnlijk tot een andere invulling in vorm en inrichting van zowel administreren WSW als in de governance en daarmee bestuurlijke constellatie bij het Schap zorgen. Vooralsnog is het nog niet zover en behoudens de veranderingen in financiële stromen en veranderingen die vanaf 2023 voortvloeien uit Samen Anders!, gaan de zaken going concern door en wordt vooralsnog geen veranderingen doorgevoerd in administratie voering van de WSW én in de wijze en vorm van regie en toezicht houden op de uitvoering WSW door het Schap. Maar het behoort zeker tot de mogelijkheden dat hier in de toekomstaanpassingen in komen.
Door een verdergaande krimp van de WSW is het op een langere termijn ook de vraag of dan nog voldoende draagkracht en economy of scale is voor de deelnemende gemeenten om de uitvoering van de WSW bij een aparte eigen entiteit als het Schap te houden en/of het Schap als eigen entiteit an sich dan überhaupt nog wel standhoudt. Op termijn kan dit zorgen voor het aanpassen van de algemene Gemeenschappelijke Regeling tot bv sec een basis Bedrijfsvoeringregeling binnen de Wet Gemeenschappelijke Regelingen maar ook is er een risico voor continuïteit voor het Schap als Gemeenschappelijke Regeling en zelfstandige WSW organisatie. •
Risico’s uit hoofde van de WSW
Met ingang van 2023 zijn de directe financiële risico’s voor de uitvoering van de WSW niet meer van toepassing. Vanaf 1-1-2023 zijn de deelnemende gemeenten immers direct zélf financieel en volledig verantwoordelijk voor het totale subsidieresultaat WSW (= werkgeverskosten WSW t.o.v. rijksbijdrage WSW c.a.) En dan niet alleen zoals t/m 2022 voor sec de ‘beschutte groep’ WSW, maar vanaf 1-1-2023 voor de zgn. ‘Gele’ én ‘Blauwe groep’ WSW. Tevens zal na 2022 en wel vanaf 1-12023 onveranderd WAA Groep nv, en indirect daarmede de gemeente Venlo als nieuwe 100% eigenaar hiervan, en dus niet meer het Schap, volledig verantwoordelijk zijn voor het operationele resultaat dat voortvloeit uit de plaatsing en begeleiding van ‘niet beschutte groep’ WSW medewerkers. De rol van het Schap verandert daarmede definitief ook in financieel opzicht van een breed uitvoerend en risicodragend Shared Service Centre voor de integrale aansturing én uitvoering van de WSW t/m 2022, naar een kleine publiekrechtelijke samenwerking van gemeenten en een organisatie die gezamenlijk namens haar deelnemende gemeenten de WSW administratie inkoopt bij WAA Groep nv, regie voert en toezicht houdt op de uitvoering van sec de WSW regeling vanaf 2023. •
Risico’s naar aanleiding van gemeentelijke herindeling
Het herindelingsproces in de regio Noord-Limburg is voorlopig niet aan de orde maar daarom niet minder belangrijk. Dit proces is direct van belang voor WAA omdat een mogelijke verkleining van het WSW-verzorgingsgebied kan leiden tot een geringer gemeentelijk draagvlak via een lager aanbod van SW-geïndiceerd personeel. Hierdoor kan de bedrijfsvoering (nog) sterker onder druk komen te staan terwijl de financiële draagkracht onder de onderneming WAA kleiner wordt. Hierdoor kunnen in de toekomst activiteiten onder druk komen te staan. De risico’s voor WAA vanuit deze optiek zijn bijna niet in te schatten maar daarom niet minder aanwezig.
- 25 -
•
Demografische risico’s
Het maatschappelijk probleem van een vergrijzende samenleving is ook bij WAA een issue dat bij WAA zelfs nog sterker doorwerkt dan in de samenleving. Een analyse van het SW-personeelbestand van WAA geeft aan dat de gemiddelde leeftijd hoger is dan het gemiddelde in den lande. Een stijging van de gemiddelde leeftijd gaat gepaard met een oplopende krimp en hogere uitvoeringskosten. Hierbij valt dan onder andere te denken aan hogere loonkosten per fte (meer functie-eindlonen) en hogere prepensioenkosten en vervangingskosten doordat meer gebruik gemaakt wordt van seniorenregelingen c.a. Op nationaal niveau wordt steeds nadrukkelijker nagedacht over en gewerkt aan diverse maatregelen om werknemers langer in het arbeidsproces te houden. In de nieuwe Cao voor zowel WSW- als niet-WSW-personeel is deze beweging echter omgekeerd zichtbaar: seniorenregelingen en RVU/FPU-achtige modellen worden niet om- en afgebouwd maar uitgebouwd en kennen hele lange uitlooptermijnen voor zittend personeel en stimuleren zo medewerkers eerder om op relatief jonge leeftijd te stoppen met werken dan andersom. Dit omdat deze regelingen nog steeds gepaard gaan met financieel aantrekkelijke voorwaarden voor de medewerkers.
