CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarverantwoording 2024

Gemeenteraad 3 juni 2025, gemeente BergenBij agendapunt: Zienswijze conceptjaarverantwoording 2024 van de Veiligheidsregio Limburg-Noord;23.057 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Naar aanleiding van de overheveling naar het gemeentefonds en de daarbij toegepaste korting van de BDuR hebben de veiligheidsregio’s gesproken met de staatssecretaris. Deze heeft aangeven dat het opheffen van de BDuR als specifieke uitkering een ongewenst effect is geweest. Middels een schrijven van het ministerie van Justitie en Veiligheid d.d. 11 november jl., heeft de minister te kennen gegeven, dat het kabinet heeft besloten dat de BDuR blijft bestaan als specifieke uitkering en daarmee niet wordt overgeheveld naar het gemeentefonds. Wat betreft de korting is landelijk de inzet om in de voorjaarsnota 2025 duidelijkheid te geven hoe dit zal gaan uitwerken. Voor nu staat de korting verwerkt vanaf 2026 in de begroting van het ministerie. Een eventuele korting van 10% op de BDuR kan mogelijk gevolgen hebben voor de dienstverlening door crisisbeheersing en brandweerzorg. Crisisbeheersing heeft afgelopen jaren met de versterkingsgelden een ontwikkeling ingezet die door een mogelijke korting geremd kan worden. Voor brandweerzorg is de BDuR al jarenlang een vaste inkomstenbron waar vaste formatie voor is aangenomen die de paraatheid ondersteunt.

Jaarverantwoording 2024 VRLN

- 24 -

15 april 2025

Besluitvorming over de overheveling van de SPUK ASG naar het Gemeentefonds heeft, nog niet plaatsgevonden, verwacht maart 2025. Hierdoor is nog onduidelijk wat het totale beschikbare bedrag gaat worden en hoe dit verdeeld gaat worden. Mogelijk leidt dit tot een meer evenwichtige verdeling over de GGD regio’s in Limburg. Ten aanzien van de pandemische paraatheid wordt een afbouwscenario uitgewerkt waarin rekening wordt gehouden met de afbouw van de uitkering tot 2029. Onduidelijk is wat de korting gaat betekenen voor de opdracht aan de GGD. De kosten van de COVID-19 werden steeds volledig door het Rijk vergoed via de SPUK. Onduidelijk is welke opdracht de GGD’en/gemeenten gaan krijgen en welke vergoeding daarvoor ontvangen gaat worden. De regering heeft nog geen besluit genomen over het structureel verstrekken van de COVID19 vaccinatie. Op dit moment loopt de voorbereiding van de besluitvorming over de vaccinatie in 2025, waarbij voor 2025 nog onderzocht wordt hoe de vaccinaties bekostigd worden. Nu is dat op basis van een begroting per GGD. Landelijk wordt onderzocht of een vergoeding per vaccinatie haalbaar is. Strategische huisvesting (risico: veranderende wetgeving duurzaamheid en prijsstijgingen) De aanpassingen naar flexibel werken, verduurzamen en nieuwbouw van kazernes hebben te maken met forse, onvoorziene prijsstijgingen.

De ontwikkelingen op de bouwmarkt leiden tot hoge bouwkosten. Het risico bestaat dat de (ver)bouwkosten harder stijgen dan waar rekening mee is gehouden. Stijgende energielasten en grondstoffen (risico: energielasten stijgen, hoge prijsindexatie) Wereldwijde economische ontwikkelingen, waaronder de oorlog in Oekraïne, geven schaarste in grondstoffen. Samen met de schaarste aan professionals op diverse gebieden veroorzaken die stijgingen van de prijzen boven de reguliere indexatie op basis van de consumentenprijsindex. De afgelopen jaren zien we een negatief effect op de energielasten maar ook op de kostprijzen van materieel en voertuigen. Mentale gezondheid medewerkers (risico: mentale gezondheid medewerkers) De veranderingen in de maatschappij zorgen voor risico’s die snel veranderen. Dit vraagt om een hoge mate van flexibiliteit en veerkracht van onze medewerkers. Vergrijzing en krapte op de arbeidsmarkt hebben invloed op de mentale gezondheid van onze medewerkers. Dit kan tot hogere uitval van medewerkers leiden, kortdurend maar ook langdurig. De voorspelbaarheid van dit risico is laag, de eventuele financiële gevolgen kunnen groot zijn. Erkenning PTSS als beroepsziekte (risico: financiële gevolgen PTSS als beroepsziekte) Naast de mentale gezondheid voor medewerkers zijn veiligheidsregio’s op dit moment een landelijke regeling voor PTSS aan het uitwerken.

Met deze regeling wordt PTSS voor veiligheidsregio’s als beroepsziekte erkend. Dit in navolging van bijvoorbeeld Defensie en Politie. Een belangrijk onderdeel van de regeling zijn preventieve maatregelen om PTSS te voorkomen. In de regeling is een bepaling opgenomen waar ook reeds erkende PTSS-gevallen met terugwerkende kracht rechten kunnen ontlenen. De minister is verzocht om een bijdrage aan de kosten voor uitvoering van deze regeling. Het streven is om de regeling in 2025 in te laten gaan. Echter bij het ingaan van deze regeling is er nog geen inzicht in de financiële kosten die de veiligheidsregio’s zelf dragen. Daarvoor is geen duidelijke inschatting te maken van de omvang.

Jaarverantwoording 2024 VRLN

- 25 -

15 april 2025

3.1.1 Financiële kengetallen Volgens de richtlijnen van het BBV worden hier de verplichte kengetallen weergegeven. De kengetallen geven aan over hoeveel financiële ruimte VRLN beschikt om structurele en incidentele lasten te dekken of op te vangen. Financiële kengetallen

(in percentages) 000100

Realisatie 2023

Begroting 2024

Realisatie 2024

Netto schuldquote

38,5%

57,3%

28,2%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

38,5%

57,3%

28,2%

Solvabiliteitsratio

14,4%

7,1%

21,7%

Structurele exploitatieruimte

2,1%

0,4%

0,1%

Netto schuldquote Het kengetal netto schuldquote, ook wel bekend als de netto-schuld als aandeel van de inkomsten, zegt het meest over de financiële vermogenspositie. De netto schuldquote geeft aan of de gemeenschappelijke regeling investeringsruimte heeft. Daarnaast geeft het kengetal inzicht in de flexibiliteit van de begroting. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeenschappelijke regeling ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. In de uitgave ‘Houdbare Gemeentefinanciën’ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is aangegeven dat wanneer de schuld lager is dan de jaaromzet (100%) dit als voldoende kan worden bestempeld. Voor veiligheidsregio’s wordt 80% als norm aangehouden. VRLN blijft onder de norm. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft de mate aan waarmee de bezittingen zijn betaald met eigen middelen. Hoe hoger de verhouding eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen, hoe financieel gezonder de gemeenschappelijke regeling. VRLN is in staat aan haar kortlopende en langlopende schulden te voldoen. Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van de financiële positie is het van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten.

Structurele baten zijn voornamelijk de gemeentelijke bijdragen en de rijksbijdrage. Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Het percentage voor VRLN ligt ultimo 2024 op 0,1%. Dit betekent dat er geen structurele lasten gedekt worden met incidenteel geld.

3.2

Bedrijfsvoering

3.2.1 Personeel Onderstaande tabel geeft de omvang van het personeel in ambtelijk dienstverband en het aantal brandweervrijwilligers weer.

