Ontwerpbegroting 2022 BsGW en ontwerp MJB 2022 - 2026
Tekst van het document
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp-meerjarenbegroting 2022-2026
Versie 1.7
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 2 van 66
Inhoudsopgave 1. Samenvatting .................................................................................................... 5 2. Inleiding ........................................................................................................... 7 2.1 Algemeen .................................................................................................................. 7 2.2 Indeling van de begroting ............................................................................................ 7 2.3 Leeswijzer.................................................................................................................. 7
3. Beleidsbegroting ................................................................................................ 8 3.1 Uitgangspunten .......................................................................................................... 8 3.2 Rekenuitgangspunten .................................................................................................. 9 3.3 Formatieplan .............................................................................................................10 3.4 Ontwikkelingen ..........................................................................................................12 3.4.1 Zekere ontwikkelingen .............................................................................................12 Loonontwikkeling ....................................................................................................... 12 Indexering goederen en diensten ................................................................................. 12 Proceskosten ............................................................................................................. 12 Stimuleringsregeling .................................................................................................. 14 Waarderen op gebruiksoppervlakte: project ..................................................................
14 Waarderen op gebruiksoppervlakte: beheerfase ............................................................ 14 Visie op dienstverlening .............................................................................................. 15 Informatievoorziening en ICT ...................................................................................... 15 Harmonisatie............................................................................................................. 17 3.4.2 Mogelijke ontwikkelingen .........................................................................................18 Fiscale Vereenvoudigingswet 2017 ............................................................................... 18 Voortgang implementatie Wet vereenvoudiging beslagvrije voet en Verbreding beslagregister19 Lagere opbrengst vervolgingskosten en invorderingsrente .............................................. 20 Verruiming gemeentelijk belastinggebied ...................................................................... 20 Omgevingswet .......................................................................................................... 21 Samenwerking / nieuwe deelnemers in BsGW ............................................................... 21 Uniforme samenhangende objectenregistratie (SOR) ......................................................
21 Unie van Waterschappen: onderzoek houdbaarheid belastingstelsel ................................. 22 Waardering zonnepanelen voor de WOZ-waarde ............................................................ 22 Vergroening belastingen ............................................................................................. 23 Amendement Omtzigt: verruimde tariefdifferentiatie OZB ............................................... 23 Archiefwet ................................................................................................................ 24 3.5 Producten .................................................................................................................25 3.5.1 Product Heffen .................................................................................................. 25 3.5.2 Product Waarderen ............................................................................................ 26 3.5.3 Product Innen ................................................................................................... 26 3.5.4 Product Klantzaken ............................................................................................ 27 3.5.5 Product Ondersteuning & Ontwikkeling .................................................................
27 3.5.6 Sub-product Parkeerbelasting (‘exoot’) ................................................................ 28 3.5.7 Sub-product Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) ............................................. 28 3.6 Paragrafen ................................................................................................................30 3.6.1 Weerstandsvermogen en Risicobeheersing ............................................................ 30 3.6.2 Onderhoud kapitaalgoederen .............................................................................. 33 3.6.3 Financiering ...................................................................................................... 33 3.6.4 Bedrijfsvoering .................................................................................................. 35 3.6.5 Verbonden partijen ............................................................................................ 36
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 3 van 66
4. Financiële begroting ..........................................................................................37 4.1 Overzicht baten en lasten ...........................................................................................37 4.2 Toelichting op de baten en lasten .................................................................................38 4.3 Uiteenzetting van de financiële positie ..........................................................................41 4.3.1 Investeringen ................................................................................................... 41 4.3.2 Financiering ...................................................................................................... 41 4.3.3 Stand en verloop reserves en voorziening............................................................. 41 4.4 Meerjarenraming 2022-2026 .......................................................................................42
Bijlagen ...............................................................................................................46 Bijlage 1: MeerjarenInvesteringsProgramma : MIP 2022-2026 ..............................................47 Bijlage 2: Rekenuitgangspunten Begroting 2022 en MJR 2022-2026 ......................................48 Bijlage 3: Staat van immateriële, materiële, financiële vaste activa en onderhanden werk ........49 Bijlage 4: Staat van vaste schulden ...................................................................................50 Bijlage 5: Staat van reserves en voorzieningen ...................................................................51 Bijlage 6: Berekening van het rente-omslagpercentage ........................................................53 Bijlage 7: Staat van personeelslasten ................................................................................54 Bijlage 8: Toelichting op de kostenverdeelmethodiek ...........................................................55 Bijlage 9: Risicoanalyse ....................................................................................................59 Bijlage 10: Bijdrage Waterschap Limburg volgens BBP-opzet ................................................64 Bijlage 11: Berekend EMU-saldo ........................................................................................65 Bijlage 12:
Geprognosticeerde balans 2021-2025 ................................................................66
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 4 van 66
1. Samenvatting Voor u ligt de twaalfde meerjarenbegroting van Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). Hierin zijn de financiële consequenties van zekere ontwikkelingen en bestuursbesluiten in de begroting meegenomen. Zekere ontwikkelingen, waarvan de (financiële) effecten nog een mate van onzekerheid hebben, worden eveneens zo veel mogelijk gekwantificeerd. Mogelijke ontwikkelingen worden alleen voor zover dat is in te schatten in de begroting meegenomen. De door het Algemeen Bestuur van BsGW op 18 december 2020 vastgestelde kadernota 2022 dient als basis voor de begroting 2022 en de meerjarenraming 2022-2026. Het belangrijkste bestuurlijke uitgangspunt hierbij is een sluitende begroting en meerjarenraming. Naast een sluitende begroting is één van de doelstellingen die voortvloeien uit de missie van BsGW een sobere en doelmatige begroting en meerjarenraming. BsGW heeft zich gecommitteerd aan een taakstellende kostenreductie van ruim 12% in de eerste 6 jaar na de verzelfstandiging en heeft in de jaren 2012-2017 daarom de kostenindexering van gemiddeld 2% per jaar niet doorberekend aan de deelnemers. De totale gerealiseerde kostenreductie loopt hiermee op tot € 1,565 miljoen per jaar. Echter om een verantwoorde bedrijfsvoering te kunnen borgen, zijn de grenzen van bezuinigingen (vooralsnog) bereikt.
In voorliggende begroting 2022 zijn derhalve de loonindexering en indexering goederen en diensten opgenomen. Gezien de toename van het aantal WOZ-bezwaren (ook landelijk) en met name het feit dat burgers en bedrijven in toenemende mate bezwaar maken via een WOZ-bureau, is rekening gehouden met een hogere proceskostenvergoeding voor 2022 (en latere jaren). Ten aanzien van ICT maakt BsGW deel uit van een sterk veranderende omgeving, waarin de steeds verdere digitalisering van de informatievoorziening een belangrijke ontwikkeling is en impact heeft op de bedrijfsvoering en kostenontwikkeling van BsGW. Bovendien gaat BsGW een aanbesteding van haar belastingpakket tegemoet, waarbij het vervangen van zowel de ICT-infrastructuur als het huidige belastingpakket noodzakelijk is. Tot slot is BsGW gevraagd de regie te nemen namens de deelnemers voor de beheerfase waarderen op gebruikersoppervlakte. De vaste, structurele lasten hiervan, bestaande uit de aanschaf van een regieportaal voor en namens de gehele keten, worden niet separaat afgerekend met de deelnemers maar zijn opgenomen in de begroting 2022 (en verdere jaren).
Per saldo stijgen de netto-kosten 2022, en daarmee ook de bijdragen van de deelnemers, met minimaal € 1,721 miljoen ten opzichte van de begroting 2021 als gevolg van de volgende posten: • Loonindexering € 298 duizend; • Indexering goederen en diensten € 130 duizend; • Proceskostenvergoeding € 960 duizend; • Regieportaal € 333 duizend. Op de gebruikelijke wijze zijn de netto-kosten vervolgens via de kostenverdeelmethode toegerekend aan de bijdragen van de deelnemers aan BsGW. Het benodigde weerstandsvermogen is conform besluitvorming gebaseerd op een jaarlijks bij het opstellen van de begroting uitgevoerde risicoanalyse. Het berekende weerstandsvermogen komt hiermee op € 1,33 miljoen en behoeft daarmee aanvulling van € 140 duizend.
