Ontwerpbegroting 2022 BsGW en ontwerp MJB 2022 - 2026
Tekst van het document
In de objectenregistratie gaan in ieder geval de objecten van de basisregistratie adressen en gebouwen (BAG) en de basisregistratie grootschalige topografie (BGT) op. Daarnaast is het de bedoeling dat ook het gedeelte van de WOZ-administratie waarin objectgegevens zijn opgenomen en een aantal basisgegevens uit aanpalende registraties in de objectenregistratie worden opgenomen. Ook het project waarderen op gebruiksoppervlakte toont aan dat de WOZ-data alleen in samenhang met de BGT en de BAG kan plaatsvinden. Naast de ketenprocessen met betrekking tot bouw- en sloopvergunningen, is jaarlijkse mutatiedetectie op basis van luchtfoto’s en puntenwolken noodzakelijk om de administratieve en geometrische data actueel en in lijn te houden. Kortom, de trigger van de beheerprocessen van WOZ, BAG en BGT zijn vaak hetzelfde. Het is dan ook het onderzoeken waard of dit niet centraal belegd zou moeten worden. Hiertoe wordt een businesscase geformuleerd.
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 21 van 66
Gevolgen samenhangende objectregistratie voor gemeenten, gegevenshuizen en BsGW De ontwikkeling naar een samenhangende objectregistratie heeft gevolgen voor zowel BsGW als voor haar deelnemers en aan de deelnemers gelieerde partijen zoals gegevenshuizen. Het is inefficiënt en onwenselijk om op meerdere plaatsen dezelfde of nagenoeg dezelfde gegevens te verzamelen en te verwerken. Dit staat immers haaks op de doelstelling van juist één unieke registratie. Door de samenhangende objectregistratie centraal te organiseren zal – naast de te behalen schaalvoordelen - de kwaliteit en de continuïteit beter gewaarborgd worden. In juni 2020 heeft het Dagelijks Bestuur aangegeven een businesscase op te laten stellen door een onafhankelijk adviesbureau met betrekking tot de vraag waar en hoe de samenhangende objectenregistratie voor de deelnemers het beste belegd kan worden. De kosten voor het uitvoeren van de businesscase zullen binnen de begroting van BsGW opgevangen worden dan wel (afhankelijk van de vervolgstappen voortvloeiend uit deze businesscase) worden opgenomen in een projectbegroting. Unie van Waterschappen: onderzoek houdbaarheid belastingstelsel De Commissie Aanpassing Belastingstelsel (CAB) van de Unie van Waterschappen onderzoekt of het huidige belastingstelsel van de waterschappen op de middellange termijn houdbaar is.
Tevens wordt de toekomst van kwijtschelding daarbij onderzocht. Landelijk is de trend zichtbaar dat het aantal huishoudens dat kwijtschelding aanvraagt en krijgt toegekend toeneemt. Dit leidt tot een steeds grotere last bij een beperkt aantal belastingplichtigen. In mei 2018 is het definitieve rapport van de commissie opgeleverd, met voorstellen tot wijziging van de waterschapsbelastingen. Een nieuw belastingstelsel voor de waterschappen gebaseerd op het principe ‘de vervuiler betaalt en de gebruiker betaalt’. Op basis van de bevindingen van de commissie heeft het Uniebestuur in juni 2018 een voorstel voor een nieuw belastingstelsel voorgelegd aan de waterschappen. Dit voorstel is op basis van de inbreng van de waterschappen in oktober 2018 nog een keer aangepast, echter in december 2018 bleken de waterschappen niet gelijk te denken over de urgentie van de aanpassingen en de manier waarop het belastingstelsel zou moeten worden aangepast. In de ledenvergadering van de Unie van Waterschappen van 13 december 2019 is besloten dat het traject om tot een aanpassing van het belastingstelsel van de waterschappen te komen een vervolg krijgt. Het vervolgtraject vond plaats onder aansturing van een bestuurlijke stuurgroep van de 21 waterschappen. Op 6 oktober 2020 heeft de stuurgroep zijn definitieve voorstellen vastgesteld.
Op 11 december 2020 vond de ledenvergadering van de Unie van Waterschappen plaats. De waterschappen stelden het definitieve voorstel voor de aanpassing van hun belastingstelsel unaniem vast. Een stuurgroep, bestaande uit bestuurders van alle 21 waterschappen, heeft het voortouw genomen om tot de voorstellen te komen. De voorstellen zijn aangeboden aan minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat. De waterschappen hebben haar gevraagd om een voortvarend wetgevingstraject en om vervolg-stappen om de bekostiging van het waterbeheer nog toekomstbestendiger te maken. Het zal naar verwachting nog enkele jaren duren voordat er een nieuw stelsel is op basis waarvan de waterschappen en hun belastingorganisaties belasting kunnen heffen. Waardering zonnepanelen voor de WOZ-waarde De aanleiding voor een nader onderzoek vormde de vraag welke invloed de waarde van zonnepanelen en andere maatregelen die duurzaamheid bevorderen heeft op de waardebepaling van een object in het kader van de wet WOZ.
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 22 van 66
Volgens de Waarderingskamer is het niet mogelijk om zonnepanelen buiten de WOZ-waarde te laten, echter kunnen gemeenten wel zonnepanelen vrijstellen van de onroerendezaakbelasting. BsGW heeft de deelnemers in het najaar 2018 laten weten dat we de zonnepanelen niet in beeld hebben. Zonnepanelen of andere maatregelen die duurzaamheid bevorderen worden niet apart als onderdeel geregistreerd. Op 4 april 2019 antwoordde de Staatssecretaris van Financiën dat de Gemeentewet op het beleidsterrein ligt van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het daarom niet aan hem is om een dergelijk voorstel te ontwikkelen. Daarom heeft hij het verzoek van de Tweede Kamer om een voorstel te ontwikkelen waarmee zonnepanelen standaard buiten de grondslag van de OZB gehouden worden, overgedragen aan het Ministerie van Binnenslandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het Ministerie van BZK gaat samen met de VNG in kaart brengen wat de gevolgen van het buiten de OZB laten van zonnepanelen zijn voor de WOZ-administratie van gemeenten en voor de inwoners. (AB 276-2019) Met het oog op een eventuele toekomstige landelijke regeling, in combinatie met de ingewikkelde uitvoering van een vrijstelling voor zonnepanelen, adviseert de VNG om niet op korte termijn tot de vrijstelling over te gaan. Vergroening belastingen Er is momenteel veel aandacht voor het vergroenen van belastingen.
Te denken valt hierbij aan begunstigend beleid voor het vaststellen van belastingtarieven indien belanghebbenden maatregelen treffen om bij te dragen aan een beter milieu. Concrete ideeën hierin zijn minder rioolbelasting indien tuinen worden vergroend door bestrating achter wege te laten en het afkoppelen van regenwaterafvoer op het riool. Indien deelnemers verordeningen hierop willen aanpassen, is het raadzaam om al in een vroeg stadium aandacht te hebben voor het – in samenwerking met BsGW - in kaart brengen van de (financiële) haalbaarheid en uitvoerbaarheid van deze maatregelen. Het hiervoor genoemde harmonisatietraject mag hierbij niet uit het oog worden verloren. Voor dit moment is het aan te bevelen om in de betreffende verordeningen nog niets vast te leggen met betrekking tot maatregelen die de duurzaamheid bevorderen. Er heerst nog te veel onduidelijkheid. BsGW adviseert gemeenten om burgers en bedrijven op een andere manier tegemoet te komen indien deze energiebesparende maatregelen nemen. Wanneer nu nog niets in de verordeningen opgenomen wordt kunnen extra bezwaren/beroepen en de mogelijk daarmee samenhangende proceskosten voorkomen worden. Wordt er wel iets vastgelegd in de verordeningen, dan kan er voor beroepsmatig gemachtigden, die zich gespecialiseerd hebben in het voeren van procedures tegen WOZ-waarden, een vruchtbaar klimaat ontstaan.
Amendement Omtzigt: verruimde tariefdifferentiatie OZB Door een aangenomen amendement (14-11-2018) van Omtzigt op het Belastingplan 2019 hebben gemeenten de vrijheid gekregen om voor sportaccommodaties, dorpshuizen en andere 'instellingen van sociaal belang' het woningtarief voor de OZB te rekenen in plaats van het vaak hogere tarief voor niet-woningen. Deze voorgestelde wetswijzing roept veel vragen op die niet eenvoudig te beantwoorden zijn.
