CConstaterende datBergen (L)
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerpbegroting 2022 inclusief meerjarenbegroting 2023-2025 RUD LN

Gemeenteraad 8 juni 2021, gemeente Bergen (L)Bij agendapunt: Zienswijze ontwerpbegroting 2020 RUD inclusief meerjarenbegroting 2023-2025 RUD;11.982 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Begroting 2022 Inclusief meerjarenraming 2023-2025 GR RUD Limburg Noord

Datum: 08 maart 2021 Versie: 1.0

Inhoudsopgave Inhoudsopgave

1

Voorwoord

2

1 Inleiding 1.1 Algemeen 1.2 Bestuurlijke organisatie 1.3 Leeswijzer

4 4 4 4

2 Programmabegroting 2.1 Programmabegroting 2.2 Wat willen we bereiken? 2.3 Wat gaan we doen?

5 5 5 6

2.3.1 Prestatie-indicatoren

6

2.3.2 Organisatie-brede opgaven 2.3.3 Vakinhoudelijke opgaven

6 10

2.4 Wat mag het kosten?

14

3 Paragrafen 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 3.2 Financiering 3.3 Onderhoud kapitaalgoederen 3.4 Bedrijfsvoering

15 15 17 19 19

4 Financiële begroting 2022 4.1 Geprognosticeerde balans 4.2 Overzicht van baten en lasten 4.3 Overzicht van incidentele baten en lasten 4.4 Overzicht van reserves en voorzieningen

22 22 24 27 28

Bijlage 1 Bijdrage per deelnemer

29

Bijlage 2 geactualiseerde risico-inventarisatie

32

Bijlage 3 Berekening kengetallen

34

1

Voorwoord Voor u ligt de vijfde begroting van de Gemeenschappelijke Regeling Regionale Uitvoeringsdienst Limburg Noord (GR RUD LN), één van de 29 omgevingsdiensten die Nederland kent. De begroting voor 2022 is gebaseerd op de kadernota 2022, begroting 2021, jaarrekening 2020 en de uitgevoerde evaluatie RUD Limburg Noord. Op basis daarvan zijn in de begroting 2022, ten opzichte van de begroting 2021, de volgende financiële wijzigingen doorgevoerd. 1. De budgetten zijn geïndexeerd voor loon-en prijsstijgingen. Hierbij is uitgegaan van de meest actuele raming van het CPB (MEV 2021, september 2020). 2. Op basis van de werkelijke uitgaven 2020 en de verwachtingen zijn enkele budgetten bijgesteld, per saldo heeft dit tot een verlaging van circa € 6.000 geleid. 3. De kosten voor de verplichte aansluiting op Inspectieview Milieu vanaf 2022 en de contributieverhoging van ODNL zijn structureel in de begroting opgenomen, zoals in de kadernota 2022 reeds aangekondigd. Het evaluatierapport van Lysias van de GR RUD LN is in de werkconferentie van 13 februari 2020 te Grathem besproken, waarbij aandachtspunten en consequenties zijn behandeld. Het Algemeen Bestuur heeft op basis hiervan aan het Dagelijks Bestuur de opdracht verstrekt om een aantal maatregelen te nemen waardoor het functioneren van de RUD Limburg Noord wordt verbeterd en versterkt.

In het rapport “Schouders eronder”, verbeteringen in governance bij de RUD Limburg Noord gedateerd 18-09-2020, zijn 45 uitgewerkte maatregelen vastgelegd, door het DB vastgesteld en geagendeerd in het AB van juli 2020. Met de uitvoering is in 2020 begonnen en de verdere uitvoering ervan loopt door in 2021 en 2022. Net als voorgaande jaren zullen wij de producten die wij in 2022 gaan leveren, opnemen in een Regionaal Uitvoeringsprogramma (RUP). Daar nemen we ook de ervaringen met het werken binnen de corona-maatregelen mee, zoals de beperkingen van de fysieke contactmogelijkheden in vergunning- en toezichtprocessen tussen medewerkers en belanghebbenden én tussen medewerkers onderling en een verschuiving van fysieke controles naar controles op afstand. Gezien de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen op 1-1-2022 wordt 2022 het jaar waarin we de veranderingen in het stelsel in de praktijk gaan ervaren. Door de geleidelijke overgang in de eerste maanden van 2022 (aanvragen ingediend in 2021 worden nog behandeld volgens de Wabo) zal ook 2022 nog benut worden voor opleiding en aanpassing van werkprocessen. Een belangrijke pijler

2

binnen de Omgevingswet is de invoering van het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO). Met de aanschaf van een gezamenlijk VTH-systeem (Squit 20/20) is hierop voorgesorteerd. Daarnaast hebben we aandacht voor de aanwezige kwaliteit en kennis bij de medewerkers. De RUD Limburg Noord investeert permanent in kennis, kunde en competenties van de medewerkers werkzaam binnen de RUD Limburg Noord. De RUD-academie verzorgt cursussen en trainingen gericht op de praktijk. Verder neemt de RUD Limburg Noord deel aan een samenwerkingsverband van een aantal Omgevingsdiensten in Nederland die gezamenlijk hun inkoopbehoefte aan onderwijsdiensten aanbesteden. Kortom 2022 zal voor ons allen weer een jaar vol nieuwe ontwikkelingen worden. Met vriendelijke groet, Namens het Dagelijks Bestuur,

Karel Joosten Directeur RUD Limburg Noord

3

1 Inleiding 1.1 Algemeen De 15 gemeenten in Limburg Noord en de provincie Limburg zijn deelnemers van de GR RUD LN. Zij hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om (1) de kwaliteit van dienstverlening aan burgers, bedrijven en belanghebbenden te verbeteren bij de uitvoering van VTH-taken en (2) de kwaliteit, veiligheid en gezondheid van de leefomgeving te verbeteren.

1.2 Bestuurlijke organisatie Het bestuur van de RUD Limburg Noord bestaat uit een Algemeen en een Dagelijks Bestuur. Algemeen Bestuur Het Algemeen Bestuur bestaat uit 16 leden, waaronder de voorzitter. De colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten en Gedeputeerde Staten van de provincie hebben uit hun midden elk één lid en één plaatsvervangend lid aangewezen. Dagelijks Bestuur Het Dagelijks Bestuur is door en uit het Algemeen Bestuur gekozen. Het Dagelijks Bestuur bestaat uit drie leden en één plaatsvervangend lid. De voorzitter De voorzitter van de RUD Limburg Noord is de heer Tim Snijckers, wethouder van de gemeente Maasgouw.

1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 is de programmabegroting opgenomen. Hierin staat op hoofdlijnen wat de RUD Limburg Noord wil bereiken, wat ze daarvoor gaat doen en wat dat mag kosten. In hoofdstuk 3 wordt inzicht gegeven in de verplichte paragrafen: weerstandsvermogen en risicobeheersing, financiering, onderhoud kapitaalgoederen en bedrijfsvoering. In hoofdstuk 4 is de financiële begroting uiteengezet. In de bijlagen vindt u: 1. de bijdrage per deelnemer; 2. de geactualiseerde risico-inventarisatie; 3. de berekening kengetallen.

4

2 Programmabegroting 2.1 Programmabegroting De begroting 2022 van de RUD Limburg Noord is opgezet conform de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). In het BBV is geregeld hoe decentrale overheden hun financiële administratie inrichten en verantwoorden. Hierna wordt via de programmabegroting en de paragrafen de voorgenomen uitvoering in het jaar 2022 toegelicht.

2.2 Wat willen we bereiken? De doelstelling van het programma is om in een gezamenlijke verantwoordelijkheid met de deelnemers de kwaliteit van dienstverlening aan burgers, bedrijven en belanghebbenden te verbeteren bij de uitvoering van VTHtaken en de kwaliteit, veiligheid en gezondheid van de leefomgeving te verbeteren. De GR RUD LN wil daarbij een innovatieve, slagvaardige en efficiënte organisatie zijn, die bijdraagt aan de verbetering van de kwaliteit, gezondheid en veiligheid van de leefomgeving en aan de verbetering van de dienstverlening aan burgers en bedrijven. De RUD wil een vanzelfsprekende deskundige partner in de regio zijn voor het bereiken van de (kern)doelen van de Omgevingswet; zit bij de partners aan tafel en werkzaamheden worden in gezamenlijkheid uitgevoerd. De RUD kan daarbij flexibel inspringen op veranderende behoeften vanuit haar deelnemers; groeit van de uitvoeringsdienst zoals we nu zijn naar dé omgevingsadviseur in brede zin binnen onze leefomgeving, die input levert aan beleid, vergunningverlening, toezicht en handhaving en tot slot procesoptimalisatie. Dit met een organisatievorm die passend is bij de beschreven rol. De inhoud van het werk en te leveren kwaliteit is daarbij altijd leidend; voert uit op een ondernemende, innovatieve, betrouwbare én uitdagende manier.

