CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Aanvalsplan Participatiewet 2025 - 2028 versie 4 198541

Gemeenteraad 16 december 2025, gemeente BergenBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen aanvalsplan participatiewet;15.166 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De gevestigde ondernemer Ook de gevestigde ondernemer die in bijstand behoevende omstandigheden verkeert of dreigt te geraken kan onder voorwaarden een beroep doen op het Bbz. Indien vanwege tijdelijke inkomensproblemen niet in het levensonderhoud kan worden voorzien kan periodieke uitkering

22

worden toegekend gedurende maximaal 12 maanden. In geval van externe omstandigheden is verlenging met maximaal 24 maanden mogelijk. Het inkomen uit onderneming wordt aangevuld tot de bijstandsnorm. Als het voortbestaan van een levensvatbaar bedrijf of zelfstandig beroep gevaar loopt, kan er dringend behoefte zijn aan bedrijfskapitaal. Bedrijfskapitaal wordt op grond van het Bbz verstrekt in de vorm van een rentedragende lening. Het maximumbedrag van de lening is € 253.420 (norm juli 2025). De rente staat vast gedurende de gehele looptijd van de lening. Het actuele rentepercentage bedraagt 8% (norm juli 2025). De lening moet in maximaal 10 jaar worden terugbetaald. De beëindigende ondernemer De ondernemer die zijn of haar bedrijf moet beëindigen omdat het bedrijf niet levensvatbaar is, kan aanspraak maken op maximaal 12 maanden aanvullende periodieke uitkering. Onder bepaalde voorwaarden is verlenging met nog eens 12 maanden mogelijk. De uitkering is bedoeld om te voorzien in de kosten van levensonderhoud. De oudere ondernemer De ondernemer die geboren is voor 1 januari 1960, met een niet levensvatbaar bedrijf en een blijvend inkomen uit bedrijf of beroep beneden de bijstandsnorm kan aanspraak maken op een aanvulling op het inkomen tot de pensioengerechtigde leeftijd.

Daarnaast kan eenmalig een bedrag van maximaal € 12.671 (norm 1 juli 2025) worden toegekend om achterstallige schulden af te lossen. Voorwaarde is dat minimaal 10 jaar een bedrijf is uitgeoefend en dat het bruto-inkomen uit bedrijf minimaal € 10.065 (norm 1 juli 2025) per jaar bedraagt.

23

5. Pijler 1:

Instroom

We hebben de participatie en re-integratie-instrumenten opgedeeld in een drietal pijlers: Instroom, doorstroom en uitstroom. De eerste pijler is de pijler instroom. Inwoners komen bij de gemeente in beeld wanneer zij een aanvraag indienen voor een bijstandsuitkering. De gemeente beoordeelt de uitkering (rechtmatigheid) en voorziet de mensen van een basisinkomen op minimumniveau. Het vangnet van de sociale zekerheid dient zo kort mogelijk gebruikt te worden en mensen dienen dan ook zo snel als dat mogelijk is ondersteuning te krijgen om weer op weg naar werk en participatie geholpen te worden (doelmatigheid).

5.1 Landelijke lijn vereenvoudiging aanvraagprocedure en wijzigingen vaststellen recht op bijstand, lokaal doorvertaald De komende jaren zal de Participatiewet op een aantal onderdelen worden aangepast om meer maatwerk mogelijk te maken voor gemeenten. De ‘Participatiewet in balans’ zal vanaf 2026 een aantal maatregelen met zich meebrengen, vooruitlopend op een later fundamentele herziening van de huidige Participatiewet, welke zijn oorsprong had in 2015. Deze aanstaande aanpassingen hebben voor wat betreft de aanvraagprocedure wijzingen waar ook de gemeente Bergen (L) uitvoering aan zal geven. Hierin gaat het vooral om het eenvoudiger kunnen indienen van een aanvraag bijstand en kan de gemeente bepalen dat jonge aanvragers (tot 27 jaar) niet meer gebruik hoeven te maken van de zoektermijn van 4 weken. Met de aanstaande komst van een nieuw werkcentrum, zal de mogelijkheid tot toegang van een loketfunctie in de gemeente Bergen (L) gerealiseerd gaan worden. Ook de digitale toegankelijk wordt verbeterd. Hoewel de uitwerking nog niet concreet uitgewerkt is, achten we een fysiek loket voor enkele dagdelen per week gelokaliseerd in de gemeente Bergen tot de mogelijkheden. Wellicht dat de bibliotheek hier een passende locatie voor zou kunnen zijn. De concrete uitwerking hiervan zal vanaf 2026 verder verkend worden, zowel lokaal als regionaal.

De wijzingen hebben deels ook betrekking op het vaststellen van recht op bijstand. Zo wordt in de nieuwe maatregelen uniform verrekend in geval mensen met een bijstandsuitkering gedeeltelijke inkomsten hebben, dat betekent dat betreffende inwoners niet meer maandelijks hun loonstroken hoeven in te leveren. Ook is er een mogelijkheid tot de inzet van een bufferbudget in het individuele geval en mogen bijstandsgerechtigden een klein gedeelte bijverdienen (tot maximaal 15% voor een periode van 12 maanden). Ook wordt wettelijk geregeld dat giften tot een maximum van € 1200 per jaar dienen te worden vrijgelaten. Dit hebben we in Bergen overigens inmiddels in het huidige beleid al eerder bepaald en vastgesteld12.