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 23 van 66
Het is namelijk de vraag of de toepassing van het lagere ozb-tarief wel het juiste middel is ter ondersteuning, gelet op de uitvoerbaarheid en mogelijke rechtsongelijkheid die door de maatregel ontstaat. Te meer er ook andere mogelijkheden beschikbaar zijn zoals het verstrekken van een subsidie. Naar aanleiding van de vragen die hierover zijn gesteld en de reactie van de Minister geeft de VNG aan dat de mogelijkheid bestaat dat er een wetswijziging nodig is om een einde te maken aan de onduidelijkheid. Dit traject heeft een doorlooptijd van ongeveer 2 jaar. Het toepassen van tariefdifferentiatie brengt namelijk financiële risico’s met zich mee en kan leiden tot juridische procedures. Omdat de risico’s thans niet goed te overzien zijn, adviseert de VNG te wachten met het toepassen van tariefdifferentiatie tot de gewenste duidelijkheid er is. Minister Ollongren (BZK) heeft de vragen beantwoord en zij gaat met de VNG op zoek naar mogelijke en wenselijke oplossingen. Dit gebeurt op basis van een inventarisatie van de VNG van de door gemeenten ervaren knelpunten. Feit blijft dat zolang de betreffende wetgeving aan de voorzijde niet wordt afgedicht het risico op een substantieel aantal gerechtelijke procedures en proceskostenvergoedingen hoog is. Archiefwet Archiveren van overheidsinformatie is niet vrijblijvend.
De Archiefwet verplicht elke overheidsorganisatie om haar informatie duurzaam toegankelijk te maken en te houden, en te vernietigen wanneer de bewaartermijn is verlopen. Waarom? Omdat de informatie van belang is bij: de uitvoering van onze taken, het afleggen van verantwoording, bewijsvoering/rechtszekerheid t.a.v. burgers en bedrijven, behoud van historisch erfgoed. Een goede, geordende en toegankelijke staat van de archiefbescheiden stelt de organisatie in staat altijd open en transparant te zijn over haar besluitvorming. De Archiefwet 1995, het Archiefbesluit 1995 en de Archiefregeling bevatten kaders waarin deze verplichting nader is uitgewerkt. In 2020 heeft provincie Limburg vanuit haar rol als toezichthouder een onafhankelijke archiefinspectie uitgevoerd. In het advies van het provinciaal toezicht zijn vijf verbeterpunten benoemd, te weten: •
Een werkend kwaliteitssysteem voor het beheer van archiefbescheiden;
•
Een geordende en toegankelijke staat van archiefbescheiden;
•
Een tijdige vernietiging en overbrenging;
•
Een adequate beheer- en bewaaromgeving;
•
Een adequate horizontale verantwoording.
Op dit moment heeft BsGW een aantal actiepunten gericht op optimaal invulling geven aan de Archiefwet. Daarnaast neemt de digitalisering een toevlucht en stellen ook andere (externe) wetten eisen aan ons informatiebeheer. De Wet openbaarheid van bestuur (Wob), de Wet open overheid (Woo) en de Wet hergebruik van overheidsinformatie (Who) verplicht overheidsorganisaties om de informatiehuishouding op orde te brengen. De bevindingen uit deze inspectie worden opgepakt en waar mogelijk hieruit voortvloeiende kosten zullen worden meegenomen in de ICT-aanbesteding.
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 24 van 66
3.5 Producten BsGW heeft haar processen uitgedrukt in vijf producten van dienstverlening: 1. Heffen 2. Waarderen 3. Innen 4. Klantzaken 5. Ondersteuning & Ontwikkeling Wanneer belastingsoorten die afwijken van de standaardbelastingsoorten van BsGW (de zogenaamde exoten) worden ingebracht in de samenwerking, wordt via een (financiële) analyse bepaald of de gangbare methode van kostenverdeling van toepassing kan zijn, of dat de kosten apart doorberekend kan worden. Sinds 2014 kent BsGW daarom 1 sub-product (exoot), de parkeerbelasting. Vanaf 2022 komt daar het subproduct Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) bij. 3.5.1 Product Heffen Kern van het product Heffen is het beheer en onderhoud van de basisgegevens belastingen en vastgoed van alle deelnemers. Aangezien de kwaliteit van de basisgegevens bepalend is voor de kwaliteit van de andere primaire processen, worden de basisgegevens continu actueel gehouden. Dit gebeurt hoofdzakelijk via geautomatiseerde verwerkingen. Er is permanente aandacht voor bestandsbeheer en reguliere, structurele controles op de juistheid en volledigheid van de basisgegevens. Binnen de randvoorwaarden van betrouwbare en actuele basisgegevens worden aanslagen met een zo vroeg mogelijke dagtekening opgelegd.
Er worden per belastingplichtige zoveel mogelijk aanslagregels belastingen van gemeente(n) en heffingen van waterschap(pen) gecombineerd op één biljet. Doelstellingen • Tijdige, juiste en volledige verwerking van brongegevens landelijke authentieke basisadministraties (WOZ, BRK, NHR, BAG en BRP) en andere bronnen (waterleidingmaatschappij, postcodetabellen, afvalverzamelaars enzovoorts). BsGW is zelf bronhouder van de LV WOZ en afnemer voor de overige basisregistraties; • Een gecombineerde aanslagbiljet als eindproduct; • Aanslagen en WOZ-beschikkingen worden conform de hiervoor geldende regelgeving opgelegd; • Aansluiten bij de ontwikkelingen op het gebied van digitaal berichtenverkeer. Speerpunten • Aanpassing en optimalisering werkprocessen door aansluiting op de Landelijke Voorziening (LV); • Aanpassing en optimalisering werkprocessen door aanslagoplegging en overige berichten digitaal aan te bieden op MijnOverheid, Persoonlijke Pagina van BsGW; • Project Waarderen op oppervlakte (2019-2022); • Realiseren Portaal voor uitwisseling van gegevens Het verwachte aantal op te leggen aanslagregels voor 2022 is 4.028.915. De totale kosten in 2022 van dit product bedragen € 3.388.380,-.
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 25 van 66
3.5.2 Product Waarderen Het product Waarderen heeft tot doel het waarderen van alle onroerende zaken van de gemeentelijke opdrachtgever, conform de Wet Waardering Onroerende Zaken. Onder waarderen wordt de jaarlijkse (modelmatige) waardebepaling, de herwaardering als gevolg van bezwaar- en beroepsprocedures en de marktanalyse woningen en niet-woningen verstaan. Het resultaat van de waardering dient te voldoen aan de kwaliteitseisen die de Waarderingskamer hieraan stelt. De lasten van het product Waarderen zullen geheel worden gedragen door de gemeentelijke deelnemers. Doelstellingen • Het waarderen van alle onroerende zaken van de gemeentelijke opdrachtgevers conform de wet WOZ; • Het jaarlijks verkrijgen van de goedkeuring van de inspecties van Waarderingskamer, waarbij wordt gestreefd om de kwaliteit verder te verbeteren. • Aansluiten bij de ontwikkelingen op het gebied van digitaal berichtenverkeer. Speerpunten •
Voor de jaren 2022 en verder is verdere procesoptimalisatie en innovatie hét speerpunt. Het proces afhandeling bezwaar en beroep via het inboekportaal en afhandelportaal heeft hierbij speciale aandacht;
•
Bevordering digitaal contact met de burger, zoals interactief contact met de klant;
•
Overgang van waardering op basis van inhoud naar waardering op basis van gebruiksoppervlakte (woningen).
•
Verbeteracties inzetten om de proceskostenvergoedingen zo laag mogelijk te houden
•
Onderzoeken mogelijkheden binnen BsGW rondom positionering van de samenhangende objectenregistratie (SOR).
