Bijlage 1 - Toelichting - regels - verbeelding
Tekst van het document
24 MEI 2023
31
Bestemmingsplan Grensweg 2a - Koekoek 14 Siebengewald Toelichting
GEURHINDER In 2007 heeft de gemeenteraad van de gemeente Bergen de “Verordening geurhinder en veehouderij’ vastgesteld. In deze gebiedsvisie zijn op grond van de gegevens over geurbelasting en hinder streefwaarden voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat per gebied vastgesteld. Uit de normeringskaart (Bijlage 2) bij de verordening blijkt dat de locatie Grensweg 2a is gelegen in het LOG1 (Landbouwontwikkelingsgebied). Hiervoor geldt een geurnorm van 20 Ou/m3. De locatie Koekoek 14 is gelegen in het normale buitengebied en hiervoor geldt de wettelijk voorgeschreven norm van 14 Ou/m3 voor een concentratiegebied. Daarnaast gelden de vaste afstandsnormen van 50 meter vanaf een geurgevoelig object tot aan een woning (bouwvlak-bouwvlak). In de plan-m.e.r. studie behorende bij het bestemmingsplan Buitengebied 2018 is de achtergrondconcentratie van geur afkomstig van veehouderijen onderzocht (peiljaar 2017). In deze analyse zijn ook bedrijven uit Duitsland betrokken. In onderstaande figuur is een uitsnede opgenomen van de achtergrondcontouren kaart zoals opgenomen in de plan-m.e.r van destijds.
Met name door de bijstelling van de emissie factoren voor huisvestingssystemen met combiluchtwassers in de Regeling geurhinder en veehouderij, maar ook door wijzigingen in de vergunningen voor veehouderijen en door wijziging van V-Stacks gebied is onderstaande figuur niet meer up to date maar wordt alleen ter indicatie gebruikt. In onderstaande figuur zijn beide intensieve veehouderijen aan de Grensweg 2a en Koekoek 14 herkenbaar als belangrijke bronnen van geurhinder. Ten aanzien van de locatie Grensweg 2a is de veehouderij herkenbaar als belangrijkste bron van geurhinder in de omgeving, in de directe omgeving zijn geen andere veehouderijen gelegen.. Ten aanzien van de Koekoek 14 spelen ook andere omliggende veehouderijen een rol in de geurdeken in de omgeving.
Figuur 4-8 Uitsnede figuur 3.6 Plan-m.e.r. bestemmingsplan Buitengebied (O=deelgebieden)
24 MEI 2023
32
Bestemmingsplan Grensweg 2a - Koekoek 14 Siebengewald Toelichting
Met het saneren van de intensieve veehouderij aan de Grensweg 2a zal de belangrijkste geurbron in de omgeving opgeheven worden. Hiermee verbetert het woon- en leefklimaat in de omgeving en ook ter plaatse van de bestaande bedrijfswoning. De nieuw op te richten loods is geen geurgevoelig object en hier hoeft geen nadere studie naar te worden uitgevoerd. In het vervolg van deze paragraaf richten wij ons op de situatie aan de Koekoek 14. Geuronderzoek Koekoek 14 Uit figuur 4-6 blijkt dat naast de te saneren intensieve veehouderij aan de Koekoek 14 nog enkele intensieve veehouderijen zijn gelegen. Dit zijn de intensieve veehouderijen aan de Koekoek 1 en de Koekoek 4, 4a-6. Daarnaast is er een grondgebonden agrarische bedrijf gevestigd nabij het deelgebied aan de Koekoek 20. Vaste afstanden Zie onderstaande figuur voor de ligging van de omliggende bedrijven en de afstand ten opzichte van de nieuw op te richten woning aan de Koekoek 14. Onderstaande figuur betreft een uitsnede van de vigerende verbeelding van het bestemmingsplan Buitengebied 2018, 1e herziening, met de zwarte lijnen zijn de bouwvlakken van de omliggende (intensieve) veehouderijen weergegeven.
210 m
105 m
160 m
Figuur 4-9 Inventarisatie omliggende (intensieve) veehouderijen rondom nieuw op te richten woning aangegeven met rode pijl
Uit bovenstaande inventarisatie blijkt dat de nieuw op te richten woning op meer dan 50 meter afstand is gelegen van alle omliggende bouwvlakken van veehouderijen. Hiermee staan de vaste afstandsnormen uit de Wet geurhinder en veehouderij (artikel 4 en artikel 5) niet in de weg voor het realiseren van het planvoornemen. Ook zal de woning de omliggende bedrijven op dit punt niet belemmeren.
24 MEI 2023
33
Bestemmingsplan Grensweg 2a - Koekoek 14 Siebengewald Toelichting
Voorgrondbelasting omliggende veehouderijen In het kader van de Wet geurhinder en veehouderij wordt, zoals beschreven in de Handreiking Wet geurhinder en veehouder onderscheid gemaakt tussen vijf verschillende soorten geurgevoelige objecten: a.
b. c. d. e.
Ruimte-voor-ruimte woning of ander geurgevoelig object die na 19 maart 2000 is gebouwd op een kavel die op dat tijdstip in gebruik was als veehouderij en is gebouwd in samenhang met het geheel of gedeeltelijk buiten werking stellen van de veehouderij én in samenhang met de sloop van de bedrijfsgebouwen die onderdeel hebben uitgemaakt van de veehouderij. Bedrijfswoning (of ander geurgevoelig object) behorende bij een andere veehouderij Voormalige bedrijfswoning (of ander geurgevoelig object) die op of na 19 maart 2000 heeft opgehouden deel uit te maken van een andere veehouderij Voormalige bedrijfswoning (of ander geurgevoelig object) die al voor 19 maart 2000 geen onderdeel meer uitmaakt van een andere veehouderij. Alle woningen en geurgevoelige objecten die niet onder de categorieën a t/m d vallen.
Op basis van deze onderscheiding dient de huidige woning aan de koekoek gezien te worden als een voormalige bedrijfswoning die op of na 19 mart 2000 heeft opgehouden deel uit te maken van een veehouderij. Dit betekent dat in het kader van de voorgrondbelasting getoetst moet worden aan de artikel 3 lid 2 van de Wgv in plaats van artikel 3 lid 1 Wgv. Hierdoor wordt niet getoetst op basis van geurbelasting maar op basis van vaste afstanden. Op basis van artikel 3 lid 2 Wgv dient de afstand tussen een veehouderij en de woning aan de Koekoek 14 minimaal 50 meter te bedragen. Op basis van de gemeentelijke geurverordening is deze afstand verkleind tot 25 meter. Aan deze afstand wordt ruimschoots voldaan. Ook zal de herbestemming van bedrijfswoning naar burgerwoning de omliggende bedrijven niet belemmeren. Op basis van de bovenstaande onderscheiding van geurgevoelige objecten dient de nieuwe woning aan de Koekoek 14 gezien te worden als een ruimte-voor-ruimte woning. De woning wordt na 19 maart 2000 gebouwd op een kavel dat destijds en tot 2021 in gebruik was als veehouderij en wordt gebouwd in samenhang met het geheel buiten werking stellen van de veehouderij en het slopen van de veehouderijbebouwing aan de koekoek 14. Dit betekent dat in het kader van de voorgrondbelasting getoetst moet worden aan artikel 14 lid 2 van de Wgv in plaats van artikel 3 lid 1 Wgv.
Hierdoor wordt niet getoetst op basis van geurbelasting maar op basis van vaste afstanden. Op basis van artikel 14 lid 2 Wgv dient de afstand tussen een veehouderij en een ruimte-voor-ruimte woning in het buitengebied minimaal 50 meter te bedragen. Aan deze afstand wordt ruimschoots voldaan zoals blijkt uit figuur 4-7. Ook zal de woning de omliggende bedrijven op dit punt niet belemmeren. In de gemeentelijke geurverordening is geen andere afstand opgenomen voor artikel 14 lid 2. Wel wordt in de toelichting ingegaan op voormalige bedrijfswoningen en ruimte voor ruimte woningen. In de toelichting wordt aangegeven dat, omdat deze woningen vaak gelegen zijn in de directe nabijheid van ander agrarische bedrijven, deze woningen in de verordening een andere beschermingsniveau hebben gekregen, namelijk 25 meter. Echter is dit in de regels van de geurverordening enkel geregeld voor de voormalige bedrijfswoningen en niet voor ruimte voor ruimte woningen zoals dat wel in de toelichting is bedoeld.
