Catharina Wellerl. appt.4nov2025 Bijlagen Bijlage 9 Archeologisch onderzoek
Tekst van het document
Uitgeverij Nieuwland, 2006: Grote Historische topografische Atlas Limburg, 1894-1926, schaal 1:25.000. Tilburg. Wageningen Environmental Research, 2017: Geomorfologische Kaart van Nederland (2017), schaal 1:50.000. Water, A.E.M. van de, F.P. Kortlang, 2012: Nota Archeologiebeleid Bergen; De implementatie van de Wet op de archeologische monumentenzorg in het gemeentelijke beleid. ArchAeO-rapport 1204. Archeologische Advisering en Ondersteuning, Eindhoven.
22633.001 versie 2
1/3
BRONNEN Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort, juli 2023. https://archis.cultureelerfgoed.nl Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; internetsite, juli 2023 http://www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl Bodemloket, internetsite, juli 2023. http://www.bodemloket.nl BRO - Grondwaterspiegeldiepte Model voor Nederland (50x50 meter grid), 2021: . NGR/Wageningen Environmental Research. Beschikbaar op: https://nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/metadata/757a7c50-540d-4105-9135-73f09f700743. Dinoloket; internetsite, juli 2023. http://www.dinoloket.nl/ Indicatieve kaart Militair Erfgoed; internetsite, juli 2023. http://www.ikme.nl/ Kadaster, Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG); internetsite, juli 2023. https://www.nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/metadata/1c0dcc64-91aa-4d44a9e3-54355556f5e7. Kadaster, Basisregistratie Kadaster (BRK); internetsite, juli 2023. https://www.nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/metadata/ff9315c8-f25a-4d019245-5cf058314ebf. Kadaster, Landelijke Voorziening Beeldmateriaal (2021); internetsite, juli 2023. https://www.nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/metadata/c82a783a-9a58-4761a809-b4c5d90dcd35. Kadaster Topotijdreis; internetsite, juli 2023.
http://www.topotijdreis.nl/ NGR/Wageningen Environmental Research (2018), ‘BRO - Bodemkaart van Nederland 1:50.000’ internetsite, juli 2023. https://nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search;jsessionid=11F26FB095C4D0E1D6AC7C8A4B52D94D#/metadata/ed960299-a147-4c1a-bc57-41ff83a2264f. NGR/Wageningen Environmental Research (2019) BRO - Geomorfologische Kaart van Nederland 1:50:000, internetsite, juli 2023.
22633.001 versie 2
2/3
https://nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/metadata/459231d0-7379-4f26-a4447616e1d888f0. Nutrinorm, internetsite, juli 2023. https://nutrinorm.nl/bodem/aandachtspunten-op-zand-klei-en-veenbodems/kleigronden/. Openbasiskaart.nl, internetsite, juli 2023. https://www.openbasiskaart.nl/ Portaal voor ruimtelijke plannen; internetsite, juli 2023. http://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/roo/ Provinciaal Omgevingsplan Limburg; internetsite, juli 2023. https://www.limburg.nl/onderwerpen/cultuur/erfgoed/archeologie/arch-onderzoek/ Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK); internetsite, juli 2023. https://pdokviewer.pdok.nl PDOK/Rijkswaterstaat (2018) ‘Actueel Hoogtebestand Nederland 3 WCS’; internetsite, juli 2023. https://nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search;jsessionid=46C4686376C42712F153C906C9BEB9CD#/metadata/bfcc588f-9393-4c70-b989-d9e92ac2f493. Ras, J., 2009: Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek door middel van grondboringen. Plangebieden Looijerweg (Bergen S1510, 038), Wellerlooi, gemeente Bergen. SOB research, Heinenoord. Ruimingskaart; internetsite, juli 2023. http://www.beobom.nl/ruimingskaart/ SIKB; internetsite, juli 2023. https://www.sikb.nl Wattenberghe, J.E.M., 2011. Inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven Plangebied Looierweg (Bergen S1510), Wellerlooi, gemeente Bergen.
SOB research, Heinenoord.
22633.001 versie 2
3/3
KAARTEN
Kaart 1.
Het plangebied op de topografische kaart (1:25.000)
Kaart 2.
Het plangebied op de kadastrale kaart
Kaart 3.
Het plangebied op een luchtfoto uit 2022
Kaart 4.
Het plangebied op de gemeentelijke beleidskaart
Kaart 5.
Het plangebied op het actueel hoogtebestand (AHN3)
Kaart 6.
Het plangebied op de bodemkaart
Kaart 7.
Archeologische waarden en onderzoeken rondom het plangebied
Kaart 8.
Het plangebied op de kadastrale minuutkaart uit 1817
Kaart 9.
Het plangebied op de militaire topografische kaart uit 1899
Kaart 10.
Het plangebied op de militaire topografische kaart uit 1925
Kaart 11.
Het plangebied op de topografische kaart uit 1953
Kaart 12.
Het plangebied op de topografische kaart uit 1970
Kaart 13.
Het plangebied op de topografische kaart uit 1980
Kaart 14.
Het plangebied op de topografische kaart uit 2019
Kaart 15.
Boorpuntenkaart
Kaart 16.
