CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Aanvalsplan Participatiewet 2025 - 2028 versie 4 198541

Gemeenteraad 16 december 2025, gemeente BergenBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen aanvalsplan participatiewet;15.166 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Aanvalsplan Participatiewet 2026 – 2029 Gemeente Bergen (L)

Onderdeel van Beleidsprogramma van Zorg naar Gezondheid Sociaal Domein 2023-2026

1

Samenvatting Voor u ligt het Aanvalsplan Participatiewet 2026 – 2029 van de gemeente Bergen (L). Aanleiding voor de herijking van het eerdere aanvalsplan is de opgenomen opdracht binnen het coalitieakkoord om het aanvalsplan/beleidsplan Participatiewet, welke in 2017 is gestart en welke in 2022 is herijkt, nu opnieuw te actualiseren aan de huidige situatie. Dit aanvalsplan is erop gericht inhoudelijke keuzes aan te geven waar in de uitvoering op gestuurd wordt. De goed lopende zaken uit de eerdere aanvalsplannen blijven ook in het nieuwe plan onveranderd. Wel brengen we een aantal nieuwe accenten aan, met name gericht op de ontwikkelpotentie bij de doelgroep bijstandsgerechtigden. Tevens hebben we te maken met veranderde wetgeving waarin bepaalde landelijke accenten verschoven zijn, met name ingegeven vanuit het ‘breed offensief’1 (per 07-2023), de ‘wet van school naar duurzaam werk’2 (voor de jongeren) en de ‘Participatiewet in balans’3 welke per 012026 van kracht wordt.

Landelijke trend Ondanks de verhoogde instroom in de bijstand zien we tegelijkertijd ook dat het aantal bijstandsgerechtigden sinds 2017 is gaan dalen. Deze daling zette zich in achterliggende jaren door tot begin 2023. Van ongeveer 400.000 uitkeringen begin 2017 naar 337.000 eind 2022. Een landelijke afname van 63.000 bijstandsuitkeringen. Procentueel komt dat neer op ongeveer 16% over een totale periode van 6 jaar. In 2023 zagen we een lichte toename van 3.000 uitkeringen. In 2024 kwamen daar landelijk nog eens 4.000 uitkeringen bij4. De huidige Participatiewet biedt niet altijd voldoende ruimte voor maatwerk. Dat maakt het lastig om op een passende manier rekening te kunnen houden met de individuele situatie van mensen. Uit evaluatie is gebleken dat de huidige wet te veel gericht is op controle en de uitvoering van regels, en te weinig op vertrouwen in de mensen die zijn aangewezen op een uitkering. Het gevoel overheerst dat er te weinig oog is voor de problemen waarmee zij kampen. Dit wordt niet alleen zo ervaren door bijstandsgerechtigden zelf, maar ook door uitvoerenden. Zij ervaren dat de huidige wet op sommige punten knelt. Kortom: de Participatiewet is uit balans. Om meer balans in wet en uitvoering te krijgen, is er het (inmiddels aangenomen) wetsvoorstel ‘Participatiewet in balans’.

De regering wil hiermee de regels en ondersteuning van de Participatiewet beter laten aansluiten op de mogelijkheden en omstandigheden van mensen voor wie ze bedoeld zijn. Kernbegrippen hierbij zijn vereenvoudiging, vertrouwen en de menselijke maat. Het programma beoogt deze kernbegrippen te verankeren in (de uitvoering van) de wet, dit moet leiden tot een betere en meer voorspelbare dienstverlening aan mensen met een bijstandsuitkering en zal meer handelingsruimte creëren om dat mogelijk te maken. Dit vraagt om een cultuuromslag, waarbij een belangrijke rol is weggelegd voor de uitvoerend professional. De komende jaren gaan we daarmee verder aan de slag. Dit vraagt om een andere manier van beoordelen van uitkeringen waarin de menselijke maat voorop staat. Het handelen in de geest van de wet, meer dan sec. de letterlijke toepassing ervan, welke soms voor mensen een niet wenselijke en niet billijke uitwerking kan hebben. Het wetsvoorstel ‘Participatiewet in balans’ is op 30 september 2025 unaniem aangenomen in de eerste kamer en zal de komende jaren gefaseerd geïmplementeerd worden 5. 1

Factsheet Breed Offensief - juli 2023 | Publicatie | Rijksoverheid.nl Voorstel van Wet van school naar duurzaam werk | Besluit | Rijksoverheid.nl 3 Participatiewet in balans aangenomen - Eerste Kamer der StatenGeneraalhttps://www.divosa.nl/projecten/participatiewet-balans/participatiewet-balans-spoor-1/ overzicht-van-maatregelen 4 Sociale zekerheid; kerncijfers, uitkeringen naar uitkeringssoort | CBS 5 Overzicht van maatregelen Participatiewet in Balans | Divosa 2

2

Lokale trend in Bergen Ook in de gemeente Bergen (L) is het uitkeringenbestand sinds 2017 gaan dalen. Deze daling zette zich de jaren daarna stevig door. Voor meer gedetailleerde informatie, zie hoofdstuk 2 (bestandsanalyse). In de laatste jaren zien we in lijn met de landelijke trend dat de daling stagneert en de dalende lijn aan uitkeringen afvlakt. Van een echte stijging aan uitkeringen is in de gemeente Bergen (L) echter nog geen sprake. Hoewel we wel zien dat in 2023 en ook in het begin van 2025 de aantallen instroom relatief wat hoger zijn dan de voorgaande jaren. Met het toenemen van het aantal uitkeringen nemen evenredig de lasten van de totale uitkeringskosten toe. Dit hangt uiteraard ook samen met de (jaarlijks in januari en in juli) indexatie op de uitkeringen. Met name de indexatie in het jaar 2023, toen de indexatie van het minimumloon (en daarmee ook de indexatie voor de bijstandsuitkeringen) uitkwam op ruim 10%, heeft een aanzienlijk effect gehad op de jaarlijkse uitkeringslasten. Het Rijk compenseert gemeenten daar overigens wel in, bij de definitieve toekenningen van de BUIG-budgetten (Gebundelde uitkeringen Participatiewet, Ioaw, Ioaz en Bbz).

Tweeledig effect Binnen het speelveld van de arbeidsmarkt is er naast de kant van de werkzoekenden natuurlijk ook de kant van de werkgevers. Er is de laatste jaren veel (landelijke) aandacht voor arbeidsmarktkrapte en de toekomstbestendigheid van bedrijven. Indien de krapte-problematiek zich blijft doorontwikkelen in lijn met de laatste jaren, ontstaat daar een steeds grotere uitdaging om voldoende (geschoold en passend) personeel te vinden voor de arbeidsmarkt. Zeker binnen de sectoren van de zorg, onderwijs, zakelijke dienstverlening, ICT en techniek 6. We onderkennen het belang dat alle inwoners met mogelijkheden tot arbeid, ook daadwerkelijk de kansen krijgen om die mogelijkheden te ontplooien en daarmee ook direct onderdeel kunnen zijn van de uitdagingen en problemen rondom krapte aan personeel bij werkgevers en bedrijven. Ook daar wordt in het aanvalsplan aandacht aan besteed en worden acties op uitgezet.

Participatie en meedoen Naast het deelnemen aan betaalde arbeid vinden wij het in de basis belangrijk dat iedereen de kans krijgt om sowieso mee te doen in de maatschappij. Het is even zo goed een recht als een plicht. Wij ondersteunen de bijstandsgerechtigden bij het zo zelfstandig mogelijk deelnemen aan het arbeidsproces en het vergroten van hun zelfstandigheid om in hun eigen inkomsten te kunnen voorzien en volwaardig mee te kunnen draaien in de maatschappij. We werken toe naar een participatiesamenleving waarin iedereen naar vermogen zijn steentje bijdraagt. Ook in de landelijke lijn is het belang van meedoen en participeren in de volle breedte groter geworden. Landelijke regelgeving wordt daarop ook vanaf 2026 en verder aangepast. Zo krijgt het mantelzorgen in de brede zin een beter passende plek in de wet en wordt het belang onderkend van deelnemen aan de samenleving, boven het alleen acteren op kunnen uitstromen naar betaalde arbeid. Deze landelijke lijn past goed bij onze lokale uitgangspunten. We gaan voor het verhogen van de zelfredzaamheid en samenredzaamheid van de inwoners. Hierin spelen het bouwen van netwerken, het deelnemen aan de maatschappij en het bijdragen aan de samenleving een belangrijke rol. Participeren naar vermogen in de volle breedte is hierbij het uitgangspunt in de gemeente Bergen (L).

