CConstaterende datBergen (L)
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Zienswijzennota ELWM DEF

Gemeenteraad 9 februari 2021, gemeente Bergen (L)Bij agendapunt: Voorstel tot vaststelling bestemmingsplan en MER en vervolg Energielandgoed Wells Meer;36.055 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

tot aanpassing van het

maar dient reeds uitgevoerd te zijn in het kader van de

windturbines. Hierdoor is het voornemen uitvoerbaar. Er is een

bestemmingsplan of de

planvoorbereiding.

verzoek tot een verklaring van geen bedenkingen ingediend bij

omgevingsvergunningen.

het Ministerie van Defensie. Omdat deze verklaring nog niet is ontvangen voorafgaand aan definitieve besluitvorming, is een voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan opgenomen. 8.21

In de plantoelichting staat vermeld dat het MER aanleiding

De afweging tot het voorkeursmodel die is opgenomen in het

Deze zienswijze geeft

vormt om de voorkeursvariant met het grote cluster voor

bestemmingsplan is niet opgenomen in het Milieueffectrapport.

aanleiding het bestem-

windenergie te gebruiken als de basis voor het bestem-

Dit is ook niet verplicht. Wel dient het MER de informatie te

mingsplan en de omge-

mingsplan (p.56). Hiervoor is reeds opgemerkt dat deze

leveren die noodzakelijk is tot het maken van de afweging. Deze

vingsvergunning voor de

voorkeursvariant helemaal niet volgt uit het MER. In zoverre

was aanwezig tijdens het ontwerpbesluit en is aangevuld

windturbines aan te

is er sprake van een onzorgvuldige voorbereiding. Voorts

voorafgaand aan het definitieve besluit. Er is hierdoor sprake

passen.

staat in de plantoelichting dat de in de MER genoemde

van een zorgvuldige voorbereiding van het besluit.

mitigerende maatregelen bij de verdere planuitwerking

8.22

worden betrokken. Onduidelijk is wat hiermee wordt bedoeld

Ten aanzien van de mitigerende maatregelen wordt gedoeld op

en welke mitigerende maatregelen bij verdere planuitwerking

maatregelen om slagschaduw en geluidsoverlast boven de

zijn betrokken. Het lijkt er juist op dat er geen mitigerende

normen uit het activiteitenbesluit te voorkomen. Deze zijn in

maatregelen zijn doorvertaald in het plan, maar volstaan is

cumulatieve situatie met betrekking tot geluid niet voldoende

met een ter inzage legging en het vooruitschuiven van nader

geborgd in het bestemmingsplan en met betrekking tot slag-

onderzoek als gevolg van de bevindingen in het MER

schaduw en geluid in de vergunningen. Dit wordt aangepast in

(overbodig programma windenergie, natuur, radarverstoring

de definitieve besluiten en wordt voor geluid geborgd in het vast

etc.).

te stellen bestemmingsplan.

De afwijkingsmogelijkheid van artikel 17.1 onder a (10%) is

Indiener stelt terecht dat de algemene afwijkingsmogelijkheid uit

Deze zienswijze leidt tot

niet betrokken in de sectorale onderzoeken. Een bouwhoogte

artikel 17.1 onder a (afwijken van 10% van maten, afmetingen

aanpassing van de regels

van 10 meter (!) voor innovatieve zonneparken is ruimtelijk

en percentages in de regels) niet is meegenomen in de

van het bestemmings-

onaanvaardbaar en dient naar beneden te worden bijgesteld.

onderzoeken. Het bestemmingsplan zal hierop worden aange-

plan.

Verder geldt dat binnen de aanduiding windturbine veel

past. Windturbines en zonnepanelen worden uitgesloten van

verschillende posities van de turbines mogelijk zijn, terwijl de

deze afwijkingsregel.

inhoudelijke onderzoeken niet uitgaan van een dergelijke 'marge'.

Er is in het MER en voor de vergunningaanvraag rekening gehouden met een bandbreedte voor zonnevelden en windturbines. Op basis hiervan zijn de sectorale onderzoeken uitgevoerd die aansluiten bij de planologische mogelijkheden die met de voorgenomen besluiten worden gerealiseerd.

8.23

Ten onrechte is voor de ontwerpomgevingsvergunning wind

Er is voor de ontwerp omgevingsvergunning wel een welstands-

De zienswijze leidt tot

geen welstandtoetsing uitgevoerd. Indiener wordt graag nog

toets uitgevoerd. Het advies is positief en vormt dan ook geen

aanpassing van de

in de gelegenheid gesteld om die toetsing te beoordelen en

weigeringsgrond voor de vergunning. Het advies heeft niet ter

omgevingsvergunningen

daarop te reageren. Eerder kan de omgevingsvergunning

inzage gelegen, maar is, in tegenstelling tot onderzoeken, geen

voor de zonnevelden en

niet worden verleend, anders zou slechts eerst in beroep het

onderdeel van de onderbouwing van de vergunning. Zoals

windturbines.

onderdeel welstand aan de orde kunnen komen. Daarbij is

gezegd kan een negatief welstandadvies alleen een weigerings-

75

onder meer reflectie van belang en de landschappelijke

grond vormen voor het verlenen van een vergunning. Gezien het

inpassing.

positieve advies is hiervan geen sprake. Er is, op advies van de

76

welstandcommissie, voor gekozen de hoogte van de windturbines landschappelijk te onderbouwen. Het advies van welstand wordt verwerkt in de omgevingsvergunningen. 8.24

De aangevraagde bouwhoogte in de ontwerpomgevingsver-

De aangevraagde bouwhoogte betreft een bandbreedte,

De zienswijze leidt niet

gunning wind kan niet worden vergund, zolang niet duidelijk

hierdoor is zowel de minimale als de maximale bouwhoogte

tot aanpassing van het

is of de bouwhoogte aanvaardbaar is. Onaanvaardbaar is dat

aangevraagd. De voorwaardelijke verplichting heeft betrekking

bestemmingsplan of de

een bouwhoogte wordt vergund, terwijl pas 10 weken voor

op een deel van deze bandbreedte. hierdoor is de vergunning

omgevingsvergunningen.

de start bouw zal blijken, zonder rechtsbeschermingsmoge-

uitvoerbaar, passend binnen het bestemmingsplan en derhalve

lijkheid van derden, of deze bouwhoogte onaanvaardbaar is

van rechtswege te verlenen.

(volgens in artikel 5.2.3. opgenomen voorwaardelijke verplichting). 8.25

Voorts stelt indiener vast dat in de aanvraag omgevingsver-

De woning aan Wellsmeer 1a is niet als woning bestemd, zowel

De zienswijze leidt niet

gunning wind op verschillende plekken wordt aangegeven

op de verbeelding als in de regels. Ter plaatse van de huidige

tot aanpassing van het

dat de woning aan Wellsmeer 1a wordt geamoveerd of

woning is in het bestemmingsplan de bestemming ‘Energieland-

bestemmingsplan of de

betrokken bij het Energielandgoed. Deze noodgreep is

goed’ opgenomen. Zie tevens artikel 2.2.3.4 in de toelichting.

omgevingsvergunningen.

Een onderzoek naar de externe veiligheidsrisico's (onder

Het MER bevat de benodigde informatie ten aanzien van externe

De zienswijze leidt niet

meer vanwege de aanwezigheid van de inrichting van

veiligheid, om te kunnen besluiten over de omgevingsvergun-

tot aanpassing van het

evident noodzakelijk om tot een haalbaar plan te komen en om aan de normen te kunnen voldoen (de redenering is dat de woning alsdan geen gevoelig object is en daarom niet hoeft te worden getoetst aan de norm). Een vergelijkbare redenering werkt door in de onderbouwing van het ontwerpbestemmingsplan. Het amoveren van de woning of het betrekken bij het Energieland is echter niet geborgd. Sterker, de woning is positief bestemd. Het is evident dat om deze reden omgevingsvergunning wind niet verleend kan worden en het ontwerpbestemmingsplan niet kan worden vastgesteld. 8.26

indiener) ontbreekt in de ontwerpomgevingsvergunning

ning. In de besluitvorming van de omgevingsvergunning is hier

bestemmingsplan of de

wind.

dan ook gebruik van gemaakt.

omgevingsvergunningen.

