Bijlagen bij toelichting Bijlage 6 Archeologisch proefsleuvenonderzoek
Tekst van het document
Afbeelding 28: Gordelhaak (V28).
19 Determinatie M. Gast, L. Van Geel, T. Lupac (Restaura) en R. Thelen (Restaura).
AB240142.R01v0.3.ARG727
43 van 78
4.3.3 Organisch materiaal Ondanks de relatief ongunstige bewaaromstandigheden, zijn diverse fragmenten dierlijk botmateriaal verzameld (V26, 27, 30 en 34). Al dit bot komt uit 3 kuilen van de noordelijke kuilencluster (S15, S16 en S17). Tussen de botdeeltjes bevinden zich ook tanden van een groot zoogdier (V30-1). Tot slot zijn 2 houtskoolmonsters uitgedeeld als vondstnummer (V10 en V22).
4.3.4 Besluit De diverse vondstcategorieën bestaan uit aardewerk, metaal en organisch materiaal. Met uitzondering van het bot dat in kuilen is verzameld, zijn de overige vondsten zowel in het ophoogdek als in sporen geborgen. Het vondstmateriaal dateert globaal uit de periode prehistorie t/m nieuwe tijd waarbij het verzamelde aardewerk gedateerd kan worden in de prehistorie, de Romeinse tijd en de middeleeuwen. Het sterk gefragmenteerde aardewerk is verspreid over het plangebied aangetroffen, hoewel de Romeinse keramiek overwegend in het zuidwestelijk deel van het plangebied aanwezig is. Het nauwkeuriger onderzoeken van deze zone speelt in de verspreiding waarschijnlijk een grote rol. Het vondstmateriaal betreft grotendeels huishoudelijk afval dat zowel door bewoningsactiviteiten als door plaggenbemesting in het onderzoeksgebied terecht is gekomen.
AB240142.R01v0.3.ARG727
44 van 78
4.4 Interpretatie Bodem Het plangebied ligt in zijn geheel op een Maasterras dat in het Alleröd is gevormd. De Maas was destijds een verwilderde rivier met een relatief brede en rechte dalbodem, met vele geulen en zand- en grindbanken. Het terras wordt omringd door lager gelegen, oude terrasgeulen uit het Dryas. Met de klimaatverbetering in het Vroeg Holoceen heeft de Maas zich sterk ingesneden in haar eigen dalvlakte, waarbij uiteindelijk één of twee hoofdgeulen een diep rivierdal vormden. De huidige Maas ligt op circa 250 m ten westen van het plangebied. De resten van de riviervlakte uit het Alleröd liggen hierdoor ten opzichte van de huidige Maas hoger in het landschap. Een dergelijke landschappelijke ligging was zowel voor jager-verzamelaars als landbouwende gemeenschappen een zeer aantrekkelijke bewoningslocatie. In vrijwel het gehele plangebied komt een oud plaggendek voor. Op basis van laatmiddeleeuwse vondsten heeft de opbrenging van het plaggendek mogelijk al in de late middeleeuwen aangevangen. In overeenstemming met de conclusies van het IVO-O blijkt in grote delen van het plangebied het plaggendek echter diep verspit tot in de onderliggende Maasafzettingen (C-horizont). Slechts plaatselijk -met name in het oostelijk deel van het plangebied- is de bodemopbouw beter bewaard gebleven.
Vele verspittingen hangen vermoedelijk samen met het voormalig gebruik als kassencomplex. Ook buiten het kassencomplex zijn deze verspittingen echter aanwezig. Ten zuiden van het kassencomplex lag verder een brede en diepe sloot die ook de nodige verstoringen heeft gevormd.
Archeologie De aantrekkelijke landschappelijke ligging voor bewoning blijkt uit diverse vondsten die wijzen op een langdurige bewoningsgeschiedenis. Handgevormd aardewerk toont aan dat er al in de prehistorie menselijke activiteiten plaatsvonden binnen het plangebied. Toch zijn uit deze periode geen duidelijke sporen aangetroffen. Mogelijk bevinden de bewoningsresten zich vooral westwaarts, in het lagergelegen gebied richting de Maas, zoals onderzoek ten noordwesten van Aijen doet vermoeden. 20 Het is echter zeker niet uitgesloten dat in het plangebied grondsporen door de diepe verspittingen grotendeels verdwenen zijn. Uit datzelfde onderzoek blijkt dat men vanaf de late ijzertijd of Romeinse tijd steeds vaker de hogere delen van het landschap opzocht, mogelijk vanwege een toenemend overstromingsrisico. Ook in het plangebied zijn over een uitgestrekt gebied Romeinse vondsten gedaan. In het zuidwestelijke deel is een waterput aangetroffen die mogelijk in de Romeinse tijd is aangelegd, maar ook uit de middeleeuwen kan dateren. Het is aannemelijk dat zich in de omgeving overige bewoningssporen gerelateerd aan de waterput bevinden. Ten oosten van de waterput zijn geen archeologische sporen gevonden; hier is de bodem bovendien diep verstoord door spitwerk.
Ten noorden van werkput 3 heeft de aanleg van een diepe sloot tot aanzienlijke bodemverstoring geleid en verder noordwaarts blijkt de bodem -vermoedelijk door het voormalig gebruik als kassencomplex- eveneens sterk verspit. In de westelijke uitbreiding van werkput bleek de bodem iets minder diep verspit en zijn wel ingravingen waargenomen. Deze ingravingen lijken op basis van de identiek vulling van het bovenliggende ophoogpakket grotendeels gegraven vanuit het ophoogdek en bijgevolg van een recentere -en mogelijk agrarische- oorsprong. Slechts van enkele sporen met een lichtere vulling kan niet uitgesloten worden dat ze een oudere oorsprong hebben. Hoewel enkele oudere sporen aanwezig kunnen zijn, is in de cluster geen duidelijke structuur niet herkend. Mogelijk zijn diverse sporen door de verspittingen grotendeels verdwenen.
20 Bringmans, 2020.
AB240142.R01v0.3.ARG727
45 van 78
In de late middeleeuwen en nieuwe tijd bevond het plangebied zich direct ten oosten en zuiden van de historische kern van Aijen (oudste vermelding 1331). Het plangebied zelf heeft sindsdien een overwegend agrarisch gebruik. In het noordwestelijke deel van het plangebied is een cluster kuilen uit de nieuwe tijd vastgesteld, die met deze agrarische werkzaamheden in verband kunnen staan. De precieze aard blijft echter onbekend. Een zone waar gelijkaardige individuele handelingen hebben plaats gevonden is aannemelijk. Duidelijk is echter dat hier gaat om off-site fenomenen.
AB240142.R01v0.3.ARG727
46 van 78
4.5 Vindplaatsen 4.5.1 Definiëring Een vindplaats wordt in de KNA gedefinieerd als een ruimtelijk begrensd gebied waarbinnen zich archeologische informatie bevindt. Tijdens het uitgevoerde onderzoek zijn twee ruimtelijk begrensde zones aangetroffen waar vroegere menselijke activiteiten hebben plaats gevonden.
4.5.2 Vindplaats 1 Vindplaats 1 bevindt zich in het noordwestelijke deel van het plangebied. Hier is een cluster kuilen uit de nieuwe tijd (mogelijk zelfs nieuwe tijd laat) vastgesteld. De precieze aard van de kuilen blijft onbekend. Ze kunnen verband houden met agrarische werkzaamheden of het betreft een zone met gelijkaardige individuele handelingen. Duidelijk is evenwel dat het hier gaat om off-site fenomenen.