Het verwachte aantal WOZ-objecten (exclusief de ongebouwd vrijgestelde objecten) van de gemeenten bedraagt voor 2022: 565.334. De totale kosten in 2022 van dit product bedragen € 7.596.809,-. 3.5.3 Product Innen Het product Innen omvat het tijdig en volledig invorderen van opgelegde aanslagen gericht op een goed betalingsgedrag, een actueel en strak openstaande postenbeheer en een zo vroeg mogelijke ontvangstdatum, als ook de afhandeling van kwijtscheldingsverzoeken. Daarnaast behelst dit product het tijdig afdragen van de ontvangen heffing, conform de met opdrachtgevers overeengekomen afdrachtenprognoses. Doelstellingen • Actueel en strak openstaande postenbeheer middels het dagelijks, juist en volledig verwerken van betalingen, klantenreacties en informatie van derden; • Beperken financiële risico als gevolg van oninbaarheid van de vordering; • Realisatie afdracht conform de met opdrachtgevers overeengekomen afdrachtenprognoses; • Definitieve eindafrekening belastingjaar na 5 kalenderjaren na betreffende belastingjaar. Speerpunten • Afronding invordering heffingsjaar 2018;
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 26 van 66
• Verder optimaliseren huidige processen en het zoeken naar nieuwe effectieve invorderingsmogelijkheden binnen de wettelijke kaders. De dekking voor het product Innen wordt (voorheen grotendeels en vanaf 2014 volledig) gedekt door de opbrengst vervolgingskosten (geraamd voor 2022 op € 2,155 miljoen) die BsGW, naar aanleiding van dwanginvorderingsacties, volgens de kostenwet in rekening brengt bij belastingschuldigen. De netto kosten 2022 van dit product bedragen -/- € 179.553. Het verwachte aantal bruto aanslagbiljetten voor 2022 is 1.311.262. 3.5.4 Product Klantzaken Klantzaken is verantwoordelijk voor registratie van alle contacten die via de verschillende contactkanalen binnenkomen. Daarnaast beantwoordt Klantzaken alle verzoeken om informatie, reacties tegen de kosten van aanmaningen en dwangbevelen, treft Klantzaken betalingsregelingen en boekt bezwaarschriften in. Ook het accountmanagement met onze opdrachtgevers is bij Klantzaken ondergebracht. Doelstellingen: •
We beantwoorden digitale en schriftelijke verzoeken om informatie binnen 5 werkdagen.
•
We beantwoorden 80% van de inkomende telefoongesprekken binnen 120 seconden.
•
We monitoren de klanttevredenheid en gebruiken de resultaten hiervan om onze klanttevredenheid waar nodig te verbeteren.
•
We monitoren de doorlooptijd van alle BsGW-producten.
Speerpunten: •
We geven de klant tijdig een concreet en persoonlijk antwoord.
•
We informeren de klant actief over de afhandeling en status van zijn bezwaar of verzoek.
•
We beantwoorden vragen en verzoeken zoveel mogelijk volledig bij het eerste contact (one-stopshop).
•
We werken zoveel mogelijk digitaal maar bieden klanten die niet digitaal kunnen of willen reageren een alternatief.
Het verwachte aantal klantcontacten voor 2022 is 443.887. De totale kosten in 2022 van dit product bedragen € 2.902.726,-. 3.5.5 Product Ondersteuning & Ontwikkeling Het product Ondersteuning & Ontwikkeling heeft betrekking op de algemene activiteiten die een indirect verband hebben met de operationele uitvoering van de primaire hoofdprocessen heffen, innen, waarderen en klantzaken. Het gaat hierbij vooral om activiteiten op het gebied van Informatievoorziening, Processturing en Automatisering (IPA), HRM, bestuursondersteuning, algemene (fiscaal)juridische aangelegenheden, Planning & Control, algemeen management en directievoering. Deze activiteiten worden veelal uitgevoerd ter ondersteuning van de activiteiten die verricht moeten worden om de primaire taken van de dienstverlening uit te voeren. Hiermee vallen ook de huisvesting en overige facilitaire zaken onder de kosten van dit product. Doelstellingen: •
Innovatie in werkprocessen en ICT-middelen gericht op kwaliteit- en efficiencyverbetering.
Speerpunten: •
Herinrichten, borgen van het continu verbeteren van de organisatie en de processen;
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 27 van 66
•
Optimaliseren (ICT-)processen door harmonisatie van afspraken, kaders deelnemers en mogelijkheden samenwerking;
•
Inrichten adequate informatievoorziening;
•
Aansluiten op de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) zoals MijnOverheid, en stelsel van basisregistraties.
De kosten in 2022 van dit product bedragen € 6.556.224,-. 3.5.6 Sub-product Parkeerbelasting (‘exoot’) Belastingen die niet passen in de integrale uitvoeringswijze van BsGW worden aangemerkt als ‘exoot’. In de uitvoeringsregeling van BsGW worden de standaard belastingsoorten en de afwijkende belastingsoorten die hiervoor in aanmerking komen apart genoemd. Indien een ‘exoot’ in de samenwerking ingebracht wordt, dient een financiële analyse aan te tonen of de gangbare kostenverdelingssystematiek van toepassing kan zijn, of dat de kosten apart doorberekend moeten worden. Vanaf 2012 voert BsGW de parkeerbelasting uit voor enkele gemeenten. Omdat parkeerbelasting in eerste instantie was aangemerkt als exoot, werd dit uitgevoerd via een pilot. De uitkomst hiervan was dat de directe activiteiten die BsGW moet uitvoeren voor de parkeerbelasting voor het overgrote deel specifiek van aard zijn en uitsluitend gericht zijn op een adequate uitvoering van deze taak voor de betreffende gemeente. De activiteiten kunnen deels niet geïntegreerd worden in de reguliere uitvoering van de processen. Vanaf 2014 is daarom het product Parkeerbelasting toegevoegd als subproduct van de dienstverlening van BsGW. Voor het waterschap en voor de andere gemeentelijke deelnemers hoeven deze processen niet uitgevoerd te worden.
De structurele, directe uitvoeringskosten van de parkeerbelasting worden daarom rechtstreeks toegerekend aan dit product. Vermeerderd met de indirecte algemene kosten worden de kosten voor het product Parkeerbelasting separaat in rekening gebracht bij de desbetreffende gemeentelijke deelnemers. Het verwachte aantal op te leggen aanslagregels voor 2022 is 37.276. De kosten in 2022 voor het sub-product parkeerbelasting zijn geraamd op € 349.161,-. 3.5.7 Sub-product Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) Het product Generieke Digitale Infrastructuur regelt het veilig en betrouwbaar inloggen voor Nederlandse burgers en bedrijven bij de (semi-)overheid en regelt de beschikbaarheid van een aantal basisgegevens voor het gebruik in overheidsprocessen. BsGW wordt door de overheid doorbelast ten aanzien van het gebruik van Mijn Overheid en DigiD. Met DigiD identificeren burgers zich veilig en betrouwbaar voor digitale dienstverlening van overheden en publieke dienstverleners. Op MijnOverheid kan de burger persoonlijke zaken met de overheid regelen. Zo kan zij digitale post van de overheid ontvangen in de Berichtenbox. Bijvoorbeeld een aanslag van de Belastingdienst, of een brief van de gemeente dat het tijd is om uw paspoort te verlengen. Ook kan zij bepaalde gegevens inzien die de overheid over haar heeft. Bijvoorbeeld de WOZ-waarde van haar woning of de datum van haar laatste apk.
Vanaf 2020 is dit product (beheerkosten GDI) apart in de begroting en doorbelasting opgenomen (AB van 8 oktober 2020), omdat het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) de beheerkosten verdeelt via de door haar vastgestelde verdeelsleutel 40% gemeenten/60% waterschap. Voorheen was dit product in de begroting van BsGW geïntegreerd en werden de GDI-kosten verdeeld
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 28 van 66
volgens de verdeelsleutel 75% gemeenten/25% waterschap, met als gevolg dat de gemeenten te zwaar werden belast voor dit product. De kosten in 2022 van dit product bedragen € 628.132,-.
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 29 van 66
3.6 Paragrafen 3.6.1 Weerstandsvermogen en Risicobeheersing Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen bestaat uit de middelen waarover BsGW kan beschikken om niet begrote kosten te dekken plus de financiële gevolgen op te kunnen vangen van bedrijfsvoeringsrisico’s waarvoor geen maatregelen zijn of kunnen worden getroffen. Bestuurlijk is de voorkeur uitgesproken het weerstandsvermogen van BsGW zo bescheiden mogelijk, doch wel realistisch, te laten zijn. Operationele risico’s moeten door BsGW zelf kunnen worden opgevangen, zonder te hoeven terugvallen op de deelnemers. Het benodigde weerstandsvermogen is conform besluitvorming gebaseerd op een risicoanalyse, volgens de beproefde systematiek van de gemeente Venlo. De founding fathers - Waterschap Limburg en de gemeente Venlo - hebben het weerstandsvermogen in 2011 opgebouwd door een bodemstorting van € 385.000,-. Een en ander is vastgelegd in het bestuursdocument van Conquaestor en als zodanig vastgesteld door de founding fathers. Eventuele verhoging van het weerstandsvermogen zal door alle deelnemers in BsGW gedragen dienen te worden. Het aanhouden van weerstandsvermogen voorkomt dat elke financiële tegenvaller dwingt tot directe begrotingsmaatregelen zoals bezuinigingen en het aanpassen van het vastgestelde beleidskader en de daaruit voortvloeiende productdoelstellingen.