5

2.3 Wat gaan we doen? 2.3.1 Prestatie-indicatoren De RUD monitort de prestaties van de uitvoering. In het bijzonder gebeurt dit op basis van de prestatie-indicatoren en hun normstelling in tabel 1. Tabel 1

Prestatie-indicator % uitgevoerde milieucontroles (excl. hercontroles) % volledige controles % deelcontroles

Norm 90% 90% 90%

% uren vanuit het RUP gerealiseerd

95%

% adviezen binnen de termijn opgeleverd % adviezen overgenomen door de colleges

90% 100%

2.3.2 Organisatie-brede opgaven Takenpakket De GR RUD LN draagt zorg voor de uitvoering van tenminste de taken zoals opgenomen in het wettelijk basistakenpakket als bedoeld in artikel 7.1 lid 1 van het Besluit Omgevingsrecht. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet wijzigt het basistakenpakket en daarmee de omvang van de taken die de deelnemers minimaal dienen in te brengen in de RUD Limburg Noord. Conform de meest recente versies van de wetswijzigingen komen meer bedrijven onder het basistakenpakket. Daarnaast zijn er andere wijzigingen in het takenpakket, waaronder het vervallen van de OBM. De exacte gevolgen van de uitbreiding van de basistaken worden pas in september 2021 duidelijk bij de samenstelling van het Uitvoeringsprogramma 2022. In aanvulling op de basistaken zorgt de RUD Limburg Noord op verzoek van deelnemers voor de uitvoering van het brede milieutakenpakket, het Wabo-takenpakket inclusief de uitwisseling van specialisten en desgewenst APV en bijzondere wetten. Als netwerkorganisatie kan de RUD flexibel met wijzigingen omgaan gericht op de Omgevingswet. De impact van COVID-19 noodzaakt tot de nodigde creativiteit en flexibiliteit in het uitvoeren van werkzaamheden binnen het VTH-domein. Met name bij inspecties zijn de vereiste veiligheidsmaatregelen een aandachtspunt.

Het Algemeen Bestuur ziet de uitvoering van het Uitvoeringsprogramma als een nietvrijblijvende opgave. Tijdens de conferentie van 13 februari 2020 heeft het Algemeen Bestuur het Dagelijks Bestuur opdracht gegeven toe te zien op de realisatie van de in het Uitvoeringsprogramma aangegeven doelen en indien nodig bij te sturen c.q. in te grijpen.

6

Indien dit het geval is wordt uiteraard vooraf contact met het betreffende bevoegd gezag opgenomen en overleg gevoerd over de te nemen maatregelen. Werkwijze Uitvoering vindt plaats in samenwerking tussen de deelnemers door uitwisseling van specialistische kennis en capaciteit. Naast de taken op het gebied van vergunningverlening, handhaving en toezicht behoren tot het takenpakket van de RUD Limburg Noord ook coördinerende, afstemmende en adviserende taken die voor de deelnemers tezamen worden verricht. Het loket voor vergunningaanvragen waar gemeenten bevoegd gezag voor zijn, blijft bij de individuele gemeenten. Borging kwaliteit Voor het takenpakket GR RUD Limburg Noord heeft het Algemeen Bestuur kwaliteitseisen vastgesteld. Hierin zijn de geldende kwaliteitscriteria, de handhavingsarrangementen met het OM en de politie, de opdrachten van het Algemeen Bestuur en de vastgestelde landelijke prioriteiten verwerkt, en daarmee de uitvoering vastgelegd. Gemeentelijke deelnemers hanteren een gezamenlijk, binnen de RUD Limburg Noord overeengekomen, uniforme methode voor probleemanalyse, risicoanalyse, prioriteitstelling en programmering van het basistakenpakket. In de basis is daarmee het uitvoeringsniveau gelijk (level playing field).

Ten aanzien van deskundigheid en continuïteit houden de medewerkers die uitvoering geven aan het RUP, in 2022 hun EVP (Ervaringsprofiel) op basis van de landelijke kwaliteitscriteria actueel. Gedurende 2021 worden landelijk ook benodigde competenties aan deze kwaliteitscriteria toegevoegd. Samenspel op basis van de PDCA cyclus Het samenspel binnen de gemeenschappelijke regeling tussen het RUD-bestuur, het coördinatiecentrum en de deelnemers is ingericht op basis van de PDCA-cyclus. Deze is in het onderstaande figuur weergegeven:

7

Gezamenlijk VTH-systeem De RUD en haar deelnemers implementeren een gezamenlijk VTH-systeem, Squit 20/20. In 2021 zullen de provincie en alle NoordLimburgse gemeenten aansluiten. In deze omgeving borgen we het gebruik van gestandaardiseerde en geüniformeerde processen en documenten. Bij uitwisseling van werkzaamheden hoeven dossiers niet meer opgehaald te worden en worden gegevens vanuit de eigen locatie bijgewerkt. Met deze centrale voorziening nemen ook de mogelijkheden voor voortgangsbewaking (dashboards), monitoring en kwaliteitsborging toe. Indien het individuele organisaties niet lukt om in 2021 aan te sluiten, kunnen in 2022 de mogelijkheden voor centraal voortgangsbewaking, monitoring en kwaliteitsborging van RUD-taken niet volledig geborgd worden. Met Squit 20/20 zorgen we voor de verplichte aanlevering van toezichtresultaten aan het landelijke Inspectieview. Dit bevordert de uitwisseling en daarmee kwaliteit van controles. ODNL is in gesprek met het Rijk over de effectiviteit van Inspectieview, de vrijblijvendheid van aansluiting en de financiering. Naast de implementatie van ons VTH-systeem wordt de aankomende tijd ook meer naar innovatieve manieren van toezicht gekeken.

Denk bijvoorbeeld aan het uitbreiden van de checklists voor het uitvoeren van controles én het kunnen inlezen van logsystemen van installaties, waardoor minder fysieke controles uitgevoerd hoeven te worden. Omgevingsdiensten en het VTH-stelsel Momenteel doet de commissie Van Aartsen in opdracht van het Ministerie onderzoek naar de toekomst van het VTH-stelsel. De resultaten daarvan worden in 2021 verwacht en worden gebruikt voor de nieuwe VTH-agenda van het Rijk. Dit zal in 2022 tot aanpassingen bij de Omgevingsdiensten kunnen leiden. De RUD Limburg Noord is lid van ODNL. Deze vereniging heeft zich in de afgelopen jaren ontwikkeld tot een platform dat ondersteuning biedt aan de diensten, landelijke projecten coördineert, subsidie voor bepaalde projecten verdeeld, kennis ontwikkelt (kennisnet) en gesprekspartner voor Ministerie (I&W) en VNG is. ODNL is een transitieproces gestart. In 2021 wordt een centraal programmabureau opgezet om de werkzaamheden effectiever te kunnen uitvoeren en beter antwoord te kunnen geven op vraagstukken die landelijk spelen. De RUD Limburg Noord participeert niet alleen op directieniveau, maar ook op medewerkersniveau. Om actief invloed uit te oefenen, kennis te verdiepen en middelen te ontsluiten zal er ingezet worden op meer deelname van medewerkers en managers vanuit ons netwerk.

Daarnaast brengt een centraal programmabureau en de uitbreiding van taken meer kosten met zich mee. Dit betekent dat de contributie van de ODNL verhoogd is.

