CConstaterende datBergen (L)
Koppel je AI →
Document · PDF

De zienswijzen samengevoegd (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

Gemeenteraad 23 april 2024, gemeente Bergen (L)Bij agendapunt: Voorstel tot vaststellen bestemmingsplan Maaspark Well;22.921 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

belemmerd en voldoet het plan aan de toetsing conform het Reconstructieplan. Het initiatief levert tenslotte een belangrijke bijdrage aan de realisatie van mooie

zichtlijnen vanuit de Riijksweg N271 en aan de landschappelijke kwaliteiten behorend aan deze weg. Door de ontwikkeling worden de tunnelkassen verplaatst en komt er een groene inpassing voor terug. Er is dan ook sprake van een

grote

kwaliteitsverbetering

gemeentelijk beleid.

en

het

initiatief

past

dan

ook

binnen

het

Op basis van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat het wenselijk is om de omgevingsvergunning te verlenen planologische medewerking te verlenen.

voor

dit

initiatief

en

dus

om

Ruimtelijke onderbouwing Halve Maan 10 te Well (NL.IMRO.0893.0V12007HA10WEL-VA01) Arvalis Advies

de

15

3

Overige aspecten

3.1 Milieu, Bedrijven en Milieuzonering Door onderhavige ontwikkeling wordt de afstand van de planlocatie tot andere

bedrijven niet relevant verkleind. Binnen een straal van 500 meter zijn geen bedrijven, anders dan agrarische, aanwezig. De activiteiten (gebruik tunnelkas alsmede sleufsilo) die zullen plaatsvinden op de locatie geven geen aanleiding om

te veronderstellen

3.2

Bodem

overlast zal ondervinden.

dat de omgeving

enige

milieuhygiënische

vorm

van

De Wet bodembescherming is op 3 juli 1986 inwerking getreden en bevat het

wettelijk

kader

voor

Bodembescherming

het

bodembeleid.

gewijzigd

(artikel

Op

46

1

januari

Besluit

2006

financiële

is

de

Wet

bepalingen

bodemsanering). De grote hoeveelheid verontreinigde locaties maakte dit noodzakelijk. Met de voortzetting van het toenmalige beleid zou het nog zeker

honderd jaar duren voordat de Nederlandse bodem’ schoon’ is. De nieuwe regels moeten

er

voor

zorgen

dat

de

bodemverontreinigingsproblematiek

in

circa

vijfentwintig jaar wordt beheerst. Dit door bodemsaneringen beter aan te laten sluiten bij de maatschappelijke effectiever bodembeleid.

dynamiek.

Het doel is zo te komen

tot een

Vrijwel alle gebruiksvormen kennen in meerdere of mindere mate interactie met

de

bodem.

Uitgangspunt

van

een

goede

ruimtelijke

ordening

is dat

de

bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming en de daarin toegestane uitvoerbaarheid van het plan. Bij het verlenen van de omgevingsvergunning

gebruiksvormen. Daarmee is het aspect bodemkwaliteit ook van invloed op de

dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstig gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden

afgestemd. Hiertoe kan een verkennend bodemonderzoek nodig zijn. Een bodemonderzoek is nodig in situaties waarin personen langdurig verblijven of aanwezig zijn.

De te realiseren bouwwerken zijn géén bouwwerken waarin dagelijks meer dan 2

uur in verbleven wordt. Tevens vormt de realisatie van de tunnelkassen en de

sleufsilo geen risicovolle activiteit voor de bodem en zijn bodemingrepen niet aan

de orde. Derhalve is een bodemonderzoek niet van toepassing.

Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. De regels van

het Besluit bodemkwaliteit zijn hierop mogelijk van toepassing. 3.3 Archeologie

Op i september 2007 is de Wet op de archeologische monumentenzorg in werking getreden op grond waarvan de gemeente bevoegd gezag is geworden wat betreft archeologie. De Wet op de archeologisch monumentenzorg schrijft voor dat bij ontwikkeling van nieuwe bestemmingsplannen expliciet rekening gehouden moet worden met mogelijk aanwezige archeologische waarden.

De gemeente Bergen heeft, om de aanwezige archeologische waarden binnen de gemeente in kaart te brengen, een archeologische verwachtingskaart laten Ruimtelijke onderbouwing Halve Maan 10 te Well (NL.IMRO.0893.0V12007HA10WEL-VA01) Arvalis Advies

16

opstellen (1 juli 2008 vastgesteld door de gemeenteraad). Deze kaart geeft aan waar mogelijk archeologische waarden in de bodem aanwezig zijn en dient als kader voor nog te ontwikkelen archeologisch beleid. Uit de archeologische verwachtingskaart blijkt dat het projectgebied een hoge archeologische verwachtingswaarde kent. Op ruim 100 meter van het plangebied is een Archiswaarneming gedaan.