4.5.3 Vindplaats 2 Vindplaats 2 bevindt zich in het zuidwestelijke deel van het plangebied. Hier is een waterput en een cluster ingravingen waargenomen. De waterput dateert op zijn vroegst in de Romeinse tijd maar kan ook nog uit de middeleeuwen dateren. Waterputten staan over het algemeen in verband met bewoning. Ten westen van de waterput bleek de bodem iets minder diep verspit en zijn ook ingravingen waargenomen. Deze ingravingen lijken echter grotendeels gegraven vanuit het ophoogdek en bijgevolg van een recentere oorsprong. Slechts van enkele sporen met een lichtere vulling kan een oudere oorsprong niet uitgesloten worden hoewel de lichtere vulling ook veroorzaakt kan zijn doordat het de onderzijde van een ingraving betreft. Hoewel enkele oudere sporen aanwezig kunnen zijn, zijn in de cluster geen duidelijke structuurdelen herkend.
4.6 Waardestelling 4.6.1 Algemeen Voor de waardering van deze vindplaats is de KNA-systematiek ‘Waarderen van vindplaatsen’ gevolgd (KNA versie 4.1, specificatie VS06; www.sikb.nl). Hier worden numerieke waarden (1 t/m 3) toegekend aan de verschillende waarderingsaspecten: belevingswaarde, fysieke kwaliteit en inhoudelijke kwaliteit. Afhankelijk van de score is een vindplaats wel of niet behoudenswaardig. •
De belevingswaarde (schoonheid en herinneringswaarde) is slechts van belang voor zichtbare of in de herinnering bewaarde archeologische monumenten en is derhalve voor onderhavig onderzoek niet relevant.
•
Fysieke kwaliteit: Hier wordt de conditie van de grondsporen en de conservering van de vondsten zoals bot, aardwerk, hout en (vuur)steen bepaald. Ze worden op basis van hun fysieke kwaliteit als behoudenswaardig (opgraven of beschermen) aangemerkt indien de criteria gaafheid en conservering samen bovengemiddeld (5 of 6 punten) scoren.
•
Inhoudelijke kwaliteit: Bij een middelmatige tot lage fysieke kwaliteit (4 punten of minder) wordt naar inhoudelijke criteria gekeken om te bepalen of het terrein toch behoudenswaardig is. Dit ‘vangnet’ heeft tot doel ervoor te zorgen dat terreinen die van beperkte fysieke kwaliteit zijn, maar desondanks inhoudelijk van groot belang, buiten de beoordeling vallen. Vindplaatsen die op grond van hun fysieke
AB240142.R01v0.3.ARG727
47 van 78
kwaliteit als in principe behoudenswaardig zijn aangemerkt, worden eveneens gewaardeerd op hun inhoudelijke kwaliteit. De inhoudelijke kwaliteitscriteria zijn: zeldzaamheid, informatiewaarde en ensemblewaarde. Bij een bovengemiddelde score van 7 punten of meer voor deze criteria, wordt de vindplaats als behoudenswaardig aangemerkt.
4.6.2 Fysieke kwaliteit Vindplaats 1 Ter hoogte van de vindplaats blijkt de bodem diep verspit tot in de C-horizont. Aangezien de sporen ingegraven zijn vanuit het ophoogdek, zijn minder diep ingegraven sporen niet herkenbaar (beperkt tot het ophoogdek) of door de verspitting grotendeels vernietigd. De conservering van de vondsten is gemiddeld. Op basis van de gedocumenteerde bodemprofielen kan afgeleid worden dat organische resten in het plangebied grotendeels verdwenen zijn. Bot is wel nog bewaard, vermoedelijk ook vanwege de relatief recente oorsprong. Anorganische resten zijn relatief goed bewaard gebleven, hoewel deze nauwelijks zijn aangetroffen. Geconcludeerd kan worden dat de gaafheid en conservering van de vindplaats gemiddeld is.
Vindplaats 2 Het niet onderzochte deel van de diep ingegraven waterput is nog goed bewaard. In de directe omgeving zijn echter vele verstoringen vastgesteld. Uit de profielopnames bleek werkput 3 immers voor een groot deel gekenmerkt door diepe verspittingen. Ook in noordelijke richting zijn eventuele grondsporen verstoord vanwege de aanwezigheid van een brede en diepe sloot en diepe verspitting als gevolg van het gebruik als kassencomplex. Alleen bij de uitbreiding van werkput 3 bleek hier in westwaartse richting het bodemprofiel iets beter bewaard. De vele jongere ingravingen vanuit het ophoogdek hebben hier echter ook de oudere sporen grotendeels vernietigd. De conservering van de vondsten is gemiddeld. Op basis van de gedocumenteerde bodemprofielen kan afgeleid worden dat organische resten en bot door de relatief droge en zure bodemomstandigheden slecht zullen zijn geconserveerd. Het hout van de waterput blijkt dan ook grotendeels vergaan. Anorganische resten zijn relatief goed bewaard gebleven, hoewel aardewerk sterk gefragmenteerd is.
4.6.3 Inhoudelijke kwaliteit Vindplaats 1 De aangetroffen kuilen zijn allesbehalve zeldzaam. Het gaat hier om off-site sporen uit de nieuwe tijd die mogelijk in verband staan met agrarische werkzaamheden of om een zone met gelijkaardige individuele handelingen. De sporen zijn bovendien niet vondstrijk. De informatiewaarde is dan ook laag. De sporen en vondsten hangen mogelijk wel samen met de ontwikkeling en landschapsgebruik van Aijen. De ensemblewaarde is dan ook gemiddeld.
Vindplaats 2
AB240142.R01v0.3.ARG727
48 van 78
De waterput dateert uit de Romeinse tijd of middeleeuwen. Bij uitgebreid onderzoek tussen Aijen en Well zijn diverse vindplaatsen uit de Romeinse tijd en middeleeuwen opgegraven. De vindplaats krijgt hierdoor een waardering die middelhoog ligt voor zeldzaamheid. De waterput behoort vermoedelijk tot een erf. Waar dit erf gelegen heeft blijft echter onduidelijk. In noordelijke en oostelijke richting zijn hiervoor geen aanwijzingen aangetroffen. Mogelijk zijn eventuele sporen van een erf hier grotendeels verdwenen door de diepere verspittingen. In het minder diep verspitte deel ten westen van de waterput zijn wel vele, weliswaar overwegend ondiepeingravingen vastgesteld. Echter lijken de meeste van deze ingravingen vanuit het ophoogdek ingegraven en bijgevolg van latere oorsprong. Slecht enkele sporen kunnen een oudere datering hebben. Mede door de vele verspittingen wordt verwacht dat vele sporen vernietigd zijn. De huidige vindplaats -en met name de waterputkan algemene informatie toevoegen aan de bewoningsgeschiedenis, maar overstijgt niet het lokale niveau. De informatiewaarde is dan ook middelhoog. In ruimer opzicht zijn Romeinse en middeleeuwse vindplaatsen vastgesteld tussen Well en Aijen. Op het Alleröd terras in de directe omgeving van het plangebied zijn alleen vroegmiddeleeuwse sporen vastgesteld ten noordwesten van Aijen.
De ensemblewaarde van deze waterput is dan ook middelhoog.
4.6.4 Conclusie Vindplaats 1 heeft een gemiddelde fysieke kwaliteit en een (zeer) lage inhoudelijke kwaliteit. Deze vindplaats is dan ook niet behoudenswaardig. Vindplaats 2 heeft zowel een gemiddelde fysieke als inhoudelijke kwaliteit. Alleen het niet onderzochte deel van de waterput de waterput biedt hier nog ruimere mogelijkheden om extra informatie omtrent de bewoningsgeschiedenis te verkrijgen. Tabel 7 Scoretabel waardestelling van de vindplaatsen.
