Compensatieplan Nieuw Bergen
Tekst van het document
De historische weg vanuit Bergen naar de hoge gronden is de Kerkstraat die zich ter hoogte van Bergen in een tweesprong splitste, de Lindenlaan. Beide straten hebben kenmerkende laanbeplanting van linden. De Daem van Kekenstraat naar het centrum van NieuwBergen is pas in de jaren 1970 aangelegd in het verlengde van de Kerkstraat. De weg naar de zorgboerderij De Vlammert is een relict van het oude zandpad, de zogenaamde steilrandroute, op de steilrand (Daem van Kekenstraat) die doorloopt ten zuiden van de Kerkstraat. Aan het zandpad staan nog een aantal markante oude eiken overgebleven van de historische laanbeplanting. Langs het bestaande dijktracé ter hoogte van Nieuw Bergen (Rijksweg 2) ligt een voormalige tramhalte van de Maasbuurtspoorweg die is aangewezen als gemeentelijk monument. Ten noorden van Nieuw Bergen ligt het buurtschap Heukelom, dat is ontstaan op een hoge rug in het rivierdal die tegen de N271 aanligt. Het verdwijnen enkele oude eiken langs de onverharde weg ten noorden en zuiden van de Kerkstraat (Daem van Kekenstraat; dijkvak 3) heeft een negatief effect op de historische laanbeplanting. Een deel van de gronden rondom de dijk zijn tijdelijk benodigd als werkstrook voor de aanleg van de dijk. Voor de werkstroken moeten bomen en beplantingen worden gekapt.
In dijkvak 3 zijn dit bomen die onderdeel uitmaken van de historische laanbeplanting langs de onverharde weg ten noorden en zuiden van de (Kerkstraat) Daem van Kekenstraat. In dijkvak 6 betreft het enkele bomen langs de Heukelomsestraat, ook een historische structuur.
24
HWBP Noordelijke Maasvallei
Reliëf Zilvergroene natuurzone en Bronsgroene landschapszone Het landschap bij Nieuw Bergen wordt gekenmerkt door een breed open laagterras langs de Maas. Door het laagterras tussen het buurtschap Heukelom en de kern van Bergen stroomt de Heukelomsebeek. Het dorp Bergen is gesitueerd op een hoger gelegen rivierduin. Het overgangslandschap tussen de Maas en De Maasduinen wordt gevormd door het middenterras. Op de overgang naar het middenterras bevinden zich steilranden. Het dorp Nieuw Bergen en de Rijksweg N271 bevinden zich op het middenterras. Ten noorden van Nieuw Bergen ligt het buurtschap Heukelom, dat is ontstaan op een hoge rug in het rivierdal die tegen de weg N271 aanligt. De vele gradiënten, door de aanwezigheid van oude geulen, maar vooral het hoogteverschil loodrecht op de beek en de lage beek naar de verder weg gelegen gronden vormen een belangrijke kwaliteit van het beekdallandschap. Een groot deel van het plangebied rond Nieuw Bergen is aangewezen als aardkundig waardevol gebied van internationaal belang. Door agrarisch gebruik zijn de locaties al geëgaliseerd. Hierdoor worden geen negatieve effecten verwacht op aardkundige waarden en de kernkwaliteit het reliëf van de zilvergroene natuurzone en bronsgroene landschapszone.
25
HWBP Noordelijke Maasvallei
3.4 Conclusie compensatieopgave Voor de dijkversterkingsopgave bij Nieuw Bergen worden als gevolg van het permanente en tijdelijke ruimtebeslag 223 bomen en circa 0.65 (6.495 m2) hectare aan houtopstanden gekapt. Compensatie opgave APV/BB Van deze totalen vallen 160 bomen en circa 0.65 (6.495 m2) aan houtopstanden onder het regime van Bestemmingsplan Buitengebied/Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente Bergen en moeten worden gecompenseerd. Tabel 5: Compensatieopgave APV/BB
Aantal Bomen
160 st.