Tegende c

&

MOm

ET

MOSm

ECD

oo

oroet

aa

mm * _…

Archeologis he De

WVÎ

ontwikkelingen

5

hebben

betrekking

op

de

T

#

ZZZ

eone onezoaenoasettsies)

realisatie

van

een

sleufsilo

en

tunnelkassen. Om deze bouwwerken te realiseren zijn géén bodemingrepen

noodzakelijk. Zowel de tunnelkassen als de sleufsilo's worden op de bestaande bodem gerealiseerd. Derhalve is het uitvoeren van nader archeologisch

onderzoek

niet relevant.

Het aspect archeologie vormt dan ook geen

ontwikkeling.

belemmering

voor de gewenste

de

verankerd

3.4 Flora en fauna

In

Nederland

is

de

bescherming

van

natuur

in

de

Natuurbeschermingswet, waarin met name de gebiedsbescherming is geregeld en in de Flora en Faunawet, waarin met name de soortbescherming is geregeld. Van belang is of binnen of in de buurt van het plangebied beschermde dieren

en/of planten aanwezig zijn die niet onder de algemene vrijstelling vallen en welke door onderhavig initiatief aangetast worden.

Ruimtelijke onderbouwing Halve Maan 10 te Well (NL.IMRO.0893.0V12007HA10WEL-VA01) Arvalis Advies

17

Kort gezegd worden de onder de Flora- en faunawet beschermde plant- en diersoorten in drie categorieën opgedeeld, met elk een ander regime wat betreft ontheffingen:

-

algemene soorten (FF1);

-

overige soorten

-

streng beschermde soorten (FF3).

(FF2);

De categorie ‘algemene soorten’ - zoals mol en konijn - is voor de meeste activiteiten vrijgesteld voor een ontheffingsaanvraag. De categorie ‘overige soorten’ is eveneens voor de meeste activiteiten vrijgesteld voor een ontheffingsaanvraag, mits die activiteiten worden uitgevoerd op basis van een

door het Ministerie van ELI goedgekeurde gedragscode. Als soorten uit de categorie ‘streng beschermde soorten’ door het project schade zullen leiden, is het de vraag of het project wel doorgang kan vinden. Gegevens beschermde broedvogels

Aan de hand van de inventarisatie van broedvogels van de provincie Limburg is

gekeken naar de aanwezigheid van broedvogels in het betreffende gebied.

zomertortel

(2005)

©

z

o

©

r

woedetant

Op de onderhavige locatie zelf zijn, blijkens de informatie van Provincie Limburg, geen

bedreigde

diersoorten

gesignaleerd.

In

de

directe

nabijheid

van

onderhavige locatie zijn blijkens de informatie van de provincie Limburg broedsoorten (Zomertortel en Koekoek) gesignaleerd in 2005. Zowel de Zomertortel als de Koekoek zijn zomergasten. De Zomertortel komt met name voor in bos, heide, park en tuin, platteland en struweel en vindt haar voedsel- en

broedbiotoop

met name

in bosranden

(broedperiode

is vanaf half mei).

De

Koekoek komt met name voor en foerageert in agrarisch gebied en struiken. De Koekoek is een broedparasiet en legt haar eieren in het nest van andere gastvogels.

Door de gewenste

ontwikkeling

verandert het leefgebied

van

de beschermde

broedvogels feitelijk niet. Er is namelijk vooral sprake van verplaatsing van

bouwwerken (tunnelkassen en sleufsilo’s). Het oppervlak agrarisch gebied blijft nagenoeg gelijk. Door de realisatie van de inpassing wordt wel meer struweel

gerealiseerd welke interessant kunnen zijn voor beide soorten. Met betrekking Ruimtelijke onderbouwing Halve Maan 10 te Well (NL.IMRO.0893.0V12007HA10WEL-VAO1) Arvalis Advies

18

tot broedlocaties kan opgemerkt worden dat deze in de directe nabijheid ten overvloede aanwezig zijn.

De realisatie van onderhavig project vormt dan ook geen belemmering voor het

broedsucces van de in de nabijheid aanwezige soorten. Gegevens beschermde planten

Uit

de

inventarisatie

beschermde

plantensoorten

dat er op beschermde

de

van

blijkt

locatie zelf geen plantensoorten

aanwezig

zijn en dat het plan dan

ook

nadelige

geen

voor

gevolgen

de

heeft

beschermde

plantensoorten. Vanwege

het

beschermde

plantensoorten zijn er

geen

ontbreken

belemmeringen

van

voor

onderhavig project te verwachten.