34
Vervolgonderzoek34
Het blauwe gedeelte is de locatie voor vervolgonderzoek.
BIJLAGEN
Bijlage 1.
Ouderdom in jaren
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken
Chronostratigrafie
MIS
Holoceen 11.755 12.745 13.675 14.025
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
15.700
1 Late Dryas (koud) Allerød (warm) Vroege Dryas (koud) Bølling (warm)
Lithostratigrafie Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)
2
LaatPleniglaciaal 29.000
50.000
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
MiddenPleniglaciaal VroegPleniglaciaal
3
Formatie van Kreftenheye
Formatie van Boxtel
4
75.000
VroegW eichselien (VroegGlaciaal) 115.000 130.000
370.000 410.000
5a 5c 5d
Eemien (warme periode)
5e
Saalien (ijstijd)
6
Holsteinien (warme periode)
Formatie van Beegden
5b
Eem Formatie Formatie van Drente
Formatie van Urk
Elsterien (ijstijd) 475.000
Cromerien (warme periode) 850.000
Pre-Cromerien 2.600.000
Formatie van Sterksel
Formatie van Peelo
Cal. jaren v/n Chr. 1950
14
C jaren
Chronostratigrafie
Pollen zones
0
Vb2
1500
Subatlanticum koeler vochtiger
450 0 12
Vb1 Va
Vegetatie Loofbos eik en hazelaar overheersen haagbeuk veel cultuurplanten rogge, boekweit, korenbloem
Archeologische perioden Nieuwe tijd Middeleeuwen Romeinse tijd IJzertijd
800 815
2650
IVb Subboreaal koeler droger
2000
3755
IVa
5000
4900
5300
7020
8240
Atlanticum warm vochtig
III
Boreaal warmer
II
Preboreaal warmer
I
8000
9000
8800 11.755
10.150
12.745
10.800
13.675
11.800
14.025
12.000
15.700
13.000
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
Late Dryas
LW III
Allerød
LW II
Vroege Dryas LW I Bølling
35.000
Loofbos eik en hazelaar overheersen beuk>1% invloed landbouw (granen)
Bronstijd
Neolithicum
Loofbos eik, els en hazelaar overheersen in zuiden speelt linde een grote rol den overheerst hazelaar, eik, iep, linde, es eerst berk en later den overheersend
Mesolithicum
parklandschap dennen- en berkenbossen open parklandschap open vegetatie met kruiden en berkenbomen
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
perioden met een poolwoestijn en perioden met een toendra
VroegWeichselien (VroegGlaciaal)
perioden met bos en perioden met een subarctisch open landschap
Laat-Paleolithicum
75.000
115.000 130.000
Eemien (warme periode)
Midden-Paleolithicum loofbos
Saalien (ijstijd) 300.000
Vroeg-Paleolithicum Chronostratigrafie voor Noordwest-Europa volgens Zagwijn (1974), Vandenberghe (1985) en De Mulder et al. (2003). Lithostratigrafie volgens De Mulder et al. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot et al. (1994). Atmosferische data volgens Stuiver et al. (1998). Zuurstofisotoop calibratie (OxCal) versie 3.9 Bronk Ramsey (2003), toegepast op het Laat-Weichselien en het Holoceen. Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2000). Pollenzones volgens P. Vos & P. Kiden (2005).
Bijlage 2. AMK nr. 16574
AMK-terreinen
Locatie
Datering
Waarde en omschrijving
Binnen het plangebied De Looij; Wellerlooi te Wellerlooi Gemeente Bergen Coördinaat: 206796/393825
Middeleeuwen laat Nieuwe tijd
11189
275 meter ten noordwesten van het plangebied Geiselberg te Wellerlooi Gemeente Bergen Coördinaat: 206064/394389
Paleolithicum tot, IJzertijd - Neolithicum, IJzertijd
16625
410 meter ten noorden van het plangebied De Looij te Wellerlooi Gemeente Bergen Coördinaat: 206490/394583
Middeleeuwen laat Nieuwe tijd
Complex: Nederzetting, onbepaald Waarde: Terrein van hoge archeologische waarde Terrein met bewoningssporen uit de Late-Middeleeuwen tot en met de Nieuwe Tijd. Het gaat om de oude dorpskern van Wellerlooi. Op de AMK zijn historische dorpskernen en clusters oude bebouwing als gebieden van hoge archeologische waarde aangegeven. Dit is op grond van het belang van deze locaties, waar de wortels van de huidige dorpen of steden kunnen liggen. De begrenzing van deze kernen is gebaseerd op 19eeeuwse en vroeg 20e-eeuwse kaarten. Binnen deze contouren kunnen in de bodem resten van vroegmoderne en waarschijnlijk ook van laatmiddeleeuwse (vanaf circa 1300) bewoning aangetroffen worden. Ook sporen van oudere bewoning kunnen aanwezig zijn. Bedacht dient echter te worden dat de bewoning in de Vroege- en Volle-Middeleeuwen (tot circa 1300) een meer dynamisch karakter gehad kan hebben en dat de plaats en grens ervan niet perse hoeft samen te vallen met die van de latere bewoning. Complex: Nederzetting, onbepaald, Nederzetting, onbepaald Waarde: Terrein van hoge archeologische waarde Terrein met sporen van bewoning (vuursteen- en aardewerkvondsten) uit de periodes Laat-Paleolithicum, Neolithicum en uit de IJzertijd. Het perceel was dicht begroeid met groenbemester, waardoor de vondstzichtbaarheid zeer slecht was.