Nog los van het sterk kostenverhogende effect van deze maatregelen voor de individuele bedrijven en gemeenten, zal duidelijk zijn dat bovenstaande ontwikkelingen een risico vormen voor de gemeenten zelf maar ook voor de bedrijfsvoering van WAA Groep nv en daarmee indirect voor de uitvoering van de WSW waarvoor het Schap verantwoordelijk is en blijft. •
Fiscale risico’s
Vanaf 2016 is een breed en integraal vennootschapsbelastingmodel voor publiekrechtelijke organisaties van toepassing. WAA Venlo e.o. is hierbij aangemerkt als een Gemeenschappelijke Regeling die geen winststreven heeft en die zich om die reden niet als onderneming voor de vennootschapsbelasting kwalificeert. De uitvoeringsorganisatie WAA groep nv is te zien als een overheids-nv die sec de WSW uitvoert met haar werkactiviteiten en om die reden valt onder de vrijstellingsbepalingen van de nieuwe Wet Vpb. Beide vrijstellingen zijn eind 2017 formeel door de Belastingdienst goedgekeurd en bevestigd. De 100% dochtermaatschappijen van WAA groep nv, Beheermaatschappij Werkvoorziening Venlo bv en Vindt bv, zijn beide wel aangemerkt als formeel Vpb-plichtig, maar voeren feitelijk (momenteel) geen onderneming. Hierdoor is de materiële Vpbplicht voor deze beide bedrijven nagenoeg nihil. Ondanks dat ten aanzien van fiscaliteiten en vennootschapsbelasting e.e.a. vanaf 2017 is uitgekristalliseerd en formeel is goedgekeurd, is het altijd maar de vraag of dit ook in de toekomst zo blijft. De hele wet- en regelgeving op dit terrein is nl. nog steeds volop in beweging. Hierdoor loopt WAA (en haar deelnemende gemeenten) het risico dat in de toekomst toch ooit mogelijke overschotten van het Schap en WAA groep nv worden ‘afgeroomd’ met vennootschapsbelasting.
Vanaf begin 2023 tot eind 2024 heeft bij WAA een zgn. integraal boekenonderzoek door de belastingdienst plaatsgevonden. Dit omdat WAA in de aselecte steekproef van de belastingdienst was gevallen. Primair was het boekonderzoek gericht op loonheffing, sociale premies en btw over het boekjaar 2022, met een doorsteek naar de jaren t/m 2024. Het onderzoek heeft dus bijna 2 jaar (!) in beslag genomen. Met als eindresultaat; geen enkele correctie en/of boete over alle jaren tm 2024 en een compliment van de fiscus t.a.v. fiscale cultuur, mindset en uitvoering binnen WAA voor fiscale zaken. Wel heeft de Belastingdienst naar aanleiding van dit boekonderzoek ten aanzien van de huidige vrijstellingen rondom btw verrekening voor gemeentelijke bijdragen en werkgeverslasten Wsw vanaf 2025 en verder enkele nieuwe, vooralsnog voorlopige standpunten ingenomen. Over de fiscale en juridische juistheid hiervan verschillen de meningen tussen de fiscus en WAA. Voor het Schap en WAA groep heeft dit geen directe gevolgen omdat alle dienstverlening belast was, is en blijft met btw voor beide organisaties. Maar e.e.a. kan mogelijk wel gevolgen hebben voor btw verrekening en btw compensatie van deze items bij deelnemende gemeenten.
Omdat een mogelijke andere btw handelswijze in dit kader een landelijke uitstraling kan hebben, worden deze items ook landelijk als aandachtspunt bij de Wsw branchevereniging Cedris neergelegd. Eind 2024 heeft over het geheel een 1e overleg tussen WAA ca en de fiscus plaatsgevonden waarin de zgn. feiten en omstandigheden gezamenlijk nader zijn uitgediept. Vervolgens was de verwachting dat er in Q3 van 2025 een meer definitief standpunt hierbij door de Belastingdienst zou worden ingenomen. Echter; eind november 2025 heeft de Belastingdienst aanvullende informatie opgevraagd en aangegeven meer tijd nodig te hebben om het geheel nader te bekijken. Vervolgens dient men dan nog een voorlopig standpunt in te nemen. Onbekend is nu hoe, wat en wanneer eea nu verder gaat. Als dat bekend is, zal WAA zich daarna, samen met haar fiscale adviseur en de deelnemende gemeenten, hierover beraden. - 26 -
•
Financieringsrisico’s
In de wet FIDO (Financiering Decentrale Overheid) is onder andere opgenomen dat gemeenten en gemeenschappelijke regelingen in hun begroting een treasurystatuut moeten opnemen, waarin een uiteenzetting wordt gegeven van de risico´s met betrekking tot treasurybeheer. Voor een uiteenzetting van deze risico´s wordt verwezen naar de toelichting onder ‘Financiering’. •
Risico’s majeure bijzondere externe ontwikkelingen ten aanzien van Rijksbijdrage WSW
