Bijlage 1b Planregels met bijlagen bp Maaspark Well
Tekst van het document
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
19.3.1 Verbodsbepaling
Het is verboden op of in de lid 19.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een vergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde uit te voeren, te doen uitvoeren of te laten uitvoeren: a. grondwerkzaamheden, zoals het afgraven, ophogen, vergraven, egaliseren, diepploegen en diepwoelen van gronden; b. het indrijven van voorwerpen in de grond zoals heipalen, damwanden, boor- en pompputten; c. waterhuishoudkundige ingrepen zoals het verlagen of verhogen van het waterpeil; d. het aanleggen van dammen en stuwen en het aanbrengen van oeverbeschoeiing; e. het aanleggen, dempen of wijzigen (zoals het verbreden, verdiepen, wijzigen van oevers en profiel) van sloten, greppels, watergangen en overige waterpartijen; f. het aanbrengen van diepwortelende beplanting; g. het rooien van diepwortelende beplantingen voor zover daarbij stobben worden verwijderd; h. het omzetten van gras of akkerland in grond voor de teelt van laanbomen; i. het aanleggen en/of verharden van wegen, paden, parkeerterreinen of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; j. het aanbrengen van ondergrondse transportenergie of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur, waarbij de breedte van de grondwerken meer dan 0,5 m bedragen; k.
het slopen van gebouwen en verwijderen van funderingen, waarbij grondroering plaatsvindt; l. het afplaggen van heide- of natuurgebieden; m. het aanleggen van een drainagestelsel en beregeningsinstallatie. 19.3.2 Uitzonderingen
Het bepaalde in lid 19.3.1 is niet van toepassing: a. bij werkzaamheden met een verstoringsoppervlakte van ten hoogste 250 m², tenzij het werkzaamheden betreffen genoemd onder 19.3.1 sub h, l en m; b. bij werkzaamheden met een verstoringsoppervlakte van ten hoogste 250 m² en een verstoringsdiepte van meer dan 40 cm onder maaiveld tenzij het werkzaamheden betreffen genoemd onder 19.3.1 sub h, l en m;
83
Ontwerpbestemmingsplan Maaspark Well
Gemeente Bergen (L)
c. bij werkzaamheden met een verstoringsoppervlakte van meer dan 250 m² en een verstoringsdiepte van niet meer dan 40 cm onder maaiveld; d. ten dienste staan van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een ter zake deskundige; e. op het normale beheer en onderhoud betreffen, met inbegrip van onderhoud- en vervangingswerkzaamheden van bestaande riolen, bestratingen, beplantingen en binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; f. op het normale agrarisch gebruik betreffen waaronder worden verstaan grondbewerkingen ten dienste van agrarisch gebruik mits de bodem tot niet meer dan een diepte van 0,40 m onder maaiveld wordt geroerd; g. bij plaatsvinden binnen een afstand van maximaal 2,5 m uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk; h. op een reeds in uitvoering zijnde werk op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; i. op een werk dat mag worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. j. Het verbod als bedoeld in lid 19.3.1 is ook niet van toepassing indien: 1.
de werkzaamheden vooraf bij burgemeester en wethouders zijn gemeld, voorzien van een overeenkomstig de eisen van burgemeester en wethouders uitgevoerd onafhankelijk onderzoek waaruit blijkt dat de verstoringsdiepte van de werkzaamheden of werken minder diep reikt dan de diepte van het akkerdek, en voorzien van een verklaring dat in het geval van teelten zoals bedoeld onder lid 19.3.1 sub h het afgevoerde bodemvolume weer wordt aangevuld waarop burgemeester en wethouders op basis van deze melding voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden schriftelijk te kennen heeft gegeven dat voor de betreffende werkzaamheden geen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is vereist; 2.
