Primaire begroting 2027 WAA Schap
Tekst van het document
Werkvoorzieningschap Aanvullende Arbeid Venlo e.o.
Venlo, 2 februari 2026
Inhoudsopgave Bericht van het Dagelijks Bestuur
3
1. Inleiding 2. Bestuurlijke structuur t.b.v. uitvoering WSW vanaf 2023 (“Samen Verder!”) 3. Doelstelling WAA 4. Beleidsvisie van het bestuur 5. Ontwikkelingen ten aanzien van de Gemeenschappelijke Regeling 6. Koers en bedrijfsvoering van WAA Venlo e.o. 6.1. Algemeen 6.2. Wet Open Overheid 6.3. Uitvoering WSW c.a. 6.4. Bijzondere omstandigheden 7. Ontwikkeling (WSW-) bezetting c.a. 7.1. Algemeen 7.2. WSW-bezetting voor 2027 totaal en per deelnemende gemeente 8. Economische verwachtingen in het algemeen voor 2027 en verder 9. Ontwikkelingen binnen het sociale domein voor gesubsidieerde arbeid overall 9.1. Beleidsmatige ontwikkelingen 9.2. Ontwikkelingen ten aanzien van de reguliere rijksbijdrage WSW 10. Bestuurlijke ontwikkelingen rondom de uitvoering van de WSW door WAA Financiële samenvatting Realisatie van doelmatigheid en rechtmatigheid Voorstel tot vaststelling van de begroting
Begroting
3 3 4 4 6 6 6 6 7 8 8 8 10 10 12 12 13 14 15 15 17
18
Programmaverantwoording 1. Algemeen 2. Sociaal beleid 3. Financieel beleid 4. Uitgangspunten voor de jaarbegroting en meerjarenbegroting
Overige paragrafen
18 18 19 19 20
24
1. Weerstandvermogen en risicobeheersing 2. Paragraaf weerstandvermogen en risicobeheersing 2.1 Risico’s voor Schap als publiekrechtelijke organisatie 2.2 Risico’s in de uitvoering van de WSW 3. Onderhoud kapitaalgoederen 4. Financiering 5. Verbonden partijen 6. Lokale heffingen 7. Grondbeleid
24 24 24 27 28 28 31 31 31
Overzicht van baten en lasten begroting 2027
33
Kasstroomoverzicht Toelichting op de programmabegroting Taakvelden
37 38 41
- 2-
Bericht van het Dagelijks Bestuur 1. Inleiding Algemeen Voor u ligt de primaire begroting 2027 inclusief 1e begrotingswijziging 2026 van de Gemeenschappelijke Regeling Werkvoorzieningschap Aanvullende Arbeid Venlo en omstreken (hierna te noemen WAA of Schap). Deze begroting is opgemaakt conform de vanaf 2005 verplichte verslaggevingsvoorschriften voor een Gemeenschappelijke Regeling (BBV). Deze begrotingswijziging 2026 resp. primaire begroting 2027 is, in lijn met de begrotingen vanaf 2015, naast de algemene uitgangspunten van de in 2015 ingevoerde Participatiewet, onveranderd qua visie en missie. De bestuurlijke uitgangspunten zijn opgesteld in lijn met de nog steeds van toepassing en actueel zijnde strategische koers van het Schap zoals die in 2014 is verwoord en vastgelegd in de documenten “Samen Groeien” en in het verlengde hiervan het strategische koersdocumenten “Samen Anders!” en vanaf 2023 is bevestigd in de documenten middels (bestuurlijke/contractuele) afspraken onder “Samen Verder!”. Omdat de WSW vanaf 2015 geen instroom meer kent, bevindt WAA zich vanaf 2015 al in een permanente krimpsituatie. Een situatie die vanaf 2018 verder is versneld doordat het Schap WAA Venlo e.o. (en in haar verlengde WAA groep nv) vanaf 1-1-2018 niet meer financieel of inhoudelijk verantwoordelijk is voor de uitvoering van de WSW resp.
het materiële werkgeverschap voor het ‘beschutte deel’ van de WSW-doelgroep. Het Schap fungeert nog slechts als formele werkgever en basis HRM/payroll dienstverlener voor dit deel van de WSW doelgroep. Vanaf 2023 is onder de naam “Samen Verder!” ook een geheel nieuwe organisatorische setting met nieuwe bestuurlijke afspraken voor de uitvoering van de WSW vanaf 1-1-2023 van toepassing. Onder de nieuwe setting is de rol van het Schap niet meer primair operationeel maar sterk beperkt tot een gemeenschappelijk regiecentrum voor sec uitvoering van de Wsw. En is het meer en meer steady as she go’s voor het Schap. Door de nieuwe setting vanaf 2023 blijft het huidige samenwerkingsverband in het Schap voor de uitvoering van de WSW in het gebied Venlo en omstreken behouden voor de deelnemende gemeenten. En hierdoor blijft er sprake van gezamenlijk regie, aansturing en toezicht voor de WSW.
2. Bestuurlijke structuur t.b.v. uitvoering WSW vanaf 2023 (“Samen
Verder!”) Het Schap was tot en met en blijft ook vanaf 2023 voor, door en namens haar deelnemende gemeenten verantwoordelijk voor regie en toezicht op het vorm en inhoud geven aan de uitvoering van de WSW. Het Schap heeft de concrete begeleiding en plaatsing van haar WSW medewerkers vanaf 1-1-2023 tot en met ultimo 2032 contractueel volledig neergelegd bij WAA groep nv. WAA groep nv blijft fungeren als een zelfstandige uitvoeringsorganisatie maar is vanaf 1-1-2023 geen deelneming meer van het Schap maar volledig eigendom van de Gemeente Venlo. WAA groep nv zal, onder de vlag van de gemeente Venlo, primair aldaar nog steeds verantwoordelijk zijn en blijven voor de uitvoering van de WSW maar zal op termijn meer en meer ook voor andere personen passende binnen de doelgroep uit de Participatiewet aan de slag gaan. Het concreet vorm en inhoud geven aan de integratie van WAA Groep nv met het sociale domein van de Gemeente Venlo én van meerdere en bredere doelgroepen uit de Participatiewet plaatsen in een zo regulier mogelijke werkomgeving, is binnen WAA Groep nv een proces dat vanaf 2023 geleidelijk en stap voor stap is opgepakt. En na de kaderstelling door het college van de gemeente Venlo in 2024 hebben de contouren hiervan in 2025 steeds verder vorm en kleur gekregen. En vanaf 2026 en verder krijgt eea écht praktisch vorm en inhoud.
Een proces dat uiterste zorgvuldigheid behoeft omdat, naast de passende ambtelijke processen rondom rechtmatigheid en doelmatigheid, - 3-
nadrukkelijk ook cultuurverschillen aan de orde zijn. In dat alles blijft het echter om mensen gaan uit een kwetsbare doelgroep en dat vereist steeds extra aandacht en zorg. De integratie van WAA groep nv en Team Werk van de gemeente Venlo om verder te komen tot een integrale uitvoering van de Participatiewet in Venlo is en blijft nadrukkelijk een thema in 2026 maar blijft ook daarna een majeur uitvoeringsthema. Het duurt immers een tijdje voordat alles goed is uitgekristalliseerd en e.e.a. is uit getrild. Dit hele proces is niet direct maar natuurlijk wel indirect van groot belang voor het Schap, omdat hiermede een belangrijke bijdrage wordt geleverd aan de continuïteit van WAA groep nv als primaire WSW uitvoeringspartner voor het Schap. Het is en blijft een proces dat zowel het Schap, WAA Groep nv en haar betrokken gemeenten onveranderd met verve en met vertrouwen verder oppakken! Steeds met oog en oor voor en ook mét de mensen die op haar overall zijn aangewezen voor een passende werkplek.
3. Doelstelling WAA De doelstelling van WAA was, is en blijft het - voor en namens de deelnemende gemeenten - als Gemeenschappelijke Regeling uitvoering geven aan de verplichtingen die voortvloeien uit de Participatiewet onderdeel Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) voor de in WAA deelnemende gemeenten Beesel, Bergen en Venlo tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten.
