CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1c bijlagen behorende bij regels bp buitengebied 2018 1e herziening 15411

Gemeenteraad 13 december 2022, gemeente BergenBij agendapunt: 1ste herziening bestemmingsplan buitengebied 2018;20.796 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Kleur Rode omlijning Groene omlijning

Maatregel Verwijderen Amerikaanse vogelkers Verwijderen zilverdennen en omorika’s en Amerikaanse vogelkers Blauwe omlijning Handhaven van open bosstructuur van inlandse eik en berk en wilg Gele omlijning Aanplant struiketage van inlandse struiken zoals o.a. , meidoorn,, vlier, vuilboom, prunus padus. Daarmee wordt ook toegankelijkheid belemmerd inzake de illegale stort van tuinafval/puin Overige deel (veren) aanplant van eik, berk waarbij open structuur wordt nageleefd dus geen aaneengesloten beplanting. Figuur 9: Voorgestelde inrichting compensatieperceel A1 (A. Arts, gemeente Bergen, 2014).

12

Bureau Meervelt

Onderbouwing herbegrenzing EHS parkeerplaats Maasduinen

5.4 Perceel A2 voor overige tegenprestatie 5.4.1 Ligging en oppervlak Een perceel in eigendom van Stichting het Limburgs Landschap is beschikbaar als tegenprestatieperceel. Het perceel staat kadastraal bekend als BGN02 S 622. In de huidige situatie wordt dit perceel verpacht en is het 2 agrarisch in gebruik. Het perceel is 5.610 m groot en wordt omzoomd door bomen. De daadwerkelijke akker, in 2 te zetten als tegenprestatieperceel is circa 3.800 m . Het perceel ligt op circa 4 kilometer ten zuiden van de aan te leggen parkeerplaats.

Figuur 10: Ligging ten opzichte van EHS (Gisviewer Provincie Limburg, 2014). Alleen de daadwerkelijke akker (circa 0,38 ha) wordt ingezet als tegenprestatieperceel. Het perceel maakt geen deel uit van de POG.

5.4.2 Wezenlijke kenmerken en waarden omringende gebied Het perceel grenst aan de noordkant aan deelgebied MDN3.37A Looijsche Graaf en MDN3.37.1C Looijsche Graaf. De opstanden op het perceel zelf maken deel uit van het deelgebied MDN3.36D Aan de Aswaarden. De beschrijvingen uit het Stimuleringsplan Noordelijk Maasdal Noord van de deelgebieden worden hieronder weergegeven.

13

Bureau Meervelt

Onderbouwing herbegrenzing EHS parkeerplaats Maasduinen

MDN3.37A

MDN3.37C

MDN3.36D

Figuur 11: Het plangebied (globaal aangegeven met rode lijn) grenst aan deelgebied MDN3.37C Looijse Graaf en wordt omschreven als bos en natuur (Provinciaal Natuurbeheerplan 2014, Gisviewer Provincie Limburg). MDN3.37A Looijsche graaf Beschrijving: Op de locatie waar in het verleden de Looijse graaf uitmondde in de Maas heeft het Stichting het Limburgs Landschap een natuurgebied in eigendom. Door de aanleg van N271 stroomt de beek niet meer uit in de Maas. De kwel uit de beek wordt vastgehouden door een stuw. Het grasland rondom de beek is verruigd met pitrus. Hier en daar liggen nog landschappelijk waardevolle elementen als meidoornhagen met knotbomen, een poel en een houtwal. MDN3.37.1C Looijsche graaf I Beschrijving: Bij het begrenzen van het Stimuleringsplan Noordelijk Maasdal is in het deelgebied MDN3.37A een deel nieuwe natuur begrensd als bestaande natuur. Het gebied is destijds begrensd als bestaande natuur omdat de tereinbeheerder de gewenste natuur inmiddels had gerealiseerd. Omdat de aanduiding nieuwe natuur de feitelijke aanduiding blijft krijgt het gebied alsnog een eigen code (MDN3.37.1C) en een nieuwe naam. De doeltypen van MDN3.37A blijven gehandhaafd. De doeltypen van het nieuwe deelgebied sluiten hier op aan.

14

Bureau Meervelt

Onderbouwing herbegrenzing EHS parkeerplaats Maasduinen

Tabel 4: Gewenste natuurdoeltypen voor deelgebied MDN3.371C volgens het Provinciaal Natuurbeheerplan (Provincie Limburg, 2014). NATUURDOELTYPE PERCENTAGE (%) Omschrijving beheertype Glanshaverhooiland

10

Glanshaverhooiland

Grote zeggenmoeras

10

Moeras

Kleine zeggengrasland

70

Nat schraalland

Kleine zeggenmoeras

10

Moeras

Vochtig kruidenrijk grasland

10

Kruiden- en faunarijk grasland

De boomgroepen op het perceel maken deel uit van het deelgebied MDN3.36D Aan de Aswaarden. Dit deelgebied wordt beschreven in het Provinciaal Natuurbeheerplan (bron: Stimuleringsplan Noordelijk Maasdal Noord). MDN3.36D Aan de Aswaarden Beschrijving Buiten het winterbed van de Maas, ten oosten van de N271 ligt een half open landschap met kleinschalige bossen, akkers en weilanden. Een van die kleine bosgebieden grenst aan de Looijse Graaf en de visvijver. Het bosgebied bestaat uit loofbos met in het centrum een verruigd Elzenbroekbos. Behalve braamstruiken maken ook drie zeggensoorten deel uit van de ondergroei, te weten Zompzegge, Elzenzegge en Hoge cyperzegge. Langs de visvijver en meer richting de Geijsselberg is het bos te typeren al een Berken-Zomereikenbos met delen die verruigd zijn met bramenopslag. In het gebied worden de Nachtegaal en Wielewaal als broedvogels aangetroffen. Aandachtssoorten: Nachtegaal en Wielewaal Tabel 5: Gewenste natuurdoeltypen voor deelgebied MDN3.36D volgens het Provinciaal Natuurbeheerplan (Provincie Limburg, 2014). NATUURDOELTYPE

PERCENTAGE (%)

OMSCHRIJVING BEHEERTYPE

Berken-Zomereikenbos

20

Dennen-, eiken- en beukenbos

Elzenbroekbos

80

Rivier- en beekbegeleidend bos

5.4.3 Voorgestelde inrichting perceel A2 Vochtig kruidenrijk grasland. Dit doeltype wordt gebruikt indien de potenties tot het ontwikkelen van de in de tabel 4 genoemde graslanden gering zijn. Gezien het recente agrarisch gebruik mag aangenomen worden dat er nog veel voedingsstoffen in de akker aanwezig zijn waardoor de genoemde natuurdoeltypen voorlopig niet ontwikkeld kunnen worden. Het verdient aanbeveling onderzoek te doen naar de bodemkwaliteit en afhankelijk van de resultaten en mogelijke beheermaatregelen de gewenste natuurdoeltypen bij te stellen. Volgens de hoogtekaart (zie figuur 12) is ontwikkeling van vochtig kruidenrijk grasland zeker haalbaar. Doelsoort van vochtig kruidenrijk grasland is onder meer Roodborsttapuit. Voor deze soort is het aangrenzende Natura 2000 gebied aangewezen waardoor ontwikkeling tot kruidenrijk grasland een versterking kan vormen van het al aanwezige leefgebied (in het kilometerhok waarin dit perceel ligt is in 2013 een territorium vastgesteld; in de omgeving komt Roodborsttapuit sporadisch voor (www.natuurgegevensprovincielimburg.nl).

15

Bureau Meervelt

Onderbouwing herbegrenzing EHS parkeerplaats Maasduinen

Figuur 12: Hoogtekaart met locatie perceel A2 rood omcirkeld (www.ahn.nl).