Ondanks dat COVID-19 tot en met 2022 en de energiecrisis wel een fors effect hebben gehad op de bedrijfsvoering van WAA, zijn de effecten hiervoor voor sec het Schap op kortere termijn vooralsnog beperkt gebleven. Het zelfde geldt grotendeels voor de globale effecten en naweeën van de oorlogen in de Oekraïne. Alle risico’s uit dien hoofde t.a.v. bedrijfsvoering liggen met ingang van 2023 primair bij WAA Groep nv en indirect nog bij het Schap. En ondanks dat e.e.a. vanaf 2023 dan wel minder in directe financiële zin het Schap raakt, kan o.a. de dreiging vanuit Rusland naar de rest van Europa én huidige grilligheid van globaal economisch beleid m.n. momenteel vanuit de USA, wel van invloed zijn op de wijze waarop het Rijk daarop inspeelt met wettelijke maatregelen die zowel direct als indirect uitvoering van de WSW en daarmee het toezicht c.a. hierop kunnen beïnvloeden. 2.2 Risico’s in de uitvoering van de WSW •
Aanwijzing en uitvoering WSW door WAA-groep nv
Door de verkoop van het volledige aandelenbelang per 1-1-2023 loopt het Schap als Gemeenschappelijke Regeling geen directe risico´s uit hoofde van het ondernemerschap. Omdat het Schap tot en met 2032 WAA groep nv heeft aangewezen als enige uitvoerder voor, door en namens haar voor de WSW, loopt het Schap indirect natuurlijk wel bedrijfsrisico´s. Immers, de resultaten van WAA groep nv zullen van invloed zijn op de bedrijfsvoering van WAA groep nv en kunnen daarmee zowel in organisatie, aard en inhoud de uitvoering van de WSW raken. Een uitvoering waar het Schap toezicht op moet houden omdat zij hiervoor eindverantwoordelijk is. Het risico dat voortvloeit uit het ondernemerschap is altijd iets wat blijft, en is inherent aan de structuur en afzetmarkten waarop WAA groep nv opereert. En vanaf 2023 heeft het Schap daar geen directe bemoeienis meer mee maar toch; continuit van WAA Groep nv is in de huidige contractrelatie en voor de uitvoering van de WSW wel een direct issue voor het Schap. En daarmede is discontinuïteit van WAA groep nv een direct risico voor het Schap. •
Risico: vervuilde gronden
Het Schap was tot medio 2018 eigenaar van (onder-)gronden aan de Edisonstraat in Venlo en van de Kwekerij Roobeek. En ondanks dat zowel het complex aan de Edisonstraat als de Kwekerij vervreemd zijn, kan voor WAA t.a.v. milieuvervuilingen een staartverplichting uit voortvloeien. Ondanks het feit dat WAA van mening is dat momenteel geen sprake is van milieurisico’s en/of vervuiling van ondergronden c.a., in welke zin dan ook, die niet in beeld en opgelost resp. afgekocht zijn, is hier wel altijd een latent risico aanwezig. •
Risico: AVG
Vanaf medio 2018 is in Europa een nieuwe privacywetgeving van kracht die de wettelijke bescherming van persoonsgegevens moet waarborgen. In Nederland is dit vertaald in (aanvullende) wetgeving in de vorm van een zgn. AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming). Deze wet schrijft gedetailleerd voor hoe, wat en waar een organisatie moet omgaan met de bewaring en verstrekking van persoonsgegevens. Zeker aan een publieke organisatie als WAA, die werkt met een kwetsbare doelgroep, stelt deze wet hoge eisen zowel in middelen als doen en laten van mensen op dit gebied. WAA is in dit kader al een heel traject gelopen van zowel fysieke maatregelen als bewustwording en het als organisatie steeds alert zijn op alles in dit kader. En ondanks dat WAA van mening is dat zij momenteel “AVG-proof” is, moet nog het nodige gebeuren om op dit gebied ook op lange termijn volledig AVG-proof te blijven. In de AVG zijn boetes en bestuurlijke maatregelen vastgelegd indien hier niet aan voldaan wordt. En ondanks dat WAA op dit punt naar haar mening AVG-proof is, is het nu, maar ook in de toekomst nooit uit te sluiten dat iets op dat punt niet goed - 27 -
gaat. Immers: WAA is en blijft een organisatie die draait om en met mensen. En mensen maken nu eenmaal fouten. Vanuit die optiek is nu, maar ook in de toekomst altijd een risico voor WAA en in het verlengde haar participanten. •
Risico: cyberrisico’s
Recente voorvallen van organisaties die zijn aangevallen door hackers of internetcriminelen hebben aangetoond dat elke organisatie tegenwoordig risico loopt op verstoring of zelfs lamlegging van de interne werkprocessen door virussen a.g.v. malware of door bedreigingen via ransomware. WAA heeft tegen deze risico’s wel maatregelen genomen, zowel fysiek en softwarematig als in risicoafdekking (cyberverzekering). Desondanks is algemeen bekend dat beveiliging tegen cyberrisico’s vaak achter de nieuwste ontwikkelingen aanloopt, en dus altijd een latent cyberrisico aanwezig is.
3. Onderhoud kapitaalgoederen Na de verkoop van haar gronden in 2017 en 2018 heeft WAA Venlo e.o. geen kapitaalgoederen meer. Derhalve is geen sprake van onderhoud van kapitaalgoederen.