24 MEI 2023
34
Bestemmingsplan Grensweg 2a - Koekoek 14 Siebengewald Toelichting
Achtergrondbelasting Om te bepalen of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat dient de achtergrondbelasting beoordeeld te worden. Om dit te beoordelen wordt een berekening opgesteld waarbij alle veehouderijen met geuremissie binnen een straal van 2 kilometer van de nieuwe woning worden betrokken. Voor onderhavig situatie zijn berekeningen opgesteld waarin zowel de situatie voor sanering van de veehouderij als na sanering van de veehouderij zijn berekend. Op deze manier wordt inzichtelijk gemaakt wat het effect van de sanering van de veehouderij is op het woon-en leefklimaat van de omliggende woningen en wat het woon- en leefklimaat is ter plaatse van de nieuwe woning. Uit figuur 4-10, zie ook bijlage 4, blijkt dat de sanering van de veehouderij aan de Koekoek 14 een positief effect heeft op de geurbelasting in de omgeving. Bijna op alle woningen in de omgeving leidt de sanering van de veehouderij aan de Koekoek 14 tot een verlaging van de geurbelasting. Ook blijkt uit de tabel dat de verlaging van de geurbelasting op een vijftal woningen leidt tot een betere classificatie van het woon- en leefklimaat. Het betreffen de woningen aan de Koekoek 10, Koekoek 20, Koekoek 28, Koekoek 36 en Koekoek 14.
Figuur 4-10 Resultaten achtergrondbelasting en woon- en leefklimaat
Uit figuur 4-8 blijkt ook dat de achtergrondbelasting ter plaatse van de nieuw woning circa 22 Ou/m3 bedraagt. Dit komt overeen met een ‘tamelijk slecht’ woon- en leefklimaat. Het bevoegd gezag bepaalt of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het bevoegd gezag maakt voor onderhavig ruimte voor ruimte woning een afweging of in dit geval, kijkend naar de effecten van onderhavig plan, de ligging van de ruimte voor ruimte woning in de omgeving en het gemeentelijke beleid, sprake is van een aanvaard woon- en leefklimaat.
24 MEI 2023
35
Bestemmingsplan Grensweg 2a - Koekoek 14 Siebengewald Toelichting
Onderhavig initiatief voorziet in een daling van de geurbelasting op omliggende woningen. Voor 5 woningen verbetert het de classificering van het woon- en leefklimaat. De ruimte voor ruimte woning is gelegen in het buitengebied in de directe omgeving van andere agrarische bedrijven. De locatie is gelegen in het deelgebied II van het landbouwontwikkelingsgebied bij Siebengewald. Dergelijke gebieden kenmerken zich door een hogere dichtheid van agrarische bedrijven waardoor ter plaatse een hogere geurbelasting wordt geaccepteerd. Uit de toelichting van de gemeentelijke geurverordening blijkt dat dat de gemeente voor voormalige bedrijfswoningen en ruimte voor ruimte woningen een ander beschermingsniveau hanteert. In de toelichting wordt aangegeven dat, omdat deze woningen vaak gelegen zijn in de directe nabijheid van ander agrarische bedrijven, deze woningen een andere beschermingsniveau hebben gekregen, namelijk 25 meter in plaats van 50 meter. Echter is dit in de regels van de geurverordening enkel geregeld voor de voormalige bedrijfswoningen en niet voor ruimte voor ruimte woningen zoals dat wel in de toelichting is bedoeld. Op basis hiervan is te motiveren dat ruimte voor ruimte woningen ten behoeve van de achtergrondbelasting ook een ander beschermingsniveau krijgen.
De gemeente heeft aangegeven dat alleen medewerking verleend kan worden aan een nieuwe ruimte-voor -ruimte als er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Kijkend naar de effecten van onderhavig plan, de ligging van de ruimte voor ruimte woning in de omgeving en het gemeentelijke beleid luidt de definitie van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor het aspect geur voor onderhavige locatie als volgt: ‘de achtergrondgeurbelasting veroorzaakt door tot veehouderij behorende dierverblijven tot een afstand van 2 kilometer van een woning met een belasting van maximaal 20 [OUE/m3].’ De gemeente heeft aangegeven dat de sanering van de veehouderij aan de Koekoek 14 en het oprichten van ruimte-voor-ruimte woning een positieve ontwikkeling is en hier in principe medewerking aan wil verlenen. Op basis de berekende geurbelasting op de nieuwe ruimte-voorruimte woning is er op dit moment geen sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Hierdoor is het niet mogelijk om de ruimte-voor-ruimte woning direct toe te staan in het bestemmingsplan. Derhalve wordt in dit bestemmingsplan wel een nieuwe woonbestemming opgenomen ten behoeve voor de ruimte-voor-ruimte woning. Maar wordt in de planregels opgenomen dat het oprichten van een woning niet is toegestaan.
Middels een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid in het bestemmingsplan kunnen Burgemeester en Wethouders een vergunning verlenen om een nieuwe woning op te richten indien aangetoond is dat de achtergrondgeurbelasting veroorzaakt door tot veehouderij behorende dierverblijven tot een afstand van 2 kilometer van de woning niet meer dan 20 [OUE/m3] bedraagt. Conclusie In het uitgevoerde geuronderzoek stonden de volgende onderzoeksvragen centraal: • •
Wordt niet iemand onevenredig in zijn belangen geschaad? (belangen veehouderij en derden). Is ter plaatse een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd? (belang geurgevoelig object);
Uit de toetsing blijkt dat met de beoogde situatie niemand onevenredig in zijn belangen wordt geschaad. Ook blijkt dat de beoogde situatie leidt tot een verbetering van het woon- en leefklimaat
24 MEI 2023
36
Bestemmingsplan Grensweg 2a - Koekoek 14 Siebengewald Toelichting
ter plaatse van de voormalige bedrijfswoning. Ten aanzien van de nieuwe ruimte-voor-ruimte woning is er vooralsnog geen sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De nieuwe ruime-voorruimte woning kan middels een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid alleen opgericht worden als aangetoond is dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Op deze manier is gegarandeerd dat wanneer de ruimte-voor-ruimte woning word opgericht er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. GEITENHOUDERIJ Op circa 1.700 meter afstand is een geitenhouderij gelegen aan de Beekheuvel 2. Ook is een geitenhouderij gelegen aan de Vrij 5 op een afstand van circa 900 meter. De GGD adviseert om terughoudend te zijn met het toelaten van gevoelige bestemmingen binnen 2 kilometer van geitenhouderijen. Hierna onderzoeken wij of op basis van de plan specifieke omstandigheden de gewenste ontwikkeling mogelijk is. Uit het onderzoek VGO Onderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden I en II blijkt dat mensen die in het VGO-gebied wonen binnen twee kilometer van een geitenhouderij, gemiddeld een 25% hogere kans op longontsteking hebben dan mensen die in hetzelfde gebied op meer dan 2 km van een geitenhouderij wonen. In 2016 kwamen binnen het hele VGO-gebied gemiddeld 18,7 nieuwe gevallen van longontsteking per duizend inwoners voor.