Fluctuaties in de jaarlijkse bijdragen van de deelnemers aan BsGW kunnen hiermee worden voorkomen. De risicoanalyse wordt elk jaar uitgevoerd zodat bepaald kan worden of het gestorte weerstandsvermogen toereikend is. Voor de begroting 2022 heeft BsGW begin 2021 opnieuw een risicoanalyse uitgevoerd. De risicoanalyse is opgenomen in bijlage 9. Ratio weerstandsvermogen De verhouding tussen de niet afgedekte risico’s en het aanwezige weerstandsvermogen wordt weergegeven in de ratio weerstandsvermogen. De ratio weerstandsvermogen wordt berekend door het beschikbare weerstandsvermogen te delen door het benodigde weerstandsvermogen op basis van het risicoprofiel. Deze ratio is een stuurmiddel. Het berekend weerstandsvermogen is voor de voorliggende begroting berekend op € 1,33 miljoen. Voor de (meerjaren)begroting 2021-2025 was dit berekend op € 1,19 miljoen. Een ratio lager dan 1,0 duidt op een kwetsbare financiële positie, omdat de capaciteit niet voldoende is om de geïdentificeerde risico’s af te dekken. Wanneer het weerstandsvermogen wordt aangevuld tot het bedrag van € 1,33 miljoen, gelijk aan het benodigde weerstandsvermogen, blijft de ratio weerstandsvermogen 1,0. Financiële kengetallen Op grond van het wijzigingsbesluit BBV is een aantal financiële kengetallen verplicht voorgeschreven.
Hiervan zijn drie financiële kengetallen relevant voor BsGW, zoals in onderstaande tabel weergegeven:
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 30 van 66
JR2018
R2019
B2020
B2021
B2022
B2023
B2024
B2025
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
Kengetallen
3,5%
0,3%
0,4%
0,6%
0,6%
0,6%
0,6%
0,6%
3,5%
0,3%
0,4%
0,6%
0,6%
0,6%
0,6%
0,6%
Solvabiliteitsrisico
4,4%
8,2%
17,7%
17,4%
17,5%
17,5%
17,5%
17,5%
Grondexploitatie
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
Structurele exploitatieruimte
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
Belastingcapaciteit
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
De cijfers in bovenstaande tabel betreft de stand ultimo 2019 (jaarrekening) en wordt aangevuld met de realisatiecijfers 2020 zodra de cijfers door de accountant zijn gecontroleerd. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximumnorm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. Als gemeenschappelijke regeling, die middels bijdragen van de deelnemers haar exploitatie financiert, behaalt BsGW al jaren een zeer laag netto schuldquote. Fluctuaties in de vlottende schulden en dan wel vlottende activa zijn slechts tijdelijk (bijdragen worden eerder ontvangen dan uitgaven visa versa). Hiervoor, en voor eventuele niet-reguliere activiteiten zoals het OOP, wordt indien nodig zoveel mogelijk gebruik gemaakt van kasgeldleningen. BsGW heeft geen vaste schulden en verstrekt ook geen leningen, blijft hierdoor ruim onder de norm en de verwachting is dat dit ook zo blijft. Risicobeheersing De bedrijfsvoeringsrisico’s van de Gemeenschappelijke Regeling BsGW worden ingeschat door BsGW.
Risico’s met betrekking tot de belastingopbrengsten behoren niet tot de bedrijfsrisico’s van BsGW. Overeenkomstig een bij de oprichting van BsGW bepaalde methode, voert BsGW jaarlijks een risicoanalyse uit op haar bedrijfsvoeringsrisico’s. In de risicoanalyse is voor elk van de risico’s de kans dat het zich voordoet realistisch ingeschat en worden de gevolgen benoemd met daarbij de omvang van de financiële impact. Door het treffen van effectieve beheersmaatregelen, kan BsGW de financiële gevolgen hiervan terugbrengen. Het geïdentificeerde risico na het nemen van de beheersmaatregelen (het restrisico) leidt tot een berekend weerstandsvermogen. Zie ook paragraaf 3.5.1. Weerstandsvermogen. Voor de begroting 2022 heeft BsGW begin 2021 opnieuw een risicoanalyse uitgevoerd, welke is geactualiseerd op basis van de meest actuele gerealiseerde cijfers 2020. De benodigde weerstandcapaciteit is berekend op € 1,33 miljoen. Het weerstandsvermogen behoeft daarmee een aanvulling van € 140 duizend ten opzichte van de risicoanalyse die begin 2020 is uitgevoerd ten behoeve van de begroting 2021. De onderkende risico’s zijn nog steeds relevant. De impact van deze risico’s is geëvalueerd en de bruto-risico’s zijn afgezet tegen de meest actuele begrotingscijfers. De bedrijfsvoeringrisico’s voor BsGW, oplopend qua impact (kans x gevolg), zijn: 1.
Datalek, hackers- en ransomwareaanvallen en overige ICT-storingen. BsGW wil de continuïteit van de informatie en de informatievoorziening waarborgen. De eventuele gevolgen van beveiligingsincidenten zoals aanvallen van hackers, die pogen de ICT-infrastructuur van BsGW te verstoren danwel aanvallen van ransomware, maar ook verlies of diefstal van informatiedragers als laptop en USB-stick of de verstrekking van privacygevoelige gegevens naar onbevoegden dienen tot een acceptabel niveau te worden beperkt.
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 31 van 66
BsGW hanteert daarom diverse beheersmaatregelen. Zij hanteert de procedure meldplicht datalekken en de door het bestuur vastgesteld informatiebeveiligingsbeleid en besluit gegevensverstrekking en privacy-protocol, inclusief bijbehorende procedures. Medewerkers krijgen regelmatig training in aspecten van de AVG. De FG en CISO toetsen/monitoren op naleving. Daarnaast zet BsGW ICT-beveiligingstoepassingen in zoals beveiligde FTP-server voor uitwisselingen met de deelnemers of andere partijen, adequate anti-virusbeveiligingen en data-encryptie, naast een uitwijkmogelijkheid. Middels een Third Party Memorandum en ISAE3402-verklaring (assurance rapport van de onafhankelijke accountant) krijgt BsGW inzicht of haar leverancier de beveiligingseisen voldoende heeft ingericht en of deze voldoen aan de landelijke standaarden. Indien BsGW eventuele financiële (gevolg)schade lijdt doordat haar leverancier haar zaken niet op orde heeft (denk aan slechte software, apparatuur, verloop van personeel et cetera) is dit financiele risico afgedekt middels een contract. Het eventuele restrisico betreft de mogelijke juridische kosten indien eventuele geschillen gaan optreden dan wel extra inhuur nodig is bij vertraging in een goede afloop hiervan. Dit restrisico is ten opzichte van vorig jaar verlaagd vanwege de aanvullende beheersmaatregelen op het gebied van de AVG.
2. Uitbesteding van niet-kernactiviteiten. Niet-kernactiviteiten worden waar mogelijk uitbesteed. Als risico’s worden hierbij onderkend: het niet nakomen van de afspraken en het leveren van onvoldoende kwaliteit van de dienstverlening. Door middel van contracten, Service Level Agreements, stuurinformatie en controlemogelijkheden zal BsGW grip houden op de dienstverlening die intern of extern is uitbesteed. 3. Fraude. Fraude staat en valt met de integriteit van medewerkers. De burgers moeten kunnen vertrouwen op een integere overheid. De Gedragscode Integriteit Ambtenaren levert een belangrijke bijdrage aan het bevorderen van het integriteitbewustzijn van de BsGW-medewerkers. De gedragscodes en gerichte communicatie over fraudebeleid dragen bij aan een integere organisatiecultuur, waardoor fraude ontmoedigd kan worden. Naast het streven naar een ingebedde, integere organisatiecultuur zet BsGW een stelsel van interne controlemaatregelen en toetsingsmaatregelen (audits) in om fraude te voorkomen. Aanvullend heeft BsGW een frauderisico-verzekering afgesloten. 4. Vervuiling van en/of incomplete gegevensbestanden. Correctiewerkzaamheden als gevolg van foutieve aanslagen hebben extra kosten tot gevolg. BsGW zal daarom goede afspraken maken over beheer, verantwoordelijkheid en gebruik van de gegevens.