4. Beleidsvisie van het bestuur Vanaf 2008 is het beleid van zowel het Schap als haar uitvoeringsorganisatie WAA groep nv primair gericht op het realiseren van passende arbeid in een zo veel als mogelijk reguliere arbeidsomgeving voor alle personen die via de WSW op haar zijn aangewezen. Dit beleid is vanuit het going concern uitgangspunt ook in 2027 en verder onveranderd van toepassing. Het Schap dient haar maatschappelijke doelstelling te realiseren met inachtneming van en in overeenstemming met belangrijke strategische (maatschappelijk aanvaarde) uitgangspunten zoals rechtmatigheid, doelmatigheid en integer handelen. Zij legt op transparante wijze verantwoording af over het door haar gevoerde beleid en de resultaten hiervan. Zoals gebruikelijk wordt het strategisch beleid van WAA periodiek in een review door het management, het Bestuur en de Raad van Commissarissen afgezet tegen de nieuwste ontwikkelingen en herijkt. In lijn met het vigerende beleid en met inachtneming van de geactualiseerde uitgangspunten en kaders is onderstaande visie en missie onveranderd van kracht en vastgesteld voor WAA: • Missie: Samen verbinden wij mensen. WAA, en in haar verlengde WAA groep als uitvoeringsorganisatie voor de WSW, voegt waarde toe aan haar opdrachtgevers door de inzet van SW-medewerkers.
• Visie: WAA groep is namens het Schap dé professionele organisator van duurzaam werk voor SW-medewerkers bij reguliere bedrijven in de regio Noord-Limburg. Visie en missie moeten leiden tot een uitvoering van de WSW waarin onderstaande strategische onderwerpen centraal staan en ook blijven staan: • realiseert voor haar SW-medewerkers duurzame plaatsingen, zowel individueel als in groepen, bij regionale profit en non- en not for profit organisaties en opdrachtgevers; • ambieert samen met haar SW-medewerkers ontplooiing gericht op maximale loonwaarde; • de uitvoeringsorganisatie is een proces- en resultaatgerichte organisatie waarin medewerkers ervoor gaan om duurzaam te werken en waar met plezier samengewerkt wordt. De strategische koers is verder vertaald in onderstaande door het Bestuur vastgestelde strategische uitgangspunten en beleidslijnen: 1. voor de bepaling van de strategische beleidskeuzes van WAA is de uitvoering van de Participatiewet –zowel op regionaal als op lokaal niveau- maatgevend. Het Werkgevers Servicepunt (WSP), dat m.i.v. 2026 is opgaan in het nieuw te vormen Regionale Werk Centrum (RWC), bestuurd vanuit het Werkbedrijf en de in het RWC samenwerkende partners, is in deze strategie vanuit (semi-)overheidszijde als netwerkorganisatie regionaal - 4-
ondersteunend naar afnemers en bedrijven en ondersteunend voor de uitvoeringsorganisaties zoals WAA t.a.v. het verbinden in de arbeidsmarkt voor alle regionale brede Participatiewetvraagstukken van vraag- en aanbod voor gesubsidieerde arbeid; 2. Alle SW-medewerkers blijven formeel in dienst bij het Schap WAA. De rechten en plichten van de huidige SW-medewerkers blijven gehandhaafd. 3. De verantwoordelijkheid voor zowel de regie als uitvoering voor het ‘beschutte deel’ van de WSW is per 1 januari 2018 geheel in handen van de deelnemende gemeenten zelf. Zij zijn vanaf die datum zelf verantwoordelijk voor zowel het materieel werkgeverschap voor deze WSW groep als het aanbod van werkplekken, net als het plaatsen van SW-medewerkers uit de ‘beschutte groep’ WSW, alwaar zij (financieel) verantwoordelijk voor zijn onder de WSW. Het gaat dan om zgn. ‘beschut werk’ en dan meer specifiek om SW-medewerkers met een loonwaarde van maximaal 30% van minimumloon. De gemeenten kunnen zelf werkplekken organiseren of deze inkopen bij andere organisaties. WAA groep nv treedt onveranderd voor deze groep als pay-roller/HR-dienstverlener op. De WAA groep vraagt voor deze vorm van dienstverlening t.b.v. de ‘beschutte groep’ WSW aan de gemeenten een marktconform tarief. 4.
De verantwoordelijkheid om operationeel uitvoering (van intake en begeleiding tot en met plaatsing) te geven aan de uitvoering van de WSW voor het ‘niet beschutte deel’ van de WSW, ligt vanaf 1 januari 2023 en tot en met 2032 geheel in handen van WAA groep nv als enige contractpartij en maatschappelijk partner hiervoor van het Schap. WAA groep nv was en blijft primair verantwoordelijk voor zowel het voeren van inhoudelijk werkgeverschap voor deze WSW groep als voor kwalitatief en kwantitatief voldoende aanbod van passende werkplekken aan SW-medewerkers uit de ‘niet beschutte groep’ WSW. WAA groep nv is vanaf 1-1-2023 (financieel) verantwoordelijk voor de volledige exploitatie resp. alle kosten en baten die samenhangen met het begeleiden en plaatsen van deze WSW- medewerkers conform de door deelnemende gemeenten, het schap en WSW-wetgeving gestelde eisen. Het gaat dan om zgn. ‘niet-beschut werk’ en dan meer specifiek om SW-medewerkers met een loonwaarde van minimaal 30% en maximaal 70% van minimumloon. WAA groep nv kan zelf werkplekken organiseren of deze inkopen bij andere organisaties. 5. De deelnemende gemeenten zijn op basis van de bestuurlijke afspraken uit Samen Verder! vanaf 1-1-2023 ook verantwoordelijk voor het zgn.
subsidieresultaat WSW ‘niet beschutte groep’ en daarmede dan direct zelf (financieel) volledig verantwoordelijk voor alle wettelijke (werkgevers)lasten die voortkomen uit het uitvoering geven aan de wettelijke taak zijnde het bieden van formeel werkgeverschap resp. een arbeidsovereenkomst WSW voor dan ook de doelgroep ‘niet beschutte groep’ WSW-medewerkers.
In verband met de Bestuurlijke, inhoudelijke en organisatorische veranderingen per 1-1-2023, treedt het Schap vanaf dan op als sec coördinerend en geen uitvoerend shared service centre en centrale inkoop- en dienstverlenende organisatie t.b.v. de volledige WSW voor haar gemeenten. Het Schap brengt hiervoor met ingang van 2023 aan de gemeenten een vergoeding in rekening die verdeeld wordt op basis van een 25%/75% verdeling tussen inwoneraantallen én de gehele groep WSW-ers per gemeente. De vergoeding moet in principe zorgen voor een sluitende exploitatie van het Schap resp. kostendekkend zijn. Eventuele overschotten resp. tekorten hierbij zullen tijdelijk ten gunste resp. ten laste van de algemene reserve van het Schap komen. Overschotten resp. tekorten boven het minimale weerstandsvermogen van het schap ad € 0,5 mio kunnen en zullen tijdelijk worden geparkeerd voor mogelijke voorzienbare extra incidentele kosten en/of in volgende jaren door het schap worden ingezet als egalisatie voor een sluitende exploitatie. Het Schap had en heeft ook in de toekomst immers geen winstdoel. Bij de uitvoering van de Participatiewet kon tot en met 2022 een gemeente het detacheren van werkzoekenden als instrument inzetten bij de werkgeversdienstverlening.
De WAA groep heeft tot en met 2022 voor de invulling van die detacheringsopgave zorggedragen, maar alleen op nadrukkelijk verzoek van haar deelnemende gemeenten én na expliciete toestemming van het Bestuur én alleen met en onder bestuurlijk strikt geformuleerde voorwaarden. Primair was immers kerntaak van WAA zich richten op het verder ontwikkelen van een sociaal detacheringsbedrijf voor sec de WSW-ers met een loonwaarde hoger dan 30%. Voor contracten aangegaan tot en met 2022 blijven de toen gemaakte afspraken gelden en blijft het Schap mede en uiteindelijk eindverantwoordelijk. Met ingang van 2023 is dat niet meer zo; immers met de volledige verkoop - 5-
van WAA groep nv aan de gemeente Venlo en nieuwe contractafspraken van 2023 tot en met 2032, is de nieuwe aandeelhouder hiervoor eindverantwoordelijk.
