Ontwerpbegroting BsGW 2025 en -MJB 2026-2029 (002)
Tekst van het document
Dit betekent dat overtollige liquide middelen automatisch naar de schatkist zullen worden afgeroomd met als gevolg dat BsGW geen kasbeheer meer voert. In verband met de noodzakelijk geachte scheiding tussen de heffingengeldstromen en de BsGW-exploitatiegeldstromen, lopen deze geldstromen via twee aparte rekening-courantverhoudingen met de staat. Bij eventuele kastekorten zal BsGW kasgeldleningen aangaan. 3.5.5 Bedrijfsvoering De bedrijfsvoering omvat het geheel van interne organisatieonderdelen die ondersteunend zijn aan de primaire activiteiten (kerntaken) van BsGW. Hiervoor is het Dagelijks Bestuur beleidsvormend. De stand van de organisatie en de ontwikkelingen daarin zijn opgenomen in deze beleidsbegroting. 3.5.6 Verbonden partijen Partijen worden als verbonden beschouwd indien de ene partij de zeggenschap over de andere partij bezit of belangrijke invloed kan uitoefenen op de financiële en operationele beslissingen van de andere partij (bron: Richtlijnen voor de Accountantscontrole, RAC 583). BsGW heeft geen verbonden partijen. 3.5.7 Grondbeleid De paragraaf grondbeleid is niet van toepassing voor BsGW. 3.5.8 Openbaarheid De Wet open overheid (Woo) is de opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De Woo, in werking getreden op 1 mei 2022, legt aan bestuursorganen een aantal verplichtingen op.
Eén van deze verplichtingen betreft het besteden van aandacht aan de beleidsvoornemens inzake de uitvoering van de Woo in de jaarlijkse begroting. Vervolgens verplicht de wet om in de jaarlijkse verantwoording verslag te doen van de uitvoering van de Woo in samenhang met die beoogde beleidsvoornemens. De Woo moet ervoor zorgen dat overheidsinformatie beter vindbaar, uitwisselbaar en eenvoudig te ontsluiten is. Openheid en transparantie van bestuur dragen bij aan maatschappelijk draagvlak voor beleid,
Ontwerp-Begroting BsGW 2025 en meerjarenraming 2026-2029
pagina 23 van 51
vertrouwen in de overheid en de goede werking van de lokale democratie. Voor de implementatie ervan hebben bestuursorganen acht jaar de tijd. De Woo bevat de volgende belangrijke aspecten: 1. Woo-contactfunctionaris; 2. passieve openbaarmaking middels Woo-verzoeken; 3. actieve openbaarmaking van bij wet genoemde informatiecategorieën; 4. (digitale) informatiehuishouding op orde hebben en houden. Woo-contactfunctionaris De Woo stelt de verplichting om een Woo-contactfunctionaris aan te wijzen. Deze functionaris beantwoordt vragen over de beschikbaarheid van publieke informatie en leidt de steller (zijnde mensen van buiten de organisatie) naar de juiste plek of persoon. Het betreft hier informatievragen niet zijnde Wooverzoeken. Bij BsGW is deze rol overigens reeds in 2022 toegewezen aan meerdere functionarissen. Passieve openbaarmaking Voor passieve openbaarmaking (openbaarmaking op verzoek) is er wettelijk vrijwel niets veranderd. Voor een zorgvuldige en tijdige afhandeling van deze verzoeken is het van belang dat de informatiehuishouding en onderliggende werkprocessen op orde zijn (zie: Informatiehuishouding op orde). De Woo-verzoeken behoren tot één van de actief openbaar te maken informatiecategorieën (zie: Actieve openbaarmaking).
Actieve openbaarmaking De Woo verplicht bestuursorganen om op termijn de in de wet benoemde informatiecategorieën gefaseerd actief te publiceren. In 2022 is gestart met de implementatie van de actieve openbaarmaking conform de aanpak die landelijk wordt geadviseerd en gehanteerd (m.n. op initiatief van de VNG). Gelet op de vele ontwikkelingen en projecten binnen BsGW heeft het Dagelijks Bestuur BsGW ambitieniveau Basis vastgesteld voor de implementatie van de Woo. Daarmee voldoet BsGW aan de wettelijke verplichtingen. Over de ingangsdatum is nog geen zekerheid (februari 2024). Ook worden de categorieën landelijk nog nader gedefinieerd. BsGW is momenteel bezig met de inrichting van het proces van actieve openbaarmaking, zodat BsGW straks op efficiënte, veilige, en AVG-conforme wijze kan publiceren. Ondertussen onderzoekt BsGW ook wat nodig is om aan te sluiten op de landelijke Woo-index om dit vervolgens ook in te richten. De Wooindex maakt het mogelijk dat vanaf één plek (en in de toekomst met één zoekopdracht) bij alle bestuursorganen naar informatie kan worden gezocht. In 2025 draagt BsGW er zorg voor dat de op dat moment verplichte informatiecategorieën actief worden gepubliceerd. Informatiehuishouding op orde De Woo verplicht dat de digitale informatiehuishouding binnen acht jaar op orde wordt gebracht.
Dit betekent dat er op basis van een op te stellen meerjarenplan maatregelen moeten worden genomen om informatiebestanden duurzaam toegankelijk te maken en te houden. In 2025 zal BsGW daarom doorgaan met het uitvoeren van de maatregelen i.c.m. de realisatie van het Informatiebeleidsplan 2022-2025 en het Verbetertraject Informatiehuishouding BsGW. Onderdeel hiervan is het creëren van bewustwording bij medewerkers en -voor zover van toepassing- het trainen van medewerkers in andere werkwijzen.
Ontwerp-Begroting BsGW 2025 en meerjarenraming 2026-2029
pagina 24 van 51
4. Financiële ontwerp-begroting 4.1 Overzicht baten en lasten Bedragen x € 1.000
Realisatie
Begroting KVM
Begroting
2023
Maatwerk totaal
Begroting BsGW totaal
Meerjarenperspectief
2024
2025
2025
2025
2026
2027
2028
2029
bruto lonen
11.834
12.574
181
12.755
13.278
13.903
14.681
15.504
sociale lasten
3.785
4.024
55
4.079
4.249
4.452
4.701
4.964
723
764
0
764
807
852
900
950
0
0
0
0
0
0
0
0
Lasten
overige personeelskosten personeel derden Personeelskosten
0
16.341
17.362
236
17.598
18.334
19.206
20.282
21.418
Huisvestingkosten
0
889
919
0
919
951
983
1.016
1.051
Afschrijvingkosten
0
357
357
0
357
357
357
357
357
ICT-kosten
0
2.775
2.972
39
3.011
3.177
3.285
3.397
3.512
drukwerk
12
12
0
12
13
13
14
14
print/kopieerwerk
191
187
10
197
194
200
207
214
porti
590
610
0
610
631
653
675
698
telefonie/datacommunicatie
26
27
0
27
28
29
30
31
incassokosten
0
0
0
0
0
0
0
0
393
406
0
406
420
434
449
464
kosten brongegevens overige operationele kosten
114
118
0
118
122
126
131
135
Overige operationele kosten
1.326
1.361
10
1.372
1.408
1.455
1.505
1.556 1.161
Diensten door derden
982
1.015
0
1.015
1.050
1.086
1.123
3.391
3.506
0
3.506
3.625
3.748
3.876
4.007
5.699
5.882
10
5.893
6.082
6.289
6.503
6.724
algemene kosten
589
609
0
609
630
651
673
696
onvoorzien
332
365
0
365
370
375
380
386
922
974
0
974
999
1.026
1.053
1.082
bankkosten
280
290
0
290
300
310
321
331
rentekosten
33
7
0
7
7
8
8
8
313
297
0
297
307
318
328
339
Tegemoetkoming proceskosten Overige operationele kosten
Algemene kosten
0
0
Bank- en rentekosten
0
Toevoegingen aan voorzieningen
0
0
555
0
555
555
555
555
555
Totale lasten
0
27.296
29.319
285
29.604
30.762
32.019
33.491
35.037
-600
-800
0
-800
-1.000
-1.200
0
0
0
Taakstelling kostenreductie OOP Structurele kostenreductie Totale lasten
0
0
-1.300
-1.300
0
26.696
28.519
285
28.804
29.762
30.819
32.191
33.737
Renteopbrengsten
0
13
0
0
0
0
0
0
0
BsGW diensten aan derden
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Baten
overige opbrengsten Diensten aan derden
0
Opbrengst vervolgingskosten
2.162
0
0
0
0
0
0
0
0
2.175
0
0
0
0
0
0
0
Netto kosten
0
24.522
28.519
285
28.804
29.762
30.819
32.191
33.737
Waarvan incidentele baten/lasten (saldo)
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Totaal bijdragen
0
25.122
29.319
285
29.604
30.762
32.019
32.191
33.737
Exploitatieresultaat (+ is winst/ - is verlies)
0
600
800
0
800
1.000
1.200
0
0
-600
-800
-800
-1.000
-1.200
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Totale baten
Terugbetaling projectkosten OOP Resultaat na terugbetaling OOP
0
0
* Ten tijde van het opstellen van de ontwerp-begroting zijn de jaarrekeningcijfers 2023 nog niet bekend. Deze zullen worden verwerkt in de begroting (AB 27 juni 2024)
4.2 Effect Harmonisatie en nieuwe kostenverdeelmethode Ten opzichte van voorgaande begrotingen, kent BsGW vanaf 2025 maatwerk-producten. Daarnaast treedt de nieuwe kostenverdeelmethode vanaf 2025 in werking.
