CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Compensatieplan Nieuw Bergen

Gemeenteraad 9 februari 2021, gemeente BergenBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen op aanvraag van het waterschap over de dijkversterking Nieuw Bergen;11.503 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

PP.DR57.18.006 Compensatieplan Nieuw Bergen Hoogwaterbeschermingsprogramma Noordelijke Maasvallei

Datum: 30-10-2020

In opdracht van

Kenmerk (SP): 357052826-4017 Versienummer: 1.0 Status: 90% t van:

HWBP Noordelijke Maasvallei

INHOUDSOPGAVE Samenvatting ................................................................................................................... 3 1

2

3

Inleiding....................................................................................................................... 5 1.1

Aanleiding en doel .................................................................................................. 5

1.2

Plangebied ............................................................................................................ 5

1.3

Samenvatting ingepast VKA ..................................................................................... 7

1.4

Leeswijzer ............................................................................................................. 8

Optimalisatie uitgangspunten en motivatie ........................................................................ 9 2.1

Optimalisatie uitgangspunten ................................................................................... 9

2.2

Motivatie beschermende waarden bestemmingsplan Bergen........................................ 10

2.2.1

Inleiding ...................................................................................................... 10

2.2.2

Maatschappelijk belang hoogwaterveiligheid ...................................................... 10

2.2.3

Aanlegstelsel bestemmingsplan Buitengebied .................................................... 12

2.2.4

Bestaande kwaliteiten als basis voor het tracé ................................................... 14

2.2.5

Terugbrengen en versterken van kwaliteiten...................................................... 14

2.2.6

Conclusie ..................................................................................................... 15

Effecten en compensatieopgave ..................................................................................... 16 3.1

Bestemmingsplan Buitengebied en APV gemeente Bergen .......................................... 16

3.2

Wet natuurbescherming Natura 2000, beschermde soorten en houtopstanden ............... 17

3.3

Provinciaal Omgevingsplan Limburg ........................................................................ 19

3.3.1

Goudgroene natuurzone ................................................................................. 19

3.3.2

Zilvergroene natuurzone & Bronsgroene landschapszone ..................................... 21

3.4 4

Conclusie compensatieopgave ................................................................................ 26

Compensatieplan ......................................................................................................... 28 4.1

Invulling compensatieplan ..................................................................................... 29

4.2

Samenvatting compensatie houtopstanden ............................................................... 35

4.3

Beplantingssoorten ............................................................................................... 36

4.4

Aanleg, beheer en onderhoud ................................................................................. 37

4.5

Eigendommen en rivierkundige effecten ................................................................... 38

Bijlage 1 Te kappen beplanting ............................................................................................. 39 Bijlage 2 Beplantingslijsten te kappen .................................................................................... 43 Bijlage 3 Natuurzones ......................................................................................................... 44

2

HWBP Noordelijke Maasvallei

Samenvatting Dijkversterking Nieuw Bergen - Overzicht invulling compensatieopgave (permanent en tijdelijk ruimtebeslag)

Beleidskader

Compensatieopgave

Invulling compensatie

Bestemmingsplan

160* bomen en circa 0,65 ha (6.495 m2)

Fysiek/Financieel

Buitengebied

aan houtopstanden.

(BB)/Algemene Plaatselijke Verordening

Hiervan valt 153.6 m2 aan houtopstanden

(APV)

BB/ APV binnen de Goudgroene natuurzone. Dit is exclusief de toeslag.

Wet natuurbescherming

119 bomen en circa 0.43 ha (4.325 m2)

houtopstanden (WNB)

aan houtopstanden.

Fysiek

Hiervan valt 153.6 m2 aan houtopstanden Wnb gelijktijdig binnen de Goudgroene natuurzone. Dit is exclusief de geldende toeslag. Op alle bomen en houtopstanden is gelijktijdig de gemeentelijke APV/ BB van toepassing. Goudgroene natuurzone

N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland: 12.347m2 (p) 4.453 m2 (t)** N12.03 Glanshaverhooiland: 269 m2 (p) 334 m2 (t) N15.02 Dennen-, eiken-, en beukenbos: 141 m2 (p) N16.03 Droog bos met productie: 12 m2 (p) N00.01 Gerealiseerde areaaluitbreiding natuur: 5.985 m2 (p) 3.343 (t) Dit is exclusief de geldende toeslag.

3

Financieel

HWBP Noordelijke Maasvallei

Beleidskader Zilvergroene natuurzone

Compensatieopgave •

Cultuurhistorisch erfgoed:

Invulling compensatie Fysiek

Bomen langs de historische structuur van de

De structuur van de Heukelomsestraat wordt

Heukelomsestraat.

hersteld en versterkt met nieuwe bomen,

Op al deze bomen en

zodat de historische verbinding/bomenlaan

houtopstanden rust reeds een

benadrukt en verbeterd wordt.

compensatieopgave vanuit de gemeentelijke APV/BB en/of de WNB.

•

Groene karakter:

Bronsgroene

Op al deze bomen en

landschapszone

houtopstanden binnen deze zone

Fysiek

rust reeds een compensatieopgave vanuit de WNB of de gemeentelijke APV/BB Ter hoogte van de kop van de Lindenlaan •

•

Visueel-ruimtelijk karakter:

wordt een zitplek op/bij de dijk gecreëerd,

compenseren beperkt negatief

vanaf waar men het Maasdal kan ervaren.

effect op het zicht op en beleving

Vanaf de Lindenlaan betreft het met name

van het laagterras vanaf de

afname van zicht vanuit de woningen. De

Lindenlaan in dijkvak 2 en het

dijk wordt indien mogelijk op delen

zicht op het rivierdal van de

opgesteld, vanaf waar men het Maasdal kan

Maas in dijkvak 3.

ervaren.

Cultuurhistorisch erfgoed:

Op deze plekken wordt, buiten het

dijkvak 3, compenseren negatief

dijkprofiel, nieuwe beplanting aangebracht.

effect op het verdwijnen van de

Tevens wordt ter compensatie de

historische laanbeplanting langs

steilrandbeplanting verder aangevuld ten

de onverharde weg ten noorden

opzichte van de huidige situatie.

en zuiden van de Kerkstraat (ter hoogte van de steilrand) Wet natuurbescherming

•

Vleermuizen: vernietiging

Natura 2000 en

foerageergebied en vliegroutes in

beschermde soorten

dijkvak 2,3, 5 en 7

Fysiek

*63 bomen (van de 223) vallen onder de nieuwe vrijstelling die in de gewijzigde APV 2019, art. 4.11 lid 4, is opgenomen, deze maken dan ook geen onderdeel uit van bovenstaande tabel.

** p=permanent, t =tijdelijk Voor alle te kappen bomen en houtopstanden BB/APV/WNB geldt dat zowel bomen die binnen permanent als tijdelijk ruimtebeslag vallen worden gecompenseerd. Ook als later tijdens de uitvoering blijkt dat de aannemer bomen binnen tijdelijk ruimtebeslag kan handhaven. Voor de compensatie wordt dus uitgegaan van worst case, zodat er altijd in voldoende mate wordt gecompenseerd. De aannemer krijgt wel de opdracht om binnen tijdelijk ruimtebeslag zoveel mogelijk bomen te behouden.

4

HWBP Noordelijke Maasvallei

1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel Dijktraject Nieuw Bergen is een van de dijktrajecten die versterkt dient te worden in het HWBP Noordelijke Maasvallei. Het huidige dijktraject betreft een groene kering die in 1996 is aangelegd in het kader van het Deltaplan Grote Rivieren. De kering is 1831 meter lang en afgekeurd op hoogte. Met ingang van de nieuwe normering is voor deze kering een signaleringsnorm van 1/300e per jaar van kracht, met een bijbehorende ondergrens van 1/100e per jaar (Ministerie van Infrastructuur en Milieu, 20161). De opgave voor dit dijktraject is een benodigde kruinhoogte (ontwerphoogte) van circa NAP + 15 t/m 15,6 voor de komende 25 jaar. De aanleghoogte2 is beperkt hoger dan de ontwerphoogte. Om de dijkversterking te mogen uitvoeren moet een aantal wettelijke procedures worden doorlopen. De belangrijkste hiervan is de vaststelling van het projectplan Waterwet. Het projectplan Waterwet is een besluit van het waterschap en legt vast op welke wijze de kering wordt versterkt, welke effecten worden verwacht, welke maatregelen worden genomen om negatieve gevolgen zoveel mogelijk te beperken en welke inpassingsmaatregelen worden genomen. Ten behoeve van de dijkversterking worden bomen en houtopstanden gekapt. Tevens kan de dijkversterking andere landschappelijke of natuureffecten tot gevolg hebben.