5.2

Onderlinge afstemming consulenten werk en uitkering

Om het bijstandsbestand goed in beeld te krijgen en te houden is het van belang dat er goede afstemming plaatsvindt tussen de consulenten. We doen dat op de onderdelen rechtmatigheid en doelmatigheid. Consulenten dragen tevens zorg voor een juiste verwerking van de gegevens, zoals bijvoorbeeld een (leef/re-integratie)plan en de voortgangsrapportages in het digitale clientvolgsysteem (suite). Zo kan altijd realtime de juiste informatie opgezocht en aangeleverd worden. Van iedere bijstandsgerechtigde die ondersteuning ontvangt gericht op arbeidsinschakeling worden de gemaakte afspraken vastgelegd in de suite. Hierin staan de acties en de afspraken beschreven die de consulenten maken met de bijstandsgerechtigde zodat zij dat als rode draad kunnen 12

Beleidsregel middelentoets Participatiewet gemeente Bergen (L) 2024 | Lokale wet- en regelgeving

24

monitoren. Hierbij is het belangrijk dat dit systeem nauwkeurig gevuld wordt omdat de gegevens die hieruit ontleend worden, belangrijke stuurinformatie bevatten waarop gemonitord, geëvalueerd en gerapporteerd kan worden. Door middel van de keuze die nu gemaakt is om de focus te leggen op bijstandsgerechtigden met ontwikkelperspectief gericht op het zetten van stappen op de participatieladder, worden deze bijstandsgerechtigden frequenter gesproken dan de bijstandsgerechtigden die geen ontwikkelperspectief hebben. Op die manier wordt gestuurd op het (ontwikkel)rendement van de populatie in zijn totaliteit. Het komende jaar zal verder geïnvesteerd worden in de derde consulent re-integratie welke eind 2025 in dienst is gekomen. Daarmee kunnen we meer in eigen beheer uitvoeren en besparen we op de kosten voor de inkoop van diensten. Hij of zij zal vooral worden ingezet op diensten op het gebied van re-integratie, arbeidsbemiddeling en jobcoaching. Bij het gesprek rondom de aanvraag wordt aansluitend het gesprek gevoerd met de consulent re-integratie om zodoende meteen bij de aanvraag bijstand de focus te leggen op de weg terug naar werk.

5.3

Poortwachteren bij aanvraag

De gemeente Bergen (L) is streng maar rechtvaardig aan de poort. Inwoners die een aanvraag indienen (digitaal dan wel via een aanvraagformulier) dienen alle benodigde stukken aan te leveren zodat de consulenten over de juiste informatie beschikken en een besluit kunnen laten nemen (door het college) op de bijstandsaanvraag. Bij onvolledige aanvragen of aanvragen waarvan het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld, wordt de uitkering niet toegekend. De consulenten zijn streng conform de regels, maar rechtvaardig. Het aanvragen van bijstandsuitkeringen wordt wat dat betreft niet ontmoedigd maar wel kritisch getoetst. In het licht van de nieuwe Participatiewet in balans kunnen de consulenten in de toekomst meer maatwerk toepassen en afwegingen maken in het individueel belang. Dat maakt de beoordeling meer passend bij de tijd van nu, en geeft de inwoners meer de kans dan voorheen, om daar waar de wet het toelaat, te participeren naar vermogen en bijvoorbeeld in breder verband mantelzorgtaken uit te kunnen voeren zonder dat dit gevolgen heeft voor de uitkering (o.a. met betrekking tot gezamenlijke huishouding). In de komende jaren zal met de komst van de Participatiewet in balans hierin ook in Bergen de juiste balans gezocht moeten worden. De consulenten gaan hiervoor trainingen volgen en er worden intervisie bijeenkomsten georganiseerd om ervaringen uit te wisselen.

5.4

De Sociaal Rechercheur

Indien uit de aanvraag blijkt dat er vermoedens zijn dat er onjuistheden zijn in het dossier of de consulent vermoedt dat er zaken niet in orde zijn, kan de sociale recherche worden ingezet. De gemeente Bergen (L) heeft hiertoe een sociaal rechercheur in dienst genomen per 1 december 2025. Deze sociaal rechercheur gaat tevens werken voor de gemeente Beesel en Gennep. De 3 gemeenten trekken daarin gezamenlijk op. De komende jaren gaan we dat op een iets andere manier invullen, hoe we dat precies gaan doen is nu nog in ontwikkeling. De samenwerkingsovereenkomst met de Venlo is inmiddels opgezegd en stopt per 1-1-2026. De sociaal rechercheur heeft extra bevoegdheden om onder andere huisbezoeken af te leggen en bijvoorbeeld op locaties te posten om duidelijkheid te verkrijgen over bijvoorbeeld de woonsituatie van de aanvrager. Het komt ook voor dat de gemeente (anonieme) tips ontvangt die vragen om nader onderzoek. Ook op die lopende uitkeringsdossiers kan de sociale recherche met haar extra taken en bevoegdheden de consulenten van nadere informatie voorzien. De achterliggende jaren hebben we gezien dat een goed poortwachterbeleid leidt tot minder nietrechtmatige toekenningen. Een deel van die aanvragen worden ingetrokken dan wel niet toegekend. Gemiddeld genomen worden er per jaar ongeveer 20 aanvragen aan de voorkant

25

afgehouden. Dat is overigens niet alleen toe te wijzen aan de sociale recherche. Aanvragers trekken

om verschillende redenen aanvragen in of zetten de aanvraag niet verder door. 5.5

Iedereen een (traject)plan

De absolute basis van succesvolle re-integratie en arbeidsbemiddeling is een gedegen trajectplan. In Bergen hebben we de afspraak gemaakt dat alle bijstandsgerechtigden een trajectplan hebben. Deze is opgesteld door de consulent naar aanleiding van de input vanuit de intake en voortgangsgesprekken met de bijstandsgerechtigden. In dat trajectplan staat naast de NAW-gegevens en de algemene informatie beschreven welke relevante werkervaring iemand heeft en welke mogelijkheden er zijn richting arbeidsparticipatie. Die bepalen vervolgens welke stappen in het plan gezet dienen te worden om het uiteindelijke doel te bereiken. Doorgaans is het doel het zo hoog mogelijk op de participatieladder deelnemen aan de samenleving. Het hebben van een trajectplan voor iedere bijstandsgerechtigde is als specifiek doel opgenomen omdat we geloven dat een solide basis van een plan voor alle partijen duidelijkheid geeft welke stappen er gezet dienen te worden. Het opgestelde trajectplan wordt door zowel de gemeente als de bijstandsgerechtigde ondertekend en vormt de basis.