16

Bureau Meervelt

Onderbouwing herbegrenzing EHS parkeerplaats Maasduinen

6. TOEKOMSTIG BEHEER VAN DE PERCELEN Het beheer van het perceel voor de boscompensatie blijft de verantwoordelijkheid van de gemeente Bergen. Het beheer van het perceel van Stichting het Limburgs Landschap wordt uitgevoerd door de Stichting zelf. Hier worden afspraken over gemaakt. Voorgesteld wordt een beheer met maaien en afvoeren, eventueel middels uitmijnen. Boscompensatieperceel In het winterseizoen 2014/2015 wordt begonnen met het verwijderen van de op het terrein aanwezige exoten en Amerikaanse vogelkers. De bomen wordt tijdens de boomplantdag op 18 maart 2015 geplant. Na aanplant wordt de komende 6 jaar vrij weinig beheer uitgevoerd. De beplanting moet eerst aanslaan en gaan groeien. In bosverband wordt de eerste dunning pas na circa 20 jaar uitgevoerd. De struiken kunnen na circa 8 jaar wel op afstand worden gezet door de helft af te zagen waardoor de overblijvende struiken geheel uit kunnen groeien tot grote struiken. EHS compensatieperceel Op dit perceel is voorzien in compensatie met als natuurdoeltype Vochtig Kruidenrijk Grasland en als beheertype Kruiden- en faunarijk grasland. Het betreffende perceel is momenteel in gebruik als maïsland. Na de maïsoogst zullen in het najaar van 2014 de voorbereidende werkzaamheden (bodem losmaken en ploegen) plaatsvinden. ste Daarna worden de kruidenrijke mengsels ingezaaid.

In 2015 wordt begonnen met maaien en afvoeren (1 snede vanaf 25 mei, daarna zo vaak als nodig is). Bij voldoende verschraling kan de maaidatum later in het jaar en eventueel laatbloeiende soorten als kleine ratelaar toegevoegd worden als halfparasiet op gras.

17

Bureau Meervelt

Onderbouwing herbegrenzing EHS parkeerplaats Maasduinen

BIJLAGE 1 ONTWERP PARKEERPLAATS BIJ BEZOEKERSCENTRUM MAASDUINEN Bureau hemmen, 2014 Wordt als PDF bijgevoegd.

BIJLAGE 2 VOORTOETS NATUURBESCHERMINGSWET PARKEERPLAATS DE MAASDUINEN 2014 Bureau Meervelt, 2014 Wordt als PDF bijgevoegd.

18

Bureau Meervelt

Onderbouwing herbegrenzing EHS parkeerplaats Maasduinen

BIJLAGE 3 BESTEMMING GRONDEN TEGENPRESTATIE

19

Ontwerp parkeerplaats bij Bezoekerscentrum Maasduinen

Uitgevoerd voor:

16 april 2014

Inhoudsopgave Inhoudsopgave . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2

Randwijkse Rijndijk 22, 6668 LM Randwijk tel: 0488 420 204; mobiel: 06 44600419 email: henkvanziel@burohemmen.nl www.burohemmen.nl

2

1

Ontwerp parkeerplaats . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3 1.1 | Noodzaak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3

2

Schetsontwerpen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4 2.1 | Theoretische benadering . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4 2.2 | Schetsontwerpen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4 2.3 | Keuze schetsontwerp . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6

3

Functie-eisen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7 3.1 | Functie-eisen begroeiing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7 3.2 | Functie-eisen parkeervoorziening . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8 3.3 | Functie-eisen beheer en onderhoud . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8

4

Quick scan natuurwetgeving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9

5

Natuurcompensatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10

6

Voorlopig ontwerp . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11

Bijlage 1

Quick scan flora en fauna . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12

Bijlage 2

Essentietabel Natura 2000 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21

Bosje waar de parkeerplaats moet komen

Ontwerp parkeerplaats bij Bezoekerscentrum Maasduinen

1

Ontwerp parkeerplaats 1.1 | Noodzaak

Bezoekerscentrum Maasduinen: populair startpunt

Het fraaie bezoekerscentrum van Nationaal Park Maasduinen is een groot succes en trekt steeds meer bezoekers. De parkeerplaats heeft echter niet de benodigde capaciteit (max. 150 auto’s) en het gevolg is overlast door langs de weg geparkeerde auto’s op drukke dagen. Er wordt daarom naar aanvullende capaciteit gezocht. Deels is die al gemaakt bij de reconstructie van de toegangsroute via Oude Baan/Bosserheide. Langs de weg zijn parkeerplaatsen aangelegd voor parallel parkeren, die kunnen dienen als eerste overloop (45 auto’s). De ervaring is echter dat er dan nog veel meer capaciteit nodig is. De Gemeente Bergen heeft dan ook het idee opgevat om een extra parkeerplaats aan te leggen in een bosje van ca. 0,25 ha (ca. 93 x 27 m) zo’n 80 m ten noordwesten van de sluis met als doel nog zo’n 50 à 100 auto’s te kunnen plaatsen. Het bosje is gemeentelijk eigendom en bestaat uit de kadastrale percelen BGN02 F 5503 en eventueel F 6061. Daarbij komen enkele praktische en procedurele aspecten aan de orde, die op elkaar inwerken. Het bosje maakt deel uit van het Natura 2000-gebied Maasduinen en derhalve ook van de Ecologische Hoofdstructuur. Daarnaast wil men het ook om landschappelijke redenen niet geheel laten verdwijnen. Er moet voldoende beplanting overblijven om de auto’s enigszins aan het oog te onttrekken.

Begrenzing Natura 2000-gebied Maasduinen (geel transparant) met beoogde locatie parkeerplaats in de rode cirkel

Uitgangspunten zijn: • de verkeersveiligheid waarborgen • ongelukken en schade voorkomen • een efficiënt ingericht terrein, dit betekent dat het behouden van bomen niet leidend is, maar dat de gebruiker centraal staat. Indien een boom past binnen het ontwerp, dan kan de boom worden gebruikt in het ontwerp, maar in beginsel wordt alles gekapt. Er zal dan ook worden gecompenseerd voor het verlies van bos • de beplanting aan de randen in stand houden om de auto's deels aan het zicht te onttrekken. Praktische aspecten zijn verder: • hoogteverschillen in het terrein moeten overbrugd worden: het bosje ligt laag ten opzichte van de weg en er zijn ook binnen het bosje talrijke greppels en andere hoogteverschillen • er moet enige vorm van verharding en egalisatie aanwezig zijn, zonder dat de blijvende bomen daarvan al te zeer te lijden krijgen • er moet een heldere doorstroming van het verkeer plaatsvinden.

16 april 2014

3

2

Schetsontwerpen 2.1 | Theoretische benadering Het bosje heeft een oppervlakte van ca. 2500 m2 exclusief de onverharde weg aan de zuidoostzijde. Opgave is een aantal van 50 tot 100 parkeerplaatsen met handhaving van zoveel mogelijk van de oorspronkelijke bosbegroeiing. Een parkeervak heeft volgens NEN 2443:2000 (bij haaks parkeren) een afmeting van 4,50 x 2,40 m = 10,8 m2. De toegangsweg tussen de parkeervakken moet een breedte hebben van 5,65 m. De weg kan aan beide zijden parkeerplaatsen ontsluiten. Overigens zijn dit geen wettelijk verplichte, maar aanbevolen maten. Bij een theoretische optimale ontsluiting heeft een 1 parkeerplaats dus een ruimtebeslag van (breedte parkeerplaats x (lengte parkeerplaats + helft breedte weg): 2,40 m x (4,50 + 2,825 m) = 17,58 m2. Theoretisch zijn er op 2500 m2 dus ca. 140 parkeerplaatsen mogelijk. Theorie is echter geen praktijk, zeker niet als de randen gesloten moeten blijven vanwege landschappelijke redenen en er eventueel ook nog wat bomen moeten blijven staan. Die randen beslaan, afhankelijk van de breedte: • 145 x 5 m = 725 m2 (bij 5 m breedte van de groenstrook) • 135 x 10 m = 1350 m2 (bij 10 m breedte van de groenstrook) Daarnaast zijn er allerlei verliezen als gevolg van: • de niet optimale vorm en afmetingen van het perceel • hoeken en bochten in de weg • te sparen bomen. Bovenstaande leidt ertoe dat maximaal ca.

63% van het perceel voor parkeren is te benutten als alleen een groenstrook van 5 m in stand wordt gehouden. Als een aantal grote of waardevolle bomen wordt gehandhaafd in het bos, zal dit percentage dalen tot ongeveer 50%. Dat houdt automatisch in dat ook minimaal de helft van het terrein een bosbegroeiing houdt.

2.2 | Schetsontwerpen Op basis van deze uitgangspunten is een aantal schetsontwerpen gemaakt, die hier in vogelvlucht worden gepresenteerd: • P47: 47 parkeerplaatsen, groenstrook 10 m, 0 grote bomen kappen • P70: 70 parkeerplaatsen, groenstrook 5 m, 0 grote bomen kappen • P88: 88 parkeerplaatsen, groenstrook 5 m, 10 grote bomen kappen • P120: 120 parkeerplaatsen op het naastgelegen weilandje. Noot:

4

Bomen zijn geschat op basis van luchtfoto; bij inmeten bleken er veel meer bomen van meer dan 20 cm diameter te zijn.