In opdracht van Waterschap Limburg heeft deze rapportage tot doel inzicht te geven in de effecten van de dijkversterking op de natuur- en landschapswaarden en bijbehorende compensatieopgave. Het waterschap acht het wenselijk om op integrale wijze invulling te geven aan de compensatieopgave. Voorliggend rapport bevat daartoe een compensatieplan, dat inzicht geeft in de ruimtelijke maatregelen die nodig zijn om aan de totale compensatieopgave te voldoen. Dit compensatieplan is in nauw overleg met de bevoegde gezagen (gemeente en provincie) opgesteld.

1.2 Plangebied Het plangebied van de dijkversterking bevindt zich binnen het grondgebied van de gemeente Bergen. De woonkern die gelegen is in het plangebied is Nieuw Bergen, aangevuld met het buurtschap Heukelom. De belangrijkste landschappelijke dragers van dit gebied zijn de Maas, de Heukelomsebeek en de maasterrassen. De Heukelomsebeek is gelegen in het buitendijks gebied tussen de kernen van Bergen en Nieuw Bergen en mondt uit in de Maas ter hoogte van het buurtschap Heukelom. Op dit moment kent het dijktraject van Nieuw Bergen 1,8 kilometer kering welke bestaat uit een dijk, nooddijken en tijdelijk maatwerk. Het dijktraject kan op basis van landschappelijke overwegingen worden opgedeeld in drie deelgebieden. De deelgebieden zijn: ▪

Deelgebied 1: Nieuw Bergen (dijkvak 1, 2 en 3);

▪

Deelgebied 2: Verbinding Nieuw Bergen – Heukelom (dijkvak 4);

▪

Deelgebied 3: Heukelom (dijkvak 5, 6, 7, 8).

De deelgebieden zelf zijn weer ingedeeld in dijkvakken. Deze dijkvakken zijn gekozen op basis van technische ontwerpprincipes. Het dijktraject is opgedeeld in 8 dijkvakken (Figuur 1).

1 Inmiddels is dit het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat 2 De aanleghoogte betreft de maximale hoogte waarop de aannemer het dijklichaam mag opleveren.

5

HWBP Noordelijke Maasvallei

Figuur 1: Ligging van het normtraject 57-1 Nieuw Bergen met dijkvakken

6

HWBP Noordelijke Maasvallei

De aanpassingen van het dijktraject Nieuw Bergen bestaan met name uit het aanleggen van nieuw tracé en het versterken of terugleggen van het huidige dijktracé. Ook wordt er aansluiting gezocht bij hoge grond. Voor een uitgebreide beschrijving van het ingepaste VKA wordt verwezen naar het projectplan Waterwet. Naast het permanente ruimtebeslag voor de dijkversterking is tijdelijk ruimtebeslag nodig ten behoeve van de uitvoeringswerkzaamheden. Er is een inschatting gemaakt van het tijdelijke ruimtebeslag. Deze inschatting is meegenomen in voorliggend compensatieplan, om de effecten van de dijkversterking op landschappelijke en natuurlijke waarden van de dijkversterking zo compleet mogelijk weer te geven en integraal te compenseren.

1.3 Samenvatting ingepast VKA Het referentieontwerp van de dijk betreft een groene kering met een kruinhoogte (ontwerphoogte) variërend over het dijktraject van NAP +15,0 meter tot en met NAP +15,6 meter. Daarbij wordt een standaard kruinbreedte van circa 4,5 meter toegepast om beheer- en onderhoud van het dijklichaam mogelijk te maken. De taluds hebben buitenwaarts een helling van circa 1:3 en binnenwaarts een helling van 1:3.5, waarbij overwogen kan worden een verticale maatregel in de binnenteen te plaatsen voor stabiliteit en piping. De maximale ontwerphoogte bedraagt NAP +15,6 meter waar de constructie in dijkvak 7 bij de steenfabriek wordt toegepast.

Figuur 2: Ingepast VKA (indicatief), huidige ligging kering in groen

7

HWBP Noordelijke Maasvallei

Dijkvak 1 betreft een nieuw stuk dijktracé waar de aansluiting op hoge grond wordt gemaakt door de N271 op te hogen. De ontwerphoogte bedraagt NAP + 15,3 meter. De ophoging van de N271 wordt doorgezet in dijkvak 2 waarna de kering in dijkvak 2 grotendeels buitenwaarts verlegd wordt ten opzichte van de bestaande kering zodat de bomen bij de Lindenlaan behouden kunnen blijven. De ontwerphoogte bedraagt hier NAP +15,3 meter. Bij de kop van de Lindenlaan gaat de kering over in dijkvak 3. In dijkvak 3 volgt de groene kering het huidige dijktracé totdat de kering parallel gaat lopen aan de N271. De ontwerphoogte van dijkvak 3 bedraagt NAP +15,3 meter. Het eerste deel van het dijkvak 4 bestaat uit een groene kering welke om tramhalte de Potterie heen ligt. Vervolgens gaat het dijklichaam over in een tuimelkade langs de westzijde van de N271. Op deze wijze kan de aanwezige laanbeplanting behouden blijven. De ontwerphoogte van de kering in dit dijkvak bedraagt NAP +15,3 meter. Dit betekent afhankelijk van de locatie een ophoging van circa 1,5 tot 3,5 meter. Een deel van de N271, vanaf industrieterrein de ‘Flammert’, wordt niet versterkt. Het huidige grondlichaam geeft de komende 25 jaar voldoende veiligheid.

Dit deel gaat wel onderdeel uitmaken van de primaire waterkering en wordt toegevoegd aan de legger middels de leggerwijziging die parallel aan dit projectplan Waterwet wordt opgesteld. Het tweede deel van dijkvak 4 ligt bij Heukelom. Hier worden bestaande wegen aangepast om aan te sluiten op de nieuwe kering in dijkvak 5. In dijkvak 5 wordt de dijk ter hoogte van de kruising met Smal (weg naar milieupark) hervat. Het nieuwe dijktracé wordt zo strak mogelijk rondom de percelen/bestaande bebouwing gelegd. Op sommige plekken ontstaan laagtes die worden aangeheeld om piping te voorkomen. Rondom de Poel in Heukelom wordt de dijk binnendijks verlegd. Op deze wijze kunnen de poel en bijbehorende bomen behouden blijven. Ze komen buitendijks te liggen. De huidige kering wordt hier deels afgegraven. Vervolgens sluit de nieuwe kering aan op de ligging van de huidige dijk. De kering in dijkvak 5 zal zoveel mogelijk aansluiten op de bestaande wegstructuur. De ontwerphoogte in dijkvak 5 bedraagt NAP + 15,3 meter. De nieuwe dijk in dijkvak 6 loopt vervolgens strak langs de percelen en bestaande bebouwing, hiermee worden de woningen binnendijks gelegd. Ter plaatse van Heukelom 11 wordt in dijkvak 6 de functionaliteit van de huidige veedoorgang teruggebracht. In dijkvak 6 bedraagt de ontwerphoogte NAP + 15,2 meter.

Na dijkvak 6 loopt het dijktracé om de steenfabriek heen in dijkvak 7 en knikt vervolgens richting de N271. Het dijktracé rondom de steenfabriek bestaat uit een nieuwe kering in de vorm van een damwand die aan buitendijkse zijde wordt aangeheeld met een groen talud. In dijkvak 7 betekent dit een ontwerphoogte van NAP +15,6 meter. In dijkvak 8, het noordelijke deel van het tracé rondom de steenfabriek, bestaat de kering uit een nieuwe groene dijk met ontwerphoogte NAP +15,0 meter. Dit is een ophoging van circa 2,1 tot 3,1 meter. De kering sluit vervolgens haaks aan op de N271 die hoog genoeg ligt.