Uit de boringen bleek dat het diep ontwikkelde bodemprofiel (moderpodzol) nog redelijk intact was en dat er sprake is van een dun eerddek. Op het hogere deel kan door voortdurende grondbewerking erosie verondersteld worden. In acht van de elf megaboringen werden stukjes prehistorisch aardewerk en/of vuursteen gevonden. Een concentratie is evenwel niet aan te wijzen. In het aangrenzende bosperceel ten zuiden van de vindplaats werd in enkele megaboringen eveneens aardewerk en vuursteen aangetroffen. Het bodemprofiel is daar weinig verstoord. Het ligt daarom voor de hand het bosperceel ook tot de vindplaats te rekenen. Complex: Nederzetting, onbepaald Waarde: Terrein van hoge archeologische waarde Terrein met bewoningssporen uit de Late-Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd. Het gaat om de oude bebouwing van De Looij (Wellerlooi). Op de AMK zijn historische dorpskernen en clusters oude bebouwing als gebieden van hoge archeologische waarde aangegeven. Dit is op grond van het belang van deze locaties, waar de wortels van de huidige dorpen of steden kunnen liggen. De begrenzing van deze kernen is gebaseerd op 19e-eeuwse en vroeg 20e-eeuwse kaarten. Binnen deze contouren kunnen in de bodem resten van vroegmoderne en waarschijnlijk ook van laatmiddeleeuwse (vanaf circa 1300) bewoning aangetroffen worden. Ook sporen van oudere bewoning kunnen aanwezig zijn.
Bedacht dient echter te worden dat de bewoning in de Vroege- en Volle Middeleeuwen (tot circa 1300) een meer dynamisch karakter gehad kan hebben en dat de plaats en grens ervan niet perse hoeft samen te vallen met die van de latere bewoning.
Bijlage 3. Zaaknummer (OMnummer) 2236656100 en 2236664100 (34044)
Onderzoeksmeldingen Locatie
Aard, uitvoerder en resultaten van het onderzoek
30 meter ten zuiden van het plangebied Looierweg te Wellerlooi Gemeente Bergen (L) Coördinaat: 206757/393906
Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: SOB Research Datum: 16-3-2009 Resultaat: Binnen het onderzoeksgebied werden archeologische waarden verwacht. Tijdens het booronderzoek werden matig fijne tot matig grove zandafzettingen aangetroffen met soms kiezels (geulafzettingen). In het noorden van het plangebied werd tot 0,50 – 0,60 m -mv een eerddek aangetroffen. Tevens zijn er indicatoren uit de Nieuwe tijd aangetroffen. In het zuidelijke gedeelte zijn geen indicatoren aangetroffen. Archeologische resten in het noordelijke gedeelte van het plangebied uit de Middeleeuwen en Nieuwe tijd kunnen niet worden uitgesloten, daarom is geadviseerd een proefsleuvenonderzoek uit te voeren in het noordelijke gedeelte. Het overige gedeelte kan worden vrijgegeven.35 Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Uitvoerder: SOB Research Datum: 1-9-2009 Resultaat: Proefsleuvenonderzoek ter plaatse van nieuw te bouwen woning. Binnen het onderzoeksgebied zijn natuurlijke sporen aangetroffen, een ven. In deze ven zijn geen vondsten ouder dan de 19e eeuw aangetroffen. Er zijn alleen sporen die verband houden met subrecente (landbouw)activiteiten op het voormalige erf. Er is geen vervolgonderzoek geadviseerd.36 Geen rapportage beschikbaar.
2253674100 (36404)
30 meter ten zuiden van het plangebied Looierweg te Wellerlooi Gemeente Bergen (L) Coördinaat: 206769/393942
2179113100
255 meter ten westen van het plangebied 270 meter ten noordwesten van het plangebied Zandmaas 2: Hwg Waarden Wellerlooi te Wellerlooi Gemeente Bergen (L) Coördinaat: 206353/394314
2364993100 (51458)
Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten Datum: 13-4-2012 00:00:00 Resultaat: De verwachting van het bureauonderzoek is dat, gezien de ligging van de locaties van de onderzoeksgebieden binnen het laatglaciale terras, voornamelijk terrassen uit de Jonge Dryas en het Holoceen (holocene dalvlakte) worden aangetroffen. Dit betekent dat archeologische waarden aanwezig kunnen zijn uit perioden vanaf het Laat-Paleolithicum tot heden. Zowel de afzettingen uit de Jonge Dryas als die uit het Vroeg-Holoceen kunnen zijn afgedekt door jongere holocene afzettingen, waardoor op meerdere niveaus in de bodem vindplaatsen aanwezig kunnen zijn. In alle gebieden is het booronderzoek uitgevoerd. Slechts in een aantal gebieden is een oppervlaktekartering uitgevoerd en zijn proefputten gegraven. Dit in verband met het ontbreken van betredingstoestemming aan het einde van het veldwerktraject. Op basis van de resultaten verkregen uit de boringen en de proefputten zijn lithogenetische profielen vervaardigd en is een geomorfogenetische kaart gemaakt. Aan elke geomorfogenetische eenheid is vervolgens een archeologische verwachting gekoppeld. De resultaat van het totale onderzoek is een verbeterde reconstructie van het landschap gedurende de laatste 15.000 jaar en de beschrijving van de potentie van het landschap in relatie tot het gebruik en bewoning door de mens.