Ontwerp parkeerplaats bij Bezoekerscentrum Maasduinen

2.3 | Keuze schetsontwerp De eisen waren: • 50 - 100 parkeerplaatsen • handhaving groene rand Ontwerp P47 heeft veel groen, maar haalt niet het minimumaantal van 50 parkeerplaatsen. Ontwerp P70 voldoet aan de gestelde doelen: er blijft relatief veel groen over en er zijn ca. 70 auto’s te parkeren. Ontwerp P88 voldoet aan de gestelde doelen: met name de grote bomen in het bos zullen moeten wijken in dit ontwerp. Ontwerp P120 tast de landschappelijke kwaliteit van het gebied vrij sterk aan door het fraaie weilandje deels vol te zetten met auto’s. Het is evenzeer deel van het Natura 2000-gebied en de Ecologische Hoofdstructuur. Ook gelden hier praktische bezwaren: het ligt laag in het landschap en er kan periodiek wateroverlast ontstaan bij verharding met leem of Grauacke. Ook is het terrein niet in eigendom en de verwachting is dat hierover niet gemakkelijk overeenstemming te bereiken is. Andere terreinen zonder bos of bijzondere natuur liggen alle op grotere afstand en hebben meestal ook andere praktische bezwaren, bijvoorbeeld deel van een particulier terrein bij een woning. Ontwerp P88 wordt gekozen voor verdere uitwerking, omdat het plaats biedt aan de meeste auto’s en ook anderszins aan de ontwerpeisen voldoet.

6

Ontwerp parkeerplaats bij Bezoekerscentrum Maasduinen

3

Functie-eisen Om een goed bestek te kunnen schrijven voor de uitvoering van de werkzaamheden, zijn heldere eisen nodig voor het functioneren van zowel de parkeervoorziening als de begroeiing.

3.1 | Functie-eisen begroeiing De grotere of anderszins waardevolle bomen in het bosje worden ingemeten door de Gemeente Bergen. Als delen van de begroeiing in stand gehouden moet worden, worden aan de aanleg van de parkeerplaats enkele specifieke eisen gesteld vooral vanwege het mozaïekkarakter. Omdat een aanzienlijk deel van de bodem wordt belegd met leem en daarmee veel ondoorlatender wordt voor water en lucht, is een goede drainagelaag noodzakelijk die de blijvende bomen voorziet van vooral lucht. Water zal wel afstromen en kan in regenrijke perioden eerder teveel dan te weinig zijn, maar ook dit wordt gereguleerd met een goed doorlatende laag tussen de bestaande bodem en de toplaag. Deze laag moet bestaan uit grof zand (zonder leemfractie) of grind of gebroken puin (maar dan alleen de grove fractie >2 mm) en dient ca. 0,10 m dik te zijn Om dezelfde reden dient de bestaande dikke strooisellaag (ca. 0,10 m dik) te worden verwijderd op de plaatsen die zullen worden verstevigd. Deze laag zou anders door compactie een ondoorlatende laag gaan vormen tussen ophoging en bestaande bodem. De in de minerale onderlaag aanwezige wortels dienen daarbij uiteraard niet beschadigd te worden. Functie-eisen t.b.v.

de begroeiing: B1 De resterende opgaande begroeiing (blijvende grote en kleine bomen en struiken) moet in de wortelzone overal voldoende lucht blijven ontvangen, ook als ze door parkeerplaatsen worden omgeven. B2 De resterende opgaande begroeiing (blijvende grote en kleine bomen en struiken) moet in de wortelzone overal voldoende water blijven ontvangen, ook als ze door parkeerplaatsen worden omgeven. Ook dient plaatselijk (tussen de parkeerplaatsen) geen water te stagneren. B3 De bestaande strooisellaag mag door compactie geen storende laag gaan vormen, zodat aan bovenstaande functie-eisen niet meer wordt voldaan. (Deze moet dus worden verwijderd, waar ophoging en andere vormen van hogere bodemdrukverhoging aan de orde is). B4 De in de minerale grond aanwezige wortels mogen bij de werkzaamheden niet worden beschadigd. B5 Waar nodig wordt de resterende opgaande begroeiing beschermd tegen aanrijding of overmatige betreding B6 Begroeiing mag alleen worden verwijderd of beschadigd op plaatsen waar daadwerkelijk parkeerplaatsen of de ontsluitingsweg worden aangelegd en die als zodanig zijn aangegeven op de ontwerptekening B7 Langs de bestaande wegen dient in een strook van minimaal 5 m breed de begroeiing geheel te worden gehandhaafd, met uitzondering van de doorsnijding daarvan door de ontsluitingsweg van de parkeerplaats, om 16 april 2014

7

geparkeerde auto’s zoveel mogelijk aan het zicht te onttrekken. Waar deze strook onvoldoende begroeid is en naar verwachting ook na een nieuw groeiseizoen zal zijn, dient vergelijkbare begroeiing te worden aangebracht (zomereik, berk, lijsterbes, vuilboom, hulst, grove den).

3.2 | Functie-eisen parkeervoorziening Ten behoeve van de parkeermogelijkheden dienen de volgende functies vervuld te worden: • • •

veiligheid: verkeersveiligheid, maar ook het gebruik te voet duidelijkheid, bijvoorbeeld over waar te parkeren, zodat er geen chaotisch en inefficiënt ruimtegebruik ontstaat afwezigheid van hinder: bijvoorbeeld wateroverlast, overhangende begroeiing, modder.

Daartoe dienen de volgende functie-eisen in acht genomen te worden: P1 De afmetingen van de parkeerplaatsen en de ontsluitingsweg dienen te voldoen aan NEN 2443:2000. P2 De hellingen in de ontsluitingsweg dienen goed en veilig overbrugbaar te zijn voor het verkeer (bijvoorbeeld maximaal 1:10). De parkeerplaatsen dienen maximaal 2% afschot te hebben. P3 Hoogteverschillen in het terrein dienen geëgaliseerd te worden met goed doorlatend materiaal (zie B1 t/m B4) P4 De parkeervoorziening dient geschikt te zijn voor parkeren gedurende maximaal 50 dagen per jaar. P5 De toplaag van de ontsluitingsweg en de parkeerplaatsen dient zo te zijn dat ook bij natte weersomstandigheden voldoende draagkracht behouden wordt, er geen plassen of modderplekken ontstaan en een veilige verkeersafwikkeling te allen tijde mogelijk is. P6 Door middel van een markering in het oppervlak van de parkeerplaatsen dient duidelijk te zijn waar de begrenzing is van de verschillende parkeervakken. P7 De ontsluitingsweg is in principe geschikt voor gebruik in één richting; het meest voor de hand ligt een rijrichting van zuid naar noord. Dit dient voor het publiek duidelijk zichtbaar te zijn. P8 De aansluiting van de ontsluitingsweg op de bestaande wegen dient veilig te zijn, onder andere voldoende overzicht te bieden op ander verkeer.

3.3 | Functie-eisen beheer en onderhoud De functie-eisen zijn hier een compromis tussen enerzijds de aanwezige begroeiing en anderzijds functionele gebruiksmogelijkheden van de parkeervoorziening, binnen de randvoorwaarde van aanvaardbare kosten. Speciale aandacht dient daarbij geschonken te worden aan het tijdsaspect: met name in het voorjaar kan in korte tijd de aanwezige begroeiing een snelle groei laten zien, die de gebruiksmogelijkheden negatief kunnen beïnvloeden. Anderzijds kan in de winter de landschappelijke afscherming van de parkeerfunctie aanzienlijk minder zijn. 8

Ontwerp parkeerplaats bij Bezoekerscentrum Maasduinen

4

Quick scan natuurwetgeving Uit de uitgevoerde quick scan (zie bijlage 1) kwam naar voren dat er geen wezenlijke beletsels zijn vanuit de Flora- en faunawetgeving voor het gebruik van het bosperceel als parkeerplaats. Wel dient met name bij de aanleg de broedvogelbevolking te worden ontzien. Dit houdt concreet in dat aanleg in de periode 15 maart - 15 juli moet worden ontraden als gevolg van mogelijke broedgevallen. Het terrein moet daarnaast een functionaliteit als trek- en foerageergebied voor vleermuizen behouden. Voor de meeste soorten neemt deze functionaliteit toe door het meer parkachtige landschap dat ontstaat. Er zal geen gebruik gemaakt worden van verlichting, omdat de parkeerplaats alleen bij daglicht zal worden gebruikt. Er zijn ook geen beschermde habitats of via Natura 2000 beschermde soorten aangetroffen. Dat wil zeggen dat met een voortoets voor de Natuurbeschermingswet kan worden volstaan. De betreffende doelen voor Natura 2000-gebied Maasduinen zijn als bijlage 2 weergegeven. Geen van de betreffende waarden komen voor in het plangebied. Verder dient compensatie plaats te vinden voor de verloren natuurwaarden in de Ecologische Hoofdstructuur (EHS).