Binnen twee kilometer van een geitenhouderij waren dat 23,4 gevallen per duizend inwoners. De gevonden associatie betekent niet dat er een oorzakelijk verband bewezen is. De VGO vervolgonderzoeken na 2018 zijn er speciaal op gericht om meer inzicht in zo’n oorzakelijk verband te krijgen. Helaas is het VGO vervolgonderzoek vertraagd door de COVID pandemie, hierdoor zijn er veel minder mensen met longontstekingen in de buurt van veehouderijen die kunnen deelnemen aan de studies. De minister van LNV heeft hierover de kamer op 10 maart 2021 geïnformeerd. LNV geeft aan dat gezien het analyseren, interpreteren en rapporteren van de laboratoriumresultaten niet voor eind 2024 zal zijn afgerond. Hierdoor zal er op korte termijn geen duidelijkheid komen over de oorzaken van de constateerde verhoogde kans op longontsteking binnen 2 kilometer van geitenhouderijen. Tot die tijd is er dus ook nog geen sprake van een bewezen oorzakelijk verband. Dit wordt bevestigd door het vervolgadvies van de Gezondheidsraad over gezondheidsrisico’s rond veehouderijen. In het vervolgadvies wordt aangegeven dat er weliswaar aanwijzingen zijn dat wonen in de buurt van veehouderijen specifieke gezondheidsrisico’s met zich meebrengt, maar dat de bewijskracht voor causaliteit tekortschiet.
De geitenhouderij aan de Beekheuvel 2 is ten zuidoosten en de geitenhouderij aan de Vrij 5 ten noorden van het plangebied gelegen. Op basis van de informatie op de website ‘kennisplatformveehouderij’ is de heersende windrichting een mee te wegen belang. De pluim van stofdeeltjes vanaf de veehouderij verspreid zich vooral met de wind mee. Aangezien de heersende windrichting zuidwest is, ligt het plangebied gunstig ten aanzien van de verspreiding van fijn stof van beide geitenhouderijen. Dit is een mee te wegen factor in het bepalen van mogelijke gezondheidseffecten van een nabijgelegen veehouderij. Dus hoewel de locatie is gelegen binnen 2 kilometer van twee geitenhouderijen kan op dit punt gemotiveerd afgeweken worden van de indicatieve afstandsnormen. Het woon- en leefklimaat in het plangebied is namelijk over het algemeen goed tot in ieder geval minimaal aanvaardbaar. Het woon-
24 MEI 2023
37
Bestemmingsplan Grensweg 2a - Koekoek 14 Siebengewald Toelichting
en leefklimaat voor direct omwonenden van het plangebied wordt verbeterd door de beëindiging van de veehouderij aan de Koekoek 14. Dit is eveneens een mee te wegen belang van het plan. GELUIDSHINDER Geluidshinder kan meerdere oorzaken hebben. In de Wet geluidhinder wordt onderscheid gemaakt tussen geluidhinder door industriefuncties en door wegverkeerslawaai. Uit paragraaf 4.1 is gebleken dat het herbestemmen van de locatie aan de Grensweg 2a voldoet aan de richtafstanden betreft milieuzonering. Derhalve is geen akoestisch onderzoek voor de industriefunctie ter plaatse nodig. De ontwikkeling, het oprichtingen van een nieuwe woning, aan de Koekoek 14 voorziet in de oprichting van een geluidsgevoelige functie. Ingevolge de Wet geluidhinder (Wgh) moet de geluidbelasting vanwege een weg worden bepaald door middel van een akoestisch onderzoek. Niet alleen wordt hiermee uitsluitsel verkregen over de te verwachten geluidbelasting over 10 jaar, maar ook of en met welke planologische maatregelen eventueel nog wel kan worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. Het resultaat van dit onderzoek, betrekking hebbende op de verkeersintensiteit en het wegdek van alle wegen met een geluidszone die strekt over het plangebied, wordt getoetst aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB.
Secundair wordt op basis van de uitkomst van het akoestisch onderzoek bepaald of kan worden voldaan aan de maximale ontheffingswaarde van 53 dB voor een nieuw te bouwen woning in buiten stedelijk gebied en welke vereiste bouwkundige voorzieningen moeten worden getroffen. Ten behoeve van de beoogde herontwikkeling is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Het onderzoeksrapport is als bijlage 5 bijgevoegd. In het akoestisch rapport is bepaald tot waar de geluidscontouren lopen van de betrokken wegen, zodat het plan realiseerbaar is binnen de Wet geluidhinder en geen extra geluidwerende maatregelen noodzakelijk zijn. Navolgend zijn de conclusies uit de betreffende rapportage samengevat opgenomen: Op basis van de beschikbaar gestelde verkeersgegevens is er een rekenmodel opgezet en zijn de geluidcontouren op het plangebied berekend. Omdat het nog onbekend is waar de beoogde woning precies komt te liggen, is gekeken tot waar de geluidscontouren lopen van de betrokken wegen. Hierbij is gekeken op welke afstand van de zuidelijke perceelgrens een aanvaardbaar woon- en leefklimaat heerst. Aangezien de hoogte van de woning ook nog niet bekend is, zijn de geluidcontouren berekend op een hoogte van 1,5, 4,5 en 7,5 meter. • • •
Uit de geluidcontouren blijkt dat het gehele plangebied voldoet aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Het binnenniveau van 33 dB zal niet overschreden worden ongeacht de situering van de woning binnen het plangebied. Ter hoogte van de tuin- en buitenruimte van de beoogde woning heerst een goede milieukwaliteit.
Het aspect geluid staat een goede ruimtelijke ordening derhalve niet in de weg.
24 MEI 2023
38
Bestemmingsplan Grensweg 2a - Koekoek 14 Siebengewald Toelichting
BODEM Het doel van de bodemtoets bij ruimtelijke plannen is de bescherming van de bodem. Een bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd om te kunnen beoordelen of de bodem geschikt is voor de geplande functie en of er sprake is van een eventuele saneringsnoodzaak. Artikel 9 van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat bij een ruimtelijk plan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. Grensweg 2a Ten behoeve voor de ontwikkeling dient een historisch onderzoek volgens NEN 5725 uitgevoerd te worden. De begrenzing van het historisch onderzoek betreft de nieuwe bestemming ‘Bedrijf’. Voor het overige deel van het deelgebied blijft de bestemming ‘Agrarisch’ immers gehandhaafd met dien verstande dat het bouwvlak wordt verkleind. Uit de rapportage van het historisch onderzoek volgens NEN 5725 kan naar voren komen dat een verkennend bodemonderzoek volgens NEN 5740 is vereist. Het bedrijf Bodeminzicht is ingeschakeld om het historisch onderzoek uit te voeren. Op basis van het historisch onderzoek is geconcludeerd dat er een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd diende te worden. Ook dit verkennend bodemonderzoek is door Bodeminzicht uitgevoerd. Zowel het historisch onderzoek als het verkennend bodemonderzoek is opgenomen in bijlage 6.
De conclusie van het rapport luidt: Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn geen verontreinigingen aangetoond die aanleiding vormen voor het uitvoeren van nader of aanvullend bodemonderzoek. Ondanks het ontbreken van een nulmeting, kan worden gesteld dat de bodemkwaliteit niet is beïnvloed door de bodembelastende activiteiten ten tijde van de varkenshouderij. De bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie is voldoende vastgelegd en vormt geen belemmering voor de beoogde beëindiging van agrarische activiteiten en de bestemmingswijziging. Op basis van de conclusie in het rapport vormt het aspect bodem geen belemmering voor de gewenste ontwikkeling aan de Grensweg 2a. Koekoek 14 Ten behoeve voor de ontwikkeling dient een historisch onderzoek volgens NEN 5725 uitgevoerd te worden. De begrenzing van het historisch onderzoek betreft beide woonbestemmingen. Dus zowel op het bestaande perceel waar al langere tijd gewoond wordt (nu volgens het geldende bestemmingsplan de agrarische bedrijfswoning met bijbehorende bouwwerken) en het nieuwe woonperceel. Voor het nieuwe woonperceel dat gewenst is, dient tevens een verkennend bodemonderzoek volgens NEN 5740 uitgevoerd te worden. Uit het historisch onderzoek kan ook hier blijken dat voor de locatie waar al langere tijd wordt gewoond een verkennend bodemonderzoek noodzakelijk is.