de werkzaamheden vooraf bij burgemeester en wethouders zijn gemeld, voorzien van een schriftelijke verklaring met bewijsmateriaal waarbij wordt aangetoond dat de grond reeds dieper is geroerd dan de voorgestelde bewerkingsdiepte en voorzien van een verklaring dat in het geval van teelten zoals bedoeld onder 19.3.1 sub h het afgevoerde bodemvolume weer wordt aangevuld waarop burgemeester en wethouders op basis van deze melding voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden schriftelijk te kennen heeft gegeven dat voor de betreffende werkzaamheden geen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is vereist. 19.3.3 Rapport en toelaatbaarheid
a. De aanvrager van een omgevingsvergunning voor werken of werkzaamheden als bedoeld in 19.3.1 die betrekking heeft op de voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden, legt een rapport over waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar oordeel van de gemeente in voldoende mate is vastgesteld; b. Een onderzoek als bedoeld in sub a is niet vereist indien naar oordeel van burgemeester en wethouders de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld; c. Een onderzoek als bedoeld in sub a is eveneens niet vereist indien naar oordeel van het bevoegd gezag een schriftelijke verklaring dan wel een onderzoek naar
84
Ontwerpbestemmingsplan Maaspark Well
Gemeente Bergen (L)
de verstoorde bodemlagen aantoont dat de grond reeds dieper is geroerd dan de voorgestelde bewerkingsdiepte; d. Burgemeester en wethouders verlenen de vergunning indien naar hun oordeel uit het rapport als bedoeld onder a genoegzaam blijkt dat: 1. er geen archeologische waarden aanwezig zijn; 2. de betreffende archeologische waarden door de ingreep niet of niet onevenredig worden geschaad; 3. schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften. 19.3.4 Voorschriften omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden
a. In de situatie als bedoeld in lid 19.3.3 onder d van toepassing is, kunnen burgemeester en wethouders de volgende voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen uitvoeren van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan een door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 4. Indien het bepaalde onder a sub 3 van toepassing is, worden aan de omgevingsvergunning voorschriften verbonden omtrent de gevolgen van vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van bouwwerkzaamheden. 19.4
Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen door de voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden te wijzigen of geheel of gedeeltelijk van de verbeelding te verwijderen, indien: a. uit nader archeologisch onderzoek is gebleken, dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn of zich op een andere plaats bevinden; b. het op grond van nader archeologisch onderzoek niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van archeologische waarde voorziet.
85
Ontwerpbestemmingsplan Maaspark Well
Artikel 20
Gemeente Bergen (L)
Waarde - Archeologie 5
20.1
Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de in de grond aanwezige of te verwachten archeologische waarden.
20.2
Bouwregels
20.2.1 Omgevingsvergunning
a. De aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, die betrekking heeft op de voor 'Waarde Archeologie 5' aangewezen gronden, legt een rapport over waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, in voldoende mate is vastgesteld; b. Een onderzoek als bedoeld in sub a is niet vereist indien naar oordeel van burgemeester en wethouders de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld; c. Een onderzoek als bedoeld in sub a is eveneens niet vereist indien naar oordeel van het bevoegd gezag een schriftelijke verklaring dan wel een onderzoek naar de verstoorde bodemlagen aantoont dat de grond reeds dieper is geroerd dan de voorgestelde bewerkingsdiepte; d. Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning verlenen indien naar hun oordeel uit het rapport als bedoeld onder a genoegzaam blijkt dat: 1. er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; 2. schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften. 20.2.2 Voorschriften omgevingsvergunning voor het bouwen
a. In de situatie als bedoeld in lid 20.2.1 onder d kunnen burgemeester en wethouders de volgende voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen uitvoeren van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan een door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties; 4. Indien het bepaalde onder a sub 3 van toepassing is, worden aan de omgevingsvergunning voorschriften verbonden omtrent de gevolgen van vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van bouwwerkzaamheden. 20.2.3 Uitzonderingen
