251022 BOPA Westflank Well
Tekst van het document
Versie 4 november 2025
BOPA Westflank Well
BOPA Westflank Well
Inhoudsopgave
Motivering
3
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging besluitgebied 1.3 Geldend(e) plan(nen) 1.4 Leeswijzer
4 4 4 6 7
Hoofdstuk 2 Gebiedsvisie 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie
8 8 9
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Wettelijk stelsel 3.2 Nationaal beleid 3.3 Provinciaal beleid 3.4 Regionaal beleid 3.5 Gemeentelijk beleid 3.6 Conclusie
15 15 15 16 17 18 20
Hoofdstuk 4 Milieu- & omgevingsaspecten 4.1 Verkeer & parkeren 4.2 Bodem 4.3 Geluid 4.4 Milieuzonering 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Geur 4.7 Externe veiligheid 4.8 Waterhuishouding 4.9 Ecologie 4.10 Archeologie & cultuurhistorie 4.11 Leidingen 4.12 Ladder voor duurzame verstedelijking 4.13 M.e.r.-beoordeling
21 21 23 24 27 29 30 31 33 36 40 42 43 44
Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid 5.1 Kostenverhaal 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
47 47 47
Bijlagen bij motivering
49
Bijlage 1
Beeldkwaliteitplan
50
Bijlage 2
Diverse bodemonderzoeken
51
Bijlage 3
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
52
Bijlage 4
Akoestisch onderzoek industrielawaai
53
Bijlage 5
Quickscan Wet natuurbescherming
54
Bijlage 6
Aanvullend ecologisch onderzoek
55
Bijlage 7
Foerageergebiedsanalyse das
56
Bijlage 8
Stikstofdepositieonderzoek
57
Bijlage 9
Omgevingsdialoog
58
Bijlage 10
Zienswijzennota
59
2
"BOPA Westflank Well"
BOPA Westflank Well
Motivering
"BOPA Westflank Well"
3
BOPA Westflank Well
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De gemeente heeft al langere tijd de wens om het aantal woningen in de kern Well uit te breiden, om in de huidige en toekomstige woningbehoefte in deze kern te voorzien. In 2021 heeft de gemeente enkele agrarische percelen aan kunnen kopen aan de westzijde van de Elsterendijk in Well om invulling te kunnen geven aan deze behoefte. Om de woningen betaalbaarder te houden, is er voor gekozen om vrijwel uitsluitend aaneengebouwde en twee-aaneengebouwde woningen mogelijk te maken in onderhavig plan. Het programma betreft 37 grondgebonden woningen. De gewenste ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de regels van het (tijdelijke) omgevingsplan, omdat op basis van dat plan ter plaatse de agrarische functie geldt waarbinnen de functies (burger)wonen, verkeer en groen niet zijn toegestaan en er daarnaast geen woningen met bijbehorende bouwwerken mogen worden opgericht. Daarom wordt ervoor gekozen om hier met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (hierna: BOPA) van af te wijken.
1.2
Ligging besluitgebied
Het besluitgebied is gelegen aan de westelijke rand van Well L. en staat kadastraal bekend als gemeente Bergen Limburg, sectie S, nr.'s 1.301, 1.302 en 2.335. Het besluitgebied heeft een oppervlakte van circa 13.055 m² en wordt globaal gezien begrensd door: Noordzijde: de zuidelijke perceelsgrens van de woonpercelen Vissert 5 en Elsterendijk 8; Oostzijde: de Elsterendijk; Zuidzijde: een recyclings-/metaalverwerkingsbedrijf aan de Elsterendijk 22; Westzijde: agrarische gronden. Navolgende afbeeldingen tonen globaal de ligging en begrenzing van het besluitgebied in de omgeving. Voor de exacte begrenzing van het besluitgebied wordt verwezen naar de verbeelding.
4
"BOPA Westflank Well"
BOPA Westflank Well
Globale ligging besluitgebied in groter verband (rode druppel, bron: maps.google.nl)
Globale begrenzing besluitgebied (rode omkadering, bron: ruimtelijkeplannen.nl)
"BOPA Westflank Well"
5
BOPA Westflank Well
1.3
Geldend(e) plan(nen)
Voor de gronden in het besluitgebied geldt het 'omgevingsplan gemeente Bergen L', van rechtswege in werking getreden op 1 januari 2024. Het tijdelijke deel van dit omgevingsplan omvat het voormalige bestemmingsplan 'Leuken-Seurenheide', zoals de gemeenteraad dat heeft vastgesteld op 6 september 1994 en zoals Gedeputeerde Staten dat hebben goedgekeurd op 4 april 1995. In dat bestemmingsplan is het hele besluitgebied voorzien van de hoofdfunctie 'Agrarisch gebied met landschappelijke en/of natuurlijke waarde (artikel 9)' en is het noordelijke deel tevens voorzien van de specifieke functie 'Agrarisch bouwblok (Ab, artikel 19)'.
Uitsnede verbeelding tijdelijk deel omgevingsplan met globale begrenzing besluitgebied (rode omkadering) Omdat de gewenste ruimtelijke ontwikkeling niet past binnen a) de agrarische functie waarbinnen de functies (burger)wonen, verkeer en groen niet zijn toegestaan en er b) daarnaast geen woningen met bijbehorende bouwwerken mogen worden opgericht, wordt ervoor gekozen om hier met een omgevingsvergunning voor een BOPA van af te wijken. Bij deze omgevingsvergunning hoort een motivering. Daarin wordt gemotiveerd dat de ontwikkeling leidt tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). De gemeente moet daarbij rekening houden met alle betrokken belangen. Daarnaast gelden de instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en de provinciale verordening.
6
"BOPA Westflank Well"
BOPA Westflank Well
1.4
Leeswijzer
Inleiding en gebiedsvisie In hoofdstuk 1 zijn de aanleiding en het kader voor de planafwijking beschreven. Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie van het besluitgebied, waarbij zowel de ruimtelijke aspecten als functionele aspecten aan de orde komen. Verantwoording Hoofdstukken 3 en 4 geven de achtergronden, toelichting en motivatie op de gemaakte keuzen weer die uiteindelijk hebben geleid tot de uitgewerkte planopzet. In dit planonderdeel worden onder meer het (beleids)kader en de milieu- en omgevingsaspecten uiteengezet en beschreven. Uitvoerbaarheid Het laatste deel (hoofdstuk 5) gaat in op de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het plan. Daarbij wordt onder meer ingegaan op de resultaten van de omgevingstafel, het vooroverleg en het participatietraject.
"BOPA Westflank Well"
7
BOPA Westflank Well
Hoofdstuk 2 2.1
Gebiedsvisie
Huidige situatie
Het besluitgebied bestaat in de huidige situatie uit (braakliggende) agrarische gronden zonder bebouwing. Ook is er geen oppervlaktewater en verharding aanwezig. Aan de rand van het besluitgebied c.q. op de aangrenzende kadastrale percelen zijn bomenrijen en ruige vegetaties aanwezig. In het besluitgebied zijn circa 10 fruitbomen aanwezig, deze worden gekapt ten behoeve van de ontwikkeling. Op navolgende afbeeldingen een impressie van de bestaande situatie in het besluitgebied:
Impressie bestaande situatie vanaf zuidzijde besluitgebied in noordelijke richting
Impressie bestaande situatie noordwestzijde besluitgebied in zuidelijke richting
8
"BOPA Westflank Well"
BOPA Westflank Well
Impressie bestaande situatie noordoostzijde besluitgebied in noordelijke richting
2.2
Toekomstige situatie
2.2.1
Stedenbouwkundige opzet
Algemeen Er is een verkavelingsplan uitgewerkt voor het besluitgebied met daarin 37 woningen in de vorm van: 26 aaneengebouwde (rij)woningen (koop); 8 twee-aaneen gebouwde woningen (koop); 3 vrijstaande woningen (koop). Van de 26 aaneengebouwde woningen zijn er 12 die levensloopgeschikt worden uitgevoerd. Optioneel kan dit ook bij de twee-aaneen gebouwde woningen en de vrijstaande woningen. Dat is aan de toekomstige eigenaren.