Volgens de Beleidsregel mitigatie en compensatie natuurwaarden van de Provincie Limburg dient een kwaliteitstoeslag (overcompensatie in oppervlakte) plaats te vinden voor natuurwaarden die niet onmiddellijk opnieuw kunnen ontstaan. Omdat het hier bos met een ontwikkelingstijd van 25 - 100 jaar betreft, is de compensatiefactor 1,66, wat inhoudt dat 66% moet worden overgecompenseerd in oppervlakte. Bij verlies van 0,18 ha bos moet derhalve 0,30 ha nieuw bos (of eventueel andere gelijkwaardige natuur) worden aangelegd. Tenslotte is compensatie voor de Boswet aan de orde. Voor de Boswet moet gekapt bos ter plaatse of elders opnieuw worden aangeplant of anderszins ontstaan. Als alleen een rand aan bos langs de wegen zal blijven staan, is er een verlies aan bos van ca. 0,18 ha. Dat zou dus een compensatie aan bos opleveren van 0,18 ha. Qua kroonprojectie kan dit wat minder zijn.

16 april 2014

9

5

Natuurcompensatie Er is een compensatielocatie beschikbaar aan de Berkenkamp in Afferden. Het betreft: BGN02 T 744. Een afbeelding is hieronder toegevoegd. Het perceel is 2740 m2 groot en gemeentelijk eigendom. Het is als Perspectief 2 (POG) aangewezen en ligt langs de EHS.

Compensatieperceel aan de Berkenkamp in Afferden (geel)

Het terrein is zeer geschikt als compensatielocatie. De te compenseren oppervlakte (parkeerplaats) moet dan wel beperkt blijven tot 0,165 ha in verband met de overcompensatie.

10

Ontwerp parkeerplaats bij Bezoekerscentrum Maasduinen

6

Voorlopig ontwerp Op basis van de keuze uit de schetsontwerpen (P88) en verdere terreininventarisatie kan een Voorlopig Ontwerp worden gemaakt. De terreininventarisatie is gemaakt door inmeting en inventarisatie van boomsoorten en terreinhoogten. Daarbij kwamen ruim 50 bomen aan het licht met een dikte van meer dan 20 cm op 1,30 m hoogte. De eerdere aanname op basis van de luchtfoto bleek niet erg betrouwbaar. Te kappen bomen Bij de mogelijkheid om bomen te handhaven kan gekozen worden om met name Amerikaanse eiken te kappen. Amerikaanse eiken worden in het hedendaagse natuurbeheer en ook in de bosbouw niet erg gewaardeerd, vanwege hun uitzaaiing in de omgeving en de verdringing van inheemse soorten, zoals berk en zomereik. Dat treedt hier ook daadwerkelijk op: in het kronendak is die verdringing duidelijk waarneembaar, waardoor de bestaande zomereiken worden - en reeds zijn verdrongen. Ook wanneer hier dus geen parkeerplaats zou worden aangelegd, zou het aanbeveling verdienen de Amerikaanse eiken te kappen. Daarnaast zal het nodig zijn om ook andere bomen te kappen, omdat het anders niet goed mogelijk lijkt de toegangsweg in de gewenste afmetingen aan te leggen. Plantspiegels en aanrijdpreventie Plantspiegels dienen een doorsnede van 3,0 m te hebben om de boom voldoende groeiruimte te geven.

Deze waarde heeft te maken met de stamvoet, die meestal veel breder is dan de stam op 1,30 m hoogte en met de bodemverdichting die kan optreden door het berijden van de bodem dicht bij de boom en daar schadelijk is voor het toetreden van lucht naar de bodem. Vooral dicht bij de boom kan dit grote delen van het wortelstelsel beïnvloeden. Mede daarom is het ook nodig dat op de bomen deugdelijk worden afgeschermd voor aanrijdschade en daarmee voor het berijden van de stamvoet. Dit kan gebeuren met standaardmateriaal dat daarvoor verkrijgbaar is, het kan echter ook met bijvoorbeeld boomstammetjes, die daartoe op ca. 0,60 m hoogte moeten worden geplaatst. Er moet zo weinig mogelijk dicht bij de boom in de grond geboord en gegraven worden, om de wortelstelsels zo weinig mogelijk te beschadigen. Anderzijds is de maat van standaardparkeervakken voldoende ruim om aan de rand enige ruimte te bieden aan plantspiegels. In de praktijk zullen de randen van de vakken benut worden voor het in- en uitstappen en daarvan zullen de resterende bomen weinig hinder ondervinden, zolang de stammen zelf beschermd zijn tegen openslaande deuren etc.

16 april 2014

11

Bijlage 1

12

Quick scan flora en fauna

Ontwerp parkeerplaats bij Bezoekerscentrum Maasduinen

__________________________________________________________________________________ Tegelseweg 3 5951 GK Belfeld Tel: 077-4642999 www.faunaconsult.nl KvK Limburg 09116138 BTW nr: NL819024831B01 __________________________________________________________________________________

Faunaconsult

Buro Hemmen t.a.v. Henk van Ziel Randwijkse Rijndijk 22 6668 LM Randwijk Flora- en faunainspectie voor de aanleg van een parkeergelegenheid bij Nationaal Park Maasduinen te Well door ir. Hans Hovens, Faunaconsult Belfeld, 10 juli 2013 Inleiding Het Limburgs Landschap wil een bosperceel omvormen tot parkeerplaats, omdat de huidige parkeergelegenheid voor bezoekers van Nationaal Park Maasduinen op drukke dagen niet volstaat. Buro Hemmen begeleidt deze plannen en heeft ecologisch adviesbureau Faunaconsult opdracht gegeven aan te geven welke effecten de plannen hebben op aanwezige natuurwaarden die beschermd zijn via de Flora- en faunawet. Beschrijving plangebied en voorgestane situatie De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1 (zie ook foto’s 1 en 2). Het plangebied bestaat uit een deel van een grove dennenbos, ten noordoosten van de weg Bosserheide (te Well) en ten zuidwesten van een weiland. In het plangebied groeien naast grove dennen bomen als zomereik, lijsterbes, Amerikaanse eik en ruwe berk, struiken als Amerikaanse vogelkers, sporkehout en gewone vlierbes. Daarnaast zijn er planten als brede stekelvaren, kamperfoelie en pijpenstro aanwezig. Een deel van het naast het plangebied gelegen weiland werd tijdens het veldbezoek begraasd door paarden.

Het weiland bestaat uit snel groeiende grassoorten en kruiden als grote brandnetel, kleine brandnetel, ridderzuring, vogelmuur, kruipende boterbloem en akkerkers.

1

Figuur 1. Ligging van het plangebied (rood omlijnd)

Foto 1. Deel van het plangebied

Flora- en fauna-inspectie parkeergelegenheid Maasduinen te Well

2

Foto 2. Deel van het plangebied

De Flora- en faunwet De Flora- en faunawet richt zich op de bescherming van circa 500 plant- en diersoorten. Het gaat hierbij om alle inheemse zoogdieren (uitgezonderd bruine rat, zwarte rat en huismuis), alle inheemse vogelsoorten, alle amfibieën en reptielen, een aantal vissen en enkele bij AMvB (Stb. 523, 2000) speciaal aangewezen plant- en diersoorten. Uitgangspunt van de wet is het ‘nee, tenzij’- beginsel. Slechts voor een beperkt aantal handelingen kan op basis van artikel 75 van de Flora- en faunawet ontheffing worden verleend van de verboden uit artikel 8 t/m 11 van de wet (voor zover hiervoor niet reeds op basis van een ander artikel vrijstelling of ontheffing kan worden verleend). Voorwaarde daarbij is dat met de voorgenomen activiteit geen afbreuk wordt gedaan aan een gunstige staat van instandhouding van de soort. Kort gezegd worden de onder de Flora- en faunawet beschermde plant- en diersoorten in drie categorieën opgedeeld, met elk een ander regime wat betreft ontheffingen: 1. algemene soorten (FF1); 2. overige soorten (FF2); 3. streng beschermde soorten (FF3). De categorie ‘algemene soorten’ - zoals mol en konijn - is voor de meeste activiteiten vrijgesteld voor een ontheffingsaanvraag.