Ontwerp-Begroting BsGW 2025 en meerjarenraming 2026-2029
pagina 25 van 51
Het Harmonisatietraject, dat samen met de deelnemers is uitgevoerd, heeft geresulteerd in de volgende onderverdeling van de verschillende producten die BsGW levert aan haar deelnemers op het gebied van belastingheffing en -inning: -
Voorkeursvarianten, waarbij nog onderscheid wordt gemaakt in de meer arbeidsintensieve Belastingsoorten;
-
Maatwerkvarianten;
-
Externe heffingen.
Vanaf 2024 worden de laatste twee categorieën voortaan via een separaat offerte- en factureringstraject in rekening gebracht bij de betreffende deelnemers. De kosten voor de reguliere belastingsoorten, de voorkeursvarianten, worden via de nieuwe, vastgestelde kostenverdeelmethode bij de deelnemers in rekening gebracht. (AB 25-1-2024). De nieuwe KVM treedt per 1 januari 2025 in werking In onderstaande tabel wordt dit financieel weergegeven: Bedragen x € 1.000
Start begroting 2025
Begroting
-/Opbrengst VVK
2024
2025
bruto lonen
11.834
sociale lasten
3.785 723
-\Maatwerk
2025
Maatwerk voorheen begroting
Begroting KVM
Maatwerk extra
2025
2025
2025
12.755
-181
12.574
4.079
-55
4.024
764
0
0
Personeelskosten
16.341
17.597
0
Huisvestingkosten
889
919
Afschrijvingkosten
357
357
2.775
2.972
0
Maatwerk totaal
2025
Begroting KVM
Maatwerk totaal
Begroting BsGW totaal
2025
2025
2025
2025
181
181
12.574
181
12.755
55
55
4.024
55
4.079
764
0
0
764
0
764
0
0
0
0
0
0
-236
17.362
236
0
236
17.362
236
17.598
0
0
919
0
0
0
919
0
919
0
0
357
0
0
0
357
0
357
2.972
0
39
39
2.972
39
3.011
Lasten
overige personeelskosten personeel derden
ICT-kosten drukwerk
12
12
print/kopieerwerk
191
197
porti
590
telefonie/datacommunicatie
26
incassokosten kosten brongegevens
12
0
0
12
0
12
187
10
10
187
10
197
610
610
0
0
610
0
610
27
27
0
0
27
0
27
0
0
0
0
0
0
0
0
393
406
406
0
0
406
0
406
overige operationele kosten
114
118
Overige operationele kosten
1.326
1.372
Diensten door derden
-10
0
-10
118
0
0
118
0
118
1.361
10
0
10
1.361
10
1.372 1.015
982
1.015
1.015
0
0
0
1.015
0
Tegemoetkoming proceskosten
3.391
3.506
3.506
0
0
0
3.506
0
3.506
Overige operationele kosten
5.699
5.893
5.882
10
0
10
5.882
10
5.893
algemene kosten
589
609
609
0
0
0
609
0
609
onvoorzien
332
365
365
0
0
0
365
0
365
Algemene kosten
922
974
974
0
0
0
974
0
974
bankkosten
280
290
290
0
0
0
290
0
290
rentekosten
33
33
-25
7
0
0
0
7
0
7
313
323
-25
297
0
0
0
297
0
297
Bank- en rentekosten Toevoegingen aan voorzieningen Totale lasten Taakstelling kostenreductie OOP
0
0
-10
0
0
0
555
0
0
555
0
0
0
555
0
555
27.296
29.590
-25
-246
29.319
246
39
285
29.319
285
29.604
-600
-800
-800
0
-800
0
-800
0
0
0
0
0
Structurele kostenreductie Totale lasten
26.696
28.790
-25
-246
28.519
246
39
285
28.519
285
28.804
-13
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Baten Renteopbrengsten
13
13
BsGW diensten aan derden
0
0
Bijdragen van derden
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Opbrengst vervolgingskosten
2.162
2.162
-2.162
0
0
0
0
0
0
0
0
Totale baten
2.175
2.175
-2.175
0
0
0
0
0
0
0
0
Netto kosten
24.522
26.615
2.149
-246
28.519
246
39
285
28.519
285
28.804
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
25.122
27.415
2.149
-246
29.319
246
39
285
29.319
285
29.604
Exploitatieresultaat (+ winst/ - verlies)
600
800
0
0
800
0
0
0
800
0
800
Terugbetaling projectkosten OOP
-600
-800
0
0
0
0
0
0
0
Waarvan incidentele baten/lasten (saldo)
Totaal bijdragen
Resultaat na terugbetaling OOP
-800
Ontwerp-Begroting BsGW 2025 en meerjarenraming 2026-2029
0
-800 0
pagina 26 van 51
-800 0
0
Uitgangspunt voor de begroting is de vastgestelde begroting 2024, na 1 e begrotingswijziging 2023. Na verwerking van de indexering, doorontwikkeling Samenwerkingsportaal en de storting in de bestemmingsreserve ICT, resulteert dit in de startbegroting voor 2025. Eén van de wijzigingen in de nieuwe KVM betreft de opbrengst vervolgingskosten. De werkelijke opbrengst vervolgingskosten wordt – conform besluit van het bestuur (AB 25-1-2024) - vanaf 2025 niet langer verrekend via de BsGW-begroting, maar wordt rechtstreeks afgedragen aan de desbetreffende deelnemer. De opbrengst vervolgingskosten wordt derhalve niet meer opgenomen in de begroting van BsGW. Hierdoor stijgen de netto-kosten van het product Innen met € 2,1 miljoen ten opzichte van 2024. Buiten deze wijziging, heeft de nieuwe KVM geen financiële gevolgen voor de begroting van BsGW zelf, maar wel voor wat betreft de doorbelasting van de kosten naar de deelnemers van BsGW. De kosten voor de maatwerkvarianten en de externe heffingen, die voorheen onderdeel uitmaakten van de begroting BsGW, worden ook in mindering gebracht op de startbegroting. Dit resulteert in de begroting BsGW voor de reguliere werkzaamheden vanaf 2025. Deze kosten worden via de nieuwe KVM doorbelast aan de deelnemers van BsGW via de reguliere bijdragen.
Naast bovengenoemde kosten voor maatwerk en externe vorderingen, worden er voor deze producten ook extra, externe (ICT-)kosten gemaakt aangezien deze niet-reguliere processen niet worden ondersteund door de verschillende pakketten en systemen van BsGW. Deze kosten zijn ook apart zichtbaar gemaakt in bovenstaande tabel. Het totaal hiervan is separaat geoffreerd en wordt ook separaat gefactureerd aan de desbetreffende deelnemers. 4.3 Toelichting op de baten en lasten Lasten Personeelskosten Voor 2025 zijn de personeelskosten, inclusief de financiële effecten van de CAO 2024, geïndexeerd met 5,6%. Tevens is er nog steeds sprake van een toenemende spanning op de arbeidsmarkt. Dat vraagt om tijdig te anticiperen. BsGW heeft daarom geïnvesteerd in bijvoorbeeld leer-werktrajecten en trainee-ships, als investering in de nabije toekomst. Daarnaast worden de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt nauw gevolgd.
Indexering goederen en diensten Voor 2025 is uitgegaan van een kosteninflatie van 3,4% ten opzichte van 2024. Huisvestingskosten De huisvestingskosten bestaan uit huur, energiekosten en facilitaire kosten zoals onderhoud, schoonmaak, beveiliging. Daarnaast is er nog een post begroot voor kleine aanschaf en onderhoud van inventaris. Afschrijvingskosten De afschrijvingskosten van BsGW hebben voornamelijk betrekking op de geactiveerde ICT- en organisatieontwikkelingsprojecten. BsGW voert het integrale proces van de belastingheffing en invordering in grote mate geautomatiseerd uit en zal daarom investeren in ICT-projecten om kwaliteit, continuïteit en efficiency te kunnen garanderen.
Ontwerp-Begroting BsGW 2025 en meerjarenraming 2026-2029
pagina 27 van 51
In het meerjareninvesteringsplan (MIP) zijn investeringskredieten opgenomen van € 300 duizend per jaar. Daarnaast worden kosten voor grote aanschaf en vervanging van inventaris geactiveerd en jaarlijks afgeschreven. De staat van vaste activa en onderhanden werken is als bijlage 2 opgenomen. ICT-kosten Wegens de grote mate van automatisering van de primaire processen worden de ICT-kosten - naast de (ICT) afschrijvingskosten - als aparte post weergegeven. De ICT-kosten bestaan voornamelijk uit jaarlijkse onderhoudskosten ICT plus de kosten van het uitbesteden van de ICT-infrastructuur en -beheer. Uit oogpunt van zekerheid en continuïteit is – reeds in de begroting 2024 - het Samenwerkingsportaal begrotingstechnisch in de meerjarenraming 2025 – 2027 opgenomen, waarbij is besloten het bedrag vanaf 2025 te verhogen naar € 350 duizend per jaar (nominaal) om zo de door de deelnemers gewenste verdere doorontwikkeling vorm te kunnen geven. Vanaf de start van het Samenwerkingsportaal is rekening gehouden met de jaarlijkse mutatiedetectie (voorheen niet jaarlijks) waaruit extra werkzaamheden, ICT- en bijbehorende onderhoudskosten voortvloeien, waartegenover staat een betere borging in de integraliteit tussen de basisregistraties BAG, BGT en de WOZ. Tot slot is een bedrag opgenomen voor kleine aanschaf soft- en hardware.
