Bijlage VII Archeologisch onderzoek
Tekst van het document
RAPPORT Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek door middel van boringen Elsteren 2 te Well (gemeente Bergen)
AM23188
RAPPORT Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek door middel van boringen Elsteren 2 te Well (gemeente Bergen) Aeres Milieu Projectnummer Status rapport ISSN Nummer Datum
: AM23188 : Concept (versie 2) : 2214-5656 : 17 november 2023
Opdrachtgever
: Reland Burg. Verdijkplein 1 5835 AR Beugen
Opsteller rapport Paraaf
: L. Kruithof MSc. | D. Beentjes MSc. :
Redactie Paraaf
: drs. D. Hagens :
Vrijgave Paraaf
: J.A.A. de Ridder MA. :
Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl
4002 + 4003
Disclaimer Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden (opzet conform de geldende richtlijnen en protocollen). Aeres Milieu accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid voor maatregelen of mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Aeres Milieu uitgevoerde onderzoek neemt. Tevens wordt opgemerkt dat Aeres Milieu voor het verkrijgen van de voor het bureau onderzoek noodzakelijke informatie (mede) afhankelijk is van externe bronnen. Voor Aeres Milieu is niet te verifiëren of deze bronnen altijd volledig en zonder fouten zijn. Hierdoor kan Aeres Milieu niet instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie.
Pagina | 2
AM23188
INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING ..................................................................................................................................................................................................................... 4 ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ......................................................................................................................................................................................... 7 1. INLEIDING ........................................................................................................................................................................................................................... 8 2. 2.1 2.2
WERKWIJZE ............................................................................................................................................................................................................ 11 Inleiding ............................................................................................................................................................................................................. 11 Verkennend veldonderzoek door middel van boringen ................................................................................................................... 11
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
BUREAU-ONDERZOEK ....................................................................................................................................................................................... 13 landschappelijke situatie - geomorfologie ........................................................................................................................................... 13 Landschappelijke situatie - bodem .......................................................................................................................................................... 15 Bewoningsgeschiedenis – historisch overzicht .................................................................................................................................. 16 Bewoningsgeschiedenis – archeologische waarden......................................................................................................................... 16 Bewoningsgeschiedenis – historisch kaartmateriaal ....................................................................................................................... 21
3.
4.
VERWACHTINGSMODEL .................................................................................................................................................................................... 23
5. 5.1 5.2 5.3 5.4
VELDWERKZAAMHEDEN ................................................................................................................................................................................... 25 Algemeen .......................................................................................................................................................................................................... 25 Fysisch geografische beschrijving van de bodemopbouw .............................................................................................................. 25 Interpretatie ..................................................................................................................................................................................................... 26 Archeologische indicatoren ........................................................................................................................................................................ 27
6. CONCLUSIE ....................................................................................................................................................................................................................... 28 6.1 Algemeen .......................................................................................................................................................................................................... 28 6.2 Beantwoording onderzoeksvragen .......................................................................................................................................................... 28 7.
AANBEVELINGEN ................................................................................................................................................................................................. 29
Bijlagen: 1 2 3 4 5a 5b 5c 6 7 8
Topografische ligging onderzoeksgebied Boorpuntenkaart Archeologische gegevens cf. Archis 3 Archeologische Beleidskaart gemeente Bergen Overzicht geomorfologische kaart Geomorfogenetische kaart Maasdal Stroomgordelkaart Limburg Overzicht bodemkaart Reliëfkaart Boorkernbeschrijvingen
Pagina | 3
AM23188
SAMENVATTING Op 9 augustus 2023 is door Aeres Milieu een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd aan de Elsteren 2 te Well (gemeente Bergen). De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit onderzoek betreft een bestemmingsplanwijziging. De diepte van de toekomstige bodemverstoring is op dit moment onbekend, maar uitgaande van een standaard funderingsdiepte zonder onderkeldering, zal de bodemverstoring tot ten minste 80 centimeter (vorstvrije diepte) beneden maaiveld reiken. De onderzoekslocatie ligt volgens de Archeologische Beleidskaart van de gemeente Bergen (2012) grotendeels in een zone Categorie 4 (gebieden van hoge archeologische verwachting) en deels in een zone Categorie 5 (gebieden van middelhoge archeologische verwachting). De gemeente Bergen heeft ten aanzien van de onderzoekslocatie echter het volgende advies gegeven: “Het plangebied kent een dubbelbestemming waarde archeologie. In dit geval een hoge archeologische waarde met een ondergrens onderzoeksplicht bij bodemingrepen groter dan 250 m² en dieper dan 0,4 m1. We achten de kans dat door de uitgevoerde werkzaamheden het archeologisch sporenniveau is aangetast vrij groot. Dit zou getoetst kunnen worden op basis van het graven van archeologische profielputjes (uit te voeren door een archeologisch bureau), maar dat lijkt ons hier, gezien het planvoornemen, overbodig.
Omdat ‘slechts’ een deel van de gronden in het plangebied (binnen de kas, ca 4.500 m²) op deze wijze is bewerkt, vinden wij het wel belangrijk om de dubbelbestemming binnen het plangebied te handhaven. Er is verder geen nader (gravend) onderzoek noodzakelijk. Dit betekent wat betreft het verlenen van een omgevingsvergunning geen (aanvullende) eisen ten aanzien van archeologie worden gesteld. Mochten er tijdens de graafwerkzaamheden voor de sloop en bouw tóch archeologische sporen en/of vondsten worden gedaan, dan dienen deze direct gemeld te worden bij de beleidsmedewerker belast met archeologie (Natascha Bakker). Indien echter de voorkeur ernaar uitgaat om de dubbelbestemming archeologie op basis van een onderbouwd archeologisch onderzoek door een gecertificeerd archeologisch bureau (voorgoed) te laten ‘afvoeren’, dan wordt geadviseerd hiervoor een veldonderzoek middels machinaal gegraven profielputjes te laten uitvoeren om te verifiëren of het archeologisch sporenniveau inderdaad ernstig is aangetast of zelfs volledig is verdwenen”.1 Op basis van het feit dat het plangebied een actieve riviervlakte vormde tijdens de Jonge Dryas worden er niet direct resten verwacht uit de periode midden- en laat-paleolithicum. De ligging van het plangebied op een hoge terrasvlakte nabij water zal voor latere landbouwende samenlevingen een aantrekkelijke vestigingslocatie zijn geweest.
In de omgeving van het plangebied zijn verschillende vindplaatsen bekend uit het neolithicum, bronstijd, ijzertijd en uit de Romeinse tijd. Voor het plangebied geldt daarom een hoge verwachting voor zowel nederzettingsresten uit de periode neolithicum tot en met de ijzertijd als voor nederzettingsresten uit de Romeinse tijd en de vroege middeleeuwen. Het plangebied ligt aan de verbindingsweg tussen Elsteren en de historische kern van Well. Direct ten westen van het plangebied staat een gebouw ingetekend. Op basis van deze gegevens geldt voor het plangebied een middelhoge verwachting voor de periode late middeleeuwen en nieuwe tijd. Op basis van het uitgevoerd verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat de in het bureauonderzoek omschreven verwachte hoge bruine enkeerdgronden in het plangebied zijn aangetroffen. Er zijn geen resten van een E- en/of B(C)-horizont waargenomen in de boringen. Dit is mogelijk het gevolg van een egalisatie en/of opname in het bovenliggend dek door diepploegen in het (sub)recente verleden of als gevolg van teeltwerkzaamheden in de tuinbouwkas. Op basis van deze
1 Zoals geciteerd in e-mail van opdrachtgever d.d. 16 juni 2023. Pagina | 4
AM23188
gegevens is de archeologische verwachting voor het aantreffen van archeologische resten voor de perioden (mesolithicum – nieuwe tijd) (middel)hoog. De graafwerkzaamheden bij de voorgenomen planontwikkeling kunnen een negatieve impact hebben op het verwachte aanwezige archeologische niveau. Op basis van de bodemkundige gesteldheid kunnen vanaf 40 cm beneden maaiveld archeologische resten aanwezig zijn. Op basis hiervan wordt voor het plangebied een vervolgonderzoek geadviseerd indien graafwerkzaamheden dieper dan dit niveau plaatsvinden.