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 5 van 66
Prognose Bedragen x € 1.000
2020
Lasten
Begroting 2021 initeel 103,3%
Begroting 2021 incl. M&M
Meerjarenperspectief
Begroting 2022
2023
2024
2025
2026
103%
Personeelskosten
12.129
13.078
13.138
13.427
13.723
14.024
14.333
14.648
Huisvestingkosten
734
773
778
793
809
825
842
858
Afschrijvingkosten
336
261
261
261
261
261
261
261
ICT-kosten
3.308
2.820
2.837
3.227
3.291
3.357
3.424
3.493
Overige operationele kosten
5.048
3.644
3.649
4.641
4.734
4.829
4.926
5.024
540
433
435
444
453
462
471
480
0
302
302
323
328
332
337
342
Algemene kosten
540
735
737
768
781
795
809
823
Bank- en rentekosten
202
294
295
300
306
312
317
323
0
0
0
0
0
0
0
0
22.297
21.605
21.695
23.417
23.904
24.402
24.910
25.430
algemene kosten onvoorzien
Toevoegingen aan voorzieningen Totale lasten taakstellende kostenreductie
0
0
0
0
0
0
0
0
22.297
21.605
21.695
23.417
23.904
24.402
24.910
25.430
Renteopbrengsten
0
13
13
13
13
13
13
13
Diensten aan derden
0
0
0
0
0
0
0
0
Bijdragen van derden
0
0
0
0
0
0
0
0
Opbrengst vervolgingskosten
1.337
2.137
2.162
2.162
2.162
2.162
2.162
2.162
Totale baten
1.337
2.149
2.175
2.175
2.175
2.175
2.175
2.175
Totaal lasten Baten
0 Netto kosten
20.961
19.455
19.520
21.242
21.729
22.227
22.736
23.255
0
0
0
0
0
0
0
0
Prognose
Begroting
Begroting
Begroting
2020
2021 initeel
2021 incl. M&M
2022
Waarvan incidentele baten/lasten (saldo)
Bijdragen
Aanvulling weerstandsvermogen
Totale bijdrage 2022 incl. aanvulling weerstandsvermogen
Gemeente Beek
197
202
209
234
2
236
Gemeente Beekdaelen
432
444
457
513
3
516
Gemeente Beesel
176
181
189
212
1
213
Gemeente Bergen
157
161
166
186
1
188
Gemeente Brunssum
387
398
414
464
3
467
Gemeente Echt-Susteren
397
425
442
495
3
498
Gemeente Eijsden-Margraten
378
390
399
441
3
444
Gemeente Gennep
220
227
233
259
2
261
Gemeente Gulpen-Wittem
178
183
191
214
1
216
Gemeente Heerlen
1.345
1.380
1.442
1.609
11
1.620
Gemeente Kerkrade
689
709
742
829
5
834
Gemeente Landgraaf
477
490
507
568
4
572
Gemeente Leudal
413
424
439
494
3
497
Gemeente Maasgouw
302
310
321
359
2
361
Gemeente Maastricht
1.642
1.686
1.758
1.970
13
1.983
Gemeente Meerssen
296
303
310
339
2
341
105
118
1
119
Gemeente Mook en Middelaar
0
Gemeente Nederweert
196
202
208
233
2
235
Gemeente Peel en Maas
498
512
531
599
4
603
Gemeente Roerdalen
259
266
276
309
2
311
Gemeente Roermond
747
766
795
887
6
893
Gemeente Simpelveld
137
140
146
163
1
164
1.296
1.331
1.381
1.540
10
1.550
Gemeente Stein
325
347
358
397
3
400
Gemeente Vaals
153
158
165
184
1
185
Gemeente Valkenburg a/d Geul
216
221
232
262
2
264
1.892
1.939
1.889
2.054
14
2.068
Gemeente Voerendaal
153
157
162
181
1
182
Gemeente Weert
631
647
671
747
5
752
4.702
4.856
4.383
4.381
29
4.410
Totaal bijdragen
18.889
19.455
19.520
21.242
140
21.382
Exploitatieresultaat (+ is winst/ - is verlies)
-2.073
0
0
0
Gemeente Sittard-Geleen
Gemeente Venlo
Waterschap Limburg
In bovenstaande tabel zijn de prognosecijfers 2020 opgenomen en nog niet de gerealiseerde en gecontroleerde cijfers. In de definitieve meerjarenbegroting 2022-2026 worden uiteraard de gecontroleerde cijfers opgenomen.
Voor een nadere toelichting en ontwikkelingen verwijzen we u naar hoofdstuk 3 en 4.
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 6 van 66
2. Inleiding 2.1 Algemeen Voor u ligt de (ontwerp-)meerjarenbegroting 2022-2026 van Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). Deze is volledig opgesteld binnen de kaders van de door het Algemeen Bestuur vastgestelde kadernota 2022. Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW) is 1 april 2011 opgericht als samenwerkingsverband op belastinggebied voor gemeenten en waterschappen in de vorm van een gemeenschappelijke regeling. BsGW is een openbaar lichaam op grond van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen. Per 1 januari 2021 zijn Waterschap Limburg en de gemeenten Beek, Beekdaelen, Beesel, Bergen, Brunssum, EchtSusteren, Eijsden-Margraten, Gennep, Gulpen-Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Leudal, Maasgouw, Maastricht, Meerssen, Mook & Middelaar, Nederweert, Peel & Maas, Roerdalen, Roermond, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul, Venlo, Voerendaal, Weert deelnemers in BsGW. De begroting 2022 is gebaseerd op bovenstaande 29 deelnemers. BsGW behartigt als uitvoeringsorganisatie van het waterschap en de deelnemende gemeenten de zorg voor optimaal beheer en verwerking van (basis)gegevens en informatie, het heffen, innen en afdragen van de opbrengsten van lokale belastingen en het waarderen van belastingobjecten in het kader van de wet WOZ, dit alles op basis van bedrijfseconomische principes.
2.2 Indeling van de begroting Aangezien BsGW een samenwerking is voor zowel gemeenten als een waterschap, volgt uit de wetgeving dat verslaggeving dient plaats te vinden conform Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De begroting is dan ook ingedeeld volgens het BBV en bestaat uit een beleidsbegroting en een financiele begroting. In de beleidsbegroting worden het productplan en de paragrafen weergegeven. De financiële begroting omvat het overzicht van baten en lasten plus een uiteenzetting van de financiële positie per programma. In het geval van BsGW betreft dit het programma lasten heffing en invordering belastingen. (Bron: Hoofdlijnen vernieuwing Besluit Begroting en Verantwoording blz. 19)
2.3 Leeswijzer Hoofdstuk 1 bevat de samenvatting. Hoofdstuk 3 bevat de beleidsbegroting met de (reken)uitgangspunten en de ontwikkelingen, waarmee daar waar mogelijk rekening is gehouden in de (financiële) begroting. Deze paragraaf bevat daarnaast de vaste rubrieken waarin de (kostprijs van de) producten van BsGW worden beschreven, naast een toelichting op het (benodigde) weerstandsvermogen en de financiering. De financiële begroting wordt tot slot in hoofdstuk 4 nader toegelicht.