Operationele kosten Operationele kosten omvatten de overige met de operationele primaire processen samenhangende kosten, naast de afschrijvings- en ICT-kosten. Gezien de omvang van deze kostenpost, wordt deze verder gespecificeerd naar voor het primaire proces belangrijke kosten, waaronder de post ‘tegemoetkoming proceskosten’, zijnde de uitkeringskosten. Eveneens zijn door de toegenomen (meer dan begrote) WOZ-bezwaren en -beroepen ook de hieraan gelieerde uitvoeringskosten toegenomen, zoals extra inzet van KCC-medewerkers, taxateurs, ICT-ers en juridisch medewerkers). Deze uitvoeringskosten zijn begroot onder ‘diensten door derden’, naast overige inhuur. Algemene kosten Kosten zonder oorzakelijk verband met de primaire processen zijn algemene kosten. Naast huisvestingskosten, die apart worden vermeld, worden de algemene kosten hier weergegeven. Hierin zijn de advertentie- en reclamekosten, accountantskosten, advieskosten, abonnementen en lidmaatschappen, verzekeringen, facilitaire kosten als kantoorbenodigdheden en vergader- en representatiekosten, uitbesteding van de salarisverwerking en eventuele overige algemene kosten opgenomen. De post onvoorzien 2025 is begroot op 1,4% van het bruto-begrotingstotaal. De post ‘rentekosten’ betreft de rente over de investeringskredieten. In de begroting 2025 is het rekenrentepercentage gesteld op 0,5%.
Gezien de geringe geraamde kasgeldlening, is het effect op de totale netto-kosten gering. In afwijking met voorgaande jaren, wordt als gevolg van de inwerkingtreding van de nieuwe kostenverdeelmethode (KVM) per 1-1-2025, de wettelijk door BsGW te vergoeden invorderingsrente, samen met de van belastingplichtigen ontvangen invorderingsrente en opbrengst vervolgingskosten, rechtstreeks (gesaldeerd) afgedragen aan de betreffende deelnemer.
Ontwerp-Begroting BsGW 2025 en meerjarenraming 2026-2029
pagina 28 van 51
Baten Renteopbrengsten BsGW ontving vanaf eind 2013 geen rentevergoeding meer door de invoering van schatkistbankieren, aangezien de positieve saldi dagelijks worden afgeroomd naar de schatkist, omdat de Staat geen rente vergoedt voor wat betreft de bij haar gestalde financiële middelen. Hierop is teruggekomen en vanaf medio september 2022 wordt er weer rente vergoed. De sindsdien gerealiseerde renteopbrengsten betreffen voornamelijk de renteontvangsten als gevolg van de enkele verwerkingsdagen voordat de ontvangen belastingopbrengsten worden afgedragen aan de deelnemers van BsGW. BsGW begroot deze renteopbrengsten als zijnde nihil aangezien de rentevergoedingen op het saldo van de gelden die uitstaan bij het Rijk als gevolg van Schatkistbankieren, fluctueren, niet-structureel en bovendien niet beïnvloedbaar zijn door BsGW. Eventuele renteopbrengsten worden gereserveerd en meegenomen in de (besluitvorming over de) resultaatbestemming. De post renteopbrengsten blijft daarmee gelijk ten opzichte van 2024 en betreft alleen de renteopbrengsten, die worden ontvangen over de naar de schatkist afgeroomde gelden van de organisatie BsGW zelf. De van belastingplichtigen ontvangen invorderingsrente wordt als gevolg van de nieuwe KVM rechtstreeks (gesaldeerd) afgedragen aan de betreffende deelnemer. De post renteopbrengsten wordt daarmee nihil.
Opbrengst vervolgingskosten In afwijking van voorgaande jaren, wordt als gevolg van de inwerkingtreding van de nieuwe kostenverdeelmethode (KVM) per 1-1-2025, de werkelijk geïnde vervolgingskosten rechtstreeks afgedragen aan de betreffende deelnemer. Toelichting op de meerjarenraming 2026-2029 In de ontwerp-begroting 2025 en de meerjarenraming 2026-2029 is voor het doorrekenen van de kostenontwikkeling rekening gehouden met een indexering van 5,6% op de personele lasten en 3,4% over de materiële kosten en ingekochte diensten. Afschrijvingskosten en rentekosten zijn niet onderhevig aan inflatie. Bij de berekeningen van de rente op investeringen is voor de komende jaren uitgegaan van een renteniveau van 0,5%. Op de baten vindt geen indexering plaats. Bijdragen deelnemers De netto reguliere bijdrage voor de exploitatie 2025 is € 29,604 miljoen. Dit is gelijk aan de nettokosten ontwerp-begroting 2025 zonder de door BsGW te realiseren bezuiniging in het kader van de taakstellende kostenreductie OOP. Met het hierdoor te behalen positieve resultaat van € 800 duizend, wordt een deel van de projectkosten OOP ad € 4 miljoen terugverdiend, zonder dat dit ten koste gaat van de dienstverlening. Zodra in 2027 de door BsGW gemaakte projectkosten zijn terugverdiend, leidt dit tot een structurele kostenreductie van € 1,3 miljoen voor 2028 en verdere jaren.
Ontwerp-Begroting BsGW 2025 en meerjarenraming 2026-2029
pagina 29 van 51
Bedragen x € 1.000
Totale lasten Taakstelling kostenreductie OOP
Begroting KVM
Begroting BsGW totaal
2025
2025
2025
29.319
285
29.604
-800
0
-800
0
0
0
28.519
285
28.804
Structurele kostenreductie Totale lasten
Maatwerk totaal
Totale baten
0
0
0
Netto kosten
28.519
285
28.804
0
0
0
29.319
285
29.604
Exploitatieresultaat (+ is winst/ - is verlies)
800
0
800
Terugbetaling investeringskosten OOP
-800
0
-800
0
0
0
Waarvan incidentele baten/lasten (saldo)
Totaal bijdragen
Resultaat na terugbetaling OOP
Ten tijde van het opstellen van deze ontwerp-begroting is niet bekend of er gewerkt gaat worden met een ingroeimodel voor wat betreft de gewijzigde bijdragen als gevolg van de nieuwe KVM. Het Dagelijks Bestuur stelt hiervoor een bestuursvoorstel op (AB 28-03-2024). Vandaar dat in deze ontwerp-begroting
vooralsnog de bijdragen als totaal worden gepresenteerd. De uitsplitsing naar deelnemer zal worden opgenomen in de begroting (AB 27 juni 2024).
4.4 Uiteenzetting van de financiële positie 4.4.1 Investeringen Voor het jaar 2025 is in het MeerjarenInvesteringsProgramma (MIP) 2025-2029 een krediet voor innovatie en procesoptimalisatie opgenomen. In het laatste kwartaal van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar, benoemt BsGW de deelprojecten voor het investeringskrediet 2025. Het MeerjarenInvesteringsProgramma is als bijlage 1 opgenomen. 4.4.2 Financiering Voor een nadere toelichting op de financiering wordt verwezen naar paragraaf 3.5.4. 4.4.3 Stand en verloop reserves en voorziening Op basis van de risicoanalyse en de reeds opgebouwde reserves, behoeft het weerstandsvermogen geen aanvullende storting.
Ontwerp-Begroting BsGW 2025 en meerjarenraming 2026-2029
pagina 30 van 51
4.4 (Financiële) effecten ontwerp-begroting 2025 Per saldo stijgen de bijdragen van de reguliere begroting 2025 van BsGW (exclusief de taakstellende kostenreductie OOP en exclusief maatwerk) met € 4,197 miljoen ten opzichte van de begroting 2024, inclusief 1e begrotingswijziging 2023. Hiervan is € 2,149 miljoen het gevolg van het door het Algemeen Bestuur vastgestelde besluit om de opbrengst vervolgingskosten niet meer op te nemen in de begroting van BsGW maar de werkelijke opbrengsten rechtstreeks aan de betreffende deelnemers af te dragen.