(Scrpus sphvaticus)

D Gewone bermzegge (Carex spicats) p

one hemelsleutel (Sedum telephium telaphium)

s (Cardamine flexuoss)

D

e (Carex preudocyperus)

D Gewone veldbies (Luzo's campestris)

|D Eenjarige hardbioem (Scieranthus annuus £1} |D Egelantier (&os2 rubiginess)

=e.…e Grijskru helmkruid (Scropholsrie zoriculsta)

(one margriet (Leucanthemum vulgare)

D Gewoon biggekruid (#ypochzeris radicata) D Hazezegge (Carez ovalis)

DD Heidespurrie (Sperguis morisonit) Dle zegge (Carex remots)

DJakobskruiskruid s.I, Oscobaes volgaris 5.1) Dkalmoes (4corus calamus)

D-Knoopkruid (Centaures jzcez) Dkruisbes (Ribes wva-cripa) DMelkeppe (Peucedanum pslustre) D Moerasrolklaver (Lotzs pedunculstus) D Moerasspirea

(Fiipenda!s ulmaris)

D Moerasvergeet-mij-nietje (Hyosotis scorpioides 5 D Moeraswalstro (Galum galustre) D Muurpeper (Sessm zcre) Poelruit (Thalictrom Aavem)

|D Vitganzerik (Fotentiis argentes) |D Wilde kardinaalsmuts (Euonymus eurepzeus) |D witte ls (4lus incan2) |> Zvarte bes (2ibes nigrom) |D Akkerhoornbloem (Cerastium srvenze) |> Braam (6) (&ubuz)

DReigersbek s.5. (Erodium ccutarium cieutarium) D Schapezuring (&umex zcetezeits) D Scherpe zegge (Carex acuts) D sint-Janskruid (Hypericum perforatum) DSmalle wikke s.s. (Vicis zativa nigra) D Stalkaars (Verbascum densiflorum)

D Veelbloemige veldbies (Luzuis muitiflors) D Watermunt (Mentha aqustics) D Wilde bertram (Achiles ptarmics) D Zomprus Uuneus articelatus) D Zwarte toorts (Verbascum nigrum)

|Fluitekruid (4nthriseus splvastrie) Conclusie

Op basis van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat er geen soorten, welke in het kader van de Flora- en faunawet bescherming behoeven, aanwezig

zijn op het plangebied. De huidige flora en fauna wordt derhalve niet verstoord

door de geplande ontwikkeling. Artikel 2 van de Flora- en faunawet schrijft voor dat iedereen de algemene zorgplicht voor de in wild levende planten en dieren in Ruimtelijke onderbouwing Halve Maan 10 te Well (NL.IMRO.0893.0V12007HA10WEL-VA01) -

Arvalis

Advies

19

acht moet nemen. Dit houdt in dat handelingen die niet noodzakelijk verband houden met het beoogde doel, maar nadelig zijn voor de flora en fauna achterwege moeten blijven. De Flora- en faunawet die zich richt op soortenbescherming kent geen compensatieplicht. Op grond van artikel 2 moet schade aan soorten zoveel mogelijk worden voorkomen of beperkt. De voorgenomen ontwikkeling zal geen afbreuk doen aan de gunstige staat van instandhouding van aanwezige planten- en diersoorten.

In relatie tot de realisatie van onderhavig project kan gesteld worden dat geen aanvullende mitigatie maatregelen nodig zijn. Enerzijds vanwege het ontbreken van indicaties dat beschermde soorten aanwezig zijn en anderzijds vanwege de beperkte inbreuk op het leefgebied. Gezien de ligging in agrarisch gebied en gezien het feit dat de gronden momenteel in intensief agrarisch gebruik zijn is de sterke verwachting dat er geen gevolgen zijn voor de aanwezige flora en fauna.

Dit aspect vormt dan ook geen belemmering voor de verlening van onderhavige

omgevingsvergunning. 3.5

Water

Deze paragraaf beschrijft de gevolgen voor de waterhuishouding als gevolg van

debedrijfsontwikkeling. realisatie van de tunnelkassen en sleufsilo's ten behoeve van de gewenste 3.5.1

Watertoets

Door

de

realisatie/verplaatsing

van

de tunnelkassen

en

sleufsilo's

wordt

het

bebouwd oppervlak op het bedrijf weliswaar vergroot. Dat betekent echter niet dat er meer/minder hemelwater kan infiltreren in de grond. Het hemelwater wat ter plaatse van de tunnelkassen en sleufsilo's valt wordt namelijk direct aansluitend aan de bouwwerken geïnfiltreerd in de bodem.

De gronden worden door het Waterschap Peel- en Maasvallei gekarakteriseerd

als droge zandgronden en de hydrologische situatie wordt gekenschetst als infiltratiegebied. De gemiddeld laagste grondwaterstand bedraagt 180 - 120 cm beneden

het maaiveld.

Ruimtelijke onderbouwing Halve Maan 10 te Well (NL.IMRO.0893.0V12007HA10WEL-VA01) Arvalis Advies

20

50-0 80-50 120-80 180-

120

200 - 180

geen data De gemiddeld hoogste grondwaterstand bedraagt

maaiveld.

