Concept Regionaal Beleidsplan Jeugd 14 oktober 2021
Tekst van het document
Ondersteuning zo thuis mogelijk Wonen De regio wil dat kinderen zo thuis mogelijk ondersteuning kunnen krijgen. Wanneer de thuissituatie van een kind geen veilige of passende woonomgeving vormt, moet er gezocht worden naar een alternatieve woonoplossing die zoveel als mogelijk op een thuis lijkt. De hulp die geboden wordt vanuit het segment wonen zet in op duurzame woonvormen, die zoveel als mogelijk en zo lang als nodig een thuis kunnen zijn. Hierbij blijft het perspectief om naar huis te gaan natuurlijk altijd leidend. Het is echter niet voor alle kinderen mogelijk om terug naar huis te gaan. Deze kinderen zullen tot hun 18e (of 21e) jeugdhulp ontvangen. Het is dan voor de regio van groot belang om al ruim voordat de jongere volwassen wordt na te denken over het toekomstperspectief. Samenwerking met Wmo is hierbij van uiterst belang. Daarnaast wil de regio samen met haar aanbieders afspraken maken over de overgang van 18- naar 18+ en hoe we jongeren hier zo goed mogelijk in kunnen begeleiden. Beschermd wonen is in de regio mogelijk vanaf 17 jaar. Omdat de regio hierbij (ongeacht de leeftijd) samenwerkt met dezelfde partners, wordt een soepele overgang van 18- naar 18+ gewaarborgd.
Ondersteuning uit huis, zo kort mogelijk Opname vervangende behandeling en behandeling met verblijf In de afgelopen jaren zien we een te groot aantal jeugdigen met zware problematiek die ondanks alle goede intenties van de aanbieders en gemeenten niet direct op de juiste wijze geholpen worden. Ze krijgen behandeling met verblijf, maar worden van aanbieder naar aanbieder overgeplaatst en in de loop van de tijd gaat het soms slechter met zo’n jeugdige in plaats van beter. Het gaat hier om een kwetsbare doelgroep met complexe problemen waar ook de hoogste kosten in de jeugdhulp mee gemoeid zijn. De regio’s Noord- en Midden-Limburg zetten zich samen met de aanbieders in om de keten voor de meest complexe jeugdhulp beter in te richten, waarbij de jeugdigen bij voorkeur thuis geholpen worden, in het eigen gezin en in de eigen sociale
23
omgeving. Dit betekent dat passende en innovatieve ambulante expertise voor de doelgroep in de regio beschikbaar moet zijn zodat er een verschuiving gaat plaatsvinden van behandeling met verblijf bij een aanbieder (residentiële jeugdhulp) naar intensieve ambulante opname vervangende behandelingen in de thuissituatie (ambulante hulp). De samenwerkende regio's Noord- en Midden-Limburg zijn voornemens om gezamenlijk per 1-12023 nieuwe overeenkomsten te sluiten voor het segment Jeugd ‘Opname vervangende behandeling en behandeling met verblijf’. Crisishulp Crisishulp is een vorm van hulpverlening voor situaties waarbij er sprake is van een plotselinge, ernstige ontregeling en directe onveiligheid (in de fysieke, sociale en psychische gesteldheid van een jeugdige of van de omgeving) met als gevolg het ontstaan van een acuut onhoudbare situatie in de woonsituatie van de jeugdige. Door de ontregeling die plaatsvindt schieten de gebruikelijke oplossingsstrategieën (reguliere jeugdhulp) tekort en moet er crisishulp worden ingezet om de crisis te stabiliseren. De jeugdhulpregio’s in Noord- en Midden-Limburg hebben ervoor gekozen om de crisishulp voor jeugdigen vanaf 2022 gezamenlijk in te kopen en anders in te richten.
Met deze nieuwe inrichting willen de regio’s komen tot samenwerking van crisishulpaanbieders vanuit verschillende expertises, waarbij zij gezamenlijk een sluitend crisisproces inrichten, gericht op het voorkomen of zo vroeg mogelijk signaleren van een crisissituatie, het zo snel mogelijk stabiliseren en terugdringen van crisissen en het organiseren van een goede uitstroom naar ‘zonder hulp verder’ of ondersteuning door reguliere hulp. JeugdzorgPlus JeugdzorgPlus is een vorm van gesloten jeugdhulp die wordt geboden aan kinderen waarbij lichtere vormen van hulpverlening geen oplossing bieden voor de problematiek van de jeugdige en/of het gezin. JeugdzorgPlus is bij deze kinderen nodig omdat zij anders een risico vormen voor zichzelf of voor hun omgeving. JeugdzorgPlus heeft als doel een dusdanige gedragsverandering te realiseren dat de jeugdige weer kan deelnemen aan de maatschappij. In een JeugdzorgPlus instelling mogen vrijheidsbeperkende maatregelen worden opgelegd aan een jeugdige om de veiligheid van zichzelf en de omgeving te waarborgen. Plaatsing in een JeugdzorgPlus instelling kan alleen nadat een machtiging door de kinderrechter is afgegeven. Op bovenregionaal niveau is een gemeenschappelijk visiedocument (mei 2021) ontwikkeld. Beoogde ontwikkelingen zijn: •
Het bevorderen van de uitstroom
•
Minder doorplaatsingen tussen instellingen
•
Geen gedwongen afzondering
•
Meer kleinschaligheid
•
Individueel maatwerk in de behandeling.
•
Voorkomen van Jeugdzorg Plus c.q. minder instroom, o.a. door meer inzet van voorwaardelijke machtigingen in combinatie met maatwerkafspraken.
•
Verbeteren van de zorg (tijdens de plaatsing JeugdzorgPlus) met behulp van een gezamenlijk (aanbieder/jeugdige & gezin/netwerk en gemeente/GI)perspectiefplan.
24
Jeugdbescherming en Jeugdreclassering Gecertificeerde instellingen (GI’s) zijn instellingen die van overheidswege gecertificeerd zijn om kinderbeschermingsmaatregelen en maatregelen in het kader van de jeugdreclassering te mogen uitvoeren. Als ouders niet in staat blijken om hun kind een gezonde en veilige opvoeding te bieden en vrijwillige hulp niet werkt of vrijwillige hulp niet geaccepteerd wordt, dan kan een kinderrechter een jeugdbeschermingsmaatregel (JB) opleggen. Er is dan sprake van gedwongen hulpverlening. Jeugdreclassering (JR) voert begeleiding en controle uit als een jeugdige van 12 jaar of ouder een strafbaar feit pleegt. Het belangrijkste doel van jeugdreclassering is om recidive te voorkomen. De regio Noord-Limburg subsidieert de GI’s voor de uitvoering van de JB en JR. Elke regio binnen Limburg heeft zijn eigen subsidieregeling, die gebaseerd is op gezamenlijke afspraken tussen de verschillende regio’s in Limburg. In 2019 zijn bestuurlijke afspraken gemaakt tussen de GI’s en gemeenten, naar aanleiding van het traject tarieven JB en JR 2020 en verder. Deze zogenaamde modules richten zich op een aantal hoofdthema’s met daaronder specifiekere onderwerpen. De hoofdthema’s zijn ‘Stelsel’, ‘Organisatie’ en ‘Transformatie en innovatie’. De modules en gemaakte afspraken vormen de basis voor de verbeteragenda en de doorbraakaanpak.
De Inspectie verwacht dat de regio Limburg een aanvullend plan maakt op de eindrapportage van de doorbraakaanpak van de regio Limburg dat de komende jaren leidt tot: een toereikend aanbod voor de meest complexe hulpvragen; integrale maatwerkoplossingen waaronder jeugd-GGZ en groepen voor licht verstandelijk beperkte jeugdigen, perspectief biedende pleeggezinnen, gezinshuizen, kleinschalige woonvormen en (hoog)specialistische hulp voor jeugdigen met een zeer complexe hulpvraag. Vanuit het Rijk is een toekomstscenario over de kinderbeschermingsketen opgesteld, waarin meer aandacht is voor jeugdigen en het hele netwerk. Om dat te bereiken wordt gezocht naar een (regionale) organisatievorm waarin partijen in het gedwongen kader samenwerken aan veiligheidsvraagstukken. Vooruitlopend hierop gaan we regionaal de komende jaren met deze beweging aan de slag.
Hoe gaan we dit meten: Om te kunnen bepalen of we deze doelstelling behalen, gaan we het volgende meten: •
Het aantal jongeren op een wachtlijst die langer wachten dan de treeknorm neemt af. Om dit te kunnen meten, monitoren we de individuele wachttijden bij aanbieders. Op basis van de inkoopafspraken moeten aanbieders deze gegevens aanleveren bij de gemeenten. Daarnaast brengen wij in kaart wat de wachttijden zijn tussen het 301-bericht (toewijzing ondersteuning) en het 305-bericht (aanvang ondersteuning) en hoe vaak dit de treeknorm overschrijdt5.
