CConstaterende datBergen (L)
Koppel je AI →
Document · PDF

motivering TAM-omgevingsplan Bergse Heide, Nieuw Bergen (fase II) vastgesteld

Gemeenteraad 7 oktober 2025, gemeente Bergen (L)Bij agendapunt: Voorstel tot vaststellen TAM-IMRO-plan Bergse Heide Nieuw Bergen fase II;30.733 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

| motivering TAM- omgevingsplan Bergse Heide, Nieuw Bergen (fase II) | status: vastgesteld |

Pagina | 81

Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën

Verkeer

Spuitzone

In het plangebied komen mogelijk zoogdieren en amfibieën voor, die onder de Ow zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), waarvoor in Limburg een vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud De beoogde ontwikkeling zorgt voor een verkeersaantrekkende werking met aansluitingen op de omliggende 30 km/uur- en 50 km/uurwegen. Het plan heeft een beperkte schaal waardoor het huidige wegennet de nieuwe toename gemakkelijk kan opvangen. Er wordt geen nadelig effect verwacht voor het milieu vanwege het aspect verkeer. Binnen een afstand van 50 m ten zuiden van het plangebied bevindt zich een akker waar met gewasbeschermingsmiddelen wordt gespoten. Gelet op de heersende windrichting zal het merendeel van de vanuit de akker komende wind langs het plangebied waaien. Met de wettelijke verplichting om op de totale spuittechniek 75% driftreductie toe te passen in combinatie met een afstand van 10-15 m van de akker tot de woningen en de filterende werking van een gemengde haag op de rand van de akker en het nieuwe woongebied kunnen negatieve gezondheidseffecten tot een minimum worden beperkt. Om te waarborgen dat deze driftreducerende maatregel ook daadwerkelijk wordt gerealiseerd, is een voorwaardelijke verplichting in de planregels opgenomen.

Bodem

Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is een voor- en verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 en NEN 5707 uitgevoerd. Uit het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de hypothese 'onverdachte locatie' stand houdt. In zowel de boven-als de ondergrond zijn geen van de onderzochte parameters aangetoond in een gehalte boven de waarde landbouw/natuur. In het grondwater is wel een overschrijding van de streefwaarde voor koper geconstateerd. Het aantreffen van zware metalen in het grondwater is echter een bekend verschijnsel in de regio NoordLimburg. Het verhoogde gehalte koper wordt

| motivering TAM- omgevingsplan Bergse Heide, Nieuw Bergen (fase II) | status: vastgesteld |

Pagina | 82

derhalve toegeschreven als van nature verhoogde achtergrondconcentratie. De vastgestelde milieuhygiënische bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen woningbouwontwikkeling. Water

Ten behoeve van het duurzaam verwerken van schoon hemelwater is er gekozen voor een tweevoudig watersysteem. Waterberging voor uitgeefbaar gebied (woningen) zal op eigen terrein (d.w.z. op het eigen woonperceel) worden gerealiseerd via infiltratiekratten. Het hemelwater vanuit de openbare ruimte wordt deels rechtstreeks naar een hoofdwadi geleid en deels indirect via twee groenstroken met twee nevenwadi’s langs de beide toegangswegen met een afvoerfunctie op de hoofdwadi. Hiermee wordt 100% van het al hemelwater dat binnen het nieuwe woongebied valt, ook binnen het woongebied zelf geborgen.

Voor de volledige m.e.r.-beoordeling wordt verwezen naar het rapport dat als bijlage 8 deel uitmaakt van deze motivering.

5.12.3 Conclusie De uitkomst van de uitgevoerde toets is dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het project die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De conclusie is dan ook dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten.

5.13 Niet gesprongen explosieven 5.13.1

Beoordelingskader

Op vele locaties in Nederland bevinden zich nog conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in de ondergrond, zoals niet ontplofte vliegtuigbommen (blindgangers), granaten, mijnen en (handwapen)munitie. Het gehele grondgebied van de gemeente Bergen heeft in de Tweede Wereldoorlog zwaar onder vuur gelegen. Bij eventuele grondwerkzaamheden en nieuwe ontwikkelingen in het plangebied, dient er uit het oogpunt van veiligheid en zorgvuldigheid gezocht te worden naar niet gesprongen explosieven (NGE). Met behulp van het explosievenonderzoek worden de aanwezigheid en risico’s van explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in kaart gebracht. De gemeente Bergen adviseert bij grondwerkzaamheden en nieuwe ontwikkelingen een detectieonderzoek uit te (laten) voeren. Dit onderzoek dient plaats te vinden in het kader van de Arbowetgeving en is in het kader van de ruimtelijke (planologische) procedure niet juridisch afdwingbaar. Het is echter te allen tijden de verantwoordelijkheid van de eigenaar van de grond om bij grondwerkzaamheden te zorgen voor een gezonde en veilige werkomgeving.

