CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij toelichting totaal

Gemeenteraad 12 maart 2024, gemeente BergenBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen bestemmingsplan Ericaweg 5 Siebengewald;25.914 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

RpDrUJAa3DrK (23 juni 2023)

51 l/j

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

6,5 kg/j 0,3 kg/j

Draaiuren AdBlue verbruik

4 u/j

Stof Emissie

NOₓ NH₃

6 u/j

3 l/j

NOₓ NH₃

48 u/j

61 l/j

NOₓ NH₃

0,2 kg/j 0,0 kg/j 0,3 kg/j 12,2 g/j 6,0 kg/j 0,2 kg/j

Links Rechts NOₓ 0,2 kg/j Type scherm - NO₂ 53,1 g/j Hoogte - NH₃ 8,2 g/j Afstand tot de weg - -

Voertuigbewegingen

420,0 p/jaar 56,0 p/jaar 28,0 p/jaar 0,0 p/jaar

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Links Rechts NOₓ 0,2 kg/j Type scherm - NO₂ 53,1 g/j Hoogte - NH₃ 8,2 g/j Afstand tot de weg - -

Voertuigbewegingen

420,0 p/jaar 56,0 p/jaar 28,0 p/jaar 0,0 p/jaar

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

6/7

Projectberekening

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022.1_20230606_5e1adbf5a8 Database versie 2022.1_5e1adbf5a8 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RpDrUJAa3DrK (23 juni 2023)

7/7

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

C.J. Blom Ericaweg 5, 5853 EW Siebengewald Ericaweg 5 te Siebengewald Gebruiksfase

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RkqQMGGjzGZW 23 juni 2023, 11:10 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Gebruiksfase - Beoogd Gebruiksfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

RkqQMGGjzGZW (23 juni 2023)

2023 -

35,8 g/j

0,3 kg/j

2/6

Projectberekening

Gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 

Verkeersnetwerk

RkqQMGGjzGZW (23 juni 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

35,8 g/j

0,3 kg/j

3/6

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RkqQMGGjzGZW (23 juni 2023)

4/6

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

RkqQMGGjzGZW (23 juni 2023)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)

-

-

5/6

Projectberekening

Gebruiksfase, Rekenjaar 2023 1

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

Bron 1 X:203500,22 Y:405638,22 501,12 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Max. snelheid

Type scherm Hoogte Afstand tot de weg

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃

-

-

Voertuigbewegingen

8,6 p/etmaal 0,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal

0,3 kg/j 69,2 g/j 35,8 g/j

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022.1_20230606_5e1adbf5a8 Database versie 2022.1_5e1adbf5a8 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RkqQMGGjzGZW (23 juni 2023)

6/6

RAPPORT: Diverse (bodem)onderzoeken Ericaweg 5 te Siebengewald

PROJECTNUMMER: B23.8873 Versie: 01

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V. De Tweede Geerden 21 5334 LH Velddriel TEL: 0418-572060 www.verhoevenmilieu.nl info@verhoevenmilieu.nl

RAPPORT: Diverse (bodem)onderzoeken, Ericaweg 5 te Siebengewald

PROJECTNUMMER: B23.8873 Versie: 01

OPDRACHTGEVER: De heer K. Tiffen

DATUM: 23 juni 2023

Auteur:

Autorisatie:

J.P.G. Boerakker Junior projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.

Ing. H.M.W. van der Donk Senior Projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.

B23.8873/R8873-01/JB Alle informatie in deze rapportage mag niet worden verveelvoudigd, gekopieerd, gepubliceerd, opgeslagen, aangepast of gebruikt in welke vorm dan ook, online of offline, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.

2 SAMENVATTING De heer K. Tiffen heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van een historisch onderzoek, verkennend bodemonderzoek, eindsituatie bodemonderzoeken, en verkennend onderzoek naar asbest ter plaatse van de Ericaweg 5 te Siebengewald. De diverse bodemonderzoeken worden uitgevoerd in het kader van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en/of herontwikkeling. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen NEN5725:2017, de NEN 5740/A1:2016, de NEN 5707/C2:2017 en de NEN 5897/C2:2017. De diverse bodemonderzoeken hebben tot doel de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en puin op de onderzoekslocatie vast te leggen en vast te stellen of er bezwaren bestaan tegen de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en/of herontwikkeling. Tevens wordt de eindsituatie vastgesteld ter plaatse van de voormalige bodembedreigende activiteiten. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2025, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek.

Conclusies historisch onderzoek en locatiebezoek Op basis van het historisch onderzoek dient ten behoeve van de bestemmingsplanwijziging en/of herontwikkeling een verkennend onderzoek conform de NEN 5740 te worden uitgevoerd ter plaatse van de onderzoekslocatie. Hierbij vormen de voormalige vijver, het mogelijk voorkomen van OCB in de teeltlaag, de voormalige bebouwing, de elementverhardingen en de voormalige bodembedreigende activiteiten aandachtspunten. De eindsituatie van de voormalige (gegroepeerde) bodembedreigende activiteiten met kritische parameters wordt apart vastgesteld. Tevens dient er een verkennend onderzoek naar asbest conform de NEN 5707 en/of NEN 5897 te worden uitgevoerd. Hierbij vormen de bebouwing met asbestverdachte dakbedekking, de voormalige bebouwing en de elementverhardingen aandachtspunten. Conclusies en aanbevelingen Conclusies diverse bodemonderzoeken Voor de onderzoekslocatie is voor de algemene kwaliteit en de voormalige bodembedreigende activiteiten de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Algemene kwaliteit Op basis van de onderzoeksresultaten kan de gestelde hypothese voor de algemene kwaliteit ons inziens worden verworpen, aangezien in zowel de bovengrond als in het grondwater maximaal licht verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters zijn aangetoond.

De aangetoonde verhoogde gehalten betreffen overschrijdingen van de betreffende achtergrond-/streefwaarden. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters aangetoond. Aangezien de (gestandaardiseerde) meetwaarden de indexwaarden van 0,5 en de interventiewaarden niet overschrijden, zijn geen vervolgstappen noodzakelijk in het kader van de Wbb.

Diverse (bodem)onderzoeken, Ericaweg 5 te Siebengewald Rapportnr.: B23.8873 versie: 01 datum: 23 juni 2023

3 Voormalige bodembedreigende activiteiten Ter plaatse van de onderzochte voormalige bodembedreigende activiteiten zijn met, uitzondering van de voormalige gifkast en voormalige machinale wasplaats, in de grond geen verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters aangetoond. Ter plaatse van de gifkast zijn licht verhoogde gehalten voor Drins, DDE en DDT in de bovengrond aangetoond en ter plaatse van de machinale wasplaats is een licht verhoogd gehalte voor kobalt. Aangezien er geen nulsituatie bodemonderzoek is uitgevoerd voorgaand aan de bodembedreigende activiteiten kan er geen goede vergelijking worden gemaakt. Tevens zijn bij het teeltlaagonderzoek ook licht verhoogde gehalten voor OCB aangetoond, waardoor deze verhoogde gehalten mogelijk ook zijn veroorzaakt door de teelt / kassen en niet duidelijk afkomstig zijn van de voormalige gifkast. Er zijn daarnaast geen sterk verhoogde gehalten aangetoond, waardoor kan worden geconcludeerd dat de voormalige activiteiten niet hebben geleid tot een sterke grondverontreiniging. In het grondwater zijn ter plaatse van de voormalige bodembedreigende activiteiten geen verhoogde gehalten voor de kritische parameters aangetoond. Teeltlaagonderzoek In de (oorspronkelijke) teeltlaag zijn maximaal licht verhoogde gehalten voor de OCB-parameters aangetoond.