Score vindplaats 1
Score vindplaats 2
n.v.t.
herinneringswaarde
n.v.t.
n.v.t.
hoog
fysieke
gaafheid
2
2
kwaliteit
conservering
2
2
inhoudelijke
zeldzaamheid
1
2
kwaliteit
informatiewaarde
1
2
ensemblewaarde representativiteit
AB240142.R01v0.3.ARG727
2 n.v.t.
49 van 78
2 n.v.t.
laag
n.v.t.
midden
schoonheid
hoog
beleving
laag
criteria
midden
waarde
5 Conclusies en aanbevelingen 5.1 Beantwoording van de onderzoeksvragen Op de specifieke onderzoeksvragen in het PvE kunnen de volgende antwoorden worden gegeven: 1.
Zijn er archeologische waarden aanwezig binnen het plangebied? Zo ja: waaruit bestaan de archeologische waarden en wat is de ouderdom hiervan? In hoeverre komen deze aangetroffen archeologische waarden overeen met de gespecificeerde archeologische verwachting? Tijdens het onderzoek zijn 88 spoornummers geregistreerd, waarvan 39 betrekking hebben op greppelvullingen, een waterput en kuilen/paalkuilen. • Greppels: te dateren in de late middeleeuwen–nieuwe tijd. • Waterput: vermoedelijk Romeins of middeleeuws. • Kuilen: enkele sporen in de zuidwestelijke cluster hebben mogelijk een oudere oorsprong hoewel de datering allesbehalve zeker is. De meeste kuilen dateren uit de nieuwe tijd. De aangetroffen waarden sluiten deels aan met de op basis van het bureauonderzoek gespecificeerde verwachting. Hier had het plangebied een hoge verwachting voor resten uit het laat-paleolithicum t/m de nieuwe tijd, met de nadruk op de late middeleeuwen en nieuwe tijd vanwege de ligging aan de rand van de historische kern van Aijen.
2.
Wat is de ruimtelijke spreiding van de archeologische waarden, zowel in het horizontale als verticale vlak? Welke materiaalcategorieën zijn aanwezig? Wat is de vondstdichtheid? De aangetroffen sporen situeren zich vooral in het noordwestelijke en zuidwestelijke deel van het plangebied. Ze waren herkenbaar in de top van de onverstoorde natuurlijke bodem. Tijdens het onderzoek zijn 50 vondstnummers uitgegeven (106 vondsten) die betrekking hebben op gebruiksaardewerk, metaal en organisch materiaal. Bot is uitsluitend uit kuilen verzameld; overige vondsten zijn aangetroffen in zowel het ophoogdek als in sporen. Het materiaal dateert globaal uit de periode prehistorie t/m nieuwe tijd waarbij het verzamelde aardewerk gedateerd kan worden in de prehistorie, de Romeinse tijd en de middeleeuwen. Het aardewerk is verspreid door het plangebied aangetroffen hoewel in het oosten en zuidwestelijk deel van het plangebied een duidelijk hogere concentratie aanwezig is. •
De aanwezigheid van relatief veel aardewerk in het oostelijke deel van het plangebied hangt deels samen met de hier nog relatief intacte bodemopbouw. Westwaarts hebben de verspittingen geleid tot een diffusere verspreiding doorheen het hele verspitte pakket.
•
Het meer intensief onderzoeken van de zuidwestelijke zone -waaronder het couperen van alle hier vastgestelde ingravingen – verklaart de concentratie in het zuidwestelijke deel.
.
AB240142.R01v0.3.ARG727
50 van 78
3.
Is er sprake van een archeologische vindplaats? Hoe is deze vindplaats te waarderen en is de vindplaats op grond van deze waardering als behoudenswaardig te bestempelen (met het oog op de rest van het onderzoeks-/plangebied)? In het plangebied zijn twee vindplaatsen gedefinieerd. •
Vindplaats 1 bevindt zich in het noordwestelijke deel van het plangebied. Hier is een cluster kuilen uit de nieuwe tijd vastgesteld. De precieze aard van de kuilen blijft onbekend. Ze kunnen verband houden met agrarische werkzaamheden of het betreft een zone met gelijkaardige individuele handelingen. Duidelijk is evenwel dat het hier gaat om off-site fenomenen. De vindplaats heeft een gemiddelde fysieke kwaliteit en een lage inhoudelijke kwaliteit en is bijgevolg niet behoudenswaardig.
•
Vindplaats 2 bevindt zich in het zuidwestelijke deel van het plangebied. Hier is een waterput en een cluster ingravingen waargenomen. De waterput is dateert ten vroegst in de Romeinse tijd maar kan ook nog uit de middeleeuwen dateren. Ten westen van de waterput bleek de bodem iets minder diep verspit en zijn ook overwegend ondiepe ingravingen waargenomen. Mede op basis van de aanwezigheid van baksteenpartikels en een gelijkaardige vulling als het humeuze bovenliggende pakket lijken deze ingravingen echter grotendeels gegraven vanuit het ophoogdek. Ze hebben bijgevolg een jongere oorsprong (nieuwe tijd, mogelijk zelfs relatief recent). Slechts van enkele sporen met een lichtere vulling kan een oudere oorsprong niet uitgesloten worden. Het fragmentarische vondstmateriaal biedt mede gezien de vele verspittingen alleen een terminus post quem datering. De vele jongere ingravingen vanuit het ophoogdek hebben ook eventuele oudere sporen grotendeels vernietigd waardoor de vindplaats een gemiddelde fysieke kwaliteit heeft. De huidige vindplaats -en met name de waterput- kan algemene informatie toevoegen aan de bewoningsgeschiedenis, maar overstijgt niet het lokale niveau. De inhoudelijke kwaliteit is dan ook middelhoog. Met uitzondering van het niet opgegraven deel van de waterput is de vindplaats dan ook niet behoudenswaardig.
4.
Welk type vindplaats vertegenwoordigen de archeologische waarden? Vindplaats 1: waarschijnlijk agrarisch gebruik of zone met eenzelfde soort activiteiten (nieuwe tijd), functie onduidelijk maar duidelijk off-site fenomeen. Vindplaats 2: De waterput behoort vermoedelijk tot een erf. Waar dit erf gelegen heeft blijft echter onduidelijk. In noordelijke en oostelijke richting zijn hiervoor geen aanwijzingen aangetroffen. Eventuele sporen van een erf kunnen hier grotendeels verdwenen zijn door de diepere verspittingen en overige verstoringen. In het minder diep verspitte deel ten westen van de waterput zijn wel vele, weliswaar overwegend ondiepe- ingravingen vastgesteld die een overwegend jongere oorsprong hebben. In deze kuilencluster zijn geen duidelijke aanwijzingen van een eventuele structuur waargenomen. Ook bij de dieper ingegraven sporen -waarvan aangenomen kan worden dat ze eventueel deel uitmaakten van een grotere structuur- is geen samenhang te herkennen. Gezien de jongere oorsprong lijken vele ingravingen dan ook in verband te staan met agrarische bewerkingen. Zo kunnen een aantal kuilen zelfs in verband gebracht worden met boen die in 2006 nog op het terrein stonden.
5.
In welke mate hebben agrarisch gebruik, de bouw van de kas of andere antropogene ingrepen geleid tot aantasting of verstoring van de vindplaats? Door de plaggenbemesting is het plangebied geleidelijk opgehoogd. Ondanks dat het opgehoogde humeuze dek fungeert als buffer tegen moderne diep verstorende activiteiten, blijkt deze in het
AB240142.R01v0.3.ARG727
51 van 78
plangebied diep verspit tot in de C-horizont. Slechts plaatselijk -en met name in het oostelijke deel van het plangebied-is het natuurlijke bodemprofiel (nog deels) intact. Alleen diep ingegraven grondsporen zullen nog behouden zijn. Het feit dat in werkput 3 in het dieper verspitte deel alleen de waterput bewaard is en in het westelijk minder diepe verspitte deel nog overwegend ondiepe ingravingen werden vastgesteld, geeft hiervoor een duidelijke aanwijzing. De verspittingen hangen mogelijk samen met het voormalige kassencomplex. Het is ook niet uitgesloten dat het terrein lichtjes geëgaliseerd is. 6.