Pagina | 5
AM23188
Dit vervolgonderzoek vindt bij voorkeur in de vorm van een proefsleuvenonderzoek plaats. Hiervoor dient voorafgaand een Programma van Eisen (PvE) ter toetsing te worden voorgelegd te worden aan de bevoegde overheid (gemeente Bergen). De resultaten van dit onderzoek dienen getoetst te worden door de bevoegde overheid (gemeente Bergen), die op basis van het uitgebrachte advies een besluit zal nemen. Wij willen de opdrachtgever erop wijzen dat dit selectieadvies nog niet betekent dat er al bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen.
Pagina | 6
AM23188
ADMINISTRATIEVE GEGEVENS Administratieve gegevens onderzoekgebied Projectnaam
AM23188
OM-nummer
5452145100
Soort onderzoek
Bureau- en verkennend veldonderzoek d.m.v. boringen
Provincie
Limburg
Gemeente
Bergen
Plaats
Well
Adres
Elsteren 2 te Well
Toponiem
Elsteren 2
Kadastrale registratie
Well, sectie S, nummer 572 (deels)
x, y-coördinaten
Centrum:
203.108 ; 396.197
NW:
203.052 ; 396.176
NO:
203.110 ; 396.242
ZW:
203.075 ; 396.155
ZO:
203.163 ; 396.195
Aanleiding onderzoek
Bestemmingsplanwijziging
Oppervlakte plangebied
Circa 7.030 m²
Huidig grondgebruik
Glastuinbouw, woonhuis en tuin
Opdrachtgever
Reland
Bevoegde overheid
Gemeente Bergen
Opslag documentatie en materiaal Datum uitvoering veldwerk
N.v.t./Noordhoven 4 te Roermond tot deponering bij provinciaal depot te Limburg/Heerlen/E-depot 9 augustus 2023
Pagina | 7
AM23188
1. INLEIDING In opdracht van Reland heeft Aeres Milieu een archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek, d.m.v. boringen uitgevoerd op de locatie: Adres onderzoekslocatie
: Elsteren 2 te Well
Gemeente
: Bergen
Oppervlakte
: Circa 7.030 m2
Huidig gebruik van de locatie
: Glastuinbouw, woonhuis en tuin
Toekomstig gebruik
: Nieuwbouwwoningen
Dit archeologische onderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de BRL SIKB 4000 (protocol 4002 en 4003), KNA 4.1. Het archeologische onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek naar de historie en bodemgesteldheid van de onderzoekslocatie. Aanvullend hierop is een verkennend veldonderzoek d.m.v. boringen op het perceel uitgevoerd. De werkzaamheden in het veld zijn uitgevoerd onder leiding van een senior KNA-prospector.
Aanleiding De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek betreft een bestemmingsplanwijziging ten behoeve van 2 nieuwbouwwoningen. De diepte van de toekomstige bodemverstoring is op dit moment onbekend, maar uitgaande van een standaard funderingsdiepte zonder onderkeldering, zal de bodemverstoring tot tenminste 80 centimeter (vorstvrije diepte) beneden maaiveld reiken. De verwachting is dan ook dat bij het uitgraven van de bouwputten, ten behoeve van de voorgenomen nieuwbouw, de bodem tot in het archeologische niveau verstoord zal worden en eventueel aanwezige archeologische waarden daardoor verloren zullen gaan. De onderzoekslocatie ligt volgens de Archeologische Beleidskaart van de gemeente Bergen (2012) grotendeels in een zone Categorie 4 (Hoge archeologische verwachting) en deels in een zone Categorie 5 (Middelhoge archeologische verwachting). Voor de zone Categorie 4 geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 250 m2 en een verstoringsdiepte vanaf 40 centimeter beneden maaiveld. Voor de zone Categorie 5 geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 2.500 m2 en een verstoringsdiepte vanaf 40 centimeter beneden maaiveld.
Middels deze kaart heeft de gemeente aangegeven dat de locatie onderzoeksplichtig is (Bijlage 4).2 De gemeente Bergen heeft ten aanzien van de onderzoekslocatie echter het volgende advies gegeven: “Het plangebied kent een dubbelbestemming waarde archeologie. In dit geval een hoge archeologische waarde met een ondergrens onderzoeksplicht bij bodemingrepen groter dan 250 m² en dieper dan 0,4 m1. We achten de kans dat door de uitgevoerde werkzaamheden het archeologisch sporenniveau is aangetast vrij groot. Dit zou getoetst kunnen worden op basis van het graven van archeologische profielputjes (uit te voeren door een archeologisch bureau), maar dat lijkt ons hier, gezien het planvoornemen, overbodig. Omdat ‘slechts’ een deel van de gronden in het plangebied (binnen de kas, ca 4.500 m²) op deze wijze is bewerkt, vinden wij het wel belangrijk om de dubbelbestemming binnen het plangebied te handhaven. Er is verder geen nader (gravend) onderzoek noodzakelijk. Dit betekent wat betreft het verlenen van een omgevingsvergunning geen (aanvullende) eisen ten aanzien van archeologie worden gesteld.
2 RAAP-Rapport 1644 Pagina | 8
AM23188
Mochten er tijdens de graafwerkzaamheden voor de sloop en bouw tóch archeologische sporen en/of vondsten worden gedaan, dan dienen deze direct gemeld te worden bij de beleidsmedewerker belast met archeologie (Natascha Bakker).
Indien echter de voorkeur ernaar uitgaat om de dubbelbestemming archeologie op basis van een onderbouwd archeologisch onderzoek door een gecertificeerd archeologisch bureau (voorgoed) te laten ‘afvoeren’, dan wordt geadviseerd hiervoor een veldonderzoek middels machinaal gegraven profielputjes te laten uitvoeren om te verifiëren of het archeologisch sporenniveau inderdaad ernstig is aangetast of zelfs volledig is verdwenen”.3
Doel Het doel van het archeologische bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel voor de locatie. Dit verwachtingsmodel wordt op basis van historische kaarten en bekende landschappelijke en archeologische gegevens gevormd. Dit verwachtingsmodel zal vervolgens leiden tot een aanbeveling over het behoud in-situ of eventueel vervolgonderzoek. Het doel van het aansluitende verkennend booronderzoek is het toetsen van het in het bureauonderzoek opgestelde verwachtingsmodel.
Specifiek voor de onderzoekslocatie Elsteren 2 te Well zijn de volgende onderzoeksvragen geformuleerd:
Is er sprake van stratigrafische lagen die potentieel archeologische waarden kunnen bevatten?
In hoeverre zijn deze lagen intact en hoe reflecteert dit de kwaliteit van de mogelijk aanwezige archeologische resten?
Wat is de diepteligging van mogelijke archeologische resten en wat is de daadwerkelijke bedreiging van deze resten door de voorgenomen bodemingrepen?
Plangebied Het plangebied ligt aan de Elsteren in Well. Momenteel is het plangebied in gebruik als glastuinbouwkas en als woonhuis met tuin. In het noorden wordt het plangebied begrensd door weiland en akkerbouw, in het oosten door weiland en akkerbouw, in het zuiden door de straat Elsteren en in het westen door het erf van Elsteren 4.
3 Zoals geciteerd in e-mail van opdrachtgever d.d. 16 juni 2023. Pagina | 9
AM23188
Figuur 1. Topografische ligging van het plangebied (Bron: PDOK-viewer).
Pagina | 10
AM23188
2. WERKWIJZE 2.1
Inleiding
Bij het uitvoeren van het bureauonderzoek is gebruik gemaakt van verschillende bronnen. Deze bronnen geven inzicht in bekende, of te verwachten, archeologische resten binnen het onderzoeksgebied. Daarnaast zijn deze bronnen van belang voor het opstellen van de landschapsgenese.