Het bedrijf Bodeminzicht is ingeschakeld om het historisch onderzoek uit te voeren. Op basis van het historisch onderzoek is geconcludeerd dat er voor het gehele plangebied een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd diende te worden. Ook dit verkennend bodemonderzoek is door Bodeminzicht uitgevoerd. Zowel het historisch onderzoek als het verkennend bodemonderzoek is opgenomen in bijlage 7. De conclusie van het rapport luidt:
24 MEI 2023
39
Bestemmingsplan Grensweg 2a - Koekoek 14 Siebengewald Toelichting
Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn geen verontreinigingen aangetoond die aanleiding vormen voor het uitvoeren van nader of aanvullend bodemonderzoek. De aangetroffen puinresten worden niet als asbestverdacht beschouwd. Een asbestonderzoek conform NEN5707 wordt niet noodzakelijk geacht. De bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie vormt geen belemmering voor de beoogde beëindiging van agrarische activiteiten, een bestemmingswijziging en bouw van een woning. De eventueel bij werkzaamheden vrijkomende grond is op of buiten het onderzoeksterrein herbruikbaar. Indien vrijkomende grond van de locatie afgevoerd dient te worden, dient men rekening te houden met de regels van het vigerende Besluit Bodemkwaliteit. Op basis van de conclusie in het rapport vormt het aspect bodem geen belemmering voor de gewenste ontwikkeling aan de Koekoek 14. LUCHTKWALITEIT Op 15 november 2007 is de regelgeving voor luchtkwaliteit in werking getreden. In de Wet milieubeheer is tevens een hoofdstuk opgenomen over luchtkwaliteit. In de Wet Luchtkwaliteit 2007 worden eisen gesteld aan de kwaliteit van de lucht. Eén van de eisen is een maximumwaarde voor de hoeveelheid stof die zich in de lucht bevindt. Het plan mag geen nadelige gevolgen hebben voor de luchtkwaliteit in de planomgeving. Er moet sprake blijven van een goed woon- en leefklimaat.
Volgens de wettelijke normen is dit het geval als de achtergrondconcentratie fijnstof de norm van 40,0 μg/m3 niet overschrijdt, waarbij het aantal overschrijdingsdagen niet meer mag bedragen dan 35 per jaar. De Europese richtlijn voor luchtkwaliteit is op 11 juni 2008 van kracht geworden. Fijn stof wordt ook wel aangeduid als PM10, dit zijn deeltjes met een doorsnede van maximaal 10 micrometer. Er worden ook wel deeltjes gemeten met een diameter van maximaal 2,5 micrometer. Deze deeltjes PM2,5 zijn fijner en schadelijker dan PM10. Per 1 januari 2015 is een grenswaarde voor PM2,5 van 25 microgram per m³ lucht opgenomen in de Nederlandse Wet milieubeheer. Toetsing Uit de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland van het Rivm blijkt dat in het meest recente kaartmateriaal in 2020 de achtergrondconcentratie van PM 10 in beide deelgebieden is gelegen rond 15 μg/m3.De achtergrondconcentratie van PM 2,5 is in beide deelgebieden ongeveer 8,5 μg/m3. Beide concentraties liggen ver onder de wettelijke grenswaarden. De bedrijfsbeëindiging van beide intensieve veehouderijen leidt tot een reductie van de fijn stof verspreiding. In het geval van de locatie Koekoek 14 worden alle bedrijfsactiviteiten gesaneerd en neemt de fijn stof uitstoot af naar 0. In het geval van de locatie Grensweg 2a blijft er sprake van een bedrijfsbestemming, maar wordt alle veehouderij beëindigd.
Hierdoor heeft dit plan een grote bijdrage aan de vermindering van de fijn stof belasting in de omgeving van beide deelgebieden en hiermee dus direct aan het verbeteren van het woon- en leefklimaat op het gebied van fijn stof. De sanering van beide intensieve veehouderijen draagt bij aan vermindering van de uitstoot en verspreiding van fijn stof en daarmee aan een verbetering van het woon- en leefklimaat van de omgeving. Uit de achtergrondconcentratiekaarten van PM 10 en PM 2,5 van het RIVM blijkt dat de achtergrondconcentraties fijn stof in de omgeving ver onder de wettelijke grenswaarden en advieswaarden liggen. Dat betekent dat de herbestemmingen en de oprichtingen van een nieuwe
24 MEI 2023
40
Bestemmingsplan Grensweg 2a - Koekoek 14 Siebengewald Toelichting
woning aan de Grensweg 2a aan de grenswaarde van luchtkwaliteit voldoet en er een minimaal goed woon- en leefklimaat op het gebied van fijn stof kan worden gegarandeerd. STIKSTOF Door de sanering van de veehouderijen aan de Koekoek 14 en Grensweg 2a vervalt de ammoniakemissie van de veehouderijen. Beide locaties beschikte over een vergunning Wet natuurbescherming ten behoeve van de veehouderijen. In het kader van de Warme saneringsregling varkenshouderij diende deze vergunningen ingetrokken te worden, waarbij op basis van de provinciale beleidsregels ‘intern en extern salderen’ maximaal 15% van de totale emissie behouden kon blijven. Voor beide locaties is reeds een gedeeltelijk intrekkingsbesluit genomen, waarbij de vergunde ammoniakemissie aan de Koekoek 14 is gedaald van 5.052,22 kg naar 757,83 kg en aan de Grensweg 2a is gedaald van 4.195,44 kg naar 637,81 kg. Hiermee voorziet onderhavig initiatief in een totale daling van de vergunde ammoniakemissie van 7.872,02 kg. De resterende vergunde ammoniakemissie (757,83 kg aan de Koekoek 14 en 637,81 kg aan de Grensweg 2a) is ruim voldoende zodat de gewenste nieuwe functies op beide locaties, inclusief de afwijkingsmogelijkheden voor aan huis verbonden beroepen, een aan huis verbonden bedrijven en nevenactiviteiten met een geringe stikstofemissie niet leiden tot een toename van de stikstofdepositie.
Op basis van het voorgaande (de voortoets) kan op voorhand geconcludeerd worden dat er geen sprake is van significante negatieve stikstofeffecten. Aangezien op voorhand duidelijk is dat er geen significante negatieve stikstofeffecten optreden is sprake van intern salderen en is geen passende beoordeling noodzakelijk. Voor onderhavig initiatief geldt er geen vergunningplicht op grond van de Wet natuurbescherming. EXTERNE VEILIGHEID Het externe veiligheidsbeleid in Nederland is gericht op het verminderen en beheersen van risico’s en effecten van calamiteiten, alsmede het bevorderen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten (bedrijven en transport) met gevaarlijke stoffen. Dat gebeurt door te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, door de zelfredzaamheid te bevorderen en door de calamiteitenbestrijding te optimaliseren. Ten aanzien van externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in: 1. Plaatsgebonden risico (PR): Dit is een maat voor de kans dat iemand dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met een gevaarlijke stof. De gestelde norm is een ten minste in acht te nemen grenswaarde (PR 10-6/jr) die niet mag worden overschreden ten aanzien van kwetsbare objecten, alsmede een zoveel mogelijk te bereiken richtwaarde (PR 10-6/jr) ten aanzien van beperkt kwetsbare objecten. 2.
