CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Primaire begroting 2022 WAA Schap

Gemeenteraad 8 juni 2021, gemeente BergenBij agendapunt: Zienswijze begroting 2022 WAA;19.426 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Sterker nog: als het Rijk niet vanaf 2014 subsidiekortingen op de Wsw zou toepassen, zou er al vanaf 2015 geen sprake zijn van een tekort bij WAA en zou de organisatie zonder gemeentelijke tekortfinanciering draaien! Onderstaand is de ontwikkeling van het subsidieresultaat middels de verhouding tussen de rijksbijdrage en de Wsw-loonkosten in de tijd weergegeven in de vorm van de subsidieratio: Jaar Swlandelijk

2015

2016

2017

2018

2019* 2020* 2021* 2022* 2023* 2024* 2025*

0,94

0,89

0,87

0,86

0,85

nnb

nnb

nnb

nnb

nnb

nnb

WAA

0,96

0,91

0,90

0,88

0,88

0,87

0,87

0,88

0,88

0,90

0,91

**) subsidieratio = (Rijksvergoeding minus aandeel Wsw subsidie begeleid werken) / loonkosten Sw (afgerond op 3 decimalen). Een ratio < 1 geeft aan dat de rijksvergoeding niet voldoende is om de loonkosten Sw te dekken. *) 2020 volgens prognose, 2021 t/m 2025 volgens begroting.

- 22 -

Het verloop van de subsidieratio is als volgt:

Uit bovenstaande grafiek blijkt dat de subsidieratio vanaf 2015 t/m 2018 fors daalde, dit a.g.v. een stijging van de loonkosten Wsw a.g.v. Cao én door verder oplopende korting op de rijksbijdrage Wsw. De lichte verbetering in 2019 was een gevolg van terugontvangen rijksbijdrage Wsw over voorgaande jaren i.v.m. beter dan verwachte resultaten van SMO/OGVO. Pas vanaf 2022 zal de subsidieratio naar verwachting gaan stijgen, doordat de rijksbijdrage Wsw per SE hoger zal zijn dan de verwachte loonstijging per fte. Vanaf 2020 heeft het Rijk de kortingen op de rijksbijdrage beëindigd. Dit compenseert nog niet de toegepaste kortingen over voorgaande jaren, maar zal wel zorgen voor een hogere basis waarover indexatie plaatsvindt. Hierdoor stijgt de subsidiequote weer vanaf 2022 maar blijft nog ruim onder 1, en daarmee structureel op een lager en niet kostendekkend niveau. Naast het subsidieresultaat is ook het operationele resultaat bij WAA groep nv relevant voor het totaalresultaat van de gehele entiteit WAA. Hieronder valt de aard en omvang van de opbrengsten voor verkochte diensten én de hieraan verbonden bedrijfskosten. Daarbovenop is het ook van belang in hoeverre een Sw-organisatie succesvol is bij het buiten plaatsen van cliënten middels Begeleid Werken.

En ten slotte zijn de kapitaallasten en overheadkosten van belang die weer afhangen van hoe en op welke wijze de invulling van overhead en de financiering van een organisatie vorm en inhoud is gegeven.

*) voorlopige cijfers - 23 -

Door de koerswijziging Samen Anders! heeft WAA groep nv dit operationele resultaat vanaf 2018 positief kunnen ombuigen, echter onvoldoende om het sterk oplopende subsidietekort te compenseren. Evenals 2019 zal ook 2020 naar verwachting nog een positieve uitschieter opleveren door (t.o.v. voorgaande jaren) niet structureel gereduceerde kosten, m.n. van regulier personeel. Wat betreft 2020 dient hierbij te worden opgemerkt dat door de coronacrisis de omzet daalde t.o.v. 2019, maar dit werd gecompenseerd door een incidenteel hogere rijksbijdrage Wsw aan het Schap, die (conform bestuursbesluit) volledig aan WAA groep nv ten goede kwam. Door de inkrimping van de reguliere bezetting t/m 2020 is een té grote druk op de case load ontstaan, waardoor vanaf 2021 een structureel hogere bezetting wenselijk (en begroot) is. Hierdoor zal het bijbehorende kostenniveau meer op een stabiel regulier niveau komt. Vooral hierdoor zal het operationele resultaat van WAA groep nv vanaf 2021 dalen t.o.v. 2019 en 2020. Om negatieve gevolgen van de coronacrisis én eventuele bezuinigingen van het Rijk vanaf 2021 op te kunnen vangen, wordt er (vooralsnog) bij WAA overall (Schap + WAA groep nv c.a.) een bufferresp. weerstandsvermogen aangehouden van totaal €4,0 mio tot eind 2025, d.w.z. €1 mio hoger dan het eerder bestuurlijk vastgesteld weerstandvermogen.

Dit vermogen dient ervoor om eventuele verdere gevolgen van de economische teruggang a.g.v. de coronacrisis en/of bezuinigingen op reintegratiebudgetten bij klanten op het exploitatieresultaat van WAA en haar uitvoeringsorganisatie in eerste instantie en in beperkte mate zelf te kunnen opvangen. Het is de bedoeling dat hiermede extra, onverwachte gemeentelijke tekortfinanciering zoveel mogelijk wordt voorkomen, maar nadrukkelijk dient gezegd te worden dat dit niet uitgesloten kan worden. 4. Uitgangspunten voor de jaarbegroting en meerjarenbegroting De verwachting t.a.v. het sociale en financiële beleid voor het volgend jaar wordt in de jaarbegroting vertaald, en voor de komende vier jaar in de meerjarenbegroting. Beide begrotingen zijn gebaseerd op de uitgangspunten zoals die onderstaand worden aangegeven. Deze uitgangspunten zijn gestoeld op bedrijfsspecifieke, regionale en landelijke ontwikkelingen die verwacht worden en zichtbaar zijn op het gebied van gesubsidieerde arbeid in het algemeen en de sector Sociale Werkvoorziening in het bijzonder. Door de reeds genoemde 100% aandeelhoudersrelatie van het Schap met WAA groep nv zijn de begrote resultaten van de NV, en de uitgangspunten hiervoor, direct van belang voor de begrotingen van het Schap. De jaar- en meerjarenbegrotingen van het Schap en WAA groep nv zijn gebaseerd op de volgende uitgangspunten: 1. M.i.v.

1-1-2015 is de nieuwe Participatiewet in werking getreden. De aparte regelingen WWB, Wsw, Wajong en AWBZ dagbesteding ca. zijn samengevoegd tot één koepelregeling. De nieuwe wet is primair gericht op plaatsing van eenieder die, al dan niet tijdelijk, niet actief is in de arbeidsmarkt en aangewezen is op ondersteuning van de overheid, z.s.m. en met een zeer tijdelijke, minimale ondersteuning van de overheid terug te laten keren naar de reguliere arbeidsmarkt. Vanaf 2015 is er geen instroom meer in de Wsw en worden alle mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt door gemeenten zo veel mogelijk bemiddeld naar reguliere arbeid. Voor diegene waar dit niet mogelijk voor is, zorgen gemeenten zélf – al dan niet via regionale werkbedrijven - voor passende activiteiten voor deze groepen. WAA staat alleen aan de lat voor de uitvoering van de Wsw. 2. O.b.v. het strategisch plan “Samen Anders!” 2015 - 2020 zijn alle activiteiten voor eigen risico en rekening van WAA inmiddels afgebouwd t.g.v. externe plaatsingen van Wsw-capaciteit voor en onder regie van derden. Activiteiten met relatief weinig raakvlak met onze Wsw-bezetting zijn vervreemd. 3. De beschutte groep Sw-medewerkers met een lagere loonwaarde (<30%) is vanaf 2018 in zijn geheel door de gemeenten zelf overgenomen, incl. alle financiële resultaten hierop, en door WAA in zijn geheel afgebouwd.

In de financiële exploitatie vanaf 2018 zijn de effecten hiervan zowel in operationele zin als qua frictie opgenomen en financieel op hoofdlijnen vertaald in zowel de jaarals meerjarenbegroting. 4. Bij de ombouw en krimp van de organisatie en vervreemding resp. afstoten van activiteiten is rekening gehouden met frictiekosten bij WAA groep nv. In lijn met Samen Anders! geldt hierbij dat voor personele en contractuele frictie een uitloopperiode van 1 jaar en voor infrastructurele - 24 -

frictie een 2-jaarstermijn wordt gehanteerd. Zie ook onder 6. 5. Voor het budgetvolume Wsw geldt als uitgangspunt een taakstelling voor 2022 van 414,2 SE ofwel 409,8fte (incl. Begeleid werken en excl. Werken in buurten). Doordat vanaf 2015 geen instroom meer plaatsvindt daalt de gemiddelde bezetting Wsw naar verwachting t/m 2025 jaarlijks met gemiddeld 4%, naar een niveau van 366,6 fte in 2025. Deze verwachte uitstroom is hoger dan in voorgaande begrotingen verwacht, o.a. door toenemende uitstroom a.g.v. uitval van Wsw-ers, die hierdoor instromen in WIA. 6. De bezetting regulier personeel volgt wat betreft het directe personeel de bezetting Wsw per activiteit volgens vooraf benoemde case loads. Het indirect reguliere personeel wordt afgebouwd naar rato van de afname van de Wsw-bezetting, behoudens daar waar de dienstverlening van de WAA aan doelgroep, klanten en/of deelnemende gemeenten onder een kritische grens dreigt te komen. De kosten van door deze krimp naar verwachting boventallig wordend regulier ambtelijk personeel zijn in 2022 (evenals 2021), rekening houdende met een uitplaatsing- c.q. pensioneringtermijn van gemiddeld 5 jaar, als frictiekosten begroot. Met een evt. mismatch tussen boventallig en benodigd personeel is geen rekening gehouden. Daar waar mogelijk is wel met pensionering rekening gehouden.

