Primaire begroting 2022 WAA Schap
Tekst van het document
Werkvoorzieningschap Aanvullende Arbeid Venlo e.o.
Venlo, 31 Maart 2021
- 2-
Inhoudsopgave Bericht van het Dagelijks Bestuur
5
1. Inleiding 2. Doelstelling WAA 3. Beleidsvisie van het bestuur 4. Ontwikkelingen ten aanzien van de Gemeenschappelijke Regeling 5. COVID-19 6. Koers en bedrijfsvoering van WAA 6.1 Van 2009 tot en met medio 2018…… 6.2 ………….en vanaf medio 2018 tot en met 2022 en verder 7. Ontwikkeling (Wsw-) bezetting c.a. 7.1. Algemeen 7.2 Wsw-bezetting voor 2022 totaal en per deelnemende gemeente 8. Economische verwachtingen in het algemeen voor 2022 en verder 9. Ontwikkelingen binnen het sociale domein voor gesubsidieerde arbeid overall 9.1 Beleidsmatige ontwikkelingen 9.2 Ontwikkelingen ten aanzien van de reguliere rijksbijdrage Wsw 10. Bestuurlijke ontwikkelingen rondom de uitvoering van de Wsw door WAA Financiële samenvatting Realisatie van doelmatigheid en rechtmatigheid Voorstel tot vaststelling van de begroting
Begroting
5 5 5 6 7 8 8 10 11 11 12 12 13 13 14 15 16 17 19
20
Programmaverantwoording 1. Algemeen 2. Sociaal beleid 3. Financieel beleid 4. Uitgangspunten voor de jaarbegroting en meerjarenbegroting
Overige paragrafen
20 20 21 22 24
33
1. Weerstandvermogen en risicobeheersing 2. Paragraaf weerstandvermogen en risicobeheersing 2.1 Risico’s voor Schap als publiekrechtelijke organisatie 2.2 Bedrijfsrisico’s vanuit het ondernemerschap 3. Onderhoud kapitaalgoederen 4. Financiering 5. Verbonden partijen 6. Lokale heffingen 7. Grondbeleid
33 33 33 36 37 37 41 41 41
Overzicht van baten en lasten begroting 2022
43
Kasstroomoverzicht Toelichting op de programmabegroting Taakvelden Kengetallen
46 47 50 51
- 3-
- 4-
Bericht van het Dagelijks Bestuur 1. Inleiding Voor u ligt de primaire begroting 2022 van de Gemeenschappelijke Regeling Werkvoorzieningschap Aanvullende Arbeid Venlo en omstreken (hierna te noemen WAA of Schap). Deze begroting is opgemaakt conform de vanaf 2005 verplichte verslaggevingsvoorschriften voor een Gemeenschappelijke Regeling (BBV). Deze primaire begroting 2022 is, idem als de begrotingen vanaf 2015, naast de algemene uitgangspunten van de in 2015 ingevoerde Participatiewet, onveranderd opgesteld in lijn met de nog steeds van toepassing en actueel zijnde strategische koers zoals die in 2014 is verwoord en vastgelegd in de documenten “Samen Groeien” en in het verlengde hiervan het strategische koersdocument “Samen Anders!” incl. de updates en aanscherpingen van de koers zoals die zijn vastgesteld door het Bestuur vanaf december 2015 tot en met december 2020 voor WAA overall. De beleidslijnen en Bestuurlijke besluiten die hieruit volgen, zijn voor WAA normatief en kader stellend.
2. Doelstelling WAA De doelstelling van WAA is het - voor en namens de deelnemende gemeenten - als Gemeenschappelijke Regeling uitvoering geven aan de verplichtingen die voortvloeien uit de Participatiewet onderdeel Wet Sociale Werkvoorziening (Wsw) in de regio Venlo tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten.
3. Beleidsvisie van het bestuur Vanaf 2008 is het beleid van zowel het Schap als haar uitvoeringsorganisatie WAA groep nv primair gericht op het realiseren van passende arbeid in een zo veel als mogelijke reguliere arbeidsomgeving voor alle personen die via de Wsw op haar zijn aangewezen. Dit beleid is vanuit het going concern uitgangspunt ook in 2022 onveranderd van toepassing. Het Schap dient haar maatschappelijke doelstelling te realiseren met inachtneming van en in overeenstemming met belangrijke strategische (maatschappelijk aanvaarde) uitgangspunten zoals rechtmatigheid, doelmatigheid en integer handelen. Zij legt op transparante wijze verantwoording af over het door haar gevoerde beleid en de resultaten hiervan. Zoals gebruikelijk wordt het strategisch beleid van WAA periodiek in een review door het management, het Bestuur en de Raad van Commissarissen afgezet tegen de nieuwste ontwikkelingen en herijkt. In lijn met het vigerende beleid en met inachtneming van de geactualiseerde uitgangspunten en kaders is onderstaande visie en missie onveranderd van kracht en vastgesteld voor WAA: •
Missie: WAA groep voegt waarde toe aan haar opdrachtgevers door de inzet van SW-medewerkers.
•
Visie: WAA groep is dé professionele organisator van duurzaam werk voor SWmedewerkers bij reguliere bedrijven / organisaties in de regio Noord-Limburg.
Visie en missie zijn concreet vertaald in onderstaande strategische items en uitgangspunten: “De WAA organisatie …..: - Heeft sociaal en financieel renderende strategische allianties en co-creaties met het regionale bedrijfsleven en overheden”. - Realiseert voor haar SW-medewerkers duurzame plaatsingen in groepen bij opdrachtgevers. - Ambieert samen met haar Sw-medewerkers ontplooiing gericht op maximale loonwaarde”. - Is een proces- en resultaatgerichte organisatie waarin met plezier gewerkt wordt”.
- 5-
De strategische koers is verder vertaald in onderstaande door het Bestuur vastgestelde strategische uitgangspunten en beleidslijnen: 1. Voor de bepaling van de strategische beleidskeuzes van de WAA groep is de uitvoering van de Participatiewet –zowel op regionaal als op lokaal niveau- maatgevend. Het Werkgevers Servicepunt (WSP), bestuurd vanuit het Werkbedrijf en de in het WSP samenwerkende partners, is een netwerkorganisatie die inclusiviteit van organisaties stimuleert en laat uitvoeren door netwerkpartners. 2. De verantwoordelijkheid voor zowel de regie als uitvoering voor het beschutte deel van de Wsw is per 1 januari 2018 geheel in handen van de deelnemende gemeenten zelf. Zij zijn vanaf die datum zelf verantwoordelijk voor zowel het materieel werkgeverschap voor deze Wsw groep als het aanbieden van werkplekken aan SW-medewerkers uit de Beschutte Wsw groep alwaar zij (financieel) verantwoordelijk voor zijn onder de Wsw. Het gaat dan om zgn. ‘beschut werk’ en dan meer specifiek om SW-medewerkers met een loonwaarde van maximaal 30% van minimumloon of lager. De gemeenten kunnen zelf werkplekken organiseren of deze inkopen bij andere organisaties. 3. De beschutte SW-medewerkers blijven formeel in dienst bij het Schap WAA. De rechten en plichten van de huidige SW-medewerkers blijven gehandhaafd.
De gemeenten hebben het materiële werkgeverschap voor deze groep vanaf 1-1-2018 van WAA groep nv overgenomen. WAA groep nv treedt per 1 januari 2018 voor deze groep alleen als pay-roller/HRdienstverlener op. De WAA groep vraagt voor deze vorm van dienstverlening aan de gemeente een marktconform tarief. Zoals al aangegeven is zowel het Schap als haar uitvoeringsorganisatie WAA-groep nv, in lijn met deze beleidslijn, afgebouwd en vanaf medio 2018 geen aanbieder van beschut werk meer. WAA is tevens omgevormd tot een sociaal duurzaam detacheringsbedrijf voor de resterende Wswdoelgroep. Vanuit financieel perspectief is hierbij nog van belang aan te geven dat, omdat vanaf 1 januari 2018 de deelnemende gemeenten (Beesel, Bergen en Venlo) in financiële zin volledig zelf verantwoordelijk zijn voor een grote groep Wsw-medewerkers, de verdeelsleutel voor de gemeentelijke tekortfinanciering van WAA is aangepast. Vanaf 1-1-2018 wordt in deze verdeelsleutel alleen met het aantal niet-beschutte medewerkers gerekend. Bij de uitvoering van de Participatiewet kán een gemeente het detacheren van werkzoekenden als instrument inzetten bij de werkgeversdienstverlening.