•
De trajectduur van de ingezette jeugdhulp neemt af. Om dit te kunnen meten, maken we gebruik van het regionale dashboard (Power BI) en de van de MGR6 en de Arrangementenmonitor Noord-Limburg.
De wachttijden kunnen pas vanaf 2022 (aanvang nieuwe contracten) gemeten worden. We gebruiken daarom het jaar 2022 als nulmeting. 6 De trajectduur kan pas vanaf 2022 (aanvang nieuwe contracten) gemeten worden. We gebruiken daarom het jaar 2022 als nulmeting. 5
25
•
De instroom van jeugdhulp met verblijf (gesloten plaatsing en residentiële opname) neemt af. Om dit te kunnen meten, maken we gebruik van het regionale dashboard (Power BI) van de MGR en de data van CBS Statline. Hierbij kijken we naar het percentage jeugdigen met verblijf.
•
Het aantal jeugdigen in jeugdbescherming en jeugdreclassering daalt. Om dit te kunnen meten, maken we gebruik van de data van CBS Statline.
•
De cliënttevredenheid is minimaal een 7,5. Om dit te kunnen meten, maken we gebruik van de cliënttevredenheidsonderzoeken die de jeugdhulpaanbieders jaarlijks onder de cliënten afnemen.
26
3.5.3 Visiepunt 3 Lerende jeugdhulpregio We zijn een lerende jeugdhulpregio. We investeren in het ophalen en ontsluiten van kennis, het evalueren van beleid en uitvoering en de bijstelling en verbetering hiervan. We delen ervaringen en leren van elkaar: van jeugdigen en ouders (gezinnen), van gemeenschappen, van cliënten(raden), van professionals, van andere partners en sectoren en van andere gemeenten en regio’s. Nu we de tijdsdruk die gepaard ging met de transitie achter ons hebben gelaten, willen we graag de verbetering en vernieuwing samen met onze partners versnellen. Daarvoor is het belangrijk dat we kennis en ervaringen delen en leren van elkaar, van onze jeugdigen en ouders (gezinnen), van onze gemeenschappen, van cliëntenraden, van professionals, van andere partners, van andere sectoren, van andere gemeenten en van andere regio’s. Daarbij gaat het zowel om het ophalen van kennis, maar ook het delen van onze eigen successen.
Doelstellingen: Om deze visie te bereiken, zetten we in op de volgende doelstellingen: •
We leren van ervaringen van cliëntenraden en adviesraden en gebruiken het overleg met hen om verbeteringen aan te brengen in beleid, bestaande afspraken en werkwijzen.
•
We leren uit casussen die besproken worden in het expertteam en expertisecentrum om eventuele structurele knelpunten in het jeugddomein op te lossen.
•
We zetten bij deelname aan landelijke overlegorganen in op kennisuitwisseling en nemen nieuwe ontwikkelingen of goede voorbeelden mee terug naar de regio om regionale afspraken te verbeteren.
•
We gebruiken de beschikbare data voor analyses en het herkennen van trends, waarmee we verbeteringen kunnen doorvoeren in bestaande afspraken. We zorgen dat het regionale dashboard en monitoringsinstrumenten daarvoor op orde zijn.
Leren van en met cliënten en inwoners Cliëntenraden Vanaf de beleidsontwikkeling tot aan de evaluatie van beleid en hulpverlening zijn ouders en jeugdigen een belangrijke partner. Zij weten wat er in de jeugdhulp werkt en wat niet, en kunnen bijdragen aan de verbetering van de kwaliteit. Het gaat daarbij zowel om participatie bij hun eigen hulp, als ook om deelname aan de ontwikkeling van beleid en kwaliteitsbewaking of – verbetering bij jeugdhulporganisaties. Sinds 2017 wordt gewerkt volgens de ‘aanpak cliëntparticipatie jeugd regio Noord-Limburg’. Cliëntparticipatie is daarbij in Noord-Limburg op diverse manieren vormgegeven: •
op microniveau praten we over de behoefte van de burger/cliënt
•
op mesoniveau praten we over de kwaliteit en het effect van de zorg binnen de instelling
•
op macroniveau praten we over de kwaliteit en het effect van de zorg binnen de samenleving
Ieder half jaar komen de cliëntenraden en gemeenten bij elkaar en worden de beleidsontwikkeling en de kwaliteit en het effect van de zorg besproken. Ook bespreken we gezamenlijk de totstandkoming, selectie en uitkomsten van het cliëntervaringsonderzoek. De uitkomsten van het cliëntervaringsonderzoek worden vervolgens besproken in de leveranciersmanagementgesprekken. In de basis is er sprake van een goede samenwerking tussen de cliëntenraden en de gemeenten. De komende jaren investeren we in het zien van de cliëntenraden als vanzelfsprekende
27
gesprekspartner in de diverse ontwikkelingen. We stroomlijnen de processen van de cliëntraden en gemeenten en afhankelijk van de noodzaak tot overleg verhogen we de frequentie hiervan. Adviesraden In de meeste gemeenten in de regio Noord-Limburg zijn adviesraden actief. De werkgroepen jeugd van deze adviesraden volgen de jeugdhulpontwikkelingen in de regio en zoeken elkaar op wanneer zij daar behoefte aan hebben. Bij een regionale ontwikkeling, zoals de totstandkoming van dit regionaal beleidsplan Jeugd, zijn zij een gesprekspartner voor de gemeenten en brengen zij (naast een advies voor de lokale gemeente) een gezamenlijk advies uit.
Leren van en met andere gemeenten en regio’s Expertteam en Expertisecentrum Elke jeugdregio dient te beschikken over een expertteam. Het expertteam is specifiek in het leven geroepen om met experts (gedragswetenschappers) van de grootste aanbieders in onze regio en de belangrijkste toegangen de meest complexe vastgelopen problematieken op te pakken en van een oplossing op maat te voorzien. De komende jaren gaan we als regio inzetten op verdere doorontwikkeling van dit expertteam. Deze doorontwikkeling is nodig om de vereiste functies van een expertteam te borgen. Naast de functie van consultatie en advies is het voor onze regio taak om in te zetten op procesregie, signaleren en hierop adviseren om vervolgens ook te kunnen leren van complexe zorgvragen. Wanneer we als regio meer leren van deze complexe zorgvragen en in beeld krijgen wat er op een eerder moment wellicht had moeten worden ingezet, wordt het mogelijk om als expertteam kwantitatieve en kwalitatieve feedback te geven op de werkwijze in de regio en ook de inkoop zodat de noodzakelijke hulp beschikbaar is in de regio en de regio beter in staat wordt gesteld om hierop te sturen. We onderzoeken hoe het nog in te richten verbijzonderde toegangsproces voor het segment ‘Opname vervangende behandeling en behandeling met verblijf’ zicht verhoudt tot het expertteam.
Naast het regionale expertteam is sinds 2021 ook het bovenregionale expertisecentrum Limburg in ontwikkeling. De ondersteuning van dit centrum versterkt de bestaande regionale structuren en is helpend en faciliterend aan de drie expertteams in de Provincie Limburg (Noord, Midden, en ZuidLimburg), aan zorgaanbieders, lokale toegangen en Gecertificeerde Instellingen. Het expertisecentrum is een netwerkorganisatie, bestaande uit specialisten. Er is geen sprake van een ‘fysieke locatie’. Het expertisecentrum voorziet in drie functies: consultatie en advies, organiseren van hulp voor jeugdigen en een kennisfunctie. Leer-ontwikkel-netwerk Leren en verbeteren zien we als één van de speerpunten van het programma Vitaal en Gezond, onderdeel van de ‘Regiovisie Noord-Limburg 2040 de gezondste regio’. Het programma Vitaal en Gezond bestaat uit de programmalijnen Goed Leven, Waardevolle Zorg en Fitte Beroepsbevolking. Ontwikkelingen op het gebied van jeugd, participatie, Wmo, vitale gemeenschappen, sport, gezondheid, cultuur en onderwijs komen binnen dit programma bij elkaar. We werken toe naar een leer-ontwikkel-netwerk vanuit gezamenlijke doelen en we onderscheiden voor Vitaal en Gezond daarin vier leer-ontwikkel-sporen: •
Opdracht: stimuleren uitwisseling en overdracht kennis en ervaringen
28
•
De beweging: het grotere plaatje
•
Parels: laten zien
•
Ondersteuning: leerbehoeften
Via het leer-ontwikkel-netwerk gaan we als regio meer van elkaar leren en gezamenlijk ontwikkelen. BJ42 en J42 De regio Noord-Limburg neem deel aan de vergaderingen van de BJ42 (het bestuurlijk netwerk van de 42 jeugdregio’s) en de J42 (het ambtelijk netwerk van de 42 jeugdregio’s). Tijdens deze bijeenkomsten worden landelijke en regionale ontwikkelingen gedeeld en wordt kennis en ervaring uitgewisseld tussen de 42 jeugdregio’s om zo te leren van elkaar en elkaar te inspireren.