De voormalige teelt / kassen hebben derhalve niet geleid tot een sterke bodemverontreiniging. Conclusies verkennend onderzoek naar asbest Ter plaatse van de onderzoekslocatie is de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging. Aangezien ter plaatse van de onderzoekslocatie zowel zintuiglijk (fractie > 20 mm) als analytisch (fractie < 20 mm) geen asbest is aangetoond (< 2 mg/kg d.s.), kan de verdachte hypothese ons inziens worden verworpen. Verhoeven Milieutechniek B.V. besteedt veel zorg aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden, doch bestaat de mogelijkheid dat niet alle asbestverdachte plaatmaterialen zijn waargenomen. Het blijft derhalve mogelijk dat bij aantreffen van asbesthoudend plaatmateriaal de interventiewaarde in de praktijk wordt overschreden. Algehele conclusie en aanbevelingen Met de uitgevoerde onderzoeken is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en bodemvreemde laag ten behoeve van de voorgenomen herontwikkeling ter plaatse van de onderzoekslocatie en voormalige bodembedreigende activiteiten gelegen aan de Ericaweg 5 te Siebengewald in voldoende mate onderzocht. De eindsituatie van de voormalige bodembedreigende activiteiten is in voldoende mate vastgelegd.

Vanuit milieuhygiënisch oogpunt bestaan, ons inziens, geen bezwaren tegen de voorgenomen herontwikkeling, rekening houdend met onderstaande aanbevelingen en opmerkingen. Voor eventuele civieltechnische werkzaamheden zijn conform de CROW400 op basis van de onderzoeksresultaten geen veiligheidsmaatregelen van toepassing, aangezien maximaal licht verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters zijn aangetoond. Bij de eventuele afvoer van de grond dient rekening gehouden te worden met zowel de resultaten van de NEN-parameters als het onderzoek naar asbest. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat bij ontgraven, afvoeren en toepassen elders de regels van de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit van toepassing zijn en mogelijk aanvullende keuringen worden verlangd. Daarnaast kunnen gebiedsspecifiek zowel strengere als minder strenge eisen gelden.

Diverse (bodem)onderzoeken, Ericaweg 5 te Siebengewald Rapportnr.: B23.8873 versie: 01 datum: 23 juni 2023

4 INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING................................................................................................................................................ 2 1.

INLEIDING .................................................................................................................................................. 5

2.

DOELSTELLINGEN VAN DE ONDERZOEKEN .................................................................................. 5

3.

LOCATIEGEGEVENS ............................................................................................................................... 5 3.1. ALGEMENE GEGEVENS................................................................................................................................ 5 3.2. HISTORISCH ONDERZOEK (NEN 5725) ...................................................................................................... 5 3.3 CONCLUSIES HISTORISCH ONDERZOEK EN LOCATIEBEZOEK.................................................................... 7

4.

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE........................................................................................... 7 4.1. BODEMOPBOUW .......................................................................................................................................... 7 4.2. GEOHYDROLOGIE ....................................................................................................................................... 7

5.

HYPOTHESE ............................................................................................................................................... 8

6.

OPZET VAN HET ONDERZOEK ............................................................................................................ 8 6.1. ONDERZOEKSSTRATEGIEËN DIVERSE BODEMONDERZOEKEN .................................................................. 8 6.2. VELDWERKZAAMHEDEN ............................................................................................................................. 9

7.

WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE ........................................................................ 11 7.1. GROND/GRONDWATER .............................................................................................................................. 11 7.2. ASBEST ...................................................................................................................................................... 12

8.

RESULTATEN ........................................................................................................................................... 13 8.1. ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN ............................................................................................................... 13 8.2. LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN EN ANALYSERESULTATEN .............................................................. 13 8.3. INTERPRETATIE ANALYSERESULTATEN ................................................................................................... 16

9.

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................................. 19 9.1. CONCLUSIES DIVERSE BODEMONDERZOEKEN ......................................................................................... 19 9.2. CONCLUSIES VERKENNEND ONDERZOEK NAAR ASBEST .......................................................................... 19 9.3. ALGEHELE CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN ........................................................................................... 20

10. REFERENTIES .......................................................................................................................................... 21

BIJLAGEN 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Situering in de regio Situatieschets met diverse boringen, peilbuizen en proefgaten Boorprofielbeschrijvingen Analysecertificaten grond, grondwater en asbest Achtergrond- en interventiewaarden grond en grondwater Veldwerkformulieren onderzoek naar asbest, inclusief foto’s Relevante historische gegevens

Diverse (bodem)onderzoeken, Ericaweg 5 te Siebengewald Rapportnr.: B23.8873 versie: 01 datum: 23 juni 2023

5 1.

INLEIDING De heer K. Tiffen heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van een historisch onderzoek, verkennend bodemonderzoek, eindsituatie bodemonderzoeken, en verkennend onderzoek naar asbest ter plaatse van de Ericaweg 5 te Siebengewald. De diverse bodemonderzoeken worden uitgevoerd in het kader van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en/of herontwikkeling. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen NEN5725:2017 [1], de NEN 5740/A1:2016 [2], de NEN 5707/C2:2017 [3] en de NEN 5897/C2:2017 [4]. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2025, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Namens Verhoeven Milieutechniek B.V. zijn de werkzaamheden gecoördineerd door de heren H.M.W. van der Donk en J.P.G. Boerakker.

2.

DOELSTELLINGEN VAN DE ONDERZOEKEN De diverse bodemonderzoeken hebben tot doel de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en puin op de onderzoekslocatie vast te leggen en vast te stellen of er bezwaren bestaan tegen de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en/of herontwikkeling. Tevens wordt de eindsituatie vastgesteld ter plaatse van de voormalige bodembedreigende activiteiten.

3.

LOCATIEGEGEVENS 3.1.

Algemene gegevens

De onderzoekslocatie is gelegen aan de Ericaweg 5 te Siebengewald en staat kadastraal bekend als gemeente Bergen Limburg, sectie L, nummer 5. De locatie heeft een oppervlakte van 4.826 m2. Op de onderzoekslocatie zijn een bedrijfswoning met enkele bijgebouwen aanwezig. Uitpandig is de onderzoekslocatie deels verhard, deels in gebruik als tuin en deels in gebruik als weiland. Voor de situering van het perceel in de regio wordt verwezen naar bijlage 1. 3.2.

Historisch onderzoek (NEN 5725)

Voorafgaand aan de diverse (bodem)onderzoeken is door een medewerker van Verhoeven Milieutechniek B.V. (VMT) een historisch vooronderzoek uitgevoerd conform de NEN 5725. Door (VMT) zijn de websites www.topotijdreis.nl en www.bodemloket.nl bestudeerd. Daarnaast zijn er gegevens verkregen van de gemeente Bergen. De relevante historische gegevens zijn bijgevoegd als bijlage 7. Bodemkwaliteitsgegevens Op basis van www.bodemloket.nl zijn er geen bodemonderzoeken bekend van de onderhavige locatie en de directe omgeving (< 25 m). Bij de gemeente Bergen zijn tevens geen bodemonderzoeken bekend. Bij de gemeente Bergen zijn wel diverse milieu- en bouwdossiers van de onderzoekslocatie bekend. Milieudossiers De bekende milieudossiers van de Ericaweg 5 te Siebengewald zijn in tabel 3.1 op de volgende pagina overzichtelijk weergegeven. Diverse (bodem)onderzoeken, Ericaweg 5 te Siebengewald Rapportnr.: B23.8873 versie: 01 datum: 23 juni 2023