| motivering TAM- omgevingsplan Bergse Heide, Nieuw Bergen (fase II) | status: vastgesteld |

Pagina | 83

5.13.2

Vooronderzoek OO/CE

Er is een vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten uitgevoerd binnen het plangebied. Op basis van de beoordeelde feiten van het vooronderzoek is geconcludeerd dat er indicaties zijn voor de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. De volgende gevechtshandelingen/ontplofbare oorlogsresten gerelateerde handelingen hebben in en nabij het onderzoeksgebied plaatsgevonden: Artilleriebeschietingen De volgende ontplofbare oorlogsresten kunnen mogelijk in het onderzoeksgebied worden aangetroffen:

Voor het volledig onderzoek wordt verwezen naar het rapport dat als bijlage 9 deel uitmaakt van de motivering.

5.13.3 Conclusie Het onderzoeksgebied is geheel verdacht op ontplofbare oorlogsresten. Er is vervolgens een nader veldonderzoek uitgevoerd. Middels dit aanvullende onderzoek zijn de naoorlogse contra-indicaties in kaart gebracht. Hiervoor is een projectplan opgesteld d.d. 27-11-2024. De aangetroffen verstoringen in het gebied zijn vervolgens geïdentificeerd en verwijderd. Aangetroffen ontplofbare oorlogsresten en strategisch schroot zijn ter vernietiging overgedragen aan de EOD Defensie. In het proces-verbaal van oplevering d.d. 23-7-2025 is opgenomen dat het plangebied gevrijwaard is van ontplofbare oorlogsresten. Voor het volledige projectplan en voor het proces-verbaal van oplevering wordt verwezen naar het rapport dat als bijlage 10 deel uitmaakt van de motivering.

| motivering TAM- omgevingsplan Bergse Heide, Nieuw Bergen (fase II) | status: vastgesteld |

Pagina | 84

6.

MOTIVERING OP DE REGELS

6.1

Inleiding

In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op de bestaande situatie, het relevante beleid en de relevante milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het opstellen van dit TAM-IMRO Omgevingsplan, bestaande uit een plankaart (verbeelding) en regels. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de opzet van dit TAM-IMRO omgevingsplan. Daarnaast worden de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels verantwoord. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom bepaalde functies zijn aangewezen en waarom bepaalde bebouwing acceptabel is. Met het TAM-omgevingsplan ‘hoofdstuk 22a Bergse Heide, gemeente Bergen’ wordt de realisatie van 17 woningen mogelijk gemaakt. Deze wijziging op het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Bergen is technisch opgesteld conform het InformatieModel Ruimtelijke Ordening (IMRO), maar is inhoudelijk uitgewerkt op basis van de vereisten volgens de Omgevingswet.

6.2

Opzet regels

Op 1 januari 2024 is het omgevingsplan van rechtswege ontstaan. Dit omgevingsplan bestaat uit alle ruimtelijke plannen, waaronder bestemmingsplannen en wijzigingsplannen, en uit de Bruidsschat die de gemeente van het Rijk heeft ontvangen. In deze Bruidsschat zitten onder meer regels voor milieubelastende activiteiten en bouwactiviteiten. Gemeenten krijgen tot 1 januari 2032 de tijd om het omgevingsplan van rechtswege en andere regels over de fysieke leefomgeving om te zetten naar een nieuw omgevingsplan. Op grond van artikel 2.4 en 22.6 van de Omgevingswet kan de gemeenteraad het omgevingsplan van rechtswege (laten) wijzigen. Toepassing TAM-IMRO De Omgevingswet integreert wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Het DSO ondersteunt bij de uitvoering van de wet bestaat uit lokale systemen van overheden en de landelijke voorziening (DSO-LV), zoals Regels op de kaart en het Omgevingsloket. Er zijn tijdelijke alternatieve maatregelen (TAM’s) ontwikkeld voor organisaties die nog geen gebruik kunnen maken van lokale of landelijke onderdelen van het DSO. Een van deze TAM’s is TAM-IMRO. Bij TAM-IMRO wordt het omgevingsplan gewijzigd via de – onder de Wet ruimtelijke ordening gebruikte – IMRO-standaard en de voorziening ruimtelijkeplannen.nl. Het gebruik van TAM-IMRO is toegestaan tot en met 31 december 2025.