140 - 80 cm beneden

het

GHG (em -mv) 25-0 40-25 80-40

140-80 250-

140

geen data Bij kleine bouwprojecten is het voldoende de mogelijkheden voor infiltratie in te

schatten aan de hand van de bodemdoorlatendheidskaarten.

De bodemdoorlatendheid in Noord — Limburg is ingedeeld in een vijftal klassen welke zijn ingedeeld op basis van de zogenaamde K-waarde. Deze klassen gaan van 'slecht doorlatende grond’ waar infiltratie bijna onmogelijk is tot ‘zeer goed

doorlatende grond’ waar infiltratie heel goed mogelijk is. De K-waarde geeft informatie over de bodemdoorlatendheid van de grond. Hoe hoger de K-waarde

op een bepaalde locatie is hoe beter de grond geschikt is voor infiltratie. De K-

waarde op de betreffende locatie is 1,5 - 10. Dit zijn zeer goed doorlatende Ruimtelijke onderbouwing Halve Maan 10 te Well (NL.IMRO.0893.OV12007HA10WEL-VA01) Arvalis Advies

21

gronden waar infiltratie heel goed mogelijk is, tenzij sprake is van een kwelgebied waar het grondwater ondiep aanwezig is (ca 0,5 m diep), wat hier niet aan de orde is. Aangezien het plan minder dan 2000 m? nieuw

verhard/bebouwd oppervlak bedraagt en het plangebied niet is gelegen binnen een

aandachtsgebied

hoeft

het

plan

niet

naar

het

watertoetsloket

voor

een

wateradvies.

3.5.2 Waterhuishouding

Door de realisatie van het plan ontstaat geen hoger risico op wateroverlast als gevolg van overstromingen. Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. In het verleden is er in of rondom het plangebied geen wateroverlast of grondwateroverlast geconstateerd. Er is wel sprake van een toename

in bebouwd

oppervlak

grondwaterbeschermingszone,

maar

het gebied

herinrichtingzone

waterwingebied of ander beschermd gebied.

bevindt zich niet in een

langs

een

waterloop,

De uitvoering van onderhavig plan heeft geen gevolgen voor de huishoudelijke

waterhuishouding.

De

perssappen

afkomstig

uit veevoeders

in de

sleufsilo's

Ruimtelijke onderbouwing Halve Maan 10 te Well (NL.IMRO.0893.0V12007HA10WEL-VA01) Arvalis Advies

22

wordt separaat opgevangen en opgeslagen in de mestputten waarna akker- of weidegrond verspreid wordt (conform bepalingen Bgm). 3.5.3

het over

Conclusie

Gezien bovenstaande kan geconcludeerd worden dat het aspect water geen belemmering vormt voor onderhavig project. 3.6 Externe veiligheid

Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico’s

die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Per 1 januari 2010 moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op

het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen.

Aan de hand van de Risicokaart Limburg (http://nederland.risicokaart.nl/) is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere

soorten

1000

in de nabijheid

meter

bevinden

zich

risico's benoemd.

geen

Binnen

een afstand van

die werken

met

Zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi-inrichtingen zich niet bevindt in een gebied waarbinnen een verantwoording

van

niet

van

gevaarlijke stoffen of andere risicovolle bronnen.

bedrijven

Uit de inventarisatie blijkt dat het plangebied:

-

groepsrisico nodig is

is

gelegen

binnen

de

veiligheidsafstanden

van

het

vervoer

gevaarlijke stoffen

niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.

Ruimtelijke onderbouwing Halve Maan 10 te Well (NL.IMRO.0893.0V12007HA1OWEL-VA01) Arvalis Advies

25}

Gezien het ontbreken van externe veiligheidsrisico's in de nabijheid van het plangebied en het gegeven dat de inrichting niet onder de risicovolle inrichtingen valt (geen (beperkt) kwetsbaar object) is het opstellen van een veiligheidsparagraaf niet van toepassing. 3.7

Luchtkwaliteit

De Eerste Kamer heeft op 9 oktober 2007 het wetsvoorstel voor de wijziging van de ‘Wet milieubeheer’ goedgekeurd (Stb. 2007, 414). Met name hoofdstuk 5 titel 2 uit genoemde

wet is veranderd. Omdat titel 2 handelt over luchtkwaliteit staat

de nieuwe titel 2 bekend als de 'Wet luchtkwaliteit’. Deze wet is op 15 november 2007 (Stb. 2007, 434) in werking getreden en vervangt het 'Besluit luchtkwaliteit 2005’. De wet is één van de maatregelen die de overheid heeft getroffen om: *

negatieve effecten op de volksgezondheid als gevolg van te hoge niveaus van

*

mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkeling te creëren ondanks overschrijdingen van de Europese grenswaarden voor luchtkwaliteit

luchtverontreiniging aan te pakken

de

De ‘Wet luchtkwaliteit’ voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Een project draagt ‘niet in betekende mate’ bij aan de luchtverontreiniging als de 1% grens niet wordt overschreden. De 1% grens is gedefinieerd als 1% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM‚o) of stikstofdioxide (NO). Dit

komt overeen met 0,4 microgram/m? voor zowel PM‚o als NO,. Het NSL is per 1 augustus