2014853100 (3753)
395 meter ten oosten van het plangebied te Wellerlooi Gemeente Bergen (L) Coördinaat: 207198/394116
4915342100
450 meter ten westen van het plangebied te Bergen
35
Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 24-11-2000 Resultaat: Er zijn geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van archeologisch resten. Er wordt geen archeologisch vervolgonderzoek aanbevolen. Geen rapportage beschikbaar. Type onderzoek: bureauonderzoek Uitvoerder: Arcadis Datum: 3-11-2020 Resultaat:
Ras 2009. Ras, J., 2009: Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek door middel van grondboringen. Plangebieden
Looijerweg (Bergen S1510, 038), Wellerlooi, gemeente Bergen. SOB research, Heinenoord. 36
Wattenberghe 2011. Wattenberghe, J.E.M., 2011. Inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven Plangebied Looierweg
(Bergen S1510), Wellerlooi, gemeente Bergen. SOB research, Heinenoord.
Gemeente Bergen (L) Coördinaat: 205973/394106
2256233100 (36749)
490 meter ten noorden van het plangebied Kruisstraat 41 te Wellerlooi Gemeente Bergen (L) Coördinaat: 206489/394483
De overgangszone tussen het Jonge Dryas-terras en de Holocene geul is archeologisch gezien zeer interessant. Tijdens eerder uitgevoerde onderzoeken nabij het plangebied zijn archeologische resten (Paleolithicum t/m Middeleeuwen) aangetroffen in deze overgangszone. In het noordelijke deel van het huidige plangebied zijn deze niet aangetroffen. De vindplaats is begrensd op basis van de contouren van het hoger gelegen late Dryas of preboreale rivierterras. Hier komen licht verbruinde, oudere, zandige overstromingsafzettingen voor. Verder zijn er geen kronkelwaardruggen aangetroffen tijdens het eerder uitgevoerde booronderzoek, wat het noordelijke deel van het plangebied een lagere verwachting geeft. In het oostelijke gedeelte geldt een hoge verwachting voor alle archeologische perioden. In het westen geldt een lage verwachting, maar moet er wel rekening gehouden worden met losse vondsten. In het gedeelte waar een hoge verwachting geldt worden proefsleuven aanbevolen. In het gebied met een lage verwachting wordt geadviseerd enkele proefsleuven aan te leggen om te bepalen of er resten uit de Tweede Wereldoorlog voorkomen.37 Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Archaeological Research en Consultancy Datum: 1-1-2009 Resultaat: Tijdens het verkennend booronderzoek zijn zandige terrasafzettingen met daarop een leempakket aangetroffen.
Dit leempakket is mogelijk tijdens holocene overstromingen van de Maas afgezet in de voormalige geul van de vlechtende rivier die de terrasafzettingen heeft gedeponeerd. De top van dit leempakket is wat verrommeld en bestaat voor een deel uit recent opgebracht materiaal. De maximale dikte van de bouwvoor/het verstoord pakket is 60 centimeter. Hieronder komen roestvlekken voor. De bodem kan daarom als poldervaaggrond worden geclassificeerd. Er zijn geen enkeerdgronden aangetroffen. Afgezien van puin en grind in de verstoorde toplaag zijn er geen archeologische indicatoren waargenomen. Gezien de geringe verstoringsdiepte kan de hoge verwachting voor de locatie gehandhaafd blijven. Alhoewel een eventuele vondstlaag waarschijnlijk is opgenomen in het verstoorde pakket, kunnen hieronder nog paalsporen en andere structuren worden verwacht. Daarom is een proefsleuvenonderzoek aanbevolen. Echter, wanneer er een ophogingslaag van 30 centimeter wordt aangebracht is dit niet noodzakelijk.
37
De Jongh 2021. Jongh, I. de, 2021: Bureauonderzoek archeologie en cultuurhistorie Looise graaf, KRW_ZN Maas. Maatregel Geul Looise
Graaf (ZW_129-R). Arcadis Nederland BV, ’s-Hertogenbosch.