"BOPA Westflank Well"
9
BOPA Westflank Well
Verkavelingsopzet westflank Well (Bron: buro Waalbrug, d.d. 16 mei 2025 Hoofdgebouwen Voor de verschillende woningen gelden de volgende maximum goot- en bouwhoogten voor de hoofdgebouwen (zie ook navolgende afbeelding uit het beeldkwaliteitplan): 12 (levensloopbestendige) aaneengebouwde woningen: goothoogte 3,5 m, bouwhoogte 7,0 m (1 bouwlaag met kap); 14 aaneengebouwde woningen: goothoogte 7,0 m, bouwhoogte 11,0 m (2 bouwlagen met kap); 8 twee-aaneen gebouwde woningen: goothoogte 7,0 m, bouwhoogte 11,0 m (2 bouwlagen met kap); 3 vrijstaande woningen (kavels): goothoogte 4,5 m, bouwhoogte 9,0 m (1,5 bouwlagen met kap).
10
"BOPA Westflank Well"
BOPA Westflank Well
Door de bloksgewijze verkaveling is het gemakkelijk om het plan te faseren, waarbij er van noord naar zuid gewerkt kan worden. Voor het overige moet voldaan worden aan de bijlage met regels behorende bij de BOPA. Het bebouwingspercentage van de hoofdgebouwen en de bijbehorende bouwwerken samen mag niet meer dan 60 % bedragen per bouwperceel. Voor de vrijstaande woningen aan de noordzijde van het besluitgebied zijn daarnaast de volgende bebouwingszones opgenomen waarbinnen de vrijstaande hoofdgebouwen mogen worden gerealiseerd:
"BOPA Westflank Well"
11
BOPA Westflank Well
Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken zoals aan- en uitbouwen, vrijstaande bijgebouwen en overkappingen bij de twee-aaneen gebouwde woningen en de vrijstaande woningen gelden de volgende voorwaarden: bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend achter de voorgevel worden gebouwd; de maximum goothoogte bedraagt 3,2 m; de maximum bouwhoogte bedraagt 5,0 m; bijbehorende bouwwerken mogen in op of minimaal 1,0 m afstand van de zijdelingse perceelsgrens worden opgericht; indien een bijbehorend bouwwerk met één gevel op de perceelsgrens wordt opgericht bedraagt de maximum bouwhoogte aan de zijde van de betreffende gevel 3,2 m; de minimum afstand tot de voorgevel bedraagt 1,0 m; de maximum oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken per bouwperceel bedraagt:
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Wat betreft de erfafscheidingen moet aangesloten worden bij navolgende afbeelding uit het beeldkwaliteitplan. Voor de erfafscheidingen tussen de percelen van de twee-aaneen gebouwde kapwoningen en de aaneengebouwde woningen en aan de randen van de percelen van de aaneengebouwde woningen grenzend aan de brandgang, voor zover niet op navolgende afbeelding voorzien van een gekleurde arcering, mag een erfafscheiding van 2,0 m hoog worden opgericht.
12
"BOPA Westflank Well"
BOPA Westflank Well
Openbare ruimte Verspreid over het besluitgebied komen enkele groenzones voor, die tevens kunnen dienen als ruimte voor het opvangen van hemelwater in de vorm van wadi's. De bestaande bomenrij/ houtsingel aan de oostzijde blijft behouden, waarbij de onderbegroeiing (indien noodzakelijk) wordt gesnoeid/ aangevuld. Voor het aspect parkeren wordt verwezen naar subparagraaf 4.1.2.
"BOPA Westflank Well"
13
BOPA Westflank Well
2.2.2
Beeldkwaliteit
Er is een beeldkwaliteitplan opgesteld voor de woningen in het besluitgebied, dat als bijlage 1 bij deze motivering is gevoegd. Het beeldkwaliteitsplan geeft in woord en beeld de uitgangspunten weer voor de bebouwing. Het is een verfijning van het stedenbouwkundige plan. Het beeldkwaliteitplan en de daarin gegeven richtlijnen moeten worden gezien als aansporing en inspiratie voor de verschillende betrokken partijen bij de planontwikkeling. Het schept een kader voor de ontwikkeling van het gebied, garandeert samenhang in het eindbeeld en vormt een aanzet tot het leveren van een op kwaliteit gerichte inspanning. Het beeldkwaliteitsplan is vooral een communicatiemiddel, dat met behulp van beelden en tekst aangeeft wat de ambities zijn ten aanzien van de stedenbouwkundige- en architectonische kwaliteit en samenhang en waar ruimte ligt voor eigen invullingen. Binnen dit kader is het de uitdaging voor de architect om tot creatieve oplossingen te komen. De richtlijnen voor beeldkwaliteit zijn onderverdeeld in verschillende onderdelen: Deelgebieden; Architectuur & materialisatie; Kapvorm en rooilijn; Geveloriëntatie; Erfafscheidingen; Kavelpaspoorten kavels vrijstaande woningen.
14
"BOPA Westflank Well"
BOPA Westflank Well
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Wettelijk stelsel
Het stelsel omgevingsrecht bestaat uit de Omgevingswet, 4 algemene maatregelen van bestuur (AMvB's) en een Omgevingsregeling. De Omgevingsregeling is de ministeriële regeling bij de Omgevingswet. Het gaat vooral om technische en administratieve regels. In de vier AMvB's staan de regels voor het praktisch uitvoeren van de wet: 1. Het Omgevingsbesluit (Ob) regelt in aanvulling op de wet onder meer welk bestuursorgaan het bevoegd gezag is om een omgevingsvergunning te verlenen en welke procedures gelden. Ook regelt dit besluit wat de betrokkenheid is van andere bestuursorganen, adviesorganen en adviseurs bij de besluitvorming en een aantal op zichzelf staande onderwerpen, zoals de milieueffectrapportage. 2. Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) stelt de inhoudelijke normen voor gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk met het oog op het realiseren van de nationale doelstellingen en het voldoen aan internationale verplichtingen. 3. Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) bevat, samen met het Besluit bouwwerken leefomgeving, de algemene regels waaraan burgers en bedrijven zich moeten houden als ze bepaalde activiteiten uitvoeren in de fysieke leefomgeving. Ook bepaalt het besluit, voor welke activiteiten een omgevingsvergunning nodig is. Het bevat regels om het milieu, waterstaatwerken, wegen en spoorwegen, zwemmers en cultureel erfgoed te beschermen. 4.
Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) bevat, samen met het Besluit activiteiten leefomgeving, de algemene regels waaraan burgers en bedrijven zich moeten houden als ze bepaalde activiteiten uitvoeren in de fysieke leefomgeving. Dit besluit bevat regels over veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid bij het (ver)bouwen van een bouwwerk, de staat van het bouwwerk, het gebruik van het bouwwerk en het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden. Instructieregels Voor een aantal onderwerpen gelden instructieregels vanuit het Rijk of de provincie. Een instructieregel is een algemene regel waarmee een bestuursorgaan aan een ander bestuursorgaan aangeeft hoe het een taak of bevoegdheid moet uitoefenen. Er zijn drie varianten van een instructieregel: 'in acht nemen', 'rekening houden met' en 'betrekken bij'. 'In acht nemen' betekent in het kader van de instructieregel dat een overheid aan die instructieregel móet voldoen. 'Rekening houden met' betekent in het kader van de instructieregel dat er sprake is van een zwaarwegende positie van een belang bij de belangenafweging, zonder dwingend te sturen op de uitkomst daarvan. Afwijken is alleen toegestaan als het bestuursorgaan daar goede redenen voor heeft. Het afwijken moet wel goed worden gemotiveerd.
'Betrekken bij' betekent in het kader van de instructieregel dat een overheid aandacht schenkt aan feiten of verwachtingen van feiten. De bestuurlijke afwegingsruimte is groot.
3.2
Nationaal beleid
3.2.1
Nationale omgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de opvolger van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), waarin het Rijk een lange termijn visie geeft op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt keuzes te maken. Bij de afweging van keuzes wordt bij voorkeur gekozen voor slimme combinaties van functies, wordt uitgegaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden en worden beslissingen niet uitgesteld of doorgeschoven. De nationale belangen en opgaven waarop het Rijk wil sturen en richting wil geven, komen samen in de volgende vier prioriteiten: Ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie; De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden; Steden en regio's sterker en leefbaarder maken Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen.