2009

augustus 2014.

in werking

getreden

en

heeft

een

voorlopige

looptijd

tot

1

Luchtkwaliteitseisen vormen onder de ‘Wet luchtkwaliteit! geen belemmering als:

voor

*

er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een

«

een project, al dan

*

een project 'niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de Iuchtverontreiniging een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat in werking treedt nadat de EU derogatie heeft verleend

*

grenswaarde

luchtkwaliteit

leidt

niet per saldo,

niet tot een

verslechtering

van de

Voorliggend project voorziet in de aanleg van tunnelkassen en sleufsilo’s. Er is geen sprake van een toename van het aantal verkeersbewegingen en daarmee

een verslechtering van de luchtkwaliteit. Vanwege de beperkte omvang en het feit dat er geen sprake is van een verslechtering van de luchtkwaliteit kan het project worden aangemerkt als een project dat niet bijdraagt aan luchtverontreiniging.

24

Ruimtelijke onderbouwing Halve Maan 10 te Well (NL.IMRO.0893,0V12007HA10WEL-VA01) -

Arvalis Advies

Geconcludeerd wordt dat de Wet Luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor het project.

3.8

Geluid

De Wet geluidhinder (Wgh) stelt eisen ten aanzien van geluidsbelasting van

geluidsgevoelige objecten. Op basis van artikel 76a van de Wet geluidhinder dient

bij het

nemen

van

een

omgevingsvergunning

waarbij

een

nieuwe

geluidsgevoelige functie wordt toegevoegd een akoestisch onderzoek te worden

uitgevoerd. nieuwe

Door de realisatie van de tunnelkas en sleufsilo's worden géén

geluidgevoelige

objecten

gerealiseerd.

Bovendien

komen

door

de

ontwikkeling geen geluidgevoelige objecten binnen de geluidscontour te liggen.

Derhalve is een nader akoestisch onderzoek niet nodig. Door uitvoering van het plan zal het aantal verkeersbewegingen niet wijzigen. Het aspect geluid vormt

dan ook geen belemmering voor de gewenste ontwikkeling. 3.9 Verkeerskundige aspecten Verkeer

De ontsluiting van onderhavig locatie is goed te noemen gezien de directe ligging de N271.

aan

Parkeren

en

manoeuvreren

Alle voertuigen die op het bedrijf moeten zijn kunnen op het terrein zelf parkeren en manoeuvreren waardoor geen gevaarlijke situaties op N271 als gevolg van geparkeerde auto's of manoeuvrerende voertuigen ontstaan. Op het bedrijf is ruimte genoeg aanwezig.

Verkeersbewegingen

Op het bedrijf vinden wekelijks 10 tot 16 aan- en afvoerbewegingen plaats.

Gezien het feit dat de N271 een belangrijke ontsluitingsfunctie heeft en druk is vormt deze toename in verkeer geen enkele belemmering. Samengevat

De

gewenste

ontwikkeling

3.10

Conclusie

verkeerskundige aspecten.

heeft

geen

gevolgen

voor

bovenbeschreven

Uit dit hoofdstuk is gebleken dat de deelonderzoeken geen belemmering vormen voor de realisatie van onderhavig project en dat de omgevingsvergunning verleend

kan

worden.

Ruimtelijke onderbouwing Halve Maan 10 te Well (NL.IMRO.0893.0V12007HA10WEL-VAO1) Arvalis Advies

25

4 4.1

Economische

uitvoerbaarheid en noodzaak

Planschade

Zoals uit deze onderbouwing

blijkt verwacht

initiatiefnemer geen

conflict in

belangen met andere partijen. Derhalve zal de kans op planschade zeer gering

zijn. De mogelijkheid tot het indienen van planschade door derden kan echter niet worden uitgesloten. Daarom zal de gemeente veelal vragen om een planschadeovereenkomst af te sluiten tussen gemeente en initiatiefnemer.

Eventuele planschade komt als gevolg daarvan deels of geheel voor rekening van

de aanvrager. Op grond van afdeling 6.1 Wro zal een planschadeovereenkomst afgesloten worden tussen initiatiefnemer en gemeente Bergen. 4.2 Economische

uitvoerbaarheid

De uitvoering van het bouwplan is in particuliere handen. Het project heeft dan

ook geen gevolgen voor de gemeentelijke financiën.