Het Dagelijks Bestuur BsGW
Roermond, 11-02-2021.
dhr. N.M.J.G. Lebens, directeur
mevr. M.H.E. Pelzer, voorzitter
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 7 van 66
3. Beleidsbegroting 3.1 Uitgangspunten De begroting 2022 en meerjarenbegroting 2022-2026 van BsGW is opgesteld binnen de kaders van de door het Algemeen Bestuur vastgestelde kadernota 2022. Onderstaand zijn de nadere uitgangspunten benoemd: 1. Een minimale, maar wel realistisch onderbouwde begroting waarmee BsGW invulling geeft aan de doelstelling om de bijdragen van de deelnemers zo laag mogelijk te houden. 2. Financiële consequenties van zekere ontwikkelingen en bestuursbesluiten worden in de begroting meegenomen. Zekere ontwikkelingen, waarvan de (financiële) effecten nog een mate van onzekerheid hebben, worden eveneens zo veel mogelijk gekwantificeerd. Mogelijke ontwikkelingen worden alleen voor zover dat is in te schatten in de begroting meegenomen. Voor zover deze mogelijke ontwikkelingen niet zijn in te schatten, worden deze pas in de (gewijzigde) begroting opgenomen zodra de desbetreffende ontwikkeling is geformaliseerd en de financiële consequenties kunnen worden vastgesteld. 3. De kaders voor de begroting van BsGW worden meer dan een jaar voor het eigenlijke begrotingsjaar opgesteld en aangeboden aan het bestuur. In deze periode kunnen zich afwijkingen voordoen van de in de kadernota en begroting opgenomen rekenuitgangspunten, dan wel onvoorziene ontwikkelingen die onafwendbaar dan wel onuitstelbaar zijn.
Om eventuele, niet voorziene ontwikkelingen op te kunnen vangen, en zo tussentijdse begrotingswijzigingen zoveel als mogelijk te voorkomen, is de post onvoorzien opgevoerd in de begroting van BsGW. 4. Als basis voor de begroting 2022 en meerjarenraming 2022-2026 van BsGW dient de jaarschijf 2022 uit de vastgestelde begroting 2021 en meerjarenbegroting 2021-2025. 5. De indexering voor loonontwikkeling en de indexering goederen en diensten is gebaseerd op de meest actuele, (meerjaren)gegevens van het Centraal Plan Bureau (CPB), respectievelijk de loonvoet sector overheid en de Consumenten Prijsindex (CPI). De in de kadernota opgenomen indexering benadert daarmee zo veel als mogelijk de realiteit. 6. Een jaarlijkse risicoanalyse maakt onderdeel uit van de begroting, waarbij wordt getoetst of het weerstandsvermogen toereikend is om de geïdentificeerde risico’s te kunnen afdekken. 7. Het Ondernemings- en ontwikkelplan (OOP) BsGW 2018-2020 en de wijze van financiering hiervan, is vastgesteld door het Algemeen Bestuur van BsGW in de AB-vergadering van 14-12-2017. De uitvoering van het OOP is een separaat traject en behoort niet tot de reguliere bedrijfsvoering van BsGW. Het OOP raakt de begroting 2022 en meerjarenraming 2022-2026 van BsGW daarom niet en vormt daarmee geen onderdeel van deze begroting.
De taakstellende formatiereductie die BsGW zich heeft gesteld in het OOP zal vanaf 2028 tot uiting komen in lagere bijdragen voor de deelnemers. 8. BsGW is namens de gemeenten gevraagd om de regie van de beheerfase waarderen op gebruiksoppervlakte te voeren. De kosten voor de aanschaf van het regieportaal zijn in de begroting opgenomen en zullen op de gebruikelijke wijze via de kostenverdeelmethode worden doorbelast aan de deelnemers op basis van het aandeel in het totale aantal WOZ-objecten.
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 8 van 66
9. De gewijzigde kostenverdeelmethodiek wordt gehanteerd zoals die is vastgesteld in het AB van 25 juni 2020, waarbij de WOZ-proceskosten voor 100% aan het product Waarderen worden toebedeeld en de beheerkosten GDI worden verdeeld conform de verdeelsleutel 40% gemeenten en 60% Waterschap. 10. Vooruitlopend op de besluitvorming op de toetreding van de gemeente Mook & Middelaar zijn de financiële effecten hiervan doorvertaald in de begroting. 3.2 Rekenuitgangspunten In de begroting 2022 en de meerjarenraming 2022-2026 wordt gerekend met de volgende rekenuitgangspunten: Rekenuitgangspunten
2022
2023
2024
2025
2026
A
indexering salariskosten
2,2%
2,2%
2,2%
2,2%
2,2%
B
indexering goederen en diensten
2,0%
2,0%
2,0%
2,0%
2,0%
C
indexering opbrengsten
0%
0%
0%
0%
0%
D
rente kredieten / leningen lang
0,5%
0,5%
0,5%
0,5%
0,5%
E
reserves en voorzieningen
F
afschrijvingstermijn
G
jaarlijkse actualisering
automatisering
5 jaar
5 jaar
5 jaar
5 jaar
5 jaar
inventaris
10 jaar
10 jaar
10 jaar
10 jaar
10 jaar
immateriele activa
< 5 jaar
< 5 jaar
< 5 jaar
< 5 jaar
< 5 jaar
1,4%
1,4%
1,4%
1,4%
1,4%
onvoorzien
a) Indexering salariskosten Het gemiddelde percentage van de loonvoet overheidssector van de afgelopen 5 jaar (2016-2020) als ook van de afgelopen 3 jaar bedraagt 2,8% (bron: Centraal Plan Bureau, Macro Economische Verkenning 2021 september 2020). Vanaf 2021 voorspelt het CPB een trendbreuk van gemiddeld 1,9%. Derhalve is gekozen om de index te houden op 2,2% conform begroting 2021, hetgeen overeenkomt met het 10-jaarsgemiddelde 2016-2026. b) Indexering goederen en diensten In de begroting 2022-2026 wordt, net als in de begroting 2021, gerekend met een indexering van 2%, gebaseerd op de ontwikkeling van de Consumenten Prijsindex van het CPB van de afgelopen jaren (bron: Centraal Plan Bureau, Macro Economische Verkenning 2021 d.d. september 2020). Hierbij is tevens rekening gehouden met de hogere indexering die ICT-leveranciers hanteren. c)
Indexering opbrengsten De opbrengsten van BsGW worden niet geïndexeerd. De bankrente, opbrengst vervolgingskosten en invorderingsrente worden realistisch geraamd.
d) Rente kredieten/leningen lang Investeringen worden, indien nodig, afgedekt via financiering gelijk aan de afschrijvingstermijn, meestal 5 jaar. Voor de jaren 2022-2026 wordt een interne rekenrente van 0,5% gehanteerd. e) Reserves en voorzieningen Jaarlijks wordt op basis van de risicoanalyse het benodigde weerstandsvermogen berekend. Op basis hiervan wordt het al gevormde vermogen aangevuld of afgeroomd.
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 9 van 66
Voor voorzieningen geldt een jaarlijkse actualisering van doel en benodigde omvang. f)
Afschrijvingstermijn Voor activa die gedurende het lopende jaar in gebruik worden genomen, start de afschrijvingsperiode 1 januari van het jaar erop.