Jaarverantwoording 2024 VRLN

- 26 -

15 april 2025

Omvang personeel 31-12-2023 Aantal

31-12-2024 %

Aantal

%

Werknemers*

651

Fte

560

Fulltime

318

48,8

327

48,4

Parttime

333

51,2

348

51,6

Brandw eervrijw illigers

752

675 602

777

* Exclusief inhuur

3.2.2 Rechtmatigheidsverantwoording Het Dagelijks Bestuur geeft aan in hoeverre de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, en ook alsmede de balansmutaties, rechtmatig tot stand zijn gekomen. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door het Algemeen Bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting en interne verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het Algemeen Bestuur bepaald en bedraagt 1% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 908.874. De rapporteringsgrens is bepaald op 20% en vastgesteld op € 181.775. Hiermee zijn de toe te lichten aspecten eveneens vastgesteld voor de rechtmatigheidsverantwoording en voor de toelichting in de paragraaf bedrijfsvoering. Conclusie Het Dagelijks Bestuur stelt vast dat de omvang van de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen € 18.326K bedraagt. Dit is hoger dan de daarvoor gestelde grens van € 908.874.

Van de niet rechtmatig tot stand gekomen verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties is volgens het Dagelijks Bestuur overigens een bedrag van € 7.032K acceptabel op basis van door het Algemeen Bestuur vastgestelde afspraken. Toelichting op de afwijkingen Begrotingscriterium In de begroting zijn de maxima voor de lasten vermeld die door het Algemeen Bestuur zijn vastgesteld. Dit houdt in dat de financiële beheersingshandelingen dienen te passen binnen de begroting, waarbij het juiste programma, de toereikendheid van het begrotingsbedrag alsmede het begrotingsjaar van belang zijn. Volgens het BBV dienen de afwijkingen in de jaarrekening herkenbaar te worden opgenomen en van een toelichting te worden voorzien. Als blijkt dat de gerealiseerde uitgaven op programmaniveau hoger zijn dan geautoriseerd, is sprake van begrotingsonrechtmatigheid. Er zijn verschillende typen begrotingsoverschrijdingen. Overschrijdingen die binnen de beleidskaders van VRLN passen, worden in het accountantsoordeel niet meegewogen. Overschrijdingen die gedurende het jaar bekend werden, zijn in 2024 aan het Algemeen Bestuur voorgelegd, bijvoorbeeld via de bestuursrapportage. Het Dagelijks Bestuur concludeert dat er een overschrijding op basis van het begrotingscriterium heeft plaatsgevonden. De totale omvang van de vastgestelde (begrotings)onrechtmatigheid betreft € 17.408K.

Hiervan heeft € 12.783K, betrekking op over- en onderschrijdingen van de baten en lasten per programma. Verder heeft dit betrekking op de over- en onderschrijdingen van de gevoteerde investeringskredieten (€ 4.625K).

Jaarverantwoording 2024 VRLN

- 27 -

15 april 2025

De acceptabel aangeduide begrotingsonrechtmatigheid heeft een omvang van € 7.032K, waarmee het resterende saldo aan begrotingsonrechtmatigheid € 10.376K bedraagt. De verschillen tussen de geautoriseerde lasten en de gerealiseerde lasten worden hieronder per programma weergegeven.

De overschrijding van de lasten, voor de programma’s Crisisbeheersing en Bedrijfsvoering/overhead bedraagt € 3.516K. Voor beide programma’s worden tevens hogere baten verantwoord, respectievelijk € 946K voor Crisisbeheersing en € 4.054K voor Bedrijfsvoering/overhead. De overschrijding van de lasten waarover directe hogere baten zijn verantwoord, worden als acceptabel aangeduid (totaal € 7.032K). Voor het programma Publieke Gezondheid is een onderschrijding van de lasten (€ 695K) en een onderschrijding van de baten (€ 727K) te zien. De verschillen zijn nader toegelicht in paragraaf 6.3 Toelichting op het overzicht van baten en lasten.

Investeringskredieten In 2024 zijn geen afwijkingen geconstateerd ten aanzien van investeringen in het huidige boekjaar waar geen gevoteerd krediet tegenover staat. Ten aanzien van overschrijdingen van de gevoteerde kredieten in het huidige boekjaar is een overschrijding van € 80K geconstateerd. Dit komt door een toename in de inkoopprijzen. Tevens is er een onderschrijding op de gevoteerde kredieten van € 4.545K. Deze onderschrijding komt met name voort uit het niet kunnen plaatsen/uitvoeren van investeringsorders voor brandweerzorg en bedrijfsvoering. De investeringen zullen in de komende jaren alsnog plaats gaan vinden.

Jaarverantwoording 2024 VRLN

- 28 -

15 april 2025

Voorwaardencriterium Het voorwaardencriterium heeft betrekking op het naleven van gestelde voorwaarden bij de uitvoering van de financiële beheersingshandelingen. Deze voorwaarden komen voort uit diverse wet- en regelgeving en hebben onder meer betrekking op aspecten als administratieve bepalingen, duur, normbedragen, bevoegdheden, aanbestedingen, ontvangen subsidies en uitkeringen voor zover deze relevant zijn voor de financiële rechtmatigheid. In het door het Algemeen Bestuur vastgestelde normenkader voor de jaarrekening 2024 zijn de externe en interne regelgeving opgenomen. Het Dagelijks Bestuur komt tot de conclusie dat ten aanzien van de inkopen en aanbestedingen onrechtmatigheid is geconstateerd. Aanbestedingsrechtmatigheid De regels over aanbesteden staan in de Aanbestedingswet 2012 en het Aanbestedingsbesluit. In de Gids Proportionaliteit zijn de voorschriften uitgewerkt over de eisen, voorwaarden en criteria die aan inschrijvers en inschrijvingen worden gesteld. Het niet naleven van de Aanbestedingswet 2012 met betrekking tot deze Europese aanbestedingsnormbedragen bij een aanbesteding van opdrachten, leidt tot een financiële rechtmatigheidsfout. Hierbij wordt een overschrijding van de EU-aanbestedingsgrens verdeeld over 4 jaren, als onrechtmatig aangemerkt.

In 2024 is er sprake geweest van overschrijding van de EUaanbestedingsgrens voor de inkoop van leveringen en diensten (met een drempelwaarde van € 221K (exclusief Btw) voor drie crediteuren. De totale onrechtmatige uitgaven gedurende de peilperiode (2021-2024) bedragen € 1.032K. Hierbij kan € 338K toegerekend worden aan 2024. In 2023 is in de rechtmatigheidsverantwoording voor € 328K verantwoord voor deze crediteuren. De oorzaken voor deze onrechtmatige uitgaven hebben betrekking op dat deze opdrachten stilzwijgend, niet wetmatig zijn verlengd en/of een nieuwe aanbesteding niet tijdig heeft plaatsgevonden. Tevens is er in 2024 sprake geweest van het niet en/of onjuist aanbesteden volgens de beleidsnormen op basis van het goedgekeurde inkoopbeleid. Hierbij geldt dat voor deze inkopen met een contractwaarde van boven de € 50K, deze minimaal via meervoudige (onderhandse) aanbesteding, aanbesteed dienen te worden. De omvang van deze onrechtmatige inkopen bedragen € 580K, voor vijf crediteuren. De oorzaken voor het niet en/of onjuist aanbesteden van deze inkopen is te wijden aan onjuiste en/of onvolledige ramingen en overschrijdingen van contractwaarden, waarbij niet tijdig de nieuwe aanbestedingen zijn gestart. Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium In 2024 zijn geen bijzonderheden ten aanzien van misbruik en oneigenlijk gebruik geconstateerd.

VRLN heeft geen nota op misbruik en oneigenlijk gebruik. Deze nota zal in de komende periode worden opgesteld.