Groepsrisico (GR): Dit is een maat voor de kans dat een grotere groep tegelijkertijd dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met gevaarlijke stoffen. De gestelde norm is een oriënterende waarde waarvan gemotiveerd mag worden afgeweken. De aanwezige risico’s zijn zeer afhankelijk van het brontype. De relevante typen zijn: Bedrijven;
24 MEI 2023
41
Bestemmingsplan Grensweg 2a - Koekoek 14 Siebengewald Toelichting
Vervoer van gevaarlijke stoffen (per spoor, over de weg, het water); Hoogspanningslijnen; Ondergrondse (gas)leidingen (c.q. buisleidingen). 4.12.1
Onderzoek
Beide deelgebieden zijn op de risicokaart aangewezen als een Bevi-inrichting met een specifiek aangeduide risicocontour rondom de propaantanks op beide bedrijven. Figuur 4-11 geeft een uitsnede van de risicokaart weer. Figuur 4-12 geeft een verdere inzoom van de kaart weer. Hieruit blijkt dat er propaantanks zijn gelegen in beide inrichtingen. Rondom beide propaantanks ligt een 10-6 plaatsgebonden risicocontour van 25 m (deelgebied Grensweg 2A) en 15 m (deelgebied Koekoek 14). Door de sanering van beide intensieve veehouderijen is er veel minder behoefte aan gasverbruik op de inrichtingen en zullen de propaantanks worden verkleind van nu nog 18 m3 (Grensweg 2A) respectievelijk 6 m3 (Koekoek 14). De propaantank aan de Grensweg 2a wordt verplaatst en verkleind naar 2,5 m3. In de gewenste situatie wordt de tank ten zuidoosten van de bedrijfswoning geplaatst. De propaantank aan de Koekoek 14 blijft op dezelfde locatie staan en wordt verkleind naar 2,5 m3. De Bevi-inrichtingen zijn op beide locaties beëindigd. De omgevingsvergunningen zijn ingetrokken, hierop dient de risicokaart nog aangepast te worden. De nieuwe woning aan de Koekoek 14 wordt niet in een risico contour opgericht van een ander omliggende Bevi-inrichting. Uit de risicokaart blijkt dat in de omgeving van de deelgebieden ook op andere veehouderijen risicovolle activiteiten worden uitgevoerd.
Dit betreft echter eveneens propaantanks met een plaatsgebonden risicocontour die niet overlapt met één van beide deelgebieden. Een nadere toetsing aan het aspect externe veiligheid is niet aan de orde.
24 MEI 2023
42
Bestemmingsplan Grensweg 2a - Koekoek 14 Siebengewald Toelichting
Figuur 4-11 Uitsnede risicokaart externe veiligheid (blauw is deelgebied Koekoek 14 en in oranje Grensweg 2a) (nederland.risicokaart.nl)
Figuur 4-12Links uitsneden risicokaart voor Grensweg 2a en rechts Koekoek 14 in bestaande situatie (intensieve veehouderij)
4.12.2
Conclusie
Het aspect externe veiligheid vormt geen planologische belemmering voor het plan. In algemene zin draagt het saneren van de intensieve veehouderijen en verkleinen en verplaatsen van de propaan tanken bij aan de externe veiligheid rondom beide deelgebieden.
24 MEI 2023
43
Bestemmingsplan Grensweg 2a - Koekoek 14 Siebengewald Toelichting
WATERPARAGRAAF 4.13.1
Inleiding
Het doel van de watertoets is te waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante plannen en besluiten. De watertoets is in het leven geroepen omdat met name het waterbeleid een wezenlijk andere oriëntatie heeft gekregen: van reageren naar anticiperen. Water heeft een aantal specifieke kwantitatieve en kwalitatieve eigenschappen waar de ruimtelijke ordening rekening mee moet houden. Een watertoets maakt de mogelijke negatieve invloeden van de oprichting van de woning binnen het plangebied inzichtelijk. Tevens geeft de watertoets oplossingsrichtingen aan waarmee mogelijke optredende negatieve invloeden beperkt of ongedaan gemaakt kunnen worden. Het waterschap heeft een aantal principes gedestilleerd, die van belang zijn als vertrekpunt van het overleg tussen initiatiefnemer en waterbeheerder. Het plangebied valt onder het beheer van waterschap De Dommel. 4.13.2
Relevant beleid
WATERSCHAP LIMBURG Het plangebied ligt binnen het beheergebied van waterschap Limburg. In het kader van het beleid van zowel de gemeente Bergen als van het Waterschap dient binnen het plangebied een duurzaam waterhuishoudkundig systeem gerealiseerd te worden. Daarbij moet sprake moet zijn van gescheiden schoon-en vuilwaterstromen, die afzonderlijk worden verwerkt. Het Waterschap Limburg hanteert daarbij de volgende uitgangspunten: Vanuit het waterschap Limburg gelden daarbij de volgende uitgangspunten: ► Circa 10% van het plangebied reserveren voor water. Doorgaans zijn lager gelegen gebiedsdelen het meest geschikt. Nagaan of plangebied nodig is voor wateropgave van omliggende gebieden; zorgen dat geen logische waterstructuren worden geblokkeerd. ► Rekening houden met hoogteverschillen in plangebied en omgeving. Voorkomen van wateroverlast en erosie door afstromend water vanuit de omgeving naar het plangebied en andersom. ► Uitvoeren van bodem- en infiltratieonderzoek en bepalen grondwaterstand. Input voor ontwerpen van het hemelwatersysteem. Denk ook aan bodemverontreinigingen. ► Toepassen voorkeursvolgorde voor de waterkwaliteit. Schoonhouden, scheiden, zuiveren. ► Toepassen voorkeursvolgorde voor de waterkwantiteit. Hergebruik water, vasthouden in de bodem (infiltratie), tijdelijk bergen, afvoeren naar oppervlaktewater, afvoeren naar gemengd of DWA-riool.
► Toepassen voorkeurstabel afkoppelen. Verantwoorde systeemkeuze conform voorkeurstabel; maatwerk per situatie. Bij voorkeur toepassen van bovengrondse waterhuishoudkundige voorzieningen. Bij diepte-infiltratie gelden zeer strenge randvoorwaarden; liever geen diepte-infiltratie toepassen. ► Infiltratie- en bergingsvoorzieningen in het plan dimensioneren op 100 mm per etmaal voor Noord Limburg (ten noorden van Sittard) en 80 mm per twee uur ten zuiden van Sittard met een beschikbaarheid van de gehele berging binnen 24 uur. Voldoende opvangcapaciteit en een duurzame leegloop realiseren.
24 MEI 2023
44
Bestemmingsplan Grensweg 2a - Koekoek 14 Siebengewald Toelichting
► Beheer en onderhoud verantwoordelijkheid. 4.13.3
regelen.
Denk
aan
bereikbaarheid,
controlemogelijkheid,
Legger
In onderstaande uitsneden van de locaties zijn de kaarten opgenomen van de Legger van het waterschap. Hierop zijn de omliggende sloten te zien. Hieruit blijkt dat er in de deelgebieden geen secundaire of primaire waterschapsloten zijn gelegen die worden gedempt of verlegd. Grensweg 2a
Figuur 4-13 uitsnede Legger waterschap Limburg locatie Grensweg 2a (d.d. 18-02-2022). met blauw is de grens van het deelgebied aangegeven
Ten noorden en oosten van de locatie Grensweg 2a is een secundaire waterschapssloot gelegen. Koekoek 14
Figuur 4-14 uitsnede Legger waterschap Limburg locatie Koekoek 14 (d.d. 18-02-2022), met blauw is de grens van het deelgebied aangegeven
24 MEI 2023
45
Bestemmingsplan Grensweg 2a - Koekoek 14 Siebengewald Toelichting
Ten zuidoosten van de locatie Koekoek 14 a is ten zuiden van de weg een primaire watergang gelegen met een beschermingszone. Deze planontwikkeling, met name de bouw van de nieuwe woning, valt buiten deze beschermingszone. 4.13.4
Hydrologisch neutraal bouwen
Op de locatie moet een duurzaam waterhuishoudkundig systeem aanwezig zijn om de hoeveelheid regenwater te verwerken. Verhard oppervlak Op de locatie Koekoek 14 is in het kader van de subsidieregeling Sanering varkenshouderij de veehouderij beëindigd. Dit heeft geresulteerd in een forse afname van verhard oppervlak (gebouwen en erfverharding). De infiltratiemogelijkheden op de locatie zijn dan ook fors toegenomen. Op de locatie Grensweg 2a wordt een nieuw gebouw opgericht met een oppervlak van 2.100 m2 (42m x 50 m). Dit betekent dat op basis van het waterschapsbeleid sprake moet zijn van een infiltratievoorziening met een inhoud van 213 m3 (2.100 m2 x 100 mm). Dempen sloot Op de locatie Grensweg 2a wordt op basis van het landschappelijk inpassingsplan (zie paragraaf 4.5) een bestaande sloot gedeeltelijk, over een lengte van 30 meter, gedempt. De sloot heeft een breedte van 1 meter. De geschatte bergingscapaciteit is 15 m3. De te dempen sloot dient 1 op 1 gecompenseerd te worden. Infiltratie van hemelwater De K-waarde (geeft de mate van infiltratiegeschiktheid aan) van het plangebied bedraagt volgens de kaart inzake de bodemdoorlatendheid (K-waarde) van het waterschap ter plaatse 1,5 - 10 m/dag. Deze gronden zijn zeer geschikt voor hemelwaterinfiltratie.
