CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Kadernota Begroting BsGW 2023 MJR 2023-2027 versie DEF

Gemeenteraad 7 juni 2022, gemeente BergenBij agendapunt: Zienswijze ontwerpbegroting 2023 en Kadernota 2023 BsGW;14.543 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Kadernota Begroting BsGW 2023 Meerjarenraming 2023-2027

Versie 1.3 november 2021

Inhoudsopgave

Inhoudsopgave .........................................................................................................................3 1. Inleiding ...............................................................................................................................5 2. Samenvatting .......................................................................................................................7 3.

Uitgangspunten ............................................................................................................... 11 3.1 Uitgangspunten .......................................................................................................... 11 3.2 Rekenuitgangspunten ................................................................................................. 13 3.3 Definities: reserves, voorzieningen, weerstandscapaciteit/-vermogen, post onvoorzien ....... 15

4. Kostenverdeelmethode ......................................................................................................... 16 5. Weerstandsvermogen en risico-analyse .................................................................................. 18 6. Ontwikkelingen ................................................................................................................... 19 6.1 Zekere ontwikkelingen ................................................................................................ 19 6.2 Mogelijke ontwikkelingen............................................................................................. 22 7.

Investeringen .................................................................................................................. 23

8.

Financieel meerjarenperspectief ......................................................................................... 24 8.1 Ontwikkeling netto kosten BsGW en bijdragen deelnemers .............................................. 24 8.2 (Financiële) effecten Kadernota 2023 ............................................................................ 25

Bijlage 1: producten-aantallen kostenverdeelmethode ................................................................. 27 Bijlage 2. Ondernemings- en Ontwikkelplan 2018-2020 ............................................................... 28 Bijlage 3: Zekere en mogelijke ontwikkelingen: toelichting ........................................................... 29 Zekere ontwikkelingen...................................................................................................... 29 Loonontwikkeling ............................................................................................................. 29 Indexering goederen en diensten ....................................................................................... 29 Afschrijvingen ................................................................................................................. 29 Proceskosten ................................................................................................................... 29 Stimuleringsregeling ........................................................................................................ 30 Waarderen op gebruiksoppervlakte: beheerfase ................................................................... 31 Visie op dienstverlening ....................................................................................................

32 Informatievoorziening en ICT ............................................................................................ 32 Harmonisatie ................................................................................................................... 33 Verbetering archiefbeheer ................................................................................................. 34 Mogelijke ontwikkelingen .................................................................................................. 34 Sociaal invorderen ........................................................................................................... 34 Wijziging beroepsprocedure kwijtschelding (artikel 25 Invorderingswet) ................................. 35 Kwijtschelding 3.0............................................................................................................ 35 Fiscale Vereenvoudigingswet 2017 ..................................................................................... 36 Voortgang implementatie Wet vereenvoudiging beslagvrije voet en Verbreding beslagregister ... 37 Lagere opbrengst vervolgingskosten en invorderingsrente..................................................... 39 Verruiming gemeentelijk belastinggebied ............................................................................ 39

3

Omgevingswet................................................................................................................. 39 Samenwerking / nieuwe deelnemers in BsGW...................................................................... 40 Samenhangende Objecten Registratie (SOR) ....................................................................... 40 Unie van Waterschappen: onderzoek houdbaarheid belastingstelsel ....................................... 41 Waardering zonnepanelen voor de WOZ-waarde .................................................................. 41 Vergroening belastingen ................................................................................................... 41 Amendement Omtzigt: verruimde tariefdifferentiatie OZB ..................................................... 42 Wet modernisering elektronisch berichtenverkeer ................................................................ 43

4

1. Inleiding Deze Kadernota is opgesteld ter voorbereiding op de begroting 2023 en de meerjarenbegroting 20232027 van BsGW. Hierin worden uitgangspunten, standpunten van het bestuur, financiële en nietfinanciële ontwikkelingen geschetst, welke mogelijk van invloed zijn op de bedrijfsvoering van BsGW voor de jaren 2023 en verder. Op basis van deze nota stelt het bestuur de kaders vast voor de bedrijfsvoering en daarmee voor de begrote netto kosten. Leeswijzer: Hoofdstuk 2 bevat de samenvatting van deze Kadernota. Hoofdstuk 3 bevat de uitgangspunten die ten grondslag liggen aan de begroting 2023 en de meerjarenraming 2023–2027, inclusief de standpunten die zijn ingenomen door het bestuur dan wel waar het bestuur zich nog over dient uit te spreken. In hoofdstuk 4 wordt de vigerende kostenverdeelmethode toegelicht. Hoofdstuk 5 gaat nader in op het proces om te komen tot een afdoende weerstandsvermogen. In hoofdstuk 6 wordt vervolgens ingegaan op de zekere en mogelijke ontwikkelingen, die effect kunnen hebben op de begroting. Meer details zijn terug te vinden in bijlage 3. Hoofdstuk 7 bevat het meerjaren investeringsprogramma. In hoofdstuk 8 worden de (voorlopige) financiële effecten voor het jaar 2023 inzichtelijk gemaakt. Tot slot.

Daar waar in het kader van de P&C-cyclus bij de deelnemers de Kadernota in juni/juli wordt behandeld, is dat bij een Gemeenschappelijke Regeling zoals BsGW een half jaar eerder. Hetzelfde geldt voor het samenstellen van de betreffende nota. Dit maakt de voorspelbaarheid nog complexer en draagt in voorkomende gevallen niet bij aan de actualiteit in relatie tot de cyclus van de deelnemers. De Kadernota van BsGW dient immers mede als input voor de Kadernota van de deelnemers.

5

Lijst met gebruikte afkortingen incl. korte toelichting OOP:

Ondernemings- en Ontwikkelplan. Plan voor de doorontwikkeling van BsGW (looptijd 2018-2020).

BAG:

Basisregistratie Adressen en Gebouwen. In de BAG zijn gemeentelijke basisgegevens over alle gebouwen en adressen in Nederland verzameld.

BGT:

Basisregistratie Grootschalige Topografie. De BGT is een grootschalige digitale kaart, op 20 cm nauwkeurig, van heel Nederland.

SOR:

Samenhangende objectenregistratie. Een samenhangende objectenregistratie is een uniforme registratie met daarin basisgegevens over objecten in de fysieke werkelijkheid die zich voor gebruikers als één registratie gedraagt.

OZB:

Onroerendezaakbelasting. Om de hoogte van de OZB te kunnen berekenen, is de WOZ-waarde nodig.

WOZ-waarde:

Waardering Onroerende Zaken. De WOZ-waarde bepaalt de hoogte van de belastingen en gemeentelijke heffingen.

PBB:

Persoonsgebonden Basisbudget. Dit budget kunnen medewerkers besteden aan opleidingen of andere activiteiten die

bijdragen aan hun ontwikkeling, loopbaan en vitaliteit. NCNP:

No Cure No Pay. Bij een bezwaar tegen de WOZ-waarde kan de belanghebbende zich laten bijstaan door externe deskundigen. Wanneer het bezwaar gegrond wordt verklaard en leidt tot een aanpassing van de beschikking, dan kunnen zij een vergoeding ontvangen voor de gemaakte kosten. De vergoeding is gebaseerd op landelijk vastgestelde tarieven voor de verschillende deelactiviteiten in het bezwaarproces. De vergoeding staat dus los van de kosten die het deskundigenbureau daadwerkelijk maakt.

6

2. Samenvatting Dit hoofdstuk bevat de samenvatting van de belangrijkste ontwikkelingen waarmee BsGW zich geconfronteerd ziet voor de komende jaren. -ProceskostenDoor wijzigingen in de wetgeving, meer in het bijzonder als gevolg van het afschaffen van de Fierensdrempel, is het voor de zogenaamde ncnp-bedrijven rendabel geworden om namens de burger bezwaar te maken tegen de WOZ-waarde, waarbij deze bedrijven de tegemoetkoming van de proceskosten krijgen. De ontwikkelingen met betrekking tot de hausse aan proceskosten, waarmee BsGW met name de laatste jaren wordt geconfronteerd, is en blijft nog steeds een belangrijk aandachtspunt. Het aantal ingediende bezwaren neemt nog steeds toe. Deze ontwikkeling is ook landelijk zichtbaar, zowel qua toename van het totaal aantal ingediende bezwaren als ook het feit dat steeds meer burgers en ondernemers gebruik maken van een ncnp-bedrijf of een andere gemachtigde. Het behoeft dan ook geen nader betoog dat ook het aantal ncnp-bedrijven toeneemt. Gezien deze ontwikkelingen en het feit dat de tarieven voor de proceskostenvergoeding op gezette tijden worden aangepast, is deze post ook voor 2023 (en verdere jaren) opgehoogd naar € 3 miljoen. Een stijging van het aantal bezwaarschriften vertaalt zich niet alleen door in een stijging van de proceskosten.