3.3

Onderhoud kapitaalgoederen

De belangrijkste kapitaalgoederen die de veiligheidsregio in eigendom heeft betreffen gebouwen, vervoermiddelen (brandweervoertuigen) en ander brandweermaterieel. Ten aanzien van vervanging van materieel zijn soberheid, doelmatigheid en regionale uniformiteit belangrijke uitgangspunten. In het kader van risicogerichtheid en focus wordt de standaardisering op onderdelen minder. De brandweer moet dan ook investeren in nieuwe innovatieve technische middelen. Ook wordt er bij aanschaf van nieuwe voertuigen gekeken naar duurzame initiatieven waarbij de primaire inzetfunctie van het voertuig in kwaliteit gelijk moet blijven aan de gestelde eisen. De fasering van duurzame voertuigen wordt het eerste zichtbaar bij de piket voertuigen. Aandacht is hierbij wel nodig voor de

Jaarverantwoording 2024 VRLN

- 29 -

15 april 2025

gevolgen voor de infrastructuur, zoals laadfaciliteiten op de locaties van de veiligheidsregio en bij piket functionarissen. Harmonisatie huisvestingslasten brandweerlocaties Met ingang van 2017 zijn de exploitatielasten integraal onderdeel van de begroting van de veiligheidsregio. De lasten van groot onderhoud worden in rekening gebracht bij de gemeenten en het onderhoud wordt in opdracht van de gemeenten door de gemeente of VRLN uitgevoerd. Jaarlijks wordt in samenspraak een onderhoudsprogramma opgesteld. Meerjaren Onderhoudsplannen Voor gebouwen in eigendom van VRLN en de gehuurde brandweerkazernes zijn Meerjaren Onderhoudsplannen (MJOP’s) opgesteld. Sinds de verkoop van het kantoorgebouw aan de Nijmeegseweg in 2024 gaat het om 10 gebouwen in eigendom (2 kantoorgebouwen en 8 brandweerkazernes) en 22 brandweerkazernes met een huurcontract. Op 8 juli 2022 is het MJOP 2022-2026 door het Algemeen Bestuur vastgesteld, maar vanwege de actuele situatie is deze in 2024 bijgesteld. Daarbij is tevens bepaald dat de besparing uit het strategisch huisvestingsplan wordt ingezet voor het opvangen van de stijging van de kosten van het onderhoud. De veiligheidsregio heeft de volgende gebouwen in eigendom: Locatie

Adres

Plaats

Hoofdvestiging GGD (Venlo)

Drie Decembersingel

Venlo

Hoofdvestiging GGD (Roermond)

Oranjelaan

Roermond

Brandweerkazerne Echt

Bandertlaan

Echt

Brandweerkazerne Gennep

Paesplasweg

Gennep

Brandweerkazerne Horst

Westsingel

Horst

Brandweerkazerne Ittervoort

Aziëstraat

Ittervoort

Brandweerkazerne Nederweert

Smisserstraat

Nederweert

Brandweerkazerne Stramproy

Bergerothweg

Stramproy

Brandweerkazerne Venlo

Ariënsstraat

Venlo

Brandweerkazerne Weert

De Savorin Lohmanstraat

Weert

Het Meerjarig onderhoudsplan vormt de basis voor het te verrichten onderhoudswerk en daarmee de omvang van de onderhoudsvoorziening. Het groot onderhoud met betrekking tot de locaties Nijmeegseweg, Drie Decembersingel en brandweerpost Roermond is in afwachting van besluitvorming met betrekking tot ontwikkelingen in de huisvesting voor deze locaties, uitgesteld. Het gaat hier om een bedrag van afgerond € 1,6 miljoen. Rekening houdende met financiële voorschriften en richtlijnen BBV laten we dit deel van de voorziening vrijvallen. Het voorstel aan het Algemeen Bestuur is om dit bedrag in afwachting van definitieve besluitvorming voorlopig te storten in een bestemmingsreserve groot onderhoud gebouwen. Na besluitvorming over de toekomst van de drie panden zal duidelijk worden op welke wijze deze middelen worden ingezet.

Jaarverantwoording 2024 VRLN

- 30 -

15 april 2025

3.4

Vennootschapsbelasting

Vanaf 1 januari 2016 zijn overheidsondernemingen van bijvoorbeeld gemeenten, provincies en waterschappen belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (VPB). Met deze wetswijziging wil de Nederlandse overheid gelijkheid creëren tussen overheidsondernemingen en private ondernemingen. Voor zover bekend zijn de hiermee samenhangende financiële gevolgen voor de veiligheidsregio zeer beperkt. Voor de vennootschapsbelasting die op de activiteiten drukt die door de belastingdienst als VPB-plichtig worden aangemerkt, is voor 2024 geen bedrag geraamd. Omdat wij activiteiten verrichten tegen kostprijs en zonder winstoogmerk verwachten wij geen heffing over 2024.

3.5

Financiering

Het beleid van VRLN inzake de financiering is vastgelegd in het treasury-statuut. Het Dagelijks Bestuur heeft het treasury-statuut op 11 maart 2022 opnieuw vastgesteld. Risicobeheer (kasgeldlimiet en renterisiconorm) De kasgeldlimiet laat zien welk risico er bestaat ten aanzien van vlottende schulden. De renterisiconorm is een maatstaf om te bepalen welke kredietrisico’s de veiligheidsregio loopt op de vaste schulden. Dit zijn de schulden met een looptijd langer dan 1 jaar. Onderstaande tabel geeft het renterisico van de vlottende schuld voor het jaar 2024. Kasgeldlimiet

(bedragen in duizenden euro's) 000100

1e kwartaal

2e kwartaal

(1) Vlottende schuld

0

0

0

0

(2) Vlottende middelen

514

406

402

442

(3) Netto vlottend schuld (+) of overschot (-) (1) -(2)

-514

-406

-402

-442

(4) Gemiddelde van (3)

-514

-406

-402

-442

(5) Toegestane kasgeldlimiet In geld In percentage

7.446 8,20%

7.446 8,20%

7.446 8,20%

7.446 8,20%

Ruimte (5) groter dan (4)

7.961

7.853

7.849

7.889

Overschrijding (4) groter dan (5)

-

-

-

-

(6) Berekening kasgeldlimiet (7) Rekeningtotaal 2024 (8) Percentage regeling

90.810 8,20%

90.810 8,20%

90.810 8,20%

90.810 8,20%

(6)=(7)*(8) kasgeldlimiet 2024

7.446

7.446

7.446

7.446

(Jaar t = 2024)

3e 4e kwartaal kwartaal

In 2024 is op het einde van het boekjaar voldaan aan de norm voor de kasgeldlimiet (plafond voor korte financiering < 1 jaar) op grond van de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido).

Jaarverantwoording 2024 VRLN

- 31 -

15 april 2025

Onderstaande tabel geeft het renterisico van de vaste schuld. Renterisiconorm (bedragen in duizenden euro's)

2024 Omvang begroting

90.436

(1) Renteherzieningen

0

(2) Aflossingen

7.037

(3) Renterisico (1) + (2)

7.037

(4) Renterisiconorm

18.087

(5a) = (4) > (3) Ruimte onder renterisiconorm

11.050

(5b) = (3) > (4) Overschrijding van de renterisiconorm

n.v.t.

Berekening renterisiconorm ad (4) (4a) Begrotingstotaal jaar (t) (4b) Percentage regeling (4) = (4a) * (4b) / 100 Renterisiconorm jaar (t)

90.436 20 % 18.087

De renterisiconorm is het bedrag ter grootte van 20% van het begrotingstotaal van 2024. Het renterisico op de vaste schuld mag de renterisiconorm niet overschrijden. Dit is niet het geval. Liquiditeitsplanning en financieringspositie In 2024 is geen geldlening aangetrokken. De vaste geldleningen in combinatie met de andere vaste en kortlopende geldleningen, reserves en voorzieningen en het betalingsritme van de gemeenten is voldoende gebleken om de lopende uitgaven inclusief investeringen te bekostigen. Rentekosten en renteopbrengsten In 2024 zijn de volgende rentekosten en renteopbrengsten gerealiseerd: Rentekosten: Rente vaste geldleningen Rente eigen financieringsmiddelen Rente kortlopende geldleningen

€ 288.217 € 13.702 € 0

Renteopbrengsten: Rente rekening-courant/spaarrekeningen

€ 335.431

3.6

Verbonden partijen

De veiligheidsregio kent geen verbonden partijen.

Jaarverantwoording 2024 VRLN

- 32 -

15 april 2025

Deel C Jaarrekening

4.