Infiltratievoorziening Op de locatie Grensweg 2a wordt een infiltratiesloot aangelegd om het hemelwater van het nieuwe gebouw op te kunnen vangen en te kunnen laten infiltreren in de bodem. Zie bijlage 2 pagina 15 voor de locatie van de sloot. Met onderhavig initiatief wordt een sloot van 100 meter lang gerealiseerd. De sloot heeft een bergend vermogen van 2.28 m3 per strekkende meter. Dit betekent dat in de sloot 228 m3 hemelwater geborgen kan worden. 213 m3 op basis van toename verhard oppervlak en 15 m3 op basis van de te dempen sloot. Afvalwater De afvoer van het huishoudelijk- en bedrijfsafvalwater aan de Grensweg 2a is aangesloten op een IBA-septic tank. De afvoer van huishoudelijk afvalwater aan de Koekoek 14 is aangesloten op de gemeentelijke riolering. De afvoer van het huishoudelijk afvalwater van de nieuwe woning naast de Koekoek 14 wordt aangesloten op de gemeentelijke riolering. Bouwmaterialen De gemeente Bergen streeft naar het terugdringen van het gebruik van uitlogende bouwmaterialen. De nieuwe gebouwen (woning en bedrijfsgebouw) worden opgericht zonder gebruik te maken van uitlogende materialen.
24 MEI 2023
46
Bestemmingsplan Grensweg 2a - Koekoek 14 Siebengewald Toelichting
4.13.5
Watertoets
In het kader van informeel vooroverleg is bijlagen 1 voorgelegd aan Waterschap Limburg inzake de watertoets op 31 januari 2022. Het doel hiervan is om in het kader van een maatschappelijke kwaliteitsverbetering ook een bijdrage te leveren aan de ambities van het Waterschap op het gebied van water en natuurontwikkeling. Deze paragraaf betreft de uitwerking van de reactie op de ingediende watertoets. VERKEER EN PARKEREN Het beperken van de nadelige milieugevolgen van het verkeer van personen of goederen naar een inrichting is een te beschermen milieubelang. In deze paragraaf beschouwen wij wat het effect is van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling op dit aspect. De te behandelen onderwerpen zijn: parkeerbehoefte, de inrit tot het bedrijf, verkeersaantrekkende werking van de inrichting en verkeersveiligheid. Grensweg 2a De ontwikkeling aan de Grensweg betreft een bedrijfsontwikkeling waarbij de intensieve veehouderij wordt gesaneerd en wordt vervangen voor een bedrijfsgebouw voor de statische opslag van o.a. caravans. De bestaande inritten aan de noordzijde van het deelgebied worden niet meer bedrijfsmatig gebruikt, alleen nog voor toegang tot het omliggende agrarische land. Er blijven twee inritten over aan de oostzijde van het deelgebied. Dit is een inrit voor het bedrijf en een privé inrit.
Er zal naar verwachting niet meer verkeer worden aangetrokken door deze bedrijfsontwikkeling, in ieder geval vervalt bijna al het zware transport van en naar deze locatie. Parkeren kan plaatsvinden op eigen erf. Koekoek 14 De ontwikkeling aan de Koekoek 14 betreft een beëindiging van de intensieve veehouderij. Hiervoor in de plaats zal de bestaande bedrijfswoning worden herbestemd naar burgerwoning. Daarnaast wordt een nieuwe woning toegevoegd. De bestaande inritten en erfverharding van de bedrijfswoning blijft waar mogelijk intact. De inrit ten oosten van de bestaande bedrijfswoning naar het achterliggende akkerbouwterrein blijft gehandhaafd. De bestaande bedrijfsinrit aan de westzijde van het erf zal worden omgevormd naar een inrit voor de nieuwe woning. Er is dus sprake van één inrit per woonbestemming. Er zal door het beëindigen van deze intensieve veehouderij fors minder verkeer richting deze locatie komen, dit draagt bij aan een verbetering van het woon- en leefklimaat van omwonenden. Parkeren kan plaatsvinden op eigen erf. Hiervoor worden per woning minimaal 2 parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd. Conclusie Het aspect verkeer en parkeren staat niet in de weg voor de realisatie van het planvoornemen. De beëindiging van beide intensieve veehouderijen draagt bij aan het verminderen van het zware verkeer in het buitengebied.
24 MEI 2023
47
Bestemmingsplan Grensweg 2a - Koekoek 14 Siebengewald Toelichting
KABELS EN LEIDINGEN Er liggen binnen beide deelgebieden geen te beschermen kabels of leidingen, zo blijkt ook uit de toets in het kader van externe veiligheid. Voorafgaand aan bouw- of sloopwerkzaamheden wordt door de aannemer een zogenaamde CLIK melding gedaan. Dit aspect staat niet in de weg voor de beoogde planontwikkeling.
24 MEI 2023
48
Bestemmingsplan Grensweg 2a - Koekoek 14 Siebengewald Toelichting
JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING INLEIDING Het bestemmingsplan kan, afhankelijk van het gevoerde beleid van de gemeente, een meer of minder globaal karakter dragen. Met voorliggend bestemmingsplan wordt een planologischjuridische regeling gegeven voor de ten behoeve van de bedrijfsverplaatsing te realiseren herontwikkeling van het plangebied. Voor de gronden is een relatief gedetailleerde bedrijfsbestemming opgenomen die specifiek gericht is op het beoogde gebruik. Er is een verkeersbestemming opgenomen ter plaatse van de beoogde bedrijfsinrit, waar tevens een privaatrechtelijk recht van overpad geldt. Tevens is er een agrarische bestemming opgenomen en een specifieke bestemming voor het realiseren van natuurontwikkeling aan de oostzijde van het plangebied. Voor deze plansystematiek aansluiting gezocht bij het voorontwerpbestemmingsplan Buitengebied. De planregels zijn verder afgestemd op de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012), d.d. 18 april 2012. ALGEMENE TOELICHTING VERBEELDING De verbeelding heeft een belangrijke rol bij het bepalen van de gebruiksmogelijkheden en de bebouwingsmogelijkheden in het plangebied. Daartoe zijn op de verbeelding onder meer bestemmings- en bouwvlakken opgenomen.
Op de verbeelding zijn een aantal zaken weergegeven die de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de gronden in het plangebied beperken ten opzichte van de huidige verbeelding zoals opgenomen in het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2018’. Het gaat om de volgende bestemmingen en aanduidingen die afwijken van het vigerende bestemmingsplan: Bedrijfsbestemming; Woonbestemming. In paragraaf 5.4 wordt nader toegelicht wat de functie is van het opnemen van deze bestemmingen en aanduidingen in het bestemmingsplan. Op beide locaties zijn het bouwvlak, de functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’ en de functieaanduiding ‘erf’ niet langer opgenomen. Hiermee is voor beide locaties het agrarische bedrijf wegbestemd en de intensieve veehouderij op beide locaties planologisch beëindigd. NADERE TOELICHTING OP DE REGELS De SVBP2012 geeft een verplichte indeling van de hoofdstukken van de regels uit oogpunt van leesbaarheid en raadpleegbaarheid: Hoofdstuk 1 Inleidende regels (begrippen en wijze van meten). Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels (bestemmingen). Hoofdstuk 3 Algemene regels (anti-dubbeltelregel en algemene afwijkingsregels). Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels (overgangsrecht en slotregel).