De WAA-groep kan en zal voor de invulling van die detacheringsopgave zorgdragen, maar zal dit alleen doen op nadrukkelijk verzoek van haar deelnemende gemeenten én na expliciete toestemming van het Bestuur én alleen met en onder bestuurlijk strikt geformuleerde voorwaarden. Primair is en blijft WAA als kerntaak zich richten op het verder ontwikkelen van een sociaal detacheringsbedrijf voor sec de Wsw-ers met een loonwaarde hoger dan 30%.
4. Ontwikkelingen ten aanzien van de Gemeenschappelijke Regeling De huidige bestuurlijke samenstelling is vanaf medio 2018 ongewijzigd. Het Bestuur van het Schap bestaat uit: - een Algemeen Bestuur dat bestaat uit een voorzitter zijnde de vertegenwoordigende wethouder van de gemeente Venlo, de penningmeester zijnde de vertegenwoordigende wethouder van de gemeente Beesel, en de secretaris zijnde de vertegenwoordigende wethouder van de gemeente Bergen die benoemd zijn door, voor en namens de colleges uit de drie in het Schap WAA Venlo e.o. deelnemende gemeenten; - een Dagelijks Bestuur dat bestaat uit een voorzitter die wordt afgevaardigd uit het algemeen bestuur en twee adviseurs, waarbij de twee adviseurs sec een adviserende stem hebben in het dagelijks bestuur. De bestuurlijke inrichting voldoet op deze wijze geheel aan alle vigerende bepalingen zoals die in de WGR van kracht zijn. - 6-
Op bestuurlijk niveau is relevant dat een eventuele herindeling van gemeenten momenteel in de regio Noord-Limburg geen politiek en bestuurlijk issue is. Maar het is natuurlijk in de toekomst niet uit te sluiten dat in het Schap deelnemende gemeenten, direct of indirect toch ooit weer betrokken zijn en/of (wederom) worden bij volgende gemeentelijke herindelingen. Herindelingen die direct relevant kunnen zijn voor de bestuurlijke constellatie en/of het directe verzorgingsgebied van WAA Venlo e.o.
5. COVID-19 Medio maart 2020 is de westerse wereld in Europa en vervolgens Nederland plots overvallen door het coronavirus. De overheid heeft een meermalig zgn. intelligente, gecontroleerde shut-/lockdown afgekondigd. Hierdoor is het sociale, maatschappelijke én economische leven in Nederland abrupt tot een geheel of gedeeltelijke stop gekomen. Met alle sociale, maatschappelijke maar ook economische gevolgen van dien. Als sec naar het laatste gekeken wordt in relatie tot het Schap WAA, is de ervaring van 2020 en de verwachting voor 2021 en verder, dat de directe impact van deze crisis op de exploitatie van het Schap WAA beperkt zal zijn. Immers; de activiteiten van het Schap beperken zich primair tot regievoering en administratie c.a. van de Wsw voor haar deelnemende gemeenten en aansturing van haar uitvoeringsorganisatie WAA groep nv. De primaire baten van het Schap zijnde vnl. rijksbijdrage Wsw en gemeentelijke bijdragen evenals de primaire lastenstroom van het Schap zijnde vnl. uitvoeringsbijdragen Wsw en vaste vergoedingen voor regie-, administratie en controlewerkzaamheden zijn veelal vast en worden o.b.v. de huidige wetenschap naar verwachting nauwelijks (primair) geraakt door de huidige crisis. Op middellange en langere termijn kan dat, zeker als deze crisis lang aanhoudt, een heel ander verhaal zijn. Hiervoor wordt verwezen naar de risicoparagraaf.
De indirecte impact van corona is anders dan de directe impact; de huidige crisis raakt het Schap direct weliswaar beperkt maar indirect natuurlijk wel degelijk en fors doordat zij 100% deelnemer is in de uitvoeringsorganisatie WAA groep nv. WAA groep nv wordt nl. wel degelijk zeer fors geraakt door het in belangrijke mate wegvallen van grote delen van in haar opbrengstenstroom (toegevoegde waarde uit leveringen van diensten) bij veelal gelijkblijvende (loonkosten) resp. zelfs hogere kosten a.g.v. capaciteits- en vraaguitval en extra maatregelen die getroffen moeten worden. Het Rijk heeft per 2-9-2020 aangegeven een coronacompensatie voor Sw-bedrijven te verlenen voor de periode t/m dec 2020. Via de Rijksbijdrage Wsw is, ter vervanging van de NOW bijdrage voor Sw-bedrijven, in de septembercirculaire van het Rijk in totaal € 933.000 (€ 2.098 per arbeidsjaar Wsw) voor sec 2020 aan EENMALIGE, EXTRA subsidie verstrekt. Deze is via de deelnemende gemeenten aan WAA doorbetaald als overbrugging voor de gevolgen van COVID-19 op de bedrijfsvoering. Via de uitvoerings- en plaatsingsbijdrage is deze coronacompensatie, in lijn met bestuurlijke besluitvorming in 2020, volledig doorbetaald aan WAA groep nv. Dit zal ook gebeuren met eventuele volgende compensaties.
Hierdoor worden de gevolgen van COVID-19 op de bedrijfsvoering / exploitatie en de compensatie hiervoor binnen de WAA-constellatie zowel materieel als formeel gematched. In verband met het afwijkende en eenmalige karakter van zowel de ontvangst als doorbetaling van deze coronabijdrage van het Rijk resp. gemeenten via de Rijksbijdrage Wsw, wordt de ontvangst hiervan in de exploitatie van het Schap apart verantwoord onder Diverse baten. De doorbetaling aan WAA groep nv wordt ook apart verantwoord onder Bijdragen aan derden. Naast compensatie van het Rijk heeft WAA ook afspraken met haar klanten kunnen maken waarbij, met een beroep op partnership, ook deze relaties een bijdrage hebben geleverd en zullen blijven leveren om de gevolgen van COVID te mitigeren. Samen met de ingezette maatregelen bij WAA groep nv en de compensatie van klanten, was de coronacompensatie van het Rijk over 2020 ruim voldoende om de gevolgen van COVID-19 op de exploitatie van WAA groep nv te mitigeren. Voor 2021 en verder is nog geheel niets van het Rijk hieromtrent aangegeven. Derhalve is een eventuele COVID-19-compensatie van het Rijk vanaf 2021 (vooralsnog) als PM opgenomen. De impact van de COVID-19-crisis op de exploitatie van WAA groep nv is fors. Wekelijks wordt deze impact gemonitord d.m.v. een geactualiseerde impactanalyse.
Door de hoge mate van onzekerheden hieromtrent is dit met de nodige voorzichtigheid doorvertaald in de verwachte - 7-
resultaten en budgetten voor 2021 en verder. Prudent financieel beheer met voldoende ruimte voor onvoorzien in zowel de baten als lasten én tijdelijk een hoger eigen weerstandsvermogen bij zowel WAA groep nv als het bij het Schap aan te houden dan noodzakelijk, zorgt binnen de exploitatie en balans van WAA in totaal voor voldoende ruimte om zélf de (verdere) gevolgen van COVID-19 primair eerst zelf financieel te kunnen opvangen. Ondanks de forse impact die de crisis heeft op de balans en exploitatie van WAA overall, is de financiële en liquiditeitspositie van WAA overall voor nu en voor de nabije toekomst zodanig aan de maat dat de continuïteit van de gehele WAA organisatie vooralsnog niet in gevaar is. Dit houdt in dat de coronacrisis vooralsnog geen gevolgen heeft voor de waardering van de deelneming WAA groep nv bij het Schap, en derhalve geen gevolgen heeft voor de exploitatie van het Schap. Op langere termijn en in directe en indirecte zin en los van haar exploitatie etc., is continuïteit voor het Schap zelf sec a.g.v. de wettelijke garanties die de WGR biedt, overigens überhaupt nooit geen issue.
