Consultatiedocument
Tekst van het document
Reactieronde Ontwerp RES1.0 Februari 2021 [N.Wellen, L.Bremen, M. Roorda-Knape, B. Biggelaar] 4 mei 2021 Versie: [02] Niet besproken
1.
Inhoudsopgave 1. 2.
Inleiding .........................................................................................................................................2 Thematische beantwoording .........................................................................................................2 2.1 Algemeen ..................................................................................................................................2 2.2 Participatie en communicatie ...................................................................................................4 2.3 Energiebesparing en kleinschalige energieopwekking .............................................................6 2.4 Grootschalige elektriciteitsopwekking .....................................................................................7 2.5 Regionale Structuur Warmte (RSW) .........................................................................................9 2.6 Doorkijk 2030-2050 ............................................................................................................... 11 2.7 Uitvoering RES 1.0 ................................................................................................................. 12
3.
Webinar inwoners en klankbordgroep ....................................................................................... 13 3.1 Webinar inwoners ................................................................................................................. 13 3.2 Klankbordgroep ..................................................................................................................... 13
4.
Beantwoording individuele reacties ........................................................................................... 15 4.1 Gemeenteraden..................................................................................................................... 15 4.2 Maatschappelijke organisaties en inwoners ......................................................................... 33
5.
Overzicht aanpassingen n.a.v. de consultatie- en reactieronde ................................................ 60
3.1 Consultatiedocument_v02 Reactieronde Ontwerp RES1.0
1
1. Inleiding De keuzes die we in de RES maken, hebben invloed op onze allemaal. Daarom willen we maatschappelijke organisaties, bedrijven en inwoners betrekken bij deze keuzes. Zo kunnen we hun kennis, ideeën, wensen en inzichten meenemen in onze aanpak. Daarom kon iedereen gedurende de maand februari hun reactie indienen op de ontwerp RES1.0. De ontwerp RES1.0 is besproken in een webinar voor inwoners, de klankbordgroep, de Gemeenteraden, Provinciale Staten en het Algemeen Bestuur van het Waterschap Limburg. Daarnaast had iedereen de mogelijkheid om via de website een reactie achter te laten. In dit document vindt u de reacties die zijn opgehaald en wat deze reacties betekenen voor de definitieve RES1.0. Naast de inhoudelijke reacties is voor de regio misschien wel de belangrijkste opbrengst dat deze ronde heeft geleid tot meer en diepgaandere gesprekken over de energietransitie. De webinar voor inwoners was goed bezocht evenals de klankbordgroep waarin diverse belangen en ideeën met elkaar gedeeld en besproken zijn. En ook in de raden ontstonden goede discussies n.a.v. de ontwerp RES1.0. Het uiteindelijke doel is om een gedragen RES1.0 te kunnen vaststellen en samen de uitvoering op te pakken. Dit is een mooie stap in dat proces. Leeswijzer In hoofdstuk 2 vindt u een thematische beantwoording van de reacties.
In hoofdstuk 3 de reacties vanuit de webinar inwoners en de klankbordgroep en in hoofdstuk 4 een overzicht van de individuele reacties. Per reactie is een korte samenvatting gegeven, een antwoord en een eventuele doorwerking in de RES1.0. In hoofdstuk 5 is een samenvattende tabel opgenomen met aanpassingen in de RES1.0.
2. Thematische beantwoording 2.1 Algemeen 2.1.1 Samenvatting Er worden vragen gesteld over de functie van de RES en hoe dit lokaal doorwerkt. Het wordt nu gezien als een visiedocument waarvan de kaders niet duidelijk zijn en zonder concrete doelstellingen/tijdsplanning. Er wordt vooral naar de gemeenten gekeken voor de uitvoering, maar zijn (vooral kleine gemeenten) hiervoor geëquipeerd? De RES moet gemeenten ondersteunen. Men mist een financiële onderbouwing in de RES en geeft aan dat we eerlijk moeten zijn over kosten die de energietransitie met zich meebrengen: het gaat veel geld kosten, maar je krijgt er ook veel voor terug. Geadviseerd wordt om naar andere ontwikkelingen te kijken zoals in Duitsland en naar de negatieve invloeden én kansen van de andere Klimaattafels. Daarnaast worden er opmerkingen geplaatst over de infrastructuur. De opslag van energie is een grote uitdaging en het
3.1 Consultatiedocument_v02 Reactieronde Ontwerp RES1.0
2
is wenselijk om bestaande infrastructuur te blijven gebruiken. Tot slot wordt er gesteld dat het Klimaatakkoord, waarop de RES is gebaseerd, en de gehele energietransitie ondoordacht is en er veel misvattingen zijn.
2.1.2 Antwoord De RES is een strategisch beleidsdocument dat richting geeft voor de energietransitie in de regio. Die richting hebben we nodig om gefundeerde beslissingen te kunnen maken voor de uitvoering. Eerst richten (wat willen we bereiken), dan inrichten (hoe gaan we dat doen?) en vervolgens verrichten (de uitvoer). Naast de RES 1.0, is de RES-organisatie een uitvoeringsconvenant en uitvoeringsplan aan het uitwerken. In het uitvoeringsconvenant wordt de samenwerking van de RES-partijen vastgelegd en in het uitvoeringsplan leggen we vast hoe we onze ambities uit de RES 1.0 precies gaan realiseren. De RES-organisatie is geen apart orgaan naast of boven de gemeenten. Het is een samenwerking van de vijftien gemeenten in Noord- en Midden Limburg, Provincie Limburg, Waterschap Limburg en Enexis. We bepalen samen de ambities én zijn samen verantwoordelijk voor de uitvoer. De RES kijkt in een grote verband naar complexe grensoverschrijdende vraagstukken en deelt kennis en ervaring. Hiermee ondersteunen we gemeenten die minder capaciteit hebben om de gehele energietransitie lokaal vorm te geven. Iedere gemeente onderzoekt hoe ze op lokaal niveau invulling kan geven aan de afspraken uit de RES. Dit is maatwerk, want iedere gemeente is anders.
Het precieze financiële plaatje kan pas bij concrete projecten in beeld worden gebracht en zijn voor rekening van de initiatiefnemer van het project. Dit kan een commerciële ontwikkelaar, een energiecoöperatie of de gemeente zelf zijn. Dit neemt niet weg dat we kostenoverwegingen niet meenemen in de RES. Zo kijken we bijvoorbeeld of we windmolens en zonnepanelen zoveel mogelijk kunnen clusteren. Hierdoor zijn er minder aanpassingen aan het energienet nodig en lagere maatschappelijke kosten. Het Rijk is verantwoordelijk voor de coördinatie van de Klimaattafels en kijkt hoe deze elkaar beïnvloeden. Dit neemt niet weg dat we in de RES, en vooral op gemeentelijk niveau, geen rekening houden met andere beleidsterreinen. Juist in de verankering van de RES in het lokale omgevingsbeleid van gemeenten wordt deze integraliteit opgezocht. Op basis van de huidige RES 1.0 gaat Enexis de mogelijkheden, kansen en bedreigingen voor de infrastructuur onderzoeken. Infrastructuur nemen we, samen met de opslag van energie, mee in de RES 2.0. Het Klimaatakkoord is met de betrokkenheid van verschillende partijen tot stand gekomen en vastgesteld. De RES is hier een opdracht uit. Het staat vast dat we over moeten gaan naar duurzame energie. De meningen zullen altijd verschillen over hoe we dit het beste kunnen aanpakken. Maar als we nu niets doen, dan zijn we te laat.
De kaders staan, maar samen bepalen we in de regio hoe we hier het beste invulling aan kunnen geven.
2.1.3 Doorwerking Geen aanpassingen in de RES 1.0.
3.1 Consultatiedocument_v02 Reactieronde Ontwerp RES1.0
3
Hoe we regionaal gaan samenwerken en hoe we kennis delen en bijvoorbeeld gemeentes verder ondersteunen, dat wordt vastgelegd in het uitvoeringsplan Q2-Q3 2021.