Het bepaalde in lid 20.2.1 en lid 20.2.2 is niet van toepassing indien de aanvraag betrekking heeft op:
86
Ontwerpbestemmingsplan Maaspark Well
Gemeente Bergen (L)
a. een bouwwerk met een bruto oppervlakte van ten hoogste 2.500 m2; b. een bouwwerk met een bruto oppervlakte van ten hoogste 2.500 m² en een verstoringsdiepte van meer dan 40 cm onder maaiveld; c. een bouwwerk met een bruto oppervlakte van meer dan 2.500 m² en een verstoringsdiepte van niet meer dan 40 cm onder maaiveld; d. een bouwwerk dat uitsluitend voor archeologisch onderzoek is bestemd met een bouwhoogte tot 3 m; e. een reeds in uitvoering zijnde bouwwerk op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; f. een bouwwerk dat mag worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. 20.3
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
20.3.1 Verbodsbepaling
Het is verboden op of in de lid 20.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een vergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde uit te voeren, te doen uitvoeren of te laten uitvoeren: a. grondwerkzaamheden, zoals het afgraven, ophogen, vergraven, egaliseren, diepploegen en diepwoelen van gronden; b. het indrijven van voorwerpen in de grond zoals heipalen, damwanden, boor- en pompputten; c. waterhuishoudkundige ingrepen zoals het verlagen of verhogen van het waterpeil; d. het aanleggen van dammen en stuwen en het aanbrengen van oeverbeschoeiing; e. het aanleggen, dempen of wijzigen (zoals het verbreden, verdiepen, wijzigen van oevers en profiel) van sloten, greppels, watergangen en overige waterpartijen; f. het aanbrengen van diepwortelende beplanting; g. het rooien van diepwortelende beplantingen voor zover daarbij stobben worden verwijderd; h. het omzetten van gras of akkerland in grond voor de teelt van laanbomen; i. het aanleggen en/of verharden van wegen, paden, parkeerterreinen of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; j. het aanbrengen van ondergrondse transportenergie of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur, waarbij de breedte van de grondwerken meer dan 0,5 m bedragen; k.
het slopen van gebouwen en verwijderen van funderingen, waarbij grondroering plaatsvindt; l. het afplaggen van heide- of natuurgebieden; m. het aanleggen van een drainagestelsel en beregeningsinstallatie. 20.3.2 Uitzonderingen
Het bepaalde in lid 20.3.1 is niet van toepassing indien de aanvraag betrekking heeft op: a. werkzaamheden met een verstoringsoppervlakte van ten hoogste 2.500 m², tenzij het werkzaamheden betreffen genoemd onder 20.3.1 sub h, l en m; b. werkzaamheden met een verstoringsoppervlakte van ten hoogste 2.500 m² en een verstoringsdiepte van meer dan 40 cm onder maaiveld tenzij het werkzaamheden betreffen genoemd onder 20.3.1 sub h, l en m;
87
Ontwerpbestemmingsplan Maaspark Well
Gemeente Bergen (L)
c. werkzaamheden met een verstoringsoppervlakte van meer dan 2.500 m² en een verstoringsdiepte van niet meer dan 40 cm onder maaiveld; d. ten dienste staan van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een ter zake deskundige; e. het normale beheer en onderhoud betreffen, met inbegrip van onderhoud- en vervangingswerkzaamheden van bestaande riolen, bestratingen, beplantingen en binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; f. het normale agrarisch gebruik betreffen waaronder worden verstaan grondbewerkingen ten dienste van agrarisch gebruik mits de bodem tot niet meer dan een diepte van 0,40 m onder maaiveld wordt geroerd; g. plaatsvinden binnen een afstand van maximaal 2,5 m uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk; h. een reeds in uitvoering zijnde werk op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; i. een werk dat mag worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. j. Het verbod als bedoeld in lid 20.3.1 is ook niet van toepassing indien: 1.
de werkzaamheden vooraf bij burgemeester en wethouders zijn gemeld, voorzien van een overeenkomstig de eisen van burgemeester en wethouders uitgevoerd onafhankelijk onderzoek waaruit blijkt dat de verstoringsdiepte van de werkzaamheden of werken minder diep reikt dan de diepte van het akkerdek, en voorzien van een verklaring dat in het geval van teelten zoals bedoeld onder lid 20.3.1 sub h het afgevoerde bodemvolume weer wordt aangevuld waarop burgemeester en wethouders op basis van deze melding voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden schriftelijk te kennen heeft gegeven dat voor de betreffende werkzaamheden geen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is vereist; 2.