5.6

Medisch arbeidskundige onderzoeken en praktijkdiagnose

Om een traject goed te kunnen vormgeven is een duidelijke foto van het startpunt vaak essentieel. Meestal kunnen de consulenten zelf een behoorlijk goed beeld vormen van de actuele situatie en de perspectiefsituatie. Dat is in dit beleidsplan ook de basis voor de verschillende soorten van dienstverlening. Indien de consulent onvoldoende in beeld heeft wat de huidige situatie is of geen goed beeld heeft van de perspectiefsituatie dan zal daarin extra onderzoek ingezet worden. Er kan een medisch arbeidskundig onderzoek ingezet worden met een heldere vraagformulering van wat de onduidelijkheid is en waar de consulent een antwoord op wil krijgen. Dit speelt doorgaans het meeste bij mensen die klachten ervaren en waarvan niet duidelijk genoeg is hoe die klachten zich verhouden tot de mogelijkheden voor werk, dan wel waarmee bij de zoektocht naar een passende werkplek rekening gehouden dient te worden. Deze onderzoeken worden extern ingekocht. Indien er wel klachten zijn vastgesteld maar de werkplek aan aanpassingen dient te voldoen, dan kan hiertoe bijvoorbeeld een praktijkdiagnose worden ingezet. De bijstandsgerechtigde kan dan geplaatst worden op een werkplek waarbij hij of zij kan ervaren wat er nodig is om het werk passend te maken.

Ook kan een praktijkdiagnose worden ingezet wanneer nog onvoldoende duidelijk is, ook bij de deelnemer zelf, waar mogelijk passende richtingen op het gebied van arbeid zouden kunnen liggen. Een praktijkdiagnose kan dat beeld verhelderen door de deelnemers op verschillende werkplekken werk te laten ervaren. Intos is hierin een belangrijke partner, juist omdat zij met de verschillende afdelingen intern en extern een behoorlijk breed pallet aan verschillende werksoorten hebben, welke zij aanbieden. De praktijkdiagnose is een instrument welke doorgaans extern wordt ingekocht.

5.7

Direct aan het werk

De direct aan het werkplekken vanuit de gemeente zelf: door als gemeente werkplekken (additioneel) aan te bieden aan bijstandsgerechtigden, kan direct van hen een tegenprestatie gevraagd worden. Zodra er recht op uitkering ontstaat of bijstandsgerechtigden zich melden, kan direct worden ingezet op het leveren van een tegenprestatie voor de uitkering. Een voorbeeld

26

hiervan is het opruimen en netjes houden van de openbare ruimten, plantsoenen, pleinen, straten, etc. In samenwerking met de buitendienst wordt hieraan nadere invulling gegeven. Verderop in dit plan in hoofdstuk 6 (doorstroom) staan hiervan de plannen nader toegelicht. We vinden het van belang dat wanneer de mensen in een uitkeringssituatie (dreigen) terecht te komen, de focus vrijwel direct gericht is op activatie, participatie en (betaald of onbetaald) werk. Vanuit die overtuiging is de werkafspraak gemaakt dat na het gesprek over de aanvraag van de uitkering, aansluitend een gesprek gevoerd wordt met de re-integratieconsulent. Na het van het intakegesprek voor de uitkering sluit direct de consulent re-integratie aan bij het gesprek om meteen afspraken te maken over participatie, activatie, work-first, etc. Zo worden de mensen actief (gehouden). Door een inwoner direct te laten participeren, voorkomen we dat zij mogelijk terechtkomen in een isolement en behouden zij het gevoel erbij te horen en nuttig te zijn.

6. Doorstroom (pijler 2) Naast het zorgen dat aan mensen die recht hebben op inkomensondersteuning bijstand wordt verleend, heeft de gemeente de taak om die mensen ondersteuning te bieden gericht op arbeidsinschakeling. Zowel daar waar het betaalde arbeid en het zorgen dat mensen participeren in de maatschappij en als daar waar mogelijk ook een passende tegenprestatie geleverd kan worden voor de uitkering. We willen de bijstandsgerechtigden met ontwikkelperspectief dan ook passende ondersteuning bieden om hen in die ontwikkeling te helpen. We hebben eerder in het aanvalsplan beschreven dat we veel belang hechten aan participeren van de inwoners in de volle breedte. Juist ook voor de inwoners voor wie betaalde arbeid (nog) niet haalbaar is, onderkennen we dat het actief blijven in de samenleving door het doen van vrijwilligerswerk, het leveren van een tegenprestatie, het mantelzorgen of het volgen van scholing om aan je eigen skills te werken, bijdragen aan een samenleving waarin mensen gezonder en gelukkiger zijn. Het vergroot eigenwaarde, geeft zelfvertrouwen, zingeving en structuur. In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de verschillende instrumenten die kunnen worden ingezet om inwoners ondersteuning te bieden om een actieve rol te blijven spelen in de samenleving. Daar waar mogelijk gericht op ontwikkeling en verbetering van het perspectief voor de inwoner.

6.1

Breed offensief

Het “Breed Offensief” welke in 2023 van start is gegaan heeft al een aantal wijzigingen met zich meegebracht, met name gericht op het aan het werk krijgen en aan het werk kunnen houden van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Doelen vanuit het Breed Offensief zijn er hoofdzakelijk op gericht om het voor werkgevers makkelijker te maken mensen met een arbeidsbeperking aan te nemen en het duurzaam in dienst te kunnen houden. Het moet daarbij ook aantrekkelijker worden voor mensen met een arbeidsbeperking om aan het werk te gaan (bijvoorbeeld meer inkomen). Daarnaast is het doel dat werkgevers en werkzoekenden elkaar in de toekomst makkelijker vinden. Hierop heeft de gemeente Bergen in 2023 ook haar re-integratieverordening13 en in 2024 de bijbehorende beleidsregels14 aangepast. Het is daarmee voor werkgevers en werkzoekenden eenvoudiger om de re-integratie-instrumenten die voor hen beschikbaar zijn ook daadwerkelijk laagdrempelig in te kunnen zetten.

13 14

Re-integratie Verordening Participatiewet gemeente Bergen (L) 2023 | Lokale wet- en regelgeving Beleidsregel Re-integratie Participatiewet gemeente Bergen (L) 2024 | Lokale wet- en regelgeving

27

6.2

Oriëntatieplaatsen, participatieplaatsen, stageplaatsen en leer-werkplekken

Voor een relatief grote groep bijstandsgerechtigden is een directe stap naar werk te groot. Als tussenoplossing kan dan bijvoorbeeld een stageplaats of een participatieplaats worden ingezet. De consulenten zoeken samen met de bijstandsgerechtigde naar een mogelijke plek en maken bij een gevonden match daarover afspraken met de stagebiedende organisatie. Het doel is erop gericht dat de bijstandsgerechtigde werkervaring opdoet zodat de afstand tot de arbeidsmarkt hiermee verkleind wordt. In Bergen maken we relatief veel gebruik van deze instrumenten. De consulenten hebben inmiddels een uitgebreid netwerk aan werkgevers (lokaal en regionaal) waar deze plekken gerealiseerd kunnen worden. Het opdoen van relevante werkervaring en het aanleren van de basale werknemersvaardigheden leiden ook regelmatig naar een situatie dat de bijstandsgerechtigde na afloop van de stageperiode kan blijven en zo betaald aan de slag kan gaan. Ook de bedrijfsbezoeken welke het college maandelijks aflegt bij lokale ondernemers leidt regelmatig tot nieuwe contacten en mogelijkheden voor de consulenten om het netwerk verder uit te bouwen. Hierin speelt de afstemming met de bedrijvencontactfunctionaris een belangrijke rol. De komende jaren proberen we het netwerk aan werkgevers nog verder uit te bouwen.