Archeologische bronnen
Archeologische Monumentenkaart (AMK)
Archeologisch Informatiesysteem (Archis3)
Archeologische Beleidskaart van de gemeente Bergen
Specifieke lokale informatie (heemkundekring, amateurarcheologen)
Bodem- en geomorfologische kaarten
Bodemkaart (Alterra)
Geomorfologische kaart (Alterra, uit Archis3)
Geomorfogenetische kaart / Stroomgordelkaart (Cohen 2012)
Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN4)
Historische kaarten
Historisch kadastraal minuutplan (1800-1832)
Historische topografische en militaire kaarten (1830 tot 1978)
Moderne topografische kaart (tot 2022)
De Heemkundekring Archief Well, is per e-mail op 8 augustus 2023 gecontacteerd met de vraag om aanvullende informatie betreffende het plangebied. Deze informatie is toegevoegd aan hoofdstuk 3.5.
2.2
Verkennend veldonderzoek door middel van boringen
Aan de hand van het Plan van Aanpak (PvA) en de Leidraad Inventariserend Veldonderzoek 4 wordt een verkennend booronderzoek met een boordichtheid van 6 boringen per hectare uitgevoerd. Het onderzoek is verkennend voor alle perioden. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 7.030 m2. Bij het verkennend veldonderzoek zal daarom uitgegaan worden van 6 boringen welke gelijkmatig over het plangebied worden verdeeld, zie Bijlage 2. De boorlocaties worden uitgezet ten opzichte van de hoekpunten van de perceelsgrenzen, straten, en aanwezige bebouwing. Vervolgens wordt de hoogte van deze punten bepaald met het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). Alle boringen worden gezet met een Edelmanboor met een boorkop van 7 centimeter en de boorkernen worden beschreven conform de ASB (Archeologische Standaard Boorbeschrijving 5.2), zie Bijlage 8.
4 Tol et al. 2012. Pagina | 11
AM23188
Hoewel niet het doel van een verkennend onderzoek, zal worden gelet op de aanwezigheid van archeologische indicatoren zoals fragmenten keramiek, fosfaatvlekken, houtskoolresten, en verbrande leem. Om deze reden worden de opgeboorde monsters, waar nodig, verbrokkeld.
Pagina | 12
AM23188
3. BUREAUONDERZOEK 3.1
Landschappelijke situatie - geomorfologie
Het plangebied ligt in het Maasterrassengebied. 5 De rivier de Maas bevindt zich op circa 500 meter ten zuiden van de onderzoekslocatie. In de ondergrond bevinden zich rivierafzettingen van de Maas die een dikte hebben van enkele tientallen meters. Dit pakket afzettingen bestaat uit grof zand en grind en maakt deel uit van de Formatie van Beegden.6 In het Kwartair (vanaf circa 1,81 miljoen jaar geleden) zijn de rivierterrassen van de Maas ontstaan. De terrassen in deze regio zijn voornamelijk tijdens de laatste ijstijd, het Weichselien (circa 115.000 – 11.700 jaar geleden) ontstaan. Als gevolg van tektonische opheffing sneed de Maas zich steeds dieper in. Hierdoor ontstond er een getrapt terrassenlandschap (Figuur 2). Tijdens de ijstijden hadden de rivieren een onregelmatig debiet en grote sedimentaanvoer. Hierdoor ontstond er een vlechtend geulpatroon waarbij zand en grind werden afgezet over de gehele breedte van de actieve bedding. Gedurende interglacialen hadden de rivieren een meanderend karakter. De meanderende riviergeulen sneden zich in de oudere sedimenten die waren afgezet tijdens de ijstijden. Het actieve dal van de meanderende rivieren was minder breed. Hierdoor kwam de rest van de voormalige vlechtende rivierbedding tijdens het interglaciaal hoog en droog in het landschap te liggen.
Door de afwisseling van warme en koudere perioden ontstaat een steeds dieper gelegen riviervlakte en ontstonden er rivierterrassen. In de omgeving van het plangebied hebben de Maas en Rijn vrij grove grindhoudende zanden afgezet op de midden-Pleistocene riviervlakte. De afzettingen behoren tot de Formaties van Urk en Kreftenheye. Onder invloed van tektonische opheffing verplaatste de Rijn zich. Door de opheffing in de omgeving heeft de Maas een vrij diep stroomdal gevormd. Het terrassenlandschap van de Maas heeft een lange ontwikkelingsgeschiedenis. De oudste terrassen worden in het Saalien gedateerd (circa 130.000 jaar oud). Het eerstvolgende terras, gevormd onder de toenemende invloed van de Maas ligt circa 25 meter lager. Dit terras is gevormd in de periode van de laatste ijstijd, het Weichselien tot het Pleniglaciaal (circa 73.000 – 14.700 jaar geleden). De afzettingen uit deze periode behoren, zoals gezegd, tot de Formatie van Beegden. Tijdens de kortere warmere periode van het Allerød interstadiaal (circa 13.900 – 12.900 jaar geleden) ontwikkelde zich de vegetatie waardoor de sedimentatie en watertoevoer veranderde. Als gevolg hiervan vormde zich een hoofgeul die zich meanderend in het tweede terras sneed. Hieruit ontstond een volgend terras dat ook wel bekend is als het Allerød-terras, circa vier meter lager gelegen dan het vorige terras.
De laatste fase voor de opwarming van het Holoceen omvat de Jonge Dryas (circa 12.900 – 11.700 jaar geleden). Tijdens de Jonge Dryas daalt de temperatuur weer waardoor de aanvoer van het sediment toenam. In deze periode neemt de rivier een vlechtend patroon aan. Dit vlechtende patroon stroomde met name aan de oostoever en erodeerde daar een groot deel van het Allerød-terras en zette hier matig fijne tot grove zanden af. De tweede helft van de Jonge Dryas was aanzienlijk droger, verstuivingen vanuit de rivierbedding zorgden voor afzettingen op het Allerød-terras en tweede terrasniveau. De verstuivingen vormden in de omgeving een dekzandpakket.
5 Rensink et al., 2019 6 Stouthamer 2020, 155. Pagina | 13
AM23188
Figuur 2. Schematische voorstelling van rivierterrassen in een opheffingsgebied (Bron: Stouthamer 2020, 152).
Met de intrede van het Holoceen veranderde het klimaat sterk waardoor de aanvoer van sediment en water constanter werd. De Maas trok zich als meanderende rivier terug in het huidige Holocene dal. Hier hebben zich ook zandverstuivingen voorgedaan, echter is hier niet met zekerheid te zeggen of het om een natuurlijk fenomeen gaat. In het begin van het Holoceen heeft de Maas een groot deel van het Jonge Dryas terras geërodeerd. Het plangebied ligt volgens de geomorfogenetische kaart (Bijlage 5b) op een lage terrasvlakte met oeverdek (code DL). Op basis van de stroomgordelkaart van de Maas ligt het plangebied op de Jonge Dryas stroomgordel (Bijlage 5c). Deze stroomgordel was actief tussen circa 10.550 en 10.150 jaar geleden. In deze periode is het terras zeer waarschijnlijk geërodeerd. Het is echter mogelijk dat het plangebied op een hoger gelegen oeverwal heeft gelegen. In dit geval zijn resten uit het paleolithicum nog intact aanwezig. Volgens de geomorfologische kaart (Bijlage 5) ligt het plangebied op een dalvlakteterras (code 3E44). Dit is de Jonge Dryas terrasvlakte die ook op de geomorfogenetische kaart staat weergegeven. De terrasvlakte waar het plangebied deel van uitmaakt bevindt zich tussen twee oude restgeulen van de Maas.
Op het kaartbeeld van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN4, Bijlage 7) is duidelijk te zien dat het plangebied op een hoger gelegen landschappelijke eenheid ligt. Dit komt overeen met wat er op de stroomgordelkaart (Bijlage 5c) te zien is. De maaiveldhoogte in het plangebied varieert tussen de 14,04 en 15,14 meter +NAP. Pagina | 14
AM23188
De Jonge Dryas terrasvlakte vormt als het ware een eiland toen de vroeg Holocene stroomgeul actief is. De stroomgeul ligt op circa 12,3 – 12,7 meter +NAP. Ten noordoosten van het plangebied is het hoger gelegen Allerød-terras te zien (18,8 – 25,9 meter +NAP).