Is er een relatie met uit gravend archeologisch onderzoek bekende vindplaatsen in of op zeer korte afstand van het betreffende deelgebied? Dit is het eerste gravende onderzoek in het plangebied. Nabijgelegen onderzoeken (300–500 m NW) troffen IJzertijdgraven en vroege middeleeuwse bewoning aan. Daaruit bleek dat in de late ijzertijd– Romeinse tijd hogere delen werden opgezocht, mogelijk door verhoogd overstromingsrisico. Huidig plangebied ligt op het hogere deel van het terras. De hier aangetroffen waterput uit de Romeinse tijd of middeleeuwen sluit aan bij dit beeld.
7.
Welke gegevens over de aangetroffen vindplaatsen kunnen de archeologische kennis van de regio aanscherpen? De vindplaatsen leveren algemene informatie over bewoningsgeschiedenis en landschapsgebruik, maar hebben geen bovenlokaal belang. Vindplaats 1 betreft duidelijk off-site fenomenen uit de nieuwe tijd die weinig toevoegen aan de archeologische kennis van de regio. Vindplaats 2 en dan met name de aangetroffen waterput, geeft meer informatie over de lokale bewoningsgeschiedenis maar door de beperkte gaafheid is deze relatief beperkt.
8.
In welke geologische en bodemkundige eenheden dan wel lagen bevinden zich de archeologische waarden? Wat is de relatie tussen de ligging van de archeologische waarden en geomorfologische en bodemkundige kenmerken van het gebied? Het plangebied ligt op een Maasterras (Allerød) omringd door lagere terrasgeulen (Dryas), ca. 250 m oostelijk van de huidige Maas. De hoger gelegen ligging bood goede bewoningsmogelijkheden. De aangetroffen sporen waren herkenbaar in de top van de onverstoorde Maasafzettingen. Mogelijk ontstond al in de late middeleeuwen door plaggenbemesting een dik (opgehoogd) humeus dek, waarin diverse vondsten zijn verzameld. Het vondstmateriaal betreft grotendeels huishoudelijk afval dat zowel door bewoningsactiviteiten als door de plaggenbemesting in het onderzoeksgebied terecht is gekomen.
9.
Indien het onderzoek geen archeologische waarden of beperkte archeologische fenomenen (bijvoorbeeld alleen losse vondsten) oplevert, is er dan mogelijk wel sprake van een of meerdere vondstconcentraties? Welke verklaring is te geven voor de afwezigheid van archeologische resten/sporen? Is er (bijvoorbeeld) sprake van: aantoonbare afwezigheid van bewoning en/ of actief landgebruik, verstoring van antropogene aard, beperking van de archeologische waarnemingsmogelijkheden door bodemprocessen, beperking van de archeologische waarnemingsmogelijkheden door werk- of weersomstandigheden? Archeologische waarden zijn aanwezig, maar verstoringen hebben waarschijnlijk geleid tot het verdwijnen van de meeste sporen.
10.
Is het mogelijk op basis van de resultaten van het onderzoek een beleidsaanbeveling te doen voor het plangebied en/of het omliggende gebied (t.a.v. beleid, inrichting en beheer)?
AB240142.R01v0.3.ARG727
52 van 78
Het onderzoek heeft de aanwezigheid van twee vindplaatsen in het plangebied aangetoond. Echter zijn de aanwezige resten met uitzondering van de waterput niet van grote waarde. Ook hebben in het plangebied de nodige verstoringen opgetreden waardoor alleen diepe ingegraven sporen nog herkenbaar zijn. In hoeverre deze waarnemingen ook gelden zijn voor de omliggende gebieden is onbekend. De resultaten van huidig onderzoek kunnen niet gebruikt worden om uitspraken te doen over de aanwezigheid en gaafheid van eventuele archeologische resten in de omliggende gebieden. Met name voor het gebied ten zuiden van het plangebied moet gezien de ligging van de waterput nabij de zuidgrens rekening gehouden worden met mogelijk intacte waarden,. 11.
Heeft het onderhavige onderzoek een bijdrage geleverd aan de kennisstand archeologie zoals weergegeven in de provinciale synthese uit 2017? Het onderzoek heeft geen verdere informatie opgeleverd welke van grote wetenschappelijke waarde is.
12.
Welke nieuwe inzichten heeft het onderzoek in dat opzicht opgeleverd en op welk vlak (periode, gebied, thema)? Het onderzoek heeft geen nieuwe inzichten opgeleverd.
5.2 Aanbevelingen In het plangebied zijn twee vindplaatsen aangetroffen die -met uitzondering van het niet onderzochte deel van de waterput – als niet behoudenswaardig worden geacht. Het niet onderzochte deel van de waterput ligt bij de planvorming echter onder een geplande weg waar de verstoring beperkt blijft (Afbeelding 29). Aangezien zich hier een ophoog-/verspit dek van 60 cm bevind en de bovenste vullingen van de waterput nazakkingen of uitgravingen betreffen, kan de waterput in principe behouden blijven. Derhalve adviseert Geonius dat er voor het plangebied geen restricties gelden ten aanzien van de verdere planvorming. Indien ter hoogte van het niet onderzochte deel van de waterput ingrepen dieper dan 50 cm beneden maaiveld zullen plaatsvinden, dient deze echter behouden te worden ex situ d.mv. een opgraving. De resultaten van huidig onderzoek kunnen niet gebruikt worden om uitspraken te doen over de aanwezigheid en gaafheid van eventuele archeologische resten in de omliggende gebieden. De archeologische verwachting voor de omliggende gebieden blijft dan ook bestaan. Deze aanbevelingen vormen een advies dat getoetst dient te worden door de bevoegde overheid, de gemeente Bergen. Deze zal een besluit nemen over wat de eventuele vervolgstappen dienen te zijn ten aanzien van eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied.
Mochten tijdens voorgenomen graafwerkzaamheden alsnog archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de erfgoedwet. 21
21 Degene die anders dan bij het verrichten van opgravingen een vondst doet waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat
het een archeologische vondst betreft, meldt dit zo spoedig mogelijk bij Onze Minister. 2. De gerechtigde tot een archeologische vondst als bedoeld in het eerste lid, is gehouden de vondst gedurende zes maanden, te rekenen van de dag van de in het eerste lid bedoelde melding, ter beschikking te houden of te stellen voor wetenschappelijk onderzoek. Opmerking auteur: met monument wordt bedoeld: 1. vervaardigde zaken welke van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap of hun cultuurhistorische waarde; 2. Terreinen welke van algemeen belang zijn wegens daar aanwezige zaken als bedoeld onder 1. Melding kan plaats vinden bij de gemeente (niet bij de minister).
AB240142.R01v0.3.ARG727
53 van 78
Afbeelding 29: De aangetroffen sporen op het inrichtingsplan.