Leren van en met onze aanbieders Samen met onze aanbieders zetten wij in op samenwerking, ontwikkeling en innovatie. Vanaf 2022 is er sprake van een grote wijziging van ons jeugdlandschap. Zoals hierboven beschreven, wordt het landschap opgedeeld in verschillende segmenten. Elk segment heeft haar eigen ontwikkelpotentieel. Dit betekent dat we per segment andere doelstellingen hebben gesteld en deze ook hebben vertaald in meetbare Kritieke Prestatie-indicatoren (KPI’s) (zie bijlage 8). Naast de verschillende KPI’s hebben we ook kwalitatieve ontwikkeldoelen geformuleerd. Dit zijn doelen die we in samenwerking met onze aanbieders gaan realiseren (zie bijlage 8). Door regionaal data te analyseren, trends te signaleren, kwantitatieve onderbouwingen aan te leveren en een koppeling te maken tussen indicaties en de realisatie van ondersteuning, verwachten we een wezenlijke bijdrage te leveren aan het optimaliseren van de vier sturingselementen in het sociaal domein. Dit zou weer moeten leiden tot een zo goed mogelijk functionerend zorgaanbod voor onze inwoners. Ook kunnen analyses van zorgconsumptie per wijk of wijkteam worden opgesteld en kunnen op de langere termijn ook trends zichtbaar worden op basis waarvan het beleid geëvalueerd en bijgesteld kan worden en (nieuwe) ondersteuningsarrangementen ontwikkeld en bijgesteld kunnen worden.
Daarnaast krijgen we hiermee inzicht in de samenhang en substitutie tussen de financieringspijlers waarmee de samenwerking tussen gemeenten en zorgverzekeraars versterkt kan worden. De MGR heeft een data-analist in dienst die bijdraagt aan het evalueren, leren, bijstellen en ontwikkelen van bovenstaande punten. Het contract- en leveranciersmanagement is vervolgens verantwoordelijk voor het gesprek met de aanbieders en het sturen op de data en gezamenlijke doorontwikkelingen, zowel individueel per aanbieder als ook per segment. Dit betekent dan ook dat we naast het opstellen van KPI’s en het goed monitoren van deze KPI’s, fors gaan inzetten op het leveranciersmanagement in de regio. Op basis van het NIVC-model (Nederlands Integraal Contractmanagement Volwassenheidsmodel) wordt de komende jaren ingezet op het verder door ontwikkelen van het contractmanagement in de regio Noord-Limburg.
Hoe gaan we dit meten: Deze doelstelling draagt bij aan het behalen van eerdere doelstellingen. Per project hebben we aandacht voor monitoring en evaluatie en het leren van de dingen die we doen. We willen met name inzetten op een kwalitatieve monitoring, het evalueren van projecten en het vertalen daarvan in beleid en de aanpak van het leveranciersmanagement.
29
Focus en prioritering Het bereiken van de ambitie, visie en doelstellingen gebeurt binnen de beschikbare middelen en capaciteit. Dit vraagt om het maken van keuzes en het aanbrengen van focus. Tijdens de diverse overleggen en bijeenkomsten zijn de volgende drie punten in de onderstaande volgorde als prioriteit benoemd: 1. Grip en Sturing: we willen grip hebben en sturen op het bieden van passende ondersteuning van goede kwaliteit aan inwoners tegen een reëel tarief. Dit doen we door in te zetten op de vier sturingselementen die voortkomen uit het project Sturing en Inkoop. 2. Transformatie: preventie, vroegsignalering en het versterken van de omgeving, waaronder de intensivering van de samenwerking en verbinding met het onderwijs. 3. Leren en verbeteren: We zijn een lerende jeugdhulpregio. We investeren in het ophalen en ontsluiten van kennis, het monitoren en evalueren van beleid en uitvoering en de bijstelling en verbetering hiervan. De regio Noord-Limburg heeft een ambitie uitgesproken en in dit beleidsplan is opgenomen hoe we als regio die ambitie willen bereiken. Bij het oppakken van onze taken, wordt gewerkt volgens de prioritering die hierboven is aangegeven. Wanneer er nieuwe ontwikkelingen zijn, wordt allereerst gekeken of deze passen binnen de bovenstaande prioritering en wat dit betekent voor het oppakken van de al lopende taken.
Een voorbeeld van zo’n ontwikkeling is de Hervormingsagenda 2022-2028 (van het Rijk en de VNG) waarmee onder andere wordt ingegaan op de afbakening van de reikwijdte van de jeugdhulp en aan de hand waarvan we onze regierol als gemeenten beter willen vormgeven met betrekking tot de transformatie en de integraliteit binnen het sociaal domein. We maken continu de afweging hoe we met de beschikbare middelen en capaciteit het beste aan de hand van bovenstaande prioritering kunnen sturen op het behalen van onze regionale ambitie. Wanneer een nieuwe ontwikkeling niet past binnen bovenstaande prioritering en onvoldoende bijdraagt aan het behalen van onze ambitie, kan dit betekenen dat we er als regio voor kiezen om die nieuwe ontwikkeling niet op te pakken.
30
4
De regio Noord-Limburg
De regio Noord-Limburg is een jeugdhulpregio van ruim 270.000 inwoners en omvat de zeven gemeenten Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Peel en Maas, Venlo en Venray. Van deze inwoners behoort ruim 53.000 tot de jongeren van Noord-Limburg (0-19 jaar). De gemeenten in Noord-Limburg werken al jarenlang samen binnen het sociaal domein. Er is een samenwerkingsstructuur ingericht met verschillende werkgroepen en overleggen. Op beleidsniveau is er een Regionale Werkgroep Jeugd. Deze werkgroep bestaat uit ambtelijke beleidsmedewerkers van de zeven gemeenten en heeft de taak om de verstrekte beleidsopdrachten te vertalen naar uitvoerings- en projectplannen en deze uit te voeren. Op managementniveau is er een Regionaal Management Team. Dit team bestaat uit de managers van de verschillende gemeenten. Op bestuurlijk niveau is er het Portefeuillehoudersoverleg, waar alle wethouders Sociaal Domein van de zeven gemeenten aan deelnemen. Het mandaat met betrekking tot de besluitvorming berust overigens bij de lokale colleges van Burgemeester en Wethouders. Daarnaast is er ook nog een regionale inkooporganisatie, de Modulair Gemeenschappelijke Regeling (MGR). Deze organisatie is verantwoordelijk voor het gezamenlijk inkopen en aanbesteden van diensten en producten en het uitvoeren van contractbeheer en contractmanagement. De samenwerkingsstructuur ziet er als volgt uit:
DB/AB Modulair Gemeenschappelijke Regeling
Portefeuillehoudersoverleg Sociaal Domein
Regionaal Managment Team
Jeugd
Wmo
Participatie
Vitale Gemeenschappen
Modulair Gemeenschappelijke Regeling
Uitgangspunt bij de regionale samenwerking was: ‘lokaal wat kan, regionaal wat nodig is’. De gemeenten in Noord-Limburg kozen ervoor om de organisatie van de sociale basis, preventie en vroegsignalering op lokaal niveau te organiseren. De afgelopen jaren heeft de regio Noord-Limburg ervaren dat het ook van meerwaarde is om ook op deze onderdelen meer gezamenlijk op te trekken. Het uitgangspunt bij de regionale samenwerking is daarom veranderd naar: ‘regionaal wat kan en waar dit meerwaarde heeft’. 31
Bovenregionale samenwerking Naast de samenwerking binnen de regio Noord-Limburg, zijn de afgelopen jaren ook bovenregionale samenwerkingsvormen ontstaan, soms organisch en soms vanuit een wettelijke verplichting. Voor de beschikbaarheid van de specialistische jeugdhulp, zoals Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, de Integrale Crisishulp Jeugd en de JeugdzorgPlus is namelijk een grotere schaalgrootte nodig dan die van de jeugdregio. Op het gebied van de Integrale Crisishulp Jeugd vindt samenwerking en gezamenlijke contractering plaats met de regio’s in Midden-Limburg. Verkend wordt om vanaf 2023 ook binnen het segment ‘Opname vervangende behandeling en behandeling met verblijf’ samen te werken en een gezamenlijke contractering en toegangsproces plaats te laten vinden. De regio Noord-Limburg werkt op het gebied van Jeugdbescherming en Jeugdreclassering samen met de regio’s in Midden- en Zuid-Limburg. Tot slot wordt op de schaalgrootte van ZuidOostNederland de JeugdzorgPlus georganiseerd.