"BOPA Westflank Well"
15
BOPA Westflank Well
Planspecifiek De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met de prioriteiten uit de NOVI. De NOVI vormt geen belemmering voor deze BOPA. 3.2.2
Conclusie
In het besluitgebied zijn geen nationale belangen in het geding.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1
Provinciale Omgevingsvisie Limburg
Provinciale Staten hebben op 1 oktober 2021 de nieuwe Provinciale Omgevingsvisie Limburg vastgesteld. Op 25 oktober is deze visie in werking getreden. De Omgevingsvisie is een strategische en lange termijn (2030 - 2050) visie op de fysieke leefomgeving en beschrijft onderwerpen zoals wonen, infrastructuur, milieu, water, natuur, landschap, bodem, ruimtelijke economie, luchtkwaliteit en cultureel erfgoed. Daarnaast worden ook de aspecten gezondheid en een gezonde leefomgeving in de Omgevingsvisie meegenomen. Met betrekking tot het aspect Wonen heeft de provincie de volgende ambitie in de Omgevingsvisie neergelegd: Omdat de woonbehoeften veranderen, maar ook omdat er lokale en regionale verschillen zijn in de opgaven ten aanzien van wonen en leefomgeving, zijn meer gerichte uitwerkingen in provinciale, regionale en/of gemeentelijke programma’s, agenda’s en instrumenten noodzakelijk. Vanuit de wetgever is de provinciale rol wat betreft dit thema beperkt. Vanwege het brede maatschappelijke belang van de opgave kiest de provincie voor een agenderende, stimulerende, meesturende en verbindende rol. De provincie bekijkt woningbouwontwikkelingen vanuit een brede maatschappelijke context. Dit vraagt een integrale aanpak van locaties en gebieden in de vorm van herstructurering en transformatie/herbestemming in centra, buurten, wijken, dorpen en het buitengebied.
Bij deze keuzes houdt de provincie rekening met samenhangende belangen zoals leegstand bij detailhandel, kantoren, maatschappelijk vastgoed, monumenten, etc. Daarnaast beziet de provincie de woningopgave altijd in samenhang met veiligheid en leefbaarheid. Met het stimuleren van de verduurzamingsopgave en het levensloopbestendig maken van bestaande en nieuwe woningen ziet de provincie meekoppelkansen voor een klimaatbestendige en klimaatadaptieve woonomgeving. De provincie vindt het belangrijk dat eerst de kwaliteit van het feitelijk bestaand bebouwd gebied op orde wordt gemaakt. Via het principe van de Ladder voor duurzame verstedelijking benut de provincie de ruimte in bestaand bebouwd gebied optimaal, zowel kwantitatief als kwalitatief. Dat betekent dat eerst leegstaand vastgoed hergebruikt en herbestemd wordt in lijn met de Limburgse principes. Daarvoor werkt de provincie samen met andere beleidsvelden. Planspecifiek Wonen vind bij voorkeur plaats in bestaand bebouwd gebied. De beoogde ontwikkeling is echter gelegen aansluitend aan het bestaand bebouwd gebied. Er is namelijk geen ruimte meer om binnen het bestaand bebouwd gebied (zoals de provincie dat heeft begrensd) grotere aantallen nieuwe grondgebonden woningen te realiseren.
In aansluiting op de woningbehoefte is er voor gekozen om vooral kleinere en goedkopere grondgebonden woningen toe te voegen, waar vanuit kwalitatief opzicht juist behoefte aan is in Well.
16
"BOPA Westflank Well"
BOPA Westflank Well
3.3.2
Omgevingsverordening Limburg
De Omgevingsverordening is op 1 januari 2024 in werking getreden en vormt de juridische doorwerking in regels van het beleid uit de Omgevingsvisie. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Limburg. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Planspecifiek Uit de voor het besluitgebied relevante kaarten behorende bij de Omgevingsverordening Limburg blijkt dat het besluitgebied niet ligt binnen (milieu)beschermingsgebieden of beschermingszones ten behoeve van natuur en landschap. Het besluitgebied maakt namelijk onderdeel uit van het buitengebied, direct aangrenzend aan het stedelijk gebied van de kern Well. In paragraaf 12.1.1 Wonen van de Omgevingsverordening staat dat de motivering bij een omgevingsplan dat betrekking heeft op de realisatie van één of meerdere woningen beschrijft: a.
op welke wijze rekening is gehouden met de provinciale omgevingsvisie; b. dat er sprake is van een actuele behoefte in kwaliteit en kwantiteit; c. dat er overeenstemming bestaat binnen de regio; d. het plan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring. Ad a In subparagraaf 3.3.1 is aangegeven op welke wijze rekening is gehouden met de provinciale omgevingsvisie. Ad b In subparagraaf 3.5.2 is aangegeven dat er aangesloten wordt bij een actuele kwantitatieve en kwalitatieve behoefte. Ad c De beoogde ontwikkeling past binnen het beleid dat de samenwerkende gemeenten in de regio Noord-Limburg hebben opgenomen in de regionale woonvisie Noord-Limburg 2020 - 2024 (zie subparagraaf 3.4.1). Ad d De gemeente heeft het plan opgenomen in de Limburgse systematiek voor monitoring. 3.3.3
Conclusie
In het besluitgebied zijn geen provinciale belangen in het geding.
3.4
Regionaal beleid
3.4.1
Regionale woonvisie Noord-Limburg 2020 - 2024
De gemeenteraad van Bergen heeft op 21 september 2020 de regiovisie Wonen vastgesteld. De visie is tot stand gekomen door samenwerking tussen alle acht gemeenten in Noord-Limburg. In deze visie ligt veel meer de nadruk op de woningbouwopgave in kwalitatieve zin. Het gaat in algemene zin om het bouwen van de juiste woningen op de juiste locaties, op het goede moment. Er zijn géén belemmeringen om kwalitatief goede plannen die voorzien zijn van een deugdelijke onderbouwing te realiseren. Om in een concrete situatie een goede afweging te kunnen maken, is in de nieuwe regiovisie een nieuwe kwalitatieve richtlijn opgenomen. Belangrijke uitgangspunten in dit verband zijn: Toevoegen van woningen in principe alleen in de kernen; Benutten koppelkansen om ook andere opgaven aan te pakken (bijvoorbeeld het oplossen van leegstand);
"BOPA Westflank Well"
17
BOPA Westflank Well
Toevoegen van woningen mag niet leiden tot het vergroten van het kwetsbare woningoverschot; Het type toe te voegen woningen moet passen binnen de kwalitatieve behoefte; Nastreven van sociaal duurzame woonconcepten en aansluiting zoeken bij duurzaamheidsdoelen die landelijk, regionaal en lokaal zijn gesteld. Planspecifiek Via voorliggende BOPA wordt de mogelijkheid gecreëerd om aansluitend aan het bestaand bebouwd gebied van de kern Well een groter aantal duurzame grondgebonden woningen toe te voegen in de meer betaalbare categorie in de vorm van aaneengebouwde woningen en twee-onder-éénkapwoningen. Alle woningen in het besluitgebied worden gasloos uitgevoerd en voldoen aan de meest recente BENG-isolatienormen.
3.5
Gemeentelijk beleid
3.5.1
Omgevingsvisie Bergen 2030
In de afgelopen jaren is ook in de gemeente Bergen veel veranderd op het gebied van onder andere bevolkingsopbouw, duurzaamheid en economie. Daarom heeft de gemeenteraad op 23 april 2019 de Omgevingsvisie Bergen 2030 vastgesteld. Deze visie bepaalt in welke richting de gemeente zich wil ontwikkelen. De Omgevingsvisie heeft betrekking op het hele grondgebied van de gemeente Bergen, met uitzondering van het gebied Wells Meer. Concrete aanvragen van overheden, organisaties, ondernemers en burgers toetst Gemeente Bergen voortaan aan de tien navolgende uitgangspunten van deze visie: 1. De meest toekomstbestendige gemeente; 2. Energie onafhankelijk in 2030; 3. Landschap en Landbouw in balans; 4. Waterbeheer op maat; 5. Versterken natuurwaarden en biodiversiteit; 6. Kwaliteitsslag en zonering recreatievoorzieningen; 7. Afstemmen woningvoorraad op vraag; 8. Voorzieningen bereikbaar houden; 9. Verder bouwen aan een gezonde leefomgeving; 10. Leefklimaat in de dorpen verbeteren. Planspecifiek Uit de visiekaart blijkt dat het besluitgebied is aangemerkt als 'lokale centra voor voorzieningen en zorg in Afferden, Siebengewald, Well & Wellerlooi'. Door het toevoegen van 37 woningen in een mix van vooral meer betaalbare woningtypen, in de vorm van aaneengebouwde en twee-onder-éénkapwoningen, wordt voorzien in een woningvoorraad op maat (uitgangspunt 7).