Balans per 31 december 2024

Balans per 31 december 2024

(bedragen in duizenden euro's) 280225

ACTIVA

31 december 2024

31 december 2023

0

0

41.105

44.285

VASTE ACTIVA Immateriële vaste activa

Materiële vaste activa -

Investeringen met een economisch nut

41.105

44.285

Financiële vaste activa

0

0

TOTAAL VASTE ACTIVA

41.105

44.285

31

31

VLOTTENDE ACTIVA Voorraden -

Gereed product en handelsgoederen

31

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan een jaar

31

8.185

7.817

-

Vorderingen op openbare lichamen

2.325

2.167

-

Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijdkorter dan een jaar

5.618

5.584

-

Overige vorderingen

242

67

Liquide middelen

481

491

-

Kassaldi

2

3

-

Banksaldi

478

488

Overlopende activa -

-

2.191

2.941

De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel

180

744

Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen

2.011

2.197

TOTAAL VLOTTENDE ACTIVA

10.888

11.280

TOTAAL ACTIVA

51.993

55.565

Jaarverantwoording 2024 VRLN

- 33 -

15 april 2025

Balans per 31 december 2024

(bedragen in duizenden euro's) 110325

PASSIVA

31 december 2024

31 december 2023

11.268

8.014

VASTE PASSIVA Eigen vermogen -

Algemene reserve

1.605

533

-

Bestemmingsreserves

5.948

5.533

-

Het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening

3.716

1.948

Voorzieningen

3.335

-

Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's

-

Voorzieningen ter egalisering van kosten

-

Voorzieningen voor middelen van derden w aarvan de bestemming gebonden is

0

0

3.335

4.354

0

0

Vaste schulden met een rentetypische looptijd van een jaar of langer -

Onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen

4.354

20.971 20.971

TOTAAL VASTE PASSIVA

28.009 28.009

35.575

40.377

3.949

3.323

VLOTTENDE PASSIVA Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan een jaar -

Overige kasgeldleningen

0

0

-

Banksaldi

0

0

-

Overige schulden

3.949

3.323

12.469

Overlopende passiva -

-

-

11.865

Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouw d en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen (met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume)

7.018

7.343

De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren

4.435

2.949

Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen

1.016

1.573

TOTAAL VLOTTENDE PASSIVA

16.418

15.188

TOTAAL PASSIVA

51.993

55.565

Jaarverantwoording 2024 VRLN

- 34 -

15 april 2025

5.

Het overzicht van baten en lasten

Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening over het begrotingsjaar 2024 (bedragen in duizenden euro's)

Realisatie 2023

Prim aire begroting 2024

Begroting 2024 na w ijziging

Publieke Gezondheid

29.005

23.536

28.499

27.804

Brandw eerzorg

34.114

37.828

36.751

34.305

Crisisbeheersing

6.441

5.927

7.796

8.308

Overhead

17.378

16.077

17.340

20.394

0

50

50

0

86.938

83.419

90.436

90.810

Publieke Gezondheid

13.115

6.324

11.141

10.414

Brandw eerzorg

5.884

6.279

6.011

6.410

Crisisbeheersing

2.718

596

2.486

3.432

Overhead

1.903

1.281

1.163

5.488

64

350

350

274

23.684

14.830

21.151

26.018

Publieke Gezondheid

15.932

17.027

16.974

16.974

Brandw eerzorg

29.731

31.550

30.740

30.740

Crisisbeheersing

4.834

5.038

5.035

5.035

Overhead

14.221

14.530

15.492

15.297

Totaal baten gem eentelijke bijdragen

64.718

68.144

68.241

68.046

Totaal baten

88.401

82.974

89.391

94.064

42

-185

-385

-416

Realisatie 2024

Lasten (excl. toevoegingen aan reserves)

Onvoorzien Totaal lasten Baten (excl. onttrekkingen aan reserves)

Algemene dekkingsmiddelen Totaal baten program m a's Baten gem eentelijke bijdragen

Saldo (excl. m utaties reserves) Publieke Gezondheid Brandw eerzorg

1.501

0

0

2.846

Crisisbeheersing

1.111

-294

-275

159

Overhead

-1.254

-266

-685

391

Algemene dekkingsmiddelen

64

350

350

274

Onvoorzien

0

-50

-50

0

Totaal program m a's

1.463

-445

-1.045

3.254

Saldo van baten en lasten

1.463

-445

-1.045

3.254

Toevoegingen aan reserves

213

77

77

77

Onttrekkingen aan reserves

698

522

1.121

539

Gerealiseerde resultaat

1.948

0

-0

3.716

Jaarverantwoording 2024 VRLN

- 35 -

15 april 2025

6.

Toelichtingen

6.1

Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

De veiligheidsregio dient als gemeenschappelijke regeling te voldoen aan de verslaggevingsvoorschriften zoals deze ook voor gemeenten gelden. Deze voorschriften zijn vastgelegd in het BBV. De waarderingsgrondslagen zijn bepaald aan de hand van het BBV dan wel aan de hand van algemeen in het maatschappelijk verkeer aanvaarde normen. De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. De activa en passiva worden opgenomen tegen nominale waarde, tenzij anders vermeld. 6.1.1 Baten en lasten De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden vóór het einde van het begrotingsjaar worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten-gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt.

Daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken en dergelijke. Voor arbeidskosten-gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (reorganisaties) dient wel een verplichting gevormd te worden. 6.1.2 Vaste activa De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met eventuele bijdragen van derden, onttrekkingen aan de reserves en/of voorzieningen en de afschrijvingen. De activa met een relatief geringe betekenis worden in het jaar van aanschaf direct ten laste van de rekening van baten en lasten gebracht. Afschrijving van de activa (lineair of annuïtair (annuïtair bij de Drie Decembersingel bij aanschaf in 2003/2004)) vindt plaats met inachtneming van de verwachte gebruiksduur of nuttigheidsduur. In voorkomende gevallen wordt de afschrijving aangepast aan de herziene verwachte gebruiksduur. Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is.

Dergelijke afwaarderingen worden teruggenomen als ze niet langer noodzakelijk blijken. Het bestuur heeft in 2016 de afschrijvingstermijnen opnieuw vastgesteld. Deze termijnen worden gehanteerd voor nieuwe investeringen. De investeringen uit eerdere jaren worden afgeschreven op basis van de gebruiksduur die op het moment van de investering werd gehanteerd.

Jaarverantwoording 2024 VRLN

- 36 -

15 april 2025

6.1.3 Vlottende activa Voorraden Gerede producten worden gewaardeerd tegen de kostprijs of tegen de marktwaarde indien de marktwaarde lager is dan de kostprijs. Dat laatste doet zich vooral voor indien voorraden incourant worden. De kostprijs bestaat uit de betaalde inkoopprijs. Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan een jaar De vorderingen op openbare lichamen, rekening-courant verhouding met het Rijk en de overige vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Indien noodzakelijk wordt een voorziening in mindering gebracht voor verwachte oninbaarheid. Liquide middelen en overlopende posten Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen. 6.1.4 Vaste passiva Eigen vermogen Het eigen vermogen bestaat uit een algemene reserve en bestemmingsreserves. Binnen de bestemmingsreserves is een onderscheid gemaakt tussen reserves met een specifiek bestedingsdoel en bestemmingsreserves die zijn gevormd ter dekking van eerder gedane investeringen. Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. De onderhoudsegalisatievoorzieningen zijn gebaseerd op een meerjarenraming van het uit te voeren groot onderhoud aan (een deel van) de kapitaalgoederen, waarin rekening is gehouden met de kwaliteitseisen die ter zake geformuleerd zijn.