1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de optimalisatie van de ontwerpuitgangspunten naar aanleiding van de Bestuursopdracht Hoogwaterveiligheid toegelicht en de motivatie van de dijkversterking ten opzichte van de beschermende waarden. Hoofdstuk 3 behandeld vanuit de verschillende beleidregimes de effecten op de bomen en houtopstanden evenals de compensatieopgave die daaruit voorkomt. In hoofdstuk 4 wordt de invulling van de compensatieopgave weergegeven.

8

HWBP Noordelijke Maasvallei

2 Optimalisatie uitgangspunten en motivatie 2.1 Optimalisatie uitgangspunten In het voorjaar van 2020 is er voor Nieuw-Bergen gekeken naar een optimalisatie van de ontwerpuitgangspunten naar aanleiding van de Bestuursopdracht Hoogwaterveiligheid. De Bestuursopdracht Hoogwaterveiligheid is door de Provincie Limburg, gemeente Bergen en het Waterschap Limburg de Bestuursopdracht Hoogwaterveiligheid geformuleerd. In deze bestuursopdracht is bij uitzondering gekeken naar een kortere levensduur van een groene kering, van 25 jaar in plaats van 50 jaar. Dit heeft geleid tot optimalisatie van de ontwerpuitgangspunten, waarop de nieuwe ontwerphoogten zijn berekend. Over het algemeen is het ontwerp conform de bestuursopdracht met betrekking tot de ontwerphoogte aangepast. De andere onderdelen van het ontwerp, zoals de breedte van de dijk, zijn gelijk gebleven aan het eerdere ontwerp conform beleidsuitgangspunten. Op deze manier wordt de kering adaptief ontworpen. De bestuursopdracht heeft er toe geleid dat de kering (voor de komende 25) op veel locaties minder hoog hoeft te worden dan waar in eerste instantie vanuit werd gegaan. Dit zorgt er voor dat er voor de komende 25 jaar geen dijkversterkingsopgave is voor een deel van dijkvlak 4 en voor dijkvak 9. Voor dijkvak 4 hoeft het deel tussen de Flammert en Heukelom bij de N271 niet worden opgehoogd. De weg ligt voor nu hoog genoeg.

Ook dijkvak 9 ligt hoog genoeg voor de komende 25 jaar, hier geldt dat er geen hoogteopgave meer is en dijkvak 9 komt te vervallen. Door de dijkverlaging naar aanleiding van de bestuursopdracht blijven kenmerkende landschapselementen behouden. Deelgebied 1: Nieuw Bergen In deelgebied 1 ligt de dorpskern van Nieuw Bergen. De huidige kering ligt om de Lindenlaan heen en sluit aan de zuidzijde van de Lindenlaan aan op hoge grond die iets ten oosten van de N271 ligt. De huidige kering is een dijk met zowel op het binnen- als het buitentalud een grasbekleding. De huidige kering aan de zuidelijke zijde van de Lindenlaan ligt vrijwel direct aan de Lindenlaan. Aan de noordzijde van de Lindenlaan ligt de dijk ruim om de Lindenlaan heen. Belangrijk kenmerk van dit deelgebied zijn de bomenrijen parallel aan de Lindenlaan. Deelgebied 2: Verbinding Nieuw Bergen – Heukelom Dit deelgebied vormt de verbinding tussen de bescherming van deelgebied 1 en deelgebied 3. Deze verbinding begint bij het einde van de Lindenlaan en loopt tot de weg ‘Smal’ bij Heukelom. In dit deelgebied ligt de tramhalte ‘de potterie’, aangewezen als gemeentelijk monument. Kenmerkend voor het dijkvak zijn de bomen langs de N271. Over het eerste deel van de N271, bestaat de huidige waterkering uit een verholen kering die samenvalt met de N271. Dit deelgebied kent maar één dijkvak, namelijk dijkvak 4.

Deelgebied 3: Heukelom De kering in deelgebied 3 beschermt met name het buurtschap Heukelom. Het deelgebied start ter hoogte van de Smal bij de N271 en eindigt bij de noordelijke aansluiting op hoge grond. In de huidige situatie bestaat deze kering uit hoger gelegen gebied (rivierduinen) waartussen in laagtes noodkeringen zijn aangebracht. Binnen deelgebied 3 komen veel laagtes voor rondom de huizen. De huizen zelf liggen op een hoger niveau dan het omliggende land, maar niet hoog genoeg om te kunnen voldoen aan de nieuwe normering. In dit deelgebied is ook het ensemble van poel, bomen en oude routestructuur aangemerkt als waardevol landschapselement. Aan het einde van het deelgebied is de steenfabriek gelegen. Het deelgebied bestaat uit vier dijkvakken, namelijk dijkvak 5, 6, 7 en 8.

9

HWBP Noordelijke Maasvallei

2.2 Motivatie beschermende waarden bestemmingsplan Bergen 2.2.1 Inleiding Dijkverbetering Nieuw Bergen vindt voor een belangrijk deel plaats binnen het bestemmingsplan Buitengebied van de gemeente Bergen. Onderdeel van dit bestemmingsplan is een aanlegstelsel dat ziet richt op de bescherming van “de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarde dan wel de waterstaatkundige waarde van het gebied” (Bestemmingsplan Buitengebied 2018). Voor de dijkverbetering wordt een projectplan Waterwet opgesteld. Op grond van artikel 5.10 Waterwet is in het geval een projectplan wordt opgesteld geen aanlegvergunning op grond van (het aanlegstelsel in) het bestemmingsplan meer aan de orde. Dit betekent echter niet dat de dijkverbetering geen rekening houdt met de betreffende beschermde waarden. In het projectplan Waterwet worden dezelfde waarden getoetst en geborgd als via het aanlegstelsel getoetst en geborgd zouden worden. Hieronder is aangegeven hoe bij de ruimtelijke inpassing van het nieuwe ontwerp van de kering rekening is gehouden met bestaande landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorisch waarden die beschermd worden door het aanlegstelsel. Hiertoe worden in de paragrafen eerst achtereenvolgens het maatschappelijk belang van de dijkverbetering beschreven en de inhoud van het aanlegstelsel en vanuit gemeente te beschermen waarden.

Vervolgens wordt ingegaan op de wijze waarop het project bestaande waarden zo veel mogelijk behoudt en versterkt en wordtbovendien nader in gegaan op compensatie van bestaande waarden waar behoud of versterking niet mogelijk zijn gebleken. Voor compensatie zijn eerst de algemene uitgangspunten opgenomen en vervolgens een uitwerking per dijkvak. Dit stuk sluit af met een conclusie in paragraaf 6.

2.2.2

Maatschappelijk belang hoogwaterveiligheid

Waterschap Limburg werkt aan de versterking van haar dijken. Binnen het werkgebied van het waterschap dienen meerdere dijktrajecten versterkt te worden. Deze dijktrajecten zijn in het kader van het nationale Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) gebundeld in het programma Noordelijke Maasvallei. Dijktraject Nieuw Bergen is één van deze trajecten. De dijkversterking speelt zich af in een uniek landschap dat voorheen onbedijkt was. Waar elders in Nederland dijken al eeuwenlang ‘met het landschap zijn opgegroeid’ is dat hier niet het geval. Het landschap van de Noordelijke Maasvallei kent een traditie van leven met het water. Lange tijd was er daardoor geen systematische bescherming tegen hoogwater. Natuurlijke hoogtes en verholen keringen hebben van oudsher de vanzelfsprekende waterkerende functie in het landschap gehad. Pas na de hoge rivierwaterstanden in 1993 en 1995 zijn in het beheergebied van waterschap Limburg in snel tempo Maaskades aangelegd. Deze Maaskades zouden deels een tijdelijke functie hebben en vooruitlopend op rivierverruiming hoogwaterbescherming bieden tegen de hoge rivierwaterstanden zoals deze in 1993 en 1995 optraden. In 2006 zijn de nooddijken opgenomen in de Waterwet waardoor ze een permanente functie kregen en onderdeel werden van het beheer- en beoordelingskader zoals in de Waterwet is vastgelegd. Op 1 januari 2017 is de Waterwet gewijzigd.