Daarnaast wordt een bijdrage geleverd aan het bereikbaar houden van voorzieningen door het inwonertal van Well op peil te houden (uitgangspunt 8) en het verduurzamen (gasloos en BENG) van de woningvoorraad (uitgangspunt 9). Mede in het kader van de Omgevingsvisie Bergen 2030 profileert de gemeente zich als ‘toekomstbestendige gemeente’ (uitgangspunt 1). Dit komt onder andere terug in de wens om energie-onafhankelijk te zijn, het ruimte bieden aan vernieuwende initiatieven op het gebied van duurzaam wonen en werken, het bevorderen van het zelfvoorzienend vermogen en de verduurzaming van de lokale gemeenschap.
18
"BOPA Westflank Well"
BOPA Westflank Well
3.5.2
Volkshuisvestingsprogramma gemeente Bergen (2025 - 2030)
De gemeenteraad heeft op 17 december 2024 het Volkshuisvestingsprogramma gemeente Bergen (2025 - 2030) vastgesteld. De gemeente heeft de ambitie om gemeente Bergen uit te bouwen tot de meest toekomstbestendige gemeente van Nederland. Dit betekent dat ze een aantrekkelijke woongemeente wil zijn met een passend en toekomstbestendig aanbod. De gemeente wil dat al haar inwoners (zowel jong als oud) hun woonwensen zoveel mogelijk binnen de eigen gemeentegrenzen kunnen realiseren. Hiervoor stemt de gemeente het woningaanbod af op de vraag. De gemeente heeft nadrukkelijk aandacht voor de juiste woning op de juiste plek. Het is daarbij belangrijk dat mensen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen en mee kunnen (blijven) doen in de samenleving. De gemeente zet daarom in op een gezonde leefomgeving en een prettig leefklimaat in de dorpen. De gemeente wil een aantrekkelijke woongemeente zijn en blijven voor al haar inwoners. Hiervoor is vernieuwing nodig. Tot en met 2026 voegt de gemeente daarom minimaal 400 bouwtitels toe. Eén bouwtitel geeft het recht op de bouw van één woning. De gemeente zet daarbij de in 2022 ingezette lijn (realiseren van bouwtitels) door en maakt snelheid in de voor- en procedurefase van woningbouwplannen.
De gemeente voegt in alle dorpen bouwtitels toe en doet dit om haar dorpen vitaal en leefbaar te houden en om ervoor te zorgen dat inwoners hun wooncarrière (indien gewenst) zoveel mogelijk binnen hun eigen dorp kunnen maken. De afgelopen jaren is namelijk te zien dat maar weinig jongeren een woning kunnen vinden in hun eigen dorp. Door het gebrek aan opties verlaten ze hun dorp (en de gemeente). Hierdoor komt het voorzieningenniveau en de leefbaarheid onder druk te staan. Dit moet in de toekomst voorkomen worden. Op basis van de meest actuele huishoudensprognose (inclusief migratie) is er in de gemeente Bergen in de periode 2024 t/m 2030 behoefte aan zo’n 305 extra woningen. Het zwaartepunt van de behoefte ligt in de dorpen Nieuw Bergen en Well, maar ook in alle andere dorpen is behoefte aan extra woningen. Er is vooral behoefte aan extra nultredenwoningen. De behoefte is het grootste in het sociale huur-, middenhuur- en koopsegment. Daarom focust de gemeente eerst op deze segmenten. Ook na 2030 blijft de gemeente Bergen licht groeien. Tussen 2030 en 2040 stijgt het aantal huishoudens nog met zo’n 125. Met de gemeentelijke ambitie om tot en met 2026 400 bouwtitels toe te voegen, vult de gemeente haar woningbehoefte (circa 430 extra woningen tot 2040) dus deels versneld. In de prognose wordt echter nog geen rekening gehouden met het inlopen van het huidige woningtekort.
Deze bedraagt in de gemeente Bergen zo’n 80 woningen. Dit resulteert in een totale opgave van 510 woningen tot 2040. In onderstaande tabel is, aansluitend op bovenstaande woningbehoefte, de indicatieve woningbouwopgave per dorp uiteengezet in een bandbreedte. Deze moet als richtinggevend te worden gezien:
"BOPA Westflank Well"
19
BOPA Westflank Well
Planspecifiek Met het voorliggende initiatief worden planologisch gezien 37 woningen toegevoegd, passend binnen de behoefte van maximaal 110 woningen die er is in Well. De gemeente zet in op een mix van woningtypen, die goed past bij de actuele woningbehoefte in de kern Well aan vooral kleinere grondgebonden woningen. De nieuwe woningen zijn verder duurzaam (gasloos en BENG) en dragen door het grote aantal aaneengebouwde woningen bij aan een meer gevarieerde wijkopbouw in Well. Het is aan de toekomstige eigenaren zelf of zij hun nieuwe woning levensloopgeschikt maken. 3.5.3
Conclusie
In het besluitgebied zijn geen gemeentelijke belangen in het geding.
3.6
Conclusie
Het plan is passend binnen c.q. niet strijdig aan het beleid van de verschillende overheden.
20
"BOPA Westflank Well"
BOPA Westflank Well
Hoofdstuk 4
Milieu- & omgevingsaspecten
4.1
Verkeer & parkeren
4.1.1
Verkeer
Het besluitgebied zal ontsloten worden via één of twee nieuwe aansluitingen op de Elsterendijk. Er komt geen doorsteek voor autoverkeer in westelijke richting naar De Vissert. De gemeente Bergen (L.) is qua stedelijkheidsgraad aan te merken als een 'weinig stedelijk' gebied en het besluitgebied maakt onderdeel uit van de 'rest bebouwde kom'. De voertuiggeneratie van 24 rijwoningen (koop), 8 twee-onder-één-kapwoningen (koop) en 3 vrijstaande woningen (koop) komt daarmee volgens publicatie 744 'Parkeerkencijfers 2024' van het CROW (uitgaande van het gemiddelde van de aangegeven bandbreedte) uit op het navolgende aantal voertuigbewegingen per etmaal: Nieuw
Aantal
Norm
Totaal
Koop, huis, tussen/hoek 26
7,4
192,4
Koop, huis, 2^1-kap
8
7,8
62,4
Koop, huis, vrijstaand
3
8,2
24,6
Totaal
37
279,4
De toename van het aantal voertuigbewegingen bedraagt 279.4, afgerond 280 extra voertuigbewegingen per etmaal. De voertuiggeneratiekencijfers zijn bedoeld om de voertuiggeneratie te berekenen voor een weekdag. De voertuiggeneratie ligt bij de beoogde functie echter doorgaans hoger op een werkdag. Om dit om te rekenen hanteert CROW (zie CROW-publicatie 744) omrekenfactoren, bij woningen bedraagt deze 1,11. Op basis van de voertuiggeneratie op een werkdag kan met behulp van procentuele verdelingen het verkeer in een ochtend- en avondspitsuur worden berekend. Het aandeel verkeer in het drukste ochtendspitsuur bedraagt 8 % (waarvan 89 % vertrekkend en 11 % aankomend) en in het drukste avondspitsuur 9 % (waarvan 20 % vertrekkend en 80 % aankomend). De verkeersgeneratie van de woningen op een weekdag, werkdag en tijdens de drukste spitsuren op een werkdag is weergegeven in navolgende tabel:
Uit de tabel blijkt dat, uitgaande van de beoogde 37 woningen op een werkdag circa 310 motorvoertuigbewegingen genereren. Tijdens het drukste spitsuur (avondspits) worden er in totaal gemiddeld 27,9 motorvoertuigbewegingen verwacht (vertrek en aankomst bij elkaar opgeteld). Dit komt neer op een toename van minder dan 1 auto per 2 minuten. Gezien deze geringe toename worden er ook tijdens het maatgevende spitsuur geen problemen verwacht voor de verkeersafwikkeling op de Elsterendijk. Het aspect 'verkeer' vormt geen belemmering voor de vaststelling van deze BOPA. 4.1.2
Parkeren
Op 25 april 2023 heeft de gemeenteraad de Nota parkeernormen (gemeente Bergen L.) vastgesteld. Daarom is op basis van deze nota het aantal benodigde parkeerplaatsen bepaald. Het besluitgebied is gelegen in de zone 'rest bebouwde kom' en er wordt worst-case uitgegaan van de volgende woningcategorieën: 'koop, huis, tussen/hoek' met een parkeernorm van 2,0 parkeerplaatsen per woning; 'koop, huis, twee-onder-een-kap' met een parkeernorm van 2,2 parkeerplaatsen per woning; 'koop, huis, vrijstaand' met een parkeernorm van 2,3 parkeerplaatsen per woning.