6 Tabel 3.1: Milieudossiers Ericaweg 5 te Siebengewald Datum 26-02-1991 24-09-1991

Kenmerk 91/40 -

16-12-2008

-

Dossier Verzoek Hinderwet vergunning voor het oprichten en in werking hebben van een tuinbouwbedrijf Beschikking Hinderwet. Hinderwet vergunning verleend voor het in werking hebben van een tuinbouwbedrijf. Aanvraag voor het uitbreiden of wijzigen, dan wel het veranderen van de werking van een inrichting (gemechaniseerd loonbedrijf)

Bouwdossiers De bekende bouwdossiers van de Ericaweg 5 te Siebengewald zijn in tabel 3.2 overzichtelijk weergegeven. Tabel 3.2: Bouwdossiers Ericaweg 5 te Siebengewald Datum 17-02-1961 26-10-1961 10-11-1966 05-11-1969 16-12-1970 20-11-1972 24-04-1979 18-03-2004

Kenmerk B.1231 3142 4131 4521 6341 79117 LV2003117

Dossier Aanvraag bouwvergunning woning. (14-09-’61 vergunning verleend) Aanvraag bouwvergunning voor bergruimte met stalling. (10-11-’61 vergunning verleend) Aanvraag bouwvergunning voor berging. (02-02-’67 vergunning verleend) Aanvraag bouwvergunning voor broeikas. (11-12-’69 vergunning verleend) Aanvraag bouwvergunning voor broeikas. (17-03-’70 vergunning verleend) Aanvraag bouwvergunning groente kas. (11-01-’73 vergunning verleend) Aanvraag bouwvergunning groente kas. (27-09-’79 vergunning verleend) Aanvraag bouwvergunning vergroten woonhuis. (27-05-’04 vergunning verleend)

Historisch kaartmateriaal Op basis van het historisch kaartmateriaal van www.topotijdreis.nl zijn er op de onderzoekslocatie naar verwachting geen voormalige watergangen aanwezig. Wel is er een waterplas zichtbaar vanaf 2011, welke recent is gedempt. Op de onderzoekslocatie zijn tot circa 2007 kassen aanwezig geweest en heeft er teelt plaatsgevonden. Hierbij is mogelijk gebruik gemaakt van organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB). Asbest De huidige bedrijfswoning met enkele bijgebouwen / kassen zijn vanaf circa 1967 zichtbaar op het historisch kaartmateriaal. Diverse bijgebouwen / kassen zijn gesloopt. Op de huidige bebouwing is onder andere asbestverdachte dakbedekking aanwezig, welke naar verwachting niet afwatert op het onbedekte maaiveld. Op de onderzoekslocatie zijn diverse (element)verhardingen aanwezig, waaronder mogelijk een puinfundatie is toegepast. Bodembedreigende activiteiten (zoals boven- en/of ondergrondse brandstoftanks) Op basis van milieutekeningen zijn er diverse bodembedreigende activiteiten op de onderzoekslocatie aanwezig geweest.

Het betreft de volgende gegroepeerde voormalige bodembedreigende activiteiten: • Werkplaats met voormalige smeerolie opslag, petroleumtank en gifkast; • Voormalige bovengrondse dieseltank en voormalige bovengrondse huisbrandolie (HBO) tank; • Voormalige opslag dieselolie en smeerproducten; • Voormalige machine wasplaats en slibvangput. Onderstaand zijn in tabel 3.3 per voormalige bodembedreigend activiteit de kritische parameters voor grond en grondwater weergegeven. Tabel 3.3: Kritische parameters per voormalige bodembedreigende activiteit Bodembedreigende activiteiten Voormalige werkplaats met smeerolie opslag, petroleumtank en gifkast Voormalige bovengrondse dieseltank en voormalige bovengrondse HBO-tank Voormalige opslag dieselolie en smeerproducten Voormalige machine wasplaats en slibvangput

Grond

Grondwater

Standaard NEN-pakket en OCB

Minerale olie en vluchtige aromaten

Minerale olie

Minerale olie en vluchtige aromaten

Minerale olie

Minerale olie en vluchtige aromaten

Standaard NEN-pakket

Standaard NEN-pakket

Diverse (bodem)onderzoeken, Ericaweg 5 te Siebengewald Rapportnr.: B23.8873 versie: 01 datum: 23 juni 2023

7 De overige voormalige activiteiten (parkeerplaats machines, opslag kleine machines, etc.) worden niet gezien als activiteiten met kritische parameters, maar worden meegenomen met de algemene kwaliteit. PFAS Voor PFAS zijn geen puntbronnen bekend. Indien men voornemens is om grondverzet plaats te laten vinden, kan gebruik worden gemaakt van de betreffende bodemkwaliteitskaart PFAS. Indien er grond dient te worden afgevoerd naar een erkend verwerker (sanering), dient er mogelijk een aanvullend onderzoek naar PFAS plaats te vinden. Locatiebezoek Voorafgaand aan de uit te voeren werkzaamheden is een locatiebezoek uitgevoerd. Tijdens het locatiebezoek is de bevestigd dat er geen afwatering van asbestverdachte dakbedekking plaatsvindt op het onbedekte maaiveld. Daarnaast is de aanwezigheid van de diverse elementverhardingen bevestigd. Er zijn geen bijzonderheden met betrekking tot de voormalige bodembedreigende activiteiten waargenomen die van invloed kunnen zijn op de bodemkwaliteit. 3.3

Conclusies historisch onderzoek en locatiebezoek

Op basis van het historisch onderzoek dient ten behoeve van de bestemmingsplanwijziging en/of herontwikkeling een verkennend onderzoek conform de NEN 5740 te worden uitgevoerd ter plaatse van de onderzoekslocatie. Hierbij vormen de voormalige vijver, het mogelijk voorkomen van OCB in de teeltlaag, de voormalige bebouwing, de elementverhardingen en de voormalige bodembedreigende activiteiten aandachtspunten. De eindsituatie van de voormalige (gegroepeerde) bodembedreigende activiteiten met kritische parameters wordt apart vastgesteld. Tevens dient er een verkennend onderzoek naar asbest conform de NEN 5707 en/of NEN 5897 te worden uitgevoerd. Hierbij vormen de bebouwing met asbestverdachte dakbedekking, de voormalige bebouwing en de elementverhardingen aandachtspunten. 4.

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE Bij de bepaling van de regionale bodemopbouw en geohydrologie zijn de gegevens van de websites www.dinoloket.nl en www.grondwatertools.nl gebruikt. 4.1.

Bodemopbouw

De locatie ligt op circa 16,23 m +NAP. Op de onderzoekslocatie is een circa 9 meter dikke deklaag aanwezig van de Formatie van Kreftenheye. Dit is een waterdoorlatende eenheid bestaande uit midden en grof zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen. Het onderliggende watervoerend pakket loopt tot minimaal 210 m-mv en bestaat hoofdzakelijk uit fijn tot grof zand en kleiig zand van de Formaties van Kiezeloöliet en Breda. 4.2.

Geohydrologie

De stroming van het regionale (ondiepe) grondwater is globaal westelijk gericht, richting de rivier de Maas. De stromingsrichting van het ondiepe grondwater wordt beïnvloed door lokale factoren, zoals het drainagepatroon, oppervlaktewater, de ligging van rioleringen en de aanwezigheid van zandlichamen (voor kabels, leidingen en funderingen). De locatie is voor zover bekend niet gelegen binnen een grondwaterbeschermingsgebied.

Diverse (bodem)onderzoeken, Ericaweg 5 te Siebengewald Rapportnr.: B23.8873 versie: 01 datum: 23 juni 2023

8 5.