Er is een nieuwe wettelijke norm voor hoogwaterveiligheid in werking getreden. Het versterken van waterkeringen geschiedt conform deze nieuwe norm. Dit betekent dat ontwerpen van de nieuwe keringen moeten voldoen aan een 10

HWBP Noordelijke Maasvallei

signaleringswaarde van 1/300e per jaar, met een ondergrens van 1/100e. Op basis van de nieuwe normen voor hoogwaterbescherming in de Waterwet zijn veel dijken in het beheergebied van waterschap Limburg afgekeurd op hoogte en sterkte. Omdat deze dijken als noodmaatregel zijn aangelegd bieden ze nauwelijks een basis voor de huidige dijkversterking. De bestaande noodkeringen voldoen niet aan de kwaliteitseisen aan kernmateriaal en bekleding volgens huidige normen, ze kennen een beperkte uitbreidbaarheid en er is geen rekening gehouden met toekomstige ontwikkelingen. Ook de vele, van oudsher aanwezige waterkeringsvreemde objecten, zoals leidingen, bomen, kunstwerken en demontabele keringen, maken het tot een complex geheel. Tot slot zijn de tracés niet overal logisch gelegen in het landschap vanwege de snelle uitvoering en de gedachte destijds van een tijdelijke noodkering. Heroverweging is daarom nodig om nieuwe keringen toekomstbestendig te maken. Het herontwerpen en op sommige plekken introduceren van dijken die voldoen aan de norm in de Waterwet vormt een grote uitdaging in het unieke landschap van de Maasvallei. Dit is niet alleen een technische, maar ook een ruimtelijke opgave. Naast de opgave om de waterkeringen aan de landelijke norm te laten voldoen, heeft het waterschap Limburg ruimtelijke kwaliteit daarom toegevoegd als secundaire doelstelling van het programma.

Dit is bestuurlijk bekrachtigd door de vaststelling van de ‘Visie en Leidende principes Noordelijke Maasvallei’, door de Stuurgroep Noordelijke Maasvallei, waarin de doelstellingen van ruimtelijke kwaliteit zijn vastgelegd. De leidende principes bieden handvatten voor kwalitatief goede, doelgerichte en duurzame waterveiligheidsmaatregelen voor de korte en lange termijn. Ze zijn noodzakelijk voor de integrale afweging, keuze van de voorkeursalternatieven (VKA) en de uitwerking in planvorming en realisatie. Bij dijkverbetering Nieuw Bergen is bovendien een Bestuursopdracht Hoogwaterveiligheid doorlopen wat heeft geresulteerd in een verdere optimalisatie van de dijkverbetering. Uit nader onderzoek en nauw overleg met bestuurlijke partners is gebleken dat de nieuwe kering nu minder hoog kan worden uitgevoerd. Dit komt voornamelijk doordat ontworpen is met een kortere levensduur, namelijk 25 jaar in plaats van 50 jaar. Het voorheen onbedijkte karakter van de rivier; Het bescheiden karakter van de huidige noodkades: de bescheiden hoogte van de huidige kades; De sterk door individuele belangen gestuurde huidige zigzag ligging van de tracés; De aanzienlijke (hoogte-)opgave voor de nieuwe waterkeringen; de mogelijke dijkverleggingen. Deze combinatie van factoren maakt dat er eerder sprake is van een introductie van dijken dan van een dijkversterking.

Het gebied staat aan de vooravond van een transformatie van de onbedijkte Maas naar een bedijkte rivier. Waar elders in het land het landschap eeuwenlang de kans heeft gehad om met dijken ‘op te groeien’ staan we hier voor de uitdaging om deze transformatie naar een bedijkte rivier in één keer goed vorm te geven. Deze stap is onomkeerbaar. De introductie van een nieuwe kering over een groot deel van het dijktraject is door de Bestuursopdracht Hoogwaterveiligheid nu niet nodig, wat effecten van de dijkverbetering op de omgeving aanzienlijk beperkt. In onderstaande motivatie wordt dit nader toegelicht.

11

HWBP Noordelijke Maasvallei

2.2.3

Aanlegstelsel bestemmingsplan Buitengebied

Voor zover het aanlegstelstel in het bestemmingsplan de bescherming van landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden betreft, is het op een beperkt aantal bestemmingen van toepassing. Daarnaast is de (in beginsel) vergunningplichtige activiteit in verband met de dijkverbetering beperkt tot het vellen van houtopstanden, kappen van bomen. De bestemming betreft agrarisch met waarden (artikel 5.7); Artikelen 47.1 en 47.2 in de regels van het bestemmingsplan geven aan dat een aanlegvergunning nodig is voor activiteiten op gronden die zijn aangewezen op de Kaart Cultuurhistorische waarden en de Kaart Landschappelijke waarden (beide bijlagen bij de regels van het bestemmingsplan en hier weergeven in figuur 1 voor zover deze het plangebied van de dijkverbetering betreffen).

Beide artikelen bevatten samen het afwegingskader voor vergunningverlening en luiden: 47.1 Cultuurhistorische waarden 47.1.1 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden […] 47.1.2 Uitzondering […] 47.1.3 Afwegingskader De omgevingsvergunning zoals bedoeld onder 47.1.1 kan slechts worden verleend, indien door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen, de cultuurhistorische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast dan wel de mogelijkheden tot herstel van genoemde waarden niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind. Zo nodig kunnen voorwaarden aan de aanlegvergunning verbonden worden ter voorkoming of vermindering van de nadelige effecten van de voorgenomen werken of werkzaamheden (mitigatie) of ter compensatie van waarden die door de voorgenomen werken en werkzaamheden verloren zullen gaan.

47.2 Landschappelijke waarden 47.2.1 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden […] 47.2.2 Uitzondering […] 47.2.3 Afwegingskader De omgevingsvergunning zoals bedoeld onder 47.2.3 kan slechts worden verleend, indien door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen, de landschappelijke waarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast dan

12

HWBP Noordelijke Maasvallei

wel de mogelijkheden tot herstel van genoemde waarden niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind. Zo nodig kunnen voorwaarden aan de aanlegvergunning verbonden worden ter voorkoming of vermindering van de nadelige effecten van de voorgenomen werken of werkzaamheden (mitigatie) of ter compensatie van waarden die door de voorgenomen werken en werkzaamheden verloren zullen gaan. In navolgende paragrafen is aangeven hoe enerzijds de integraal ontworpen nieuwe kering optimaal ruimtelijk is ingepast rekening houdend met de aanwezige landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden in het gebied. Anderzijds is aangegeven hoe waarden gecompenseerd worden indien aantasting niet te voorkomen is. Beide zaken zijn nader uitgewerkt in respectievelijk het inrichtingsplan en het compensatieplan. Beide zijn bijlagen bij het projectplan Waterwet.

Figuur 3: Landschappelijke waarden (Bestemmingplan Buitengebied 2018, gemeente Bergen)

De dijkverbetering vindt plaats tussen de Lindenlaan in het zuiden en de steenfabriek in het noorden. Belangrijkste landschappelijke en cultuurhistorische waarden zijn op de kaart in Figuur 1 weergegeven en betreffen: -

13

steilrand (terraswand), houtsingels en een solitaire boom op de kop van de Lindenlaan een bomengroep en solitaire boom nabij de (voormalige) tramhalte; houtsingels en enkele solitaire bomen bij Heukelom en de steenfabriek.

HWBP Noordelijke Maasvallei

2.2.4

Bestaande kwaliteiten als basis voor het tracé

Uitgangspunt bij de dijkversterking Nieuw Bergen is om de dijk als nieuw fysiek element zo goed mogelijk in de structuur van Nieuw Bergen in te passen, aansluitend op de landschappelijke karakteristieken. Zodoende dat het tracé van de dijk samenhang vertoont en waar mogelijk opgaat in de structuur van het gebied en het karakteristieke reliëf van het Maasdal. De uiteindelijke ontwerpoplossing houdt de kwaliteiten van het gebied zo goed mogelijk in stand en draagt waar mogelijk bij aan de versterking hiervan. Landschap leidend Nieuw Bergen ligt in de Venloslenkmaas, waar het terrassenlandschap goed zichtbaar is. Om deze karakteristieken te behouden is het tracé zo gekozen dat de terrassen en het natuurlijk reliëf worden benut. Hiermee blijft de leesbaarheid van de karakteristieke landschappelijke overgangen en eenheden behouden. Onderstaande principes zijn van toepassing: • Voortbouwen op het herkenbare reliëf, oude rivierduinen en het terrassenlandschap.