De categorie ‘overige soorten’ is eveneens voor de meeste activiteiten vrijgesteld voor een ontheffingsaanvraag, mits die activiteiten worden uitgevoerd op basis van een door het Ministerie van Economische Zaken goedgekeurde gedragscode. In zo'n code geeft een sector zelf aan welke Flora- en fauna-inspectie parkeergelegenheid Maasduinen te Well

3

gedragslijnen men volgt om het schaden van beschermde soorten zo veel mogelijk te voorkomen. Bijvoorbeeld altijd eerst inventariseren waar de soorten precies voorkomen en daar met de werkzaamheden rekening mee houden (door een hol af te schermen of de standplaats van planten aan te geven). Voor ingrepen waartoe nog geen goedgekeurde gedragscode bestaat, moet bij het voorkomen van verblijfplaatsen van beschermde soorten van de categorie overige soorten soms een ontheffing worden aangevraagd. Daarbij kan worden volstaan met een zogenaamde lichte toetsing. Dat houdt in dat de voorgenomen maatregelen ‘geen afbreuk doen aan gunstige staat van instandhouding van de soort’. De categorie ‘streng beschermde soorten’ omvat de soorten die worden genoemd in bijlage 4 van de Habitatrichtlijn of bijlage 1 van AMvB artikel 75 van de Flora- en faunawet en alle inheemse vogels. Voor de categorie ‘streng beschermde soorten’ wordt slechts in een beperkt aantal situaties een vrijstelling verleend. Voor ruimtelijke ontwikkelingen geldt géén vrijstelling en moet dus altijd een ontheffing worden aangevraagd.

Een ontheffingsaanvraag voor streng beschermde soorten wordt getoetst aan drie criteria (Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, 2005): 1) er wordt geen afbreuk gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort 2) er is geen goed alternatief 3) de activiteit past binnen een van de hierna genoemde belangen:  Onderzoek en onderwijs;  Repopulatie en herintroductie;  Bescherming van flora en fauna;  Veiligheid van het luchtverkeer;  Volksgezondheid of openbare veiligheid;  Dwingende redenen van openbaar belang;  Voorkomen van ernstige schade aan vormen van eigendom  Belangrijke overlast veroorzaakt door dieren;  Uitvoering van werkzaamheden in het kader van bestendig beheer en onderhoud in de landbouw en bosbouw;  Bestendig gebruik;  Uitvoering in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling. Deze drie criteria vormen de zogenaamde uitgebreide toets en aan alle drie criteria moet worden voldaan. In sommige gevallen gelden bovendien aanvullende toetsingscriteria.

Als het gaat om een ontheffingaanvraag in het kader van - bestendig beheer en onderhoud in landbouw of bosbouw, of - bestendig gebruik, of - ruimtelijke inrichting of ontwikkeling, én het gaat om ‘streng beschermde soorten’ en/of vogelsoorten, dan wordt extra getoetst op het volgende criterium: 4) de werkzaamheden moeten zodanig uitgevoerd worden dat er sprake is van ‘zorgvuldig handelen’. Werkwijze Op 28 juni 2013 heeft Hans Hovens (Faunaconsult) in het bijzijn van Henk van Ziel (Buro Hemmen) het plangebied afgezocht naar beschermde dier- en plantensoorten. Daarbij werden de aanwezige biotopen beoordeeld op hun geschiktheid als habitat voor beschermde diersoorten en alle beschermde planten werden in kaart gebracht. Tevens werd er gezocht naar (tekenen van aanwezigheid van) beschermde zoogdieren, vogels, reptielen en amfibieën. Met betrekking tot zoogdieren werd speciaal gelet op pootafdrukken, krabsporen, wissels, uitwerpselen, haren, graafsporen, holen en potentieel geschikte verblijfplaatsen. Alle bomen in het plangebied zijn geïnspecteerd op de aanwezigheid van holten, jaarrond beschermde vogelnesten of andere vaste rust- en verblijfplaatsen van strenger beschermde dieren. Flora- en fauna-inspectie parkeergelegenheid Maasduinen te Well

4

Aan de hand van relevante verspreidingsgegevens (Limpens et al., 1997; Bos et al., 2006; Limpens et al., 1997; RAVON, 2001, 2003, 2004, 2006, 2007, 2010 en 2011; Huizenga et al., 2010; Van Roomen et al., 2000 en SOVON Vogelonderzoek Nederland, 2002, Van Buggenum et al., 2009 en www.waarneming.nl) is vervolgens ingeschat welke beschermde soorten mogelijk in het plangebied voorkomen. Bevindingen Vleermuizen De bomen in het plangebied dienen mogelijk als vaste vliegroute voor vleermuizen. Omdat vaste vliegroutes van vleermuizen als een vaste rust- en verblijfplaats worden gezien, is een aantal vleermuissoorten in tabel 1 opgenomen. Omdat er geen holle bomen of gebouwen in het plangebied aanwezig zijn, is het uitgesloten dat er andere typen vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen in het plangebied aanwezig zijn. Overige zoogdieren Tijdens het veldbezoek werden in het plangebied geen sporen, wissels, uitwerpselen etc. van overige zoogdieren aangetroffen, die behoren tot de categorieën ‘streng beschermde soorten’ of ‘overige soorten’. Wel bevonden zich in het plangebied enkele konijnenholen. Tabel 1 geeft de zoogdiersoorten weer die in de omgeving voorkomen en mogelijk een vaste rust- en verblijfplaats in het plangebied hebben. Tabel 1. Beschermde zoogdiersoorten die een vaste rust- en verblijfplaats in de omgeving van het plangebied hebben.

De status van de soorten in de Flora- en faunawet is eveneens weergegeven. Nederlandse naam en wetenschappelijke naam FF1 FF2 FF3 X Aardmuis (Microtus agrestis) X Bosmuis (Apodemus sylvaticus) X Rosse woelmuis (Clethrionomys glareolus) X Gewone bosspitsmuis (Sorex araneus) X Huisspitsmuis (Crocidura russula) Veldmuis (Microtus arvalis) X X Mol (Talpa europea) X Ree (Capreolus capreolus) X Konijn (Oryctolagus cuniculus) X Haas (Lepus europeus) X Hermelijn (Mustela erminea) Wezel (Mustela nivalis) X X Bunzing (Mustela putorius) Ondergrondse woelmuis (Pitymys subterraneus) X X Egel (Erinaceus europeus) Baardvleermuis (Myotis mystacinus) Meervleermuis (Myotis dasycneme) Watervleermuis (Myotis daubentonii) Franjestaart (Myotis natteri) Laatvlieger (Eptesicus serotinus) Gewone grootoorvleermuis (Plecotus auritus) Ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii) FF1 = algemene soorten FF2 = overige soorten FF3 = streng beschermde soorten

X X X X X X X

Flora- en fauna-inspectie parkeergelegenheid Maasduinen te Well

5

Vogels Vogels waarvan Dienst Regelingen (2009b) het nest jaarrond als een vaste rust- en verblijfplaats beschouwt, broeden niet in het plangebied. Tijdens het veldbezoek werden enkel zwartkop en roodborst waargenomen. Bij gebrek aan boomholten en grote nesten zijn zogenaamde ‘omgevingsscansoorten’ afwezig. Omgevingsscansoorten zijn soorten waarvan Dienst Regelingen (2009b) eist dat de broedbiotoop blijft gewaarborgd. In 2005 heeft de Provincie Limburg in en rond het plangebied de bijzondere broedvogelterritoria in kaart gebracht (www.natuurgegevensprovincielimburg.nl). Daaruit bleek dat er in het plangebied een territorium van de kuifmees aanwezig was. Verder is het te verwachten dat er in het broedseizoen algemene vogelsoorten als merel en winterkoning in het plangebied broeden. Overige beschermde soorten In het plangebied werden tijdens het veldbezoek alleen algemeen voorkomende plantensoorten waargenomen (zie paragraaf 3.1). Beschermde planten zijn afwezig in het plangebied. De Provincie Limburg bracht in 2004 het voorkomen van beschermde plantensoorten in het plangebied in kaart. Beschermde planten bleken ook toen afwezig te zijn. Doordat er geen wateren aanwezig zijn, is het voorkomen van vissen of voortplantingswateren van amfibieën uitgesloten. Delen van het plangebied dienen mogelijk wel als landhabitat van algemene amfibieënsoorten (zie tabel 2).