6.3

Project ‘op weg’ / bakfietsproject

Door een goede samenwerking binnen het ruimtelijke domein en het sociale domein is het mogelijk om bijstandsgerechtigden deel te kunnen laten nemen aan het project ‘op weg’. In dit project worden een 2-tal elektrische bakfietsen ingezet vanuit de buitendienst om in shifts van ochtenden en middagen bijstandsgerechtigden in te zetten met als doel de gemeente netjes schoon te maken en schoon te houden en tegelijkertijd werkervaring op te doen. Met name gericht op het opruimen van zwerfafval op de openbare plekken zoals het winkelplein rondom het gemeentehuis, het gebied rondom het Reindersmeer, de speeltuintjes in de wijken en bijvoorbeeld plantsoenen en trottoirs. De buitendienst is in dit project een uitgiftepunt van de fietsen in 2 shifts, een ochtendploeg en een middagploeg. Er wordt gewerkt op gebiedsindeling en waar mogelijk in duo-schap zodat er continue sociale controle is. Steekproefsgewijs kan de consulent van de gemeente de verschillende gebieden bezoeken en samen met de deelnemers evalueren en bijsturen waar nodig. Structureel is er een gesprekscyclus met de deelnemers en met de externe begeleider. Het betreft in hoofdzaak tijdelijke deelname voor de deelnemers als springplank naar een nieuwe betaalde werkplek. Tevens is er de mogelijkheid om de bakfietsen in te zetten voor het bieden van vrijwilligerswerk.

Primair ligt echter de focus op (arbeid)participatie van bijstandsgerechtigden. Het project wordt extern begeleid door Buitenkansen (voorheen Noord Limburgs Groen). Zij leveren een begeleider die de aansturing verzorgt van het project. Consulenten maken voor aanvang een afspraak met de begeleider en de deelnemer en zij maken onderling werkafspraken over het aantal uren, de routes, de begeleidingsbehoefte etc. Gedurende de periode dat de deelnemer gekoppeld is aan het project is de externe begeleider het eerste aanspreekpunt. Hij vangt eerste vragen af en regelt de planning en dagelijkse aansturing. Door middel van voortgangsgesprekken wordt gekeken hoe de deelnemer zich ontwikkelt en of de consulent kan gaan zoeken naar de volgende stap, veelal een (werk)plek in het reguliere bedrijfsleven. Ook kan op basis van behoefte en noodzaak vanuit de buitendienst/gemeente aangegeven worden welke gebieden bijvoorbeeld (tijdelijk) extra aandacht krijgen. Zoals de terreinen rondom een evenement. De komende periode gaan we aan de slag om het project verder toekomstbestendig te maken en uit te bouwen. We maken één van de consulenten aandachtfunctionaris voor het project. Hierdoor zal het project meer aandacht krijgen en wordt geprobeerd de 2 bakfietsen welke we nu hebben, uit

28

te breiden naar 3 tot 4 bakfietsen. Ook de werkzaamheden zullen daar waar mogelijk uitgebreid kunnen worden. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het schoon houden van de fiets- en wandelpaden en het bijhouden en wassen van de (bewegwijzering)borden.

6.4

Intos

Intos is voor de gemeente Bergen (L) een belangrijke strategische partner. Na de ontmanteling van de infrastructuur van de WAA, heeft Bergen geen directe mogelijkheid meer om mensen met een intensieve begeleidingsvraag op het gebied van werk in eigen beheer begeleiding aan te bieden. Intos heeft die infrastructuur nog wel en heeft inmiddels ook steeds meer werknemers uit Bergen via de regelingen Garantiebanen en Nieuw Beschut werken in dienst genomen. De gemeente en Intos hebben hier gezamenlijk afspraken over gemaakt. Naast het bieden van werk en begeleiding aan mensen met een indicatie, kan Intos ook ondersteuning en ontzorging bieden op meerdere terreinen binnen de re-integratie en arbeidsbemiddeling. Zij zijn toegelaten tot de gegunde partijen bij de MGR om re-integratiediensten te kunnen uitvoeren namens de gemeenten in NoordLimburg. Ook wij maken gebruik van hun diensten. Zo wordt bijvoorbeeld regelmatig het onderdeel ‘praktijkdiagnose’ ingezet voor onze inwoners. Intos verzorgt ook loonwaardemetingen in opdracht van de gemeente. Door met name de toename van de aantallen Nieuw Beschut werken en Garantiebaan-werknemers, zal de samenwerking met Intos ook de komende jaren verder uitgebouwd worden. Intos is voor de gemeente dé partner waar de mensen met een begeleidingsbehoefte terecht kunnen als het werken in het vrije bedrijf een stap te hoog is.

De diversiteit aan werksoorten en werkzaamheden waarover Intos beschikt, maakt dat zij een partner is waar veel mogelijkheden liggen voor de gemeente Bergen (L).