Nieuwe keringen respecteren waardevolle steilranden; • Voortbouwen op visueel ruimtelijke eenheden, zoals de steenfabriek die vergroeid is met het binnendijkse Heukelom; • Behouden van karakteristieke structuur, bijvoorbeeld de Napoleonsweg met zijn bomen, de huidige N271 en op lager schaalniveau de Lindenlaan met zijn bomen; • Tracés van waterkeringen nemen niet meer ruimte van het winterbed af dan nodig is; Vanzelfsprekende dijken Er is gekozen voor een tracé waarbij, naast dat het landschap leidend is, het bijhorend profiel vanuit ruimtelijke kwaliteit de minste impact heeft en tevens het recreatieve netwerk kan versterken. De waterkering langs de N271 wordt vormgegeven als een verholenkering aan de N271, die op termijn opgehoogd kan worden tot tuimelkade. De karakteristieke bomen blijven behouden. Doorzichten op het Maasdal blijven ook behouden en worden voor de recreant en passant versterkt. Rond Heukelom sluit de kering aan op de rivierduin.

2.2.5

Terugbrengen en versterken van kwaliteiten.

Algemene uitgangspunten Op meerdere plekken loopt het dijktracé parallel aan een bestaande, beeldbepalende boomstructuur en op enkele plekken kruist het dijktracé een landschappelijke structuur. Het dijktype en de ligging van de dijk is, daar waar mogelijk, afgestemd op het behoud van karakteristieke en waardevolle (beplantings-) structuren en kwaliteiten. Het gaat daarbij met name om de structuren van de N271, de steilrand, Heukelomsebeek en Heukelomsestraat en het inpassen van de steenfabriek. Veel van deze structuren functioneren tevens als vleermuisroute. Het is niet te vermijden dat op meerdere plekken de nieuwe kering toch negatieve effecten heeft op bestaande beplanting en/of op enkele kernkwaliteiten van de Goudgroene natuurzone, Zilvergroene natuurzone of Bronsgroene landschapszone. Ruimtebesparende ontwerpen in de vorm van betonnen wanden of andere constructies zouden een nog grotere impact op het landschap hebben of zijn buitenproportioneel kostbaar wat betreft aanleg en onderhoud. Het ontwerpprincipe voor compensatie van beplanting en (kern)kwaliteiten is om de compensatie zoveel mogelijk in te zetten op die plekken waar de aantasting van de waarden plaatsvindt en/of met de kwaliteiten samenhangende landschappelijke structuren en waarden te herstellen of te versterken.

Rekening houdend met de (zicht)relatie met het Maasdal en de recreatieve toegankelijkheid van het gebied. De gemeente ambieert met onder andere het buitendijks gebied bij Nieuw Bergen aansluiting te vinden bij de UNESCO status van het Maasheggengebied in de gemeente Boxmeer aan de overzijde van de Maas. Deze ambitie is vastgelegd in de (concept) landschapsvisie van de gemeente. Met het compensatieplan wordt een passende kwalitatieve invulling gegeven voor de ingrepen in het Maasdal in gemeente Bergen. De beplantingsoorten die ten behoeve van de fysieke compensatie worden toegepast zijn inheemse soorten die aansluiten bij de plaatselijk aanwezige ecologische condities en geschikt zijn voor vleermuizen ten behoeve van foerageren (insecten).

14

HWBP Noordelijke Maasvallei

Uitwerking per dijkvak In het zuidelijk deel (dijkvakken 2 en 3) van het plangebied wordt de huidige kering versterkt. De linden langs de Lindenlaan blijven behouden en worden doorgezet langs de kop van de dorpsrand. De kop van de dijk vormt de herkenbare entree naar het Maasdal en Nieuw-Bergen door de dijk uit de steilrand te laten steken. Vanaf hier heeft men zicht over het Maasdal en wordt een zitplek gemaakt, aansluitend op de steilrandroute. Dijkopgangen zijn geoptimaliseerd zodat er zoveel mogelijk steilrandbeplanting behouden blijft. Overwogen is de dijkopgangen schuin aan te leggen waardoor deze niet meer op de steilrand komen te liggen, maar wel bomen bespaard kunnen worden. Aan de noordzijde is dit echter geen optie, omdat het niet leidt tot een besparing van te kappen bomen. Aan de zuidzijde verdwijnen door de aanleg van de kering zelf, de meest karakteristieke eiken op deze plek. Wel kan mogelijk een deel van de houtsingel naar het zuiden toe bespaard worden door de structuur van de op-/afrit aan te passen. Dit gaat dan echter ten koste van het volgen van de landschappelijke structuur van de doorgaande steilrand. Voor een schuine oprit is een grondlichaam nodig welke een uitstulping vormt aan de bestaande structuur van de steilrand. De oprit en het grondlichaam tasten zo de herkenbaarheid van de bestaande structuur van de steilrand in het landschap aan.

Dit is niet wenselijk. In plaats daarvan wordt de steilrand aangezet met nieuwe beplanting en te verwijderen beplanting wordt herplant, evenals de dijkopgang van de Kerkstraat. De vleermuisroute wordt hersteld door de kavelgrenzen van de buitendijkse percelen extra te beplanten en met elkaar te verbinden. In het middelste deel van het plangebied (dijkvak 4) wordt de dijk om het monument de tramhalte heen gelegd om vervolgens het buitentalud van de N271 te volgen in de vorm van een tuimelkade. De tuimelkade heeft geen ruimtebeslag op de beeldbepalende bomenlaan, waardoor deze bomen behouden kunnen blijven. Ter hoogte van het bosje (goudgroen) loopt de tuimelkade geleidelijk over in de natuurlijke hoogte, op zo’n manier dat vanaf de N271 een zichtlijn op de beplante steilrand ontstaat. In het noordelijke deel (dijkvakken 5 en 6) wordt een kering om Heukelom gelegd, waarbij de hogere rand wordt opgezocht. Landschappelijke elementen als de poel blijven behouden en worden versterkt door de inpassing van de dijk. Bestaande beplanting wordt zoveel mogelijk behouden en een natuurlijk reliëf wordt gecreëerd door het lokaal ontwerpen van flauwe taluds die passen in de hoogtes van het landschap. Het zandpad wordt via een nieuw wandelpad dat de historische wegstructuur volgt, weer aangesloten op de doorgaande route.

Ook wordt hier een nieuwe zitplek gemaakt die de beleving van de de plek versterkt. Op- en afritten van de agrarische percelen en voor dijkbeheer worden zo compact mogelijk verweven met de dijk waardoor de doorgaande lijn van de dijk en de hoge rand van Heukelom in tact blijft. Op enkele plekken wordt de grond binnendijks richting de boerderijen aangeheeld. Rond de steenfabriek wordt, vanwege beperkt beschikbare ruimte op het terrein zelf en de begrenzing van het winterbed, een damwand toegepast. De damwand wordt groen ingepast waardoor de continuïteit van het groene dijkprofiel behouden blijft. De groene berm wordt beplant, om de steenfabriek landschappelijk in te passen. De huidige groenstructuur wordt daarmee hersteld. De beplanting fungeert tevens deels als vleermuisroute. De Heukelomsestraat blijft parallel aan de steenfabriek liggen en beweegt alleen mee in hoogte.

2.2.6 Conclusie Gezien het maatschappelijk belang van hoogwaterveiligheid en het daarmee gepaard gaan van voldoen aan wettelijke normen voor hoogwaterveiligheid is het project dijkverbetering Nieuw Bergen noodzakelijk. Voor de dijkverbetering is een visie voor een zo goed mogelijke ruimtelijke inpassing, rekening houdend met bestaande landschappelijk, natuurlijke en cultuurhistorische waarden, opgesteld. De relevante waarden beschermd door het aanlegstelsel zijn in beeld gebracht en de visie is vertaald naar concrete richtlijnen voor een optimale ruimtelijke inpassing met zoveel mogelijk behoud van bestaande waarden en waar mogelijk versterking daarvan. Tenslotte is met onder andere de gemeente overleg gevoerd over de uitgangspunten voor de compensatie. Deze compensatie is per dijktraject toegelicht en nader uitgewerkt in het compensatieplan. Hiermee wordt geconcludeerd dat bestaande cultuurhistorische en landschappelijke waarden niet onevenredig worden aangetast

15

HWBP Noordelijke Maasvallei

3 Effecten en compensatieopgave Voor de versterkingsopgave bij Nieuw Bergen worden op verschillende plekken in het plangebied bomen en houtopstanden gekapt. In Bijlage 1, Bijlage 2 is een overzicht opgenomen van de te kappen bomen en houtopstanden. In totaal moeten 223 bomen en circa 6.495 m2 (0,65 ha) aan houtopstanden worden gekapt. In de navolgende paragrafen wordt beschreven onder welke wet- en regelgeving de bomen en houtopstanden vallen en of een kapvergunning is aangevraagd bij de gemeente Bergen, of de kap valt onder het Projectplan Waterwet, of een kapmelding wordt gedaan bij het bevoegd gezag op grond van de Wet natuurbescherming.