HYPOTHESE Op basis van de beschikbare informatie wordt voor de onderzoekslocatie uitgegaan van verdachte locaties met betrekking tot het voorkomen van een bodem- en asbestverontreiniging. Daarbij vormen de voormalige vijver, het mogelijk voorkomen van OCB in de teeltlaag, de voormalige bebouwing, de elementverhardingen, de voormalige bodembedreigende activiteiten (met bijbehorende kritische parameters) en de bebouwing met asbestverdachte dakbedekking aandachtspunten.

6.

OPZET VAN HET ONDERZOEK 6.1.

Onderzoeksstrategieën diverse bodemonderzoeken

Verkennend bodemonderzoek Algemene kwaliteit (inclusief voormalige vijver) Voor de onderzoeksopzet voor de algemene bodemkwaliteit van de locatie is de NEN 5740 gehanteerd, waarbij wordt uitgegaan van de onderzoeksstrategie voor een “diffuus belaste nietlijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreiniging” (VED-HE-NL) van maximaal 5.000 m2. Voor de ondergrond wordt uitgegaan van een onverdachte niet lijnvormige locatie (ONV-NL, < 5.000 m2). In verband met de diverse (element)verhardingen worden alle boringen doorgezet tot minimaal 1,0 m-mv. Teeltlaagonderzoek Aanvullend wordt er een teeltlaagonderzoek uitgevoerd gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor een “diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreiniging” (VED-HE-NL) voor een onderzoekslocatie van maximaal 5.000 m2. Hierbij wordt de teeltlaag (0,3 m) afzonderlijk bemonsterd en geanalyseerd op OCB. Eindsituatie bodemonderzoeken Voormalige bovengrondse dieseltank en voormalige bovengrondse HBO-tank Voor de onderzoeksopzet ter plaatse van de voormalige bovengrondse dieseltank en voormalige bovengrondse HBO-tank wordt uitgegaan van een verdachte deellocatie met plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP) van maximaal 10 m2. Hierbij wordt de bovengrond ter plaatse van de dieseltank en bovengrondse HBO-tank geanalyseerd op minerale olie.

Het grondwater wordt geanalyseerd op minerale olie en BTEXN Voormalige werkplaats met smeerolie opslag, petroleumtank en gifkast Voor de onderzoeksopzet ter plaatse van de voormalige werkplaats met smeerolie opslag, petroleumtank en gifkast wordt uitgegaan van een verdachte deellocatie met plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP) van maximaal 100 m2. Hierbij wordt de bovengrond ter plaatse van de smeerolie opslag en petroleumtank geanalyseerd op minerale olie en ter plaatse van de gifkast op OCB. Het grondwater wordt (in combinatie met de algemene kwaliteit) geanalyseerd op een standaard NEN-pakket. Voormalige machine wasplaats en slibvangput Voor de onderzoeksopzet ter plaatse van de voormalige machine wasplaats en slibvangput wordt uitgegaan van een verdachte deellocatie met plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP) van maximaal 500 m2. Hierbij wordt de bovengrond ter plaatse van de machine wasplaats en de ondergrond ter plaatse van de slibvangput geanalyseerd op een standaard NEN-pakket. Het grondwater wordt geanalyseerd op een standaard NEN-pakket.

Diverse (bodem)onderzoeken, Ericaweg 5 te Siebengewald Rapportnr.: B23.8873 versie: 01 datum: 23 juni 2023

9 Voormalige opslag dieselolie en smeerproducten Voor de onderzoeksopzet ter plaatse van de voormalige opslag dieselolie en smeerproducten wordt uitgegaan van een verdachte deellocatie met plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP) van maximaal 100 m2. Hierbij wordt de bovengrond ter plaatse van de opslag dieselolie en smeerproducten geanalyseerd op minerale olie. Het grondwater wordt geanalyseerd op minerale olie en BTEXN. Verkennend onderzoek naar asbest Het verkennend onderzoek naar asbest is uitgevoerd middels de strategie voor een diffuus belaste verdachte locatie met een heterogeen verdeelde verontreiniging conform de NEN 5707 en/of conform de NEN 5897 voor (half)verhardingslagen voor een locatie van maximaal 5.000 m2. Ten behoeve van het verkennend onderzoek naar asbest worden met een schep proefgaten gegraven met een omvang van 0,3 m x 0,3 m tot minimaal 0,5 m-mv, waarvan diverse boringen worden doorgeboord tot in de ongeroerde ondergrond. Zintuiglijk kan vanaf 20 mm worden beoordeeld of asbestverdachte materialen aanwezig zijn. Voor de fractie < 20 mm dient dit middels een analyse te worden geverifieerd. Ten behoeve van het onderzoek naar asbest wordt tevens een locatie- en maaiveldinspectie uitgevoerd.

Van de meest verdachte lagen uit de proefgaten worden minimaal drie mengmonsters samengesteld voor analyse op asbest conform NEN 5898:2015 (fractie < 20 mm). De veldwerkzaamheden van de diverse bodemonderzoeken zijn zoveel als mogelijk met elkaar gecombineerd. Met het plaatsen van de boringen, peilbuizen en proefgaten is rekening gehouden met de diverse bekende aandachtspunten. 6.2.

Veldwerkzaamheden

Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2025, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd met behulp van een schep, Edelmanboor en zuigerboor. Tijdens de veldwerkzaamheden is het opgeboorde materiaal zintuiglijk beoordeeld op het voorkomen van puin en/of asbest (fractie > 20 mm). Daarnaast is gebruik gemaakt van een oliedetectiepan om de grond te beoordelen op het voorkomen van olie-waterreacties. In tabel 6.1 zijn de uitvoeringsdata, gehanteerde protocollen en gecertificeerde medewerkers weergegeven. Tabel 6.1: Uitvoeringsdata en gehanteerde onderzoeksprotocollen Data 2 en 5 juni 2023

Bedrijf Verhoeven Milieutechniek B.V.

Gecertificeerde medewerker De heer M.A.H. van Baal

12 juni 2023

Verhoeven Milieutechniek B.V.

De heer J.B. Koppelman

Protocol BRL SIKB 2001 (v. 6) 2018 (v. 6) 2002 (v. 6)

De volledige bodemvreemde lagen op de onderzoekslocatie betreffen geen bodem en zijn derhalve niet conform protocol 2001/2018 onderzocht. Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van de diverse (bodem)onderzoeken. Diverse (bodem)onderzoeken Grond Ten behoeve van de diverse (bodem)onderzoeken zijn in totaal 29 boringen (B01 t/m PB29) geplaatst. Voor het bepalen van de eindsituatie ter plaatse van de voormalige bodembedreigende activiteiten zijn de boringen PB06 en PB19 t/m PB29 geplaatst. Verder is bij de situering van de boringen rekening gehouden met de overige zaken (diverse verhardingen, toekomstige nieuwbouw, voormalige vijver, voormalige parkeerplaats machines en tractoren, voormalige opslag kleine machines en kleine machines). De boringen PB06, PB19, PB23 en PB29 zijn afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek. Diverse (bodem)onderzoeken, Ericaweg 5 te Siebengewald Rapportnr.: B23.8873 versie: 01 datum: 23 juni 2023

10 In de onderstaande tabel 6.2 zijn de uitgevoerde veldwerkzaamheden weergegeven. Tabel 6.2: Uitgevoerde veldwerkzaamheden Boringen / peilbuizen Circa 1,0 m-mv Circa 2,0 m-mv Algemene kwaliteit B01 t/m B05, B08 t/m B10, B12 t/m B16, B07, B11, B17 B18 Voormalige bovengrondse dieseltank en voormalige bovengrondse HBO-tank B20 Voormalige werkplaats met smeerolie opslag, petroleumtank en gifkast B21, B22 Voormalige machine wasplaats en slibvangput B25 B24, B26 Voormalige opslag dieselolie en smeerproducten B27, B28 Toelichting bij de tabel: * Gecombineerd met de algemene kwaliteit; Geen boring tot betreffende diepte geplaatst.

