De zienswijzen samengevoegd (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
Tekst van het document
inspectie en onderhoud van de gastransportleiding.
* het wijzigen van het gebruik van bestaande gebouwen, indien daardoor een kwetsbaar object wordt toegelaten. x.6
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van
x.6.1
werkzaamheden
Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Leiding - Gas zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk
zijnde, of de volgende werkzaamheden
uit te voeren:
3. het aanbrengen en rooien van diepwortelende beplantingen en bomen; b het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere
oppervlakteverhardingen;
< het indrijven van voorwerpen in de bodem, zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair;
d. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage;
€. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren
x.6.2 Het verbod is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden:
3. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; * die het normale beheer en onderhoud ten aanzien van de leiding en
belemmeringenstrook of ten aanzien van de functies van de andere voorkomende bestemming(en) betreffen;
* zijnde graafwerkzaamheden als bedoeld n de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse
en ondergrondse netten en netwerken;
* die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. x.6.3
Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden kan worden verleend indien de betreffende werken en/of werkzaamheden de belangen van de leiding niet schaden.
x.6.4
Alvorens te beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in x.6.1, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder omtrent de vraag of door de voorgenomen werken of werkzaamheden de
belangen van de leiding niet worden geschaad en welke voorwaarden gesteld dienen te worden om eventuele schade te voorkomen.
rrrrrrrrrrrrrrrrr
m
lI I I MI I MI I I Il l l lfll flI I HI I I I IJI I I IJI JI IJI IJI Í
e
_ VLF
ii
Betreft: Zienswijze ontwerpbestemmingsplan Maaspark Well thv buurtschap ’t Leuken Well. Well (Lb) 31-08-2023 |
Gemeente Bergen
|
Tav Gemeenteraad Bergen Postbus 140 5854 ZJ Bergen
|
ü
4327
|
|
Geachte leden van de gemeenteraad/zienswijzecommissie,
Met belangstelling hebben wij uw ontwerpbestemmingsplan Maaspark Well met projectnummer 0481021.100 dd. 4 Juli 2023 met bijbehorende stukken ter inzage bestudeerd.
Het bestuderen van deze stukken geeft ons de aanleiding om hierbij (middels deze zienswijze) onze opmerkingen onder uw aandacht te brengen. Gemeente Bergen zet zich actief in voor het op de kaart zetten van onze mooie Maasduinen, waar in
weloverwogen verhoudingen inwoners van de gemeente prettig kunnen wonen en voldoende ruimte is voor recreëren. Hfst. 3.4 Gemeentelijk beleid_ geeft meer inhoud aan de visie hoe de gemeente Bergen naar dit gebied, Maaspark Well kijkt.
In artikel 3.4.2 Structuurvisie Maaspark Well wordt nader ingegaan op diverse deelgebieden, elk met hun eigen ontwikkelvisie. De kaart van de structuurvisie Maaspark Well met ligging deelgebieden
geeft echter geen duidelijke demarcatie van deze deelgebieden weer. Dit zorgt voor onduidelijkheden die we nader zullen omschrijven.
Deelgebied D wordt omschreven als het recreatieve concentratiegebied in deze regio. Daar hebben wij geen problemen mee zolang we ervan uit mogen gaan dat deelgebied D als zwaartepunt bevind aan de west-noord en oostzijde van het Leukermeer, en de noord-oostzijde van Seurenheide.
Uit de omschrijving van de waterboulevard met waterpaviljoen maken wij op dat dit de Zuidzijde Leukermeer en de zuid-west zijde van Seurenheide betreft en eveneens onderdeel is van deelgebied D, maar grenst direct aan deelgebied F. Ons inziens is aan deze zijde actieve recreatie, in welke vorm dan ook niet wenselijk, gezien het
huidige landelijke karakter van het aangrenzende buurtschap, ’t Leuken. Destijds (Oktober 2022) hebben wij onze mening gegeven over de ontwikkeling van de waterpaviljoen naast de waterboulevard, met drie afzonderlijke ontwerpen. Ontwerp Parapente hebben wij als voorkeur aangedragen en daar is ook door de jury de keuze op gevallen. Onze motivatie van deze ontwerpkeuze geeft prima weer hoe wij ook naar dit deel van deelgebied D kijken, direct aangrenzend aan F. De kracht van ontwerp Parapente zit hem in de soberheid van het
ontwerp, en valt weg in het landschap. Overige ontwerpen zijn te modern voor dit gebied. Het biedt plaats voor het nuttigen van een hapje of drankje voor natuurliefhebbers. Via land enkel te bereiken
door fietsers en wandelaars. De ruimte rondom het Leukermeer en Seurenheide (deelgebied D) moet plaats bieden voor meer vormen van recreatie. Ons inziens moet vanaf het genoemde paviljoen tot deelgebied F, recreatie beperkt worden tot fietsers en wandelaars welke op zoek zijn naar mooie
Betreft: Zienswijze ontwerpbestemmingsplan Maaspark Well thv buurtschap ‘t Leuken Well. Well (Lb) 31-08-2023
natuur in rust en ruimte, zonder nog meer aanlegsteigers aan deze waterboulevard. Door toepassen
van extra steigers zou deze zijde teveel recreatief belast worden. Het meer toegankelijk maken van deze zijde voor recreanten voelen wij niets voor. Laat de oost-west verbinding/waterboulevard vooral langs een natuurlijke oever lopen zonder veel recreatieve voorzieningen. In deelgebied E wordt beschreven als: “Hier heerst meer rust, ruimte en groen. Voor dit deel van deelgebied D als ook deelgebied F zou deze kreet zeker moeten gelden. Deelgebied F moet als zijnde buurschap ’t Leuken in de luwte blijven van dit recreatieve concentratiegebied. Dat aan de zuid-west zijde van de zwemplas Seurenheide de bosrand gehandhaafd blijft gaan wij dan ook zeker mee akkoord.
Specifiek voor deelgebied F_ Landelijk bebouwingslint de Kamp en ’t Leuken geldt dat zeker de huidige invulling van buurschap t Leuken moet worden gerespecteerd. Streven naar een landelijk
karakter zijn wij zeker voor. We lezen dat woningbouw aan de Kampweg niet langer i toegestaan. We zouden graag opgenomen zien dat ook aan weg ’t Leuken geen woningbouw realiseerbaar is. Het zou altijd afbreuk doen aan het weidse karakter in combinatie met de vergrote voorhaven.
Deze aanpassingen/aanvullingen zijn ons inziens nodig om een prettige woonomgeving te behouden van de huidige bewoners in dit gebied, en n goed samenhang te laten zijn met de groeiende recreatie.
Betreft: Zienswijze ontwerpbestemmingsplan Maaspark Well thv buurtschap ’t Leuken Well. Well (Lb) 31-08-2023
Concrete verzoeken naar aanleiding van deze zienswijze: e Demarcatie deelgebieden duidelijk weergeven; * _ Ontwerpvisie per deelgebied meer specifiek omschrijven, rekening houdend met onze voorkeuren.
° _ Het niet laten toestaan van woningbouw naast de Kamp, tevens laten gelden voor weg ’t Leuken.
Tot slot.
Met deze zienswijze op de ter inzage liggende stukken hebben wij onze opmerkingen op deze plannen bij u kenbaar gemaakt. We hebben gepoogd u te overtuigen met onze motivaties om hierop het bestemmingsplan enigszins aan te vullen, of meer specifiek te maken.
We willen u bij voorbaat danken voor enige inspanning die u hier in wilt doen, en verblijf, Met vrien|
D
Verstuurd:
e
-
Fri, 1 Sep 2023 06:57:24 +0200
Aan: Onderwerp:
e
Info | Gemeente Bergen (L) Zienswijze
Geachte,
Op verzoek van de eigenaren dien ik middels deze namens de eigenaren van de_e
Well een
zienswijze in tegen ontwerp bestemmingsplan Maaspark Well. In het ontwerpplan Maaspark Well is de verleende
omgevingsvergunning voor twee recreatie woningen, met besluit 2023-1-8 op het perceel —le
Well
niet meegenomen. Deze rechten van de recent verleende vergunning willen wij behouden en willen wij laten opnemen in het vast te stellen bestemmingsplan. Bij de vaststelling gaan wij er vanuit dat de rechten die gekregen zijn worden meegenomen.
De aanvrager heb ik meegenomen in deze mailwisseling. Met vriendelijke BOUWADVIES
groet,
01-09-2023
M
we
Gemeente Bergen (L) T.a.v. Burgemeester en Wethouders Raadhuisstraat
2
5854 AX Bergen (L) Onderwerp: Indienen Zienswijze bestemmingsplan Maaspark Well (L) Geacht College,
gedeelte van ons perceel :;w»„ordl bestemd als Natuur. Tijdens het inzien van het
ingp/an Maaspark Well constateerden we dat een
Dit perceel wordt al jaren gebruikt als weide voor onze dieren en willen we ook in de toekomst zo blijven gebruiken. Daarom zouden we dit graag gewijzigd willen zien naar AW.