Ruimtelijke onderbouwing Halve Maan 10 te Well (NL.IMRO.0893.0V12007HA1OWEL-VA01) Arvalis Advies

26

5

Procedure en overleg

De Wabo gaat ervan uit dat beslissingen op een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt genomen door één bevoegd gezag. Dit orgaan

draagt zorg voor een goed verloop van de procedure en is verantwoordelijk voor het te nemen besluit. Uitgangspunt daarbij is dat de afweging over de verschillende aspecten van het betrokken project door het bevoegd gezag wordt

gemaakt. In het geval er een omgevingsvergunning moet worden verleend,

waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan, kan het college van B&W alleen een besluit nemen, nadat ook de raad is gehoord, door het vragen van een verklaring van geen bedenkingen (Art 2.27 Wabo junto art 6.5 lid 1 Bor). Op grond van art 6.5, lid 1 Bor is het echter wel mogelijk om categorieën van gevallen aan te wijzen waarin een verklaring van geen bedenkingen alsnog niet vereist

is.

Voor onderhavig project is de uitgebreide procedure van toepassing zoals opgenomen in paragraaf 3.2 Wabo. Het bevoegd gezag beslist op de aanvraag om een omgevingsvergunning binnen 6 maanden na de datum van ontvangst van de aanvraag.

Voor elke omgevingsvergunning en een daarmee vergelijkbaar besluit om af te wijken van een beheersverordening dient de kennisgeving langs elektronische weg beschikbaar gesteld te worden. Dit betekent dat elke kennisgeving van een omgevingsvergunning die is verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, sub 3 van de Wabo beschikbaar wordt gesteld conform de vereisten zoals die zijn vastgelegd voor “projectbesluiten” in IMRO2008 en STRI2008. De ontwerp omgevingsvergunning heeft vanaf 28 juni gedurende 6 weken ter

inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn geen zienswijzen ingediend.

Na verlening van de omgevingsvergunning ten behoeve van de planologische activiteit kunnen de sleufsilo's en tunnelkassen vanwege hun ligging achter de voorgevelrooilijn vergunningsvrij gerealiseerd worden.

Ruimtelijke onderbouwing Halve Maan 10 te Well (NL.IMRO.0893.0V12007HA10WEL-VA01) Arvalis Advies

27

6

Conclusie

Het

project

behelst

weergegeven

in

de het

realisatie biijgevoegde

van

tunnelkassen

inpassingsplan.

en

sleufsilo's

Hiertoe

zoals

dient

een

omgevingsvergunning afgegeven te worden tbv de planologische afwijking. Uit voorgaande blijkt dat geen sprake is van strijdigheid met een goede ruimtelijke

ordening en dat sprake is van een goede ruimtelijke onderbouwing.

Het plan is niet in strijd met het Riijksbeleid en voldoet aan de eisen welke zijn

opgenomen

in het provinciaal planologisch

beleid en de hieraan gerelateerde

beleidskaders alsmede het gemeentelijk beleid. Bovendien heeft het project geen nadelige gevolgen voor de directe omgeving en ondervindt het project geen hinder van in de omgeving voorkomende activiteiten.

Er

is

derhalve

geen

belemmering

omgevingsvergunning te verlenen.

voor

de

gemeente

Bergen

om

Ruimtelijke onderbouwing Halve Maan 10 te Well (NL.IMRO.0893.0V12007HA10WEL-VA01) Arvalis Advies

de

28

7

Bijlagen

Landschappelijke inpassingsplan

Ruimtelijke onderbouwing Halve Maan 10 te Well (NL.IMRO.0893.0V12007HA10WEL-VAO1) -

Arvalis Advies

29

aa LIGGING

Landschappelijke inpassing Halve bossen

Maan

bosjes

10,

in de

5855

ED

omgeving

Well

PNR

'Mts Leenen” 5855ED10-130411

planting

Het plangebied is gesitueerd in een oudere ontginning, nabij 't Leukermeer, ten westen van de Provinciale weg de N271. De landschappelijke context wordt gekenmerkt door lichte glooïingen en de daar uit voortkomende afwisseling van ouder bouwland ‚en met boscomplexen. Ruimtelijk kader

Het ruimtelijk kader wordt gevormd door de

aangetroffen bossen en bosjes in de omgeving, de beplanting en bebouwing op buurerven en de bomenrij langs de N271. Zie de blauwgroene markeringen in de luchtfoto rechts. Maaspark Well Het plangebied en zijn context maken deel uit van het zogenaamde Maaspark Well. In dit gebied vormen de landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten een belangrijke basis voor nagestreefde recreatieve ontwikkelingen rond

het Leukermeer.

plangebied

plangebied

L

en

bebouwing

op

1 buurerven

bomenrijen langs de N271

Landschappelijke inpassing Halve Maan KADASTRALE

10,

5855 ED

'Mts Leenen’

Well - PNR 5855ED10-130411

CONTOUREN

Het plangebied omvat de percelen 160, 1017 en delen van perceel 288 n de sectie S van de

kadastrale gemeente Bergen. Zie de uitsnede van

het

kadastraal

uittreksel

hieronder

en

de

markering hiervan in de luchtfoto rechts.

kadastraal

uittreksel

‘markering van het plangebied In het veld r Guido

W.F.M.