8

Ketensamenwerking Het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht (BPO) in Limburg voert bestuurlijke regie uit op onder meer de samenwerking tussen overheden: ketensamenwerking. De RUD Limburg Noord is hierin vertegenwoordigd door de voorzitter van het DB/AB. De ondersteuning vindt plaat door het Ambtelijk Platform Omgevingsrecht (APO) waarin de RUD Limburg Noord ook vertegenwoordigd is. In 2022 wordt het platform verder geprofessionaliseerd middels het continueren en structureren van casus overleggen en het periodiek gegevens overleggen (POG) tussen ketenpartners. Met behulp van risicogerichte aanpak kunnen gezamenlijk met de ketenpartners prioriteiten en risico’s worden aangepakt. Met het project Gebiedsgericht handhaven (GGH) wordt binnen de mestketen intensief samengewerkt met de betrokken overheden, met het doel de kwaliteit van het oppervlaktewater te verbeteren door onder meer data gestuurd toezicht houden. Uitdagingen die daarnaast gezamenlijk worden opgepakt zijn de aanpak van drugsdumpingen, asbest, externe veiligheid, afval en samenwerking strafrecht-bestuursrecht en het volgen van de landelijke handhavingsstrategie. Versterken van de onderlinge samenwerking binnen de RUD De in 2019 uitgevoerde evaluatie door Lysias heeft geleid tot een aantal aanpassingen om de RUD en de samenwerking tussen de RUD en haar deelnemers te versterken.

Het gaat om aanpassingen die van invloed zijn op alle gremia in de governance van de RUD Limburg Noord. In 2020 zijn al een aantal aanpassingen doorgevoerd is het merendeel van de andere aanpassingen in ontwikkeling in 2021. Enkele aanpassingen lopen door in 2022. De maatregelen richten zich op: Beter in positie brengen van het Dagelijks Bestuur De belasting van het Algemeen Bestuur beperken en meer informeren over thema’s De rol van de adviesraad terugbrengen De effectiviteit van het lijnmanagement in de samenwerking te vergroten De kennisgroepen beter tot hun recht te laten komen Het coördinatiecentrum versterken De communicatie in het netwerk te verbeteren.

9

De krapte op de arbeidsmarkt leidt ertoe dat vacatures bij de gemeenten en provincie niet altijd ingevuld kunnen worden en werkzaamheden door (duurdere) inhuur moeten plaatsvinden. Deze krapte geldt niet alleen in onze regio, maar landelijk binnen het gehele VTH-domein. Als partners binnen de RUD Limburg Noord slaan we de handen ineen om voldoende aantrekkelijke werkgevers te blijven en gezamenlijk de capaciteitsproblematiek op te pakken. Momenteel wordt per partner ingehuurd wanneer de eigen capaciteit niet voldoende is én er in het netwerk nergens anders capaciteit voorhanden is. Zo bouwt iedere organisatie apart zijn eigen flexibele schil op. Soms blijkt al te worden ingehuurd, terwijl toch elders capaciteit vrij is. Momenteel wordt gekeken of dit niet beter collectief kan worden aangepakt. Dit vraagt wel dat we op collectief niveau inzicht hebben in de inzet van medewerkers en dat partners bereidt zijn hun planningen aan te passen. Er kan dan beter worden ingespeeld op uitwisseling van capaciteit en er kunnen dan waarschijnlijk betere voorwaarden worden bedongen wanneer toch inhuur nodig is. We hebben aandacht voor de aanwezige kwaliteit en kennis bij de medewerkers. De RUD Limburg Noord investeert permanent in kennis, kunde en competenties van de medewerkers werkzaam binnen de RUD Limburg Noord. De RUD-academie verzorgt cursussen en trainingen gericht op de praktijk.

Zo willen we de medewerkers blijven boeien en binden aan onze organisaties. Vanaf 2021 zijn de taken van de voormalige Uitvoeringseenheid (UE) Roermond ondergebracht in de eigen uitvoeringsprogramma’s. De gewijzigde financieringsstroom is in de begroting 2022 structureel verwerkt.

2.3.3 Vakinhoudelijke opgaven Net als voorgaande jaren leveren wij de producten zoals deze worden opgenomen in een Regionaal Uitvoeringsprogramma (RUP). Bij onderstaande thema’s zijn in 2022 grote veranderingen. Omgevingswet Op 1 januari 2022 wordt de Omgevingswet van kracht. De Omgevingswet heeft een grote impact op de manier van werken, de cultuur, het juridisch en technisch instrumentarium en grote gevolgen voor de bevoegde gezagen en organisaties die bij de wet betrokken zijn. De wet beoogt het vergroten van de inzichtelijkheid en het gebruikersgemak, het versnellen van de besluitvorming, meer lokale afwegingsruimte en een samenhangende benadering. Ook vraagt het om een andere manier van denken. Van “nee tenzij” naar “ja mits”. Hoewel het dus gaat om een beleidsmatige ontwikkeling, zal het ook een grote impact hebben op de uitvoering van taken. Met de Omgevingswet wijzigt waarschijnlijk ook de samenstelling van het basistakenpakket. De exacte veranderingen hiervan zijn nog niet in beeld. Naar verwachting wordt het basistakenpakket uitgebreid met diverse milieubelastende (meldingsplichtige-) activiteiten. Deze activiteiten zijn laag geprioriteerd in de regionale probleem- en risicoanalyse en zullen naar alle waarschijnlijkheid geen grote gevolgen hebben op het totale uitvoeringsprogramma. 10

Om te zorgen dat medewerkers hierop zijn voorbereid, wordt door de RUD Limburg Noord ingezet op opleidingstrajecten, aanpassing van werkprocessen en standaarden (beschikkingen, controlerapporten en checklisten) en het inrichten van het eerdergenoemde Omgevingswetproof VTH-systeem. Bouwen onder private kwaliteitsborging De Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen gaat gelijk met de nieuwe Omgevingswet in. De wet moet de bouwkwaliteit een impuls geven, zonder verdere juridisering of kostenverhoging. De invoering van deze wet betekent dat voor de gemeente grotendeels de technisch-inhoudelijke toetsing aan en toezicht op het Bouwbesluit 2012 vervalt en er een aantal voornamelijk administratieve taken bijkomen. Zowel voor organisatie (menskracht) als bouwleges heeft dit grote gevolgen. De provincie en enkele gemeenten hebben deze taken ingebracht in de RUD Limburg Noord. In 2021 wordt duidelijk wat dit voor de RUD Limburg Noord betekent in rol, financiën en formatie. We verwachten in 2022 een afname en transformatie van de formatie voor bouwtaken bij de gemeenten en provincie. De impact op de begroting van de RUD Limburg Noord is beperkt, behalve in de ondersteunende, faciliterende en organiserende rol bij de bevoegde gezagen. Toezicht op energiebesparing Energiebesparing en het vergroten van het aandeel duurzaam opgewekte energie zijn belangrijke speerpunten van overheden.

In de op 30 september 2020 bij het rijk ingediende concept regionale energiestrategie (RES) Noord- en Midden Limburg is opgenomen dat energiebesparing en kleinschalige opwek 25% van de opgave invult. Voor een deel van deze opgave staat het bedrijfsleven aan de lat. In vergunningen, stimulering van audits en meldingen energiebesparing én door toezicht en handhaving kunnen gemeenten en provincie de ambities uit de RES realiseren.

Door een gezamenlijke aanpak van het energietoezicht in de RUD Limburg Noord (kennisgroep Energie) worden energiespecialisten en toezichthouders opgeleid, worden efficiencyvoordelen behaald, vindt een gelijke aanpak in de regio (level playing field) plaats en wordt de kwaliteit geborgd. De RUD Limburg Noord coördineert de opleidingsbehoefte, bewaakt kwaliteit en ondersteunt de uitvoering. In het uitvoeringsprogramma 2022 geven de gemeenten en provincie aan waar in 2022 specifieke energiecontroles plaatsvinden.

11

Omgevingsveiligheid Omgevingsveiligheid gaat over de risico’s van het gebruik en transport van gevaarlijke stoffen, de veiligheid van inrichtingen en de veiligheid van nieuwe, zich snel ontwikkelende technologieën. De regionale behoefte aan expertise en aan gezamenlijke uitvoering van taken is in een uitvoeringsprogramma vastgelegd. Daarmee wordt de capaciteit en kwaliteit die binnen de RUD Limburg Noord op het gebied van omgevingsveiligheid aanwezig is, doelmatig ingezet. Financiering vindt plaats in de vorm van een decentralisatie-uitkering in het gemeentefonds. In het uitvoeringsprogramma 2022 nemen gemeenten en provincie de activiteiten en middelen op voor voortzetting van deze wettelijke taak. Per 1 januari 2022 vervangt het Register Externe Veiligheid (REV) het huidige Register risicosituaties gevaarlijke stoffen (RRGS). In het REV moeten meerdere risicovolle activiteiten worden geregistreerd én per risicovolle activiteit meerdere gegevens worden aangeleverd. Het opbouwen van het databestand en de aansluiting op het REV wordt in 2021 gerealiseerd. In 2022 is aanvullende capaciteit nodig om de registratie aan te vullen, zodat alle risicovolle activiteiten goed geregistreerd worden. Benodigde uren hiervoor worden in het uitvoeringsprogramma 2022 opgenomen.