3.2
Landschappelijke situatie - bodem
Op basis van de bodemkaart (Bijlage 6) worden binnen het plangebied hoge bruine enkeerdgronden van grof zand verwacht (code bEZ30). In de noordoostelijke punt van het plangebied worden kalkloze poldervaaggronden met zware zavel en lichte klei verwacht (code Rn95C). Bij enkeerdgronden is sprake van een eerdlaag of plaggendek. Dit (plaggen)dek is ontstaan doordat in sommige gevallen al vanaf de late middeleeuwen op grote schaal het systeem van potstalbemesting werd toegepast. Om de grond vruchtbaarder te maken, werden plaggen met de mest van het vee vermengd en op de akkers uitgespreid. In de loop der tijd is hierdoor een plaggendek op de oorspronkelijke bodem ontstaan. De totale dikte van het plaggendek is bij de enkeerdgronden meer dan 50 cm. De bouwvoor (Aap-horizont) is grijsbruin tot zwart van kleur. Hieronder liggen oudere niveaus/lagen van het plaggendek (Aa-horizont), die meestal wat lichter van kleur zijn. Dergelijke cultuurdekken kunnen een beschermende werking hebben voor de potentieel aanwezige archeologische lagen. De hoge enkeerdgronden betreffen de oudste opgehoogde gronden, die over het algemeen op de hogere dekzanden liggen. De lage enkeerdgronden werden pas later in gebruik genomen vanwege de lagere ligging in het beekdal.
Door de hogere grondwaterstand was de sterke ophoging met plaggen niet alleen noodzakelijk voor de bemesting maar ook om de nattere gronden toegankelijk te maken. De kans bestaat dat er onder het plaggendek nog een restant van het oorspronkelijke wordt bodemprofiel wordt aangetroffen. Indien sprake is geweest van een snelle ophoging, dan zou men onder het plaggendek nog een intacte A-horizont kunnen vinden. Deze laag onderscheidt zich door een hoger humusgehalte en een meer donkere kleur. Echter, door verploeging zijn vaak de oorspronkelijke A- en E-horizont meestal reeds opgenomen in het plaggendek. Indien de oorspronkelijke bodem bestaat uit een podzolbodem kunnen op een dieper niveau nog (restanten van) een B- en/of BC- horizont voorkomen. In de noordoostelijke punt van het plangebied worden in minder goed ontwaterde oude Maasgeulen oude rivierkleigronden (poldervaaggronden) aangetroffen. Bij vaaggronden heeft er nog weinig of geen bodemvorming plaatsgevonden, omdat het sediment jong is. Ze hebben een dunne, humusarme bovengrond (A-horizont), die direct op het moedermateriaal (C-horizont) ligt en nauwelijks in kleur verschilt. Plaatselijk kan een licht verbruinde laag (B-horizont) onder de A-horizont aangetroffen worden. Grondwatertrap De mogelijk aanwezige hoge enkeerdgronden worden gekenmerkt door een gemiddeld lage grondwaterstand, te weten grondwatertrap VII.
De verwachte poldervaaggronden in de noordoostelijke punt van het plangebied worden gekenmerkt door een gemiddeld lage grondwaterstand, te weten grondwatertrap V. Dit zijn de gemiddelde grondwaterstanden die op de bodemkaart staan aangegeven.
Pagina | 15
AM23188
Dit betekent dat bij de hoge enkeerdgronden de gemiddeld hoogste grondwaterstand tussen de 80 en 140 cm beneden maaiveld ligt. De gemiddeld laagste grondwaterstand ligt dieper dan 160 cm beneden maaiveld. Bij poldervaaggronden ligt de gemiddeld hoogste grondwaterstand boven de 40 cm beneden maaiveld. De gemiddeld laagste grondwaterstand ligt dieper dan 120 cm beneden maaiveld. Deze lage grondwaterstand zorgt voor slechte bewaringsomstandigheden voor eventuele organische resten.
3.3
Bewoningsgeschiedenis – historisch overzicht
De bestudeerde en beschikbare bronnen hebben het volgende beeld kunnen schetsen over de geschiedenis van Well en Elsteren. Het dorp Well en het noordwestelijk hiervan gelegen buurtschap Elsteren liggen langs de Maas. Well ligt direct aan de Maas. De Maas maakt hier een bocht, waardoor de rivier van oost naar west stroomt. Beide nederzettingen worden in 1251 voor het eerst vermeld als sprake is van ‘Elster (…) in parrochia Welle’.7 Het dorp Well valt op door de bijna gesloten bebouwing. Het dorp heeft zich waarschijnlijk ontwikkeld onder invloed van het kasteel van Well. Dit kasteel wordt in 1363 voor het eerst wordt genoemd. De naam Elsteren maakt een zeer oude indruk. Mogelijk kent het buurtschap een oudere oorsprong dan Well en is de ontwikkeling gestagneerd, waardoor Well in omvang groeide, mede door de ligging direct aan de Maas.8 Het plangebied ligt aan de weg Elsteren die de verbindingsweg vormde tussen het gelijknamige buurtschap en Well. Direct ten noordwesten van Well en op circa 350 meter ten oosten van het plangebied, ligt het reeds genoemde kasteel van Well. Het kasteel werd in de 14e eeuw gebouwd als een waterburcht. Het kasteel bestaat uit een hoofdkasteel en een voorburcht. Het kreeg in de 17e eeuw zijn huidige vorm. De burcht ligt binnen een dalvlakteterras, direct langs een restgeul en iets ten noorden van de Maas.
Eind 18e eeuw werd het kasteel geërfd van de gravin de Pas de Feuquières door het adellijke geslacht De Liedel. Deze familie had het kasteel tot medio 19e eeuw in eigendom. In 1944, tijdens de Tweede Wereldoorlog, ondervond het kasteel schade door oorlogshandelingen.9 Er zijn binnen het werk van Van Blankenstein enige gegevens bekend over enige oorlogsvernielingen in de Tweede Wereldoorlog. Met name de dorpskerk van Well werd zwaar beschadigd.10 In de jaren 1942, 1943 en vooral in 1944 vond een vliegtuigcrash plaats in Well en een in Wellerooi. 11 Het is niet bekend of binnen of in de onmiddellijke omgeving van het plangebied oorlogsgerelateerde verwoestingen of crashes hebben plaatsgevonden. Dit is dus niet uit te sluiten.
3.4
Bewoningsgeschiedenis – archeologische waarden
Op de leidende Archeologische Beleidskaart van de gemeente Bergen (2012) ligt het grootste gedeelte van het plangebied in een zone Categorie 4 (gebieden van hoge archeologische verwachting). Het noordoostelijke deel van het plangebied ligt in een zone Categorie 5 (gebieden van middelhoge archeologische verwachting) (Bijlage 4).12
7 Renes, J. 1999, 242 8 Renes, J. 1999, 242 9 www.archiefwell.nl. 10 Van Blankenstein 2006, 200 11 Auwerda en Grimm 2008, Verliesregisters 1943 & 1944 12 Archeologiebeleid Bergen 2012, ArchAeO-rapport 1204 Pagina | 16
AM23188
In de omgeving van het plangebied (binnen een straal van 1 kilometer) zijn volgens de gegevens uit Archis3 drie archeologische monumenten en meerdere archeologische waarnemingen en onderzoeksmeldingen bekend (Bijlage 3 en Tabel 1).
Monumentnummer 52.6582 Op ongeveer 400 meter ten oosten van het plangebied ligt het rijksmonument Kasteel Well. Het omvat een door een ruime gracht omgeven en op een nagenoeg vierkante plattegrond opgetrokken bakstenen kasteel, dat in verschillende fasen vanaf de 15e eeuw tot stand is gekomen.
Monumentnummer 16.627 Vanaf ongeveer 400 meter ten oosten van het plangebied bevindt zich een monument van hoge archeologische waarde. Het betreft een terrein met bewoningssporen uit de late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd. Het gaat om de oude bebouwing van Well.