4. Financiering WAA kent conform de wet FIDO een treasurystatuut en geeft jaarlijks in een aparte paragraaf in de begroting een beschouwing van de rente en financieringsontwikkelingen zoals het Schap die verwacht. Uitgangspunt is hierbij dat voldoende inzicht moet zijn in korte en langlopende financieringsrisico’s van het Schap en op welke wijze het Schap deze risico’s beheerst resp. beperkt. Indicatoren hiervoor zijn, naast het financieringsoverzicht, overzichten van leningenrisico’s en renterisico’s. Benchmarks hiervoor zijn de wettelijke criteria zoals die in de Wet FIDO zijn vastgelegd voor gemeenschappelijke regelingen. Onderstaand zijn de kasgeldruimte en de renterisico’s weergegeven. Deze overzichten zijn opgesteld volgens de voorschriften van de Wet FIDO. Uit beide overzichten blijkt dat het Schap, binnen de geldende marges en afzienbare tijd, voldoet aan de hiervoor geldende normen. Vanaf 2023 is er bij het Schap sprake van een nieuwe, fors lagere reguliere exploitatie. Er loopt wel nog een oude, langlopende lening met lineaire aflossing tot en met 2025 door, die vanaf 2023 niet primair meer de basis vormt voor de balans- en exploitatiefinanciering voor het Schap. Door de gewijzigde exploitatie wordt nl.
miv 2023 zowel de kortlopende als langlopende financiering bij het Schap primair intern via een rekening courant met WAA Groep nv én door de inzet van vrij beschikbaar eigen vermogen (egalisatiereserve en bestemmingsreserve) verzorgd. Over de jaren tot en met 2025 is er derhalve nog sprake van een tijdelijke overloop van uitlopende externe t.o.v. inlopende interne financiering.
1e kwartaal 2025 Stappen (1-4)
Bedragen x € 1.000
ultimo januari ultimo februari ultimo maart (4) Gemiddelde van (3) Stappen (5-9) (6a) = (5>4) (6b) = (4>5)
(1) Vlottende schuld
(2) Vlottende middelen
7.424 9.298 8.246
11.425 13.037 11.948
Variabelen Kasgeldlimiet (KGL) Ruimte onder de KGL Overschrijding van de KGL
(3) Tekort(-) of overschot(+) vlottende middelen 4.001 3.739 3.702 3.814 Bedragen 53 3.761
Berekening kasgeldlimiet (5) Begrotingstotaal 2025 Percentage regeling (5) = (7) x (8) / 100
Kasgeldlimiet - 28 -
648 8,2% 53
2e kwartaal 2025 Stappen (1-4)
Bedragen x € 1.000
ultimo april ultimo mei ultimo juni (4) Gemiddelde van (3) Stappen (5-9) (6a) = (5>4) (6b) = (4>5)
(1) Vlottende schuld
(2) Vlottende middelen
9.871 9.699 9.596
13.686 13.501 13.289
Variabelen Kasgeldlimiet (KGL) Ruimte onder de KGL Overschrijding van de KGL
(3) Tekort(-) of overschot(+) vlottende middelen 3.815 3.802 3.693 3.770 Bedragen 53 3.717
Berekening kasgeldlimiet (5) Begrotingstotaal 2025 Percentage regeling (5) = (7) x (8) / 100
648 8,2%
Kasgeldlimiet
53
3e kwartaal 2025 Stappen (1-4)
Bedragen x € 1.000
ultimo juli ultimo augustus ultimo september (4) Gemiddelde van (3) Stappen (5-9) (6a) = (5>4) (6b) = (4>5)
(1) Vlottende schuld
(2) Vlottende middelen
9.792 9.785 10.298
13.341 13.181 13.932
Variabelen Kasgeldlimiet (KGL) Ruimte onder de KGL Overschrijding van de KGL
(3) Tekort(-) of overschot(+) vlottende middelen 3.549 3.396 3.634 3.526 Bedragen 53 3.473
Berekening kasgeldlimiet (5) Begrotingstotaal 2025 Percentage regeling (5) = (7) x (8) / 100
648 8,2%
Kasgeldlimiet
53
4e kwartaal 2025 Stappen (1-4)
Bedragen x € 1.000
ultimo oktober ultimo november ultimo december * (4) Gemiddelde van (3) Stappen (5-9) (6a) = (5>4) (6b) = (4>5)
(1) Vlottende schuld
(2) Vlottende middelen
11.411 10.255 11.811
15.047 13.951 15.474
Variabelen Kasgeldlimiet (KGL) Ruimte onder de KGL Overschrijding van de KGL
(3) Tekort(-) of overschot(+) vlottende middelen 3.636 3.696 3.663 3.665 Bedragen 53 3.612
Berekening kasgeldlimiet (5)
(5) = (7) x (8) / 100
Begrotingstotaal 2024 Percentage regeling Kasgeldlimiet
*) voorlopige cijfers
- 29 -
648 8,2% 53
Renterisico vaste schuld Bedragen x € 1.000 Begroting 2026 na wijziging 0 0 0
Primaire begroting 2027 0 0 0
129 129
803
Stap
Variabelen Renterisico(norm)
Realisatie 2025
(1) (2) (3)
Renteherziening Aflossingen Renterisico
0 150 150
(4) (5a) = (4>3) (5b) = 3>4)
Renterisiconorm Ruimte onder risiconorm Overschrijding risiconorm
161
Berekening Renterisiconorm: Totaal reguliere lasten (4a) boekjaar (4b) Percentage regeling (4) =(4a x 4b/100)
Renterisiconorm boekjaar
Begroting 2028
Begroting 2029
Begroting 2030
0 0 0
0 0 0
0 0 0
103 103
99 99
103 103
136 136
644
514
494
514
678
20%
20%
20%
20%
20%
20%
161
129
103
99
103
136
11
EMU saldo Primaire begroting 2027 EMU-saldo
x € 1000 Begroting
Realisatie Omschrijving Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan 1 c .q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c ) Afsc hrijvingen ten laste van de 2 exploitatie Bruto dotaties aan de post 3 voorzieningen ten laste van de exploitatie Investeringen in (im)materiële vaste 4 ac tiva die op de balans worden geac tiveerd Baten uit bijdragen van andere overheden waaronder in het Sc hap deelnemende gemeenten, de 5 Europese Unie en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebrac ht bij post 4 Desinvesteringen in (im)materiële vaste ac tiva: Baten uit desinvesteringen in (im)materiële 6 vaste ac tiva (tegen verkoopprijs), voor zover niet op exploitatie verantwoord Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d.