"BOPA Westflank Well"
21
BOPA Westflank Well
Deze parkeernormen zijn inclusief 0,3 parkeerplaatsen voor bezoekers per woning. Op basis van de voorbeeldverkaveling (zie paragraaf 2.2) is navolgende berekening gemaakt: Woningtypologie Aantal
Totaal
koop, huis, tussen/hoek
26
2,0
52,0
koop, huis, tweeonder-een-kap
8
2,2
17,6
koop, huis, vrijstaand
3
2,3
6,9
Totaal
37
76,5
Afgerond zijn er 77 parkeerplaatsen nodig voor de totale ontwikkeling. De parkeernorm geeft aan wat de parkeerbehoefte van een functie is. Wanneer binnen een gebied meerdere functies aanwezig zijn of worden gebouwd, vallen de pieken in parkeerbehoefte van die functies niet altijd op hetzelfde moment. Bij woningen is de parkeerbehoefte bijvoorbeeld op werkdagen in de avond en nacht maximaal. Het moment waarop alle gecombineerde functies tezamen een maximale parkeerbehoefte genereren wordt de maatgevende parkeerbehoefte genoemd. De maatgevende parkeerbehoefte wordt bepaald aan de hand van de aanwezigheidspercentages. Hierbij wordt bij woningen het bewonersdeel en het bezoekersdeel van de toekomstige parkeerbehoefte van elkaar gescheiden:
Uitgaande van dubbelgebruik van het bewoners- en bezoekersdeel van de 37 beoogde woningen bedraagt de maatgevende parkeerbehoefte 67,7 parkeerplaatsen, afgerond 68 parkeerplaatsen op avonden tijdens werkdagen. Alle vrijstaande woningen krijgen 2,0 parkeerplaatsen op eigen terrein uitgevoerd in de vorm van een dubbele oprit (met of zonder) garage. Dit zijn in totaal 3 x 2,0 = 6,0 parkeerplaatsen op eigen terrein. Alle twee-aaneen gebouwde woningen krijgen 1,0 parkeerplaats op eigen terrein in de vorm van een oprit. In totaal gaat dat om 8 x 1,0 = 8,0 parkeerplaatsen op eigen terrein. Dit betekent dat er nog 68 - 6 - 8 = 54 parkeerplaatsen in het openbaar gebied moeten worden gerealiseerd. In totaal worden er ook 54 parkeerplaatsen in het openbaar gebied gerealiseerd, zoals te zien op de uitwerking van de verkaveling in paragraaf 2.2. Om te verzekeren dat er genoeg parkeerplaatsen worden gerealiseerd, is in de omgevingsvergunning als voorwaarde opgenomen dat aan de parkeernormen uit de 'Nota parkeernormen (gemeente Bergen L.)' moet worden voldaan om woningen te kunnen realiseren. Hierbij moeten alle vrijstaande woningen worden voorzien van 2 parkeerplaatsen op eigen terrein en bij alle twee-aaneen gebouwde woningen moet worden voorzien in 1 parkeerplaats op eigen terrein. Het aspect 'parkeren' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van deze BOPA.
22
"BOPA Westflank Well"
BOPA Westflank Well
4.2
Bodem
4.2.1
Regelgeving
Uit artikel 1.2 lid 2 Ow volgt expliciet dat bodem onderdeel uitmaakt van de fysieke leefomgeving. Dit houdt in dat een omgevingsplan regels kan bevatten die gericht zijn op het beschermen van de bodem (zoals aangegeven in artikel 4.1 Ow). Daarnaast gelden er instructieregels vanuit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) die gemeenten in het omgevingsplan moeten verwerken. Het Bkl bepaalt voor bodem dat in het omgevingsplan: regels en waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem worden opgenomen voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie (artikel 5.89i t/m 5.89m Bkl); moet worden gewaarborgd dat sanerende en beschermende maatregelen in stand worden gehouden, worden onderhouden of worden vervangen (artikel 5.89n Bkl); bodembeheergebieden kunnen worden aangewezen voor het met een maatwerkregel of maatwerkvoorschrift afwijken van kwaliteitseisen (artikel 5.89o Bkl); en de landbodem van het gemeentelijk grondgebied wordt ingedeeld in bodemfunctieklassen (landbouw en natuur/wonen/industrie) (artikel 5.89p Bkl). Bodemgevoelige gebouwen Een bodemgevoelig gebouw wordt in het Bkl omschreven als een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt en waar personen meer dan 2 uur per dag aaneengesloten aanwezig zijn.
Onder een gebouw wordt verstaan een bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. Onder een bodemgevoelig gebouw vallen ook een woonschip of een woonwagen. Een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw of een bijbehorend bouwwerk tot 50 m2 valt niet onder het begrip bodemgevoelig gebouw. Bodemgevoelige locaties Een bodemgevoelige locatie is op basis van het Bkl in ieder geval een locatie waarop een bodemgevoelig gebouw is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Tot een bodemgevoelige locatie hoort ook een aaneengesloten terrein direct grenzend aan een bodemgevoelig gebouw. Omgevingsplan Een omgevingsplan bevat dus waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie, die per gebied of per gebruiksfunctie kunnen verschillen. Het uitgangspunt voor deze waardes zijn de interventiewaardes bodemkwaliteit, uit bijlage IIA van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Deze waardes zijn wetenschappelijk onderbouwd en behoeven geen verdere motivering. Het omgevingsplan kan ook een hogere waarde bevatten dan de interventiewaardes, mits gemotiveerd en de waarden niet hoger zijn dan het humane Maximaal Toelaatbare Risiconiveau (MTR humaan, bijlage Vb Bkl).
Ook mag het niet leiden tot overschrijding van de toelaatbare concentraties in lucht (TCL) en geurdrempels (bijlage XIIIb Bkl). Bij functiewijzigingen moet worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. Om te kunnen beoordelen of de toelaatbare kwaliteit van de bodem uit het omgevingsplan is overschreden, is voorafgaand onderzoek naar de gesteldheid van de bodem nodig. Ingeval van een overschrijding van de waarden, is in het omgevingsplan opgenomen welke sanerende of beschermende maatregelen nodig zijn.
"BOPA Westflank Well"
23
BOPA Westflank Well
4.2.2
Doorvertaling BOPA
Er zijn diverse bodemonderzoeken uitgevoerd in het besluitgebied. De rapportage van dit onderzoek is als bijlage 2 bij de motivering gevoegd. Verkennend bodemonderzoek Voor de algemene kwaliteit is de hypothese gesteld van een onverdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging, waarbij de voormalige kassen en het mogelijke voorkomen van OCB in de teeltlaag aandachtspunten vormden. Op basis van de onderzoeksresultaten kan de gestelde hypothese worden aangenomen, aangezien in de bovengrond en het grondwater maximaal licht verhoogde gehalten voor de onderzochte NENparameters zijn aangetoond. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. In de teeltlaag zijn maximaal licht verhoogde gehalten voor de OCB-parameters aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. De voormalige kassen hebben derhalve niet geleid tot een bodemverontreiniging met OCB in de teeltlaag. De aangetoonde verhoogde gehalten betreffen (marginale) overschrijdingen van de betreffende achtergrond- en/of streefwaarden. Aangezien de (gestandaardiseerde) meetwaarden de index van 0,5 en de interventiewaarde niet overschrijden, zijn geen vervolgstappen noodzakelijk. Verkennend onderzoek naar asbest voormalige kassen Voor de voormalige kassen is uitgegaan van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging.