Met vriendelijke groet,
Gemeente Bergen (L) 5854 ZJ Bergen postbus 140
Onderwerp: Zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Maaspark Well
-_
LÌZZ_}Z J
Well 26-08-2024
Beste lezer,
Bij deze dien ik een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan Maaspark Well in. Wij wonen aan de en wij hebben geconstateerd dat het bestemmingsplan (geanonimiseerd) Well”, vastgesteld op 2021-7-11 niet verwerkt is in het ontwerp bestemmingsplan Maaspark Well. Een tweede zienswijze die wij willen indienen is dat wij doende zijn om het bouwvlak van de woonbestemming iets te verruimen. Door een
(geanonimiseerd) omissie bij het vaststellen van het bes(emmmgsplarüVell is het bouwvlak
kleiner vastgesteld dan door ons gewenst. Aan de noordzijde willen wij een groter bijgebouw realiseren en daarvoor zijn wij in overleg met de gemeente over het ter inzage leggen en de vervolgprocedure. Via deze willen wij dan ook vragen om het bouwvlak te vergroten met als tegen prestatie een aanvullend groenplan zodat het gewenste bouwplan gerealiseerd kan worden. Hopende u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben. Met vriendelijke groet,
’
arvalis Arvalis
AANTEKENEN
PER FAX,
(0485-342844
Vilaveno Fora
Gemeenteraad van Bergen Postbus 140
K
5854 ZJ Bergen (LB)
Telefoon 06-51490277 Fax 0475-355777
w
arvalis.nl
Jdwit@arvalis.nl
Datum Betreft
31 augustus 2023
Zienswijze Ontwerpbestemmingsplan Maaspark Well
Ons kenmerk
5571420.JDW.20230831
Uw kenmerk
Gemeenteblad 21 juli 2023, nr. 321173
Geachte leden van de gemeenteraad, Tot mij wendden
zich:
hierna gezamenlijk, alsook ieder afzonderlijk, te noemen “reclamanten” en te deze zake woonplaats kiezende ten kantore van mr. J.G. de Wit, medewerker van Arvalis Juristen, gevestigd aan Steegstraat 5, te (6041 AE) Roermond en kantoorhoudende aan Villafloraweg 1, te (5928 SZ) Venlo, die door reclamanten ten deze als gemachtigde wordt gesteld met de macht van substitutie.
Ontwerpbestemmingsplan Maaspark Well
Reclamanten hebben kennis genomen van het ontwerpbestemmingsplan Maaspark Well - en de bijbehorende stukken, zoals deze thans ter visie zijn gelegd. (hierna
tezamen te noemen: “het ontwerpbestemmingsplan”) Het ontwerpbestemmingsplan ligt van 24 juli tot en met 3 september 2023 ter
inzage. Tijdens de inzagetermijn kan iedereen naar keuze schriftelijk of mondeling
een zienswijze over het ontwerp kenbaar maken bij uw gemeenteraad. In bijlage 1 treft u de bekendmaking in het Gemeenteblad aan.
IBAN NL28 RABOO174 KK
1177 52
13043513
Op alle diensten van Arvalis zijn onze algemene voorwaarden van toepassing
arvalis Bijlagen
Reclamanten brengen ten behoeve van de onderhavige zienswijze, de navolgende
stukken in het geding: 1.
Bekendmaking
2. 3.
Omgevingsvergunning d.d. 15 augustus 2012 Ruimtelijke onderbouwing
Gemeenteblad
Reclamanten zien in het ontwerpbestemmingsplan aanleiding tot het aanbrengen van
de navolgende zienswijze. Inleidend
Reclamanten exploiteren op de locatie Halve Maan 10 te Well alsook op de bijbehorende cultuurgrond (waaronder doch niet uitsluitend gelegen direct
aangrenzend aan hun bedrijfslocatie) een intensieve veehouderij en plantenkwekerij. (Maatschap Leenen — Eulderink en Kalvaplant) Deze locatie is voorts in eigendom van reclamant| woonachtig.
Reclamanten zijn eveneens op deze locatie
De locatie van reclamanten alsook een deel van de bij hen in eigendom c.q. gebruik
zijnde cultuurgrond is gelegen binnen het plangebied van het thans voorliggende ontwerpbestemmingsplan. Reclamanten kunnen zich niet met het
ontwerpbestemmingsplan verenigen, reden waarom namens hen wordt overgaan tot het indienen van onderhavige zienswijze.
Zienswijze
De zienswijze van reclamanten is gebaseerd op de navolgende gronden, feiten en/of
omstandigheden:
1. Doorvertaling omgevingsvergunning in ontwerpbestemmingsplan De opgaven voor het ontwerpbestemmingsplan zijn 0.a. als volgt: - Het doorvertalen van verleende vergunningen die in de periode na de vaststelling van de oude bestemmingsplannen zijn verleend.
-
Het verwerken van locatie specifieke correcties met als doel het nieuwe
bestemmingsplan beter te laten aansluiten op de werkelijke en vergunde situatie in het plangebied.
Onder hoofdstuk 2.9 van de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan is
weergegeven dat het voorliggende bestemmingsplan grotendeels conserverend en
actualiserend van aard is, waarbij de bestaande situatie wordt vastgelegd volgens de actuele plansystematiek. De bouw- en gebruiksmogelijkheden volgens de geldende
bestemmingsplannen zouden zijn overgenomen in het voorliggende ontwerpbestemmingsplan.
Daarbij is onder hoofdstuk 2.9.2 het navolgende gesteld: "Voor een aantal [ocaties in
het plangebied zijn in het verleden omgevingsvergunningen verleend, waardoor er sprake is van andere bouw- en gebruiksmogelijkheden dan in de voorheen geldende bestemmingsplannen. Deze vergunde mogelijkheden zijn, waar dit van toepassing is, doorvertaald in het voorliggende bestemmingsplan”.
arvalis
De toevoeging van de functieaanduiding “intensieve veehouderij” is inderdaad overeenkomstig de huidige situatie. Reclamanten wensen allereerst te bevestigen dat dit een juiste aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan betreft. Daar ziet deze zienswijze dan ook niet op.
Reclamanten hebben echter wel geconstateerd dat de aan hen verleende omgevingsvergunning d.d. 15 augustus 2012 met kenmerk B-HZ_WABO-2012-0120
voor de activiteit afwijken van het bestemmingsplan niet is overgenomen in het thans voorliggende ontwerpbestemmingsplan. Volledigheidshalve treft u in bijlage 2 een afschrift van de omgevingsvergunning aan, alsook in bijlage 3 de bijbehorende Ruimtelijke onderbouwing.
Ingevolge deze omgevingsvergunning is aan de zuidzijde van de locatie Halve Maan
10 te Well de realisatie van tunnelkassen en een sleufsilo vergund. (zie door ondergetekende toegevoegde globale weergave middels groene omkadering in de hierna volgende figuren 1 en 2)
Figuur 1 verbeelding omgevingsvergunning
arvalis
@ 20204 2007572 Besluitviak
Figuur 2 besluitvlak omgevingsvergunning In het bouwvlak en de functieaanduiding “intensieve veehouderij” in het thans voorliggende ontwerpbestemmingsplan is deze vergunde afwijking van het bestemmingsplan echter niet meegenomen en neemt het bouwvlak en de
functieaanduiding “intensieve veehouderij” ten onrechte nog de vorm en omvang aan voortkomend uit het bestemmingsplan “Leuken-Seurenheide” uit 1994.
Volledigheidshalve verwijs ik daarbij naar de hierna volgende figuren 3 en 4.
l
arvalis
@ 202004 307572 enkeibestemming
m
Dusbeibestenming
D
teuwk Fncieasnduiding
9
202004 007512
oubbebesteneing
CS
tonwtk terctnsweeg
Figuur 4 omvang functieaanduiding "intensieve veehouderij” ontwerpbestemmingsplan
arvalis Zoals zichtbaar op het onderstaande figuur 5 (zie rode omkadering), ontbreekt ter plaatse van de vergunde tunnelkassen en sleufsilo ten onrechte een bouwvlak én de
functieaanduiding “intensieve veehouderij”. Alleen de enkelbestemming “Agrarisch met waarden” en de dubbelbestemming “Waarde-Archeologie 4” zijn ter plaatse opgenomen.