2.2
Participatie en communicatie
2.2.1 Samenvatting Uit de reacties blijkt dat betrekken van inwoners belangrijk wordt gevonden. Doe dit altijd, en herhaal de oproep. De meningen verschillen of inwoners betrokken moeten worden bij abstracte plannen zoals de RES of juist niet. Er wordt gesteld dat er nog veel moet gebeuren bij de bevolking wat betreft de urgentie van de energietransitie. Een energietransitie vraagt ook om een transitie in denken. Dit punt wordt gemist in de RES. Bedenk een communicatiestrategie naar inwoners, samen met gemeenten. Een aantal concrete maatregelen worden genoemd om burgers meer bij de energietransitie te betrekken: maak maatregelen gratis, maak het concreet, subsidieer energiescan, omarm energiecafés en energiecoöperaties en bereken geen WOZ-betaling over bijv. PV panelen of energieverbeteringsmaatregelen. Suggesties worden gedaan over hoe de burgers te betrekken: maak het straat – of wijksgewijs, betrek ze op tijd en neem ze serieus, maak groepen inwoners met kennis van bepaalde onderwerpen en laat die kennis actief inbrengen of via het instellen van een burgerraad. Belangrijk is dat geluisterd wordt en er iets mee wordt gedaan. Complimenten worden gegeven voor het opnemen van het onderdeel sociale duurzaamheid. De vraag is wat de consequenties van deze ambities zijn.
Het streven naar 50% lokaal eigendom vindt men niet altijd voldoende, moet meer zijn, naast dat de vraag is wat er gebeurd als dit streven niet wordt gehaald. Ook is er bij sommige de wens om 50% niet als gemiddelde maar per project te hanteren. Verder wordt gevraagd wat lokaal is in lokaal eigendom, is die definitie al bepaald. Opgeroepen wordt om toch het energiebedrijf samen te verkennen, in relatie tot betrokkenheid inwoners vergroten en zorgen voor voordelen. Gesteld wordt dat de relatie met andere sectoren wordt gelegd maar dat die sectoren werken eerder tegen dan mee met de energietransitie. Gevraagd wordt een aantal cruciale aspecten te benoemen waar RES samen met genoemde sectoren aan moet werken. Uit de reacties is er te weinig gekeken naar of er wel draagvlak is voor grootschalige opwek en hoe je de grootte bepaald van het gebied in de omgeving dat je bij grootschalige opwek betrekt. Doorzettingsmacht van de RES is beperkt, de RES mag geen excuus zijn voor gemeenten om niks te doen omdat men bang is voor NIMBY-protesten.
2.2.2 Antwoord Voor het betrekken van inwoners bij de RES zien wij de webinar van februari 2021 als vertrekpunt. Dit is de start en zal nog vaker aan de orde zijn. Daarbij heeft de RES een gedeelde
3.1 Consultatiedocument_v02 Reactieronde Ontwerp RES1.0
4
verantwoordelijkheid. Op gemeentelijk niveau, daar waar het concreter wordt, zal er bij energieprojecten ook participatie plaatsvinden en heeft er ook al participatie plaatsgevonden. Urgentie creëren is belangrijk, wij merken dat er in de afgelopen jaren al grote stappen zijn gezet. Het is een belangrijk thema in de media, zelfs in tijden waarin de COVID crisis de media domineert. Deze bewustwording dient te worden vergroot vanuit gemeentes omdat deze dicht op de inwoners staan. Als RES kunnen wij gemeentes ondersteunen. Daarnaast is een campagne vanuit de provincies, binnen de Provinciale Energiestrategie en het Rijk effectiever. Daarvoor kan de RES wel lobbyen. Hoe wij dit willen aanpakken en welke rol de RES daarin speelt, dat nemen wij mee in de uitwerking van de uitvoering. Voorbeelden van maatregelen zoals die genoemd worden kunnen effectief door gemeentes worden ingezet. De RES is een platform waarbij deze ervaringen uitgewisseld kunnen worden. Sociale duurzaamheid is één van de belangrijke basisbeginselen in de RES. Het moet haalbaar, betaalbaar en uitvoerbaar zijn. Maar daarnaast hebben wij als RES ook een verantwoordelijkheid om een doelstelling te halen. Vandaar dat 50% lokaal eigendom als streven is opgenomen en niet als harde eis.
Het zou namelijk onwenselijk zijn als een project niet kan doorgaan omdat er niet voldaan is aan 50% lokaal eigendom, maar bijvoorbeeld aan 49%. De gemeentes kunnen 50% lokaal eigendom wel opnemen in hun eigen omgevingsvisie en dit zo als harde eis vastleggen. Wat lokaal is en wat de omgeving is, dat is per project verschillend en heeft met verschillende factoren te maken. Daarom is het lastig om daar een ‘label’ op te plakken met wat dit precies is. Het doel van lokaal eigendom is dat het project gedragen wordt door de omgeving. Met dat als basis moet het woord ‘lokaal’ per project worden ingevuld en ook de grootte van het gebied dat betrokken wordt . Het verder onderzoeken van een energiebedrijf is binnen de RES aan de orde. Er is op dit moment nog maar één voorbeeld van zo’n energiebedrijf. Wij zoeken dit richting de RES 2.0. verder uit om op basis van gedegen onderzoek te bepalen hoe en op welke manier dit een meerwaarde kan vormen. Samenwerking met andere sectoren is belangrijk. In de uitvoering wordt gekeken hoe we dit ook concreet vorm kunnen geven. De mind-set bij de gemeentes is positief. Er zijn veel projecten gerealiseerd en er zijn een groot aantal projecten dat in de pijplijn zit. Wij denken dat het doorzettingsvermogen bij gemeentes groot is om deze goede kans van slagen te geven. Daarbij is de discussie met inwoners van groot belang.
Door een continu gesprek moeten wij samen toewerken naar een duurzame samenleving. De voortgang van de RES zal gemonitord waarbij alle partners moeten aangeven wat zij gedaan hebben.
2.2.3 Doorwerking De tekst 50% lokaal eigendom wordt opnieuw bekeken en eventueel kleine aanscherpingen. Het opzetten communicatie strategie zal worden toegevoegd aan hoofdstuk participatie en communicatie RES 1.0. Aandachtspunten voor vervolg: • Samenwerking andere sectoren – uitvoering
3.1 Consultatiedocument_v02 Reactieronde Ontwerp RES1.0
5
•
2.3
Monitoring RES – uitvoering
Energiebesparing en kleinschalige energieopwekking
2.3.1 Samenvatting De reacties zijn tweeledig: aan de ene kant veel reacties die oproepen tot extra initiatieven. Voorbeeld is inwoners op een ludieke manier weten te motiveren of door meer subsidie voor verduurzaming eigen vastgoed. Daarbij is het wel van belang dat de regelingen consistent blijven en niet continu wisselen. Daarnaast klinkt sterk door dat er een voorkeur uitgaat naar het volleggen van daken voordat er aan zon-op-land of wind wordt gedacht. Daarbij is het ook belangrijk dat de overheid zelf het goede voorbeeld geeft om inwoners te inspireren. We hebben ook reacties ontvangen waarin staat dat wij mensen niet mogen dwingen tot verduurzaming, omdat dit tot leningen en kosten zou kunnen leiden. Ook wordt er aandacht gevraagd voor mensen met een kleine portemonnee.
2.3.2 Antwoord Vanuit de RES zal, in samenwerking met de gemeenten en de Provincie, voor alle doelgroepen (woningeigenaren, eigenaren maatschappelijk vastgoed alsmede van commercieel vastgoed en bedrijven) specifieke aanpakken uitgewerkt worden gericht op verduurzaming (energiebesparing en duurzame opwekking). Deze aanpakken worden opgenomen in het RES-uitvoeringsprogramma. Communicatie, bewustwording, stimuleren en begeleiden / ondersteunen zijn onderdeel van die aanpakken. Woningeigenaren kunnen en zullen niet gedwongen worden om te verduurzamen, wel zullen (ook andere) eigenaren van vastgoed moeten voldoen aan de vigerende wet- en regelgeving (o.a. Bouwbesluit, later Besluit bouwwerken leefomgeving). Voor nieuwbouw zijn de actuele eisen strenger zijn dan een aantal jaren geleden. Leningen zijn ter ondersteuning van vastgoedeigenaren, waarbij ons inziens de besparing in energiekosten hoger moeten zijn dan de kosten van rente en aflossing van de lening.