de werkzaamheden vooraf bij burgemeester en wethouders zijn gemeld, voorzien van een schriftelijke verklaring met bewijsmateriaal waarbij wordt aangetoond dat de grond reeds dieper is geroerd dan de voorgestelde bewerkingsdiepte en voorzien van een verklaring dat in het geval van teelten zoals bedoeld onder 20.3.1 sub h het afgevoerde bodemvolume weer wordt aangevuld waarop burgemeester en wethouders op basis van deze melding voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden schriftelijk te kennen heeft gegeven dat voor de betreffende werkzaamheden geen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is vereist. 20.3.3 Rapport en toelaatbaarheid
a. De aanvrager van een omgevingsvergunning voor werken of werkzaamheden als bedoeld in 20.3.1 die betrekking heeft op de voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden, legt een rapport over waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar oordeel van de gemeente in voldoende mate is vastgesteld; b. Een onderzoek als bedoeld in sub a is niet vereist indien naar oordeel van burgemeester en wethouders de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld; c. Een onderzoek als bedoeld in sub a is eveneens niet vereist indien naar oordeel van het bevoegd gezag een schriftelijke verklaring dan wel een onderzoek naar de verstoorde bodemlagen aantoont dat de grond reeds dieper is geroerd dan de voorgestelde bewerkingsdiepte;
88
Ontwerpbestemmingsplan Maaspark Well
Gemeente Bergen (L)
d. Burgemeester en wethouders verlenen de vergunning indien naar hun oordeel uit het rapport als bedoeld onder a genoegzaam blijkt dat: 1. er geen archeologische waarden aanwezig zijn; 2. de betreffende archeologische waarden door de ingreep niet of niet onevenredig worden geschaad; 3. schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften. 20.3.4 Voorschriften omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden
a. In de situatie als bedoeld in lid 20.3.3 onder d van toepassing is, kunnen burgemeester en wethouders de volgende voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen uitvoeren van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan een door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 4. Indien het bepaalde onder a sub 3 van toepassing is, worden aan de omgevingsvergunning voorschriften verbonden omtrent de gevolgen van vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van bouwwerkzaamheden. 20.4
Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen door de voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden te wijzigen of geheel of gedeeltelijk van de verbeelding te verwijderen, indien: a. uit nader archeologisch onderzoek is gebleken, dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn of zich op een andere plaats bevinden; b. het op grond van nader archeologisch onderzoek niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van archeologische waarde voorziet.
89
Ontwerpbestemmingsplan Maaspark Well
Artikel 21
Gemeente Bergen (L)
Waarde - Cultuurhistorie schootsveld
21.1
Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Cultuurhistorie schootsveld' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van schootsvelden.
21.2
Bouwregels
21.2.1 Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen zijn niet toegestaan. 21.2.2 Overige bouwwerken
Voor het bouwen van overige bouwwerken gelden de volgende regels: a. overige bouwwerken zijn niet toegestaan. 21.3
Afwijken van de bouwregels
21.3.1 Omgevingsvergunning
Burgemeester en wethouders kunnen door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 21.1 en toestaan dat wordt gebouwd ten dienste van de andere daar voorkomende bestemmingen. 21.3.2 Afwegingskader
Een in lid 21.3.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien: a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke en cultuurhistorische waarde van het gebied, hetgeen door de initaitiefnemer met een schriftelijk advies van een deskundige inzake cultuurhistroie en landschap wordt aangetoond. 21.4
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
21.4.1 Verbodsbepaling
Het is verboden op of in de lid 21.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een vergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde uit te voeren, te doen uitvoeren of te laten uitvoeren: a. het aanbrengen van opgaande beplanting (geen erfbeplanting). 21.4.2 Uitzonderingen
Het bepaalde in lid 21.4.1 is niet van toepassing indien de aanvraag betrekking heeft op: a. het normale beheer en onderhoud; b. welke op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering danwel krachtens een reeds verleende vergunning mogen worden uitgevoerd.
90
Ontwerpbestemmingsplan Maaspark Well
Gemeente Bergen (L)
21.4.3 Voorwaarden
De in lid 21.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien: a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke en cultuurhistorische waarde van het gebied, hetgeen door de initaitiefnemer met een schriftelijk advies van een deskundige inzake cultuurhistorie en landschap wordt aangetoond.
91
Ontwerpbestemmingsplan Maaspark Well
Artikel 22
Gemeente Bergen (L)
Waterstaat - Beschermingszone waterkering
22.1
Bestemmingsomschrijving De voor 'Waterstaat - Beschermingszone waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor de inrichting en het onderhoud van waterstaatkundige werken.