Monumentnummer 16.626 Vanaf ongeveer 600 meter ten noordoosten van het plangebied bevindt zich een monument van hoge archeologische waarde. Het betreft een terrein met bewoningssporen uit de late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd. Het gaat om de oude dorpskern van Papenbeek.
Onderzoeken binnen het plangebied Zaakidentificatie 5432113100 & 5435492100 Het plangebied valt binnen een lopend onderzoek van BAAC BV. Dit bureau- en booronderzoek is aangemeld op 5 mei 2023 en is op het moment van schrijven nog lopende. Er is geen verdere informatie bekend in Archis of DansArchaeology.
Onderzoeken in de omgeving van het plangebied Zaakidentificatie 2086628100
Afstand Direct ten zuiden
Soort onderzoek Proefsleuven onderzoek door
Omschrijving Deelgebied 5 ligt in de zuidpunt van het onderzoeksgebied en
van het plangebied
ADC ArcheoProjecten in 2004
bestaat uit een holocene riviervlakte met een kronkelwaard in de ondergrond. In dit deelgebied werden putten 26 en 27 aangelegd, die slechts weinig vondsten en geen sporen hebben
opgeleverd.
Er
zijn
3
Romeinse
fragmenten
verzameld. Het gebied is voor een groot gedeelte afgegraven en niet meer intact. 2014764100
Circa 110 meter
Booronderzoeken door RAAP
In opdracht van Rijkswaterstaat, De Maaswerken is in de
2089869100
ten zuiden van het
Archeologisch Adviesbureau
periode september-december 2001 door RAAP een AAI
plangebied
in 2001 en 2003
uitgevoerd in het deelgebied Well-Aijen. Vindplaats 2 ligt in een zone waar dikke oeverpakketten door de Maas zijn afgezet. De vindplaats ligt midden in de Welsche Band, een gebied dat voor een groot deel minimaal een halve meter diep is afgegraven. Er zijn vondsten gedaan van keramiek (bouwmateriaal uit de nieuwe tijd; handgevormd aardwerk uit het neolithicum-ijzertijd; Paffrath uit de late middeleeuwen; aardewerk uit de late middeleeuwen). Pagina | 17
AM23188
Zaakidentificatie
Afstand
Soort onderzoek
Omschrijving Vindplaats 7 bevindt zich op de top van de oude klei. De top van de oude klei duikt in de richting van de Maas naar grote diepte en is door een pakket jonge afzettingen bedekt. Op basis van de ligging van de aangetroffen vondsten en de geologische opbouw lijkt het waarschijnlijk dat het centrum van de vindplaats zich buiten het onderzoeksgebied bevindt. Er zijn vondsten gedaan van keramiek (hutteleem en handgevormd aardewerk uit het neolithicum-ijzertijd) en verschillende complexen uit het neolithicum-ijzertijd.
2100259100
Circa 930 meter
Booronderzoek door
Afgezien van de bouwvoor vertonen de profielen een
ten zuidwesten van
Synthegra BV in 2005
natuurlijke
het plangebied
opbouw
van
enkeerdgronden
en
akkereerdgronden. Er is een kleine, gereduceerd gebakken ruwwandige wandscherf aangetroffen (laatmiddeleeuws). Synthegra adviseerde een enkele proefsleuf op de locatie van de vondst. Het bevoegde gezag achtte dit niet noodzakelijk.
2195995100
Circa 680 meter
Booronderzoek door RAAP
De landschappelijke ontwikkeling in het plangebied is
ten westen van het
Archeologisch Adviesbureau
complexer dan verwacht en de menselijke invloed op de
plangebied
in 2008
bodemontwikkeling
is
aanzienlijk
geringer
dan
werd
aangenomen op basis van het bureauonderzoek. Het esdek is kleiner dan uit het bureauonderzoek blijkt. Op basis van hun verspreiding, ligging in het huidige en het archeologische landschap zijn de vondsten geclusterd tot vijf vindplaatsen. 2352842100
Circa 570 meter
Bureau- en booronderzoek
In het zuidelijke deel van het plangebied liggen zandige
ten oosten van het
door RAAP Archeologisch
oeverafzettingen, terwijl in het noordelijke deel een oude
plangebied
Adviesbureau in 2011
Maasgeul opgevuld met klei ligt. De bodemopbouw is intact. Eventuele vindplaatsen zullen relatief gaaf zijn, al kunnen als gevolg van verbruining grondsporen moeilijk of geheel niet zichtbaar zijn. In het zuidelijke deel kunnen vindplaatsen uit de periode Mesolithicum t/m middeleeuwen voorkomen.
2386936100
Proefputten/Proefsleuven
Door middel van twee proefsleuven is het zuidoostelijke deel
door RAAP Archeologisch
van het plangebied onderzocht op het voorkomen van
Adviesbureau in 2012
behoudenswaardige archeologische resten. Tijdens de aanleg van de sleuven zijn enkele scherven aardewerk aangetroffen uit de middeleeuwen en nieuwe tijd. Deze vondsten zijn te interpreteren als losse vondsten, aangezien er geen archeologische grondsporen zijn gevonden.
2360423100
Circa 680 meter
Booronderzoek door ADC
Het overgrote deel van het plangebied bestaat uit een
ten zuiden van het
ArcheoProjecten in 2012
rivierterras daterend uit het Jonge Dryas. De verstoring van de
plangebied
bodemopbouw beperkt zich in het gehele plangebied tot de bovenste 30 tot 50 cm: de bouwvoor. De verstoringen reiken niet tot in de pleistocene afzettingen. De top van het Jonge Dryas terras heeft een hoge landschappelijke gaafheid. In een aantal boringen zijn in de top van de afzettingen uit de Jonge Dryas archeologische indicatoren aangetroffen. Tevens is in een aantal boringen een bodemhorizont aangetroffen. Pagina | 18
AM23188
Zaakidentificatie 2440110100
Afstand Circa 860 meter
Soort onderzoek Booronderzoek door BAAC BV
Omschrijving Het plangebied betreft de voormalige dalvlakte van een
ten zuidoosten van
in 2013
vlechtende riviersysteem dat hier gedurende het late Dryas
het plangebied
aanwezig was. Bodemkundig is in nagenoeg het gehele plangebied sprake van vaaggronden (AC-profielen). Er zijn in het geheel geen archeologische
indicatoren
aangetroffen.
Er
is
geen
vervolgonderzoek geadviseerd. 2462208100
Circa 900 meter
Proefputten/Proefsleuven
De grofzandige grindrijke afzettingen van de vlechtende Maas
ten zuidoosten van
door RAAP Archeologisch
vormen de basis van het landschap. Deze basis is echter alleen
het plangebied
Adviesbureau in 2014
aangetroffen bij de vindplaatsen die op het Jonge Dryas terras lagen. Het lagere deel van dit terras is tijdens het Holoceen diep ingesneden. De 14 onderzochte vindplaatslocaties hebben in totaal 34 afzonderlijke vindplaatsen opgeleverd. Daarnaast
zijn
nog
7
potentiële
vindplaatsen
en/of
archeologische niveaus met kans op vindplaatsen aangeduid. Er zijn meerdere behoudenwaardige vindplaatsen gevonden. Een deel van de vindplaatsen kon niet gewaardeerd worden. 4583859100
Circa 750 meter
Booronderzoek door Sweco in
Binnen circa 1 meter beneden maaiveld is een begraven
ten zuidwesten van
2018
bodem aanwezig die vrijwel overal in het plangebied is
het plangebied
aangetroffen. Plaatselijk is het door moderne antropogene aftopping van hogere delen opgenomen in de bouwvoor. Het gehele plangebied is intact, hetzij meer of minder afgetopt. Over het gehele onderzochte gebied is een spreiding van antropogeen materiaal aangetroffen in en onder de begraven bodem. De vindplaats uit de Romeinse tijd is groter dan het onderzochte plangebied, een begrenzing kon niet worden vastgesteld.