Ook de uitvoeringskosten (extra inzet personele ondersteuning in de vorm van taxateurs, juristen en KCC-medewerkers) stijgen, waardoor de begroting verder onder druk komt te staan. -Covid-19Ten tijde van het schrijven van deze Kadernota hebben we nog steeds te maken met COVID-19. Het is zeer ongewis wat de financiële effecten van de corona-crisis zijn op de begroting 2023 en de meerjarenraming 2023-2027. Ook is nog onduidelijk in welke mate het kabinet bereid is om bestaande (financiële) maatregelen te continueren en/of nieuwe compensatiemaatregelen te treffen. Een en ander heeft direct (bijv. het verleggen van Coronakosten naar het Rijk) of indirect (bijv. kwijtscheldingen) financiële gevolgen voor de (gemeentelijke) deelnemers in BsGW en daarmee ook voor de BsGW-(meerjaren)begroting. Eventuele werkelijke financiële gevolgen worden verwerkt in de tussentijdse rapportages en in de jaarrekening. In de paragraaf Weerstandsvermogen en risico-analyse van de begroting wordt een inschatting gemaakt welke financiële risico’s BsGW loopt. -ICTIn de begroting 2021 is melding gemaakt van de aankomende aanbesteding van het huidige belastingpakket en de hosting onder de paragraaf ‘zekere ontwikkelingen’. Hierbij is aangegeven dat de financiële effecten nog niet voldoende bekend waren om hiervoor reeds een bedrag op te nemen in de begroting van BsGW.

In de begroting is hiermee derhalve geen rekening gehouden. Op basis van de eind 2020 gestarte voorbereidingen op de Europese aanbesteding van het huidige belastingpakket en de hosting in het algemeen en de ervaring van de ingehuurde externe kennis in het bijzonder, had hier in de begroting 2022 concreter op ingegaan moeten zijn geworden en een eerste financiële indicatie gegeven dienen te worden. Dit is, zoals reeds eerder gemeld, helaas niet gebeurd.

7

Ten

tijde

van

het

schrijven

van

deze

Kadernota

heeft

de

zogenoemde

marktconsultatie

plaatsgevonden. Hieruit moet blijken of er geïnteresseerde partijen zijn, welke vernieuwende ideeën worden ingebracht, voorbehouden worden gemaakt, welke condities worden gesteld etc. Op verzoek van een aantal potentiële inschrijvers is deze marktconsultatie overigens verlengd geweest om zo tot een meer gedegen presentatie aan BsGW te komen. Op basis van de marktconsultatie kan nagenoeg een eerste prognose worden gegeven van de incidentele kosten van de aanbestedings- en implementatiefase. Het betreft een eerste prognose aangezien het een marktconsultatie betreft, waarbij door de potentiele inschrijvers slechts schattingen en (ruime) ranges zijn gepresenteerd. Pas bij de daadwerkelijke inschrijving op de nog te publiceren formele

aanbestedingsdocumenten

inschrijvers.

Vooralsnog

worden

worden de

deze

kosten

aanbestedingskosten

gespecificeerd op

€

420

onderbouwd duizend

door

(2021)

en

de de

implementatiekosten op € 2,775 miljoen (2022-2023) ingeschat. Dit laatste is een bovenwaartse bijstelling van € 800 duizend op basis van een reeds afgerond aanbestedingstraject van een collegasamenwerkingsverband. Zodra de verwachte kosten meer bekend zijn worden de financiële effecten hiervan verwerkt in de begroting 2023 en de meerjarenbegroting (2023 en verder). -Aanbevelingen Rekenkamer(commissie)sIn de zomer van 2021 is het rapport van de rekenkamer(commissie)s van elf van de negenentwintig deelnemende gemeenten opgeleverd. Het onderzoek dat hieraan ten grondslag ligt, heeft geresulteerd in zes aanbevelingen, die rechtstreeks op (de relatie tussen de deelnemers en) BsGW betrekking hebben. Bij de totstandkoming van deze Kadernota was het rapport nog niet door alle betrokken gemeenteraden besproken en is het vervolgtraject derhalve nog niet helder. Het Dagelijks Bestuur en de BsGW-organisatie hebben evenwel een routeschema opgesteld, waarlangs desgewenst invulling aan de aanbevelingen kan worden gegeven. De aanbevelingen hebben betrekking op: -

het gefaseerd ontwikkelen van een volledige en samenhangende set kwaliteitsindicatoren;

-

het op interactieve wijze ontwikkelen van een overzichtelijk dashboard met relevante financiële informatie;

-

het actiever en gerichter communiceren met gemeenteraden;

-

het opstellen en vaststellen van een strategische aanpak ten einde de proceskosten terug te dringen;

-

het organiseren van het harmonisatietraject inclusief het kostenaspect;

-

het maken van afspraken ter verbetering van het samenspel tussen Dagelijks Bestuur en Algemeen Bestuur.

-Regieportaal/SORVanaf 1 januari 2022 bestaat de verplichting om woningen te waarderen op basis van de gebruiksoppervlakte. Daarvoor gebruikte BsGW de bruto inhoud om woningen te waarderen. Namens en op verzoek van de deelnemers heeft BsGW de regie van dit transitieproject (2019-2021) op zich genomen, in nauwe samenwerking met de gemeenten en Het Gegevenshuis. In 2021 is met tien gemeentelijke deelnemers een start gemaakt met deze nieuwe waarderingssystematiek. Zoals gezegd worden met ingang van 2022 alle woningen op basis van de gebruiksoppervlakte gewaardeerd, waarmee tevens de beheerfase start: het bij- en actueel houden van de gegevens. Hiervoor zullen de deelnemers jaarlijks een WOZ-mutatiedetectie (laten) uitvoeren. In dit kader werken deelnemers, gegevenshuizen en BsGW samen met een zogenaamd regieportaal. Dit is een applicatie, die in staat is

8

om relevante gegevens voor zowel de BAG (gemeenten), de BGT als de WOZ (BsGW) op een efficiënte manier uit te wisselen en te tonen, zowel administratief als geografisch. Namens de keten heeft BsGW de regie op zich genomen voor het aanschaffen van dit portaal. Voor de jaren 2022 tot en met 2024 is voor het regieportaal € 333 duizend per jaar opgenomen. Een samenhangende objectenregistratie (SOR) is een uniforme registratie met daarin basisgegevens over objecten in de fysieke werkelijkheid, die zich voor gebruikers als één registratie gedraagt. Daaronder verstaan we objecten die in het terrein zichtbaar zijn, zoals gebouwen, wegen, water, spoorlijnen

en

bomen,

terreindelen,

aangevuld

met

enkele

(administratieve)

objecten

als

woonplaatsen, gemeentegrenzen en openbare ruimten. In de objectenregistratie gaan in ieder geval de objecten van de basisregistratie adressen en gebouwen (BAG) en de basisregistratie grootschalige topografie (BGT) op. Daarnaast is het de bedoeling dat ook het gedeelte van de WOZ-administratie waarin objectgegevens zijn opgenomen en een aantal basisgegevens uit aanpalende registraties in de objectenregistratie worden opgenomen. De ontwikkeling naar een SOR heeft gevolgen voor zowel BsGW als voor haar deelnemers en aan de deelnemers gelieerde partijen, zoals gegevenshuizen. Het is inefficiënt en onwenselijk om op meerdere plaatsen dezelfde of nagenoeg dezelfde gegevens te verzamelen en te verwerken. Dit staat immers haaks op de doelstelling van juist één unieke registratie. In juni 2020 heeft het dagelijks bestuur aangegeven een businesscase op te laten stellen door een onafhankelijk adviesbureau (Berenschot) met betrekking tot de vraag waar en hoe de samenhangende objectenregistratie voor de deelnemers het beste belegd kan worden. Het is evenwel de vraag of de beoogde ingangsdatum van 1 januari 2025 van de SOR realistisch is. Op nationaal niveau is in grote mate overeenstemming over de inhoud en architectuur van de SOR. Dat geldt evenwel niet voor de governance en financiering van de implementatie en het beheer van de SOR.