6.5

Meldon Plastics Bergen

Begin 2024 zijn we als gemeente gestart met een samenwerking tussen Meldon Plastics BV, het UWV en de stichting PSW (begeleidingsorganisatie). Doel van dit project is om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt de kans te geven op een laagdrempelige manier (basale) arbeidsvaardigheden aan te leren zodat zij stappen kunnen zetten op de participatieladder en bij voldoende geschiktheid kunnen worden doorgeplaatst naar betaalde arbeid, zowel binnen als buiten Meldon Plastics BV. De gemeente en het UWV zorgen dat er kandidaten worden voorgesteld en worden aangeleverd voor het project en stichting PSW zorgt voor adequate en passende begeleiding op de werkvloer. De gemeente en het UWV financieren de begeleiding. Het werk wat uitgevoerd wordt, wordt georganiseerd en gefaciliteerd door Meldon Plastics BV. De insteek is dat de groep mensen die deelnemen aan het project, tijdelijk of vast aan het project gekoppeld worden. De tijdelijke deelnemers doen ervaring op en worden na 6 tot 12 maanden doorgeplaatst naar (betaalde) arbeidsplaatsen (mits voldoende ontwikkelt). Deelnemers van wie gedurende het project wordt vastgesteld dat zij structurele begeleiding en ondersteuning nodig hebben om aan het arbeidsproces deel te nemen worden ondersteund in de aanmeldingsprocedure voor de doelgroepen Nieuw Beschut werken of de Garantiebanen.

Indien zij worden toegelaten tot één van die doelgroepen dan zouden zij kunnen worden ingezet binnen Meldon Plastics BV in het trainingsteam, of binnen de reguliere bedrijfsprocessen. Indien zij worden geplaatst in het trainingsteam, dan kan die groep een vaste kern vormen waardoor er altijd een minimum aantal deelnemers binnen het project werkzaam zijn. De overige deelnemers worden aangevuld vanuit het

29

principe van een carrousel waarbij mensen tijdelijk deelnemen en vervolgens elders geplaatst worden. De achterliggende periode is duidelijk geworden dat het project absoluut voorziet in een behoefte. We kunnen niet altijd de 8 deelnemers op iedere dag plaatsen, maar met de samenwerkende partners (UWV, andere gemeenten en WAA) heeft het project momenteel voldoende deelnemers. Ook zijn er inmiddels al resultaten zichtbaar van deelnemers die zowel intern als extern zijn doorgestroomd naar betaalde arbeid. De komende periode blijven we investeren in het project en trachten we daar waar mogelijk soortgelijke projecten op te starten. Hierbij blijft het een uitdaging om voldoende deelnemers te kunnen werven voor de projecten omdat de schaalgrootte van het bijstandsbestand van de gemeente Bergen relatief gezien klein is. In gezamenlijkheid met UWV en andere gemeenten hebben we meer volume en hebben dergelijke projecten ook een grotere kans van (duurzaam) slagen.

6.6

Vrijwilligerswerk en tegenprestatie

Indien er inwoners zijn die nog niet in staat zijn om werkzaamheden te verrichten op de arbeidsmarkt, dan kan ervoor gekozen worden om gezamenlijk te zoeken naar mogelijkheden voor vrijwilligerswerk. Vrijwilligerswerk wordt doorgaans ingezet wanneer de inwoner nog niet beschikbaar is voor de arbeidsmarkt maar wel onder bepaalde voorwaarden een maatschappelijke bijdrage kan leveren aan de samenleving. Vrijwilligerswerk is in de meeste gevallen geregeld bij organisaties die geen direct winstoogmerk hebben. Denk hierbij aan de goederenbank, Maasduinen Staete, werkzaamheden bij een club of vereniging of zorggerelateerde werkzaamheden in het kader van welzijn van zorgbehoevenden (maatjes bij ouderen of kwetsbaren, mantelzorgen, etc.). Tevens kan vrijwilligerswerk worden ingezet als tegenprestatie. De lijn die we in Bergen hanteren is dat iedere bijstandsgerechtigde doet wat binnen zijn of haar mogelijkheden ligt om zich nuttig te maken voor de samenleving. Vrijwilligerswerk geeft structuur, zingeving, daginvulling, sociale interactie en houdt de inwoner actief. Belangrijke onderdelen in het leven waardoor de inwoner en de samenleving weerbaarder en verstevigd worden. Consulenten sluiten aanvankelijk aan bij de wensen en affiniteiten welke de inwoners zelf aandragen. De kans dat het leidt tot een geslaagde match is daarmee het grootst.

Indien binnen dat kader geen passende mogelijkheden gevonden worden, dan zal steeds breder gekeken worden naar mogelijkheden. De consulenten hebben met verschillende (vaak non-profit) organisaties contacten waar doorgaans altijd plek is voor mensen die in het kader van de tegenprestatie/vrijwilligerswerk een bijdrage willen leveren. Daar waar nodig wordt ook begeleiding georganiseerd (en eventueel gefinancierd).

6.7

Duale trajecten

We zien in de combinatie met leren van de Nederlandse taal en het deelnemen aan het arbeidsproces een andere insteek dan jaren geleden. Daar waar vroeger mensen in het kader van de inburgering met name de eerste jaren volop met de taal aan de slag gingen en daarna pas in beeld kwamen richting arbeidsmarkt, ervaren we dat nu totaal anders. De aanpak is er nu steeds meer op gericht om zo snel als het mogelijk is mensen zowel de taal machtig te laten maken, als tevens aan het arbeidsproces deel te laten nemen. Duale trajecten (studie en werk tezamen) worden om die reden steeds belangrijker. De arbeidsmarkt heeft de potentie van werkzoekenden ook nodig op dit moment. Hoe eerder zij de arbeidsmarkt op kunnen, hoe beter.

30

De komende periode gaan we dan ook verder aan de slag om duale trajecten, praktisch gericht bij bedrijven op de werkvloer verdere vorm en inhoud te geven. Nederlands de Baas en de lokale ondernemers worden daarbij nadrukkelijk betrokken vanuit de verschillende programmalijnen die daarvoor worden uitgewerkt. Voorbeelden daarvan zijn de ‘aanpak lage basisvaardigheden’ en het LLOC (Leven Lang Ontwikkelen Collectief). Publiek private samenwerkingen gericht op ontwikkeling en leren van mensen (ook al werkenden). Binnen het project Meldon Plastics BV en vanuit de samenwerking met Intos zijn al de eerste ervaringen op dit gebied opgedaan. Deze blauwdrukken kunnen we ook naar andere werkgevers en projecten uitrollen. Hierbij is het beperkte volume van de gemeente Bergen altijd een uitdaging. Het volume aan (potentiële) deelnemers is voor dit soort projecten voor Bergen moeilijk zelfstandig te dragen. Hierin zoeken we dan ook samenwerkingsmogelijkheden met de (sub)regio. Hierbij is de gemeente Gennep meestal in eerste instantie de gesprekspartner.