Bijlage 4. Zaaknummer (Waarnemingsnr.) 2253674100
2854881100 (28034)
2790583100 (17496)
2848547100 (27159)
2784070100 (16285)
2856469100 (28265)
Vondstmeldingen Locatie
Omschrijving
55 meter ten zuidoosten van het plangebied Looierweg te Wellerlooi Gemeente Bergen (L) Coördinaat: 206780/393950
IJzertijd : - handgevormd aardewerk
210 meter ten zuidwesten van het plangebied Wellerlooi te Wellerlooi Gemeente Bergen (L) Coördinaat: 206550/393700 220 meter ten zuiden van het plangebied Looierveld te Wellerlooi Gemeente Bergen (L) Coördinaat: 206600/393600 230 meter ten zuiden van het plangebied Zeelberg te Wellerlooi Gemeente Bergen (L) Coördinaat: 206700/393700 380 meter ten zuiden van het plangebied Bij Kapel te Wellerlooi Gemeente Bergen (L) Coördinaat: 206550/393520 380 meter ten zuiden van het plangebied Bij Kapel te Wellerlooi Gemeente Bergen (L) Coördinaat: 206550/393525
Nieuwe tijd : - 99 fragmenten van gedraaid aardewerk - stenen funderingen Romeinse tijd : - 2 fragmenten van terra sigillata - 3 fragmenten van keramische objecten, Neolithicum - Bronstijd : - fragment van een vuursteen spits - vuursteen afslagen Romeinse tijd : - fragmenten van gedraaid aardewerk - zilveren munt, - fragment van een bronzen fibula IJzertijd : - handgevormd aardewerk
Paleolithicum - Bronstijd : - 12 fragmenten van vuursteen objecten, - 2 stenen brokken Neolithicum - IJzertijd : - handgevormd aardewerk Vroege-Middeleeuwen : - 5 fragmenten van gedraaid aardewerk
Bijlage 5.
Bewoningsgeschiedenis van Nederland
Als aanvullende informatie wordt hieronder een algemene ontwikkeling van de bewoningsgeschiedenis van Nederland weergegeven. Paleolithicum (tot circa 8800 v. Chr.) De vroegste bewoningssporen in Nederland uit deze periode dateren uit de voorlaatste ijstijd, circa 300.000130.000 jaar geleden. Waarschijnlijk hebben in de koudste fasen van de ijstijden in Nederland geen mensen geleefd. Daarentegen was bewoning in de warmere perioden wel mogelijk. De mensen die hier toen leefden trokken als jagers/vissers/verzamelaars rond in kleine groepen en maakten gebruik van tijdelijke kampementen. Veranderingen in het klimaat zorgden voor een veranderende flora en fauna. Tijdens de koude perioden bestond het groot wild onder meer uit rendieren, mammoeten, paarden en steppewisenten. Vooral op paarden en rendieren werd in het Laat-Paleolithicum intensief jacht gemaakt. Tijdens de warmere perioden werd er onder andere op herten, wilde zwijnen en oerossen gejaagd. Mesolithicum (circa 8800-4900 v. Chr.) Rond de overgang van het Pleistoceen naar het Holoceen (circa 9000 v. Chr.) verbeterde het klimaat voor een langdurige periode. De gemiddelde temperatuur steeg, waardoor de variatie in flora en fauna (o.a. bosontwikkeling) toenam. De mens kreeg nu de mogelijkheid om meer gevarieerd te eten: vruchten en andere eetbare gewassen stonden nu vaker op het menu.
Doordat de temperatuur steeg, trok het groot wild (met name rendieren) naar het noorden, en maakte plaats voor meer territorium gebonden klein wild, vogels en vissen. Door deze veranderende leefomstandigheden werd de jachttechniek aangepast. De vuursteen bewerkingstechniek hield met deze ontwikkeling gelijke tred. Er werden kleine vuursteenspitsen vervaardigd die als pijl- en harpoenpunt werden gebruikt. Met de stijging van de temperatuur begon het landijs te smelten en de zeespiegel te stijgen. Het tot dan toe droge Noordzee-Bekken kwam onder water te staan. De groepen jagers/vissers/verzamelaars wisselden nog wel van locatie maar exploiteerden kleinere gebieden. In het voorjaar viste men in de rivieren, tijdens de zomer leefde men voornamelijk langs de kust, waar naast vis en schaaldieren ook zeehonden als voedselbron dienden. In de herfst verzamelde men noten en vruchten, terwijl in de winter op onder meer pelsdieren werd gejaagd. Neolithicum (circa 5300-2000 v. Chr.) Aan het begin van deze periode gingen het jagen, vissen en verzamelen een steeds minder belangrijke rol spelen. Men ging nu zelf cultuurgewassen telen en dieren houden bij het kamp.
Uit vondsten valt af te leiden dat het om twee groepen mensen gaat, enerzijds kolonisten met een vrijwel agrarische levenswijze, anderzijds om de autochtone mesolithische bevolking die een half agrarische levensstijl erop na gaat houden. Deze verandering ging gepaard met enkele technologische en sociale vernieuwingen zoals: het wonen op een vaste plek in een huis, het gebruik van vaatwerk van (gebakken) klei en de introductie van geslepen stenen dissels en bijlen. De bevolking groeide nu gestaag, mede door de productie van overschotten. Uit het Neolithicum zijn verschillende nu nog zichtbare grafmonumenten bekend, te weten grafkelders, hunebedden en grafheuvels. Bronstijd (circa 2000-800 v. Chr.) Het begin van dit tijdvak valt samen met het eerste gebruik van bronzen voorwerpen zoals bijlen. Vuurstenen werktuigen bleven, zij het minder, in gebruik. Het aardewerk uit deze periode is over het algemeen tamelijk zeldzaam. Vuursteenmateriaal uit de Bronstijd is meestal niet goed te onderscheiden van dat uit andere perioden. Lange tijd bleven bronzen voorwerpen zeer schaars binnen Nederlands grondgebied. Door het van nature ontbreken van de benodigde grondstoffen moest het brons worden geïmporteerd en ontstonden er handelscontacten over langere afstanden. Eén en ander had wel tot gevolg dat er binnen de bevolking grotere verschillen ontstonden door verschillen op basis van bezit.