6. Koers en bedrijfsvoering van WAA De koers van WAA die onder “Samen Anders!” is ingezet, loopt - ceteris paribus - ook in 2021 en de jaren daarna door. Deze vanaf 2014 ingezette koers week fundamenteel af van de koers in de jaren ervoor en heeft in een relatief zeer korte tijd tot majeure veranderingen geleid voor de gehele organisatie WAA als voor de aard, omvang én inzet van de Wsw populatie van WAA. Onderstaande is de koers en richting van WAA vanaf 2008 tot en met 2021 en verder schematisch weergegeven:
6.1 Van 2009 tot en met medio 2018…… Tot en met 2013 was WAA een zgn. traditioneel Sw-bedrijf; een Multi MKB organisatie die mensen intern plaatste met een grote hoeveelheid en diversiteit in eigen productieactiviteiten in een eigen industrieel productiecomplex van ruim 27.000m2 aan de Edisonstraat te Venlo, en in een eigen kwekerij Roobeek in Wellerlooi. Met het inzetten van een nieuwe koers in 2013 en het bestuurlijk vaststellen van het strategische koersdocument “Samen Anders!” in 2014, heeft WAA fundamenteel gebroken met dit verleden. Vanaf dat moment heeft WAA de koers verlegd van een traditionele SW-productieorganisatie die zelf in eigen beheer een diversiteit van activiteiten onder haar eigen regie en voor haar risico en rekening uitvoerde naar een nieuwe sociale duurzame detacheringsorganisatie alleen gericht op de uitvoering van de Wsw, waarin nadrukkelijk niet de brede doelgroep die onder de Participatiewet valt zal worden bediend, tenzij ondersteunend aan de SW en budgetneutraal. Vanaf medio 2014 tot medio 2018 is er een grote transformatie ingezet bij het bedrijf WAA. De eigen bedrijfsactiviteiten zijn geleidelijk en geconditioneerd vervreemd en overgedragen aan reguliere - 8-
ondernemers, met zoveel mogelijk behoud van werkgelegenheid en plaatsingsruimte voor WSW-ers. Aansluitend zijn de grote eigen productiehallen geleidelijk vervreemd, en vanaf medio 2018 heeft WAA alleen een gehuurd kantoor van 400m2 aan de Prinsessesingel te Venlo. Al met al majeure operaties die WAA vanaf 2014 tot en met medio 2018 heeft doorgevoerd. Door het vervreemden van eigen, veelal hoogrenderend facilitair werk is de toegevoegde waarde in die jaren gedaald. Echter, in het verlengde hiervan heeft de vervreemding en hieraan verbonden afstoting van eigen huisvesting en verhuizing van WAA naar een veel kleiner, gehuurd kantoor van WAA, en de forse krimp in regulier personeel, juist gezorgd voor een sterke kostenreductie en een fors hogere mate van flexibiliteit in de kostenstructuur. Vanaf dat moment is de daling van de toegevoegde waarde meer dan volledig gecompenseerd door een daling van de exploitatielasten. Dit heeft voor de beleidsmatig gewenste risicoreductie én resultaatverbetering voor WAA overall gezorgd. Een extra punt in dit hele proces was het besluit van de deelnemende gemeenten om vanaf 1-1-2018 zélf het materiële werkgeverschap en daarmede de gehele verantwoordelijkheid voor het uitvoeren en organiseren van passend werk voor een belangrijk deel van de gehele Wsw-populatie zijnde de Wswdoelgroep Beschut (loonwaarde tot 30%) naar zich toe te trekken.
Dit doen gemeenten vanaf 2018 met eigen, lokaal maatwerk o.a. door onder regie en verantwoordelijkheid van gemeenten vallende concepten zoals Werken in Buurten. Het Beschut werken is derhalve bij WAA vanaf 2018 volledig afgebouwd. Het Schap WAA Venlo e.o. (en in haar verlengde WAA groep nv) is derhalve vanaf 1-12018 niet meer financieel noch inhoudelijk verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wsw resp. het materiële werkgeverschap voor het Beschutte deel van de Wsw-doelgroep, maar fungeert nog slechts als formele werkgever en basis HRM/payroll dienstverlener voor dit deel van de Wsw doelgroep. In het verlengde hiervan is WAA groep nv als Wsw-uitvoeringsorganisatie van het Schap met ingang van 1-1-2018 als sociaal duurzaam detacheringsbedrijf alleen ingericht op de uitvoering van de Wsw voor sec personen uit de doelgroep met een loonwaarde van 30% of hoger (zgn. niet-beschutte deel van de Wsw). Schematisch ziet dit er als volgt uit:
Niet alleen WAA heeft in de periode vanaf 2014 op meerdere fronten een transformatie ondergaan; dat geldt ook voor het hele sociale domein in het algemeen. Begin 2015 is het hele scala van wettelijke regelingen rondom gesubsidieerde arbeid vervangen door één allesomvattende nieuwe - 9-
wet: de Participatiewet. De Wsw is weliswaar onderdeel van deze Participatiewet maar kent een status aparte; de oude regeling is a.h.w. doorgetrokken maar is wel een gesloten regeling geworden waar vanaf 2015 geen instroom meer in mogelijk is. De Sw kent derhalve vanaf 2015 alleen nog uitstroom en hierdoor krimpt de Wsw-populatie van WAA jaarlijks. Deze krimp zal de komende jaren sneller toenemen, dit als gevolg van een hogere gemiddelde leeftijd en hierdoor een groter natuurlijk verloop (pensioen ca), maar ook door meer uitval van Wsw-ers richting WIA. Dit laatste is o.a. een gevolg van meer uitval van de doelgroep doordat de mate van handicap met het groeien van de leeftijd meer dan evenredig toeneemt. 6.2 ………….en vanaf medio 2018 tot en met 2022 en verder Met het medio 2018 afscheid nemen van het industriële complex aan de Edisonstraat in Venlo is voor WAA in woord en daad een nieuwe periode aangebroken. Een periode van zoeken en een nieuwe manier van werken en nieuwe uitvoeringsmodaliteit ontwerpen, organiseren en vervolgens doen. Een proces dat door WAA met verve is opgepakt en doorgevoerd “terwijl de winkel gewoon open was”. Vanaf eind 2019 heeft WAA de basis hiervoor staan. De Sw-medewerkers zijn voor bijna 95% geplaatst bij reguliere bedrijven en er staat een organisatie en structuur die het gehele proces van (her)plaatsingen voor alle Sw medewerkers ondersteunt.
De nieuwe basis is er. Na 2019 is op deze basis verder gebouwd en is de WAA-organisatie langzaam maar zeker in een meer stabiele fase en geleidelijke maar permanente krimp terecht gekomen. De WAA-organisatie staat en is te typeren als “een stabiel verder krimpende sociaal duurzame detacheringsorganisatie voor sec de Wsw”. Vanaf 2020 ontwikkelt WAA zich binnen de koers verder en wordt de gehele WAA organisatie overall gefinetuned. De fase vanaf 2020 tot 2022 en verder is te typeren als “optimaliseren middels professionaliseren. “
Met dit proces is in 2020 een begin gemaakt door het interne programma “Eigenaarschap” met hierin 4 hoofdthema’s: Ik ga voor WAA, Ik ben resultaatgericht, Ik ben verantwoordelijk en Ik verbind. Elk thema wordt ondersteund met een apart traject zodat het niet blijft bij begrijpen maar ook doen. Wat leidt tot een gezamenlijke verantwoordelijkheid om van de WAA een mens-, klant en resultaatgerichte organisatie te maken. Waarbij evenwicht en balans tussen de drie gebieden het sleutelwoord is. Dit vanuit een continu reciproke proces van kritisch zelf analyseren naar verbeteren en vervolgens meten. En dan weer bijstellen. Dit proces wordt ondersteund door gericht te investeren in het gereedschap dat nodig is om deze stappen te kunnen zetten, m.n. ICT en opleidingen.
- 10 -
Het proces zal in 2021 verder worden uitgerold en wordt in onderstaande figuur nader geduid:
Dit proces zal in 2021 niet stoppen, maar vanaf 2022 en verder doorlopen. Hierbij past de organisatie zich, binnen haar mogelijkheden, in omvang jaarlijks zoveel als mogelijk aan in lijn met de jaarlijkse daling van het aantal Wsw-ers en krimpt derhalve ook jaarlijks. Deze beweging is vanaf 2013 al in gang gezet.
7. Ontwikkeling (Wsw-) bezetting c.a. 7.1. Algemeen De overgang per 1-1-2018 van de beschutte groep Wsw-ers naar de gemeenten in 2018 (met een uitloop naar 2019) en de krimp vanaf 2015 door natuurlijk verloop én de ombouw van WAA als bedrijf zoals bovenstaand beschreven, heeft voor een forse daling in de Wsw-populatie voor WAA gezorgd. Deze daling is in de jaren daarna verder gegaan. Deze is zelfs versterkt doordat m.n. als gevolg van geen instroom en dus een stijging van de gemiddelde leeftijd van de doelgroep, meer mensen uit de doelgroep met (pre-)pensioen gaan en/of niet meer in staat zijn om deel te nemen in het arbeidsproces en uitvallen. Dit zorgde, en zorgt ook in de toekomst, niet alleen voor een sterke daling van de Wsw-populatie waarvoor WAA aan de lat staat, maar ook voor krimp in WAAorganisatie daar rondom heen.