Samenwerking tussen Noord-Limburg en Midden-Limburg (Oost en West) In de afgelopen jaren zijn er steeds meer samenwerkingsvormen tussen de regio’s Noord- en Midden-Limburg ontstaan (organisch gegroeid). Deze samenwerkingsvormen vinden plaats vanuit vrijblijvendheid, wens en noodzaak en zijn niet geformaliseerd. Naast samenwerkingsvormen gericht op specifieke functies van de jeugdzorg (of aanverwante beleidsterreinen) zijn er ook diverse overleggen gericht op afstemming van beleid en uitvoering (zie bijlage 9). Tijdens de diverse bestuurlijke overleggen staan de beschikbaarheid en continuïteit van de specialistische jeugdhulpfuncties centraal. Beleid, inkoop- en subsidiëringsafspraken worden op elkaar afgestemd en gezamenlijk trekken de regio’s met elkaar op richting de aanbieders. De regio’s in Noord- en Midden-Limburg hebben in gezamenlijkheid de redenen om samen te werken beschreven (zie bijlage 10) en onderschreven, rekening houdend met een blijvende lokale autonomie en verantwoordelijkheid van de regiogemeenten.
Modulair Gemeenschappelijke Regeling (MGR) De Modulaire gemeenschappelijke regeling sociaal domein Limburg-Noord (MGR) richt zich op een (verdere) professionalisering van de Inkoop- en contractmanagementpraktijk. Zeven gemeenten in de regio Limburg-Noord (Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Peel en Maas, Venlo en Venray) werken samen op het gebied van inkoop, contractbeheer, contractmanagement en datamanagement in het sociaal domein. De gemeenten hebben deze taken in het sociaal domein centraal belegd bij de MGR. De MGR kent een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter. Vanuit ieder college, van de zeven gemeenten, is iemand aangewezen als lid van het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur wijst vervolgens de voorzitter en twee leden van het dagelijks bestuur aan. De voorzitter vertegenwoordigt het samenwerkingsverband in en buiten rechte. In 2020 is een doorstart gemaakt met de organisatie waarbij met de regiogemeenten een uitvoeringsplan voor de periode 2020 tot en met 2022 gemaakt is. Hiermee is het bestaansrecht van de MGR gevalideerd en is de koers voor de komende jaren uitgezet. Naast het verder door ontwikkelen van de interne bedrijfsvoering maakt de MGR ook werk van het verder professionaliseren van de inkoop, het ontwikkelen van contractmanagement op de schaal 32
van de regio, het verbeteren van het contractbeheer en de het faciliteren met informatie. Overigens doet de MGR dit niet alleen voor het domein Jeugd maar ook voor wat betreft de uitvoering van de Participatiewet en de Wmo.
Missie MGR “De MGR werkt voor de Noord-Limburgse gemeenten. Zij heeft als doel de inkoop in het sociaal domein dusdanig te organiseren, dat zowel de efficiency- als de continuïteitsvoordelen binnen het sociaal domein maximaal benut worden. Dit geldt op het gebied van kennis, kunde en financiën. Duurzame en continue hulp en ondersteuning wordt op deze manier beter gefaciliteerd dan per gemeente afzonderlijk.”
Visie MGR “De MGR verbindt kennis binnen het sociaal domein Limburg-Noord. Dit doen wij door transparant en integer samen te werken met zeven gemeenten. Iedere gemeente profiteert van de overkoepelende MGR-expertise. We bieden door gezamenlijke inkoop, contractmanagement en informatiemanagement voor de zeven gemeenten schaalvoordelen. Tevens zijn we in staat om optimalisatie van bedrijfsprocessen te realiseren. Hiermee benutten gemeenten structureel de voordelen van samenwerking in het sociaal domein. We werken samen aan de transformatie met alle ketenpartners om praktijk en kennis met elkaar te verbinden” Aangezien inkopen plaatsvinden in een dynamische omgeving, dient de organisatie continu bezig te zijn met het doorvoeren van verbeteringen in de inkoopprocessen. De organisatiedoelstellingen zijn hierbij leidend. Dit inkoop- en contractmanagementbeleid sluit zoveel mogelijk aan op het algemene beleid van de organisatie en op het inkoopbeleid van de afzonderlijke gemeenten, waarbij het inkoop- en contractmanagementbeleid van de MGR specifiek invulling geeft aan inkopen in het sociaal domein van de organisatie.
Ontwikkelthema’s MGR De MGR heeft samen met de gemeenten een viertal ontwikkelthema’s geformuleerd aan de hand waarvan de doorontwikkeling is opgepakt. Dit zijn:
• • • •
Leiderschap Identieke opdracht Draagvlak Samenwerking en inbreng van de MGR
In 2022 wordt een nieuw uitvoeringsplan (2023-2025) voor de MGR ontwikkeld waarmee we op de ingezette koers en gerealiseerde doelen willen doorbouwen aan een robuuste bedrijfsvoeringsorganisatie met grote meerwaarde voor de deelnemende gemeenten
Nadere toelichting op inkoop- en contractmanagement Het inkoop- en contractmanagement proces bestaat uit verschillende fasen, startend vanaf de stap identificeren en specificeren. Het onderstaand inkoop- en contractmanagementmodel geeft ter informatie een verder detaillering van de activiteiten per processtap.
33
De MGR onderkent qua inrichting van het inkoop- en contractmanagementproces de volgende hoofdprocessen, die elk kort toegelicht zijn:
34
5
Financiën Regionaal budget
De regiogemeenten in Noord-Limburg willen, naast hun lokale aanpak op de transformatie en preventie, ook in gezamenlijkheid invulling geven aan de transformatie en inzetten op preventie, vroegsignalering en het versterken van de omgeving. Enkele projecten die voortkomen uit het Transformatieplan Jeugd en die uit het regionale Transformatiebudget gefinancierd worden lopen nog enkele jaren door. Vanuit het regionale Transformatiebudget zijn er echter vanaf 2022 vrijwel geen middelen meer beschikbaar. Het gezamenlijk sturen op en financieren van transformatie en projecten die bijdragen aan preventie, vroegsignalering en het versterken van de omgeving: -
geeft ruimte om bestaande projecten te borgen en biedt ruimte om nieuwe initiatieven mogelijk te maken
-
maakt dat we meer invulling kunnen geven aan duurzaam partnerschap (onze partners hoeven niet één op één met gemeenten afspraken te maken en te verantwoorden en zij hebben dus maar met één partij te maken)
-
zorgt ervoor dat monitoring, leren en verbeteren op schaal van de regio plaatsvindt en we de ontwikkelingen van de regio kunnen volgen, ook ten opzichte van onze gezamenlijke inkoop
-
is efficiënter en minder arbeidsintensief
Het regionaal budget transformatie en preventie bedraagt € 500.000,- per jaar. Dit budget maakt het mogelijk om bestaande projecten die bijdragen aan transformatie en preventie te borgen. Daarnaast is er een vrij besteedbare ruimte voor innovatie en ontwikkeling, nieuwe initiatieven, communicatie en een werkbudget.
35
Bijlagen Bijlage 1 Begrippenlijst Aanbesteding
Complexe casuïstiek Duurzame ondersteuning Gecertificeerde Instellingen Jeugdstrafrecht Jeugdwet
Kraljic-matrix
Netwerkversterking Norm voor Opdrachtgeverschap
Overbruggingszorg Positieve Gezondheid
Preventie
Raad voor de Kinderbescherming Regio Noord-Limburg Segmentering/segmenten
Sociaal domein
SOJ / POH
Een aanbesteding ziet op de procedure waarbij een opdrachtgever een opdracht uitschrijft waarop opdrachtnemers zich kunnen inschrijven. De opdrachtnemers dienen dan een offerte in en de opdracht wordt dan in principe gegund aan de partij met de beste offerte. Bij complexe casuïstiek verloopt het hulpverleningsproces vaak niet lineair maar cyclisch. Er zijn meerdere problemen op verschillende terreinen. Ondersteuning met als doel het creëren van duurzame oplossingen zodat het kind en gezin zonder hulp van maatwerk verder kunnen. Gecertificeerde instellingen worden van overheidswege gecertificeerd om maatregelen in het kader van de jeugdreclassering en jeugdbescherming te mogen uitvoeren. Jeugdstrafrecht is een vorm van strafrecht zoals dat in principe wordt toegepast op minderjarige delinquenten, meestal in de leeftijd van 12 tot 18 jaar. De gemeentelijke taken zijn vastgelegd in de Jeugdwet. Deze wet regelt de verantwoordelijkheid voor preventie, ondersteuning, hulp en zorg aan kinderen en jongeren (jeugdigen) en hun ouders bij opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen De Kraljic matrix is gebaseerd op twee dimensies. De kwetsbaarheid van de aanvoer (leveringsrisico) en het financiële resultaat van de onderneming (winst).