De grafheuveltraditie, die tijdens het Neolithicum haar intrede deed, werd in eerste instantie voortgezet, maar rond 1200 v. Chr. vervangen door begravingen in urnenvelden.
Het gaat hier om ingegraven urnen met crematieresten waar overheen kleine heuveltjes werden opgeworpen, omgeven door een greppel. Een Kopertijd voorafgaand aan de Bronstijd wordt in Noordwest-Europa niet onderscheiden, in tegenstelling tot bijvoorbeeld het Middellandse Zeegebied. Wel zijn uit het Laat-Neolithicum koperen voorwerpen bekend. IJzertijd (circa 800-12 v. Chr.) In deze periode werden voor het eerst ijzeren voorwerpen vervaardigd. Voor de productie van werktuigen en wapens werd brons vervangen door ijzer. Er ontstond een inheemse ijzerproductie. Het gebruik van vuursteen voor het vervaardigen van werktuigen duurde nog in beperkte mate voort. Ten opzichte van de Bronstijd traden er in de aardewerktraditie geen radicale veranderingen op. Evenals in het Neolithicum en de Bronstijd woonden de mensen in verspreid liggende hoeven ('Einzelhöfe') of in nederzettingen bestaande uit maar enkele huizen; deze werden in een beperkt gebied nogal eens verplaatst. Op de hogere zandgronden ontstonden uitgebreide omwalde akkercomplexen (raatakkers). Opvallend zijn de verschillen in materiële welstand (bezit van metalen voorwerpen), die mogelijk op sociale ongelijkheid duiden. In de zogenaamde vorstengraven uit Zuid Nederland, met daarin luxe, geïmporteerde bijgaven, zijn vermoedelijk lokale of regionale autoriteiten begraven.
De meeste begravingen vonden nog immer plaats in urnenvelden. Tijdens de IJzertijd werd het Friese kustgebied gekoloniseerd en ontstonden de eerste terpen. Romeinse tijd (circa 12 v. Chr. - 450 n. Chr.) Met de komst van de Romeinen eindigt de prehistorie en begint de geschreven geschiedenis. Aangezien de schriftelijke bronnen slechts een zeer fragmentarisch beeld schetsen, is men toch nog in belangrijke mate aangewezen op de archeologie als informatiebron. Een tijd lang diende het Nederlandse rivierengebied als uitvalsbasis voor veldtochten in het noorden van Germanië. In 47 n. Chr. werd de Rijn definitief als Romeinse rijksgrens ingesteld. Ter controle en verdediging van deze zogenaamde 'limes' werden langs de Rijn, tot diep in Duitsland, 'castella' (militaire forten) gebouwd. De inheemse manier van leven handhaafde zich nog lange tijd. Wel werd, vooral na de opstand van de Bataven tegen de Romeinse overheersers in 69-70 n. Chr., de Romeinse invloed steeds duidelijker. In veel inheems-Romeinse nederzettingen was bijvoorbeeld, naast het eigen handgevormde aardewerk, Romeins importaardewerk in gebruik, dat op de draaischijf was vervaardigd. Er werden, vooral in Limburg, grootse villa's (Romeinse herenboerderijen) gebouwd, hetzij nieuw gesticht, hetzij ontwikkeld vanuit een bestaande inheemse nederzetting.
De Romeinen legden een voor die tijd al uitgebreide infrastructuur aan, waardoor het gebied steeds beter werd ontsloten. Op verschillende plaatsen ontstonden aanzienlijke nederzettingen, waarvan er enkele met een stedelijk karakter (zoals Nijmegen). De inheemse bevolking, ten noorden van de Limes, werd niet zo sterk beïnvloed door de Romeinse aanwezigheid. Er was wel sprake van handelscontacten en het uitwisselen van geschenken. In de tweede helft van de derde eeuw ontstond, onder meer door invallen van Germaanse stammen, een instabiele situatie die met korte onderbrekingen voortduurde tot in de vijfde eeuw. Uiteindelijk leidde dit in het jaar 406 tot de definitieve ineenstorting van de grensverdediging langs de Rijn. Middeleeuwen (circa 450-1500 n. Chr.) Over de Vroege Middeleeuwen, vooral over het tijdvak 450-600 n. Chr., is relatief weinig bekend. Zowel historische bronnen als archeologische overblijfselen zijn schaars. De bevolkingsomvang was ten opzichte van de voorafgaande periode sterk afgenomen. De marktgerichte economie verdween en de mensen vielen terug op zelfvoorziening. De politieke macht was na het wegvallen van de Romeinse staatsorganisatie in handen gekomen van regionale en lokale hoofdlieden. Een gezaghebbende status was nu vooral gebaseerd op militair succes en materiële welstand.