6

Blijvende tekorten door maatschappelijke uitdagingen

3

Keuzes Daarnaast concluderen we dat er keuzes gemaakt moeten worden in het bieden van ondersteuning en begeleiding aan uitkeringsgerechtigden. Kostenbewust en zinvol omgaan met inzet van begeleiding en ondersteuning is hierbij van groot belang. Ook gemeenten dienen immers een antwoord te hebben op financiële uitdagingen welke door het Rijk worden opgelegd. Rendement van inzet is hierbij een afwegingskader geworden wat nadrukkelijk wordt toegepast. Het aanvalsplan is opgesteld als een beschrijving van de manier waarop we ondersteuning bieden en deze hebben geleid tot concrete acties op basis van 3 pijlers en verschillende (sub)groepen welke we bedienen. Om zinvolle invulling te geven aan de ondersteuning en begeleiding dienen we focus aan te brengen. De focus leggen op benutting van het perspectief van de inwoner leidt tot een verschuiving van intensiteit aan begeleiding en ondersteuning. Dit is tevens noodzakelijk om een zo hoog mogelijk rendement te behalen.

4

Voorwoord door Wethouders Ponjee (sociaal domein) en Bollen (economie en arbeidsmarkt) Gezondheid begint met meedoen In Bergen geloven we dat iedereen ertoe doet. Dat iedereen iets kan en iets bijdraagt, op zijn of haar eigen manier. Niet iedereen start vanuit dezelfde positie, maar wél iedereen verdient de kans om mee te doen. Dat uitgangspunt vormt het hart van ons Aanvalsplan Participatiewet 2026–2029. Met dit plan geven we richting aan hoe we inwoners met een bijstandsuitkering of afstand tot de arbeidsmarkt ondersteunen. We kijken niet alleen naar werk, maar naar het hele leven van iemand. Want echte participatie gaat over veel meer dan betaald werk alleen: het gaat over meedoen, verbinding ervaren en deel uitmaken van de samenleving. Binnen ons programma Van Zorg naar Gezondheid sluiten we aan bij het gedachtegoed van positieve gezondheid. We kijken naar wat mensen wél kunnen, naar hun veerkracht, motivatie en mogelijkheden. Zo werken we samen aan een samenleving waarin niemand buiten de boot valt en waarin we sociaal isolement voorkomen door kansen te scheppen voor groei, ontmoeting en betekenisvol contact. Samen met onze inwoners, werkgevers en maatschappelijke partners bouwen we verder aan een gemeente waarin iedereen meetelt. En waar gezondheid echt begint met meedoen. Claudia Ponjee Wethouder Samenleving, Gemeente Bergen (L)

Een arbeidsmarkt is van en voor iedereen! Iedereen verdient een volwaardige plek in onze samenleving. Werk, is daarvan een van de belangrijkste voorwaarden volgens mij. Werk geeft niet alleen inkomen, maar ook structuur, sociale contacten en trots. Toch zijn er nog te veel mensen die wél willen meedoen, maar de stap naar werk niet succesvol kunnen zetten. Dat is zonde – voor henzelf, maar ook voor onze werkgevers die juist op zoek zijn naar nieuwe collega’s. In gesprekken met ondernemers hoor ik vaak hoe groot de behoefte is aan gemotiveerde mensen. Steeds meer werkgevers zijn bereid om kansen te bieden, ook als iemand niet meteen alles kan. Wat mij telkens raakt, is dat veel ondernemers bereid zijn om verder te kijken dan een cv. Ze zien de waarde van motivatie, inzet en loyaliteit. En wanneer een inwoner via zo’n kans aan de slag kan, levert dat vaak meer op dan alleen werk – het geeft nieuwe energie, trots en toekomstperspectief. Met dit Aanvalsplan Participatiewet willen we die kansen verzilveren. Niet door dikke rapporten, maar door samen te doen. Zo bouwen we aan een gemeente waar iedereen mee kan doen en zich gewaardeerd voelt. Want pas als iedereen meedoet, zijn we als gemeente compleet! Wouter Bollen Wethouder Economische Zaken en Arbeidsmarkt

5

Beleidsvisie Sociaal Domein Binnen het Sociaal Domein werken we volgens het beleidsprogramma ‘Van Zorg naar Gezondheid Sociaal Domein 2023-2026’. Dit beleidsprogramma vormt de basis voor de inzet van het beleid Sociaal Domein en is mede gebaseerd op het coalitieprogramma 2022-2026 en is als volgt opgebouwd:

Inzet voor het gemeentelijke coalitieakkoord 2022-2026 is het investeren in algemene basisvoorzieningen en vitale gemeenschappen, met als doel een samenleving waarin iedereen mee kan doen. In het beleidsprogramma staan drie programmalijnen centraal: 1.

Vitale gemeenschappen;

2.

Algemene basisvoorzieningen;

3.

Maatwerkvoorzieningen.

Binnen deze drie programmalijnen bedienen we zes thema’s die invulling en uitvoering geven aan de programmalijnen: 

Sport, Bewegen en Cultuur;

Sociale Basis;

Wonen met Zorg;

Gezond Opgroeien;

Positieve Gezondheid;

Armoede en Schulden.

Afzonderlijke beleidsplannen en daarbij horende uitvoeringsagenda’s met actieplannen vallen onder één van de zes thema’s. Dit aanvalsplan valt onder sociale zekerheid en van daaruit past deze onder armoede en schulden.

6

Inhoud Samenvatting..........................................................................................................................................2 Landelijke trend......................................................................................................................................2 Lokale trend in Bergen............................................................................................................................3 Tweeledig effect.....................................................................................................................................3 Participatie en meedoen........................................................................................................................3 Keuzes....................................................................................................................................................4 Voorwoord door Wethouders Ponjee (sociaal domein) en Bollen (economie en arbeidsmarkt)...........5 Beleidsvisie Sociaal Domein....................................................................................................................6 1.

Opdracht en ambitie uitstroombevordering en participatie...............................................................9 1.1 Het belang van meedoen en participatie in relatie tot positieve gezondheid..................................9 1.2 Doelstellingen.................................................................................................................................10 1.3 Monitoring......................................................................................................................................12 2. Bestandsanalyse bijstandsuitkeringen en uitkeringsgerechtigden achterliggende periode.............13 2.1 Bestand in aantallen, opbouw en kenmerken................................................................................13 2.2 Verharding doelgroep bijstandsgerechtigden.................................................................................15 3.

Financiering uitkeringen, subsidies en re-integratie.........................................................................16 3.1 Budget uitkeringen.........................................................................................................................16 3.2 Lasten uitkeringen..........................................................................................................................17 3.3 Subsidies IBA en Nieuw Beschut Werken.......................................................................................17 3.4 Re-integratie...................................................................................................................................17 4.

Doelgroepen.....................................................................................................................................18 4.1 Bestandsindeling naar Participatieladdertrede..............................................................................18 4.2 Statushouders.................................................................................................................................19 4.3 Wsw-ers..........................................................................................................................................20 4.4 Garantiebanen en Nieuw Beschut werk.........................................................................................20 4.5 (Kwetsbare) jongeren tot 27 jaar....................................................................................................21 4.5.1 Jonge jongeren en het Wetsvoorstel ‘Van school naar duurzaam werk’.....................................22 4.6 Nuggers...........................................................................................................................................22 4.7 De zelfstandige...............................................................................................................................22 5.