In de paragraaf kapitaalgoederen is het beleid nader uiteengezet. Voorzieningen verlofsaldi Het verlofsaldo bestaat uit een wettelijk deel, een bovenwettelijk deel, gekochte uren IKB (Individueel keuzebudget) en verlofsparen. Voor het wettelijk deel mag geen voorziening aangehouden worden. Voor het bovenwettelijk deel is de inschatting dat hiervan 50% bovenmatig is, waarvoor een voorziening gevormd is. De voorzieningen IKB en spaarverlof betreffen uren gekocht door medewerkers die in zijn geheel in de voorziening opgenomen zijn. Vaste schulden met een rentetypische looptijd van een jaar of langer Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. 6.1.5 Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

Jaarverantwoording 2024 VRLN

- 37 -

15 april 2025

6.1.6 Rechtmatigheidsverantwoording De verantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid 2024: − De rechtmatigheidsverantwoording ziet toe op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties, alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van art. 17 Financiële-verhoudingswet; − De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik (M&O) criterium omvat: - Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals door het Algemeen Bestuur, op 6 september 2024,is vastgesteld; - Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderscheidingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig aan het Algemeen Bestuur zijn gemeld. - Ten aanzien van het M&O criterium is het M&O beleid van onze organisatie leidend bij het voorkomen en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik.

Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording.

6.2 6.2.1

Toelichting op de balans Vaste activa

Immateriële vaste activa VRLN kent geen immateriële vaste activa. Materiële vaste activa VRLN kent slechts investeringen met een economisch nut. In onderstaande tabel wordt een correctie van de beginbalans zichtbaar. Deze correctie heeft te maken met een verschuiving in rubricering van de activa categorie ‘gronden en terreinen’ en ‘bedrijfsgebouwen’. De investeringen met economisch nut worden, inclusief het verloop van de boekwaarde, als volgt onderverdeeld:

Verloopoverzicht materiële vaste activa

(bedragen in duizenden euro's)

Boekwaarde Rubricering Investe- Desinves- Afschrij31-12-2023 beginbalans ringen teringen vingen

Bijdragen Afwaar- Boekwaarde van deringen 31-12-2024 derden

Gronden en terreinen

1.961

-538

0

0

0

0

0

1.423

Bedrijfsgebouwen

24.605

538

385

2.054

1.151

0

0

22.323

26

0

0

0

2

0

0

23

9.192

0

1.167

0

1.636

0

0

8.723

826

0

0

0

396

0

0

430

Overige materiële vaste activa

7.676

0

1.852

0

1.344

0

0

8.183

Totaal

44.285

0

3.404

2.054

4.530

0

0

41.105

Grond-, weg- en waterbouwkundige werken Vervoermiddelen Machines, apparaten en installaties

Jaarverantwoording 2024 VRLN

- 38 -

15 april 2025

De belangrijkste in het boekjaar gedane investeringen zijn: Investeringsoverzicht

(bedragen in duizenden euro's) 30-01-2024 M H

Werkelijk besteed in 2024

Cumulatief besteed t/m 2024

Tankautospuit Stevensweert

8

508

Tankautospuit Panningen

354

510

Tankautospuit Gennep

148

148

Tankautospuit Meerlo

143

143

Operationele uniformen Brandweer

343

960

SUV boot Roermond

78

78

SUV boot Weert

78

78

SUV boot Venlo

78

78

Airco's diverse brandweerposten

72

72

Vervanging C2000 apparatuur

1.113

1.113

Toegangsbeveiligingssysteem

232

402

Investeringskrediet Regionaal Coördinatie Centrum (RCC)

76

378

Investeringen meubilair en inrichting

92

92

2.814

4.560

Totaal

Financiële vaste activa VRLN heeft geen financiële vaste activa.

6.2.2

Vlottende activa

Voorraden De in de balans opgenomen voorraden bestaan uit de volgende categorie: Voorraden

(bedragen in duizenden euro's) 030225

Boekwaarde per 31 december 2024

Boekwaarde per 31 december 2023

Gereed product en handelsgoederen

31

31

Totaal

31

31

Deze voorraden gereed product betreffen vaccins. Uitzettingen kleiner dan 1 jaar De in de balans opgenomen uitzettingen met een rentetypische looptijd van een jaar of minder worden als volgt gespecificeerd:

Jaarverantwoording 2024 VRLN

- 39 -

15 april 2025

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan een jaar

(bedragen in duizenden euro's) 030225

Boekwaarde per 31 december 2024

Boekwaarde per 31 december 2023

Vorderingen op openbare lichamen

2.325

2.167

Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijdkorter dan een jaar

5.618

5.584

242

67

8.185

7.817

Overige vorderingen Totaal

In 2024 is het niet noodzakelijk gebleken om een voorziening voor oninbare vorderingen in te stellen. Voor de rekening-courantverhouding met het Rijk worden hieronder weergegeven het drempelbedrag voor het begrotingsjaar 2024 en voor ieder kwartaal het bedrag aan middelen, bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de Wet financiering decentrale overheden, dat in het kader van het drempelbedrag door de veiligheidsregio buiten ’s Rijks schatkist is aangehouden. Wet financiering decentrale overheden

(bedragen in duizenden euro's) 030225

Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

514

406

402

442

Drempelbedrag

1.809

1.809

1.809

1.809

Ruimte onder drempelbedrag

1.294

1.402

1.406

1.366

Overschrijding van het drempelbedrag

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Op dagbasis buiten 's Rijks schatkist gehouden middelen

Liquide middelen Het saldo van de liquide middelen bestaat uit de volgende componenten: Liquide middelen

(bedragen in duizenden euro's) 030225

Boekwaarde per 31 december 2024

Boekwaarde per 31 december 2023

Kassaldi

2

3

Banksaldi

478

488

Totaal

481

491

Overlopende activa De post overlopende activa kan als volgt onderscheiden worden:

Jaarverantwoording 2024 VRLN

- 40 -

15 april 2025

Overlopende activa

(bedragen in duizenden euro's) 280225

Boekwaarde per 31 december 2024

Boekwaarde per 31 december 2023

De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel

180

744

Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen

2.011

2.197

Totaal

2.191

2.941

De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel

(bedragen in duizenden euro's) 280225

Saldo 31 december 2023

Toevoegingen (uitgaven)

Saldo Ontvangen bedragen 31 december 2024

Europese overheidslichamen ERMWIC Interreg

86

0

86

0

Kansrijke Start

445

180

445

180

Risk Factory

32

0

32

0

Subsidie natuurbrandbestrijding

17

0

17

0

HPV 18+

128

0

128

0

Meerkostenregeling COVID 2023

36

0

36

0

Totaal

744

180

744

180

Overige Nederlandse overheidslichamen:

Het Rijk

6.2.3

Vaste passiva

Eigen vermogen Het in de balans opgenomen eigen vermogen bestaat uit de volgende posten: Eigen vermogen (bedragen in duizenden euro's) 110325

Boekwaarde per 31 december 2024

Boekwaarde per 31 december 2023

Algemene reserve

1.605

533

Bestemmingsreserves

5.948

5.533

Het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening

3.716

1.948

Totaal

11.268

8.014

Jaarverantwoording 2024 VRLN

- 41 -

15 april 2025

Het verloop in 2024 wordt in volgend overzicht per reserve weergegeven: Verloopoverzicht reserves

(bedragen in duizenden euro's) Boekw aarde per 31 decem ber 2023

Toevoeging

Bestem m ing resultaat vorig boekjaar

Onttrekking

Verm indering ter dekking van afschrijvingen

Boekw aarde per 31 decem ber 2024

Algemene reserve

533

1.072

0

0

0

1.605

Algem ene reserve

533

1.072

0

0

0

1.605

Reserve kapitaallasten huisvesting NMW Venlo

205

11

205

0

11

0

Reserve kapitaallasten huisvesting 3DS Venlo

71

4

0

0

13

61

Bestem m ingsreserves t.b.v. dekking van kapitaallasten

Reserve kapitaallasten huisvesting GGD Roermond

29

3

0

0

15

16

Subtotaal reserves t.b.v. dekking kapitaallasten

304

17

205

0

39

78

Reserve transformatie Meldkamer

962

0

666

0

0

295

Reserve CMA (Centraal Meld- en Actiepunt)

