Jaarstukken RAAD 13 juli 2021 Definitief (1)
Tekst van het document
8
Leerlingenvervoer
Betreft een open-einde regeling.
€ 135.000
9
Belastingheffing
Indien BsGW niet meer aan alle betalingsverplichtingen kan voldoen is Bergen voor ca. 1% aansprakelijk voor de schulden van BsGW. In het meest ongunstigste geval kan de gemeenten dan voor € 130.000 worden aangesproken.
€ 130.000
6
7
Gevolg
82
€ 317.000
€ 175.000
€ 140.000
10
Participatie
Sociale uitkeringen (WWB) en Participatiewet. Voor de prognose van het aantal uitkeringsgerechtigden gaan wij uit van de cijfers van het UWV, CBS de ontwikkeling van ons eigen klantenbestand en de informatie van het werkgeverservicepunt. We zien dat ons uitkeringsbestand de laatste jaren tegen de landelijke ontwikkelingen in daalt. De verwachting van het Werkgeverservicepunt is dat het aantal banen voor laaggeschoolde arbeid in de regio Venlo de komende jaren stijgt. Juist onze doelgroep maakt aanspraak op deze banen. Voor 2021 en de daarop volgende jaren nemen we aan dat het volume van het aantal uitkeringen gelijk blijft ondanks het feit dat wij beseffen dat deze aanname geen absolute wetenschap is.
Top 10 geïnventariseerde risico’s
€ 125.000
€ 2.272.000
Coronavirus
Het coronavirus heeft in 2020 heftig toegeslagen. De overheid heeft verregaande maatregelen moeten treffen om het virus te beteugelen en om de economie te steunen. De gemeente heeft hier ook een taak in. Denk aan het uitvoeren van de regeling ondersteuning zelfstandige zonder personeel. Dit leidt tot additionele kosten die gecompenseerd worden door het Rijk. Door de maatregelen zijn veel evenementen afgelast, vakantieparken en sportparken gesloten. Verzoeken voor financiële ondersteuning worden ontvangen en de inkomsten dalen met name voor de toeristenbelasting. De omvang van de kosten en lagere inkomsten zijn niet bekend.
Overige risico’s
Naast de top 10 risico’s zijn er nog 32 risico’s in kaart gebracht.
p.m.
€ 1.439.500
Totaal geïnventariseerde risico’s
€ 3.711.500
Benodigde weerstandscapaciteit (70%)
€ 2.598.050
Heffing vennootschapsbelasting Met ingang van 2016 is de Vennootschapsbelasting (Vpb) voor overheidsondernemingen ingevoerd. Wij hebben een inventarisatie gemaakt van al onze activiteiten en daarbij aangegeven of mogelijk sprake is van een Vpb-plicht. Om te bepalen of sprake is van een belastingplicht moeten drie vragen beantwoord worden: 1. Is er sprake van duurzame organisatie van kapitaal en arbeid? 2. Is er deelname aan het economisch verkeer? 3. Worden voordelen beoogd of behaald? Kan een van de vragen met ‘nee’ worden beantwoord, dan is er geen belastingplicht. Op basis van onze jaarrekening zijn voor alle functies de drie vragen beantwoord. Conclusie is dat, met uitzondering van de grondexploitaties, geen enkele activiteit belastingplichtig is. Dit betekent dat er geen extra lasten zijn voor onze exploitatie. Voor de grondexploitaties zijn we belastingplichtig. Per 1 januari 2020 hebben we nog zes grondexploitaties. Een voorlopige berekening is gemaakt van omzet en kosten. Op basis van deze berekening zijn wij over 2020 geen vennootschapsbelasting verschuldigd. In de jaarrekening is daarom geen bedrag opgenomen voor de heffing voor de vennootschapsbelasting. Mocht daadwerkelijke betaling van vennootschapsbelasting aan de orde zijn dan is dit voor de grondexploitaties en kunnen we deze dekken uit de algemene reserve grondexploitaties.
Financiële kengetallen Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van een gemeente. Om dit te bereiken, is voorgeschreven dat de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing de volgende kengetallen bevat: a. netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; b. solvabiliteitsratio; c. grondexploitatie; d. structurele exploitatieruimte; e. belastingcapaciteit. Deze kengetallen maken inzichtelijk(er) over hoeveel (financiële) ruimte de gemeente beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of opvangen. Ze geven zodoende inzicht in de financiële weerbaar- en wendbaarheid.
83
(x 1.000) 1 a. Netto schuldquote
31-12-2019
31-12-2020
A. B. C. D. E. F G.
Vaste schulden Netto vlottende schuld Overlopende passiva Financiële vaste activa Liquide middelen Uitzettingen korter dan 1 jaar Overlopende activa
925 10.508 2.947 -768 -263 -4.544 -566
38.507 3.500 3.103 -1.332 70 -3.609 -758
H.
Totaal Totale baten
8.239 49.135
39.481 50.820
17%
78%
31-12-2019
31-12-2020
Netto schuldquote
1 b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
A. B. C. D. E. F. G.
Vaste schulden Netto vlottende schuld Overlopende passiva Financiële vaste activa Liquide middelen Uitzettingen korter dan 1 jaar Overlopende activa
925 10.508 2.947 -127 -263 -4.544 -566
38.507 3.500 3.103 -714 70 -3.609 -801
H.
Totaal Totale baten
8.880 49.135
40.056 50.820
18%
79%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
2. A. B.
Solvabiliteitsratio Eigen vermogen Balanstotaal Solvabiliteitsratio
31-12-2019 12.985 30.216 42,97%
31-12-2020
3. A. B.
Grondexploitatie Niet in exploitatie bouwgrond Bouwgrond exploitatie
31-12-2019 0 1.985
31-12-2020
C.
Totaal Totale baten Kengetal grondexploitatie
1.985 49.135 4,04%
1.968 50.820 3,87%
4.
Exploitatie ruimte
A.
13.418 61.870 21,69%
0 1.968
31-12-2019
31-12-2020
Totale lasten
47.203
49.479
Incidentele lasten Structurele lasten
-277 46.926
-1.885 47.594
Totale baten
49.135
50.820
-140
-1.743
Incidentele baten
84
B.
C.