Figuur 5 ontbreken bouwvlak en functieaanduiding “intensieve veehouderij” ter
plaatse in ontwerpbestemmingsplan
Desondanks lijkt de betreffende omgevingsvergunning wel bij u bekend te zijn, gelet het feit dat het Landschappelijk Inpassingsplan Halve Maan 10 (behorende bij de omgevingsvergunning) wel als bijlage 8a bij de regels van het ontwerpbestemmingsplan is opgenomen.
Reclamanten stellen zich uitdrukkelijk op het standpunt dat de aan hen verleende omgevingsvergunning in het geheel overgenomen dient te worden in het thans
voorliggende ontwerpbestemmingsplan. In het kader van een goede ruimtelijke
ordening dienen reeds verleende toestemmingen opgenomen te worden in nieuw
vast te stellen bestemmingsplan. Nu dit tot op heden niet is gebeurd, is sprake van een onzorgvuldig tot stand gekomen ontwerpbestemmingsplan.
.
arvalis
B |
Reclamanten verzoeken u derhalve deze fout te herstellen alvorens over te gaan tot vaststelling van het bestemmingsplan Maaspark Well. Dientengevolge dient naar mening van reclamanten aan de zuidzijde het bouwvlak en de functieaanduiding
“intensieve veehouderij” conform de verbeelding bij de verleende omgevingsvergunning te worden toegevoegd.
Reclamanten merken voorts op dat aan de oostzijde van de locatie gedeeltelijk de functieaanduiding “erf” is opgenomen binnen het bouwvlak. Volledigheidshalve wordt daarbij verwezen naar de uitsnede uit de verbeelding in het onderstaande figuur 6.
@ 0271773907208 Enkelbestemming
Ea
CS
Dubbelbestemming
Bouwts Functezanduiding
unctieaanduiding
Figuur 6 functieaanduiding “erf” ontwerpbestemmingsplan Reclamanten verzoeken u te bevestigen dat deze functieaanduiding “erf”, welke ingevolge het vigerende bestemmingsplan niet op hun locatie rust, geen gebruiks-
en bouwbeperkingen voor hen met zich mee kan brengen. Mocht dit wél het geval zijn, dan verzoeken reclamanten u om deze functieaanduiding te schrappen teneinde
bestaande rechten te behouden en niet geconfronteerd te worden met beperkingen. Het betreft namelijk een conserverend bestemmingsplan.
arvalis Direct aansluitend ten zuiden van de locatie van reclamanten, doch op eigendom van
… opgenomen, zoals
is de gebiedsaanduiding “overige zone - bijzonder
blijkt het onderstaande figuur 7.
Figuur 7 gebiedsaanduiding “overige zone-bijzonder reliëf”
Ingevolge artikel 29.5 van de planregels levert dit beperkingen op voor reclamanten gelet eigendom maar zeker ook gelet de bedrijfsexploitatie op de percelen.
Reclamanten wijzen er voorts op dat ingevolge artikel 4.84 van de planregels voor hen beperkend werd, nu onder sub a uitbreiding van een bouwvlak van een
veehouderij niet is toegestaan en voorts onder de aanhef en sub c bij het veranderen van de vorm van het bouwvlak geen afbreuk mag worden gedaan aan de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden van het gebied waarbinnen het bouwvlak wordt gesitueerd. Het niet toestaan van de uitbreiding van
het bouwvlak kan allereerst in de toekomst benodigd zijn voor de continuering van
de bedrijfsvoering, alsook in het kader van het nemen van verduurzamende maatregelen. Voorts is het wijzigen van de vorm van het bouwvlak wellicht in de
toekomst eveneens wenselijk, doch wordt dit mogelijk bemoeilijkt vanwege de aanwezigheid van de gebiedsaanduiding “overige zone-bijzonder reliëf” voornoemd,
mede in verband de gestelde voorwaarde onder sub c. Reclamanten verzoeken u dit
artikel derhalve aan te passen op een wijze zodat de toekomst van de onderneming van reclamanten alsook de waarde van diens eigendommen - en daarmee diens
bestaande rechten - ter plaatse wordt gewaarborgd en gerespecteerd.
arvalis
Tenslotte merken reclamanten op dat artikel 28.3 van de planregels, meer in het bijzonder sub b en sub d, onderling tegenstrijdig lijken te zijn en voorts de ontwikkelingsmogelijkheden van reclamanten (lijken te )beperken. Reclamanten
stellen zich op het standpunt dat een bestemmingsplan en daarmee een vastlegging van de ruimtelijke mogelijkheden op een locatie rechtens niet de juiste plaats is om
ondernemers te beperken in wat zij op basis van het milieurecht c.q. het de Wet natuurbescherming aan dierenaantallen mogen houden. Zij verzoeken u derhalve om het bestemmingsplan hierop aan te passen, zodat hierin geen beperking in dieraantallen meer is opgenomen.
Reclamanten behouden zich het recht voor om hun zienswijze mondeling dan wel schriftelijk toe te mogen lichten.
Gezien al het voorgaande, verzoeken reclamanten uw Raad om deze zienswijze in uw overweging en de daarop volgende besluitvormingsprocedure te betrekken en in ontwerpbestemmingsplan zodanige aanpassingen aan te brengen zodat wordt
tegemoetgekomen aan hetgeen in deze zienswijze naar voren wordt gebracht, dan wel het ontwerpbestemmingsplan in het geheel niet vast te stellen.
Reclamanten verzoeken u nadrukkelijk om voorafgaand
contact op te nemen met ondergetekende via emailadre: telefoonnumme
Hoogachtend
i
ing
of
Arvalis Juristen
Bijlage 1
nte
sw&en GEMEENTEBLAD
°:
Officiële uitgave van de gemeente Bergen (L}
Ontwerpbestemmingsplan Maaspark Well ter inzage
Bekendmaking
Burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen L maken ter voldoening van het bepaalde in
artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening en afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht bekend dat het ontwerpbestemmingsplan “Maaspark Well” met IDN “NL.IMRO.0893.BP22014MPWWEL-ON01"
ter inzage ligt.
Dit (conserverend) bestemmingsplan omvat 0.a. het gebied Seurenheide, Leukermeer, Elsteren, Halve
Maan en de Kamp. Het vakantiepark Leukermeer maakt geen deel uit van dit ontwerpbestemmingsplan. Het bestemmingsplan ziet erop toe dat een aantal verouderde bestemmingsplannen worden vervangen door een nieuw bestemmingsplan. Het ontwerpbestemmingsplan Maaspark Well sluit aan bij de planregels van het bestemmingsplan Buitengebied 2018, 1e Herziening.
Inzage
Het ontwerpbestemmingsplan "Maaspark Well” en het ontwerpbesluit
liggen van 24 juli tot en met 3
september 2023 ter inzage in het gemeentehuis, Raadhuisstraat 2 in Nieuw Bergen. U kunt de stukken
inzien tijdens de openingstijden van het Klant Contact Centrum. U dient hiervoor een afspraakte maken. U kunt het digitale plan ook inzien via www.ruimtelijkeplannen.nl.
Zienswijze
Tijdens de inzage termijn kan iedereen naar keuze schriftelijk of mondeling een zienswijze over het ontwerp kenbaar maken bij de gemeenteraad van Bergen, postbus 140, 5854 ZJ Bergen.
Voor het indienen van een mondelinge zienswijze kunt u een afspraak maken bij het Klant Contact Centrum. Van mondelinge zienswijzen wordt een verslag gemaakt.
Vragen
Voor vragen of opmerkingen kunt u contact opnemen met het Klant Contact Centrum, telefonisch bereikbaar via nummer (0485) 34 83 83.
1
Gemeenteblad2023nr.321173
21 juli 2023
Arvalis Juristen
Bijlage 2
gemeente
BERGEN VENLO
2012 HOLLAND
Postbus 140, 5854 ZJ Bergen Telefoon (0485) 34 63 83 Telefax (0485) 4 28 44
E-mail infoobergen.nl wwwbergen.nl
Datum: Ons kenmerk:
15 augustus 2012 B-HZ_WABO-2012-0120
Onderwerp:
Omgevingsvergunning
Verzenddatum:
16 AU6. 2012
Geachte heer Leenen,
Omgevingsvergunning
Burgemeester en Wethouders hebben op 14 februari 2012 een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen voor de realisatie van twee tunnelkassen en een sleufsilo op de percelen kadastraal bekend gemeente Bergen, Sectie S, nummers 160, 1017 en 288 Plaatselijk is deze locatie bekend als Halve Maan 10 in Well. De aanvraag is aangemerkt als een aanvraag om een vergunning voor het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met regels ruimtelijke ordening daar de activiteit in strjd is met het bestemmingsplan (artikel 2.1 lid 1 sub c n juncto 2.10 lid 2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De aanvraag is geregistreerd onder kenmerk B-HZ_WABO-2012-0120 Besluit
Burgemeester en wethouders zijn voornemens, gelet op artikel 2.1, 2.10 en 2.12, lid 1, sub a onder 3° van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht de omgevingsvergunning 1 te verlenen.