Houtopstanden
6.495 m2
Compensatieopgave Wet Natuur Bescherming Van deze totalen vallen 119 bomen en circa 0.439 ha (4.325 m)2 aan houtopstanden onder het regime van de Wet natuurbescherming. Ook hiervoor geldt een compensatieverplichting. Voor alle van deze houtopstanden geldt dat ze ook vallen onder het regime van Bestemmingsplan Buitengebied en de APV van de gemeente Bergen. Voor deze bomen en houtopstanden moet zowel een kapmelding worden gedaan bij het bevoegd gezag (Provincie) als een Omgevingsvergunning worden aangevraagd bij de gemeente Bergen. Waar sprake is van een dubbel regime worden de bomen in het compensatieplan één keer gecompenseerd. Tabel 6: Compensatieopgave WnB
Aantal Bomen
119 st.
Houtopstanden
4.325 m2
Vanuit de Wet natuurbescherming – beschermde soorten zijn effecten op verschillende vleermuissoorten niet uit te sluiten en dienen compenserende en mitigerende maatregelen genomen te worden. Ruimtelijke maatregelen zijn bepaald met het opstellen van het Activiteitenplan in het kader van ontheffing Wnb. Voor het overtreden van de Wet natuurbescherming dient een ontheffing aangevraagd te worden. Tevens dienen compenserende maatregelen genomen te worden.
26
HWBP Noordelijke Maasvallei
Compensatie opgave Goudgroene natuurzone Er vindt ruimtebeslag plaats op gebied van de Goudgroene natuurzone, dat moet worden gecompenseerd. Compensatie vindt financieel plaats op basis van de te compenseren oppervlakken benoemd in Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.6. Er wordt hiervoor daarom in het compensatieplan geen compensatiegebied beschreven. De provincie stelt jaarlijks een geïndexeerd normbedrag vast op basis waarvan de totale financiële compensatieopgave berekend wordt. Tabel 7: Totale ruimtebeslag van de dijk op Goudgroene natuurzone, incl. toeslagfactor en taakstellende compensatieopgave NNN
Code
NNN-beheertype
Oppervlak (m2) 16800
Kwaliteitstoe slag 33%
Compensatieop gave (m2) 22343
Goudgro en
N12. 02 N12. 03 N15. 02 N16. 03 N00. 01
Kruiden- en faunarijk grasland Glanshaverhooiland
603
33%
802
Dennen-, eiken- en beukenbos Droog bos met productie
141
66%
235
12
66%
20
Gerealiseerde areaaluitbreiding natuur
9328
0%
9328
Totaal
26.884
32.728
Compensatieopgave zilvergroene natuurzone en bronsgroene landschapszone Er is sprake van een compensatieopgave op grond van aantasting van de kernkwaliteit het groene karakter en het visueel ruimtelijke karakter in dijkvak 2,3 en 6 cultuurhistorisch erfgoed in dijkvak 5 en 6. De bomen en houtopstanden die bijdragen aan het zilver- en bronsgroene karakter zijn tevens compensatieplichtig op grond van de Wet natuurbescherming en Bestemmingsplan Buitengebied/ Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Bergen. De bomen worden teruggeplant nabij het gebied dat ze worden gekapt en herstellen daarmee de aangetaste karakteristieken. In geval van dubbel vigerend beleid dan is het uitgangspunt dat wordt volstaan met één vorm van compensatie, waarmee wordt voldaan aan de eisen uit beide regimes. Voor de zilvergroene natuurzone en bronsgrone landschapszone dient het volgende te worden gecompenseerd: Tabel 8: Compensatieopgave Zilvergroene natuurzone
Kernkwaliteiten Zilvergroene natuurzone Cultuurhistorisch erfgoed
Compenseren negatieve effecten van de te kappen bomen die de Heukelomsestraat, de historische wegenstructuur in dijkvak 5 en 6, begeleiden
Tabel 9: Compensatieopgave Bronsgroene landschapszone
Kernkwaliteiten Bronsgroene landschapszone Visueel-
Compenseren beperkt negatief effect van de dijkversterking op het zicht op- en
ruimtelijke
beleving van het laagterras vanaf de Lindenlaan in dijkvak 2 en het zicht op het
karakter
rivierdal van de Maas in dijkvak 3 en dijkvak 6.
Cultuurhistorisch
Compenseren negatief effect op de historische laanbeplanting langs de
erfgoed
onverharde weg ten noorden en zuiden van de Kerkstraat in dijkvak 3.