D. E.
5. A. B. C. D. E. F.
Structurele baten
48.955
49.077
Toevoeging reserves
289
1.282
Incidentele toevoeging Structurele toevoeging reserves
0 289
-961 321
Onttrek. reserves
3.685
2.097
Incidentele onttrekking Structurele onttrekking reserves
-3.089 596
-1.516 581
Saldo structureel Totale baten Structurele exploitatieruimte
2.376 49.135 4,84%
1.743 50.820 3,43%
31-12-2019
31-12-2020
242,45
250,28
221,00 161,00 0,00
221,00 202,00 0,00
624,45 725,62
673,28 817,37
85,40%
82,37%
Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishoudens OZB gezin gemiddelde WOZ waarde Rioolheffing gezin gemiddelde WOZ waarde Afvalstoffenheffing gezin Eventueel heffingskorting Totale lasten gezin gemiddelde WOZ waarde Woonlasten landelijk gemiddelde gezin Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishoudens
Beoordeling financiële positie 1 A en 1 Netto schuldquote Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De verhoging van de schuldquote is gelegen in het feit dat wij in 2020 een tweetal vaste geldleningen hebben afgesloten nl een van € 10.000.000 voor consolidatie van onze uitgaven en een van € 28.156.825 voor de financiering van het project Energiepark Wells Meer. 2. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de provincie of gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid. Over het algemeen wordt gesproken van een gezonde situatie als de solvabiliteitsratio hoger dan 20% is. In 2020 is de balanspositie gewijzigd in verband met het project Energiepark Wells meer. 3. Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de grondexploitaties moet terugverdiend worden. Een laag kengetal is gunstig: de boekwaarde is dan beperkt in relatie tot de totale omzet van de gemeente. Onze grondexploitaties zijn heel beperkt wat terug komt in een heel laag kengetal.
85
4. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten. Ook wordt rekening gehouden met toevoegingen en onttrekkingen aan reserves. Het verschil tussen de structurele baten en lasten wordt uitgedrukt in een percentage van de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. 5. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin bij het voordoen van een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kan worden opgevangen of ruimte is voor nieuw beleid. Om deze ruimte weer te kunnen geven is een ijkpunt nodig waarbij gekozen is voor de belastingcapaciteit op basis van landelijk gemiddelde tarieven. Samenvattend oordeel kengetallen De kengetallen voor het inzicht in onze financiële positie blijven nagenoeg allemaal gunstig. De netto schuldquote is gestegen en de solvabiliteitsratio ligt boven de geldende norm van een gezonde financieringssituatie. De boekwaarde van onze grondexploitaties zijn laag. Het kengetal structurele exploitatieruimte is positief. Het kengetal belastingcapaciteit geeft aan dat er nog ruimte is voor belastingverhoging mocht dit noodzakelijk zijn.
86
Paragraaf C Onderhoud Kapitaalgoederen Algemeen Onze gemeente heeft veel openbare ruimte in beheer. In die openbare ruimte vindt een groot aantal activiteiten plaats, zoals wonen, werken en recreëren. Daarvoor zijn veel kapitaalgoederen nodig: wegen, riolering, kunstwerken, groen, speeltuinen, verlichting en gebouwen. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud ervan is bepalend voor het voorzieningenniveau en uiteraard de (jaarlijkse) lasten. In de gemeente Bergen vormen de lasten van het onderhoud van kapitaalgoederen ongeveer 10% van de jaarrekening 2020. Dit is inclusief de arbeidsuren en kapitaalslasten. Voor het wegenonderhoudsplan en voor de rioleringen geldt dat voordelen voortvloeiende uit aanbestedingen niet aan de algemene middelen worden toegevoegd, maar aan de desbetreffende voorziening. Hieronder is een tabel opgenomen waarin de status van onderhoudsplannen voor kapitaalgoederen is verwerkt. Naam
Jaar van vaststelling
Nieuwe vaststelling
Groenstructuurplan
2016
2026
Rioleringsplan
2019
2025
Verlichtingsplan
2013
2023
Onderhoud gemeentegebouwen
2016
2021
Wegenonderhoudsplan
2015
2021
Onderhoud speeltuinen
2015
2021
Openbaar groen Het groenstructuurplan bepaalt de contouren voor de inrichting van en het onderhoudsniveau voor het groen. Het plan geeft in hoofdlijnen een zicht op het groenareaal. In 2016 is een nieuw groenstructuurplan 2016-2026 vastgesteld. Er is een aantal kaders opgesteld op basis waarvan het groenstructuurplan is opgesteld: • Goedkoper maar duurzaam beheer van het groen areaal; • Het accentueren van de landschappelijke verscheidenheid; • Het versterken van de ecologische waarden; • Praktische en doelmatige inrichting. Het doel van het groenstructuurplan is het in beeld brengen van besparingen die mogelijk zijn waarbij met minder manuren het groenareaal op een acceptabel niveau (sober en doelmatig) onderhouden kan worden. Bij het opstellen van het plan is uitgegaan van een beleidsplan voor de komende 10 jaar. Onderhoud
Ha
Openbaar groen
26,22
Gras
13,80
Beplanting
12,42
Wegen In het wegenbeheersplan is als streefwaarde het huidige kwaliteitsniveau aangehouden. Dit houdt in dat de weg functioneel in een goede staat is en waarbij het risico van aansprakelijkheid tot een minimum beperkt blijft. In 2020 was in totaal 293 km verharde en onverharde weg in beheer. Het totale oppervlakte aan verharding van het verharde wegennet bedraagt 1.266.000 m2 . In het kader van het opstellen van de Beheersvisie Openbare Ruimte heeft ingenieursbureau Antea in het najaar van 2017 weginspecties uitgevoerd. De globale conclusie is dat de gewenste investeringen worden onderschreven. De Beheersvisie Openbare Ruimte is in 2019 aan de Raad worden aangeboden en vastgesteld. Het college heeft de opdracht om te komen met een programmatische
87
realiseerbare aanpak (meerjarenraming) voor de transformatie van de openbare ruimte, naar de door onze burgers gewenste kwaliteit en behoefte. In overleg met de provincie n.a.v. het gehouden verdiepingsonderzoek splitst de gemeente Bergen vanaf het begrotingsjaar 2016 de onderhoudslasten voor wegen in exploitatielasten en kapitaalslasten. Dit betekent dat de lasten van klein onderhoud en onderhoud ten laste van de exploitatie worden gebracht. Voor de periode van 2021-2023 resteert nog een bedrag van € 1.513.500 en is opgenomen in het investeringsschema. Met ingang van het jaar 2019 is de dotatie in de bestemmingsreserve jaarlijks structureel met € 25.000,- verhoogd. In de meerjarenraming wordt hiermee rekening gehouden. De kapitaallasten van de rehabilitatie van wegen worden gedekt door de reserve kapitaallasten infrastructuur. De stand van deze reserve is € 972.000 op 31 december 2020. Omschrijving