AB240142.R01v0.3.ARG727
54 van 78
Literatuurlijst en gebruikte bronnen Literatuurlijst Berg, van den, M.W., 1996. Fluvial sequences of the Maas, a 10Ma record of neotectonics and climate change at various scales. PhD Thesis, Universiteit Wageningen. Bringmans, P., 2020. Rapportage Archeologisch Onderzoek Eiland van Bergen te Bergen-Aijen in de gemeente Bergen. Econsultancy Rapportnr. 2703.001. CCvD, 2018. Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie Landbodems versie 4.1, 2018. Vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) Archeologie, ondergebracht bij de SIKB te Gouda. De Groote, K., 2008. Middeleeuws aardewerk in Vlaanderen. Techniek, typologie, chronologie en evolutie van het gebruiksgoed in de regio Oudenaarde in de volle en late middeleeuwen (10de-16de eeuw). Relicta Monografieën 1, Brussel. Janssen, M.J., 2022. De brokstukken bijeenrapen. Inventarisatie van de Zuid-Limburgse aardewerkproductie in de middeleeuwen, SAGA rapport 25, Landgraaf. Keijers, D., 2018. Dassencompensatiegebied te Well-Aijen, gemeente Bergen; archeologisch onderzoek: een archeologische begeleiding (protocol opgraven). RAAP-Rapport 3320. Renes, J., 1999: Landschappen van Maas en Peel. Een toegepast historisch-geografisch onderzoek in het streekplangebied Noord- en Midden-Limburg. Eisma, Leeuwarden. Staring Centrum/RGD, 1990. Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:50.000. Blad 52 Venlo.
Staring Centrum/RGD, Wageningen/Haarlem. Stiboka, 1975. Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000. Blad 52 Oost Venlo. Stiboka, Wageningen. Stiekema, M., 2010. Archeologisch bureauonderzoek Weth. Kortingstraat 19 te Aijen in de gemeente Bergen, Econsultancy Rapport 09031163. Tichelman, G., 2005. Archeologisch onderzoek in het kader van de Maaswerken: inventariserend veldonderzoek (IVO), waarderende fase Well-Aijen. ADC-rapport 404. Archeologisch Diensten Centrum, Bunschoten. Tranchot en v. Müffling, 1806. Topografische Aufnahme rheinischer Gebiete durch französische Ingenieurgeographen unter Oberst Tranchot und durch preussische Offiziere unter Generalmajor Frhr. v. Müffling1816-1820 mit Ergänzungsblättern 1826-1828. Reproduktion und druck: Landesvermessungsamt Nordrhein-Westfalen, 1967. Aus dem Originalmassstab 1:20.000 in den Massstab 1:25.000 reduziert.
AB240142.R01v0.3.ARG727
55 van 78
Verschuren, B., 2024. Programma van Eisen. IVO-P Wethouder Kortingstraat te Aijen, gemeente Bergen . Geonius Programma van Eisen, 183. Wullink, A.J. & M. Stiekema, 2009. Een verkennend archeologisch inventariserend veldonderzoek door middel van boringen aan de Wethouder Kortingstraat te Aijen, gemeente Bergen (L). ARC-Rapporten 2009-79.
Gebruikte bronnen http://zoekencultureelerfgoed.nl www.topotijdreis.nl http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl http://www.sikb.nl
AB240142.R01v0.3.ARG727
56 van 78
Bijlagen
AB240142.R01v0.3.ARG727
57 van 78
Bijlage 1 Overzicht werkputten, vlakken en profielen
AB240142.R01v0.3.ARG727
200440
200460
200480
200500
200520
200540
200560
200580
200480
200500
200520
200540
200560
200580
399600
399600
Overzicht werkputten en profielen legenda plangebied werkput oorspronkelijke werkput vlak 2 profiel
399500
399500
399520
399520
399540
399540
399560
399560
399580
399580
kolomprofiel
200440
200460
Bijlage 2 Overzicht vlakken
AB240142.R01v0.3.ARG727
200460
200480
200500
200520
200540
200560
200580
200600
200460
200480
200500
200520
200540
200560
200580
200600
Overzicht vlak 1
399600
399600
200440
legenda plangebied sporen maaiveldhoogte vlakhoogte
399500
399500
399520
399520
399540
399540
399560
399560
399580
399580
coupelijn
200440
200460
200480
200500
200520
200540
200560
200580
200600
200480
200500
200520
200540
200560
200580
200600
399600
399600
Interpretatie sporen vlak 2 legenda plangebied interpretatie waterput kuil verstoring natuurlijk
399500
399500
399520
399520
399540
399540
399560
399560
399580
399580
gracht/ verspitting
200460
Bijlage 3 Interpretatie vlak
AB240142.R01v0.3.ARG727
200460
200480
200500
200520
200540
200560
200580
200600
200480
200500
200520
200540
200560
200580
200600
399600
399600
Interpretatie sporen vlak 1 legenda plangebied interpretatie greppel waterput kuil paalkuil menglaag - spitspoor verstoring natuurlijk vondst
399500
399500
399520
399520
399540
399540
399560
399560
399580
399580
gracht/ verspitting
200460
200460
200480
200500
200520
200540
200560
200580
200600
200480
200500
200520
200540
200560
200580
200600
399600
399600
Interpretatie sporen vlak 2 legenda plangebied interpretatie waterput kuil verstoring natuurlijk
399500
399500
399520
399520
399540
399540
399560
399560
399580
399580