5. Ontwikkelingen ten aanzien van de Gemeenschappelijke Regeling De huidige bestuurlijke samenstelling is qua bemensing wel, maar inhoudelijk vanaf medio 2022 ongewijzigd. Het Bestuur van het Schap bestaat uit: - een Algemeen Bestuur dat bestaat uit een voorzitter zijnde de vertegenwoordigende wethouder van de gemeente Venlo, de penningmeester zijnde de vertegenwoordigende wethouder van de gemeente Beesel, en de secretaris zijnde de vertegenwoordigende wethouder van de gemeente Bergen die benoemd zijn door, voor en namens de colleges uit de drie in het Schap WAA Venlo e.o. deelnemende gemeenten; - een Dagelijks Bestuur dat bestaat uit een voorzitter die wordt afgevaardigd uit het algemeen bestuur en twee adviseurs, waarbij de twee adviseurs sec een adviserende stem hebben in het dagelijks bestuur. De bestuurlijke inrichting voldoet op deze wijze geheel aan alle vigerende bepalingen zoals die in de WGR van kracht zijn. Op bestuurlijk niveau is relevant dat een eventuele herindeling van gemeenten momenteel in de regio Noord-Limburg geen politiek en bestuurlijk issue is. Maar het is natuurlijk in de toekomst niet uit te sluiten dat in het Schap deelnemende gemeenten, direct of indirect toch ooit weer betrokken zijn en/of (wederom) worden bij volgende gemeentelijke herindelingen.
Herindelingen die direct relevant kunnen zijn voor de bestuurlijke constellatie en/of het directe verzorgingsgebied van WAA Venlo e.o.
6. Koers en bedrijfsvoering van WAA Venlo e.o. 6.1. Algemeen De strategische koers van WAA is in 2014 concreet vertaald in het strategische document “Samen Anders!” en o.a. vorm gegeven door vanaf 2014 alle eigen activiteiten van WAA groep nv gecontroleerd en geconditioneerd af te stoten en “naar de markt te brengen”. Vanaf medio 2018 staat WAA synoniem voor een sociaal duurzaam WSW-detacheringsbedrijf. In 2014 is ook Bestuurlijk besloten dat het Schap WAA zich alleen richt op de uitvoering van de WSW, waarin nadrukkelijk niet de brede doelgroep, die onder de Participatiewet valt, zal worden bediend. Al met al een koers waar bestuurlijk vanaf 2023 langjarig commitment voor is en die zowel het Schap als WAA groep nv als uitvoerder voor de WSW ook in de “nieuwe” toekomst vanaf 1-1-2023 blijven varen. Iets dat ook met het veranderde aandeelhouderschap van WAA groep nv per 1-1-2023, onveranderd voor de uitvoering van de WSW door WAA groep nv in de toekomst blijft en stevig is verankerd in het nieuwe aanwijzingsbesluit en de nieuwe uitvoerings- en plaatsingsovereenkomst voor de periode 2023 t/m 2032. Een koers die immers succesvol bleek in vorige jaren en waar vertrouwen in is voor de toekomst. 6.2.
Wet Open Overheid De algemene gegevens van het Schap zijn openbaar en gepubliceerd via de link; https://organisaties.overheid.nl/27320559/Werkvoorzieningschap_Venlo_en_omstreken/#adresgege vens Het Schap voert één programma uit, de Wet Sociale Werkvoorziening. Als onderdeel van rechtmatigheid hoort ook het adequaat afleggen van verantwoording naar alle participanten, transparantie in doen en laten en integer zijn. Dit zijn de uitgangspunten voor al het handelen en doen en als zodanig benoemd door WAA. De contactgegevens van het Schap in het kader van de WOO zijn en worden, samen met alle jaarrekeningen en primaire begrotingen, gepubliceerd via de internetsite - 6-
https://www.waagroep.nl/anbi. Beleidsplannen e.d. worden vooraf opgenomen in de begrotingen. In de jaarrekeningen wordt achteraf verantwoording afgelegd over de realisatie hiervan zowel in sociaal als financieel opzicht. 6.3. Uitvoering WSW c.a. Begin 2015 is het hele scala van wettelijke regelingen rondom gesubsidieerde arbeid vervangen door één allesomvattende nieuwe wet: de Participatiewet. De WSW is weliswaar onderdeel van deze Participatiewet maar kent een status aparte; de oude regeling is a.h.w. doorgetrokken maar is wel een gesloten regeling geworden waar vanaf 2015 geen instroom meer mogelijk is. De SW kent derhalve vanaf 2015 alleen nog uitstroom en hierdoor krimpt de WSW-populatie van WAA jaarlijks. Deze krimp zal de komende jaren sneller toenemen, dit als gevolg van een hogere gemiddelde leeftijd en hierdoor een groter natuurlijk verloop door bijvoorbeeld (pré)pensioen en vroegtijdig overlijden maar ook door meer uitval van WSW-ers richting WIA. Dit laatste komt o.a. doordat de mate van handicap met het groeien van de leeftijd meer dan evenredig toeneemt.
Eind 2017 hebben de deelnemende gemeenten besloten om vanaf 1-1-2018 zélf het materiële werkgeverschap en daarmede de gehele verantwoordelijkheid voor het uitvoeren en organiseren van passend werk voor een belangrijk deel van de gehele WSW-populatie zijnde de WSW-doelgroep Beschut (loonwaarde tot 30%) naar zich toe te trekken. Dit doen de gemeenten vanaf 2018 met eigen, lokaal maatwerk o.a. door onder regie en verantwoordelijkheid van gemeenten vallende concepten zoals Werken in Buurten en bij lokale werkgevers. Het Beschut werken is derhalve bij WAA vanaf 2018 volledig afgebouwd. Vanaf 2023 zijn, met het uitvoering geven aan de nieuwe strategische, operationele en financiële afspraken onder Samen Verder! en afgerond met de verkoop van haar deelneming WAA groep nv aan de gemeente Venlo, de gemeenten zelf financieel volledig verantwoordelijkheid voor alle kosten die voortvloeien uit het materieel werkgeverschap voor vanaf dan de totale WSW populatie. Vanaf die datum is WAA groep nv (en daarmee indirect de Gemeente Venlo) volledig verantwoordelijkheid voor alle kosten c.a. die voortvloeien uit het operationeel plaatsen van de niet beschutte groep WSW. Het Schap WAA Venlo e.o. is vanaf 1-1-2023 niet meer financieel noch inhoudelijk verantwoordelijk voor de operationele uitvoering van de WSW resp.
het materiële werkgeverschap voor het ‘beschutte deel’ van de WSW-doelgroep, maar fungeert nog slechts als formele werkgever en regievoerder resp. toezichthouder op de gehele uitvoering van de WSW overall voor, door en namens haar deelnemende gemeenten. Schematisch ziet de gehele Wsw-uitvoeringsorganisatie er m.i.v. 2023 als volgt uit:
- 7-
6.4. Bijzondere omstandigheden De oorlogen op meerdere plaatsen in de wereld veroorzaken al geruime tijd ongekend menselijk leed en maatschappelijke ontwrichting. Ook de oplopende gevolgen van klimaatverandering, en de maatregelen om dit te beperken, zijn globaal maar ook lokaal meer en meer zichtbaar en merkbaar in het dagelijkse leven van iedereen. Gevolgen in de afgelopen jaren van bv een energiecrisis, inflatie-explosie en/of beperking, forse vertraging en zelfs daling van economische groei hebben o.b.v. de ervaring tot en met 2025, voor het Schap WAA zeer beperkt invloed op de exploitatie van het Schap. Immers, de activiteiten van het Schap beperken zich vanaf 2023 primair tot regievoering en administratie c.a. van de WSW voor haar deelnemende gemeenten en aansturing van haar uitvoeringsorganisatie WAA-groep nv. De primaire baten van het Schap zijnde de vaste vergoedingen en kosten voor regie-, administratie en controlewerkzaamheden, zijn veelal vast en worden direct alleen qua uitvoeringskosten geraakt door een hoge inflatie- en kostenstijgingen. Secundair kunnen de gevolgen wel breder en groter zijn. Dan komt nl.
de impact van majeure issues op de exploitatie van WAA groep nv indirect wel om de hoek kijken bij het Schap omdat de (financiële) stabiliteit en continuïteit van de belangrijkste contractpartner van het Schap, zijnde WAA groep nv, natuurlijk wel relevant is voor het Schap als eindverantwoordelijke voor de uitvoering van de Wsw. En dit kan secundair relevant zijn voor de toekomstige uitvoeringskosten Wsw die WAA groep nv aan het Schap in rekening brengt. Door te zorgen voor prudent financieel beheer met voldoende ruimte voor onvoorzien in zowel de baten als lasten, én voor de komende jaren tot en met 2030 structureel een voldoende eigen weerstandsvermogen bij zowel WAA groep als het bij het Schap aan te houden, wordt binnen de exploitatie en balans van WAA overall voldoende ruimte aangehouden om zélf de (verdere) gevolgen van nu bekende issues en de gevolgen hiervan, primair eerst in haar eigen organisatie financieel te kunnen opvangen. Ondanks de forse impact die een dergelijke item direct kan hebben op de balans en exploitatie van WAA Groep en indirect mogelijk voor WAA Venlo e.o., is de financiële en liquiditeitspositie van zowel het Schap als WAA Groep nv nu en in de toekomst zodanig aan de maat dat de continuïteit van de gehele WAA-organisatie vooralsnog hierdoor niet in gevaar is.