Rekening 2020 Begroting 2021 Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024
Onderhoudslasten
254.652
224.000
224.000
224.000
224.000
Kapitaallasten
443.186
454.000
454.000
454.000
454.000
Dotatie reserve kapitaallasten
222.125
222.000
247.000
272.000
297.000
Totaal
823.515
900.000
925.000
950.000
975.000
Kunstwerken Een goede en veilige staat van onderhoud van 42 kunstwerken is gegarandeerd door het programmatisch uitvoeren van onderhoud. Op basis van inspecties en kengetallen is een meerjarenplanning voor de onderhoudswerkzaamheden van de kunstwerken opgesteld. Uit deze meerjarenplanning blijkt dat, uitgezonderd een aanvullende investering voor het onderhoud van enkele grote kunstwerken, het structurele jaarlijkse budget voor de komende 5 tot 10 jaar toereikend is. Daarbij dient het per jaar beschikbaar gesteld budget van € 20.000 van het ene naar het andere jaar overgeheveld te worden. Zodat gelden uit jaren van minder onderhoud gespaard kunnen worden voor grote noodzakelijke onderhoudswerken in de toekomst. Riolering Het nieuwe GRP van 2019 is een voortzetting van het huidige beleid met dien verstande dat het klimaat adaptief maken van de leefomgeving een meer prominente plaats heeft gekregen. Daarnaast ligt de focus de komende periode op het continueren van de afkoppel activiteiten bij particulieren en in de openbare ruimte, het oplossen van een aantal knelpunten van wateroverlast, verbeteren van waterkwaliteit en regionale samenwerking. Voor de jaren 2021 en 2022 is een tariefverhoging van de rioolheffing niet noodzakelijk behoudens de inflatiecorrectie. In 2022 wordt een financiële actualisatie uitgevoerd waaruit zal blijken of de rioolheffing nog voldoet.
Het nieuwe GRP heeft een geldigheidsduur van zes jaar, van 2020 tot en met 2025. De voorziening riolering is ten behoeve van het onderhoud en vervanging. De stand van de voorziening riolering is per ultimo 2020 € 755.004,-- De aanbestedingsvoordelen worden in de reserve teruggestort. Wij gaan er vanuit dat de voorziening toereikend is mits de jaarlijkse verhoging die in het GRP is aangegeven doorgevoerd wordt. De inspecties en het onderhoud worden planmatig uitgevoerd. Gebouwen De basis van de meerjarenonderhoudsplannen (mjop) is na enkele cycli van hercontroles verouderd en toe aan een “nulmeting”. In 2021 zal een groot gedeelte van het gemeentelijk vastgoed opnieuw geïnventariseerd worden en de onderhoudsstaat in kaart worden gebracht volgens de NEN2767-methode voor conditiemetingen. De uitkomsten van de inventarisatie zullen we borgen in een softwarepakket voor facilitair beheer om overzicht over de objecten te houden, efficiënter te kunnen werken, te sturen op risico’s en jaarlijks een geactualiseerde mjop op te stellen. Het plan zal in 2021 worden afgerond. Op dit moment heeft de Gemeente Bergen circa 42 objecten in eigendom met een verzekerde waarde van € 41 miljoen.
88
Aan de hand van het nieuwe dienstverleningsmodel zal er in de loop van 2021 een sober/ minimalistisch plan uitgewerkt worden om het gemeentehuis te verbouwen, verduurzamen en om te voldoen aan de huidige Arbo-eisen. Verlichting In mei 2013 is een Beleidsplan Openbare Verlichting 2013-2022 vastgesteld. In dit beleidsplan worden de uitgangspunten voor de plaatsing, vervanging, beheer en onderhoud van de openbare verlichting in onze gemeente voor de komende periode van 10 jaar beschreven en vastgelegd. Het plan bevat aanbevelingen die zich richten op de functies en kenmerken van de openbare ruimten met het daarbij het gewenste verlichtingsniveau. De uitwerking van dit beleidsplan leidt tevens tot de noodzakelijke investeringen. Vervanging, beheer en het onderhoud van de openbare verlichting wordt jaarlijks uitgevoerd. De bestemmingsreserve bedraagt ultimo 2020 € 391.926,-. Bij een nadere doorrekening van de vervangingen blijkt dat de bestemmingsreserve in het jaar 2021 de jaarlijkse dotatie met € 6.000,- wordt verhoogd. De donatie in 2020 was € 79.002,-- Dit betekent dat in 2021 de dotatie ongeveer € 85.000,- per jaar is. Per 31 december 2020 waren er 3.128 lichtmasten. De Energiemonitor openbare verlichting 2020 gemeente Bergen (peildatum januari 2021) levert de volgende resultaten op t.o.v.
de landelijke doelstellingen ➢ 31,4% energiebesparing: doelstelling 20% energiebesparing in 2020 en 50% in 2030. ➢ 54,5% energiezuinige verlichting: doelstelling 40% in 2020. ➢ 41,6% slim energiemanagement: doelstelling 40% in 2020. Uit de cijfers blijkt dat wij op alle punten boven het landelijke gemiddelde scoren. Speeltuinen Het onderhoud van de speelvoorzieningen in de gemeente Bergen wordt op het niveau “schoon, heel en veilig” uitgevoerd. De speelvoorzieningen worden vervangen aan de hand van een flexibel vervangingsschema. Het speelruimteplan is in december 2020 in de raad aan de orde geweest. In de nota reserves en voorzieningen 2020 is voorgesteld om de voorzieningen aanschaf/vervanging recreatieve speeltoestellen en aanschaf/vervanging reguliere speeltoestellen te laten vervallen. Vanaf de begroting 2021 is voor onderhoud en vervangingen van speeltoestellen in totaal een bedrag opgenomen van € 35.000,--.Dit geldt voor de jaren t/m 2024. Tabel PD.3 budgetten onderhoudsplannen kapitaalgoederen (bedragen x € 1.000)
Plan
Rekening 2020
2021
2022
2023
Openbaar groen
103
127
127
127
Riolering
506
486
498
524
Wegen
253
224
224
224
Verlichting
29
53
53
53
Onderhoud gebouwen
69
75
75
75
Kunstwerken
2
20
20
20
Speeltuinen
22
25
25
25
Totaal
984
1.010
1.022
1.048
89
Paragraaf D Financiering Algemeen Voor gemeenten is de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) van toepassing. De belangrijkste uitgangspunten van de Wet Fido zijn het bevorderen van een solide financiering en kredietwaardigheid van de decentrale overheden alsmede het beheersen van renterisico’s. Het beleid voor de financiering binnen de gemeente Bergen is geregeld in het treasurystatuut. Het treasurystatuut is het geheel aan regels waarbinnen de treasury-activiteiten plaats moeten vinden. Het betreft niet alleen de regels waar de treasuryfunctie zich aan moet houden, maar ook de bevoegdheden en verantwoordelijkheden ten aanzien van treasury-activiteiten.