Door middel van een stelsel van verbandscontroles zullen de juistheid en volledigheid van de administraties worden geborgd. Foutieve gegevens worden terug gemeld aan de bronhouders. 5. Overschrijding van de exploitatiebegroting van BsGW. BsGW heeft tot taakstelling de processen binnen de begroting uit te voeren. Door een adequate opzet van de planning- en control cyclus, waarbinnen onder meer taakstellende budgettering gekoppeld wordt aan strakke control, wordt het risico op overschrijding van de exploitatiebegroting van BsGW beperkt. Echter, door onvoorziene tegenvallers of ten tijde van het opstellen van de begroting (nog) niet te kwantificeren kosten, kunnen de kosten van de begroting worden overschreden of kunnen geraamde opbrengsten achterblijven op de begroting. Te denken valt aan juridische aangelegenheden en extern opgelegde aanpassingen (bijvoorbeeld overheidsbesluiten als centrale basisregistraties en wijzigingen in wet-regelgeving, CAO-stijgingen en inflatie bovenop de indexering conform de rekenregels, verhoging AOW-leeftijd, verlenging Persoonsgebonden Basis Budget, stimuleringsregeling, kabinetsaanpassingen), maar ook de eventuele na-ijl-effecten van Covid-19 of het optreden van eventuele nieuwe pandemieën in de toekomst.
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 32 van 66
Tot slot is ten tijde van het opstellen van deze rapportage de aanbesteding rondom ICT nog lopend; de kosten hiervan zijn nog niet volledig in beeld. In de loop van 2021 zal hierover meer zekerheid worden verkregen. 6. Proceskostenvergoedingen WOZ-bezwaren. BsGW ziet zich de afgelopen jaren steeds meer geconfronteerd worden met oplopende proceskostenvergoedingen, waarvan de ontwikkelingen ten tijde van het opstellen van deze rapportage nog onzeker zijn. Derhalve is deze post als p.m. opgenomen, waarbij een restrisicobedrag is ingeschat op basis van ervaringen uit het verleden indien het aantal bezwaren meer dan evenredig stijgt. 7. Ambitieuze raming opbrengst vervolgingskosten. Door de strakke invorderingscycli die BsGW hanteert, kan de betaalmoraal verbeteren waardoor de opbrengst vervolgingskosten achterblijven op de begroting. Daarbij zal naast een hogere beslagvrije voet ook het proces inzake invordering anders gaan lopen, met als mogelijk gevolg lagere opbrengsten. In hoeverre de na-ijl-effecten van Covid zijn weerslag vinden in de begroting 2022 is nog onzeker. Echter gezien de huidige lopende ontwikkelingen schat BsGW de kans dat dit risico zich voordoet hoger in, namelijk op 55%. 8. Kosten functie-ongeschiktheid en ziekteverzuimkosten.
BsGW dient het personeelsbestand zowel kwantitatief als kwalitatief te laten aansluiten op de (gewijzigde) eisen die BsGW aan haar medewerkers stelt. In de exploitatie van BsGW wordt geen rekening gehouden met functie-ongeschiktheid en langdurig ziekteverzuim. Hiervoor is ook geen voorziening gevormd. Bij afscheid bij functie-ongeschiktheid is BsGW eigen risicodrager WW en overige verplichtingen buitenwettelijke uitkering. Deze onvrijwillige uitstroom is niet gebudgetteerd. Dit geldt ook voor langdurig ziekteverzuim (wet Poortwachter). Voor de reguliere bedrijfsvoering ziet BsGW zich dan genoodzaakt extra inhuur te plegen. Daarnaast ziet BsGW zich geconfronteerd met een vergrijzende opbouw van haar personeelsbestand. Dit kan zich vertalen in het tijdig inwerken van nieuwkomers, welke een mogelijk tijdelijke overlap van salariskosten tot gevolg heeft. 3.6.2 Onderhoud kapitaalgoederen De kapitaalgoederen van BsGW bestaan uit ICT-(innovatie)projecten, grote aanschaf ICT(licenties) en grote aanschaf en vervanging inventaris. Op deze activa wordt afgeschreven. Kleine aanschaf van inventaris en hard- en software wordt via de (begrotings)exploitatie afgehandeld. De kaders zoals deze zijn opgesteld in de nota financieel beleid zijn hierop van toepassing.
3.6.3 Financiering De netto-exploitatiekosten van BsGW worden geheel voorgefinancierd via vaste maandelijkse bijdragen van de deelnemers. Voor de financiering van (ICT-)investeringen, kunnen eventueel (langlopende) leningen worden aangetrokken. BsGW kan zelf leningen aangaan sinds de verzelfstandiging is geformaliseerd. Dit geldt ook voor de deelname aan het overige geldverkeer. Wet FiDO Met als doel het bevorderen van een solide financiering en kredietwaardigheid van de decentrale overheden, is per 1 januari 2001 de Wet FiDO (Financiering Decentrale Overheden) in werking getreden. Uit hoofde van deze wet is een treasurystatuut van toepassing, waarin onder andere de taken, bevoegd- en verantwoordelijkheden, beleid, doelstellingen en uitgangspunten omtrent de treasury functie zijn uitgewerkt.
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 33 van 66
Verplicht dient in de begroting en de jaarrekening in de treasuryparagraaf verslag te worden gedaan van de uitvoering van het treasurybeleid, bedoeld voor het sturen en beheersen van, verantwoorden over en toezicht houden op de treasury. Treasurybeheer Het risicoprofiel van BsGW kan als laag worden gekwalificeerd. Onderkende risico’s in dit verband zijn: renterisico’s, kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s, en, voor zover dit voorkomt, koers- en valutarisico’s. Renterisicobeheer 1.
Kasgeldlimiet
Tijdelijke (exploitatie-)tekorten worden gefinancierd middels kasgeldleningen. Het renterisico op deze vlottende schuld wordt ingeperkt door het hanteren van de kasgeldlimiet: de maximaal toegestane netto korte schuld. De hoogte van de kasgeldlimiet is wettelijk bepaald op 8,2% van de totale brutolasten (€ 23,4 miljoen) en komt daarmee voor het begrotingsjaar 2022 uit op een bedrag van € 1,9 miljoen. (Bron: art. 3 Wet Financiering decentrale overheden en art. 2 lid 1d Uitvoeringsregeling Financiering Decentrale overheden)
Ratio netto vlottende schuld / kasgeldlimiet Op basis van bovenstaande mag BsGW € 1,9 miljoen lenen via kortlopende leningen (korter dan 1 jaar). Als de kasgeldlimiet in drie achtereenvolgende kwartalen wordt overschreden, moet BsGW maatregelen nemen (zoals het aantrekken van langlopende leningen). Kwartaal 1 4.529
Kwartaal 2 4.529
Kwartaal 3 4.529
Kwartaal 4 4.529
Kasgeldlimiet (2)
1.900
1.900
1.900
1.900
Ratio (1)/(2)
238%
238%
238%
238%
Gem. netto vlottende schuld (1)
De cijfers in bovenstaande tabel betreft de stand ultimo 2019 (jaarrekening) en wordt aangevuld met de realisatiecijfers 2020 zodra de cijfers door de accountant zijn gecontroleerd. 2.
Renterisiconorm
Naast de kasgeldlimiet geeft de renterisiconorm inzicht in de feitelijke risico’s op de vaste schuld. Het financieren en (op korte termijn) uitzetten van gelden houdt in dat er renterisico wordt gelopen. De renterisiconorm geeft het maximale leningsbedrag aan dat binnen 1 jaar onderhevig mag zijn aan rentewijziging. Dit per jaar te berekenen normbedrag is wettelijk bepaald op 20% van de netto vaste schuld. Toepassing van deze norm heeft tot gevolg dat jaarlijks geen al te grote verschillen in rentelasten (en -baten) kunnen voorkomen. (Bron: art. 5 Wet Financiering decentrale overheden en art. 2 lid 2d Uitvoeringsregeling Financiering Decentrale overheden)
Door de renterisiconorm kan BsGW tot een dusdanige opbouw van de langlopende leningenportefeuille komen, dat tegenvallers als gevolg van renteaanpassing en herfinanciering in voldoende mate worden beperkt. Het totaal aan aflossing en herfinanciering mag jaarlijks maximaal 20% zijn van het begrotingstotaal. Op 4 december 2020 heeft BsgW een langlopende lening van € 2 miljoen aangetrokken om de vooruit gefinancierde kosten van het OOP te dekken. De lening is voor zeven jaar aangetrokken en zal in zeven termijnen lineair worden afgelost, te beginnen op 4 december 2021.