Op langere termijn, en in directe en indirecte zin en los van haar exploitatie etc., is continuïteit voor het Schap zelf sec a.g.v. de wettelijke garanties die de WGR biedt, overigens überhaupt nooit een issue. Waarvan acte! In 2022 is bestuurlijk besloten om eenmalige beschikbare middelen die direct en onlosmakelijk geen verbonden zijn met de uitvoering van de Wsw en die door het Rijk via gemeenten worden uitgekeerd om bv transities en/of (wettelijke) majeure operaties, projecten en/of veranderingen voor de Wsw-uitvoering te faciliteren en ondersteunen, door te betalen via het Schap aan de Wsw uitvoeringsorganisatie. Hierdoor worden de financiële gevolgen en effecten van majeure issues op en veranderingen in de bedrijfsvoering/exploitatie én de (rijks)compensatie hiervoor binnen de gehele overall WAA-constellatie zowel materieel als formeel gematched. In verband met het afwijkende en eenmalige karakter van zowel de ontvangst als doorbetaling van deze bijdragen van het Rijk resp. gemeenten via de Rijksbijdrage WSW, wordt de ontvangst hiervan in de exploitatie van het Schap apart verantwoord onder Diverse baten. De doorbetaling aan WAA groep nv wordt ook apart verantwoord onder Bijdragen aan derden en/of gereserveerd in een apart hiervoor geoormerkte bestemmingsreserve. Voor 2025 en volgende jaren zijn hierbij o.a.
in dit kader incidentele middelen voor de transitie van huidige Wsw-uitvoeringsbedrijven naar brede nieuwe sociale ontwikkelbedrijven binnen de gehele Participatiewet aan de orde. De exacte aard en omvang van deze middelen voor WAA Groep nv vanaf 2026 is echter nog onbekend. Derhalve zijn deze extra uitkeringen hiervoor en doorbetaling hiervan vanaf de 1e begrotingswijziging en verder als PM begroot.
7. Ontwikkeling (WSW-) bezetting c.a. 7.1. Algemeen De overgang per 1-1-2018 van de ‘beschutte groep’ WSW-ers naar de gemeenten (met een uitloop naar 2019) en de krimp vanaf 2015 door natuurlijk verloop én de ombouw van WAA Groep nv als bedrijf, heeft voor een forse daling in de WSW-populatie gezorgd waar WAA overall verantwoordelijk voor was. Deze daling is in de jaren daarna verder gegaan. En dit is versterkt doordat m.n. als gevolg van geen instroom de gemiddelde leeftijd van de doelgroep stijgt, door aanvullende CAO - 8-
WSW maatregelen t.a.v. eerder stoppen met werken zoals RVU, meer mensen uit de doelgroep die met (pre-)pensioen gaan en/of niet meer in staat zijn om deel te nemen in het arbeidsproces en uitvallen. Dit zorgde niet alleen voor een sterke daling van de WSW-populatie waarvoor WAA overall aan de lat stond, maar ook voor krimp in de WAA groep nv organisatie. De taken en de eindverantwoordelijkheid van het Schap is overall met de overgang van WAA groep nv vanaf 1-1-2023 in financiële zin sterk beperkt, maar reikt met haar overgebleven toezichts- en regie taken wel tot de gehele doelgroep WSW. De aantallen waar het Schap haar taken voor uitvoert, zijn derhalve vanaf 1-1-2023 voor het Schap weer gericht op de gehele WSW groep, dus zowel het ‘beschutte deel’ áls het ‘niet beschutte deel’. Het totale verantwoordelijkheidsgebied voor het Schap is dan iets groter dan eerder, maar de eerder geschetste krimpontwikkeling voor de WSW populatie, is een gegeven voor de hele WSW. Onderstaande is de verwachte ontwikkeling in de WSW populatie weergegeven;
De met de (versnelde) af- en ombouw gemoeide frictiekosten van de WAA-organisatie worden, conform vigerend beleid en wettelijke (verslaggevings)voorschriften volledig gefinancierd uit een hiervoor gealloceerde bestemmingsreserve voor de hele periode van krimp. Omdat deze afbouw van de organisatie tot en met 2025 voornamelijk is gerealiseerd met een minimum aan frictiekosten, door m.n. te sturen op natuurlijk verloop in regulier (staf-)personeel in combinatie met reallocaties van bezetting resp. herverdelingen van taken en verantwoordelijkheden binnen de zittende organisatie, zijn eind 2025 de beschikbare middelen in het frictiefonds meer dan voldoende om de eind 2025 aanwezige én latente frictiekosten voor de komende jaren af te dekken. Hierdoor is naar verwachting vanaf 2026 en de jaren daarna, geen (aanvullende) dotatie aan deze bestemmingsreserve noodzakelijk. Eind 2025 was er sprake van een verwacht permanent overschot in het fonds van € 451.000. Vanuit de standaard beleidslijn worden tekorten in het frictiefonds aangevuld met een (aanvullende) gemeentelijke bijdrage. Vanuit die zelfde beleidslijn valt het verwachte overschot van € 400.000 in het fonds per ultimo 2025, vanaf 2026 tot en met 2028 geleidelijk vrij en wel met € 200.000 voor 2026 en in 2027 en 2028 met jaarlijks € 100.000.
Zo vloeit dit eerder met gemeentelijke bijdrage opgebouwd bedrag terug naar de deelnemende gemeenten middels een reductie op de jaarlijkse gemeentelijke dienstverleningskosten WSW bij WAA voor de gemeenten.
- 9-
7.2. WSW-bezetting voor 2027 totaal en per deelnemende gemeente Voor 2027 is onderstaande WSW-bezetting voor het Schap en de (deelnemende) gemeenten geraamd:
Gemeente Beesel Bergen Venlo Niet deeln. gemeenten Totaal
aantal SE niet Beschut Bij WAA Groep geplaatst per gemeente 2027 (A) 28,4 34,0 208,1 0 270,5
aantal SE beschut Bij gemeenten geplaatst per gemeente 2027 (B) 6,9 14,1 88,9 0 109,9
aantal totaal SE per gemeente 2027 (C=A+B) 35,3 48,1 297,0 0 380,4
*) Totaal taakstelling per gemeente is berekend o.b.v. financieringsmethodiek “werkgemeente” vanaf 1-1-2017 en o.b.v. extrapolatie van gegevens jaargemiddelde over 2024 per gemeente.
8. Economische verwachtingen in het algemeen voor 2027 en verder In deze primaire begroting 2027 en de bijbehorende meerjarenraming is op prudente wijze rekening gehouden met de onzekerheden waarbij de uitgangspunten zoals door het CPB aangegeven in haar Macro Economische Verkenning van het CBS (MEV) 2025 als vertrekpunt dienen. De MEV 2027-2030 geeft onderstaande hoofdpunten aan t.a.v. de algemene economische verwachtingen; *De economische groei vertraagt tot gemiddeld 0,9% in 2026 en stijgt daarna weer langzaam naar 1,3% voor de periode 2027–2030. De MEV cijfers geven ook aan dat de groei van het bbp na 2026 omgeven is met forse onzekerheden. Met name het vanaf 2025 zeer wisselend en onvoorspelbare economische klimaat wereldwijd ligt hieraan ten grondslag. Met de USA en China maar ook Rusland ca als belangrijkste bronnen van instabiliteit in globaal economisch beleid én uitvoering. Meer en meer lijkt protectionisme de bovenhand te krijgen ten koste van vrije handel en daarmee wordt een rem gezet op mondiale economische groei. Vanaf 2026 is het bbp in Nederland jaarlijks wel nog stijgende: er is nog sprake van een zgn. inhaalgroei t.o.v. 2020-2023 en een licht positieve conjunctuur. Voor deze middellange termijnverkenning wordt verondersteld dat in de periode 2026– 2030 de economie blijft groeien maar geleidelijk naar een meer evenwichtssituatie zal bewegen.