Volgens indiener had in het onderzoek naar slagschaduw ook

Onduidelijk is op welke bedrijfswoningen indiener doelt. De

De zienswijze leidt niet

gekeken moeten worden naar de effecten op de bedrijfswo-

woningen in en in de directe nabijheid van het Wells Meer zijn

tot aanpassing van het

ningen, uitgaande van de maximale (worst case) planolo-

alle meegenomen in het onderzoek naar slagschaduw. Zo ook de

bestemmingsplan of de

gische

te amoveren woning op Wellsmeer 1A. Bijlage 3 van het

omgevingsvergunningen.

invulling.

akoestisch en slagschaduwonderzoek geeft hier meer duidelijk-

77 8.27

heid over. 8.28

Tot slot is uit het akoestisch onderzoek af te leiden dat

In het akoestisch onderzoek is rekening gehouden met de

De zienswijze leidt niet

geluidnormen worden overschreden onder meer vanwege de

windturbines van het voornemen, de windturbines uit Duitsland

tot aanpassing van het

cumulatie met de 'Duitse windturbines". Dit is ook relevant in

en de verkeersantrekkende werking van het voornemen. Op

bestemmingsplan of de

het kader van een goede ruimtelijke ordening. Dat geldt ook

basis hiervan is geconcludeerd dat er sprake is van een goede

omgevingsvergunningen.

voor zover het akoestische onderzoek cumulatieberekenin-

ruimtelijke ordening.

gen uitvoert voor het windpark met de energieboulevard en de verkeersaantrekkende werking daarvan, maar geen

Te nemen mitigerende maatregelen zijn in cumulatieve situatie

rekening houdt met de bestaande bedrijvigheid en de Duitse

met betrekking tot geluid niet voldoende geborgd in het

windturbines.

bestemmingsplan en in de vergunningen. Dit is aangepast in de definitieve besluiten en wordt geborgd in het vast te stellen bestemmingsplan.

8.29

Ook ten aanzien van de omgevingsvergunning zon geldt dat

Er is voor de ontwerp omgevingsvergunning wel een welstands-

De zienswijze leidt tot

ten onrechte geen welstandtoetsing is uitgevoerd. Indiener

toets uitgevoerd. Het advies is positief en vormt dan ook geen

aanpassing van de

wordt graag nog in de gelegenheid gesteld om die toetsing

weigeringsgrond voor de vergunning. Het advies heeft niet ter

omgevingsvergunningen

te beoordelen en daarop te reageren. Eerder kan de omge-

inzage gelegen, maar is, in tegenstelling tot onderzoeken, geen

voor de zonnevelden en

vingsvergunning niet worden verleend, anders zou slechts

onderdeel van de onderbouwing van de vergunning. Zoals

windturbines.

eerst in beroep het onderdeel welstand aan de orde kunnen

gezegd kan een negatief welstandadvies alleen een weigerings-

komen.

grond vormen voor het verlenen van een vergunning. Gezien het positieve advies is hiervan geen sprake. Het advies is verwerkt in de omgevingsvergunningen.

8.30 78

Zoals eerder gesteld dient in het kader van de ontwerpom-

Het exacte tracé en de locatie van de werkzaamheden ten

De zienswijze leidt niet

gevingsvergunning zon ook een omgevingsvergunning voor

aanzien van de parkbekabeling is nog niet bekend. Dit wordt

tot aanpassing van het

werken te worden aangevraagd, te meer nu uit de aanvraag

later ingevuld.

bestemmingsplan of de

volgt dat het roeren van de grond niet alleen plaatsvindt

omgevingsvergunningen.

door het bouwen van de panelen, maar bovendien onderhoudspaden worden aangelegd en de bekabeling wordt ingegraven. 8.31

Voorschriften om reflectie te beperken zijn ten onrechte niet

In het bestemmingsplan ‘Energielandgoed Wells Meer’ is in

De zienswijze leidt niet

opgenomen in de ontwerpomgevingsvergunning zon.

paragraaf 4.6 een onderbouwing met betrekking tot het aspect

tot aanpassing van het

gezondheid opgenomen. Hierin is onder andere lichtreflectie van

bestemmingsplan of de

zonnepanelen meegenomen, waarbij wordt verwezen naar

omgevingsvergunningen.

bijlage 5 van het MER. Geconcludeerd wordt dat er geen reden is om aan te nemen dat er negatieve gezondheidseffecten optreden.

8.32

Ook ten aanzien van de water gerelateerde ontwerpbesluiten

Deze zienswijze wordt door het waterschap beantwoord in het

De zienswijze leidt niet

kan indiener zich niet aan de indruk onttrekken dat er sprake

kader van de watervergunning.

tot aanpassing van het

is van haastwerk. Er is in zijn geheel geen onderzoek gedaan

bestemmingsplan of de

naar de effecten van de verlegging van de primaire water-

omgevingsvergunningen.

gangen. Dit is doorgeschoven naar een later stadium, terwijl dit (als het vanwege negatieve effecten) niet mogelijk zou zijn, direct impact heeft op de (gebruiks)mogelijkheid op en rondom het energielandgoed. Het ecologisch inrichten van de Molenbeek alsmede de om te leggen watergangen zal de afvoerende functie negatief beïnvloeden. Indiener heeft niet kunnen vaststellen wat de gevolgen hiervan zijn voor de eigen percelen. Er wordt reeds een vergunning in ontwerp opgesteld, terwijl er nog vervolgonderzoek moet plaatsvinden (zie hieronder een citaat) en mitigerende maatregelen niet geborgd zijn. Daardoor

ontstaat voor (de bedrijfsvoering van) indiener een volstrekt (rechts)onzekere situatie. Dit is onaanvaardbaar, te meer nu 79

het grondwaterniveau ter plaatse al eens boven het maaiveld is uitgekomen (juni 2016). 8.33

Het realiseren van het energielandgoed zou kansen moeten

In de watertoets is beschreven dat hemelwater van de zonnepa-

De reactie leidt tot

bieden om het watersysteem robuuster te maken, maar die

nelen af kan stromen en in de bodem kan infiltreren. Hierdoor

aanpassing van de

worden niet gegrepen. De oprichting van de installaties

slaat de bodem niet volledig dicht. In het geohydrologisch

toelichting van het

inclusief bebouwing en wegen zorgen nu juist voor meer

rapport is beschreven hoe met mitigerende maatregelen

bestemmingsplan.

afstromend water richting oppervlaktewater. Het "dichtslaan"

eventuele negatieve effecten worden voorkomen. Op basis van

van de bodem onder zonnepanelen maakt dat er sprake is

de resultaten van dit rapport verwachten we niet dat er proble-

van een reductie van infiltratiecapaciteit (op dit punt moet in

men worden veroorzaakt in het robuust water systeem. Het

kader van ecologie ook nog een nadere beoordeling plaats-

geohydrologisch rapport wordt opgenomen in de waterparagraaf

vinden). Het energielandgoed zorgt naar de huidige stand

van en als bijlage bij het bestemmingsplan.

van zaken voor meer problemen die met het creëren van een robuuster watersysteem later alsnog moeten worden opgelost. 8.34

De aanvraag watervergunning heeft enkel betrekking op

De watervergunning heeft inderdaad enkel betrekking op

De zienswijze leidt niet

zonnepanelen en windturbines. Met de energieboulevard

zonnepanelen en windturbines omdat voor de realisatie van deze

tot aanpassing van het

(bedrijfsverzamelgebouw en bezoekerscentrum) is geen

elementen een demping van de watergangen noodzakelijk is.

bestemmingsplan of de

rekening gehouden. Een primaire watergang (Wellsmeerlos-

Voor de energieboulevard is dit niet noodzakelijk, daarom is

omgevingsvergunningen.