Pijler 1: Instroom..............................................................................................................................24 5.1 Landelijke lijn vereenvoudiging aanvraagprocedure en wijzigingen vaststellen recht op bijstand, lokaal doorvertaald..............................................................................................................................24 5.2 Onderlinge afstemming consulenten werk en uitkering.................................................................24

7

5.3 Poortwachteren bij aanvraag.........................................................................................................25 5.4 De Sociaal Rechercheur..................................................................................................................25 5.5 Iedereen een (traject)plan..............................................................................................................26 5.6 Medisch arbeidskundige onderzoeken en praktijkdiagnose...........................................................26 5.7 Direct aan het werk........................................................................................................................26 6.

Doorstroom (pijler 2)........................................................................................................................27 6.1 Breed offensief...............................................................................................................................27 6.2 Oriëntatieplaatsen, participatieplaatsen, stageplaatsen en leer-werkplekken...............................28 6.3 Project ‘op weg’ / bakfietsproject...................................................................................................28 6.4 Intos................................................................................................................................................29 6.5 Meldon Plastics Bergen..................................................................................................................29 6.6 Vrijwilligerswerk en tegenprestatie................................................................................................30 6.7 Duale trajecten...............................................................................................................................30 6.8 Proefplaatsing.................................................................................................................................31 6.9

Scholing..........................................................................................................................................31 6.10 Project jonge jongeren.................................................................................................................32 7. Uitstroom.........................................................................................................................................32 7.1 Arbeidsbemiddeling........................................................................................................................32 7.2 Opstapsubsidie...............................................................................................................................32 7.3 Loonwaardemetingen.....................................................................................................................33 7.4 Loonkostensubsidie Garantiebanen...............................................................................................33 7.5 Loonkostensubsidie Nieuw beschut werken (NBW).......................................................................33 7.6 Jobcoaching....................................................................................................................................34 7.7 Speeddates, sollicitatietrainingen en themabijeenkomsten (rondleidingen bij bedrijven)............34 7.8

Organisatie en deelname banenmarkt...........................................................................................35 7.9 Inzet WerkgeversServicePunt (WSP) en aansluiting industriële kring............................................35 7.10 Inzet Social Return On Investment (SROI).....................................................................................35 8. Schematische weergave 3 pijlers in relatie tot laddertreden, instrumenten en inzet......................36 Bijlage 1: Stroomschema Tredebepaling..............................................................................................37 Bijlage 2: Afkortingen en begrippenlijst................................................................................................38

8

1. Opdracht en ambitie uitstroombevordering en participatie Vanuit de opdracht om mensen met een bijstandsuitkering te begeleiden naar participatie in het algemeen en betaalde arbeid in het bijzonder, hebben we het aanvalsplan opgesteld en is dit plan inmiddels toe aan zijn derde actualisatie. De huidige arbeidsmarkt vraagt om een andere benadering en andere keuzes. Deze biedt kansen om werkzoekenden en werkgevers nog beter aan te laten sluiten bij elkaar. Daarbij komt dat het participeren in de samenleving steeds prominenter onderdeel is van het leven. Ook in het coalitieprogramma is aandacht voor het begeleiden van mensen met een uitkering naar de arbeidsmarkt. “We blijven investeren in de mensen die vallen onder de reikwijdte van de Participatiewet. Wij begeleiden hen naar betaald werk. Ook degenen die deel uitmaken van het zogenaamde ‘granieten bestand’ (langdurig werklozen) activeren wij.”7 De belangrijkste wijziging ten opzichte van het eerdere aanvalsplan is dat we de komende periode primair gaan inzetten op uitkeringsgerechtigden die het perspectief hebben op het zetten van stappen op de participatieladder. Ook voor de doelgroep welke een relatief grote afstand heeft tot de reguliere arbeidsmarkt.

Uitgangspunt hierbij is de 0-meting van het bestand waarin iedere bijstandsgerechtigde is ingedeeld op een actuele laddertrede, waarbij tevens een perspectieftrede wordt verwacht waartoe de bijstandsgerechtigde in (maximaal 12 maanden) kan groeien. Dit is dus een andere aanpak dan in het vorige aanvalsplan. Voor de definitie van de verschillende niveaus op de participatieladder, zie het stroomschema met betrekking tot de participatieladder in bijlage 1. We werken systematisch op basis van 3 pijlers: Instroom-instrumenten en interventies, doorstroom-instrumenten en interventies en uitstroom-instrumenten en interventies. De uitwerking daarvan staat beschreven in de hoofdstukken 5 tot en met 7.

1.1

Het belang van meedoen en participatie in relatie tot positieve gezondheid

Het hebben van betaald werk brengt natuurlijk financiële onafhankelijkheid en opent veel deuren voor mensen in het dagelijks leven. Echter brengt werk in de volle breedte, dus ook vrijwilligerswerk, het leveren van een tegenprestatie en het meedoen in de maatschappij veel meer dan alleen financiële middelen. Meedoen in de maatschappij zorgt voor groei op alle leefgebieden zoals we die kennen vanuit het web van positieve gezondheid. Participatie doorbreekt isolement en vergroot de sociale netwerken van mensen, het geeft mensen zelfvertrouwen en het gevoel ergens bij te horen en gewaardeerd te worden. Dit verstrekt de sociale steun in de omgeving van de inwoner. Meedoen is dus essentieel. Vanuit die overtuiging hebben we gekozen om met de actualisatie van het aanvalsplan in te zetten op de volle breedte van de bijstandsgerechtigden, dus ook diegene die op de lagere treden staan en perspectief hebben op ontwikkeling. Daarbij geeft participatie invulling en zingeving aan het leven. Mensen vinden het prettig dat ze ergens bij horen en daarvoor waardering ontvangen. Dat maakt dat ze zich gelukkiger voelen, grip hebben op hun eigen leven

7

Coalitieprogramma | Gemeente Bergen

9

en ervaren een grotere eigen waarde. Zij staan positiever in het leven. Inwoners worden hierdoor veerkrachtiger en zijn zelfredzamer. Het hebben van (vrijwilligers)werk en het participeren brengt mensen ook structuur in het leven. Het vergroot het mentaal welbevinden van de inwoners. Dagritme en (fysieke) inspanning houdt inwoners fit en weerbaar.

1.2

Doelstellingen

We hebben de volgende specifieke en concrete doelstellingen opgenomen voor de komende beleidsperiode. We willen deze doelstellingen goed meetbaar en merkbaar monitoren en meten. We doen dat door middel van de MAGIE-methode, dit is vergelijkbaar met SMART, maar past beter in dit plan qua verantwoordingsmethodiek. MAGIE staat voor: -

Meetbaar/Merkbaar (is het goed meetbaar/merkbaar);

-

Acceptabel (is er voldoende draagvlak);

-

Gecommuniceerd (is het begrijpelijk en (her)kennen de betrokken het);

-

Inspirerend (zien medewerkers het als zinvol en zien zij het verband met hun eigen inspanningen in relatie tot het doel);

-

Engagerend (de betrokkenen kunnen en willen zich eraan verbinden).