Deze instabiele periode wordt ook wel aangeduid als de 'tijd van de volksverhuizingen'. Vanaf de 10e – 11e eeuw wordt een overheersende positie van de al dan niet adellijke grootgrondbezitters waargenomen. Dit vertaalt zich in nieuwe nederzettingsvormen als mottes, kastelen en versterkte hoeven. In verband
met de aanhoudende bevolkingsgroei, en mede dankzij gunstige klimatologische omstandigheden, werd een begin gemaakt met het ontginnen van woeste gronden als bos, heide en veen. Veel van de huidige dorpen en steden dateren uit deze periode. Door de aanleg van dijken en kaden werden laaggelegen gebieden beschermd tegen wateroverlast. De heersende rivaliteit tussen de vorsten leidde, in combinatie met een zwak centraal gezag, veelvuldig tot lokaal geweld, waarvan de bevolking vaak het slachtoffer werd. Door het aanleggen van burgen, schansen, landweren en wallen trachtte men zich te beveiligen. Nieuwe tijd (1500-heden) De Nieuwe tijd kenmerkt zich door een groot aantal veranderingen vooral op het gebied van mens- en wereldbeeld. Er is sprake van een Europese overzeese expansie wat leidt tot handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie. Er ontstaat een nieuwe wetenschappelijke belangstelling die resulteert in vele uitvindingen. Deze uitvindingen vormen de motor van de industriële revolutie. Er ontstaat een nationale staat die centraal bestuurd wordt. Als gevolg van deze ontwikkelingen neemt het belang en de omvang van steden toe en neemt de macht van adel af. Het grootste deel van de bevolking is niet meer werkzaam en woonachtig op het platteland maar in de steden.
In verband met de aanhoudende bevolkingsgroei worden aan het eind van de 19e tot het begin van de 20e eeuw op grote schaal woeste gronden gecultiveerd. Door de industriële revolutie komen steeds meer producten beschikbaar voor steeds meer mensen waardoor de welvaart stijgt. In de Nieuwe tijd vindt er eveneens een hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke Oudheid plaats, wat zich tot in het begin van de 20e eeuw uit in de kunsten.
Bijlage 6.
AMZ-cyclus
Het AMZ-proces Archeologisch onderzoek in Nederland wordt in het algemeen uitgevoerd binnen het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Het gehele traject van de AMZ omvat een aantal stappen die elkaar kunnen opvolgen, afhankelijk van het resultaat van de voorgaande stappen. Om inhoudelijke, prijs- en planningstechnische redenen kan er soms voor gekozen worden om bepaalde stappen gelijktijdig uit te voeren. Bovendien kan, indien reeds voldoende gegevens bekend zijn, een stap worden overgeslagen. Elke stap eindigt met een rapport met daarin een advies voor de vervolgstappen. Na elke stap wordt er een besluit genomen door de bevoegde overheid, gemeente, provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, op basis van de resultaten van het archeologisch onderzoek. Indien na een bepaalde stap blijkt dat geen nader vervolgonderzoek nodig is, wordt het archeologisch onderzoek afgesloten. Ook kan de bevoegde overheid besluiten dat een vindplaats van zo groot belang is, dat deze in situ behouden moet worden. Dan dienen de archeologische resten in de grond beschermd te worden door planaanpassing of planinpassing. Het begint met het bepalen van de onderzoeksplicht. Gemeentelijke, provinciale en landelijke archeologische waardenkaarten geven aan of het plangebied in een gebied ligt met een archeologische verwachting.
Indien dit het geval is, dan zal er in het kader van de planprocedure onderzoek verricht moeten worden om te bepalen of er archeologische waarden binnen het plangebied aanwezig zijn. Hiermee start de zogenaamde AMZ-cyclus (zie schema). De eerste fase: Bureauonderzoek Elk archeologisch onderzoek begint met een bureauonderzoek. Dit heeft tot doel het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende of verwachte archeologische waarden, binnen het plangebied om tot een gespecificeerd verwachtingsmodel te komen, op basis waarvan een beslissing genomen kan worden ten aanzien van een eventuele vervolgstap. De tweede fase: Inventariserend VeldOnderzoek (IVO) Het doel van een IVO is het aanvullen en toetsen van het gespecificeerde verwachtingsmodel. Het IVO moet informatie geven over de aan- of afwezigheid, de aard, het karakter, de omvang, de datering, de gaafheid, de conservering en de inhoudelijke kwaliteit van de archeologische waarden. Inventariserend Veldonderzoek; Booronderzoek en Veldkartering Door een booronderzoek kan er een goede inschatting gemaakt worden van de kans op archeologische waarden (grondsporen en daarmee samenhangende voorwerpen). Bij het booronderzoek is een onderscheid aangebracht in een verkennende, karterende en waarderende fase.
De verkennende fase heeft tot doel inzicht te krijgen in de vormeenheden van het landschap, voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze. Op deze manier worden kansarme zones uitgesloten en kansrijke zones geselecteerd voor de volgende fasen. Tijdens de karterende fase wordt het onderzoeksgebied systematisch onderzocht op de aanwezigheid van archeologische vondsten of sporen. De waarderende fase sluit aan op de karterende fase. Het waarnemingsnet kan verdicht worden om de horizontale begrenzing, ligging en omvang van archeologische vindplaatsen vast te stellen.