g) Onvoorzien Het budget onvoorzien wordt gesteld op 1,4% van het bruto-begrotingstotaal. 3.3 Formatieplan Onderstaande tabel toont het formatieplan van BsGW 2011 – 2026: Formatie in historisch perspectief
2011
2012
Startformatie BsGW
77,0
77,0
Integratie WOZ-waardebepaling Venlo
85,6
2017 2018-2020 2021-2026
19,1 2,5
Inbesteding taken
16,0 77,0
85,6
123,3
123,3
77,0
85,6
123,3
146,3
146,3
77,0
85,6
123,3
146,3
160,1
160,1
160,1
77,0
85,6
123,3
146,3
160,1
160,1
160,3
Toetreders 2014, 1 biljet
23,0
Toetreders 2015 Formatie BsGW
2016
85,6
Parkeerbelasting
Formatie BsGW
2015
3,5 77,0
Toetreders 2013
Formatie BsGW
2014
5,1
Toetreders 2012 Formatie BsGW
2013
13,8
Parkeerbelasting Formatie BsGW
0,2 160,3
Uitbreiding dienstverlening
0,5
Toetreding Mook & Middelaar Formatie BsGW
160,3 1,0
77,0
85,6
123,3
146,3
160,1
160,1
160,3
160,3
161,8
Ondernemings- en ontwikkelingsplan (OOP)
-20,0
Totaal
141,8
In deze begroting wordt geen rekening gehouden met eventuele toekomstige nieuwe toetreders dan wel nieuwe belastingen of (belasting gerelateerde) producten. Het formatieplan bedraagt 161,8 fte vanaf 2021. Dit is een toename van 1,5 fte ten opzichte van de begroting 2021 als gevolg van de extra dienstverlening 0,5 fte (initiële begroting 2021) en 1 fte als gevolg van de toetreding van de gemeente Mook en Middelaar. Verder committeert BsGW zich conform het OOP aan een taakstellende kostenreductie van € 1,3 miljoen, vooralsnog weergegeven in bovenstaande tabel als een formatiereductie van 20 fte. Deze taakstelling wordt uiterlijk 7 jaar na start van de beschreven doorontwikkeling gerealiseerd (AB 14-122017). Het formatieplan zal hiermee uiterlijk 31-12-2024 uitkomen op 141,8 fte. De formatieve gevolgen, minder menskracht en maatwerk, zijn onderdeel van het eindresultaat dat middels het Ondernemingsplan is gesteld. Toekomstige kostenbesparingen Ondernemings- en ontwikkelplan 2018-2020 BsGW heeft, naast de reguliere bedrijfsvoering, een separaat traject uitgevoerd, zijnde het Ondernemings- en ontwikkelingsplan (OOP) BsGW 2018-2020 (AB 14-12-2017). Na een fase van groei is het aantal deelnemers in BsGW gestabiliseerd.
Na de verzelfstandiging in 2011 groeide BsGW in slechts vier jaar tijd uit naar het huidige samenwerkingsverband waarin 29 van de 31 Limburgse gemeenten en het Waterschap Limburg deelnemen. De consolidatie van het aantal deelnemers heeft om een herijking van de organisatie gevraagd. Herijking binnen BsGW heeft fundamenteel ingegrepen in de huidige structuur en werkwijze. Tegelijkertijd was actie vereist om de verbetering en continuïteit van de werkprocessen te borgen. Voor dit ontwikkeltraject is een investerings- en ontwikkelbudget vrijgegeven van € 4 miljoen. De dekking voor deze investering wordt gevonden in de op termijn te realiseren structurele formatiereductie en daar-
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 10 van 66
mee lagere netto-kosten. Dit leidt uiteindelijk tot een verlaging van de bijdrage voor de deelnemers van € 1,3 miljoen op jaarbasis. Naar de huidige inzichten zal eind 2024 de formatiereductie 100% geëffectueerd zijn. In de jaren 2025-2027 wordt deze formatiereductie ingezet als dekking voor de projectkosten OOP. Hierbij wordt uitgegaan van het meest voorzichtige scenario (AB 14-12-2017). Een deel van de ontwikkelingen op het gebied van automatisering, digitalisering en efficiencyverbetering heeft voor het jaar 2020 vertraging opgelopen als gevolg van extra werkzaamheden en het aanpassen van werkwijzen in verband met het coronavirus. Het in stand houden van een adequate bedrijfsvoering binnen BsGW speelt hierbij ook een belangrijke rol. Vanaf 2028 zal deze structurele personele kostenreductie leiden tot lagere bijdragen van de deelnemers. Bovenstaande toelichting is in onderstaande tabel in financiële zin weergegeven: Investerings/ontwikkelbudget niet geindexeerd (* € 1.000,-)
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Na 7 jaar 100% geeffectueerd
2.000
1.000
1.000
0
0
0
0
-1.300
-1.300
-1.300
-1.300
-1.300
C umulatief voordeel
2.000
3.000
4.000
4.000
4.000
4.000
4.000
2.700
1.400
100
-1.200
-2.500
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 11 van 66
3.4 Ontwikkelingen Er doen zich de komende jaren ontwikkelingen voor die invloed hebben op de bedrijfsvoering van BsGW. Voor het opstellen van de begroting is het van belang om onderscheid te maken tussen de volgende twee categorieën toekomstige ontwikkelingen: o
Zekere ontwikkelingen Deze ontwikkelingen zijn zeker en/of geformaliseerd via een bestuursbesluit. De financiële consequenties worden verwerkt in de begroting 2022 en de meerjarenraming 20222026. In tegenstelling tot vorige jaren worden ook de financiële effecten die nog een mate van onzekerheid hebben, zoveel mogelijk gekwantificeerd en opgenomen in de (meerjaren)begroting. Dit om tussentijdse begrotingswijzigingen te voorkomen (Proces tussentijdse begrotingswijzigingen; DB BsGW 28-02-2019, agendapunt 5b).
o
Mogelijke ontwikkelingen Op het moment van opstellen van deze begroting zijn deze ontwikkelingen nog niet geformaliseerd door een bestuursbesluit of de uitkomsten nog onzeker. Deze ontwikkelingen zullen alleen daar waar dit op redelijkheid kan worden ingeschat, worden meegenomen in de begroting 2022 en de meerjarenraming 2022-2026. Daar waar deze niet op redelijkheid zijn in te schatten zullen deze pas, wanneer deze zijn geformaliseerd en de (financiële) consequenties zijn vastgesteld, worden opgenomen in de begroting (middels een begrotingswijziging).
3.4.1 Zekere ontwikkelingen De financiële consequenties, ook waarvan die nog een mate van onzekerheid hebben, van de volgende ontwikkelingen worden verwerkt in de begroting 2022: Loonontwikkeling Het gemiddelde percentage van de loonvoet overheidssector van de afgelopen 5 jaar (2016-2020) als ook van de afgelopen 3 jaar bedraagt 2,8% (bron: Centraal Plan Bureau, Macro Economische Verkenning 2021 september 2020). Vanaf 2021 voorspelt het CPB een trendbreuk van gemiddeld 1,9%. Derhalve is gekozen om de index te houden op 2,2% conform begroting 2021, hetgeen overeenkomt met het 10-jaarsgemiddelde 2016-2026. Indexering goederen en diensten In de begroting 2022-2026 wordt, net als in de begroting 2021, gerekend met een indexering van 2%, gebaseerd op de ontwikkeling van de Consumenten Prijsindex van het CPB van de afgelopen jaren (bron: Centraal Plan Bureau, Macro Economische Verkenning 2021 d.d. september 2020). Hierbij is tevens rekening gehouden met de hogere indexering van ICT-leveranciers.