Bodem, overdracht bodemtaken van provincie naar gemeenten Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet verschuiven taken en bevoegdheden uit de huidige Wet bodembescherming (wbb) van provincie naar gemeenten. Ook kent de Omgevingswet nieuwe bodemtaken. De gemeenten worden daarmee verantwoordelijk voor de VTH-taken ten aanzien van bodemkwaliteit en sanering van bodemverontreiniging. Zij lopen daarmee extra risico als verantwoordelijke saneerders niet aan hun financiële verplichtingen (kunnen) voldoen. De structurele consequenties voor gemeenten zijn op dit moment nog niet volledig in te schatten. Om de overdracht van taken goed te laten verlopen, is (voor de gemeenten tezamen) circa 2 fte gedurende 2 jaar benodigd. De RUD Limburg Noord ondersteunt om deze taken en de impact goed in beeld te krijgen (in het uitvoeringsprogramma) en mede vorm te geven aan de uitwisseling van de capaciteit conform de kwaliteitscriteria. Gedurende 2021 kan blijken dat er een spanningsveld ontstaat tussen de beschikbare middelen bij de bevoegde gezagen en de benodigde taakuitvoering. De RUD Limburg Noord verzorgt de opleiding van de medewerkers. Zeer zorgwekkende stoffen Er ontstaat steeds meer zicht op de impact van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS), waaronder PFAS, voor mens en natuur.

Om aantasting van gezondheid en omgeving te voorkomen, wordt bij vergunningverlening en toezicht hieraan steeds meer aandacht gegeven. ZZS herkennen en beoordeling ervan, maken deel uit van de reguliere VTHwerkprocessen. Vanwege het grote aantal stoffen en de complexiteit van het beoordelen in de bedrijfsprocessen, wordt hier extra aandacht aan gegeven. De RUD Limburg Noord faciliteert het maken van samenwerkingsafspraken met partners, inbedding in werkprocessen en checklists, rapportages en monitoring en organiseert opleiding.

12

Luchtkwaliteit rond veehouderijen Het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) stopt bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Ook de aanpak van de zogenaamde knelpuntbedrijven zal hiermee wijzigen. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet veranderen verder een aantal regels voor veehouderijen voor luchtkwaliteit. Dit zal gevolgen hebben voor de luchtkwaliteitsbeoordelingen bij de vergunningverlening voor veehouderijen. De provincie Limburg wil voor de komende jaren in Limburg een aantrekkelijke woon-, werk- en leefomgeving creëren en koersen op een transitie naar duurzaam ruimtegebruik waarin ruimte is voor een innovatieve landbouw en plattelands economie. De transitie van het buitengebied is feitelijk al gaande met de stoppersregeling, warme sanering varkenshouderijen, nertsenverbod, ketenafspraken, gebiedsgerichte opkoop stikstof, ontwikkeling innovatieve systemen en kringlooplandbouw. Deze ontwikkeling zal ook gevolgen hebben voor de toezichts- en vergunningstaken. Als RUD Limburg Noord proberen we hier tijdig op in te spelen en bij aan te sluiten. Asbest Ondanks het afwijzen van het asbestdakverbod door de Eerste Kamer der Staten-Generaal, verwachten we in 2022 ook nog een groot aantal saneringen van asbestdaken.

Landelijk worden mogelijkheden bekeken om meerdere bedrijven met deelcertificaten daken te laten saneren (waardoor saneringskosten kunnen afnemen) en het oppervlak van het asbestdak te vergroten dat particulieren zelf mogen saneren. Beide geven meer werking op de markt waarop er meer sloopmeldingen zullen worden ingediend en zo meer toezicht verwacht wordt vanuit het bevoegd gezag. De afgelopen jaren is er meer en meer geïnvesteerd in de kennis op het gebied van asbest binnen de RUD en is er intensiever ketenoverleg met instanties als TNO, Ascert, de (milieu)politie en ISZW. Door de versoepeling van regelgeving verwachten we meer werk voor de gemeentelijke toezichthouders, aangezien zij hierdoor meer fouten in de werkzaamheden herkennen en een halt kunnen toeroepen. De gevolgen voor 2022 worden in het uitvoeringsprogramma 2022 uitgewerkt. Geluid Bij het in werking treden van de Omgevingswet wordt de wet- en regelgeving over het milieuthema geluid ingrijpend gewijzigd. Daarbij staat voorop het voorkomen van onbeheerste groei van het geluid door verbetering van de bewaking van geluidniveaus en bescherming tegen cumulatie van geluid van verschillende geluidbronnen. De gemeenten krijgen er een aantal geluidtaken bij. Verder zal meer informatie-uitwisseling tussen afdelingen en andere bestuursorganen moeten gaan plaatsvinden én moet er een landelijk geluidregister komen.

Hierdoor zullen meer geluidrekenmodellen, geluidrapportages en actieplannen moeten worden opgesteld. Bij het nemen van besluiten geldt een motiveringsplicht. Verwacht mag worden dat dit een significante toename van de benodigde uren van de geluidspecialisten zal vragen.

13

2.4 Wat mag het kosten? In onderstaande tabel zijn de totale baten en lasten opgenomen voor de uitvoering van de hierboven benoemde doelstellingen en werkwijze. In paragraaf 4.2 als onderdeel van de begroting is een toelichting opgenomen op de lasten en baten. Tabel 2

Begroting Lasten 1 Programmauitvoering Basis- en milieutaken Projecten Wabotaken 2 Coordinatiecentrum

Taakveld

Rekening 2020

Bijgestelde begroting Begroting 2021 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

7.4 milieubeheer 7.4 milieubeheer 8.3 wonen en bouwen 0.1 bestuur 0.4 overhead 3 Onvoorzien 0.8 overige baten en lasten 4 Vennootschapsbelasting0.9 Vpb 7 Betalingsverkeer 0.5 Treasury Totaal lasten

€ 838.000 € 1.013.000 € 771.000 € 792.000 € 806.000 € 820.000 € 145.000 € € € € € € 83.000 € 101.000 € 103.000 € 105.000 € 107.000 € 109.000 € 21.000 € 21.000 € 21.000 € 21.000 € 21.000 € 22.000 € 728.000 € 1.064.000 € 1.092.000 € 1.111.000 € 1.130.000 € 1.150.000 € € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € € € € € € € € € € € € € 1.816.000 € 2.249.000 € 2.037.000 € 2.079.000 € 2.114.000 € 2.151.000

Baten 5 Programmauitvoering Bestuurskosten Overhead Onvoorzien Basis en milieutaken Projecten Wabotaken Betalingsverkeer Totaal baten

€ 21.000 € 21.000 € 21.000 € 21.000 € 21.000 € 22.000 € 728.000 € 1.064.000 € 1.092.000 € 1.111.000 € 1.130.000 € 1.150.000 € € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 828.000 € 827.000 € 741.000 € 755.000 € 768.000 € 781.000 € 155.000 € € € € € € 83.000 € 101.000 € 103.000 € 105.000 € 107.000 € 109.000 € € € € € € € 1.816.000 € 2.063.000 € 2.007.000 € 2.042.000 € 2.076.000 € 2.112.000

0.1 bestuur 0.4 overhead 0.8 overige baten en lasten 7.4 milieubeheer 7.4 milieubeheer 8.3 wonen en bouwen 0.5 Treasury

Resultaat Resultaat voor bestemming 6 Mutatie reserve 0.10 mutaties reserves Resultaat na bestemming

€ € €

-

€ -186.000 € € 186.000 € € €

-30.000 € 30.000 € €

-37.000 € 37.000 € €

-38.000 € 38.000 € €

-39.000 39.000 -

14

3 Paragrafen In de BBV zijn meerdere verplichte paragrafen opgenomen voor provincies, gemeenten en hun gemeenschappelijke regelingen. Deze zijn niet allemaal relevant voor de RUD. De RUD int geen belastingen en heffingen, bezit geen grondposities en heeft geen verbonden partijen. Om deze reden zijn de paragrafen lokale heffingen, grondbeleid, kapitaalgoederen en verbonden partijen niet opgenomen. Hieronder staan de paragrafen: 1. Weerstandvermogen en risicobeheersing; 2. Financiering; 3. Onderhoud kapitaalgoederen; 4. Bedrijfsvoering.