De komende 2 tot 4 jaar houden we het aantal uitkeringen en uitkeringsgerechtigden op hetzelfde peil als het jaar 2024 - 2025 (eventuele tussentijdse herijking na 2 jaar indien de arbeidsmarkt aanzienlijk is veranderd); M: We meten maandelijks de aantallen uitkeringen en uitkeringsgerechtigden en rapporteren het college daarover, indien we de aantallen zien stijgen, zal dit nader geduid worden en kan het actieplan eventueel worden bijgesteld. A: We hebben ons bestand aan bijstandsgerechtigden de achterliggende periode flink zien afnemen. We merken in de praktijk dat we een kritische massa bereikt hebben die een grotere afstand tot de arbeidsmarkt heeft dan in het verleden. We trachten met deze doelstelling grip te houden op de aantallen en hierop nadrukkelijk te monitoren. G: De gemeente als uitvoeringsorganisatie is zich ervan bewust dat dit een behoorlijke uitdaging is. Er is vertrouwen dat we dit doel jaarlijks kunnen bereiken door uitvoering te geven aan de uitgangspunten zoals die beschreven staan in deze nota. Doordat we gebruik maken van een gedegen plan per bijstandsgerechtigde, houden we ook goed grip op casuïstiek uitvoeringsniveau. De uitgesproken wens en actie vanuit het coalitieprogramma wordt hierdoor uitgevoerd. I: Succesverhalen en good practices worden gedeeld binnen het team en binnen de regio om elkaar geïnspireerd en enthousiast te houden.

Tevens staan we open voor nieuwe ideeën en kijken we vanuit de praktijk naar wat werkt. E: Er is draagvlak onder de uitvoering, management en college om aan dit plan uitvoering te geven. Men acht dit als een reële doelstelling.

10

1.1.2 De komende 2 tot 4 jaar zorgen we dat jaarlijks 30% van het uitkeringen succesvol worden beëindigd (dit om de te verwachten instroom te compenseren); M: We meten jaarlijks op het einde van het jaar hoeveel uitkeringen er dat jaar zijn beëindigd en zetten dat af tegen de eindstand van het aantal uitkeringen van dat jaar. Zo kunnen we goed monitoren of het lukt om 30% van de uitkeringen jaarlijks te beëindigen. We zetten daarbij zoveel mogelijk in op uitstroom naar betaalde arbeid. We monitoren deze gegevens ook maandelijks. A: 30% van het aantal uitkeringen komt op Bergense schaal neer op ongeveer 40 beëindigde uitkeringen op jaarbasis. Gezien de historie in relatie tot het verharde bijstandsbestand is dit een reëel maar scherp doel. G: We communiceren deze aantallen maandelijks aan het college en via de Q-raps/Beraps aan de gemeenteraad. I: Op basis van de voorgaande jaren willen we de lat hoog leggen, maar hierbij de realiteit niet uit te oog verliezen. De huidige arbeidsmarkt maakt dat er draagvlak is om ook mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt kansen en werkplekken te bieden. Hier willen we de mensen uit de bijstand ook van laten meeprofiteren. E: Uiteindelijk is het aantal uitkeringen een som van instroom en uitstroom. Ook de scherpte bij instroom speelt en belangrijke rol bij het grip houden op bijstandsuitkeringen en bijstandslasten.

Het samenspel tussen de consulenten werk en de consulenten inkomen is dus van belang bij dit proces. Dit samenspel kan leiden tot mooie resultaten. Onze consulenten zijn zich ervan bewust dat dit samenspel een belangrijk onderdeel is.

1.1.3 Alle uitkeringsgerechtigden beschikken over een actueel trajectplan waarin beschreven staat welke stappen er gezet worden om de deelname aan de maatschappij te vergroten en de afstand tot de arbeidsmarkt te verkleinen; M: In maandelijkse gesprekken tussen de coördinator, de beleidsadviseur en het uitvoeringsteam wordt hierop gemonitord. Ook is inzichtelijk in het systeem welke bijstandsgerechtigden een actief traject(plan) hebben en welke niet (meestal de net ingestroomde nieuwe uitkeringen). A: We zien het trajectplan als dé basis voor succesvolle re-integratie en (arbeids)participatie. Hieraan hechten we dus grote waarde. G: Alle bijstandsgerechtigden weten zodra zij een uitkering aanvragen dat daarbij rechten maar zeker ook plichten horen. Het meewerken aan een traject gericht op zo zelfstandig mogelijk kunnen voorzien in eigen inkomen is daarbij een belangrijke. De gemeente Bergen draagt ook uit dat zij zelfredzaamheid en zelfstandigheid in inkomen hoog in het vaandel heeft. Als betaald werk niet haalbaar is, verwachten we wel dat bijstandsgerechtigden participeren naar vermogen in de samenleving. I: Een gedegen intake met een passend trajectplan helpt zowel de bijstandsgerechtigden als de consulenten met het inzichtelijk maken van de kansen en de te nemen stappen de komende periode. Het draagt bij aan commitment vanuit beide perspectieven.

E: Een trajectplan waarin de stappen staan beschreven die de komende periode gezamenlijk gezet gaan worden zorgt ervoor dat de mensen zelf het gevoel van regie ervaren en geeft duidelijkheid waar de verantwoordelijkheden liggen voor beide partijen (verwachtingenmanagement).

11

1.1.4 Alle uitkeringsgerechtigden zijn ingeschaald op de participatieladdertrede, daarbij wordt zowel gekeken naar de actuele stand als wel de perspectieftrede (binnen 12 maanden) M: De participatieladder is voor de gemeente Bergen (L) de belangrijkste basis voor de reintegratie en participatie. Bij aanvang van een traject gericht op participatie, wordt de bijstandsgerechtigde ingeschaald op de actuele laddertrede. Tevens wordt bekeken wat de te verwachten laddertrede is binnen een periode van 12 maanden. Via maandelijkse overzichten kunnen we monitoren op welke laddertreden de bijstandsgerechtigden staan. Deze gegevens worden maandelijks gedeeld met het college en worden via de Q-raps/Beraps gedeeld met de gemeenteraad. A: Juist omdat we de participatieladdertrede zo belangrijk vinden, hebben we het doel gesteld om altijd up-to-date te zijn voor wat betreft de opbouw van ons bestand aan bijstandsgerechtigden. We vinden dat de basis, dus is die acceptabel. G: We communiceren de aantallen maandelijks aan het college en per kwartaal aan de gemeenteraad. I:

We nemen de participatieladder, zoals beschreven in bijlage 1 als basis.

E: De gemeente, en de consulenten in het bijzonder, onderkennen dat een gedegen indeling van het bestand helpt bij het inzichtelijk maken van reële doelen en verwachtingen.

1.1.5 We zorgen ervoor dat uitkeringsaanvragen binnen de wettelijke termijnen afgehandeld worden; Inwoners die een aanvraag voor bijstand indienen verkeren in een situatie van afhankelijkheid. We onderkennen het belang van het snel en adequaat afhandelen van de uitkeringsaanvragen. Juist vanuit het gegeven dat de aanvragers dan spoedig duidelijkheid hebben over hun financiële situatie. De wettelijke afhandelingstermijn is 8 weken vanaf het moment van aanvragen.

1.3

Monitoring

We monitoren de gegevens van de uitkeringsgerechtigden zorgvuldig. Maandelijks worden de aantallen gerapporteerd aan het college en deze worden tevens meegenomen in de kwartaalrapportages/bestuursrapportages naar de gemeenteraad. Zo kunnen we kort op de bal blijven en daar waar ontwikkelingen zichtbaar zijn, direct sturen op mogelijke aanpassingen. Gegevens rondom uitkeringsgerechtigden en uitkeringslasten zijn daarmee goed meetbaar. In hoofdstuk 2 (bestandsanalyse) wordt hierop nader ingegaan. Om de gegevens goed te kunnen blijven monitoren stellen we ons zoals bovenstaand beschreven als doel dat de (nieuwe) bijstandsgerechtigden worden ingedeeld op participatieladdertrede en perspectieftrede, zo hebben we een actueel beeld van ons bestand en de potentie daarvan. Ook de uitkeringslasten worden maandelijks gemonitord. Doorgaans gaan ontwikkelingen in bestandsaantallen hand in hand met ontwikkeling van de uitkeringslasten. Meer uitkeringen leiden doorgaans uiteraard tot hogere uitkeringslasten. Ook die gegevens worden dus nauwlettend gevolgd, zodat ook op dit onderdeel ontwikkelingen in een relatief vroeg stadium zichtbaar zijn en vervolgens geanalyseerd en verklaarbaar gemaakt kunnen worden. De komende periode blijven we hierop onveranderd strak monitoren.