Als het ontwerp van een TAM-IMRO omgevingsplan uiterlijk 31 december 2025 ter inzage is gelegd, mag het ook na 1 januari 2026 worden afgemaakt met TAM-IMRO. Werkingsgebied De regels in dit TAM-IMRO omgevingsplan zijn van toepassing op de locatie Bergse Heide, waarvan de geometrisch bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0893.TOP24002H22BBH7-VA01, zoals vastgelegd op https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart.nl. In hoofdstuk 1 van deze motivering is een overzichtskaart van het werkingsgebied c.q. plangebied opgenomen.

6.2.1 Preambule In de preambule is opgenomen dat het TAM-IMRO omgevingsplan gelezen moet worden als een extra hoofdstuk in het gemeentelijk omgevingsplan en de artikelen als paragrafen van dat hoofdstuk. Dit om onduidelijkheden met het omgevingsplan van rechtswege te voorkomen.

| motivering TAM- omgevingsplan Bergse Heide, Nieuw Bergen (fase II) | status: vastgesteld |

Pagina | 85

6.2.2 Inleidende bepalingen Hoofdstuk 1 bevat bepalingen die gelden voor het gehele plangebied en bestaat uit: artikel 1 Begripsbepalingen: In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen, voor een eenduidige interpretatie van deze begrippen. artikel 2 Toepassingsbereik: Dit artikel geeft aan voor welk werkingsgebied de regels van toepassing zijn. Tevens wordt aangegeven dat specifieke artikelen uit de Omgevingswet en het Omgevingsplan van rechtswege niet van toepassing zijn indien strijdigheid bestaat met de regels uit het TAM-IMRO omgevingsplan. artikel 3 Meet- en rekenbepalingen: Dit artikel geeft onder meer bepalingen waar mag worden gebouwd en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. Artikel 4 Aanvraagvereisten: In dit artikel is aangegeven dat de aanvraagvereisten uit artikel 22.5.2 van het omgevingsplan van rechtswege ook van toepassing zijn verklaard op omgevingsvergunningaanvragen vereist op basis van het TAM-IMRO omgevingsplan. Artikel 5 Zorgplicht: Dit artikel geeft aan dat een ieder bij de uitvoering van activiteiten als bedoeld in dit plan moet zorgdragen voor de fysieke leefomgeving en nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving moet voorkomen.

6.2.3 Functies en activiteiten In hoofdstuk 2 is opgenomen welke functies binnen het plangebied zijn toegestaan. Per toegestane functie is aangegeven waar en hoe het bouwen ten behoeve van de functie is toegestaan en welk gebruik van gronden en bouwwerken mogelijk is. In paragraaf 6.3 worden de verschillende functies en gebiedsaanduidingen toegelicht en wordt ook per functie aangegeven waarom voor bepaalde gronden voor deze toedeling is gekozen.

6.2.4 Algemene bepalingen Hoofdstuk 3 bevat de algemene bepalingen. Deze bepalingen gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: artikel 9 Anti-dubbeltelregeling: Een anti-dubbeltelregeling is op zichzelf binnen het stelsel van de Omgevingswet in het Omgevingsplan niet langer verplicht, maar mag wel opgenomen worden. Er is gekozen om deze regeling te handhaven. De anti-dubbeltelbepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens het Omgevingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. artikel 10 Algemene bouwregels: Dit artikel bevat regels ten aanzien van het bouwen van ondergrondse bouwwerken en de verplichting tot het voorzien in voldoende waterberging en parkeergelegenheid (beide op eigen terrein) in het kader van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. artikel 11 Algemeen gebruiksverbod: In dit artikel is het principe vastgelegd dat gebruik uitsluitend is toegestaan in overeenstemming de ter plekke toegestane functies. artikel 12 Algemene afwijkingsregels: Dit artikel bevat bepalingen ten aanzien van beperkte afwijkingen ten opzichte van de in hoofdstuk 2 toegestane functies en bouwmogelijkheden.