sing) wordt gedempt en "gecompenseerd" met een tertiaire

deze niet opgenomen in de vergunningsaanvraag. De effecten

watergang. Er is onvoldoende rekening gehouden met de

van het dempen van de watergangen zijn nader onderzocht in

gevolgen van de afsluiting van de Wellsmeerlossing boven-

een geohydrologisch onderzoek (te vinden via:

strooms (vanuit Duitsland). Na verlegging is deze niet meer

https://www.energielandgoedwellsmeer.nl/energielandgoed-

aangesloten richting Molenbeek.

wells-meer/downloads). Uit dit onderzoek blijkt dat de waterstanden inderdaad veranderen, waarbij natte plekken in Duitse landbouwgebieden kunnen ontstaan. Voor overige functies zullen geen effecten of effecten die nog steeds voldoen aan de norm optreden. Indien nodig

treffen we mitigerende maatregelen om eventuele effecten te voorkomen. 80

8.35

In de aanvraag watervergunning is onduidelijk in hoeverre

De watervergunning is gericht op de zonnepanelen en windtur-

De zienswijze leidt tot

het behoud van de watergangen is gegarandeerd. Niet

bines omdat hiervoor watergangen moeten worden gedempt. In

aanpassing van de regels

duidelijk is of er voldoende waterberging wordt gecompen-

de watertoets is benoemd dat 4.000 m3 extra waterberging

van het bestemmings-

seerd. Er is geen rekening gehouden met verhard oppervlak

nodig is om de toename aan verhard oppervlak (wegen en

plan.

van wegen en de energieboulevard. Er wordt in de aanvraag

bebouwing) te compenseren. In de watertoets is tevens

(p. 13) weliswaar gesuggereerd dat de ecohydrologische

benoemd dat in het plangebied voldoende ruimte is om dit te

waarden worden verbeterd, maar onduidelijk is op basis

realiseren. Een voorwaardelijke verplichting borgt inderdaad dat

waarvan dit wordt geconcludeerd.

deze berging ook daadwerkelijk gerealiseerd wordt. In het definitieve bestemmingsplan wordt een dergelijke voorwaardelijke verplichting opgenomen. Door wijzigingen in de watergangen worden grondwaterstanden verhoogd. Deze verhoging biedt meer ruimte voor ecohydrologische waarden. Vegetaties van gebieden met een hoge grondwaterstand zijn namelijk doorgaans rijk aan soorten. We hebben de huidige ecohydrologische waarden in het gebied niet precies inzichtelijk gemaakt, maar te verwachten is dat door stijgende grondwaterstanden andere én meer vormen van soorten ecohydrologische waarden zich in het gebied zullen begeven.

8.36

De waterhuishouding (in al haar aspecten) is aldus nog niet

Deze zienswijze wordt door het waterschap beantwoord in het

De zienswijze leidt niet

volledig in beeld (vgl. p. 16 van de aanvraag alsmede het

kader van de watervergunning.

tot aanpassing van het

geohydrologisch onderzoek van Antea van 15 juli 2020). Het

bestemmingsplan of de

ter inzage leggen van een ontwerpwatervergunning is

omgevingsvergunningen.

derhalve wel erg prematuur. 8.37

Gelet op de voorgaande punten uit de zienswijze kan

Wij hebben naar aanleiding van uw zienswijze verschillende

De zienswijze leidt niet

indiener zich niet aan de indruk onttrekken dat de voorberei-

aanpassingen doorgevoerd in de omgevingsvergunning en het

tot aanpassing van het

ding van de ter inzage legging van de ontwerp besluiten

vast te stellen bestemmingsplan. We verwijzen hiervoor naar

bestemmingsplan of de

haastwerk is geweest. Dit terwijl de planologische inbreuk

bovenstaande beantwoording.

omgevingsvergunningen.

van het plan en de impact van de gecoördineerde besluiten en daarmee de inbreuk op de belangen van indiener zeer groot is. Gelet op het voorgaande verzoekt indiener u dan ook om deze zienswijze gegrond te verklaren, de bestemmingsplanprocedure te staken en de bestreden vergunningen niet te verlenen. Indiener licht zijn zienswijze graag toe en behoudt zich ook uitdrukkelijk het recht voor om deze zienswijze nog nader aan te vullen, al dan niet na ontvangst van de hiervoor benoemde nadere gegevens/onderbouwingen. 9

Indiener 9

9.1

Gelet op de ontwikkelingen zoals deze onder ad1 van de

Het indienen van een zienswijzen is op grond van artikel 3.8 (en

De zienswijze leidt niet

zienswijze zijn beschreven, geeft indiener aan zonder meer

3.31) Wro en afdeling 3.4 Awb voor een ieder mogelijk. Niet is

tot aanpassing van het

als belanghebbende te kunnen worden beschouwd. Het was

van belang of indiener als belanghebbende in de zin van artikel

bestemmingsplan of de

immers de bedoeling om de bedrijfsvoering te verplaatsen

1:2 Awb kan worden aangemerkt.

omgevingsvergunningen.

van Heythuysen naar landgoed Wellsmeer in Bergen. Deze bedrijfsverplaatsing correspondeerde destijds, op het moment dat de onderhandelingen werden gevoerd, ook met de doelstellingen en uitgangspunten die door de provincie werden gehanteerd met betrekking tot de verdere ontwikkeling van het landgoed. De exploitatie van landbouwgronden zou het primaat hebben in combinatie met ruimte voor de natuur. Indiener is primair rechthebbende op de gronden op basis van de onderhandelingen die zijn gevoerd nog voordat het voorkeursrecht werd gevestigd en de provincie heeft cliënte toegezegd mee te mogen participeren bij toegezegde openbare verkoop van de gronden (eveneens voordat het voorkeursrecht werd gevestigd).

81

82

9.2

Zoals blijkt uit in de zienswijze onder ad 1 geschetste

Deze zienswijzegrond van indiener heeft betrekking op de door

De zienswijze leidt niet

ontwikkelingen in het verleden, heeft de provincie de

haar weergegeven gang van zaken over de al dan niet gemaakte

tot aanpassing van het

toezegging gedaan aan indiener de gronden van Landgoed

afspraken in het kader van de verkoop van gronden van het

bestemmingsplan of de

Wellsmeer openbaar te verkopen. In de stukken die op dit

plangebied aan haar door de provincie. De gemeente Bergen (L)

omgevingsvergunningen.

moment beschikbaar zijn, is niets vermeld over zo'n openba-

is hierbij niet betrokken en staat buiten het conflict tussen

re verkoop. Wanneer de provincie de gronden zonder meer

indiener en de provincie.

verkoopt aan de gemeente Bergen dan handelt de provincie in strijd met de afspraken die zij heeft gemaakt en met de

De gemeente heeft een onherroepelijke en onvoorwaardelijke

uitspraken die zij heeft gedaan. De provincie schendt

koopovereenkomst met de provincie gesloten over de aankoop

daarmee de door haar in acht te nemen bestuurlijke zorgvul-

van de gronden van het plangebied. Er bestaat dan ook een

digheid. Bovendien schendt zij het vertrouwensbeginsel.

onvoorwaardelijke leveringsplicht van de desbetreffende gronden voor de provincie aan de gemeente. De gemeente gaat

Wanneer de provincie, anders dan nu kennelijk door de

er van uit dat de provincie haar leveringsplicht zal nakomen

gemeente Bergen wordt verondersteld, landgoed Wellsmeer

zoals overeengekomen en mag daar ook van uit gaan. Anders

niet aan haar kan verkopen, dan kan de ontwikkeling die de

dan indiener aanvoert, zullen de gronden van het plangebied

gemeente Bergen voor ogen heeft, niet gerealiseerd worden.

dan ook beschikbaar zijn voor realisatie van het energieland-

Wanneer de gronden niet beschikbaar kunnen komen dan

goed.

ontbreken nut en noodzaak om de bestemming van de gronden te wijzigen en de onderhavige bestemmingsplanpro-

Overigens kan in het geval de provincie onverhoopt toch niet

cedure te voeren. De gemeente zal dus eerst duidelijkheid

zou kunnen nakomen vanwege de door indiener genoemde

moeten verkrijgen over de beschikbaarheid van de gronden.