Op basis van de onderzoeksresultaten kan de gestelde verdachte hypothese worden verworpen, aangezien zowel zintuiglijk (fractie > 20 mm) als analytisch (fractie < 20 mm) geen asbestverontreiniging is aangetoond. Aangezien geen ernstige verontreinigingen zijn aangetroffen, bestaan vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen bezwaren tegen de voorgenomen herontwikkeling (woningbouw). Het aspect 'bodem' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van deze BOPA.
4.3
Geluid
4.3.1
Regelgeving
Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bevat instructieregels in afdeling 3.5 (o.a. normen) voor: het geluid van geluidveroorzakende activiteiten op geluidgevoelige gebouwen en het toelaten van geluidgevoelige gebouwen in het geluidaandachtsgebied (van wegen, spoorwegen en industrieterreinen, artikel 3.18 lid 1 Bkl). Geluidgevoelige gebouwen Het Bkl bevat in artikel 3.21 een definitie van geluidgevoelige gebouwen. Hier vallen gebouwen onder met een woonfunctie, een onderwijsfunctie, een gezondheidszorgfunctie (met bedgebied) en kinderopvang (met bedgebied). Het Bkl bevat niet de mogelijkheid voor een gemeente om de definitie van geluidgevoelige gebouwen uit te breiden. Bij nieuwe ontwikkelingen moeten gemeenten in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wel rekening houden met geluid op niet door het Bkl aangewezen gebouwen en locaties. Geluidaandachtsgebieden In het Bkl is bepaald dat het omgevingsplan waarborgt dat het geluid veroorzaakt door een (spoor)weg of industrieterrein op een voor geluidgevoelig gebouw in een geluidaandachtsgebied aanvaardbaar is. Het Bkl bevat standaardwaarden en grenswaarden voor geluid door een geluidbronsoort op de gevel van een geluidgevoelig gebouw. Deze waarden zijn van toepassing op het geluid door alle geluidbronnen binnen een geluidbronsoort.
De waarden die bij toelaten van een geluidgevoelig gebouw voor de geluidbronsoorten met een geluidproductieplafond (gpp) als omgevingswaarde gelden, staan in navolgende tabel:
24
"BOPA Westflank Well"
BOPA Westflank Well
Standaardwaarde (dB) (tabel 3.34 Bkl)
Grenswaarde (dB) (tabel 3.35 Bkl)
Provinciale wegen Rijkswegen
50 Lden
65 Lden
Gemeentewegen Waterschapswegen
53 Lden
70 Lden
Hoofdspoorwegen
55 Lden
70 Lden
Industrieterreinen
50 Lden
60 Lden
40 Lnight
50 Lnight
Geluidbronsoort
De geluidaandachtgebieden zijn - indien gepubliceerd - opgenomen op de kaart van de Centrale Voorziening Geluidgegevens (CVGG). Dit geluidsregister is op dit moment nog vrijwel leeg. Voldoen aan de standaardwaarde is de hoofdregel (artikel 3.34 Bkl). Als het geluid op de gevel van een geluidgevoelig gebouw voldoet aan de standaardwaarde, is het geluid in ieder geval aanvaardbaar en de kans op gezondheidsschade klein. Het bevoegd gezag mag meer geluid dan de standaardwaarde als aanvaardbaar beoordelen. Het besluit moet dan voldoen aan de eisen uit de instructieregels (artikelen 3.35 tot en met 3.40 Bkl). In het omgevingsplan kunnen dan flexibiliteitsbepalingen worden opgenomen om voor het toelaten van een geluidgevoelig gebouw af te wijken van de standaardwaarden (vergelijkbaar met het hogere grenswaardenbesluit zoals we dat voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet kenden). Bij geluid tussen de standaardwaarde en de grenswaarde vindt een bestuurlijke afweging plaats en gelden een aantal eisen. Het bevoegd gezag kan alleen geluid tot en met de grenswaarde op de gevel van een geluidgevoelig gebouw toestaan als voldaan wordt aan een van de voorwaarden onder artikel 5.78z lid 1 onder a of b, 5.78z lid 2, 5.78ab lid 2, 5.78ac en 5.78ad Bkl.
Op grond van artikel 5.78i Omgevingswet hebben alle verharde wegen met een jaargemiddelde verkeersintensiteit van 1.000 motorvoertuigen of meer - los van de snelheid - ook een geluidaandachtsgebied, met uitzondering van woonerven. Zolang er geen basisgeluidsemissies met bijbehorende aandachtsgebieden vast zijn gelegd geldt op grond van artikel 17.5 van de Omgevingsregeling een geluidaandachtgebied waarbij bij een gemeentelijke weg of waterschapsweg de breedte van het geluidaandachtsgebied wordt bepaald door vaste afstanden tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip: Aantal rijstroken
Maximum snelheid weg (km/u)
Breedte zone (m)
1 of 2
30 of minder
100
1 of 2
meer dan 30
200
3 of meer
350
Geluid door activiteiten Onder 'geluid door activiteiten' vallen nagenoeg alle activiteiten (zoals activiteiten van bedrijven). Het Bkl wijst in artikel 5.55 de activiteiten aan die er niet onder vallen. Zo bepaalt het Bkl dat de activiteit wonen geen geluidveroorzakende activiteit is. Het Bkl bevat zelf geen definitie van het begrip wonen, maar de toelichting bij het Bkl geeft aan dat een beroep of bedrijf aan huis en een 'uit de hand gelopen hobby' geen verband houden met de activiteit wonen. Dit is vergelijkbaar met de wetgeving voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet waar de milieuregels ook van toepassing zijn op activiteiten die worden verricht in een omvang alsof zij bedrijfsmatig zijn. Het Bkl bepaalt in artikel 5.59 dat het omgevingsplan waarborgt dat het geluid veroorzaakt door een geluidveroorzakende activiteit (zoals activiteiten bij bedrijven) op een geluidgevoelig gebouw aanvaardbaar is. Er wordt voldaan aan dit aanvaardbaarheidsvereiste als het omgevingsplan de standaardwaarden van het Bkl overneemt. Het Bkl bevat standaardwaarden voor toelaatbaar geluid op de gevel van een geluidgevoelig gebouw. Deze standaardwaarden zijn overgenomen in navolgende tabel:
"BOPA Westflank Well"
25
BOPA Westflank Well
Standaardwaarde toelaatbaar geluid op 07.00 - 19.00 uur een geluidgevoelig gebouw
19.00 - 23.00 uur
23.00 - 7.00 uur
45 dB(A)
40 dB(A)
Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen
70 dB(A)
70 dB(A)
Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door andere piekgeluiden
65 dB(A)
65 dB(A)
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten
50 dB(A)
Voldoen aan de standaardwaarde is de hoofdregel (artikel 5.64 Bkl). Als het geluid op de gevel van een geluidgevoelig gebouw voldoet aan de standaardwaarde, is het geluid in ieder geval aanvaardbaar en de kans op gezondheidsschade klein. Het bevoegd gezag mag meer geluid dan de standaardwaarde als aanvaardbaar beoordelen. Het besluit moet dan voldoen aan de eisen uit de instructieregels (artikelen 5.65 en 5.66 Bkl). Indien de gemeente een soepelere norm wil opnemen in het omgevingsplan, moet door middel van onderzoek vaststaan dat de binnenwaarde (het geluid binnen de geluidgevoelige gebouwen) niet hoger is dan de normen die het Bkl daarvoor stelt. Indien de gemeente een strengere norm wil opnemen, moet aangetoond worden dat de bestaande geluidveroorzakende activiteiten niet worden beperkt ten opzichte van het huidige recht. In het omgevingsplan kunnen dan flexibiliteitsbepalingen worden opgenomen om voor één of meerdere geluidgevoelige ruimte(n) binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen af te wijken van de standaardwaarden. Deze mogen de grenswaarden niet overschrijden. De grenswaarden worden niet bepaald op de gevel, maar in geluidgevoelige ruimten binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen.