Voor deze afwijkingen geldt een omgevingsvergunningplicht. Artikel 13 Overige regels: Dit restartikel bevat een regeling inzake het peilmoment voor regelgeving en de verhouding tussen de regels voor functies, activiteiten en (gebieds)waarden.

| motivering TAM- omgevingsplan Bergse Heide, Nieuw Bergen (fase II) | status: vastgesteld |

Pagina | 86

6.2.5 Beschermen van waarden In hoofdstuk 4 zijn de regels opgenomen die specifieke waarden die concrete functiegebieden overstijgen binnen het plangebied beschermen. Het kan hier gaan om archeologische waarden. In paragraaf 6.3 wordt de waardenregeling toegelicht.

6.2.6 Overgangsbepalingen In hoofdstuk 5 staan de overgangs- en slotbepalingen. In artikel 15 is het overgangsrecht beschreven. Hierin wordt aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met het TAM omgevingsplan.

6.3

Nadere motivering op de regels

Kenmerk van de Nederlandse regelgeving op het gebied van de fysieke leefomgeving is dat er sprake is van een ‘ja, mits’-principe. Het omgevingsplan geeft voor veel functies aan onder welke voorwaarden ze voorstelbaar/inpasbaar zijn binnen het werkingsgebied of specifieke deelgebieden binnen het werkingsgebied. Het omgevingsplan vormt het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan welke functies op welke locaties binnen het werkingsgebied voorstelbaar worden geacht (en onder welke voorwaarden). Binnen STOP-TPOD (de technische werkwijze voor omgevingsplannen) wordt aan regels uit het omgevingsplan zoveel mogelijk een werkingsgebied toegekend. In dit TAM-omgevingsplan is dit uitgangspunt waar mogelijk aangehouden. Artikel 6 Groen Binnen dit gebied zijn groenvoorzieningen, voorzieningen van algemeen nut, evenementen, waterhuishoudkundige voorzieningen, bermen en beplanting, paden en speelvoorzieningen toegestaan. Verder is ter plaatse van een concrete aangeduide strook de realisatie en behoud van een windsingel ten behoeve van de af-en bescherming van het plangebied i.v.m. een spuitzone verplicht.

Artikel 7 Verkeer Binnen dit gebied zijn wegen, straten, paden en pleinen met hoofdzakelijk een verblijfsfunctie, voet- en rijwielpaden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, waaronder bermen en beplanting, waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en waterpartijen, evenementen, straatmeubilair en kunstwerken toegestaan.

Artikel 8 Wonen Dit gebied is toegekend aan het uitgeefbaar gebied ten behoeve van de beoogde woningen (met tuinen, erven en parkeervoorzieningen). De planregels regelen zaken als; het maximaal aantal te bouwen woningen, concrete bouwlocaties voor hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken, toegelaten woningtypen, inhoud, oppervlakte, goot-en bouwhoogten. Dit gebied is ook bedoeld voor waterhuishoudkundige voorzieningen. De planregels kennen verder nog een voorwaardelijke verplichting inhoudende dat het gebruik van deze gronden en daarbij behorende gebouw(en) uitsluitend is toegestaan onder de voorwaarde dat de gronden met de functie 'Groen' binnen 24 maanden na het onherroepelijk worden van dit TAM-omgevingsplan, landschappelijk ingepast zijn, conform de door het bevoegd gezag geaccordeerde landschappelijke inrichtingsschets welke als bijlage aan de planregels is gehecht en deze landschappelijke inpassing ook onderhouden en gehandhaafd blijft, met dien verstande dat de van de landschappelijke inpassing deel uitmakende de windsingel binnen 12 maanden na het onherroepelijk worden van dit TAM-omgevingsplan moet zijn gerealiseerd en in stand wordt gehouden.

| motivering TAM- omgevingsplan Bergse Heide, Nieuw Bergen (fase II) | status: vastgesteld |

Pagina | 87

Artikel 14 Waarde-Archeologie 5 Specifieke gebiedswaarden worden in dit TAM-omgevingsplan toegekend aan gebieden waar middelhoge archeologische verwachtingen voor gelden, namelijk via de planregels voor het gebied met ‘WaardeArcheologie 5’. Er geldt een archeologische onderzoeksplicht bij verstoringen met een oppervlakte van meer dan 2.500 m² per bouwperceel en een diepte van meer dan 50 cm. Er geldt een bouwverbod, tenzij uit archeologisch onderzoek blijkt dat ter plaatse geen archeologische waarden onevenredig (kunnen) worden geschaad. Bouwen is wel altijd mogelijk zolang het te verstoring oppervlak niet groter is dan de genoemde 2.500 m² per bouwperceel.

| motivering TAM- omgevingsplan Bergse Heide, Nieuw Bergen (fase II) | status: vastgesteld |

Pagina | 88

7.