Paumen,

Tuin- & landschapsarchitect

Pastoorswal 4, 6041

10475-430684 F 0475-430685 M 06-51852937

Bnt,

CP Roermond,

www.guidopaumen.nl info@guidopaumen.nl

Landschappelijke inpassing ‘Mts Leenen’ Halve Maan 10, 5855 ED Well - PNR 5855ED10-130411

SITUATIE

oors;

In de uitgangssituatie worden navolgende

elementen aangetroffen; -

_

de oorspronkelijke langgevelboerderij en een kleiner kippenstalietje op de ten noorden hiervan gelegen huisweide,

-

_

een ten zuiden

-

_ een tweetal boogtunnels, _ een oudere en een recenter gebouwde

hiervan gelegen berging,

kalverstal,

d -

een sleufsilo en een tijdelijke (aan de bosrand gelegen) voeropslag, _

een in zuidwestelijke richting, volgens een

goedgekeurd bouwplan uit te breiden, loods voor de verwerking en opslag van vaste planten.

ù

oudere en recent Tr Guido

gebouwde W.F.M.

kalverstal

Paumen,

sleufsilo en tijdelijke voeropslag

Tuin- & landschapsarchitect

Bnt,

Pastoorswal 4, 6041 CP Roermond,

70475-430684 F 0475-430685 M 06-51852937

www.guidopaumen.nl_info@guidopaumen.nl

volgens plan uit te

N

breiden loods

Halve AANWEZIG

Landschappelijke inpassing

'Mts Leenen’

Maan

5855ED10-130411

10,

5855

ED

Well - PNR

mfruit

GROEN

Het aanwezige groen bestaat uit navolgende elementen;

-

_

-

_

een enkele oudere hoogstamfruitboom op de huisweide, een

aan

de westkant

van

de weide

gesitueerde doorgeschoten Meidoornhaag, -

_ _

wat siergroen in de voortuin, een haag en wat siergroen in de speeltuin ten zuidoosten van de boerderij.

Zie de blauwgroene markeringen n de luchtfoto rechts.

Tr Guido

W.F.M.

Paumen,

Tuin- & landschapsarchtect

Pastoorswal 4, 6041

70475-430684 F 0475-430685 M 06-51852937

Bnt,

CP Roermond,

www.guidopaumen.nl_info@guidopaumen.nl

Landschappelijke inpassing

‘Mts Leenen’

Halve Maan 10, 5855 ED Well - PNR 5855ED10-130411 FOTO's

De foto's rechts tonen het erf gezien vanaf; - _ de Provinciale weg, komend uit het -

_

noorden, de Provinciale weg,

komend

uit het

zuiden,

-

_

de ten westen gelegen weg, de Vossenheuvel.

Zie de markeringen

in de luchtfoto hieronder.

vinciale weg,

Z

komend uit het noorden

d

Vn

w

vanaf de Vossenheuvel

T Guido W.F.M. Paumen,

Tuin- & landschapsarchitect Bnt,

Pastoorswal 4, 6041

684 F 0475-430685 M 06-51852937

CP Roermond,

www.guidopaumen.nl_info@guidopaumen.nl

;

Landschappelijke inpassing ‘Mts Leenen’ Halve Maan 10, 5855 ED Well - PNR 5855ED10-130411 PLAN

Het is wenselijk een nieuwe voeropslag in de vorm

van sleufsilo's ten zuiden

van

de uit te

breiden loods te realiseren. Op verzoek van de

gemeente Bergen zullen de langs de Provinciale weg gesitueerde boogtunnels worden verplaatst naar

de

ruimte

tussen

de loods en

de te

realiseren sleufsilo's. Zie de markeringen uchtfoto

in de

rechts.

nieuwe locatie van de boogtunnels T Guido

W.F.M.

Paumen,

Tuin- & landschapsarchitect

Bnt,

Pastoorswal 4, 6041 CP Roermond,

10475-430684 F 0475-430685 M 06-51852937

www.guidopaumen.nl_info@guidopaumen.nl _

Landschappelijke inpassing 'Mts Leenen” Halve Maan 10, 5855 ED Well - PNR 5855ED10-130411 CONCEPT

zansluiten5 bij de sfeer van oud bouwland:

INPASSING

r

Uitgangspunt voor de landschappelijke inpassing s te anticiperen op de karakteristieke ligging van het plangebied in open, ouder bouwland, maar nabij de bosrand. Bosrand:

struweel

en

bomen

Voorgesteld wordt om het zicht op de sleufsilo's, de tunnels en de achtergelegen loods aan de zuidoostkant af te schermen

met een bij de

sfeer van de ten westen gelegen bosrand aansluitende groenstrook, bestaande uit struweel

en

bomen.