De grenswaarden zijn overgenomen in navolgende tabel: Grenswaarde toelaatbaar geluid in geluidgevoelige ruimten binnen in- en 07.00 - 19.00 uur aanpandige geluidgevoelige gebouwen
19.00 - 23.00 uur
23.00 - 7.00 uur
30 dB(A)
25 dB(A)
Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen
55 dB(A)
55 dB(A)
Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door andere piekgeluiden
45 dB(A)
45 dB(A)
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten
4.3.2
35 dB(A)
Doorvertaling BOPA
Er is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd voor de nieuwe woningen in het besluitgebied. De rapportage van dit onderzoek is als bijlage 3 bij de motivering gevoegd. De geluidgevoelige gebouwen in de vorm van woningen zijn gelegen in de geluidszone van De Vissert en ‘t Leuken. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn tevens de nabijgelegen niet-gezoneerde wegen (Elsterendijk, Sterrenbos, Mandenmakerstraat, Lammerskamp en Rietdekkerstraat) in het onderzoek betrokken. In het onderzoek is de geluidbelasting op de geluidgevoelige gebouwen inzichtelijk gemaakt en beoordeeld op basis van het toetsingskader. Voor het besluitgebied was ten tijde van het onderzoek nog geen tekening opgesteld met de projectie van de woningen. Echter, op 5,0 m van de rand van de 3 kadastrale percelen die behoren tot het besluitgebied (nr's 1.301, 1.302 en 2.335) zijn toetspunten ten behoeve van 3 bouwlagen gemodelleerd. De berekeningen zijn verricht aan de hand van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 en met behulp van het programma Geomilieu, versie 2022.21.
26
"BOPA Westflank Well"
BOPA Westflank Well
De geluidsbelasting op de nieuw te bouwen woningen bedraagt maximaal 44 dB. Er vindt geen overschrijding van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van 48 dB plaats. Er gelden, rekening houdend met het bouwen op 5,0 m of meer van de rand van de kadastrale percelen in het besluitgebied, vanuit akoestisch oogpunt geen belemmeringen voor de realisatie van het plan. De Voor het aspect industrielawaai wordt verwezen naar paragraaf 4.4. Het aspect 'wegverkeerslawaai' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van deze BOPA.
4.4
Milieuzonering
4.4.1
Regelgeving
Milieuzonering is het aanbrengen van een noodzakelijke ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies ter bescherming of vergroting van de leefkwaliteit. Bij milieuzonering gaat het specifiek om de milieuthema's die afstandsgerelateerd zijn. Afstandsgerelateerd wil zeggen dat de milieubelasting afneemt bij grotere afstand, zoals bij geluid en geur. Wanneer ruimtelijke ontwikkelingen in de directe omgeving van bedrijfsmatige activiteiten worden gerealiseerd, moet worden gemotiveerd in hoeverre er sprake is van mogelijke beperkingen ten gevolge van de aanwezige bedrijfsmatige activiteiten. Maar ook andersom moet aandacht worden besteed aan de rechten van de aanwezige bedrijfsmatige activiteiten. Het is immers niet de bedoeling dat nieuwe ontwikkelingen de huidige bedrijfsvoering beperken. Datzelfde geldt uiteraard ook voor de situatie dat bedrijfsmatige activiteiten zich vestigen/wijzigen in de nabijheid van bestaande gevoelige functies. 4.4.2
Doorvertaling BOPA
Vanwege de omliggende bedrijvigheid wordt het besluitgebied en de directe omgeving daarvan aangemerkt als een gemengd gebied: Het gaat hierbij om een autosloperij/ recyclingbedrijf aan de Elsterendijk 22, een bedrijf actief in dienstverlening aan de landbouw aan de Vissert 2 en een bedrijf aan de Vissert 4/4A. Bedrijf, De Vissert 2 Het bedrijf ter plaatse is actief in de groenvoorziening en het cultuurtechnisch werk. Daarmee is dit bedrijf te zien als een agrarisch hulpbedrijf annex loonbedrijf (SBI: 0.14). Dergelijke bedrijven vallen (indien groter dan 500 m²) in milieucategorie 3.1 met een richtafstand van 30 m in een gemengd gebied. Het maatgevende aspect hierbij is geluid. Met een minimum afstand van 85 m tot de uiterste westelijke hoek van het besluitgebied, wordt ruimschoots aan de benodigde afstand voldaan. Bedrijf, De Vissert 4/4A Het bedrijf ter plaatse heeft een algemene bedrijfsfunctie, waar bedrijven uit maximaal milieucategorie 2 zijn toegestaan. In gemengd gebied kennen dergelijke bedrijven een richtafstand van 10 m. Met een minimum afstand van ruim 90 m tot de uiterste westelijke hoek van het besluitgebied, wordt ruimschoots aan de benodigde afstand voldaan. Bedrijf, Elsterendijk 22 Het bedrijf ter plaatse betreft een autosloperij/ recyclingbedrijf in metaal (SBI: 4677.0).
Dergelijke bedrijven vallen (indien groter dan 1.000 m²) in milieucategorie 3.2 met een richtafstand van 50 m in een gemengd gebied. Het maatgevende aspect hierbij is geluid. Voor stof geldt in een gemengd gebied een richtafstand van 10 m en voor geur een richtafstand van 0 m. Omdat de groene wal (hoogte circa 2,8 m) rondom het bedrijf 10 m breed is, en een agrarische functie heeft, zijn de aspecten stof en geur niet relevant in het kader van milieuzonering. Het bedrijf heeft plannen om te verhuizen, maar op dit moment is het bedrijf nog aanwezig. Omdat voor dit bedrijf niet aan de richtafstand voor het aspect geluid wordt voldaan, is er een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd. De rapportage van dit onderzoek is als bijlage 4 bij de motivering gevoegd.
"BOPA Westflank Well"
27
BOPA Westflank Well
In het akoestisch onderzoek is de geluidsbelasting op de toekomstige woningen bepaald als gevolg van het nabijgelegen bedrijf en beoordeeld op basis van de richtwaarden uit de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (2009) en de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. Voor het akoestisch onderzoek zijn op 22 september 2022 geluidsmetingen verricht bij het bedrijf met als doel het bepalen van de bronvermogens van de relevante activiteiten. Omdat de werkzaamheden op het terrein alleen plaatsvinden tussen 7.00 uur een 16.30 uur, is alleen de dagperiode beschouwd. Er is getoetst op 5,0 m van de rand van het besluitgebied en op circa 25 m daarachter. Uit de toetsing van de berekende geluidsbelastingen blijkt dat geen overschrijdingen van richtwaarden voor indirecte hinder plaatsvinden. Het hoogst berekende langtijdgemiddelde en maximale geluidniveau bedragen respectievelijk 52 dB(A) en 84 dB(A). Hiermee wordt niet voldaan aan de richtwaarden uit de VNG-publicatie en de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. Voor de overschrijdingen van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau is het laden en lossen van containers maatgevend. Voor de overschrijdingen van de maximale geluidniveaus is de overslag met behulp van de graafmachine maatgevend. Er zijn daarom maatregelen afgewogen.
Maatregelen aan de bron zijn niet doelmatig, omdat het bedrijf niet in zijn bedrijfsvoering mag worden beperkt. Voor overdrachtsmaatregelen zijn twee opties beschouwd. Omdat de gemeente geen eigenaar is van de bestaande geluidwal rondom het bedrijf, is alleen het realiseren van een nieuwe geluidwerende voorziening op eigen terrein een optie. Het realiseren van een nieuwe geluidswal/ geluidwerende voorziening met een hoogte van 3,5 m op de zuidelijke perceelsgrens over de gehele lengte van het bouwvlak is een doelmatige maatregel om de overschrijdingen vanwege het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau weg te nemen en de maximale niveaus te beperken (zie tabel 5.2 uit het onderzoek):
Hiermee worden de overschrijdingen van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau weggenomen en van de maximale niveaus teruggedrongen tot 73 dB(A). Om deze geluidwerende voorziening te waarborgen is dit als voorwaardelijke verplichting opgenomen in de omgevingsvergunning.
28
"BOPA Westflank Well"
BOPA Westflank Well
Het woon- en leefklimaat in de woningen (binnenniveau) wordt bij aansluiting op de grenswaarden voor in- of aanpandige gevoelige gebouwen van 55 dB(A) etmaalwaarde, bij een geluidwering van de gevels van minimaal 18 dB gegarandeerd. Ingevolge de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening mag er vanuit worden gegaan dat bij een goed onderhouden woning de geluidwering tenminste 20 dB bedraagt. Aangezien het plan nieuwbouwwoningen betreft, kan worden geconcludeerd dat de geluidwering van de gevels van de woningen (vanwege de eisen uit het Bouwbesluit) tenminste 20 dB zal bedragen. In de praktijk zal de geluidwering van de gevels overigens (vanwege de huidige BENG-isolatienormen) nog wat hoger liggen, op 24 dB à 25 dB. Daarmee is, met inachtname van de geluidwerende voorziening, sprake van een akoestisch goed woon- en leefklimaat. Het aspect 'milieuzonering' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van deze BOPA.