138

0

0

0

0

138

Reserve assurantie eigen risico

709

60

124

0

0

645

Reserve Taakherschikking en Ouderportaal

372

0

0

0

0

372

Reserve inhalen w erk

350

0

350

0

0

0

Reserve uitgestelde transitie

90

0

90

0

0

0

Reservering Natuurbrandbestrijding

230

0

0

0

0

230

Reservering Informatieveiligheid

279

0

0

0

0

279

Reserve w aarborgen paraatheid Brandw eer en dienstverlening GGD

300

0

0

0

0

300

Bestemmingseserve Rijksbijdrage (BDUR) Crisisbeheersing

0

900

0

0

0

900

Bestemmingsreserve Versterken GGD

0

269

0

0

0

269

Bestemmingsreserve CAO-stijging 2025

0

432

0

0

0

432

Bestemmingsreserve Tw eede Loopbaanbeleid

0

210

0

0

0

210

Egalisatiereserve Kapitaallasten Brandw eerzorg

1.800

0

0

0

0

1.800

Subtotaal overige bestem m ingsreserves

5.229

1.871

1.230

0

0

5.870

Bestem m ingsreserves

5.533

1.889

1.435

0

39

5.948

Het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening

1.948

3.716

347

1.601

0

3.716

Gerealiseerd resultaat

1.948

3.716

347

1.601

0

3.716

Totaal

8.014

6.676

1.782

1.601

39

11.268

Overige bestem m ingsreserves

Onder ‘bestemming resultaat’ staan de toevoegingen of onttrekkingen vermeld uit hoofde van de bestemming van het resultaat van het voorgaande boekjaar. Onder ‘afschrijvingen’ staan de verminderingen vermeld in verband met afschrijvingen op activa waarvoor een specifieke bestemmingsreserve is gevormd. In het kader van de actualisatie van de reserves en voorzieningen zijn er enkele mutaties doorgevoerd in de reserves. Het Algemeen Bestuur dient een besluit te nemen omtrent de overheveling van bestemmingsreserves naar de algemene reserve bij de jaarrekening 2024. Daarnaast heeft er voor het rekeningresultaat 2023 een besluit plaatsgevonden over de volgende te vormen bestemmingsreserves: -

versterking GGD, waarbij de termijn is verlengd naar 2025 (termijn nog niet verstreken); opvangen Cao, voor 2024 en 2025 (termijn nog niet verstreken) en versterking BDuR, waar eerder geen termijn aan gegeven is.

Het Algemeen Bestuur autoriseert bestedingen door middel van de jaarrekening, waarin mutaties en de reserves individueel worden toegelicht en bij de jaarrekening geconstateerde afwijkingen in toevoegingen en onttrekkingen door het Algemeen Bestuur worden geautoriseerd. Deze bestemmingsreserves zijn opgenomen in deze jaarrekening, waarbij het Algemeen Bestuur bij de jaarverantwoording 2024 een besluit gaat nemen. De aard en de reden van iedere reserve wordt hieronder toegelicht evenals de mutaties die dit boekjaar hebben plaatsgevonden.

Jaarverantwoording 2024 VRLN

- 42 -

15 april 2025

Algemene reserve In de vergadering van 17 april 2015 heeft het Algemeen Bestuur de nota risicomanagement vastgesteld. Het niveau van de algemene reserve is later gemaximeerd tot € 1.250.000. Het saldo van de algemene reserve is € 1,6 miljoen. Verloopoverzicht vermogenspositie

(bedragen in duizenden euro's) Stand per 31 decem ber 2024

Stand eigen vermogen per 31 december 2024

11.268

Af: reserves niet vrij beschikbaar

2.954

Af: kapitaalreserves

78

Resultaat 2024 + w eerstandsverm ogen

8.236

Overzicht resultaat 2024 + weerstandsvermogen

(bedragen in duizenden euro's) Stand per 31 decem ber 2024

Algemene reserve

1.605

Reserve transformatie Meldkamer

295

Reservering Natuurbrandbestrijding

230

Reservering Informatieveiligheid

279

Reserve w aarborgen paraatheid Brandw eer en dienstverlening GGD

300

Bestemmingseserve Rijksbijdrage (BDUR) Crisisbeheersing

900

Bestemmingsreserve Versterken GGD

269

Bestemmingsreserve CAO-stijging 2025

432

Reserve Tw eede Loopbaanbeleid

210

Het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening

3.716

Resultaat 2024 + w eerstandsverm ogen

8.236

Reserve kapitaallasten gebouw Nijmeegseweg te Venlo Deze reserve werd ingezet om een deel van de kapitaallasten op te vangen samenhangend met de aankoop/inrichting van het gebouw Nijmeegseweg 42 te Venlo. Hiervoor werd jaarlijks een bedrag onttrokken aan deze reserve en jaarlijks rente toegevoegd. Bij de actualisatie reserves en voorzieningen (AB 9 september 2024) is besloten om deze reserve te laten vervallen in verband met de verkoop van de Nijmeegseweg en over te hevelen naar de algemene reserve (€ 205.000). Reserve kapitaallasten gebouw Drie Decembersingel te Venlo Deze reserve wordt ingezet om een deel van de kapitaallasten op te vangen samenhangend met de aankoop/inrichting van het gebouw Drie Decembersingel te Venlo. Hiervoor wordt jaarlijks een bedrag onttrokken aan deze reserve en wordt jaarlijks rente toegevoegd. Reserve kapitaallasten gebouw Oranjelaan Roermond Deze reserve wordt ingezet om een deel van de kapitaallasten op te vangen samenhangend met de aankoop/inrichting van het gebouw Quadrivium aan de Oranjelaan in Roermond. Hiervoor wordt jaarlijks een bedrag onttrokken aan deze reserve en wordt jaarlijks rente toegevoegd.

Jaarverantwoording 2024 VRLN

- 43 -

15 april 2025

Reserve transformatie meldkamer Op 21 december 2012 heeft het Algemeen Bestuur besloten tot het vormen van een reserve ten behoeve van de schaalvergroting meldkamer brandweer. De meldkamer van Limburg-Noord is samengevoegd met de meldkamer van Zuid-Limburg en in 2016 heeft de verhuizing naar Maastricht plaatsgevonden. De bestemming van de reserve is in de jaarrekening 2021 verruimd. Ook de kosten van de transformatie van de informatievoorziening mogen ten laste van de reserve worden gebracht. In 2024 is er € 637.000 overgeheveld van deze reserve naar de algemene reserve (Algemeen Bestuur 9 september 2024). Tevens is er in 2024 een bedrag van € 29.000 onttrokken ten behoeve van de exploitatie. Bij de actualisatie reserves en voorzieningen is besloten, dit nog jaarlijks te doen voor de komende vijf jaar. Reserve CMA (Centraal Meld- en Actiepunt) De reserve CMA is gevormd in het kader van de vereffening van resultaten op het specifiek ten laste van de centrumgemeente Venlo uitgevoerde CMA. Bij eventuele beëindiging van deze activiteit wordt het bedrag aangewend ter dekking van eventuele frictiekosten. Het Algemeen Bestuur heeft besloten dat de activiteiten voor het CMA ingaande 2018 zijn beëindigd. De eventuele frictiekosten komen ten laste van deze reserve. In 2024 is hier geen beroep op gedaan.

Met de gemeente Venlo is afgesproken dat het restant saldo wordt aangewend voor een door de gemeente aan te wijzen bestemming. Reserve assurantie eigen risico Bij de aanbesteding van de verzekeringen is ervoor gekozen een deel van de verzekeringen met betrekking tot het materieel stop te zetten en dit risico zelf te dragen. In 2015 is voor dit doel de bestemmingsreserve assurantie eigen risico gevormd. De bestemmingsreserve wordt ingezet om het eigen risico van schades op te vangen. In 2024 is € 60.000 gestort en € 124.000 onttrokken ten behoeve van de afwikkeling van de verzekeringsuitkeringen 2024 en voor het opvangen van de hogere verzekeringspremie aansprakelijkheid vanwege het aansluiten op de landelijke regeling. Voor risico’s op het gebied van de dienstongevallen wordt vanaf 2024 een beroep gedaan op het landelijk door de veiligheidsregio’s ingerichte Waarborgfonds. Reserve taakherschikking en ouderportaal Vanwege de coronapandemie is in 2020 de implementatie van het ouderportaal stopgezet, deze is in 2021 hervat. Daarnaast is in 2020 ook de taakherschikking binnen de jeugdgezondheidszorg vanwege corona stopgezet. In 2024 was begroot het volledige bedrag van € 372.000 in te zetten voor taakherschikking, echter door de prioritering van het versterkingsplan is hier geen invulling aangegeven.