De omgevingsvergunning wordt verleend voor de activiteit afwijken van het bestemmingsplan. Het gaat hierbij om het realiseren van twee tunnelkassen en een sleufsilo.
De omgevingsvergunning wordt verleend onder de bepaling dat de gewaarmerkte stukken en bijlagen
deel uitmaken van de vergunning. Onderdeel van het besluit vormen: 1. Ruimtelijke onderbouwing voor het realiseren van twee tunnelkassen en sleufsilo aan de
Halve Maan 10 te Well met bijbehorende verbeelding, met IDN nummer: NL.IMRO.0893.0V12007HA10WEL-VAO1
2. Landschappelijk inpassingsplan, (Landschappelijke inpassing 'Mts Leenen' PNR 5855ED10130411)
3.
Aanvraagformulier, ontvangen 14 februari 2012
Overwegingen
De Wabo geeft regels inzake het verlenen van een omgevingsvergunning. Artikel 2.1 eerste lid onder c‚ Wabo bepaalt dat het verboden is zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan. Het is echter mogelijk om op grond van artikel 2.12, lid 1, sub a onder 3° Wabo de omgevingsvergunning te verlenen indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat.
Het project is gelegen in het gebied waar het bestemmingsplan ‘Leuken-Seurenheide” geldt (vastgesteld 6 september 1994). Voor het plangebied gelden de bestemmingen ‘Agrarisch bouwblok” (artikel 19 van de bestemmingsplanvoorschriften) en 'Agrarisch gebied met landschappelijke en/of Bezoekadres Raadhuisstraat 2
: div.
5854 AX Nieuw Bergen
natuurlijke waarde’ (artikel 9 van de bestemmingsplanvoorschriften). De gronden met de bestemming ‘Agrarisch bouwblok zijn bestemd voor:
-
De handhaving van bestaande agrarische bedrijven Woondoeleinden ten behoeve van een agrarisch bedrij.
De gronden met de bestemming ‘Agrarisch gebied met landschappelijke en/of natuurlijke waarde' zijn voor:
onder meer bestemd
-
Duurzaam agrarisch gebruik;
-
Herstel en/of herstel van de aanwezige, dan wel daaraan eigen natuurljke, landschappelijke
en cultuurhistorische waarden.
De aangevraagde activiteiten zijn in strijd met het met het geldende bestemmingsplan. De beide tunnelkassen en sleufsilo liggen deels buiten het bouwblak. Ter plaatse geldt de bestemming ‘Agrarisch gebied met landschappelijke en/of natuurlijke waarde’. Deze bestemming laat de realisering van de tunnelkassen en de sleufsilo niet toe
Voor de activiteit is een ruimtelijke onderbouwing opgesteld. Hieruit wordt geconcludeerd dat de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Gelet op het onderstaande hebben wij besloten om voor de aangevraagde activiteit de gevraagde omgevingsvergunning te verlenen.
a.
Middels de ruimtelijke onderbouwing van het plan is onderbouwd dat de ontwikkeling
aanvaardbaar is. Dit is aangetoond en ondersteund met een aantal onderzoeken
Procedure
Algemeen
De besluitvormingsprocedure is uitgevoerd overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 3.3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. De aanvraag is beoordeeld voor de activiteit planologisch strijdig gebruik en is getoetst aan artikel 2.12 lid 1, sub a onder 3° van de Wabo. Voorts is de
aanvraag getoetst aan het Besluit omgevingsrecht en de Ministeriële regeling omgevingsrecht. Vooroverleg
Op grond van artikel 6.18 van het Besluit omgevingsrecht is op de voorbereiding van een
omgevingsvergunning, die wordt verleend met toepassing van artikel 2.12, lid 1, sub a onder 3°
Wabo, het vooroverleg als geregeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening van toepassing. Dit betekent dat het afhankelijk van de betrokken belangen moet worden voorgelegd aan de VROM-Inspectie, Gedeputeerde Staten van Limburg en Waterschap Peel en Maasvallei. VROM-Inspectie
VROM-Inspectie heeft aangegeven alleen in gevallen waar rijksbelangen aan de orde zijn, op de hoogte te willen worden gebracht van de plannen. Dit is in onderhavig geval niet aan de orde. De
VRÔM-Inspectie ís niet in het vooroverleg betrokken. Gedeputeerde Staten van Limburg
Door de provincie is aangegeven dat het vooroverleg beperkt is tot plannen waarbij provinciale belangen aan de orde zijn. Uit de provinciale belangenstaat blijkt dat bij dit plan geen provinciaal belang in het geding is, dit plan is dan ook niet in het vooroverieg betrokken. Waterschap Peel en Maasvallei
Kleine ruimtelijke plannen waarbij het verhard oppervlak met niet meer dan 2.000 m? toeneemt
hoeven niet naar het watertoetsloket gestuurd te worden. Daar dit in dit geval niet aan de orde is, i het Waterschap niet in het vooroverieg betrokken. Verklaring van geen bedenkingen
Op grond van artikel 2.27 Wabo in samenhang met artikel 6.5 Besluit omgevingsrecht is bepaald dat, indien het voornemen bestaat om een omgevingsvergunning te verlenen in afwijking van het geldende bestemmingsplan, de gemeenteraad hiervoor vooraf een zogenaamde verklaring van geen bedenkingen dient af te geven. In artikel 6.5 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht i opgenomen dat
9M.
de raad categorieën van gevallen kan aanwijzen waarin een verklaring van geen bedenkingen niet vereist is. Op 2 november 2010 heeft de gemeenteraad besloten een aantal categorieën aan te
wijzen waarin een afzonderlijke verklaring van geen bedenkingen niet is vereist (algemene verklaring van geen bedenkingen). Dit project valt binnen de categorieën van gevallen waarvoor de gemeenteraad een algemene verklaring van geen bedenkingen heeft afgegeven. Bijgevoegde documenten
De volgende documenten worden meegezonden met het besluit en zijn als gewaarmerkt stuk
bijgevoegd
1.
Ruimtelijke onderbouwing voor het realiseren van twee tunnelkassen en sleufsilo aan de Halve Maan 10 te Well’ met bijbehorende verbeelding, met de IDN nummer:
2.
Aanvraagformulier, ontvangen 14 februari 2012
NL.IMRO.0893.OV12007HA10WEL-VAO1
Inwerkingtreding
De beschikking treedt conform artikel 6.1 Wabo in werking met ingang van de dag na haar bekendmaking. Zienswijzen
De aanvraag en de ontwerpbeschikking met bijbehorende stukken zijn op grond van de Algemene wet bestuursrecht met ingang van 28 juni 2012 gedurende zes weken ter inzage gelegd. Er zijn geen zienswijzen ontvangen. Beroepsclausule
Tegen het besluit kan binnen zes weken na bekendmaking beroep worden aangetekend. Het beroepsschrift moet in tweevoud worden ingediend bij de Rechtbank Roermond (postbus 950, 6010 AZ Roermond). De beschikking treedt in werking nadat de termijn voor het indienen van een beroepschrift is verstreken. Het indienen van een beroepschrift schorst de werking van het besluit niet. Hebben u of derde belanghebbenden er veel belang bij dat dit besluit niet in werking treedt, dan kan een voorlopige voorziening worden gevraagd bij de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Roermond (postbus 950, 6010 AZ Roermond). Wanneer een voorlopige voorziening wordt aangevraagd treedt de beschikking pas in werking nadat hierover een beslissing is genomen. Voor meer informatie over deze clausule verwijzen wij u naar de bijlage. U kunt ook digitaal het beroep- en verzoekschrift indienen bij genoemde rechtbank via http://loket rechspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische
handtekening (DigiD). Kijk op de genoemde site voor de precieze voorwaarden Leges
Op grond van de gemeentelijke legesverordening bent u leges verschuldigd. Voor het voldoen van de leges ontvangt u binnenkort een acceptgirokaart. De legeskosten zijn door ons vastgesteld op: Hoogachtend,
Burgemeester en wethouders van Bergen,
€525,40
Overige bijlagen *
Brochure
rechtsmiddelen
* _ Brochure omgevingvergunning verleend
Arvalis Juristen
Bijlage 3
Ruimtelijke onderbouwing voor
n twee tunnelkassen en
sleufsilo aan de (geanonimiseerd) e Well
Adviseur:
Ir. 8. Derikx (Arvalis Advies)
i Plai
NL.IMRO.0893.OV12007HA10WEL-VA01
Oirlo, 14 augustus 2012
1.