gracht/ verspitting
200460
Bijlage 4 Sporenlijst
AB240142.R01v0.3.ARG727
Projectnummer:
AB240142
Projectnaam: OM-nummer:
vulling
1 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2
0 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16
intprspec dierlijke verstoring waterput waterput waterput waterput waterput waterput waterput waterput waterput waterput waterput waterput waterput waterput waterput waterput waterput
horizont
Aijen
Gemeente:
Bergen
Controle sr KNA archeoloog:
5803378001
spoor
Plaats:
vormcoupe
diepte
onr onr onr onr onr onr onr onr onr onr onr onr onr onr onr onr onr onr
10 245 245 245 245 245 245 245 245 245 245 245 245 245 245 245 245 245
textuur
bijmeng
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s1
mediaan humus
MF MF MF MF MF MF MF MF MF MF
h2 h1 h1
grind
g1 g1 g1 g1 g1 g1 g1
h1 g1 g1
MF MF MF h1 MF MF
g1 g1 g1
kleur
gevlekt
YU DYU UY YU LYU LEU LU LUE Y LUE Y YU LE LEU LE YU UY LU
E E LEU LY LY LEY LYE LYE E Y LE E LYU LEY YU E ZUE Y
ijzer_mangaan
houtskool verbrand_leem puin 1 1 1 1 1 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 1
0 1 RB1 0 RB1 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
opmerking concentratie mollengangen
stug
afdruk hout put afdruk hout put
enkel kleibrokje
roestlaagje, verkit; op overgang WP en natuurlijk 2 3 4 5 6 7 7 8 9 9 10
17 0 0 0 0 0 1 0 0 1 0
waterput spitspoor spitspoor greppel kuil kuil kuil kuil paalkuil paalkuil natuurlijke laag
onr kom kom kom kom kom kom kom hoek hoek nvt
245 10 15 25 20 32 32 8 16 16 0
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s1
MF MF MF
11
0
natuurlijke verstoring
onr
6
Z
s1
MF
MF MF MF MF MF
g1 g1 h2 h1 h1
ZU UY UY YU Y Y LU UY DUY LE U
E E E E DYE Y LY U
FE9
DU FE2
DEU
0 0 0 0 0 0 0 1 0 0 0
0 0 0 0 0 0 RB1 0 2 RB2 0 0 0
2
0
leembrokjes eembrokjes brokken leem
banden B lijkt door mollen verorzaakt; wel prehist aardewerk wortel; LY kleibrokjes
12 13 14
0 0 0
kuil kuil kuil
kom kom kom
16 16 0
Z
s1
Z
s1
Z
s1
15 16
0 0
kuil kuil
kom kom
31 38
Z
s1
Z
s1
AB240142.R01v0.3.ARG727
MF MF MF MF MF
h2 h2 h1
h2
g1
DYU DYU DUY
E E E
0 0 0
0 RB1 0 RB2 1
YU DYU
DUE E
0 0
0 0 RB2
LY kleibrokjes kies onderin kuil (V30)
17 18
0 0
19 20 21 21
0 0 0 1
22 23 24 24 25 26 27 27 28 28 28 29 30 31 32 33
0 0 0 1 0 0 0 1 0 1 2 0 0 0 0 0
34 35 35 36 37 38 39 40 40 41 41 42 43 43 44 45 46 47 47 48 49 50
0 0 1 0 0 0 0 0 1 0 1 0 0 1 0 0 0 0 1 0 0 0
kuil kuil natuurlijke verstoring paalkuil kuil kuil natuurlijke verstoring paalkuil paalkuil paalkuil kuil kuil kuil kuil kuil kuil kuil kuil kuil kuil kuil paalkuil natuurlijke verstoring kuil kuil spitspoor kuil kuil kuil paalkuil paalkuil kuil kuil kuil paalkuil paalkuil kuil kuil kuil kuil kuil kuil kuil kuil
AB240142.R01v0.3.ARG727
onr kom
0 23
kom onr onr
0 16 22 22
onr kom vlak vlak kom kom vlak vlak onr onr onr kom kom kom onr kom kom onr onr kom onr kom onr kom kom vlak vlak kom kom kom onr onr kom kom kom hoek kom kom
Z
s1
Z
s1
MF
s1
MF MF MF
Z
s1
Z
s1
Z
s1
4 18 19 19 10 10 16 16 20 20 20 20 17 16 15 35
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s1
12 32 32 20 26 40 10 40 40 44 44 20 12 12 12 10 40 20 20 24 20 12
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s1
MF MF MF MF MF MF MF MF MF MF MF MF MF MF MF MF MF MF MF MF MF MF MF MF MF MF MF MF MF MF MF MF MF MF MF MF MF MF
h1 h1
YU DY
EU LY
0 0
0 0
h1 h1
LYU YU DUY UY
Y E E E
0 0 0 0
0 0 0 RB1 0
Y DYU DUY LYU DUY UY DYU LYU DYU LUY UY DYU DUY DYU DUY YU
E E E E E E E E E E E E E E E E
0 1 1 0 0 0 0 0 0 0 0 1 1 0 0 0
0 RB1 1 1 0 0 RB2 1 0 RB1 0 0 RB1 0 0 0 0 RB1 0 RB1 0 RB2 1
LUY DYU DY Y LUY DYU Y LUY LE DUY UY LYU DY LYU DUY DUY DUY DYU YU DYU Y Y
E DYE DYE E E E E DY
0 1 0 0 1 0 1 0 0 1 1 0 0 0 0 0 1 0 0 0 0 0
0 0 RB1 0 RB1 0 RB1 0 0 RB1 0 RB1 0 0 0 RB1 0 RB2 0 0 0 0 RB1 0 RB1 0 RB1 0 RB1 0 0 RB2 0 RB1 0 RB1
h1 h1 h2 h1 h1 h1 h2
h1 h2 h2 h2
g1 g1
h2 h1 h1 h2 h1
h2 h1 h1 h1 h2 h2 h2 h1 h2 h1 h2
g1
E E E E E E E E E E E E E
bot; dierengraf LY kleibrokjes
mol
cokesfr mol
cokes
cokesfr
VSN
51 52 53 54 55 56
0 0 0 0 0 0
57 58 59 60
0 0 0 0
61
0
paalkuil dierlijke verstoring kuil kuil paalkuil greppel natuurlijke verstoring kuil paalkuil kuil natuurlijke verstoring
tas onr kom onr vlak kom
50 12 15 18 22 30
Z
s1
MF MF MF MF MF MF
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s1
nnb vlak kom onr
0 10 10 9
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s1
MF MF MF MF
nnb
0
Z
s1
MF
h2 h1 h2 h2
h2
DYU Y DYU DYU YU YU
E E E E E DYE
1 0 0 0 1 0
0 RB1 0 RB1 0 RB1 0 RB2 0 RB1 0
LYU DYU DYU DYU
E E E E
0 0 0 0
0 0 0 0
LYU
E
0
0
cokespartikel
mogelijk vsn mogelijk VSN
sporen ivm voormalige serre; o.m. betonpoeren 999 999 999
0 1 2