(maar niet aan haar toekomende!) pachtrechten, een procedure

Deze beschikbaarheid van de gronden zal zij in haar verdere

tot onteigening worden ingezet om het energielandgoed Wells

afwegingen om te komen tot de ontwikkeling van een

Meer te realiseren.

83

energielandgoed en de bestemming van de gronden te wijzigen moeten betrekken. Dit afwegingskader ontbreekt. Als gevolg daarvan berust de ruimtelijke procedure niet op een volwaardig juridisch fundament. 9.3

Indiener stel de vraag of de provincie de afspraak die met

Zie reactie onder 9.2. De gemeente staat buiten de relatie

De zienswijze leidt niet

indiener. is gemaakt ongestraft schenden? En wat de

tussen indiener en de provincie. De door indiener genoemde

tot aanpassing van het

gevolgen daarvan zijn voor de belangenafweging die de

uitspraken hebben betrekking op het terugkomen op gedane

bestemmingsplan of de

gemeente

toezeggingen door het bevoegd gezag door besluiten van

omgevingsvergunningen.

Bergen zal moeten maken?

datzelfde bevoegde gezag. In dit geval gaat het om (beweerdelijke) toezeggingen van de provincie en niet van de gemeente

Het uitgangspunt zowel in de literatuur als in de jurisprudentie is de gebondenheid van de overheid aan overeenkomsten. Dit betekent dat de provincie Limburg gebonden is aan de afspraak die met indiener is gemaakt. Decennialang gold voor een problematiek als de onderhavige als standaardarrest de uitspraak van de Hoge Raad inzake Landsmeer uit 1963, krachtens welke uitspraak een afwijking van de gemaakte afspraken geoorloofd is onder stringente voorwaarden, te weten: •

er is sprake van onvoorziene omstandigheden;

•

het algemeen belang wordt ernstig bedreigd bij ongewijzigde uitvoering van de overeenkomst.

Onder onvoorziene omstandigheden wordt tevens verstaan een beleidswijziging. Dit kan noodzakelijk zijn in verband met nieuwe inzichten of gewijzigde politieke verhoudingen waardoor de overeenkomst niet (ongewijzigd) kan worden nagekomen door de overheid. De redenen die aan de

(met de raad en B&W als bevoegd gezag) zelf.

beleidswijziging ten grondslag liggen, dienen zwaarwegend te zijn. Daarnaast bestaat er een recht op schadevergoeding. 84 Verder haalt indiener nog drie uitspraken aan die verband houden met bovengenoemde vraagstelling. Uit deze uitspraken kan worden afgeleid dat volgens de Afdeling bestuursrechtspraak de raad weliswaar een bestemmingsplan mag vaststellen dat afwijkt van de tussen partijen gesloten overeenkomst (op de gemeente rust niet méer dan een inspanningsverplichting), maar de raad dient wel, alvorens te besluiten op grond van de gewijzigde inzichten, alle aan de orde zijnde belangen in de belangenafweging te betrekken. Dat zijn tevens de belangen die gemoeid zijn met het nakomen van overeenkomsten. Zijn die belangen niet voldoende inzichtelijk meegenomen in de belangenafweging, dan kan er sprake zijn van een motiveringsgebrek dat tot vernietiging van (het betreffende deel van) het besluit (de vaststelling van het bestemmingsplan) leidt. Gelet op de achtergronden van deze zaak is een belangenafweging tussen het belang van het behoud van het landgoed ten behoeve landbouwkundige doeleinden en een landbouwkundige exploitatie en het belang van de ontwikkeling van het energielandgoed noodzakelijk. Mede in het licht van de gemaakte afspraken en de toezegging door de provincie het landgoed openbaar te verkopen. Deze belangenafweging ontbreekt in het ruimtelijk kader.

Naar mening van indiener ligt het op de weg van de provincie om de gemeente Bergen hierover te informeren. Het ligt ook op de weg van de provincie om, wanneer de provincie zijn beleid wijzigt, de gevolgen daarvan af te stemmen met indiener en haar volledig schadeloos te stellen.

9.4

In de zaak van indiener gaat het om een afspraak met de

Zie reactie onder 9.2 en 9.3.

De zienswijze leidt niet

provincie. De provincie schendt de afspraken zonder

tot aanpassing van het

Hendriks Graszoden te informeren over de beleidswijziging

bestemmingsplan of de

die er kennelijk is geweest en zonder Hendriks Graszoden

omgevingsvergunningen.

schadeloos te stellen voor alle kosten die zij heeft gemaakt in het onderhandelingstraject en voor de schade die voor haar is ontstaan als gevolg van het feit dat zij haar beslissingen met betrekking tot de verdere ontwikkeling van haar bedrijf heeft stil gelegd in afwachting van de openbare verkoopprocedure. Dit is, gelet op de in acht te nemen bestuurlijke zorgvuldigheid, onacceptabel. 9.5

Indiener vindt dat ze als het ware door de provincie aan het

Zie reactie onder 9.2 en 9.3.

De zienswijze leidt niet

lijntje is gehouden. Haar vertrouwen is ernstig geschonden.

tot aanpassing van het

Indiener beroept zich er in deze procedure op dat de

bestemmingsplan of de

provincie haar vertrouwen ernstig heeft geschonden en ten

omgevingsvergunningen.

opzichte van haar in strijd heeft gehandeld met gemaakte afspraken. Voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel is nodig dat aan het bestuursorgaan toe te rekenen concrete ondubbelzinnige toezeggingen zijn gedaan door een daartoe bevoegd persoon. In de onderhavige situatie hebben de advocaten van de provincie deze toezeggingen aan indiener gedaan. Indiener verwijst in dit kader naar de producties l en 2 die aan het zienswijzengeschrift zijn gehecht. Indiener geeft aan te hebben gewacht en gewacht en gewacht en de provincie heeft haar nimmer in kennis gesteld van een mogelijk gewijzigd beleid. Deze handelwijze is onrechtmatig en heeft tot gevolg dat de provincie schadeplichtig is ten opzichte van indiener. De verplichting om de schade aan indiener te vergoeden dient, gelet op het vertrouwensbeginsel in het kader van de ontwikkeling van het landgoed als energielandgoed in het afwegingskader betrokken te worden. De belangen van indiener dienen

85

gewogen te worden. Dat is nu niet gebeurd. 86

9.6

Indiener ziet niet in waarom de gemeente Bergen juist op

•

deze locatie de ontwikkeling van een energielandgoed mogelijk wil maken: •

Het plangebied heeft een zeer open karakter, een zeer

De zienswijze leidt niet

de thematische beantwoording in hoofdstuk 3 van deze no-

tot aanpassing van het

ta met betrekking tot de zonneladder.

bestemmingsplan of de

Uit berekeningen van TNO blijkt dat er toelaatbare hinder

omgevingsvergunningen.

grote schaal en maat en is rationeel verkaveld. Het ge-

op de werking van de defensieradar optreedt door de reali-

bied is relatief vlak en ligt min of meer in een kom. Deze

satie van de windturbines. Het is hiermee duidelijk dat de

structuur en vormgeving vormen ideale omstandigheden

windturbines met een maximale hoogte van 250 meter niet

voor het huidige gebruik van het landgoed ten behoeve

tot radarverstoring leiden.

van akkerbouw en graszodenteelt. De laag organische stofgehalten van de bodem maken juist dat het landgoed zeer geschikt is voor de productie van graszoden. Waarom worden agrarische gronden prijs gegeven voor de ontwikkeling van een energielandgoed. Zo'n ontwikkeling staat haaks op het rijksbeleid. Immers, het beleid van het Rijk is dat landbouw- en natuurgronden zoveel mogelijk moeten worden ontzien bij de aanleg van zonneparken e.d. De aanleg van zonnepanelen op reeds bestaande daken moet worden gestimuleerd. Uit het beleid van de rijksoverheid vloeit voort dat de locatie die de gemeente Bergen nu kennelijk voor ogen staat als locatie waar het energielandgoed ontwikkeld zal moeten worden, absoluut niet de voorkeur heeft. •

•

Voor de beantwoording van deze reactie verwijzen we naar

Bovendien geldt dat deze locatie precies in het radarverstoringsgebied van luchthaven Volkel is gesitueerd. Dit heeft tot gevolg dat het gebied absoluut niet geschikt is voor de realisatie van turbines. Nadere toelichting, uitleg of nader onderzoek hierover ontbreekt in het voorontwerp. Gelet op de nabijheid van het vliegveld Volkel is de locatie dan ook niet geschikt om een ontwikkeling mogelijk te maken tot energielandgoed.