UITVOERBAARHEID

7.1

Economische uitvoerbaarheid

7.1.1

Financieel economische haalbaarheid

Als op voorhand duidelijk is dat de toegedachte functie om financiële redenen op langere termijn niet zal worden gerealiseerd, behoort de functie niet mogelijk te worden gemaakt. In plaats van een uitvoerbaarheidstoets bevat het Omgevingsplan eigenlijk een onuitvoerbaarheidstoets. Het omgevingsplan mag namelijk geen regels bevatten die op voorhand onuitvoerbaar zijn. Ten eerste zal worden beoordeeld of een ontwikkeling binnen een redelijke termijn uitvoerbaar is, gelet op de aard en omvang van de voorziene ontwikkeling en het gebied waar deze ontwikkeling is voorzien. Ten tweede zal worden beoordeeld of deze ontwikkeling binnen die redelijke termijn financieel haalbaar is, en zo ja, hoe de gemeenteraad dat inzichtelijk heeft gemaakt. In deze motivering is onderbouwd dat met het voorliggende besluit tot wijziging van het omgevingsplan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt bereikt en dat de toegekende functies binnen een redelijke termijn kunnen worden gerealiseerd. Gelet hierop kan aangenomen worden dat de realisatie economisch uitvoerbaar is. Op voorhand is er geen reden om aan te nemen dat de toegekende functies om financiële redenen niet binnen een redelijke termijn kunnen worden gerealiseerd.

7.1.2 Kostenverhaal Publiekrechtelijk kostenverhaal vindt in het concrete geval niet langer plaats via de omgevingsvergunning, maar door middel van een kostenverhaalsbeschikking (artikel 13.18 Ow). Ook wel de beschikking bestuursrechtelijke geldschuld genoemd. Kostenverhaal geldt voor kostenverhaalsplichtige activiteiten. Dat zijn: aangewezen bouwactiviteiten aangewezen activiteiten vanwege gebruikswijzigingen Het Omgevingsbesluit bevat relevante regels over (verplicht) kostenverhaal (zie artikel 8.13 Ob voor aangewezen activiteiten waarvoor kostenverhaal verplicht is, artikel 8.14 Ob voor de mogelijkheden om af te zien van kostenverhaal en artikel 8.15 Ob voor de kostensoortenlijst). Pas nadat is betaald, is het toegestaan de activiteiten uit te voeren (zie artikel 13.12 Ow). Eén van de bouwactiviteiten waarvoor kosten verhaald worden is de bouw van een of meer gebouwen met een woonfunctie (zie artikel 8.13 aanhef en sub a Ob). Er zijn bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet nog geen activiteiten vanwege gebruikswijzigingen aangewezen. Op grond van artikel 13.11 Omgevingswet is de gemeente verplicht tot kostenverhaal, indien sprake is van één of meerdere aangewezen bouwactiviteiten. Het gaat om zogenaamde kostenverhaalsplichtige activiteiten zoals genoemd in artikel 8.13 Omgevingsbesluit (hierna: ‘een aangewezen bouwactiviteit’).

Dit houdt in dat de gemeenteraad kostenverhaalsregels dient vast te stellen in het omgevingsplan, tenzij middels onder andere een anterieure overeenkomst de kosten die het vanwege artikel 8.15 Omgevingsbesluit maakt, anderszins verzekerd zijn dan wel vrijstelling wordt verleend voor de kosten in de gevallen genoemd in artikel 8.14 Omgevingsbesluit. De gemeente Bergen heeft een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer gesloten. De ontwikkeling heeft voor de gemeente geen negatieve financiële gevolgen. Het kostenverhaal is hiermee gedekt.

| motivering TAM- omgevingsplan Bergse Heide, Nieuw Bergen (fase II) | status: vastgesteld |

Pagina | 89

7.1.3 Nadeelcompensatie Als er een omgevingsvergunning verleend wordt, en als op grond daarvan schade wordt veroorzaakt, dan is artikel 4.5 Awb van toepassing. Bij een wijziging van het Omgevingsplan is nadeelcompensatie niet aan de orde.