Tevens is rekening gehouden met een voorrangsregeling voor WAA-personeel voor plaatsingen van werkleiding voor begeleiding van andere doelgroepen dan Wsw in Huizen van de Wijk in de gemeente Venlo. Ook wordt WAA-personeel geheel of gedeeltelijk ingezet bij andere collega-SW-bedrijven. Vooralsnog zien we, rekening houdend met de genomen maatregelen en n.a.v. een “vlootschouw” met de huidige bezetting, geen directe mismatch ontstaan bij regulier personeel. Onderstaande grafiek toont de verhouding Wsw/regulier personeel. De bezetting regulier personeel daalde in 2017 t.o.v. 2016 nog relatief meer dan het aantal Wsw. Door de overname van de activiteit Werken in buurten door de deelnemende gemeenten daalde deze verhouding in 2018, maar vanaf 2019 stijgt deze weer door relatief meer afbouw van de formatie regulier personeel t.o.v. de krimp van de Wsw-bezetting. In 2020 bleek dat deze daling (te) fors was, en vanaf 2021 zal de formatie regulier t.o.v. Wsw jaarlijks op een, weliswaar nog steeds krimpend, maar wel stabieler en meer gewenst en vereist niveau zijn, waardoor de verhouding weer (licht) zal dalen.

Naast de krimp in regulier personeel, vindt er vanaf 2017 met de krimp van WAA én de vervreemding van activiteiten, parallel ook gestaag een afbouw plaats van indirect personeel. Vanaf 2019 stijgt de verhouding direct/indirect verder door de afslanking van de interne (staf)organisatie. Dit omdat m.n. indirecte functies zijn vervallen door de laatste uitfasering van de gevolgen door de vervreemding van activiteiten (waardoor minder ondersteuning - 25 -

noodzakelijk is), de eerste gevolgen van de ingezette finetuning van processen en een reallocatie van activiteiten én door de inzet van beschutte medewerkers (die zoals al vermeld sinds 2018 niet meer onder verantwoordelijkheid van WAA vallen) in indirecte functies. Vanaf 2021 is een keerpunt en daalt de verhouding direct/indirect a.g.v. het bereiken van de bodem van het noodzakelijke minimum aantal indirecten (economy of scale-effect). Dit is te zien in onderstaande grafiek:

In onderstaande grafiek wordt nogmaals in een meerjarenperspectief de ontwikkeling van de bezetting (gemiddeld per jaar) Wsw en regulier personeel weergegeven:

In bovenstaande grafiek is zichtbaar dat: • vanaf 2015 de reguliere bezetting sterk daalt door de vervreemding van activiteiten en de organisatieombouw a.g.v. Samen Anders! Vanaf 2020 is dit proces afgerond en is nog slechts sprake van een lichte daling die ongeveer parallel loopt aan de uitstroom van Wsw; • vanaf 2015 de Wsw-bezetting daalt doordat geen instroom meer plaatsvindt; • vanaf 2018 de Wsw-bezetting van WAA sterk daalt door de overname van de uitvoering van de beschutte groep door de deelnemende gemeenten. - 26 -

7. De gehele doelgroep Wsw is op basis van een IOP (Individueel OntwikkelingsPlan) gescreend en ingedeeld op basis van loonwaarde. Hierbij is een onderscheid gemaakt tussen Wsw-ers met een verwachte loonwaarde die hoger is dan de te verwachten individuele begeleidingskosten (de z.g. “blauwe” of niet-beschutte groep) en Wsw-ers waar dit waarschijnlijk niet het geval is (de z.g. “gele” of beschutte groep). De blauwe groep is zoveel mogelijk extern geplaatst als Detacheringen, Begeleid werken of in Werken op locatie. De gele groep is door de deelnemende gemeenten zelf zoveel mogelijk geplaatst via het concept “Werken in buurten”. In onderstaande grafiek is het verloop van de blauwe en gele groep zichtbaar van 2017 t/m 2025. Hierin is ook het aantal participatiebanen weergegeven dat bij WAA van 2017 t/m 2020 was geplaatst. Deze zijn vanaf 2021 niet begroot.

8. Door de rijksbezuinigingen is de reguliere rijkssubsidie Wsw per SE (= totaal excl. covidbijdrage), rekening houdend met jaarlijkse compensatie LPO, van 2016 t/m 2019 slechts licht gestegen: van € 25.457 in 2016 naar € 25.906 in 2019. In 2020 is deze onverwacht (en niet begroot) fors gestegen naar €27.016 (=4,3% meer t.o.v. 2019). Deze stijging zal zich in de komende jaren naar verwachting voortzetten: in 2021 naar €28.086 (=4% meer t.o.v. 2020). Van 2016 t/m 2019 zijn de loonkosten meer gestegen dan de rijksbijdrage. Vanaf 2020 zal de rijksbijdrage Wsw per SE naar verwachting meer stijgen dan de loonkosten Wsw per fte. In onderstaande grafiek is te zien dat het subsidietekort (= minder rijksbijdrage dan loonkosten Wsw) stijgt t/m 2019 en weer afneemt vanaf 2020, doch dan nog steeds fors hoger is dan in de jaren t/m 2016:

- 27 -

9. De stijging van de loonkosten van het reguliere personeel is van 2022 t/m 2025 begroot op 2% per jaar. Evenals bij de SW-lonen is in de begroting hierbij ook rekening gehouden met jaarlijks louter koopkrachtbehoud. 10. De afbouw van de WAA-activiteiten en -organisatie a.g.v. het transformatieproces Samen Anders! is ultimo 2018 “uitgetrild” waardoor de infrastructurele kosten (huisvesting, en aanverwante kosten) en overige bedrijfskosten (lease vervoermiddelen, algemene kosten, verkoopkosten) vanaf 2019 een fors lager en vrij stabiel verloop hebben:

De infrastructurele kosten en de overige bedrijfskosten blijven in 2022 op het niveau van 2020 en 2021. In 2019 waren de overige bedrijfskosten incidenteel op een laag niveau. Vanaf 2020 stijgen deze door een hoger huurtarief voor het gebouw aan de Prinssessesingel in Venlo, en door inhuur van salarisadministratie bij derden i.p.v. door eigen regulier personeel, zoals dit tot 2020 het geval was. 11. De verwachte stijging van het algemeen prijspeil is vanaf 2021 t/m 2024 2% per jaar. 12. In de meerjarenraming is rekening gehouden met de meest recente prognoses van het CPB (okt. 2020). Het BBP daalde in 2020 met 5% t.o.v. 2019 door de coronacrisis. In 2021 twee mogelijke scenario’s: a) geen 3e lockdown => groei met 3,5% t.o.v. 2020; b) wel 3e lockdown => verdere daling met 4%. Pas vanaf 2022 herstel. In de 1e begrotingswijziging 2021 en in deze primaire begroting 2022 is met beide scenario’s als volgt rekening gehouden: • In het begrote resultaat 2021 is een extra voorzichtigheidsbuffer van €300.000 in de toegevoegde waarde opgenomen. • In het weerstandsvermogen is een extra voorzichtigheidsbuffer (boven het minimale niveau ad € 3 mio) opgenomen, aflopend vanaf 2021 ad €3,7 mio tot 2025 ad €1,1 mio. 13.