Proceskosten Door ontwikkelingen in de wetgeving betreffende de tegemoetkoming in de proceskosten – door het afschaffen van een zogenaamde Fierensdrempel die stelde dat bij minimale waardeverschillen de waarde gehandhaafd diende te blijven – is het sinds 2014 rendabel geworden voor zogenaamde WOZbureaus om namens burgers bezwaar te maken tegen de WOZ-waarde, waarbij deze bureaus de tegemoetkoming proceskosten kunnen opstrijken. Dit heeft landelijk geresulteerd in een forse stijging van de proceskosten, waarbij er een discrepantie is tussen hoogte van de kostenvergoeding en restitutie van belastingbedragen. Bovendien leggen genoemde bedrijven een onevenredig beslag op tijd van de samenwerkingen, zo ook voor BsGW. Vanaf 2014 ziet ook BsGW zich geconfronteerd met een toename van de WOZ-proceskostenvergoeding. Zie onderstaande tabel:
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 12 van 66
Ontwikkeling proceskosten BsGW (begroting) Bedragen * € 1.000,2020 2.000
Proceskosten BsGW
2021 2.040
2022 2.081
2020 2021 2.700-3.000
2022
Ontwikkeling proceskosten BsGW (realisatie/prognose) Bedragen * € 1.000,Proceskosten BsGW
2014 595
2015 621
2016 1.167
2017 1.332
2018 1.700
2019 1.500
Hoewel in 2019 een lichte daling te zien was in zowel de ingediende bezwaren als de uitbetaalde proceskostenvergoeding, zien we juist in 2020 een forse stijging. Het aantal ingediende bezwaren steeg met bijna 50% en de bezwaren via een gemachtigde stegen met ruim 75%, terwijl de stijging bij bedrijven en particulieren is toegenomen met ruim 20% ten opzichte van 2019. Deze ontwikkeling is ook landelijk zichtbaar, zowel qua toename van het totaal aantal ingediende bezwaren als het feit dat steeds meer burgers en bedrijven gebruik maken van een NCNP-bureau of andere gemachtigden. De proceskostenvergoeding in de jaarschijf 2022 uit de vastgestelde begroting 2021 en meerjarenbegroting 2021-2025 is ingeschat op € 2,08 miljoen. Gezien bovenstaande ontwikkelingen en het feit dat de tarieven voor de proceskostenvergoeding elk jaar worden verhoogd, wordt in de begroting 2022 rekening gehouden met € 3 miljoen aan proceskostenvergoeding. Het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft op basis van voornoemde ontwikkelingen een onderzoek ingesteld naar de ontwikkeling van het aantal bezwaren en de in verband hiermee toegekende kostenvergoedingen met als doel scherp te krijgen in hoeverre de no cure, no pay bureaus juridische procedures bij WOZ-beschikkingen en BPM-aangiftes hoofdzakelijk inzetten als verdienmodel voor de verkrijging van proceskostenvergoedingen.
Het onderzoek, uitgevoerd in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum, heeft niet het gewenste resultaat opgeleverd. De waardebepaling als zodanig wordt als kern van het probleem bestempeld. De onderzoekers zijn van mening dat de no cure, no pay bureaus met hun handelwijze willen ‘profiteren’ van de vigerende wet- en regelgeving. Hierover is het laatste woord nog niet gezegd. Daarnaast ligt er ten tijde van dit schrijven een ontwerpbesluit ten aanzien van een wijziging in het Besluit proceskosten bestuursrecht. Dit ontwerpbesluit verhoogt de proceskostenvergoeding die de burger krijgt als hij met succes een overheidsbesluit aanvecht bij de bestuursrechter. Deze verhoging geldt echter niet bij bezwaren en administratieve beroepen (kwijtschelding). Het gaat om een verhoging van de standaardbedragen met 40%. Ook krijgt de bestuursrechter een explicietere bevoegdheid om een hogere vergoeding toe te kennen dan het standaardbedrag als hij vindt dat de overheid in een concrete zaak evident onredelijk is geweest voor de burger. De wijzigingen leiden (verhoging van de forfaitaire vergoeding) of kúnnen leiden (expliciete bevoegdheid van de bestuursrechter tot toekenning van een boven forfaitaire vergoeding bij kennelijk onredelijk handelen van het bestuursorgaan) tot hogere proceskostenvergoedingen.
Vooralsnog worden geen extra kosten voorzien en wordt derhalve hiermee geen rekening gehouden in de begroting. Op basis van wijzigingen in wet- en regelgeving en recente jurisprudentie vindt steeds een kritische beschouwing plaats van het huidige beleidskader en interne werkinstructies, en worden indien noodzakelijk of wenselijk processen aangepast. Elk kwartaal, bij de bestuursrapportage, wordt de actuele stand van zaken weergegeven via een mededeling aan het bestuur.
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 13 van 66
Stimuleringsregeling Vanaf 1-1-2017 is het voor medewerkers vanaf 10 jaar voor hun AOW-leeftijd mogelijk om minder te gaan werken met het oog op strategisch formatiebeheer nu en in de toekomst. De maatregel behelst compensatie salaris en pensioenopbouw tot het moment dat de deelnemende medewerker de AOWgerechtigde leeftijd bereikt en uitstroomt. Medewerkers kunnen gebruik maken van de regeling vanaf 2017 tot en met 2020, waarbij vanuit deze regeling de financiële effecten merkbaar zijn tot de definitieve (pensioen) uitstroom uiterlijk 2029. De stimuleringsregeling wordt budgetneutraal uitgevoerd; deze kosten worden binnen de begroting van BsGW opgevangen. In het AB van 8 oktober 2020 is besloten deze regeling niet meer te verlengen. De belangrijkste redenen zijn een versnippering van fte’s, toename van het aantal parttimers naast het feit dat het een kostbare regeling is. Waarderen op gebruiksoppervlakte: project Vanaf 1 januari 2022 is er een verplichting om woningen te waarderen op basis van de gebruiksoppervlakte. Voor de transitie van inhoud naar gebruiksoppervlakte hebben de gemeentelijke deelnemers BsGW verzocht de regie van dit project op zich te nemen, in nauwe samenwerking met de gemeenten en het Gegevenshuis. Dit traject is eind 2021 afgerond. Voor de erop volgende beheerfase, zie hierna.
Waarderen op gebruiksoppervlakte: beheerfase Zoals hiervoor aangegeven is er vanaf 1 januari 2022 een verplichting om woningen te waarderen op basis van de gebruiksoppervlakte. Daarvoor gebruikte BsGW de bruto inhoud om woningen te waarderen. De gebruiksoppervlakte is een authentiek gegeven en wordt door de inliggende gemeenten (of gegevenshuizen) beheerd in de Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG). Namens en op verzoek van de deelnemers heeft BsGW de regie van dit transitieproject (2019-2021) op zich genomen, in nauwe samenwerking met de gemeenten en het Gegevenshuis. Eind 2020 en in de loop van 2021 zal voor steeds meer gemeenten de transitie gereed zijn. Dan start de beheerfase: het bijhouden en actueel houden van de gegevens. In 2020 zijn gemeenten en BsGW in overleg gegaan hoe de beheerfase (feitelijk de voorloper op de samenhangende objectenregistratie SOR, paragraaf 5.2 pagina 27) ingericht dient te worden en hoe het beheer op termijn wordt belegd. Regieportaal Een werkgroep, bestaande uit BAG- en/of contractmanagers van de gemeenten Beek, Beesel, Bergen, Gulpen-Wittem, Roermond, Stein en Valkenburg, Het Gegevenshuis (Landgraaf) en BsGW, heeft onder begeleiding van een externe marktpartij een onderzoek uitgevoerd en unaniem als oplossingsrichting gekozen om te willen gaan werken met een zogenaamd regieportaal.
Dit is een applicatie die in staat is om relevante gegevens voor zowel de BAG (gemeente) als de WOZ (BsGW) op een efficiënte manier uit te wisselen en te tonen, zowel administratief als geografisch. De samenhang tussen beide administraties blijft zo kwalitatief op peil, gegevens blijven 1 op 1 lopen en er is realtime inzicht in de verschillende databronnen. Het portaal is dus zowel voor de gemeenten, de op GEO-gebied aan de gemeente gerelateerde samenwerkingsverbanden, als ook voor BsGW van belang en voor alle partijen te benaderen en te gebruiken. Nut en noodzaak om over dit portaal te beschikken is voor de werkgroepleden evident en staat los van welke positie BsGW, de deelnemende gemeente(n) en de gegevenshuizen in zullen gaan nemen in relatie tot de samenhangende objectenregistratie (SOR). Met betrekking tot de samenhangende objec-
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 14 van 66
tenregistratie dienen nog bestuurlijke keuzes gemaakt te worden. Totdat de samenhangende objectenregistratie een feit is, dienen de omzettingen naar gebruikersoppervlakte en andere relevante gegevens actueel te worden gehouden en te kunnen worden uitgewisseld tussen de verschillende partijen: de beheerfase. Net als bij het project ‘Waarderen op gebruiksoppervlakte’ voert BsGW de regie van beheerfase uit namens de deelnemers. Dit betreft de periode 2021-2024, de wettelijke ingangsdatum van de SOR is vooralsnog gepland voor 1-1-2025. De totale kosten voor de aanschaf van het regieportaal zijn begroot op € 1 miljoen en zullen (vooralsnog tot en met 2024) worden opgenomen in de (meerjaren)begroting 2022 en via de kostenverdeelmethode worden doorbelast naar de gemeentelijke deelnemers op basis van het aandeel in het totale aantal WOZ-objecten. Mutatiedetectie Voor het in beheer krijgen en houden van de WOZ-administratie is enkel de stroom van bouw- en sloopvergunningen vanuit de gemeenten of gegevenshuizen inmiddels onvoldoende. Onder andere door vergunningsvrije (en illegale) bouw en sloop en in de toekomst de werking van het omgevingsplan in het kader van de Omgevingswet, zijn andere inwinningstechnieken noodzakelijk geworden. In het project Waarderen op gebruiksoppervlakte is voor elke gemeente eenmalig een WOZmutatiedetectie uitgevoerd.