Inleiding …. 1.1 Achtergrond
.
1.2 Leeswijze
m
Vigerend planologisch beleidskader 2.1
Riijksbeleid …
2.2
Provinciaal
beleid
2.2.1 Provinciaal Omgevii burg . 2.2.2 Handreiking ruimtelijke ontwikkeling
2.2.3 Limburgs Kwali! 2.3 Gemeentelijk beleid.
2.3.1 Bestemmingspla
13
2 Strategische Regiovisie Bergen, Gennep, Mook en Middelaar,
gebiedsontwikkeling Maasduinen: 2.3.3 Sleutelproject N271 4 Structuurvisie Maaspar!
2.4
3
keuren,
Conclusie….
Overige aspecten ….
3.1 Milieu, Bedrijven en Milieuzonering.. 3.2
Bodem …
3.3 Archeologie 3.4 Flora
en
3.5
.
Water
3.5.1
fauna
.
Watertoets
3.5.2 Waterhuishouding 3.5.3
Conclusie
3.6 Externe veiligheid.. 3.7 3.8
Luchtkwaliteit Geluid…
.
3.9 Verkeerskundige aspecten . 4
Economische uitvoerbaarheid en noodzaak 4.1
Planschade.
4.2 Economische
uitvoerbaarhei
5
Procedure en overleg ….….
6
Conclusie….
7
Bijlagen
Landschappelijke inpassingsplan
Ruimtelijke onderbouwing Halve Maan 10 te Well (NL.IMRO,0893.OV12007HA10WEL-VA01) Arvalis Advies
2
1.
Inleiding
1.1 Achtergrond
m heeft een agrarisch bedrijf met vaste planten (10 hectare) en vleeskalveren (193 stuks). Het bedrijf betreft een familiebedrijf wat reeds sinds de jaren 20 van de vorige eeuw op de huidige locatie is gelegen. Uiteraard is het bedrijf in de afgelopen decennia meegegaan in de moderniseringslag. Derhalve (geanonimiseerd)
is onlangs nog (in 2008) een milieuvergunning verleend ten behoeve van het bedrijf. Tevens is in 2007 een vergunning in het kader van de
Natuurbeschermingswet verleend door de Provincie Limburg. Op het bedrijf is bebouwing aanwezig voor het huisvesten van de vleeskalveren (stallen) en voor
de verwerking en opslag van de vaste planten (loods)
Om de continuïteit van het bedrijf ook voor de langere toekomst te waarborgen
is dhr Leenen voornemens om zijn agrarische bedrijf uit te breiden, aangezien
zijn
bestaande
eigendomssituatie
agrarische
bouwkavel
is uitbreiding
enkel
volledig
mogelijk
benut
is.
in zuidelijke
Gezien
richting.
de
De
uitbreiding is noodzakelijk ten behoeve van de realisatie van een sleufsilo en de
verplaatsing van de tunnelkassen tbv de vaste planten. De sleufsilo is noodzakelijk om de benodigde voeropslag te realiseren terwijl het wenselijk is om de tunnelkas te verplaatsen aangezien die op de huidige locatie niet mogen liggen. De nieuw te realiseren tunnelkas heeft een lengte van ong. 45 meter en een breedte van ruim 5 meter. De sleufsilo heeft een lengte van ong. 45 meter en een breedte van ruim 12 meter (2 x 6 meter). Het plangebied is gelegen ten zuiden van het bestaand agrarisch bedrijf.
Voorgaande is voorgelegd aan de gemeente Bergen. Op 2 maart 2011 heeft de gemeente Bergen aangegeven onder voorwaarden in beginsel medewerking wil verlenen aan de vergroting van het bestaand bouwblok ten behoeve van de
sleufsilo
en
de
tunnelkas.
Omdat
het
bestemmingsplan
_ geen
Ruimtelijke onderbouwing Halve Maan 10 te Well (NL.IMRO.0893.0V12007HA10WEL-VA01) Arvalis Advies
5
wijzigingsbevoegdheid bevat voor het vergroten van het bouwblok kan een en anders slechts geregeld worden door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in art 2.1 lid 1 sub c Wabo. Deze
omgevingsvergunning
kan
verleend
afwijkt van het bestemmingsplan
worden
wanneer
de
gemeente
Bergen
op grond van art 2.12 lid 1 sub a onder 3
Wabo. Om van het bestemmingsplan af te wijken dient het plan niet in strijd te zijn met een goede ruimtelijke ordening en dient een goede ruimtelijke onderbouwing aangeleverd te worden.
In deze ruimtelijke onderbouwing zal, aan de hand van de omschrijving van het project, worden beschreven hoe het plan past binnen de omgeving en het rijks/provinciaal/regionaal en gemeentelijk beleid. Daarnaast wordt aangetoond dat aan de planologische en milieutechnische randvoorwaarden wordt voldaan.
Tot slot zal de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan worden beschreven. Voorliggende rapportage biedt de ruimtelijke onderbouwing voor het beoogde project en vormt daarmee de toelichting voor de planologische afwijking.
1.2 Leeswijzer
In het vervolg van deze ruimtelijke onderbouwing wordt ten eerste ingegaan op
de relatie van het project met het geldende bestemmingsplan. Daartoe wordt in
hoofdstuk 2 aangegeven wat de afwijking van het geldende bestemmingsplan is die voorliggend plan noodzakelijk maakt.
Het te realiseren project dient te passen binnen het omringende gebied, waarbij
gemotiveerd moet worden aangegeven hoe het project zich verhoudt tot de aanwezige functies en waarden in het gebied. Hiertoe wordt in hoofdstuk 2 de
relatie met rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid beschreven. Vervolgens worden de milieukundige aspecten en andere onderzoeken beschreven in
hoofdstuk 3. De economische haalbaarheid en procedure zijn vervolgens in
respectievelijk hoofdstuk 4 en 5 beschreven. De conclusie wordt in hoofdstuk 6 uiteengezet.
Ruimtelijke onderbouwing Halve Maan 10 te Well (NL.IMRO.0893.0V12007HA10WEL-VA01) Arvalis Advies
4
2. Vigerend planologisch beleidskader 2.1
Riijjksbeleid
Nota
Ruimte
Op 23 april 2004 heeft het kabinet de Nota Ruimte vastgesteld. De Nota Ruimte bevat de visie van het kabinet op de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland en de belangrijkste bijbehorende doelstellingen tot 2020, waarbij de periode 20202030 geldt als doorkijk naar de lange termijn.
Voor het buitengebied kiest het Rijk voor een algemene kwaliteitsaanpak, gericht op ruimte voor dynamiek en ontwikkeling - transformatie- en bescherming van waarden. Om de verschillende ruimtebehoeften in het buitengebied te kunnen accommoderen zal zuinig omgegaan
moeten worden met de beschikbare ruimte
en zullen functies met elkaar gecombineerd moeten worden. De waarden op het gebied van landschap, natuur en cultuurhistorie zijn uitgangspunt bij de invulling van deze strategie.
Bescherming en ontwikkeling van natuur, landschap en cultuurhistorie zijn
essentieel in waardevolle landschappen. Het niet verstedelijkte karakter staat voorop. Verrommeling en functieverlies van gebieden ondermijnen de ruimtelijke kwaliteit van een aantal landschappen van nationaal belang.
In de Nota Ruimte zijn door het Riijk regels en ambities opgenomen met betrekking tot de realisatie en bescherming van een Ecologische Hoofdstructuur en soortenbescherming. In de Agenda Vitaal Platteland is daar nog een nadere invulling aan gegeven. Dit rijksbeleid is door de provincie Limburg uitgewerkt in diverse plannen waaronder het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL) en in
het Stimuleringsplan Natuur, Bos en Landschap (oktober 2004). Het rijksbeleid zoals verwoord
in de nota
ruimte is zoals hiervoor beschreven
door provincie en gemeente verder uitgewerkt in provinciaal en lokaal beleid, zoals het POL en de handreiking ruimtelijke ontwikkeling. In deze onderbouwing wordt daarom niet verder ingegaan op de nota ruimte. 2.2
Provinciaal
beleid
2.2.1 Provinciaal Omgevingsplan Limburg Op 22 september 2006 hebben Provinciale Staten van Limburg het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2006) vastgesteld als vervanger van het POL uit
2001. POL2006 is zowel streekplan, waterhuishoudingplan, milieubeleidsplan als verkeer- en vervoerplan en bevat ook de meer fysieke (ruimtelijke) onderdelen van het economisch en welzijnsbeleid. De laatste aanvulling dateert van 18 december 2009 (POL-aanvulling ‘Verstedelijking, gebiedsontwikkeling en kwaliteitsverbetering — Limburgs Kwaliteitsmenu).