2.3.3 Doorwerking Geen aanpassingen in de RES 1.0.
3.1 Consultatiedocument_v02 Reactieronde Ontwerp RES1.0
6
2.4
Grootschalige elektriciteitsopwekking
2.4.1 Samenvatting De reacties gaan in op de noodzaak van windmolens en zonneparken, op de locaties en criteria voor de plaatsing van windmolens en zonnepanelen en op welk niveau de keuze uiteindelijk ligt, gemeente of RES. Ook de schaarste op het net is een zorg in relatie tot de ambities. De noodzaak wordt niet door iedereen onderschreven, oproep om ook naar andere bronnen te kijken. Daarbij komt de afstand gevoelige objecten tot windturbines, geen versnippering, alleen gebruik van landbouwgrond als dat goed onderbouwd is, effecten op natuur en de inhoud van de landschapsprincipes naar voren. Ook de inzet op rendement voor de lokale omgeving en draagvlak wordt genoemd. De status van de RES, en dus ook de criteria en bijvoorbeeld landschapsprincipes, in relatie tot gemeentelijk beleid is een discussiepunt waarbij de nadruk ligt op gemeentelijk maatwerk aan de gemeenten overlaten. Wat is de status van de vlekkenkaart, komen de projecten daar dan ook. Wat betreft locaties is een goede balans tussen wind en zon voor levering en back up nodig. Wind het liefst op zee of tenminste niet in de achtertuin of een natuur/bosrijke omgeving maar daar waar elektriciteit wordt gebruikt, industrieterreinen. Zonne- energie het liefste op grote bedrijfshallen, niet op goede landbouwgrond en in natuur.
Daarnaast worden een aantal suggesties gedaan voor meervoudige ruimtegebruik en een combinatie met glastuinbouw maar juist geen zon op kassen. Een aantal reacties geven aan dat de grootte van de zonneparken die als grootschalig worden betiteld moet worden aangepast naar of 1 ha in plaats van 10 of juist 25 in plaats van 10. Verzocht wordt de zonneladder niet op te nemen in de RES 1.0. Het versnellingsteam Zon op Dak moet zich ook richten op woningeigenaren en buurten. Aan de andere kant geeft men aan wel een zonneladder te willen om open landschap en landbouwgronden te beschermen. Hoe de regionale samenwerking of programmering vorm moet worden gegeven en tot hoe ver die moet reiken is een discussiepunt, meningen zijn verdeeld. Waar sommige aangeven dat afstemming bij plaatsen van meerdere windmolens regionaal moet plaatsvinden vinden anderen juist dat alle keuzes lokaal / in de gemeente moeten liggen. Vragen worden gesteld over of de genoemde projecten voldoende zijn om de 1,2 TWh te halen. En hoe de opgave over de gemeenten wordt verdeeld. Gebeurt dit op basis van inwoners, energieverbruik? En wat landt er dan uiteindelijk aan opgave in een specifieke gemeente? Ten aanzien van de netcapaciteit wordt de suggestie gedaan een versnellingsteam netcapaciteit op te zetten en de vraag gesteld of de planning niet te optimistisch is.
Daarnaast wordt aangegeven dat de RES1.0 al aangeeft dat er nu al schaarste is om opgewekte elektriciteit te transporteren, netwerkschaarste is dus een zorgpunt. Gevraagd wordt om aandacht voor de groei van de vraag naar duurzame elektriciteit tussen 2030 en 2050, het rekenen met grotere windmolens (nu wordt met 3,5 MW) en mogelijke combinatie met energieopwekking in Duitsland. Wat betreft de ontwikkelaars wordt aan de ene kant gezegd voorrang aan lokale energiecoöperaties maar als dit niet snel lukt ook commerciële investeerders uitnodigen in belang van realiseren van het doel.
3.1 Consultatiedocument_v02 Reactieronde Ontwerp RES1.0
7
2.4.2 Antwoord Wind op zee wordt als alternatief genoemd voor ontwikkeling van grootschalig zon en wind op land. Dit wordt echter al door de Rijksoverheid opgepakt, naast het gezamenlijk bod van de RES regio’s. De overheid staat aan de lat voor 49 TWh wind op zee ( ca 11,5 GW) die parallel ontwikkeld wordt naast de RES regio’s om aan onze opgave te voldoen. Zo ook de opgave in zon en wind op land, naast zon op daken. We hebben ook hier beide nodig om aan onze opgave te voldoen en het is goed om te constateren dat er een enorme groei is van zon op dak projecten. Deze willen wij nog verder stimuleren met het zon op dak versnellingsteam. Voor de kleinschalige daken komt ondersteuning vanuit het onderdeel ‘besparing/kleinschalige opwek’. Volgens de systematiek van het Nationaal Programmabureau RES mag in principe alles boven de 15 kWp grens worden meegenomen voor de bepaling van het bod voor grootschalige opwek. Dit betekent doorgaans niet dat alles vanaf 15 kWp per definitie grootschalig is. Voor de thema’s landschap en netwerk geldt een andere benadering. Voor landschap is in de RES 1.0 afgesproken dat er richtinggevende principes worden uitgewerkt voor de landschappelijke inpassing en transformatie. Schaal en maat komen in deze uitwerking terug.
Voor projecten en de impact op netwerk is afgesproken dat we met elkaar afstemmen in geval van projecten zon met een oppervlak boven de 10 ha, zodat we de haalbaarheid van projecten kunnen vergroten (zie ook schaarste). Vanuit landschap en netwerk worden kleinschalige ontwikkelingen niet per definitie uitgesloten. Voor wat betreft de schaarste op het net wordt er door de Provincie gewerkt aan de totstandkoming van een provinciale overlegstructuur waarin gekeken wordt naar mogelijke oplossingen. Daarnaast is het zo dat de meeste projecten een doorlooptijd hebben van enkele jaren of meer. Biogas wordt genoemd als mogelijk alternatief voor grootschalige duurzame opwek, dit valt echter onder de noemer ‘warmte’ en zal daar verder onderzocht worden. Ook valt kernenergie onder mogelijke alternatieven, echter is kernenergie en aanverwante technieken niet realiseerbaar in de scope van deze RES 1.0 (2030) en wordt om die reden ook niet meegenomen. De afstand tot windturbines en mogelijke gezondheidsproblemen worden genoemd in relatie tot windturbines. Er is bestaande wetgeving rondom deze thema’s waar wij ons aan dienen te houden. De zonneladder is een terugkerende vraag waarbij het van belang is te weten dat de zonneladder niet volgtijdelijk is. Dit houdt in dat de trappen van de ladder, mits goed onderbouwd, gelijktijdig kunnen worden doorlopen.
Landbouwgrond is alleen goed onderbouwd mogelijk. De 1200 GWh is een gezamenlijke opgave voor de gehele regio waarin we samenwerken om deze opgave te realiseren. Hierbij is er geen exacte verdeling per gemeente omdat niet alle gemeenten dezelfde mogelijkheden hebben in opwek, denk hierbij aan bijvoorbeeld ruimtelijke inpassing. De 1200 GWh wordt haalbaar geacht, ook omdat we niet alles wat in de pijplijn zit meerekenen (slagingspercentages vanuit NPRES worden aangehouden). Groei van het verbruik na 2030 is zeker onder de aandacht en zal bij elke iteratie van de RES verder bekeken worden.
3.1 Consultatiedocument_v02 Reactieronde Ontwerp RES1.0
8
De grootte van windturbines is gebaseerd op wat passend is voor het regime van RES Noord en Midden Limburg, de genoemde turbinegroottes zijn meer passen voor wind op zee. De mogelijke combinatie met opwek over de grens met Duitsland gaat voorbij aan onze landelijke opgave die wij dienen in te vullen.