Ook hier spelen de demissionaire status van het kabinet, de uitloop van de vorming van een nieuw kabinet én de aanstaande gemeenteraadsverkiezingen het proces parten. Uit oogpunt van zekerheid en continuïteit wordt het regieportaal begrotingstechnisch ook voor de jaren 2025 tot en met 2027 voortgezet en wel met een bedrag à € 250 duizend per jaar. Alle projectmatige activiteiten met betrekking tot de SOR zijn in dit kader tot nader order opgeschort. Dit ook om onnodige projectkosten (o.a. de inzet van Berenschot) te voorkomen. Financieel effect Kadernota 2023 Eén van de doelstellingen, die voortvloeien uit de missie van BsGW, is kostenreductie. Uitgangspunt voor de begroting van BsGW is dan ook altijd geweest: sober en doelmatig. BsGW heeft zich gecommitteerd aan een taakstellende kostenreductie van afgerond 13% in de eerste 6 jaar na de oprichting en heeft in de jaren 2012-2017 daarom de kostenindexering van gemiddeld 2% per jaar niet doorberekend aan de deelnemers. De totale gerealiseerde, structurele kostenreductie voor de deelnemers loopt hiermee op tot € 1,565 miljoen per jaar. Daarnaast draagt de BsGW-organisatie de financiële lasten van de Stimuleringsregeling (incidenteel € 672 duizend), de projectkosten van het OOP (incidenteel € 4 miljoen) alsook de daaruit voortvloeiende bezuiniging (structureel € 1,3 miljoen).

9

BsGW is hard op weg om in zowel de incidentele als structurele bezuinigingen te voorzien. De structurele bezuinigingen komen vanaf 2028 tot uiting in lagere bijdragen voor de deelnemers. Om een verantwoorde bedrijfsvoering te kunnen borgen, zijn =zoals al eerder gesteld= de grenzen van bezuinigingen (vooralsnog) bereikt. Een en ander neemt niet weg dat BsGW evenals voorgaande jaren een sobere en doelmatige begroting en meerjarenraming opstelt met als aanvullend uitgangspunt dat tussentijdse begrotingswijzigingen zoveel als mogelijk worden voorkomen. De basis voor de begroting 2023 is de jaarschijf 2023 uit de vastgestelde meerjarenbegroting 20222026, rekening houdend met de nieuwe wijze van kostenverdeling (AB 25 juni 2020). Per saldo stijgen de netto-kosten 2023, en daarmee ook de bijdragen van de deelnemers, met minimaal € 623 duizend ten opzichte van de begroting 2022 als gevolg van de volgende posten: •

Loonindexering € 344 duizend;

•

Indexering goederen en diensten € 182 duizend;

•

Afschrijvingen € 97 duizend.

Afhankelijk van de bestuurlijk vast te stellen kaders voor bedrijfsvoering, kunnen de netto kosten voor de begroting 2023 wijzigen. De implementatiekosten voor het nieuw belastingpakket worden vooralsnog geschat op € 2,775 miljoen voor 2022 en 2023. Dit is een bovenwaartse bijstelling van € 800 duizend op basis van een reeds afgerond aanbestedingstraject van een collega-samenwerkingsverband. Zodra de verwachte kosten meer bekend zijn worden de financiële effecten hiervan verwerkt in de begroting 2023 en de meerjarenbegroting (2023 en verder). Het benodigde weerstandsvermogen is conform besluitvorming gebaseerd op een jaarlijks bij het opstellen van de begroting uitgevoerde risicoanalyse. Zo kan bepaald worden of het berekende weerstandsvermogen toereikend is. Voor de begroting 2023 zal BsGW begin 2022 opnieuw een risicoanalyse uitvoeren. De uitkomst hiervan is onderdeel van de begroting 2023.

10

3. Uitgangspunten 3.1 Uitgangspunten 1. Een minimale, maar wel realistisch onderbouwde begroting waarmee BsGW invulling geeft aan de doelstelling om de bijdragen van de deelnemers zo laag mogelijk te houden. 2. Financiële consequenties van zekere ontwikkelingen en bestuursbesluiten worden in de begroting meegenomen. Zekere ontwikkelingen, waarvan de (financiële) effecten nog een mate van onzekerheid hebben, worden eveneens zo veel mogelijk gekwantificeerd. Mogelijke ontwikkelingen worden alleen voor zover deze zijn in te schatten in de begroting meegenomen. Voor zover deze mogelijke ontwikkelingen niet zijn in te schatten, worden deze pas in de (gewijzigde) begroting opgenomen, zodra de desbetreffende ontwikkeling is geformaliseerd en de financiële consequenties kunnen worden vastgesteld. 3. De kaders voor de begroting van BsGW worden meer dan een jaar voor het eigenlijke begrotingsjaar opgesteld en aangeboden aan het bestuur. In deze periode kunnen zich afwijkingen voordoen van de in de Kadernota en begroting opgenomen rekenuitgangspunten, dan wel onvoorziene ontwikkelingen die onafwendbaar dan wel onuitstelbaar zijn. Om eventuele, niet voorziene ontwikkelingen op te kunnen vangen, en zo tussentijdse begrotingswijzigingen zoveel als mogelijk te voorkomen, is de post onvoorzien opgevoerd in de begroting van BsGW. 4.

Als basis voor de begroting 2023 en meerjarenraming 2023-2027 van BsGW dient de jaarschijf 2023 uit de vastgestelde begroting 2022 en meerjarenbegroting 2022-2026. 5. Financiering Alleen voor investeringen kan BsGW eventueel een langlopende lening aantrekken. Hiervoor is een bestuursbesluit nodig. Concreet speelt dit bij uitwerking van het investeringsvoorstel voor de nieuwe belastingapplicatie. Dat investeringsvoorstel bevat ook de manier waarop BsGW de investering gaat financieren. De deelnemersbijdrage wijzigt zeker bij het opstellen van de begroting 2023 en het meerjarenperspectief 2023-2025, door de grote invloed van het investeringsvoorstel voor de nieuwe belastingapplicaties. 6. De indexering voor loonontwikkeling en de indexering goederen en diensten is gebaseerd op de meest actuele, (meerjaren)gegevens van het Centraal Plan Bureau (CPB), respectievelijk de loonvoet sector overheid en de Consumenten Prijsindex (CPI). De in de Kadernota opgenomen indexering benadert daarmee zo veel als mogelijk de realiteit. De index voor wat betreft ICT-leveranciers wordt hierbij separaat berekend op basis van de index over de afgelopen 3 jaar, aangezien deze gemiddeld genomen hoger ligt dan de CPI. 7. Een jaarlijkse risicoanalyse maakt onderdeel uit van de begroting, waarbij wordt getoetst of het weerstandsvermogen toereikend is om de geïdentificeerde risico’s te kunnen afdekken. 8.

Het Ondernemings- en Ontwikkelplan (OOP) BsGW 2018-2020 en de wijze van financiering hiervan, is vastgesteld door het Algemeen Bestuur van BsGW in de AB-vergadering van 14-12-

11

2017. De uitvoering van het OOP is een separaat traject en behoort niet tot de reguliere bedrijfsvoering van BsGW. Het OOP raakt de begroting 2022 en meerjarenraming 2022-2026 van BsGW daarom niet en vormt daarmee geen onderdeel van deze Kadernota. De taakstellende kostenreductie die BsGW zich heeft gesteld in het OOP zal vanaf 2028 tot uiting komen in lagere bijdragen voor de deelnemers. 9. BsGW is namens de gemeenten gevraagd om de regie van de beheerfase waarderen op gebruiksoppervlakte te voeren. De kosten voor de aanschaf van het regieportaal zijn in de begroting

opgenomen

en

zullen

conform

afspraak

op

de

gebruikelijke

wijze

via

de

kostenverdeelmethode worden doorbelast aan de deelnemers op basis van het aandeel in het totale aantal WOZ-objecten. Het regieportaal vormt mede de voorloper van de SOR. Het is evenwel de vraag of de beoogde ingangsdatum van 1 januari 2025 van de SOR realistisch is. Op nationaal niveau is in grote mate overeenstemming over de inhoud en architectuur van de SOR. Dat geldt evenwel niet voor de governance en financiering van de implementatie en het beheer van de SOR. Uit oogpunt van zekerheid en continuïteit wordt het regieportaal begrotingstechnisch ook voor de jaren 2025 tot en met 2027 gecontinueerd. hiertoe wordt een post à € 250 duizend per jaar opgenomen. 10. De gewijzigde kostenverdeelmethode wordt gehanteerd, zoals die is vastgesteld in de ABvergadering van 25 juni 2020, waarbij de WOZ-proceskosten voor 100% aan het product Waarderen worden toebedeeld en de beheerkosten GDI worden verdeeld conform de verdeelsleutel 40% gemeenten en 60% Waterschap. In dezelfde AB-vergadering is tevens afgesproken dat er een nieuwe kostenverdeelmethode aan de orde zal komen. Recent is gestart om te bezien welke mogelijkheden er zijn om tot harmonisatie van de beleids- en uitvoeringsregels te komen. Herijking van de kostenverdeelmethode volgt nadat harmonisatie zijn beslag heeft gekregen en het basispakket een feit is.