Peilbuis (filterstelling m-mv) PB06 (2,50-3,50)

PB19 (2,50-3,50) -* PB23 (2,50-3,50)* PB29 (2,50-3,50)

Grondwater Het grondwater uit de peilbuizen PB06, PB19, PB23 en PB29 is, na een standtijd van minimaal één week en twee keer afpompen, op 12 juni 2023 bemonsterd. De bemonstering heeft plaatsgevonden volgens de techniek van lage troebelheidsbemonstering, waarbij de grondwaterstand (GWS), zuurgraad (pH), geleidbaarheid (EC) en troebelheid van het grondwater in het veld zijn bepaald. Verkennend onderzoek naar asbest Ten behoeve van het verkennend onderzoek naar asbest is allereerst een locatie- en maaiveldinspectie uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat het maaiveld op de onderzoekslocatie grotendeels bedekt is met verhardingen en vegetatie (60 %). Desondanks heeft er een efficiënte maaiveldinspectie ( > 25% zichtbaar) plaats kunnen vinden. Hierbij is op het maaiveld geen asbestverdachte (plaat)materialen (fractie > 20 mm) op het maaiveld waargenomen. Ten behoeve van de onderzoeksopzet zijn in totaal 20 proefgaten (B01 t/m B11, B13, B15, B16, PB19 t/m B22, B24 en B26) van 0,3 m x 0,3 m tot circa 0,5 m-mv gegraven. Om een (bodem)verontreiniging met asbest vast te stellen is de grove fractie (> 20 mm) van het vrijgekomen materiaal geïnspecteerd op asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm) en puinrestanten. Hierbij zijn zintuiglijk (fractie > 20 mm) geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen.

In het veld zijn vier monsters samengesteld ten behoeve van het analytisch onderzoek naar asbest in de fijne fractie (< 20 mm). Een overzicht van de samengestelde monsters en de zintuiglijke waarnemingen met bijbehorende analyses is in tabel 8.5 van hoofdstuk 8 weergegeven. De veldwerkformulieren van het verkennend onderzoek naar asbest, inclusief foto’s, zijn opgenomen in bijlage 6. De situatieschets met de voormalige bodembedreigende activiteiten, boringen, peilbuizen en proefgaten is opgenomen als bijlage 2.

Diverse (bodem)onderzoeken, Ericaweg 5 te Siebengewald Rapportnr.: B23.8873 versie: 01 datum: 23 juni 2023

11 7.

WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE 7.1.

Grond/grondwater

De verontreinigingssituatie van de bodem kan worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes in grond en/of grondwater aan de streef-, achtergrond- en interventiewaarden. De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit [5]. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [6] en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. De streefwaarden geven voor het grondwater het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingsbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor het grondwater aan. De achtergrondwaarden geven voor de grond het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor de grond aan. De interventiewaarden geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Om van een geval van ernstige bodemverontreiniging te spreken dient voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 bodemvolume voor grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarde.

De achtergrond- en interventiewaarden voor de vaste bodem zijn gerelateerd aan het lutum- en/of het organische stofgehalte van de bodem. Om de verkregen analyseresultaten te kunnen toetsen aan de achtergrond- en interventiewaarden worden de meetwaarden, met behulp van de analytisch vastgestelde gehalten aan lutum en/of organische stofgehalte, teruggerekend naar gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD). Indien de lutum en/of organische stofgehalten niet analytisch zijn vastgesteld, zijn ze aan de hand van de zintuiglijke waarnemingen, in combinatie met de overige analyseresultaten, ingeschat. Aan de hand van bovenstaande waarden wordt een index berekend. De index wordt voor grond berekend met de formule: (GSSD - achtergrondwaarde) / (interventiewaarde achtergrondwaarde). Voor grondwater wordt de achtergrondwaarde in de formule vervangen door de streefwaarde. Indien de index groter is dan 1 wordt de interventiewaarde overschreden. Uit de toetsing van de GSSD aan de streef-, achtergrond-, en interventiewaarden kan het volgende worden afgeleid: ▪ Bij een overschrijding van de streef- en/of achtergrondwaarde is het vermoeden van bodemverontreiniging bevestigd. ▪ Bij een berekende index groter dan 0,5 bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging.

Middels de uitvoering van de aanvullende analyses, mogelijk gevolgd door een nader bodemonderzoek, dient de omvang van de verontreiniging(en) te worden bepaald. Afhankelijk van de resultaten wordt het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging bevestigd dan wel verworpen. In het eerste geval dient overgegaan te worden tot de uitvoering van een saneringsonderzoek, gevolgd door een sanering. Momenteel wordt gewerkt aan het toevoegen van toetsingswaarden voor PFAS aan de Regeling bodemkwaliteit tot die tijd moet het handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (geactualiseerd d.d. 13 december 2021), worden gehanteerd.

Diverse (bodem)onderzoeken, Ericaweg 5 te Siebengewald Rapportnr.: B23.8873 versie: 01 datum: 23 juni 2023

12 In het handelingskader hergebruik is vastgesteld dat voor de functieklasse “landbouw/ natuur” (achtergrondwaarde) voor PFOS een toepassingsnorm van 1,9 μg/kg d.s. wordt gehanteerd en voor alle overige PFAS stoffen een toepassingsnorm van 1,4 μg/kg d.s. Voor de functieklassen “wonen” en “industrie” geldt een toepassingsnorm van 7 μg/kg d.s. voor PFOA en 3 μg/kg d.s. voor de overige PFAS stoffen en GenX. Aanvullend wordt opgemerkt dat deze gehalten door gebiedsspecifiek beleid zowel strenger als minder streng kunnen zijn. Het is nu nog niet mogelijk om interventiewaarden voor PFAS te bepalen. Daarom heeft het RIVM (d.d. 5 maart 2020, met aanpassing d.d. 9 mei 2022) voorlopige waarden afgeleid: de Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (INEV). Met de INEV’s kunnen gemeenten en provincies bepalen waar de bodem ernstig verontreinigd is en of meer onderzoek nodig is. Als de concentraties onder de INEV’s blijven, zijn er doorgaans geen onaanvaardbare risico’s voor mens of milieu. 7.2.

Asbest

De interventiewaarde voor asbest in de grond is vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en bedraagt 100 mg/kg d.s. gewogen asbestconcentratie (serpentijnconcentratie vermeerderd met tienmaal de amfiboolconcentratie). De aangetroffen concentraties voor asbestverdachte grondmonsters en aan asbestverdachte plaatmaterialen worden teruggerekend naar het in het veld geïnspecteerde volume en vervolgens getoetst aan de interventiewaarde bodemsanering. Indien tijdens de analyse van asbest in fijne fractie (< 20 mm) blijkt dat er in een monster niethechtgebonden asbest is aangetroffen en dat er losse vezels zijn aangetroffen in de fractie < 500 µm, wordt in de NEN 5898 geadviseerd een onderzoek naar het aantal respirabele vezels uit te voeren middels een Stereo Electro Microscoop (SEM) analyse. Als tijdens het onderzoek naar asbest in de grond een gewogen asbestgehalte van meer dan 1.000 mg/kg d.s. (hechtgebonden) en/of meer dan 100 mg/kg d.s. (niet-hechtgebonden) wordt aangetoond, moet op basis van de risicobeoordeling in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 eveneens een onderzoek naar de respirabele vezels worden uitgevoerd. Indien de gewogen asbestconcentratie groter is dan de halve interventiewaarde bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Het uitvoeren van een nader onderzoek naar asbest in de grond is dan verplicht.