2.4.3 Doorwerking Geen aanpassingen in de RES 1.0.
2.5
Regionale Structuur Warmte (RSW)
2.5.1 Samenvatting Er zijn een aantal reacties geplaatst over het waarom, de haalbaarheid en snelheid om van het gas af te gaan. Er wordt gevraagd of aardgas wel zo slecht is, aangezien ze in Duitsland juist op het gas gaan. Daarnaast wordt aangegeven dat het niet realistisch is om oudere woningen (in het buitengebied) van het gasnet af te koppelen. In de RES wordt aangegeven dat een warmtepomp in 90% van de gevallen de beste oplossing is. Men vindt een warmtepomp op zich een goede oplossing, alleen worden er zorgen geuit over de extra vraag naar duurzame elektriciteit die warmtepompen met zich meebrengen en hoe we dit gaan realiseren. Daarnaast is een warmtepomp niet voor iedereen (financieel) mogelijk en wordt aangegeven dat er bij een individuele warmteoplossing evengoed naar collectieve voordelen gekeken kan worden. Wat betreft groen gas worden er opmerkingen gemaakt over de beschikbaarheid van groen gas, of we onszelf niet te rijk rekenen en dat we het op een gering aantal plekken (binnen Limburg) maar moeten produceren. Waterstof op het huidige gasnet en aquathermie worden als kansrijk gezien. Geothermie heeft extra onderzoek nodig vanwege de gevaren. Het wordt als positief ervaren dat de RES ingaat op Ecovat als potentieel kansrijk lokaal project voor restwarmte.
Het wordt als jammer gevonden dat er geen afstand wordt genomen van de verbranding van houtige biomassa gezien de bekende negatieve effecten. Tot slot wordt er aangegeven dat er veel koppelkansen zijn met de glastuinbouw.
2.5.2 Antwoord De RES is een uitvoering van het landelijk klimaatakkoord, dat weer volgt uit het Parijs akkoord. Naast de opdracht om een RES op te stellen ligt er vanuit het klimaatwet ook de opdracht om uiterlijk 2050 van het aardgas te zijn. Dat is een gegeven en hierin hebben we als RES-organisatie geen keuze om van af te wijken. De werkelijkheid over de situatie in Duitsland ligt iets genuanceerder. Ook Duitsland heeft – net als Nederland – de ambitie om in 2050 een CO₂-neutrale energievoorziening te hebben en dus ook te stoppen met aardgas voor de verwarming van woningen. Omdat Duitsland zo snel mogelijk af wil van olieketels is er ook een forse premie voor de vervanging van deze ketels door een hr-ketel of een warmtepomp, met name in gebieden waar al een gasnet ligt. Het is een logische tussenstap die snel veel kan opleveren.
3.1 Consultatiedocument_v02 Reactieronde Ontwerp RES1.0
9
We hoeven niet op relatief korte termijn van het aardgas af. We hebben daarvoor een transitieperiode van 30 jaar (t/m 2050). Dat geeft ruimte om bestaande duurzame technieken verder te ontwikkelen en innovatieve ontwikkelingen mee te nemen. We willen daarbij nadrukkelijk een onderscheid maken dat we van het aardgas afgaan en niet per definitie van al het gas. Er blijven mogelijkheden om het gasnetwerk te blijven gebruiken voor bijvoorbeeld groen gas of waterstofgas. Dit zijn allebei technieken die we nadrukkelijk verkennen in onze Regionale Warmte Structuur. Opmerkingen over haalbaarheid en betaalbaarheid en specifieke technieken zoals warmtepompen kunnen wij in het kader van de RES niet verder uitwerken. Deze onderwerpen worden door elke gemeente uitgewerkt in de lokale Transitie Visie Warmte (TVW) die elke gemeente uiterlijk eind 2021 moet vaststellen. Bij het opstellen van deze TVW’s worden inwoners en belanghebbenden lokaal betrokken. De taak van de RES op het gebied van warmte is met name afstemmen en kennisuitwisseling. Daarnaast heeft de RES als opdracht om regionaal beschikbare bronnen te verdelen (zoals groen gas en eventueel toekomstige bronnen/dragers als geothermie en waterstofgas).
Recente adviezen van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en de Sociaal-Economische Raad (SER) hebben ons voortschrijdend inzicht gegeven wat betreft de positie van houtige biomassa. Deze bron wordt in de volgende versie van de RES opnieuw tegen het licht gehouden. In RES 1.0 wordt houtachtige biomassa niet uitgesloten, maar zal wel een kritische houding worden aangenomen t.a.v. de toepassing ervan als duurzame energiebron. Voor de gebouwde omgeving in Noord- en Midden Limburg is de rol van houtige biomassa als tussenstap in de warmtetransitie klein, omdat er weinig kansen voor hoogtemperatuur warmtenetten worden voorzien. Aan houtige biomassa is dan ook in de RES geen extra onderzoek gewijd. Wel wordt de potentie van groengasproductie uit mest onderzocht als regionale warmtebron, vanwege de aanwezigheid van veehouderijen en de mestproblematiek die hier speelt. Noord- en Midden Limburg is grotendeels een plattelands gebied en een regio waar de exploitatie van warmtenetten zoals in stedelijke gebieden in de meeste situaties niet zal leiden tot de meest economische businesscases. Een ander gegeven is dat er naar ratio weinig bovengemeentelijke restwarmtebronnen in de regio beschikbaar die procentueel van betekenis zijn. Een van die bovengemeentelijke warmtebronnen die wel een economisch potentiële betekenis kan zijn is groengas.
Het voordeel voor de bebouwde omgeving is dat we met groengas op de laagste maatschappelijke kosten een aanzienlijk deel van de duurzame warmtevraag in de regio kunnen voldoen. Met de groengas potentie in de regio (Noord- en Midden Limburg) zouden tussen de 40.000 en mogelijke bovengrens van 100.000 woningen kunnen worden aangesloten op groengas. Met de combinatie Groengas/ Hybride pomp kunnen gaan tot een equivalent van 120.000 tot mogelijk 310.000 woningen. We zitten nog aan de voorkant van deze nieuwe ontwikkeling ,maar gezien de uitdaging en maatschappelijke impact voor het verder verduurzamen van de warmtevraag komt de groengas potentie ons zienswijze in eerste aanleg het beste tot zijn recht aan de bebouwde omgeving, in ieder geval voor de korte/middellange termijn.
3.1 Consultatiedocument_v02 Reactieronde Ontwerp RES1.0
10
Naar dit groen gas is ook vraag uit andere sectoren die buiten de RES vallen. De RES organisatie is zich bewust van dit verdelingsvraagstuk en gaat daarom uit van isolatie en efficiënt gebruik van gas (zowel aardgas nu als evt. groen gas in de toekomst). De keuze voor bepaalde techniek is echter niet aan de RES, maar aan gemeenten in hun Transitievisie Warmte. Het RES-onderzoek naar groen gas dient als inhoudelijke basis voor het proces in de gemeente. Geothermie heeft potentie, maar moet in Noord- en Midden Limburg verder onderzocht worden. Daarbij worden ook de eventuele gevaren meegenomen. Indien relevant wordt dit in volgende versie(s) meegenomen.
2.5.3 Doorwerking In RES 1.0 wordt houtachtige biomassa niet uitgesloten, maar zal wel een kritische houding worden aangenomen t.a.v. de toepassing ervan als duurzame energiebron. De tekst hierover wordt opnieuw bekeken en eventueel kleine aanscherpingen worden aangebracht.
2.6 Doorkijk 2030-2050 2.6.1 Samenvatting De reacties hebben met name betrekking op inhoudelijke onderwerpen en niet persé op de doorkijk. Daarbij wordt er aandacht gevraagd voor alternatieve technieken zoals kernenergie en waterstof. Kernenergie valt niet onder de opgave van de RES, keuzes over kernenergie worden op landelijk niveau gemaakt. Op dit moment zijn er geen zoekgebieden voor kernenergie aangewezen in Limburg, maar de Provincie Limburg sluit kernenergie op termijn niet uit als energiebron. Dit alles neemt niet weg dat Limburg zich laat informeren over de laatste ontwikkelingen rond kernenergie. Daarom sluit Limburg aan bij de marktconsultatie kernenergie. Ditzelfde geldt ook voor waterstof. De provincie heeft een waterstof agenda opgesteld. Zij volgen de ontwikkelingen en kijken naar de kansen voor Limburg, o.a. door middel van pilots. Daarbij geldt ook dat Er zijn ook insprekers die vinden dat er nog te weinig wordt gedaan. Maar dat zijn voornamelijk zaken buiten onze eigen positie, die kunnen landelijk worden aangepakt. En afsluitend wordt er om context gevraagd. Hoe verhoudt ons bod zich tot de energievraag in de toekomst?