Logischerwijs kan derhalve nog niet op de uitkomsten en de doorwerking hiervan in een nieuwe kostenverdeelmethode worden vooruitgelopen (zie hoofdstuk 4).

12

3.2 Rekenuitgangspunten In de begroting 2023 en de meerjarenraming 2023-2027 wordt gerekend met de volgende rekenuitgangspunten: Rekenuitgangspunten

2022

2023

2024

2025

2026

2027

A

indexering salariskosten

2,2%

2,5%

2,5%

2,5%

2,5%

2,5%

B

indexering goederen en diensten

2,0%

1,9%

1,9%

1,9%

1,9%

1,9%

indexering ICT

n.v.t.

2,7%

2,7%

2,7%

2,7%

2,7%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0,5%

0,5%

0,5%

0,5%

0,5%

0,5%

C

indexering opbrengsten

D

rente kredieten / leningen lang

E

reserves en voorzieningen

F

afschrijvingstermijn

G

jaarlijkse actualisering

automatisering

5 jaar

5 jaar

5 jaar

5 jaar

5 jaar

5 jaar

inventaris

10 jaar

10 jaar

10 jaar

10 jaar

10 jaar

10 jaar

immateriele activa

< 5 jaar

< 5 jaar

< 5 jaar

< 5 jaar

< 5 jaar

< 5 jaar

1,4%

1,4%

1,4%

1,4%

1,4%

1,4%

onvoorzien

a) Indexering salariskosten Het gemiddelde percentage van de loonvoet overheidssector over de jaren 2020-2022 en 20182022 bedraagt 2,5% (bron: Centraal Plan Bureau, Macro Economische Verkenning 2021 september 2021). Vanaf 2023 voorspelt het CPB zelfs een gemiddelde van 2,7%. Desondanks wordt er vooralsnog voor gekozen om de index aan te houden van 2,5%. b) Indexering goederen en diensten In de begroting 2023-2027 wordt gerekend met een indexering van 1,9%, gebaseerd op de ontwikkeling van de Consumenten Prijsindex van het CPB van de afgelopen jaren (bron: Centraal Plan Bureau, Macro Economische Verkenning 2021 september 2021). Vanaf 2023 voorspelt het CPB eveneens een gemiddelde van 1,9%. Derhalve is gekozen om de index aan te houden van 1,9%. De ICT-index is berekend op basis van de gemiddeld in rekening gebrachte index van de leveranciers van de afgelopen 3 jaar en komt daarmee uit op 2,7%. Momenteel zijn er signalen dat de gasprijzen fors omhoog gaan. In de begroting 2023 is hiermee geen rekening gehouden vanwege de te grote onzekerheid over de ontwikkeling hierin. c)

Indexering opbrengsten De opbrengsten van BsGW worden niet geïndexeerd. De bankrente, opbrengst vervolgingskosten en invorderingsrente worden realistisch geraamd.

13

Gedurende de periode maart 2020 tot en met 31 december 2021 is de invorderingsrente verlaagd van 4% naar 0,01%. De invorderingsrente gaat met ingang van 31 december 2021 stapsgewijs terug naar het oude niveau. Met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid wordt het percentage invorderingsrente per 1 januari 2022 op 1% vastgesteld, per 1 juli 2022 op 2%, per 1 januari 2023 op 3% en per 1 januari 2024 op 4%. d) Rentekredieten/leningen lang Investeringen worden, indien nodig, afgedekt via financiering gelijk aan de afschrijvingstermijn, meestal 5 jaar. Voor de jaren 2023-2027 wordt een interne rekenrente van 0,5% gehanteerd. e) Reserves en voorzieningen Jaarlijks wordt op basis van de risicoanalyse het benodigde weerstandsvermogen berekend. Op basis hiervan wordt het al gevormde vermogen aangevuld of afgeroomd. Voor voorzieningen geldt een jaarlijkse actualisering van doel en benodigde omvang, waarbij vanaf 2023 een voorziening wordt opgenomen voor het persoonsgebonden basisbudget (PBB). f)

Afschrijvingstermijn Voor

activa

die

gedurende

het

lopende

jaar

in

gebruik

worden

genomen,

start

de

afschrijvingsperiode 1 januari van het daaropvolgende jaar. g) Onvoorzien Het budget onvoorzien wordt gesteld op 1,4% van het bruto-begrotingstotaal. De post onvoorzien mag worden opgevat als een buffer voor onvoorziene externe tegenvallers: onvoorzien, onvermijdelijk en onuitstelbaar. De post onvoorzien moet een soepele uitvoering van de begroting vergemakkelijken en zorgt zodoende voor de noodzakelijke flexibiliteit. BsGW heeft bovendien te maken met een lage frequentie van AB-vergaderingen, waarmee onvoorziene gebeurtenissen pas aanzienlijk later bestuurlijke beslissingen kunnen vragen. Tot slot is deze post ingegeven door het feit dat de kadernota/begroting van BsGW een jaar tot anderhalf jaar wordt opgesteld vóór het betreffende begrotingsjaar.

14

3.3 Definities: reserves, voorzieningen, weerstandscapaciteit/-vermogen, post onvoorzien Reserves kunnen worden omschreven als vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die vrij zijn te besteden. Reserveren betekent geld opzij leggen: -

om later een (grote) investering te doen;

-

voor moeilijke tijden (weerstandsvermogen. Dit is het weerstandsvermogen en dit betreft alleen de algemene reserve);

-

om risico’s op te vangen;

-

voor onverwachte zaken.

Voorzieningen zijn passiefposten in de balans (vreemd vermogen), die een inschatting geven van voorzienbare lasten in verband met risico’s en verplichtingen waarvan de omvang en/of het tijdstip van optreden min of meer onzeker zijn. Bij voorzieningen is er sprake van een oorzaak uit het verleden: er is iets gebeurd wat niet terug te draaien is en wat waarschijnlijk leidt tot lasten in de toekomst die niet waren voorzien (begroot). Ook kan een voorziening ingesteld worden ter egalisatie van pieken in de kosten in de begroting. Deze kosten dienen zeker plaats te vinden. Van een vrije keuze bij het instellen van een voorziening is derhalve geen sprake. Wel kunnen soms de gevolgen nog beïnvloed worden. Bij het bepalen van de noodzakelijke omvang van de voorziening wordt hiermee ook rekening gehouden. Weerstandscapaciteit is de mate waarin BsGW over middelen beschikt of kan beschikken om niet voorziene tegenvallers op te vangen. Er wordt hierbij onderscheid gemaakt tussen de post onvoorzien en het weerstandsvermogen. De post onvoorzien mag worden opgevat als een buffer voor onvoorziene externe tegenvallers: onvoorzien, onvermijdelijk en onuitstelbaar. De post onvoorzien moet een soepele uitvoering van de begroting vergemakkelijken en zorgt zodoende voor de noodzakelijke flexibiliteit.

Het weerstandsvermogen is in principe bedoeld als buffer voor het opvangen van risico's, waarvan de financiële gevolgen vooraf niet redelijkerwijs zijn in te schatten. Jaarlijks wordt deze post berekend aan de hand van de door het bestuur vastgestelde risico-analyse. Hierbij worden de risico’s (kwalitatief) en de bedragen plus de inschatting van de kans dat een risico zich daadwerkelijk voordoet (kwantitatief) in kaart gebracht. Zie ook paragraaf 5.