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid en procedure

7.2.1 Participatie Eventuele participatie bij omgevingsvergunningen wordt door de aanvrager gedaan voorafgaand aan de aanvraag. Artikel 7.4 Or stelt dat bij de omgevingsvergunningaanvraag wordt aangegeven of burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de aanvraag betrokken zijn. Als burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de aanvraag zijn betrokken, dient de aanvrager vervolgens bij de aanvraag gegevens te verstrekken hoe zij zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Publieksparticipatie bij de totstandkoming van een wijziging van het Omgevingsplan is niet langer vrijblijvend, doch verplicht onder de Omgevingswet. Artikel 10.2 Ob bepaalt dat bij de kennisgeving van het voornemen om een omgevingsplan vast te stellen, bedoeld in artikel 16.29 Ow, wordt aangegeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding worden betrokken. Bij het vaststellen van een omgevingsplan wordt aangegeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding betrokken zijn en wat de resultaten daarvan zijn.

Indien de gemeente over een participatieverordening beschikt dient bij het vaststellen van een omgevingsplan te worden aangegeven in hoeverre aan de beleidsregels over het betrekken van burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen is voldaan. De initiatiefnemer heeft een omgevingsdialoog gevoerd met omwonenden. Het verslag is als bijlage 11 bij deze motivering gevoegd.

7.2.2 Procedure Door de gemeente wordt bij een wijzigingsplan een vaste juridische procedure gevolgd, namelijk de uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure (afdeling 3.4 Awb). De procedurebepalingen staan in de Omgevingswet (Ow), het Omgevingsbesluit (Ob) en de Awb. De procedure kan worden onderverdeeld in drie stappen: De gemeente maakt bekend dat het omgevingsplan gewijzigd wordt en stelt eventueel een milieueffectrapport op. De gemeente geeft kennis van het ontwerp-omgevingsplan en legt het ter inzage. Iedereen kan daarna zienswijzen inbrengen. De gemeente wijzigt het omgevingsplan. Ontwerp-omgevingsplan ter kennisgeving, ter inzage en zienswijzen inbrengen Het college van burgemeester en wethouders is het bevoegd gezag. Voor de terinzagelegging wordt kennis gegeven van het ontwerp-omgevingsplan (ontwerpbesluit) in het digitale gemeenteblad (artikel 10.3c Ob). Zie ook artikel 3:12 Awb voor de inhoud van de kennisgeving. Het ontwerp-omgevingsplan en de bijbehorende stukken worden 6 weken ter inzage gelegd (artikel 3:11 Awb). Binnen deze 6 weken, vanaf het moment van terinzagelegging van het ontwerp-omgevingsplan kan iedereen zienswijzen inbrengen en dit kan schriftelijk of mondeling. Van de mondeling ingebrachte zienswijzen wordt een verslag gemaakt (artikel 3:17 Awb).

Op het moment dat er tijdens de termijn van 6 weken geen zienswijzen op het ontwerpbesluit zijn gekomen, dan:

| motivering TAM- omgevingsplan Bergse Heide, Nieuw Bergen (fase II) | status: vastgesteld |

Pagina | 90

Wordt hier zo spoedig mogelijk mededeling van gemaakt in het digitale gemeenteblad Wordt het besluit binnen 4 weken nadat de termijn voor zienswijzen is verstreken genomen (artikel 3:18, vierde lid, Awb). Het ontwerp TAM-IMRO-plan ‘Bergse Heide, Nieuw Bergen fase II’ heeft ter visie gelegen vanaf 6 maart 2025 voor een periode van zes weken. Tijdens de inzagetermijn heeft eenieder het recht een schriftelijke of mondelinge zienswijze in te dienen bij de gemeenteraad. Er is 1 zienswijze ontvangen. In de zienswijzenota – die als bijlage 12 bij deze motivering is gevoegd - wordt ingegaan op de ingediende zienswijze tegen het ontwerp TAM-IMRO-plan. De zienswijze heeft geen aanleiding gegeven om het TAMIMRO-plan ‘Bergse Heide, Nieuw Bergen fase II’ gewijzigde vast te stellen. Wijziging omgevingsplan Bij de wijziging van het omgevingsplan is de Raad bevoegd, tenzij gedelegeerd aan het College. Er geldt een minimale termijn van 2 weken tussen het aflopen van de termijn voor het naar voren brengen van de zienswijzen en het vaststellen van de wijziging van het omgevingsplan (artikel 16.40, vierde lid, Ow en artikel 16.50, tweede lid, Ow). Het omgevingsplan wordt vervolgens vastgesteld. Los van de motiveringsplicht van artikel 3:46 Awb, geeft de gemeente ook aan welke rol publieksparticipatie heeft gespeeld.