2.6.2 Antwoord Kernenergie: Wij gaan niet over plaatsen van kerncentrale. Op dit moment zijn er enkele locaties voor kernenergie aangewezen in Nederland, die bevinden zich niet in Limburg. Het bod voor de RES bestaat uit zon- en windenergie, wel hebben wij een passage bijgevoegd over kernenergie. De Provincie Limburg houdt zich wel bezig met kernenergie van de Provinciale Energiestrategie (PES). Op dat niveau worden hierin keuzes gemaakt.
3.1 Consultatiedocument_v02 Reactieronde Ontwerp RES1.0
11
Waterstof: We kijken nu naar bewezen technieken tot 2030, daarmee sluiten wij technieken voor langere termijn niet uit. Eerste proeven waterstof lopen nu, maar dat het voor nu voornamelijk gebruikt wordt in industrie en mobiliteit. Bovennationaal: afstemming vindt plaats op gemeentelijk niveau, de grensgemeentes voeren hierin de gesprekken.
2.6.3 Doorwerking Geen aanpassingen in de RES 1.0.
2.7
Uitvoering RES 1.0
2.7.1 Samenvatting Twee gemeentelijke fracties spreken zich uit voor een onderzoek in de meerwaarde van een energiebedrijf. Enerzijds verder onderzoeken wat dit voor inwoners zou kunnen betekenen en aan de andere kant zelf een positie in de markt in te nemen. Er zijn nog enige vragen op het gebied van de verankering van de RES. Aan de ene kant een suggestie om het uitvoeringsconvenant vast te leggen door gemeenteraden, gelijktijdig met de RES 1.0. Daarnaast ook de vragen over hoe die lokale vastlegging wordt geregeld en bij welk gremium dit zou moeten plaatsvinden. Ten slotte een signaal dat monitoring van belang is en of er een mogelijkheid is om aansluiting te vinden met de KPI’s die zijn opgenomen in de PES (Provinciale Energiestrategie).
2.7.2 Antwoord Het verder onderzoeken van een energiebedrijf is binnen de RES aan de orde. Er is op dit moment nog maar één voorbeeld van zo’n energiebedrijf. Wij zoeken dit richting de RES 2.0. verder uit om op basis van gedegen onderzoek te bepalen hoe en op welke manier dit een meerwaarde kan vormen. De samenwerking met andere partijen wordt deels geborgd in de omgevingswet. De samenwerking met andere beleidsterreinen zoals het onderwijs wordt gezocht op provinciale schaal. In de Provinciale Energiestrategie (PES) is dit nader uitgewerkt. Als RES kijken wij hoe wij hierop kunnen aanhaken en in ondersteunen. Dat geldt ook voor de KPI’s uit de PES.
2.7.3 Doorwerking Geen aanpassingen in de RES 1.0.
3.1 Consultatiedocument_v02 Reactieronde Ontwerp RES1.0
12
3. Webinar inwoners en klankbordgroep 3.1 Webinar inwoners In het gesprek met de inwoners is veel informatie gedeeld over wat de RES inhoud en waar deze wel over gaat en waarover niet. Vanuit de deelnemers werden vragen gesteld over windenergie in eigen gemeenten, de rol van energiecoöperaties, nieuwe technieken en de betrokkenheid van burgers. Aan de deelnemers is gevraagd welke onderwerpen zij graag mee willen geven aan de RES. Hieronder een aantal hoofdlijnen uit de ruim 30 reacties. Door een aantal inwoners is de oproep gedaan om te blijven informeren op een begrijpelijke manier, burgers een rol te geven in het proces en kennis te delen bijvoorbeeld via een interactief platform. Maak burgers enthousiast om mee te doen en vergeet ook de jongeren en scholen niet, het gaat om hun toekomst. Eerlijk en sociaal, rechtvaardig en betaalbaar, voorkom energie-armoede. Daarbij is ook lokaal eigendom veelvuldig genoemd, coöperatief ontwikkelen en niet alleen lasten maar juist ook lusten te laten landen in de regio en de wens om de schaarse ruimte zoveel mogelijk te sparen. Ook de doorkijk naar de toekomst kwam naar voren door verzoek om oog te hebben voor de grote opgave na 2030 en innovatieve energietechnieken. De oproep werd gedaan om als overheden daadkrachtig te zijn, duidelijk te zijn over de doelstellingen en toekomstvisie bijv. voor warmte.
Laat concreet zien wat de RES betekent en hoe de burger mee kan doen en wat het hem oplevert.
3.2 Klankbordgroep Tijdens de klankbordgroep bespreking zijn de volgende onderwerpen aan de orde geweest die wij in de thematische beantwoording zo veel mogelijk hebben meegenomen. Samenvatting Op het gebied van warmte werd er aandacht gevraagd voor de drukte in de bodem, groens gas en om erkenning van de grote van de opgave. We zijn ons bewust van de grote van de opgave, we werken samen toe naar een einddoel: 2050. In dit proces gaan we nog veel stappen zetten en ook veel leren. Daarbij zijn we ons ook bewust van de drukte in de bodem. We kijken ook nogmaals goed naar de tekst voor groen gas en verduidelijken deze. Op het gebied van besparing was er eenduidigheid. De inzet van de RES 1.0 werd gesteund. Hierbij werd er gevraagd om nog meer aandacht voor bedrijventerreinen. Deze zijn voldoende meegenomen in het RES 1.0 document. Voor grootschalige opwek werd er aandacht gevraagd voor de impact op het energienetwerk. Daarbij moet er goed nagedacht worden over de mix zon en wind. Nieuwe technieken, als waterstof, werden ook aangehaald. Echter vormen deze geen onderdeel van het RES bod, de RES richt zich op technieken die ons helpen om de doelstellingen in 2030 te halen. Waterstof is geborgd bij de provincie en ook landelijk. Bij het onderdeel participatie werd aandacht gevraagd voor de scherpte in de tekst.
Hierin zijn enkele aanpassingen doorgevoerd van concept naar definitieve RES 1.0. Hiervan zijn we ons
3.1 Consultatiedocument_v02 Reactieronde Ontwerp RES1.0
13
bewust, maar de tekst staat nog steeds voor het ambitieniveau om, bijvoorbeeld, het streven van 50% lokaal eigendom te realiseren. Al met al is de klankbordgroep in grote lijnen tevreden met de RES 1.0. De opmerkingen die zij ons meegegeven hebben worden meegenomen in het RES proces en waar nodig worden er aanpassingen doorgevoerd.
3.1 Consultatiedocument_v02 Reactieronde Ontwerp RES1.0
14
4. Beantwoording individuele reacties 4.1 Gemeenteraden G01 Algemeen
Opwek
We moeten er alert op zijn en blijven dat de RES niet treedt in de gemeentelijke autonomie en dat de RES en de gemeentelijke projecten voor duurzame opwek elkaar niet mogen frustreren. Ons pleidooi is om dat maatwerk aan gemeenten te bieden, niet alleen op papier, maar vooral ook in de praktijk. • De zonneladder niet toevoegen aan de RES 1.0. Zowel zon op dak, als zonneweides als windparken naast elkaar nodig om onze energiedoelen te halen. • Geen zoekgebied voor grootschalige opwek van energie in gemeente Echt-Susteren opnemen in de RES, dit strookt niet met gemeentelijk beleid. • "landschapsprincipes bijlage 9 beschouwen we in Echt-Susteren als hulpmiddel maar niet als voorwaarde. Ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit zijn een gemeentelijke bevoegdheid. • Voorbeelden van landschapsprincipes die wij niet delen:
-
-
-
-
- Zet alleen in op geschikte gebieden binnen de potentiekaart voor grootschalige opwek. - Voorkom dat kleinschalige initiatieven toekomstige kansrijke initiatieven belemmeren. - Voorkom stapeling van kleinere initiatieven, waardoor het draagvermogen van het landschap overschreden wordt. Niet eens met dat in de RES 1.0 is opgenomen dat de ruimtelijke afspraken uit de RES (landschapsprincipes- en matrix) vertaald gaan worden in het gemeentelijk omgevingsbeleid. Voorgesteld wordt om expliciet te benoemen dat de landschapsprincipes en matrix richtinggevend bedoeld zijn en dat er ruimte blijft voor gemeentelijk maatwerk. " Regionale programmering: De vraag of een ontwikkeling bijdraagt aan landschappelijke kwaliteit mag niet beoordeeld worden op basis van de landschapsprincipes en de matrix uit de RES 1.0. Dat is aan de gemeente ter beoordeling. Regionale afstemming/programmering is aan de orde vanaf 25 hectare zon (deze lijn ook doortrekkend naar zon op dak en wind). De huidige inventarisatie van projecten, mag niet gebruikt worden als onderlegger voor regionale programmering in de toekomst, raakt gemeentelijke autonomie en zijn nog geen regionale afspraken over gemaakt. Regionale programmering mag niet bepalend zijn voor de uitvoerbaarheid van de projecten in de afzonderlijke gemeenten. Regionale afstemming kan dan het enige middel zijn, waarbij het
3.1 Consultatiedocument_v02 Reactieronde Ontwerp RES1.0
15
uiteindelijke besluit, na afstemming met de netbeheerder, bij de gemeente blijft liggen. Antwoord
Algemeen: • Eens, met de RES kijken we naar complexe en grensoverschrijdende vraagstukken die we alleen kunnen oplossing door samen te werken. De RES geeft richting, maar komt niet in plaats van lokaal beleid. Opwek: • Echt-Susteren is op verzoek niet opgenomen in zoekgebieden. • De zonneladder is niet volgtijdelijk, zie thematisch antwoord.