27
HWBP Noordelijke Maasvallei
4 Compensatieplan Om te komen tot een passende integrale invulling van de voorgenoemde compensatieopgave zijn gesprekken gevoerd met de gemeente Bergen, de Provincie Limburg en Rijkswaterstaat (in verband met mogelijke compensatie op buitendijkse percelen). De effecten van het ruimtebeslag van de dijkversterking op de natuurbeheertypen van de Goudgroene natuurzone (Natuurnetwerk Nederland) worden, conform provinciaal beleid, financieel gecompenseerd. Waterschap Limburg, Provincie Limburg en Gemeente Bergen hebben in goed overleg gekozen voor een gezamenlijke en integrale invulling van de vereiste compensatie. Onder meer de volgende principes zijn gehanteerd: lokaal compenseren van nadelige effecten op natuur, bomen en houtopstanden waarbij zoveel mogelijk wordt aangehaakt op de landschappelijke visie en wensen van de betreffende gemeente, en waarbij instandhouding van de landschappelijke kernkwaliteiten (groene karakter, visueel ruimtelijk karakter, cultuurhistorisch erfgoed en reliëf) binnen de beschikbare mogelijkheden wordt nagestreefd. Er zal geen stapeling van compensatiemaatregelen plaatsvinden: de compensatie vanuit de verschillende beleidsregels mag overlappen mits daarmee aan de verschillende beleidsregels individueel is voldaan.
Uitgangspunt hierbij is dat in de eerste plaats de totale financiële compensatieverplichting vanuit de Goudgroene natuurzone, inclusief de van toepassing zijnde kwaliteitstoeslag (66% in dit geval voor Dennen-, eiken- en beukenbos), wordt bepaald. Op deze financiële compensatie worden de kosten van
de herplant, als gevolg van de te compenseren oppervlakte Wnb houtopstanden/APV/BB welke samenvalt met de Goudgroene natuurzone, in mindering gebracht. De oppervlakten in de samenvattende tabel zijn de daadwerkelijke oppervlaktes die gekapt en teruggeplant worden, dus zonder toeslag. De compensatie die voor beschermde soorten in het kader van de Wet natuurbescherming aan de orde is (in dit geval vleermuizen) en waaraan met ruimtelijke maatregelen invulling wordt gegeven, is eveneens in voorliggend compensatieplan meegenomen. Deze maatregelen zijn nader uitgewerkt in het Activiteitenplan. Dit hoofdstuk heeft tot doel inzicht te geven in de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de compensatieopgave van de dijkversterking voor het dijktraject Nieuw Bergen en maakt integraal onderdeel uit van het inrichtingsplan.
28
HWBP Noordelijke Maasvallei
4.1 Invulling compensatieplan Naast het gedegen inpassen van de nieuwe dijk is de ambitie om kernkwaliteiten te versterken door knelpunten op te lossen en (meekoppel-)kansen te benutten. De leidende principes (uit Ruimtelijke Kwaliteit Noordelijke Maasvallei - Visie & Leidende Principes, 2017) zijn als een leidraad gehanteerd om met elkaar vast te stellen van welke specifieke kwaliteiten sprake is en hoe deze te vertalen naar onder andere de ambities voor het compensatieplan van Nieuw Bergen. Op meerdere plekken loopt het dijktracé parallel aan een bestaande, beeldbepalende boomstructuur en op enkele plekken kruist het dijktracé een landschappelijke structuur. Het dijktype en de ligging van de dijk is, daar waar mogelijk, afgestemd op het behoud van karakteristieke en waardevolle (beplantings-) structuren en kwaliteiten. Het gaat daarbij met name om de structuren van de N271, de steilrand, Heukelomsebeek en Heukelomsestraat en het inpassen van de steenfabriek. Veel van deze structuren functioneren tevens als vleermuisroute. Op die plekken wordt landschapsherstel en versterking gecombineerd met herstel en het creeren van essentiele vliegroutes en fourageergebieden voor de vleermuizen. Het ontwerpprincipe voor compensatie van beplanting en (kern)kwaliteiten is om 1.
de compensatie zoveel mogelijk in te zetten op die plekken waar de aantasting van de waarden plaatsvindt;
2.
daarmee samenhangende landschappelijke structuren en kernkwaliteiten te herstellen of te versterken. Rekening houdend met de (zicht)relatie en recreatieve toegang tot het Maasdal.