Naar verwachting wordt de uitwerking van taak herschikt werken in 2025 weer opgepakt. Reserve inhalen werk Door de coronacrisis is sprake van uitgestelde werkzaamheden die ingehaald moeten worden. Bij de jaarrekening 2020 is hiervoor een bedrag gereserveerd van € 694.000. In 2021 is een deel van de inhaalslag uitgevoerd en is hiervoor € 344.000 onttrokken aan deze reserve. Bij de actualisatie reserves en voorzieningen (AB 9 september 2024) is besloten om € 140.000 over te hevelen naar de algemene reserve en € 210.000 te bestemmen voor het Tweede Loopbaanbeleid. Hiervoor is een nieuwe bestemmingsreserve gevormd. Reserve uitgestelde transitie Vanwege de coronacrisis was het niet mogelijk om de in 2020 geplande transitie van de organisatie op te starten. Bij de jaarrekening 2020 is daarom een bedrag gereserveerd van € 442.000. In 2021 is een start gemaakt met de transitie, hiervoor is € 353.000 onttrokken aan de reserve. In 2022 en 2023 is geen aanspraak gemaakt op deze reserve. Bij de actualisatie van de reserves en voorzieningen (AB 9 september 2024) is besloten om € 90.000 over te hevelen naar de algemene reserve.

Jaarverantwoording 2024 VRLN

- 44 -

15 april 2025

Reservering Natuurbrandbestrijding In lijn met de afspraken met het Rijk zijn de ontvangen subsidie van de meerkosten in de bestrijding van de brand op de Meinweg (€ 230.000) gereserveerd voor natuurbrandbestrijding. Bij de actualisatie reserves en voorzieningen is besloten deze reserve te handhaven en na het project ‘natuurbranden’ opnieuw te bezien. Reservering Informatieveiligheid Deze reserve is gevormd om de informatieveiligheid van VRLN te versterken door de aanschaf van een SIEM-oplossing (Security Information and Event Management). Dit helpt organisaties bedreigingen te detecteren, te analyseren en erop te reageren voordat ze bedrijfsactiviteiten schade berokkenen. Er is nu een eerste monitorsysteem dat nog verder uitgebreid moet worden. De reserve wordt ingezet als start van de noodzakelijke investeringen. Naast technologische maatregelen worden in de organisatie interne procedures aangescherpt. In 2023 is conform de resultaatbestemming 2022 € 100.000 toegevoegd. Bij de actualisatie reserves en voorzieningen (AB 9 september 2024) is besloten deze reserve te handhaven en voor de nabije toekomst in te zetten voor de incidentele kosten voor informatieveiligheid. Reserveren waarborgen paraatheid Brandweer en dienstverlening GGD De geplande uitstroom is de komende jaren veel hoger dan in de afgelopen tijd.

Medewerkers stoppen daarnaast eerder door het inzetten van opgespaarde verlofuren. In roosterfuncties moet vervanging per direct plaatsvinden. Dit maakt het versneld werven en opleiden van personeel noodzakelijk. In 2023 is het volledige bedrag van € 300.000 hiervoor bestemd. In 2024 hebben er géén mutaties plaatsgevonden op deze reserve. Bestemmingsreserve Rijksbijdrage (BDuR) Crisisbeheersing Conform het besluit van het Algemeen Bestuur op 5 juli 2024 is deze bestemmingsreserve gevormd uit het jaarrekeningresultaat 2023. Het doel van deze reserve is om het programma Crisisbeheersing te versterken in de komende periode. Het incidentele saldo wordt ingezet voor incidentele activiteiten in het kader van versterking crisisbeheersing, zoals het ontwikkelen van crisisscenario's voor de Risk Factory en externe inhuur voor opzet van programma's weerbaarheid en continuïteit. Bestemmingsreserve Versterken GGD Conform het besluit van het Algemeen Bestuur op 5 juli 2024 is deze bestemmingsreserve gevormd uit het jaarrekeningresultaat 2023. Het doel van deze reserve is om de GGD te versterken in 2025. Bestemmingsreserve Cao-stijging 2025 Conform het besluit van het Algemeen Bestuur op 5 juli 2024 is deze bestemmingsreserve gevormd uit het jaarrekeningresultaat 2023. Het doel van deze reserve is om de Cao-stijgingen van 2025 op te kunnen vangen.

Reserve Tweede Loopbaanbeleid Bij de actualisatie reserves en voorzieningen (Algemeen Bestuur 9 september 2024) is besloten om € 210.000 over te hevelen van de Reserve inhalen werk naar de Reserve Tweede Loopbaanbeleid. Hiervoor is een nieuwe bestemmingsreserve Tweede Loopbaanbeleid gevormd. Egalisatiereserve kapitaallasten brandweerzorg In 2017 is deze bestemmingsreserve gevormd vanuit de onderuitputting van de kapitaallasten. Deze reserve wordt ingezet om de verwachte stijgende is kapitaallasten als in de lijn van het investeringsprogramma in de komende jaren op te vangen. In 2018, 2019, 2020 en 2021 is respectievelijk € 106.000, € 260.000, € 218.000 en € 433.000 toegevoegd aan deze reserve. In 2022

Jaarverantwoording 2024 VRLN

- 45 -

15 april 2025

hebben er geen stortingen en onttrekkingen plaatsgevonden in deze reserve. In 2023 is € 137.000 toegevoegd aan deze reserve en in 2024 hebben er geen stortingen en onttrekking plaatsgevonden in deze reserve. Bij de actualisatie reserves en voorzieningen (AB 9 september 2024) is besloten deze reserve te handhaven, periodiek te ijken en te maximaliseren op € 2 miljoen. Toevoegingen en onttrekkingen reserves, onderverdeeld naar incidenteel en structureel Toevoeging incidenteel

Algem ene reserve

Toevoeging structureel

(bedragen in duizenden euro's) Bestem m ing resultaat vorig boekjaar (incidenteel)

Onttrekking incidenteel

1.072

0

Onttrekking structureel

0

0

0

0

17

205

0

39

Overige bestemmingsreserves

1.871

0

1.230

0

0

Bestem m ingsreserves

1.871

17

1.435

0

39

Het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening

2.097

0

347

1.601

0

Gerealiseerd resultaat

2.097

0

347

1.601

0

Totaal

5.040

17

1.782

1.601

39

Reserves t.b.v. dekking kapitaallasten

Voorzieningen Verloopoverzicht voorzieningen

(bedragen in duizenden euro's)

Boekw aarde per 31 decem ber 2023

Toevoeging

Voorziening groot onderhoud gebouw en VRLN

2.704

393

Subtotaal onderhoudsegalisatievoorzieningen m .b.t. gebouw en

2.704

393

Aanw ending

Boekw aarde per 31 decem ber 2024

1.241

324

1.532

1.241

324

1.532

Vrijval

Onderhoudsegalisatievoorzieningen m .b.t. gebouw en

Overige egalisatievoorzieningen Voorziening ouderen-, volw assenen- en jongerenmonitor

143

98

0

173

68

Voorziening aan jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen met een niet vergelijkbaar volume