In de 1e begrotingswijziging 2021 is een post onvoorzien op de toegevoegde waarde in mindering gebracht van € 300.000 om de eventuele directe gevolgen van COVID-19 in de exploitatie 2021 te kunnen opvangen. Daarnaast wordt er vanaf 2021 een hoger dan strikt noodzakelijk weerstandsvermogen voor de WAA als totaal aangehouden als achtervanger voor het geval dat…... Een eventuele compensatie hiervoor o.a. vanuit het Rijk is in 2021 als PM opgenomen. Voor 2022 en volgende jaren zijn in dit kader eventuele extra kosten én eventuele compensatie hiervoor beiden als PM opgenomen. 14. Een in enig jaar hogere gemeentelijke tekortfinanciering dan benodigd wordt toegevoegd aan de egalisatiereserve. Hogere tekorten dan de vaste gemeentelijke tekortfinanciering in enig jaar worden in mindering gebracht op de egalisatiereserve. Jaarlijks zal opnieuw het bedrag worden bekeken op basis van de dan geldende situatie en/of verwachtingen. De gemeentelijke - 28 -

tekortfinanciering was t/m 2017 gefixeerd op € 3.183.000. Als gevolg van beter dan begrote exploitatieresultaten in 2016 en 2017 én minder frictiekosten is de gemeentelijke tekortfinanciering verlaagd naar € 1,6 mio in 2018, € 1,3 mio in 2019, en € 1,6 mio in 2020. Door betere dan begrote resultaten over 2019 en 2020 wordt, volgens bestuurlijke uitgangspunten (voorkómen van een jaarlijkse zeer wisselende tekortfinanciering), de tekortfinanciering vanaf 2021 t/m 2025 gefixeerd op een stabiel jaarlijkse niveau ad € 1,1 mio. In onderstaande grafiek is het concernresultaat en de jaarlijks gemeentelijke tekortfinanciering vanaf 2016 t/m 2025 weergegeven:

15. Het (verwachte) tekort a.g.v. het negatieve concernresultaat wordt, behalve door de gemeentelijke tekortfinanciering, verder opgevangen door: a) de inzet van de bestemmingsreserve (ter dekking van frictiekosten), b) de al genoemde vrijval van de bestemmingsreserve frictie ad € 147.500 jaarlijks van 2021 t/m 2024, en c) door inzet van de vrije algemene reserves middels een zgn. egalisatiefonds resp. weerstandsvermogen. De vrije reserves van WAA Venlo e.o. en WAA groep nv tezamen bedragen eind 2020 (voorlopige cijfers) € 7,8 mio. Als gevolg van de onder 14 vermelde verlagingen van de gemeentelijke tekortfinanciering wordt dit ultimo 2020 opgebouwde weerstandvermogen tot 2025 geleidelijk afgebouwd tot € 4,1 mio, d.w.z. nog ruim boven het bestuurlijke wenselijk geachte minimaal benodigde niveau ad € 3 mio. Hiermee is nog een extra voorzichtigheidsbuffer i.v.m. mogelijke negatieve coronagevolgen aanwezig, zoals hierboven (zie 12) vermeld. Tevens is, in het licht van de komende onzekerheden t.a.v. de nieuwe ontwikkelingen, voldoende ruimte voor het opvangen van de toekomstige onzekerheden voor bestuurlijke correcties die kunnen voortvloeien uit andere koersbijstellingen. 16. Het bovengenoemde weerstandvermogen met een minimumniveau ad € 3 mio is bestuurlijk vastgelegd, in de verhouding ca. € 2,5 mio bij WAA groep nv en ca. € 0,5 mio bij het Schap.

Door verlaging van de uitvoerings- en plaatsingsbijdragen die het Schap aan WAA groep nv betaalt (2021 t/m 2025 jaarlijks gemiddeld €565.000) blijft deze verhouding in stand. Onderstaand is het (verwachte) verloop van dit weerstandsvermogen voor WAA overall (Schap incl. uitvoeringsorganisatie WAA groep nv) in de tijd x € 1.000 in relatie tot het gewenste minimumniveau aangegeven voor 2015 t/m 2025:

- 29 -

Voor de periode 2021 t/m 2025 wordt verwacht dat het beschikbare weerstandsvermogen overall nog voldoende zal zijn om eventuele onvoorziene tekorten op de gemeentelijke bijdragen af te dekken. Op basis van de genoemde uitgangspunten ziet de meerjarenbegroting er als volgt uit: 2021 1e begr. wijz.

2022 prim. begr.

2023

2024

2025

12.092

11.975

11.856

11.810

11.880

0

0

0

0

0

12.092

11.975

11.856

11.810

11.880

13.425

13.002

12.883

12.805

12.750

Reorganisatie-/frictiekosten

192

142

142

64

24

Overige kosten

448

360

328

329

331

Totaal lasten

14.065

13.504

13.353

13.198

13.105

Regulier exploitatieresultaat

-1.973

-1.529

-1.497

-1.389

-1.225

Concernresultaat

-1.973

-1.529

-1.497

-1.389

-1.225

Onttrekking bestemmingsreserve

217

142

142

64

24

Vrijval bestemmingsreserve

148

148

148

148

0

0

0

0

0

0

508

140

108

77

101

1.100

1.100

1.100

1.100

1.100

Meerjarenperspectief in €1.000 Rijkssubsidie Wsw Overige baten Totaal baten Uitvoerings- en plaatsingskst.

Toevoeging bestemmingsreserve Onttrekking vrije reserve Gemeentelijke tekortfinanciering

Onderstaand de meerjarenbegroting weergegeven in structurele en incidentele baten en lasten conform het model Begrotingsevenwicht zoals voorgeschreven door het BBV:

- 30 -

- 31 -

Balans meerjarenoverzicht Onderstaand een meerjarig overzicht van de geprognotiseerde balansposities van het Schap, waarin conform de verplichtingen vanuit de wet FIDO, zijn opgenomen de reserves en voorzieningen. Omschrijving x €1.000

Ultimo jaar 2020 2021 2022 2023 2024 2025

1. Activa 1.1 Vaste activa 1.1.1 Financiële vaste activa

5.448 5.448 5.448 5.448 5.448 5.448

Totaal vaste activa

5.448 5.448 5.448 5.448 5.448 5.448

1.2 Vlottende activa 1.2.1 Uitzettingen korter dan 1 jaar

0

0

0

0

0

0

1.2.2 Liquide middelen

4.322

200

200

200

200

200

Totaal vlottende activa

4.322

200

200

200

200

200

Totaal activa

9.770 5.648 5.648 5.648 5.648 5.648

2. Passiva 2.1 Vaste passiva Algemene reserve

300

300

300

300

300

300

Egalisatiereserve

1.237

729

589

481

404

303

Bestemmingsreserve

3.549 3.185 2.895 2.606 2.394 2.370

2.1.1 Totaal eigen vermogen

5.086 4.213 3.784 3.387 3.098 2.973

Geen voorzieningen

0

0

0

0

0

0

2.1.2 Totaal voorzieningen

0

0

0

0

0

0

Totaal reserves en voorzieningen

5.086 4.213 3.784 3.387 3.098 2.973

2.1.3 Vaste schulden langer dan 1 jaar

1.864 1.101

2.2 Vlottende passiva

2.820

Totaal passiva

9.770 5.648 5.648 5.648 5.648 5.648

451

300

150

0

334 1.413 1.961 2.400 2.675

De mutaties van de reserves zijn als volgt: x €1.000

2020 2021 2022 2023 2024 2025

Onttrekking bestemmingsreserve

-196

-217

-142

-142

-64

-24

Vrijval bestemmingsreserve

-100

-148

-148

-148

-148

0

Toevoeging / onttrekking egalisatiereserve

616

-508

-140

-108

-77

-101

Totaal

320

-873

-429

-397

-289

-125

De onttrekking van de bestemmingsreserve betreft bijdragen aan frictiekosten en projectkosten van WAA groep nv. De vrijval van de bestemmingsreserve betreft een bedrag ad €590.000 dat ultimo 2020 teveel is gereserveerd voor dekking van toekomstige frictiekosten. Dit bedrag zal conform bestuursbesluit (in december 2020) vanaf 2021 in vier jaren vrijvallen ter dekking van toekomstige exploitatietekorten van WAA Schap. Bovenstaande balansposities en het eigen vermogensniveau en verloop zijn sec van toepassing voor het Schap. Daarnaast is ultimo 2020 ook bij de uitvoeringsorganisatie en 100% deelneming van het Schap zijnde WAA groep nv een vrij beschikbaar eigen vermogen aanwezig van € 6,3 mio (o.b.v. voorlopige cijfers). Dit vermogen zal, zoals eerder is aangegeven, worden afgebouwd, en wel tot € 3,5 mio eind 2025. Tezamen met het vermogen van Schap is dit nog ruim boven het gewenste minimale weerstandsvermogen voor WAA overall van € 3 mio, waardoor binnen WAA in totaal altijd nog voldoende vermogen beschikbaar is om eventuele tekorten a.g.v. tegenvallers volledig af te dekken binnen de gestelde veiligheidsmarge van het overall weerstandsvermogen.

- 32 -

Overige paragrafen 1. Weerstandvermogen en risicobeheersing Het bestuur heeft in 2017 o.b.v. een modelmatige calculatie van het risico-/weerstandvermogen bepaald dat eventuele toekomstige positieve exploitatiesaldi tot een niveau van € € 3 mio overall (Schap en WAA groep nv) voldoende zijn als weerstandvermogen om de eerste risico’s binnen WAA zelf te kunnen opvangen. De deelnemende gemeenten zijn zich ervan bewust en zijn bereid bij grotere calamiteiten bij te (moeten) springen. Onderstaand een overzicht van de kengetallen zoals genoemd in art. 11 van BBV (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten):

De netto schuldquote en de solvabiliteit nemen af vanaf 2020 doordat het Schap jaarlijks aflost op langlopende leningen in combinatie met een afname van vrije reserves vanaf 2020, omdat de concerntekorten niet volledig worden aangevuld door gemeentelijke tekortfinanciering, en doordat de bestemmingsreserve wordt aangesproken ter dekking van frictiekosten resp. deels vrijvallen. Hierdoor verslechtert de verhouding eigen vermogen / vreemd vermogen. De exploitatieruimte blijft negatief omdat er, mede a.g.v. de hoge Wsw subsidietekorten, een blijvend tekort op de exploitatie is en vooralsnog blijft.