De bbp-groei neemt dit decennium af, mede door lagere groei van de beroepsbevolking. De groei van het arbeidsaanbod neemt dit decennium af naar 0,7%. De ontwikkeling van de structurele beroepsbevolking - en daarmee het arbeidsaanbod - wordt bepaald door veranderingen in de participatiegraad van verschillende bevolkingsgroepen, de leeftijdsverdeling, en de omvang van de Nederlandse bevolking. De effecten op de beroepsbevolking van bevolkingsgroei en toenemende arbeidsparticipatie zijn positief, maar nemen in de loop van de tijd af omdat de bevolking naar verwachting minder hard groeit. De participatie nam de afgelopen jaren vooral toe doordat vrouwen meer zijn gaan werken en de AOW-leeftijd opschoof, waardoor er binnen dat leeftijdscohort meer mensen aan het werk blijven. Veranderingen in de leeftijdsverdeling oefenen een neerwaarts effect uit, omdat het aandeel ouderen (personen boven de AOW-leeftijd) in de beroepsbevolking zal toenemen. De verandering in de leeftijdsverdeling is primair het gevolg van langjarige ontwikkelingen van geboorte- en sterftecijfers en daarmee een relatief vaststaande ontwikkeling. Ook de minder sterke stijging van de participatiegraad is betrekkelijk zeker, gezien de afvlakkende trend van de participatie van vrouwen.
Al met al biedt een verdere verkapping op de arbeidsmarkt, ondanks een tegenvallende economie, onveranderd kansen voor WAA voor het verder plaatsen van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt op een passende plek in een reguliere arbeidsomgeving. Wel zal het in een krimpende economie meer effort kosten. Elk nadeel heb zo zijn voordeel en visa versa, zo blijkt maar weer!
- 10 -
Onderstaande tabel geeft de algemene economische indicatoren zoals het CPB die in haar MEV 2025 aangeeft voor 2027-2030 en zoals die door het Schap (en in het verlengde WAA Groep nv) gehanteerd worden voor haar meerjarenraming t/m 2030;
Ondanks de terugvallende economie vanaf 2026 blijft er m.n. door de na-ijlende en de structureel hogere inflatie én de krimp van de beschikbare beroepsbevolking onveranderd ook in 2026 en vanaf 2027 verder wat druk op de kosten, lonen en rente. Na 2030 is de verwachting van het CPB wel dat zowel inflatie, economische groei en werkgelegenheid c.a. stabiliseren naar lager dan de laatste jaren gebruikelijk langjarig statistisch gemiddelde van 2,5% voor inflatie bij een economische groei van 1,4% bij een rente van 2,7%.
- 11 -
9. Ontwikkelingen binnen het sociale domein voor gesubsidieerde arbeid overall 9.1. Beleidsmatige ontwikkelingen De Participatiewet, waar de WSW nu onderdeel van is, is een brede wet voor iedereen met een afstand tot de arbeidsmarkt die er volledig op gericht is om iedereen in die wet zoveel als mogelijk te plaatsen in een reguliere arbeidsomgeving. De beweging die bij WAA vanaf 2014 is ingezet zijnde “van binnen naar buiten” wordt hierdoor (nogmaals) ondersteund en onderstreept. Een beleid dat verder breed ondersteund wordt middels een voor iedereen algemeen geldende, brede sociale agenda voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt die uitvloeide in een banenakkoord vanaf 2014 tussen de sociale partners. Hierbij is toen be- en afgesproken dat eind 2025 ruim 200.000 extra banen in zowel de publieke als private sector moeten zijn ingevuld door mensen met een (dreigend) grote afstand tot de arbeidsmarkt. Vanaf 2019 tot en met 2025 heeft periodiek een tussenevaluatie van het Centraal Planbureau ten aanzien van de effecten van de Participatiewet aangegeven dat de primaire doelstelling van de wet door deze wet wel iets dichterbij komt, maar lang niet in de beoogde omvang en tempo.
En dan ook dat de doelstelling grotendeels steeds dan wel alleen dichterbij is gekomen voor dat deel van de doelgroep waarbij mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, die in de basis voldoende potentie/loonwaarde bezitten om zich uiteindelijk zonder en/of met beperkte (permanente) ondersteuning vanuit het publieke domein zelfstandig een arbeidsplek in een reguliere omgeving te verwerven en (misschien nog belangrijker) te behouden. Voor hen is een inclusieve samenleving écht wel dichterbij gekomen. Maar voor mensen waar dat om moverende reden niet is weggelegd en die blijvend een grote afstand tot de arbeidsmarkt hebben en houden, het zgn. ‘(Nieuw) Beschut’, is en blijft het toch bijna onmogelijk om een blijvende plek in een reguliere omgeving te verwerven. Werkgevers staan, zeker in de verkrappende arbeidsmarkt, te springen om personeel en dat samen met een langzame verandering in mindset draagt dit er meer en meer toe bij dat het opnemen van mensen “met een vlekje” in een bedrijf het nieuwe normaal wordt. Maar als puntje bij paaltje komt, willen bedrijven wel de arbeidscapaciteit maar niet de “extra lasten” en blijven er onveranderd nog steeds vaak té forse barrières om zo iemand echt zelf in dienst te nemen. Dit ondanks alle vangnetten die in de loop der jaren door het Rijk hier rondom heen gebouwd zijn.
En áls werkgevers de stap toch durven te maken, vraagt men veelal zeer forse bijdragen, en (meerjarige) garanties van gemeenten en/of UWV maar ook WAA om alle risico’s blijvend af te dekken. Het Rijk heeft, na al die jaren, eindelijk in 2025 er- en herkent dat er als gevolg van wederzijdse koudwatervrees meer moet gebeuren dan alleen een wet aanpassen. En dat je voorzichtig moet zijn met oude schoenen weg te gooien als je nog geen goed passende nieuwe hebt….. In 2025 zijn derhalve een tweetal items door het Kabinet in wet- en regelgeving en door extra subsidies opgezet om meer mensen, die nu nog aan de kant (dreigen) te staan, toch écht aan de bak te krijgen en Inclusiviteit overall een extra impuls te geven; -
Vanaf 2025 stelt het Rijk extra subsidie beschikbaar om meer begeleiding voor de (nieuw) beschutte doelgroep financieel mogelijk te maken. En daarbovenop wordt vanaf 2025 middels een aanvullend infrastructuur-en impulsbudget extra geld beschikbaar gesteld om de huidige Sw (infra)structuur te behouden en breder in te kunnen zetten richting een landelijk dekkend netwerk van nieuwe brede sociale ontwikkelbedrijven. In ieder geval een stap in de goede richting en een 1e opzet om de financiële bezwaren en barrières die er tot en met 2024 waren, te slechten. De vraag is of dit wel tot de beoogde doel zal leiden. Immers op basis van lessen uit het verleden is en blijft enige scepsis toch ook hier op zijn plaats. De historie heeft aangetoond dat, ondanks dat de overheid alles voor een reguliere plaatsing voor deze doelgroep faciliteert, het plaatsen en opnemen van deze mensen in een bedrijf an sich vaak een nobel streven is, maar in de praktijk lastiger is, en valkuilen kent. Inclusiviteit is en blijft een begrip avant le lettre; een mooi streven maar vergt veel meer dan een gereedschapstas vanuit het Rijk met een (subsidie) instrumentarium. Het vergt vooral bij zowel de overheid als werkgevers maar ook op de werkvloer een andere maatschappelijke mindset.
En zoiets is breder dan een motie of wet; dat kost, naast geld, veel tijd om een andere cultuur te creëren bij iedereen in de samenleving. Een ervaring die WAA ook heeft en die er o.a. voor zorgt dat het laatste 5% deel van haar Sw-populatie lastig plaatsbaar is en blijft. En dit vormt daarmee een uitdaging waar WAA nu en de komende jaren voor staat en blijft staan. Een uitdaging die WAA onveranderd steeds aangaat! - 12 -
-
Een ander iets dat waarschijnlijk een effect gaat hebben op de aard, vorm en inrichting van en voor de ondersteuning bij arbeidsvraagstukken voor werkgevers in relatie tot mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, is de vanaf 2026 landelijke uitrol van bijna 20 zgn. Regionale WerkCentra. Verplichte regionale samenwerkingsverbanden tussen verschillende overheden om te komen tot één loket voor werkgevers én werknemers die een arbeidsvraagstuk hebben dat niet door en binnen reguliere marktsettings wordt opgepakt. Een plek waar Inclusiviteit verbonden wordt met vraag en aanbod van arbeid. Een nieuw gezamenlijk loket a la arbeidsbureau uit de jaren 70, maar dan meer gericht op iedereen met een afstand tot de arbeidsmarkt en Inclusiviteit. Een nieuw iets waar elke regio maatwerk dient te bieden a la coleur locale. Iets dat zeker de concrete uitvoering van plaatsingen onder de brede Participatiewet (inclusief Wsw) en daarmee ook de uitvoering hiervan door WAA groep (i.s.m. Team Werk van de Gemeente Venlo) vanaf 2026 zal raken. Ten tijde van opmaak van deze begroting is er echter, behoudens wat pilots die in den lande lopen, 1 e best practices en beleidsmatige hoofdlijnen t.a.v. doelstellingen e.d. en globale financiering, nog geen hoe, wat en waar voor de regio Venlo bekend. Eventuele effecten hiervan zijn derhalve in deze begroting ca als PM opgenomen.