Oud bouwland: hagen

Aan de straatzijde wordt aansluitend bij de sfeer van het oude bouwland voorgesteld het zicht op de sleufsilo's, de tunnels en de onderste

regionen van de kopgevel van de loods af te schermen met een (de hoogte van de gevulde

silo's en de hoogte van de boogtunnels evenarende) haag. inkijk Het zicht op de kopgevel van de loods vanaf de

Provinciale weg wordt niet als storend ervaren. Een zekere inkijk in het bedrijf is hier gepast en te bewaren. Om soortgelijke reden wordt

voorgesteld de inkijk in het bedrijf ter hoogte van de locatie van de huidige boogtunnels, te

geleden met een lagere

haag.

aansluiting bij de sfeer van de bosrand: Tr Guido W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt, Pastoorswal 4, 6041 CP Roermond, 70475-430684 F 0475-430685 M 06-51852937 www.guidopaumen.nl_info@guidopaumen.nl

hag

Halve CONCEPT

Landschappelijke inpassing

‘Mts Leenen’

Maan

5855ED10-130411

10,

5855

ED

Well - PNR

TEGENPRESTATIE

De contouren van de vigerende bouwkavel zijn in het kader voorliggend plan aan te passen en in bescheiden

mate

te verruimen.

In dit verband

is een tegenprestatie te leveren. 1) verplaatsen tunnels Als primaire tegenprestaties is te waarderen dat de aanwezige, binnen de huidige bouwkavel gesitueerde boogtunnels n het kader van voorliggend plan, op verzoek van de gemeente zullen worden

verplaatst. De verplaatsing

resulteert in een aanzienlijke hoeveelheid werk en

materiaalkosten.

2) revitaliseren huisweide Gezien de bijzondere ligging binnen de contouren van het Maaspark is het wenselijk extra

aandacht

te schenken

aan

de

landschappelijke inpassing. Op grond hiervan wordt voorgesteld om de huisweide beeldmatig te revitaliseren door;

-

_

-

_

-

_

de aanwezige doorgeschoten Meidoornhaag te verjongen en gaten te herstellen,

enkele hoogstamfruitbomen aan te planten, de weide aan

de oostkant

te omzomen

met een lage haag. Zie het plan op de volgende bladzijde.

1) verplaatsen van de boogtunnels T Guido W.F.M.

Paumen,

Tuin- & landschapsarchitect

Pastoorswal 4, 6041

T0475-430684 F 0475-430685 M 0651852937

Bnt,

CP Roermond,

www.guidopaumen.nl_info@guidopaumen.nl

Landschappelijke inpassing Halve Maan PLAN

-

'Mts Leenen’

10, 5855 ED Well - PNR 5855ED10-130411

H3 Meidoornhaag herstellen

1:1000

V1 hoogstamfruitbomen

H4 Beukenhaag

Op grond van het voorafgaande omvat het plan voor de landschappelijke inpassing de aanplant van;

SI

_ een strook struweel bestaande uit soorten

als Hazelaar,

B1

Vuilboom,

Gelderse Roos etc.

een rij bomen bestaande uit Eik en Berken,

HI H2

een hoge haag bestaand uit Elzen, een lagere haag bestaande uit Beuk,

H3

de verjonging en het herstel van gaten in

V1 H4

de bestaande Meidoornhaag, de aanplant van enkele hoogstamfruitbomen, de aanplant van een Beukenhaag.

soortkeuze

De soortkeuze is gebaseerd op okale groeiplaatsfactoren en wensen met betrekking tot beeld en beheer. Zo s 0.a. gekozen voor de Beuk n verband met het gevulde winterbeeld ‚en voor de Els omdat deze soort zich spoedig tot een voldoende hoge haag kan ontwikkelen.

Zie de lijst op de volgende bladzijde. Beheer

De Elzenhaag is jaarlijks te scheren en in stand te houden op een hoogte die gelijk is aan de

‘hoogte van de boogtunnels. De overige hagen zijn jaarlijks te scheren en in stand te houden op een hoogte van 90-100 cm. Het struweel S1

is 1x per 3-5 jaar voor 50% af te zetten (in de lengte te verdelen). Hierdoor zal de inpassing ten allen tijde worden gewaarborgd. De bomen

mogen worden opgekroond tot een hoogte van 350

tot 400

cm.

De

bovenkant

van

de

‘boomkroon is minimaal gelijk aan de nok van de achtergelegen loods.

S1

Tr Guido W.F.M. Paumen,

Struweel

Tuin- & landschapsarchitect

Pastoorswal 4, 6041

70475-430684 F 0475-430685 M 06-51852937

B1 Bomenrij Bnt,

CP Roermond,

www.guidopaumen.nl_info@guidopaumen.nl

HiElzenhaag

H2 Beukenhaag

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13949990/1