De Kraljic matrix maakt onderscheid tussen vier kwadranten om te bepalen welke artikelen besteld kunnen worden en welke niet meer besteld hoeven te worden. Netwerkversterking richt zich op het activeren van het sociale netwerk van een volwassene, kind of gezin. Gemeenten hebben de taak om voor hun inwoners de zorg en ondersteuning mogelijk te maken die ze nodig hebben. De ambitie daarbij is kwalitatief goede zorg bieden die aansluit bij de behoeften en mogelijkheden van jeugdigen, ouders en gezin. Met de Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO) kunnen gemeenten in de regio samen met regionale partners vorm geven aan deze ambitie. De NvO is op 10 juni 2020 in een resolutie vastgesteld door gemeenten in VNG-verband Tijdelijke zorg voor mensen die op de wachtlijst staan voor zorg die nog niet geleverd kan worden Machteld Huber introduceerde het concept positieve gezondheid in Nederland in 2012. In dit concept wordt gezondheid niet meer gezien als de af- of aanwezigheid van ziekte, maar als het vermogen van mensen om met de fysieke, emotionele en sociale levensuitdagingen om te gaan en zoveel mogelijk eigen regie te voeren Preventie is voorkomen dat er problemen ontstaan door van tevoren in te grijpen.
Preventie is het geheel van doelbewuste initiatieven die anticiperen op risicofactoren (= handelen voordat het probleem ontstaat) en ageren wanneer eerste signalen zich ontwikkelen en de problematiek aan het ontstaan is. De Raad voor de Kinderbescherming in Nederland is een dienst van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. De RvdK voert een aantal wettelijke taken uit die te maken hebben met kinderen, met name kinderen die in de knel dreigen te komen of dat al zijn. Deze taken liggen op civielrechtelijk en strafrechtelijk terrein. De Jeugdhulpregio Noord-Limburg bestaat uit de gemeenten: Bergen, Beesel, Gennep, Horst aan de Maas, Peel en Maas, Venlo, Venray Met segmentering wordt bedoeld het indelen van het zorglandschap in kleinere stukjes. Hiervoor zijn verschillende indelingen denkbaar, zoals naar ondersteuningsbehoefte, doelgroepen, wetten, productgroepen, gemeenten, enz. Ook combinaties zijn mogelijk. Onder de term 'sociaal domein' verstaan we alle inspanningen die de gemeente verricht rond werk, participatie en zelfredzaamheid, zorg en jeugd, op basis van de Wmo 2015, de Participatiewet, Jeugdwet en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Een praktijkondersteuner bij de huisarts (POH) werkt letterlijk ter ondersteuning van de huisarts. De huisarts blijft altijd eindverantwoordelijk voor de zorg.
De praktijkondersteuner ondersteunt de huisarts bij de begeleiding en behandeling van patiënten met psychische, psychosociale of psychosomatische problemen.
36
Top 3 Methodiek Transformatie(opgave) Veilig Thuis Verwijzers Voorliggend veld Vroegsignalering Wachtlijsten Wachttijden
Zorglandschap
De TOP-3 methodiek van Stichting Civil Care biedt professionals en organisaties een raamwerk dat zij gezamenlijk kunnen inzetten bij het met de cliënten opstellen en uitvoeren van een concreet veiligheids-, zorg- en herstelplan. Transformatie van de jeugdhulp moet leiden tot een samenhangend jeugdbeleid dat gemeenten samen met maatschappelijke organisaties uitvoeren voor kinderen en jongeren. Veilig Thuis is het advies- en meldpunt voor huiselijk geweld, kindermishandeling en ouderenmishandeling. Het betreft organisaties of personen die rechtstreeks jongeren en hun ouders op grond van de Jeugdwet kunnen doorverwijzen naar jeugdhulp. Het voorliggend veld staat voor het totaal aan algemene voorzieningen dat beschikbaar is in een wijk of gemeente. Het gaat dus om alle voorzieningen voor (hulp)vragen zonder indicatie. Tijdig signaleren en onderkennen van problemen om zo in een vroeg stadium te kunnen ingrijpen. Er wordt gesproken van een wachtlijst wanneer de periode tussen de datum waarop de beschikking wordt afgegeven en de datum waarop de daadwerkelijke zorg start niet valt binnen de bovengenoemde Treeknorm. De tijd tussen de datum waarop de beschikking is afgegeven en de datum waarop de zorg daadwerkelijk start, blijft binnen de gestelde Treeknorm. Dit betreft de netto wachtlijst: jeugdigen/gezinnen die wachten op zorg en die de toegewezen zorg nog niet ontvangen.
Bij de gemeentelijke toegang is de wachttijd de periode tussen aanmelding en afgifte van indicatie. Het zorglandschap is het netwerk aan organisaties en voorzieningen waar zorg wordt verleend of die op een of andere manier een rol hebben in de zorgketen.
37
Bijlage 2 Norm voor Opdrachtgeverschap Thema NvO
Waar te vinden
Gewenste inhoudelijke ontwikkeling van het zorglandschap Maatschappelijke opgave van de regio Hoofdstuk 2: Terugblik op Jeugdhulp in NoordLimburg vanaf 2015 Strategische beleidsdoelen van de regio 3.1 Ambitie 3.2 Visie Leidende principes van de regio 3.3 Leidende principes Gewenste inhoudelijke ontwikkelingen 3.5 Wat gaan we doen? Vraag en Aanbod Welk hulpaanbod is nodig? 2.1.6 Sturing en Inkoop Samenhang andere domeinen 3.5.1 Samenhang met gezondheid 3.5.1 Samenhang met onderwijs Contractering lokaal, regionaal en 3.5.2 Wat gaan we doen? bovenregionaal 4.2 Regionale en bovenregionale samenwerking Beschikbaarheid en continuïteit van 2.1.6. Sturing en Inkoop jeugdhulpfuncties 3.5 Wat gaan we doen? Samenwerking bovenregionaal 3.5 Wat gaan we doen? 4.2 Regionale en bovenregionale samenwerking Lokale toegang Lokale toegang en de 5 basisfuncties 3.4 Toegang tot jeugdhulp Regionaal expertteam en bovenregionaal 3.5.3 Leren van en met cliënten en inwoners expertisecentrum Aansluiting met onderwijs en de 3.4 Toegang tot jeugdhulp veiligheidsketen 3.5.1 Verbinding jeugd en onderwijs 3.5.2 Jeugdbescherming en Jeugdreclassering Governance Afspraken over organisatie regiofuncties 2.1.6.
Sturing en Inkoop 3.5 Wat gaan we doen 4.2 Regionale en bovenregionale samenwerking Formele samenwerkingsvorm 4.1 Modulaire gemeenschappelijke regeling Taakverdeling gemeenten Hoofdstuk 4: De regio Noord-Limburg Bestuurlijk aanspreekpunt Hoofdstuk 4: De regio Noord-Limburg Sturing en bekostiging Sturing en bekostiging om beleidsdoelen te 2.1.6. Sturing en Inkoop bereiken 3.5.3 Leren van en met onze aanbieders Keuzes op inkoop 2.1.6. Sturing en Inkoop 3.5 Wat gaan we doen Bekostigingsmodel Bijlage 7 Sturingselementen Sturing en Inkoop Contractvorm Bijlage 7 Sturingselementen Sturing en Inkoop Toegangsmanagement en Bijlage 7 Sturingselementen Sturing en Inkoop leveranciersmanagement
38
Bijlage 3 Cijfermatige onderbouwing
Hoe is het jeugdhulptraject beëindigd? 100% 90% 80% 70% 2016
Overig
2017
Eenzijdig door de cliënt
2018
2019
Volgens plan of samen beëindigd
Bron: CBS Statline
Percentage jeugdigen met jeugdhulp ambulant*
Percentage jeugdigen met jeugdhulp* 9,5
10,5 10 9,5 9 8,5 8 7,5
9 8,5 8 7,5 7 2018
2019 Noord-Limburg
2018
2020**
Noord-Limburg
Landelijk
Percentage jeugdigen met jeugdhulp met verblijf*
2020** Landelijk
Vormen van jeugdhulp met verblijf 100%
1,5
50%
1
0% 2016
0,5
2019
2017
2018
2019
Gesloten Plaatsing Verblijf bij Jeugdhulpaanbieder
0 2018
2019 Noord-Limburg
2020** Landelijk
Gezinsgericht Pleegzorg
Bron: CBS Statline * % van alle jongeren tot 23 jaar **Voorlopige cijfers
39
Verloop uitgaven jeugd maatwerkvoorzieningen
Miljoenen
(excl. PGB, algemene voorzieningen en apparaatskosten) 80 60 40 20 0 Uitgaven
Uitgaven
Uitgaven
2018
2019
2020*
totaal jeugd
Lineair (totaal jeugd)
Bron: Regio Noord-Limburg
Verzuim onderwijs Absoluut verzuim: Er wordt gesproken van absoluut verzuim als een leerplichtige en/of kwalificatieplichtige jongere niet op een school of instelling staat ingeschreven.