12

2. Bestandsanalyse bijstandsuitkeringen en uitkeringsgerechtigden achterliggende periode 2.1

Bestand in aantallen, opbouw en kenmerken

Onderstaand ziet u de overzichten van de aantallen uitkeringen en uitkeringsgerechtigden over de achterliggende jaren. Hierin zijn ook de landelijke aantallen toegevoegd om een vergelijk te kunnen maken.

Hieronder ziet u de aantallen uitkeringen welke zijn toegekend (instroom) en welke zijn beëindigd (uitstroom) over de achterliggende 3 jaar.

Aantal uitkeringen instroom en uitstroom 47

50 40

40

37

33

46 37

30 20 10 0

2022

2023 instroom

2024

uitstroom

Jaar 2022:

13

Op basis van voorgaande tabelgegevens wordt duidelijk dat we in het gehele jaar 2022 33 nieuwe uitkeringen hebben toegekend en we tevens 37 uitkeringen hebben beëindigd. Het aantal uitkeringen is dus na 1 jaar op een lager peil als aan het begin van dit jaar. De 33 nieuwe uitkeringen zijn door uitstroom uit de uitkering gecompenseerd en ‘ingehaald’ naar een eindsaldo van -4 op 31-12-2022. Van de 37 beëindigingen was in 20 gevallen sprake van uitstroom door bemiddeling naar zelfstandig beroep/bedrijf/werk/opleiding. Daarnaast leidt meer uren parttime werk bij bijstandsgerechtigden ook tot een verlaging van de netto maandlast aan uitkeringen. Niet alleen bemiddeling naar volledige uitstroom is dus van belang. Inzetten op parttime werk of het realiseren van urenuitbreiding heeft eveneens een positief effect op de netto uitkeringslast van de gemeente. Jaar 2023: Op basis van de bovenstaande gegevens kunnen we tevens zien hoe die ontwikkeling eruit ziet in 2023. In 2023 zijn 47 nieuwe uitkeringen toegekend. Dit is relatief een behoorlijke stijging van het aantal instromers. Er zijn 40 uitkeringen beëindigd. In 2023 is er per saldo een lichte stijging zichtbaar geweest. Er zijn relatief veel nieuwe uitkeringen toegekend en ondanks dat er meer uitkeringen zijn beëindigd dan het jaar ervoor is het bestand met in totaal 7 uitkeringen op de eindstand van het jaar 2023 gestegen.

Die licht stijgende lijn was ook landelijk zichtbaar. Van de 40 beëindigde uitkeringen zijn 15 uitkeringen beëindigd vanwege betaalde arbeid, studie of werk als zelfstandige. Jaren 2024 en Q1 en Q2 2025: Vanaf 2024 zien we dat de dalende lijn aan uitkeringen weer terug is ingezet. In 2024 zijn 37 nieuwe uitkeringen toegekend. En zijn er 46 uitkeringen beëindigd. In 2024 was weer sprake van een grotere vraag aan arbeidskrachten, dat zien we ook terug aan de aantallen uitkeringen die zijn beëindigd vanwege de uitstroom naar betaalde arbeid, dat waren er in 2024 namelijk 25. 2024 heeft de lichte stijging vanuit 2023 weer plaatsgemaakt voor een licht dalende trend. In 2025 zien we een redelijk horizontale lijn. We merken dat het bestand wel verhard is ten aanzien van de vroegere jaren. Er is relatief meer energie nodig om diegene die nu in de bijstand zitten te begeleiden naar de arbeidsmarkt. Er is relatief steeds meer nodig om werkzoekenden en werkmogelijkheden passend aan elkaar te maken. Zij hebben nog stappen te zetten op de participatieladder om uiteindelijk na verloop van tijd de stap naar betaald werk te kunnen zetten. Hierover onderstaand in hoofdstuk 3 meer. Duur uitkeringen en leeftijd binnen de doelgroep uitkeringsgerechtigden Het bestand aan bijstandsgerechtigden is in principe een carrousel waarin nieuwe uitkeringen instromen en andere uitkeringen worden beëindigd.

In de praktijk zien we wel dan ondanks een carrouselprincipe waarin 40-45 uitkeringen per jaar muteren, er een groep uitkeringsgerechtigden in het bestand aanwezig is welke een langdurige periode bijstandsafhankelijk is. We spreken doorgaans van langdurige uitkeringsafhankelijkheid wanneer huishoudens langer dan 3 á 4 jaar afhankelijk zijn van een inkomen op minimumniveau. Onderstaand een overzicht van het aantal uitkeringen binnen de gemeente Bergen met daarbij de periode dat zij uitkeringsafhankelijk zijn. Binnen ons bestand is ruim 44% langer dan 5 jaar uitkeringsafhankelijk. Ongeveer 36% van het bestand heeft de uitkering korter dan 2 jaar.

14

Uitkeringen naar duur 50 40 30 20 10 0

34 24

< 1 jaar

40

32

1 < 2 jaar

2 < 5 jaar

5 < 10 jaar

32

10 jaar >

Ook zien we dat een grote groep van de bijstandsgerechtigden een relatief hoge leeftijd heeft. Ruim 40% van het bestand is ouder dan 55 jaar.

Uitkeringen naar Leeftijd 70 60 50 40 30 20 10 0

65 38 25

23 11 18-24

2.2

25-35

35-45

45-55

55-aow

Verharding doelgroep bijstandsgerechtigden

We realiseren ons dat mensen in een bijstandssituatie een (doorgaans aanzienlijke) afstand hebben tot de arbeidsmarkt. De Participatiewet is immers het sluitstuk van de sociale zekerheid in Nederland. Indien mensen in de bijstand terecht komen, dan zijn alle andere voorliggende voorzieningen uitgenut, dan wel, men komt er niet voor in aanmerking. Waardoor men uiteindelijk bijstandsafhankelijk wordt. We zien de bijstand als een tijdelijke voorziening welke mensen rust en inkomen geeft, maar de focus ligt op terug naar bijstandsonafhankelijkheid. Doorgaans met als einddoel om mensen weer naar een betaalde baan te begeleiden en hen kunnen laten voorzien in een eigen inkomen. De gemeente heeft de wettelijke taak om mensen die bijstandsafhankelijk zijn ondersteuning te bieden bij arbeidsinschakeling. In Bergen voeren we daarop ook een actief beleid, welke we periodiek herijken. We merken bij nieuwe bijstandsaanvragen dat de problematiek doorgaans heftiger, complexer en meervoudiger is dan voorheen. De maatschappij vraagt steeds meer van de inwoners en dat trekt een wissel op de gezondheidssituatie van de inwoners. De aanvragen zijn dan ook complexer geworden en daarin is maatwerk nodig om mensen passende ondersteuning te kunnen bieden. Hierin is het wettelijk kader van de Participatiewet uiteraard leidend.

Echter zien we dat ook het Rijk de Participatiewet heeft geëvalueerd en tot de conclusie is gekomen dat het strakke wettelijke kader in bepaalde situaties in de weg is komen te zitten. Hierop zijn aanbevelingen gedaan om de Participatiewet (gefaseerd) aan te passen en er wat ‘lucht’ in aan te brengen. Inmiddels heeft de tweede kamer en ook de eerste kamer (30 september 2025) daarom ingestemd met het wetsvoorstel ‘Participatiewet in balans’. De eerste maatregelen die hieruit voortvloeien zullen vanaf 2026 verder worden uitgerold. In dit wetsvoorstel wordt de balans tussen de rechten en plichten van de mensen die vallen onder de reikwijdte van de Participatiewet al (deels) hersteld aan de huidige inzichten. Uitgangspunten daarbij zijn ook onderdeel geweest bij het opstellen van de herijking van het aanvalsplan.