De hoogst berekende waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging met asbest indien de berekende concentratie binnen een ruimtelijke eenheid hoger is dan de interventiewaarde/maximale samenstellingswaarde. Het vaststellen van de gemiddelde gewogen asbestconcentratie dient te worden uitgevoerd conform de NEN 5707/NEN5897. Als respirabele vezels in de toplaag (contactzone, of diepte graafwerkzaamheden) worden aangetoond en het gewogen gehalte van 10 mg/kg d.s. wordt overschreden is reeds sprake van “onaanvaardbare risico’s buiten”. Opgemerkt wordt dat het volumecriterium voor een bodemverontreiniging met asbest niet van toepassing is bij het vaststellen van de ernst.

Diverse (bodem)onderzoeken, Ericaweg 5 te Siebengewald Rapportnr.: B23.8873 versie: 01 datum: 23 juni 2023

13 8.

RESULTATEN 8.1.

Zintuiglijke waarnemingen

De bodem op de onderzoekslocatie bestaat vanaf het maaiveld / onderzijde verharding tot de maximaal geboorde diepte van 3,5 m-mv hoofdzakelijk uit matig fijn, zwak siltig zand, plaatselijk tot maximaal 1,0 m-mv tevens matig tot sterk humeus. In één boring is van 0,8 tot 1,0 m-mv een zwak zandige leemlaag aangetroffen. Op de onderzoekslocatie zijn ter plaatse van diverse boringen bodemvreemde bijmengingen / lagen waargenomen. De bijzonderheden zijn weergegeven in tabel 8.1. Tabel 8.1: Zintuiglijk waargenomen bijzonderheden Boring / Diepte boring (m -mv) Traject (m -mv) Grondsoort Proefgat Algemene kwaliteit B01 1,00 0,50 - 1,00 Zand B05 1,00 0,10 - 0,50 + PB06 3,50 0,10 - 0,50 Zand B07 2,00 0,20 - 1,00 Zand Voormalige bovengrondse dieseltank en voormalige bovengrondse HBO-tank PB19 3,50 0,10 - 0,50 Zand B20 1,00 0,10 - 0,60 + Voormalige werkplaats met smeerolie opslag, petroleumtank en gifkast B21 1,00 0,20 - 0,70 Zand Toelichting bij de tabel: + Betreft geen bodem (> 50 % bodemvreemd materiaal).

Waargenomen bijzonderheden

sporen baksteen volledig puin matig puinhoudend matig puinhoudend matig puinhoudend, geen olie-water reactie volledig puin matig puinhoudend

Verder zijn tijdens de veldwerkzaamheden geen asbestverdachte materialen in de fractie > 20 mm aangetroffen of overige waarnemingen (olie-waterreacties) gedaan die kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. De volledige boorprofiel beschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 3. 8.2.

Laboratoriumwerkzaamheden en analyseresultaten

De analyses zijn uitgevoerd door het geaccrediteerde laboratorium van SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam (grond, grondwater en asbest). De analysecertificaten zijn opgenomen als bijlage 4. De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. Een volledig overzicht van de toetsings- en analyseresultaten voor de grond en het grondwater is opgenomen als bijlage 5. In tabel 8.2 is een overzicht opgenomen van de opmerkingen die aan de analysecertificaten zijn toegevoegd. Tabel 8.2: Opmerkingen analysecertificaten Certificaatnummer Grond 13881407

Mengmonster

Parameter

Opmerking

Toelichting

MM01

Benzo(ghi) peryleen

Er zijn componenten aanwezig die een storende invloed hebben op de meting. Om die reden is de onzekerheid in het resultaat vergroot.

MM02

PCB28

Het resultaat voor PCB 28 is mogelijk valspositief verhoogd door de aanwezigheid van PCB 31.

Aangezien voor de som PAK de achtergrondwaarde niet wordt overschreden, wordt niet verwacht dat de eindconclusie van dit onderzoek hierdoor wordt beïnvloed. Aangezien voor de som PCB de indexwaarde van 0,5 niet wordt overschreden, wordt niet verwacht dat de eindconclusie van dit onderzoek hierdoor wordt beïnvloed.

Diverse (bodem)onderzoeken, Ericaweg 5 te Siebengewald Rapportnr.: B23.8873 versie: 01 datum: 23 juni 2023

14 Grond Op basis van de onderzoeksopzet en de zintuiglijke waarnemingen tijdens de veldwerkzaamheden zijn diverse (meng)monsters samengesteld. De (meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten zijn in tabel 8.3 weergegeven. Tabel 8.3: Overzicht (meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten (Meng) monster

Omschrijving

Boringen (traject in m -mv)

Analysepakket

Resultaten > AW < I >I

B02 (0,10 - 0,50) B03 (0,10 - 0,50) B04 (0,00 - 0,50) B09 (0,05 - 0,50) B07 (0,20 - 0,70) B21 (0,20 - 0,70) PB06 (0,10 - 0,50) B10 (0,00 - 0,40) B13 (0,00 - 0,50) B15 (0,00 - 0,50) B18 (0,00 - 0,50) B01 (0,50 - 1,00)

NEN

PCB

-

NEN

Zn, PCB

-

NEN

-

-

NEN

-

-

B05 (0,50 - 0,70) B07 (1,00 - 1,50) B11 (1,50 - 2,00) B12 (0,50 - 0,70) B14 (0,50 - 1,00) B17 (1,00 - 1,50) B26 (1,50 - 2,00) PB19 (1,00 - 1,50) Voormalige bovengrondse dieseltank en voormalige bovengrondse HBO-tank M08 Bovengrond, zand PB19 (0,10 - 0,50) Zintuiglijk: matig puinhoudend (voormalige bovengrondse dieseltank) M09 Ondergrond, zand B20 (0,60 - 1,00) Zintuiglijk: Laag onder volledig puin (voormalige bovengrondse HBO-tank) Voormalige werkplaats met smeerolie opslag, petroleumtank en gifkast MM06 Ondergrond, zand B22 (0,50 - 0,70) Zintuiglijk: - (voormalige smeerolie opslag en B22 (0,70 - 1,00) petroleumtank) PB19 (0,50 - 0,70) PB19 (0,70 - 1,00) M07 Bovengrond, zand B21 (0,20 - 0,50) Zintuiglijk: - (voormalige gifkast) Voormalige machine wasplaats en slibvangput MM11 Ondergrond, zand B24 (1,50 - 2,00) Zintuiglijk: - (voormalige slibvangput) B24 (2,00 - 2,50) PB23 (1,50 - 2,00) PB23 (2,00 - 2,50) MM12 Bovengrond, zand B24 (0,10 - 0,50) Zintuiglijk: - (voormalige machine wasplaats) B25 (0,10 - 0,50) B26 (0,10 - 0,50) Voormalige opslag dieselolie en smeerproducten MM10 Bovengrond, zand B27 (0,00 - 0,30) Zintuiglijk: - (voormalige opslag dieselolie en B27 (0,30 - 0,50) smeerproducten) B28 (0,00 - 0,50) PB29 (0,00 - 0,50) Teeltlaagonderzoek MMOCB01 Teeltlaag, zand B11 (0,00 - 0,30) Zintuiglijk: B12 (0,00 - 0,30) B15 (0,00 - 0,30) B18 (0,00 - 0,30) MMOCB02 (Oorspronkelijke)

teeltlaag, zand B14 (0,00 - 0,30) Zintuiglijk: B22 (0,50 - 0,70) B24 (0,50 - 0,70) PB29 (0,00 - 0,30) MMOCB03 (Oorspronkelijke) teeltlaag, zand B01 (0,50 - 0,80) Zintuiglijk: (sporen baksteen) B02 (0,10 - 0,40) B04 (0,00 - 0,30) B05 (0,70 - 0,80)