9.2. Ontwikkelingen ten aanzien van de reguliere rijksbijdrage WSW In 2020 is de door het Rijk in 2014 aangekondigde jaarlijkse lineaire afbouw van de reguliere Rijksbijdrage per arbeidsjaar WSW (= totaal excl. Covid-19-bijdrage) met € 550 voor het laatst toegepast. Vanaf 2021 is de Rijksbijdrage WSW jaarlijks aangepast aan de loon- en prijsontwikkeling Overheid (LPO). Daarbij is er wel sprake van een zgn. na-ijleffect; de prijsstijging uit jaar t wordt pas achteraf en nadat de LPO in enig jaar definitief is vastgesteld, in de jaren t+1 resp. t+2 pas gecompenseerd. De verwachting is dat het Rijk de jaarlijkse LPO-aanpassing ook komende jaren onveranderd zo doorzet. In de jaren 2021 t/m 2025 zijn daarbovenop jaarlijks extra bedragen door het Rijk uitgekeerd om de korting uit voorgaande jaren partieel te mitigeren maar ook m.n. ter compensatie om de hoge eenmalige en onverwachte kosten van bv Covid en/of de energiecrisis te compenseren voor de SW sector. Eventuele verdere eenmalige uitkeringen om de transitie van huidige Sw bedrijven naar brede sociale ontwikkelbedrijven te faciliteren (zie paragraaf 9.1, zijn voor 2026 en verder wel voorzien maar vooralsnog PM. Verdere extra vergoedingen zijn naar verwachting, met een sterk oplopende druk op de Rijksbegroting vanaf 2026, niet meer aan de orde.
Eventuele extraatjes zijn derhalve voor 2026 en volgende jaren niet structureel meegenomen in de begrote rijksbijdragen Wsw. Daar waar in de jaren van 2015 tm 2020 het subsidietekort Wsw jaarlijks opliep door autonome budgetkortingen, is dit vanaf 2021 gestabiliseerd. En ondanks de relatief sterke stijging van de loonkosten WSW (onder invloed van hoge inflatie en daaraan gekoppelde hoge Cao-loonafspraken) en door de te verwachten oplopende sociale lasten zoals pensioenpremies vanaf 2026, zal het subsidietekort WSW per arbeidsjaar door een volledige maar wel na-ijlende compensatie via de LPO én door een oplopende subsidie per arbeidsjaar WSw door de versnelde krimp van de Wsw bij (vooralsnog) gelijkblijvende macrobudgetten, vanaf 2026 naar verwachting niet verder oplopen maar zelfs dalen. Er is dan een nieuwe modus operandi en status quo ontstaan binnen de Wsw subsidiering.
- 13 -
Het subsidietekort stabiliseert en zal naar verwachting in de periode t/m 2030 zelfs dalen tot nihil en bij ongewijzigd beleid zelfs omslaan naar een klein overschot. Maar gezien de oplopende druk op de overheidsfinanciën als geheel én het volslagen gebrek aan logica en consistentie in het Rijksbeleid rondom (fiscale en andere) vergoedingen voor WSW-arbeidskosten over een langere periode, ligt hier wel nadrukkelijk een risico. De vraag is nl. of de huidige beleidslijn van constante, obv niveau 2015 gelijkblijvende macrobudgetten voor de Wsw bij een landelijk versneld krimpende bezetting, en daarmee een progressief stijgende Rijksbijdrage per arbeidsjaar Wsw in de tijd ook echt een blijvertje is. Marcobudgetten en beleid hierbij zijn immers uitkomsten van politieke processen en een Rijksbegroting overall. En zoals al aangegeven; in dat stramien is blijvende verandering de enige constante. Voor het Schap WAA is dit vanaf 2023 geen direct en specifiek eigen risico meer maar nadrukkelijk een risico dat vanaf dan direct bij de deelnemende gemeenten ligt. Het blijft indirect echter een item en risico voor het Schap omdat het Schap een verlengstuk van gemeenten is en blijft voor de uitvoering van de WSW. Hiervoor wordt verwezen naar de risicoparagraaf in deze begroting.
10. Bestuurlijke ontwikkelingen rondom de uitvoering van de WSW door WAA De WSW en daarmede WAA is vanaf 2015 een onderdeel van een bredere Participatiewet. Een kaderwet die nadrukkelijk gemeenten positioneert als centrale regie- en uitvoerder die verantwoordelijk is om al haar burgers en iedereen met een afstand tot de arbeidsmarkt zo snel als mogelijk weer een passende plek te geven in een zo regulier mogelijke arbeidsomgeving. Iets dat naadloos aansluit op de hetgeen de WAA-organisatie vanaf 2018 beoogd in haar missie, visie, strategie en uitvoering. De krimp in SW en de oplopende economy-of-scale effecten bij WAA, in samenhang met de uitdagingen waarvoor gemeenten over de volle breedte staan vanuit de Participatiewet én de parallellen die meer en meer zijn tussen WSW en de andere doelgroepen binnen die Wet, hebben tot een oplopend besef geleid bij alle stakeholders dat doorgaan op de oude voet niet houdbaar is. En hebben ertoe geleid dat het Schap en de gemeente Venlo, als centrumgemeente, obv het strategische Plan Samen Verder! vanaf 1-1-2023 voor een andere WSW uitvoeringsstructuur met een gewijzigde financieringsopzet gekozen hebben. Vanaf 1-1-2023 zijn de deelnemende gemeenten direct zélf financieel volledig verantwoordelijk voor het totale subsidieresultaat WSW (= werkgeverskosten WSW t.o.v.
rijksbijdrage WSW c.a.) en dan niet alleen zoals t/m 2022 voor sec de ‘beschutte groep’ WSW, maar vanaf 1-1-2023 voor de hele groep WSW’ers. Tevens zal na 2022 en wel vanaf 1-1-2023 onveranderd WAA Groep nv, en indirect daarmede de gemeente Venlo als nieuwe 100% eigenaar hiervan, en dus niet meer het Schap, volledig verantwoordelijk zijn voor het operationele resultaat dat voortvloeit uit de plaatsing en begeleiding van ‘niet beschutte’ WSW medewerkers. - 14 -
De rol van het Schap verandert daarmee definitief ook in financieel opzicht van een breed uitvoerend en risicodragend Shared Service Centre voor de integrale aansturing én uitvoering van de WSW t/m 2022, naar een kleine publiekrechtelijke samenwerking van gemeenten en een organisatie die gezamenlijk namens haar deelnemende gemeenten de WSW administratie inkoopt bij WAA Groep nv, regie voert en toezicht houdt op de uitvoering van sec de WSW regeling vanaf 2023. Het Schap zal dan ook vanuit haar nieuwe rol en beperktere andere verantwoordelijkheden vanzelfsprekend ook een beperktere exploitatie hebben. Vanaf de 1e Begrotingswijziging 2023 van het Schap zijn de contouren hiervan zichtbaar. In deze Primaire Begroting 2027 zijn deze contouren verder doorgezet. Met de nieuwe afspraken uit Samen Verder! staat er een nieuwe structuur voor het uitvoering geven aan de WSW in de regio Venlo e.o. die een goede basis biedt om de WSW zowel kwalitatief als kwantitatief ook komende jaren tegen maatschappelijk verantwoorde kosten, en met voldoende oog en oor voor alle mensen die in de regio vanuit de WSW zijn aangewezen op passende arbeid, uit te kunnen voeren. Daarmede is een degelijke, transparante maar ook voor de nabije toekomst solide nieuwe basis gelegd voor alle stakeholders. Een basis voor deze Primaire Begroting nu.