Ruimtelijke onderbouwing Halve Maan 10 te Well (NL.IMRO.0893.OV12007HA1OWEL-VA01) Arvalis Advies
5
De locatie is in het POL aangeduid als perspectief 4: Vitaal landelijk gebied
Het
perspectief
landbouwgebieden
Vitaal
met
landeliijjk
een
van
gebied
gebied
tot
(P4)
gebied
omvat
overwegend
verschillende
aard
en
dichtheid aan landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten. Het gaat om gebieden buiten de beekdalen, steile hellingen en de ecologische structuur van Limburg. Soms gaat het om oude bouwlanden, waarbij een gaaf cultuurhistorisch kavel-, wegen- en bebouwingspatroon samengaat met monumentale
bebouwing
en landschappelijke openheid. Andere
hydrologische
bufferzones rondom
kwaliteiten die
hier kunnen voorkomen zijn stiltegebieden, grondwaterbeschermingsgebieden, natte natuurgebieden
of leefgebied voor
ganzen en weidevogels. Binnen Noord en Midden Limburg valt het perspectief
vrijwel overal samen met verwevinggebied intensieve veehouderij. Met respect voor de aanwezige kwaliteiten wordt de inrichting en ontwikkeling van de gebieden
deze
in belangrijke
gebieden
plattelandseconomie.
extra
mate
bepaald
belang
Bijvoorbeeld
door de landbouw.
gehecht
door
aan
Daarnaast wordt
verbreding
het
bieden
van
in
de
van
ontwikkelingsmogelijkheden voor de toeristische sector, en voor kleinschalige
vormen van bedrijvigheid in vrijkomende agrarische en niet-agrarische gebouwen. De bestaande landbouwbedrijvigheid in al zijn vormen kan zich hier verder ontwikkelen, al zijn er wel beperkingen voor de niet-grondgebonden landbouw. Zo is doorontwikkeling tot (zeer) grote bedrijfslocaties voor de intensieve veehouderij of glastuinbouw voornamelijk in de regio Peelland mogelijk. Via de systematiek van het Limburgs Kwaliteitsmenu kan de Ruimtelijke onderbouwing Halve Maan 10 te Well (NL.IMRO.0893.0V12007HA10WEL-VA01) Arvalis Advies
6
doorontwikkeling van functies gepaard gaan met respect voor cultuurhistorie en
landschappelijke kwaliteit én versterking van de omgevingskwaliteiten. Onderhavig
initiatief
voldoet
aan
bovenstaande
randvoorwaarden
zoals
opgenomen in het POL. In paragraaf 2.2.3 wordt de relatie met het Limburgs Kwaliteitsmenu (LKM) nader uitgewerkt.
2.2.2 Handreiking ruimtelijke ontwikkeling
In juli 2004 is door Gedeputeerde Staten van Limburg de Handreiking ruimtelijke
ontwikkeling
vastgesteld
als opvolger van de tot dan toe gehanteerde
Handleiding bestemmingsplannen. Deze handreiking is in oktober 2005, op 19 december 2006 en in augustus 2008 herzien. Het uitgangspunt van het provinciaal beleidskader, zoals opgenomen in de handreiking, is het (zo mogelijk) bieden van ontwikkelingsruimte voor volwaardige agrarische bedrijven, rekening houdend met de omgevingskwaliteiten, mits de gebiedskwaliteit als geheel erop vooruit gaat.
Ontwikkelingen die bijdragen aan de provinciale doelen worden actief ondersteund. Het POL dient als kader om op deze doelen en kwaliteit te sturen. Gemeenten krijgen in deze werkwijze meer verantwoordelijkheid en ruimte voor
eigen afwegingen. De Handreiking Ruimtelijke Ontwikkeling Limburg beoogt een hulpmiddel te zijn bij het toepassen van de nieuwe aanpak, gericht op kwaliteit. Deel I van de Handreiking heeft een formele status en moet worden beschouwd
als een door G.S. vastgestelde beleidsregel. Dit deel bevat procedurele en inhoudelijke aspecten voor de toetsing van bestemmingsplannen. Deel II is een informatief deel, waarin nadere toelichting wordt gegeven op vigerend beleid of vigerende wetgeving, en waarin ingegaan wordt op actuele ontwikkelingen. In deel II staan de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw beschreven. Voor intensieve landbouw in Noord- en Midden Limburg worden daarbij de navolgende richtinggevende ontwikkelingsmogelijkheden weergegeven
Het POL, het reconstructieplan Noord- en Midden Limburg en het Limburgs
Kwaliteitsmenu zijn richtinggevend voor de ontwikkelingsmogelijkheden voor de
land- en tuinbouw. Deze beleidsplannen worden hierna verder beschreven. Voor
de niet-grondgebonden landbouw gelegen binnen P4 - Vitaal landelijk gebied wordt een referentiemaat van 1,5 ha (bouwkavel) gehanteerd. Onderhavige bestaande bouwkavel is kleiner dan 1 hectare.
Samenvattend vindt een verbetering van de omgevingskwaliteit plaats en wordt de gestelde referentiemaat niet overschreden. Derhalve voldoet het project aan het beleid zoals in de handreiking geformuleerd. 2.2.3 Limburgs
Kwaliteitsmenu
Door de vaststelling van de beleidsregel Limburgs Kwaliteitsmenu in januari 2010
en
de
POL-aanvulling
‘Verstedelijking,
gebiedsontwikkeling
is
Kwaliteitsmenu
kwaliteitsverbetering in december 2009 is de POL-uitwerking BOM+ vervallen.
geworden.
Vanaf
dat
moment
het
Limburgs
en
komen te
van
kracht
Ruimtelijke onderbouwing Halve Maan 10 te Well (NL.IMRO.0893.OV12007HA1OWEL-VA01) Arvalis Advies
7
Limburgs Kwaliteitsmenu
De agrarische sector maakt
als sinds
mensenheugenis
onderdeel
uit van
het
Nederlandse landschap en heeft grote delen van ons landschap gevormd. Door
de verdergaande mechanisering en schaalvergroting in de (internationale) landbouw worden ook de landbouwbedrijven in onze provincie gedwongen mee
te groeien om hun positie te kunnen behouden. Dat betekent dat er bedrijven zullen verdwijnen, maar ook dat overblijvende bedrijven zullen groeien. De wens
om
te groeien
kan op gespannen
voet staan
met de wens om
de
kwaliteit van het bestaande landschap te behouden. Met name grootschalige bedrijven kunnen een inbreuk in het landschap vormen. Om zowel de ontwikkeling van landbouwbedrijven te blijven faciliteren alsook de kwaliteit van
het landschap te verbeteren worden landschappelijke maatregelen en eventueel verdergaande kwaliteitsverbeterende maatregelen gevraagd van agrarische bedrijven die willen uitbreiden of die zich nieuw willen vestigen. Voor bedrijven in de intensieve veehouderij en in de glastuinbouw geldt daarbij een
concentratiebeleid. Niet grondgebonden bedrijven worden gestimuleerd om zich zo veel mogelijk in concentratiegebieden en landbouwontwikkelingsgebieden te vestigen. Nieuwvestiging op zogenaamde solitaire locaties is uitgesloten. Het
beleid voor agrarische nieuwvestiging en uitbreiding is een vervolg op het BOM+ beleid. Module voor agrarische nieuwvestiging en uitbreiding
De module voor agrarische nieuwvestiging en uitbreiding van agrarische bedrijven is van toepassing op agrarische bedrijven, agrarische hulp- en nevenbedrijven, boomkwekerijen, paardenhouderijen en hoveniersbedrijven e.d.
Specifiek voor glastuinbouwbedrijven geldt aanvullend de module uitbreiding glastuinbouw.
Nieuwvestiging en uitbreiding van agrarische bedrijven is alleen toegestaan na een ruimtelijke afweging en onder voorwaarde dat de agrarische bedrijven een
bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving middels inpassing
en kwaliteitsverbetering. Bij nieuwvestiging dient de agrariër op basis van een bedrijfsontwikkelingsplan aan te tonen dat zijn bedrijf, op termijn, volwaardig is. De kwaliteitsverbetering is maatwerk op basis van aard en omvang van de ontwikkeling en de waarde van de omgeving.