3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandsvermogen Bufferfunctie In artikel 30 lid 4, 5 en 6 van de GR RUD LN is bepaald dat: “Alvorens het rekeningresultaat te bepalen, vindt een controle plaats op de opbrengsten en kosten in het kader van de vennootschapsbelasting. Een saldo op deze activiteiten zal worden verrekend met de betreffende opdrachtgevers “Het jaarlijks saldo wordt verdeeld over de deelnemers conform de verdeelsleutels”. “In afwijking van het onder lid 5 bepaalde kan het Algemeen Bestuur incidenteel besluiten om saldo toe te voegen aan een nader te benoemen reserve of weerstandsvermogen” Dit betekent dat elke deelnemer deelneemt in het risico van een negatief resultaat. In eerste instantie beschikt de RUD LN over een post onvoorzien van € 50.000. Het is echter mogelijk dat de risico’s daarmee niet afgedekt kunnen worden in enig jaar. In beginsel hoeft de RUD LN dan niet zelf te beschikken over een buffer om deze financiële risico’s op te vangen. Er kan immers een beroep gedaan worden op de deelnemers. Een nadeel hiervan is echter dat een negatief exploitatieresultaat steeds bij de deelnemers tot begrotingsoverschrijding zal leiden. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit wordt gedefinieerd als de middelen en mogelijkheden waarover de RUD Limburg Noord kan beschikken om niet begrote kosten te dekken.

Het is een buffer om ervoor te zorgen dat de organisatiedoelstellingen niet in gevaar komen, als risico’s werkelijkheid worden. De RUD Limburg Noord beschikt niet over een algemene reserve. Zij beschikt wel over een post onvoorzien ter hoogte van € 50.000 die tot de weerstandscapaciteit gerekend kan worden. Indien de post onvoorzien in een boekjaar niet voldoende blijkt te zijn dan zullen de deelnemers conform de verdeelsleutel moeten bijdragen aan het te kort.

15

Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de buffer om tegenvallers op te vangen. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de risico’s (benodigde weerstandscapaciteit) die de RUD Limburg Noord loopt. Voor het beoordelen van het weerstandsvermogen is inzicht nodig in zowel de omvang en de achtergronden van de mogelijke risico’s als ook in de beschikbare weerstandscapaciteit. De ratio tussen de beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit (op basis van geïnventariseerde risico’s) bepaalt het weerstandsvermogen van de RUD Limburg Noord. Risicobeheersing Risico’s De RUD Limburg Noord inventariseert jaarlijks de risico’s waaraan de RUD Limburg Noord is blootgesteld. Een aantal risico’s zijn afgedekt met verzekeringen. Denk daarbij aan de aansprakelijkheidsen rechtsbijstandverzekering. Een tabel van de risico-inventarisatie is in bijlage 2 opgenomen. Opgemerkt dient te worden dat de tabel inzicht geeft in de verwachtingswaarde van de risico’s. Wanneer een risico zich daadwerkelijk voordoet kan het effect groter of kleiner zijn dan de verwachtingswaarde. Conclusie Het totaal van de risico’s (zie bijlage 2) is becijferd op € 109.500. Op basis van beschikbare weerstandscapaciteit, de post onvoorzien van € 50.000, komt het weerstandsvermogen neer op: € 50.000 / € 109.500 = 0,46.

Het uitgangspunt is door de partners uitgesproken om geen algemene reserve in te stellen. Er wordt bewust voor gekozen om niet alle mogelijke risico’s af te dekken. Enerzijds omdat ervanuit gegaan wordt dat niet alle risico’s zich tegelijkertijd zullen voordoen. Anderzijds omdat het rekeningresultaat (positief dan wel negatief) verrekend wordt met de deelnemers. Mochten de risico’s in een jaar boven de post onvoorzien uitkomen, dan dienen deelnemers deze extra kosten te betalen conform de GR. Kengetallen In artikel 11 van het BBV staat dat gemeenten, Provincies en gemeenschappelijke regelingen in de paragraaf Weerstandsvermogen een set van vijf financiële kengetallen dienen op te nemen. Dit zijn kengetallen voor: de netto schuldquote, solvabiliteitsratio, structurele exploitatieruimte, grondexploitatie en belastingcapaciteit. Gezien de RUD Limburg Noord geen belastingen en heffingen int en geen grondposities bezit zijn de kengetallen voor grondexploitatie en belastingcapaciteit niet van toepassing. Hieronder zijn de (overige) ratio’s weergegeven. In bijlage 3 is de berekeningswijze uiteengezet.

16

Tabel 3

Kengetallen

Realisatie 2020

Begroting 2021*

2022

2023

2024

2025

Netto schuldquote

-18,39%

-7,17%

-5,88%

-3,97%

-2,07%

Netto schuldquote, gecorrigeerd voor verstrekte leningen

-18,39%

-7,17%

-5,88%

-3,97%

Solvabiliteits ratio

19,10%

11,40%

9,31%

Structurele exploitatieruimte

-0,55%

-1.11%

-1.49%

Duiding

Beoordeling

-0,19%

Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Hoe lager dit percentage hoe beter.

-2,07%

-0,19%

6,58%

3,60%

0,35%

-1.81%

-1.83%

-1.85%

Bij verstrekte leningen bestaat onzekerheid op terugbetaling. Door deze leningen in mindering te brengen op de financiële activa wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en wat dat betekent voor de schuldenlast. Hoe lager dit percentage hoe beter. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de RUD in staat is zijn financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage hoe beter. Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de RUD heeft om de eigen lasten te dragen. Hoe hoger dit percentage hoe beter.

De RUD beschikt alleen over een bestemmingsreserve die afneemt. Het uitgangspunt is om geen algemene reserve op te bouwen. De RUD heeft geen leningen verstrekt en gaat deze in 2021 naar verwachting ook niet verstrekken. Hierdoor wijkt het percentage niet af van de netto schuldquote.

Doordat bewust is gekozen voor geen algemene reserve en uit de bestemmingsreserve wordt geput neemt het ratio steeds verder af. Er is bewust gekozen om de kosten van het ICT project te dekken uit de bestemmingsreserve ICT, om zo de bijdrages van de partners zo laat mogelijk te verhogen. Hierdoor komt dit kengetal minimaal negatief uit.

* De begrotingscijfers 2021 zijn aangepast n.a.v. de jaarrekening 2020 m.b.t. de reserve ICT

3.2 Financiering Bij de inwerkingtreding van de Wet Financiering decentrale overheden (Fido) is het opnemen van een financieringsparagraaf in de begroting en in de jaarrekening verplicht voorgeschreven. In het Besluit Begroting en Verantwoording is neergelegd dat de financieringsparagraaf in elk geval de beleidsvoornemens voor het risicobeheer van de financieringsportefeuille dient te bevatten. Onder risico’s worden in dit verband verstaan: renterisico’s, liquiditeitsrisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en voor zover van toepassing valutarisico’s. De grondslag voor de treasuryfunctie van de RUD Limburg Noord wordt

17

gevormd door het treasurystatuut. In het treasurystatuut zijn de kaders opgenomen waarbinnen het Dagelijks Bestuur de financieringsfunctie mag uitoefenen. Treasurybeheer- en beleid De belangrijkste algemene doelstelling van het treasurybeleid zijn: • Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; • Het beschermen van vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, liquiditeitsrisico’s en kredietrisico’s; • Het verankeren van de treasuryactiviteiten in de (administratieve) organisatie; • Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; • Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de wet Fido, RUDDO en de limieten en richtlijnen van het treasurystatuut; • Het bewaken van de financiële risico’s op afgegeven garanties. Renterisico Het renterisico kan worden gedefinieerd als de mate waarin het saldo van de rentelasten en rentebaten verandert door wijziging in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een rente-typische looptijd van één jaar of langer. Bij de inwerkingtreding van de Wet Fido is het begrip ‘renterisico-norm’ ingevoerd. Uitgangspunt hierbij is om zoveel mogelijk spreiding in de looptijden van leningen aan te brengen.