De compensatie wordt op de volgende manier gerealiseerd (zie figuur 4 op de volgende pagina en uitsnedes): •
Steenfabriek: herstellen vleermuisroute en inpassen van de steenfabriek. Vanuit het noorden komend kan men onder de stammen de dijk zien en passen de kronen het terrein van de steenfabriek in.
•
Versterken wegbeplanting en daarmee de historische structuur langs de Heukelomsestraat.
•
Inpassen landschapselement van de poel en herstellen vleermuisroute bij Heukelom. Hier wordt de historische structuur benadrukt door op het stukje voormalige wegenstructuur een wandelroute te maken met een zitplek (bestaand bankje wordt verplaatst).
•
Versterken steilrand met beplanting met behoud en versterken doorzichten vanaf de N271 op het Maasdal.
•
Versterken kop van de Lindenlaan als dorpsentree door dubbele bomenrij. Hier wordt een nieuwe zitplek gemaakt gekoppeld aan de steilrandroute, met uitzicht op het Maasdal en de kerk van Bergen.
•
Versterken kleinschalig karakter en vleermuisroutes ten zuiden van de Lindenlaan.
•
Dijkkruinen zoveel mogelijk openbaar om de beleving en toegankelijkheid van het gebied te vergroten.
•
Herstellen erfbeplanting bij de boerderijen. Deze bomen vallen buiten het compensatieplan en behoren bij landschappelijke inpassing en herstel van erven. De uiteindelijke invulling hangt samen met de wensen van de betreffende eigenaar.
Op de volgende pagina’s zijn de locaties en aantallen van de beplantingen weergegeven. Nadere uitwerking van de beplanting is opgenomen in het Inrichtingsplan Nieuw Bergen 30-10-2020 en het Activiteitenplan 30-10-2020.
29
HWBP Noordelijke Maasvallei
Figuur 5: Overzicht compensatieplan
In totaal worden ter compensatie 242 bomen geplant en 2.955 m2 onderbegroeiing. Teruggeplant tbv vleermuizen
Terugplanten tbv inpassing
Totaal
129 bomen
113 bomen
242 bomen nieuw
2.955 m2 onderbegroeiing 30
2.955 m2 onderbegroeiing
HWBP Noordelijke Maasvallei
Compensatie rond Steenfabriek Ten behoeve van herstel vliegroutes en foerageergebied vleermuizen (rode stippelijn en icoon vleermuis) worden de volgende beplanting geplant: •
Bomen na de werkzaamheden: 13
•
Onderbegroeiing: 438 m2
Ten behoeve van aanvullende landschappelijke inpassing en herstel (kern)kwaliteiten): •
Erfbeplanting (nader te bepalen iom grondeigenaren);
•
32 bomen.
Figuur 6: Uitsnede compensatie Steenfabriek
31
HWBP Noordelijke Maasvallei
Compensatie rond Heukelom Ten behoeve van herstel vliegroutes en foerageergebied vleermuizen worden de volgende beplanting geplant: •
Bomen voor de werkzaamheden: 13
•
Bomen na de werkzaamheden: 10
•
Onderbegroeiing: 708 m2
In dit deel van het plangebied worden de bomen en onderbegroeiing zo dicht mogelijk bij de dijk gezet om het gat tussen de beplanting zo klein mogelijk te maken. Bestaande beplanting en de poel maken onderdeel uit van de route en het foerageergebied. Ten behoeve van aanvullende landschappelijke inpassing en herstel (kern)kwaliteiten: •
Wandelpad op historische route en zitplek bij de poel
•
Erfbeplanting (nader te bepalen iom grondeigenaren)
•
24 bomen langs de Heukelomsestraat herstellen en verstreken de historische structuur te versterken.