Vanwege de afwezigheid van open plekken is het plangebied ongeschikt als habitat voor reptielen als de levendbarende hagedis (deze komt wel in de omgeving van het plangebied voor). Wegens de afwezigheid van kleine poelen nabij het plangebied is het plangebied waarschijnlijk ook geen leefgebied van de in het uurhok waargenomen alpenwatersalamander. Tabel 2. (Potentieel) in het gebied voorkomende beschermde amfibiesoorten. De status van de soorten in de Flora- en faunawet is eveneens weergegeven. Nederlandse naam en wetenschappelijke naam FF1 FF2 FF3 Gewone pad (Bufo bufo) Bruine kikker (Rana temporaria) FF1 = algemene soorten FF2 = overige soorten FF3 = streng beschermde soorten

X X

Conclusies Vleermuizen Alle Nederlandse vleermuissoorten en hun vaste rust- en verblijfplaatsen zijn streng beschermd onder de Flora- en faunawet. Onder de Flora- en faunawet worden vaste vliegroutes van vleermuizen als een beschermde vaste rust- en verblijfplaats gezien. Het is mogelijk dat sommige bomen deel uitmaken van vaste vliegroutes voor vleermuizen. Omdat de bomen rond het plangebied blijven behouden, zullen dergelijke vaste vliegroutes niet worden aangetast. Eventueel in het plangebied te plaatsen straatverlichting dient echter te voldoen aan de normen die zijn weergegeven in: http://www.rijkswaterstaat.nl/images/Innolumis%20Bat-lamp_tcm174-318262.pdf. Op deze manier wordt schade aan eventueel aanwezige vaste vliegroutes voorkomen en is het aanvragen van een ontheffing niet nodig. Vogelnesten: vegetatie verwijderen buiten het broedseizoen Door de bomen en struiken die verwijderd moeten worden, buiten het broedseizoen (dus buiten de periode 15 maart – 15 juli) te verwijderen, wordt schade aan vogelnesten, eieren of jonge vogels voorkomen en hoeft er voor vogels geen ontheffing op de Flora- en faunawet te worden aangevraagd.

Flora- en fauna-inspectie parkeergelegenheid Maasduinen te Well

6

Algemeen voorkomende amfibieën en zoogdieren: geen ontheffing nodig In het plangebied bevinden zich vaste rust- en verblijfplaatsen van algemeen beschermde diersoorten. Voor het vernietigen van holen etc. en verstoren van beschermde zoogdieren en amfibieën van de categorie ‘algemene soorten’, bestaat voor ruimtelijke ingrepen een vrijstelling op grond van ‘AMvB artikel 75’ van de Flora- en faunawet (Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, 2005). Er hoeft voor deze soorten daarom geen ontheffing te worden aangevraagd. Overige soorten: zorgplicht De in de Flora- en faunawet genoemde ‘algemene zorgplicht’ is ook op beschermde soorten uit de categorie ‘algemene soorten’ van toepassing. Beschermde diersoorten (ook die van de categorie ‘algemene soorten’) die tijdens het verwijderen van vegetatie en het vergraven van grond worden aangetroffen, moeten direct worden gevangen en in het aangrenzende gebied worden vrijgelaten.

Flora- en fauna-inspectie parkeergelegenheid Maasduinen te Well

7

Literatuur  Bos, F., M. Bosveld, D. Groenendijk, C. van Swaay, I. Wynhoff. 2006. De dagvlinders van Nederland, verspreiding en bescherming. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, Leiden; European Invertebrate Survey, Leiden.  Buggenum, H.J.M. van, R.P.G. Geraeds en A.J.W. Lenders (red.). 2009. Herpetofauna van Limburg. Verspreiding en ecologie van amfibieën en reptielen in de periode 1980-2008. Stichting Natuurpublicaties Limburg, Maastricht.  Dienst Regelingen. 2009a. Wijziging beoordeling ontheffing Flora- en faunawet bij ruimtelijke ingrepen. Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit.  Dienst Regelingen. 2009b. Bijlage aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten. Ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep. Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit.  Dienst Regelingen. 2009c. Uitleg Aangepaste beoordeling ontheffing ruimtelijke ingrepen Flora- en faunawet.  Huizenga, C.E., R.W. Akkermans, J.C. Buys, J. van der Coelen, H. Morelissen en L.S.G.M. Verheggen (red.). 2010. Zoogdieren van Limburg. Verspreiding en ecologie in de periode 1980-2007. Stichting Natuurpublicaties Limburg, Maastricht.  Limpens, H.G.J.A., K. Mosterd en W. Bongers. 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen. Onderzoek naar verspreiding en ecologie. KNNV Uitgeverij, Utrecht.  Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, 2005-A.

Buiten aan het werk? Houd tijdig rekening met beschermde dieren en planten! Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Den Haag.  Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, 2005-B. Algemene Handreiking Natuurbeschermingswet 1998. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Den Haag.  RAVON. 2001. Waarnemingsoverzichten. RAVON 4: 61-76.  RAVON, 2003. Waarnemingenoverzicht 2001. RAVON, 5: 47-64.  RAVON, 2004. Waarnemingenoverzicht 2002. RAVON, 6: 33-48.  RAVON, 2006. Waarnemingenoverzicht 2005. RAVON, 24: 46-64.  RAVON, 2007. Waarnemingenoverzicht 2006. RAVON, 27: 46-64.  RAVON, 2010. Waarnemingenoverzicht 2007 en 2008. RAVON, 34: 61-80.  RAVON, 2011. Waarnemingenoverzicht 2010. RAVON, 42: 105-119.  Roomen, van, M.W.J., A. Boele, M.J.T van der Weide, E.A.J. van Winden en D. Zoetebier. 2000. Belangrijke vogelgebieden in Nederland, 1993-97. Actueel overzicht van Europese vogelwaarden in aangewezen en aan te wijzen speciale beschermingszones en andere belangrijke gebieden. SOVON Vogelonderzoek Nederland, Beek-Ubbergen.  SOVON Vogelonderzoek Nederland. 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 19982000.Nederlandse fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij en European Invertebrate Survey Nederland, Leiden.  Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging en Gegevensautoriteit Natuur. 2013.

Vleermuisprotocol versie 27 maart 2013. Gegevensautoriteit Natuur, Netwerk Groene Bureaus en Zoogdiervereniging.

Flora- en fauna-inspectie parkeergelegenheid Maasduinen te Well

8

Bijlage 2

Essentietabel Natura 2000

Essentietabel Natura 2000-gebied 145. Maasduinen Kernopgaven 6.03

Zure vennen

Kwaliteitsverbetering van zure vennen H3160.

6.05

Natte heiden

Kwaliteitsverbetering en vergroting oppervlakte vochtige heiden H4010 en pioniervegetaties met snavelbiezen H7150 en actieve hoogvenen (heideveentjes) *H7110_B.

6.08

Structuurrijke droge heiden

Vergroting areaal stuifzandheiden met struikhei H2310, binnenlandse kraaiheibegroeiingen H2320, droge heiden H4030 en zandverstuivingen H2330 én verbeteren van de kwaliteit door vergroting van de variatie in structuur en ontwikkeling van geleidelijke overgangen met bos, mede t.b.v. vogelsoorten als duinpieper A255, korhoen A107, nachtzwaluw A224, draaihals A233 en tapuit A277.

6.09

Intern verbinden

Verbinden heide- en stuifzandencomplexen met oog op fauna.