Als basis geldt voor elke ontwikkeling met betrekking tot bouwen, bouwwerken en verharding van agrarische bedrijven dat:
-
de ontwikkeling wordt ingepast op basis van een inpassingsplan, dat is afgestemd op de specifieke omgevingskenmerken (landschappelijke en ruimtelijke inpassing);
-
er ten aanzien van de nieuwe ontwikkeling voorzieningen worden getroffen voor de afkoppeling van hemelwater, waarbij afhankelijk van de situatie dit infiltratie of retentie kan zijn.
In geval van:
-
nieuwvestiging (inclusief omschakeling) of,
-
overschrijding van de referentiemaat conform Handreiking RO of,
-
ontwikkeling in gebieden met méér dan alleen agrarische waarde volgens het bestemmingsplan
waarde),
(landschappelijke,
natuurlijke of cultuurhistorische
Ruimtelijke onderbouwing Halve Maan 10 te Well (NL.IMRO.0893.0V12007HA10WEL-VA01) Arvalis Advies
8
geldt naast de basis ook een aanvullende kwaliteitsverbetering. Onderdeel van deze kwaliteitsverbetering is sloop van bebouwing, aanleg van nieuwe natuur of landschap en andere kwaliteitsverbeterende maatregelen.
Indien aanvullende kwaliteitsverbeterende maatregelen aan de orde zijn, dient in ieder geval de volledige kavel te worden ingepast (bij het basispakket hoeft alleen de uitbreiding ingepast te worden). Bij nieuwvestiging zal er dus naast het basispakket (water) en een volledige inpassing ook altijd een kwaliteitsverbetering in de vorm van sloop van bebouwing of aanleg van natuur of landschap aan de orde zijn.
Bij landschappelijke inpassing kan gewerkt worden met het landschapskader Noord en Midden Limburg. In de module landbouw is het in het algemeen wenselijk om de ontwikkelingen en de kwaliteitsverbeterende maatregelen zo veel mogelijk op de ontwikkelingslocatie te koppelen
aan de effecten van de
locatieontwikkeling. De maatregelen vinden op het bedrijf zelf plaats of er in de directe omgeving (sloop, aanleg natuur etc). Bij landbouwontwikkelingsgebieden (LOG's), concentratiegebieden én bij projectvestigingsgebieden moet overigens
ook rekening gehouden worden met infrastructuur en gemeenschappelijke
voorzieningen. Wanneer het niet mogelijk of beleidsmatig wenselijk is om de voorzieningen ter plekke uit te voeren kan dit ook elders gebeuren. Waarbij het voor het draagvlak van belang is om de voorkeursvolgorde aan te houden dat als eerste wordt gekeken naar de directe fysieke maatregelen op de kavel(s), daarna naar directe fysieke maatregelen in de omgeving en als laatste naar een bijdrage
in fondsen. Daarbij kan de geldelijke waarde van de normaal gebruikelijke
inpassing van de bouwkavel gebruikt worden als bijdrage aan het fonds of de ontwikkeling elders. Door de gemeente kan deze waarde bepaald worden. Initiatief Leenen
In onderhavige situatie is sprake van een bedrijfsontwikkeling waarbij een uitbreiding van een agrarisch bedrijf aan de orde is. Het bedrijf is niet groter dan de referentiemaat zoals opgenomen in de Handreiking Ruimtelijke Ordening waardoor
een
aanvullende
kwaliteitsverbetering
ruimtelijke kwaliteitsverbetering is weergegeven
niet
aan
de
orde
is.
De
in bijgevoegd inpassingsplan
opgesteld door landschapsarchitect Guido Paumen (zie bijlage). Inpassing
Uitgangspunt voor de landschappelijke inpassing is te anticiperen op de karakteristieke ligging van het plangebied in open, ouder bouwland, maar nabij de bosrand.
Voorgesteld wordt om het zicht op de sleufsilo’s, de tunnels en de achtergelegen loods aan de zuidoostkant af te schermen met een bij de sfeer van de ten westen
gelegen
bosrand
aansluitende
groenstrook,
bestaande
uit struweel
bij de
van
oude
en
bomen.
Aan
de
straatzijde
wordt
aansluitend
sfeer
het
bouwland
voorgesteld het zicht op de sleufsilo’s, de tunnels en de onderste regionen van de kopgevel van de loods af te schermen met een (de hoogte van de gevulde silo’s en de hoogte van de boogtunnels evenarende) haag.
9
Ruimtelijke onderbouwing Halve Maan 10 te Well (NL.IMRO.0893.OV12007HA10WEL-VAO1) -
Arvalis
Advies
Het zicht op de kopgevel van de loods vanaf de provinciale weg wordt niet als storend ervaren. Een zekere inkijk in het bedrijf is hier gepast en te bewaren. Om soortgelijke reden wordt voorgesteld de inkijk in het bedrijf ter hoogte van de locatie van de huidige boogtunnels, te geleden met een lagere haag.
Tegenprestatie
Als primaire tegenprestatie is te waarderen dat de aanwezige boogtunnels in het kader van voorliggend plan worden verplaatst. De verplaatsing resulteert in een aanzienlijke hoeveelheid werk en materiaalkosten. Gezien de bijzondere ligging
binnen de contouren van het Maaspark is het wenselijk extra aandacht te schenken aan de landschappelijke inpassing. Op grond hiervan wordt voorgesteld om de huisweide beeldmatig te revitaliseren door:
-
de aanwezige doorgeschoten
-
enkele hoogstamfruitbomen aan te planten;
-
de weide aan de oostkant te omzomen met een lage haag.
herstellen;
Meidoornhaag
te verjongen en gaten te
Ruimtelijke onderbouwing Halve Maan 10 te Well (NL.IMRO.0893.OV12007HA10WEL-VA01) Arvalis Advies
10
Samengevat
Ondanks dat sprake is van slechts een beperkte uitbreiding van het bedrijf wordt door de uitvoering van het inpassingsplan het volledige bedrijf ingepast en een
tegenprestatie geleverd. Derhalve voldoet het plan aan de voorwaarden opgenomen
zoals
in het Limburgs Kwaliteitsmenu. m
11
Ruimtelijke onderbouwing Halve Maan 10 te Well (NL.IMRO.0893.OV12007HA10WEL-VA01) -
Arvalis
Advies
2.2.4 Reconstructieplan Noord en Midden Limburg Op 5 maart 2004 is door Provinciale Staten van Limburg het reconstructieplan Noord- en Midden Limburg vastgesteld en op 1 juni 2004 goedgekeurd door de minister van LNV en de staatssecretaris van VROM. Op 17 februari 2006 hebben Provinciale Staten de Wijziging van het reconstructieplan vastgesteld. De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de staatssecretaris van
Volkshuisvestiging, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer hebben de Wijziging
op 30 maart 2006 goedgekeurd. Het reconstructieplan is een nadere uitwerking van het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL). Met het reconstructieplan wordt een integrale en gebiedsgerichte aanpak van problemen beoogd. Wettelijk gezien moet een reconstructieplan voorzien in een zonering van de intensieve veehouderij. Daarnaast wordt ingezet op versterking van de economische
vitaliteit van het landelijk gebied, versterking van natuur en landschap,
veerkrachtig watersysteem en leefbare dorpen. In het reconstructieplan zijn voornamelijk beperkingen opgenomen ten aanzien van uitbrei ng nieuwvestiging van intensieve veehouderijen in de extensiveringsverwevingsgebieden.
Feisnr
T
en en
Extensiveringsgebied
Verwevingsgebied: met bovengrens bouwkavel
IET zonder bovengrens bouwkavel Landbouwontwikkelingsgebied:
&
n
I
Zoekgebied projectvestiging en
M
Zoekgebied incidentele
incidentele nieuwvestiging
nieuwvestiging
IC Varkensvrije zone
(Het Brabantse deel is indicatief)
In het kader van het Reconstructieplan heeft het betreffende perceel de aanduiding ‘Verwevingsgebied, met bovengrens kavel’. De term verweving staat voor ‘ruimtelijk begrensd gedeelte van een reconstructiegebied gericht op verwerving van landbouw, wonen en natuur, waar hervestiging of uitbreiding van de intensieve veehouderij mogelijk is mits de ruimtelijke kwaliteit of functies van het gebied zich daar niet tegen verzet’.
Vermenging van functies is in deze gebieden belangrijk waardoor nieuwvestiging gecompenseerd
dient te worden door een tegenprestatie
in het kader van het
Limburgs Kwaliteitsmenu wanneer de overschrijding van de een bovenmaat van 1,5 ha plaatsvindt. In onderhavige situatie is geen sprake van overschrijding van de bovengrens van de bouwkavel. Derhalve past het initiatief binnen de doelstellingen van het Reconstructieplan.