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 34 van 66
Kredietrisicobeheer Het kredietrisicobeheer (of debiteurenrisicobeheer) is het beheersen van risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid van een waardedaling van de vorderingspositie ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van verplichtingen door de tegenpartij. Aangezien BsGW geen geldleningen heeft verstrekt aan derden geldt het kredietrisico uitsluitend voor de vorderingen op debiteuren. Dit risico is laag gezien het feit dat de bijdrage of vergoeding van de deelnemers/klanten van BsGW vooraf in vaste maandelijkse termijnen wordt ontvangen. Liquiditeitenbeheer Het te volgen financieringsbeleid ligt vast in het Financieringsstatuut en houdt in dat beleidsmatig wordt gestreefd naar een gemiddelde nulstand van het rekening-courantsaldo. Gezien het tijdens het jaar niet synchroon lopen van ontvangsten en uitgaven zijn fluctuaties rond het nulpunt onvermijdelijk. Kasbeheer Via verplicht schatkistbankieren worden alle decentrale overheden verplicht om overtollige (liquide) middelen aan te houden in de schatkist. Dit betekent dat overtollige liquide middelen automatisch naar de schatkist zullen worden afgeroomd met als gevolg dat BsGW geen kasbeheer meer voert. In verband met de noodzakelijk geachte scheiding tussen de heffingengeldstromen en de BsGWexploitatiegeldstromen, lopen deze geldstromen via twee aparte rekening-courantverhoudingen met de staat.
Bij eventuele kastekorten zal BsGW kasgeldleningen aangaan. 3.6.4 Bedrijfsvoering Verdeelsleutels De processen voor het waterschap en gemeenten overlappen elkaar in grote mate en de benodigde basisgegevens worden gelijktijdig voor alle deelnemers opgebouwd. Omdat BsGW de processen voor alle belastingsoorten integraal uitvoert, zijn de daarmee samenhangende kosten zodanig met elkaar verweven dat kosten niet per belastingsoort gedifferentieerd kunnen worden. De uitvoeringskosten van de productieprocessen worden om die reden toegerekend aan eenduidige, herkenbare hoofdprocessen, overeenkomstig de organisatieopzet van BsGW. Dit resulteert in vijf primaire producten van dienstverlening: Heffen, Waarderen, Innen, Klantzaken, Ondersteuning en Ontwikkeling en één subproduct Parkeerbelasting. De verdeling van deze kosten over de deelnemers gebeurt hierna met behulp van eenheidstarieven per product van dienstverlening. De kosten van de activiteiten en processen op BsGW-niveau die dienen ter ondersteuning van de organisatie als geheel (zoals ICT, de ondersteuning van het personeel en de ontwikkeling van BsGW) worden eveneens als apart product inzichtelijk gemaakt.
Deze kosten zijn, zonder arbitraire verdeelsleutels, niet te splitsen naar de primaire processen en worden daarom verdeeld naar rato van het aandeel dat de deelnemers hebben in de kosten van de vijf producten van de primaire processen. Fixeren productieaantallen ten behoeve van vaststellen verdeelsleutels De verdeelsleutels voor de kosten van de primaire processen zijn gebaseerd op de productieomvang van de deelnemers: bruto-aanslagbiljetten, aanslagregels, gemeentelijke WOZ-objecten en klantcontacten. De niet-reguliere belastingsoort Parkeerheffing – een zogenaamde exoot - wordt apart met de deelnemers afgerekend. Als verdeelsleutel geldt hierbij het aantal aanslagregels (gebaseerd op jaarschijf 2012 en gefixeerd voor de jaren erna).
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 35 van 66
De bijdrage per deelnemer dient een bestendige lijn te laten zien. Een jaarlijks schommelende bijdrage is voor de deelnemers niet gewenst en levert ook bij de voorstellen voor nieuwe toetreders een verkeerde verwachting over de te betalen bijdrage en per saldo te behalen voordeel in de toekomst. Afgesproken is de aantallen die als verdeelsleutels gehanteerd worden bij de bijdragebepaling, als ook de opzet van de kostenverdeelmethode, te fixeren. Alleen een wezenlijke, substantiële wijziging van belastingsoorten, kan invloed hebben op de opzet van de kostenverdeelmethode. In de tabel in de bijlage (8) worden de (bruto)productenaantallen per deelnemer weergegeven, zoals deze als verdeelsleutel zijn opgenomen in de kostenverdeelmethode. Huisvesting BsGW huurt momenteel haar kantoorpand, inclusief parkeerplaatsen, tegen een marktconforme huurprijs. Daarnaast bestaan de huisvestingskosten uit energiekosten en facilitaire kosten zoals onderhoud, schoonmaak, beveiliging. 3.6.5 Verbonden partijen Partijen worden als verbonden beschouwd indien de ene partij de zeggenschap over de andere partij bezit of belangrijke invloed kan uitoefenen op de financiële en operationele beslissingen van de andere partij (bron: Richtlijnen voor de Accountantscontrole, RAC 583). BsGW heeft geen verbonden partijen.
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 36 van 66
4. Financiële begroting 4.1 Overzicht baten en lasten Prognose Bedragen x € 1.000
2020
Begroting 2021 incl. M&M
Begroting
Lasten
2022
Meerjarenperspectief 2023
2024
2025
2026
103%
bruto lonen
8.949
10.157
10.380
10.608
10.842
11.080
11.324
sociale lasten
2.579
2.321
2.373
2.425
2.478
2.533
2.588
601
660
675
690
705
720
736
personeel derden
0
0
0
0
0
0
0
Personeelskosten
12.129
13.138
13.427
13.723
14.024
14.333
14.648
Huisvestingkosten
734
778
793
809
825
842
858
Afschrijvingkosten
336
261
261
261
261
261
261
3.308
2.837
3.227
3.291
3.357
3.424
3.493
overige personeelskosten
ICT-kosten drukwerk
2
11
11
12
12
12
12
print/kopieerwerk
172
172
175
179
182
186
190
porti
330
499
509
519
529
540
550
telefonie/datacommunicatie
99
25
25
25
26
27
27
incassokosten
2
0
0
0
0
0
0
kosten brongegevens
283
368
376
383
391
399
407
diensten door derden
1.385
428
436
445
454
463
472
tegemoetkoming proceskosten
2.700
2.040
3.000
3.060
3.121
3.184
3.247
overige operationele kosten
75
107
109
112
114
116
118
5.048
3.649
4.641
4.734
4.829
4.926
5.024
540
435
444
453
462
471
480
0
302
323
328
332
337
342
Algemene kosten
540
737
768
781
795
809
823
bankkosten
199
263
268
274
279
285
290
rentekosten
4
32
32
32
33
33
33
202
295
300
306
312
317
323
Overige operationele kosten algemene kosten onvoorzien
Bank- en rentekosten Toevoegingen aan voorzieningen Totale lasten taakstellende kostenreductie Totaal lasten
0
0
0
0
0
0
0
22.297
21.695
23.417
23.904
24.402
24.910
25.430
0
0
0
0
0
0
0
22.297
21.695
23.417
23.904
24.402
24.910
25.430
13
13
13
13
13
13
0
0
0
0
0
Baten Renteopbrengsten
0
BsGW diensten aan derden
0
overige opbrengsten
0
0
0
0
0
0
0
Diensten aan derden
0
0
0
0
0
0
0
Bijdragen van derden
0
0
0
0
0
0
0
Opbrengst vervolgingskosten
1.337
2.162
2.162
2.162
2.162
2.162
2.162
Totale baten
1.337
2.175
2.175
2.175
2.175
2.175
2.175
0 Netto kosten
20.961
19.520
21.242
21.729
22.227
22.736
23.255
0
0
0
0
0
0
0
Totaal bijdragen
18.889
19.520
21.242
21.729
22.227
22.736
23.254
Exploitatieresultaat (+ is winst/ - is verlies)
-2.073
0
0
0
0
0
0
Waarvan incidentele baten/lasten (saldo) Bijdragen initieel B2021
Aangezien ten tijde van het opstellen van deze ontwerpbegroting de cijfers 2020 nog niet definitief zijn, is gekozen om de prognosecijfers 2020 te vermelden. De gecontroleerde cijfers worden vermeld in de definitieve begroting 2022-2026.