NEN

-

-

MO

-

-

MO

-

-

MO

-

-

OCB

Drins, DDE, DDT

-

NEN

-

-

NEN

Co

-

MO

-

-

OCB

DDT

-

OCB

-

-

OCB

Chloordaan

-

Algemene kwaliteit MM01 Bovengrond, zand Zintuiglijk: -

MM02

Bovengrond, zand Zintuiglijk: matig puinhoudend

MM03

Bovengrond, zand Zintuiglijk: -

M04

Ondergrond, zand Zintuiglijk: sporen baksteen Ondergrond, zand Zintuiglijk: -

MM05

Diverse (bodem)onderzoeken, Ericaweg 5 te Siebengewald Rapportnr.: B23.8873 versie: 01 datum: 23 juni 2023

15 Toelichting bij de tabel: NEN De zware metalen barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni] en zink [Zn], polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK, 10 VROM), Polychloor bifenylen (PCB) en minerale olie (MO), inclusief lutum en organische stof (humus); MO Minerale olie, inclusief organische stof (humus); OCB Organochloorbestrijdingsmiddelen, inclusief organische stof (humus); Drins Aldrin, Dieldrin en Endrin; DDE Dichloordifenyldichloorethyleen; DDT Dichloordifenyltrichloorethaan; AW Achtergrondwaarde; I Interventiewaarde; Niets aangetroffen / waargenomen.

Grondwater Conform de onderzoeksopzetten zijn voor de onderzoekslocatie diverse grondwatermonsters genomen en geanalyseerd. De grondwatermonsters met de bijbehorende analyses- en toetsingsresultaten zijn in tabel 8.4 weergegeven. Tabel 8.4: Peilbuizen met bijbehorende analyse- en toetsingsresultaten grondwater Peilbuis

Filterdiepte GWS pH EC Troebelheid Analysepakket Resultaten (m-mv) (m-mv) (µS/cm) (NTU) >S<I >I Algemene kwaliteit / voormalige werkplaats met smeerolie opslag, petroleumtank en gifkast PB06 2,50 - 3,50 1,84 6,0 284 59 NEN Ba Voormalige bovengrondse dieseltank en voormalige bovengrondse HBO-tank PB19 2,50 - 3,50 1,73 6,3 803 41,92 MO en BTEXN Voormalige machine wasplaats en slibvangput PB23 2,50 - 3,50 1,83 5,6 335 72 NEN Voormalige opslag dieselolie en smeerproducten PB29 2,50 - 3,50 1,47 4,8 295 284 MO en BTEXN Toelichting bij de tabel: NEN Zware metalen (Barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni], zink [Zn]), Vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen), vluchtige chloorkoolwaterstoffen (VOCl) en minerale olie (MO); MO Minerale olie; BTEXN Vluchtige aromaten (B= benzeen, T= tolueen, E= ethylbenzeen, X= xylenen en N= naftaleen); S Streefwaarde; I Interventiewaarde; Niets aangetoond.

De gemeten waarden voor de zuurgraad (pH), geleidbaarheid (EC) zijn niet afwijkend van een natuurlijke situatie. In de genomen grondwatermonsters uit alle peilbuizen is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid wordt verwacht (< 10 NTU). De peilbuizen hebben voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Daarnaast zijn de peilbuizen zorgvuldig en met een voldoende laag debiet (≤ 0,1 l/min) afgepompt zodat de grondwaterstand in de peilbuizen minder dan 50 cm (niet belucht) zijn gedaald. Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming en dat de gemeten waarde voor de troebelheid een natuurlijke oorzaak hebben (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Asbest Om een verontreiniging met asbest vast te stellen is er een maaiveldinspectie uitgevoerd en is per boring en proefgat de grove fractie (> 20 mm) van het vrijgekomen materiaal zintuiglijk geïnspecteerd op asbestverdachte materialen en puinrestanten. Hierbij zijn op het maaiveld en in het vrijgekomen materiaal zintuiglijk (fractie > 20 mm) geen asbestverdachte plaatmaterialen waargenomen.

Op basis van de onderzoeksopzet en zintuiglijke waarnemingen zijn vier grond-/puinmonsters samengesteld, waarvan drie grond-/puinmonsters zijn aangeboden aan het lab voor analyse op asbest conform de NEN5898:2015 (asbest in grond in de fractie < 20 mm). De samenstelling van de grond-/puinmonsters met zintuiglijke waarnemingen en de bijbehorende analyses zijn in tabel 8.5 op de volgende pagina weergegeven.

Diverse (bodem)onderzoeken, Ericaweg 5 te Siebengewald Rapportnr.: B23.8873 versie: 01 datum: 23 juni 2023

16 Tabel 8.5: Samenstelling grond-/puinmonsters asbest Monstercode

Proefgaten

Zintuiglijke waarnemingen

MMASB01 B10, B11, B13, B15 en B16 MMASB02 B01, B02, B09, B22 en B26 MMASB03 B05 en B20 Volledig puin MMASB04 PB06, B07, PB19, B21 Matig puinhoudend Toelichting bij de tabel: 1 Asbestanalyse conform NEN5898:2015: asbest in grond/puin < 20 mm.

Traject (m -mv) 0,00 - 0,50 0,10 - 0,50 0,10 - 0,60 0,10 - 0,70

Soort

Analysepakket

Grond Grond Puin Grond

Asbest in grond (> 10 kg)1 Niet geanalyseerd Asbest in puin (> 25 kg)1 Asbest in grond (> 10 kg)1

De resultaten van de geanalyseerde grond-/puinmonsters en de gewogen hoeveelheid asbest (< 20 mm, conform analysecertificaten) is weergegeven in tabel 8.6. Tabel 8.6: Overzicht onderzocht grond-/puinmonsters en gewogen hoeveelheid asbest < 20 mm conform analysecertificaat Monstercode

Soort

MMASB01 MMASB03 MMASB04 Toelichting bij de tabel: Niets aangetoond.

8.3.

Hechtgebonden

Type

-

-

Gemeten <20 mm (mg/kg d.s.) <2 <2 <2

Totaal gewogen <20 mm (mg/kg d.s.) <2 <2 <2

Interpretatie analyseresultaten

Algemene kwaliteit Grond In mengmonster MM01 van de zintuiglijk schone bovengrond (zand) is maximaal een licht verhoogd gehalte voor PCB aangetoond. Voor de overige geanalyseerd parameters zijn geen verhoogde gehalten ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden aangetoond. In mengmonster MM02 van de matig puinhoudende bovengrond (zand) zijn maximaal licht verhoogde gehalten voor zink en PCB aangetoond. Voor de overige geanalyseerd parameters zijn geen verhoogde gehalten ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden aangetoond. In mengmonster MM03 van de zintuiglijk schone bovengrond (zand), in monster M04 van de ondergrond met sporen baksteen (zand) en in mengmonster MM05 van de zintuiglijk schone ondergrond (zand) zijn voor de geanalyseerde parameters geen verhoogde gehalten ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden aangetoond. Grondwater In het grondwater uit peilbuis PB06, tevens gecombineerd met de Voormalige werkplaats met smeerolie opslag, petroleumtank en gifkast, is een licht verhoogd gehalte voor barium aangetoond ten opzichte van de betreffende streefwaarde. Voor de overige onderzochte NEN-parameters zijn geen verhoogde gehalten aangetoond.