- 11 -
Uit bovenstaande grafiek blijkt dat de reguliere personeelsformatie van ca. 96 fte in 2012 naar ca. 35 fte in 2021 is gedaald. Ook vanaf 2022 zal, ceteris paribus, zal deze daling doorzetten. Het tempo van afbouw zal echter wel teruglopen omdat er in toenemende mate sprake zal zijn van een steeds negatiever “economies of scale” (schaalvoordeel) effect in m.n. de staf- en begeleidingsorganisatie van WAA. Het wordt steeds meer zichtbaar dat de krimp van de WAAorganisatie minder snel kan gaan dan de (verdere) daling van de Wsw-populatie. Vanuit budgettair oogpunt zoekt WAA hierbij steeds de grens op maar zal er nooit overheen (kunnen) gaan. Het feit dat WAA een publieke organisatie is die werkt met een kwetsbare doelgroep, zorgt voor een tegenwicht en natuurlijke balans. In de meerjarenraming t/m 2025 is hiermede rekening gehouden. De met de (versnelde) afbouw gemoeide frictiekosten van de WAA-organisatie worden, conform vigerend beleid en wettelijke (verslaggevings-) voorschriften volledig gefinancierd uit een hiervoor gealloceerde bestemmingsreserve voor de hele periode van krimp. Omdat deze afbouw van de organisatie tot en met 2020 voornamelijk is gerealiseerd met een minimum aan frictiekosten, door m.n. te sturen op natuurlijk verloop in regulier (staf-)personeel in combinatie met reallocaties van bezetting resp.
herverdelingen van taken en verantwoordelijkheden binnen de zittende organisatie, zijn eind 2020 de beschikbare middelen in het frictiefonds meer dan voldoende om de eind 2020 aanwezige én latente frictiekosten voor de komende jaren af te dekken. Hierdoor is er naar verwachting vanaf 2021 en de jaren daarna, geen (aanvullende) dotatie aan deze bestemmingsreserve noodzakelijk. Er was eind 2019 al sprake van een overschot in het fonds van € 500.000 dat, ondanks de onttrekking van € 100.000 in 2020, per eind 2020 zelfs is opgelopen naar ongeveer € 590.000! Vanuit de standaard beleidslijn worden tekorten in het frictiefonds aangevuld met een (aanvullende) gemeentelijke bijdrage. Vanuit die zelfde beleidslijn zal het verwachte overschot van € 590.000 in het fonds ultimo 2020, vanaf 2021 tot en met 2024 geleidelijk met jaarlijkse cohorten van € 147.500 terugvloeien naar de deelnemende gemeenten middels een reductie op de jaarlijkse gemeentelijke exploitatiebijdragen voor WAA. De financiële impact van de frictie op de WAA-exploitatie is door de inzet van een bestemmingsreserve voor frictiekosten beperkt, maar het effect van de krimp en frictie op het personeel en de WAA-organisatie zélf is iets dat, los van de financiële kant van het verhaal, wel steeds en onverminderd een stempel blijft drukken op de organisatie WAA.
Iets dat ook in 2021 en ook de jaren daarna nog nadrukkelijk de aandacht vraagt en ook verdient. De winkel is en blijft immers wel steeds open…… 7.2 Wsw-bezetting voor 2022 totaal en per deelnemende gemeente Voor 2022 is onderstaande Wsw-bezetting voor het Schap en de (deelnemende) gemeenten geraamd:
gemeente Beesel Bergen Venlo Niet deeln. gemeenten totaal
aantal SE bij WAA geplaatst per gemeente 2022 (A) 41,3 51,9 321,0 0,0 414,2
aantal SE beschut bij gemeenten geplaatst per gemeente 2022 (B) 9,4 22,2 147,8 0,0 179,4
aantal totaal SE per gemeente 2022 (C=A+B) 50,7 74,1 468,8 0,0 593,6
*) Totaal taakstelling per gemeente is berekend o.b.v. financieringsmethodiek “werkgemeente” vanaf 1-1-2017 en o.b.v. extrapolatie van gegevens jaargemiddelde over 2020 per gemeente met een uitstroom% van 4,7% voor 2021 resp. 3,7% voor 2022.
Ten opzichte van 2021 daalt de totale bezetting SW bij gemeenten in 2022 verder. Dit omdat er sprake zal zijn van natuurlijke uitstroom terwijl er vanaf 1-1-2015 geen instroom meer is in de Wsw.
8. Economische verwachtingen in het algemeen voor 2022 en verder Na een krimp van de economie met ongeveer 5% in 2020 a.g.v. corona, zijn volgens CPB per begin 2021 twee hoofdscenario’s mogelijk voor 2021 en volgende jaren: wel of geen lange 3e COVID-19golf en lockdown in 2021. Indien er een lange 3e golf komt, dan is de verwachting dat de economie in 2021 een verdere daling met 4% overall laat zien. Indien geen lange 3e golf komt, dan is de verwachting dat na het eerste halfjaar 2021 de economie krachtig opveert en uiteindelijk zelfs een groei met 3% laat zien in 2021. Voor 2022 t.o.v. 2021 verwacht het CPB vooralsnog dat de
- 12 -
verstrekkende (economische) gevolgen en maatregelen om COVID-19 onder controle te krijgen, succesvol zijn en dat de economie zal groeien met ongeveer 3% ten opzichte van 2021.
In deze primaire begroting 2022 en de bijbehorende meerjarenraming is op prudente wijze rekening gehouden met het scenario uit de basisverkenning. Hierbij is het uitgangspunt op basis van deze verwachting dat er na de zomer van 2021 een afname van de pandemie zal optreden en een vergaande versoepeling van de huidige COVID-19-maatregelen. En er hierdoor zowel op regionale, landelijke en globale schaal in economisch opzicht een wederopstanding uit de coronacrisis zal zijn met een inhaalslag t.a.v. economische groei.
9. Ontwikkelingen binnen het sociale domein voor gesubsidieerde arbeid overall 9.1 Beleidsmatige ontwikkelingen De Participatiewet, waar de Wsw nu onderdeel van is, is een brede wet voor iedereen met een afstand tot de arbeidsmarkt die volledig erop gericht is om iedereen in die wet zoveel als mogelijk te plaatsen in een reguliere arbeidsomgeving. De beweging die bij WAA vanaf 2014 is ingezet zijnde “van binnen naar buiten” wordt hierdoor (nogmaals) ondersteund en onderstreept. Een beleid dat verder breed ondersteund wordt middels een voor iedereen algemeen geldende, brede sociale agenda voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt die uitvloeide in een banenakkoord vanaf 2014 tussen de sociale partners. Hierbij is toen be- en afgesproken dat eind 2020 ruim 200.000 extra banen in zowel de publieke als private sector moeten zijn ingevuld door mensen met een (dreigend) grote afstand tot de arbeidsmarkt. Al in 2015 heeft het Rijk aangekondigd vanaf eind 2020 een officiële brede en algemene evaluatie van de Participatiewet te gaan uitvoeren. Eind 2019 heeft een eerste voorzichtige tussenevaluatie van het Centraal Planbureau ten aanzien van de eerste effecten van de Participatiewet het licht gezien. De eerste conclusies hierbij geven aan dat de primaire doelstelling van de wet door deze wet dichterbij is gekomen dan ooit.
Maar dan wel alleen voor dat deel van de doelgroep waarbij mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt die in de basis voldoende potentie/loonwaarde bezitten om zich uiteindelijk zonder permanente ondersteuning vanuit het publieke domein zelfstandig een arbeidsplek in een reguliere omgeving te verwerven en (misschien nog belangrijker) te behouden. Voor hen is een inclusieve samenleving écht dichterbij gekomen. Maar voor mensen met een (blijvend) grote afstand tot de arbeidsmarkt, het zgn. Nieuw Beschut, blijkt het toch nog heel lastig te zijn om een blijvende plek in een reguliere omgeving te verwerven. Werkgevers staan niet onwelwillend tegen het opnemen van meer mensen “met een vlekje” maar als puntje bij paaltje komt, zijn er toch vaak té forse barrières. Ondanks alle vangnetten er rondom heen. En áls werkgevers de stap toch durven te maken, vraagt men veelal zeer forse bijdragen, en (meerjarige) garanties van gemeenten en/of UWV maar ook WAA om alle risico’s af te dekken. Opvallend hierbij is overigens dat niet alleen bedrijven maar ook overheden resp. gemeenten zich zeer terughoudend blijven gedragen als het gaat om uitvoering geven aan de afspraken uit het sociale akkoord van 2015 en gehoor te geven aan de sociale agenda 2015-2025 voor juist deze meest kwetsbare personen uit de doelgroep.