15

Later volgt een mogelijke meer fundamentele herziening van onderdelen van de huidige Participatiewet. We verwachten daar de komende jaren dan ook nog aanpassingen op. Hierover zullen wij u tegen die tijd informeren en daar waar noodzakelijk of nodig met aanpassingsvoorstellen komen in de geldende verordeningen / beleidsregels. Met de uitvoering van de uitgangspunten in deze beleidsnotitie sorteren we dan ook voor op de uitgangspunten zoals die zijn opgenomen in het wetsvoorstel ‘Participatiewet in balans’. Zo willen we onder andere zorgen dat er een loket-functie voor bijstandsaanvragen komt in de gemeente, de aanvraagprocedures vereenvoudigen, het soepeler omgaan met de zoektermijn van 4 weken voor jongeren, de vrijlating van giften tot € 1.200 per jaar, ruimer omgaan met de participatieplicht en meer maatwerk mogelijk maken om meer in de geest van de wet te gaan werken.

3.

Financiering uitkeringen, subsidies en re-integratie

Gemeenten ontvangen van het Rijk budget voor de uitkeringen en de subsidies in het kader van de regelingen Indicatie BanenAfspraak (IBA) en Nieuw Beschut Werken. Dit heet het BUIG-budget (Bundeling van Uitkeringen Inkomensvoorzieningen aan Gemeenten). Daarnaast ontvangt de gemeente via het gemeentefonds budget voor de uitvoering van de re-integratie. Financiering BUIG-uitkeringen-deel:

€ 2.486.810

Financiering BUIG-Loonkostensubsidie-deel:

€ 417.767 +

Het totale budget BUIG 2025 is vastgesteld op:

€ 2.904.577

Onderstaand onder 3.1 en 3.2 de nadere uitleg per onderdeel.

3.1

Budget uitkeringen

Het vastgestelde budget voor de gemeente Bergen (L) ten aanzien van de uitkeringen 2025 is bepaald op: € 2.486.810. Voor de gemeente Bergen (L) is een financiering BUIG van toepassing op basis van volledige historische grondslag. Budget in enig jaar (T) wordt vastgesteld op basis van het budget T-2. Er wordt dus in jaar T gekeken naar wat het procentuele aandeel van de gemeente Bergen (L) was ten opzichte van het landelijke (macro) totaal. Dat percentage bepaalt het aandeel van het macrobudget 2 jaar later. De groei-krimp in de tussenliggende periode wordt hierop gecorrigeerd. Concreet betekent dit dat een behoorlijke uitstroom in jaar T, 2 jaar later leidt tot een verlaging van het budget in het jaar T+2. Een structureel overschot op de BUIG rijksbijdrage is dan ook meerjarig niet realiseerbaar omdat het historische verdeelmodel 8 de uitstroom in enig jaar hierop continue aanpast. Anderzijds verlaagt dit ook het risico voor de kleine gemeenten om structureel met grote tekorten te moeten omgaan. Indien een gemeente in enig jaar met een aanzienlijk tekort zou komen te zitten dan kan mogelijk aanspraak gemaakt worden op de vangnetregeling9. Onderstaand een overzicht van de maandelijkse kosten ten aanzien van de netto uitkeringslasten in onze gemeente. De netto-uitkeringslasten in de maand mei zijn hoger in verband met de uitbetaling van de Vakantietoeslag.

8

Op de gemeente Bergen (L) is het historisch verdeelmodel BUIG-budget van toepassing (T-2 principe). Grote(re) gemeente (>40.000 inwoners) kennen een ander (landelijk) verdeelmodel met andere parameters. 1 op1 vergelijkingen over aanpak en beheersing van BUIG-budgetten met grote gemeenten kan dus een vertekend beeld geven. 9 Voorwaarden 2024 | Vangnetuitkering 2024 | Toetsingscommissie vangnet Participatiewet

16

3.2

Lasten uitkeringen

Netto uitkeringslasten per maand 2025 € 300,000 € 250,000 € 200,000 € 150,000 € 100,000 € 50,000 €-

jan

feb

mrt

apr Ioaw/z

3.3

mei

jun

Participatiewet

jul

aug

sep

okt

nov

dec

Totaal

Subsidies IBA en Nieuw Beschut Werken

De instroom in de Sociale Werkvoorziening (WSW) is sinds 2015 stopgezet. Er zijn uiteraard wel nog steeds inwoners die willen en kunnen werken maar structureel begeleiding en compensatie van loon nodig hebben om aan de slag te komen en te blijven. Zij kunnen door middel van een indicatie voor één van de hierboven genoemde regelingen in aanmerking komen voor ondersteuning via de gemeente. Qua begeleiding in het werk en qua financiële ondersteuning voor het verlies aan loon ten opzichte van een gemiddelde werknemer die geen beperkingen heeft ten aanzien van het uit te voeren werk. Indien zij geplaatst worden op een werkplek, kan een subsidie verstrekt worden op basis van een uitgevoerde loonwaardemeting (zie hiervoor hoofdstuk 7.3). De subsidies die de gemeente verstrekt worden gefinancierd vanuit de financiering Nieuwe doelgroepen, als onderdeel van het totale BUIG-budget. Voor de gemeente Bergen komen de baten hiervoor in 2025 uit op € 417.767. Het budget wordt gebaseerd op de daadwerkelijke procentuele realisatie in het voorgaande jaar (T1) vermenigvuldigd met het macrobudget in het jaar T.

3.4

Re-integratie

Gemeenten ontvangen via het gemeentefonds budget voor het uitvoeren van re-integratietrajecten om inwoners ondersteuning te bieden op het gebied van arbeidsinschakeling. Het reintegratiebudget wordt breed ingezet voor verschillende onderdelen zoals: scholing, cursussen, jobcoaching, begeleiding naar werk, medisch arbeidskundige onderzoeken, stage- en participatieplaatsen, etc. Naast de inkoop van bovenstaande modulaire onderdelen van het re-integratietraject heeft de gemeente een 3-tal re-integratieconsulenten in dienst. Zij bieden cliënten ook bovengenoemde ondersteuning in natura. Indien zij de begeleiding of ondersteuningsvraag niet zelf kunnen bieden, kunnen die diensten worden ingekocht bij externe partijen. In 2025 heeft de gemeente Bergen naast de inzet van 3 consulenten re-integratie € 270.000 opgenomen in de begroting. De komende jaren zal dit budget jaarlijks oplopen als gevolg van de toename van de groepen IBA en Nieuw Beschut Werken. Deze 2 nieuwe doelgroepen vervangen de oude Wsw-regeling. Nadere verdieping op deze doelgroepen staat beschreven in hoofdstuk 4.4. Deze doelgroepers hebben ondersteuning nodig en de gemeente is verplicht deze begeleiding te bieden. Het Rijk past hier de financiële bijdrage aan gemeenten ook jaarlijks op aan. De komende

17

jaren ontvangen we dus ook meer budget om de toenemende groep begeleiding te kunnen blijven bieden. Dit nemen we op bij de begrotingsronden.

4. Doelgroepen Binnen de totale doelgroep van de bijstandsgerechtigden kennen we verschillen in benadering. Verschillende subdoelgroepen vragen om een andere aanpak en benadering. In dit hoofdstuk lichten we er een aantal uit. In de herijking van het aanvalsplan is met name 4.1 (bestandsindeling naar participatieladdertrede en perspectief) de belangrijkste. Met de groep bijstandsgerechtigden die perspectief hebben om binnen 12 maanden minimaal 1 stap op de participatieladder te zetten, gaan we actief aan de slag. De groep bijstandsgerechtigden die geen perspectief op ontwikkeling hebben, ontvangen geen intensieve begeleiding. Daar wordt volstaan met een gesprek eens per jaar om te kijken of er verandering in de situatie is gekomen en er mogelijk het komende jaar wel ontwikkelperspectief is, Is dat het geval, dan komen zij ook in aanmerking voor een intensief traject. Ondanks dat er verschillen zijn binnen de doelgroep bijstandsgerechtigden, zijn er ook veel overeenkomsten in wat voor hen allemaal van belang is. Zoals het opdoen van positieve ervaringen en het voorkomen van een isolement, dan wel uit het isolement te komen met ondersteuning. Meedoen, participeren en erbij horen leidt ertoe dat de inwoners meer geluk ervaren en meer weerbaar zijn in het dagelijks leven. Door actief mee te doen bouwen zij netwerken en ontwikkelen zij een groter gevoel van eigen waarde.