De wettelijk vastgestelde renterisico-norm van 20% houdt in dat in enig jaar de aflossing van de lange schuld niet hoger mag zijn dan 20% van het begrotingstotaal. Kasgeldlimiet Voor het bepalen van de liquiditeitspositie is de zogenaamde kasgeldlimiet belangrijk. Hieronder wordt verstaan het bedrag dat maximaal als kasgeld mag worden opgenomen. Dit bedrag wordt berekend door middel van een door het Ministerie van Financiën vastgesteld percentage van 8,2%, te vermenigvuldigen met het totaal van de jaarbegroting van de RUD Limburg Noord bij aanvang van het jaar. Bij overschrijding van dit limiet moet er in langlopende financieringsmiddelen worden voorzien. De RUD Limburg Noord heeft geen schulden en het is ook niet voorzien om in 2022 vreemd vermogen aan te trekken. De activiteiten van de RUD Limburg Noord worden gefinancierd uit voorschotten van de deelnemers. Deelnemers wordt aan de start van ieder jaar verzocht de deelnemersbijdrage voor het gehele jaar over te maken. Als zodanig is het prognosticeren van zowel de kasgeldlimiet alsook de renterisiconorm niet aan de orde. Inherent aan bovenstaande is, dat het banksaldo aan het begin van het jaar hoog is en naarmate het jaar vordert afneemt. Overtollige liquiditeiten parkeren wij, verplicht en in overeenstemming met de wet FiDO, op een rekening ‘schatkistbankieren’ bij het Ministerie van Financiën.

18

Interne ontwikkelingen en renteresultaat Voor saldi, die gedurende 2022 gestald worden binnen het schatkistbankieren wordt geen rente vergoed, noch in rekening gebracht. Er wordt aldus geen rente geboekt. Berekening omslagrente Nieuwe regelgeving binnen het BBV stelt dat de berekening van de ‘omslagrente’ moet worden opgenomen in de paragraaf Financiering. De omslagrente wordt bepaald door de externe rentelasten te delen door het totaal van de activa. Zoals hiervoor is weergegeven heeft de RUD Limburg Noord geen externe rentelasten. De berekening van de omslagrente is daarmee niet van toepassing voor de RUD Limburg Noord.

3.3 Onderhoud kapitaalgoederen De paragraaf onderhoud kapitaalgoederen heeft tot doel om aan te tonen hoe RUD Limburg Noord de instandhouding van haar kapitaalgoederen waarborgt. Er zijn echter geen investeringen kapitaalgoederen door de RUD Limburg Noord voorzien. RUD Limburg Noord beschikt niet over dienstauto’s en heeft de ondersteunende diensten zoals kantoorruimte en ICT in bij de gastorganisatie Roermond ingekocht.

3.4 Bedrijfsvoering De GR RUD LN is een gemeenschappelijke regeling met een Algemeen Bestuur en een Dagelijks Bestuur. Voor de uitvoering van VTH-taken wordt gebruik gemaakt van de expertise die aanwezig is bij de deelnemers. Om kwaliteit van uitvoering en onderlinge afstemming te borgen wordt gebruik gemaakt van het coördinatiecentrum. Het organogram is hieronder weergegeven: AB-RUD

DB-RUD

Kring secretarissen

informatievoorziening

RUD- directeur Lijnmanagersoverleg RUD- coördinatie centrum

Lijnmanager

Lijnmanager

Lijnmanager

Lijnmanager

Lijnmanager

Lijnmanager

Lijnmanager

Lijnmanager

Team

Team

Team

Team

Team

Team

Team

Team

Het coördinatiecentrum bestaat uit een directeur en haar medewerkers. Zij zijn in dienst van de gemeenschappelijke regeling en stellen voorstellen op voor het Dagelijks Bestuur en het Algemeen Bestuur over: 1. Centrale programmering, incl. uitwisseling specialistische inzet tussen de deelnemers; 2. eisen om te kunnen voldoen aan de kwaliteitscriteria; 3. Sturing op kwaliteit van de medewerkers (opleiding en training en vlieguren); 4. Auditeren van de resultaten van de deelnemers (voortgangsbewaking op de planning en steekproefsgewijze beoordeling van de kwaliteit van proces en inhoud);

19

5. Rapportages en verbetervoorstellen die uit werkzaamheden van kennisgroepen of ingezette adviseurs voortkomen; 6. De verdere ontwikkeling van de RUD LN (o.a. naar aanleiding van het evaluatierapport). Per deelnemer treedt één lijnmanager op als aanspreekpunt voor de RUD-directeur en het coördinatiecentrum. De zogenoemde coördinerend VTH-manager/ lijnmanager. De lijnmanagers van de deelnemers zijn verantwoordelijk voor: 1. Versterken van de netwerksamenwerking vanuit de eigen organisatie. 2. Tijdig aanleveren van informatie 3. Realiseren van kwaliteit van de uitvoering door gedragen processen en kwaliteitseisen. 4. Borgen van kwaliteit van medewerkers en processen, door opleidingen, trainingen en maken van de noodzakelijke vlieguren. 5. Trekken van kennisgroepen en ontwikkelteams. 6. Realiseren van het betreffende deel van het UP volgens de afgesproken werkwijzen. 7. Ondersteunen van een passende organisatiecultuur en investeren in de relatie en de samenwerking met deelnemende organisaties. 8. Ondersteunen van samenwerking met andere partijen in het fysieke domein. De lijnmanagers hebben de ruimte om de eigen gemeentelijke/provinciale PDCA-cyclus te volgen en de lokale integraliteit te bewaken binnen de kaders van de GR RUD LN.

Personeelsbeleid De RUD Limburg Noord maakt voor de uitvoering van haar personeelsbeleid en de salarisadministratie gebruik van de ondersteuning door de gemeente Roermond in een gastheer constructie. Binnen de GR RUD Limburg Noord is een klein team, het coördinatiecentrum in dienst van de RUD Limburg Noord. Het overig personeel is in dienst bij haar partners. Informatisering en automatisering Digitaal toezicht was voorheen in de vorm van digitale checklisten beschikbaar gesteld. Volgens planning zullen alle partners in 2021 aangesloten worden op de gezamenlijk VTHapplicatie. Het digitaal toezicht is vanaf dan in die applicatie opgenomen. De applicatie zorgt ervoor dat efficiëntie behaald wordt in de vorm van rapportages en eenheid van werken. Voor ondersteunende zaken wordt gebruik gemaakt van de applicaties van de gastheer gemeente Roermond. Rechtmatigheid Er is een wetswijziging in voorbereiding waarmee met ingang van het boekjaar 2021 nieuwe regels zouden gaan gelden voor de financiële verslaglegging en de accountantscontrole. De wetswijziging is nog niet van kracht. Er wordt over gesproken om deze met terugwerkende kracht per 2021 in werking te laten treden. Hierover is echter nog geen uitsluitsel over.

20

Met deze wetswijziging dient het Dagelijks Bestuur dan in de jaarrekening een verklaring af te geven over de rechtmatigheid van de financiële beheershandelingen. De accountant toetst de jaarrekening (inclusief rechtsmatigheidsverantwoording) op getrouwheid. De wetswijziging kan van invloed zijn op het controleprotocol. Vandaar dat het controleprotocol voor 2021 en 2022 nog niet is vastgesteld. Vooralsnog worden de richtlijnen uit 2020, aansluiting bij het wettelijk minimum. aangehouden. De RUD Limburg Noord is met de gastorganisatie Roermond in gesprek wat deze wetswijziging voor invloed heeft op de RUD, haar inrichting van de processen, de raakvlakken met de gastorganisatie en de controles hierop. Na aanleiding van de uitkomsten zal een vervolg gesprek gepland worden met de RUD Limburg Noord, de gastorganisatie Roermond en de accountant van de RUD Limburg Noord. Overhead Het Besluit Begroting en Verantwoording schrijft voor in de begroting een apart overzicht “overhead” op te nemen. Aan de detaillering van dit overzicht worden door het BBV geen eisen gesteld, met uitzondering van de bepaling dat er minimaal een scheiding moet zijn tussen de lasten en de baten. Dit overzicht is hieronder in tabel 5 weergegeven. Tabel 5

Begroting Lasten 2 Coordinatiecentrum Baten 5 Overhead Resultaat 6 Mutatie reserve Resultaat na bestemming

Bijgestelde begroting Begroting 2021 2022

Taakveld

Rekening 2020

0.4 overhead

€

728.000 € 1.064.000 € 1.092.000 € 1.111.000 € 1.130.000 € 1.150.000

0.4 overhead

€ € € €

728.000 € 1.064.000 € 1.092.000 € 1.111.000 € 1.130.000 € 1.150.000 € € € € € € € € € € € € € € € -

0.10 mutatie reserves

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Een toelichting op de lasten, baten en de reserve mutatie is opgenomen in hoofdstuk 4 de financiële begroting.