22.2
Bouwregels Ten aanzien van de in lid 22.1 bedoelde dubbelbestemming mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de dubbelbestemming en de andere daar voorkomende bestemmingen worden gebouwd. Op deze gronden is de Keur van het waterschap van toepassing.
22.3
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
22.3.1 Omgevingsvergunning
Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waterstaat Beschermingszone waterkering' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. aanleggen, wijzigen, vervangen of verwijderen van afrastering, bruggen, duikers, kabels, leidingen stuwen of drainage; b. aanleggen, wijzigen, of dempen van een oppervlaktewater; c. het hebben of aanbrengen van (tijdelijke) obstakels; d. het lozen of onttrekken van water op of uit het oppervlaktewater; e. het inrichten, hebben of wijzigen van wandel- en fietsroutes of ruiterpaden; f. recreatief medegebruik. 22.3.2 Uitzondering
Het bepaalde in lid 22.3.1 is niet van toepassing op: a. welke betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; b. welke vallen onder kapvergunningplicht en de in dat kader opgelegde herplantplicht, zoals bedoeld in de Algemene Plaatselijke Verordening; c. welke op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering dan welk krachten een reeds verleende vergunning mogen worden uitgevoerd. 22.3.3 Afwegingskader
Een vergunning als bedoeld in lid 22.3.1 wordt uitsluitend verleend indien door de uit te voeren werkzaamheden geen onevenredige schade wordt of kan worden toegebracht aan de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarde dan wel de waterstaatkundige waarde van het gebied en er tevens vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmeringen zijn. 22.3.4 Procedure
Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van de beoordeling van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in lid 22.3.1 advies inwinnen bij de beheerder van de waterkering.
92
Ontwerpbestemmingsplan Maaspark Well
Artikel 23
Gemeente Bergen (L)
Waterstaat - Stroomvoerend rivierbed
23.1
Bestemmingsomschrijving De voor 'Waterstaat - Stroomvoerend rivierbed' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), in eerste instantie bestemd voor bescherming en behoud van de beschikbare afvoer- en bergingscapaciteit van het rivierbed.
23.2
Bouwregels
23.2.1 Bouwverbod
Op de voor 'Waterstaat - Stroomvoerend rivierbed' aangewezen gronden mag niet worden gebouwd. 23.2.2 Uitzondering
Het in lid 23.2.1 opgenomen verbod is niet van toepassing op de bouwwerken die krachtens Hoofdstuk 2 van deze regels mogen worden opgericht en waarvoor de vereiste vergunning op grond van artikel 6.5 Waterwet is verleend, dan wel de daarvoor vereiste melding op grond van de Waterwet is gedaan of aangetoond is dat een dergelijke vergunning niet noodzakelijk is. 23.3
Afwijken van de bouwregels
23.3.1 Omgevingsvergunning
Burgemeester en wethouders kunnen door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 23.2.1 uitsluitend ten behoeve van de in dit lid onder a. genoemde riviergebonden activiteiten, de in dit lid onder b. genoemde niet-riviergebonden activiteiten, met dien verstande dat: a. de riviergebonden activiteiten zijn: 1. de aanleg of wijziging van waterstaatkundige (kunst)werken; 2. de realisatie van voorzieningen voor een betere en veilige afwikkeling van de beroeps- en recreatievaart; 3. de bouw of wijziging van waterkrachtcentrales; 4. de vestiging of uitbreiding van overslagbedrijven of het realiseren van overslagfaciliteiten, uitsluitend voor zover de activiteit gekoppeld is aan het vervoer over de rivier; 5. de aanleg of wijziging van scheepswerven; 6. de realisatie van natuur; 7. de uitbreiding van bestaande steenfabrieken; 8. de realisatie van voorzieningen die onlosmakelijk met de waterrecreatie zijn verbonden, of 9. de winning van oppervlaktedelfstoffen. b. de niet-riviergebonden activiteiten zijn: 1. een activiteit met een groot openbaar belang die redelijkerwijs niet buiten het rivierbed kan worden gerealiseerd; 2. een activiteit met een zwaarwegend bedrijfseconomisch belang voor bestaande grondgebonden agrarische bedrijven die redelijkerwijs niet buiten het rivierbed kan worden gerealiseerd;