2. Paragraaf weerstandvermogen en risicobeheersing Het Schap kent zowel risico’s als publiekrechtelijke organisatie als risico’s vanuit het ondernemerschap omdat zij volledig aandeelhouder is in de uitvoeringsorganisatie WAA groep nv. De verschillende risico’s die het Schap loopt, zijn onderstaand weergegeven. 2.1 Risico’s voor Schap als publiekrechtelijke organisatie De risico’s die het Schap loopt als publiekrechtelijke organisatie zijn vanaf 2015 oplopende ten opzichte van voorgaande jaren. Dit als gevolg van: •

Risico: optimalisatie- en finetuning proces

Vanaf 2014 heeft het Bestuur van WAA Venlo e.o. middels “Samen Groeien” en in het verlengde hiervan “Samen Anders!” nadrukkelijk een financieel kader voor WAA bepaald. Hierin is aangegeven dat er in financiële zin een sterke verbetering van het bedrijfsresultaat vanaf 2015 t/m 2020 moet worden gerealiseerd om het effect van de oplopende kortingen op de rijksbijdrage Wsw vanaf 2015 te dempen. Al vanaf 2015 wordt deze koers van WAA jaarlijks herijkt. Zoals al aangegeven zijn per medio 2018 alle vervreemdingstrajecten incl. de vervreemding van Wsw Beschut naar gemeenten afgerond. WAA is daarmede omgevormd tot een sociaal duurzaam detacheringsbedrijf voor Wsw-ers met een loonwaarde vanaf 30% en hoger (zgn. ‘blauwe”/ niet beschutte Wsw groep). Ondanks dat via verantwoordingen en begrotingen grotendeels duidelijk is wat het financiële effect is van de herijking van de koers, blijft het evident dat het niet geheel of gedeeltelijk passend kunnen plaatsen van Wsw-ers tegen optimaal renderende condities van groot belang is voor het uiteindelijke resultaat van WAA overall. Het verder optimaliseren van het gehele proces van detacheren en van (aanvullende) maatregelen die hierbij nodig zijn, zal direct een effect hebben op de exploitatie van zowel WAA groep nv als WAA Venlo e.o., en de mate waarin dit proces slaagt is tevens een financieel risico voor WAA Venlo e.o. - 33 -

•

Risico: mogelijke herijking bestuurlijke constellatie WAA

Zoals eerder is aangegeven, zijn de gemeenten al enkele jaren bezig om te onderzoeken of en zo ja hoe, wat, waar en wanneer zij een stap wil gaan zetten om alle activiteiten voor de Participatiewet integraal en in samenhang samen te voegen. Een dergelijk proces kan en zal een risico vormen voor de continuïteit van de organisatie WAA over de volle breedte. Nog los daarvan zal een dergelijke operatie naar verwachting omvangrijk zijn, en zowel qua omvang als ook inhoudelijk complex. Eventuele externe en specialistische fiscale, juridische en personele ondersteuning zal daarbij zeker aan de orde zijn. Hiervoor zijn in 2020 beperkt middelen gereserveerd. Het zal evident zijn dat hier een risico op ontoereikendheid hiervan schuilt. Een ander gevolg van dit proces is dat de huidige WAA stil blijft staan; er wordt beperkt geïnvesteerd in het gereedschap (o.a. ICT) en de organisatie. Beperkt investeren geeft een risico van bijblijven maar niet ontwikkelen, en derhalve stilstand. Stilstand is achteruitgang, zeker in de dynamische omgeving waarin WAA opereert. Ook hier is een latent risico aanwezig dat steeds pregnanter wordt naarmate finale besluitvorming rond dit thema uitblijft en de toekomst langer en langer onzeker blijft.

Een risico op een organisatie die straks zover achterloopt dat alleen met extra grote inspanningen weer aansluiting gevonden kan worden bij het dan geldende heden. Als dat dan überhaupt nog lukt…. Dit risico is eind 2019 ook nadrukkelijk benoemd door onze externe accountant in een bestuurlijke toelichting bij haar management letter. •

Risico’s uit hoofde van de Wsw

Steeds meer zijn de financiële risico’s voor de uitvoering van de Wsw a.g.v. de doorlopende en oplopende rijksbezuinigingen vanaf 2015 tot en met 2020, vanuit het Rijk naar de SW-bedrijven resp. haar deelnemende gemeenten verlegd. Het lijkt erop dat deze beweging vanaf 2021 tot staan is gekomen maar niets is minder waar; de rijksbijdrage wordt vanaf 2021 weliswaar niet verder autonoom gekort, maar blijft wel structureel op een fors lager niveau dan oorspronkelijk het geval was. En is hiermee verre van kostendekkend ten opzichte van de verplichtingen die hierbij horen. In combinatie met de verdere uitrol van de Participatiewet, drukt dit een forse stempel op de toekomstige vorm, inhoud en financiering van de Wsw. Daarenboven is het zeker niet uit te sluiten dat de rijksbezuinigingen op de Wsw en het hele terrein van gesubsidieerde arbeid tóch verder zullen gaan dan tot nu toe is aangegeven en aangenomen. Dit omdat deze worden bepaald in een landelijke, politieke omgeving die veranderlijk is en waar maatschappelijke waarden vaker prevaleren boven bedrijfseconomische realiteit en rationaliteit. Dit is nadrukkelijk een risico voor zowel WAA als haar deelnemende gemeenten! Het zal duidelijk zijn dat álle veranderingen in de inhoud, vorm en structuur rondom de uitvoering van de Wsw over de volle breedte zowel uitvoerings- als financiële risico’s met zich mee kan brengen.

“Uitloop- en inloop-” resp. transformatierisico’s die er kunnen zijn in de volgende verbouwfase bij bestaande modaliteiten, maar ook nieuwe risico’s die nu nog niet of nauwelijks onderkend zijn en in de (nabije) toekomst manifest kunnen worden in nieuwe werkwijzen en/of structuren en uitvoeringsmodaliteiten. Daarnaast is in de Participatiewet aangegeven dat de Wsw vanaf 2015 geen instroom meer zal kennen en derhalve zal deze regeling worden afgebouwd. Door de afbouw van de Wsw krimpt de Wsw-bezetting van het Schap waardoor huidige schaalvoordelen in de uitvoering teruglopen en zelfs geheel of gedeeltelijk wegvallen waardoor de exploitatie van het Schap en/of haar uitvoeringsorganisatie WAA groep nv onder druk komt te staan. Vanaf 2018 is dit al zichtbaar en in 2019 loopt dit zgn. negatieve economies-of-scale-effect verder op. In deze begroting wordt hier rekening mee gehouden maar het is niet mogelijk alle effecten hiervan exact voor alle toekomstige jaren in te schatten. Hierdoor is en blijft dit altijd een risico. •

Risico’s naar aanleiding van gemeentelijke herindeling

Het herindelingsproces in de regio Noord-Limburg is voorlopig niet aan de orde maar daarom niet minder belangrijk. Dit proces is direct van belang voor WAA omdat een mogelijke verkleining van het Wsw-verzorgingsgebied kan leiden tot een geringer gemeentelijk draagvlak via een lager aanbod van SW-geïndiceerd personeel. Hierdoor kan de bedrijfsvoering (nog) sterker onder druk komen te staan terwijl de financiële draagkracht onder de onderneming WAA kleiner wordt. Hierdoor kunnen in de toekomst activiteiten onder druk komen te staan. De risico’s voor WAA vanuit deze optiek zijn bijna niet in te schatten maar daarom niet minder aanwezig. - 34 -

•

Demografische risico’s

Het maatschappelijk probleem van een vergrijzende samenleving is ook bij WAA een issue dat bij WAA zelfs nog sterker doorwerkt dan in de samenleving. Een analyse van het SW-personeelbestand van WAA geeft aan dat de gemiddelde leeftijd hoger is dan het gemiddelde in den lande. Een stijging van de gemiddelde leeftijd gaat gepaard met een oplopende krimp en hogere uitvoeringskosten. Hierbij valt dan onder andere te denken aan hogere loonkosten per fte (meer functie-eindlonen) en hogere prepensioenkosten en vervangingskosten doordat meer gebruik gemaakt wordt van seniorenregelingen c.a. Op nationaal niveau wordt er steeds nadrukkelijker nagedacht over en gewerkt aan diverse maatregelen om werknemers langer in het arbeidsproces te houden. In de nieuwe Cao voor zowel Wsw- als niet-Wsw-personeel is deze beweging echter slechts mondjesmaat zichtbaar: seniorenregelingen en FPU-achtige modellen worden niet om- en afgebouwd en kennen hele lange uitlooptermijnen voor zittend personeel en stimuleren zo medewerkers eerder om op relatief jonge leeftijd te stoppen met werken dan andersom. Dit omdat deze regelingen nog steeds gepaard gaan met financieel aantrekkelijke voorwaarden voor de medewerkers.