Een veldkartering wordt uitgevoerd wanneer vondsten of sporen aan de oppervlakte worden verwacht en zichtbaar zijn op het moment dat het onderzoek uitgevoerd wordt. Dit type onderzoek bestaat uit het systematisch belopen van het maaiveld van het plangebied.
Inventariserend Veldonderzoek; Proefsleuven Als uit vooronderzoek blijkt dat binnen het plangebied archeologische resten aangetroffen kunnen worden kan de bevoegde overheid beslissen tot een proefsleuvenonderzoek. Proefsleuven zijn lange sleuven van minimaal twee tot vijf meter breed die worden aangelegd in de zones waar in de voorgaande onderzoeksfase aanwijzingen voor vindplaatsen zijn aangetroffen. De KNA schrijft voor dat bij een dergelijk onderzoek minimaal 5% van het te verstoren gebied onderzocht dient te worden. Variant archeologische begeleiding Als het vooronderzoek niet voldoende informatie heeft opgeleverd om de archeologische waarde van de archeologische resten te bepalen en indien proefsleuvenonderzoek door praktische redenen niet uitvoerbaar is, kan besloten worden tot proefsleuven variant archeologische begeleiding van de sloop- of graafwerkzaamheden. Dit betekent dat archeologen bij het graafwerk aanwezig zijn om het werk te volgen en eventuele resten te documenteren. Wanneer tijdens de werkzaamheden vondsten (van hoge archeologische waarde) naar boven komen, die aanleiding geven tot nader onderzoek, kan alsnog besloten worden om tot een opgraving over te gaan.
De derde fase: Opgraven Indien de archeologische resten niet in situ bewaard kunnen blijven, maar wel van belang zijn voor de wetenschap, kan de bevoegde overheid besluiten over te gaan tot een opgraving. Het doel hiervan is volgens de KNA het documenteren van gegevens en het veiligstellen van materiaal van vindplaatsen om daarmee informatie te behouden, die van belang is voor kennisvorming over het verleden. Variant archeologische begeleiding Als het vooronderzoek niet voldoende informatie heeft opgeleverd om de archeologische waarde van de archeologische resten te bepalen, kan besloten worden tot een opgraving variant archeologische begeleiding van de sloop- of graafwerkzaamheden. Dit betekent dat archeologen bij het graafwerk aanwezig zijn om het werk te volgen en eventuele resten te documenteren. Wanneer tijdens de werkzaamheden vondsten (van hoge archeologische waarde) naar boven komen, die aanleiding geven tot nader onderzoek, kan alsnog besloten worden om tot een opgraving over te gaan.
Schema van de Archeologische Monumenten Zorg Vergunningaanvraag/ruimtelijke ontwikkeling ▼ Toetsing aan archeologisch beleid (Gemeente, Provincie, Rijk) ► Vergunningverlening indien geen onderzoek noodzake▼ lijk wordt geacht. Bureauonderzoek* (verzamelen gegevens en opstellen verwachtingsmodel) ▼ Besluit (door de bevoegde overheid op basis van resultaten) ► Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeolo▼ gie. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie (eventueel Inventariserend veldonderzoek* met bouwkundige voorwaarden). Ook kan besloten wor▼ ▼ den over te gaan op het begeleiden van de graafwerkVerkennend veldonderzoek ►**** Karterend veldonderzoek zaamheden door archeologen.*** Door middel van: Door middel van: - terreininspectie - oppervlaktekartering - booronderzoek** - booronderzoek** - proefsleuven*** ▼ ▼***** Besluit (door de bevoegde overheid op basis van resultaten) ► Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeolo▼ gie. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie (eventueel Bewezen of hoge kans op de aanwezigheid van archeologie met bouwkundige voorwaarden).
Ook kan besloten wor▼****** den over te gaan op het begeleiden van de graafwerkWaarderend veldonderzoek door middel van proefsleuven*** zaamheden door archeologen.*** (variant begeleiding) ▼ Besluit ► Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeolo(door de bevoegde overheid op basis van resultaten) gie, wel archeologische waarden aanwezig maar geen ▼ ▼ vervolgonderzoek noodzakelijk op grond van waardeOpgraven*** Beschermen ring. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie (eventueel Verwijderen van de arBescherming van de met bouwkundige voorwaarden). cheologische resten archeologie door door archeologen planaanpassing (variant begeleiding) * Combinatie bureauonderzoek en IVO verkennende of karterende fase mogelijk, indien een PvA aanwezig is. ** Voorafgaand aan het booronderzoek dient een PvA worden opgesteld, toetsing door de bevoegde overheid. *** Voorafgaand aan het onderzoek dient een PvE en PvA te worden opgesteld, toetsing door de bevoegde overheid. **** Na een verkennend booronderzoek kan de bevoegde overheid besluiten dat een aanvullend karterend bureauonderzoek moet worden uitgevoerd. ***** Een combinatie van bureauonderzoek en IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven is mogelijk, indien een PvA en een goedgekeurd PvE aanwezig is en met instemming van de bevoegde overheid.
****** Een combinatie van bureauonderzoek en IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven of een IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven is mogelijk, indien een PvA en een goedgekeurd PvE aanwezig is en met instemming van de bevoegde overheid.
Bijlage 7.
Boorstaten
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10 Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
ongeroerd monster volumering
overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water