40
Relatief verzuim: Er is sprake van relatief verzuim als een jongere wel op een school staat ingeschreven, maar gedurende een bepaalde tijd de lessen/praktijk verzuimt. Ook veelvuldig te laat komen kan hiertoe worden gerekend.
Veilig Thuis 2020
Limburg-Noord
MLO
MLW
Totaal NML
Adviezen
1.119
1.113
332
2.564
Meldingen
1.872
1.029
363
3.553
Subsidie
€ 4.486.000,-
Bron: Jaarverslag Veilig Thuis 2020
Verblijf met behandeling 2019
Limburg-Noord
MLO
MLW
Opname-vervangende behandeling
103 jeugdigen
21 jeugdigen
Niet herleidbaar
Verblijf met behandeling
165 jeugdigen
58 jeugdigen
53 jeugdigen
€ 900.000
€ 200.000
Niet herleidbaar
€ 6.600.000
€ 3.100.000
€ 2.000.000
Omzet opname-vervangende behandeling Omzet Verblijf met behandeling
Bron: NL: Power BI MGR / MLO en MLW: regionale databank
41
JeugdzorgPlus 2020
Limburg-Noord
MLO
MLW
Totaal NML
29 jeugdigen
29 jeugdigen
5 jeugdigen
63 jeugdigen
115 dagen
131 dagen
167 dagen
138 dagen
€ 1.492.689,-
€ 1.672.655,-
€ 382.823,-
€ 3.548.167,-
Limburg-Noord
MLO
MLW
Totaal NML
Meldingen crisis
452 meldingen
271 meldingen
115 meldingen
838 meldingen
Inzet crisisbedden
77 jeugdigen
onbekend
25 jeugdigen
onbekend
Subsidie/inkoop
€ 584.200,-
€ 282.710,-
€ 185.090,-
€ 1.052.000,-
€ 414.248,-
onbekend
€ 290.985,-
onbekend
Aantal jeugdigen Gemiddeld afgenomen dagen per jeugdigen Omzet
Bron: Jaarverantwoording JeugdzorgPlus 2020
Crisishulp 2020
(crisisdienst Jeugd) Omzet (Bedden)
Bron: NL: jaarverantwoording BJZ en rapportageformats crisishulp aanbieders / MLO en MLW: regionale databank, jaarverantwoording BJZ en subsidiebeschikking aan BJZ
Jeugdbescherming en Jeugdreclassering 2020
Limburg-Noord
MLO
MLW
Totaal NML
Jeugdreclassering
81 jeugdigen
41 jeugdigen
20 jeugdigen
142 jeugdigen
Onder toezicht stelling
531 jeugdigen
275 jeugdigen
148 jeugdigen
954 jeugdigen
Voogdij
145 jeugdigen
94 jeugdigen
91 jeugdigen
330 jeugdigen
Subsidie
€ 6.170.529,-
€ 2.352.096,-
€ 1.434.771,-
€ 9.957.396,-
Bron: NL: kwartaalcijfers en jaarafrekening / MLO en MLW: regionale databank (berichtenverkeer) en subsidiebeschikking.
42
Bijlage 4 Strategische doelen De onderstaande strategische doelen zijn benoemd tijdens het project Sturing en Inkoop: •
•
•
We bevorderen zelfredzaamheid, eigen kracht en positieve gezondheid. • Elke inwoner telt en kan meedoen (inwoners dragen bij op eigen niveau, kunnen hun talenten ontwikkelen en voelen zich daardoor van betekenis voor de samenleving). • Inwoners zijn in staat zoveel mogelijk voor zichzelf en elkaar te zorgen en eigen beslissingen te nemen. • We ondersteunen het idee van positieve gezondheid, waarbij we kijken naar de mogelijkheden van inwoners en gemeenschappen, in plaats van naar de beperkingen. Vitale gemeenschappen vormen de basis van onze samenleving. • We stimuleren de ontwikkeling van gemeenschappen tot krachtige sociale verbanden van de leef-, woon- en werkomgeving. Iedereen heeft daarin een plek, met eigen identiteit. Daarnaast faciliteren we mogelijkheden voor collectieven, die onder regie en opdrachtgeverschap van de gemeenschap staan en/of ontwikkeld worden. Op deze manier herontdekken we in onze regio de kracht van het normale: het omzien en zorgen voor elkaar in de eigen leef-, woon- en werkomgeving. We bieden snelle en passende hulp en ondersteuning aan inwoners die het op eigen kracht niet redden. Deze hulp en ondersteuning geven we samen met de inwoner, zijn omgeving en onze partners vorm. • We organiseren, samen met partners, een vangnet/trampoline.
• Passende hulp en ondersteuning is: ▪ Zo licht, normaal, thuis, dichtbij en kort mogelijk (en zo zwaar als nodig). ▪ Tijdelijk, tenzij ▪ Gericht op verbetering, behalve waar dit niet mogelijk is. Dan gericht op stabiliseren.
Randvoorwaardelijk •
We verwachten van professionals in het hele veld van zorg en ondersteuning: • Vakmanschap: professionals beschikken over kennis van zaken, ervaring en vaardigheden om de taak van de functie succesvol te vervullen. • Werken volgens 1 Gezin, 1 Plan, 1 Regisseur. • Integraal samenwerken met verschillende disciplines (netwerksamenwerking). • Oog voor de omgeving van de inwoner en vitale gemeenschappen en daar eerst naar handelen, voordat ze professionele ondersteuning inzetten. • Handelen naar de geest van de wet i.p.v. de letter. Daarvoor moeten we professionals de ruimte geven.
•
Samenwerking met partners • Gemeente bepaalt het doel wat we gezamenlijk willen bereiken. • We werken samen met partners die zich mede verantwoordelijk voelen voor de strategische en inhoudelijke doelen. Aanbieders hebben een optimale meerwaarde voor het maatschappelijk doel. • Partners kennen de lokale context van onder andere inwonersinitiatieven en werken daar actief mee samen. • We stimuleren de beweging van groot- naar kleinschalig werken. • We bieden reële tarieven. • Gemeenten en partners: ▪ Doen waar we goed in zijn en zijn aanvullend op elkaar. ▪ Bouwen aan duurzame relaties. ▪ Hebben vertrouwen in elkaar. ▪ Geven elkaar de ruimte om onze taken uit te voeren.
•
We willen hulp en ondersteuning voor nu en de langere termijn betaalbaar houden. We zijn hier samen met partners verantwoordelijk voor. In de regio werken we samen. Daarbij gaan we uit van de gezamenlijkheid en omarmen we verschillen.