3.1 Bestemmingsplan Buitengebied en APV gemeente Bergen Juridisch kader Het plangebied voor de dijkversterkingsopgave bij Nieuw Bergen ligt in de gemeente Bergen. Voor de kap van houtopstanden3 in de gemeente Bergen is “Afdeling 3. Het bewaren van houtopstanden” van de Algemene Plaatselijke Verordening 2019 van toepassing. Op grond van Artikel 4:11 van de Algemene Plaatselijke Verordening geldt voor het vellen van houtopstanden die onder de Algemene Plaatselijke Verordening vallen een kapverbod en moet een Omgevingsvergunning worden aangevraagd. Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen onder nader te stellen voorschriften. Naast de Algemene Plaatselijke Verordening heeft gemeente Bergen het bestemmingsplan Buitengebied vastgesteld. In dit bestemmingsplan zijn cultuurhistorisch, landschappelijke en natuurlijke waarden van het buitengebied van Bergen beschermd met een aanlegvergunningstelsel. Ook voor de kap van bomen (op daartoe aangewezen gronden) is in beginsel een aanlegvergunning nodig. Het kapverbod van de APV geldt niet voor houtopstanden waarvoor een aanlegvergunning nodig is. Een aanlegvergunning is echter ook niet aan de orde aangezien een Projectplan Waterwet wordt vastgesteld.

Met gemeente Bergen is overeengekomen de toetsing aan het aanlegstelsel op te nemen in dit compensatieplan (zie Hoofdstuk 2), waarmee deze tevens onderdeel uitmaakt van het projectplan Waterwet. Effectbeoordeling en compensatieopgave In Bijlage 1 is een overzicht opgenomen van de bomen en houtopstanden die vallen onder Bestemmingsplan Buitengebied en de Algemene Plaatselijke Verordening 2019 waarvoor een kapvergunning is aangevraagd bij de gemeente Bergen. In totaal worden 160 kapvergunningsplichtige bomen en circa 6.495 m2 (0,65 ha) kapvergunningsplichtige houtopstanden gekapt (Bijlage 2). Deze beplanting dient te worden gecompenseerd.

Tabel 1 Compensatieopgave BB en APV (permanent ruimtebeslag en tijdelijk)

Aantal Bomen

160 st.*

Houtopstanden

6.495 m2

*63 bomen (van de 223) vallen onder de nieuwe vrijstelling die in de gewijzigde APV 2019, art. 4.11 lid 4, is opgenomen, deze maken dan ook geen onderdeel uit van bovenstaande tabel.

3

Hakhout, een houtwal of een of meer bomen met een stamomtrek van minimaal 31 cm, gemeten op 1.30 meter boven maaiveld.

16

HWBP Noordelijke Maasvallei

3.2 Wet natuurbescherming Natura 2000, beschermde soorten en houtopstanden Natura 2000 en beschermde soorten Juridisch kader De regels met betrekking tot Natura 2000-gebieden uit de Wet natuurbescherming hebben als doel het beschermen en in stand houden van natuurgebieden met bijzondere of kwetsbare waarden. In artikel 2.7 lid 2 van de Wet natuurbescherming is vastgelegd dat het verboden is om zonder vergunning projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura-2000 gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. Wanneer significante negatieve effecten niet op voorhand kunnen worden uitgesloten is een passende beoordeling noodzakelijk. Onder de Wet natuurbescherming bestaat de soortenbescherming uit drie delen: een apart beschermingsregime voor zowel Vogelrichtlijnsoorten (artikel 3.1), Habitatrichtlijnsoorten (artikel 3.4) en Andere soorten (artikel 3.10). Voor ieder van deze regimes gelden afzonderlijke verbodsbepalingen en moet een ontheffing worden aangevraagd. Tabel 2 Ruimtebeslag natuurbeheertypen Goudgroene natuurzone

Oppervlakte (m2) Natuurbeheertypen permanent

tijdelijk

N12.02

Kruiden- en faunarijk grasland

12.347 m

4.453 m2

N12.03

Glanshaverhooiland

269 m

334 m2

N15.02

Dennen-, eiken-, en beukenbos

141 m2

0 m2

N16.03

Droog bos met productie

12

0 m2

Gerealiseerde areaaluitbreiding

5.985 m2

3.343 m2

N00.01

2

2

natuur

Voor een nadere toelichting en informatie wordt verwezen naar de Effectbeoordeling natuur Nieuw Bergen 30-10-2020 (PP.DR57.18.003). Voor dit compensatieplan is het vanuit de soortenbescherming relevant dat op meerdere plekken voor vleermuis essentiele vliegroutes en fourageergebieden worden aangetast. Het gaat om de:

17

•

Vliegroute en foerageergebied: Steenfabriek Wienerberger

•

Vliegroute en foerageergebied: Heukelom 30

•

Vliegroutes en foerageergebied: Lindenlaan

HWBP Noordelijke Maasvallei

Houtopstanden Juridisch kader Het plangebied ligt grotendeels buiten de bebouwde kom in de zin van Artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming (Figuur 2). Voor bomen en houtopstanden buiten de bebouwde kom van minimaal 10 are of een bomenrij van meer dan 20 bomen is Hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming van toepassing. Voor bomen en houtopstanden die onder de Wet natuurbescherming vallen geldt een kapmelding en herplantplicht.

Figuur 4: Grens bebouwde kom in de zin van de Wet natuurbescherming houtopstanden

Compensatieopgave In Bijlage 1 zijn de te kappen bomen en houtopstanden die onder de Wet natuurbescherming vallen weergegeven. In totaal moeten 119 bomen en circa 0.43 hectare (4.325 m2) aan houtopstanden onder het regime van de Wet natuurbescherming worden gekapt (Bijlage 2). Daarvan ligt circa 153.6 m2 aan houtopstanden gelijktijdig in de Goudgroene natuurzone (Natuurbeheertype N15.02 Dennen-, eiken-, en beukenbos en Droog bos met productie) en wordt derhalve financieel gecompenseerd. De houtopstanden die vallen onder de Wet natuurbescherming moeten volgens Artikel 4.3 van de Wnb binnen drie jaar na het vellen worden herplant. Waterschap Limburg heeft in overleg met de gemeente en de provincie het voorliggend compensatieplan opgesteld. Voor alle houtopstanden geldt dat ze ook vallen onder Afdeling 3 Het bewaren van houtopstanden van de Algemene Plaatselijke Verordening 2019 van de gemeente Bergen. Voor deze bomen en houtopstanden moet zowel een kapmelding worden gemaakt bij het bevoegd gezag (Provincie) als een Omgevingsvergunning worden aangevraagd bij de gemeente Bergen. De bomen, die vallen onder een dubbel regime, worden in het compensatieplan één keer gecompenseerd. Tabel 3: Compensatieopgave Wet natuurbescherming houtopstanden (permanent ruimtebeslag en tijdelijk)

Aantal Bomen

119 st.

Houtopstanden

4.325 m2

18

HWBP Noordelijke Maasvallei

3.3 Provinciaal Omgevingsplan Limburg Een groot deel van het plangebied bij Nieuw Bergen is in het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (2014) aangewezen als Bronsgroene landschapszone, Zilvergroene natuurzone of Goudgroene natuurzone. De Goudgroene natuurzone vormt het Limburgse deel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Binnen de Goudgroene natuurzone streeft de provincie naar behoud en beheer van bestaande natuur en de ontwikkeling van nieuwe natuur. Het beleid binnen de Bronsgroene landschapszone en Zilvergroene natuurzone is erop gericht om de landschappelijke kernkwaliteiten te behouden, te beheren, te ontwikkelen en te beleven. De kernkwaliteiten van de Bronsgroene landschapszone en Zilvergroene natuurzone zijn, het: ▪

Groene karakter;

▪

Visueel-ruimtelijk karakter;

▪

Cultuurhistorisch erfgoed;

▪

Reliëf.