15

4. Kostenverdeelmethode De processen voor waterschappen en gemeenten overlappen elkaar in grote mate en de benodigde basisgegevens worden gelijktijdig voor alle deelnemers opgebouwd. Omdat BsGW de processen voor alle belastingsoorten integraal uitvoert, zijn de daarmee samenhangende kosten zodanig met elkaar verweven dat kosten niet per belastingsoort gedifferentieerd kunnen worden. De uitvoeringskosten van de productieprocessen worden om die reden toegerekend aan eenduidige, herkenbare hoofdprocessen, in overeenstemming met de organisatieopzet van BsGW. BsGW heeft haar processen uitgedrukt in vier primaire producten van dienstverlening: Heffen, Waarderen, Innen, Klantzaken. De verdeling van deze kosten over de deelnemers gebeurt hierna met behulp van eenheidstarieven per product van dienstverlening. De kosten van de activiteiten en processen op BsGW-niveau die dienen ter ondersteuning van de organisatie als geheel (zoals ICT, de ondersteuning van het personeel en de ontwikkeling van BsGW) worden eveneens als apart product inzichtelijk gemaakt. Deze kosten zijn, zonder arbitraire verdeelsleutels, niet te splitsen naar de primaire processen en worden daarom verdeeld naar rato van het aandeel dat de deelnemers hebben in de kosten van de (sub)producten.

Wanneer belastingsoorten die afwijken van de standaardbelastingsoorten van BsGW (de zogenaamde exoten) worden ingebracht in de samenwerking, wordt via een (financiële) analyse bepaald of de gangbare methode van kostenverdeling van toepassing kan zijn, of dat de kosten apart doorberekend kunnen worden. Sinds 2014 kent BsGW 1 sub-product (exoot): Parkeerbelasting. Daarnaast kent BsGW vanaf 2020 het sub-product GDI. Deze kosten worden op basis van het aandeel in de kosten Ondersteuning & Ontwikkeling verdeeld, waarbij de totale verdeling zich verhoudt tot 40% gemeenten en 60% Waterschap Limburg (AB 25 juni 2020). Fixeren productieaantallen ten behoeve van vaststellen verdeelsleutels De verdeelsleutels voor de kosten van de primaire processen zijn gebaseerd op de productieomvang van de deelnemers: aanslagbiljetten, aanslagregels, gemeentelijke WOZ-objecten en klantcontacten. De niet-reguliere belastingsoort Parkeerheffing wordt apart met de deelnemers afgerekend. Als verdeelsleutel geldt hierbij het aantal aanslagregels. De bijdrage per deelnemer dient een bestendige lijn te laten zien. Een jaarlijks schommelende bijdrage is voor de deelnemers niet gewenst en zou ook een verkeerde verwachting scheppen bij de toetredingsvoorstellen over de te betalen bijdrage en per saldo te behalen voordeel in de toekomst.

Afgesproken is de aantallen die als verdeelsleutels gehanteerd worden bij de bijdragebepaling, als ook de opzet van de kostenverdeelmethode te fixeren. Alleen een wezenlijke, substantiële wijziging van belastingsoorten, kan invloed hebben op de opzet van de kostenverdeelmethode. In de tabel in de bijlage 1 worden de productenaantallen per deelnemer weergegeven, zoals deze als verdeelsleutel zijn opgenomen in de kostenverdeelmethode, conform de onafhankelijk uitgevoerde nulmeting voorafgaand aan de toetreding. In de AB-vergadering van 25 juni 2020 is afgesproken dat er een nieuwe kostenverdeelmethode aan de orde zal komen. Recent is gestart om te bezien welke mogelijkheden er zijn om tot harmonisatie

16

van de beleids- en uitvoeringsregels te komen. Herijking van de kostenverdeelmethode volgt nadat harmonisatie zijn beslag heeft gekregen en het basispakket een feit is. Logischerwijs kan derhalve nog niet op de uitkomsten en de doorwerking hiervan in een nieuwe kostenverdeelmethode worden vooruitgelopen. Op 30 september 2021 heeft het Algemeen Bestuur besloten getemporiseerd en gefaseerd getrapt in te stemmen met het procesvoorstel met betrekking tot harmonisatie en herziening van de kostenverdeelmethode.

17

5. Weerstandsvermogen en risico-analyse Bestuurlijk is de voorkeur uitgesproken het weerstandsvermogen van BsGW zo bescheiden mogelijk, doch wel realistisch, te laten zijn. Operationele risico’s moeten door BsGW zelf kunnen worden opgevangen, zonder terug te hoeven vallen op de deelnemers. Het benodigde weerstandsvermogen is gebaseerd op de risico-analyse. Deze risico-analyse wordt jaarlijks uitgevoerd, zodat bepaald kan worden of het berekende weerstandsvermogen toereikend is. Voor de begroting 2023 heeft BsGW eind 2021 voor het eerst tezamen met afgevaardigden van een aantal deelnemers opnieuw de methodiek en de inhoudelijkheid van de risico-analyse beoordeeld, waarbij verbeterpunten zijn aangebracht in met name de systematiek en borging in de P&C-cyclus. De uitkomst hiervan wordt verwerkt in de begroting 2023. De ratio weerstandsvermogen is de verhouding tussen de niet afgedekte risico’s en het aanwezige weerstandsvermogen en wordt berekend door het beschikbare weerstandsvermogen te delen door het benodigde weerstandsvermogen op basis van het risicoprofiel. Deze ratio is een stuurmiddel. Een ratio lager dan 1,0 duidt op een kwetsbare financiële positie, omdat de capaciteit niet voldoende is om de geïdentificeerde risico’s af te dekken. Een hoge ratio is niet wenselijk, omdat onnodig beslag gelegd wordt op financiële ruimte.

Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit

18

6. Ontwikkelingen Er doen zich de komende jaren ontwikkelingen voor die invloed hebben op de bedrijfsvoering van BsGW. Voor het opstellen van de begroting is het van belang om onderscheid te maken in de volgende twee categorieën toekomstige ontwikkelingen: o

Zekere ontwikkelingen Deze ontwikkelingen zijn zeker en/of geformaliseerd via een bestuursbesluit. De financiële consequenties worden verwerkt in de begroting 2023 en de meerjarenraming 20232027. De financiële effecten die nog een mate van onzekerheid hebben, worden zoveel mogelijk gekwantificeerd

en

opgenomen

in

de

(meerjaren)begroting.

Dit

om

tussentijdse

begrotingswijzigingen te voorkomen (Proces tussentijdse begrotingswijzigingen; DB BsGW 28-022019, agendapunt 5b). o

Mogelijke ontwikkelingen Op het moment van opstellen van deze

Kadernota zijn deze ontwikkelingen nog niet

geformaliseerd door een bestuursbesluit of zijn de uitkomsten nog onzeker. Deze ontwikkelingen zullen alleen daar waar dit op redelijkheid kan worden ingeschat, worden meegenomen in de begroting 2023 en de meerjarenraming 2023-2027. Daar waar deze niet op redelijkheid zijn in te schatten zullen deze pas, wanneer deze zijn geformaliseerd en de (financiële) consequenties zijn vastgesteld, worden opgenomen in de begroting (middels een begrotingswijziging). Onderstaand worden deze ontwikkelingen kort beschreven. Voor meer details over de meeste onderwerpen zie bijlage 3.

6.1 Zekere ontwikkelingen Loonontwikkeling In

de

begroting

wordt

gerekend

met

het

5-jaars-gemiddelde

percentage

van

de

loonvoet

overheidssector (CPB, MEV september 2021) en bedraagt 2,5%. Indexering goederen en diensten In de begroting wordt gerekend met twee indexen: één voor ICT-kosten en één voor de overige goederen. Voor ICT wordt vanaf 2023 met een hogere index gerekend aangezien deze bovengemiddeld ligt ten opzichte van de overige leveranciers van BsGW. De index van de overige leveranciers is gebaseerd op de 5-jaarsgemiddelde CPI van het CPB. Afschrijvingen De afschrijvingen zijn opgehoogd, omdat deze post vanaf 2018 structureel te laag was begroot. Er heeft desondanks nooit een aanpassing (lees: ophoging) in de daarop volgende begrotingen plaatsgevonden.