21

4 Financiële begroting 2022 4.1 Geprognosticeerde balans Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Algemeen

De begroting is opgemaakt volgens de richtlijnen van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten. De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het betreffende balansonderdeel anders is vermeld, zijn de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten rekenen we toe aan het jaar waarop ze betrekking hebben. Baten en winsten nemen we slechts op voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden vóór het einde van het begrotingsjaar, nemen we in acht indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn. Personeelslasten rekenen we in principe toe aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Er geldt echter een formeel verbod om voorzieningen of schulden op te nemen voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Daarom rekenen we sommige personele lasten toe aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Hierbij moet worden gedacht aan componenten als overlopende verlofaanspraken. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume, wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming.

Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld door reorganisaties), dan moeten we wel een verplichting opnemen.

22

Tabel 6

Omschrijving

Realisatie

(bedragen x € 1.000)

2020

Begroting 31-12 2021*

2022

2023

2024

2025

Activa Vaste activa: -

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

1.543

923

893

856

818

779

Liquide middelen

20

100

100

100

100

100

Overlopende activa

186

275

275

275

275

275

Totaal vlottende activa:

1.749

1.298

1.268

1.231

1.193

1.154

Totaal activa

1.749

1.298

1.268

1.231

1.193

1.154

Eigen vermogen:

334

148

118

81

43

4

Totaal vaste passiva:

334

148

118

81

43

4

543

150

150

150

150

150

Totaal vaste activa: Vlottende activa: Uitzettingen met een rente-typische looptijd korter dan één jaar

Passiva Vaste passiva:

Vlottende passiva: Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overlopende passiva

872

1000

1000

1000

1000

1000

Totaal vlottende passiva:

1.415

1.150

1.150

1.150

1.150

1.150

Totaal passiva

1.749

1.298

1.268

1.231

1.193

1.154

* De begrotingscijfers 2021 zijn aangepast n.a.v. de jaarrekening 2020 m.b.t. de bestemmingsreserve ICT. Tabel 7 2021 -186

2022 -30

2023 -37

2024 -38

2025 -39

0

0

0

0

0

-620

-30

-37

-38

-39

Liquide middelen

80

0

0

0

0

Overlopende activa

89

0

0

0

0

Vaste schuld

0

0

0

0

0

Vlottende schuld

-393

0

0

0

0

Overlopende passiva

128

0

0

0

0

Eventuele boekwinst bij verkoop effecten en (im)materiële vaste activa

0

0

0

0

0

EMU-SALDO Financiële vaste activa

Uitzettingen

Activa Mutaties (1 januari tot 31 december)

Vlottende activa

Vaste Passiva Passiva

Kapitaalverstrekkingen en leningen

Vlottende passiva

* De begrotingscijfers zijn aangepast n.a.v. de jaarrekening 2020 m.b.t. de bestemmingsreserve ICT.

23

4.2 Overzicht van baten en lasten Uitgangspunten 1. De begroting 2022 is gebaseerd op de jaarrekening 2020, de begroting 2021 en de kadernota 2022. 2. Voor de indexering van loon-en prijsstijgingen wordt uitgegaan van de meest actuele raming van het CPB (MEV 2021, september 2020). a. Loonvoet sector overheid: 1,8% b. Prijs overheidsconsumptie, netto materieel: 1,5% 3. Op basis van de werkelijke uitgaven 2020 en de verwachtingen zijn enkele budgetten bijgesteld, per saldo heeft dit tot een verlaging van circa € 6.000 geleid. 4. Ook de uitwisseling op milieutaken is op basis van verwachting naar beneden bijgesteld. Gezien deze kosten met de partners worden verrekend heeft dit per saldo geen invloed op de begroting. 5. Er is bewust voor gekozen om de jaarlijkse licentie-, hosting- en beheerkosten voor het nieuwe VTH-systeem in eerste instantie te dekken uit de bestemmingsreserve ICT. Vanaf 2026 is de reserve naar verwachting niet meer toereikend en zullen de jaarlijkse kosten verdisconteerd worden in de deelnemersbijdrage. 6. Zoals in de kadernota aangegeven zijn de kosten voor de verplichte aansluiting op inspectieview milieu per 2022 en de verhoging van de contributie van ODNL structureel verwerkt. 7. Het verzoek van de VNG voor een structurele bijdrage voor het platform intensieve veehouderij en humane gezondheid is niet in de meerjarenbegroting opgenomen. 8.

Alle bedragen zijn afgerond op duizendtallen. In het onderstaande overzicht van baten en lasten zijn de lasten en baten meerjarig weergegeven. Tevens is aangegeven op welk taakveld de baten en lasten betrekking hebben. Na de tabel volgt een toelichting.

24

Tabel 8

Begroting Lasten 1 Programmauitvoering Basis- en milieutaken Projecten Wabotaken 2 Coordinatiecentrum

Taakveld

Rekening 2020

Bijgestelde begroting Begroting 2021 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

7.4 milieubeheer 7.4 milieubeheer 8.3 wonen en bouwen 0.1 bestuur 0.4 overhead 3 Onvoorzien 0.8 overige baten en lasten 4 Vennootschapsbelasting0.9 Vpb 7 Betalingsverkeer 0.5 Treasury Totaal lasten

€ 838.000 € 1.013.000 € 771.000 € 792.000 € 806.000 € 820.000 € 145.000 € € € € € € 83.000 € 101.000 € 103.000 € 105.000 € 107.000 € 109.000 € 21.000 € 21.000 € 21.000 € 21.000 € 21.000 € 22.000 € 728.000 € 1.064.000 € 1.092.000 € 1.111.000 € 1.130.000 € 1.150.000 € € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € € € € € € € € € € € € € 1.816.000 € 2.249.000 € 2.037.000 € 2.079.000 € 2.114.000 € 2.151.000

Baten 5 Programmauitvoering Bestuurskosten Overhead Onvoorzien Basis en milieutaken Projecten Wabotaken Betalingsverkeer Totaal baten

€ 21.000 € 21.000 € 21.000 € 21.000 € 21.000 € 22.000 € 728.000 € 1.064.000 € 1.092.000 € 1.111.000 € 1.130.000 € 1.150.000 € € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 828.000 € 827.000 € 741.000 € 755.000 € 768.000 € 781.000 € 155.000 € € € € € € 83.000 € 101.000 € 103.000 € 105.000 € 107.000 € 109.000 € € € € € € € 1.816.000 € 2.063.000 € 2.007.000 € 2.042.000 € 2.076.000 € 2.112.000

0.1 bestuur 0.4 overhead 0.8 overige baten en lasten 7.4 milieubeheer 7.4 milieubeheer 8.3 wonen en bouwen 0.5 Treasury

Resultaat Resultaat voor bestemming 6 Mutatie reserve 0.10 mutaties reserves Resultaat na bestemming

€ € €

-

€ -186.000 € € 186.000 € € €

-30.000 € 30.000 € €

-37.000 € 37.000 € €

-38.000 € 38.000 € €

-39.000 39.000 -

1. Programma uitvoering De uitvoeringskosten zijn in totaal € 874.000. Deze kosten vallen uiteen in: • De uitwisseling van uitvoeringscapaciteit tussen de deelnemers. Ervan uitgaande dat 2020 in verband met COVID-19 geen representatief jaar was en dat er weer meer gebruik gemaakt zal gaan worden van onderlinge deskundigheid, wordt verwacht dat de uitwisseling iets onder het niveau van 2019 terecht zal komen. In totaal is hier een bedrag van € 603.000 voor geraamd. Hiervan heeft € 103.000 betrekking op de inzet voor wabo-taken. De overige € 500.000 heeft betrekking op de uitwisseling op basis- en milieutaken. • 1 fte formatie van de uitvoeringseenheid Roermond wordt conform de nieuwe opzet via uitwisseling in het netwerk uitgezet. De kosten hiervan zijn geraamd op ruim € 115.000. • Voor de implementatie van het VTH-systeem wordt rekening gehouden met de kosten voor hosting en licenties en het gezamenlijk beheer vanaf de tweede helft 2020. Samen betreft dit voor 2022 een bedrag van € 30.000. • Een budget van € 79.000 voor het aanschaffen en onderhouden van (meet)apparatuur, visualisering van de informatieplicht, overige kosten zoals rapporteringstools en de verplichte aansluiting op inspectieview milieu per 2022. Door dit laatste is het budget verhoogd vanaf 2022. • De kosten voor de bereik- en beschikbaarheidsdiensten zijn samen geraamd op € 47.000. 25