•
43
Bijlage 5 Marktanalyse Noord-Limburg Inwoners
Gemeenten en organisatie
Sterkte sterke sociale cohesie in wijken/dorpen en veel inwonersinitiatieven ervaringsdeskundigheid wordt steeds meer ingezet bij o.a. voorliggende voorzieningen en ondersteuning. Kan ook drempel verlagen voor inwoners. aantal cliënten in jeugdhulp stabiliseert meer bekendheid door sociale media
-
Partners en aanbod
-
regionale samenwerking binnen het sociaal domein loopt al enkele jaren. We hebben korte lijnen, kennen elkaar steeds beter en kunnen elkaar steeds beter vinden steeds intensievere afstemming en samenwerking met andere regio’s, zoals Midden-Limburg. we werken steeds meer datagestuurd en zijn bezig met de organisatie van een gestructureerde aanpak op data-verzameling en analyse. invulling van leveranciersmanagement en contractmanagement veel kennis van inkoop in de regio (bijv. ruimtelijk domein, facilitair) steeds meer inzet op de regierol als gemeentelijke toegang het project sturing en inkoop helpt om samenwerking tussen gemeenten in regio Noord-Limburg te verbeteren aantal verwijzingen door gemeentelijke toegangen neemt toe en die van externe verwijzers neemt gestaag af in het algemeen een dekkend aanbod van voorzieningen klein aantal aanbieders biedt het grootste gedeelte van de ondersteuning grote afhankelijkheid van onze grootste aanbieders en zij van ons (sterkte en zwakte) door reductie in aantal aanbieders is intensievere samenwerking mogelijk tussen gemeenten en aanbieders en tussen aanbieders onderling steeds meer inzet op preventie organisatie van specialistische jeugdhulp is goed georganiseerd
Zwakte dubbele vergrijzing en ontgroening toename complexiteit van samenleving en ondersteuningsvragen spanning op de draagkracht van wijken door ondersteuning in de thuisomgeving toename conflictscheidingen toename van depressie en angstklachten rol van scholen kan sterker onduidelijk wie binnen dorpen/wijken kan bepalen wanneer professionele hulp nodig is communicatie richting inwoners over hulpaanbod is binnen wijken en dorpen verschillend inwoner weet ondersteuning niet snel te vinden (angst, onduidelijkheid, slechte communicatie) niet of slecht bereiken van jongeren complexiteit van regionale samenwerking qua structuur en onduidelijkheid in taken en rollen samenwerking gebeurt nog erg sectoraal, verbinding met Wmo en Participatie kan beter (zowel intern als richting inwoners en hulpverleners) iedere gemeente heeft de toegang en bijbehorende processen anders georganiseerd, wat lastig en veel werk is voor onze samenwerkingspartners. kennis van zorginkoop via inhuur beschikbaar we leren nog te weinig van elkaar als gemeenten en van pilots en ervaringen het is lastig om buiten de kaders en protocollen te denken. administratie kan eenvoudiger vrijblijvendheid voor gemeenten om mee te doen met pilots bureaucratie op de stoel van een arts gaan zitten en diagnose stellen, te weinig kennis van problematieken privacywetgeving -
-
Financiën
-
extra (tijdelijke) middelen jeugd maatregelen behorend bij extra middelen moeten samen met extra middelen zorgen voor efficiëntere (organisatie van) jeugdhulp kansen door transformatie verdeelsleutel jeugd: deels solidariteit, deels realisatie besparing mogelijk door inzet ervaringsdeskundigheid
-
heel veel partijen in het zorg- en ondersteuningslandschap, waardoor er minder zicht was op kwaliteit en waardoor leveranciersmanagement lastig was. weinig samenwerking tussen aanbieders onderling en met het voorliggend veld op een aantal onderdelen hebben we te maken met monopolisten, kleinere flexibele partijen kunnen mogelijk niet meedoen in nieuwe inkoop weinig innovatie en transformatie bij (grote) aanbieders samenwerking met zorgverzekeraar en zorgkantoor op het gebied van jeugd is erg mager wachtlijsten door (dreigend) personeelstekort en personeelsverloop wachtlijsten niet altijd up to date we starten met pilots maar denken onvoldoende aan de voorkant na over de borging hiervan overgang van 18- naar 18+ kan sneller en beter we zijn nog te vaak bezig met problemen oplossen in plaats van problemen voorkomen te veel inzet op diagnose, medicaliseren en problematiseren, te weinig gericht op normaliseren communicatie tussen hulpverleners weinig diversiteit en ook weinig eenheid weinig tot geen informatiedeling stijging kosten per cliënt stijging tarieven monitoring aanbieders controle door gemeente inzicht in totale kosten aanbesteding veel geld gaat naar bureaucratie en wet- en regelgeving goede kwaliteitscontrole zou verhoging kosten kunnen voorkomen
44
Bijlage 6 Kraljic Matrix
45
Bijlage 7 Sturingselementen Sturing en Inkoop In de regio Noord-Limburg zijn de volgende vier sturingselementen benoemd: Bekostigingsmodel Een van de sturingselementen die van belang is bij elk segment is het bekostigingsmodel. Er zijn verschillende bekostigingsvormen mogelijk. Om na te gaan welke vorm van bekostiging je wilt toepassen per segment is het belangrijk om in kaart te hebben welke vorm van proces- of resultaatsturing je wilt bereiken, bij welke zorgvormen je welke bekostiging het beste kunt toepassen en bij welke zorgvormen niet en ook is het belangrijk in kaart te hebben welke voorwaarden er hangen aan de verschillende bekostigingsmodellen. Op basis van bovenstaande wordt het dan mogelijk om per segment het juiste bekostigingsmodel te kiezen. Contractvormen Bij contractvormen gaat het om het type contract dat met zorgaanbieders wordt gesloten. Hierbij kan gedacht worden aan zaken als de mate waarin een aanbieder zich kan kwalificeren om een contract te krijgen, de lengte van een contract, de vraag of bepaalde typen aanbod of diensten separate contracten of modules behoeven en de vraag hoe om te gaan met (financiële) prikkels of nadelige consequenties in contracten. Het vraagstuk van aanbesteden (in alle varianten) is een vraagstuk dat betrekking heeft op de wijze waarop een contract tot stand komt. Dit onderwerp maakt onderdeel uit van de uitvoering van de inkoop.
In iedere variant komen de vragen van het onderdeel contractvormen terug. Bij het kiezen van de contractvormen is het essentieel om de balans te vinden tussen het resultaat wat je wilt bereiken met de contractvorm en de inspanning die het kost om dit te bereiken. Leveranciersmanagement Het leveranciersmanagement omvat alle activiteiten gericht op het verkennen, starten en onderhouden en verder ontwikkelen van een samenwerkingsrelatie met de jeugdhulpaanbieders. Middels het leveranciersmanagement kan grip worden gehouden op de kwaliteit en kwantiteit van zorg. Hierbij kan een keuze worden gemaakt om bij de ene zorgvorm steviger leveranciersmanagement te voeren dan bij een andere zorgvorm. Toegangsmanagement De toegang is in staat de vraag van de cliënt te reguleren en door te sturen naar de ‘juiste’ zorgaanbieder. Het is dus duidelijk dat het toegangsmanagement een even belangrijk instrument is als het model van bekostiging, de contractvorm en het leveranciersmanagement. Gemeenten kunnen met de toegang effectief sturen op zowel het volume als de kosten van jeugdhulp. Het is belangrijk om als gemeenten na te gaan wat de (ontwikkel)doelstellingen zijn die behaald moeten worden en op basis hiervan een keuze te maken voor het management van de toegang (veel beheersing tot weinig beheersing)
46
Per segment wordt toegelicht welke keuzes op de verschillende sturingselementen zijn gemaakt: Opname vervangende behandeling en behandeling met verblijf7 Bekostiging Contract We willen opname vervangende behandeling Met een klein aantal aanbieders inzetten op stimuleren en behandeling met verblijf terugdringen. partnerschap en innovatie. We zetten in op het afsluiten van meerjarige contracten. Leveranciersmanagement Toegangsmanagement Klein aantal partijen waarbij wordt ingezet op Inrichten van een verbijzonderd toegangsproces voor innovatie. de zeer complexe casuïstiek. • Intensief leveranciersmanagement • Gericht op ontwikkeling van partnership Wonen Bekostiging Duurzame hulpvorm waarbij geen focus ligt op verkorten van duur of verkleinen van volume. • •
Prijs per eenheid (dag) met afrekening op basis van realisatie Budgetafspraken per aanbieder