5134439100
Circa 750 meter
Archeologische opgraving
Uit de eerste bevindingen blijkt dat er twee complexen zijn
ten zuidwesten van
door BAAC BV in 2018
gevonden. Het eerste complex betreft een niet opgehoogde
het plangebied
nederzettingen zonder stedelijk karakter uit de vroege middeleeuwen. Het tweede complex is een grafveld (ijzertijd tot Romeinse tijd).
5137825100
Circa 960 meter
Proefputten/Proefsleuven
Eerste
ten zuidwesten van
door BAAC BV in 2021
crematiegraven (voorlopige datering: ijzertijd – Romeinse
het plangebied
bevindingen:
Tijdens
het
veldonderzoek
zijn
tijd), afvalkuilen (ijzertijd), resten van een erf met diepe waterput uit (vroege middeleeuwen A-B) en een wegtracé gevonden. Dit wegtracé is opgetekend op oude kaarten, maar mogelijk heeft deze een veel oudere oorsprong. Het lijk namelijk de oostgrens te vormen van het crematieveld.
2364993100
Circa 780 meter
Booronderzoek door ADC
Er is geen verwachte holocene kronkelwaard aangetroffen.
ten zuidoosten van
ArcheoProjecten in 2012
Het deel van het plangebied direct grenzend aan de Maas
het plangebied
bestaat uit een brede kom-achtige laagte. Ten oosten van deze laagte bestaat het gebied voornamelijk uit grindrijke afzettingen behorende bij het vlechtende rivierterras van de Jonge Dryas. Vrijwel overal zijn de afzettingen afgedekt door Pagina | 19
AM23188
Zaakidentificatie
Afstand
Soort onderzoek
Omschrijving de laag van Wijchen. In het noorden is in dit terras een brede geul aangetroffen. De geul vormt de grens met een hoger gelegen terras waarschijnlijk uit het Allerød ten noordoosten ervan. De geul is opgevuld met kleiige afzettingen in het noorden en met veen in het centrale deel van het plangebied. In het centrale deel
is
de
geul
afgedekt
door
eolisch
zand.
Een
vervolgonderzoek in de vorm van proefputten is deels uitgevoerd. 2287857100
Circa 530 meter
Booronderzoek door
Het
karterend
inventariserend
booronderzoek
heeft
ten noorden van
Archaeological Research en
aangetoond dat de locatie op een rivierduin ligt. Het
het plangebied
Consultancy in 2010
bodemprofiel is uitsluitend bij boring 1 tot in de C-horizont vergraven, tot een diepte van 150cm -mv. De overige boringen vertoonden een niet tot nauwelijks verstoord bodemprofiel onder een afdekkend esdek. Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen, maar er kan niet uitgesloten worden dat er sprake is van een archeologische vindplaats. Een vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven wordt aanbevolen.
5443202100
Circa 850 meter
Booronderzoek door RAAP
Uit de eerste bevindingen blijkt dat de bovengrond in het
ten noordoosten
Archeologisch Adviesbureau
plangebied bestaat uit matig fijn zwak siltig dekzand, maar de
van het plangebied
in 2023
ondergrond uit matig grof en zwak grindig fluviatiel (terras)zand. In 2 boringen is de Ap-horizont aangetroffen. In de rest van de boringen is de ondergrond verstoord.
2112888100
Circa 500 meter
Booronderzoek door
De bodemopbouw bestaat uit zand- en kleiafzettingen van de
ten zuidoosten van
Synthegra BV in 2006
Maas, ooivaaggronden. 3 van de 8 boringen vertonen, afgezien
het plangebied
van de bouwvoor nog een intact profiel. Er werden geen archeologische indicatoren of resten aangetroffen die verwijzen naar een vindplaats binnen het gebied. Er is geen vervolgonderzoek geadviseerd.
2441789100
Circa 740 meter
Booronderzoek door ADC
Verkeerd rapport in Archis, geen verdere informatie bekend in
ten zuidwesten van
ArcheoProjecten in 2014
DansArchaeology.
het plangebied 2232751100
Circa 700 meter
Bureau- en proefsleuven
In het zuidwestelijke deel van het plangebied is een zeer
2352275100
ten zuiden van het
onderzoek door ADC
smaldeel van het pleistocene rivierterras daterend uit de
plangebied
ArcheoProjecten in 2009-
Jonge Dryas aangetroffen. Vermoedelijk is dit smalle deel
2012
geërodeerd in het Vroeg Holoceen toen de Maas zich insneed in het terras. Tijdens een eerder booronderzoek zijn geen indicatoren aangetroffen. Daarentegen werden tijdens het proefputtenonderzoek
in
put
7
enkele
fragmenten
handgevormd aardewerk uit de ijzertijd aangetroffen. 5134439100
Circa 860 meter
Proefputten onderzoek door
Volgens de eerste bevinden zijn er meerdere vindplaatsen in
ten noordwesten
RAAP Archeologische
het plangebied, met name in het zuiden en zuidoosten, op de
van het plangebied
Adviesbureau in 2021
hogere
delen.
Resten
variëren
van
steentijd
tot
Pagina | 20
AM23188
Zaakidentificatie
Afstand
Soort onderzoek
Omschrijving middeleeuwen, met zwaartepunt op bewoningssporen uit de late prehistorie en Romeinse tijd.
Tabel 1. Overzicht van Archismeldingen binnen een straal van 1 km rond het plangebied.
3.5
Bewoningsgeschiedenis – historisch kaartmateriaal
In het kader van het bureauonderzoek is historisch kaartmateriaal bestudeerd. Op het minuutplan uit het begin van de 19e eeuw (Figuur 3)13 is de situatie op kadastraal niveau te zien. Het plangebied is onbebouwd en ligt binnen een groter perceel. De Elsteren heeft zijn huidige loop maar wordt de Land Straete genoemd. Direct ten westen van het plangebied staat een huis ingetekend. Het plangebied maakt deel uit van een gebied genaamd ‘Op het Kesseling’. De toenmalige Land Straete vormde de connectie tussen Elsteren in het westen en Well in het oosten. Volgens de Oorspronkelijke Aanwijzende Tafels (OAT)14 behorende bij het minuutplan, is het perceel als bouwland in gebruik.
Figuur 3 Uitsnede van het kadastraal minuutplan uit 1811-1832, met in het rood bij benadering het plangebied aangegeven (Bron: www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl).
Op de kaarten uit 1899 en 1937 (Figuur 4) is eveneens geen bebouwing aanwezig in het plangebied. Het huis ten westen van het plangebied werd rond 1821 gebouwd. Dit pand en directe omgeving werd Kesseling genoemd. Kesseling als benaming van het pand werd in de loop der tijd Keseling en nog weer later Kezeling. Dit huis werd rond 1950 gesloopt om plaats te maken voor het huidige huis. Dit huis (Elsteren 4) wordt geen Kezeling meer genoemd.
13 www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl Gemeente Bergen, sectie F, blad 08. Minuutplans zijn de oorspronkelijke kadastrale kaarten die zijn vervaardigd vanaf 1811 en 1812 in navolging van de Fransen o.l.v. Napoleon Bonaparte. Het zijn grondbeschrijvingen (kadasters) van de gemeenten met hierop aangegeven de percelen, perceelnummers en gebouwen. 14 OAT = Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel. Dit is een register uit 1832 waarin diverse gegevens in vermeld staan die betrekking hebben op de betreffende percelen, zoals de eigenaar, beroep en woonplaats, alsmede het grondgebruik en de oppervlakte. Pagina | 21
AM23188
Het huidige huis van Elsteren 2 is gebouwd in 1948. Tegenwoordig wordt dit huis Kezeling genoemd. In 1961 is de eerste kas van 3246 m2 gebouwd, in 1965 is deze met 1020 m2 uitgebreid. Op de kaart van 1962 is de huidige bebouwing te zien en de eerste kas. In de directe omgeving van het plangebied verandert weinig. Op de kaart van 1962 is direct tegenover het plangebied een woning ingetekend.15
Figuur 4 Uitsneden van historische kaarten uit de perioden 1849-1856, 1899, 1937 en 1962. Het plangebied is aangegeven met het rode kader (Bron: www.topotijdreis.nl).