WOZ-mutatiedetectie betreft het op basis van luchtfoto’s, obliekfoto’s, de BAG- en de WOZ-administratie inzichtelijk maken welke WOZ-onderdelen opgevoerd en afgevoerd moeten worden in de WOZ-administratie. Deze wijzigingen worden gestructureerd aangeleverd zodat deze automatisch verwerkt kunnen worden in de WOZ-administratie. Het beter inzichtelijk hebben van de mutaties door het uitvoeren van de WOZ-mutatiedetectie draagt dan ook bij aan het verbeteren van de WOZ-waardering. Om de gegevens vanuit het project Waarderen op gebruikersoppervlakte actueel te houden dient de WOZ-mutatiedetectie jaarlijks te worden uitgevoerd. De gemeente maakt daarbij de keuze om de WOZ-mutatiedetectie zelf uit (te laten) voeren of door BsGW uit te laten voeren. De WOZmutatiedetectie kan immers het beste uitgevoerd worden samen met de BAG/BGT-mutatiedetectie die enkele gemeenten al jaarlijks laten uitvoeren. Het samenvoegen van de WOZ-mutatiedetectie met de BAG/BGT mutatiedetectie is efficiënt en economisch het voordeligst. Visie op dienstverlening In het OOP is aangegeven dat voor BSGW visie op dienstverlening en een bijbehorend dienstverleningsconcept wordt opgesteld. In de visie geven we aan hoe we via verschillende kanalen onze klanten willen bedienen. Aandachtspunten uit de klantenmonitor worden hierin meegenomen.
In 2020 is de Visie op dienstverlening voor belastingplichtigen, inclusief dienstverleningsnormen, vastgesteld. In 2021 wordt, via een afzonderlijk traject, ook een visiedocument opgesteld met betrekking tot de dienstverlening aan deelnemers inclusief dienstverleningsnormen. De eventuele kosten zullen binnen de begroting van BsGW worden opgevangen. Informatievoorziening en ICT BsGW maakt deel uit van een sterk veranderende omgeving waarin de steeds verdere digitalisering van de informatievoorziening een belangrijke ontwikkeling is en impact zal krijgen op de bedrijfsvoering van BsGW. De interne processen en informatievoorziening van BsGW dienen op deze ontwikkelingen afgestemd te worden. Onderstaand volgt een toelichting op deze ontwikkelingen:
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 15 van 66
Collectieve Infrastructuur
o
Aansluiten bij deze ontwikkeling is alleen maar mogelijk wanneer de organisatie beschikt over een betrouwbare, veilige en robuuste IT-infrastructuur. Ontwikkelingen die hiervoor zorgen zijn: •
De Generieke Digitale Infrastructuur (GDI)
•
de Gemeentelijke Gemeenschappelijke infrastructuur (GGI)
•
Common Ground
De GDI bestaat uit digitale basisvoorzieningen waarmee overheidsorganisaties hun primaire processen kunnen inrichten. Denk onder meer aan Mijn Overheid Berichtenbox en eHerkenning. Door vanuit de gebruiker te redeneren, wordt in kaart gebracht en onderzocht welke doorontwikkeling van de GDI wenselijk is, hoe regie wordt georganiseerd en hoe met GDI voorzieningen de processen verbeterd worden. De Gemeentelijke Gemeenschappelijke Infrastructuur (GGI) is een veilige digitale infrastructuur, aangesloten op andere beveiligde overheidsnetwerken, waardoor samenwerken tussen gemeenten en andere overheden beter, veiliger en makkelijker wordt. De GGI wordt fasegewijs en projectmatig ontwikkeld, zodat kan worden ingespeeld op landelijke veranderingen zoals de Omgevingswet. De GGI vormt de technische basis waarin toegewerkt wordt naar een gemeentelijke cloud, die uiteraard is aangesloten op de landelijke GDI. De Common Ground is een informatiekundige visie die de modernisering van de gemeentelijke dienstverlening en bedrijfsvoering mogelijk maakt. Betrokkenen krijgen directe toegang tot gedeelde informatiebronnen. Ze versnelt de ontwikkeling van dienstverlening en bedrijfsvoering door het omarmen van nieuwe technologie. Common Ground is geïnitieerd en wordt uitgevoerd door gemeenten en gemeentelijke organisaties zelf. De VNG faciliteert deze ontwikkeling.
Deze ontwikkelingen zullen door BsGW nadrukkelijk worden gevolgd en hebben een plaats in de Ivisie (zie hierna). I-visie
o
In 2020 is een I-visie ontwikkeld. De I-visie vormt de basis voor de vormgeving van de informatievoorziening naar de toekomst. Naast een visie is er ook een visie en strategiedocument voor de afdeling IPA zelf opgesteld. Deze twee documenten gecombineerd geven een duidelijk beeld over de I-strategie van BsGW en de wijze waarop de afdeling IPA wordt geherstructureerd. Dit is verwoord in het document “oplegnotitie I-visie en I-strategie BsGW”. Tevens wordt een stappenplan opgesteld met activiteiten en projecten om de opgestelde visie in de komende jaren vorm te geven. Enkele belangrijke pijlers van dit plan zijn het vervangen van zowel de ICT-infrastructuur (afloop huidige contract 31-05-2022) als het huidige belastingpakket (afloop huidige contract 31-12-2021) via een
Europese
aanbesteding.
Daarnaast
is
er
aandacht
voor
externe
ontwikkelingen
die op de organisatie afkomen, zoals de samenhangende objectenregistratie (SOR), landelijke voorzieningen, gegevensuitwisseling via de common ground gedachten. Ook enkele interne ontwikkelingen zijn opgenomen zoals het digitaal werken. Het doorvoeren van verbeteringen in het kader van informatie- en archiefbeheer zijn noodzakelijk om dit mogelijk te maken. De aanschaf van een Document Management Systeem c.q Record Management systeem is daarvoor nodig. Eind 2020 is gestart met de (voorbereiding van) de Europese aanbesteding.
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 16 van 66
Harmonisatie Op dit moment zijn er veel varianten die als heffingsgrondslag voor de verschillende belastingsoorten gelden. Dit maakt het inrichten van de processen, inclusief automatisering hieromheen, ingewikkeld. Maatwerk, work-arounds en meer zijn hiervoor nodig. Op 6 juli 2020 heeft een strategisch overleg tussen het DB en MT van BsGW plaatsgevonden. Harmonisatie was een van de onderwerpen waarover gesproken is. Het DB heeft gevraagd om de uitgangspunten hiervoor op te schrijven en van daaruit de te zetten stappen in kaart te brengen. De hoofdopgaven van standaardisering gaat om de vraag ‘Hoe kan BsGW tegen lagere kosten een gelijkblijvende of hogere service bieden aan de deelnemers’. Maar zeker ook de bestuurlijk veel gestelde vraag ‘Hoe krijgen deelnemers meer grip en sturing op kosten’ wordt hiermee beantwoord: door vooraf te gaan bepalen welke producten in welke vorm/variant tegen welke prijs door een deelnemer worden afgenomen. Omdat deze opgave meerdere aspecten kent, zullen deze worden benoemd en beschreven. Beleidsvrijheid, maakbaarheid, juridische juistheid maar ook toekomstige ontwikkelingen spelen hierbij een rol; naast de verdeling van deze kosten. De inzichten die bij de eerste stappen van dit gehele proces verkregen worden, zullen een belangrijke rol spelen in de aanbesteding van de belastingapplicatie die BsGW in 2022 moet aanbesteden.