674

166

0

0

841

Voorziening verlofsparen

78

0

0

4

75

Voorziening IKB-uren

755

65

0

0

820

Subtotaal overige egalisatievoorzieningen

1.650

330

0

177

1.803

Totaal

4.354

723

1.241

501

3.335

In de kolom ‘vrijval’ zijn de bedragen opgenomen die ten gunste van de rekening van baten en lasten zijn vrijgevallen. Alle aanwendingen van de voorziening zijn rechtstreeks ten laste van de voorziening gebracht. Voorziening groot onderhoud gebouwen VRLN Op basis van MJOP’s is bepaald hoeveel geld er de komende jaren nodig is voor groot onderhoud aan de panden die in eigendom zijn van VRLN. Op basis hiervan is bepaald wat de jaarlijkse noodzakelijke storting in de voorziening is. Door ontwikkelingen rond de huisvesting van VRLN is in de uitvoering afgeweken van het oorspronkelijke onderhoudsplan. Op 8 juli 2022 heeft het Algemeen Bestuur het strategische huisvestingplan vastgesteld. In december 2023 heeft het AB besloten over de herijking van dit plan. In dit plan wordt uitgegaan van de verkoop van de Nijmeegseweg, het aanpassen van de locatie Drie Decembersingel en de nieuwbouw van een aantal kazernes. Daarnaast geldt dat een herijking heeft plaatsgevonden van de uitgangspunten ten aanzien van de huisvesting van de GGD locaties. Dit is van invloed op het onderhoud van nieuwe en bestaande GGD locaties maar deels ook op het plegen van onderhoud aan brandweerkazernes. Er liggen concrete plannen om op een aantal locaties

Jaarverantwoording 2024 VRLN

- 46 -

15 april 2025

panden te combineren voor brandweer en GGD. Dit onderhoud wordt meegenomen tijdens de aanpassing/verbouwingen van de betreffende locaties. Door de ontwikkelingen is waar mogelijk onderhoud uitgesteld. Op 8 juli 2022 is het MJOP 2022-2026 door het Algemeen Bestuur vastgesteld, maar vanwege de actuele situatie is deze in 2024 bijgesteld. Na de uitvoering van het strategische huisvestingplan wordt het MJOP aangepast. De opbouw van de voorziening groot onderhoud zal hier dan op aangepast worden, hierbij kan dan ook rekening worden gehouden met de forse prijsstijgingen van de afgelopen jaren die nog niet in het MJOP verwerkt zijn. Het groot onderhoud met betrekking tot de locaties Nijmeegseweg, Drie Decembersingel en brandweerpost Roermond is in afwachting van besluitvorming met betrekking tot ontwikkelingen in de huisvesting voor deze locaties. Rekening houdend met financiële voorschriftenrichtlijnen BBV valt een deel van de voorziening vrij. Het voorstel aan het Algemeen Bestuur is om dit bedrag in afwachting van definitieve besluitvorming voorlopig te storten in een bestemmingsreserve groot onderhoud gebouwen. Na besluitvorming over de toekomst van de drie panden zal duidelijk worden op welke wijze deze middelen worden ingezet.

Voorziening ouderen-, volwassenen- en jongerenmonitor In de Wet publieke gezondheid (Wpg) is de gemeenten opgedragen om elke vier jaar een nota ‘Lokaal gezondheidsbeleid’ op te stellen die is gebaseerd op een analyse van de gezondheidssituatie van de bevolking. Om aan deze wettelijke verplichting te voldoen is deze voorziening opgevoerd waaraan jaarlijks een bedrag wordt gedoteerd en waar één keer in de vier jaar een beroep op wordt gedaan wordt voor de uitvoering van de volwassenen en ouderenmonitor en de jongerenmonitor. In 2024 is er € 98.000 gedoteerd aan deze voorziening en is er € 173.000 onttrokken ten behoeve van gezondheidsmonitor voor volwassenen en ouderen (I&O Research). Voorziening aan jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen met een niet vergelijkbaar volume In 2022 zijn, gezien de gewijzigde regelgeving en de mogelijkheid tot verlofsparen, de bestaande voorziening en balansposten geactualiseerd. Dit leidt in 2022 tot een aparte voorziening voor verlofsparen (BBV-eis) en een voorziening voor IKB-uren. Voor het wettelijk deel mag geen voorziening aangehouden worden. Voor het bovenwettelijk deel (bovenwettelijke uren met een niet vergelijkbaar volume) is de inschatting dat hiervan 50% bovenmatig is, waarvoor een voorziening gevormd is. Er is in 2024 een bedrag van €166.000 gestort. Per 31 december 2024 heeft deze een waarde van € 841.000.

Voorziening verlofsparen Met ingang van 2022 bestaat de mogelijkheid tot verlofsparen. Dit is een verplichting naar de betreffende medewerkers, die volledig opgenomen is in deze voorziening. Per 31 december 2024 heeft deze een waarde van € 75.000. Voorziening IKB-uren (Individueel Keuze Budget) In de voorziening IKB-uren is de waarde opgenomen van de door medewerkers gekochte IKB-uren. Deze IKB-uren zijn geheel verwerkt in deze voorziening. Er is een storting van € 65.000 gedaan. Per 31 december 2024 heeft deze een waarde van € 820.000.

Vaste schulden met een looptijd langer dan een jaar De onderverdeling van de in de balans opgenomen vaste schulden met een looptijd langer dan een jaar is als volgt:

Jaarverantwoording 2024 VRLN

- 47 -

15 april 2025

Vaste schulden met een looptijd langer dan één jaar

(bedragen in duizenden euro's) 030225

Boekwaarde per 31 december 2024

Boekwaarde per 31 december 2023

20.971

28.009

0

0

20.971

28.009

Onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen Overige schulden Totaal

In onderstaand overzicht staat het verloop van vaste schulden met een looptijd langer dan een jaar. Verloop vaste schulden met een looptijd langer dan één jaar

(bedragen in duizenden euro's) 030225

Saldo 31 december 2023

Vermeerderingen

28.009

0

7.037

20.971

28.009

0

7.037

20.971

Onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen

6.2.4

Aflossingen

Saldo 31 december 2024

Vlottende passiva

Onder de vlottende passiva zijn opgenomen: Vlottende passiva

(bedragen in duizenden euro's) 110325

Boekwaarde per 31 december 2024

Boekwaarde per 31 december 2023

Netto-vlottende schulden met een rentetyptische looptijd korter dan een jaar

3.949

3.323

Overlopende passiva

12.469

11.865

Totaal

16.418

15.188

Netto vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan een jaar De in de balans opgenomen kortlopende schulden kunnen als volgt gespecificeerd worden: Specificatie netto-vlottende schulden met een rentetyptische looptijd korter dan een jaar

(bedragen in duizenden euro's) 030225

Boekwaarde per 31 december 2024

Boekwaarde per 31 december 2023

Overige kasgeldleningen

0

0

Banksaldi

0

0

Overige schulden

3.949

3.323

Totaal

3.949

3.323

De post overige schulden bestaat met name uit het saldo van de crediteuren.

Jaarverantwoording 2024 VRLN

- 48 -

15 april 2025

Overlopende passiva De specificatie van de post overlopende passiva is als volgt: Specificatie overlopende passiva

(bedragen in duizenden euro's) 110325

Boekwaarde per 31 december 2024

Boekwaarde per 31 december 2023

Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouw d en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen (met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume)

7.018

7.343

De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren

4.435

2.949

Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen

1.016

1.573

Totaal

12.469

11.865

De verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen (de nog te betalen bedragen) bestaan voornamelijk uit kosten brandweervrijwilligers die in december gemaakt zijn en in januari betaald worden, afrekening meldkamer 2024, kosten verbouwing PPMO baan, kosten vaccinatieproject en het voorschot voor coronakosten dat van het Rijk ontvangen is. De in de balans opgenomen van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren kunnen als volgt worden gespecificeerd: De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren

(bedragen in duizenden euro's) 280225

Saldo Ontvangen bedragen 31 december 2023

Aflossingen (uitgaven)

Saldo 31 december 2024

Overige Europese en Nederlandse overheidslichamen: Scholing brandweerpersoneel /VWS Kansrijke Start

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15490985/1