•
Doorwerking G02 Algemeen Doorkijk Antwoord
Voor landschap is in de RES 1.0 afgesproken dat er richtinggevende principes worden uitgewerkt voor de landschappelijke inpassing en transformatie, zie thematisch antwoord. Er is geen afspraak gemaakt dat ruimtelijke afspraken uit RES vertaald worden in gemeentelijk beleid. Landschapsmatrix en principes zijn handreikingen. Voor projecten en de impact op netwerk is afgesproken dat we met elkaar afstemmen in geval van projecten zon met een oppervlak boven de 10 ha, zodat we de haalbaarheid van projecten kunnen vergroten (zie ook schaarste thematisch antwoord). Deze afspraak is een werkafspraak en kan in overleg nog wijzigen. Er zijn inderdaad nog geen afspraken over wat te doen boven deze grens, er wordt in RES verband gewerkt aan een voorstel (afwegingskader).
De gemeente moet de raad beter en vaker informeren over de ontwikkelingen binnen de RES. Kernenergie moet ten minste benoemd worden in de RES. Algemeen: • Iedere gemeente is verantwoordelijk voor het informeren van de eigen raadsleden Doorkijk: • Zie voor beantwoording kernenergie de samenvatting.
Doorwerking G03 Algemeen
•
• •
Zorg ervoor dat er vanuit andere klimaattafels geen ontwikkelingen ontstaan die de ambities/acties uit de RES teniet doen. Bijvoorbeeld grote energie slurpende ontwikkelingen in onze regio. Kijk naar mogelijkheden en ontwikkelingen over de grens. Bijvoorbeeld in Duitsland. Ondernemers die een bedrijfsdak vol willen leggen met zonnepanelen krijgen op dit moment geen SDE-subsidie omdat er een negatieve transport indicatie is. Hoe lossen we dit voor de kortere termijn op?
3.1 Consultatiedocument_v02 Reactieronde Ontwerp RES1.0
16
Besparing
•
•
•
Participatie
• •
Opwek
• • • • •
• •
Antwoord
In hoeverre wordt er gekeken binnen de vergunningverlening of het verplichten van het plaatsen van zonnepanelen op nieuwe gebouwen mogelijk is? Iedereen moet mee kunnen doen met de energie transitie. Energieloketten (informatieverstrekking) en leningen zijn aangereikte voorstellen. De vraag is of dit voldoende is om de stelling uit te laten komen (een lening moet terugbetaald worden). Zorg ervoor dat inwoners met koopwoningen en een kleine portemonnee en/of een sterk verouderde woning niet gestraft, maar geholpen worden. Niet alle huishoudens kunnen de benodigde maatregelen doorvoeren met de voorgestelde maatregelen in de RES 1.0. Hoe bepaal je de grootte van het gebied die betrokken wordt rond de ontwikkeling van een windpark ? Wat als het streven van 50% eigenaarschap niet wordt gehaald? Hoe zeker is het dat de windturbines worden geplaatst in een gemeente. Wat als de gemeenschap de zoekgebieden niet ziet zitten? Hoe realistisch is de planning van de RES gezien de grote uitdaging in de energie-infrastructuur? Afstanden voor windturbines t.o.v. verschillende (kwetsbare) objecten vastleggen in de RES, zodat daar geen discussie meer over ontstaat. Stel eisen aan de duurzame productie van zonnepanelen.
Hoe borgen we dat de tijdelijke bestemming voor de opwek van energie teruggaat naar de oorspronkelijke bestemming (bijvoorbeeld landbouw)? En dat we daarna gaan kijken welke mogelijke andere bestemming er op dat moment het beste past. Ondernemers die zonnepanelen op hun daken willen leggen, krijgen op dit moment (in Horst aan de Maas) geen SDE-subsidie vanwege de negatieve transport indicatie. Hoe lossen we dit op korte termijn op? Hoe voorkomen we dat agrariërs, die financieel aantrekkelijke aanbiedingen krijgen, vruchtbare grond ter beschikking stellen voor energieprojecten?
Algemeen: • Andere ontwikkelingen worden meegenomen in de RES, zie thematische beantwoording. • Deze problematiek is bekend en dit vraagstuk ligt momenteel bij de netbeheerder. Besparing: • Dit zijn aandachtspunten voor de uitvoering en we houden rekening met mensen met een kleine portemonnee uit het perspectief van sociale duurzaamheid. Participatie:
3.1 Consultatiedocument_v02 Reactieronde Ontwerp RES1.0
17
• •
50% lokaal eigendom is een streven en geen harde eis, zie antwoord samenvatting. Wat lokaal en wat de omgeving is dat is per project verschillend, zie antwoord samenvatting.
Opwek: • De zoekgebieden zijn slechts een indicatie er is geen enkele zekerheid dat daar daadwerkelijk een turbine komt. Mocht het tot een aanvraag komen zijn er uiteraard in de vergunningprocedure de reguliere inspraak en bezwaar mogelijkheden. • De RES planning loopt voor nu tot 2030, voor die periode zit een groot deel in de pijplijn met een bepaalde mate van realiteit. De netbeheerder zit om die reden ook nadrukkelijk aan tafel en er wordt op verschillende plaatsen aan netuitbreiding gewerkt, daarnaast kennen veel projecten een doorlooptijd van meerdere jaren. • Met betrekking tot afstand van de windmolens wordt rekening gehouden met bestaande wetgeving (zie thematisch antwoord). • De sector pakt duurzame productie voortvarend op, er lopen verschillende initiatieven met betrekking tot recycling en ook wordt er veel onderzoek gedaan naar materialen (minder schaarse materialen gebruiken). Zo zijn er bijvoorbeeld sector afspraken over ontmanteling van zonneparken na gebruik. • In principe staat de vergunningverlener hier aan de lat of een project verwijderd dient te worden na afloop. Een gemeente kan dit bepalen in de overeenkomst met de initiatiefnemer. • Tot de netuitbreiding is gerealiseerd is dit moeilijk te realiseren. Mogelijkheden zijn de teruglevering te beperken, opslag realiseren. De netbeheerder onderzoekt nu ook of zij de reservecapaciteit kan inzetten.
• Vanuit de provinciale zonneladder (omgevingsverordening) kan dit uitsluitend als dit heel goed onderbouwd wordt. Doorwerking G04 Participatie
•
•
•
Alle inwoners actief betrekken, duidelijke informatie geven en de voordelen van de energietransitie laten zien zodat er draagvlak ontstaat. Positief dat de RES zich duidelijk uitspreekt voor het realiseren van minimaal 50% lokaal eigendom bij grootschalige zon- en windprojecten. Voor grotere helderheid over het begrip ‘lokaal eigendom’ zou nog beter geformuleerd kunnen worden, dat het gaat om collectief eigendom van de betrokken lokale gemeenschap. Wij zijn van mening dat lokale energiecoöperaties alle steun verdienen en daarom zijn wij voorstander van een stevig regionaal duurzaamheidsfonds, dat ook subsidies geeft als de gelden niet meteen terugvloeien.
3.1 Consultatiedocument_v02 Reactieronde Ontwerp RES1.0
18
Besparing
Antwoord
Doorwerking G05 Samenvatting Algemeen
Participatie
Opwek
Waar staan in het Ontwerp RES 1.0 echt haalbare (financieel, technisch en maatschappelijk) besparingsvoorstellen? Veel mensen hebben geen geld voor isolatie en energiezuinige apparaten. Er dreigt energie-armoede. Participatie: Zie de samenvatting van de reactie participatie. Besparing: • Er zijn lenigen beschikbaar bij Rijk, Provincie en diverse gemeenten ter ondersteuning van vast goed eigenaren. Niet alles kan gesubsidieerd worden. Dat is financieel niet houdbaar. Overigens zetten wij in op maatregelen die zich binnen 5 tot 10 jaar terugverdienen. • Kleine maatschappelijk vastgoedeigenaren kunnen worden ondersteund via een gezamenlijke aanpak, welke door de Provincie i.s.m. de RES-regio en gemeenten wordt uitgevoerd, met subsidie van het Rijk. Dit is opgenomen in de RES, en wordt verder uitgewerkt in het uitvoeringsprogramma. -
Waarom maken we het niet mogelijk om onze opwek middels obligaties te financieren? Particulieren hebben voor miljarden op de bank staan. Door obligaties uit te geven, kunnen we de projecten betalen. • De RES is voor inwoners lastig te begrijpen, graag aandacht voor begrijpelijke taal - communicatie en bewustwording • Streef naar 100% lokaal eigenaarschap • •
Warmte
Antwoord
Niet alleen de financiering van opwek zou lokaal moeten zijn, ook de afname. Er komt veel landbouwgrond vrij en er moet meer natuur komen. Zorg dat grootschalige opwek dit niet in de weg zit.
Het verbranden biomassa levert as op. De nutrienten mogen niet teruggebracht worden, omdat dat als chemisch afval wordt gezien. Graag landelijke aandacht voor deze regelgeving. Algemeen: • Er is onderzoek bedaan naar de behoefte en mogelijkheden voor een regionaal energiebedrijf. Dit heeft de nodige tijd en voorbereiding nodig. Voorgesteld is om het energiebedrijf op te richten als een groeimodel, waarbij wordt gestart met een eerste stap: het bundelen van kennis en ervaring binnen de huidige netwerkorganisatie Participatie: • Voor het betrekken zien wij de webinar van februari 2021 als de start, zie antwoord samenvatting. • Ten minste 50% lokaal eigendom is een streven, meer kan altijd. Opwek: • Partijen kunnen ervoor kiezen lokale duurzame energie in te kopen, gemeentes kunnen dit via hun inkoopbeleid regelen (waar dit nu ook
3.1 Consultatiedocument_v02 Reactieronde Ontwerp RES1.0
19
•
wordt opgepakt). Binnen het Nederlandse energiesysteem is dit niet afdwingbaar. Inpassing is een zorgvuldig proces waar binnen de RES veel aandacht voor is en er wordt ook een landschappelijk kader ontwikkeld.
Warmte • Dit valt buiten de RES en hier is al landelijk aandacht voor. Doorwerking G06 Algemeen
•
•
Participatie
• •
Het lijkt ons goed om toch te bekijken of een gezamenlijke visie tussen economie, landbouw, natuur enz. kansen biedt. Wij hebben behoefte aan een overzicht in bullets wat de kaders uit de RES zijn. Gemeenten moeten beter worden ondersteund worden, zodat we kunnen versnellen. Wat ons betreft wordt de 50% lokaal eigendom gehanteerd per project en dus niet een gemiddelde op regionaal niveau. Neem inwoners nu al meer mee. Laat een afspiegeling (inwoners vanuit verschillende gemeenten met verschillende visies over de energietransitie) zitting nemen in een klankbordgroep. Laat ze daarnaast zitting nemen aan de tafels waar coproductie plaatsvindt. Neem al dan niet een referendum af waarvan de uitkomsten worden meegenomen.
Besparing
•
Het zou verstandig zijn als deze professionele adviseurs (hopelijk ook onafhankelijk en dus niet gebonden aan commerciële partijen) namens de gemeente of namens het RES opereren. Vertrouwen vanuit de inwoner naar een adviseur is belangrijk.
Warmte
•
Ga niet te snel af van het aardgas. Eerst isoleren in combinatie met windparken en kleinschalige zonnepanelen. Productie van biogas moet maar op enkele plaatsvinden i.v.m. afhankelijkheid veehouderij. Het toekomstig aanbod van bioafval moet in verhouding staan met de capaciteit van de ontwikkelde/ nog te ontwikkelen centrales. Wij zijn tegen het gebruik van biomassa in alle vormen met als uitzondering biogas. Wel een gering aantal producenten voor biogas op zevenellen of Chemelot en alleen producenten binnen de Limburgse Grenzen. Opstoken van hout moet worden uitgesloten.
• • •
• Doorkijk
Het is jammer dat er binnen de ontwerp RES nog te weinig aandacht is besteed aan enkele ontwikkelingen zoals thoriumenergie, maar bovenal waterstof en opslag in batterijen. Het laatste biedt veel uitkomsten wat betreft de net capaciteit. In onze ogen zouden deze ontwikkelingen meer aandacht verdienen en een meer prominente plaats moeten krijgen in de RES 1.0.
3.1 Consultatiedocument_v02 Reactieronde Ontwerp RES1.0
20
Uitvoering
Antwoord
Wij zijn zeer enthousiast over een regionaal energiebedrijf. Vanuit ons bestaat er de behoefte om hier vanuit het RES meer ‘energie’ in te steken. Dit idee zou namelijk de markt op z’n kop zetten en daarmee grote stappen kunnen maken. Algemeen: • In de verankering van de RES in het lokale omgevingsbeleid van gemeenten wordt deze integraliteit opgezocht, zie verdere beantwoording in thematische beantwoording. • De RES is aan het onderzoeken hoe ze gemeenten verder kunnen ondersteunen. Participatie: • Ten minste 50% lokaal eigendom is een streven en geen harde eis. Een gemeente kan er wel voor kiezen om 50% lokaal eigendom per project vast te leggen in hun eigen omgevingsvisie, zie antwoord samenvatting. • Voor het betrekken zien wij de webinar van februari 2021 als de start, zie antwoord samenvatting. Besparing: • Hier zijn we het mee eens. De professionele adviseurs zullen gaan werken in opdracht van gemeenten of de RES. De RES werkt het uitvoeringsprogramma nog verder uit, zie thematisch antwoord. Warmte: • We hebben dertig jaar om stap voor stap van het aardgas af te gaan, zie thematische beantwoording. • Gezien het feit dat warmtenetten economisch moeilijk uitvoerbaar zijn in onze regio en er weinig bovengemeentelijke warmtebronnen zijn, kan groen groes een grote economische betekenis hebben.
• Biomassa heeft nader onderzoek nodig, zie onderwerp biomassa in thematische beantwoording. Doorkijk: • Zie beantwoording met betrekking tot nieuwe technieken in de samenvatting van doorkijk. Uitvoering • De mogelijkheden tot een regionaal energiebedrijf worden verder onderzocht richting de RES 2.0.
Doorwerking
G7 Algemeen
In RES 1.0 wordt houtachtige biomassa niet uitgesloten, maar zal wel een kritische houding worden aangenomen t.a.v. de toepassing ervan als duurzame energiebron. De tekst hierover wordt opnieuw bekeken en eventueel kleine aanscherpingen worden aangebracht.
• •
Er is goed geluisterd naar lokale inbreng op regionaal niveau. De inzet op samenwerking is cruciaal: versterking van lokale samenwerking groeien naar regionale samenwerking
3.1 Consultatiedocument_v02 Reactieronde Ontwerp RES1.0
21
participatie
•
Wij verzoeken u kennis te nemen van deze Duurzaamheidsagenda en deze te betrekken bij de verdere RES-uitwerking.