19

Proceskosten Door wijzigingen in de wetgeving, meer in het bijzonder als gevolg van het afschaffen van de Fierensdrempel, is het voor de zogenaamde ncnp-bedrijven rendabel geworden om namens de burger bezwaar te maken tegen de WOZ-waarde, waarbij deze bedrijven de tegemoetkoming van de proceskosten krijgen. De ontwikkelingen met betrekking tot de hausse aan proceskosten, waarmee BsGW met name de laatste jaren wordt geconfronteerd, is en blijft nog steeds een belangrijk aandachtspunt. Het aantal ingediende bezwaren neemt nog steeds toe. Deze ontwikkeling is ook landelijk zichtbaar, zowel qua toename van het totaal aantal ingediende bezwaren als ook het feit dat steeds meer burgers en ondernemers gebruik maken van een ncnp-bedrijf of een andere gemachtigde. Het behoeft dan ook geen nader betoog dat ook het aantal ncnp-bedrijven toeneemt. Gezien deze ontwikkelingen en het feit dat de tarieven voor de proceskostenvergoeding op gezette tijden worden aangepast, is deze post ook voor 2023 (en verdere jaren) opgehoogd naar € 3 miljoen. Een stijging van het aantal bezwaarschriften vertaalt zich niet alleen door in een stijging van de proceskosten. Ook de uitvoeringskosten (extra inzet personele ondersteuning in de vorm van taxateurs, juristen en KCCmedewerkers) stijgen, waardoor de begroting verder onder druk komt te staan. Zie onderstaande tabel:

Ontwikkeling proceskosten BsGW Bedragen * € 1.000,-

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Realisatie

595

621

1.167

1.332

1.700

1.850

2.700

Begroot

2.000

2021

2022

2023

2700-3000 2.040

3.000

3.060

Stimuleringsregeling Medewerkers konden vanaf 2017 tot en met 2020 in de Stimuleringsregeling stappen, waarbij vanuit deze regeling de financiële effecten merkbaar zijn tot de definitieve (pensioen)uitstroom uiterlijk 2029. De Stimuleringsregeling wordt budgetneutraal uitgevoerd; deze kosten worden binnen de begroting van BsGW opgevangen. In de AB-vergadering van 8 oktober 2020 is besloten deze regeling niet meer te verlengen. Waarderen op gebruiksoppervlakte: beheerfase Vanaf 1 januari 2022 bestaat de verplichting om woningen te waarderen op basis van de gebruiksoppervlakte. Eind 2020 en in de loop van 2021 zal voor steeds meer gemeenten de transitie gereed zijn. Dan start de beheerfase: het bijhouden en actueel houden van de gegevens middels het regieportaal en mutatiedetectie. Regieportaal Het Regieportaal bevindt zich momenteel in de beheerfase, hetgeen wil zeggen dat omzettingen naar gebruikersoppervlakte en andere relevante gegevens actueel dienen te worden gehouden en dienen te kunnen worden uitgewisseld tussen de verschillende partijen. Net als bij het project ‘Waarderen op gebruiksoppervlakte’ voert BsGW namens de deelnemers de regie van de beheerfase uit. De totale kosten voor de aanschaf van het regieportaal zijn opgenomen in de (meerjaren)begroting (20222024).

20

Mutatiedetectie Voor elke gemeente is eenmalig een WOZ-mutatiedetectie uitgevoerd. Een WOZ-mutatiedetectie betreft het op basis van luchtfoto’s, obliekfoto’s, de BAG- en de WOZ-administratie inzichtelijk maken welke WOZ-onderdelen opgevoerd en afgevoerd moeten worden in de WOZ-administratie. Dit draagt dan ook bij aan het verbeteren van de WOZ-waardering. Om de gegevens actueel te houden dient de WOZ-mutatiedetectie jaarlijks te worden uitgevoerd. De gemeente maakt daarbij de keuze om de WOZ-mutatiedetectie zelf uit te (laten) voeren of door BsGW uit te laten voeren. De WOZmutatiedetectie kan immers het beste uitgevoerd worden samen met de BAG/BGT-mutatiedetectie die enkele gemeenten al jaarlijks laten uitvoeren. Het samenvoegen van de WOZ-mutatiedetectie met de BAG/BGT mutatiedetectie is efficiënt en economisch het voordeligst. Overigens, in het geval dat BsGW de WOZ-mutatiedetectie namens een gemeente uitvoert, worden de kosten door BsGW doorbelast aan de betreffende deelnemer. Visie op dienstverlening In 2020 is de Visie op dienstverlening voor belastingplichtigen, inclusief dienstverleningsnormen, vastgesteld. De komende jaren worden, aan de hand van business-cases, projecten opgezet om de dienstverlening te verbeteren. In dit kader heeft in 2021 een nulmeting plaatsgevonden. Vanaf 2022 worden de effecten middels de bestuursrapportages gerapporteerd en verantwoord.

Informatievoorziening en ICT BsGW maakt deel uit van een sterk veranderende omgeving, waarin de steeds verdere digitalisering van de informatievoorziening een belangrijke ontwikkeling is. Een belangrijke ontwikkeling is het vervangen van zowel de ICT-infrastructuur (afloop huidige contract 31-05-2022) als het huidige belastingpakket (afloop huidige contract 31-12-2021) via een Europese aanbesteding. Eind 2020 is met de nodige vertraging gestart met de voorbereiding hiervan. De publicatie van de aanbesteding staat voor het laatste kwartaal van 2021 gepland; voor de zomer van 2022 zou de opdracht tot definitieve gunning dienovereenkomstig kunnen plaatsvinden. Daarna kan worden gestart met de technisch implementatie en het migratietraject, dat geheel 2022 bestrijkt. Na oplevering

beschikt BsGW

over een

hernieuwd

applicatielandschap, dat

aansluit

bij

de

technologische ontwikkelingen, zoals de scheiding van data met processen en het verminderen van afhankelijkheid van leveranciers conform de Common Ground gedachte. Daarnaast is de infrastructuur geschikt om de samenhang tussen de verschillende basisregistraties integraal te ontsluiten. Vooralsnog worden de aanbestedingskosten op € 420 duizend (2021) en de implementatiekosten op € 2,775 miljoen (2022-2023) ingeschat. Dit laatste is een bovenwaartse bijstelling van € 800 duizend op basis van een reeds afgerond aanbestedingstraject van een collega-samenwerkingsverband. Zodra de verwachte kosten meer bekend zijn worden de financiële effecten hiervan verwerkt in de begroting 2023 en de meerjarenbegroting (2023 en verder). Afhankelijk van de uitkomsten van het overleg met de accountant kan een deel van deze kosten worden geactiveerd. Harmonisatie en kostenverdeelmethode Op dit moment zijn er veel varianten, die als heffingsgrondslag voor de verschillende belastingsoorten gelden. Dit maakt het inrichten van de processen, inclusief de automatisering hiervan, ingewikkeld. Harmonisatie is een onderwerp dat al meer dan een jaar op de actielijst stond. Dit onderwerp komt

21

eveneens

terug

in

een

van

de

aanbevelingen

voortvloeiend

uit

een

onderzoek

van

de

Rekenkamer(commissie)s van elf van de negenentwintig in BsGW deelnemende gemeenten. In ABverband

zijn

met

betrekking

tot

het

harmonisatieproces

alsmede

de

kostenverdeelmethode

procesafspraken gemaakt. Verbetering archiefbeheer In 2021 heeft een archiefinspectie plaatsgevonden binnen BsGW. Hieruit is een aantal verbeterpunten naar voren gekomen. Een plan van aanpak en een businesscase worden opgesteld. Bij de afronding van deze Kadernota waren de uitkomsten en daarmee de eventuele financiële consequenties nog niet bekend.