Algemene interne en externe ontwikkelingen Intern Op basis van de liquiditeitsbegroting is duidelijk wanneer een langlopende lening afgesloten moet worden of dat het mogelijk is overtollige middelen weg te zetten. De ontwikkelingen op de kapitaalmarkt van kortlopende- en langlopende financieringsmiddelen zijn ook mede bepalend voor het moment waarop een lening aangetrokken wordt. In 2020 is er ter consolidatie een vaste geldlening aangetrokken bij de Bank Nederlandse gemeenten van € 10 miljoen, looptijd 10 jaar en rente -0,1%. Verder is een vaste geldlening bij onze huisbankier aangetrokken van € 28.156.875 voor de financiering van de aankoop van de gronden en gebouwen van de provincie in het kader van het project Energielandschap Wells Meer. De looptijd van deze lening is 25 jaar en het rentepercentage bedraagt 0,180% Het treasurystatuut is ook gericht op het voorkomen van risico’s bij het uitzetten van gelden. Met de invoering van het schatkistbankieren zijn de mogelijkheden tot het uitzetten van gelden verder beperkt.
Extern Een belangrijke factor bij het uitvoeren van het treasurybeleid is het verwachte verloop van de rente. De gegevens van deze rentevisie zijn afkomstig van onze huisbankier de N.V. Bank Nederlandse Gemeenten. In de begroting 2020 is gerekend met een rentepercentage van 2%. Relatiebeheer & Kasbeheer Het huisbankier schap is in handen van de Bank Nederlandse Gemeenten. Verder wordt (in zeer beperkte mate) gebruik gemaakt van rekening-courant faciliteiten van de Rabobank. Deze rekening wordt vooral gebruikt voor het afstorten van contanten uit de kassa’s van het KCC.
90
Liquiditeitspositie Deze staat vermeldt de gemiddelde liquiditeitspositie over het jaar 2020 per kwartaal. Kolom1 Liquiditeitsberekening 1
2
3
4
Q1 2020
Q2 2020
Q3 2020
Q4 2020
0
0
0
0
0
0
0
0
Vlottende middelen
0 263
0 269
0 265
0 268
(aanvang maand)
263
266
267
268
265
264
282
270
Netto vlottende schuld (+) Overschot vlottende middelen (-) (1-2)
-263
-269
-265
-268
-263
-266
-267
-268
-265 -264
-264 -266
-282 -271
-270 -269
Vlottende schuld (aanvang maand)
Gemiddelde netto vlottende schuld (+)/ Gemiddelde overschot vlottende schuld (-)
5
Kasgeldlimiet
2.767
2.767
2.767
2.767
6a 6b
Ruimte onder kasgeldlimiet (5-4) Overschrijding kasgeldliniet (4-5)
3.030 0
3.033 0
3.038 0
3.035 0
32.548
32.548
32.548
32.548
8,5% 2.767
8,5% 2.767
8,5% 2.767
8,5% 2.767
Berekening kasgeldlimiet 7 8
Begrotingstotaal Ministerieel percentage
9
Kasgeldlimiet (7x8)
Rentebeleid In de BBV is bepaald dat in de paragraaf Financiering een renteschema wordt opgenomen waaruit ook het renteresultaat blijkt. Daarnaast moet inzicht geboden worden in de financieringsbehoefte. De werkelijke rentelasten minus de baten omgeslagen over het totaal aan activa komt uit op een omslag-percentage van -0,06%. In de begroting is bij de toerekening van de rente aan de taakvelden uitgegaan van een omslagrente van 2%, dit berekend over de boekwaarde per 1 januari van de activa behorende bij het taakveld. Door de hogere omslagrente hebben we een positief resultaat op het taakveld Treasury. Renteschema
Begroting 2020
Rekening 2020
Boekwaarde conform staat van activa
23.934.217
25.122.867
Grondexploitaties, in exploitatie genomen gronden Totaal boekwaarde investeringen
4.213.199 28.147.416
2.271.783 27.394.650
Financiering met langlopende gelden Subtotaal
1.500.000 26.647.416
1.500.000 25.894.650
Saldo reserves en voorzieningen Financieringsoverschot c.q. tekort (-/-)
13.563.976 13.083.440
12.984.594 12.910.056
Rentelasten/baten Langlopende leningen
40.103
37.492
Rente ambtenarenleningen Rente lening optisport
-40.447 -17.829
-21.809 -17.829
Rente kortlopende gelden Totale rentelasten
0 -18.173
-14.555 -16.701
Rente op basis van omslagpercentage
541.533
84.771
Saldo taakveld treasury
559.706
101.472
91
Risicobeheer Het risicobeheer is gericht op het beperken van financiële risico's. In het treasurystatuut zijn richtlijnen en limieten opgenomen, die de basis vormen voor alle transacties op dit gebied. Daarnaast geeft de Wet FIDO normen voor het beperken van risico's. De belangrijkste risicocategorie is het renterisico, waarvan de kasgeldlimiet en de renterisiconorm belangrijke richtlijnen zijn ter beperking van renterisico's. De kasgeldlimiet heeft betrekking op leningen met een rente typische looptijd tot één jaar en de renterisiconorm heeft betrekking op leningen met een rente typische looptijd vanaf één jaar. Het doel van deze normen van de Wet FIDO is om te voorkomen dat bij herfinanciering van de leningen bij (aanzienlijk) hogere rente grote verschillen optreden in de hoogte van de rente die de gemeente moet betalen. De normen beperken de budgettaire risico's.