(alleen transac ties met derden die niet op de exploitatie staan) Baten bouwgrondexploitatie: Baten 8 voor zover transac ties niet op exploitatie verantwoord Lasten op balanspost Voorzieningen 9 voor zover deze transac ties met derden betreffen Lasten ivm transac ties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rec htstreeks ten laste van de 10 reserves (inc lusief fondsen en dergelijke) worden gebrac ht en die nog niet vallen onder één van bovenstaande posten 11 Verkoop van effec ten a Gaat u effec ten verkopen? (ja/nee) Zo ja wat is bij verkoop de b verwac hte boekwinst op de exploitatie? Berekend EMU-saldo *) volgens voorlopige c ijfers 7
2025 *)
2026 voor wijz.
2026 na 1e wijz.
2027
2028
2029
2030
-314
-400
-444
-195
-156
-56
-200
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0 Nee
0 Nee
0 Nee
0 Nee
0 Nee
0 Nee
0 Nee
-314
-400
-444
-195
-156
-56
-200
- 30 -
5. Verbonden partijen Het Schap is een Gemeenschappelijke Regeling die de WSW uitvoert namens de hierin deelnemende gemeenten Beesel, Bergen en Venlo. Het Schap was tot en met 1-1-2023 100% eigenaar van WAA groep nv, gevestigd aan de Prinsessesingel 10 te Venlo. WAA groep nv voert namens het Schap de WSW uit op basis van een contract. Het huidige contract is, met een voorbehoud van behoud voor de huidige organieke constellatie, verlengd en loopt tot en met 31 december 2032.
6. Lokale heffingen Het Schap kent geen lokale heffingen.
7. Grondbeleid Het Schap kent geen grondbeleid. Het Schap heeft, na de verkoop van haar gronden in 2017 en begin 2018, geen gronden meer in bezit.
- 31 -
- 32 -
Overzicht van baten en lasten begroting 2027
- 33 -
- 34 -
- 35 -
Overzicht van baten en lasten
Primaire begroting 2027 Lasten Vergoeding DVO gemeenten Diverse baten
Begroting 2026 na 1e wijziging
Baten
Lasten
Primaire begroting 2026
Baten Lasten
Werkelijk 2025*
Baten
Lasten
Baten
319
200
189
179
0
0
0
310
Totale baten
200
189
489
Administratiekosten
84
82
82
80
Personeelskosten bestuur Rentekosten minus – opbrengsten Kosten uitplaatsingen en herindicatie Frictiekosten bijdrage aan NV
29
28
28
27
-91
-97
-105
-158
246
240
236
230
95
244
200
169
Projectkosten bijdrage aan NV
PM
PM
0
310
Overige algemene kosten
151
147
149
145
Totale lasten
514
644
589
803
Exploitatieresultaat
-195
-444
-400
-314
Bijdrage aan WAA groep nv
0
0
0
0
Resultaat deelnemingen
0
0
0
0
-195
-444
-400
-314
0
0
0
0
-195
-444
-400
-314
95
244
200
479
100
200
200
200
PM
PM
0
-310
0
0
0
55
Concernresultaat Dekking concernresultaat: Gemeentelijke tekortfinanciering WSW Begroot saldo baten en lasten Onttrekkingen aan bestemmingsreserve Vrijval bestemmingsreserve Toevoegingen aan bestemmingsreserve Begroot resultaat (te dekken uit alg. reserve) *) betreft voorlopige cijfers
- 36 -
Kasstroomoverzicht
Resultaat (te dekken uit algemene reserve) Mutaties in bestemmingsreserve Mutaties in werkkapitaal Kasstroom uit operationele activiteiten
0 -195 +195 0
Begroting 2026 na 1e wijziging 0 -444 +444 0
Desinvesteringen mat. vaste activa Resultaat deelnemingen Kasstroom uit investeringsactiviteiten
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
Aflossingen van langlopende schulden Kasstroom uit financieringsactiviteiten
0 0
0 0
0 0
-150 -150
Mutatie geldmiddelen
0
0
0
0
83 83 0
83 83 0
83 83 0
83 83 0
( x € 1.000 )
Primaire begroting 2027
Primaire begroting 2026
Werkelijk 2025*
0 -400 +400 0
55 -369 464 150
*) betreft voorlopige cijfers
Saldi geldmiddelen BNG RC ca: Beginstand boekjaar Eindstand boekjaar Mutatie
- 37 -