6.8

Proefplaatsing

Wanneer bijstandsgerechtigden dicht tegen de arbeidsmarkt aan zitten en er nog een kleine afstand overbrugd moet worden om de werkgever te overtuigen de werkzoekende een kans te bieden, dan kan in bepaalde gevallen een proefplaatsing worden ingezet. Het doel van de proefplaatsing is dat de werkzoekende een afgebakende periode werkzaamheden uitvoert op de functie die bij gebleken geschiktheid aan hem of haar zal worden aangeboden. De werkzoekende kan op deze manier laten zien wat hij waard is en de werkgever overtuigen dat hij in staat is om de werkzaamheden naar behoren uit te voeren. Aan de voorkant stemt de consulent van de gemeente af met de betrokken partijen onder welke voorwaarden de proefplaats wordt ingezet. Die afspraken worden vastgelegd in een overeenkomst. Bij het inzetten van de proefplaatsing is altijd oog voor het verdringingselement. De proefplaatsing mag niet leiden tot verdringing. Ook mag de proefplaatsing waarin de potentiële nieuwe werknemer tijdelijk onbetaalde werkzaamheden verricht in beginsel niet langer duren dan 2 maanden. De consulent volgt de afspraken en ziet erop toe dat de overeengekomen afspraken worden nageleefd. De consulent heeft ook de regie op het evalueren van de proefperiode en de vervolgstappen daarna.

6.9

Scholing

Het blijven leren en blijven ontwikkelen is een beweging die we steeds belangrijker hebben zien worden in de achterliggende periode. We verwachten dat deze trend van leven lang blijven leren de komende decennia alleen maar belangrijker wordt. Als gemeente investeren we hierin, samen met de betrokken partijen op de arbeidsmarkt. Denk aan (mede)financiering door het bedrijfsleven via subsidies, sectorgelden en opleidingsbudgetten. Hierbij richten we ons primair op kortdurende, werkvloer-gerelateerde opleidingen en cursussen waar de werknemers en potentiële werknemers direct baat bij hebben. Voorbeelden hiervan zijn certificaten voor het rijden met heftrucks, reachtrucks en het veilig werken met machines. Indien er gekozen wordt om scholing in te zetten, dan verbindt de gemeente hier doorgaans voorwaarden aan, ook aan de deelnemer. Zo dient in principe een baangarantie afgegeven te worden indien de gemeente hierop (deels) meefinanciert. Bij het verwijtbaar stoppen of niet afmaken van de opleiding, kan de gemeente de ingezette middelen hiervoor verhalen op de deelnemer.

er

31

Ook de komende jaren zijn er arbeidsmiddelen beschikbaar om scholingsvouchers in te zetten. Met deze scholingsvouchers kan een opleiding tot € 2.500 vergoed worden vanuit regionale middelen, eventuele aanvullende middelen kunnen gefinancierd worden door de bedrijven of de gemeente.

6.10

Project jonge jongeren

In de praktijk komen we steeds meer jongeren tegen die in een vroeg stadium uitvallen of een alternatief voor de schoolperiode nodig hebben. Voor wat betreft de arbeidsinschakeling en de uitkering hebben gemeenten hierin een specifieke rol vanaf de leeftijd van 18 jaar van de jongere. Echter zien we dat het vroegtijdig inspelen op de behoefte van die jongere en de afstemming met de onderwijsinstellingen, het doorstroompunt en de werkgevers dat het van belang is die jongeren die het nodig hebben in een eerder stadium al de passende ondersteuning te bieden die zij nodig hebben. Ook de wet voorziet hierin vanaf 2026 door gemeenten nadrukkelijker de taak te geven passende ondersteuning te organiseren voor de jongeren. Zie hiervoor het aangenomen wetsvoorstel Van school naar duurzaam werk. In de regio is inmiddels een samenwerking op dit onderdeel en kunnen we jonge jongeren alvast passende ondersteuning bieden, gefinancierd vanuit de regio. We bieden ondersteuning op basis van maatwerk.

7. Uitstroom 7.1

Arbeidsbemiddeling

Naast de werkzoekendenkant (aanbod) hebben we ook de vraagkant (werkgevers) waarbij we nadrukkelijk aangesloten moeten zijn. Uiteindelijk zal vraag en aanbod bij elkaar moeten komen. De consulenten doelmatigheid hebben naast werkzoekende contacten ook contacten met werkgevers. Zij gaan op bedrijfsbezoek en inventariseren de mogelijkheden voor werk en participatie. Vervolgens zal de match tussen werkgever en werkzoekende gemaakt moeten worden. Deze werkgeversbenadering speelt zich zowel lokaal als regionaal af. Regionaal door deelname aan het werkgeversservicepunt. We willen naast de deelname aan het RWSP 15 lokaal nadrukkelijker aansluiting vinden bij de arbeidsmarkt. Er zal nadrukkelijk aandacht blijven voor de subregio’s. Dit betekent dat niet alleen gekeken zal worden naar werkgevers in de arbeidsmarktregio Venlo, maar dat tevens het benaderen van de werkgevers in het Land van Cuijk en het Rijk van Nijmegen aandacht zal krijgen. Voor de lokale aansluiting is de bedrijvencontactfunctionaris ook een belangrijke interne contactpersoon voor de consulenten.

7.2

Opstapsubsidie

We hebben in onze re-integratieverordening beschreven onder artikel 12 dat we voor inwoners eventueel een opstapsubsidie kunnen verstrekken. Deze opstapsubsidie kan aan de nieuwe werkgever worden verstrekt om de bijstandsgerechtigden de kans te geven om in dienst te komen indien er nog te veel onduidelijkheden, risico's en vraagtekens zijn voor de werkgever om de werkzoekende in dienst te nemen. We zien de laatste jaren dat dit instrument relatief weinig gebruikt wordt. Dit komt met name door het gegeven dat de werkgevers en bedrijven momenteel krapte op de arbeidsmarkt ervaren. Zij hebben, meer dan vroeger, mogelijkheden voor werkzoekenden, ook als de werkzoekende nog 15

RWSP: Het Regionaal WerkgeversServicePunt Noord Limburg: hierbij zijn de 7 Noord-Limburgse gemeenten aangesloten, samen met het UWV en de drie WSW-bedrijven in de regio Noord Limburg. Het WSP is het samenwerkingsverband waarin deze partijen de werkgeversbenadering vorm en uitvoering geven

32

leerpunten heeft of nog niet helemaal aan de maat zijn voor de uitvoering van de werkzaamheden. De verwachting is dat wanneer de situatie op de arbeidsmarkt onveranderd blijft dit instrument ook de komende jaren relatief weinig ingezet zal worden.