9.7

De toelichting met betrekking tot de vormgeving van het

We kiezen voor intensieve opstelling voor de zonnevelden. Dit is

De zienswijze leidt niet

landgoed lijkt niet eenduidig. Indiener vraagt zich af of

nodig om de doelstelling te behalen. Voor het Zonnepark (een

tot aanpassing van het

gekozen wordt voor een extensieve opstelling van de

gedeelte van het energielandgoed, dat specifiek is aangeduid)

bestemmingsplan of de

zonnepanelen of is de noodzaak aanwezig voor realisatie van

kiezen we voor een extensieve opstelling.

omgevingsvergunningen.

De landschappelijke effecten van de windturbines zijn

In het MER is met behulp van visualisaties een landschappelijke

De zienswijze leidt niet

onvoldoende onderzocht. Het lijkt er op dat de gemeente de

analyse uitgevoerd naar de effecten van de windturbines op het

tot aanpassing van het

landschappelijke effecten aanvaardbaar acht met een enkele

landschap. Deze informatie maakt onderdeel uit van de overwe-

bestemmingsplan of de

verwijzing naar de turbines die zich op het Duitse grondge-

gingen voorafgaand aan het besluit.

omgevingsvergunningen.

Indiener vraagt zich af wat wordt verstaan onder duurzame

Het gaat om bedrijvigheid die uitsluitend verbonden is aan het

De zienswijze leidt niet

bedrijvigheid. En of is onderzocht of er bedrijven zijn die aan

Energielandgoed.

tot aanpassing van het

de kennelijk te stellen criteria voldoen en die zich aan de

Het Energielandgoed is qua concept uniek en zal naar verwach-

bestemmingsplan of de

rand van het energielandgoed zullen willen vestigen.

ting daarom bedrijven aantrekken die passen bij het Energie-

omgevingsvergunningen.

een intensieve opstelling met intensieve zonnevelden met een hoge dichtheid aan panelen om de doelstellingen te kunnen behalen? 9.8

bied bevinden. Deze verwijzing kan niet beschouwd worden als een voldoende en toereikende ruimtelijke onderbouwing. 9.9

landgoed. Wij verwachten dat deze locatie interessant is voor innovatieve bedrijven die een link hebben met het Energielandgoed. Dit is niet specifiek onderzocht. Wel is kwalitatief onderbouwd (zie reactie bij 9.10) dat deze functies voorzien in een behoefte welke niet binnen bestaand stedelijk gebied is te realiseren. Reguliere bedrijven die zich willen vestigen binnen onze gemeente kunnen terecht op De Flammert. 9.10

Op dit moment is volgens indiener onduidelijk of het plan de

In paragraaf 3.1.3. is het plan getoetst aan de ladder voor

De zienswijze leidt niet

toets aan de ladder van duurzame verstedelijking kan

duurzame verstedelijking. Voor zonneparken en windturbines is

tot aanpassing van het

doorstaan. Nadere onderzoeken daaromtrent ontbreken. Ook

een toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking niet

bestemmingsplan of de

om die

noodzakelijk, aangezien deze niet worden aangemerkt als een

omgevingsvergunningen.

reden lijkt de nu door de gemeente Bergen gekozen locatie

nieuwe stedelijke ontwikkeling.

niet geschikt.

87

Voor het bezoekerscentrum en het bedrijfsverzamelgebouw is wel een toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking uitgevoerd. In dit kader is aandacht besteed aan het toekomsti-

88

ge verzorgingsgebied, het aanbod en de vraag naar deze functies. Aangezien deze functies onderdeel uitmaken van het totale concept van het Energielandgoed en dit een uniek concept is, laat dit zich niet verder kwantificeren in nadere onderzoeken. Wel hebben we aan de hand van deze kenmerken kwalitatief kunnen onderbouwen dat deze functies voorzien in een behoefte, welke niet binnen bestaand stedelijk gebied is te realiseren. 9.11

9.12

De ontwikkeling van het plan zoals de gemeente Bergen nu

Voor de beantwoording van deze zienswijze verwijzen we naar

De zienswijze leidt niet

voor ogen staat, is in strijd met de doelstellingen met

de thematische beantwoording in hoofdstuk 3 van deze nota.

tot aanpassing van het

betrekking tot de ontwikkeling van natuur en behoud van

bestemmingsplan of de

landbouw zoals de provincie deze voor ogen staat.

omgevingsvergunningen.

Op allerlei aspecten zal de ontwikkeling van het energieland-

Voor de beantwoording van deze zienswijze verwijzen we naar

De zienswijze leidt niet

goed ook leiden tot strijd met de hoofdkeuzen van de

de thematische beantwoording in hoofdstuk 3 van deze nota.

tot aanpassing van het

gemeente Bergen. Immers, de aanwezige agrarische

We hebben hierin juist aangegeven waarom het Energieland-

bestemmingsplan of de

bedrijvigheid zal moeten verdwijnen waardoor het evenwicht

goed juist de keuze is die we hebben gemaakt in onze gemeen-

omgevingsvergunningen.

tussen landschap en landbouw uit balans zal raken. De

te. We zien wel mogelijkheden voor natuurontwikkeling en

natuurwaarden en de biodiversiteit worden niet versterkt en

versterking van de biodiversiteit. In de bestaande situatie is hier

bovendien zal de voorgenomen ontwikkeling geen bijdrage

sprake van intensieve landbouw. Deze zal verdwijnen.

leveren aan de ontwikkeling van een gezonde leefomgeving en aan de ontwikkeling van recreatievoorzieningen die

Daarnaast voegen we recreatieve routes toe en de mogelijkheid

geliefd zullen zijn bij recreanten.

voor de realisatie van een bezoekerscentrum. Deze voorzieningen zijn er nu in het gebied niet beschikbaar waardoor het gebied ook weinig mogelijkheden heeft voor recreanten.

9.13

Onduidelijk is of het plan wel economisch uitvoerbaar is. De

De gemeente Bergen heeft de intentie om ook budget beschik-

De zienswijze leidt niet

gemeente Bergen heeft immers alleen budget beschikbaar

baar te stellen voor de verdere ontwikkeling van het energie-

tot aanpassing van het

gesteld voor het opstellen van het bestemmingsplan

landgoed. Een voorstel hiertoe ligt in kwartaal 1 voor in de

bestemmingsplan of de

en het aanvragen van de vergunningen.

gemeenteraad.

omgevingsvergunningen.