6.2 Mogelijke ontwikkelingen Onderstaand de mogelijke ontwikkelingen waarmee BsGW te maken kan krijgen. Voor een toelichting wordt verwezen naar bijlage 3. -

Fiscale Vereenvoudigingswet 2017

-

Voortgang implementatie Wet vereenvoudiging beslagvrije voet en Verbreding beslagregister o

Het invorderingsproces gaat wijzigen

o

Verbreding beslagregister

o

Herziening beslag- en executierecht

-

Lagere opbrengst vervolgingskosten en invorderingsrente

-

Verruiming gemeentelijk belastinggebied

-

Omgevingswet

-

Samenwerking / nieuwe deelnemers in BsGW

-

Samenhangende Objecten Registratie (SOR)

-

Unie van Waterschappen: onderzoek houdbaarheid belastingstelsel

-

Waardering zonnepanelen voor de WOZ-waarde

-

Vergroening belastingen

-

Amendement Omtzigt: verruimde tariefdifferentiatie OZB

-

Wet modernisering elektronisch berichtenverkeer (nieuw)

22

7. Investeringen

MeerjarenInvesteringsProgramma (MIP) BsGW

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Totaal

(bedragen x 1.000)

2023

2024

2025

2026

2027

2023-2027

Innovatie en Procesoptimalisatie

300

300

300

300

300

1.500

Totaal BsGW

300

300

300

300

300

1.500

Voor het jaar 2022 is in het MeerjarenInvesteringsProgramma (MIP) 2023-2027 een krediet voor innovatie en procesoptimalisatie opgenomen. In het laatste kwartaal van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar, benoemt BsGW de deelprojecten voor het investeringskrediet 2023. De implementatiekosten van het hernieuwd applicatielandschap worden vooralsnog op € 2,775 miljoen (2022-2023) ingeschat. Dit is een bovenwaartse bijstelling van € 800 duizend op basis van een reeds afgerond aanbestedingstraject van een collega-samenwerkingsverband. Zodra de verwachte kosten meer bekend zijn worden de financiële effecten hiervan verwerkt in de begroting 2023 en de meerjarenbegroting (2023 en verder). Afhankelijk van de uitkomsten van het overleg met de accountant kan een deel van deze kosten worden geactiveerd.

23

8. Financieel meerjarenperspectief

8.1 Ontwikkeling netto kosten BsGW en bijdragen deelnemers Eén van de doelstellingen, die voortvloeien uit de missie van BsGW, is kostenreductie. Wat is de toegevoegde waarde van BsGW en wat het heeft opgebracht? In deze paragraaf wordt dit toegelicht vanuit twee invalshoeken: de ontwikkeling van zowel de nettokosten van de organisatie BsGW als de bijdragen aan BsGW van de deelnemers. Ontwikkeling netto kosten BsGW Uitgangspunt voor de begroting van BsGW is altijd geweest: sober en doelmatig. BsGW heeft zich in de eerste 6 jaar na de verzelfstandiging gecommitteerd aan een taakstellende kostenreductie van (afgerond) 13% en heeft in de jaren 2012-2017 daarom de kostenindexering van gemiddeld 2% per jaar niet doorberekend aan de deelnemers. De totale gerealiseerde, structurele kostenreductie loopt hiermee op tot € 1,565 miljoen per jaar. Daarnaast zijn nog enkele kostenreductieprogramma’s doorgevoerd, waardoor de netto kosten nog eens met € 1,284 zijn gedaald. BsGW heeft dit bewerkstelligd via efficiencyverbeteringen van de werkprocessen en aanbestedingstrajecten. Tevens heeft BsGW kostenverlagingen behaald uit het schaaleffect door het toetreden van nieuwe deelnemers in BsGW voor in totaal 5,675 miljoen. Begroting

Kostenreductie (bedragen x 1.000) 2011 Taakstellende kostenreductie Extra kostenreductie

2012 179

1.171

Schaalvoordeel toetreders 2012

2013 204

2014 282

2015 300

66

Totaal

2016 300

2017 300

2018

10

9

28

2019

2020

2022

229 888

Schaalvoordeel toetreders 2014

597 2.665

Schaalvoordeel toetreders 2015

1.485 75

2.739

1.182

1.182

Schaalvoordeel toetreders 2021

40 1.171

474

reductie 1.565 1.284

229

Schaalvoordeel toetreders 2013

Totale kostenreductie

2021

1.092

3.543

1.557

310

309

28

0

0

40

40 0

8.523

De totale, cumulatieve verlaging van de netto-kosten in de begroting van BsGW vanaf 2011 loopt op hiermee op tot € 8,523 miljoen in 2021. Bijdragen van de deelnemers Een andere manier om de toegevoegde waarde van BsGW te presenteren, is om ook de uitvoeringskosten van de deelnemende partijen te bekijken, voor de toetreding tot BsGW. Dit voordeel is berekend door de uitvoeringskosten van de toetredende partij volgens de nulmeting te vergelijken met de bijdrage aan BsGW volgens de jaarlijkse bestuursbegroting. Met nulmeting wordt het onafhankelijke onderzoek naar uitvoeringskosten, fte en productieaantallen bedoeld dat bij elke afzonderlijke deelnemer voorafgaand aan de samenwerking is uitgevoerd. In de volgende tabel samengevat:

24

Financieel voordeel BsGW Bedragen * € 1.000,-

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Totale bijdrage in netto-kosten BsGW

7.246

8.071

10.956

15.840

18.467

18.457

20.067

17.057

17.466

19.486

Nulmeting geindexeerd met 1,5% inflatiecorrectie

9.642

10.451

17.527

27.831

33.816

34.323

34.838

35.361

35.891

36.429

Besparing nettokosten a.g.v. samenwerking

2.396

2.380

6.571

11.991

15.349

15.866

14.771

18.304

18.425

16.944

C umulatief financieel voordeel deelnemers

2.396

4.776

11.347

23.338

38.687

54.553

69.324

87.627

106.052

122.996

In de tabel worden de bijdragen van de deelnemers weergegeven voor wat betreft: -

bijdrage in de netto kosten volgens de vastgestelde begroting(swijzigingen)

-

bijdrage in de implementatiekosten bij toetreding, incl. het Libel-traject

-

aanvulling weerstandsvermogen

Er is in dit overzicht geen rekening gehouden met de eenmalige en/of tijdelijke kosten die noodzakelijk waren om de samenwerking te realiseren (frictiekosten deelnemer). Deze totale bijdragen worden afgezet tegen de uitvoeringskosten van de deelnemers vóór de toetreding tot BsGW, geïndexeerd met 1,5% inflatiecorrectie per jaar. Structureel wordt vanaf 2015 een jaarlijkse reductie van de uitvoeringskosten gerealiseerd rond € 16 miljoen voor alle deelnemers ten opzichte van hun oorspronkelijke uitvoeringskosten. Het totale, cumulatieve voordeel loopt tot en met 2020 op tot ongeveer € 123 miljoen.

8.2 (Financiële) effecten Kadernota 2023 De basis voor de begroting 2023 is de jaarschijf 2023 uit de vastgestelde meerjarenbegroting 20222026, rekening houdend met de nieuwe wijze van kostenverdeling (AB 25 juni 2020). Per saldo stijgen de netto-kosten 2023, en daarmee ook de bijdragen van de deelnemers, met minimaal € 623 duizend ten opzichte van de begroting 2022 als gevolg van de volgende posten: •

Loonindexering € 344 duizend;

•

Indexering goederen en diensten € 182 duizend;

•

Afschrijvingen € 97 duizend.

De implementatiekosten voor het nieuw belastingpakket worden geschat op € 2,775 miljoen voor 2022 en 2023. Dit is een bovenwaartse bijstelling van € 800 duizend op basis van een reeds afgerond aanbestedingstraject van een collega-samenwerkingsverband. Zodra de verwachte kosten meer bekend

zijn

worden

de financiële

effecten

hiervan

verwerkt

in de

begroting

2023 en

de

meerjarenbegroting (2023 en verder). In de volgende tabel worden de ontwikkelingen en kostenreducties voor 2023 weergegeven, waar mogelijk zijn de financiële effecten hiervan gekwantificeerd.

25

Ontwikkelingen begroting 2023

Zekere ontwikkelingen - Indexering salarissen en inflatie - Afschrijvingen - Stimuleringsregeling - Visie op Dienstverlening - Informatievoorziening en ICT

Effect op netto kosten 2023 t.o.v. begroting 2022 Opgenomen in de begroting: + € 526.000,+ € 97.000,budgetneutraal geen onbekend *)

- Harmonisatie en kostenverdeelmethode

onbekend

- Verbetering archiefbeheer

onbekend

Mogelijke ontwikkelingen

Niet opgenomen in de begroting:

- Beleid COVID-19: opbrengst vervolgingskosten en invorderingsrente - Fiscale vereenvoudingswet - Wet vereenvoudiging beslagvrije voet en Verbreding beslagregister - Verruiming gemeentelijk belastinggebied - Omgevingswet - Samenwerking / nieuwe deelnemers - Samenhangende objectenregistratie (SOR) - Unie van Waterschappen: onderzoek belastingstelsel

onbekend vooralsnog niet + € 250.000,- + 1 fte min. vooralsnog niet onbekend vooralsnog niet onbekend onbekend

- Waardering zonnepanelen voor de WOZ-waarde

vooralsnog niet

- Vergroening belastingen

vooralsnog niet

- Amendement Omtzigt: verruimde tariefdifferentiatie OZB

vooralsnog niet

- Wet modernisering electronisch berichtenverkeer

onbekend

*) Vooralsnog worden de implementatiekosten op € 2,775 miljoen (2022-2023) ingeschat. Zodra de verwachte kosten meer bekend zijn worden de financiële effecten hiervan verwerkt in de begroting 2023 en de meerjarenbegroting (2023 en verder).