7.3

Loonwaardemetingen

Een loonwaardemeting is een onderzoek door een loonwaarde-expert die bepaalt hoeveel een werknemer met een ziekte of handicap bijdraagt aan de organisatie, uitgedrukt in een percentage van een gemiddelde reguliere werknemer. Het resultaat, de loonwaarde, is de basis voor een mogelijke tegemoetkoming in de loonkosten (loonkostensubsidie) voor de werkgever, zodat de werknemer passend loon kan ontvangen zonder dat dit economisch nadelig is voor de werkgever. De gemeente heeft een loonwaarde-expert in dienst. Één van de consulenten heeft hiertoe de opleiding met succes afgerond. De loonwaarde-metingen worden afgenomen bij de Garantiebanendienstverbanden en de Nieuw Beschut werken dienstverbanden. De komende jaren wordt wettelijk geregeld dat het niet meer noodzakelijk is om de loonwaarde voor de Nieuw Beschut werkenregeling uit te voeren, maar kan deze worden vastgesteld op basis van een forfaitaire loonkostensubsidie van 70% van het minimumloon. Zover nu bekend zal dit wetsvoorstel medio 2028 ingaan. Men ziet namelijk in de praktijk dat deze groep nagenoeg altijd is aangewezen op de maximale loonkostensubsidie van 70% waardoor het enerzijds arbeidsintensief is om periodiek loonwaarde-metingen uit te voeren terwijl de hoogte hiervan nagenoeg altijd hetzelfde blijft.

Om dit tijdrovende onderzoek niet meer uit te hoeven voeren kan in de toekomst dus forfaitair de loonkostensubsidie worden vastgesteld. Een actie die we de komende periode willen uitvoeren is het opleiden van meerdere consulenten tot loonwaarde-expert. Zij kunnen dan de loonwaardemetingen uit gaan voeren. Ondanks dat het voor de doelgroep Nieuw beschut werken in de toekomst niet meer noodzakelijk is om loonwaardemetingen uit te voeren, zal het aantal loonwaardemetingen de komende jaren toch verder stijgen. Omdat de doelgroep Garantiebanen groeit neemt voor die groep het aantal loonwaardemetingen toe, nu worden de loonwaardemetingen welke niet uitgevoerd worden door de eigen ambtelijke inzet, ingekocht bij Intos.

7.4

Loonkostensubsidie Garantiebanen

Zoals al eerder beschreven heeft de gemeente de taak om uitvoering te geven aan de inzet van Garantiebanen. Voorheen werden mensen met een arbeidsbeperking veelal geplaatst binnen de regeling van de sociale werkvoorziening. Maar na de stop op instroom in 2015, is de gemeente direct financieel en materieel verantwoordelijk voor de uitvoering van de beide nieuwe regelingen. De Garantiebanen-werknemers vertegenwoordigen een waarde tussen de 30-70% loonwaarde voor een werkgever. In de praktijk zien we dat dit in de meeste gevallen een loonwaarde vertegenwoordigd van rond de 50%. De begeleidingsbehoefte is voor deze groep minder intensief dan voor de groep Nieuw Beschut werken. De werkplek wordt doorgaans gevonden in het vrije bedrijfsleven. De begeleiding die wordt ingezet (zie onder jobcoaching 7.6) kan geboden worden vanuit ambtelijk inzet maar kan ook worden ingekocht bij professionele aanbieders welke zijn toegelaten tot de MGR, zodat de gemeente tegen de afgesproken voorwaarden en tarieven diensten af kan nemen.

7.5

Loonkostensubsidie Nieuw beschut werken (NBW)

Daar waar de Garantiebanen-werknemers vaker een hogere loonwaarde vertegenwoordigen en wat minder begeleiding nodig hebben om het werk te kunnen krijgen en te behouden, zien we dat bij de doelgroep Nieuw Beschut werken de loonwaarde doorgaans lager is (rond de 30%) en dat de begeleidingsbehoefte juist intensiever is. De doelgroep Nieuw Beschut werken heeft een begeleidingsbehoefte die niet te realiseren in binnen het vrije bedrijf. Zij zijn dan ook aangewezen op een werkplek waarin intensieve begeleiding en passend werk aanwezig is.

33

Voor de Bergense populatie is Intos in de meeste gevallen de best passende werkgever. Wij hebben dan ook lopende afspraken met Intos over de invulling en financiering van de Nieuw Beschut werken regeling en de begeleiding en vergoedingen daarvan. Dat maakt dat we binnen de gemeente vooraf weten waar we aan toe zijn en tegen welke vergoedingen we de diensten kunnen inkopen. De landelijke richtlijnen voor de vergoeding van begeleiding en subsidies zijn daarbij het uitgangspunt en leidend. Hierin loopt de gemeente dus relatief weinig risico.

7.6

Jobcoaching

Indien een persoon behorende tot de doelgroepen Garantiebanen of Nieuw Beschut werken een baan heeft, dan kan deze baan ondersteund worden met jobcoaching. Dat is over het algemeen ook nodig om de baan te kunnen behouden. De werknemer krijgt dan voor een bepaalde periode een jobcoach toegewezen die hem of haar kan helpen bij het behouden van het werk. Deze begeleiding is meestal bij aanvang vrij intensief en wordt minder intensief naarmate de persoon langer werkzaam is in dezelfde baan. De jobcoach heeft als belangrijkste taak en doel ervoor te zorgen dat de werknemer terug kan vallen op de jobcoach bij vragen, onduidelijkheden en bij problemen op en rondom het werk. De jobcoach werkt op basis van vertrouwen mee met de werknemer en doet steeds meer een stapje terug. Hij zorgt er uiteindelijk voor dat de werkgever na verloop van tijd zelf dat stokje als het ware kan overnemen en de begeleiding organiseert binnen het bedrijf. De jobcoach dient gecertificeerd te zijn voor het uitvoeren van de werkzaamheden. De gemeente kan ervoor kiezen om zelf de jobcoach te leveren via de inzet van ambtelijke uren, maar er kan ook voor gekozen worden om de jobcoaching in te kopen via een organisatie welke is toegelaten tot de gegunde aanbieders bij de MGR en voldoet aan de gestelde voorwaarden.