Kasgeldlimiet Het renterisico van de vlottende schuld wordt bepaald op basis van de kasgeldlimiet. De kasgeldlimiet wordt vastgesteld op basis van een percentage van de totale begrotingsomvang. Het percentage is door de minister vastgesteld op 8,5%. De gemeente mag voor deze ruimte kortlopende schulden aangaan. Verantwoording over de ruimte binnen de kasgeldlimiet wordt afgelegd aan de provincie. De kasgeldlimiet is gelijk aan een bepaald percentage (8,5%) van het begrotingstotaal in 2020 € 2,98 mln. Doordat de kortlopende schuld structureel niet hoger mag zijn dan de kasgeldlimiet, wordt het risico beperkt op grote fluctuaties in de korte rente, waarmee het begrotingsevenwicht in gevaar zou kunnen komen. Kasgeldlimiet
Rekening 2020 Begroting 2021 Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024
Begrotingstotaal
37
35
34
34
34
Percentage
8,50%
8,50%
8,50%
8,50%
8,50%
Kasgeldlimiet
3,15
2,98
2,89
2,89
2,89
Renterisiconorm Het renterisico over de vaste schuld wordt uitgedrukt in de mate van overschrijding van de renterisiconorm. De rente-risiconorm is een bij ministeriële regeling vastgesteld percentage (sinds 2001 vastgesteld op 20%) van de vaste schuld per 1 januari van het betreffende jaar. Rente risiconorm
Begroting 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begrotingstotaal
37
35
34
34
34
Percentage
20%
20%
20%
20%
20%
Rente risiconorm
7,40
7,00
6,80
6,80
6,80
Leningen portefeuille De huidige leningenportefeuille bestaat uit leningen aangegaan met de NV Bank Nederlandse Gemeenten en de Nederlandse Waterschapsbank N.V.. In 2020 hebben wij een tweetal vaste geldleningen aan getrokken.
92
Leningen
Bedrag
Stand leningen per 1 januari 2020
1.500.000
Vervroegde aflossingen
0
Reguliere aflossingen
575.000
Nieuw aan te trekken leningen
38.156.825
Stand leningen 31 december 2021
39.081.825
Ontwikkeling pintransacties
2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019
Contante betaling 46% 42% 39% 37% 30% 30% 26% 27% 23% 22% 18% 17% 16% 13%
Pin/ chipknip 54% 58% 61% 63% 70% 70% 74% 73% 77% 78% 82% 83% 84% 87%
2020
10%
88%
93
Paragraaf E Bedrijfsvoering Algemeen Corona en thuiswerken Vanaf medio maart is door de overheid verplicht gesteld om thuis te werken tenzij… Het afgelopen jaar is door onze medewerkers in hoofdzaak vanuit thuis gewerkt. Ook in deze situatie is gelet op de duur ervan, de werkgever mede verantwoordelijk dat dit op een verantwoorde wijze gebeurt. Medewerkers die op basis van medische noodzaak behoefte hebben aan aangepaste hulpmiddelen voor het thuiswerken, zijn hierin gefaciliteerd. Denk daarbij o.a. aan aangepast meubilair. Daar waar geen medische noodzaak is, zijn medewerkers gefaciliteerd om in overleg met P&O gebruik te maken van bestaand meubilair om het thuiswerken mogelijk te maken. Ook zijn er extra beeldschermen aangeboden. Van deze mogelijkheden is goed gebruik gemaakt. Voor een definitief standpunt ten aanzien van thuiswerken en passende vergoeding en/of faciliteren van hulpmiddelen zal in 2021 nieuw beleid worden gemaakt. Dit beleid wordt gebaseerd op de grondslag van de af te sluiten nieuwe CAO en de mogelijkheden hierin op basis van fiscale regelgeving. Organisatie De Gemeente Bergen acteert in een dynamische omgeving waarin zij haar toegevoegde waarde naar partners en burgers voortdurend moet bewijzen en waarin de verwachtingen hooggespannen zijn.
Een goed openbaar bestuur doet er toe en dient daarin ondersteund te worden door een goed toegerust ambtelijk apparaat. Uitgangspunt is een sterke en flexibele eigen organisatie. Het afgelopen jaar is gewerkt aan een organisatievisie en een daarbij passende structuur. De organisatievisie wordt gestoeld op vier thema’s, te weten aansturing, kwaliteit werkorganisatie, dienstverlening en personeel & organisatie. In 2021 zal de vaststelling en nadere concretisering plaatsvinden. Organisatie ontwikkeltraject Op het gebied van Personeel en Organisatie liggen er forse uitdagingen de komende jaren. Dat zit in vele aspecten zoals het meerjarig strategisch personeelsbeleid inrichten, arbeidsvoorwaarden up to date houden in een eigentijds en dynamisch personeelshandboek, introductie van een nieuw functiewaarderingssysteem HR 21, uitvoering geven aan de aanbevelingen Arbo/RIE, hybride werken in het post Corona tijdperk, evaluatie generatiepact, introductie bij medewerkers van een e-learningsysteem, verbouw gemeentehuis in relatie tot werkplek. Regionale samenwerking Het coalitieakkoord gaat er vanuit, dat wij waar mogelijk en nodig blijven samenwerken met andere overheden. Echter, samenwerken is geen doel op zich, maar moet in het belang zijn van onze gemeente. Tot op heden hebben wij in Noord- en Midden Limburg meerdere samenwerkingsverbanden.
Sommige zijn wettelijk voorgeschreven, andere zijn vrijwillig aangegaan. Alle zijn daarbij van invloed op onze organisatie vanuit de gedachte dat dit (op termijn) zijn effect krijgt op kwaliteit èn kosten. Te noemen zijn: • De RUD (Regionale Uitvoeringsdienst), waar tenminste de basistaken milieu worden uitgevoerd. • De Veiligheidsregio Limburg Noord (VRLN) voor crisisbeheersing, openbare veiligheid en gezondheidszorg. • Uitvoering van de Regiovisie Bergen, Gennep en Mook en Middelaar.In 2020 is samen met gebiedspartijen, onder andere, gewerkt aan de volgende projecten: 1. Het regionaal ruiter- en menroutenetwerk is aangelegd; 2. In maart is de cultuurhistorische themaroute over het thema ‘vliegtuigcrashes Wereldoorlog II’ gelanceerd, onder andere met een grote herdenkingsbijeenkomst ter onthulling met het monument ‘Wing of Freedom’ aan de ontginningsweg in Nieuw Bergen. 3. Onderzoek naar versterken van de Maasheggen-structuur is in 2020 afgerond. 4. Er is gewerkt aan een nieuw uitvoeringsprogramma 2021 – 2023.