Toelichting op de programmabegroting Nadrukkelijk dient, idem als in alle jaarrekeningen en begrotingen vanaf 2018 tot en met 2022, rekening gehouden te worden dat bij elke vergelijking van alle jaren t/m 2017 van de kerncijfers, exploitatie e.d. van WAA op totaalniveau met de jaren vanaf 2018 tot en met 2022, dat de totale SW-populatie waarvoor WAA de WSW uitvoerde, vanaf 2018 tot en met 2022 fors lager was dan in voorgaande jaren. Er is nl. vanaf 1-1-2018 tot en met 2022 geen sprake meer van een integrale maar van een deeluitvoering van de WSW voor de gemeenten via WAA. Dit omdat gemeenten vanaf 1-1-2018 tot en met 2022 zélf aan de lat staan voor de uitvoering van het ‘beschutte deel’ van WSW. Vanaf 1-1-2023 en verder gelden o.b.v. nieuwe bestuurlijke afspraken onder Samen Verder! andere financiële afspraken en verhoudingen tussen het Schap en haar participanten. En staat WAA Venlo e.o. in een andere hoedanigheid weer aan de lat voor de gehele SW populatie. Hierdoor zijn de kencijfers, resultaten e.d. tot en met 2022 en die vanaf de 1e begroting 2023 na wijziging en verder niet 1 op 1 meer inhoudelijk vergelijkbaar. Ook hiermede dient in alle vergelijkende cijfers vanaf 2023 ten opzichte van oudere jaren c.a. nadrukkelijk rekening gehouden te worden! Vergoeding DVO gemeenten
Vergoeding DVO Gemeenten Totaal
Primaire begroting 2027 319
Begroting 2026 na 1e wijzig. 200
Primaire begroting 2026 189
Werkelijk 2025
319
200
189
179
179
Vanaf 2023 worden de kosten voor de WSW dienstverlening van het Schap, in lijn met bestuurlijk vastgestelde dienstverleningsovereenkomsten, jaarlijks geïndexeerd en direct bij de deelnemende gemeenten middels een factuur met 21% btw in rekening gebracht. Deze vergoeding moet in principe zorgen voor een sluitende exploitatie van het Schap resp. kostendekkend moet zijn. De vergoeding DVO stijgt, naast reguliere indexatie, in 2027 omdat de dekking voor een belangrijk stuk van de uitvoeringskosten in het Schap middels een jaarlijkse vrijval uit de Bestemmingsreserve frictie, vanaf 2027 afneemt en daalt van € 200.000 in 2026 naar €100.000 voor de jaren 2027 en 2028. Dit omdat het verwachte vermogensoverschot in deze bestemmingsreserve geleidelijk vanaf 2023 geconditioneerd al wordt afgebouwd en het einde van deze geconditioneerde afbouw langzaam in zicht komt.
Diverse baten Via doorbetaling van beschikbare middelen wordt elke compensatie door het Rijk ca voor een bijzondere situatie, in lijn met eerdere bestuurlijke besluitvorming vanaf 2020, volledig door gemeenten resp. Schap via het Schap doorbetaald aan WAA groep nv. Hierdoor worden de gevolgen van dergelijke issues op de bedrijfsvoering / exploitatie en de compensatie hiervoor binnen de overall WAA Sw uitvoeringsconstellatie zowel materieel als formeel gematched. Dit is in 2020 ev met de covid bijdrage en in 2023 met een compensatie energiekosten aan de orde geweest. In verband met het afwijkende en eenmalige karakter van zowel de ontvangst als doorbetaling van de eenmalige posten zoals bv Coronabijdrage resp. de energiecompensatie, wordt een eventuele ontvangst van dit soort gelden apart verantwoord onder Diverse baten. De directe doorbetalingen aan WAA groep nv worden apart verantwoord onder Bijdragen van/aan Derden. Voor 2025 is in de septembercirculaire 2025 door het Rijk een extra rijkssubsidie ad € 310.000 beschikbaar gesteld wordt voor de transitie van Sw bedrijven naar brede, sociale ontwikkelbedrijven onder de noemer Impulsbudget.
Deze extra subsidie, die primair voor alle Schapsgemeenten samen gebundeld wordt uitgekeerd in één totaal, is in 2025, in lijn met de gangbare gedragslijn vanaf 2025, door het Rijk in 2025 via de decentralisatie uitkering Participatie in één keer aan de centrumgemeente Venlo uitbetaald. In lijn met de vigerende bestuurlijke afspraken binnen WAA, heeft het Schap deze middelen in 2025 gedeclareerd bij de centrumgemeente. Deze middelen zijn - 38 -
door het Schap in 2025 via een bestemmingsreserve gereserveerd voor op nacalculatiebasis door te betalen aan WAA groep nv. Hierdoor wordt het beschikbare budget geoormerkt en 1 op 1 gekoppeld qua besteding aan het door het rijk beoogde doel én wordt de feitelijke besteding van de middelen ook direct en op een juiste wijze gematched in tijd en met de organieke plaats binnen de hele bestuurlijke WAA constellatie alwaar deze middelen feitelijk worden besteed. Omdat deze extra bijdrage voorlopig zijn toegekend voor de jaren na 2025 en derhalve vooralsnog zowel aard als omvang nog onzeker zijn vanaf 2026 , zijn deze middelen in deze 1e begrotingswijziging van 2026/Primaire begroting 2027 van het Schap als PM meegenomen.