Provinciale Staten van Limburg hebben het Provinciaal Omgevingsplan 2014 en de Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgesteld waarin op hoofdlijnen is vastgelegd hoe omgegaan dient te worden met compensatie van natuur- en landschapswaarden. De Beleidsregel natuurcompensatie 2018 is een verdere uitwerking van dit compensatiebeleid. In de volgende paragrafen worden de in het plangebied voorkomende kernkwaliteiten en de effecten van de versterkingsopgave bij Nieuw Bergen per beschermingszone nader beschreven.

3.3.1 Goudgroene natuurzone Juridisch kader Het plangebied ligt deels binnen de in het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (2014) aangewezen Goudgroene natuurzone. In Artikel 2 van de Beleidsregel natuurcompensatie 2018 staat beschreven dat deze van toepassing is indien voorafgaand aan de activiteit is vastgesteld dat: De wezenlijke kenmerken en waarden van de Goudgroene natuurzone worden vernietigd, verstoord en/of versnipperd. De wezenlijke kenmerken en waarden voor bestaande natuurgebieden binnen de Goudgroene natuurzone zijn de actueel aanwezige natuurbeheertypen en de nagestreefde natuurdoeltypen voor natuurgebieden zoals vastgesteld op de beheertypenkaart en de ambitiekaart van het Provinciaal Natuurbeheerplan. Een activiteit binnen de Goudgroene natuurzone dient in beginsel financieel gecompenseerd te worden. Voor het bepalen van de compensatieopgave is de natuur in de Goudgroene natuurzone ingedeeld in vier categorieën: 1.

Snel vervangbaar, ontwikkelingstijd < 2 jaar;

2.

Gemakkelijk vervangbaar, ontwikkelingstijd < 25 jaar;

3.

Matig vervangbaar, ontwikkelingstijd 25-100 jaar;

4.

Moeilijk is niet vervangbaar, ontwikkelingstijd > 100 jaar.

Voor de activiteiten die plaatsvinden in de Goudgroene natuurzone gelden, bovenop de vereist éénop-één compensatie, de volgende kwaliteitstoeslagen: ▪

Voor natuur in categorie 1 geldt, gezien de korte ontwikkelingstijd en de doorgaans eenvoudig te realiseren abiotische randvoorwaarden, géén kwaliteitstoeslag;

▪

Voor natuur in categorie 2 geldt, gezien de langere ontwikkelingstijd en de doorgaans moeilijker te realiseren abiotische randvoorwaarden een kwaliteitstoeslag van 33%;

19

HWBP Noordelijke Maasvallei

▪

Voor natuur in categorie 3 geldt, gezien de lange ontwikkelingstijd en de doorgaans moeilijk te realiseren abiotische randvoorwaarden, een kwaliteitstoeslag van 66%;

▪

Voor natuur in categorie 4 geldt, gezien de natuurwaarden die slechts na ingrijpende inspanningen een zeer lange ontwikkelingstijd hersteld kunnen worden en de doorgaans complexe abiotische randvoorwaarden een kwaliteitstoeslag van 66-100%.

Effectbeoordeling Door de versterkingsopgave bij Nieuw Bergen vindt er permanent ruimtebeslag plaats op verschillende natuurbeheertypen waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van de Goudgroene natuurzone worden aangetast. Vernietiging van natuurbeheertypen is in principe permanent van aard omdat er een dijk voor terugkomt en de meeste natuurbeheertypen op een dijk niet te herstellen zijn. Uitzondering daarop lijkt de vernietiging van het natuurbeheertype Kruiden- en faunarijk grasland. Deze vernietiging lijkt tijdelijk, omdat na afloop van de werkzaamheden het kruiden- en faunarijk grasland in potentie hersteld kan worden op het dijktalud. Het betreffende natuurbeheertype is echter in de Beleidsregel natuurcompensatie toegewezen aan categorie 2, waarvoor geldt dat deze een langere ontwikkelingstijd hebben (2 tot 25 jaar). Het kan daarnaast moeilijk zijn het natuurbeheertype te ontwikkelen als de abiotische randvoorwaarden in de toplaag van de nieuw dijkbekleding ongunstig zijn. Provincie Limburg hanteert daarom de stelregel dat het permanent ruimtebeslag door de voorgenomen dijkuitbreiding beschouwd moet worden als verloren areaal Hierdoor wordt de vernietiging van dit type ook als permanente aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden beoordeeld.

Tijdelijke werkstroken Voor de realisatie van de tijdelijke werkstroken bij Nieuw Bergen vindt er ruimtebeslag op verschillende natuurbeheertypen plaats. In principe kunnen de natuurwaarden hier na de werkzaamheden weer hersteld worden, echter geldt voor alle natuurbeheertypen waar ruimtebeslag op plaatsvindt voor de werkstroken dat deze zijn aangemerkt met een langere ontwikkelingstijd. Hierdoor wordt ook tijdelijke vernietiging als permanente aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden beoordeeld. In onderstaande tabel is het ruimtebeslag op de verschillende natuurbeheertypen van de Goudgroene natuurzone weergegeven. Tabel 4: Ruimtebeslag natuurbeheertypen Goudgroene natuurzone

Oppervlakte (m2) Natuurbeheertypen permanent

tijdelijk

N12.02

Kruiden- en faunarijk grasland

12.347 m2

4.453 m2

N12.03

Glanshaverhooiland

269 m

334 m2

N15.02

Dennen-, eiken-, en beukenbos

141 m2

0 m2

N16.03

Droog bos met productie

12

0 m2

Gerealiseerde areaaluitbreiding

5.985 m2

3.343 m2

N00.01

20

natuur

2

HWBP Noordelijke Maasvallei

3.3.2 Zilvergroene natuurzone & Bronsgroene landschapszone Juridisch kader Een deel van het plangebied voor de versterkingsopgave bij Nieuw Bergen ligt binnen de in het Omgevingsplan Limburg (2014) aangewezen Zilvergroene natuurzone. In de Omgevingsverordening Limburg 2014 is bepaald dat bij activiteiten binnen de Zilvergroene natuurzone rekening moet worden gehouden met de waarde van het gebied als ecologische verbinding voor Natura 2000gebieden en Goudgroene natuurzones. Daarnaast moet worden aangegeven op welke wijze met de bescherming en versterking van de kernkwaliteiten is omgegaan en hoe eventuele negatieve effecten zijn gecompenseerd. De kernkwaliteiten in de Zilvergroene en Bronsgroene natuurzone zijn: het groene karakter, het visueel-ruimtelijk karakter, het cultuurhistorisch erfgoed en het reliëf. Indien een activiteit plaatsvindt in de Zilvergroene natuurzone geldt er geen kwaliteitstoeslag bovenop de één-op-één compensatie. Voor de Zilvergroene en Bronsgroene natuurzone vindt compensatie in natura plaats. In de navolgende paragraaf komen de effecten op de in het plangebied voorkomende kernkwaliteiten voor zowel zilver- als bronsgroen, aan bod. Effectbeoordeling Ecologische verbinding habitattypen en natuurdoeltypen In de concept ‘Effectbeoordeling Natuur Nieuw Bergen’ van d.d.

30 november 2020 is het ruimtebeslag op de Zilvergroene natuurzone getoetst aan de waarde als ecologische verbinding voor habitattypen en Natura 2000-gebieden en de instandhouding van de natuurdoeltypen in de aangrenzende gebieden van de Goudgroene natuurzone. Er vindt beperkt ruimtebeslag plaats op gebied van de Zilvergroene natuurzone. De waarde als ecologische verbinding voor habitattypen van Natura 2000-gebieden en natuurdoeltypen van de Goudgroene natuurzone komt echter niet in het geding. Voor ruimtebeslag in de Zilvergroene natuurzone is vanuit ecologie compensatie niet aan de orde.