26

Bijlage 1: producten-aantallen kostenverdeelmethode Verdeelsleutels per deelnemer

aantal aanslagregels

aantal WOZobjecten

aantal biljetten

aantal klantcontacten

aantal aanslagregels parkeerbelasting

aandeel in de productkosten

aandeel in de productkosten (GDI)

Gemeente Beek

31.000

8.250

15.000

3.442

0

1,09%

0,55%

Gemeente Beekdaelen

70.717

17.887

36.552

7.617

0

2,38%

1,21%

Gemeente Beesel

26.851

7.628

8.311

2.833

0

0,98%

0,50%

Gemeente Bergen

24.650

6.500

9.100

2.800

0

0,87%

0,44%

Gemeente Brunssum

65.100

16.350

18.800

6.073

0

2,15%

1,09%

Gemeente Echt-Susteren

66.115

17.500

14.000

6.698

0

2,30%

1,17%

Gemeente Eijsden-Margraten

108.165

13.247

50.278

5.217

0

2,08%

1,06%

Gemeente Gennep

45.426

8.507

14.826

3.595

0

1,21%

0,62%

Gemeente Gulpen-Wittem

25.204

7.741

7.475

3.012

0

0,99%

0,50%

Gemeente Heerlen

209.000

54.700

59.500

18.515

6.100

7,51%

3,81%

Gemeente Kerkrade

147.101

28.106

50.707

8.481

716

3,86%

1,96%

Gemeente Landgraaf

80.300

19.750

23.700

7.918

0

2,64%

1,34%

Gemeente Leudal

50.500

18.000

17.000

7.634

0

2,28%

1,16%

Gemeente Maasgouw

50.000

12.500

14.900

5.054

0

1,67%

0,85%

Gemeente Maastricht

276.000

69.600

69.750

25.316

0

9,15%

4,64%

Gemeente Meerssen

76.686

9.572

10.477

4.190

900

1,61%

0,82%

Gemeente Mook en Middelaar

16.184

4.221

11.319

1.633

0

0,55%

0,28%

Gemeente Nederweert

31.350

8.200

14.100

3.400

0

1,08%

0,55%

Gemeente Peel en Maas

59.200

22.100

21.900

8.983

0

2,77%

1,40%

Gemeente Roerdalen

38.500

11.000

13.000

4.493

0

1,43%

0,73%

Gemeente Roermond

100.500

30.000

36.500

11.575

4.000

4,14%

2,10%

Gemeente Simpelveld

22.550

5.700

6.600

2.270

0

0,76%

0,38%

Gemeente Sittard-Geleen

212.000

51.900

70.500

19.554

4.325

7,19%

3,65%

Gemeente Stein

71.500

12.900

12.500

5.330

0

1,86%

0,95%

Gemeente Vaals

33.100

6.300

15.600

2.050

0

0,86%

0,43%

Gemeente Valkenburg

26.735

9.846

8.665

3.465

0

1,21%

0,61%

Gemeente Venlo

165.000

56.000

53.000

51.500

17.000

9,83%

4,99%

Gemeente Voerendaal

25.300

6.250

7.300

2.634

0

0,84%

0,43%

Gemeente Weert

74.181

25.079

25.902

10.106

4.235

3,49%

1,77%

Waterschap Limburg

1.800.000

0

594.000

198.500

0

21,23%

60,00%

Totaal verdeelsleutels BsGW

4.028.915

565.334

1.311.262

443.887

37.276

100%

100%

27

Bijlage 2. Ondernemings- en Ontwikkelplan 2018-2020 BsGW heeft, naast de reguliere bedrijfsvoering, een separaat traject uitgevoerd, zijnde het Ondernemings- en Ontwikkelplan (OOP) BsGW 2018-2020 (AB-vergadering 14-12-2017). Na een fase van groei is het aantal deelnemers in het samenwerkingsverband BsGW gestabiliseerd. Na de verzelfstandiging

in

2011

groeide

BsGW

in

slechts

vier

jaar

tijd

uit

naar

het

huidige

samenwerkingsverband waarin 29 van de 31 Limburgse gemeenten en het Waterschap Limburg deelnemen. De consolidatie van het aantal deelnemers heeft om een herijking van de organisatie gevraagd. Voor de financiële dekking van dit ontwikkeltraject heeft het AB ingestemd met het aangaan van een lening à € 4 miljoen. Naast het inlossen van deze lening heeft het AB de BsGW-organisatie aanvullend belast met een structurele taakstelling à € 1,3 miljoen ingaande 2028 ten gunste van de deelnemers. Het OOP raakt de meerjarenbegroting 2023-2027 van BsGW niet en vormt daarmee geen onderdeel van deze Kadernota 2023. Investerings/ontwikkelbudget niet geindexeerd (* € 1.000,-)

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Na 7 jaar 100% geeffectueerd

2.000

1.000

1.000

0

0

0

0

-1.300

-1.300

-1.300

-1.300

-1.300

C umulatief voordeel

2.000

3.000

4.000

4.000

4.000

4.000

4.000

2.700

1.400

100

-1.200

-2.500

28

Bijlage 3: Zekere en mogelijke ontwikkelingen: toelichting Zekere ontwikkelingen Loonontwikkeling Indexering salariskosten Het gemiddelde percentage van de loonvoet overheidssector over de jaren 2020-2022 en 2018-2022 bedraagt 2,5% (bron: Centraal Plan Bureau, Macro Economische Verkenning 2021 september 2021). Vanaf 2023 voorspelt het CPB zelf een gemiddelde van 2,7%. Desondanks wordt er vooralsnog voor gekozen om de index aan te houden van 2,5%. Indexering goederen en diensten In de begroting 2023-2027 wordt gerekend met een indexering van 1,9%, gebaseerd op de ontwikkeling van de Consumenten Prijsindex van het CPB van de afgelopen jaren (bron: Centraal Plan Bureau, Macro Economische Verkenning 2021 september 2021). Vanaf 2023 voorspelt het CPB eveneens een gemiddelde van 1,9%. Derhalve is gekozen om de index aan te houden van 1,9%. Een uitzondering hierop vormt de ICT-index. Deze ligt in 2021 (en voorgaande jaren) rond de 2,7%. Dit percentage wordt eveneens voor de jaren 2023–2027 aangehouden. Momenteel zijn er signalen dat de gasprijzen fors omhoog gaan. BsGW heeft een aflopend energiecontract. In de begroting 2023 is hiermee geen rekening gehouden, vanwege de te grote onzekerheid over de ontwikkeling hierin. Afschrijvingen De afschrijvingen zijn opgehoogd, omdat deze post vanaf 2018 structureel te laag was begroot.

Er heeft desondanks nooit een aanpassing (lees: ophoging) in de daarop volgende begrotingen plaatsgevonden. Proceskosten Door wijzigingen in de wetgeving, meer in het bijzonder als gevolg van het afschaffen van Fierensdrempel, is het voor de zogenaamde ncnp-bedrijven rendabel geworden om namens burgers en ondernemers bezwaar te maken tegen de WOZ-waarde, waarbij deze bedrijven de tegemoetkoming van de proceskosten krijgen. De ontwikkelingen met betrekking tot de hausse aan proceskosten, waarmee BsGW met name de laatste jaren wordt geconfronteerd, is en blijft nog steeds een belangrijk aandachtspunt. Het aantal ingediende bezwaren neemt nog steeds toe. Deze ontwikkeling is ook landelijk zichtbaar, zowel qua toename van het totaal aantal ingediende bezwaren als ook het feit dat steeds meer burgers en ondernemers gebruik maken van een ncnp-bedrijf of andere gemachtigden. Een en ander leidt tot een forse stijging van de proceskosten, waarbij er een discrepantie is tussen hoogte van de kostenvergoeding en restitutie van belastingbedragen. Bovendien leggen ncnpbedrijven een onevenredig beslag op tijd van gemeenten resp. de samenwerkingsverbanden, zo ook BsGW.

Vanaf

2014

ziet

ook

BsGW

zich

geconfronteerd

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11555336/1