Gelet op de hoge kosten die gemoeid zullen zijn met het

De gemeente Bergen heeft in kwartaal 3 en kwartaal 4 van 2020

verwerven van de gronden en het schadeloos stellen van de

een uitgebreide marktconsultatie uit laten voeren bij financiers

huidige gebruikers is niet aangetoond dat sprake zal kunnen

en technische toeleveranciers. Op basis van de uitkomsten van

zijn van een economisch uitvoerbaar plan en een lonende

deze marktconsultaties is de bestaande business case waar in

exploitatie. De aanwezige agrarische bedrijvigheid zal

het masterplan naar verwezen wordt aangescherpt. Hierbij is

moeten verdwijnen. De gronden zullen moeten worden

ook informatie meegenomen m.b.t. de hoogte van de SDE++ en

gekocht van de provincie. Gaat de gemeente Bergen de

een aantal andere parameters van recente publicaties van het

gronden kopen van de provincie? Wanneer dat gebeurt dan

Planbureau voor de Leefomgeving. De aangescherpte business

zal rekening gehouden moeten worden met de toezeggingen

case laat zien dat de ontwikkeling van het energielandgoed nog

die door de provincie aan indiener zijn gedaan. Een en ander

steeds goed financieel/ economisch te onderbouwen is.

zoals hiervoor gememoreerd. Bovendien zullen de zittende gebruikers schadeloos moeten worden gesteld. Het gaat

De aankoop van de gronden van de provincie is nagenoeg rond.

daarbij o.a. om een akkerbouwbedrijf dat via een gerechte-

Op 15 december 2020 heeft de raad besloten deze gronden aan

lijke procedure een reguliere pachtovereenkomst heeft

te kopen. Onteigening is hiermee niet aan de orde. De aankoop

afgedwongen. De Hoge Raad heeft een poosje geleden een

verbreekt echter de pachtrelatie niet.

uitspraak gedaan in deze zaak. Indien o.a dit bedrijf zal

Wij zijn met de betrokken pachter in onderhandeling om de

moeten verdwijnen dan zal dit niet mogelijk zijn zonder dat

pachtovereenkomst geheel te beëindigen en hier een vergoeding

dit bedrijf een hoge schadeloosstelling moet worden betaald.

tegenover te stellen. Deze vergoeding kan gedekt worden door de pachtinkomsten van het Energielandgoed.

Het is zelfs denkbaar dat het niet zal lukken om de gronden binnen afzienbare termijn beschikbaar te hebben voor de realisatie van energielandgoed omdat onzeker is of de zittende reguliere hoevepachter de gronden zal willen verlaten zonder dat een onteigeningsprocedure daartoe noodzakelijk zal zijn. 9.14

Indiener geeft aan dat het niet is aangetoond of onderzocht

In paragraaf 6.2 van het bestemmingsplan ‘Energielandgoed

De zienswijze leidt niet

of dit maatschappelijk draagvlak voor de voorgestane

Wells Meer’ is de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan

tot aanpassing van het

89

ontwikkeling aanwezig is.

onderbouwd. Hieruit blijkt dat de omgeving en andere betrokken

bestemmingsplan of de

partijen op verschillende momenten betrokken zijn bij de

omgevingsvergunningen.

plannen en hierover zijn geïnformeerd. Daarnaast heeft iedereen

90

de mogelijkheid om te reageren en een zienswijze in te dienen in het kader van de bestemmingsplanprocedure. Iedereen heeft hierdoor de mogelijkheid om ons van input te voorzien. Onze gemeenteraad is (als gekozen volksvertegenwoordiger) bovendien bij iedere stap nauw betrokken en akkoord gegaan met de keuzes die gemaakt zijn. 9.15

Op dit moment is een 900 pagina's tellende milieueffectrap-

Ten tijde van het ter inzage leggen van de ontwerp-besluiten

De zienswijze leidt niet

portage ter visie gelegd waarbij de onderzoekers kennelijk

bevatte het MER nagenoeg alle benodigde informatie om een

tot aanpassing van het

hebben geconstateerd dat op dit moment nog steeds sprake

zorgvuldige afweging te kunnen maken. Punten waarover

bestemmingsplan of de

is van "leemten in kennis". Dit heeft tot gevolg dat toch

indiener rept, zijn in het MER voldoende naar voren gebracht.

omgevingsvergunningen.

nader onderzoek noodzakelijk zal zijn en dat er nog steeds met betrekking tot de effecten voor het milieu onduidelijkhe-

Biomassa:

den zijn.

Dit is in het MER voldoende onderzocht, op basis waarvan is geconcludeerd dat er in het bestemmingsplan Energielandgoed

De positieve effecten en resultaten van de verbouw en

Wells Meer geen biomassa mogelijk wordt gemaakt. Dit betreft

exploitatie van biomassa zijn onduidelijk. Het lijkt er op dat

zowel teelt als vergisting.

exploitatie van biomassa in het kader van een energielandgoed juist negatieve effecten kan hebben. De realisatie van

Verkavelingsstructuur

het energielandgoed heeft geen positief effect op de

Onduidelijk is welke positieve effecten op de verkavelingsstruc-

aanwezige verkavelingsstructuur. Ook is onduidelijk of de

tuur worden bedoeld. Ingeschat wordt dat het hier de land-

netaansluiting kan worden gerealiseerd. Aansluiting op het

schappelijke effecten betreft. Deze zijn in hoofdstuk 16 en 17.5

net is absoluut noodzakelijk om het energielandgoed het

behandeld.

beoogde effect te laten hebben. Is het ter visie leggen van het ontwerpbestemmingsplan dan prematuur? Indiener gaat

Netaansluiting

er dan ook nog steeds van uit dat de milieueffectrapportage

In navolging op het advies van de commissie voor de m.e.r. is

nogmaals ter visie zal worden gelegd zodra er op basis van

voorafgaand aan de verdere besluitvorming aanvullend aandacht

heldere en eenduidige onderzoeksresultaten duidelijkheid

besteed aan de netaansluiting. Hieruit blijkt dat de kruising van

bestaat over de daadwerkelijke effecten van het plan op de

de Maasduinen en de Maas mogelijk is. In de reactienota op het

omgeving. Indiener behoudt zich dan ook alle rechten voor

advies van de Commissie m.e.r. gaan wij hier uitgebreider op in.

om een inhoudelijke reactie kenbaar te maken op deze

Deze wordt bij het vast te stellen bestemmingsplan gevoegd.

milieueffectrapportage. 91 10

Indiener 10

10.1

Indiener vreest bedrijfsbeëindiging. Indiener pacht sinds

Het effect van het bestemmingsplan is dat het door de herzie-

De zienswijze leidt niet

1991 een deel van het landgoed voor de teelt van graszoden.

ning van het bestemmingsplan op termijn niet meer mogelijk zal

tot aanpassing van het

De door indiener gepachte grond is schaars, vanwege de

zijn om sportgraszoden op de gronden van indiener te telen. In

bestemmingsplan of de

specifieke eisen die worden gesteld aan de fysieke eigen-

de onderbouwing van het bestemmingsplan is hier rekening mee

omgevingsvergunningen.

schappen van de grond waarop de teelt van deze sportgras-

gehouden, door te wijzen op de zorgvuldige afweging die ten

zoden plaatsvindt. De door indiener ter plaatse gepachte

grondslag ligt aan de locatiekeuze van het Energielandgoed

grond is voor de onderneming van cruciaal belang. Indien

(paragraaf 2.2.1. van de toelichting). In het MER van de

het plan doorgang vindt, zal de agrarische bestemming van

Structuurvisie Wells Meer zijn drie geschikte locaties beoordeeld

het gebied bijna geheel komen te vervallen. Indiener kan

en is gebleken dat de keuze gezien de impact op energieop-

zich niet verenigen met de voorgenomen ontwikkeling. Er is

brengst, ruimtegebruik, leefomgeving en landschap valt op het

geen sprake van een goede ruimtelijke ordening aangezien

Wells Meer. In deze afweging is rekening gehouden met het

op geen enkele wijze in de plantoelichting rekening is

huidige agrarische ruimtegebruik in Wellsmeer.

gehouden met de effecten die de realisatie van het landgoed heeft op de ter plaatse sinds jaar en dag bestaande onder-

In principe kunnen na het onherroepelijk worden van het

neming van indiener:

bestemmingsplan en afgifte van de omgevingsvergunningen de

•

Wat is het effect en wanneer treedt dat in?

gronden worden aangewend voor de realisatie van het Energie-

•

Hoe wordt omgegaan met de schade die indiener lijdt

landgoed. Het daadwerkelijke moment waarop gestart zal

als de onderneming dient te worden beëindigd?

worden met de aanleg is nog niet exact bekend. We gaan uit van 2022. Indiener heeft op dit moment nog een liberale pachtovereenkomst met de provincie. Deze loopt eind 2020 af. Op 15 december 2020 hebben wij besloten de provinciale gronden binnen het Energielandgoed van de provincie te kopen. Wij gaan met indiener in overleg over de situatie in 2021 nadat de overdracht van de gronden heeft plaatsgevonden en we definitief eigenaar zijn. Schade die de onderneming leidt door het eventueel beëindigen van de pachtrelatie is niet voor onze rekening, omdat het hier om liberale pacht gaat. Het is al geruime tijd bekend dat op deze

locatie het Energielandgoed gerealiseerd zal gaan worden en ondernemer kiest er zelf voor om hier te blijven en niet om te zien naar vervangende gronden terwijl bij liberale pacht geen

92

zekerheid bestaat over het blijven bestaan van de pachtrelatie.