In de ‘Aanmeldingsnotitie M.E.R.-beoordeling DR57 Nieuw Bergen’ van d.d. 30 november 2020 staan de kernkwaliteiten van de Zilvergroene en Bronsgroene natuurzone beschreven evenals de effecten op de kernkwaliteiten en de wijze waarop met de bescherming van de kernkwaliteiten is omgegaan. Deze effecten zijn naar aanleiding van de Bestuursopdracht Hoogwaterveiligheid beperkter van omvang. Hieronder worden per kernkwaliteit de belangrijkste waarden en eventuele negatieve effecten beschreven: De Zilvergroene natuurzones worden met name gekarakteriseerd als landbouwgebieden waar grote kansen liggen voor ontwikkeling van natuurwaarden. De volgende accenten worden, in het Bestemmingsplan Buitengebied van Gemeente Bergen geformuleerd:

21

•

Ontwikkeling grondgebonden landbouw;

•

Beheer en ontwikkeling flora en fauna;

•

Recreatief medegebruik.

HWBP Noordelijke Maasvallei

De Bronsgroene landschapszone zijn vooral de beekdalen én gebieden met steilere hellingen met een grote variatie aan functies. De bronsgroene landschapszone is in hoge mate bepalend voor het beeld van het Limburgs landschap en omvat ook het winterbed van de Maas. Binnen het Bestemmingsplan Buitengebied van gemeente Bergen (2019) zijn de volgende accenten geformuleerd: •

Kwaliteit en functioneren regionaal watersysteem;

•

Ontwikkeling landbouw in balans met omgeving;

•

Versterken kernkwaliteiten landschap en cultuurhistorie;

•

Recreatief medegebruik.

Deze kwaliteiten en de effecten erop worden hieronder nader toegelicht. Groene karakter Zilvergroene natuurzone: Het beekdal van de Heukelomsebeek vormt een belangrijke structuurdrager van het landschap bij Nieuw Bergen en is aangewezen als Zilvergroene natuurzone. Een typisch beekdal wordt gekenmerkt door een overwegend halfopen kleinschalig landschap met afwisselend hooilanden, weilanden, bosjes, populierenopstanden en kleine landschapselementen (houtsingels, heggen, beekbegeleidende beplantingen, knotbomen). In de Zilvergroene natuurzone bij Nieuw Bergen bestaat de kenmerkende beplanting uit hagen, bomenrijen en populierenopstanden. Het versterken van de huidige kering resulteert in de kap van houtopstanden bij de Heukelomsestraat De kap heeft lokaal een negatief effect ten aanzien van de kernkwaliteit groene karakter. Bronsgroene landschapszone: Het rivierdal van de Maas en de kampen en oude graslanden op het terras zijn de belangrijkste structuurdragers van het landschap bij Nieuw Bergen in de Bronsgroene landschapszone. Het rivierdal van de Maas wordt gekenmerkt door bos, bomenrijen en groenelementen in het dalenlandschap. Dit zijn de huidige bossen en landschapselementen in beeken rivierdalen. Kenmerkend voor het kampen- en oude graslandenlandschap is de kleinschaligheid met beplantingen in de vorm van houtwallen rondom en bomenrijen langs de wegen.

In dijkvak 2 en 3 moet een deel van de aanwezige beplanting (bos in het mozaïeklandschap4 en bos in het dalenlandschap5) voor de dijkversterking worden gekapt. Door de dijkversterking in dijkvak 7 en 8 moeten enkele bomen langs de Heukelomsestraat en tussen de Heukelomsestraat en de N271 worden gekapt. De kap van de beplantingen heeft lokaal een negatief effect op de kernkwaliteit het groene karakter van de Bronsgroene landschapszone.

4

Bos in het mozaïeklandschap: Dit zijn de huidige bossen buiten de beek- en rivierdalen.

5

Bos in het dalenlandschap: Dit zijn de huidige bossen en landschapselementen in beek- en rivierdalen.

22

HWBP Noordelijke Maasvallei

Visueel-ruimtelijk karakter Zilvergroene natuurzone: Het beekdal van de Heukelomsebeek heeft een halfopen karakter. In het beekdal bevindt zich meestal weinig tot geen bebouwing. Daar waar de karakteristieke kleinschaligheid bewaard is gebleven, is het landschap visueel-ruimtelijk nog aantrekkelijk en waardevol. De Zilvergroene natuurzone bij Nieuw Bergen is bebouwingvrij en wordt gekenmerkt door een halfopen karakter. De Heukelomsebeek is aangewezen als Zilvergroene natuurzone. Door de Bestuursopdracht Hoogwaterveiligheid blijft de ligging van de Heukelomsestraat (dijkvak 5) in tact. Er zijn geen effecten te verwachten op het visueel-ruimtelijk karakter van de Zilvergroene natuurzone. Bronsgroene landschapszone: Het rivierdal van de Maas heeft een halfopen karakter. De randen van de open gebieden worden vaak bepaald door groene elementen en verspreide bebouwing. Een typisch kampen- en oude graslandenlandschap wordt gekenmerkt door een besloten of halfopen, door bos en opgaande beplanting omgeven, ruimtes en is bebouwingsarm. Daar waar de karakteristieke kleinschaligheid bewaard is gebleven, is het landschap visueel-ruimtelijk aantrekkelijk en waardevol. De huidige dijk rondom de Lindenlaan (dijkvak 2) heeft een beperkte hoogte van circa 1 meter waardoor er zicht is vanuit de omgeving (Lindenlaan) op het laagterras.

Voor de dijkversterking wordt de kering met circa 0,7 meter verhoogd en rivierwaarts verschoven, waardoor het zicht op- en de beleving van het laagterras vanaf de Lindenlaan wordt aangetast. Dit negatieve effect kan deels worden gemitigeerd doordat op de kruin van de dijk, op het onderhoudspad, gewandeld kan worden, waarmee en de beleving van het landschap vanaf de dijk toeneemt. Er blijft een beperkt negatief effect op de kernkwaliteit het visueel-ruimtelijk karakter van de Bronsgroene landschapszone. In dijkvak 3 komt de nieuwe kering circa 0,7 meter hoger te liggen dan de huidige kering van circa 1,5 meter hoogte vanaf het maaiveld. Hierdoor wordt het zicht op het rivierdal van de Maas weggenomen en heeft de dijkversterking een negatief effect op de kernkwaliteit het visueel-ruimtelijk karakter van de Bronsgroene landschapszone. Op de kruin van de dijk komt een onderhoudspad met halfverharding, ter hoogte van de Tramhalte wordt de dijk niet toegankelijk voor voetgangers. In dijkvak 6 ligt de nieuwe kering achter agrarische erven waardoor deze beperkt waarneembaar is vanaf openbaar gebied. Vanaf de overige hoger gelegen delen blijft zicht op het rivierdal van de Maas mogelijk. Er is een beperkt negatief effect op de kernkwaliteit het visueel-ruimtelijk karakter van de Bronsgroene landschapszone.

23

HWBP Noordelijke Maasvallei

Cultuurhistorisch erfgoed Zilvergroene natuurzone: Het dorp Bergen is ontstaan op een hoger gelegen rivierduin in het laagterras van het Maasdal. Ten noorden van Nieuw Bergen ligt het buurtschap Heukelom, dat is ontstaan op een hoge rug in het rivierdal die tegen de N271 aanligt. Heukelom heeft nog altijd een kleinschalig karakter met enkele boerderijen en een nauwelijks gewijzigd wegenpatroon (Heukelomsestraat) sinds circa 1900. Bij Heukelom in de Zilvergroene natuurzone staat de 17eeeuwse St. Antoniuskapel, die is aangemerkt als Rijksmonument. Bij Heukelom (dijkvak 5) wordt de kering in de vorm van een nieuwe rivierduin aangelegd dat natuurlijk overgaat in het glooiend landschap aan de zuidkant van de buurtschap.. De poel, een waardevol landschapselement, wordt ingepast en de historische wegenstructuur blijft in-tact als een wandelpad. Langs de Heukelomsestraat (een historische structuur), in dijkvak 6, worden enkele bomen gekapt. Dit heeft lokaal een negatief effect op de kernkwaliteit het cultuurhistorisch erfgoed van de Zilvergroene natuurzone. Bronsgroene landschapszone: Het dorp Bergen is ontstaan op een hoger gelegen rivierduin in het laagterras van het Maasdal. De Rijksweg ligt op de steilrand en heeft karakteristieke oude wegbeplanting (eiken).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9606192/1