Financiële samenvatting Zoals al aangegeven, zijn vanaf 1-1-2023 de resultaten van WAA Groep nv niet meer direct ge- en verbonden aan en derhalve losgekoppeld van de exploitatie van het Schap. Er is derhalve vanaf dat boekjaar geen sprake meer van een zgn. overall en geconsolideerd WAA resultaat maar nog sec en alleen sprake van een aparte WSW exploitatie voor sec het Schap. De kosten voor uitvoering van de WSW door het Schap over 2027 ad € 514.000 worden voor een bedrag van € 319.000 gedekt door een vergoeding van gemeenten voor de WSW dienstverlening voor dat jaar. Het resterende begrote exploitatietekort voor 2027 van € 195.000 zal worden gedekt door een bijdrage uit de bestemmingsreserve frictie voor de fictiekosten ad € 95.000 en een vrijval uit deze bestemmingsreserve ad € 100.000 Voor een toelichting verwijzen we naar paragraaf 3 van deze begroting. Voor 2027 wordt o.b.v. de verdeelsleutels over 2025, onderstaande kosten voor de uitvoering van de WSW door het Schap naar de afzonderlijke deelnemende gemeenten geraamd: Totaal gemeentelijke tekortfinanciering (in € x 1.000) Beesel Bergen Venlo Totaal deelnemende gemeenten (netto bijdrage)
2027 2026 primaire begroting begroting na 1e wijz. 28 18 38 24 253 158 319
200
2026 2025 begroting werkelijk voor wijz. 17 16 22 21 150 142 189
179
Realisatie van doelmatigheid en rechtmatigheid Een basishouding en natuurlijk uitgangspunt voor een publiekrechtelijke organisatie als WAA is dat zij in al haar doen en laten bij de uitvoering van haar publieke taak altijd en overal doelmatig en rechtmatigheid handelt. Dit geldt voor zowel de wettelijke als ook in de uitvoering van alle andere (overheids-)taken die door de participanten in de regeling bij haar zijn neergelegd.
1. Doelmatigheid Doelmatig opereren ten aanzien van haar sociale opdracht betekent voor WAA het maximaal invullen van de taakstelling voor haar gemeenten. Het Schap heeft, evenals in voorgaande jaren, ook in 2025 op dit aspect binnen haar mogelijkheden maximaal invulling gegeven aan haar doelstelling en derhalve op dit punt doelmatig gehandeld. - 15 -
Doelmatigheid veronderstelt ook dat alle toegewezen taken binnen de gestelde kaders adequaat worden uitgevoerd met inachtneming van alle vigerende (wettelijke) kaders en tegen voor deze participanten aanvaardbare kosten. Hiertoe zijn in het kader van doelmatigheid vanaf 2017 onderstaande in “Samen Groeien” tot en met in de in 2023 geactualiseerde koers Samen Verder! bevestigde, verankerde randvoorwaarden opgenomen: •
•
•
De werkwijze van het WAA-bedrijf moet sober en doelmatig zijn: de uitgaven worden hierop aangepast. Daar waar expertise of andere vormen van ondersteuning noodzakelijk is, wordt contact gezocht met de drie deelnemende gemeenten; vacatures zouden dan ook over en weer kunnen worden uitgewisseld. WAA dient zo min mogelijk langlopende financiële verplichtingen aan te gaan. Daar waar dit onverhoopt toch aan de orde zou kunnen en moeten zijn vanuit bedrijfsvoering, wordt dit vooraf besloten door het Bestuur in en na samenspraak met de deelnemende gemeenten. Dit om eventuele staartverplichtingen als gevolg van een mogelijke mismatch tussen eisen en wensen van een sterk krimpende WAA-organisatie en kosten uit lopende contracten en investeringen te minimaliseren. Binnen de huidige financiële positie van zowel WAA als gemeenten is vanaf 2017 een substantieel bedrag inzetbaar gemaakt en geoormerkt om de eventuele frictiekosten te dekken om de beoogde transitie vanaf 2018 in de uitvoering bij WAA Groep nv mogelijk te maken. De gehele ombouw en transitie van WAA is vanaf 2018 met verve ter hand genomen en zal komende jaren verder gecontroleerd en geconditioneerd gebeuren met oog voor organisatorische en financiële stabiliteit en continuïteit van de organisatie WAA Groep én haar participanten.
Inzet van eigen én aparte frictiemiddelen moet gebeuren rekening houdende met en binnen de bestaande financiële mogelijkheden van zowel WAA als de deelnemende gemeenten en onder genoemde randvoorwaarden.
WAA Venlo e.o. is en blijft ten aanzien van doelmatigheid jaarlijks streven naar evenwicht tussen doel en de hieraan verbonden kosten en bijdragen, onder regie en toezicht en in samenwerking met de deelnemende gemeenten. Doelmatigheid is en blijft altijd voor WAA van belang en zal intern periodiek worden gemeten en getoetst aan de hand van vooraf benoemde prestatie-indicatoren. Via jaarrekeningen, begrotingen, kwartaalberichten, maandrapportages en maandelijkse dashboards worden periodiek alle voor de sturing en bedrijfsvoering relevante indicatoren op een eenduidige en transparante wijze periodiek aan alle belanghebbenden bij WAA gepresenteerd. Naast eigen indicatoren wordt doelmatigheid bij het Schap en haar uitvoeringsorganisatie WAA groep nv jaarlijks getoetst door de gerealiseerde doelen en de daarbij behorende kosten voor de uitvoering van de WSW af te zetten tegen beschikbare branchegegevens. Dit, tezamen met een duidelijke periodieke (interne) verantwoording en toelichting op resultaten en van nature ingebouwde interne en externe controles, zorgt voor een informatieverzorging die de vereiste (bestuurlijke) transparantie waarborgt. WAA heeft altijd al doelmatigheid hoog in haar vaandel staan en zal op dit punt de ingezette lijn blijven volgen.
2. Rechtmatigheid Rechtmatigheid is te zien als “handelt binnen vigerende wettelijke kaders én bestuurlijke beleids- en richtlijnen zoals die door haar Bestuur resp. deelnemende gemeenten zijn geformuleerd”. Rechtmatigheid veronderstelt ook te allen tijde integer zijn in al het doen en laten. Ook dit is voor een publieke organisatie als WAA een must en een vanzelfsprekendheid. Bij rechtmatigheid hoort ook het adequaat afleggen van verantwoording naar alle participanten, transparantie in doen en laten . Dit zijn de uitgangspunten voor al het handelen en doen en als zodanig benoemd door WAA. Omdat het afleggen van verantwoording en transparantie voor WAA altijd al van groot belang was en ook blijft, en het Schap het belang van Sisa (single information single audit) en de informatie die hieruit naar voren kwam, onverminderd onderschrijft, zijn - ondanks het ontbreken van een wettelijke verplichting hiervoor - in 2024 wederom de van toepassing zijnde Sisa-gegevens door WAA integraal opgenomen in de jaarstukken. - 16 -
Vanaf 2024 is het een zaak van het Dagelijks Bestuur om te controleren en aan te geven of is voldaan aan de eisen van financiële en sociale rechtmatigheid. Ondanks de Bestuurlijke (eind)verantwoordelijkheid, blijft de accountant maar ook de Provincie als toezichthouder hierop mede toetsen. Primair wordt rechtmatigheid getoetst, via een door het Algemeen Bestuur van het Schap jaarlijks vast te stellen controleprotocol, aan vigerende wet- en regelgeving en o.b.v. (financiële) Schaps-verordeningen annex artikel 212 en 213 van de gemeentewet, interne richtlijnen en procedures, waarbij onderstaande items richtinggevend zijn: • De financiële rechtmatigheid wordt getoetst door te controleren in hoeverre alle uitgaven binnen de kaders van de genoemde wettelijke regelingen vallen én of deze passen binnen wettelijke bepalingen voor verslaggeving (gemeentelijke comptabiliteitsvoorschriften), financiering (wet FIDO), etc. Vanaf den beginne heeft WAA steeds ruimschoots aan de gestelde rechtmatigheidseisen voldaan en ook in 2024 was dit het geval. WAA blijft er ook in de toekomst naar streven om steeds aan deze eisen te voldoen maar kan geen garantie hiervoor geven. Dit omdat het Rijk jaarlijks wet- en regelgeving aanpast zonder rekening te houden met praktische (on)mogelijkheden. Hierdoor is het risico van subsidiekorting altijd latent aanwezig.
• De sociale rechtmatigheid wordt getoetst door te controleren of WAA heeft voldaan aan de personele eisen zoals die door het Rijk in de WSW heeft neergelegd. De accountant en de Provincie hebben in 2024 en 2025, wederom, vastgesteld dat ook op dit punt de WAA-organisatie voldoet aan de wettelijke resp. administratief-organisatorische eisen die op dit punt van belang zijn. WAA richt zich vanaf 2014 volledig en sec op de uitvoering van de WSW en blijft dit vooralsnog onverminderd doen. De resultaten (i.c. kosten en opbrengsten) die door WAA gegenereerd worden, worden geclassificeerd als volledig publiekrechtelijk. De publieke activiteit van WAA vloeit namelijk per definitie voort uit de WSW.