93
Ontwerpbestemmingsplan Maaspark Well
Gemeente Bergen (L)
3. een functieverandering binnen de bestaande bebouwing; of 4. een activiteit die per saldo meer ruimte voor de rivier oplevert op een rivierkundig bezien aanvaardbare locatie. 23.3.2 Afwegingskader
Een in lid 23.3.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien: a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het waterbergend en stroomvoerend vermogen van het gebied; b. bouwen mogelijk is conform het bepaalde in de onderliggende bestemming; c. de activiteiten voldoen aan de volgende voorwaarden: 1. er moet sprake zijn van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat het veilig functioneren van het waterstaatswerk gewaarborgd blijft; 2. er mag geen sprake zijn van een feitelijke belemmering voor vergroting van de afvoercapaciteit; 3. er moet sprake zijn van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat de waterstandsverhoging of de afname van het bergend vermogen zo gering mogelijk is; 4. de resterende waterstandseffecten of de afname van het bergend vermogen dienen duurzaam te worden gecompenseerd, waarbij de financiering en tijdige realisering van de maatregelen verzekerd zijn; 5. specifiek voor het bepaalde onder c. sub 4 geldt dat de gevraagde rivierverruimingsmaatregelen genomen worden, waarbij de financiering en tijdige realisering van de maatregelen verzekerd zijn. 23.3.3 Uitzondering
De toelaatbaarheid van het bouwen van gebouwen en/of overige bouwwerken ten behoeve van navolgende activiteiten wordt slechts getoetst aan lid 23.3.2 onderdeel c. 1 tot en met 3: a. een eenmalige uitbreiding van ten hoogste tien procent van de bestaande bebouwing; b. activiteiten ten behoeve van rivierbeheer of -verruiming; c. tijdelijke activiteiten; d. overige activiteiten van rivierkundig ondergeschikt belang. e. tijdelijke schuilgelegenheid, met dien verstande dat: 1. het een bouwwerk betreft, bedoeld om niet langer dan 6 maanden ter plaatse te functioneren; 2. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 30 m2; 3. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3 m. 23.3.4 Procedure
Alvorens te beslissen over een aanvraag voor een omgevingsvergunning horen burgemeester en wethouders de rivierbeheerder. 23.4
Specifieke gebruiksregels Tot een strijdig gebruik van gronden en opstallen wordt in elk geval verstaan het gebruik voor zowel riviergebonden als niet riviergebonden activiteiten.
94
Ontwerpbestemmingsplan Maaspark Well
23.5
Gemeente Bergen (L)
Afwijken van de gebruiksregels
23.5.1 Omgevingsvergunning
Burgemeester en Wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 23.4 uitsluitend ten behoeve van de in dit lid onder a. genoemde riviergebonden activiteiten, de in dit lid onder b. genoemde niet-riviergebonden activiteiten, met dien verstande dat: a. de riviergebonden activiteiten zijn: 1. de aanleg of wijziging van waterstaatkundige (kunst)werken; 2. de realisatie van voorzieningen voor een betere en veilige afwikkeling van de beroeps- en recreatievaart; 3. de bouw of wijziging van waterkrachtcentrales; 4. de vestiging of uitbreiding van overslagbedrijven of het realiseren van overslagfaciliteiten, uitsluitend voor zover de activiteit gekoppeld is aan het vervoer over de rivier; 5. de aanleg of wijziging van scheepswerven; 6. de realisatie van natuur; 7. de uitbreiding van bestaande steenfabrieken; 8. de realisatie van voorzieningen die onlosmakelijk met de waterrecreatie zijn verbonden, of 9. de winning van oppervlaktedelfstoffen. b. de niet-riviergebonden activiteiten betreffen (nee, tenzij): 1. een activiteit met een groot openbaar belang die redelijkerwijs niet buiten het rivierbed kan worden gerealiseerd; 2. een activiteit met een zwaarwegend bedrijfseconomisch belang voor bestaande grondgebonden agrarische bedrijven die redelijkerwijs niet buiten het rivierbed kan worden gerealiseerd; 3.