2. Coördinatiecentrum De kosten van het coördinatiecentrum bestaan uit bestuurskosten en overheadkosten. • De bestuurskosten van € 21.000 hebben betrekking op de inzet van de accountant. • De overheadkosten van €1.092.000 bestaan uit loon- en reiskosten (€ 811.000. Dit is inclusief € 8.000 coördinatiekosten voor de UE Roermond), opleidingskosten (€ 85.000), inkoop van PIOFACH-diensten bij de gastorganisatie (€ 93.000) en overige kosten (€ 103.000). 3. Onvoorzien Voor onvoorzien is een bedrag van € 50.000 gereserveerd. 4. Vpb De RUD gaat ervanuit dat zij geen vpb hoeft te betalen aangezien a) de RUD geen winstdoelstelling heeft, b) de kosten via een vaste verdeelsleutel worden verrekend en c) eventuele overschotten aan het eind van het jaar worden teruggegeven aan deelnemers. 5. Baten De baten zijn in 2022 als volgt onderverdeeld: Tabel 9

A

Onderdeel

Taakveld

Bedrag

Verdeelsleutel

Coördinatiecentrum

0.1 Bestuur

€ 21.000

Vast: inwoneraantal

0.4 Overhead

€ 1.084.000

Vast: inwoneraantal

0.4 Overhead (voor de UE)

€ 8.000

Werkelijke afname

Onvoorzien

0.8 Overige baten en lasten

€ 50.000

Vast: inwoneraantal

Apparatuur

7.4 Milieubeheer

€ 79.000

Vast: inwoneraantal

B

Uitvoeringseenheid

7.4 Milieubeheer

€ 115.000

Werkelijke afname

C

Beschikbaarheidsregeling

7.4 Milieubeheer

€ 39.000

Vast: evenredig

D

Uitwisseling capaciteit

7.4 Milieubeheer

€ 500.000

Werkelijke afname

8.3 Wonen en bouwen

€ 103.000

Werkelijke afname

E

Bereikbaarheidsregeling

€ 8.000

Werkelijke afname

Totaal

7.4 Milieubeheer

€ 2.007.000

De werkwijze van UE Roermond is in 2021 aangepast conform de werkwijze bij uitwisseling van capaciteit. Hierdoor wordt er niet op voorhand een bijdrage van de partners gevraagd, maar dienen de kosten gedekt te worden via de uitwisseling. Mocht de uitwisseling de kosten uiteindelijk niet dekken dan komt dit ten laste van de RUD begroting. De verdere opbouw van de verdeelsleutels is niet gewijzigd ten opzichte van de begroting 2021. Toelichting vaste verdeelsleutel A. De kosten voor het coördinatiecentrum, onvoorzien en de kosten voor onderhoud van (meet)apparatuur worden verdeeld op basis van het inwoneraantal per gemeente. Hierbij wordt uitgegaan van T-2. Dat wil zeggen dat de verdeling in de begroting 2022 is gebaseerd op de inwoneraantallen van 1 januari 2020. Voor de Provincie is een vaste bijdrage overeengekomen. Deze bijdrage is, conform de afspraak uit het inrichtingsplan geïndexeerd met de dienstenprijsindex (jaarmutatie 3e kwartaal 2020, zijnde 1,3%).

26

C. De kosten voor de beschikbaarheidsregeling van € 39.000 worden evenredig over de deelnemers verdeeld, met uitzondering van de Provincie. Ieder betaald 1/15e deel. In bijlage 1 is een overzicht opgenomen van de vaste bijdragen per deelnemer. Toelichting werkelijke afname A. De coördinatiekosten die gemoeid zijn met de formatie van de uitvoeringseenheid Roermond, worden gedekt via de doorberekening op basis van daadwerkelijke afname door de deelnemers, op basis van door het AB vast te stellen uurtarieven. B. De bijdrage voor de directe inzet van de formatie van de uitvoeringseenheid in Roermond is € 115.000. Deze kosten worden (net als de coördinatiekosten) aan de deelnemers doorberekend op basis van daadwerkelijke afname, op basis van door het AB vast te stellen uurtarieven. D. De uitwisseling van uitvoeringscapaciteit voor de basis en milieutaken zijn geraamd op € 500.000. Voor de wabo-taken is de uitwisseling geraamd op € 103.000. De kosten worden aan de deelnemers doorberekend op basis van daadwerkelijke afname, op basis van door het AB vast te stellen uurtarieven. E. De ingeschatte kosten voor de bereikbaarheidsregeling worden achteraf op basis van werkelijke calls verrekend. 6.

Mutatie reserve In 2022 wordt er € 23.000 onttrokken aan de reserve voor de structurele kosten voor hosting en licenties (taakveld milieubeheer) en vanaf Q3 2022 met structurele beheerkosten (taakveld overhead) van € 14.000 per heel jaar. In 2026 is de reserve naar verwachting niet meer (volledig) toereikend en worden de hosting, licentie -en beheerkosten betaald uit een verhoging van de deelnemersbijdrage. 7. Betalingsverkeer Voor het betalingsverkeer is in verband met de zeer beperkte omvang geen apart bedrag begroot.

4.3 Overzicht van incidentele baten en lasten In het onderstaande overzicht zijn de incidentele baten en lasten beschreven. Tabel 10

Incidentele lasten en baten Taakveld Lasten 1 Uitvoering 7.4 milieubeheer 2 Coordinatiecentrum 0.4 overhead 3 Onvoorzien 0.8 overige baten en lasten 4 Vennootschapsbelasting0.9 Vpb Totaal incidentele lasten

Rekening 2020

Bijgestelde begroting Begroting 2021 2022

€ € € € €

145.000 € 4.000 € € € 149.000 €

163.000 € € € 163.000 €

Baten 5 Programmauitvoering 7.4 milieubeheer Overhead 0.4 overhead Totaal incidentele baten

€ € €

155.000 € 4.000 € 159.000 €

-

Resultaat incidentele baten en lasten Incidenteel resultaat voor bestemming 6 Storting reserve 0.10 mutaties reserves Onttrekking reserve 0.10 mutaties reserves Incidenteel resultaat na bestemming

€ € € €

10.000 € -163.000 € € € € 186.000 € 10.000 € 23.000 €

€ €

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

-

€ € € €

-

€ € € €

-

€ € € €

-

-

€ €

-

€ €

-

€ €

-

€ € 30.000 € 30.000 €

€ € 37.000 € 37.000 €

€ € 38.000 € 38.000 €

39.000 39.000

27

4.4 Overzicht van reserves en voorzieningen In de financiële verordening is vastgelegd dat in de begroting en jaarrekening een overzicht wordt opgenomen van reserves en voorzieningen. Het overzicht bevat criteria voor de vorming en besteding ervan. Algemene reserve Tot op heden wordt het uitgangspunt gehanteerd om geen algemene reserve te vormen. Bestemmingsreserve ICT Bestedingsdoel: bijdrage aan de kosten voor hosting en licenties van het nieuwe VTHsysteem. In de primaire begroting 2021 was er vanuit gegaan dat de RUD LN in 2020 zou aansluiten op het nieuwe VTH-systeem. Door vertraging in het proces zal de RUD LN in 2021 aansluiten. Deze kosten worden gedekt uit de bestemmingsreserve ICT. Om een correct meerjarig beeld te geven van de reserve is daarom zowel de kolom primaire begroting 2021 als de bij te stellen begroting 2021 opgenomen. Zie hiervoor tabel 11. Tabel 11

Begroting na Primaire administratieve Begroting Begroting Begroting Begroting Bestemmingsreserve ICT Rekening 2020 begroting 2021 wijziging 2021 2022 2023 2024 2025 1 Storting € € € € € € € 2 Bijdrage VTH-syteem € € € -163.000 € € € € 3 Licentie en hosting € € -23.000 € -23.000 € -23.000 € -23.000 € -24.000 € -24.000 4 Beheerkosten € € € € -7.000 € -14.000 € -14.000 € -15.000 Totaal mutatie € € -23.000 € -186.000 € -30.000 € -37.000 € -38.000 € -39.000 Saldo reserve € 334.000 € 311.000 € 148.000 € 118.000 € 81.000 € 43.000 € 4.000

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10096776/1