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 37 van 66
4.2 Toelichting op de baten en lasten Lasten Personeelskosten Uitgangspunt voor de berekening van de personeelskosten is het formatieplan. Voor 2021 zijn de personeelskosten geïndexeerd met 2,2%. De formatie bestaat uit 161,8 fte. De staat van personeelslasten is als aparte bijlage (7) opgenomen. Huisvestingskosten De huisvestingskosten bestaan uit huur, energiekosten en facilitaire kosten zoals onderhoud, schoonmaak, beveiliging. Daarnaast is er nog een post begroot voor kleine aanschaf en onderhoud van inventaris. Afschrijvingskosten De afschrijvingskosten van BsGW hebben voornamelijk betrekking op de geactiveerde ICT- en organisatieontwikkelingsprojecten. BsGW voert het integrale proces van de belastingheffing en invordering in grote mate geautomatiseerd uit en zal daarom investeren in ICT-projecten om kwaliteit, continuïteit en efficiency te kunnen garanderen. In het meerjareninvesteringsplan (MIP) zijn investeringskredieten opgenomen van € 300 duizend per jaar. Daarnaast worden kosten voor grote aanschaf en vervanging van inventaris geactiveerd en jaarlijks afgeschreven. De staat van vaste activa en onderhanden werken is als bijlage 3 opgenomen. Indexering inkoop goederen en diensten Voor 2022 is uitgegaan van een kosteninflatie van 2% ten opzichte van 2021.
ICT-kosten Wegens de grote mate van automatisering van de primaire processen, worden de ICT-kosten - naast de (ICT) afschrijvingskosten - als aparte post weergegeven. De ICT-kosten bestaan voornamelijk uit jaarlijkse onderhoudskosten ICT plus de kosten van het uitbesteden van de ICT-infrastructuur en beheer. Daarnaast zijn de gebruikerskosten van de overige overheidsbrede voorzieningen (naast DigiD en MijnOverheid) hierin opgenomen. Tot slot is een bedrag opgenomen voor kleine aanschaf soft- en hardware. Operationele kosten Operationele kosten omvatten de overige met de operationele primaire processen samenhangende kosten, naast de afschrijvings- en ICT-kosten. Gezien de omvang van deze kostenpost, wordt deze verder gespecificeerd naar voor het primaire proces belangrijke kosten, waaronder de post ‘tegemoetkoming proceskosten’. Algemene kosten Kosten zonder oorzakelijk verband met de primaire processen zijn algemene kosten. Naast huisvestingskosten, die apart worden vermeld, worden de algemene kosten hier weergegeven. Hierin zijn de advertentie- en reclamekosten, accountantskosten, advieskosten, abonnementen en lidmaatschappen, verzekeringen, facilitaire kosten als kantoorbenodigdheden en vergader- en representatiekosten, uitbesteding van de salarisverwerking en eventuele overige algemene kosten opgenomen.
De post onvoorzien 2022 is begroot op 1,4% van het bruto-begrotingstotaal.
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 38 van 66
Bank- en rentekosten De rentekosten betreft de rente over de investeringskredieten en de wettelijk door BsGW te vergoeden invorderingsrente. In de begroting 2022 is het reken-rentepercentage gesteld op 0,5%. Gezien de geringe geraamde kasgeldlening, is het effect op de totale netto-kosten gering. Baten Renteopbrengsten BsGW ontvangt vanaf eind 2013 geen rentevergoeding meer voor de dagelijkse positieve saldi op de heffingenbankrekeningen door de invoering van schatkistbankieren aangezien de positieve saldi dagelijks worden afgeroomd naar de schatkist. De staat vergoedt geen rente voor wat betreft de bij haar gestalde financiële middelen. Opbrengst vervolgingskosten De werkelijk geïnde vervolgingskosten lopen direct via de exploitatie van BsGW. De verwachte netto opbrengst vervolgingskosten in de begroting en meerjarenraming wordt gebaseerd op een reëel ingeschat bedrag gerelateerd aan de aantallen te versturen aanmaningen, dwangbevelen en overige aanvullende dwanginvorderingsacties op grond van de kostenwet. Bijdragen deelnemers De bijdragen per deelnemer voor de door de desbetreffende deelnemer in de samenwerking ondergebrachte taken voor het begrotingsjaar 2022, worden in navolgende tabel weergegeven. Daarnaast wordt hierin ook de bijstorting in het weerstandsvermogen weergegeven.
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 39 van 66
Bijdrage per deelnemer
2022 regulier
Aanvulling weerstandsvermogen
Totale bijdrage incl. aanvulling weerstandsvermogen
Gemeente Beek
234.281
1.544
235.825
Gemeente Beekdaelen
513.016
3.381
516.397
Gemeente Beesel
212.081
1.398
213.479
Gemeente Bergen
186.278
1.228
187.506
Gemeente Brunssum
463.832
3.057
466.889
Gemeente Echt-Susteren
495.164
3.264
498.428
Gemeente Eijsden-Margraten
440.927
2.906
443.833
Gemeente Gennep
259.007
1.707
260.714
Gemeente Gulpen-Wittem
214.192
1.412
215.604
Gemeente Heerlen
1.608.967
10.604
1.619.571
Gemeente Kerkrade
828.564
5.461
834.025
Gemeente Landgraaf
567.832
3.742
571.574
Gemeente Leudal
494.117
3.257
497.374
Gemeente Maasgouw
358.796
2.365
361.161
Gemeente Maastricht
1.969.948
12.983
1.982.932
Gemeente Meerssen
338.672
2.232
340.904
Gemeente Mook en Middelaar
118.278
780
119.058
Gemeente Nederweert
233.494
1.539
235.033
Gemeente Peel en Maas
599.158
3.949
603.107
Gemeente Roerdalen
309.315
2.039
311.354
Gemeente Roermond
886.915
5.845
892.761
Gemeente Simpelveld
162.999
1.074
164.073
Gemeente Sittard-Geleen
1.539.837
10.149
1.549.986
Gemeente Stein
396.885
2.616
399.501
Gemeente Vaals
184.232
1.214
185.447
Gemeente Valkenburg
262.382
1.729
264.111
2.054.278
13.539
2.067.817
Gemeente Voerendaal
180.844
1.192
182.036
Gemeente Weert
746.667
4.921
751.588
4.380.917 21.241.879
28.874 140.000
4.409.791 21.381.879
Gemeente Venlo
Waterschap Limburg Totaal bijdragen
De netto reguliere bijdrage voor de exploitatie 2022 is € 21,2 miljoen, gelijk aan de netto-kosten begroting 2022. Producten De volgende tabel geeft weer hoe de netto-uitvoeringskosten uit de begroting 2022 zijn toegewezen aan de vijf producten en 1 sub-product (exoten) van dienstverlening. Per (sub-)product wordt de verdeelsleutel genoemd waarmee de netto kosten worden omgeslagen naar een tarief per product. De verdeelsleutels voor de kosten van de vier primaire processen plus de niet-reguliere belastingsoort Parkeerbelasting, zijn gebaseerd op de productieomvang van de deelnemers. De kosten van het product Ondersteuning & Ontwikkeling worden omgeslagen naar de deelnemers op basis van het aandeel in de kosten van de vier producten van de primaire processen plus het sub-product Parkeerbelasting. De kosten van het product GDI worden omgeslagen op basis van 40% voor de gemeenten en 60% voor Waterschap Limburg, waarbij de onderlinge verdeling over de gemeenten is gebaseerd op de procentuele verdeling van het product O&O.
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 40 van 66
Verdeelsleutels
Aantal
Tarief 2022 Tarief 2021 Tarief 2020 Tarief 2019 Tarief 2018
Tarief 2015 Tarief 2014 - 2017
Tarief 2013
Heffen
€
3.388.380
Aantal (bruto) aanslagregels
4.028.915
€
0,84
€
0,82
€
0,82
€
0,78
€
0,76
€
0,75
€
0,74
€
0,77
Waarderen
€
7.596.809
Aantal WOZ-objecten
565.334
€
13,44
€
11,04
€
9,25
€
8,31
€
7,09
€
6,97
€
7,66
€
12,43
Innen
€
€
0,14-
€
0,16-
€
0,17-
€
0,24-
€
0,27-
€
0,30-
€
0,14-
€
0,16
€
179.553- Aantal biljetten Aantal klantcontacten
1.311.262
Klantzaken
2.902.726
443.887
€
6,54
€
6,40
€
8,61
€
7,56
€
6,04
€
5,94
€
6,50
€
Parkeerbelasting
€
349.161
37.276
€
9,37
€
9,14
€
8,94
€
8,58
€
8,39
€
9,25
€
9,50
€
Producten
2022
Ondersteuning & ontwikkeling
€
GDI
€
Totaal producten
€ 21.241.879
Aantal aanslagregels
9,82 16,29
6.556.224
Aandeel uitvoeringskosten
100%
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
628.132
Aandeel uitvoeringskosten
100%
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
De tarieven 2013-2021 betreffen de tarieven zoals eerder vermeld in de desbetreffende initiële begrotingen van die jaren. De stijging van de tarieven in 2022 wordt voornamelijk veroorzaakt door de verwachte indexering van de salariskosten, goederen en diensten, verwachte toename in de proceskostenvergoeding en de kosten uit hoofde van het regieportaal. Daarnaast drukken de proceskostenvergoedingen vanaf 2021 voortaan 100% op het product Waarderen in plaats van 50% op het product Waarderen en 50% op het product Klantzaken (AB 25 juni 2020). 4.3 Uiteenzetting van de financiële positie 4.3.1 Investeringen Voor het jaar 2022 is in het MeerjarenInvesteringsProgramma (MIP) 2022-2026 een krediet voor innovatie en procesoptimalisatie opgenomen. In het laatste kwartaal van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar, benoemt BsGW de deelprojecten voor het investeringskrediet 2022. Het MeerjarenInvesteringsProgramma is als bijlage 1 opgenomen. 4.3.2 Financiering Voor een nadere toelichting op de financiering wordt verwezen naar paragraaf 3.5.3. 4.3.3 Stand en verloop reserves en voorziening Op basis van de risicoanalyse en de reeds opgebouwde reserves, behoeft het weerstandsvermogen een aanvullende storting van € 140 duizend.