Figuur 7: Uitsnede compensatie rond Heukelom
32
HWBP Noordelijke Maasvallei
Compensatie langs steilrandroute Ten behoeve van landschappelijke inpassing en herstel (kern)kwaliteiten: •
26 bomen om de steilrand te versteken en om op langere termijn karakteristieke steilrand beplanting te hebben als de oude eiken uitvallen. Plaatsing rekening houden met doorzichten op Maasdal;
Figuur 8: Uitsnede compensatie steilrandroute
33
HWBP Noordelijke Maasvallei
Compensatie Lindenlaan Ten behoeve van herstel vliegroutes en foerageergebied vleermuizen worden de volgende beplanting geplant: •
Bomen voor de werkzaamheden: 52
•
Bomen na de werkzaamheden: 41
•
Onderbegroeiing: 1.808 m2
Ten behoeve van aanvullende landschappelijke inpassing en herstel (kern)kwaliteiten: • •
Zitplek langs steilrandroute + dijktrappen vanuit Lindelaan) 19 bomen tbv het accentueren van ‘de kop van de Lindenlaan’ als dorpsentree. (de kop wordt door 20 bomen geaccentueerd, waarvan 1 boom valt onder herstel
vleermuisroute) •
12 bomen bij de Lindenlaan aan de kant van de ovonde, om structuur en inpassing te bieden aan de verkeerskundige oplossingen.
Figuur 9: Uitsnede compensatie Lindenlaan
34
HWBP Noordelijke Maasvallei
4.2 Samenvatting compensatie houtopstanden Opgave en invulling compensatie houtopstanden Gemeente Bergen Bomen
bosplantsoen/struiken
Compensatie: Nieuw te planten houtopstanden inrichtingsplan
242 bomen
2.955 m²
Totaal in m² + 13.603 m²
Opgave: Te kappen houtopstanden APV/BB (Permanent en tijdelijk) Totaal
160 bomen
6.495 m²
-13.535 m²
+ 86 m²
Opgave en invulling compensatie houtopstanden Provincie Limburg Bomen*
bosplantsoen/struiken
Totaal in m²
Compensatie: 211 2.955 m² + 12.239 m² Nieuw te planten bomen* houtopstanden inrichtingsplan Opgave: 119 4.325 m² -9.561 m² Te kappen houtopstanden bomen APV/BB (Permanent en tijdelijk) Totaal + 2.678 m² (*31 nieuwe bomen ter hoogte van de Lindenlaan, vallen binnen bebouwde kom en zijn buiten beschouwing gelaten bij deze herplant)
35
HWBP Noordelijke Maasvallei
4.3 Beplantingssoorten De beplantingsoorten die ten behoeve van de fysieke compensatie worden toegepast zijn inheemse soorten die aansluiten bij de plaatselijk aanwezige ecologische condities en die geschikt zijn voor vleermuizen t.b.v. foerageren (insecten). Het beplantingsvoorstel is op hoofdlijnen uitgewerkt in het integrale inrichtingsplan. Uitgangspunten voor de soortkeuze zijn: •
Toepassen van inheemse soorten;
•
Kwetsbaarheid ziektes voorkomen door toepassen meerdere soorten;
•
Vergroten biodiversiteit;
•
Iep en es: alleen toepassen resistente soorten;
•
Voor foerageren van vleermuizen, zoveel mogelijk struiken met bloemen, stevig genoeg om bestand te zijn tegen plaatselijk windcondities.
De volgende soorten worden in toegepast: Bomen: •
Zomer en wintereik (beperkt ikv eikenprocessierups);
•
Beuk;
•
Iep;
•
es ( soort die vrij is van essentakziekte);
•
linde/esdoorn;
•
populier;
•
wilg (vochtiger plekken)
•
zachte berk (vochtiger plekken)
Struiken •
Meidoorn;
•
Hazelaar;
•
Sleedoorn;
•
Hop;
•
Egelantier;
•
Gelderse roos;
•
Veldesdoorn;
•
Rode kornoelje;
•
Kardinaalsmuts.
In het inrichtingsplan is dit nader uitgewerkt.
36
HWBP Noordelijke Maasvallei
4.4 Aanleg, beheer en onderhoud Voor de aanleg van bomen gelden de volgende uitgangspunten: ▪
Groeiplaatsen en verankering (ondergronds en bovengronds) van bomen aanleggen conform Handboek Bomen (Norminstituut Bomen), laatste gewijzigde versie.
▪
Er dient 3 jaar nazorg en garantie gegeven te worden aan nieuwe bomen, inclusief watergeven, begeleiding snoei, grondverbetering en controleren verankering.