94
•
•
Uitvoering van het Interregproject Dynamic Borders, een internationale samenwerking tussen de gemeenten in het Land van Cuijk, de Top van Limburg en de Duitse gemeenten Weeze en Goch.Samenwerking in de Regio Noord Limburg: 1. Agrifood: In 2020 is een tweetalig doeboek gerealiseerd voor lagere school leerlingen rondom het thema voedselproductie. 2. Toerisme: In 2020 zijn 10 themaroutes gepresenteerd tijdens de Touristikmesse in Kalkar. Deze routes zijn opgesteld door RBT Land van Cuijk, in samenwerking met Toeristisch Platform Maasduinen en Niederrhein Tourismus. 3. Tevens zijn enkele grensoverschrijdende arrangementen gerealiseerd. Aan de grens zijn bij enkele ondernemers e-bike laadpunten gerealiseerd. 4. Internationaal Stagebureau: In 2020 heeft een internationale stagebemiddelaar gewerkt aan het bevorderen van grensoverschrijdende stageplekken. De MGR sociaal domein voor gezamenlijke inkoop van zorg.
Personeelskosten Vaste en tijdelijke personeelskosten De vaste salariskosten (inclusief bestuurskosten) bedroegen in 2020 € 10.312.500, terwijl de raming uitging van € 10.075.000,-. De kosten voor tijdelijk personeel bedroegen in 2020 € 821.000-. Een daling van € 221.000 ten opzichte van 2019. Ten tijde van de raming was er nog geen sprake van een sterk veranderd werkveld door de komst van het Corona tijdperk wat vroeg om snelle aanpassingen, en daarmee een sterke wissel trok op het (digitale) aanpassingsvermogen van de organisatie en haar medewerkers. De verschillen zijn verklaarbaar door diverse factoren. Denk hierbij aan wisselingen in het management, omzetting van flex contract (inhuur) naar vast contract, extra formatie bij ICT en BOA capaciteit door het Coronavirus, maar ook aan de wettelijke verplichting doorbetaling tijdens ziekte en mobiliteitstrajecten van medewerkers. Arbeidsvoorwaarden CAO Onderhandelingen over arbeidsvoorwaarden De gemaakte afspraken (tussen de VNG namens de gemeentelijke werkgevers en de vakbonden namens de werknemers) lopen tot 1 januari 2021. Reiskostenvergoeding woon-werkverkeer Per 1 juni 2020 is tijdelijk de vergoeding voor reiskosten woon-werkverkeer stopgezet. Dit geldt voor alle medewerkers in dienst van Gemeente Bergen die een vaste vergoeding krijgen voor hun reiskosten, met uitzondering van de buitendienst medewerkers.
Zij kunnen immers niet thuiswerken en hebben de werkzaamheden buiten dan ook gewoon voortgezet. Functieboek eigen beheer gaat over naar HR 21 Het huidige functieboek dateert van 2011 en voldoet niet meer aan de hedendaagse eisen. Actualisatie van het functieboek is noodzakelijk om de binnen de organisatie bestaande beloningsverhoudingen (weer) op het juiste niveau te brengen. Daarnaast wordt het gebruikt om onze concurrentiepositie ten opzichte van de (grotere) gemeenten rondom ons te handhaven. De gemeente Bergen heeft gekozen voor invoering van HR21. HR21 is het sectorale systeem van functie beschrijven en functie waarderen dat door BuitenhekPlus en Leeuwendaal is ontwikkeld in opdracht van de VNG. HR21 biedt een landelijk dekkend normbestand van 115 generieke functiebeschrijvingen die reeds gewaardeerd zijn. Deze generieke beschrijvingen zijn opgebouwd vanuit de verbinding naar de bekende organisatieprocessen (bijv. management, beleid, beheer, dienstverlening, realisatie, etc.). Medio 2021 zal dit proces worden afgerond. Generatiepact Volgens onze huidige Regeling Generatiepact kunnen werknemers vanaf de leeftijd van 60 jaar een keuze maken uit 2 regelingen: de 80-90-100 regeling of de 60-80-100 regeling. De getallen geven in volgorde aan: de omvang van de werktijd, de bruto doorbetaling en tot slot de pensioenopbouw.
De regeling loopt door tot het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd. Per 1 augustus 2017 trad de regeling in werking. Sindsdien hebben 18 werknemers hiervan gebruik gemaakt.
95
Uit een te houden evaluatie in 2021 onder het personeel zal moeten blijken of aanpassing van de regeling noodzakelijk is. Daarbij zal het kostenaspect en de na te streven efficiency in de personele inzet in de overwegingen worden meegenomen. Ook speelt hierin de nieuwe CAO en het gesloten Pensioenakkoord (RVU) mogelijk een rol. In 2021 zal hierover een besluit worden genomen zodra wettelijke en fiscale kaders bekend zijn. Opleidingsactiviteiten In verband met Corona zijn er aanmerkelijk minder opleidingen en cursusdagen op locatie gefaciliteerd. Daar waar mogelijk is gekozen voor een digitale variant. Tevens is er organisatie breed een begin gemaakt met de uitrol van een leercirkel over privacy. Een “must” in tijden van digitaal werken om dit veilig en bewust te kunnen doen. Deze leercirkel kent een overloop naar 2021 en heeft een verplicht karakter. Garantiebanen Al enkele jaren geleden zijn afspraken gemaakt over banen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Landelijk werd tussen de overheidswerkgevers, waaronder de gemeenten, afgesproken om 25.000 banen te scheppen. Regionaal binnen de Regio Venlo hebben wij deze doelstelling opgepakt, vertaald in het creëren van 105 banen. Voor Bergen gaat het om 5 banen (à 25½ uur per baan).