Hier wordt in ieder geval aangegeven: Hoe er aan publieksparticipatie is gedaan; Wat de resultaten daarvan zijn; en Hoe er invulling gegeven is aan het participatiebeleid (artikel 10.2 Ob). Tussen de vaststelling van het omgevingsplan en de bekendmaking moeten minimaal 2 weken zitten. Behalve als: Gedeputeerde Staten over het ontwerp-omgevingsplan geen zienswijzen naar voren hebben gebracht. Er geen wijzigingen in het ontwerp-omgevingsplan zijn aangebracht. Gedeputeerde Staten hebben bepaald dat het omgevingsplan eerder ter inzage mag worden gelegd (artikel 16.77b, eerste lid, Ow). Bekendmaking, kennisgeving, terinzagelegging Het besluit wordt bekendgemaakt door het te publiceren in het elektronische gemeenteblad. Tegelijkertijd met de bekendmaking, wordt er kennis gegeven van de terinzagelegging van de bijbehorende stukken. Daarnaast wordt er een exemplaar gestuurd van het besluit aan degenen die zienswijzen over het ontwerpbesluit hebben ingediend (artikelen 3:42, 3:44, tweede lid, en 3:45 Awb).

Mededeling van het besluit Tegelijkertijd met, of zo spoedig mogelijk na, de bekendmaking, wordt er in ieder geval mededeling gemaakt van het besluit aan: Degenen die bij de voorbereiding een zienswijze hebben ingebracht; Een adviseur, als het bevoegd gezag van zijn advies afwijkt Er wordt hier ook vermeld door wie, binnen welke termijn en bij welk orgaan, bezwaar en beroep mogelijk zijn (artikelen 3:43 tot en met 3:45 Awb). Inwerkingtreding Een wijziging in het omgevingsplan treedt in werking op de dag waarop 4 weken zijn verstreken sinds de dag waarop het besluit bekend is gemaakt. Er kan ook een later tijdstip van inwerkingtreding in het omgevingsplan worden opgenomen (artikel 16.78, eerste lid, Ow).

| motivering TAM- omgevingsplan Bergse Heide, Nieuw Bergen (fase II) | status: vastgesteld |

Pagina | 91

Beschikbaar stellen van het omgevingsplan De regels van het omgevingsplan worden zichtbaar in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). De wijziging van het omgevingsplan moet digitaal worden gepubliceerd via de Landelijke voorziening bekendmaken en beschikbaar stellen (LVBB), het landelijke publicatieplatform. De regels van het omgevingsplan komen dan automatisch in het Omgevingsloket. Iedereen kan zo op een kaart zien welke regels waar gelden (artikel 20.26, eerste en tweede lid, Ow).

| motivering TAM- omgevingsplan Bergse Heide, Nieuw Bergen (fase II) | status: vastgesteld |

Pagina | 92

BIJLAGEN MOTIVERING bijlage 1: Stedenbouwkundige structuur en landschappelijke inpassing bijlage 2: Parkeerberekening bijlage 3: Verkennend bodemonderzoek bijlage 4: Stikstofonderzoek en AERIUS-berekening bijlage 5: Voortoets ecologische beoordeling Bergse Heide Bergen bijlage 6: Quickscan natuurwetgeving bijlage 7: Ontwerp waterbergingssysteem bijlage 8: Notitie M.e.r. -beoordeling bijlage 9: Onderzoek niet gesprongen explosieven bijlage 10: Project OOO en proces-verbaal bijlage 11: Verslag omgevingsdialoog bijlage 12: Zienswijzennota

| motivering TAM- omgevingsplan Bergse Heide, Nieuw Bergen (fase II) | status: vastgesteld |

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15927343/1