Nog los van het sterk kostenverhogende effect van deze maatregelen voor de individuele bedrijven, zal duidelijk zijn dat bovenstaande ontwikkelingen een risico vormen voor de bedrijfsvoering van WAA. •

Fiscale risico’s

Vanaf 2016 is een breed en integraal vennootschapsbelastingmodel voor publiekrechtelijke organisaties van toepassing. WAA Venlo e.o. is hierbij aangemerkt als een Gemeenschappelijke Regeling die geen winststreven heeft en die zich om die reden niet als onderneming voor de vennootschapsbelasting kwalificeert. De uitvoeringsorganisatie WAA groep nv is te zien als een overheids-nv die sec de Wsw uitvoert met haar werkactiviteiten en om die reden valt onder de vrijstellingsbepalingen van de nieuwe Wet Vpb. Beide vrijstellingen zijn eind 2017 formeel door de Belastingdienst goedgekeurd en bevestigd. De 100% dochtermaatschappijen van WAA groep nv, Beheermaatschappij Werkvoorziening Venlo bv en Vindt bv, zijn beide wel aangemerkt als formeel Vpb-plichtig, maar voeren feitelijk (momenteel) geen onderneming. Hierdoor is de materiële Vpbplicht voor deze beide bedrijven nagenoeg nihil. Ondanks dat ten aanzien van fiscaliteiten en vennootschapsbelasting e.e.a. vanaf 2017 is uitgekristalliseerd en formeel is goedgekeurd, is het altijd maar de vraag of dit ook in de toekomst zo blijft. De hele wet- en regelgeving op dit terrein is nl. nog steeds volop in beweging. Hierdoor loopt WAA (en haar deelnemende gemeenten) het risico dat in de toekomst toch ooit mogelijke overschotten van het Schap en WAA groep nv worden ‘afgeroomd’ met vennootschapsbelasting. •

Financieringsrisico’s

In de wet FIDO (Financiering Decentrale Overheid) is onder andere opgenomen dat gemeenten en gemeenschappelijke regelingen in hun begroting een treasurystatuut moeten opnemen, waarin een uiteenzetting wordt gegeven van de risico´s met betrekking tot treasurybeheer. Voor een uiteenzetting van deze risico´s wordt verwezen naar de toelichting onder ‘Financiering’. •

Risico’s COVID-19 t.a.v. Rijksbijdrage Wsw

Ondanks dat COVID-19 wel een fors effect heeft bij WAA, zijn de effecten hiervoor voor sec het Schap op kortere termijn vooralsnog beperkt. Als gekeken wordt naar de langere termijn (2021 en verder) kan het een ander verhaal zijn en kan de huidige crisis naar verwachting wél een forse directe impact hebben op het Schap. Het Rijk en gemeenten hebben nl. een gentlemen's-agreement waarbij het financiële uitgangspunt is "Samen de trap op, samen de trap af". Concreet; als het goed gaat met de Rijksbegroting straalt dit af op gemeenten, maar andersom ook. En m.n. dat laatste, is nu bij het Rijk aan de orde. Dit gezamenlijke beleid is door het Rijk voor 2020 voorlopig in de ijskast gezet maar voor de jaren na 2020 onderwerp van discussie en onderzoek tussen het Rijk en de VNG. Mocht dit beleid onveranderd worden doorgezet, dan moeten gemeenten vanaf 2021 - rekening houdende met de enorme impact die alle compensatieregelingen vanuit het Rijk nu en in de toekomst hebben op de lopende Rijksbegroting - mogelijk rekening houden met mogelijk forse kortingen, ook op het Participatiebudget incl. rijksbijdrage Wsw vanaf 2021. Het hoe, wat en waar verder is nog niet bekend en derhalve vooralsnog PM. Maar daardoor niet minder relevant.

- 35 -

2.2 Bedrijfsrisico’s vanuit het ondernemerschap •

Risico: resultaten deelneming in WAA groep nv

Door de juridische splitsing vanaf 1-1-2004 loopt het Schap als Gemeenschappelijke Regeling geen directe risico´s uit hoofde van het ondernemerschap. Als 100% aandeelhouder in WAA groep nv loopt het Schap deze risico´s natuurlijk wel. Immers, de resultaten van WAA groep nv zullen, via de waardering van de deelneming in de nv, een effect hebben op de resultaten van het Schap. Het risico dat voortvloeit uit het ondernemerschap is altijd iets wat blijft, en is inherent aan de structuur en afzetmarkten waarop WAA groep nv opereert. •

Risico’s COVID-19 op bedrijfsvoering van deelneming WAA Groep nv

Ondanks de verwachting dat WAA voldoende in staat is de gevolgen van COVID-19 op kortere termijn zelf op te vangen, zijn er natuurlijk wel stevige directe en indirecte risico’s hieraan verbonden. Op korte termijn moet dan met name gedacht worden aan een gehele en/of volledige shutdown van bedrijven waardoor WAA groep nv veel minder resp. geen toegevoegde waarde meer ontvangst en extra kosten moet maken omdat plaatsingen bij inleners al dan niet tijdelijk mogelijk zijn. Wekelijks wordt deze impact gemonitord d.m.v. een geactualiseerde impactanalyse. Ook verdere en meer langdurige sluitingen van bedrijven zijn een risico in dit kader. Terwijl een compensatie van het Rijk, zeker op een wat langere termijn, nog maar de vraag is. En ondanks het feit dat WAA groep nv voldoende eigen middelen heeft om de COVID-crisis op korte termijn vooralsnog het hoofd te beiden, is de aard en omvang van deze crisis vooralsnog onzeker. En zeker als het langer duurt dan 2021 nemen de risico’s voor zowel WAA groep nv als in haar verlengde het Schap WAA toe. De omvang van dit risico is overigens vooralsnog niet in te schatten en derhalve PM. •

Risico: ontwikkelingen op de arbeidsmarkt

Een ander risico voor WAA is dat met de afronding van de strategienota Samen Anders! de organisatie WAA nadrukkelijk de beweging van “binnen naar buiten” heeft afgerond en als sociaal duurzaam Sw-detacheringsbedrijf verder gaat. Als door interne of externe (markt-) omstandigheden de invulling van detacheringen en uitplaatsingen niet (helemaal) loopt conform afspraken en planning, kan en zal dit financiële gevolgen hebben voor zowel WAA als – in het verlengde hiervan – deelnemende gemeenten. Concreet is bij het opstellen van alle begrotingen vanaf 2015 uitgegaan van een groeiend opnamevermogen van Wsw-medewerkers door bedrijven in de regio tegen reële tarieven. Er is geen rekening gehouden met mogelijke negatieve arbeidsmarktontwikkelingen zoals een teruglopende vraag, toenemende werkloosheid en/of nieuwe concurrentie voor WAA zoals bijv. Wajong. •

Risico: vervuilde gronden

Het Schap was tot medio 2018 eigenaar van (onder-)gronden aan de Edisonstraat in Venlo en van de Kwekerij Roobeek. En ondanks dat zowel het complex aan de Edisonstraat als de Kwekerij vervreemd zijn, kan er voor WAA t.a.v. milieuvervuilingen een staartverplichting uit voortvloeien. Ondanks het feit dat WAA van mening is dat er momenteel geen sprake is van milieurisico’s en/of vervuiling van ondergronden c.a., in welke zin dan ook, die niet in beeld en opgelost resp. afgekocht zijn, is hier wel altijd een latent risico aanwezig. •

Risico: transitievergoedingen

Per 1 juli 2015 is de Wet Werk & Zekerheid (WWZ) ingegaan. Onderdeel van deze wet is de z.g. transitievergoeding bij onvrijwillig ontslag. Deze transitievergoeding kunnen zowel werknemers met een vast contract als werknemers met een tijdelijk contract ontvangen. Ook werknemers die aaneensluitend 2 jaar ziek zijn geweest en uitstromen richting WIA/IVA kunnen aansluitend hierop recht uitoefenen op deze transitievergoeding. Medio 2019 is door het Rijk aangegeven dat alle al betaalde en toekomstige transitievergoedingen voor de laatste categorie bij het UWV kunnen worden gedeclareerd. Echter, voor andere uitdiensttredingen zoals ontslag op staande voet etc. geldt dit niet. Zeker omdat de meeste Wsw-dienstverbanden al erg lang lopen zijn de kosten die hieruit voortvloeien vaak hoog en onvoorspelbaar en vormen een financieel risico voor WAA en haar gemeenten. - 36 -