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 41 van 66
4.4 Meerjarenraming 2022-2026 Bedragen x € 1.000
Prognose 2020
Begroting Begroting 2021 incl. 2022 2022 M&M
Meerjarenperspectief 2023
2024
2025
2026
Lasten Personeelskosten
12.129
13.138
13.427
13.723
14.024
14.333
14.648
Huisvestingkosten
734
778
793
809
825
842
858
Afschrijvingkosten
336
261
261
261
261
261
261
ICT-kosten
3.308
2.837
3.227
3.291
3.357
3.424
3.493
Overige operationele kosten
5.048
3.649
4.641
4.734
4.829
4.926
5.024
Algemene kosten
540
737
767
780
794
808
822
Bank- en rentekosten
203
295
300
306
312
317
323
0
0
0
0
0
0
0
22.298
21.695
23.417
23.904 24.402 24.910
25.430
Toevoegingen aan voorzieningen Totaal lasten Taakstellende kostenreductie
0
0
0
22.298
21.695
23.417
Renteopbrengten
0
13
13
13
13
13
13
Diensten aan derden
0
0
0
0
0
0
0
Bijdragen van derden
0
0
0
0
0
0
0
Opbrengst vervolgingskosten
1.337
2.162
2.162
2.162
2.162
2.162
2.162
Totaal baten
1.337
2.175
2.175
2.175
2.175
2.175
2.175
Netto kosten
20.961
19.520
21.242
21.729 22.227 22.736
23.255
0
0
0
0
0
0
0
Gemeente Beek
197
209
234
240
245
251
256
Gemeente Beekdaelen
432
457
513
525
537
549
562
Gemeente Beesel
176
189
212
217
222
227
232
Gemeente Bergen
157
166
186
191
195
199
204
Gemeente Brunssum
387
414
464
474
485
496
508
Gemeente Echt-Susteren
397
442
495
507
518
530
542
Gemeente Eijsden-Margraten
378
399
441
451
461
472
483
Gemeente Gennep
220
233
259
265
271
277
284
Gemeente Gulpen-Wittem
178
191
214
219
224
229
234
Gemeente Heerlen
1.345
1.442
1.609
1.646
1.684
1.722
1.761
Gemeente Kerkrade
689
742
829
848
867
887
907
Gemeente Landgraaf
477
507
568
581
594
608
622
Gemeente Leudal
413
439
494
505
517
529
541
Gemeente Maasgouw
302
321
359
367
375
384
393
Gemeente Maastricht
1.642
1.758
1.970
2.015
2.061
2.108
2.157
Gemeente Meerssen
296
310
339
346
354
362
371
105
118
121
124
127
129
Totaal lasten
0
0
23.904 24.402 24.910
0
0
25.430
Baten
Waarvan incidentele baten/lasten (saldo) Bijdragen initieel
Gemeente Mook en Middelaar Gemeente Nederweert
196
208
233
239
244
250
256
Gemeente Peel en Maas
498
531
599
613
627
641
656
Gemeente Roerdalen
259
276
309
316
324
331
339
Gemeente Roermond
747
795
887
907
928
949
971
Gemeente Simpelveld
137
146
163
167
171
174
178
1.296
1.381
1.540
1.575
1.611
1.648
1.686
Gemeente Stein
325
358
397
406
415
425
434
Gemeente Vaals
153
165
184
188
193
197
202
Gemeente Valkenburg a/d Geul
216
232
262
268
275
281
287
1.892
1.889
2.054
2.101
2.150
2.199
2.249
Gemeente Voerendaal
153
162
181
185
189
194
198
Gemeente Weert
631
671
747
764
781
799
817
4.702
4.383
4.381
4.481
4.584
4.689
4.796
Totaal bijdragen
18.889
19.520
21.242
21.729 22.227 22.736
23.255
Exploitatieresultaat
-2.073
0
0
Gemeente Sittard-Geleen
Gemeente Venlo
Waterschap Limburg
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
0
0
0
0
pagina 42 van 66
Toelichting op de meerjarenbegroting In de meerjarenraming 2022-2026 is voor het doorrekenen van de kostenontwikkeling rekening gehouden met een indexering van 2,2% op de personele lasten en 2% over de materiële kosten en ingekochte diensten. Afschrijvingskosten en rentekosten zijn niet onderhevig aan inflatie. Bij de berekeningen van de rente op investeringen is voor de komende jaren uitgegaan van een renteniveau van 0,5%. Op de baten vindt geen indexering plaats. Terugblik: Ontwikkeling netto kosten BsGW en bijdragen deelnemers Eén van de doelstellingen die voortvloeien uit de missie van BsGW is kostenreductie. Wat is de toegevoegde waarde van BsGW en wat het heeft opgebracht? In deze paragraaf wordt dit toegelicht vanuit twee invalshoeken: de ontwikkeling van zowel de nettokosten van de organisatie BsGW als de bijdragen aan BsGW van de deelnemers. Ontwikkeling netto kosten BsGW Uitgangspunt voor de begroting van BsGW is altijd geweest: sober en doelmatig. BsGW heeft zich in de eerste 6 jaar na de verzelfstandiging gecommitteerd aan een taakstellende kostenreductie van 12% en heeft in de jaren 2012-2017 daarom de kostenindexering van gemiddeld 2% per jaar niet doorberekend aan de deelnemers. De totale gerealiseerde kostenreductie loopt hiermee op tot € 1,565 miljoen per jaar.
Daarnaast zijn nog enkele kostenreductieprogramma’s doorgevoerd, waardoor de netto kosten nog eens met € 1,284 miljoen zijn gedaald. BsGW heeft dit bewerkstelligd via efficiencyverbeteringen van de werkprocessen en aanbestedingstrajecten. Tevens heeft BsGW kostenverlagingen behaald uit het schaaleffect door het toetreden van nieuwe deelnemers in BsGW voor in totaal 5,675 miljoen. Begroting
Kostenreductie (bedragen x 1.000) 2011 Taakstellende kostenreductie Extra kostenreductie
2012 179
1.171
Schaalvoordeel toetreders 2012
2013 204
2014 282
2015 300
66
Totaal
2016 300
2017 300
2018
10
9
28
2019
2020
229 888
Schaalvoordeel toetreders 2014
597 2.665
Schaalvoordeel toetreders 2015
1.485 75
2.739
1.182
1.182
Schaalvoordeel toetreders 2021 1.171
474
reductie 1.565 1.284
229
Schaalvoordeel toetreders 2013
Totale kostenreductie
2021
1.092
3.543
1.557
310
309
28
0
0
40
40
40
8.523
De totale, cumulatieve verlaging van de netto-kosten in de begroting van BsGW vanaf 2011 loopt hiermee op tot € 8,523 miljoen in 2021. Bijdragen van de deelnemers Een andere manier om de toegevoegde waarde van BsGW te presenteren, is om ook de uitvoeringskosten van de deelnemende partijen te bekijken, voor de toetreding tot BsGW. Dit voordeel is berekend door de uitvoeringskosten van de toetredende partij volgens de nulmeting te vergelijken met de bijdrage aan BsGW volgens de jaarlijkse bestuursbegroting. Met nulmeting wordt het onafhankelijke onderzoek naar uitvoeringskosten, fte en productieaantallen bedoeld dat bij elke afzonderlijke deelnemer voorafgaand aan de samenwerking is uitgevoerd. In de volgende tabel samengevat: