CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept Regionaal Beleidsplan Jeugd 14 oktober 2021

Gemeenteraad 14 december 2021, gemeente BergenBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen Regionaal beleidsplan jeugd;19.655 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

100% van de jeugdigen in een schoolvervangende dagbehandeling stroomt na de inzet van dagbehandeling door naar passend onderwijs, dagbesteding of kinderopvang. 10. Vanaf 2023 stroomt elk kalenderjaar 10% van alle jeugdigen minder door naar vormen van dagbesteding ten opzichte van het voorliggend jaar. Duurzame daginvulling 11. In 80% van de trajecten wordt binnen 12 maanden uitstroom gerealiseerd naar een reguliere voorziening van opvang, arbeid of scholing. 12. Vanaf de 16 jaar, waarbij terugkeer naar school niet (volledig) mogelijk is, wordt in 100% aan de jeugdigen arbeidsmatige dagbesteding of een leerwerktraject aangeboden. Ambulant KPI’s

Ambulant duurzaam: 1. Het aantal trajecten wat conform plan is afgesloten, is in 2022 conform het landelijk gemiddelde. Uiterlijk vanaf 2025 is dit 10% hoger dan landelijk gemiddelde. 2. Maximaal 20% van de cliënten krijgt binnen 6 maanden na afloop van het traject óf gedurende het traject eenzelfde of zwaardere indicatie toegewezen. 3. Elk jaar daalt de gemiddelde ingezette uren per cliënt met 5% t.o.v. het voorgaande jaar, met een max van 15% ten opzichte van 2022, binnen Ambulant Duurzaam. 4. Het aantal cliënten wat instroomt in Ambulant Duurzaam blijft gelijk of daalt. (Sturen op percentage cliënten duurzaam en perspectief (met zo min mogelijk cliënten in duurzaam). Oftewel: bij Duurzaam sturen op instroom en bij Perspectief sturen op doorstroom en uitstroom.) 5. Het aantal cliënten wat een traject Maatwerk of Meerwerk krijgt, blijft onder de 2%. (sturen op minimale inzet trajecten Maatwerk en Meerwerk). Ambulant Perspectief 1: 1. Minimaal 95% van de jeugdigen heeft na afronding van het traject binnen 12 maanden geen aanvullende ondersteuning nodig. 2. Maximaal 5% van de cliënten krijgt tijdens het traject een zwaardere indicatie toegewezen, omdat tijdens het traject sprake blijkt te zijn van onvoorziene verzwarende omstandigheden. 3. Elk jaar daalt de gemiddelde ingezette uren per cliënt met 5% t.o.v.

het voorgaande jaar, met een max van 15% ten opzichte van 2022, binnen Ambulant Perspectief. 4. Het aantal cliënten wat na een traject Perspectief 1 een traject Duurzaam krijgt, blijft onder de 5%. (Sturen op percentage cliënten duurzaam en perspectief (met zo min mogelijk cliënten in duurzaam). Oftewel: bij Duurzaam sturen op instroom en bij Perspectief sturen op doorstroom en uitstroom.) 5. Het aantal cliënten wat een traject Maatwerk of Meerwerk krijgt, blijft onder de 2%. (sturen op minimale inzet trajecten Maatwerk en Meerwerk). Ambulant Perspectief 2: 1. Minimaal 95% van de jeugdigen heeft na afronding van het traject binnen 12 maanden geen aanvullende ondersteuning nodig.

50

2. Maximaal 5% van de cliënten krijgt tijdens het traject een zwaardere indicatie toegewezen, omdat tijdens het traject sprake blijkt te zijn van onvoorziene verzwarende omstandigheden. 3. Elk jaar daalt de gemiddelde ingezette uren per cliënt met 5% t.o.v. het voorgaande jaar, met een max van 15% ten opzichte van 2022, binnen Ambulant Perspectief. 4. Het aantal cliënten wat na een traject Perspectief 1 een traject Duurzaam krijgt, blijft onder de 5%. (Sturen op percentage cliënten duurzaam en perspectief (met zo min mogelijk cliënten in duurzaam). Oftewel: bij Duurzaam sturen op instroom en bij Perspectief sturen op doorstroom en uitstroom.) 5. Het aantal cliënten wat een traject Maatwerk of Meerwerk krijgt, blijft onder de 2%. (sturen op minimale inzet trajecten Maatwerk en Meerwerk). Vaktherapie: 1. Minimaal 95% van de jeugdigen heeft na afronding van het trajecten binnen 12 maanden geen aanvullende ondersteuning nodig. 2. Maximaal 5% van de cliënten krijgt tijdens het traject een zwaardere indicatie toegewezen, omdat tijdens het traject sprake blijkt te zijn van onvoorziene verzwarende omstandigheden. Dyslexie: 1. Het jaarlijks aantal jeugdigen dat voor EED behandeld wordt is maximaal gelijk aan het landelijk gemiddelde. 2. Elk jaar stijgt het percentage van trajecten dat succesvol afgerond wordt met 10% t.o.v. het voorliggend jaar.

In het eerste contractjaar wordt hiervoor een nulmeting uitgevoerd. 3. Het maximale uitvalspercentage bij diagnostiek waarbij geen EED wordt vastgesteld, mag maximaal 5% zijn. 4. Het aantal nieuwe cliënten blijft gelijk of lager aan het landelijk gemiddelde prevalentiecijfer. (Aanbieders zorgen er gezamenlijk voor dat het prevalentiecijfer in de regio van de gemeente niet hoger is dan het landelijk gemiddelde. De aanbieders hebben daarin een gedeelde verantwoordelijkheid.)

Ontwikkeldoelen

GGZ: 1. De gemiddelde duur van een traject is in 2025 met minimaal 10% afgenomen t.o.v. 2022, waarbij trajecten ‘volgens plan’ afgerond zijn. 2. Minstens 90% van de jeugdigen behaalt zijn doelen zoals gesteld in het leefzorgplan binnen de daarvoor gestelde termijn. 3. In 2025 is de schadelijke wachtlijst minstens teruggebracht naar 50% ten opzichte van 2022. 4. In 2025 is minimaal 85% van de cliënten behandeld middels intensiteiten Licht en Midden. 5. Maximaal 10% van de cliënten komt binnen 2 jaar na afronden succesvol traject terug in subsegment Ambulante GGZ of segment 1. 1. Meer voorspelbaarheid van de kosten van de inzet van de jeugdhulp per product. 2. Het verkorten van de gemiddelde behandelduur. 3. Het stimuleren van de inzet van een lagere intensiteit van de hulp. 4. Voorkomen van stapeling van verschillende ambulante producten. 5. Hogere kwaliteitseisen en betere regie op casussen (doelen stellen en deze evalueren), om de kwaliteit van ambulante begeleiding te verbeteren. 6. De komende 3 jaar de schadelijke wachtlijsten halveren. 7. Versterken generalistische basis jeugd GGZ. Innovatie stimuleren bij aanbieders om jeugdigen langer in de generalistische basis te houden. 8. Over 3 jaar is de verhouding cliënt aantallen generalistische basis GGZ en specialistische GGZ 60% tegenover 40%. 9. Bij GGZ wordt er eerst naar een systeemoplossing gekeken. 10.

In kaart brengen van de gemiddelde behandelduur bij hoog specialistische GGZ en hiermee in gesprek gaan. 11. Het verminderen van administratieve lasten voor zowel gemeenten als aanbieders. 12. Verhogen van de kwaliteit van jeugdhulpaanbieders door aanscherping kwaliteitseisen. 13. Aanbieders/hulpverleners werken toe naar onafhankelijke gezinnen, die zonder hulp verder kunnen (loslaten). 14. Opvoedproblemen normaliseren en ouders aanspreken op hun verantwoordelijkheid. 15. Medewerkers van de toegang (en andere verwijzers) indiceren kostenbewust. 16. De toestroom naar dyslexie verminderen.

51

Bijlage 9 Bovenregionale samenwerking Functies en/of

Doelgroep

Inhoud samenwerking

Aansturing

Beschermd wonen en

Vanaf 17

Gezamenlijk beleid, aanbesteding en

Ambtelijke werkgroep

maatschappelijke opvang

jaar

contractmanagement

BC WMO

2.

OGGZ-preventie

0-100 jr

Gezamenlijk beleid, aanbesteding en

Werkgroep Noord- en

contractmanagement

Midden-Limburg

3.

Segment Opname

Jeugdigen

Gezamenlijk beleid, verkenning

Ambtelijke werkgroep

gezamenlijke werving met contracten

Bestuurlijk kernteam

vanaf 2023

gemeenten

Noord-Limburg is landelijk

Ambtelijk en bestuurlijk

grote gezamenlijke jeugdhulp

accounthoudende regio voor 2 grote

kernteam NML

aanbieders

aanbieders bij risico’s op

beleidsthema’s NML of grotere schaal 1.

vervangende behandeling en behandeling met verblijf 4.

Monitoring ontwikkelingen van

Aanbieders

discontinuïteit. Maar ook andere grotere gezamenlijke aanbieders worden gevolgd. Hierover wordt periodiek afgestemd en zo nodig gezamenlijk leveranciersmanagement gevoerd. 5.

Crisisdienst Jeugd

Jeugdigen

Gezamenlijk beleid en aanbesteding

Ambtelijke werkgroep

met contracten vanaf 2022

Bestuurlijk kernteam gemeenten

6.

Regiovisie Aanpak huiselijk

0-100 jr

geweld en kindermishandeling 7.

Veilig Thuis

0-100 jr

Gezamenlijke beleidsvorming en

Ambtelijke werkgroep

deels uitvoering (deels lokale

Stuurgroep gemeenten en

uitvoering)

aanbieders

Gezamenlijk beleid, subsidiëring en

Ambtelijke werkgroep

uitvoering

Stuurgroep gemeenten en aanbieders

8.

Kansrijke start

Jeugdigen (-

Gezamenlijk uitvoeringsplan en

Ambtelijke werkgroep onder

9 maanden

samenwerkingsconvenant (in

leiding van kwartiermaker

tot ca 2 jaar)

voorbereiding)

Regieraad

en hun ouders 9.

Gecertificeerde instellingen

Jeugdigen

Gezamenlijk beleid, provinciaal

Ambtelijke werkgroep

(Provinciaal)

met een

afgestemde subsidieregeling en

Reguliere bestuurlijke

maatregel

samenwerkingsafspraken

overleggen Provinciaal bestuurlijk overleg

10.

Expertisecentrum

Jeugdigen

In ontwikkeling

(Provinciaal)

Ambtelijk overleg en projectgroep Bestuurlijk overleg

11.

Centrum Seksueel Geweld

Slachtoffers

Limburg (Provinciaal)

van seksueel

Gezamenlijk beleid en uitvoering

(Heerlen, Maastricht en

geweld 12.

Jeugdzorg Plus Landsdeel Zuid-Oost

Jeugdigen

Centrumgemeenten Limburg Venlo)

Gezamenlijk beleid, uitvoering en

Ambtelijke werkgroep

contractmanagement

Stuurgroep gemeenten

(Oost-Brabant & NM-Limburg)

52

Bijlage 10 Grondslag voor bovenregionale samenwerking De regio’s Noord-Limburg, Midden-Limburg Oost en Midden-Limburg West hebben onderstaande punten benoemd als grondslag voor de bovenregionale samenwerking: • •

•

• •

Borgen van de beschikbaarheid van specifiek (complex) aanbod, door middel van voldoende schaalgrootte. Efficiëntie: ▪ Inhoudelijk/beleidsmatig: door uitwisselingen van informatie, ervaringen, voorbereidingen en inzet van specialismes op beleidsmatig terrein kan efficiënter gewerkt worden en wordt de best passende ondersteuning voor jeugdigen en gezinnen nog beter georganiseerd. ▪ Organisatorisch/ondersteunend: samenwerking levert voordelen op in de organisatie van o.a. inkoop, data-analyse, contractbeheer en administratie. Effectiviteit en slagkracht – effectievere sturing op transformatie: door bovenregionale samenwerking is meer slagkracht mogelijk, bijvoorbeeld in het geval van complexe casuïstiek. Bepaalde casussen gaan over gemeentegrenzen en aanbiedersopdrachten heen en vragen een goede afstemming om te komen tot passende zorg. Voorbeelden van deze samenwerkingen zijn het expertteam en het expertisecentrum. Meer slagkracht is ook wenselijk als het gaat om het behalen van transformatiedoelen met betrekking tot het hulpaanbod, zoals het ontwikkelen van ‘meer verblijfs-vervangend ambulant aanbod’ en de afbouw van verblijfslocaties. Leren en verbeteren: bovenregionale samenwerking biedt de mogelijkheid om als regio’s van elkaar te leren, om zowel het aanbod van Jeugdhulp als de organisatie ervan te verbeteren.

Voordelen voor de gedeelde (grotere) zorgaanbieders als opdrachtnemer van de jeugdhulp: ▪ Meer zekerheid over de continuïteit van de organisatie en daarmee de te realiseren beschikbaarheid van zorg. ▪ Eénduidige opdrachtformulering voor de levering van zorg voor het totale werkgebied van de zorgaanbieder. ▪ Meer mogelijkheden om te transformeren, door de schaalgrootte en eenduidigheid (de zorgaanbieder kan hierover eenduidige afspraken maken met de samenwerkende regio’s in plaats van afzonderlijke regio’s en/of gemeenten). ▪ Beperking van de administratieve lasten aan aanbiederszijde door bijv. eenduidige contractering, tarifering en verantwoording aan de deelnemende regio’s. Indien afspraken met de zorgaanbieder over de te leveren zorg voor langere termijn worden vastgelegd, nemen de genoemde voordelen met betrekking tot continuïteit, beschikbaarheid en transformatiemogelijkheden toe.

Praktisch gezien leidt dit, op specifieke onderdelen, tot de volgende samenwerkingsmogelijkheden: ▪ Inhoudelijke beleidsontwikkeling & transformatie ▪ Kwaliteit (resultaatgericht werken) ▪ Verwerving/inkoop ▪ Data-analyse ▪ Contractbeheer & relatiemanagement ▪ Administratie en facturatie ▪ Uitvoering – passende hulp voor complexe casuïstiek ▪ Leren&verbeteren Visie/leidende principes De 14 gemeenten in NML hebben eigen visie en inhoudelijk beleid met beleidsdoelen opgesteld en vastgesteld. Dit beleid kan betrekking hebben op de lokale situatie (zoals in Midden-Limburg Oost) of een regio kan beleidsambities hebben vastgesteld voor de hele jeugdregio (zoals MiddenLimburg West). Alle regio’s hebben daarbij de opdracht om invulling te geven aan de Norm voor opdrachtgeverschap.

53

De visies en beleidsdoelen van de drie jeugdregio’s verschillen in de kern niet wezenlijk en er zijn zeker geen tegenstellingen te zien. De belangrijkste overeenkomsten tussen de drie regio’s zijn: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

▪ ▪ ▪

We richten ons op iedereen: we richten ons op alle jeugd; We gaan aan de slag met het talent van inwoners/jeugdigen; We werken volgens het gedachtegoed van positieve gezondheid; We gaan voor een solidaire samenleving in een omgeving waar onze inwoners zich thuis voelen en mee kunnen doen naar vermogen; We investeren in preventie en een sterke sociale basis; Normaliseren: minder nadruk op diagnose, ondersteuning gericht op het bieden van handvatten voor het normale dagelijkse leven, ondersteuning gericht op het perspectief van inwoners. Integraal werken/gezin centraal: 1 Plan voor elk Thuis;. Wanneer het zelfstandig leven (even) niet lukt, voorzien wij in een netwerk van passende laagdrempelige, eerste lijn en/of geïndiceerde ondersteuning; Lerend jeugdhulpstelsel.

Voor de organisatie van de jeugdhulp betekent dit: ▪ We richten ons op het normale opvoeden en opgroeien; ▪ We leggen de nadruk op preventie, vroegsignalering en een sterke basis; ▪ Ondersteuning en bescherming vinden bij voorkeur in de eigen omgeving plaats; ▪ Ondersteuning en bescherming is tijdelijk en is gericht op een duurzame verandering zodat ouders en jeugdige weer zelfstandig verder kunnen; ▪ Samenwerking en partnerschap en samen leren zijn sleutelwoorden in ons stelsel; ▪ We investeren in een duurzaam, toekomstbestendig jeugdstelsel, met evenwicht tussen inkomsten en kosten; ▪ We beperken waar mogelijk de administratieve lasten; ▪ Tot slot: durven, lef hebben om los te laten en samen te werken.

54

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10774931/1