Ontwikkelingen begroting 2025
Zekere ontwikkelingen
Effect op netto kosten 2025 t.o.v. begroting 2024
Niet in begroting BsGW, wel positief effect deelnemers
Opgenomen in de begroting:
Niet opgenomen:
- CAO 2024
+ € 340.000,-
cf CAO 2024 (Onderhandelingsakkoord 22-11-2023)
- Indexering salarissen
+ € 915.000,-
cf KN2025 (AB 7-12-2023) obv CPB
- Inflatie
+ € 384.000,-
cf KN2025 (AB 7-12-2024) obv CPB (xx-9-2023),
- Doorontwikkeling Samenwerkingsportaal
+ € 100.000,-
cf KN2025 (AB 7-12-2023) obv B2024 (AB 29-6-2023)
- Vorming bestemmingsreserve ICT 2025 - 2029
+ € 555.000,-
cf KN2025 (AB 7-12-2024) obv besluit (AB 8-12-2022)
- Wet herwaardering proceskostenvergoeding
onbekend, geen meerkosten
- Verbetering archiefbeheer
budgetneutraal
- Stimuleringsregeling
budgetneutraal
Effect Harmonisatie en kostenverdeelmethode
cf wet (1e Kamer 19-12-2023) cf Archiefwet en inspectie Provincie Limburg cf besluit (AB 23-6-2016)
Opgenomen in de begroting:
Niet opgenomen:
- Opbrengst vervolgingskosten
+ € 2.149.000,-
- € 2.149.000,-
- Interne kosten maatwerk (voorheen in begroting)
- € 246.000,-
cf Harmonisatietraject (AB 8-12-2022)
- Interne kosten maatwerk (nu via offertetraject)
+ € 246.000,-
cf Harmonisatietraject (AB 8-12-2022)
- Extra kosten maatwerkvarianten (via offertetraject)
+ € 39.000,-
Mogelijke ontwikkelingen
cf Harmonisatietraject (AB 8-12-2022)
Niet opgenomen:
Niet opgenomen:
onbekend
Tegengaan toenemende armoede
onbekend
- Sociaal invorderen
onbekend
- Vroegsignalering Fiscale Vereenvoudigingswet 2017
cf nieuwe opzet KVM (AB 25-1-2024)
vooralsnog niet (2027 of later)
Krapte op de arbeidsmarkt
onbekend
Wetsvoorstel aanpassing belastingstelsel waterschappen
onbekend
Robotisering en artificial intelligence (AI)
onbekend - € 365.000,-
Surplus weerstandsvermogen cf risico-analyse B2025
*)
*) vooruitlopend op het voorgenomen DB-besluit resp. AB-voorstel om het verschil tussen het aanwezige en benodigde weerstandsvermogen ad € 365 duizend in te zetten voor de ‘voeding’ van de nieuwe bestemmingsreserve AHA.
Naast de reguliere begroting, zijnde de kosten voor de uitvoering van voorkeursvarianten worden verrekend via de kostenverdeelmethode, kent BsGW maatwerkvarianten. De uitvoering van de maatwerkvarianten wordt separaat geoffreerd en gefactureerd bij de betreffende deelnemers. Samen vormt dit de totaalbegroting van BsGW.
Begroting 2024, incl 1e wijziging 2023
€
25.122.000
CAO 2024
€
340.000
Verschil
€
4.197.000
Indexering salarissen interne kosten
€
915.000
Ontwerp-begroting 2025 (via KVM)
€
29.319.000
Inflatie
€
384.000
Maatwerk
€
285.000
Doorontwikkeling Samenwerkingsportaal
€
100.000
Ontwerp-begroting 2025 totaal
€
29.604.000
Vorming bestemmingsreserve ICT 2025 - 2029
€
555.000
Effect zekere ontwikkelingen
€
2.294.000
Opbrengst vervolgingskosten
€
2.149.000
Maatwerk (voorheen in begroting BsGW)
€
-246.000
Effect Harmonisatie en kostenverdeelmethode
€
1.903.000
Verschil
€
4.197.000
Netto-kosten 2025
€
28.804.000
Kostenreductie tbv terugbetaling projectkn OOP
€
-800.000
De in 2025 te behalen taakstellende kostenreductie ad. € 800 duizend wordt ingezet voor de terugbetaling van de projectkosten OOP.
Ontwerp-Begroting BsGW 2025 en meerjarenraming 2026-2029
pagina 31 van 51
Bijlagen Bijlage 1: MeerjarenInvesteringsProgramma: MIP 2025-2029 Bijlage 2: Staat van immateriële, materiële, financiële vaste activa en onderhandenwerk Bijlage 3: Staat van vaste schulden Bijlage 4: Staat van reserves en voorzieningen Bijlage 5: Berekening van het rente-omslagpercentage Bijlage 6: Toelichting op de kostenverdeelmethodiek Bijlage 7: Risicoanalyse Bijlage 8: Berekend EMU-saldo Bijlage 9: Geprognosticeerde balans 2023
Ontwerp-Begroting BsGW 2025 en meerjarenraming 2026-2029
pagina 32 van 51
Bijlage 1: MeerjarenInvesteringsProgramma: MIP 2025-2029 MeerjarenInvesteringsProgramma (MIP) BsGW (bedragen x 1.000)
Jaar 2025
Jaar 2026
Jaar 2027
2028
Totaal 2025-2029
2029
Innovatie en Procesoptimalisatie
300
300
300
300
300
1.500
Totaal BsGW
300
300
300
300
300
1.500
Ontwerp-Begroting BsGW 2025 en meerjarenraming 2026-2029
pagina 33 van 51
Bijlage 2: Staat van immateriële, materiële, financiële vaste activa en onderhanden werk
Financiële vaste activa
Cumulatieven per 31-12-2022 Aanschafwaarde Afschrijving €0 €0
Boekwaarde 31-12-2023 €0
OHW naar SVA €0
Mutaties 2024 Investeringen €0
Afschrijving €0
Boekwaarde 31-12-2024 €0
Immateriële vaste activa
€ 4.147.755
-€ 3.695.352
€ 452.403
€ 396.000
€0
-€ 251.000
€ 597.403
Materiële vaste activa
€ 340.212
-€ 223.810
€ 116.403
€0
€ 10.000
-€ 10.000
€ 116.403
Immateriële vaste activa (OHW)
€ 396.000
€0
€ 396.000
-€ 396.000
€ 396.000
€0
€ 396.000
€0
€0
€0
€0
€0
€ 964.806
€0
€ 406.000
-€ 261.000
€ 1.109.806
Materiële vaste activa (OHW) Totaal activa en ohw
€ 4.883.968
-€ 3.919.162
De cijfers in bovenstaande tabel betreft de stand ultimo 2022 (jaarrekening) en wordt aangevuld met de realisatiecijfers 2023 zodra de cijfers door de accountant zijn gecontroleerd.
Ontwerp-Begroting BsGW 2025 en meerjarenraming 2026-2029
pagina 34 van 51
Bijlage 3: Staat van vaste schulden Op 4 december 2020 heeft BsGW een langlopende lening van € 2 miljoen aangetrokken om de vooruit gefinancierde kosten van het OOP te dekken. De lening is voor zeven jaar aangetrokken en zal in zeven termijnen lineair worden afgelost, te beginnen op 4 december 2021.
Ontwerp-Begroting BsGW 2025 en meerjarenraming 2026-2029
pagina 35 van 51
Bijlage 4: Staat van reserves en voorzieningen Algemene reserve BsGW
x € 1.000
Initieel gestort weerstandsvermogen
385
Resultaat 2011
509
Resultaat 2012
-102
Resultaat 2013
-174
Resultaat 2014
-570
Resultaat 2015
-332
Resultaat 2016
-714
Resultaat 2017
-433
Aanvulling weerstandsvermogen (2017)
1.591
Aanvulling weerstandsvermogen (2018)
433
Resultaat 2018
-325
Aanvulling weerstandsvermogen (2019)
325
Resultaat 2019
13
Aanvulling weerstandsvermogen (2020)
596
Resultaat 2020
-2.092
Aanvulling weerstandsvermogen (2021)
2.092
Resultaat 2021
-1.565
Aanvulling weerstandsvermogen (2022)
1.552
Resultaat 2022 € 812 duizend waarvan: - Aanvulling weerstandsvermogen (2023) Resultaat 2023 (begroting) Reserves 31-12-2023 Resultaat 2024 (begroting) Reserves 31-12-2024
312 0 1.502 0 1.502
Bestuurlijk is afgesproken dat BsGW beperkte reserves aanhoudt, in de vorm van een weerstandsreserve, zodat BsGW operationele risico’s zelf kan opvangen zonder te hoeven terugvallen op de deelnemers. De benodigde omvang wordt gemaximeerd op het bedrag dat voortvloeit uit de risicoanalyse. Het meerdere wordt afgedragen aan de deelnemers naar rato van het aandeel op basis van de kostenverdeelmethodiek. Bij de oprichting is het weerstandsvermogen op basis van de risicoanalyse vastgesteld op € 385.000,- (ca. 5% van het begrotingstotaal) en gerealiseerd middels een bodemstorting van de drie founding fathers van BsGW. Het positief resultaat 2011 is door het bestuur van BsGW toegevoegd aan de reserves van BsGW om slagvaardig de realisatie van de met het bestuur afgesproken groeistrategie van BsGW te kunnen nastreven. Het negatief resultaat van 2014 - 2017, voor het leeuwendeel veroorzaakt door extra proceskosten, is door het bestuur aan de reserves onttrokken. Eind 2017 en eind 2018 is besloten om de in deze jaren opgebouwde negatieve reserves aan te vullen tot het bedrag gelijk aan het benodigde weerstandsvermogen van 593 duizend conform de begin 2018 uitgevoerde risico-analyse ten behoeve van de begroting 2019-2023. In 2019 is besloten om het weerstandsvermogen aan te vullen gelijk aan het benodigde weerstandsvermogen (AB 27-6-2019: Vaststellen bijdragen 2020).