•

Risico: AVG

Vanaf medio 2018 is in Europa een nieuwe privacywetgeving van kracht die de wettelijke bescherming van persoonsgegevens moet waarborgen. In Nederland is dit vertaald in (aanvullende) wetgeving in de vorm van een zgn. AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming). Deze wet schrijft gedetailleerd voor hoe, wat en waar een organisatie moet omgaan met de bewaring en verstrekking van persoonsgegevens. Zeker aan een publieke organisatie als WAA, die werkt met een kwetsbare doelgroep, stelt deze wet hoge eisen zowel in middelen als doen en laten van mensen op dit gebied. WAA is in dit kader al een heel traject gelopen van zowel fysieke maatregelen als bewustwording en het als organisatie steeds alert zijn op alles in dit kader. En ondanks dat WAA van mening is dat zij momenteel “AVG-proof” is, moet er nog het nodige gebeuren om op dit gebied ook op lange termijn volledig AGV-proof te blijven. In de AVG zijn boetes en bestuurlijke maatregelen vastgelegd indien hier niet aan voldaan wordt. En ondanks dat WAA op dit punt naar haar mening AVG-proof is, is het nu, maar ook in de toekomst nooit uit te sluiten dat er iets op dat punt niet goed gaat. Immers: WAA is en blijft een organisatie die draait om en met mensen. En mensen maken nu eenmaal fouten. Vanuit die optiek is er nu, maar ook in de toekomst altijd een risico voor WAA en in het verlengde haar participanten. •

Risico: cyberrisico’s

Recente voorvallen van organisaties die zijn aangevallen door hackers of internetcriminelen hebben aangetoond dat elke organisatie tegenwoordig risico loopt op verstoring of zelfs lamlegging van de interne werkprocessen door virussen a.g.v. malware of door bedreigingen via ransomware. WAA heeft tegen deze risico’s wel maatregelen genomen, zowel fysiek en softwarematig als in risicoafdekking (cyberverzekering). Desondanks is algemeen bekend dat beveiliging tegen cyberrisico’s vaak achter de nieuwste ontwikkelingen aanloopt, en er dus altijd een latent cyberrisico aanwezig is. •

Risico Effecten WAB

Vanaf 1-1-2020 is de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) van kracht. Deze wet herbergt verschillende kaders en maatregelen die de inzet van tijdelijke arbeidskrachten voor alle organisaties fors duurder en risicovoller maken dan eerder het geval. Weliswaar zet WAA maar in beperkte mate arbeidskrachten in die niet onder de Wsw vallen en met een tijdelijk contract, maar desalniettemin zit hierin een risico. Een juridisch maar ook financieel risico indien er op dit vlak menselijke fouten gemaakt worden door (bijv. termijnoverschrijdingen e.d.).

3. Onderhoud kapitaalgoederen Na de verkoop van haar gronden in 2017 en 2018 heeft WAA Venlo e.o. geen kapitaalgoederen meer. Derhalve is er geen sprake van onderhoud van kapitaalgoederen.

4. Financiering WAA kent conform de wet FIDO een treasurystatuut. Hierin is opgenomen dat jaarlijks in een aparte paragraaf in de begroting een beschouwing wordt gegeven van de rente en financieringsontwikkelingen zoals het Schap die verwacht. Uitgangspunt is hierbij dat er voldoende inzicht moet zijn in korte en langlopende financieringsrisico’s van het Schap en op welke wijze het Schap deze risico’s beheerst resp. beperkt. Indicatoren hiervoor zijn, naast het financieringsoverzicht, overzichten van leningenrisico’s en renterisico’s. Benchmarks hiervoor zijn de wettelijke criteria zoals die in de Wet FIDO zijn vastgelegd voor gemeenschappelijke regelingen. Onderstaand zijn de kasgeldruimte en de renterisico’s weergegeven. Uit beide overzichten blijkt dat het Schap in 2020 ruim heeft voldaan aan de hiervoor geldende normen.

- 37 -

Liquiditeitspositie in relatie tot de kasgeldlimiet Bedragen x € 1.000

1e kwartaal 2020: Stappen (1-4)

(1) Vlottende schuld

(2) Vlottende middelen

-120 -628 1.706

2 5 786

ultimo januari ultimo februari ultimo maart (4) Gemiddelde van (3) Stappen (5-9) (5) (6a) = (5>4) (6b) = (4>5)

Variabelen Kasgeldlimiet (KGL) Ruimte onder de KGL Overschrijding van de KGL

Berekening kasgeldlimiet (5) (7) (8) (5) = (7) x (8) / 100

Begrotingstotaal 2020 Percentage regeling Kasgeldlimiet

(3) Tekort(-) of overschot(+) vlottende middelen -119 -622 2.492 584 Bedragen 1.176 1.760

14.339 8,20% 1.176

2e kwartaal 2020: Stappen (1-4)

(1) Vlottende schuld

(2) Vlottende middelen

3.086 1.307 2.077

11 15 6

ultimo april ultimo mei ultimo juni (4) Gemiddelde van (3) Stappen (5-9) (5) (6a) = (5>4) (6b) = (4>5)

Variabelen Kasgeldlimiet (KGL) Ruimte onder de KGL Overschrijding van de KGL

Berekening kasgeldlimiet (5) (7) (8) (5) = (7) x (8) / 100

Begrotingstotaal 2020 Percentage regeling Kasgeldlimiet

(3) Tekort(-) of overschot(+) vlottende middelen 3.097 1.322 2.084 2.167 Bedragen 1.176 3.343

14.339 8,20% 1.176

3e kwartaal 2020: Stappen (1-4)

(1) Vlottende schuld

(2) Vlottende middelen

1.411 466 211

6 8 9

ultimo juli ultimo augustus ultimo september (4) Gemiddelde van (3)

(3) Tekort(-) of overschot(+) vlottende middelen 1.417 475 220 704

Stappen (5-9)

Variabelen

(5) (6a) = (5>4) (6b) = (4>5)

Kasgeldlimiet (KGL) Ruimte onder de KGL Overschrijding van de KGL

Bedragen 1.176 1.880

Berekening kasgeldlimiet (5) (7) (8) (5) = (7) x (8) / 100

Begrotingstotaal 2020 Percentage regeling Kasgeldlimiet

14.339 8,20% 1.176

- 38 -

4e kwartaal 2020 Stappen (1-4)

(1) Vlottende schuld

(2) Vlottende middelen

56 -61 -4.063

9 7 4.322

ultimo oktober ultimo november ultimo december (4) Gemiddelde van (3)

(3) Tekort(-) of overschot(+) vlottende middelen 66 -54 260 90

Stappen (5-9)

Variabelen

Bedragen

(5) (6a) = (5>4) (6b) = (4>5)

Kasgeldlimiet (KGL) Ruimte onder de KGL Overschrijding van de KGL

1.176 1.266

Berekening kasgeldlimiet (5) (7) (8) (5) = (7) x (8) / 100

Begrotingstotaal 2020 Percentage regeling Kasgeldlimiet

14.339 8,20% 1.176

Renterisico vaste schuld Bedragen x € 1.000 Realisatie 2020

Begroting 2021 na wijziging

Primaire begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

0 764 764

0 764 764

0 651 651

0 150 150

0 150 150

0 150 150

Renterisiconorm Ruimte onder risiconorm

2.657 1.893

2.813 2.049

2.701 2.050

2.671 2.521

2.640 2.490

2.621 2.471

Overschrijding risiconorm

0

0

0

0

0

0

13.284 20%

14.065 20%

13.504 20%

13.353 20%

13.198 20%

13.105 20%

2.657

2.813

2.701

2.671

2.640

2.621

Stap

Variabelen Renterisico(norm)

(1) (2) (3)

Renteherziening Aflossingen Renterisico

(4) (5a) = (4>3) (5b) = (3>4)

Berekening Renterisiconorm: (4a) Totaal lasten boekjaar (4b) Percentage regeling (4) =(4a x 4b/100)

Renterisiconorm boekjaar

Volgens art. 2 Wet FIDO, betreffende de Regeling Schatkistbankieren voor decentrale overheden, dienen overtollige geldmiddelen in de schatkist te worden aangehouden. Als overtollige geldmiddelen worden bedragen aangemerkt boven 0,75% van het begrotingstotaal, met een minimum van € 250.000.

- 39 -

EMU-saldo

x € 1000 Begroting

Realisatie 2020 *)

2021 voor wijz.

2021 na 1e wijz.