4.5
Luchtkwaliteit
4.5.1
Regelgeving
Uit artikel 1.2 lid 2 Ow volgt expliciet dat lucht onderdeel uitmaakt van de fysieke leefomgeving. Dit houdt in dat een omgevingsplan regels kan bevatten die gericht zijn op het beschermen van lucht (zoals aangegeven in artikel 4.1 Ow). De rijksoverheid toetst en monitort de luchtkwaliteit vooral in de zogenoemde aandachtsgebieden. Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concentraties stikstofdioxide (NO 2) of fijnstof (PM10). Soms wordt hier een rijksomgevingswaarde overschreden of de achtergrondconcentratie is zo hoog, dat bij toevoeging van een nieuw project alsnog een rijksomgevingswaarde overschreden kan worden. In een aandachtsgebied moet de overheid de omgevingswaarden in acht nemen. Hierbij gaat het om activiteiten binnen het aandachtsgebied. Maar het kan ook gaan om activiteiten in de buurt van een aandachtsgebied, als deze activiteiten zorgen voor een verhoging van de concentraties binnen het nabijgelegen aandachtsgebied. Er wordt getoetst aan de omgevingswaarden, tenzij de activiteit niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan de stikstofdioxide- (NO2) of fijnstof- (PM10) concentraties. De specifieke beoordelingsregels voor lucht staan in artikel 8.17, 8.21 en 8.24 Bkl. Deze gaan over: beoordeling luchtkwaliteit en toetsing aan de rijksomgevingswaarden; ammoniakemissies van veehouderijen; geologische opslag van CO 2. 4.5.2
Doorvertaling BOPA
Omdat het aantal woningen dat planologisch gezien wordt toegevoegd 37 bedraagt, kan gesteld worden dat met de beoogde ontwikkeling sprake is van een NIBM-bijdrage aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Zoals uit subparagraaf 4.1.1 blijkt, neemt het aantal voertuigbewegingen toe met 264,6 voertuigbewegingen per etmaal. Voor de volledigheid is desondanks, op basis van de NIBM-tool (versie 14 april 2025) berekend, wat de gevolgen zijn voor de luchtkwaliteit:
"BOPA Westflank Well"
29
BOPA Westflank Well
Goede ruimtelijke ordening Om na te gaan wat de (verwachte) situatie van de luchtkwaliteit in het besluitgebied is bij monitoringsronde 2024 in de monitoringsjaren 2023 en 2030 gebruik gemaakt van de monitoring van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK). In navolgende tabel is de luchtkwaliteit op het meest nabij gelegen rekenpunt langs de N271 (receptor: 50052969_15986072) weergeven: 2023 (µg/m³)
2030 (µg/m³)
NO2
10,3
9,5
PM10
14,4
12,7
PM2,5
8,0
6,7
Uit de tabel valt om te maken dat de jaargemiddelde grenswaarden van 40 µg/m 3 (voor NO2 en PM10) en 25 µg/m3 (voor PM2,5) niet worden overschreden. Het plan voegt daar ook geen in betekenende mate verslechtering aan toe. De daggemiddelde norm van 50 µg/m³ voor PM10 mag maximaal 35 dagen per jaar overschreden worden en is voor PM10 belangrijker dan de jaargemiddelde norm van 40 µg/m 3. Uit het CIMLK blijkt dat er sprake is van 6 overschrijdingsdagen in zowel 2023 als in 2030, waarmee ruimschoots aan de norm wordt voldaan. Het aspect 'luchtkwaliteit' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van deze BOPA.
4.6
Geur
4.6.1
Regelgeving
Het Bkl bevat een instructieregel dat zorg gedragen moet worden dat geur veroorzaakt door een activiteit op geurgevoelige gebouwen aanvaardbaar is. Geurgevoelige gebouwen De volgende gebouwen worden als 'geurgevoelige gebouwen' aangemerkt: gebouwen met een woonfunctie; gebouwen met een onderwijsfunctie; gebouwen met een gezondheidszorgfunctie (met bedgebied); gebouwen met een bijeenkomstfunctie voor kinderopvang (met bedgebied).
30
"BOPA Westflank Well"
BOPA Westflank Well
Geurveroorzakende activiteiten Voor 'geurveroorzakende activiteiten' wordt onderscheid gemaakt in: het houden van landbouwhuisdieren; andere agrarische activiteiten; zuiveringstechnische werken; overige bronnen van geurhinder (vaak betiteld als industriële geurhinder). 4.6.2
Doorvertaling BOPA
Er is geen sprake van agrarische bedrijven in de directe omgeving met een geurcontour die (deels) over het besluitgebied gelegen is. Bovendien zijn tussen omliggende agrarische bedrijven en het besluitgebied al andere gevoelige (woon)functies gelegen, die maatgevend zijn voor de bedrijfsvoering van de betreffende agrarische bedrijven. Het dichtstbijzijnde agrarische bedrijf betreft de intensieve veehouderij aan de Elsteren 15 op een afstand van circa 740 m ten zuidwesten van het besluitgebied. Daarmee wordt ruimschoot aan de maximaal benodigde richtafstand van 300 m voldaan. Het aspect 'geur' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van deze BOPA.
4.7
Externe veiligheid
4.7.1
Regelgeving
Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Voor omgevingsveiligheid zijn regels opgenomen in paragraaf 5.1.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De gevoelige objecten zijn opgesplitst in: zeer kwetsbare gebouwen kwetsbare gebouwen en locaties beperkt kwetsbare gebouwen en locaties. De categorieën kwetsbare gebouwen en locaties zijn aangewezen in bijlage VI Bkl. Plaatsgebonden risico Bij het toelaten van milieubelastende activiteiten en bij het toedelen van locaties moet voor zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare gebouwen en locaties het plaatsgebonden risico (PR-10-6contour) in acht worden genomen. Bij beperkt kwetsbare gebouwen en locaties moet er rekening worden gehouden met het plaatsgebonden risico. Dit betekent dat binnen een plaatsgebonden risicocontour van een risicobron geen zeer kwetsbare gebouwen of kwetsbare gebouwen en locaties mogen worden toegestaan en dat beperkt kwetsbare gebouwen of locaties pas na een beoordeling (dus vergunning) mogen worden toegestaan. Voor het plaatsgebonden risico gelden, afhankelijk van de activiteit, vastgestelde afstanden of te berekenen afstanden (bijlage VII Bkl). Groepsrisico: aandachtsgebieden Het Bkl introduceert zogenaamde 'aandachtsgebieden' rond risicobronnen.
Aandachtsgebieden zijn gebieden rond activiteiten met gevaarlijke stoffen die zichtbaar maken waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen. Risicovolle activiteiten hebben van rechtswege aandachtsgebieden (artikel 5.12 Bkl). Deze aandachtsgebieden zijn er voor brand, explosie en gifwolk en zijn zichtbaar in het Register externe veiligheidsrisico's (REV). Uitgangspunt is dat personen in gebouwen buiten een aandachtsgebied (brand, explosie of gifwolk) voldoende zijn beschermd. Binnen de aandachtsgebieden, of voor personen die verblijven op een locatie in de buitenlucht, zal bij nieuwe initiatieven moeten worden gekeken of en welke aanvullende beschermende maatregelen nodig en te treffen zijn. Afhankelijk van het type activiteit met gevaarlijke stoffen, zijn er voor aandachtsgebieden in de regelgeving vaste afstanden vastgesteld of zijn deze afstanden rekenkundig te bepalen (bijlage VII Bkl). Een (deel van een) aandachtsgebied kan in het omgevingsplan worden aangewezen als voorschriftengebied. Binnen een dergelijk gebied gelden op grond van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) aanvullende bouwvoorschriften (artikel 4.90 tot en met 4.96 Bbl voor het verbeteren van de veiligheid) voor de nieuwbouw of vervangende nieuwbouw (en dus niet voor