15 Uit communicatie met heemkundekring Archief Well (11-08-2023). Pagina | 22
AM23188
4. VERWACHTINGSMODEL Jager-verzamelaars uit het paleolithicum en mesolithicum hebben als woon- en verblijfplaats vaak voor de flanken van hoger liggende terreingedeelten in het landschap gekozen. Bij voorkeur in de buurt van (open) water. Nabijgelegen watervoorzieningen waren belangrijk voor drinkwater en de aanwezige biodiversiteit. Dit vergemakkelijkt de jacht en het verzamelen van plantaardig voedsel. Op de geomorfologische kaart ligt het plangebied binnen een dalvlakteterras. Vanaf 1 kilometer ten noordoosten van het plangebied bevindt zich een gebied met landduinen met bijbehorende vlakten en laagten. Circa 120 meter ten zuiden en 300 meter ten noorden bevinden zich restgeulen van de Maas. Op 500 meter ten zuiden van het plangebied loopt de Maas. Het plangebied ligt volgens de stroomgordelkaart op een overblijfsel van een terras uit de Jongere Dryas. Dit Maasterras vormde in de Jonge Dryas (circa 12.900 tot 11.700 jaar geleden, laat-paleolithicum) de actieve riviervlakte. In het vroege Holoceen is een groot deel van het Jonge Dryas terras waarschijnlijk geërodeerd, waardoor alleen hogere delen van het terras overbleven. Dit is ook zichtbaar op de reliëfkaart. Het plangebied ligt op een hoger gelegen deel in het landschap, omringt door het lager gelegen terras ontstaan in het vroege Holoceen.
Op basis van het feit dat het plangebied een actieve riviervlakte vormde tijdens het Jonge Dryas worden er niet direct resten verwacht uit de periode midden- en laat-paleolithicum, maar deze kunnen niet geheel uitgesloten worden. De kans is groot dat sporen uit deze periode, indien toch aanwezig, in het plangebied zijn geërodeerd door latere rivieractiviteiten. Ten tijde van het mesolithicum lag het plangebied niet langer in een actieve riviervlakte. Voor het plangebied geldt een lage verwachting voor archeologische resten uit de periode midden- en laat-paleolithicum en een hoge verwachting voor resten uit het mesolithicum. Eventueel aanwezige resten uit de periode laat-paleolithicum en mesolithicum worden onder de verwachte eerdlaag of in de oorspronkelijke bodem (in de top van de Maasafzettingen) verwacht en kunnen onder andere bestaan uit tijdelijke bewoningssporen, haardkuilen, vuursteenstrooiingen.
Vanaf het (laat-)neolithicum ontstaan de eerste landbouwculturen die gekenmerkt worden door meer sedentaire nederzettingen. Deze nederzettingen worden gekenmerkt door permanente woningen die soms diep in de grond gefundeerd waren, waarbij men een voorkeur had voor hoger en droger gelegen gebieden. De ligging van het plangebied op een hoge terrasvlakte nabij water zal voor latere landbouwende samenlevingen een aantrekkelijke vestigingslocatie zijn geweest. In de (directe) omgeving van het plangebied zijn verschillende vindplaatsen bekend uit het neolithicum, bronstijd, ijzertijd en uit de Romeinse tijd. Deze vondsten bevinden zich echter met name op de lagere terrassen die zijn ontstaan tijdens het vroege en midden-Holoceen. Voor het plangebied geldt een hoge verwachting voor zowel nederzettingsresten uit de periode neolithicum tot en met de ijzertijd als voor nederzettingsresten uit de Romeinse tijd en de vroege middeleeuwen. Resten worden onder de verwachte eerdlaag of in de oorspronkelijke bodem (in de top van de Maasafzettingen) verwacht en kunnen onder andere bestaan uit cultuurlagen, paalkuilen/-gaten, afvalkuilen, fragmenten aardewerk, natuursteen, of gebruiksvoorwerpen.
Het plangebied ligt aan de Elsteren. Deze straat vormde de verbindingsweg tussen Elsteren naar de historische kern van Well. Uit bestudering van historische kaarten blijkt dat het plangebied sinds tenminste circa 1800 onbebouwd was en in gebruik is als bouwland. Direct ten westen staat een gebouw ingetekend. Dit gebouw is ergens na 1821 gebouwd en rond 1950 gesloopt om ruimte te maken voor het huidige pand. Het plangebied blijft onbebouwd en is als bouwland in gebruik. Het huidige huis in het plangebied is gebouwd in 1948. In 1961 en 1965 zijn de kassen gebouwd. Pagina | 23
AM23188
Het plangebied is echter lange tijd als bouwland in gebruik geweest en er is geen bebouwing op het plangebied aanwezig uit deze periode. Op basis van deze gegevens geldt voor het plangebied een middelhoge verwachting voor de periode late middeleeuwen en nieuwe tijd. De aanwezigheid van eventueel aanwezige archeologische resten zullen voornamelijk afhangen van de verstoringen van het plangebied door de bouw van het huis en de kassen. Archeologische resten worden vanaf het maaiveld verwacht en kunnen onder andere bestaan uit onder andere cultuurlagen, paalkuilen/-gaten, afvalkuilen, gebruiksvoorwerpen van bijvoorbeeld natuursteen, fragmenten aardewerk en sporen van agrarische activiteiten. Wat betreft de conservering en gaafheid van eventueel aanwezige archeologische resten kan het volgende gesteld worden: Wegens de verwachte aanwezigheid van enkeerdgrond en daarmee een plaggendek zijn archeologische resten beschermd tegen latere invloeden. Over het algemeen kunnen (anorganische) vondsten en sporen onder zo’n dek in goede toestand worden aangetroffen. Mogelijke vuursteenvindplaatsen kunnen echter verstoord zijn geraakt bij de aanleg van het plaggendek en de eerste bewerking ervan. Hierdoor is vaak de top van de natuurlijk bodem opgenomen in het bovenliggende opgebrachte dek. In de noordoostelijke punt van het plangebied worden kalkloze poldervaaggronden verwacht.
Deze gronden hebben geen plaggendek ter bescherming, maar eventuele vuursteenvindplaatsen zullen niet verstoord zijn door bewerkingen van de grond. Wat betreft eventueel aanwezige organische resten is het afhankelijk hoe diep het grondwater zit. Bij enkeerdgronden en poldervaaggronden zijn de omstandigheden voor het aantreffen van organische resten niet goed: door de lage grondwaterstand (GWT VII & V) kunnen organische resten vaak enkel in dieper, waterhoudende sporen zoals waterputten bewaard blijven. Periode Midden-
Verwachte kenmerken vindplaats Resten van kampementen, fragmenten
Diepteligging sporen Geërodeerd door latere rivieractiviteiten van de
paleolithicum – laat-
vuursteen, natuursteen,
Maas
paleolithicum
gebruiksvoorwerpen
Mesolithicum
Verwachting Laag
Hoog
Resten van kampementen, fragmenten
In de top van de Maasafzettingen
vuursteen, natuursteen, gebruiksvoorwerpen (laat)-neolithicum –
Hoog
vroege
Nederzettingsresten, fragmenten aardewerk,
Vanaf het plaggendek, in de top van de
natuursteen, gebruiksvoorwerpen
Maasafzettingen
Cultuurlaag, funderingsresten, natuursteen,
Vanaf het maaiveld, in en onder een mogelijk
fragmenten aardewerk,
aanwezige antropogene ophogingslaag
middeleeuwen Volle middeleeuwen
Middelhoog
– nieuwe tijd
gebruiksvoorwerpen, sporen van agrarische activiteiten, restanten wegen/paden Tabel 2. Archeologische verwachting per periode.