2022

2023

2024

2025

Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. 1 onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)

-1.280

-2.000

-1.973

-1.529

-1.497

-1.389

-1.225

2 Afschrijvingen ten laste van de exploitatie

0

0

0

0

0

0

0

3

Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie

0

0

0

0

0

0

0

4

Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd

0

0

0

0

0

0

0

Baten uit bijdragen van andere overheden waaronder in het Schap deelnemende gemeenten, de Europese Unie en overigen, 5 die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4

1.600

1.600

1.100

1.100

1.100

1.100

1.100

Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa: Baten uit desinvesteringen in 6 (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs), voor zover niet op exploitatie verantwoord

0

0

0

0

0

0

0

Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. (alleen 7 transacties met derden die niet op de exploitatie staan)

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0 Nee

0 Nee

0 Nee

0 Nee

0 Nee

0 Nee

0 Nee

320

-400

-873

-429

-397

-289

-125

Omschrijving

Baten bouwgrondexploitatie: Baten voor 8 zover transacties niet op exploitatie verantwoord Lasten op balanspost Voorzieningen voor 9 zover deze transacties met derden betreffen Lasten ivm transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten 10 laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van bovenstaande posten 11 Verkoop van effecten a Gaat u effecten verkopen? (ja/nee) Zo ja wat is bij verkoop de verwachte b boekwinst op de exploitatie? Berekend EMU-saldo *) volgens voorlopige cijfers

- 40 -

Liquiditeitsprognose Onderstaand volgt de liquiditeitsprognose voor het concern WAA overall in 2021 en 2022.

x €1.000

WAA Schap

WAA groep nv

Totaal

Saldo 1-1-2021

4.322

3.616

7.938

1e begrotingswijziging 2021 Resultaat boekjaar Afschrijvingen (im-)materiële vaste activa Mutaties voorzieningen Aflossingen langlopende leningen Verrekening rekening-courant Mutaties in werkkapitaal Investeringen in (im-)materiële vaste activa Desinvesteringen in (im-)materiële vaste activa

-508 0 n.v.t. -763 -2.851 PM 0 0

-600 48 0 n.v.t. 2.851 PM -160 0

-1.108 48 0 -763 0 PM -160 0

Saldo 31-12-2021

200

5.755

5.955

Primaire begroting 2022 Resultaat boekjaar Afschrijvingen (im-)materiële vaste activa Mutaties voorzieningen Aflossingen langlopende leningen Verrekening rekening-courant Mutaties in werkkapitaal Investeringen in (im-)materiële vaste activa Desinvesteringen in (im-)materiële vaste activa

-140 0 n.v.t. -651 791 PM 0 0

-800 54 0 n.v.t. -791 PM 0 0

-940 54 0 -651 0 PM 0 0

Saldo 31-12-2022

200

4.218

4.418

Uit bovenstaande prognose blijkt dat, o.b.v. het uitgangspunt dat zowel financiering als liquiditeitenbeheer concern breed binnen WAA bekeken wordt, het concern WAA onverminderd over voldoende financieringsmiddelen en liquiditeiten beschikt voor 2022. Op grond hiervan is het niet opportuun in 2022 nieuwe financieringsmiddelen aan te trekken.

5. Verbonden partijen Het Schap kent slechts één verbonden partij, namelijk WAA groep nv (gevestigd aan de Edisonstraat 8 te Venlo), waarvan het Schap 100% eigenaar is. WAA groep nv voert namens het schap de Wsw uit op basis van een contract. Het huidige contract loopt tot en met 31 december 2021 en kent een verlengingsoptie voor 2022 en volgende jaren. Het begrote resultaat van WAA groep nv in 2022 is -/- € 800.000. Dit tekort zal binnen WAA groep nv zelf worden gedekt door de inzet van overschotten uit vorige jaren resp. vrije reserves. De begrote totale exploitatie van de WAA groep nv (totaal baten en lasten) over 2022 bedraagt naar verwachting ongeveer € 34.000.000.

6. Lokale heffingen Het Schap kent geen lokale heffingen.

7. Grondbeleid Het Schap kent geen grondbeleid. Het Schap heeft, na de verkoop van haar gronden in 2017 en begin 2018, geen gronden meer in bezit.

- 41 -

- 42 -

Overzicht van baten en lasten begroting 2022

- 43 -

- 44 -

Overzicht van baten en lasten Primaire begroting 2022 Lasten

Begroting 2021 na 1e wijziging

Baten

11.975

12.092

11.919

12.005

Diverse baten

0

0

0

933

Totale baten

11.975

12.092

11.919

12.938

Overige uitvoerings- en plaatsingskosten

Lasten

Werkelijk 2020 *)

Baten Lasten

Rijkssubsidie Wsw

Baten

Primaire begroting 2021

Lasten

13.002

13.425

13.423

12.759

Administratiekosten

65

64

63

63

Personeelskosten bestuur Rentekosten minus – opbrengsten Kosten uitplaatsingen en herindicatie Frictiekosten bijdrage aan NV

21

20

21

20

51

71

47

67

115

113

113

110

142

192

120

166

0

25

25

30

108

155

107

70

Projectkosten bijdrage aan NV Overige algemene kosten

Baten

Totale lasten

13.504

14.065

13.919

13.285

Exploitatieresultaat

-1.529

1.973

-2.000

-347

0

0

0

-933

-1.529

-1.973

-2.000

-1.280

1.100

1.100

1.600

1.600

-429

-873

-400

320

142

217

145

196

147

148

100

100

0

0

0

0

-140

-508

-155

616

Bijdrage aan WAA groep nv Concernresultaat Dekking concernresultaat: Gemeentelijke tekortfinanciering Wsw Begroot saldo baten en lasten Onttrekkingen aan bestemmingsreserve Vrijval bestemmingsreserve Toevoegingen aan bestemmingsreserve Begroot resultaat (te dekken uit alg. reserve) *) betreft voorlopige cijfers

- 45 -

Kasstroomoverzicht

Resultaat (te dekken uit algemene reserve) Mutaties in bestemmingsreserve Mutaties in werkkapitaal Kasstroom uit operationele activiteiten

-140 -289 1.080 651

Begroting 2021 na 1e wijziging -508 -365 -2.486 -3.359

Desinvesteringen mat. vaste activa Resultaat deelnemingen Kasstroom uit investeringsactiviteiten

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

Aflossingen van langlopende schulden Kasstroom uit financieringsactiviteiten

-651 -651

-764 -764

-764 -764

-764 -764

0

-4.123

0

4.320

200 200 0

4.323 200 -4.123

200 200 0

3 4.323 4.320

( x € 1.000 )

Primaire begroting 2022

Mutatie geldmiddelen

Primaire begroting 2021

Werkelijk 2020 *)

-155 -245 1.164 764

616 -295 4.763 5.084

*) betreft voorlopige cijfers

Saldi geldmiddelen: Beginstand boekjaar Eindstand boekjaar Mutatie

- 46 -

Toelichting op de programmabegroting Zoals eerder reeds is vermeld, dient er nadrukkelijk rekening gehouden te worden bij elke vergelijking ten opzichte van jaren t/m 2017 van de kerncijfers, exploitatie e.d. van WAA op totaalniveau over de jaren 2018 en verder, dat de totale SW-populatie waarvoor WAA vanaf 2018 de Wsw uitvoert, fors lager is dan in voorgaande jaren. Dit omdat vanaf 2018 geen sprake meer is van een integrale maar van een deeluitvoering van de Wsw voor de gemeenten via WAA. Vanaf 1-12018 staan gemeenten nl. zélf aan de lat voor de uitvoering van het beschutte deel van Wsw.

Rijksvergoeding Wsw (excl. COVID-19 bijdragen) Primaire begroting 2022

Begroting 2021 na 1e wijzig.

Rijksvergoeding Wsw regulier Bij: bonus Begeleid werken Af: korting rechtmatigheid

11.975 0 0

12.092 0 0

11.919 0 0

12.005 0 0

Totaal rijksbijdrage

11.975

12.092

11.919

12.005

414,2

430,5

453,9

444,38

Aantal SE incl. Begeleid werken

Primaire begroting 2021

Werkelijk 2020 *)

Rijkssubsidie regulier per SE (x € 1) 28.911 28.086 26.261 27.016  Voorlopige cijfers en rijksbijdrage excl. eenmalige COVID-compensatie 2020 De omvang van de door het Schap van de (deelnemende) gemeenten te ontvangen vergoeding is gebaseerd op: a) de Rijksbijdrage Wsw bijdrage als onderdeel van het participatie-budget 2022 zoals die in de decembercirculaire 2020 van SZW gepubliceerd is en b) op een raming van de gemiddelde Wsw-bezetting per gemeente voor 2022 per gemeente. Ondanks de jaarlijkse kortingen op de rijkssubsidie per SE t/m 2020, is deze in 2020 gestegen met € 1.110 (=4,3%). Dit m.n. door niet begrote extra uitstroom Wsw op landelijks schaal in 2019 die, bij een gelijkblijvend macrobudget over 2020, in 2020 zorgde voor een hogere rijksbijdrage per Wsw arbeidsplek bij landelijk minder Wsw-ers. En omdat deze methodiek bij het Rijk ook voor komende jaren niet verandert, is dit een effect dat ook doorwerkt in volgende jaren. Deze ontwikkeling was in eerste instantie in de WAA begroting niet verwacht en begroot voor 2020 en volgende jaren. Hierdoor is ook de rijksbijdrage 2021 na 1e begrotingswijziging en volgende jaren hoger dan in de primaire begroting 2021. In deze primaire begroting 2022 is de rijksbijdrage opgemaakt volgens de decembercirculaire 2020 en tevens met een verwachte LPO (loonprijscompensatie) van 1,35%.