10.2

Indiener stelt zich allereerst op het standpunt dat niet kan

Dit onderscheid tussen de zonnevelden betreft het feit dat de

De zienswijze leidt niet

worden vastgesteld wat de precieze omvang is van de

vergunningaanvraag voor zon alleen toeziet op de realisatie van

tot aanpassing van het

beoogde ontwikkeling. Uit de plantoelichting volgt dat het

de zonnevelden, en niet van het zonnepark. De beoogde

bestemmingsplan of de

Energielandgoed een gebied van circa 400 hectare beslaat

ontwikkeling van het Energielandgoed Wells Meer betreft het

omgevingsvergunningen.

waarbij in totaal voor 264 hectare ruimte wordt gegeven aan

gehele plangebied, zoals weergegeven in de verbeelding.

zonnevelden (zie pagina 3 en 55 van de plantoelichting), terwijl de ontwerp- omgevingsvergunning voor de bouw betrekking heeft op circa 180 hectare zonnevelden. 10.3

Indiener geeft aan dat het onduidelijk is hoe het voorkeurs-

De afweging op basis van de drie onderzoeksmodellen tot het

De zienswijze leidt niet

model met betrekking tot het Energielandgoed tot stand is

voorkeursmodel betreft niet een trechtering van worst-case

tot aanpassing van het

gekomen en de varianten daarbinnen.

effecten naar een uiteindelijk meestmilieuvriendelijk alternatief

bestemmingsplan of de

(MMA). De onderzoeksmodellen in het MER zijn gericht op het

omgevingsvergunningen.

verkrijgen van informatie ten behoeve van de locatie van windturbines in het plangebied (op niveau van zones), en de gewenste inrichting ten aanzien van zonnevelden. Vervolgens is op het niveau van projectMER locatiespecifiek onderzocht wat de effecten zijn van het voorkeursmodel inclusief de drie varianten voor wind. Op basis van deze informatie kan een zorgvuldig besluit genomen worden over de realisatie van het Energielandgoed Wells Meer. 10.4

Indiener stelt dat de behoefte aan de (omvang van de)

De besluitvorming omtrent het Energielandgoed Wells Meer kent

De zienswijze leidt niet

zonneparken en winturbines onvoldoende is onderbouwd. Uit

een langdurig en zorgvuldig besluitvormingstraject. In 2018 is

tot aanpassing van het

de plantoelichting en de "Energievisie Gemeente Bergen"

de Structuurvisie Energielandgoed Wells Meer inclusief een

bestemmingsplan of de

(hierna: Energievisie) volgt dat de gemeente Bergen de

planMER opgesteld. In dit besluitvormingstraject, inclusief een

omgevingsvergunningen.

ambitie heeft om in 2030 energieonafhankelijk te zijn. De

aanvulling in het MER van het bestemmingsplan, heeft de

doelstelling voor het Energielandgoed is om jaarlijks 870

locatieafweging tot Wells Meer plaatsgevonden.

Terrajoule aan duurzame energie op te wekken, waarvoor een jaarlijkse opwek van 242 Gigawattuur (GWh) nodig is.

Voor de verder beantwoording van dit onderdeel van deze

Met de huidige invulling van het Energielandgoed zal echter

zienswijze verwijzen we naar de thematische beantwoording in

veel meer energie worden opgewekt dan de doelstelling is.

hoofdstuk 3 van deze nota met betrekking tot de meeropbrengst

Uit het MER volgt dat deze doelstelling ruim wordt gehaald

van het Energielandgoed.

93

indien enkel wordt gekozen voor zon (261 GWh) dan wel de energiemix van wind en minder zon (58-88 GWh). De energiemix van maximale wind en maximale zon (349) leidt ertoe dat zo'n 45% meer energie wordt opgewekt dan de doelstelling is. In dit kader verwijst indiener tevens naar het door de Commissie m.e.r. opgestelde toetsingsadvies van 15 oktober 2020. 10.5

Indiener geeft aan dat de gemeentelijke politiek er blijk van

Zie reactie 10.4.

De zienswijze leidt niet

geeft ongeloofwaardig te zijn. Er blijkt namelijk een streven

tot aanpassing van het

te zijn om meer energie te halen uit Wells Meer dan de

bestemmingsplan of de

doelstelling is volgens het ontwerp. In de Limburger van 22

omgevingsvergunningen.

oktober 2020 staat een artikel met de titel ‘Bergense politiek juicht grotere energieopbrengst Wells Meer toe’ (https://www.limburger.nl/cnt/dmf20201022_93546304 ). 10.6

Indiener trekt (gezien het gestelde in zienswijze 10.2 - 10.5)

Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze

De zienswijze leidt niet

de noodzaak (van de omvang) van het project in twijfel. Niet

verwijzen we naar de thematische beantwoording in hoofdstuk 3

tot aanpassing van het

valt in te zien waarom niet is gekozen voor energieopwek-

van deze nota met betrekking tot de zonneladder.

bestemmingsplan of de

king met alleen zon dan wel de energiemix van wind en minder zon. De energiedoelstelling wordt dan nog steeds behaald, terwijl nadelige milieueffecten aanzienlijk kunnen worden beperkt. Het ontwerpbestemmingsplan is daardoor niet in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening en in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en een deugdelijke motivering.

omgevingsvergunningen.

10.7 94

Indiener stelt dat de locatiekeuze voor het Energielandgoed

Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze

De zienswijze leidt niet

in strijd is met de prioritering van het Rijk, zoals die is

verwijzen we naar de thematische beantwoording in hoofdstuk 3

tot aanpassing van het

neergelegd in de Nationale Omgevingsvisie. Uit de NOVI

van deze nota met betrekking tot de zonneladder.

bestemmingsplan of de

volgt dat zonnepanelen zo min mogelijk dienen te worden

omgevingsvergunningen.

gerealiseerd op landbouwgronden. Het plangebied voor het Energielandgoed behelst echter juist landbouwgrond. Het Rijk stelt als prioriteit dat er een duurzaam en vitaal landbouw- en voedselsysteem mogelijk moet worden gemaakt. Een en ander houdt in dat vruchtbare landbouwgronden of gebieden met hoge landschappelijke of natuurlijke waarden niet worden bebouwd of vol gelegd met zonnepanelen. Het landgoed is zo'n vruchtbaar en schaars gebied. Het is bij uitstek geschikt voor de teelt van graszoden (en akkerbouw) vanwege de specifieke eisen. Ook valt de gekozen locatie buiten de in het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 aangewezen voorkeursgebieden. 10.8

Indiener stelt dat de conclusie dat de ladder voor duurzame

In paragraaf 3.1.3. is het plan getoetst aan de ladder voor

De zienswijze leidt niet

verstedelijking positief zou zijn doorlopen, louter is geba-

duurzame verstedelijking. Voor zonneparken en windturbines is

tot aanpassing van het

seerd op aannames. Een behoefteonderzoek als zodanig

een toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking niet

bestemmingsplan of de

ontbreekt. Het is volgens indiener volstrekt onvoldoende om

noodzakelijk, aangezien deze niet worden aangemerkt als een

omgevingsvergunningen.