Wij hebben de invulling van deze garantiebanen weten te behouden, met als resultaat dat er momenteel 6,23 fte aan garantiebanen is ingevuld bij de Teams Facilitair, Dienstverlening en Onderhoud Buitendienst. Arbo zaken Risico-Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) Op het gebied van arbeidsomstandigheden is er in 2020, met behulp van een externe deskundige de organisatie, dus zowel de binnendienst in het gemeentehuis als de werkomgeving en arbeidsomstandigheden van de buitendienst, beoordeeld op de gestelde eisen vanuit wet- en regelgeving. Op basis van de bevindingen van de Risico Inventarisatie & Evaluatie (RI&E) is een aangescherpt plan van aanpak opgesteld. Zaken welke direct opgepakt konden worden zijn opgepakt op basis van her-prioritering in combinatie met beschikbare financiële middelen. Voorbeelden hiervan zijn het inzetten van toolboxmeetingen voor de buitendienst op diverse onderwerpen, o.a. nut en noodzaak Arbo, hygiëne aspecten, machineveiligheid en fysieke belasting, asbest en biologische agentia. Eveneens is er besloten tot een Lyme screening voor de medewerkers van de buitendienst. In verband met Corona is deze actie uitgesteld tot Q2 2021. Bevindingen welke direct of indirect te maken hebben met de verbouwing van het gemeentehuis zullen worden meegenomen in het programma van eisen voor de geplande verbouwing van het gemeentehuis in 2021 e.v..
Ziekteverzuim Het ziekteverzuim is in 2020 vastgesteld op 3,57%. Het cijfer is gekleurd door het Corona virus en haar effecten op het ziekteverzuim. Medewerkers hebben te maken gekregen met besmettingen (voor zover is na te gaan in de niet werk gerelateerde omgeving) en milde klachten welke terug te vinden zijn in het totale percentage. Naast het Coronavirus heeft de organisatie ook te maken gehad met reguliere ziektebeelden op individueel niveau. De samenwerking met de Arbodienstverlener, de Bedrijfspoli B.V., is in 2020 voortvarend opgepakt. Er zijn afspraken gemaakt over de verzuimbegeleiding door leidinggevenden in samenwerking met P&O. Daarnaast is er per 3 maanden ingeregeld dat er een Sociaal Medisch Team overleg plaats heeft. De lopende casuïstiek wordt besproken door het MT samen met de inzetbaarheidscoach, bedrijfsarts en P&O. Eveneens zijn er agendamomenten bij de individuele MT leden ingepland om overleg te hebben in geval van vragen over de begeleiding van de medewerker. Deze set van maatregelen hebben gemaakt dat er een overall en gedeeld beeld is over de stand van zaken op het gebied van ziekteverzuim.
Informatisering en automatisering Afgelopen jaar heeft ICT een inhaalslag gemaakt op het gebied van de infrastructuur en de organisatie hiervan. Op basis van de laatste technieken zijn nieuwe werkplekken ingericht en oude servers vervangen door nieuwe servers. De back-up omgeving is vernieuwd en opnieuw ingericht. In de netwerkinfrastructuur zijn vernieuwingen aangebracht. Op software gebied is een migratie naar de Cloud uitgevoerd in de beveiliging van de werkplekken.
96
Voor informatieveiligheid is het nieuwe beleid vastgesteld en de implementatie van de BIO voortgezet. De verplichte jaarlijkse uitwijktest ten bate van de continuïteit van de dienstverlening is met succes afgerond. Ook de zelfevaluaties (ENSIA) zijn met succes afgerond. De samenwerking tussen de vakgebieden privacy en informatieveiligheid is ingericht, waarmee de informatiehuishouding in zijn totaal beter beschermd kan worden. Enkele aandachtspunten die opgepakt worden op het gebied van informatiebeveiliging zijn de inrichting van wijzigingsbeheer, periodieke controles op autorisaties en gebruik van informatie in verouderde systemen. Met de inrichting van zaakgericht werken, zal de organisatie rondom de informatiehuishouding beter gestructureerd en uitgevoerd kunnen worden. Huisvesting Algemeen Het onderhoud is binnen het begrote budget uitgevoerd. De uitgaven voor gas en elektriciteit zijn wel licht gestegen. Door de COVID-19 pandemie zijn de kosten voor schoonmaak/ desinfectie gestegen. In 2020 is van het overgrote deel van het gemeentelijke vastgoed een nieuwe meerjarenonderhoudsplanning opgesteld voor 2022 en verder. Gemeentehuis 2020 stond in teken van de COVID-19 pandemie waarbij het thuiswerken uiteindelijk het uitgangspunt werd.
Qua onderhoud is alleen het direct noodzakelijke klachtenonderhoud uitgevoerd en hanteren we voor het overige deel instandhouding van het gebouw in verband met de aanstaande verbouwing. Daarbij is het een aandachtspunt dat de klimaatinstallaties op hun einde lopen. De verbouwing van het gemeentehuis staat "on hold" totdat het dienstverleningsmodel door de raad is vastgesteld. Gelet op de gewenste uitstraling van energie onafhankelijke gemeente is het energieaspect van de verbouwing een markeerpunt. Arbo aspecten zullen uiteraard meegenomen worden in de verbouwing. Gemeentewerf In 2020 is er start gemaakt met de nieuwe timmerwerkplaats en is het overige cyclische onderhoud uitgevoerd. Contractenbank De concern brede contractenbank is ruim gevuld maar behoeft wel aandacht om het regelmatig bij te houden met vernieuwde of aangepaste contracten en wijzigingen van contracteigenaren. Rechtsbescherming Binnen de gemeente zijn alle verplichte AVG-procedures, registers en beleidsstukken aanwezig. In 2020 is het verwerkingsregister opgesteld, zijn privacyrichtlijnen vastgesteld voor het veilig thuiswerken, veilig laptopgebruik en gemeentelijke onderscheidingen en staat het gedragsprotocol Sociaal Domein op afronding.
Ook zijn 5 DPIA's uitgevoerd en zijn vier privacy-ambassadeurs aangewezen die binnen de organisatie als eerste aanspreekpunt fungeren voor vragen met betrekking tot gegevensbescherming. Het afgelopen jaar zijn er 13 datalekken geweest waarvan 2 incidenten zijn gemeld aan de Autoriteit Persoonsgegevens. In het kader van de bewustwording van bestuur en medewerkers over het omgaan met persoonsgegevens zijn workshops gehouden, is voorlichting gegeven en informatie verstrekt en is een e-learning uitgevoerd. Hieraan zal in 2021 een vervolg worden gegeven.