In 2020 is de onderschrijding op de beheerkosten GDI (€ 193 duizend) en het te veel gestorte vermogen uit hoofde van de lagere proceskostenvergoeding van 2019 (€ 356 duizend) ten gunste van het weerstandsvermogen gebracht (totaal € 548 duizend) en aangewend voor de oplossingsrichting met Waterschap Limburg inzake de (her)verdeling van de proceskostenvergoeding 2020 en GDI (AB 25 juni 2020, Weerstandsvermogen 2020).
Ontwerp-Begroting BsGW 2025 en meerjarenraming 2026-2029
pagina 36 van 51
Hierin is vastgesteld dat het Waterschap Limburg (WL) ten onrechte meebetaalde aan de kosten van de WOZ-waardering. Tevens is vastgesteld dat het Waterschap Limburg te weinig betaalde aan GDI-kosten: via de bestaande kostenverdeelmethode betaalde WL 25% van deze kosten, volgens de vaste verdeelsleutel van het ministerie van BZK zou dit 60% moeten zijn. Het negatieve resultaat over 2021 ad. € 1.565 duizend was voor € 808 duizend toe te schrijven aan COVID-19, voor - € 1,240 miljoen aan proceskostenvergoeding en een positief resultaat op de reguliere bedrijfsvoering. Met het aanvullen van het negatief resultaat over 2021 is het weerstandsvermogen aangevuld tot het benodigde weerstandsvermogen. In 2022 is een positief resultaat behaald van € 812 duizend. Dit wordt onder andere veroorzaakt door lagere uitvoerings- en uitkeringskosten proceskosten als gevolg van het lagere aantal ingediende bezwaren dan voorzien was voor 2022. De bestemming van het resultaat 2022 ad. € 812 duizend is op 29 juni 2023 als volgt vastgesteld door het Algemeen Bestuur en verwerkt in bovenstaande tabel: -
€ 500 duizend bestemmingsreserve AHA
-
€ 312 duizend aanvulling weerstandsvermogen
De bestemming van het resultaat 2023 is nog niet vastgesteld door het Algemeen Bestuur en daarom nog niet opgenomen in bovenstaande tabel. Derhalve is de begroting als uitgangspunt genomen, omdat de jaarcijfers nog niet zijn vastgesteld door de accountant.
Bestemmingsreserve BsGW
x € 1.000
Resultaat 2022 € 812 duizend waarvan: - Bestemmingsreserve AHA
500
Begroting 2023
2.275
Reserves 31-12-2023
2.775
De verwachte implementatiekosten van het programma Aanbesteding Hosting en Applicaties (voortaan genoemd: AHA) zijn ingeschat op € 2,775 miljoen, waarvan € 2,275 miljoen op de begroting 2023 drukken. Dit bedrag wordt toegevoegd aan de bestemmingsreserve AHA. Vanuit het positieve resultaat over 2022 ad. € 813 duizend wordt € 500 duizend toegevoegd aan deze bestemmingsreserve AHA. Onttrekkingen vinden plaats in 2023 en -afhankelijk van de implementatie- mogelijk begin 2024. De cijfers in bovenstaande tabel betreft de stand ultimo 2022 (jaarrekening) en wordt aangevuld met de realisatiecijfers 2023 zodra de cijfers door de accountant zijn gecontroleerd.
Ontwerp-Begroting BsGW 2025 en meerjarenraming 2026-2029
pagina 37 van 51
Bijlage 5: Berekening van het rente-omslagpercentage Sinds de verzelfstandiging van BsGW is geformaliseerd, kan BsGW deelnemen aan het geldverkeer, is een eigen bankrekening geopend en kunnen kort en/of langlopende leningen aangegaan worden.
Ontwerp-Begroting BsGW 2025 en meerjarenraming 2026-2029
pagina 38 van 51
Bijlage 6: Toelichting op de kostenverdeelmethodiek Voor de toerekening van de kosten, die samenhangen met de door BsGW verleende diensten aan de deelnemers, wordt het systeem van kostenverdeelmethode (KVM) gehanteerd. Juridisch kader Op grond van artikel 12, lid 1 sub b van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen Limburg is het de taak en bevoegdheid van het Algemeen Bestuur om een kostenverdeelsysteem vast te stellen. Op grond van sub c van hetzelfde artikel stelt het Algemeen bestuur tevens de bijdragen van de deelnemers in de kosten van BsGW vast. Besluiten hieromtrent vinden plaats op basis van de stemverhouding zoals vastgelegd in artikel 10 van de hiervoor genoemde Gemeenschappelijke Regeling. Nadat in december 2023 de uitgangspunten en aanbevelingen door het bestuur zijn bekrachtigd (AB 7-12-2023), is de KVM opgesteld, waarbij de uitgangspunten en aanbevelingen één op één zijn doorvertaald en vastgesteld (AB 25-1-2024). De nieuwe KVM treedt per 1 januari 2025 in werking. Doelstelling De doelstelling van de KVM is een gedragen methode die ertoe leidt dat de kosten van BsGW op een rechtvaardige en efficiënte manier worden verdeeld over de deelnemers.
Uitgangspunt hierbij is dat de te betalen bijdrage per deelnemer een juiste weerspiegeling is van de inspanning die BsGW levert per deelnemer, zonder dat dit jaarlijks leidt tot substantiële schommelingen in de tarieven. Hierbij zal het solidariteitsprincipe daarom steeds meegewogen worden. Algemene uitgangspunten De volgende algemene uitgangspunten hebben als basis gediend voor de KVM: a.
De kostentoerekening naar de producten vindt plaats op basis van de meest actuele taakverdeling binnen de organisatie. Alleen die kostencomponenten, welke rechtstreeks en integraal kunnen worden toegerekend aan een product, worden direct aan het product toegerekend. De overige kostencomponenten worden doorbelast via de interne producten Klantzaken en Overhead en Ontwikkeling.
b.
De hoofdindeling van de nieuwe KVM is gebaseerd op de drie hoofdproducten: •
Waarderen
•
Heffen
•
Invordering
c.
Binnen de (hoofd)producten vindt waar nodig een onderverdeling plaats in sub-producten.
d.
Er wordt alleen gebruik gemaakt van sub-producten, indien deze sub-producten een substantiele extra tijdsinspanning vergen van BsGW.
e.
De te hanteren verdeelsleutels dienen te zijn gebaseerd op de meest actuele productie-eenheden (bij begroting t-2).
f.
De opbrengsten met betrekking tot de vervolgingskosten en invorderingsrente maken geen onderdeel meer uit van de begroting van BsGW.
Ontwerp-Begroting BsGW 2025 en meerjarenraming 2026-2029
pagina 39 van 51
Hoofdstructuur nieuwe KVM In de volgende tabel is de uitwerking van de opzet van de nieuwe kostenverdeelmethode 2024 visueel weergegeven:
Kostencomponenten
Hoofdproducten
Sub-producten
Indirecte kosten
WAARDEREN Directe kosten
Indirecte kosten
Belastingsoort X
HEFFEN Belastingsoort Y
Directe kosten
Belastingsoort Y
Indirecte kosten
Financiële invordering
INVORDERING Directe kosten
Dwanginvordering
Kostentoerekening naar producten De actuele tijdsbesteding per (sub) proces is bepalend voor de kostentoerekening naar de betreffende producten. Zo zullen de personele kosten, op grond van de actuele inzet (aantal fte’s), direct worden toegerekend naar de betreffende producten c.q. sub-producten. De kostencomponenten, welke niet rechtstreeks en integraal zijn toe te rekenen aan de externe hoofd- c.q. sub-producten, worden verantwoord binnen de interne producten Klantzaken en Overhead & Ontwikkeling. Voor deze twee interne producten worden afzonderlijke verdeelsleutels gehanteerd, eveneens gebaseerd op de actuele tijdsbesteding binnen deze interne producten. Tenslotte zullen operationele kostencomponenten, welke direct en integraal zijn toe te rekenen aan een bepaald product (bijv. proceskosten), rechtstreeks aan het betreffende hoofd- c.q. sub-product worden toegerekend. Dit resulteert uiteindelijk in totaalkosten per (hoofd)product Heffen, Waarderen en Innen, die via de verschillende verdeelsleutels worden omgeslagen naar een tarief per product van dienstverlening. De verdeelsleutels zijn gebaseerd op de productieomvang van de deelnemers.