Instandhoudingsdoelstellingen Kernopgaven

SVI Doelst. Doelst. Doelst. Draagkracht Draagkracht Landelijk Opp.vl. Kwal. Pop. aantal vogels aantal paren Habitattypen H2310 H2330 H3130 H3160 H4010A H4030 H6120 H7110B H7150 H91D0 H91E0C Habitatsoorten H1337 H1831 Broedvogels A004 A008 A224 A236 A246 A249 A276 A338

Legenda W   SVI landelijk = > =(<)

16 april 2014

Stuifzandheiden met struikhei Zandverstuivingen Zwakgebufferde vennen Zure vennen Vochtige heiden (hogere zandgronden) Droge heiden *Stroomdalgraslanden *Actieve hoogvenen (heideveentjes) Pioniervegetaties met snavelbiezen *Hoogveenbossen *Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)

-----

> > > > > > = > = = =

> > > > > > = > = > =

Bever Drijvende waterweegbree

-

= =

= =

Dodaars Geoorde fuut Nachtzwaluw Zwarte Specht Boomleeuwerik Oeverzwaluw Roodborsttapuit Grauwe Klauwier

+ + + + + + --

= = = = = = = >

= = = = = = = >

6.08 6.08

6.09 6.09

6.03,W 6.05,W

6.09

6.05,W 6.05,W

> = 50 7 30 35 100 120 85 3

6.08

deze tabel is gebaseerd op het ontwerp-aanwijzingsbesluit Gebruik deze essentietabel in combinatie met de leeswijzer Kernopgave met wateropgave Sense of urgency: beheeropgave Sense of urgency opgave m.b.t. watercondities Landelijke Staat van Instandhouding (-- zeer ongunstig; - matig ongunstig, + gunstig) Behoudsdoelstelling Verbeter- of uitbreidingsdoelstelling Ontwerp-aanwijzingsbesluit heeft 'ten gunste van' formulering

21

Voortoets Natuurbeschermingswet Parkeerplaats De Maasduinen 2014

Bureau Meervelt, Ecologisch onderzoek en advies

cologisch onderzoek en advies

Voortoets Natuurbeschermingswet Parkeerplaats De Maasduinen 2014 Status: Definitief, 4 juli 2014.

In opdracht van:

Contactpersoon: Mevr. N. Bakker

Bureau Meervelt, Ecologisch onderzoek en advies

C.E. Linders & Ing. R.A.J. Pahlplatz Projectnummer: 14-037 Foto omslag: Zicht op plangebied

INHOUDSOPGAVE

1. INLEIDING........................................................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding .................................................................................................................................................... 4 1.2 Beschrijving plangebied ............................................................................................................................... 4 1.3 Kader Natuurbeschermingswet (bron: Aanwijzingsbesluit Maasduinen)...................................................... 6 1.5 Opzet van de rapportage ............................................................................................................................. 7 2. VOORGENOMEN ONTWIKKELING ................................................................................................................... 8 3. VOORTOETS .................................................................................................................................................... 9 3.1 Instandhoudingsdoelen ................................................................................................................................ 9 3.2 Gevoeligheid voor storingsfactoren............................................................................................................

11 3.3 Overlap storingsfactoren met habitattypen, -soorten en vogelsoorten ....................................................... 12 3.4 Mogelijke effectrelaties .............................................................................................................................. 14 3.4.1 Oppervlakteverlies ................................................................................................................................ 15 3.4.2 Versnippering ....................................................................................................................................... 15 3.4.3 Vermesting en verontreiniging .............................................................................................................. 15 3.4.4 Verandering dynamiek substraat en mechanische effecten ................................................................. 15 3.4.5 Verandering door geluid, licht en optische verstoring ........................................................................... 15 4. CONCLUSIES.................................................................................................................................................. 17 5. LITERATUURLIJST EN WEBSITES................................................................................................................ 18

Bureau Meervelt

Voortoets Parkeerplaats De Maasduinen

1. INLEIDING

1.1 Aanleiding In de gemeente Bergen is circa twee jaar geleden bezoekerscentrum De Maasduinen gerealiseerd met bijbehorende horecavoorzieningen, 150 parkeerplaatsen en speelplaats. Het bezoekerscentrum ligt bij het E Reindersmeer aan de rand van het Natura 2000 gebied Maasduinen (Bosserheide 3 , in Well provincie Limburg). Het nieuwe bezoekerscentrum heeft een aantrekkende werking en er komen meer recreanten dan voorzien. De huidige parkeermogelijkheden bij het bezoekerscentrum blijken onvoldoende waardoor op drukkere dagen overlast ontstaat door langs de weg geparkeerde auto's. Bij de reconstructie van de toegangsroute via de Oude Baan/Bosserheide zijn al parkeerplaatsen aangelegd voor parallel parkeren, die kunnen dienen als eerste overloop (voor 45 auto's). De ervaring is echter dat meer capaciteit nodig is. De gemeente Bergen heeft een perceel in eigendom, vlakbij de huidige parkeerplaats, dat ingericht zou kunnen worden als parkeerterrein. Het perceel ligt in Natura 2000 gebied Maasduinen. Om de parkeerplaats mogelijk te maken, dient een nieuw bestemmingsplan te worden opgesteld. Onderdeel van deze procedure is een voortoets in het kader van de Natuurbeschermingswet. De gemeente Bergen heeft Bureau Meervelt verzocht de rapportage voor deze voortoets uit te voeren.

Doel van de voortoets is inzichtelijk te maken of er kans bestaat op (significante) negatieve effecten ten gevolge van de voorgenomen ontwikkelingen. De voortoets houdt in dat in overleg met het bevoegd gezag, provincie Limburg, een globale toetsing wordt gedaan waarmee een indicatie wordt verkregen over de mogelijke negatieve effecten en welke procedurele vervolgstappen nodig zijn. Deze rapportage bevat de benodigde achtergrondinformatie voor deze toetsing door bevoegd gezag.

1.2 Beschrijving plangebied Het plangebied ligt aan de westgrens van het Natura 2000 gebied, ten noorden van het bezoekerscentrum en bijbehorende parkeerplaats aan de weg Bosserheide (perceel BGN02, F5503 en eventueel F6061)(zie ook figuur 1 en 2). Het perceel is circa 0,28 ha groot (ca. 93 x 27 meter). Naast dit perceel loopt een zandpad dat dient als toegangsweg naar Bosserheide 3. Het plangebied maakt deel uit van het bosgebied ten westen van het Reindersmeer ook bekend staand als De Groote Muijs en bestaat uit bos met Grove den, Zomereik, Lijsterbes, Amerikaanse eik en Ruwe berk met een ondergroei van struiken als Amerikaanse vogelkers, sporkehout en gewone vlierbes en planten als Brede stekelvaren Kamperfoelie en Pijpenstro. In het plangebied is veel dood hout aanwezig en een dikke strooisellaag. Een klein deel van het plangebied loopt als houtwal langs een weiland. In het plangebied is reliëf aanwezig, deels lijkt dit natuurlijk (opgestoven zandduintje), deels kunstmatig. De bodem bestaat uit een grofzandige veldpodzol (Gisviewer Limburg). De bossen (loofbossen, aanplant gemengd bos en naaldbossen) in dit deel van het Natura 2000 gebied worden afgewisseld met weilanden.

4

Bureau Meervelt

Voortoets Parkeerplaats De Maasduinen

Afbeelding 1 en 2: Ligging plangebied in Natura 2000 gebied Maasduinen. In onderstaande afbeelding is ingezoomd op het plangebied..

5

Bureau Meervelt

Voortoets Parkeerplaats De Maasduinen

1.3 Kader Natuurbeschermingswet (bron: Aanwijzingsbesluit Maasduinen) Maasduinen is aangewezen als speciale beschermingszone onder de Habitatrichtlijn. Het gebied is in mei 2003 aangemeld waarna het gebied in december 2004 door de Europese Commissie onder de naam “Maasduinen” en onder nummer NL1000028 is geplaatst op de lijst van gebieden van communautair belang voor de Atlantische biogeografische regio. Het gebied is onder meer aangewezen voor vier prioritaire habitattypen in de zin van artikel 1 van de Habitatrichtlijn. Het gebied is op 24 maart 2000 (besluit N/2000/341) onder de naam “Maasduinen” ook aangewezen als speciale beschermingszone onder de Vogelrichtlijn. Bij de Europese Commissie is dit gebied bekend onder nummer NL9910001. Het deelgebied De Hamert was al eerder op 20 mei 1994 (besluit NBLF 944095) onder de naam “Hamert” aangewezen als Vogelrichtlijngebied. Maasduinen behoort tot het Natura 2000-landschap “Hogere zandgronden”. De ligging van de habitattypen en van de leefgebieden van de soorten waarvoor het gebied is aangewezen, vormt het uitgangspunt voor de begrenzing van de Habitatrichtlijngebieden. Dit is inclusief terreindelen die van mindere kwaliteit zijn.