24 MEI 2023
49
Bestemmingsplan Grensweg 2a - Koekoek 14 Siebengewald Toelichting
5.3.1
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
ARTIKEL 1: BEGRIPPEN Het opnemen van begripsbepalingen is beperkt tot die begrippen, waarbij sprake is van een (mogelijke) afwijkende betekenis in het algemeen spraakgebruik en/of technische begrippen, waarbij een vereenvoudigde omschrijving de leesbaarheid bevordert. Begrippen die zijn voorgeschreven in de SVBP2012 zijn conform overgenomen.
ARTIKEL 2: WIJZE VAN METEN Ter adstructie van de in de regels aangegeven afmetingen is aangegeven waar en hoe deze worden gemeten. 5.3.2
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
De regels van een bestemming zijn als volgt opgebouwd en benoemd, waarbij een bestemmingsregel niet alle elementen hoeft te bevatten: bestemmingsomschrijving; bouwregels; nadere eisen; afwijken van de bouwregels; specifieke gebruiksregels; afwijken van de gebruiksregels; omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; wijzigingsbevoegdheid.
BESTEMMINGSOMSCHRIJVING De bestemmingsomschrijving omvat een opsomming van de functies/ gebruiksmogelijkheden binnen de gegeven bestemming. Deze opsomming is van wezenlijk belang, aangezien zij de basis vormt voor de overige op de bestemming betrekking hebbende regels.
BOUWREGELS In de bouwregels zijn objectieve regels gesteld met betrekking tot de plaats en de afmetingen van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
NADERE EISEN Hierin zijn onderdelen opgenomen waarin het college van burgemeester en wethouders nadere eisen kan stellen.
AFWIJKEN VAN DE BOUWREGELS Hierin zijn mogelijkheden opgenomen om in beperkte mate af te wijken van de opgenomen bouwregels indien aan de opgenomen voorwaarden wordt voldaan.
24 MEI 2023
50
Bestemmingsplan Grensweg 2a - Koekoek 14 Siebengewald Toelichting
OMGEVINGSVERGUNNING VOOR HET UITVOEREN VAN WERKEN, GEEN BOUWWERKEN ZIJNDE EN WERKZAAMHEDEN Om de kwaliteiten van een bestemming te beschermen, is een aantal werken en werkzaamheden niet zonder meer toegestaan, maar alleen nadat een omgevingsvergunning is verkregen. De desbetreffende werken en werkzaamheden en de toetsingscriteria voor de beoordeling van een aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn hier opgenomen.
WIJZIGINGSBEVOEGDHEID Naast afwijkingen van de regels kan een bestemmingsplan wijzigingsbevoegdheden bevatten om flexibiliteit te bieden. Het wijzigen van een plan is een bevoegdheid die aan burgemeester en wethouders toekomt. Er zijn in het plan geen wijzigingsbevoegdheden meer opgenomen. 5.3.3
Hoofdstuk 3 Algemene regels
Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat bij opeenvolgende aanvragen om omgevingsvergunning waarbij een bepaalde oppervlakte aan grond als voorwaarde is geformuleerd, dezelfde grond opnieuw bij de afweging omtrent vergunningverlening wordt betrokken. De antidubbeltelregel wordt conform art. 3.2.4 Bro overgenomen in het bestemmingsplan. Daarnaast zijn ook algemene gebruiks- en afwijkingsregels opgesteld. Er is in de regels geen aparte gebruiksbepaling met gebruiksverbod opgenomen. De Wet algemene bepaling omgevingsrecht voorziet daarin (art. 2.1 lid 1 Wabo). 5.3.4
Hoofdstuk 4 Overgangsrecht en slotregel
In het bestemmingsplan is het overgangsrecht conform de artikelen 3.2.1 en 3.2.2 Besluit ruimtelijke ordening opgenomen. In de slotregel is aangegeven onder welke benaming het bestemmingsplan wordt aangehaald. SPECIFIEKE BESTEMMINGEN EN AANDUIDINGEN De bestemmingsregels in dit plan sluiten aan bij het bestemmingsplan Buitengebied 2018 van de gemeente Bergen. In deze paragraaf wordt ingegaan op de plan specifieke wijzigingen ten opzichte van de hiervoor genoemde plannen die zijn doorgevoerd in deze partiele herziening. 5.4.1
Plan specifieke begrippen
De niet van toepassing zijnde begrippen uit het bestemmingsplan Buitengebied 2018 zijn niet opgenomen. Alleen begrippen die ook terug komen in de regels zijn in principe opgenomen onder artikel 1. 5.4.2
Bestemmingen en aanduidingen
Agrarisch In artikel 3 is de enkelbestemming ‘Agrarisch’ opgenomen, dit is van toepassing op beide deelgebieden. In tegenstelling tot het vigerende bestemmingsplan wordt geen bouwvlak meer opgenomen binnen de agrarische bestemming.
24 MEI 2023
51
Bestemmingsplan Grensweg 2a - Koekoek 14 Siebengewald Toelichting
Bedrijf In artikel 4 is een bestemming ‘Bedrijf’ opgenomen ter plaatse van de locatie Grensweg 2a. Deze bestemming is toegepast ter plaatse van de resterende bedrijfswoning, de achterliggende loods en het nieuw op te richten bedrijfsgebouw ten behoeve van de bedrijfsactiviteiten. Op basis van de plansystematiek van het bestemmingsplan Buitengebied 2018 zijn binnen de bedrijfsbestemming bedrijvigheid in milieucategorie 1 en 2 toegestaan, voor zover de bedrijvigheid is opgenomen in de als bijlage 1 bij de regels opgenomen Staat van bedrijvigheid. Omdat hiermee nog niet het beoogde gebruik voor statische opslag (caravanstalling) is geregeld, is daarnaast specifiek een functieaanduiding ‘caravanstalling en statische opslag’ opgenomen. Hiermee is voor initiatiefnemers en omwonenden duidelijk wat het primair beoogde gebruik van de bedrijfsbestemming is. Binnen de bedrijfsbestemming is een bouwvlak opgenomen. Wonen In artikel 5 is de enkelbestemming ‘Wonen’ opgenomen, met de bijbehorende regels. Deze bestemming is neergelegd ter plaatse van de voormalige bedrijfswoning aan de Koekoek 14 en de nieuw op te richten woning aan de Koekoek. De omvang van het bestemmingsvlak is afgestemd op de bestemmingsvlakken van naastgelegen woningen. Bij deze beide woningen zijn elk 200 m2 aan bijgebouwen toegestaan, dit in lijn met het genomen principebesluit.
Waarde – Archeologie 5 In artikel 6 is een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’ opgenomen. Deze bestemming is opgenomen ter bescherming van de middelhoge archeologische waarde van het deelgebied aan de Koekoek 14. Artikel 7-11 zijn de algemene regels uit het bestemmingsplan Buitengebied opgenomen. Artikel 12 is het standaard overgangsrecht inzake bouwen en gebruik. Artikel 13 is de standaard slotregel. Er zijn vier bijlagen bij de regels. Bijlage 1 betreft de standaard staat van bedrijfsactiviteiten zoals ook opgenomen bij het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2018, 1e herziening. Bijlage 2 betreft het beplantingsplan voor de locatie Grensweg 2a en bijlage 3 betreft het beplantingsplan voor de locatie Koekoek 14. In bijlage 4 is de geschiktheidskaart zonne- en windenergie Bergen opgenomen.