We willen de komende periode nader gaan onderzoeken of het mogelijk is om meer jobcoaching via de ambtelijke inzet te kunnen bieden dan via de inkoop.

7.7 Speeddates, sollicitatietrainingen en themabijeenkomsten (rondleidingen bij bedrijven) Het organiseren van speeddates leidt tot focus op werk. Werkgevers en uitzendbureaus hebben een steeds grotere vraag naar arbeidskrachten. Door vraag en aanbod structureel met elkaar in contact te brengen zal uitstroom bevorderd worden. Speeddates geven hieraan concreet invulling. Indien de werkzoekende nog extra ondersteuning nodig heeft, dan kan ondersteuning geboden worden bij verschillende onderdelen van het solliciteren. Ook gaan consulenten met groepen werkzoekenden op bezoek bij bedrijven. Geïnteresseerden worden samen met de consulent rondgeleid bij bedrijven en kunnen zien en ervaren wat de mogelijkheden tot werk zijn. Daaropvolgend kunnen vervolgafspraken gemaakt worden met de betrokkenen. Het opstarten van deze acties kan leiden tot een projectmatige aanpak waarbij ook scholing en begeleiding ingezet kan worden gericht op uitstroom uit de uitkering. Hiervoor kunnen eventueel ook regionale opleidingsgelden worden ingezet.

34

7.8

Organisatie en deelname banenmarkt

In het verleden hebben we diverse succesvolle banenmarkten georganiseerd gericht op het samenbrengen van vraag en aanbod in de regio Noord Limburg Noord (met name Gennep en Bergen) en het Land van Cuijk. Soms in eigen beheer, soms ook gezamenlijk met andere partijen. Werkzoekenden en werkgevers met potentieel werk zijn uitgenodigd en samen gebracht. Bedoeld voor inwoners die werkzoekend zijn. Niet alleen bijstandsgerechtigden maar ook breder. UWVuitkeringsgerechtigden en andere werkzoekenden waren evengoed welkom. Deze bijeenkomsten zijn succesvol voor zowel de werkzoekenden, de deelnemende gemeenten, als wel de werkgevers, het WSW-bedrijf en het UWV.

7.9

Inzet WerkgeversServicePunt (WSP) en aansluiting industriële kring

We willen als gemeente aansluiting blijven houden met de lokale werkgevers en werkgeversinitiatieven. Het WSP en de industriële kring zijn hierbij belangrijke partners. De lokale en regionale werkgevers hebben zich in deze netwerken verenigd. De gemeente wil ook de komende jaren blijven investeren in de mogelijkheden die de arbeidsmarkt biedt en gesprekspartner blijven rondom de brede vragen vanuit de werkgevers, en dan met name personeelsvraagstukken. Vanaf 2026 zal er een loketfunctie komen in Bergen voor uitkeringsaanvragen en eerstelijns ondersteuning. Dit in het kader van de uitwerking van de nieuwe werkcentra.

7.10

Inzet Social Return On Investment (SROI)

Bij publieke aanbestedingen kunnen gemeenten een SROI verplichting opnemen. Dit betekent dat de opdrachtnemer een bepaald percentage van de opdrachtwaarde moet besteden aan het creëren van werkplekken voor de SROI-doelgroepen. Dit zijn bijvoorbeeld mensen met een Participatiewetuitkering, een UWV-uitkering, vroegtijdig schoolverlaters en overige doelgroepen met doorgaans een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Hieraan wordt zowel regionaal als lokaal invulling gegeven. Dit biedt kansen voor mensen die moeilijker de arbeidsmarkt kunnen betreden en geeft de opdrachtnemers en bedrijven de kans om hun maatschappelijke doelstellingen en verantwoordelijkheden te nemen.

35

8.

Schematische weergave 3 pijlers in relatie tot laddertreden, instrumenten en inzet

36

Bijlage 1: 1.Heeft deze persoon een arbeidsovereenkomst of is zij/hij zzp-er?

Nee

Stroomschema Tredebepaling Ja

Trede 6

Nee 2.Krijgt deze persoon ondersteuning in de vorm van een participatie-instrument, uitkering of opleiding?

Nee 4.Verricht deze persoon onbetaald werk met minimaal 1 x per week contact met anderen?

Ja

3. Is deze persoon in staat binnen 12 maanden uit te stromen naar volledige uitkeringsonafhankelijkheid?

Trede 5 A Ja

Ja

Trede 4

Nee 5.Neemt deze persoon deel aan georganiseerde activiteiten met minimaal 1 x per week contact met anderen? Nee

Ja

Ja

6.Heeft deze persoon minimaal 1 x per week contact met mensen die geen huisgenoten zijn?

Trede 2

Trede 3 Ja

Trede 2 SO

7.Voldoet deze persoon aan de criteria voor de sollicitatie-ontheffing?

Trede 1 Nee

Trede 5

Trede 1 SO Ja

37

Bijlage 2:

Afkortingen en begrippenlijst

Bbz: BUIG:

Besluit bijstandsverlening zelfstandigen Gebundelde uitkering (Bundeling van Uitkeringen Inkomensvoorzieningen aan Gemeenten) IBA: Indicatie BanenAfspraak IDO: Informatiepunt Digitale Overheid (loket-onderdeel bij de bibliotheek) IOAW: Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers IOAZ: Wet Inkomensvoorzieningen oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen Nugger: Niet UitkeringsGerechtigde MGR: Modulaire Gemeenschappelijke Regeling PRO: Praktijkonderwijs UWV: Uitvoeringsinstituut Werknemers Verzekeringen VSO: Voortgezet Speciaal Onderwijs PW: Participatiewet RWSP: Regionaal WerkgeversServicePunt SROI: Social Return On Investment WSW: Wet Sociale Werkvoorziening Loonwaardemeting: Er wordt gemeten hoeveel % van de loonwaarde behaald wordt door de werknemer ten opzichte van een gemiddelde werknemer op die functie Aanvraag doelgroepregistratie: Inwoners kunnen bij het UWV een verzoek indienen tot een onderzoek of zij tot de doelgroep IBA of Nieuw Beschut werken behoren

38

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16223549/2