Het lijkt erop of het paradigma “principes zijn goed, maar ze moeten wel beheersbaar en betaalbaar zijn!“ hierbij prevaleert boven - 13 -
de sociale uitgangspunten van een inclusieve samenleving. Helaas maar niet geheel onverwacht overigens, vanuit de ervaring die WAA ook heeft met een deel van haar SW-doelgroep. Bovenstaande bevindingen uit de tussenevaluatie in 2019 zijn in 2020 bevestigd met een eindrapport. En daar waar, n.a.v. de eerste signalen dat het met een deel van de uitvoering van de Participatiewet minder goed ging, in Den Haag en omgeving stemmen opgingen om op de ingezette lijn door te gaan met meer inzet en extra dwangmiddelen zoals een quotum- met boetebeleid in combinatie met een wettelijke verplichting voor invullen van Nieuw Beschut door gemeenten, is er begin 2021 een andere richting gekozen. Er is in januari 2021 in de Tweede Kamer een motie aangenomen om op korte termijn te komen tot een oplossing om de groeiende groep Nieuw Beschut tóch ook aan een baan en werk te helpen: de opzet en inrichting van wat men noemt Regionale Sociale Ontwikkelbedrijven. Beoogd zijn hierbij publiekrechtelijke bedrijven die zowel de arbeidsovereenkomst én plaatsing van mensen met een arbeidsbeperking en een hogere loonwaarde verzorgen zoals Wsw, maar dat ook oppakken voor de nieuwe groep uit de Participatiewet zijnde de doelgroep Nieuw Beschut waarvoor dat nu niet is weggelegd.
De Sociale Ontwikkelbedrijven dienen naast het bestaande, specifiek ook straks voor het Nieuwe Beschut onder hun eigen regie een plaatsing te organiseren in een zo reguliere omgeving. En daarmede oppakken wat werkgevers nu onder de huidige wet laten liggen. Het lijkt op terug naar uitvoering Wsw oude stijl, maar met een groot verschil; de nieuwe Sociale Ontwikkelbedrijven worden geacht de werkgeversrol voor de groep Nieuw Beschut op te pakken en plaatsingen voor mensen uit deze moeilijke plaatsbare groep Nieuw Beschut vorm en inhoud te geven bij en in samenspraak met reguliere werkgevers. De hoofdlijn en basisgedachte van de Participatiewet zijnde inclusiviteit t.a.v. werken in een reguliere omgeving voor iedereen met een afstand tot de arbeidsmarkt blijft zo in takt. Alleen het proces coördineren rondom matching en plaatsing bij reguliere werkgevers én de inkomensvoorziening voor deze groep verzorgen, dat wordt toch weer een publieke in plaats van een private taak. Inclusiviteit avant la lettre! En op het eerste oog een mooie (polder) oplossing en nobele gedachte. Na de motie is het aan het volgende kabinet om hier concreet verder vorm en inhoud te geven. Maar enige scepsis is hier toch op zijn plaats.
Immers, de historie heeft aangetoond dat ondanks dat de overheid alles voor een reguliere plaatsing faciliteert, het plaatsen en opnemen in een bedrijf an sich vaak een nobel streven is, maar in de praktijk lastiger is, en valkuilen kent. Inclusiviteit is veel meer dan een gereedschapstas vanuit het Rijk met een (subsidie) instrumentarium. Het vergt vooral bij zowel de overheid als werkgevers maar ook op de werkvloer een andere mindset. En zoiets is breder dan een motie of wet; dat kost geld, forse inspanningen maar ook veel tijd om een andere cultuur te creëren bij iedereen in de samenleving. Een ervaring die WAA ook hierbij heeft en die er o.a. voor zorgt dat het laatste 5% deel van haar Sw-populatie lastig plaatsbaar is en blijft. En dit vormt daarmee een uitdaging maar ook een risico voor de exploitatie van WAA voor nu en de komende jaren. Maar wel een uitdaging die WAA aangaat! 9.2 Ontwikkelingen ten aanzien van de reguliere rijksbijdrage Wsw In 2020 is de door het Rijk in 2014 aangekondigde jaarlijkse lineaire afbouw van de reguliere Rijksbijdrage per arbeidsjaar Wsw (= totaal excl. COVID-19-bijdrage) met € 550 voor het laatst toegepast. Vanaf 2021 zal de Rijksbijdrage Wsw jaarlijks worden aangepast aan de loon- en prijsontwikkeling Overheid (LPO).
Ondanks de stijging van de loonkosten Wsw (onder invloed van Cao-afspraken) en door de te verwachten oplopende sociale lasten zoals pensioenpremies, zal het subsidietekort Wsw in 2021 en volgende jaren naar verwachting niet verder oplopen. Er gaat een nieuwe status quo ontstaan. Ondanks het stoppen van de subsidiekorting Wsw blijft echter a.g.v. de kortingen t/m 2020 ook in 2021 en volgende jaren het subsidietekort Wsw onveranderd hoog. Zeker als het wordt afgezet tegen het basisjaar 2014, zoals blijkt uit onderstaande grafiek. Het subsidietekort Wsw heeft vanaf 2015 jaarlijks voor een oplopende financiële druk op gemeentelijke budgetten in het sociale domein gezorgd.
- 14 -
Deze financiële druk is vooralsnog niet van de baan. Vooralsnog wordt in deze begroting ervan uitgegaan dat de hoogte van de Wsw-subsidie, de LPO (Loon-Prijs-Ontwikkeling)-compensatie, en het LIV (Loon-Inkomens-Voordeel voor lage lonen) zoals eind 2020 bekend, normatief zijn voor de komende jaren. Gezien de consistentie van het Rijksbeleid rondom (fiscale en andere) vergoedingen voor Wsw-arbeidskosten in de afgelopen jaren, ligt hier wel nadrukkelijk een risico. Hiervoor wordt verwezen naar de risicoparagraaf in deze begroting.
10. Bestuurlijke ontwikkelingen rondom de uitvoering van de Wsw door WAA De Wsw en daarmede WAA is vanaf 2015 een onderdeel van een bredere Participatiewet. Een kaderwet die nadrukkelijk gemeenten positioneert als centrale regie- en uitvoerder die verantwoordelijk is om al haar burgers en iedereen met een afstand tot de arbeidsmarkt zo snel als mogelijk weer een passende plek te geven in een zo regulier mogelijke arbeidsomgeving. Iets dat naadloos aansluit op de nieuwe WAA-organisatie zoals die vanaf eind 2018 staat. De krimp in SW en de oplopende economies-of-scale-effecten bij WAA, in samenhang met de uitdagingen waarvoor gemeenten over de volle breedte staan vanuit de Participatiewet én de parallellen die er meer en meer zijn tussen Wsw en de andere doelgroepen binnen die Wet, hebben ertoe geleid dat de gemeente Venlo, als grootste belanghebbende gemeente binnen WAA, vanaf december 2016 heeft onderzocht óf en zo ja, hoe, wat en waar het mogelijk zou zijn de uitvoering van de gehele Wsw vorm en inhoud te willen gaan geven binnen haar eigen gemeentelijke sociale domein. Dit heeft in 2019 geresulteerd tot een positief advies op de beoogde richting en vervolgens voorgenomen besluit van de gemeente Venlo om hiertoe over te gaan.
In februari 2020 is hier door de andere deelnemende gemeenten in WAA, zijnde Beesel en Bergen, negatief op gereageerd: beide kleinere gemeenten wensen, in tegenstelling tot het voornemen van de gemeente Venlo, vooralsnog voor de komende jaren en ceteris paribus op de huidige voet en huidige koers door te gaan met WAA als uitvoerder van de Wsw. De huidige efficiënte wijze van uitvoering door WAA maakt dat voor deze gemeenten er geen noodzaak is om zaken anders te organiseren. Veranderingen brengen te grote financiële en maatschappelijke risico’s met zich. Gedurende de huidige status quo is door het Bestuur van het Schap besloten om, met inachtneming van ieders belangen, op basis van gelijkwaardigheid en rekening houdende met belangen van andere stakeholders én – last but not least – de mensen in de doelgroep waar het allemaal om draait (!), een nieuw onderzoek uit te zetten naar hoe dan verder. Dit onderzoek genaamd Samen Verder! is medio 2020 opgepakt. Hangende dit onderzoek is vooralsnog bestuurlijk besloten tot een status quo en de huidige structuur en koers van WAA onveranderd en going concern tot nadere bestuurlijke besluitvorming door het Schapsbestuur door te zetten.