Verdeelsleutels per (hoofd)product Product Waarderen Het product Waarderen omvat alle werkzaamheden, die betrekking hebben op het bijhouden van de WOZ-administratie, het taxeren/waarderen van alle objecten en het integraal verwerken van de
Ontwerp-Begroting BsGW 2025 en meerjarenraming 2026-2029
pagina 40 van 51
bezwaar- en beroepsprocedures. Alle kosten die hier direct dan wel indirect uit voortvloeien worden verantwoord binnen dit product Waarderen. Voor het toerekenen van deze kosten aan de betreffende deelnemers wordt gebruik gemaakt van de verdeelsleutel: “tarief per WOZ-object”. Definitie verdeelsleutel WOZ- object: Alle geregistreerde onroerende zaken zoals beschreven in artikel 16 van de wet WOZ. Product Heffen Binnen het product Heffen vallen alle werkzaamheden, die betrekking hebben op het bestands- c.q. gegevensbeheer van alle uit te voeren belastingsoorten van alle deelnemers. Aanvullend vindt binnen dit (hoofd)product de oplegging plaats van (combi-)aanslagen aan alle belastingschuldigen. Alle kosten die direct dan wel indirect uit deze werkzaamheden voortvloeien, worden verantwoord binnen dit product Heffen. Voor het toerekenen van deze kosten aan de betreffende deelnemers wordt gebruik gemaakt van de verdeelsleutel: “tarief per aanslagregel”. Definitie verdeelsleutel aanslagregel: Elke (deel)aanslag per belastingsoort, die op één (combi) belastingbiljet is opgenomen. Verdere onderverdeling naar sub-producten In het eindrapport “Project Harmonisatie” zijn alle belastingsoorten geclassificeerd in de categorieën: -
Voorkeursvarianten (A), waarbij nog onderscheid wordt gemaakt in de meer arbeidsintensieve belastingsoorten (B);
-
Maatwerkvarianten (C1);
-
Externe heffingen (C2).
Alleen de kosten van de belastingsoorten A en B zijn binnen dit product Heffen verantwoord. De kosten van de belastingsoorten C1 en C2 worden op basis van offertes rechtstreeks bij de betreffende deelnemers in rekening gebracht. Zoals ook in het eindrapport “Project Harmonisatie” is verwoord, kan het proces van de verwerking ook voor de belastingsoorten B zeker niet volledig geautomatiseerd worden uitgevoerd. Aanvullend dienen nog handmatige werkzaamheden te worden verricht, hetgeen een kostenverhogend effect heeft voor deze belastingsoorten. In het kader van het kostenverhogende effect en daarbij in achtneming de omvang van het aantal aanslagregels van de betreffende belastingsoort is, het te rechtvaardigen om voor de volgende belastingsoorten B afzonderlijke sub-producten in het leven te roepen: 1.
Afvalstoffenheffing – diftar (voorkeursvariant)
2.
Reclamebelasting
3.
Precariobelasting
4.
Toeristenbelasting
5.
Forensenbelasting
6.
Watertoeristenbelasting
7.
Parkeerbelasting
8.
Verontreinigingsheffing
9.
Zuiveringsheffing bedrijven – aangifte meetbedrijven
Ontwerp-Begroting BsGW 2025 en meerjarenraming 2026-2029
pagina 41 van 51
Voor het toerekenen van de kosten van deze sub-producten aan de betreffende deelnemers wordt eveneens gebruik gemaakt van de verdeelsleutel: “tarief per aanslagregel”. Product Invordering Binnen het product Invordering vallen alle werkzaamheden voor het tijdig, volledig en efficiënt invorderen van opgelegde aanslagen gericht op een goed betalingsgedrag, een actueel en strak openstaand postenbeheer en een zo vroeg mogelijke ontvangstdatum, alsmede ook de afhandeling van kwijtscheldingsverzoeken. Bij het niet of niet tijdig betalen van aanslagen zal uiteindelijk ook de inzet van de deurwaarder aan de orde zijn. Op hoofdlijnen is het product Invordering te splitsen in een tweetal sub-producten, waarvoor een afzonderlijke verdeelsleutel wordt gehanteerd: •
Financiële invordering -> Tarief per aanslagbiljet:
•
Dwanginvordering -> Tarief per dwangbevel
Definitie verdeelsleutel aanslagbiljet. Een biljet waarop één of meerdere belastingaanslagen staan vermeld. Het kan zijn dat er per jaar meerdere biljetten worden verstuurd. Definitie verdeelsleutel dwangbevel. Een officieel document als bevel tot betaling van de schulden binnen een bepaalde periode. Binnen dit product is tenslotte de opbrengst vervolgingskosten en de invorderingsrente komen te vervallen. Hier tegenover staat dat iedere deelnemer jaarlijks de werkelijke opbrengsten hiervan gelijktijdig met de belastingopbrengsten rechtstreeks krijgt uitbetaald. Productie-aantallen De productieaantallen, die de basis vormen voor de toedeling van kosten van de verschillende producten naar de deelnemers, worden jaarlijks geactualiseerd. Hierbij wordt steeds uitgegaan van de werkelijke productieaantallen van het laatst afgesloten jaar.
Ontwerp-Begroting BsGW 2025 en meerjarenraming 2026-2029
pagina 42 van 51
Bijlage 7: Risicoanalyse Om de financiële gevolgen van de genoemde risico’s op te kunnen vangen is het van belang dat BsGW een weerstandsvermogen aanhoudt dat overeenkomt met de benodigde weerstandscapaciteit. Voor het beleidsmatige kader wordt verwezen naar de ‘Kadernota risicomanagement en weerstandsvermogen BsGW’ (AB 24-3-2022). Op basis van de risicoanalyse is het benodigde weerstandsvermogen bepaald. De uitsplitsing en opbouw van dit bedrag staat in de tabel ‘Berekening weerstandsvermogen BsGW’. Voor elk van de risico’s is het bruto risicobedrag geïdentificeerd. Dit is het maximale bedrag dat nodig is indien het risico zich daadwerkelijk voordoet, in een situatie waar geen beheersmaatregelen worden genomen. Daarna is voor elk van de risico’s het netto risicobedrag gekwantificeerd. Dit is het risico dat kan optreden indien de geformuleerde beheersmaatregelen effectief zijn uitgevoerd. Vanuit het netto risico is het restrisico berekend. Het restrisico is het netto risicobedrag vermenigvuldigd met de kans die er bestaat dat het geïdentificeerde risico optreedt, ná het nemen van de geformuleerde beheersmaatregelen. Hierbij is de maximale kans genomen zoals die in de risicoanalyse staat aangegeven. Dit leidt tot een conservatief weerstandsvermogen, dat wil zeggen: met het berekende weerstandsvermogen worden de risico’s afgedekt.
Weerstandsvermogen begroting 2025 Begin 2024 is de risicoanalyse opnieuw uitgevoerd, waarbij de nog steeds relevante risico’s zijn geactualiseerd dan wel aangepast naar de cijfers van de begroting 2023 en actuele wet- en regelgeving. De benodigde weerstandcapaciteit, exclusief risico frictiekosten, komt uit op € 1,137 miljoen, circa 4,33 % van de netto-kosten 2025. Bij de (meerjaren)-begroting 2024-2027 was het weerstandsvermogen berekend op € 1,339 miljoen, circa 5,72% van de netto-kosten BsGW 2024. Een afname van € 226 duizend. Deze afname heeft te maken met een aantal veranderingen in de (kans op) risico’s, naast nieuw benoemde risico’s, zie onderstaande tabel en de erop volgende toelichting. Het aanwezige weerstandsvermogen eind 2023 (vóór resultaatbepaling 2023) bedraagt € 1,502 miljoen. Afgezet tegen het benodigde weerstandsvermogen van € 1,137 miljoen, komt de ratio uit op 1,35. De ratio van het weerstandsvermogen is daarmee ’Voldoende’ en valt binnen de bandbreedte van 0,8 en 1,4 waardoor er geen aanleiding bestaat het weerstandsvermogen aan te passen. Waarderingscijfer A B C D E F
Ratio weerstandsvermogen > 2,0 ≥ 1,4 - ≤ 2,0 ≥ 1,0 - < 1,4 ≥ 0,8 - < 1,0 ≥ 0,6 - < 0,8 < 0,6
Betekenis
Actie
Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
Voorstel aan AB om terug te storten Geen actie Geen actie Voorstel aan AB om bij te storten
Nadat de definitieve jaarcijfers bekend zijn, zal weerstandsvermogen en -ratio NA resultaatbestemming 2023 worden opgenomen in de definitieve begroting 2025 (AB 27-6-2024):
Ontwerp-Begroting BsGW 2025 en meerjarenraming 2026-2029
pagina 43 van 51
Nr. Risico
Proces
Wet- en regelgeving
Marktontwikkelingen
1. Tegengaan toenemende armoede Financieel risico: hogere uitvoeringskosten
Mogelijk effect
Mogelijke oorzaak
Beheersmaatregelen
Meer werk a.g.v. (extra) activiteiten a.g.v. sociaal invorderen, vroegsignalering.
Koopkrachtdaling en financiele nood bij belastingschuldigen.
Kostenontwikkeling BsGW plus heffingen/belastingopbrengsten inzichtelijk maken.
2. Substantiele prijsstijgingen (ICT-) (toe) leveranciers
Hogere kosten van (met name ICT-) goederen en diensten.
Significant hogere prijsstijgingen Prijsstijgingen inkaderen via inkoopproces; in dan de in de begroting van BsGW inkoopvoorwaarden/contract vastleggen op basis opgenomen indexeringen van het waarvan de jaarlijkse prijsstijgingen plaats (mogen) CPB a.g.v. vinden. wereldmarktontwikkelingen. Nauw contact houden met onze deelnemers inzake de kostenontwikkeling BsGW.