een functieverandering binnen de bestaande bebouwing; of 4. een activiteit die per saldo meer ruimte voor de rivier oplevert op een rivierkundig bezien aanvaardbare locatie. 23.5.2 Afwegingskader
Een in lid 23.5.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien: a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het waterbergend en stroomvoerend vermogen van het gebied; b. bouwen mogelijk is conform het bepaalde in de onderliggende bestemming; c. de activiteiten voldoen aan de volgende voorwaarden: 1. er moet sprake zijn van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat het veilig functioneren van het waterstaatswerk gewaarborgd blijft; 2. er mag geen sprake zijn van een feitelijke belemmering voor vergroting van de afvoercapaciteit; 3. er moet sprake zijn van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat de waterstandsverhoging of de afname van het bergend vermogen zo gering mogelijk is; 4. de resterende waterstandseffecten of de afname van het bergend vermogen dienen duurzaam te worden gecompenseerd, waarbij de financiering en tijdige realisering van de maatregelen verzekerd zijn; 5. specifiek voor het bepaalde onder c. sub 4 geldt dat de gevraagde rivierverruimingsmaatregelen genomen worden, waarbij de financiering en tijdige realisering van de maatregelen verzekerd zijn.
95
Ontwerpbestemmingsplan Maaspark Well
Gemeente Bergen (L)
23.5.3 Uitzondering
De toelaatbaarheid van de navolgende activiteiten wordt slechts getoetst aan lid 23.5.2 onderdeel c. 1 tot en met 3: a. een eenmalige uitbreiding van ten hoogste tien procent van de bestaande bebouwing; b. activiteiten ten behoeve van rivierbeheer of -verruiming; c. tijdelijke activiteiten; d. overige activiteiten van rivierkundig ondergeschikt belang; e. tijdelijke schuilgelegenheid, met dien verstande dat: 1. het een bouwwerk betreft, bedoeld om niet langer dan 6 maanden ter plaatse te functioneren; 2. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 30 m2; 3. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3 m. 23.5.4 Procedure
Alvorens te beslissen over een aanvraag voor een omgevingsvergunning horen burgemeester en wethouders de rivierbeheerder. 23.6
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
23.6.1 Verbod
Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waterstaat Stroomvoerend rivierbed' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het afgraven, ontgronden, egaliseren, ophogen en verharden van gronden; b. het (half)verharden van paden en wegen; c. vellen, rooien of beschadigen van bomen, heggen en overige houtgewassen; d. het aanleggen, verbreden en dempen van sloten, vijvers en andere wateren; e. het aanbrengen van houtopstanden; f. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse leidingen; g. het verlagen of verhogen van het waterpeil. 23.6.2 Uitzonderingen
Het in lid 23.6.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden: a. welke betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; b. welke vallen onder kapvergunningplicht en de in dat kader opgelegde herplantplicht, zoals bedoeld in de Algemene Plaatselijke Verordening; c. welke op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering dan wel krachtens een reeds verleende vergunning mogen worden uitgevoerd. 23.6.3 Voorwaarden
De in lid 23.6.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien: a. het veilig en doelmatig gebruik van het oppervlaktelichaam (de Maas) gewaarborgd blijft, en; b. geen sprake is van een feitelijke belemmering voor de vergroting van de afvoercapaciteit van de rivier (de Maas), en;
96
Ontwerpbestemmingsplan Maaspark Well
Gemeente Bergen (L)
c. de waterstandsverhoging of de afname van het bergend vermogen zo gering mogelijk is en deze verhoging of afname wordt gecompenseerd, en; d. de ecologische toestand van het oppervlaktewaterlichaam (de Maas) niet verslechtert; e. voor het verlenen van de vergunning advies wordt ingewonnen bij de rivierbeheerder omtrent de toepassing van voorwaarde a t/m d.
97
Ontwerpbestemmingsplan Maaspark Well
Artikel 24
Gemeente Bergen (L)
Waterstaat - Waterbergend rivierbed
24.1
Bestemmingsomschrijving De voor 'Waterstaat - Waterbergend rivierbed' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), in eerste instantie bestemd voor de berging van rivierwater.