▪
Aannemer garandeert gedurende een periode van 24 maanden na datum van oplevering dat de door hem aangebrachte groeivoorzieningen nog vitaal zijn. Tot het garant staan behoort tevens eventueel inboet.
Uitgangspunt voor groeiplaatsverbetering en boompalen zijn de eisen uit het Handboek Bomen (2014). Voor alle bomen wordt uitgegaan van 2 boompalen per boom met een paaldiameter van ca. 6–10 cm. Bij 2 boompalen staan de boompalen ‘haaks’ op de heersende windrichting. De bomen worden in een ventilerende wortelzak aangeleverd om verdrogen te voorkomen. De palen worden ook gebruikt om de watergeefranden te bevestigen. In de watergeefplek zorgt een kokosschijf dat er geen onkruidvorming tegen de stam kan ontwikkelen. Onderdeel van de aanplant vormen het verwijderen en afvoeren van de grasmat en het maken en verbeteren van de plantgaten van de bomen, van 8 m3 per groeiplaats. Struiken worden in dubbele rijen en drehoeksverband geplant. Eisen beplanting Onder het planten wordt verstaan: ▪
Het uitzetten van de plantlocatie(s);
▪
Het controleren van de plantlocatie inclusief de bodemzuurstofhuishouding en grondwaterstand;
▪
Het graven van het plantgat;
▪
Toepassen grondverbetering van 8 m3 per groeiplaats bij bomen (afstemmen op uitkomsten controle plantlocatie en rekening houden met wortels bestaande beplanting).
▪
Het transporteren van het plantmateriaal naar de plantlocatie;
▪
Het lossen en verwerken van het plantmateriaal op de plantlocatie;
▪
Het leveren en plaatsen van voorgeschreven aanvullende voorzieningen (watergeefsysteem bomen);
▪
Het planten (plaatsen) en verankeren van de boom;
▪
Het afwerken van de plantplaats, inclusief afvoer en verwerken van vrijkomende materialen (Handboek Bomen 2014).
37
HWBP Noordelijke Maasvallei
4.5 Eigendommen en rivierkundige effecten Eigendom Compensatie wordt in eerste instantie op gronden van gemeente, waterschap, provincie of natuurorganisaties gerealiseerd. Daar waar het particulier eigendom betreft vindt momenteel nadere afstemming plaats. Rivierkundige effecten De rivierkundige effecten van het compensatieplan zijn beperkt. Rivierkundig uitgangspunt voor het compensatieplan is dat buitendijks te kappen bomen en houtopstanden zo veel mogelijk op dezelfde locatie, of daar zo dicht mogelijk bij in de buurt, worden teruggebracht om introductie van nieuw of andere rivierkundige effecten te voorkomen, dan wel te beperken. Aanvullend wordt bij het buitendijks planten van bomen en houtopstanden rekening gehouden met de afstand tot het zomerbed van de Maas, stroombanen van de Maas en maaiveldhoogte van de uiterwaarde. Ofschoon het buitendijkse deel van de compensatie grotendeels voorzien is in rivierbed dat door de Beleidslijn grote rivieren (Bgr) is aangemerkt als stroomvoerend, is ook het bergend volume van bomen en houtopstanden beschouwd. Enerzijds wordt bergend volume gecreëerd doordat bomen en houtopstanden worden gekapt, anderzijds nemen nieuw aan te planten bomen en houtopstanden bergend volume in.
De verwachting op basis van de huidige compensatieopgave (zonder restopgave gemeentelijke beschermingsregimes) is dat beide volumes grotendeels tegen elkaar wegvallen, waardoor compensatie zonder significant verlies aan bergend volume mogelijk is.
38
HWBP Noordelijke Maasvallei
Bijlage 1 Te kappen beplanting
39
HWBP Noordelijke Maasvallei
40
HWBP Noordelijke Maasvallei
41
HWBP Noordelijke Maasvallei
42
HWBP Noordelijke Maasvallei
Bijlage 2 Beplantingslijsten te kappen
43
HWBP Noordelijke Maasvallei
Bijlage 3 Natuurzones
44
HWBP Noordelijke Maasvallei
45