Leveranciersmanagement Klein aantal partijen waarbij wordt ingezet op innovatie. • Intensief leveranciersmanagement • Gericht op ontwikkeling van partnership Dagbesteding en dagbehandeling Bekostiging Perceel regionaal • EMB/opgroeiproblematiek jonge kind Hulpvorm waarbij niet specifiek sprake is van verkorten van duur, of afname van volume o Prijs per eenheid (dagdeel) • Terug naar school en duurzame daginvulling Hulpvormen waarbij standaardisatie mogelijk is en doel is om behandelduur te verkorten o Trajecten of plekken (keuze per gemeente) • Budgetafspraken per aanbieder Perceel lokaal • Duurzame daginvulling Hulpvorm waarbij standaardisatie mogelijk is en doel is om behandelduur te verkorten o Trajecten of plekken (keuze per gemeente) Leveranciersmanagement Regionaal Klein aantal partijen waarbij wordt ingezet op innovatie. • Intensief leveranciersmanagement • Gericht op ontwikkeling van partnership
Contract Met een klein aantal aanbieders inzetten op partnerschap en innovatie • Gesloten contractvorm met strenge toelatingseisen • Meerjarige contracten (4+3+3) • Klein aantal aanbieders • Focus op uitbreiding capaciteit, i.s.m. gemeenten • Innovatie Toegangsmanagement • Regionaal uniformeren waar mogelijk • Regie op basis van perspectiefplan
Contract Regionaal Met een klein aantal aanbieders inzetten op partnerschap en innovatie • Gesloten contractvorm met strenge toelatingseisen • Meerjarige contracten (4+3+3) • Klein aantal aanbieders Lokaal Ruimte geven aan lokale aanbieders • Gesloten contractvorm met strenge toelatingseisen • Meerjarige contracten (4+3+3) • Geen limiet op aantal toetreders Toegangsmanagement • Regionaal uniformeren waar mogelijk • Regie op basis van perspectiefplan
Lokaal Veel aanbieders waarbij de focus niet ligt op innovatie • Beperkt leveranciersmanagement
In gezamenlijkheid met aanbieders worden de verschillende keuzes per sturingselement in 2022 nader uitgewerkt voor nieuwe contractering per 1-1-2023. 7
47
Ambulant Bekostiging Perceel regionaal • Hulpvormen waarbij standaardisatie mogelijk is en doel is om behandelduur te verkorten. o Trajecten of plekken (keuze per gemeente) o Budgetafspraken per aanbieder Perceel lokaal • Hulpvormen waarbij standaardisatie mogelijk is en doel is om behandelduur te verkorten o Trajecten of plekken (keuze per gemeente) Leveranciersmanagement Regionaal Kleiner aantal partijen waarbij wordt ingezet op innovatie. • Intensief leveranciersmanagement • Gericht op ontwikkeling van partnership
Contract Regionaal Beperken van het aantal aanbieders dat er voorheen was. • Gesloten contractvorm met strenge toelatingseisen • Meerjarige contracten (4+3+3) Lokaal Ruimte geven aan lokale aanbieders • Gesloten contractvorm met strenge toelatingseisen • Meerjarige contracten (4+3+3) • Geen limiet op aantal toetreders Toegangsmanagement • Regionaal uniformeren waar mogelijk • Regie op basis van perspectiefplan
Lokaal Veel aanbieders waarbij de focus niet ligt op innovatie • Beperkt leveranciersmanagement
48
Bijlage 8 KPI’s en Ontwikkeldoelen Opname vervangende behandeling en behandeling met verblijf De samenwerkende regio's Noord- en Midden-Limburg zijn voornemens om gezamenlijk per 1-1KPI’s 2023 nieuwe overeenkomsten te sluiten met voor het segment Jeugd ‘Opname vervangende behandeling en behandeling met verblijf’. In aanloop naar 2023 wordt op schaal van Noord- en Midden-Limburg samen met de aanbieders een intensief samenwerkingstraject doorlopen, waarbij ook vanuit een gedeelde ambitie KPI’s worden uitgewerkt. Dit gaat zowel om ‘harde’ KPI’s (zoals verblijfsduur, aantallen opnames, voorwaarden rond ambulantisering) als om ‘zachte’ KPI’s (zoals rond processen, samenwerking, communicatie, waardering). 1. Duurzaam partnerschap: Ontwikkeldoelen • Aanbieders en gemeenten werken vanuit een gedeelde ambitie aan de transformatie van de hulp aan jeugdigen uit de meest complexe doelgroep in onze regio’s. • Professionals in de toegang en de uitvoering van de jeugdhulpaanbieders werken samen op basis van vertrouwen in elkaars deskundigheid. Er wordt een verbijzonderd toegangsproces ingericht. • De aanbieders nemen gezamenlijke verantwoordelijk voor een integraal aanbod voor de doelgroep. Samen bieden zij maatwerk door expertises te bundelen. Een duurzaam perspectief voor de jeugdige vraagt steeds vaker om creatieve en flexibele oplossingen. 2.
Het liefst helpen we de jeugdigen en hun gezin ambulant en in een voor hen zo natuurlijk mogelijke situatie. De ambitie is daarom de inzet van behandeling met verblijf af te bouwen en zo veel mogelijk om te buigen naar ambulante alternatieven. Soms is tijdelijk behandeling met verblijf nodig, zodat de jeugdige (of de ouders) veilig tot rust kan komen. Dit zien we als een tijdelijk en zo kort als mogelijk onderdeel van een ambulant ondersteuningstraject. Wonen KPI’s
Ontwikkeldoelen
1. Elk jaar wordt 10% meer in 1 keer goed geplaatst ten opzichte van het voorgaande jaar. 2. Indien sprake is van overplaatsing dan wordt in 100% van de gevallen het kind slechts 1 keer overgeplaatst. 3. Met ingang van 2023 beoordeelt 95% van de pleeggezinnen of gezinshuizen de ondersteuning door de aanbieder minimaal met een 8 op een schaal van 10. 4. Met ingang van 2023 beoordeelt 90% van de jeugdigen de overgang van 18-/18+ en 21-/21+ met een 8 op een schaal van 10. 5. Met ingang van 2023 beoordeelt 95% van de jeugdigen de ondersteuning van de aanbieder met een cijfer 8 op een schaal van 10. 6. Minimaal 80% van de jeugdigen is direct na beëindiging van het traject in staat om zelfstandig, met behulp van het eigen netwerk, te wonen. 1. Bij minimaal 90% van de jeugdigen worden de overeengekomen doelen gerealiseerd zoals gesteld in het plan. 2. Met ingang van 2024 is er voor elke jeugdige die een woonplek nodig heeft, ook een woonplek beschikbaar. 3. Vanaf 2025 is de noodzakelijke hulp / begeleiding met 10% afgenomen ten opzichte van 2022 en overgenomen door niet-professionals. 4. In 2025 en daarna is uitval bij gezinsgericht verblijf gehalveerd ten opzichte van 2022.
Dagbesteding en dagbehandeling 1. Vanaf 2024 is minimaal 90% van alle jongeren niet langer dan zeven maanden in een vorm KPI’s van dagbehandeling. 2. 100% van de jeugdigen in een schoolvervangende dagbehandeling stroomt na de inzet van dagbehandeling door naar passend onderwijs, dagbesteding of kinderopvang. 3. Vanaf 2023 stroomt elk kalenderjaar 10% van alle jeugdigen minder door naar vormen van dagbesteding ten opzichte van het voorliggend jaar. 4. In 80% van de trajecten duurzame daginvulling wordt binnen 12 maanden uitstroom gerealiseerd naar een reguliere voorziening van opvang, arbeid of scholing. 5. Vanaf de 16 jaar, waarbij terugkeer naar school niet (volledig) mogelijk is, wordt in 100% aan de jeugdigen arbeidsmatige dagbesteding of een leerwerktraject aangeboden. 6. De cliënttevredenheid is minimaal tussen 7,5 en 8. De onderstaande ontwikkeldoelen worden nog vertaald of aangescherpt in de werkafspraken bij de Ontwikkeldoelen contracten. Ontwikkelproblematiek het jongen kind en ernstig meervoudige beperking
49
1. Van de jeugdigen in de doelgroep(en) ontwikkelproblematiek en Ernstig Meervoudige Beperking stroomt elkaar kalenderjaar 10% minder door naar andere (sub)segmenten ten opzichte van het voorliggend jaar. 2. Vanaf 2023 stroomt elk kalenderjaar 10% van de jeugdigen meer uit, ten opzichte van het voorliggend jaar, naar regulier of speciaal onderwijs zonder aanvullende ondersteuning. 3. Met ingang van 2025 stroomt 95% van de jeugdigen met ontwikkelproblematiek op uiterlijk in hun vijfde levensjaar uit naar onderwijs. 4. De kinderopvang, consultatiebureaus en verwijzers beoordelen de kennisoverdracht van de aanbieders om de signalen voor (mogelijke) benodigde voorschoolse hulpverlening eenvoudiger te herkennen met gemiddeld een 8. 5. Er is een volledig passend aanbod voor kinderen met een ernstige meervoudige beperking. 6. Met ingang van 2022 stromen alle jeugdigen die op grond van het afsprakenkader in de Wet langdurige zorg thuishoren, tussen de 5-7 jaar door naar de Wlz-gefinancierde zorg. 7. Met ingang van 2022 stromen alle jeugdigen die niet in de Wlz thuishoren vanaf 5 jaar uit naar een vorm van passend onderwijs met of zonder aanvullende hulpverlening. Terug naar school 8. Vanaf 2024 is minimaal 90% van alle jongeren niet langer dan zeven maanden in een vorm van dagbehandeling. 9.