Bodemverstoring Ter plaatse van de huidige bebouwing en als gevolg van verbouwingswerkzaamheden zal de bodem tot zekere diepte verstoord zijn geraakt. Het is onbekend hoeveel verstoring de aanleg van de kassen hebben veroorzaakt. Mogelijk is verstoring opgetreden als gevolg van het gebruik als akkerland (diepploegen). Op basis van de KLIC-melding (uitgevoerd op 8 augustus 2023) zijn in het zuidwestelijke deel van het plangebied (tussen de straat en het gebouw Elsteren 2 en tussen de straat en de kassen) enige kabels/leidingen gegraven die voor een verstoring van de bodem kunnen hebben gezorgd.
Pagina | 24
AM23188
5. VELDWERKZAAMHEDEN 5.1
Algemeen
Het doel van het verkennend veldonderzoek door middel van boringen is het toetsen van de opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied (Hoofdstuk 4). Hiertoe zijn op 9 augustus 2023 in totaal 6 boringen gezet (zie Bijlage 2 en 8). De boringen zijn uitgevoerd met een Edelmanboor met een diameter van 7 centimeter. De boordiepte varieerde van 130 tot 200 centimeter onder maaiveld. De boorkernen zijn conform ASB (Archeologische Standaard Boorbeschrijving 5.2) beschreven, zie Bijlage 8. De hoogteligging van de boorpunten ten opzichte van NAP is afgeleid van het AHN4 (www.ahn.nl). De maaiveldhoogte in het plangebied varieert tussen de 14,04 en 15,14 meter +NAP. Het plangebied loopt globaal gezien in zuidelijke richting op. Er is geen oppervlakte kartering uitgevoerd in verband met de aanwezige begroeiing en verharding.
Figuur 5. Foto van het centrale deel van het plangebied, kijkende in noordelijke richting (Foto: 9 augustus 2023).
5.2
Fysisch geografische beschrijving van de bodemopbouw
De top van de bodem wordt gevormd door een matig humeus, matig siltig, matig fijn zandpakket. De dikte van dit pakket varieert van 40 tot 80 centimeter. Hierbij dient opgemerkt te worden dit het humeuze toppakket ter hoogte van de tuinkas beduidend dikker is. Pagina | 25
AM23188
Hieronder volgt met een scherpe overgang zwak siltig, matig fijn tot matig grof (grindrijk) zand. Het zand is matig goed tot slecht gesorteerd en is matig tot slecht afgerond. De kleur van dit pakket varieert van licht grijsbeige tot roodbruin. De top van dit pakket is aangetroffen op circa 13,14 tot 14,76 meter +NAP (circa 40 tot 80 centimeter onder maaiveld). Zeer plaatselijk bevat het zandpakket sporen houtskool en baksteen. In het noordelijk deel van het plangebied (boringen 1 en 4) wordt (grindrijke) zandpakket onderbroken door een zwak tot sterk zandig leempakket. De top van het leempakket is aangetroffen op circa 110 tot 140 centimeter onder maaiveld (circa 12,65 tot 12,84 meter +NAP).
Figuur 6. Foto van boring 5. De leesrichting is van linksboven naar rechtsonder (0 – 200 centimeter) (Foto: 9 augustus 2023).
5.3
Interpretatie
Het diep gelegen (zwak) grindrijk zand pakket hangt samen met de oudste afzettingen. Dit pakket is geïnterpreteerd als oeveren beddingafzettingen van de Maas. De beddingafzettingen bestaan uit matig goed tot slecht gesorteerd zand matig fijn tot matig grof (grindrijk) zand. Het zand is matig tot slecht afgerond. De datering van de beddingafzettingen zijn op basis van dit onderzoek niet eenduidig toe te kennen. Volgens Woolderink (2018, Bijlage 5b) 16 en de geomorfogenetische kaart van het Maasdal (Bijlage 5c) ligt het plangebied in een stroomgordel van de Maas die actief was in het Jonge Dryas (circa 12.900 tot 11.700 jaar geleden), laat-paleolithicum. De oever- en beddingafzettingen (zandpakket) zijn afgedekt (in boringen 1 en 4, noordelijk deel van het plangebied) door leem. Deze sterk tot zwak zandige leem is afgezet tijdens perioden van hoogwater. Onder deze laag-energetische omstandigheden kunnen fijne deeltjes bezinken. De kleur van dit pakket is licht grijsbruin tot geeloranje.
16 Woolderink et al., 2018, stroomgordel 928. Pagina | 26
AM23188
Vervolgens is het plangebied opgehoogd met een antropogeen opgebracht pakket humusrijk matig fijn matig siltig zand. De dikte van het pakket varieert van circa 40 tot 80 centimeter. Mogelijk hangt dit samen met de oorspronkelijke morfologie van het terrein. In de top van de oever- en bedingafzettingen komen zeer plaatselijk sporen houtskool en baksteen voor. Dit duidt op dat deze laag (sub)recentelijk is omgewerkt. Mogelijk is dit het gevolg van de huidige bebouwing, tuinbouwwerkzaamheden en door (diep-)ploegen in het (sub)recente verleden. Geologisch (en lithostratigrafisch) gezien behoren de aangetroffen natuurlijke afzettingen tot de Formatie van Beegden.17
5.4
Archeologische indicatoren
Alhoewel geen doel van een verkennend veldonderzoek met boringen, is gelet op de aanwezigheid van archeologische indicatoren die kunnen wijzen op archeologische waarden in de ondergrond. Tijdens het onderzoek zijn dergelijke indicatoren echter niet aangetroffen.
17 De Mulder et al., 2003. Pagina | 27
AM23188
6. CONCLUSIE 6.1
Algemeen
Op basis van het uitgevoerd verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat de bodemopbouw bestaat uit zandige oever- en beddingafzettingen die in het noordelijk deel van het plangebied zijn afgedekt door sterk tot zwak zandige leem met daar bovenop een dik pakket humeus zand en de huidige bouwvoor. Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat de natuurlijke ondergrond bestaat uit fluviatiel sediment onderdeel van de Formatie van Beegden. Het diepgelegen (zwak) grindrijk zand pakket zijn oever- en beddingafzettingen van de Maas die tijdens het Jonge Dryas zijn afgezet. Hierop is in het noordelijk deel van het plangebied een pakket sterk tot zwak zandige leem aangetroffen. Dit pakket is afgezet tijdens perioden van hoogwater (laag-energetische omstandigheden). De top van de natuurlijke ondergrond bevindt zich op een diepte van circa 40 tot 80 centimeter onder maaiveld. Dit komt neer op een gemiddelde diepte van circa 13,14 tot 14,76 meter +NAP.
Uit het bureauonderzoek blijkt dat in de top van de zandige oever- en beddingafzettingen van de Maas archeologische resten kunnen worden verwacht vanaf het mesolithicum. Het plangebied ligt op een hoger gelegen Maasterras uit het Jonge Dryas nabij watervoorzieningen zal voor latere landbouwende samenlevingen een aantrekkelijke vestigingslocatie zijn geweest. Ondanks de afwezigheid van archeologische indicatoren kan niet uitgesloten worden dat er geen archeologische resten aanwezig zijn uit deze perioden binnen het plangebied. Op basis hiervan blijft de hoge verwachting voor de periode mesolithicum tot en met vroege middeleeuwen gehandhaafd. Ook kunnen historische resten niet worden uitgesloten en blijft de middelhoge verwachting voor de periode late middeleeuwen – nieuwe tijd gehandhaafd.
6.2
Beantwoording onderzoeksvragen
Is er sprake van stratigrafische lagen die potentieel archeologische waarden kunnen bevatten? Ja. Vanaf de top van de zandige oever- en beddingafzettingen kunnen vanaf het mesolithicum archeologische resten voorkomen. Eventuele archeologische resten zouden aanwezig kunnen zijn onder de A-horizont. Het opgebrachte (plaggen)dek heeft een conserverende werking op de eventueel aanwezige archeologische resten.
In hoeverre zijn deze lagen intact en hoe reflecteert dit de kwaliteit van de mogelijk aanwezige archeologische resten? In het plangebied zijn geen sporen van een podzolbodem (E-, B- en/of BC-horizont) aangetroffen. Enkel in boring 2 is sprake van een B-horizont. Dit kan duiden op een recentere bewerking van de bodem (zoals egalisatie).