3. Soevereinen/autonomen Ondermijning draagvlak opleggen en innen belastingen
Meer werk / inhuur op m.n. juridisch gebied.
4. Koepelvrijstelling van de BTW
Kostprijsverhogend voor deelnemers
Extra (juridische) inzet door aangespannen procedures door soevereinen/autonomen die de overheid en de daaruit voortvloeiende belastingaanslagen niet erkennen en aanvechten. Wijziging in wet-/regelgeving.
5. Vertraging volgtijdelijke (ICT)aanbestedingen en/of koppelingen voortvloeiend uit nieuwe ICTlandschap (Project AHA 2023/2024)
Hogere kosten voor de deelnemers, voornamelijk als gevolg van langer schaduwdraaien door later in produktie gaan van nieuwe belasting-systeem en hosting.
Ontbreken van een goede overall Risicomanagement is in het AHA-project opgenomen. strategie. Zorgen voor goede strategische visie en mensen die daarop kunnen acteren.
6. Verstoringen externe informatiestromen
Data is niet volledig. Hogere kosten a.g.v. arbeidsintensievere workarounds/oplossingen. Inefficiënte werkwijzen (excel) en foutgevoelig.
Verstoringen in het proces omdat data niet uitgewisseld kan worden tussen BsGW en externen zoals WML, afvalinzamelaars, landelijke voorzieningen zoals Kadaster, BRP, et cetera.
Gericht(er) sturen op het processen (waaronder bezwaar en beroep) wordt bemoeilijkt zo niet onmogelijk.
7. Meer bezwaren en beroepen: Overschrijding begroting als gevolg van - ncnp's hogere proceskostenvergoedingen en - Kwijtschelding valt onder bezwaar- hogere uitvoeringskosten. en beroepenregime - Bezwaren tegen andere heffingen Financieel risico: extra uitkerings- en uitvoeringskosten
Database met respons vanuit BsGW op meestgestelde vragen / grieven.
Groot risico, dus onderzoek naar laten doen. Wellicht dat het Btw-compensatiefonds (BCF) hier weer een sleutel geeft ter bestrijding van kostenverhogende factor.
Alternatieve werkwijze/procedure vooraf ontwikkelen danwel achteraf vastleggen als back-up. Herinrichten/verbeteren MIS. Extra capaciteit (uren intern danwel extern) vrijmaken voor inrichting/verbetering MIS.
Het Management Informatie Systeem (MIS) sluit niet aan op de informatiebehoefte van de gebruikers. Ondanks recent gewijzigde wet- Uitvoering van het dynamische plan van aanpak: /regelgeving bestaat risico dat deze stroomlijnen en aan de lijn blijven met conbezwaarmaken tegen de OZB of collega's en 'Den Haag', zodat de aanpak sluitend andere belastingen waarbij WOZ- blijft. waarde basis is, voor de ncnpbedrijven een verdienmodel blijft. Door gewijizgde wet-/regelgeving valt ook kwijtschelding en uitstel van betaling onder bezwaar- en beroepregime
8. Datalek Cyberaanvallen/hack i.c.m. onzekerheid ICT-leverancier
Boete van de Autoriteit Persoonsgegevens. Afbreukrisico/reputatieschade. Aanvullende kosten door productieverlies.
Hackersaanvallen. Nalatigheid medewerkers/ deelnemers.
1.Procedure meldplicht datalekken BsGW 2.Informatiebeveiligingsbeleid en besluit gegevensverstrekking en privacy-protocol. 3.Bewustwording medewerkers/opleiding/elearning/mistery guest. 4.De FG en CISO toetsen/monitoren op naleving. 5.BsGW zet ICT-beveiligingstoepassingen in zoals beveiligde FTP-server voor uitwisselingen met de deelnemers of andere partijen, mail, adequate antivirusbeveiligingen en data-encryptie, Third Party Memo-randum, ISAE 403-verkaring. 6.Verstrekking aan deelnemers alleen na een privacy toets/doelbinding. 7. Gebruik van Zivver
9. ICT-storingen in de piekbelasting
Het niet kunnen opleggen van aanslagen.
Dienstverleningsovereenkomst (DVO). Regelen van back-ups waardoor werkzaamheden snel opgepakt kunnen worden/uitwijklokatie. Extra inzet externe capaciteit.
10. Fraude door medewerkers
Financieel verlies ten gevolge van (incasso/afdracht)fraude zal BsGW dienen te compenseren. Imagoschade BsGW.
Onbetrouwbare ICT-leverancier. Storing bij de energieleverancier. Bouwwerkzaamheden. onjuiste temperatuur serverruimten. Geen sluitende interne controles. Samenspanning medewerkers.
11. Kwalitatieve krapte op de arbeidsmarkt
Niet tijdig kunnen vervullen van vacatures waardoor werk blijft liggen.
BsGW profileert zich te weinig naar buiten als aantrekkelijke werkgever.
Meer stage-/afstudeerplekken aanbieden en in de werving insteken op potentie die BsGW verder intern (traineeships) zal doorontwikkelen. Voorbeeld KCC-medewerker is bereid om taxateursopleiding te volgen, maar ook meedraaien op carrieredagen hogescholen.
12. Ziekteverzuim
Uitval van functionarissen met als gevolg Ziekteverzuim is niet opgenomen dat de werklast terecht komt bij de in de begroting van BsGW. andere medewerkers danwel werk blijft liggen. Langdurig ziekte verzuim is in de regel niet-werkgerelateerd bij Budgetoverschrijding als gevolg van BsGW. extra inhuurkosten.
Personeel
Technologie
Bezwaren en beroepen
Nauw contact houden met onze deelnemers inzake de kostenontwikkeling BsGW enerzijds en de heffingen/belastingopbrengsten anderzijds
Meer faillissementen (innen) met als gevolg oninbaarheid van vorderingen. Lagere opbrengsten vervolgingskosten.
Ontwerp-Begroting BsGW 2025 en meerjarenraming 2026-2029
Stelsel van sluitende interne controles. Adequate functiescheidingen. Integriteit onder de aandacht blijven houden.
1.Adequaat HRM beleid gericht op preventie en – zo nodig – herplaatsing binnen of buiten BsGW 2.Mobiliteitsplan en budget 3.Strategisch HRM-beleid
pagina 44 van 51
1 Marktontwikkelingen 2
3 Wet- / regelgeving
Risico Tegengaan toenemende armoede Financieel risico: hogere uitvoeringskosten
Kans 1
Gevolg 1
Kans 20%
€
Gevolg 120.000
€
Score (€) 24.000
Substantiele prijsstijgingen (IC T-)(toe) leveranciers
3
2
50%
€
150.000
€
75.000
Soevereinen/autonomen Ondermijning draagvlak opleggen en innen belastingen
2
1
30%
€
50.000
€
15.000
Koepelvrijstelling van de BTW
1
4
2%
€
2.142.000
€
42.840
Vertraging volgtijdelijke (IC T)aanbestedingen en/of koppelingen voortvloeiend uit nieuwe IC T-landschap (Project AHA 2023/2024)
1
4
10%
€
1.000.000
€
100.000
Verstoringen externe informatiestromen
3
3
65%
€
130.000
€
84.500
Meer bezwaren en beroepen: - ncnp's - Kwijtschelding valt onder bezwaar- en - beroepenregime - Bezwaren tegen andere heffingen
4
3
60%
€
500.000
€
300.000
Datalek C yberaanvallen/hack i.c.m. onzekerheid IC Tleverancier
1
4
1%
€ 20.000.000
€
200.000
IC T-storingen in de piekperiode BsGW
1
4
10%
€
200.000
€
20.000
Fraude door medewerkers
1
4
10%
€
200.000
€
20.000
Kwalitatieve krapte op de arbeidsmarkt
4
3
40%
€
100.000
€
40.000
Ziekteverzuim
3
3
80%
€
270.000
€
216.000
Totaal benodigd weerstandsvermogen:
€
1.137.340
4
5 Proces 6
Bezwaren en beroepen
7
Financieel risico: extra uitkerings- en uitvoeringskosten
Technologie
8 9 10
Personeel
11 12
Ontwerp-Begroting BsGW 2025 en meerjarenraming 2026-2029
pagina 45 van 51
Toelichting risicoanalyse 1. Tegengaan toenemende armoede In de Miljoenennota zijn verschillende maatregelen opgenomen om de toenemende armoede tegen te gaan en de koopkracht van de laagste inkomens te verbeteren. Daarnaast neemt de overheid ook maatregelen om gezinnen te helpen, die hun rekening niet kunnen betalen. Sociaal invorderen, vroegsignalering en schuldhulpverlening zijn instrumenten die hiervoor worden ingezet. Ook zullen gemeenten in een zo vroeg mogelijk stadium passende hulp aanbieden. Hierdoor is er meer inzet vereist bij het inningsproces vanuit BsGW wat leidt tot hogere uitvoeringskosten (inhuur). Voor de deelnemers heeft dit tot gevolg dat het percentage oninbaar zal stijgen, hetgeen zal leiden tot lagere netto-belastingopbrengsten voor de deelnemers, alsook lagere opbrengst vervolgingskosten. 2. Substantiële prijsstijgingen (ICT-)(toe) leveranciers Als gevolg van wereldmarktontwikkelingen stijgen de prijzen van (toe)leveranciers van ICT-producten en - diensten met een substantieel hogere percentage dan de (gewogen) inflatiecijfers zoals gepresenteerd door het Centraal Planbureau en de in de begroting van BsGW opgenomen indexering. 3. Soevereinen/autonomen Extra (juridische) inzet door aangespannen procedures door soevereinen/autonomen die de overheid en de daaruit voortvloeiende belastingaanslagen niet erkennen en aanvechten. 4.