Voormalige bovengrondse dieseltank en voormalige bovengrondse HBO-tank Grond In monster M08 van de matig puinhoudende bovengrond ter plaatse van de voormalige bovengrondse dieseltank uit boring PB19 (zand, 0,1-0,5 m-mv) is voor minerale olie geen verhoogd gehalte ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarde aangetoond. In monster M09 van zintuiglijk schone ondergrond ter plaatse van de voormalige bovengrondse HBO-tank uit boring B20 (zand, 0,6-1,0 m-mv) is voor minerale olie geen verhoogd gehalte ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarde aangetoond. Grondwater Diverse (bodem)onderzoeken, Ericaweg 5 te Siebengewald Rapportnr.: B23.8873 versie: 01 datum: 23 juni 2023

17 In het grondwater uit peilbuis PB19 zijn voor minerale olie en vluchtige aromaten geen verhoogde gehalten ten opzichte van de betreffende streefwaarden aangetoond. Voormalige werkplaats met smeerolie opslag, petroleumtank en gifkast Grond In mengmonster MM06 van de zintuiglijk schone ondergrond ter plaatse van de voormalige smeerolie opslag en petroleumtank uit de boringen PB06 en B22 (zand, 0,5-1,0 m-mv) is voor minerale olie geen verhoogd gehalten ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarde aangetoond. In monster M07 van de van zintuiglijk schone bovengrond ter plaatse van de voormalige gifkast uit boring B21 (zand, 0,2-0,5 m-mv) zijn maximaal licht verhoogde gehalten voor Drins, DDE en DDT aangetoond. Voor de overige geanalyseerd OCB-parameters zijn geen verhoogde gehalten ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden aangetoond. Grondwater In het grondwater uit bestaande peilbuis PB06, tevens gecombineerd met de algemene kwaliteit, is een licht verhoogd gehalte voor barium aangetoond ten opzichte van de betreffende streefwaarde. Voor de overige onderzochte NEN-parameters zijn geen verhoogde gehalten aangetoond.

Voormalige machine wasplaats en slibvangput Grond In mengmonster MM11 van de zintuiglijk schone ondergrond ter plaatse van de voormalige slibvangput uit de boringen PB23 en B24 (zand, 1,5-2,5 m-mv) zijn voor de geanalyseerde NENparameters geen verhoogde gehalten ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden aangetoond. Grond In mengmonster MM12 van de zintuiglijk schone bovengrond ter plaatse van de voormalige machine wasplaats uit de boringen B24, B25 en B26 (zand, 0,1-0,5 m-mv) is maximaal een licht verhoogd gehalte voor kobalt aangetoond. Voor de overige geanalyseerde NEN-parameters zijn geen verhoogde gehalten ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden aangetoond. Grondwater In het grondwater uit peilbuis PB23 zijn voor de geanalyseerde NEN-parameters geen verhoogde gehalten ten opzichte van de betreffende streefwaarden aangetoond. Voormalige opslag dieselolie en smeerproducten Grond In mengmonster MM10 van zintuiglijk schone bovengrond ter plaatse van de voormalige bovengrondse opslag dieselolie en smeerproducten uit de boringen B27, B28 en PB29 (zand, 0,00,5 m-mv) is voor minerale olie geen verhoogd gehalten ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarde aangetoond. Grondwater In het grondwater uit peilbuis PB29 zijn voor minerale olie en vluchtige aromaten geen verhoogde gehalten ten opzichte van de betreffende streefwaarden aangetoond.

Diverse (bodem)onderzoeken, Ericaweg 5 te Siebengewald Rapportnr.: B23.8873 versie: 01 datum: 23 juni 2023

18 Teeltlaagonderzoek In mengmonster MMOCB01 van de zintuiglijk schone teeltlaag (zand) is maximaal een licht verhoogd gehalte voor DDT aangetoond. Voor de overige geanalyseerd OCB-parameters zijn geen verhoogde gehalten ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden aangetoond. In mengmonster MMOCB02 van de zintuiglijk schone (oorspronkelijke) teeltlaag (zand) zijn voor de geanalyseerde OCB-parameters geen verhoogde gehalten ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden aangetoond. In mengmonster MMOCB03 van de zintuiglijk schone / sporen baksteen houdende (oorspronkelijke) teeltlaag (zand) is maximaal een licht verhoogd gehalte voor chloordaan aangetoond. Voor de overige geanalyseerd OCB-parameters zijn geen verhoogde gehalten ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden aangetoond. Asbest Tijdens de veldwerkzaamheden zijn op het maaiveld en in het opgeboorde / opgegraven materiaal uit de proefgaten en boringen zintuiglijk (fractie > 20 mm) geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen. In grondmonster MMASB01 van de zintuiglijk schone bovengrond, in grondmonster MMASB04 van de matig puinhoudende bovengrond en in puinmonster MMASB03 van de volledige puinlaag is analytisch geen asbest aangetoond (< 2 mg/kg d.s.).

Diverse (bodem)onderzoeken, Ericaweg 5 te Siebengewald Rapportnr.: B23.8873 versie: 01 datum: 23 juni 2023

19 9.

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 9.1.

Conclusies diverse bodemonderzoeken

Voor de onderzoekslocatie is voor de algemene kwaliteit en de voormalige bodembedreigende activiteiten de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Algemene kwaliteit Op basis van de onderzoeksresultaten kan de gestelde hypothese voor de algemene kwaliteit ons inziens worden verworpen, aangezien in zowel de bovengrond als in het grondwater maximaal licht verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters zijn aangetoond. De aangetoonde verhoogde gehalten betreffen overschrijdingen van de betreffende achtergrond-/streefwaarden. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters aangetoond. Aangezien de (gestandaardiseerde) meetwaarden de indexwaarden van 0,5 en de interventiewaarden niet overschrijden, zijn geen vervolgstappen noodzakelijk in het kader van de Wbb. Voormalige bodembedreigende activiteiten Ter plaatse van de onderzochte voormalige bodembedreigende activiteiten zijn met, uitzondering van de voormalige gifkast en voormalige machinale wasplaats, in de grond geen verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters aangetoond. Ter plaatse van de gifkast zijn licht verhoogde gehalten voor Drins, DDE en DDT in de bovengrond aangetoond en ter plaatse van de machinale wasplaats is een licht verhoogd gehalte voor kobalt.

Aangezien er geen nulsituatie bodemonderzoek is uitgevoerd voorgaand aan de bodembedreigende activiteiten kan er geen goede vergelijking worden gemaakt. Tevens zijn bij het teeltlaagonderzoek ook licht verhoogde gehalten voor OCB aangetoond, waardoor deze verhoogde gehalten mogelijk ook zijn veroorzaakt door de teelt / kassen en niet duidelijk afkomstig zijn van de voormalige gifkast. Er zijn daarnaast geen sterk verhoogde gehalten aangetoond, waardoor kan worden geconcludeerd dat de voormalige activiteiten niet hebben geleid tot een sterke grondverontreiniging. In het grondwater zijn ter plaatse van de voormalige bodembedreigende activiteiten geen verhoogde gehalten voor de kritische parameters aangetoond. Teeltlaagonderzoek In de (oorspronkelijke) teeltlaag zijn maximaal licht verhoogde gehalten voor de OCB-parameters aangetoond. De voormalige teelt / kassen hebben derhalve niet geleid tot een sterke bodemverontreiniging. 9.2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13788399/1