24 MEI 2023
52
Bestemmingsplan Grensweg 2a - Koekoek 14 Siebengewald Toelichting
UITVOERBAARHEID ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID Op 1 juli 2008 is samen met de Wet ruimtelijke ordening (Wro) de Grondexploitatiewet (Grexwet) in werking getreden. In deze Grexwet is bepaald dat een gemeente bij het vaststellen van een planologische maatregel, die mogelijkheden biedt voor de bouw van één of meer hoofdgebouwen, verplicht is maatregelen te nemen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan. Voor de ontwikkeling van dit plan is er sprake van een particulier initiatief. De gemeente Bergen zal in het kader van het bepaalde in de Grexwet daarom alle door de gemeente te maken kosten verhalen op de initiatiefnemer. De initiatiefnemer zal derhalve met de gemeente Bergen een anterieure overeenkomst sluiten. In deze overeenkomst zijn onder andere de verplichtingen van de initiatiefnemer met betrekking tot het planschadeverhaal opgenomen. De economische uitvoerbaarheid is hiermee voldoende aangetoond. Derhalve is het opstellen van een exploitatieplan niet aan de orde. MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID Het bestemmingsplan zal conform de wettelijke vereisten kenbaar worden gemaakt.
Naar aanleiding van inspraakreacties en eventuele zienswijzen op het bestemmingsplan vindt een heroverweging op deze onderdelen plaats en kan besloten worden onderhavig bestemmingsplan op een aantal punten te wijzigen.
24 MEI 2023
53
Bestemmingsplan Grensweg 2a - Koekoek 14 Siebengewald Toelichting
PROCEDURE INSPRAAKPROCEDURE In de Gemeentewet is bepaald dat de gemeenteraad een inspraakverordening dient vast te stellen, waarin geregeld wordt op welke wijze ingezetenen en andere belanghebbenden bij de voorbereiding van een bestemmingsplan worden betrokken. In de inspraakverordening is aangegeven dat inspraak wordt verleend wanneer dit wettelijk verplicht is. Daarnaast kan elk bestuursorgaan ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden besluiten of inspraak wordt verleend. OVERLEG EX ARTIKEL 3.1.1. BRO Artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan burgemeester en wethouders overleggen met het bestuur van het bij het plan betrokken waterschap. Waar nodig plegen zij tevens overleg met besturen van andere gemeenten, met de provincie, de inspecteur voor de ruimtelijke ordening en met eventuele andere diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Conform artikel 3.1.1 Bro worden de provincie Limburg en Waterschap Limburg in het kader van dit bestemmingsplan betrokken in het vooroverleg. ZIENSWIJZEN Op basis van de vooroverlegreacties en ambtshalve wijzigingen wordt het ontwerpbestemmingsplan opgesteld.
Op de voorbereiding van een bestemmingsplan is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, met dien verstande dat door een ieder gedurende een termijn van zes weken zienswijzen omtrent het ontwerp bij de gemeenteraad naar voren kunnen worden gebracht. De samenvatting en beantwoorden van deze zienswijzen worden ook opgenomen in dit hoofdstuk. Het ontwerpbestemmingsplan heeft ter inzage gelegen vanaf XX tot en met XX. Gedurende deze inzage termijn zijn wel/geen zienswijzen ingediend.
24 MEI 2023
54
Bestemmingsplan Grensweg 2a - Koekoek 14 Siebengewald Toelichting
BIJLAGEN
24 MEI 2023
55
Bestemmingsplan Grensweg 2a - Koekoek 14 Siebengewald Toelichting
BIJLAGE 1: SITUATIESCHETSEN
24 MEI 2023
56
Bestemmingsplan Grensweg 2a - Koekoek 14 Siebengewald Toelichting
Grensweg 2a
24 MEI 2023
57
Bestemmingsplan Grensweg 2a - Koekoek 14 Siebengewald Toelichting
Koekoek 14
24 MEI 2023
58
Bestemmingsplan Grensweg 2a - Koekoek 14 Siebengewald Toelichting
BIJLAGE 2 BEPLANTINGSPLAN GRENSWEG 2A
24 MEI 2023
59
Bestemmingsplan Grensweg 2a - Koekoek 14 Siebengewald Toelichting
BIJLAGE 3: BEPLANTINGSPLAN KOEKOEK 14
24 MEI 2023
60
Bestemmingsplan Grensweg 2a - Koekoek 14 Siebengewald Toelichting
BIJLAGE 4: RESULTATEN CUMULATIE GEUR
24 MEI 2023
61
Bestemmingsplan Grensweg 2a - Koekoek 14 Siebengewald Toelichting
BIJLAGE 5 AKOESTISCH ONDERZOEK KOEKOEK 14
24 MEI 2023
62
Bestemmingsplan Grensweg 2a - Koekoek 14 Siebengewald Toelichting
BIJLAGE 6 BODEMONDERZOEK GRENSWEG 2A
24 MEI 2023
63
Bestemmingsplan Grensweg 2a - Koekoek 14 Siebengewald Toelichting
BIJLAGE 7 BODEMONDERZOEK KOEKOEK 14
24 MEI 2023
64
Bestemmingsplan Grensweg 2a - Koekoek 14 Siebengewald Toelichting
24 MEI 2023
65
Regels
bestemmingsplan “Grensweg 2a Koekoek 14” Planstatus: ontwerp Datum: Plan identificatie: NL.IMRO.0893.22002GR2ASIE-ON01 Auteur: mjong
1 Inleidende regels .................................................................................................................................. 4 Artikel 1 Begrippen .............................................................................................................................. 4 Artikel 2 Wijze van meten ................................................................................................................. 13 2 Bestemmingsregels ............................................................................................................................ 15 Artikel 3 Agrarisch ............................................................................................................................. 15 Artikel 4 Bedrijf .................................................................................................................................. 17 Artikel 5 Wonen................................................................................................................................. 19 Artikel 6 Waarde - Archeologie 5 ...................................................................................................... 23 3 Algemene regels .................................................................................................................................
28 Artikel 7 Anti-dubbeltelregel ............................................................................................................. 28 Artikel 8 Algemene bouwregels ........................................................................................................ 28 Artikel 9 Algemene gebruiksregels .................................................................................................... 29 Artikel 10 Algemene afwijkingsregels ............................................................................................... 30 Artikel 11 Algemene wijzigingsregels ................................................................................................ 31 4 Overgangs- en slotregels .................................................................................................................... 32 Artikel 12 Overgangsrecht ................................................................................................................. 32 Artikel 13 Slotregel ............................................................................................................................ 32
2
3
1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen 1.1 plan het bestemmingsplan 'Grensweg 2a - Koekoek 14' met identificatienummer NL.IMRO.0893.22002GR2ASIE-ON01 van de gemeente Bergen. 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5 aan-huis-verbonden-bedrijf het door de bewoner van de (bedrijfs)woning bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, geheel of overwegend door handwerk, dat door zijn beperkte omvang in een (bedrijfs)woning en daarbij behorende bijbehorende bouwwerken met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend, niet zijnde detailhandel, behoudens de beperkte verkoop van artikelen verband houdende met de activiteiten. 1.6 aan-huis-verbonden-beroep een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een (bedrijfs)woning en daarbij behorende bijbehorende bouwwerken, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend.
1.7 afhankelijke woonruimte een (aangebouwd) bijgebouw dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding gehuisvest is. 1.8 agrarisch bedrijf een bedrijf, gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren. 1.9 archeologische waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende archeologische relicten (resten uit het verleden).
4
1.10 archeologische verwachting de aan een gebied toegekende waarde in verband met de kans op het voorkomen van archeologische relicten (resten uit het verleden). 1.11 archeologisch onderzoek een onderzoek verricht door of namens de gemeente of door een dienst, bedrijf of instelling, beschikkend over een certificaat ex artikel 5.1 van de Erfgoedwet en werkend volgens de Kwaliteitsnorm van de Nederlandse Archeologie (KNA). Een archeologisch onderzoek is slechts afgerond zodra een archeologisch rapport ter goedkeuring aan de gemeente kan worden overlegd. 1.12 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.13 bebouwingspercentage een op de kaart aangeven percentage, dat de grootte van het deel van het bouwvlak, aanduidingsvlak of bestemmingsvlak aangeeft, dat maximaal mag worden bebouwd door gebouwen en overkappingen. 1.14 bed & breakfast het bieden van recreatief nachtverblijf, kortdurend, in de vorm van logies met ontbijt, in het hoofdgebouw of in één van de bestaande bijbehorende bouwwerken.