Uit oogpunt van voorzichtigheid is in de 1e begrotingswijziging 2021 en primaire begroting 2022 rekening gehouden met mogelijke kosten voor Samen Verder! en zijn beperkte middelen binnen de totale WAA-exploitatie apart hiervoor gealloceerd en gereserveerd. De uitkomsten van het gehele vervolgproces Samen Verder! rondom de toekomstige (bestuurlijke) positionering van WAA binnen het gehele sociale domein van de deelnemende gemeenten resp. - 15 -
specifiek binnen de gemeente Venlo zijn nog niet bekend maar kunnen wel van majeure invloed zijn op zowel de aard en omvang als (toekomstige) continuïteit van zowel het Schap WAA Venlo e.o. (als gezamenlijke regievoerder voor de Wsw in de regio Venlo) en haar Wsw uitvoeringsorganisatie WAA groep nv c.a. En ongeacht de uitkomst van dit proces is e.e.a. nú al een hele tijd van grote invloed op WAA. Immers: het hele proces van onderzoek naar de nieuwe toekomst van WAA duurt nu al bijna zes (!!) jaar. Gedurende al die tijd van onzekerheid t.a.v. de toekomst is WAA zeer prudent t.a.v. het aangaan van langdurige verplichtingen en grote investeringen in haar structuur, instrumentarium, organisatie, en personeel. Dit om het risico van grote desinvesteringen naar de toekomst te beperken. Dit betekent dat er tot 2025 prudent wordt geïnvesteerd in mensen en middelen. WAA draait on going concern (doorlopende continuïteit) en kan en zal hangende de onzekerheid t.a.v. de toekomst, maar beperkt middelen inzetten voor innovatie van middelen en processen en voor een meer structurele kwalitatieve en kwantitatieve impuls in haar organisatie. Er is op dit punt sprake van een zekere stilstand. En stilstand is achteruitgang. Zeker in de zeer dynamische (buiten-) wereld waarin WAA opereert.
Hier loopt zowel WAA als ook al haar stakeholders inclusief de gemeenten steeds meer een risico naar de toekomst. Een zowel kwalitatief als financieel risico, voor het geval er straks sprake is van noodzakelijke grote (inhaal)investeringen om de zaak weer aan de maat te krijgen. Omdat ten tijde van de opmaak van deze primaire begroting 2022 het vervolg onderzoek Samen Verder! c.a. nog steeds in volle gang is en de uitkomsten hiervan nog niet bekend zijn, is de mogelijke impact en verdere gevolgen van deze beoogde beweging derhalve (nog) onbekend en is e.e.a. in deze begroting als PM opgenomen. Deze primaire begroting 2022 is derhalve opgesteld op basis van going concern-grondslagen voor zowel het Schap als WAA groep nv c.a.
Financiële samenvatting Het begrote geconsolideerde concernresultaat (Schap en WAA groep nv) 2022 komt uit op een tekort van € 2.329.000. Dit is een verbetering t.o.v. de 1e begrotingswijziging 2021 met € 243.000, vooral door een beter subsidieresultaat Wsw (ad € 136.000), en door lagere frictiekosten (ad € 50.000) door minder boventalligen. Het subsidieresultaat Wsw verbetert in 2022 t.o.v. 2021 vooral door een stijging van de begrote rijksbijdrage Wsw per SE (2,9%), die daarmee hoger is dan de begrote loonkostenstijging incl. soc. lasten per fte (2,25%). Het geconsolideerde concernresultaat van WAA wordt onderverdeeld in de netto kosten van Wswarbeid en Wiw, Participatiebanen (zgn. subsidieresultaat Wsw resp. Wiw en Participatiebanen), de netto resultaten die voortkomen uit het organiseren en bieden van passende arbeid voor deze doelgroepen (zgn. operationeel resultaat),de kosten verbonden aan de ombouw van WAA (frictiekosten ca.) en diverse baten en lasten: 1e Primaire begrotings- begroting wijz. 2021 2022
Werkelijk 2019
Werkelijk 2020*)
Operationeel resultaat NV Coronabuffer Organisatiekosten Schap
1.245 0 -153
1.142 0 -151
526 -300 -234
211 0 -142
Operationeel resultaat NV + Schap Subsidieresultaat Wsw Subsidieresultaat Wiw, Participatiebanen etc. Frictiekosten Rijksbijdrage coronafonds Saldo overige div.baten/lasten
1.092 -2.148 -1 -307 0 145
991 -2.361 0 -166 933 42
-8 -2.392 0 -192 PM 20
68 -2.256 0 -142 PM 0
Totaal concernresultaat geconsolideerd Waarvan resultaat WAA groep nv
-1.219 472
-562 718
-2.572 -600
-2.329 -800
Resteert resultaat WAA Schap
-1.691
-1.280
-1.972
-1.529
Schap + WAA groep nv geconsolideerd
*) betreft voorlopige cijfers
- 16 -
Het operationeel resultaat betreft het resultaat van WAA groep nv uit de omzet van bedrijfsactiviteiten minus de operationele kosten voor organisatie van passende arbeid. Het subsidieresultaat Wsw is het resultaat uit passende arbeid Wsw c.a. van de personeelskosten Wsw minus de rijksbijdrage Wsw. Het subsidieresultaat is niet beïnvloedbaar voor zowel WAA als gemeenten en een gevolg van externe factoren zoals cao en rijksbeleid. Het begrote concerntekort voor 2022 van € 2.329.000 zal voor € 800.000 worden gedekt door de inzet van eigen vermogen door WAA groep nv. Het resterende tekort van het Schap ad € 1.529.000 zal grotendeels worden gedekt door een bijdrage door de deelnemende gemeenten van € 1.100.000. Voor een toelichting verwijzen we naar paragraaf 3 van deze begroting. Voor 2022 wordt o.b.v. de verwachte Wsw-bezetting per gemeente en de inwoneraantallen per gemeente op 1-1-2021, onderstaande verdeling van de totale bruto gemeentelijke tekortfinanciering naar de afzonderlijke deelnemende gemeenten geraamd: Totaal gemeentelijke tekortfinanciering (in € x 1.000) Beesel Bergen Venlo Totaal voor bonus (bruto bijdrage) Af: te verdelen bonus Totaal deelnemende gemeenten (netto bijdrage)
2021 begroting voor wijz. 159 196 1.290 1.645 - 45
2020 werkelijk
116 141 888 1.145 - 45
2021 begroting na 1e wijz. 116 141 888 1.145 - 45
1.100
1.100
1.600
1.600
2022 begroting
156 201 1.243 1.600 0
Realisatie van doelmatigheid en rechtmatigheid Een basishouding en natuurlijk uitgangspunt voor een publiekrechtelijke organisatie als WAA is dat zij in al haar doen en laten bij de uitvoering van haar publieke taak altijd en overal doelmatig en rechtmatig handelt. Dit geldt voor zowel de wettelijke als ook in de uitvoering van alle andere (overheids-)taken die door de participanten in de regeling bij haar zijn neergelegd.
1. Doelmatigheid Doelmatig opereren ten aanzien van haar sociale opdracht betekent voor WAA het maximaal invullen van de taakstelling voor haar gemeenten. Het Schap heeft, evenals in voorgaande jaren, ook in 2020 op dit aspect binnen haar mogelijkheden maximaal invulling gegeven aan haar doelstelling en derhalve op dit punt doelmatig gehandeld. Doelmatigheid veronderstelt ook dat alle toegewezen taken binnen de gestelde kaders adequaat worden uitgevoerd met inachtneming van alle vigerende (wettelijke) kaders en tegen voor deze participanten aanvaardbare kosten. Hiertoe zijn in het kader van doelmatigheid vanaf 2017 onderstaande in “Samen Groeien” en in de geactualiseerde koers bevestigde, verankerde randvoorwaarden opgenomen: • De werkwijze van het WAA-bedrijf moet sober en doelmatig zijn: de uitgaven worden hierop aangepast. Daar waar expertise of andere vormen van ondersteuning noodzakelijk is wordt contact gezocht met de drie deelnemende gemeenten; vacatures zouden dan ook over en weer kunnen worden uitgewisseld. • WAA dient zo min mogelijk langlopende financiële verplichtingen aan te gaan. Daar waar dit onverhoopt toch aan de orde zou kunnen en moeten zijn vanuit bedrijfsvoering, wordt dit vooraf afgestemd en besloten in samenspraak met de deelnemende gemeenten.