97
Paragraaf F Verbonden Partijen Algemeen In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is bepaald dat bij de begroting en rekening in een afzonderlijke paragraaf wordt ingegaan op de verbonden partijen. Daarnaast is het gewenst om gezien het belang van de verbonden partijen voor de gemeente invulling te geven aan de kaderstellende en controlerende rol van de raad op dit terrein. In deze paragraaf zal, onder verwijzing naar de nota Governance verbonden partijen welke is vastgesteld in 2017, ingegaan worden op de voortgang van de beleidsuitvoering en nieuwe ontwikkelingen. Het vastgestelde beleidskader is toegepast in het onderstaande overzicht van de bestaande verbonden partijen. In deze paragraaf van de programmarekening treft u een gecomprimeerde lijst van de verbonden partijen aan.
Huidige bestuurlijke en ambtelijke vertegenwoordiging bij verbonden partijen • • • • • • •
Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW) Veiligheidsregio Limburg-Noord Omnibuz Werkvoorziening Aanvullende Arbeid Modulaire Gemeenschappelijke Regeling sociaal domein Limburg-Noord Biblioplus Regionale uitvoeringsdienst (RUD) De begrotingen en begrotingswijzigingen van bovengenoemde samenwerkingsverbanden worden aan de raad voorgelegd voor een zienswijze.
Verbonden partijen waarover advies wordt gegeven aan college • • •
Inkoopcentrum Zuid Het veiligheidshuis Noord-Limburg Regionaal Informatie en Expertise Centrum (RIEC)
Verbonden partijen waarvan gemeente Bergen aandeelhouder is en waarover geen advies wordt gegeven aan college en raad • • • • • • • • •
Enexis Holding N.V Deelneming vordering Enexis (per 9 april 2020 ontbonden) Verkoop Vennootschap B.V. (per 9 april 2020 ontbonden) Publiek Belang Elektriciteitsproductie B.V. CBL Vennootschap B.V. (Cross Border Leases) (per 9 april 2020 ontbonden) Claim Staat Vennootschap B.V. Extra Zekerheid Vennootschap B.V. Waterleidingmaatschappij Limburg Bank Nederlandse Gemeenten
Verbonden partijen waarover geen advies wordt gegeven aan college en raad • •
Euregio-Rijn Waal Euregio-Rijn-Maas Noord
98
• • • •
• • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •
• • • • • • •
Regio Venlo BING Burgemeestersoverleg regio Venlo Gemeenschappelijke Orgaan regeling voor het toezicht op het Openbaar onderwijs Bergen, Boxmeer, Cuijk, Gennep, Grave, Mill en St. Hubert Regiovisie Bergen/Gennep/Mook Bestuurlijk overleg Maas Werkbedrijf Gemeenschappelijke regeling Omnibus Lokale educatieve en welzijnsagenda O.O.G.O. Op Overeenstemming Gericht bestuurlijk Overleg Overleg orgaan toezicht openbaar onderwijs De lokale Driehoek (Burgemeester, Officier Openbaar Ministerie, Chef Politie) Regionaal bestuurlijk overleg Regiovisie Sport Limburgs integriteitsoverleg Fluglärm Commission Gemeenschappelijke luchtverkeerscommissie Regionaal Mobiliteitsoverleg Nazorgorganisatie/Bodemzorg Overleg openbaar vervoer 7 Burgermeesters overleg Stichting Leisure port Stichting promotieplatform Maasduinen Stichting Limburg-Noord Routebureau Noord- en Midden Limburg Toeristisch platform Platform Noordelijke Maasvallei Overlegorgaan Nationaal Park de Maasduinen Maascorridor Industriële kring Contactgroep Flammert Coördinatieoverleg EZ Werkgroep Ruimte en Economie Werkgroep Wonen Noord-Limburg Werkgroep Landelijk gebied Regionale Energie Alliantie Waterpanel Noord Stuurgroep Wonen Noord-Limburg
99
Overzicht verbonden partijen
Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen Vestigingsplaats Roermond Website
https://bsgw.nl/nl
Gemeentelijk belang
BsGW behartigt als uitvoeringsorganisatie van de deelnemende waterschappen en gemeenten de zorg voor het volledig, tijdig, rechtmatig, juist en doelmatig heffen en innen van de lokale belastingen en beheert de authentieke basisregistratie WOZ (administratie en waardering). BsGW draagt zorg voor het heffen en innen van in beginsel alle lokale belastingen van gemeenten en waterschappen. De keuze welke belastingen door BsGW worden uitgevoerd wordt bepaald door de deelnemer. Het takenpakket bestrijkt het taakveld van advisering en opstellen van conceptverordening(en), de opbouw van benodigde basisregistraties, het opleggen en innen van de aanslagen tot en met de dwang invordering en oninbaar verklaring. Afhandeling van klantreacties gedurende deze processtappen behoort eveneens tot het takenpakket.
Gemeentelijk aandeel
€ 176.000
Vertegenwoordiging
Burgemeester Pelzer
Beleidsverantwoording
Beleid en strategie zijn gericht op: - daling kosten deelnemers; - minimaal gelijkblijvende kwaliteit van dienstverlening; - vergroting digitale dienstverlening.
Risico's
Begin 2020 heeft BsGW opnieuw een risicoanalyse uitgevoerd, welke is geactualiseerd op basis van de meest actuele begrotingscijfers 2020. De benodigde weerstandscapaciteit is berekend op € 1,190 miljoen. De bedrijfsvoeringsrisico’s voor BsGW, oplopend qua impact (kans x gevolg), zijn: 1.Datalek, hackers aanvallen en overige ICT-storingen 2.Uitbesteding van niet-kernactiviteiten 3.Fraude 4.Vervuiling van en/of incomplete gegevensbestanden 5.Overschrijding van de exploitatiebegroting van BsGW 6.Ambitieuze raming opbrengst vervolgingskosten 7.Frictiekosten personeel
Eigen vermogen 31-12-2020 € 1.190.000 Vreemd vermogen 31-122020 Resultaat 2020
€ 8.501.000
Bijdrage Gemeente 2020
€ 176.000
.\. € 2.092.000
100