Omdat het hierbij steeds meer gaat over SaaS-oplossingen (software als een service, waarbij workarounds en aanpassingen niet mogelijk of niet wenselijk zijn), is tijdig inzicht van belang. Gezien het gegeven dat BsGW haar belastingpakket moet gaan aanbesteden, zal hier bij de planning van de harmonisatie-exercitie rekening mee moeten worden gehouden. Gezien het feit dat er liefst 13 scenario’s zijn uitgewerkt als mogelijke kostenverdeelmethode bij de start van BsGW, zal het nog een opgave worden om te komen tot herijking van de huidige kostenverdeelsystematiek. Het advies vanuit BsGW is om een eventuele nieuwe kostenverdeelmethode door een externe partij op te laten stellen. Qua moment van herijking adviseert BsGW om dit pas te doen op het moment dat alles rondom harmonisatie zijn beslag heeft gekregen en het basispakket een feit is. Daarmee ontstaat namelijk de kans om de nieuwe verdeelmethodiek toe te passen op een (in de toekomst) lagere bijdrage en is het eenvoudiger de heroverweging te maken als er meer voordeel te verdelen is. Besluitvorming staat gepland eind 2021/medio 2022. Dat de kosten voor de baten uitgaan is evident, echter thans is nog niet duidelijk wat de financiële impact op de begroting 2022 zal zijn.
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 17 van 66
3.4.2 Mogelijke ontwikkelingen De volgende mogelijke ontwikkelingen hebben invloed op de bedrijfsvoering en de kosten van BsGW, maar zijn niet opgenomen in de begroting 2022: Fiscale Vereenvoudigingswet 2017 In het kader van belastingvereenvoudiging is op 21-12-2016 de Fiscale Vereenvoudigingswet 2017 aangenomen, die op 1 januari 2017 in werking is getreden. Dit is een rijksregeling die zijn weerslag kan hebben op diverse andere regelingen, zoals de Invorderingswet 1990. Tot 2017 was er een aparte rechtsgang met betrekking tot eventuele geschillen over uitstel van betaling en kwijtschelding, namelijk administratief beroep bij het bestuursorgaan. Dit betekent dat dit de enige (en laatste) mogelijkheid was ten aanzien van deze twee procedures. In de Fiscale Vereenvoudigingswet 2017 wordt aangesloten op de reguliere rechtsbescherming. Dit betekent dat er in eerste instantie bezwaar ingediend kan worden en vervolgens beroep kan worden ingesteld bij de bestuursrechter (bij de rechtbank (in eerste aanleg), het gerechtshof (in hoger beroep) en de Hoge Raad (in cassatie)). De Fiscale Vereenvoudigingswet 2017 is een rijksregeling. Indien deze wijzigingen ook voor decentrale overheden worden geformaliseerd, leidt dit tot extra werkzaamheden bij BsGW. Er worden immers extra rechtsbeschermingsstappen in de procedure ingebouwd: bezwaar, hoger beroep en cassatie.
Daarnaast zal dit naar verwachting leiden tot een (forse) toename van de proceskostenvergoedingen. In de huidige situatie kan geen aanspraak worden gemaakt op de proceskostenvergoeding. Dit is wel het geval indien de procedures onder de reguliere rechtsbescherming van bezwaar en beroep (rechtbank) gaan vallen. Daarnaast leidt deze nieuwe wetgeving wellicht tot een nieuwe markt voor de zogenaamde beroepsmatige gemachtigden (eventueel op ‘no cure, no pay’ basis) om namens burgers bezwaar/beroep te maken waarbij deze gemachtigden de tegemoetkoming proceskosten als mogelijke inkomsten zien. Vanwege eenvoud en eenduidigheid voor de belastingbetaler hebben de decentrale overheden sinds jaar en dag als uitgangspunt bij formele invorderings- en kwijtscheldingswetgeving dat zij het beleid van het Rijk volgen, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om daarvan af te wijken. De reactie van de commissie Invordering van de Landelijke Vereniging Lokale Belastingen (LVLB) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) op de wet is dat deze weliswaar voorziet in een verbetering van de rechtsbescherming voor de verzoeker en een eenduidige werkwijze van afdoening ten opzichte van andere werkprocessen, maar dat de voorgestelde wijziging een forse (werk)druk met zich mee zal brengen bij zowel de kwijtschelding verlenende organisaties als de rechterlijke macht.
De beoogde inwerkingtreding voor de lokale overheden betreffende het onderdeel wijziging rechtsbescherming bij verzoeken uitstel van betaling en kwijtschelding was 1 januari 2019 maar is inmiddels opgeschort naar op zijn vroegst 1 januari 2022. In de huidige begroting van BsGW zijn dan ook geen proceskostenvergoedingen als gevolg van eventuele geschillen over uitstel van betaling en kwijtschelding opgenomen.
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 18 van 66
Voortgang implementatie Wet vereenvoudiging beslagvrije voet en Verbreding beslagregister Het invorderingsproces gaat wijzigen Grip op de invorderingspraktijk van overheden is politiek actueel nu de Ombudsman vaststelt dat veel mensen met betalingsproblemen er verder door in het nauw worden gebracht. Om mensen met schulden beter te helpen, is op 1 januari 2021 de nieuwe Wet vereenvoudiging beslagvrije voet (Wvbvv) in werking getreden. De beslagvrije voet – het bedrag waar schuldeisers niet aan mogen komen – blijkt in de praktijk vaak te laag te worden vastgesteld. Veel mensen met schulden komen daardoor onder het absolute bestaansminimum terecht, ook omdat schuldeisers niet van elkaar weten dat ze beslag leggen op hetzelfde inkomen. De nieuwe wet moet hier verandering in brengen. VNG Realisatie heeft in een Impactanalyse onderzocht wat de Wvbvv gaat betekenen voor gemeenten en welke acties zij moeten ondernemen om volgens deze wet te gaan werken. BsGW zal dus op dit vlak meer moeten samenwerken met onder andere sociale diensten en schuldhulpinstanties om mensen wegwijs te maken in de wetgeving en de mogelijkheden van kwijtschelding. Het berekenen van de beslagvrije voet wordt na invoering van de wet eenvoudiger en uniform door middel van een digitale rekentool.
Omdat zowel softwareontwikkelaars als een groot aantal organisaties hebben aangegeven voor onderdelen van hun proces een volledige inwerkingtreding per 1 januari 2021 niet te gaan halen is in de wet hiervoor een overgangstermijn tot 1 juli 2021 ingevoerd. De nieuwe beslagvrije voet heeft als gevolg dat het invorderingsproces aangepast moet worden. Er wordt daarnaast bij samenloop van meerdere beslagen één coördinerend deurwaarder aangewezen die de beslagvrije voet berekent, de betalingen regelt en communiceert met de schuldenaren en andere schuldeisers. VNG Realisatie start een implementatietraject om te ondersteunen bij de invoering van de Wvbvv. Een achterliggende ambitie is ook meer en eerder contact, wat er uiteindelijk aan gaat bijdragen dat bijvoorbeeld stapeling van schulden wordt voorkomen. Hier gaan de kosten zoals de te investeren tijd in maatwerk voor de baten uit. Bovendien zal een deel van de (financiële) voordelen niet bij BsGW belanden maar bij de gemeenten, omdat hier bijvoorbeeld schuldhulpverlening trajecten worden voorkomen. In de verschillende rapporten wordt aangegeven dat de kosten die hierbij komen, zoals een tarief per berekening, uitwisseling van gegevens en realiseren van real-time koppelingen niet zondermeer op de schuldenaar doorberekend mogen worden.