Waardevolle ervaringen die zij in hun verdere leven mee zullen nemen.

4.1

Bestandsindeling naar Participatieladdertrede

Om een goed beeld te kunnen krijgen van de potentie en de mogelijkheden van de bijstandsgerechtigden als totale groep, kiezen we ervoor om alle mensen met een bijstandsuitkering te spreken, een intake mee te hebben en in te schalen op de participatieladder. We schalen hen in op de laddertrede van dat moment en we kijken tevens welke verwachte trede de komende 12 maanden behaald zou kunnen worden, de zogenaamde perspectieftrede. Op die manier ontstaat een duidelijk beeld over de groep en kunnen we reële doelstellingen en gerichte ondersteuning op maat inzetten. Er is vanaf 2024 een inhaalslag gemaakt waarin we alle uitkeringsgerechtigden hebben gesproken en hebben ingedeeld. De inschaling is nu inmiddels onderdeel geworden van het reguliere werkproces zodat we realtime juiste informatie uit het systeem kunnen halen en hierop goed kunnen monitoren. De groep bijstandsgerechtigden die naar verwachting geen doorgroeiperspectief heeft binnen de termijn van 12 maanden, wordt niet prioritair gesteld en daarmee niet intensief ondersteund, tenzij zij zelf aangeven dat wel te willen. Deze groep wordt jaarlijks gesproken zodat zij niet uit zicht verdwijnen en in scope van de consulenten blijft.

Indien er gedurende de periode tussen de gesprekken van de consulenten signalen zijn dat de situatie zodanig is veranderd dat er mogelijk wel perspectief ontstaat, wordt het traject gericht op ontwikkeling opnieuw opgestart/hervat. In onderstaande tabel zijn de aantallen weergegeven van de bijstandspopulatie naar laddertrede. Daarnaast is het aantal mensen van die groep vanaf de huidige laddertrede-indeling het perspectief heeft om zich binnen 12 maanden door te ontwikkelen naar minimaal één hogere laddertrede af te lezen.

18

Op basis van de bovenstaande tabel-informatie wordt geconcludeerd dat ongeveer 60% van de bijstandsgerechtigden naar verwachting ontwikkelbaar is naar minimaal één hogere laddertrede. Deze groep bijstandsgerechtigden wordt met prioriteit ondersteund door de consulenten. De trajecten van de andere bijstandsgerechtigden zijn erop gericht de huidige laddertrede te behouden en zij worden minder (intensief) begeleid. Daar wordt volstaan met minimaal eens per jaar een check-up gesprek om de actuele situatie opnieuw te beoordelen en eventueel het plan bij te stellen.

4.2

Statushouders

De afgelopen jaren is de groep statushouders in Nederland gestegen als gevolg van de problematiek in met name Syrië en Eritrea. De vluchtelingen zoeken een nieuwe start in een veilig land. Nederland is zo’n land waar het veilig is. De gemeente heeft de taak om op basis van een taakstelling statushouders te huisvesten. Wij ondersteunen bij het opstarten in Nederland. Zo bieden wij ondersteuning bij het regelen van zaken rondom de sociale zekerheid, de financiën, helpen we met het aanmelden voor de inburgering (taalles) en krijgen zij het aanbod van de participatieverklaring. Voor deze groep is het belangrijk dat zij snel stappen zetten richting de arbeidsmarkt. In afstemming met de aanbieder van de Nederlandse taal (Nederlands de Baas) dragen we zorg voor duale trajecten (zie hiervoor hoofdstuk 6.8). We willen de statushouders direct een aanbod doen waarin taal en participatie hand in hand gaan met elkaar. 3 dagdelen Nederlandse taalles en voor de dagdelen die zij daarnaast beschikbaar zijn, zoekt de gemeente samen met hen naar participatieplekken gericht op uitstroom naar betaalde arbeid. Het intensief ondersteunen aan de voorkant zal leiden tot een besparing en uitstroomresultaat aan de achterkant. Directe bemiddeling naar arbeid als primaire focus bij aanvang, biedt kansen voor de doelgroep.

Intensivering van de werkzoekende dienstverlening en begeleiding, door middel van het actief houden van de doelgroep door workshops, sollicitatieprogramma’s en aanbod van werkplekken op de arbeidsmarkt, leidt tot een beter uitstroomperspectief voor deze doelgroep. Ook kunnen statushouders laagdrempelig starten bij bijvoorbeeld het project Meldon of het gemeentelijke project ‘op weg’. Voor meer informatie over deze projecten zie hoofdstuk 6, Doorstroom. Tevens zijn er afspraken met de aanbieder van de Nederlandse taalles om participatie in te bakken in de taalles. Zo ondersteunt zij bedrijfsbezoeken als onderdeel van de taalles. Deze praktische invulling van de duale trajecten (werk en taal) zorgt voor perspectief op participatie in een vroeg stadium. Ook de komende periode blijven we hierop aansturen. Vanuit de praktijk zien we dat de groep statushouders in Bergen zich kenmerkt door een relatief lage leeftijd. Dat biedt aanknopingspunten bij de arbeidsmarkt. De taal is wel een obstakel wat

19

ervaren wordt als een extra aandachtspunt bij bemiddeling naar werk. Functies waarin taal en communicatie een belangrijk onderdeel zijn, zullen aanvankelijk niet direct passend zijn.

4.3

Wsw-ers

De gemeente heeft na de ontmanteling van de WAA in Venlo de taak en verantwoordelijkheid gekregen om de doelgroep beschutte Wsw-ers te plaatsen op passende werkplekken en hierbij passende begeleiding te organiseren. Zij vallen formeel buiten de scope van de Participatiewet voor wat betreft uitkeringsrecht (zij hebben een dienstverband bij WAA) maar de gemeenten begeleidt een deel van die groep. De consulenten re-integratie geven uitvoering aan deze taak. De beschutte Wsw-ers zijn geplaatst bij werkgevers en passende begeleiding is georganiseerd, dan wel, wordt geboden door middel van begeleiding met ambtelijke inzet. Hierin is Intos in Gennep een belangrijk partner, zij hebben beschutte werkplekken waar onze Wsw-ers hoofdzakelijk aan de slag zijn, tevens hebben zij begeleiding op de werkplekken om de duurzaamheid en het behoud van werk te kunnen optimaliseren. Het aantal Wsw-ers neemt sinds 2015 (na stopzetting instroom Wsw-regeling) alleen nog maar verder af. Het aantal Garantiebanen en Nieuw Beschut werkers neemt ongeveer evenredig met die afname van de Wsw-ers toe. In de onderstaande grafiek is terug te zien hoe deze doelgroepen zich verhouden tot elkaar.

4.4

Garantiebanen en Nieuw Beschut werk

Sinds 2015 is er met de intreding van de Participatiewet een instrument beschikbaar gekomen voor de gemeenten om mensen met een arbeidsbeperking waardoor zij niet in staat zijn om het wettelijk minimumloon te verdienen ondersteuning te bieden. De gemeente kan voor deze doelgroep een loonkostensubsidie verstrekken op basis van een loonwaardemeting. Wij hebben een consulent in dienst die gecertificeerd is om de loonwaardemeting volgens de Dariuz methodiek10 uit te voeren. Deze objectieve manier van onderzoeken of de werknemer het wettelijk minimumloon kan verdienen wordt ingezet om vast te stellen wat de hoogte is van de loonwaarde voor de persoon met een arbeidsbeperking. Daarmee wordt inzichtelijk welke loonwaarde eventueel gecompenseerd dient te worden.