De loonkosten per fte Wsw zullen in 2022 stijgen met 2,25% t.o.v. 2021. Door een verwachte hogere stijging van rijkssubsidie per SE (met 2,9%) stijgt de subsidieratio (rijkssubsidie t.o.v. de loonkosten Wsw) in 2022 naar 88,0% (begroting 2021: 87,2%). Het zgn. “subsidiegat” komt, ondanks de dalende en lagere bezetting SW, in 2022 uit op een tekort van ca. € 1,7 mio (begroting 2021: - € 1,8 mio).

Diverse baten In 2020 betreft dit de voor heel 2020 via gemeenten van het Rijk ontvangen eenmalige zgn. coronabijdrage om de gevolgen van COVID-19 op de bedrijfsvoering te mitigeren. In 2020 bedroeg deze eenmalige bijdrage ongeveer € 2.098 per arbeidsjaar Wsw. Voor alle jaren na 2020 is een eventuele bijdrage uit dien hoofde als PM geraamd.

Overige uitvoerings- en plaatsingskosten Dit betreft de vergoeding aan WAA groep nv voor het uitvoeren van de Wsw, conform de Uitvoerings- en plaatsingsovereenkomst tussen het Schap en WAA groep nv.

- 47 -

Primaire begroting 2022

Begroting 2021 na 1e wijzig.

Primaire begroting 2021

Werkelijk 2020 *)

31.392

31.182

29.573

28.712

0,92

0,90

0,89

0,94

Uitvoerings- en plaatsingskosten per SE Dekkingsgraad rijkssubsidie : Uitvoerings- en plaatsingskosten per SE *) betreft voorlopige cijfers

Ten opzichte van de realisatie 2020 stijgen de bruto uitvoerings- en plaatsingskosten per SE in 2021 en 2022, dit vooral door de daling van de toegevoegde waarde a.g.v. de verwachte gevolgen van de coronacrisis, en verder door hogere reguliere personeelskosten per fte in 2021, en door de krimp van de SW-populatie die sneller gaat dan de afbouw van de exploitatiekosten.

Personeelskosten bestuur

Salarissen en sociale premies

Primaire begroting 2022 21

Begroting 2021 na 1e wijzig. 20

Primaire begroting 2021 20

Werkelijk 2020 *)

21

20

20

20

Primaire begroting 2022 51 0 0 51

Begroting 2021 na 1e wijzig. 71 0 0 71

Primaire begroting 2021 47 0 0 47

Werkelijk 2020 *)

Totaal  Voorlopige cijfers

20

Rentekosten minus –opbrengsten

Rentekosten leningen o/g Rentekosten overige Renteopbrengsten Totaal  Voorlopige cijfers

67 0 0 67

De rentekosten stijgen in 2021 na 1e begrotingswijziging t.o.v. de primaire begroting door een met ingang van 2021 ingevoerde negatieve rente op grote delen van de lopende betaalrekeningen bij huisbankiers. In de primaire begroting 2022 dalen de rentekosten t.o.v. 2021 door aflossingen op langlopende leningen.

Kosten uitplaatsingen en herindicatie Dit betreft de vergoeding aan WAA groep nv voor het uitvoeren van uitplaatsingen en herindicatie van de Wsw, conform de Uitvoerings- en plaatsingsovereenkomst tussen het Schap en WAA groep nv. In 2022 is € 115.000 begroot (2021: € 113.000).

Projectkosten bijdrage aan NV

Projectkosten bijdrage aan NV Totaal  Voorlopige cijfers

Primaire begroting 2022 0

Begroting 2021 na 1e wijzig. 25

Primaire begroting 2021 25

Werkelijk 2020 *)

0

25

25

30

30

De bijdrage in de projectkosten aan WAA groep nv worden, op basis van bestuursbesluiten, gedekt uit de bestemmingsreserve.

- 48 -

Frictiekosten bijdrage aan NV

Frictiekosten bijdrage aan NV Totaal  Voorlopige cijfers

Primaire begroting 2022 142

Begroting 2021 na 1e wijzig. 192

Primaire begroting 2021 120

Werkelijk 2020 *)

142

192

120

166

166

De frictiekosten betreffen vooral personeelskosten van boventallig personeel, en worden op basis van bestuursbesluiten gedekt uit de bestemmingsreserve.

Overige algemene kosten Primaire begroting 2022 Accountantskosten Kosten modernisering Wsw Onvoorzien Overige Totaal  Voorlopige cijfers

Begroting 2021 na 1e wijzig.

47 25 25 11 108

Primaire begroting 2021

46 75 24 10 155

47 25 24 11 107

Werkelijk 2020 *) 50 11 0 9 70

De kosten modernisering Wsw betreffen m.n. de inzet van externe deskundigen vanuit een gemeenschappelijke vraag en gemeenschappelijk belang van alle drie de deelnemende gemeenten te dekken voor het geval de voorgenomen integratie van WAA en het sociale domein van de gemeente Venlo doorgaat. Onder de post Onvoorzien zijn, naast een budget voor onvoorziene zaken, in 2022 (evenals voorgaande jaren) ook middelen begroot om eventuele verschillen tussen de ontvangen rijksbijdrage en uitvoerings- en plaatsingsbijdrage Wsw a.g.v. afwijkingen tussen begrote en feitelijk ingevulde Wsw-bezetting bij het Schap te kunnen opvangen.

Bijdragen aan WAA groep nv Via de uitvoerings- en plaatsingsbijdrage is de eenmalige rijkscompensatie over 2020 om de gevolgen van COVID-19 op de bedrijfsvoering te mitigeren, in lijn met bestuurlijke besluitvorming in 2020, volledig doorbetaald aan WAA groep nv. Dit zal ook gebeuren met eventuele volgende compensaties. Hierdoor worden de gevolgen van COVID-19 op de bedrijfsvoering / exploitatie en de compensatie hiervoor binnen de WAA constellatie zowel materieel als formeel gematched. In verband met het afwijkende en eenmalige karakter van zowel de ontvangst als doorbetaling van deze Coronabijdrage van het Rijk resp. gemeenten via de Rijksbijdrage Wsw, wordt de ontvangst hiervan in de exploitatie van het Schap apart verantwoord onder Diverse baten. De doorbetaling aan WAA groep nv wordt ook apart verantwoord onder deze post Bijdragen van/aan Derden.

Onttrekkingen uit bestemmingsreserve De hierboven vermelde bijdragen in projectkosten en frictiekosten aan WAA groep nv worden op basis van bestuursbesluiten gedekt uit bestemmingsreserves.

Projectkosten bijdrage aan NV Frictiekosten bijdrage aan NV Totaal onttrekkingen  Voorlopige cijfers

Primaire begroting 2022 0 142

Begroting 2021 na 1e wijzig. 25 192

Primaire begroting 2021 25 120

Werkelijk 2020 *)

142

217

145

196

- 49 -

30 166

Toevoeging aan bestemmingsreserve In 2021 en 2022 is geen toevoeging aan de bestemmingsreserve begroot. De in voorgaande jaren gereserveerde frictiemiddelen zijn naar verwachting toereikend om de geplande ombouw/transitie van WAA volledig te financieren.

Vrijval uit bestemmingsreserve Vanaf 2020 tot en met 2024 is een jaarlijkse vrijval begroot uit de bestemmingsreserve voor frictie. In 2020 was dit €100.000, en in 2021 t/m 2024 jaarlijks €147.500. Dit omdat de in voorgaande jaren gereserveerde frictiemiddelen per ultimo 2020 naar verwachting voor in totaal €590.000 bovenmatig en niet meer direct noodzakelijk zijn om de geplande ombouw/transitie van WAA uit hoofde van het strategische plan “Samen Anders!” volledig af te financieren. De jaarlijkse vrijval gespreid over vijf jaren geschiedt conform in december 2019 en december 2020 genomen bestuursbesluiten.

Gemeentelijke bijdrage Wsw ter financiering van het tekort Primaire begroting 2022

Begroting 2021 na 1e wijzig.

Primaire begroting 2021

Werkelijk 2020 *)

Totaal gemeentelijke bijdrage Wsw

1.100

1.100

1.600

1.600

Aantal SE incl. Begeleid werken

593,6

616,5

644,7

643,8

Af: naar Werken in buurten

-179,4

-186,0

-190,8

-199,4

Resteert aantal SE

414,2

430,5

453,9

444,4

Gemeentelijke bijdrage per SE (x € 1)

2.656

2.555

3.525

3.601

Bedragen x € 1.000

* Voorlopige cijfers

Taakvelden Het Schap voert één programma uit, de Wet Sociale Werkvoorziening. De volledige exploitatie van WAA is hierop gericht, waardoor er geen sprake is van overheadkosten, resp. kosten die gemaakt worden voor meerdere programma’s. Er is derhalve bij het Schap alleen sprake van algemene overheadkosten zijnde indirecte kosten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10095943/1