•
Daarmee is een energiebedrijf nog niet aan de orde, niet te snel een kerstboom optuigen Laat coöperaties/samenwerkende partijen van elkaar leren en samen ontwikkelen. En zorg dat deze voor eenieder toegankelijk blijven. Accent ligt vooral op Lokaal Streven naar meer dan 50% eigenaarschap handhaven. Voor ons zelf 100%. De relatie wordt gelegd met andere sectoren in de samenleving die een grote overgang doormaken: landbouw, transport, mobiliteit. ‘Samen versterken we elkaar’, Dat is goed maar in die sectoren zien we eerder remming op de energietransitie. Het zou goed zijn als vanuit de RES een aantal cruciale aspecten benoemd worden waar RES samen met genoemde sectoren aan moet werken, bv verkleinen van de veestapel; inperken van vleesproductie, een economie die niet langer alle hoop vestigt op eindeloze groei op een eindige aarde. Burgers actief betrekken, belangrijk is bewustwording over anders produceren en consumeren. tekortschietend draagvlak grootschalige opwek: er wordt te weinig ingegaan op de vraag of er voldoende draagvlak voor dergelijke grote projecten is bij de bevolking. de RES heeft een geringe doorzettingsmacht, zwaartepunt uitvoering ligt bij lokaal maatwerk.
Dit mag geen vrijbrief zijn voor bestuurders en raadsleden die bang zijn voor NIMBY-protesten vanuit de eigen bewoners en onder het mom van maatwerk in gebreke blijven hun aandeel te leveren aan de noodzakelijke energietransitie. Mogelijk zou in de RES-notities de positieve mogelijkheden van de energietransitie benadrukt kunnen worden, zeker als bij die transitie het uitgangspunt geldt van minimaal 50% - of liefst meer! – collectief lokaal eigenaarschap. bij energietransitie hoort ook een transitie in tijdgeest. Er moet nog veel gebeuren om de urgentie over te brengen naar de bevolking en de bevolking mee te krijgen. We kunnen niet blijven koersen op een geïndividualiseerd mensbeeld dat ons voor een groot deel in de huidige klimaatproblemen heeft gebracht. Het is jammer dat dit inzicht niet in de RES tot uiting komt.
•
•
• • •
•
Besparing
• •
Opwek
• •
Ludieke manieren bedenken om hier gestalte aan te geven en partijen te betrekken. Wie beslist over het cafetariamodel regionaal ontzorgingsprogramma energiebesparing? Raad of college en als dit het college is worden de raden dan nog op z’n minst geconsulteerd? amendement duurzaamheidsagenda; zonneladder Peel en Maas zorg dat eigenaren/buurten iets hebben aan het versnellingsteam zonop-dak. Aansluiten bij provinciale regeling maatschappelijk vastgoed. Inzetten op nieuwe technieken, experimenteren levert nieuwe inzichten.
3.1 Consultatiedocument_v02 Reactieronde Ontwerp RES1.0
22
• •
• Warmte
•
•
•
•
Doorkijk
•
•
Uitvoering
Antwoord
•
vooral inzetten op rendement voor lokale omgeving Kijk ook naar andere bronnen van duurzame energieopwekking zoals kernenergie, kernfusie, thorium en waterstof. Door alleen maar naar zon- en windenergie te kijken, ontstaat er geen draagvlak. Windturbines passen niet in het open landschap en op agrarische gronden is geen plaats voor zonneparken. Landschap beperkt benutten voor zonneparken. Zonnecellen worden steeds efficiënter, dus minder volume is wenselijk. Restwaarde wel zoveel mogelijke benutten en ervaring opdoen lokale samenwerkingen. Initiatieven zoals Ecovat juist meer ruggesteun/tempo geven. Twee redenen waarom we het niet eens zijn om voor 90% van de gevallen voor een individuele warmteoplossing te kiezen. Ten eerste (een principiële reden) omdat warmtebronnen een collectief goed zijn. Het gebruik van zo’n goed moet gebeuren in het belang van allen en niet in het belang van mensen die geld hebben voor een warmtepomp. De tweede reden is dat een hoog percentage woningbezitters in onze regio onvoldoende financiële middelen hebben voor een warmtepomp. In de RES staat dat biomassa alleen voor vergisting (groengas) wordt gebruikt, maar er wordt geen afstand genomen van het verbranden van houtige biomassa . Gezien de reeds langer bekende inzichten over de kwalijke aspecten, vinden wij dit jammer.
Positief is dat de RES ingaat op Ecovat als een potentieel kansrijk lokaal project. Laat dat een aansporing zijn om vaart te zetten en dit lokale project te steunen. Neem andere bronnen van duurzame energieopwekking mee, zoals onder andere kernenergie alsmede alle andere innovaties op het gebied van kernfusie en thorium alsmede ook gebruik waterstof. Zijn de investeringen wel rendabel te krijgen. Gaat er niet te veel warmte verloren. Nieuwe ontwikkelingen zoals waterstof kunnen een oplossing zijn. Regionale afspraken zijn in convenant verankerd, zodat men elkaar er op aan kan spreken Lokaal uitvoering aan geven verdient nog uitwerking evenals het financiële stuk.
Algemeen: • Reactie wordt ter kennisgeving aangenomen. Participatie: • De mogelijkheden van een energiebedrijf worden verder onderzocht richting de RES 2.0.
3.1 Consultatiedocument_v02 Reactieronde Ontwerp RES1.0
23
• •
• • • •
In het RES proces vindt kennisdeling plaats, niet alleen tussen de partners maar ook door gesprekken met regionale belanghebbenden. Naast eigenaarschap benadrukken wij ook dat betrokkenheid van de omgeving van groot belang is, de omgeving moet van A tot Z betrokken worden. De samenwerking met andere sectoren is belangrijk. In de uitvoering wordt gekeken hoe we dit concreet vorm kunnen geven. Voor het betrekken zien wij de webinar van februari 2021 als de start, zie antwoord samenvatting. De mind set bij gemeenten is positief, zie antwoord samenvatting. Urgentie creëren is belangrijk. De RES kan daarvoor lobbyen, dit nemen we mee in de uitwerking van de uitvoering. Zie ook antwoord samenvatting.
Besparing: • Voor energiebesparing en (kleinschalige) opwek met zon op daken zullen wij o.a. publiekscampagnes uitvoeren. • De keuze over het cafetariamodel is primair aan het college, de raden zullen aan zet zijn voor het beschikbaar stellen van budget voor de uitvoering van de gekozen onderdelen. Warmte: • Niet sturen op de inzet van (kleinschalige) initiatieven zoals van Ecovat, maar wel onderzoek doen naar de lokale mogelijkheden en samenwerking waarbij Ecovat een van de middelen kan zijn, een dergelijke specifieke techniek is geen doel op zich. • Inzet van warmtepompen wordt nader uitgewerkt in de TVW van iedere gemeente, zie onderwerp warmtepomp in thematische beantwoording. • Biomassa heeft nader onderzoek nodig, zie onderwerp biomassa in thematische beantwoording. Opwek: • Zonneladder, zie thematisch antwoord. • De RES werkt al samen met de Provincie. We zullen de tips meenemen. • Kernenergie is niet realiseerbaar in de scope van deze RES 1.0 (2030). Zie thematisch antwoord doorkijk 2030 – 2050. • Wind op land is voor de regio van belang op de vastgestelde opgave te behalen. Landbouwgrond voor zonnepanelen is alleen onderbouwd mogelijk, zie zonneladder thematisch antwoord. Doorkijk: • Keuzes voor kernenergie en waterstof vallen niet onder de RES, zie hiervoor de samenvatting doorkijk. Uitvoering: • Het vervolg na het uitvoeringsconvenant, daar wordt nu nog aan gewerkt.
3.1 Consultatiedocument_v02 Reactieronde Ontwerp RES1.0
24
Doorwerking
G8 Algemeen
Verduidelijken tekst potentie groen gas In RES 1.0 wordt houtachtige biomassa niet uitgesloten, maar zal wel een kritische houding worden aangenomen t.a.v. de toepassing ervan als duurzame energiebron. De tekst hierover wordt opnieuw bekeken en eventueel kleine aanscherpingen worden aangebracht.
•
•
• •
Participatie
• •
Besparing
• •