Dit om eventuele staartverplichtingen als gevolg van een mogelijke mismatch tussen eisen en wensen van een sterk veranderende WAA-organisatie en kosten uit lopende contracten en investeringen te minimaliseren. • Binnen de huidige financiële positie van zowel WAA als gemeenten zal een substantieel bedrag inzetbaar worden gemaakt om de beoogde transitie te maken, waardoor de WAA “fit” wordt en een kostenstructuur krijgt die past bij een veranderende maar ook krimpende - 17 -
organisatie. De gehele ombouw en transitie van de entiteit WAA zal gecontroleerd en geconditioneerd gebeuren met oog voor organisatorische en financiële stabiliteit en continuïteit van de organisatie WAA én haar participanten. Inzet van eigen én aparte frictiemiddelen moet gebeuren rekening houdende met en binnen de bestaande financiële mogelijkheden van zowel WAA als de deelnemende gemeenten en onder genoemde randvoorwaarden. WAA blijft in dit proces ten aanzien van doelmatigheid jaarlijks streven naar evenwicht tussen doel en de hieraan verbonden kosten en bijdragen, in samenwerking met de deelnemende gemeenten. Doel is om middels een combinatie van mogelijkheden het resultaat op bedrijfsvoering bij de WAA jaarlijks te verhogen en daardoor de kortingen op de rijksbijdrage Wsw op te vangen met als gevolg de gemeentelijke bijdragen te beperken. In alle jaar- en meerjarenbegrotingen t/m 2025 is jaarlijks een tekort voor WAA op de uitvoering van de Wsw opgenomen, dat past binnen dit kader. De tekorten worden (vooralsnog) jaarlijks gedekt door een (aanvullende) gemeentelijke bijdrage. Doelmatigheid is en blijft altijd voor WAA van belang en zal intern periodiek worden gemeten en getoetst aan de hand van vooraf benoemde prestatie-indicatoren.
Via jaarrekeningen, begrotingen, kwartaalberichten, maandrapportages en maandelijkse dashboards worden periodiek alle voor de sturing en bedrijfsvoering relevante indicatoren op een eenduidige en transparante wijze periodiek aan alle belanghebbenden bij WAA gepresenteerd. Naast eigen indicatoren wordt doelmatigheid bij het Schap en haar uitvoeringsorganisatie WAA groep nv jaarlijks getoetst door de gerealiseerde doelen en de daarbij behorende kosten voor de uitvoering van de Wsw af te zetten tegen beschikbare branchegegevens. Dit, tezamen met een duidelijke periodieke (interne) verantwoording en toelichting op resultaten en van nature ingebouwde interne en externe controles, zorgt voor een informatieverzorging die de vereiste (bestuurlijke) transparantie waarborgt. WAA heeft altijd al doelmatigheid hoog in haar vaandel staan en zal op dit punt de ingezette lijn blijven volgen.
2. Rechtmatigheid Rechtmatigheid is te zien als “handelt binnen vigerende wettelijke kaders én bestuurlijke beleids- en richtlijnen zoals die door haar deelnemende gemeenten zijn geformuleerd”. Rechtmatigheid veronderstelt ook te allen tijde integer zijn in al het doen en laten. Ook dit is voor een publieke organisatie als WAA een must en een vanzelfsprekendheid. Bij rechtmatigheid hoort ook het adequaat afleggen van verantwoording naar alle participanten, transparantie in doen en laten en integer zijn. Dit zijn de uitgangspunten voor al het handelen en doen en als zodanig benoemd door WAA. Omdat het afleggen van verantwoording en transparantie voor WAA altijd al van groot belang was en ook blijft, en het Schap het belang van Sisa (single information single audit) en de informatie die hieruit naar voren kwam, onverminderd onderschrijft, zijn – ondanks het ontbreken van een wettelijke verplichting hiervoor - in 2020 wederom de van toepassing zijnde Sisa-gegevens door WAA integraal opgenomen in de jaarstukken. De accountant geeft middels de controleverklaring aan in hoeverre WAA heeft voldaan aan de eisen van financiële en sociale rechtmatigheid. Ook de Provincie als toezichthouder toets hier op.
• De financiële rechtmatigheid wordt getoetst door te controleren in hoeverre alle uitgaven binnen de kaders van de genoemde wettelijke regelingen vallen én of deze passen binnen wettelijke bepalingen voor verslaggeving (gemeentelijke comptabiliteitsvoorschriften), financiering (wet FIDO), etc. Vanaf den beginne heeft WAA steeds ruimschoots aan de gestelde rechtmatigheidseisen voldaan en ook in 2019 was dit het geval. WAA blijft ook in de toekomst streven om steeds aan deze eisen te voldoen maar kan geen garantie hiervoor geven. Dit omdat het Rijk jaarlijks wet- en regelgeving aanpast zonder rekening te houden met praktische (on)mogelijkheden. Hierdoor is het risico van subsidiekorting altijd latent aanwezig. • De sociale rechtmatigheid wordt getoetst door te controleren of WAA heeft voldaan aan de personele eisen zoals die door het Rijk in de Wsw heeft neergelegd.
- 18 -
De accountant en de Provincie hebben in 2020, wederom, vastgesteld dat ook op dit punt de WAA-organisatie voldoet aan de wettelijke resp. administratief-organisatorische eisen die op dit punt van belang zijn. WAA richt zich vanaf 2014 op de uitvoering van de Wsw sec, en blijft dit vooralsnog onverminderd doen. Behoudens de inzet van mensen uit de Participatiewet op werkobjecten á la Wsw om de uitvoering van de Wsw te ondersteunen, zijn geen andere doelgroepen dan Wsw in behandeling bij WAA. De resultaten (i.c. kosten en opbrengsten) die door WAA gegenereerd worden, worden geclassificeerd als volledig publiekrechtelijk. De publieke activiteit van WAA vloeit namelijk per definitie voort uit de Wsw. Mocht er sprake zijn van activiteiten die niet hieraan direct of indirect gerelateerd zijn, worden deze steeds zowel operationeel als financieel nadrukkelijk gescheiden van de Wsw. Op deze wijze voldoet WAA aan de eisen die de Wsw stelt en is de scheiding van Wsw met overige activiteiten, en van publieke en private financiering duidelijk verankerd in de (administratieve) organisatie van de gehele WAA-organisatie.
Voorstel tot vaststelling van de begroting Het Dagelijks Bestuur stelt aan het Algemeen Bestuur voor deze begroting vast te stellen.
- 19 -
Begroting Programmaverantwoording Algemeen Het Schap kent in zijn begroting en jaarrekening één programma. Dit is het programma Sociale werkvoorziening. Alle processen van het Schap, inclusief alle ondersteunende processen zoals bestuur, financieel en operationeel beheer e.d. zijn gericht op dit programma zijnde het verzorgen van de uitvoering Wsw voor de deelnemende gemeenten. Nadrukkelijk dient, idem als in alle jaarrekeningen en begrotingen vanaf 2018, ook in deze begroting 2022 rekening gehouden te worden bij elke vergelijking ten opzichte van alle jaren t/m 2017 van de kerncijfers, exploitatie e.d. van WAA op totaalniveau over de jaren vanaf 2018 en verder, dat de totale SW-populatie waarvoor WAA de Wsw uitvoert, vanaf 2018 fors lager is dan in voorgaande jaren. Er is nl. vanaf 1-1-2018 geen sprake meer van een integrale maar van een deeluitvoering van de Wsw voor de gemeenten via WAA. Dit omdat gemeenten vanaf 1-1-2018 zélf aan de lat staan voor de uitvoering van het beschutte deel van Wsw. Programma Sociale werkvoorziening 1. Algemeen Onder de nieuwe Participatiewet is het wettelijke kader voor de uitvoering van Wsw van vóór 2015 ook daarna onveranderd doorgezet. Hierbij ligt en blijft regie, uitvoering en financiering van de Wsw onveranderd bij de individuele gemeenten. Het Schap is - en blijft dat vooralsnog onder voorbehoud van verandering hierin o.a.
door het lopende onderzoek Samen Verder! naar een andere uitvoeringsmodaliteit - als Gemeenschappelijke Regeling door haar gemeenten integraal aangewezen als uitvoerder van de Wsw. Zij heeft primair als taak de uitvoering van de Wsw voor, door en namens de deelnemende gemeenten te verzorgen, hen te ondersteunen bij het invullen van hun Wsw taakstelling en fungeert als Shared Service Center en als gemeenschappelijke werkgever voor Wsw-dienstbetrekkingen voor en namens haar deelnemende gemeenten. In deze begroting wordt ervan uitgegaan dat de gemeenten de rijksbijdrage Wsw voor elke gerealiseerde Wsw-dienstbetrekking, idem als tot en met 2021, ook voor de volgende jaren volledig beschikbaar blijven stellen aan het Schap. Voor de bepaling van de rijkssubsidie Wsw per dienstbetrekking en de in te vullen taakstelling door het Schap per gemeente, is in deze begroting uitgegaan van het voor 2022 e.v. apart door het Rijk aangegeven vergoedingendeel Wsw als onderdeel in de Participatiewet voor de verschillende gemeenten. Dit wordt jaarlijks door het ministerie van SZW gepubliceerd als onderdeel van het totale Participatiebudget. Onderstaande variabelen zijn hierin bepalend en worden hiervan afgeleid: • Het aantal medewerkers, uitgedrukt in arbeidsjaren resp.