aan de hand van deze aannames te concluderen dat de

nieuwe stedelijke ontwikkeling.

ontwikkeling in het kader van een goede ruimtelijke ordening en de ladder van duurzame verstedelijking haalbaar wordt

Voor het bezoekerscentrum en het bedrijfsverzamelgebouw is

geacht. Het gehele energielandgoed als nieuwe stedelijke

wel een toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking

ontwikkeling is als zodanig niet betrokken in een te verrich-

uitgevoerd. In dit kader is aandacht besteed aan het toekomsti-

ten behoefteonderzoek. Het ontwerpbestemmingsplan is

ge verzorgingsgebied, het aanbod en de vraag naar deze

daarom in strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbe-

functies. Aangezien deze functies onderdeel uitmaken van het

ginsel.

totale concept van het Energielandgoed en dit een uniek concept is, laat dit zich niet verder kwantificeren in nadere onderzoeken. Wel hebben we aan de hand van deze kenmerken kwalitatief kunnen onderbouwen dat deze functies voorzien in een behoefte, welke niet binnen bestaand stedelijk gebied is te realiseren.

10.9

Het bestemmingsplan is volgens indiener in strijd met de

De bestemming ‘agrarisch met waarden’ blijft alleen aanwezig

De zienswijze leidt niet

rechtszekerheid:

op een aantal gronden die in particulier eigendom zijn en

tot aanpassing van het

•

Indiener geeft aan op een aantal percelen de bestem-

blijven. Op deze gronden zal geen Energielandgoed worden

bestemmingsplan of de

ming ‘agrarisch met waarden’ blijft rusten en dat uit het

gerealiseerd.

omgevingsvergunningen.

MER volgt dat er mogelijkheden zijn om de zonnevelden

•

te combineren met agrarische functies. Het ontwerpbe-

In het vast te stellen bestemmingsplan wordt binnen de

stemmingsplan geeft geen uitsluitsel of gebruik zal wor-

bestemming Energielandgoed agrarisch medegebruik enkel met

den gemaakt van de mogelijkheid van agrarisch mede-

een omgevingsvergunning en onder voorwaarden toegestaan.

gebruik.

Indien er mogelijkheden blijken te zijn om de realisatie van de

Indiener geeft aan dat onduidelijk is of het Energieland-

zonnevelden te combineren met een agrarisch gebruik, dan is

goed kan voorzien in het opwekken van duurzame ener-

dat mogelijk. Het bestemmingsplan verplicht echter niet tot

gie door middel van biomassa. Hoewel in de plantoelich-

agrarisch medegebruik en het is daarom ook niet noodzakelijk

ting wordt opgemerkt dat met het plan geen biomassa-

om uitsluitsel te geven of hier gebruik van zal worden gemaakt.

centrale wordt mogelijk (zie pagina 67 van de plantoe-

10.10

lichting), volgt uit het verkeersonderzoek (zie pagina 1,

Met het bestemmingsplan wordt het opwekken van duurzame

bijlage 10 bij het MER) expliciet dat het Energielandgoed

energie door middel van biomassa niet mogelijk gemaakt. Bij de

voorziet in het opwekken van duurzame energie door

start van de planvorming is biomassa wel als een optie meege-

middel van zonnepanelen, biomassa en windturbines.

nomen. Dit is per abuis in het verkeersonderzoek blijven staan.

Uit de MER (p. 291 en 292) volgt dat door de realisatie van

Onduidelijk is op welke cumulatieve geluidbelasting indiener

De zienswijze leidt niet

het Energielandgoed Wells Meer er een verhoging van de

doelt. Alle varianten van het voorkeursmodel zijn onderzocht op

tot aanpassing van het

cumulatieve geluidbelasting optreedt. In de planregels is niet

cumulatieve effecten, zowel alleen met windturbines als met

bestemmingsplan of de

vastgelegd wat de maximale geluidbelasting mag zijn.

andere bronnen. Hieruit blijkt dat mogelijkerwijs op Veenweg 6

omgevingsvergunningen.

Indiener stelt zich op het standpunt dat in de planregels niet

een geringe overschrijding kan plaatsvinden. Het optreden van

is geborgd dat de in de MER voor het voorkeursalternatief

dit effect is initieel voorkomen door middel van een vergunning-

berekende geluidbelasting niet zal worden overschreden,

voorschrift.

hetgeen in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel. In dit kader verwijst indiener naar de uitspraak van de Afdeling van 17 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1258, r.o. 25.2. Deze uitspraak ziet eveneens op een windmolenpark. 10.11

Indiener wijst erop dat het MER geen vergelijking bevat met

De doelstelling vanuit de gemeenteraad is het realiseren van een

De zienswijze leidt niet

betrekking tot de maximale invulling van het energieland-

energiemix in het Energielandgoed. Derhalve maakt de voorge-

tot aanpassing van het

schap met zonnepanelen enerzijds en een maximale invulling

stelde vergelijking geen onderdeel uit van de voorbereidingen.

bestemmingsplan of de

95

96

met windturbines anderzijds. Pas dan kan een duidelijk

Zie tevens de thematische beantwoording in de inleiding van de

inzicht worden verkregen in de maximale milieueffecten van

antwoordnota.

omgevingsvergunningen.

het Energielandgoed. 10.12

Indiener geeft aan dat het MER uitvoerig verslag dient te

De afweging waar indiener op doelt is gemaakt in de Structuur-

De zienswijze leidt niet

doen van alternatieven die zijn onderzocht. Meer dan

visie Energielandgoed Wells Meer en bijbehorend planMER. Het

tot aanpassing van het

signaleren dat er alternatieven zijn, gebeurt echter niet in

vergroten van de opwek van duurzame energie in het Energie-

bestemmingsplan of de

het MER. Er is geen detailbeschouwing waarom die alterna-

landgoed Wells Meer heeft geen invloed op de aldaar gemaakte

omgevingsvergunningen.

tieven niet beter zijn. Voor indiener is van belang dat een

afweging.

alternatief buiten de gronden die hij voor zijn onderneming gebruikt, zou betekenen dat het voorbestaan van zijn

Wat betreft de meeropbrengst van het Energielandgoed

onderneming niet in gevaar komt. Hier is geen aandacht aan

verwijzen we verder naar de thematische beantwoording in

besteed in het MER.

hoofdstuk 3 van deze nota.

In deze zienswijze is uiteengezet dat de plannen voor het energiepark te ambitieus zijn. Er zal meer energie geproduceerd worden dan de gemeente Bergen nodig heeft om energieneutraal te worden. Tegen deze achtergrond zou het aanbeveling verdienen om een alternatief te ontwikkelen waarbij de gebieden die indiener gebruikt, worden weggelaten uit het energielandgoed en dat de zonnepanelen bijvoorbeeld enkel worden geplaatst op plaatsen waar door indiener geen gebruik van wordt gemaakt. 10.13

Indiener geeft aan dat er sprake zou zijn van een gecombi-

Onduidelijk is op welke aanvraag indiener hier doelt. De

De zienswijze leidt niet

neerde MER. Dit betekent dat het rapport wordt voorbereid

aanvragen tot een omgevingsvergunning voor wind en zon

tot aanpassing van het

met toepassing van artikel 7.10 en de paragrafen 7.9 en 7.10

maken integraal onderdeel uit van de procedure en grijpen

bestemmingsplan of de

Wet milieubeheer, met dien verstande dat de aanvraag om

tevens terug op het MER.

omgevingsvergunningen.

een besluit, het ontwerp van een besluit, het ontwerpplan en het milieueffectrapport tegelijkertijd ter inzage worden gelegd. Hieraan is niet voldaan, aangezien uit de kennisgeving in ieder geval volgt dat niet de aanvraag mede ter inzage is gelegd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9609748/1