Daarnaast omvat het begrensde gebied ook natuurwaarden die integraal onderdeel uitmaken van de ecosystemen waartoe de betreffende habitattypen en leefgebieden van soorten behoren, alsmede terreindelen die noodzakelijk worden geacht om de betreffende habitattypen en leefgebieden van soorten in stand te houden en te herstellen. Het ecologisch netwerk Natura 2000 moet de betrokken natuurlijke habitats en leefgebieden van soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding behouden of in voorkomend geval herstellen. Onder het begrip “instandhouding” wordt een geheel aan maatregelen verstaan die nodig zijn voor het behoud of herstel van natuurlijke habitats en populaties van wilde dier- en plantensoorten in een gunstige staat van instandhouding. Ingevolge artikel 4, vierde lid, Habitatrichtlijn worden bij aanwijzing als Habitatrichtlijngebied “tevens de prioriteiten vast[gesteld] gelet op het belang van de gebieden voor het in een gunstige staat van instandhouding behouden of herstellen van een type natuurlijke habitat […] of van een soort […] alsmede voor de coherentie van Natura 2000 en gelet op de voor dat gebied bestaande dreiging van achteruitgang en vernietiging”. Algemene doelen Behoud en indien van toepassing herstel van: 1.

de bijdrage van het Natura 2000-gebied aan de ecologische samenhang van Natura 2000 zowel binnen Nederland als binnen de Europese Unie; 2. de bijdrage van het Natura 2000 gebied aan de biologische diversiteit en aan de gunstige staat van instandhouding van natuurlijke habitats en soorten binnen de Europese Unie, die zijn opgenomen in bijlage I of bijlage II van de Habitatrichtlijn. Dit behelst de benodigde bijdrage van het gebied aan het streven naar een op landelijk niveau gunstige staat van instandhouding voor de habitattypen en de soorten waarvoor het gebied is aangewezen; 3. de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied, inclusief de samenhang van de structuur en functies van de habitattypen en van de soorten waarvoor het gebied is aangewezen; 4. de op het gebied van toepassing zijnde ecologische vereisten van de habitattypen en soorten waarvoor het gebied is aangewezen. Het is verboden zonder vergunning projecten te realiseren in een Natura 2000 gebied die, gelet op de instandhoudingsdoelstelling, de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in een Natura 2000 gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen.

Zodanige projecten of andere handelingen zijn in ieder geval projecten of handelingen die de natuurlijke kenmerken van het desbetreffende gebied kunnen aantasten. Voor alle Natura 2000 gebieden moeten beheerplannen opgesteld worden. In een beheerplan wordt vastgelegd hoe en wanneer de natuurdoelen voor een gebied gehaald worden. Activiteiten in en rondom Natura 2000 gebieden (waaronder landbouw, recreatie, waterbeheer) die negatieve effecten op de natuur(doelen) hebben, kunnen in het beheerplan geregeld worden. Hiermee wordt een integrale aanpak bewerkstelligd. De provincies zijn in principe verantwoordelijk voor het opstellen van beheerplannen. Voor Natura 2000 gebied Maasduinen is in

6

Bureau Meervelt

Voortoets Parkeerplaats De Maasduinen

2009 een conceptbeheerplan opgesteld. In het conceptbeheerplan wordt melding gemaakt van de bouw van een nieuw bezoekerscentrum. Parkeren als activiteit is niet opgenomen en niet getoetst.

1.5 Opzet van de rapportage In de fase van de voortoets worden de natuurwaarden waarvoor het Natura 2000 gebied is aangewezen in beeld gebracht en relatie tot het plangebied en de ruime omgeving. Met deze rapportage wordt inzichtelijk gemaakt of verslechtering of een significant verstorend effect zou kunnen optreden door de voorgenomen ontwikkeling. In hoofdstuk 2 wordt de voorgenomen ontwikkeling weergegeven. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de instandhoudingsdoelen (voorkomen, gevoeligheid en mogelijke overlap). In paragraaf 3.4 worden mogelijke effectrelaties besproken. Hoofdstuk 4 geeft de conclusies weer.

Afbeelding 3 en 4: Zuidgrens van het perceel en impressie van begroeiing.

7

Bureau Meervelt

Voortoets Parkeerplaats De Maasduinen

2. VOORGENOMEN ONTWIKKELING In 2014 is een ontwerp gemaakt voor de nieuwe parkeerplaats bij het bezoekerscentrum (Bureau Hemmen, 2014). In dit ontwerp zijn vier schetsontwerpen opgenomen waarvan de maximale variant 120 parkeerplaatsen heeft. Er is een voorkeursschets geselecteerd voor nadere uitwerking: P88. Op basis van deze schets is een definitief ontwerp gemaakt (zie figuur hieronder). Naast uitgangspunten als waarborgen verkeersveiligheid en een efficiënt ingericht terrein is het behoud van beplanting aan de randen een uitgangspunt om auto's deels aan het zicht te onttrekken. Het terrein wordt geëgaliseerd; het huidige reliëf vormt een probleem voor het efficiënt inrichten van de parkeerplaats. De bodem voor de rijstroken en parkeerplaatsen wordt belegd met leem. Een goede drainagelaag is noodzakelijk die de blijvende bomen voorziet van vooral lucht. Water wordt gereguleerd door het aanbrengen van een goed doorlatende laag tussen de bestaande bodem en de toplaag. In het ontwerp is een aantal functieeisen opgenomen ten behoeve van de begroeiing. Deze betreffen onder meer plantspiegels van 3 meter, en afscherming voor aanrijdschade en berijden van de stamvoet. Voor de volledige rapportage van Bureau Hemmen wordt verwezen naar bijlage 1.

Afbeelding 5: Voorgestelde inrichting parkeerplaats (gemeente Bergen).

8

Bureau Meervelt

3.

Voortoets Parkeerplaats De Maasduinen

VOORTOETS

3.1 Instandhoudingsdoelen In onderstaande tabel zijn de kernopgaven en instandhoudingsdoelen voor Maasduinen weergegeven. Voor een uitgebreidere beschrijving van de doelen wordt verwezen naar het aanwijzingsbesluit: http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/documenten/gebieden/145/N2K145_DB%20HVN%20Maasduinen.pdf Tabel 1: Essentietabel Natura 2000-gebied 145. Maasduinen (www.synbiosys.alterra.nl). Kernopgaven 6.03

Zure vennen

Kwaliteitsverbetering van zure vennen H3160.

6.05

Natte heiden

Kwaliteitsverbetering en vergroting oppervlakte vochtige heiden H4010 en pioniervegetaties met snavelbiezen H7150 en actieve hoogvenen (heideveentjes) *H7110_B.

6.08

Structuurrijke droge heiden

Vergroting areaal stuifzandheiden met struikhei H2310, binnenlandse kraaiheibegroeiingen H2320, droge heiden H4030 en zandverstuivingen H2330 én verbeteren van de kwaliteit door vergroting van de variatie in structuur en ontwikkeling van geleidelijke overgangen met bos, mede t.b.v. vogelsoorten als duinpieper A255, korhoen A107, nachtzwaluw A224, draaihals A233 en tapuit A277.

6.09

Intern verbinden

Verbinden heide- en stuifzandencomplexen met oog op fauna.

Bever Drijvende H1831 waterweegbree Broedvogels

>

6.08

6.09

--

>

>

6.08

6.09

-

>

>

-

>

>

6.03,W

-

>

>

6.05,W

>

>

--

=

=

--

>

>

6.05,W

-

=

=

6.05,W

-

=

>

-

=

=

-

=

=

>

-

=

=

=

Draagkracht aantal paren

>

Draagkracht aantal vogels

--

Doelst. Populatie

Doel Kwaliteit

H1337

Doel Opp.vlakte

Habitattypen Stuifzandheiden met H2310 struikhei H2330 Zandverstuivingen Zwakgebufferde H3130 vennen H3160 Zure vennen Vochtige heiden H4010A (hogere zandgronden) H4030 Droge heiden *Stroomdal H6120 graslanden *Actieve hoogvenen H7110B (heideveentjes) Pioniervegetaties met H7150 snavelbiezen H91D0 *Hoogveenbossen *Vochtige alluviale H91E0 bossen (beekbegeC leidende bossen) Habitatsoorten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12033402/1