10

Onze methodiek – DARIUZ

20

Deze vastgestelde loonkostensubsidie (maximaal 70% van het wettelijk minimumloon) wordt verstrekt uit het BUIG-budget. Hieruit worden ook de uitkeringen verstrekt. De begeleiding bij de werkplekken (jobcoaching) kan worden uitgevoerd door onze eigen re-integratieconsulenten, of worden ingekocht bij derden. Het instrument loonkostensubsidie kan zowel worden ingezet voor de doelgroep Garantiebanen (IBA, Indicatie BanenAfspraak) als voor de ‘Nieuw Beschut werken’ doelgroep. Bij beide doelgroepen is sprake van een indicatie. Deze is noodzakelijk om in aanmerking te kunnen komen voor zowel de subsidie als de begeleiding. Indien men de indicatie verkrijgt (UWV voert die doelgroepkeuring uit) worden zij opgenomen in het doelgroepregister voor de banenafspraak en start voor de gemeente de taak om hen te begeleiden naar passende arbeid.

4.5

(Kwetsbare) jongeren tot 27 jaar

Jongeren, en dan met name kwetsbare jongeren, ontvangen extra aandacht in de begeleiding naar (betaald) werk. De werkwijze volgens BAANwijs11 is de laatste jaren ingezet als verbindingsnetwerk tussen de schakels praktijkonderwijs, entree-onderwijs, Voortgezet Speciaal Onderwijs (VSO) en partners binnen de begeleiding naar de arbeidsmarkt (UWV en gemeenten). Sluitende aanpak van jongeren richting werk leidt tot perspectief voor de jongeren. De gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering, begeleiding en ondersteuning van ‘Nieuw Beschut werken’ en de ‘Garantiebanen’. De groep kwetsbare jongeren komt veelal in aanmerking voor één van deze regelingen. Investeren in de jongeren is van belang omdat deze groep nog een lange periode voor de boeg heeft. De sluitende aanpak kwetsbare jongeren leidt tot een sluitende keten vanuit onderwijs en de aansluiting bij de arbeidsmarkt. Jongeren hebben veelal stageplaatsen en werkervaring vanuit de praktijkperiode in het onderwijs. De consulenten van de gemeente en de arbeidsdeskundige van het UWV adviseren en ondersteunen bij de totstandkoming van een arbeidsovereenkomst of het behalen van een zo hoog mogelijke participatieladdertrede.

Indien de kwetsbare jongere niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, kan een loonwaardemeting uitgevoerd worden om vast te stellen hoe hoog de loonkostensubsidie bij benadering zal zijn ter ondersteuning van een werkplek. De jongeren vanuit PRO, VSO en entree onderwijs hebben van rechtswege de doelgroepregistratie waarmee de loonkostensubsidie Garantiebanen vanuit de BUIG financiering kan worden ingezet. De begeleiding bij de werkplekken (jobcoaching) kan worden uitgevoerd door onze eigen re-integratieconsulenten, of worden ingekocht bij derden. De intensivering van begeleiding en ondersteuning naar betaald werk voor jongeren die minder of niet kwetsbaar zijn zal moeten leiden tot een snellere aansluiting bij de arbeidsmarkt. Jongeren hebben over het algemeen een betere arbeidsmarktpositie dan de ouderen. Zij zijn nog kneedbaar, schoolbaar, vallen deels nog onder het wettelijk minimumjeugdloon en zijn vaak flexibeler dan de oudere werkzoekenden. De landelijke trend is dat er relatief veel jongeren de bijstand in stromen de laatste jaren. Hoewel de reden niet geheel wetenschappelijk onderbouwd is, is de verwachting dat dit te maken heeft met na-corona effecten.

Jongeren hebben meer dan in het verleden te kampen met psychische klachten, schulden en hebben ook meer dan eerder vaker te maken met een mismatch op de arbeidsmarkt (studie sluit niet of onvoldoende aan op de vraag van de arbeidsmarkt).

11

BAANwijs is een samenwerkingsverband in Noord Limburg tussen de gemeenten, onderwijsinstellingen en het UWV om kwetsbare jongeren van school naar werk te begeleiden

21

4.5.1 Jonge jongeren en het Wetsvoorstel ‘Van school naar duurzaam werk’ We hebben de laatste jaren geconstateerd dat er steeds meer jongeren ook vóór hun 18 de jaar in een situatie terecht komen waarbij school niet meer passend (b)lijkt te zijn. Op 15, 16 of 17-jarige leeftijd komen zij in beeld bij de gemeente met een ondersteuningsvraag. De gemeente staat voor arbeidsinschakeling primair aan de lat vanaf het 18de jaar. Echter zien we hier in het kader van vroeg-signalering en preventie wel een kans om de jongeren in een vroege fase passende ondersteuning te bieden. Van hieruit is het regionale project jonge jongeren ontstaan ‘werken vanuit de bedoeling’. Hierbij gaan we alvast werken conform het nieuwe wetsvoorstel ‘Van school naar duurzaam werk’, waarin het begeleiden van jongeren van school richting de arbeidsmarkt makkelijker moet gaan verlopen. Met het regionaal opgestelde (en regionaal gefinancierde) voorstel sorteren we alvast voor op de taken welke we als gemeenten (en de regio) op moeten gaan pakken. Hiermee hebben we de werkwijze welke we ook na inwerkingtreding van het nieuwe wetsvoorstel gaan uitvoeren, alvast in de steigers gezet. De komende periode wordt nog nadrukkelijker de afstemming gezocht met de onderwijspartners en de lokale werkgevers om deze aansluitging nog verder te verbeteren.

4.6

Nuggers

Nuggers (Niet UitkeringsGerechtigden) ontvangen in de gemeente Bergen dezelfde ondersteuning als de mensen die bijstand ontvangen. Mits zij zich voldoende inspannen om in ieder geval te werken naar een situatie dat zij voor minimaal 12 uur per week betaald werk hebben. Tevens dienen zij zich in te schrijven bij het UWV als werkzoekende. Indien de gemeente kosten maakt voor de ondersteuning van de werkzoekende naar een nieuwe werkplek en de nugger verwijtbaar stopt met het traject dan kan de gemeente de eventuele kosten welke gemaakt zijn terugvorderen op de nugger. Dit ter voorkoming van vrijblijvende (kostbare) trajecten welke onvoldoende serieus en noodzakelijk zijn. Jaarlijks bieden we gemiddeld aan ongeveer 10 tot 15 personen deze ondersteuning.

4.7

De zelfstandige

De gemeente Bergen (L) heeft een breed aanbod aan ondersteuningsmogelijkheden voor ondernemers binnen het Besluit bijstandverlening zelfstandigen, kortweg het Bbz. Om een goed oordeel te kunnen geven of een onderneming (in potentie) levensvatbaar is, wordt doorgaans onderzoek ingekocht bij een onafhankelijke deskundige, zoals bijvoorbeeld het Instituut Midden- en Kleinbedrijf. Geen enkele situatie is hetzelfde en de context is vaak sterk afhankelijk van de branche, ligging, marktwerking en arbeidsmarkt in zijn algemeenheid. Zelfstandigen in de gemeente Bergen (L) met een ondersteuningsvraag kunnen zich melden bij het Klant Contact Centrum van de gemeente waarna een oriënterend gesprek plaatsvindt met de consulent zelfstandigen waarin de (on)mogelijkheden besproken worden. De startende ondernemer Indien je als startende ondernemer geen passende financieringsmogelijkheden kunt vinden bij de reguliere banken dan kun je onder bepaalde voorwaarden een beroep doen op de financieringsmogelijkheden van het Bbz. Voor startende ondernemers die een bijstandsuitkering ontvangen, biedt het Bbz diverse mogelijkheden zoals een periodieke uitkering tijdens de aanloopfase van de onderneming (maximaal 3 jaar), een bedrijfslening van maximaal € 46.656 (norm juli 2025) of een combinatie van beiden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16223549/2