standaardeenheden (SE), dat landelijk én per gemeente apart via de Participatiewet, onderdeel Wet sociale werkvoorziening, bekostigd wordt, wordt op basis van actuariële gegevens t.a.v. verwachte uitstroom hiervan jaarlijks bepaald. Hierbij vormt de situatie eind 2019 en de hiervan afgeleide budgetten zoals SZW die eind 2020 gepubliceerd heeft voor 2020 t/m 2025 de basis. Deze gegevens worden in de loop van 2021 door het Rijk jaarlijks geactualiseerd voor 2022 en verder op basis van de realisatie van t-1 resp. op basis van de realisatie 2020 voor 2021 e.v. • Een vast budget per standaardeenheid waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen budget voor oude doelgroep (Wsw) en budget voor nieuwe doelgroep (Participatiewet); • De “omrekenverhouding” Wsw-medewerkers, uitgedrukt in Full Time Equivalent (FTE), naar standaardeenheden (SE), kenbaar gemaakt aan de afzonderlijke bestuurlijke eenheden middels een uitvoeringsbeschikking.
- 20 -
•
Voor 2022 worden de volgende omrekenfactoren vastgesteld (idem als in 2020): o Licht gehandicapt 1,00 o Middel gehandicapt 1,00 o Zwaar gehandicapt 1,25
De door het Rijk voor 2022 aan gemeenten toegekende Wsw subsidievergoeding in arbeidsjaren is het te realiseren bezettingsdoel voor elke gemeente, en hiervan afgeleid voor WAA geeft dit tevens het maximum aan van de te subsidiëren Wsw-arbeidsplaatsen per gemeente voor 2022. Omdat deze subsidiëring tot en met 2025 is bepaald o.b.v. historische bezettingscijfers uit 2019 en een statistische uitstroomkans voor de jaren na 2019, is er een risico op (grote) afwijkingen in de komende jaren. En ondanks het feit dat vanaf dus 2015 geen instroom in de Wsw meer plaatsvindt blijft hierdoor een risico van onder- of overrealisatie aanwezig. In geval van onderrealisatie in SE is het gestelde doel niet gerealiseerd maar hoeft vanaf 2015 het niet door Wsw verplichtingen gedekte overschot op de rijkssubsidie Wsw niet te worden terugbetaald aan het Rijk. Dit omdat er vanaf 2015 sprake is van een niet geoormerkt Wsw-deel in een ontschot overall Participatie-budget. Bij overrealisatie geldt dit ook en zijn de kosten voor overrealisatie derhalve ook voor eigen risico en rekening van de betreffende gemeente. De reguliere Wsw subsidie (excl.
een eventuele incidentele COVID-19-opslag) van naar verwachting € 28.911 per arbeidsjaar in 2022 zal, in lijn met hetgeen eerder door het Rijk is aangegeven, naar verwachting ook na 2022 stabiel blijven op dit nieuw nominaal structureel lagere niveau ten opzichte van bijna €28.000 in 2014. In de volgende jaren zullen naar verwachting hierop alleen nog jaarlijks aanpassingen gedaan worden o.b.v. indexatie ter hoogte van de zgn. LPO. Deze indexatie dekt echter alleen en slechts ten dele de verwachte loonkostenstijging af en verkleint het oplopende subsidietekort, maar compenseert het zeker niet. De financiële gevolgen van de afbouw van de rijksbijdrage Wsw zijn geheel voor risico en rekening van de hiervoor bij wet door het Rijk aangewezen gemeenten. 2. Sociaal beleid In de beleidsvisie van het bestuur is aangegeven welke doelstellingen het Schap nastreeft. Op sociaal gebied zijn deze doelstellingen onveranderd ten opzichte van vorige jaren en vertaald in concreet meetbare termen als: o een beleid gericht op plaatsing van Wsw-medewerkers in het reguliere bedrijfsleven, rekening houdend met de individuele wensen en mogelijkheden van eenieder; o optimale invulling van de jaarlijks door het Rijk aangegeven taakstelling. Plaatsingen, in- en uitstroom Het verloop van het aantal geplaatste fte (incl.
Begeleid werken) is als volgt: Aantal fte Beginstand Bij: instroom Bij: toename a.g.v. verhuizingen en wijzigingen van handicapcode Af: Werken in buurten naar deelnemende gemeenten Af: uitstroom naar reguliere arbeid Af: uitstroom overige Eindstand Uitstroom in %
2022* 418,3 0,0
2021* 430,0 0,0
2020* 456,0 0,0
2019 472,8 0,0
2018 708,0 0,0
0,0
0,0
0,0
12,1
7,5
n.v.t. 0,0 -16,9 401,4 -4,0%
n.v.t. 0,0 -11,7 418,3 -2,7%
n.v.t. 0,0 -26,0 430,0 -5,7%
n.v.t. 0,0 -28,9 456,0 -6,1%
-214,3 0,0 -28,6 472,8 -4,0%
*) 2018 en 2019 werkelijk, 2020 volgens laatste cijfers, 2021 en 2022 volgens begroting
Vanaf 2015 is de eindstand van t-1 en de actuarieel berekende uitstroom per gemeente leidend voor de jaarlijkse subsidievaststelling Wsw van de afzonderlijke gemeenten voor de komende perioden.
- 21 -
Wachtlijst Vanaf 1-1-2015 zijn alle Wsw-wachtlijsten opgeheven omdat er vanaf die datum ook geen instroom meer mogelijk is vanaf een wachtlijst in de Wsw. Taakstelling Wsw en realisatie WAA zal, conform de beleidsdoelstellingen, evenals in 2021 ook in 2022 en volgende jaren de aan haar door individuele gemeenten toegewezen Wsw-populatie conform de kaders van de Wsw voorzien van passende arbeid. 3. Financieel beleid De begroting 2022 van het Schap sluit met een tekort van € 1.529.000. Dit is incl. een bijdrage in de reorganisatie-/frictiekosten ad € 142.000 aan WAA groep nv. Het tekort zal worden gedekt door: • een gemeentelijke tekortfinanciering ad €1.100.000; • een onttrekking van € 142.000 uit de bestemmingsreserve ter dekking van frictiekosten over 2022; • een vrijval van € 147.500 van de bestemmingsreserve, dit uit hoofde van bestuursbesluiten in december 2019 en 2020 dat de per 31-12-2019 resp. 31-12-2020 benodigde bestemmingsreserve € 500.000 resp. € 590.000 minder is dan eerder voorzien, en dat dit voordeel verdeeld over vijf jaar (vanaf 2020) wordt ingezet ter dekking van eventuele exploitatietekorten van het Schap resp. ter mitigering van de gemeentelijke bijdragen over die jaren; • inzet van overschotten op de exploitatie uit voorgaande jaren ad € 139.500 ten laste van de algemene reserve.
Voor de jaren 2022 t/m 2025 is vooralsnog eveneens jaarlijks een vaste bijdrage van € 1.100.000 aan gemeentelijke tekortfinanciering begroot. Het jaarlijks tekort van het Schap is in die jaren begroot op gemiddeld ca. €1,4 mio. Het verschil zal door het Schap en WAA groep nv ook in die jaren, idem als in 2022, door inzet van de bestemmingsreserve frictie én de vrijval hiervan ad jaarlijks € 147.500 en verder door inzet van in het verleden uit positieve exploitaties opgebouwde eigen middelen worden gedekt. Hierdoor zal het totale weerstandvermogen van Schap en de NV jaarlijks vanaf 2021 afnemen van ongeveer € 6,7 mio tot € 4 mio eind 2025, en daarom nog ruim boven het bestuurlijk bepaalde minimum niveau van € 3,0 mio. Deze extra ruimte ad €1 mio is in december 2020 bestuurlijk bepaald om eventuele negatieve effecten door corona op te kunnen vangen. Zoals al aangegeven is de ontwikkeling van het subsidieresultaat vanaf 2014 al toonaangevend in de ontwikkeling van het totale tekort van WAA.