Voorstel tot vaststelling van de begroting Het Dagelijks Bestuur stelt aan het Algemeen Bestuur voor deze begroting vast te stellen.
- 17 -
Begroting Programmaverantwoording Algemeen Het Schap kent in zijn begroting en jaarrekening één programma. Dit is het programma Sociale werkvoorziening. Alle processen van het Schap, inclusief alle ondersteunende processen zoals bestuur, financieel en operationeel beheer e.d. zijn gericht op dit programma zijnde het verzorgen van de uitvoering WSW voor de deelnemende gemeenten. Nadrukkelijk dient, idem als in alle jaarrekeningen en begrotingen vanaf 2018, ook in deze begroting 2025 rekening gehouden te worden bij elke vergelijking over de jaren vanaf 2018 ten opzichte van alle jaren t/m 2017 van de kerncijfers, exploitatie e.d. van WAA op totaalniveau over de jaren vanaf 2018 en verder, dat de totale SW-populatie waarvoor WAA de WSW uitvoert, vanaf 2018 fors lager is dan in voorgaande jaren. Er is nl. vanaf 1-1-2018 geen sprake meer van een integrale maar van een deeluitvoering van de WSW voor de gemeenten via WAA. Dit omdat gemeenten vanaf 1-1-2018 zélf aan de lat staan voor de uitvoering van het ‘beschutte deel’ van WSW. Vanaf 1-1-2023 en verder gelden o.b.v. nieuwe Bestuurlijke afspraken onder Samen Verder! weer andere financiële afspraken en verhoudingen tussen het Schap en haar participanten. Hierdoor zijn de resultaten tot en met 2022 resp. begroting voor wijziging 2023 en die vanaf begroting 2023 na wijziging en verder niet 1 op 1 meer inhoudelijk vergelijkbaar.
Ook hiermede dient in alle vergelijkende cijfers vanaf 2023 ten opzichte van oudere jaren c.a. nadrukkelijk rekening gehouden te worden! Programma Sociale werkvoorziening 1. Algemeen Onder de nieuwe Participatiewet is het wettelijke kader voor de uitvoering van WSW van vóór 2015 ook daarna onveranderd doorgezet. Hierbij ligt en blijft regie, uitvoering en financiering van de WSW onveranderd bij de individuele gemeenten. Het Schap is - en blijft dat vooralsnog onder voorbehoud van verandering hierin o.a. door het lopende onderzoek Samen Verder! naar een andere uitvoeringsmodaliteit - als Gemeenschappelijke Regeling door haar gemeenten integraal aangewezen als uitvoerder van de WSW. Zij heeft primair als taak de uitvoering van de WSW voor, door en namens de deelnemende gemeenten te verzorgen, hen te ondersteunen bij het invullen van hun WSW taakstelling en fungeert als Shared Service Center en als gemeenschappelijke werkgever voor WSWdienstbetrekkingen voor en namens haar deelnemende gemeenten. Vanaf 1-1-2023 zijn de deelnemende gemeenten direct zélf financieel en volledig verantwoordelijk voor het totale subsidieresultaat WSW (= werkgeverskosten WSW t.o.v. rijksbijdrage WSW c.a.). En dan niet alleen zoals t/m 2022 voor sec de ‘beschutte groep’ WSW, maar vanaf 1-1-2023 voor de gehele groep WSW’ers.
Tevens is vanaf 1-1-2023 WAA Groep nv, en indirect daarmede de gemeente Venlo als nieuwe 100% eigenaar hiervan, en dus niet meer het Schap, volledig verantwoordelijk voor het operationele resultaat dat voortvloeit uit de plaatsing en begeleiding van de ‘niet beschutte groep’ WSW medewerkers. De rol van het Schap is daarmee definitief ook veranderd in financieel opzicht; van een breed uitvoerend en risicodragend Shared Service Centre voor de integrale aansturing én uitvoering van de WSW t/m 2022, naar een kleine publiekrechtelijke samenwerking van gemeenten en een organisatie die gezamenlijk namens haar deelnemende gemeenten de WSW administratie inkoopt bij WAA Groep nv, regie voert en toezicht houdt op de uitvoering van sec de WSW regeling vanaf 2023. Het Schap heeft dan ook vanuit haar nieuwe rol en beperktere andere verantwoordelijkheden vanzelfsprekend ook een beperktere exploitatie vanaf 2023.
- 18 -
2. Sociaal beleid In de beleidsvisie van het bestuur is aangegeven welke doelstellingen het Schap nastreeft. Op sociaal gebied zijn deze doelstellingen onveranderd ten opzichte van vorige jaren en vertaald in concreet meetbare termen als: • een beleid gericht op plaatsing van WSW-medewerkers in het reguliere bedrijfsleven, rekening houdend met de individuele wensen en mogelijkheden van eenieder; • optimale invulling van de jaarlijks door het Rijk aangegeven taakstelling. Plaatsingen, in- en uitstroom Het verloop van het totaal aantal geplaatste fte WSW (incl. Begeleid werken) is als volgt: Aantal fte Beginstand Bij: instroom Af: uitstroom Eindstand Uitstroom in %
2027* 388,2 -29,0 359,2 -7,5%
2026* 429,0 0,0 -40,8 388,2 -9,5%
2025* 461,1 0,0 -32,1 429,0 -7,0%
2024 493,7 0 -32,6 461,1 -6,6%
2023 537,1 0,0 -43,4 493,7 -8,1%
*) 2023 en 2024 werkelijk, 2025 volgens laatste cijfers, 2026 en 2027 volgens begroting
Vanaf 2015 is de eindstand van t-1 en de actuarieel berekende uitstroom per gemeente leidend voor de jaarlijkse subsidievaststelling WSW van de afzonderlijke gemeenten voor de komende perioden. Wachtlijst Vanaf 1-1-2015 zijn alle WSW-wachtlijsten opgeheven omdat vanaf die datum ook geen instroom meer mogelijk is vanaf een wachtlijst in de WSW. Taakstelling WSW en realisatie WAA zal, conform de beleidsdoelstellingen, evenals in 2026 ook in 2027 en volgende jaren de aan haar door individuele gemeenten toegewezen WSW-populatie conform de kaders van de WSW voorzien van passende arbeid. 3. Financieel beleid Het jaarlijks kostenniveau van het Schap is in jaren 2026 en 2027 begroot op ca. € 500.000. Voor die jaren is hierbij jaarlijks een vergoeding van afgerond ongeveer € 200.000 tot € 300.000 van gemeenten voor de dienstverlening WSW door het Schap begroot. Dit omdat het Schap in de jaren 2026 en 2027, idem als voorgaande jaren, het overige deel onttrekt uit de bestemmingsreserve frictie ter dekking van de frictiekosten en daarbovenop € 200.000 voor 2026 én € 100.000 in 2027 zal inzetten ter mitigering van de gemeentelijke kosten middels een structurele vrijval uit het verwachte structurele overschot in de bestemmingsreserve frictie. De begroting 2027 van het Schap sluit uiteindelijk met een tekort van € 195.000.
In lijn met bovenstaande zal het tekort voor 2027 worden gedekt door: • een onttrekking van € 95.000 uit de bestemmingsreserve ter dekking van frictiekosten over 2027; • een vrijval van € 100.000 van de bestemmingsreserve, dit uit hoofde van bestuursbesluiten tm 2026 dat een overschot op bestemmingsreserve Frictie over de jaren 2023 tot en met 2028 wordt ingezet ter dekking van eventuele exploitatietekorten van het Schap resp. ter mitigering van de gemeentelijke uitvoeringskoeten WSW over die jaren. Na 2028 zullen de kosten van het Schap geleidelijk oplopen richting € 700.000. Door het wegvallen van de jaarlijkse vrijval van overschotten uit de bestemmingsreserve, zullen de vergoedingen van de gemeenten dan oplopen naar een nieuw structureel niveau van jaarlijks ongeveer € 500.000. Het totale weerstandvermogen van Schap is en blijft jaarlijks vanaf 2025 op een stabiel niveau van ruim € 1 mio en zit dan daarmede ook iets boven het bestuurlijk bepaalde minimum niveau ad € 0,5 - 19 -