recente verstoring recente verstoring recente verstoring
1000
0
bouwvoor
Ap
0 0 0
Z
s1
Z
s1
Z
s2
0
Z
s2
MF
h1 h1 h2
Y E UY
h2
Y
E Y
0 0 0
0 0 0 RB2
1
0 RB1
spitlaag cokes, los cokes; A-horizont; stug Aa-horizont; stug; plaatselijk Fe fibers
2000 2001
0 0
cultuurlaag cultuurlaag
Aa Aa
0 0
Z
s2
Z
s1
2002 2003 2500 4000 4500
0 0 0 0 0
cultuurlaag cultuurlaag begraven A natuurlijke laag natuurlijke laag
Aa Aa Ab B B-C
0 0 0 0 0
Z
s1
Z
s2
Z
s2
Z
s1
Z
s1
4600
0
natuurlijke laag
B-C
0
Z
s1
h2 h1
YU U
h1 h2 h2 MF
LUY YU DUY YU LEU
MF
LU
E
E E UY FE1
1 1
0 RB1 0 RB2
0 1 1 1 0
0 0 RB1 0 RB1 0 0
0
0
cokes, Aa-verspit leembrokjes; Aa verpit stug; Aa verspit stug moder BC-horizont B-BC horizontFe fbers B-BC horizont, plaatselijk licht verspit
4700 5000 5001 5002 5003 5004 5005 5006
0 0 0 0 0 0 0 0
natuurlijke laag natuurlijke laag natuurlijke laag natuurlijke laag natuurlijke laag natuurlijke laag natuurlijke laag natuurlijke laag
B-C C C C C C C C
5007 5008
0 0
natuurlijke laag natuurlijke laag
5009
0
natuurlijke laag
AB240142.R01v0.3.ARG727
0 0 0 0 0 0 0 0
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s1
Z
s4
C C
0 0
Z
s3
Z
s2
C
0
Z
s1
nvt
MF MF MF MF MF MF
LYU LUE UE E LE LE LUE LY
LEU MG
E
FE1 FE1 FE1 FE1 U FE1
FE2 FE2
0 0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0 0
0 0
0 0
0
0
gelaagd; Fe fibers gelaagd kleiig lemige ijzerhoudende laag ijzerfiber grover zand; grondwater
5010
0
natuurlijke laag
6000 6001 7000
0 0 0
7500 7600
0 0
0
Z
s1
menglaag menglaag menglaag
0 0 0
Z
s1
Z
s2
Z
s1
menglaag menglaag
0 0
Z
s1
Z
s1
AB240142.R01v0.3.ARG727
C
DU h2 h2
g2
FE9
0
0 0 RB1 0 RB2 0 0 0
E
MF
YU UY LYU
UE
1 0 0
MF MF
LYU YU
DYE EY
0 0
ijzerverkitte laag verspit; cokespartikels cokes verspitting onderkant diepere verspitting verspitte laag
Bijlage 5 Vondstenlijst
AB240142.R01v0.3.ARG727
Projectnummer:
AB240142
Projectnaam: OM-nummer: vondst
vzak_id
aantal
gewicht
verzmwijze
Aijen
Gemeente:
Bergen
Controle sr KNA archeoloog:
5803378001 materiaal
Plaats:
put
vlak
spoor
vulling
intpralg
intprspec
opmerkingen vondst
boring
1
0 MXX
1
20 DETECT
1
0
2000
0 LG
LGC
0
2
0 KER
6
12 MASVER
1
0
2000
0 LG
LGC
0
3
0 MXX
1
7 DETECT
1
0
2000
0 LG
LGC
0
4
0 KER
10
139 MASVER
1
0
2000
0 LG
LGC
0
5
0 MXX
1
13 DETECT
1
0
1000
0 LG
LGBO
0
6
0 KER
1
4 HASCHA
1
1
5000
0 LG
LGN
0
7
0 KER
3
10 AFWERK
2
1
5000
0 LG
LGN
0
8
0 MXX
5
118 DETECT
2
0
4000
0 LG
LGN
0
9
0 KER
3
11 MASVER
2
0
4000
0 LG
LGN
0
10
0 OPK
1
2 PROFIEL
1
0
2000
0 LG
LGC
0
11
0 MFE
1
17 DETECT
1
2
5000
0 LG
LGN
0
12
0 KER
3
2 MASVER
3
0
2000
0 LG
LGC
0
13
0 KER
2
18 MASCHA
3
1
2
0 WA
WA
0
14
0 KER
1
2 HASCHA
3
1
5000
0 LG
LGN
0
15
0 KER
2
14 HASCHA
3
1
999
0 VS
VSR
0
16
0 KER
1
86 MASCHA
3
1
2000
0 LG
LGC
0
17
0 KER
4
45 MASCHA
5
0
6000
0 LG
LGM
0
18
0 KER
1
2 MASCHA
4
1
4
0 GW
GW
0
19
0 KER
1
34 MASCHA
5
0
2000
0 LG
LGC
0
20
0 MFE
1
27 DETECT
6
0
2000
0 LG
LGC
0
21
0 KER
2
12 MASVER
6
0
2000
0 LG
LGC
0
22
0 KER
1
4 PROFIEL
1
0
2500
0 LG
LGBV
0
23
0 MFE
1
7 HASCHA
2
2
10
0 LG
LGN
0
24
0 KER
2
38 HASCHA
2
2
11
0 VS
VSN
0
25
0 OPK
1
2 AFWERK
2
2
11
0 VS
VSN
0
26
0 ODB
5
8 HASCHA
6
1
17
0 KL
KL
0
27
0 ODB
4
4 COUPE
6
1
17
0 KL
KL
0
28
0 MXX
1
3 DETECT
6
1
12
0 KL
KL
0
29
0 KER
2
18 COUPE
3
1
2
0 WA
WA
0
29
1 727
1
10 COUPE
3
1
2
0 WA
WA
0
30
0 ODB
3
11 COUPE
6
1
15
0 KL
KL
0
31
0 KER
1
2 COUPE
3
1
2
0 WA
WA
0
32
0 MFE
1
24 COUPE
6
1
18
0 KL
KL
0
33
0 KER
2
2 COUPE
6
1
16
0 KL
KL
0
34
0 OXB
5
2 COUPE
6
1
16
0 KL
KL
0
35
0 KER
1
25 HASCHA
3
1
5004
0 LG
LGN
0
36
0 KER
1
1 HASCHA
3
1
21
1 KL
KL
0
37
0 KER
1
16 HASCHA
3
1
24
0 PL
PK
0
38
0 KER
3
25 HASCHA
3
1
25
0 KL
KL
0
39
0 KER
2
8,8 HASCHA
3
1
49
0 KL
KL
0
40
0 KER
1
3 HASCHA
3
1
53
0 KL
KL
0
AB240142.R01v0.3.ARG727
Op 15 m in vl Op 15 m in vl; onderkant esdek op 18 m in vl Op 25 m in vl; onderkant esdek Op 20 m in vl Vlakvondst VLAK ong 15 min vl onderkant esdek Onderkant esdek; mogelijk spoor? maar niet zichtbaar Esdek
Punt, Onderkant esdek putwand Onderverst Puntvondst Onderkant Esdek Onderkant esdek
OBD ,S15 onderin,kies
Uitbreiding
41
0 KER
3
16 HASCHA
3
1
47
0 KL
KL
0
42
0 KER
2
32 HASCHA
3
1
44
0 KL
KL
0
43
0 KER
1
3 COUPE
3
1
22
0 VS
VSN
0
44
0 KER
1
1 HASCHA
3
1
29
0 KL
KL
0
45
0 KER
2
21 COUPE
3
1
28
0 KL
KL
0
46
0 KER
1
17 COUPE
3
1
30
0 KL
KL
0
47
0 KER
1
35 COUPE
3
1
46
0 KL
KL
0
48
0 KER
3
29 HASCHA
3
1
2
0 WA
WA
0
49
0 KER
1
12 COUPE
3
1
42
0 KL
KL
0
50
0 KER
1
8 COUPE
3
1
38
0 KL
KL
0
AB240142.R01v0.3.ARG727
Ook rood aardewerk,weggeschept.
Bijlage 6 Keramiek
AB240142.R01v0.3.ARG727
vondst
vzak_id
volgnr
materiaal
artefact
aantal
minae
gewicht beginper
eindper
conserveren
exposabel
deselecteren
deselectiereden
opmerking
2
0
1 KAW
BRUNGW
2
2
3
LMEA
LMEB
ONWAAR
ONWAAR
ONWAAR