Verbreding beslagregister Gekoppeld aan het programma ‘Verbreding beslagregister’ werkt de staatssecretaris aan het wetsvoorstel ‘Stroomlijning keten voor derdenbeslag’. Inmiddels is de internetconsultatie gesloten en worden de reacties verwerkt. Het is de bedoeling dat overheidsorganisaties en deurwaarders informatie uitwisselen over beslagen en verrekeningen van mensen met schulden. Op basis van deze informatie kunnen zij bij de vaststelling van de beslagvrije voet en bij het leggen van beslag beter rekening houden met reeds lopende beslagen en verrekeningen. Dit zorgt in het verlengde van de nieuwe beslagvrije voet voor een betere borging van het bestaansminimum van de schuldenaar. De met het wetsvoorstel te realiseren gegevensuitwisseling maakt het daarnaast ook mogelijk om in bepaalde gevallen een afweging te maken met betrekking tot de proportionaliteit van een beslaglegging. Hierdoor wordt voorkomen dat een schuldenaar te maken krijgt met onnodige kosten. De organisaties die gaan deelnemen aan de gegevensuitwisseling zijn uitgenodigd de uitvoerbaarheid van het wetsvoorstel te toetsen. De inhoud van
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 19 van 66
de consultatiereacties en uitvoeringstoetsen bepalen mede de datum van de inwerkingtreding. Het wetsvoorstel is eind 2020 aan de Tweede Kamer aangeboden. Herziening beslag- en executierecht De “Wet van 3 juni 2020 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Faillissementswet in verband met de herziening van het beslag- en executierecht (Stb. 2020, 177)” beoogt het bestaansminimum van schuldenaren te beschermen, beslag en executie efficiënter te maken en te voorkomen dat beslag en executie uitsluitend als pressiemiddel worden ingezet. De wet is op 1 oktober 2020 in werking getreden. De nieuwe wet betekent dat nogal wat wijzigingen in het invorderingsbeleid en uitvoeringsproces moeten worden doorgevoerd. Naast deze wetswijzigingen en landelijke ontwikkelingen staan ook nog op het programma de uitbreiding van de toepassing van de overheidsvordering en de recentelijk geïntroduceerde ‘betalingsvordering’: een (vereenvoudigd) derdenbeslag door de ambtenaar belast met de invordering waarbij inzet van de belastingdeurwaarder niet altijd meer noodzakelijk lijkt. Bovenstaande ontwikkelingen hebben naar verwachting (financiële) gevolgen voor de begroting 2022 van BsGW. Meer inzicht op de (financiële) effecten hiervan wordt in de loop van 2021 verwacht, mede ingegeven door het feit dat er mogelijk een overgangstermijn in de wet wordt opgenomen.
Op basis van de huidige contouren is echter al evident dat, wil BsGW tegemoetkomen aan deze wettelijke eisen, er investeringen gedaan moeten worden in specifieke software en gegevensuitwisseling (€ 250.000,-), naast uitbreiding van capaciteit met minimaal 1 fte. Overigens kan dit niet los gezien worden van de waarschijnlijk positieve impact op de (gemeentelijke) schuldhulpverlening. Gezien het maatschappelijke belang is BsGW momenteel met de VNG, de kredietbank Limburg en de SVB in gesprek om de kaders te verkennen. Naar verwachting zal BsGW na de zomer van 2021 in overleg gaan met de deelnemers. Lagere opbrengst vervolgingskosten en invorderingsrente Als gevolg van COVID-19 zijn in 2020 op verzoek van de deelnemers van BsGW verschillende maatregelen genomen om met name de ondernemers, die zijn getroffen door deze pandemie, te ontzien, zoals: • kosteloze betalingsherinnering, • coulance met betrekking tot aanvraag betalingsregeling, • lage invorderingsrente (0,01% in plaats van 4%). Dit heeft geresulteerd in een lagere opbrengst vervolgingskosten en invorderingsrente in 2020 van minimaal € 800 duizend. De gevolgen van COVID-19 op de langere termijn zijn op dit moment moeilijk in te schatten en daarom ook niet meegenomen in de begroting.
Mocht er bestuurlijk worden gekozen om (een deel van) de COVID-maatregelen te continueren, dan heeft dit uiteraard gevolgen voor de begroting van BsGW, tot uitdrukking komend in lagere opbrengsten vervolgingskosten en invorderingsrente, en zal dit leiden tot een eventuele (tussentijdse) begrotingswijziging. Verruiming gemeentelijk belastinggebied Door de recente decentralisaties vanuit het Rijk, is het aantal taken waar de gemeenten voor staan toegenomen, terwijl bij die verschuiving de financiële ruimte die gemeenten krijgen niet mee is ontwikkeld. Tijdens het debat op 21 juni 2018 over de inning door de Belastingdienst heeft de staatssecretaris van Financiën aangegeven verbeteringen in het belastingstelsel in kaart te brengen voor de
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 20 van 66
volgende kabinetsperiode. Op 18 mei 2020 is het rapport ‘Bouwstenen voor een beter belastingstelsel’ opgesteld waarin concrete bouwstenen en voorstellen voor verbeteringen en vereenvoudigingen van het stelsel zijn benoemd. Naast schuiven tussen grondslagen en tarieven op rijksniveau behoort een verschuiving naar een ruimer gemeentelijk belastinggebied tot de mogelijkheden. Hoewel een wezenlijke wijziging dan wel toevoeging van belastingsoorten vergaande gevolgen kan hebben voor de bestaande processen binnen BsGW en zelfs voor de kostenverdeelmethode, is een dergelijke wijziging op korte termijn niet te verwachten. Omgevingswet Met de Omgevingswet wil de overheid de regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en samenvoegen. De vereenvoudiging heeft ook tot gevolg dat er meer vergunningsvrij gebouwd of verbouwd kan worden. BsGW zal hierdoor minder informatie over wijzigingen in de leefomgeving kunnen halen uit vergunningen en meldingen. Teneinde deze veranderingen te kunnen faciliteren, wordt het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) opgezet en stapsgewijs ontwikkeld. Het DSO dient per 2024 volledig operationeel te zijn. BsGW raadpleegt momenteel andere bronnen zoals bijvoorbeeld luchtfotovergelijking. BsGW voorziet dan ook dat de verwerking van de vergunningsvrije bouwmutaties arbeidsintensiever is dan de huidige werkwijze, zeker in de overgangsperiode.
In het kader van het project waarderen op gebruiksoppervlakte heeft er een nul-meting/mutatiedetectie plaatsgevonden waardoor deze mutaties in beeld worden gebracht. Voor de toekomst zullen hierover afspraken gemaakt dienen te worden. Een en ander ligt in lijn met de beheerfase van het project waarderen op gebruiksoppervlakte én in het verlengde van de uniforme objectenregistratie. Samenwerking / nieuwe deelnemers in BsGW Schaalvergroting op het gebied van belastingheffing en invordering heeft zowel financieel als qua kwaliteit van de dienstverlening een heel direct effect. Waterschap Limburg en 29 Limburgse gemeenten zijn onderdeel van de samenwerking. Slechts twee gemeenten in het werkgebied van BsGW zijn geen deelnemer. Eventuele groei heeft dan ook geen groot toekomstig (financieel) effect voor de zittende deelnemers. Uniforme samenhangende objectenregistratie (SOR) Een samenhangende objectenregistratie is een uniforme registratie met daarin basisgegevens over objecten in de fysieke werkelijkheid die zich voor gebruikers als één registratie gedraagt. Daaronder verstaan we objecten die in het terrein zichtbaar zijn, zoals gebouwen, wegen, water, spoorlijnen en bomen, terreindelen, aangevuld met enkele (administratieve) objecten als woonplaatsen, gemeentegrenzen en openbare ruimten.