24.2
Bouwregels
24.2.1 Bouwverbod
Op de voor Waterstaat - Waterbergend rivierbed' aangewezen gronden mag niet worden gebouwd. 24.2.2 Uitzondering
Het in lid 24.2.1 opgenomen verbod is niet van toepassing op de bouwwerken die krachtens Hoofdstuk 2 van deze regels mogen worden opgericht en waarvoor de vereiste vergunning op grond van artikel 6.5 Waterwet is verleend, dan wel de daarvoor vereiste melding op grond van de Waterwet is gedaan of aangetoond is dat een dergelijke vergunning niet noodzakelijk is. 24.3
Afwijken van de bouwregels
24.3.1 Omgevingsvergunning
Burgemeester en wethouders kunnen door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 24.2.1, en toestaan dat wordt gebouwd ten dienste van de andere daar voorkomende bestemmingen. 24.3.2 Afwegingskader
Een in lid genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien: a. de bebouwing zodanig wordt gesitueerd en uitgevoerd dat het veilig functioneren van het waterstaatswerk is gewaarborgd; b. geen sprake is van een feitelijke belemmering van de vergroting van de afvoercapaciteit; c. de bebouwing zodanig wordt gesitueerd en uitgevoerd dat de waterstandsverhoging dan wel de afname van het bergend vermogen zo gering mogelijk is; d. de resterende waterstandseffecten dan wel de afname van het bergend vermogen duurzaam worden gecompenseerd, waarbij de financiering en tijdige realisering van de maatregelen moet zijn verzekerd; e. sprake is van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat de ecologische toestand van het oppervlaktewater niet verslechtert. alvorens te beslissen over een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt de rivierbeheerder gehoord. 24.3.3 Uitzondering
De toelaatbaarheid van de het bouwen van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouw zijnde ten behoeve van navolgende activiteiten wordt slechts getoetst aan lid 24.2.1 onderdeel a tot en met c:
98
Ontwerpbestemmingsplan Maaspark Well
Gemeente Bergen (L)
a. een eenmalige uitbreiding van ten hoogste 10% van de bestaande bebouwing; b. tijdelijke activiteiten, anders dan bedoeld in artikel 6.1.1, lid 1 onderdeel b van de Waterregeling; c. overige activiteiten van rivierkundig ondergeschikt belang; d. tijdelijke schuilgelegenheid, met dien verstande dat: 1. het een bouwwerk betreft, bedoeld om niet langer dan 6 maanden ter plaatse te functioneren; 2. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 30 m2; 3. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3 m. 24.3.4 Procedure
Alvorens te beslissen over een aanvraag voor een omgevingsvergunning horen burgemeester en wethouders de rivierbeheerder. 24.4
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
24.4.1 Verbod
Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waterstaat Waterbergend rivierbed' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het afgraven, ontgronden, egaliseren, ophogen en verharden van gronden; b. het (half)verharden van paden en wegen; c. vellen, rooien of beschadigen van bomen, heggen en overige houtgewassen; d. het aanleggen, verbreden en dempen van sloten, vijvers en andere wateren; e. het aanbrengen van houtopstanden; f. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse leidingen; g. het verlagen of verhogen van het waterpeil. 24.4.2 Uitzondering
Het in lid 24.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden: a. welke betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; b. welke vallen onder kapvergunningplicht en de in dat kader opgelegde herplantplicht, zoals bedoeld in de Algemene Plaatselijke Verordening; c. welke op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering dan welk krachten een reeds verleende vergunning mogen worden uitgevoerd. 24.4.3 Voorwaarden
De in lid 24.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien: a. het veilig en doelmatig gebruik van het oppervlaktelichaam (de Maas) gewaarborgd blijft, en; b. geen sprake is van een feitelijke belemmering voor de vergroting van de afvoercapaciteit van de rivier (de Maas), en; c. de waterstandsverhoging of de afname van het bergend vermogen zo gering mogelijk is en deze verhoging of afname wordt gecompenseerd, en; d. de ecologische toestand van het oppervlaktewaterlichaam (de Maas) niet verslechtert;
99
Ontwerpbestemmingsplan Maaspark Well
Gemeente Bergen (L)
e. voor het verlenen van de vergunning advies wordt ingewonnen bij de rivierbeheerder omtrent te toepassing van voorwaarde a t/m d.
100