Ruimtelijke onderbouwing Halve Maan 10 te Well (NL.IMRO.0893.0V12007HA10WEL-VA01) Arvalis Advies
12
2.3 Gemeentelijk beleid 2.3.1 Bestemmingsplannen
De planlocatie is gelegen
“Leuken-Seurenheide”
binnen het bestemmingsplan “Leuken-Seurenheide”.
Dit bestemmingsplan is op 6 september 1994 vastgesteld door de gemeenteraad
van de gemeente Bergen en goedgekeurd door Gedeputeerde Staten op 4 april 1995 Halve Maan 10 heeft de bestemming “Agrarisch bouwblok”. Deze gronden zijn bestemd voor de handhaving van bestaande agrarische bedrijven en woondoeleinden ten behoeve van een agrarisch bedrijf. De gronden waarop de uitbreiding van het bouwblok betrekking heeft zijn bestemd als “Agrarisch gebied met landschappelijke en/of natuurlijke waarden. Deze gronden zijn bestemd voor duurzaam agrarisch gebruik en behoud en/of herstel van de aanwezige, dan wel
daaraan eigen natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden.
Binnen het bestemmingsplan “Leuken-Seurenheide” zijn geen ontheffings- en/of wijzigingsbevoegdheden opgenomen om gronden met de bestemming “Agrarisch gebied met landschappelijke en/of natuurlijke waarden” te wijzigen in de bestemming “Agrarisch bouwblok” ten behoeve van de vergroting van een bestaand agrarisch bouwblok.
Op basis van bovenstaande kan de conclusie getrokken worden dat het initiatief
gerealiseerd waarbij
op
kan worden
grond
van
door het verlenen
art
2.12
bestemmingsplan afgeweken wordt.
2.3.2 Strategische
lid
1
sub
Regiovisie Bergen,
van
a
een
onder
Gennep,
omgevingsvergunning 3
Mook
Wabo
van
het
en Middelaar,
gebiedsontwikkeling Maasduinen: keuren, kiezen en excelleren
Op 24 februari 2010 heeft de Stuurgroep Visie de strategische regiovisie vastgesteld. Met deze strategische regiovisie willen de drie gemeenten Bergen, Gennep en Mook en Middelaar de gebiedsontwikkeling regio “Maasduinen” beter tot haar recht laten komen en een bestendig toekomstig perspectief bieden door proactief te sturen op de toekomst. Voor de kwaliteitsslag die nodig is om de leefbaarheid te vergroten en de achterstand op de omliggende gebieden te verkleinen, is gekozen voor het motto “keuren, kiezen en excelleren”. Als niet
wordt gekozen stagneert de regio. Onder het motto “keuren en kiezen” zijn 4 hoofdprogramma's opgesteld die de kwaliteiten van de regio benoemen en waarbij tevens de wens en ambitie is uitgesproken deze regio te versterken, te weten: 1. 2.
Wonen; Zorg;
3.
Recreatie en toerisme
4. Duurzame landbouw. Kernbegrippen voor de landbouw zijn: kleinschalig,
duurzaam, diversiteit en gebiedseigen. Hierbij is gekozen voor landbouw die gericht is op zowel het instandhouden van de diversiteit van het landschap als op een pure, eerlijke, milieuvriendelijke regionale voedselproductie.
Om
bovenstaande
hoofdprogramma's
basisprogramma's opgesteld:
te
kunnen
realiseren
zijn
Ruimtelijke onderbouwing Halve Maan 10 te Well (NL.IMRO.0893.0V12007HA10WEL-VA01) Arvalis Advies
3
13
1.
het versterken van de oost-westverbinding en het uitbreiden van bestaande netwerken. Dit dient ter ondersteuning van de economie sociaal-maatschappelijke samenhang;
2.
tevens zal ook de ruimtelijke kwaliteit van de bebouwde omgeving en het
3.
tot slot is het van belang dat de veiligheid bij hoog water van de Maas
Voor
de en
landschap verbeterd dienen te worden;
wordt gegarandeerd.
de
nadere
sleutelprojecten
uitwerking
van
de
strategische
met voorrang ter hand genomen
regiovisie
worden
twee
om een kwaliteitsslag te
kunnen maken voor de regio om de leefbaarheid te vergroten en de achterstand op het omliggende gebied te verkleinen. Deze sleutelprojecten betreffen: - De N271 en omgeving. De N271 moet de “etalage” van de regio worden -
De ontwikkeling van het Maasdal.
De gemeenteraad van Bergen heeft de regiovisie op 18 mei 2010 vastgesteld en
inmiddels is een begin gemaakt met het proces van “kiezen en keuren” en het uitwerken van de bovengenoemde sleutelprojecten. 2.3.3 Sleutelproject N271
Voor de N271 staat de vraag naar de kwaliteitsslag centraal. In de regiovisie is nadrukkelijk gesteld dat de weg de potentie heeft om als “uithangbord” te fungeren van alles wat de regio te bieden heeft. Niet alleen als drager van verkeer en vervoer,
maar juist in de combinatie
hiervan met ondersteunende
voorzieningen:
-
Het zichtbaar maken van de huidige cultuur en de cultuurhistorie van de streek langs deze weg en
-
Van de landschappelijke kwaliteiten
De route kan zo faciliterend zijn aan de uitbouw van het recreatief en toeristisch
potentieel
van
de
regio
en
tegelijkertijd
bereikbaarheid van het gebied.
een
waarborg
zijn
voor
de
2.3.4 Structuurvisie Maaspark Well
Het Maaspark Well betreft het Maasdal tussen Well en Aijen en het aangrenzende Leukermeer. Na de hoogwaters van 1993 en 1995 is de ontwikkeling van een
veilig, natuurlijke en recreatief aantrekkelijk Maasdal in een stroomversnelling gekomen.
Derhalve
is
ook
deze
Structuurvisie
mede
onderdeel
van
de
Strategische Regiovisie en het andere sleutelproject “Veiligheid bij hoogwater van de Maas" dat met voorhand
kwaliteitsslag
in de
regio te
ter hand
maken.
genomen
Centraal
dient te worden
in de
Structuurvisie Maaspark Well zijn de volgende doelen: - Realiseren van een veilige afvoer van hoogwater vergroten van de afvoercapaciteit ter hoogte (rivierverruiming);
ontwikkeling
om
van
de
de
in de Maas door het van Maaspark Well
-
Realisatie van nieuwe natuurwaarden die zorgvuldig zijn opgenomen
-
Het stimuleren van een toeristisch-recreatieve ontwikkeling door een aantrekkelijk functioneel en ruimtelijk kader te scheppen voor een toename van dag- en verblijfsrecreatieve voorzieningen, waarbij zorgvuldig wordt ingespeeld op de karakteristieke eigenschappen van de omgeving (recreatieve infrastructuur rondom het Leukermeer);
-
in
een regionale structuur;
Het waarborgen van een goed woon- en leefklimaat voor de inwoners.
Ruimtelijke onderbouwing Halve Maan 10 te Well (NL.IMRO.0893.0V12007HA10WEL-VAO1) Arvalis Advies
14
De Structuurvisie vormt het toetsingskader voor plannen die in de toekomst door
de gemeente of particuliere initiatiefnemers worden opgesteld. Het gaat in de Structuurvisie nadrukkelijk om de hoofdlijnen van de toekomstige ontwikkeling. De details van deze ontwikkeling worden uitgewerkt in bestemmingsplannen en inrichtingsplannen.
In 2006 zijn in de vastgelegde Structuurvisie+, die betrekking heeft op het
gehele gemeentelijke grondgebied, reeds de globale kaders voor de ontwikkeling
rondom het Leukermeer uitgewerkt. In het gebiedsplan Maaspark Well 2006 is specifiek ingegaan op het integrale karakter van het plan. Het initiatief is in overeenstemming met de structuurvisie. Enerzijds wordt het
behoud van economische dragers gewaarborgd en anderzijds wordt het bedrijf
op een natuurlijk en landschappelijke manier ingepast en is er 00g voor het open karakter rondom de weg N271. 2.4
Conclusie
In deze paragraaf worden conclusies getrokken met betrekking planologisch kader waarbinnen de gewenste ontwikkeling plaatsvindt.
tot
het
Het Riijksbeleid geeft aan dat de Rijksbelangen zijn omvat in provinciaal en lokaal beleid en dat een positieve toetsing betekent dat het initiatief past binnen het Rijksbeleid.
De toetsing aan
het Provinciale
beleid
betreft met
name
de
toetsing aan het Limburgs Kwaliteitsmenu. Gebleken is dat de het volledige bedrijf ingepast wordt en dat tegenprestaties geleverd worden. Derhalve voldoet
het initiatief aan het provinciale beleid en kan de ontwikkeling plaatsvinden. Daarnaast worden ander provinciale belangen door deze ontwikkeling niet