Personeelskosten bestuur
Salarissen en sociale premies
Primaire begroting 2027 29
Begroting 2026 na 1e wijzig. 28
Primaire begroting 2026 28
Werkelijk 2025*
29
28
28
27
Primaire begroting 2027
Begroting 2026 na 1e wijzig.
Primaire begroting 2026 0 0 105 -105
Werkelijk 2025 *)
Totaal Voorlopige cijfers
27
Rentekosten minus –opbrengsten
Rentekosten leningen o/g Rentekosten overige Renteopbrengsten Totaal Voorlopige cijfers
3 130 -288 -158
In de primaire begroting 2027 dalen de netto rentekosten van langlopende leningen t.o.v. 2026 en voorgaande jaren door een afname van het liquiditeitsoverschot door reguliere aflossingen op langlopende leningen. Tevens is er, ondanks de aflossingen op een dividendschuld door WAA groep nv aan de aandeelhouder van met ingang van 2026 jaarlijks € 1.000.000, wel sprake van een dalend maar wel onveranderd positief financieringssaldo ten opzichte van de RC schuld aan WAA groep nv voor het schap. Dat financieringssaldo wordt rentedragend bij Rijksschatkist uitgezet tegen een rentevergoeding, die weliswaar dalende is van bijna 3,5% in 2024 naar 1,8% vanaf 2025 en verder, maar die wel onveranderd positief is.
Kosten uitplaatsingen en herindicatie Dit betreft de vergoeding aan WAA groep nv voor het uitvoeren van uitplaatsingen en herindicatie van de WSW, conform de Uitvoerings- en plaatsingsovereenkomst tussen het Schap en WAA groep nv. In 2027 is € 246.000 begroot (2026: € 240.000).
Projectkosten bijdrage aan NV
Projectkosten bijdrage aan NV Totaal Voorlopige cijfers
Primaire begroting 2027 PM
Begroting 2026 na 1e wijzig. PM
Primaire begroting 2026 0
Werkelijk 2025 *
PM
PM
0
310
310
De bijdrage in de projectkosten aan WAA groep nv worden, op basis van bestuursbesluiten, gedekt uit de bestemmingsreserve. Vanaf 2025 betreft dit projectkosten voor de transitie van WAA groep nv naar een breed uitvoeringsbedrijf voor de Participatiewet voor en in nauwe samenwerking met het sociaal domein van de gemeente Venlo. Dit door middel van het project ‘Samen Verder 2.0” resp. 1M2O. - 39 -
Frictiekosten bijdrage aan NV
Frictiekosten bijdrage aan NV
Primaire begroting 2027 95
Begroting 2026 na 1e wijzig. 244
Primaire begroting 2026 200
Werkelijk 2025 *
95
244
200
169
Totaal Voorlopige cijfers
169
De frictiekosten betreffen vooral personeelskosten van boventallig en vervanging van zittend personeel vanuit strategische ombouwoperaties. Deze worden op basis van bestuursbesluiten gedekt uit de bestemmingsreserve frictie.
Overige algemene kosten Primaire begroting 2027 Accountantskosten Kosten modernisering WSW Onvoorzien Overige Totaal Voorlopige cijfers
Begroting 2026 na 1e wijzig.
76 0 15 70 151
72 0 15 60 147
Primaire begroting 2026 69 0 15 65 149
Werkelijk 2025* 65 0 0 80 145
De kosten modernisering WSW betreffen m.n. de inzet van externe deskundigen namens alle drie de deelnemende gemeenten vanuit de Wsw voor het borgen van een blijvend passende Wsw uitvoering bij de integratie van WAA en het sociale domein van de gemeente Venlo. Tot 2023 is hier nog sprake van uitloop van het Schapsproject Samen Verder! maar vanaf 2024 en verder is Samen Verder 2.0 aan de orde en is dit een volledige WAA groep nv- gemeente Venlo aangelegenheid geworden. Onder de post Onvoorzien en overige zijn, naast een budget voor onvoorziene zaken, in 2026 en 2027 (evenals voorgaande jaren) ook middelen begroot om eventuele incidentele extra externe kosten, zoals oa fiscale ondersteuning bij het lopende fiscale boekenonderzoek en een eventueel vervolg daarop in een bezwaar- resp. beroepsprocedure, in eerste lijn te dekken en om eventuele staartverplichtingen uit voorgaande jaren op te kunnen opvangen.
Bijdragen aan WAA groep nv Onder deze post wordt incidentele Rijkscompensatie voor de Wsw uitvoering, die volledig door gemeenten wordt ontvangen van het Rijk, via het Schap doorbetaald aan WAA groep nv. Dit is in lijn met eerdere bestuurlijke besluitvorming vanaf 2020. Hierdoor worden de gevolgen hiervan op de bedrijfsvoering / exploitatie en de compensatie hiervoor binnen de WAA constellatie zowel materieel als formeel gematched. In verband met het afwijkende en eenmalige karakter van zowel de ontvangst als doorbetaling van deze bijdrage van het Rijk resp. gemeenten via de Rijksbijdrage WSW, wordt de ontvangst hiervan in de exploitatie van het Schap apart verantwoord onder Diverse baten. De doorbetaling aan WAA groep nv wordt ook apart verantwoord onder deze post Bijdragen van/aan Derden.