0
2
0
0 KAW
ELMPT
2
1
7
LMEA
LMEB
ONWAAR
ONWAAR
ONWAAR
0
2
0
3 KAW
PSTG
1
1
1
LMEA
LMEB
ONWAAR
ONWAAR
ONWAAR
0
2
0
2 KAW
GLAD
1
1
1
ROMVA
VMED
ONWAAR
ONWAAR
ONWAAR
0
4
0
2 KAW
BRUNSSUM
5
4
21
LMEA
LMEB
ONWAAR
ONWAAR
ONWAAR
0
4
0
0 KAW
AWH
3
3
107
NEO
ROMVA
ONWAAR
ONWAAR
ONWAAR
0
4
0
1 KAW
AMFOOR
1
1
5
ROMVA
ROMLB
ONWAAR
ONWAAR
ONWAAR
0
4
0
3 KAW
ROODVERF
1
1
6
ROMVA
VMEB
ONWAAR
ONWAAR
ONWAAR
0
6
0
0 KAW
AWH
1
1
4
NEO
ROMVA
ONWAAR
ONWAAR
ONWAAR
0
7
0
0 KAW
KAMSTRK
2
1
7
NEOVA
ROMV
ONWAAR
ONWAAR
ONWAAR
0
7
0
1 KAW
RUW
1
1
3
ROMVA
VMED
ONWAAR
ONWAAR
ONWAAR
0
9
0
0 KAW
BRUNGW
1
1
3
MELA
MELB
ONWAAR
ONWAAR
ONWAAR
0
9
0
1 KAW
AWH
2
2
8
NEO
ROMVA
ONWAAR
ONWAAR
ONWAAR
0
12
0
0 KAW
AWH
3
0
2
NEO
ROMVA
ONWAAR
ONWAAR
ONWAAR
0
13
0
1 KAW
DUN
1
1
1
ROMV
ROMMA
ONWAAR
ONWAAR
ONWAAR
0
13
0
0 KAW
AMFOOR
1
1
18
ROMVA
ROMLB
ONWAAR
ONWAAR
ONWAAR
0
14
0
0 KAW
AWH
1
1
2
NEO
ROMVA
ONWAAR
ONWAAR
ONWAAR
0
15
0
0 KAW
AWH
2
2
14
NEO
ROMVA
ONWAAR
ONWAAR
ONWAAR
0
16
0
0 KAW
RUW
1
1
86
ROMMA
ROMMB
ONWAAR
ONWAAR
ONWAAR
0
17
0
1 KAW
BRUNGW
1
1
2
LMEA
LMEB
ONWAAR
ONWAAR
ONWAAR
0
17
0
2 KAW
BRUNSSUM
2
2
12
LMEA
LMEB
ONWAAR
ONWAAR
ONWAAR
0
17
0
0 KAW
RUW
1
1
31
ROMVA
VMED
ONWAAR
ONWAAR
ONWAAR
0
18
0
0 KAW
HUTTELM
1
1
2
NEO
NTC
ONWAAR
ONWAAR
ONWAAR
0
19
0
0 KAW
BRUNSSUM
1
1
34
LMEA
LMEB
ONWAAR
ONWAAR
ONWAAR
0
21
0
1 KAW
BRUNSSUM
1
1
9
LMEA
LMEB
ONWAAR
ONWAAR
ONWAAR
0
21
0
0 KAW
ELMPT
1
1
3
LMEA
LMEB
ONWAAR
ONWAAR
ONWAAR
0
22
0
0 KAW
AWH
1
1
4
NEO
ROMVA
ONWAAR
ONWAAR
ONWAAR
0
24
0
0 KAW
AWH
2
1
38
NEO
ROMVA
ONWAAR
ONWAAR
ONWAAR
0 Met grove kwartsmagering
29
0
1 KAW
HBW3
1
1
13
ROMVA
ROMVB
ONWAAR
ONWAAR
ONWAAR
0
29
0
0 KAW
RUW
1
1
5
ROMVA
VMED
ONWAAR
ONWAAR
ONWAAR
0
31
0
0 KER
TNIGRA
1
1
2
ROMVA
VMEA
ONWAAR
ONWAAR
ONWAAR
0 kom
33
0
0 KAW
BRUNSSUM
2
2
2
LMEA
LMEB
ONWAAR
ONWAAR
ONWAAR
0
35
0
0 KAW
BRDDOLI
1
1
25
ROMVA
VMED
ONWAAR
ONWAAR
ONWAAR
0
36
0
0 KAW
GA
1
1
1
ROMVA
MELB
ONWAAR
ONWAAR
ONWAAR
0
37
0
0 KER
GLD
1
1
16
ROMVA
VMED
ONWAAR
ONWAAR
ONWAAR
0
38
0
0 KER
BRUNSSUM
1
1
10
LMEA
LMEB
ONWAAR
ONWAAR
ONWAAR
0
38
0
1 KAW
AWH
2
1
15
NEO
ROMVA
ONWAAR
ONWAAR
ONWAAR
0
39
0
0 KAW
AWH
1
1
8
NEO
ROMVA
ONWAAR
ONWAAR
ONWAAR
0
39
0
1 KAW
TECH-B
1
1
0,8
ROMM
ROMM
ONWAAR
ONWAAR
ONWAAR
0 Mogelijk Niederbieber type 32 c
40
0
0 KAW
BRUNSSUM
1
1
3
LMEA
LMEB
ONWAAR
ONWAAR
ONWAAR
0
41
0
2 KAW
BRUNSSUM
1
1
6
LMEA
LMEB
ONWAAR
ONWAAR
ONWAAR
0
41
0
1 KAW
ELMPT
1
1
7
LMEA
LMEB
ONWAAR
ONWAAR
ONWAAR
0
41
0
0 KER
AWH
1
1
3
NEO
ROMVA
ONWAAR
ONWAAR
ONWAAR
0
42
0
0 KAW
RUW
2
2
32
ROMVA
VMED
ONWAAR
ONWAAR
ONWAAR
0
43
0
0 KER
PSTG
1
1
3
LMEA
LMEB
ONWAAR
ONWAAR
ONWAAR
0
AB240142.R01v0.3.ARG727
44
0
0 KER
AWG
1
1
1
ROMVA
MELB
ONWAAR
ONWAAR
ONWAAR
0 indet
45
0
1 KAW
BRUNSSUM
1
1
3
LMEA
LMEB
ONWAAR
ONWAAR
ONWAAR
0
45
0
0 KER
RUW
1
1
18
ROMVA
VMED
ONWAAR
ONWAAR
ONWAAR
0
46
0
1 KAW
RUW
1
1
17
ROMVA
VMED
ONWAAR
ONWAAR
ONWAAR
0
47
0
0 KER
BRD
1
1
35
ROMMA
ROMMB
ONWAAR
ONWAAR
ONWAAR
0
48
0
0 KAW
RUW
3
2
29
ROMVA
VMED
ONWAAR
ONWAAR
ONWAAR
0
49
0
0 KAW
PSTG
1
1
12
MELA
MELB
ONWAAR
ONWAAR
ONWAAR
0
50
0
0 KAW
PSTG
1
1
8
MELA
MELB
ONWAAR
ONWAAR
ONWAAR
0
AB240142.R01v0.3.ARG727
Bijlage 7 Metaal
AB240142.R01v0.3.ARG727
vondst
vzak_id
volgnr
materiaal
artefact
aantal
minae
gewicht
beginper
eindper
conserveren
exposabel
deselecteren
deselectiereden
opmerking mogelijk spijker
1
0
0 MFE
SPIJKER
1
0
20 NTM
NTL
ONWAAR
ONWAAR
WAAR
irrelevant
3
0
0 MFE
SPIJKER
1
1
7 ROM
NTC
ONWAAR
ONWAAR
WAAR
irrelevant
5
0
0 MFE
SPIJKER
1
1
13 ROM
NTC
ONWAAR
ONWAAR
WAAR
irrelevant
8
0
0 MFE
727
5
1
118 BRONSM
NTC
ONWAAR
ONWAAR
WAAR
irrelevant
11
0
0 MFE
727
1
1
18 BRONSM
NTC
ONWAAR
ONWAAR
WAAR
irrelevant
20
0
0 MFE
727
1
1
27 BRONSM
NTC
ONWAAR
ONWAAR
WAAR
irrelevant
23
0
0 MFE
727
1
1
7 BRONSM
NTC
ONWAAR
ONWAAR
WAAR
irrelevant
28
0
0 MCU
RIEMTONG
1
1
3 NTV
NTM
WAAR
WAAR
ONWAAR
29
1
0 727
SLAK
1
1
10 BRONSV
NTC
ONWAAR
ONWAAR
WAAR
irrelevant
32
0
0 MFE
SPIJKER
1
1
24 ROM
NTC
ONWAAR
ONWAAR
WAAR
irrelevant
AB240142.R01v0.3.ARG727
0
16de-17de eeuw
Bijlage 8 Organisch materiaal
AB240142.R01v0.3.ARG727
vondst
vzak_id
volgnr
materiaal
artefact
aantal
minae
gewicht
beginper
eindper
conserveren
exposabel
deselecteren
deselectiereden
opmerking
26
0
0 ODB
BOT
5
5
8 PALEO
NTC
ONWAAR
ONWAAR
ONWAAR
0
27
0
0 ODB
BOT
4
0
4 PALEO
NTC
ONWAAR
ONWAAR
ONWAAR
0
30
0
0 ODB
BOT
1
1
1 PALEO
NTC
ONWAAR
ONWAAR
ONWAAR
0
30
0
1 ODB
GEBIT
2
0
10 PALEO
NTC
ONWAAR
ONWAAR
ONWAAR
0
34
0
0 ODB
BOT
5
0
2 PALEO
NTC
ONWAAR
ONWAAR
ONWAAR
0
10
0
0 OPK
HOUTSKL
1
0
2 PALEO
NTC
ONWAAR
ONWAAR
WAAR
irrelevant
25
0
0 OPK
HOUTSKL
1
0
2 NEO
NTC
ONWAAR
ONWAAR
WAAR
irrelevant
AB240142.R01v0.3.ARG727
Bijlage 9 Tijdtabel
AB240142.R01v0.3.ARG727
Tijdtabel. Bron: ARCHOL
AB240142.R01v0.3.ARG727
AB240142.R01v0.3.ARG727