Koepelvrijstelling van de BTW Op dit moment loopt, naar aanleiding van enkele uitspraken van het Hof van Justitie van de Europese Unie, nog steeds een discussie of de koepelvrijstelling in de BTW beperkter moet worden toegepast dan tot nu toe gebruikelijk was. Het gaat om de uitleg of de koepelvrijstelling in de BTW alleen geldt voor de in de BTW-richtlijn met name genoemde activiteiten. Door deze uitspraken zou deze vrijstelling sterk worden ingeperkt. De zorg voor een goede en veilige waterhuishouding zou bijvoorbeeld niet meer als prestatie van algemeen belang gelden. Als gevolg daarvan zouden typische waterschapstaken en belastingheffing en -inning, die niet zelfstandig door het waterschap maar bijvoorbeeld met andere overheden in de vorm van een gemeenschappelijke regeling (GR) worden uitgevoerd, niet meer onder de koepel- vrijstelling vallen, met als gevolg dat de bijdrage van het waterschap in de uitvoeringskosten van de GR met 21% wordt verhoogd. Hiermee zou niet de gehele bijdrage met 21% omhoog gaan; voor veel posten geldt dan immers ook de vooraftrek. De grootste uitzonderingen hierop zijn de salarissen inclusief de sociale lasten. De kans wordt overigens laag ingeschat dat er definitieve (Europese) regelgeving komt in 2024. Wellicht dat het BTW-compensatiefonds de kostenverhoging bij onze gemeentelijke deelnemers (deels) teniet kan doen. 5.
Vertraging volgtijdelijke (ICT)aanbestedingen Zodra het nieuwe ICT-landschap (Project AHA 2023/2024) is geïmplementeerd en vanaf aanslagoplegging 2024 is geeffectueerd, zal BsGW (Europese) aanbestedingstrajecten uitzetten voor applicaties en systemen die hier volgtijdelijk uit voortvloeien. Te denken valt hierbij aan de BI-tool, klantsysteem, DocumentManagementSystem (DMS).
Ontwerp-Begroting BsGW 2025 en meerjarenraming 2026-2029
pagina 46 van 51
Vertraging in het aanbestedingstraject, danwel implementatie van deze applicaties en systemen danwel de koppeling hiervan met de reeds geïmplementeerde systemen en pakketten vormt een risico voor de bedrijfsvoering van BsGW. 6. Onvoldoende gestructureerde informatiestromen Indien de informatiestromen niet voldoende adequaat werken, kan dit tot gevolg hebben dat er inefficiënte werkwijzen danwel fouten ontstaan. Ook het gericht sturen op belangrijke processen wordt hierdoor bemoeilijkt, maar kunnen ook correctiewerkzaamheden als gevolg van foutieve aanslagen hebben waardoor extra kosten mee gemoeid kunnen zijn. BsGW zal daarom goede afspraken maken over beheer, verantwoordelijkheid en gebruik van de gegevens. Door middel van een stelsel van verbandcontroles zullen de juistheid en volledigheid van de administraties worden geborgd. Fouteve gegevens worden teruggemeld aan de bronhouders. Te denken valt aan de diverse koppelingen tussen de systemen van BsGW en die van WML, afvalinzamelaars, landelijke voorzieningen zoals Kadaster, BRP ten behoeve van de uitwisseling van gegevens tussen BsGW en deze partijen.
7. Bezwaren en beroepen ncnp's Per 1-1-2024 treedt de Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ (en bpm) in werking. Beoogd doel is de proceskosten drastisch te verlagen. Ondanks de hierin opgenomen reductie van de proceskostenvergoeding in combinatie met de uitkering hiervan aan de belanghebbenden in plaats van de no cure no pay-bedrijven (ncnp-bedrijven), is nog niet zeker of de proceskosten ook daadwerkelijk substantieel zullen dalen. De verwachting, ook vanuit de VNG, is dat de ncnp-bedrijven nog steeds genoeg winst maken bij het WOZ-bezwaarproces doordat dit nagenoeg volledig geautomatiseerd is en in toenemende mate gebruik wordt gemaakt van Artificial Intelligence (AI) en eveneens hun markt zullen verruimen met bezwaren tegen anderen heffingen. Daarnaast zijn er vooralsnog geen maatregelen in het wetsvoorstel opgenomen om de uitvoeringskosten terug te dringen. Enkele maatregelen in het wetsvoorstel zullen zelfs leiden tot hogere uitvoeringskosten per bezwaar. Hierbij moet met name worden gedacht aan het uitkeren van de proceskosten aan de huiseigenaar in plaats van aan het ncnp-bedrijf. Kwijtschelding valt onder bezwaar- en beroepenregime Het wetsvoorstel beoogt de burger betere rechtsbescherming te bieden tegen de beslissing op een verzoek om kwijtschelding en tegen de beslissing op een verzoek om uitstel van betaling.
In plaats van de huidige mogelijkheid van administratief beroep, zal - naar analogie van de rechtsbescherming tegen belastingheffing - bezwaar bij de invorderende instantie, beroep bij de rechtbank, hoger beroep bij het gerechtshof en beroep in cassatie bij de Hoge Raad mogelijk worden gemaakt. Men denkt aan getrapte inwerkingtreding waarbij begonnen wordt met de belastingdienst en daarna pas met de partijen die lokale heffingen uitvoeren. De verwachte inwerkingtreding is vanaf 2024. Het risico bestaat dat er zich een toename van het aantal bezwaren en beroepen voordoet, waardoor er meer inzet van BsGW wordt vereist dat leidt tot extra uitvoeringskosten (formatie/inhuur) en een toename van de uitkeringskosten van de proceskostenvergoedingen. Daarnaast bestaat de kans dat ncnp’s zich ook op deze markt zullen gaan richten, waardoor het aantal bezwaren en beroepen en de daaruit voortvloeiende kosten nog meer zullen stijgen.
Ontwerp-Begroting BsGW 2025 en meerjarenraming 2026-2029
pagina 47 van 51
8. Datalek: Cyberaanvallen BsGW wil de continuïteit van de informatie en de informatievoorziening waarborgen. De even-tuele gevolgen van beveiligingsincidenten zoals aanvallen van hackers, die pogen de ICT-infrastructuur van BsGW te verstoren danwel aanvallen van ransomware, maar ook verlies of diefstal van informatiedragers als laptop en USB-stick of de verstrekking van privacygevoelige gegevens naar onbevoegden dienen tot een acceptabel niveau te worden beperkt. BsGW hanteert daarom diverse beheersmaatregelen. Zij hanteert de procedure meldplicht da-talekken en de door het bestuur vastgesteld informatiebeveiligingsbeleid en besluit gegevens-verstrekking en privacy-protocol, inclusief bijbehorende procedures. Medewerkers krijgen regelmatig training in aspecten van de AVG en de BIO. De FG en CISO toetsen/monitoren op naleving. De applicatie ARDA speel hierin een belangrijke rol voor de bewustwording. Met ingang van 2022 is extra training voor de awareness verplicht ingevoerd voor alle de medewerkers. Daarnaast zet BsGW ICT-beveiligingstoepassingen in zoals beveiligde FTP-server voor uitwisse-lingen met de deelnemers of andere partijen, beveiligd mailen via Zivver, adequate anti-virusbeveiligingen en data-encryptie, naast een uitwijkmogelijkheid.
Middels een Third Party Memorandum en ISAE3402-verklaring (assurance rapport van de onaf-hankelijke accountant) krijgt BsGW inzicht of haar leverancier de beveiligingseisen voldoende heeft ingericht en of deze voldoen aan de landelijke standaarden. Indien BsGW eventuele financiële (gevolg)schade lijdt doordat haar leverancier haar zaken niet op orde heeft (denk aan slechte software, apparatuur, verloop van personeel et cetera) is dit financiële risico afgedekt middels een contract. Het eventuele restrisico betreft de mogelijke juridische kosten indien eventuele geschillen gaan optreden dan wel extra inhuur nodig is bij vertraging in een goede afloop hiervan. Door de inzet van een routekaart wordt de komende jaren gewerkt aan het verhogen van het volwassenheidsniveau van de organisatie op het gebied van informatiebeveiliging & privacy. Activiteiten daarvoor zijn gericht op het verbeteren van de beheersmaatregelen, de communicatie daarover, beter inzicht in verwerkingen met hun risico’s en het uitvoeren van impactassessments. 9. ICT-storingen in de piekperiode BsGW Storingen zullen van materiële omvang kunnen zijn indien deze in de piekbelasting plaatsvinden.