Onttrekkingen uit bestemmingsreserve De hierboven vermelde bijdragen in projectkosten en frictiekosten aan WAA groep nv worden op basis van bestuursbesluiten gedekt uit bestemmingsreserves.
- 40 -
Projectkosten bijdrage aan NV Frictiekosten bijdrage aan NV
Primaire begroting 2027 PM 95
Begroting 2026 na 1e wijzig. PM 244
Primaire begroting 2026 0 200
Werkelijk 2025*
95
244
200
479
Totaal onttrekkingen
310 169
Toevoeging aan bestemmingsreserve Vanaf 2025 en verder is de jaarlijkse toevoeging vanuit de rijksbudget Impulsgelden t.b.v. de transitie van de sociale werkbedrijven aan de bestemmingsreserve voorzien maar omdat de middelen nog niet ten finale bekend en toegewezen zijn, is dit PM begroot. De in voorgaande jaren gereserveerde frictiemiddelen zijn naar verwachting toereikend om de geplande ombouw/transitie van WAA volledig te financieren. Een toevoeging van de Bestemmingsreserve voor frictie is derhalve niet aan de orde én uit dien hoofde ook niet geraamd
Vrijval uit bestemmingsreserve Vanaf 2024 tot en met 2027 is, t.g.v. verwachte boven-matigheid van deze reserve vanaf 2020, een jaarlijkse vrijval begroot uit de bestemmingsreserve voor frictie. Voor de jaren 2025 en 2026 was dit jaarlijks € 200.000 en in 2027 en 2028 ten finale nogmaals jaarlijks € 100.000. Dit omdat de in voorgaande jaren gereserveerde frictiemiddelen per ultimo 2025 naar verwachting voor in totaal € 600.000 bovenmatig en niet meer direct noodzakelijk zijn om de geplande ombouw/transitie van WAA uit hoofde van het strategische plan “Samen Anders!” volledig af te financieren. De jaarlijkse vrijval vanaf 2025 gespreid over vijf jaren geschiedt conform genomen bestuursbesluiten.
Gemeentelijke bijdrage WSW ter financiering van het tekort Zoals onder Vergoeding DVO Gemeenten al aangegeven, worden vanaf 2023 de kosten voor de dienstverlening van het Schap, in lijn met bestuurlijk vastgestelde dienstverleningsovereenkomsten, direct bij de deelnemende gemeenten middels een factuur in rekening gebracht. Deze vergoeding moet in principe zorgen voor een sluitende exploitatie van het Schap resp. kostendekkend zijn. Derhalve is een aanvullende exploitatiebijdrage van gemeenten dan in principe niet meer noodzakelijk en aan de orde. Eventuele overschotten op resp. tekorten op de DVO vergoedingen zullen vanaf 2023 tijdelijk ten gunste resp. ten laste van de algemene reserve van het Schap komen. Overschotten resp. tekorten boven het minimale weerstandsvermogen van het Schap ad € 0,5 mio zullen zo tijdelijk worden geparkeerd voor eventuele incidentele extra kosten boven begroting resp. in volgende jaren door het Schap worden ingezet ter egalisatie voor een sluitende exploitatie op lange termijn. Het Schap had en heeft ook in de toekomst immers geen winstdoel.
Taakvelden Het Schap voert één programma uit, de Wet Sociale Werkvoorziening. De volledige exploitatie van WAA is hierop gericht, waardoor geen sprake is van overheadkosten, resp. kosten die gemaakt worden voor meerdere programma’s. Er is derhalve bij het Schap alleen sprake van algemene overheadkosten zijnde indirecte kosten.
- 41 -
Overzicht Taakvelden Begroting 2027 Schap primaire begroting
Taakvelden (in € 1.000)
Primaire Begroting 2027 Baten
Begroting 2026 na 1e wijziging
Lasten
Baten
Lasten
Primaire Begroting 2026
Realisatie 2025
Baten
Baten
Lasten
Lasten
0. Bestuur en Ondersteuning 0.1 Bestuur
29
28
28
27
0.4 Overhead
234
229
230
535
0.5 Treasury
-91
-97
-105
0.8 Overige baten en lasten
95
244
200
0.10 Mutaties reserves 0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten
-158 310
169 310
195
444
400
679
-0
-
-
-55
6.0 Sociaal domein 6.4 Begeleide Participatie
319
246
200
240
189
236
179
230
Totaal generaal
514
514
644
644
589
589
1.113
1.113
Overzicht van Incidentele baten en lasten
Incidentele baten en lasten (in € 1000)
Primaire Begroting 2027 Baten
Begroting 2026 na 1e wijziging
lasten
Baten
Lasten
Primaire Begroting 2026
Realisatie 2025
Baten
Baten
Lasten
Lasten
0. Bestuur en Ondersteuning 0.10 Mutaties reserves
195
0
444
0
400
0
0
0
0
0
195
0
444
0
400
679
310
0
0
0
0
679
310
-
6.0 Sociaal domein 6.4 Begeleide Participatie
Totaal Generaal
- 42 -