CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Jaarverantwoording 2021 2022-04-14

Gemeenteraad 7 juni 2022, gemeente BergenBij agendapunt: Zienswijze ontwerpbegroting 2023 + jaarverantwoording 2021 Veiligheidsregio Limburg-Noord;21.529 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

-

afhankelijk van de tijdige aanvraag door en

A-evenementen: 75 (meer dan ‘normaal’ vanwege de beperkingen in evenementen) B-evenementen: 100 C-evenementen: 9

informatieverschaffing van de aanvrager. Operationele voorbereiding Alle (100%) multidisciplinaire plannen,

84%

werkinstructies en operationele informatie zijn conform versiedatum minder dan 3 jaar oud. Met alle structurele partners en buurregio’s zijn

Met alle buurregio’s zijn

afspraken vastgelegd op netwerkkaarten.

samenwerkingsafspraken gemaakt en vastgelegd op een Multidisciplinaire Informatiekaart

MOTO-aanbod (multi-opleiden-trainen-oefenen)

Ondanks dat er in verband met corona meerdere

dat voorziet in tenminste 2 oefenmomenten per

activiteiten zijn aangepast of afgelast, zijn de

functionaris per jaar. Deze oefenmomenten

meeste oefenmomenten conform planning

worden conform planning gerealiseerd.

uitgevoerd

(M)OTO-deelname door GHOR-functionarissen

CB: Multi-functionarissen voldoen ruimschoots

en multi-functionarissen (i.c. leiders en

aan de norm

informatiemanagers) voldoet aan de norm van

GHOR: zie toelichting

minimaal 2 momenten per functionaris per jaar. De operationele gereedheid van GHOR-

Alle functionarissen zijn operationeel en opgeleid.

functionarissen is actueel en inzichtelijk.

Het jaarplan (M)OTO GHOR wordt daarin normaal gesproken gevolgd plus de inzetten vormen de basis voor de registratie. Vanwege corona hebben er in 2021 slechts beperkt OTO activiteiten plaatsgevonden. Voor het inwerken van nieuwe piketfunctionarissen is een inwerkplan opgesteld, om de randvoorwaarden gestructureerd te organiseren.

De GHOR stelt jaarlijks een bestuursrapportage

De bestuursrapportage krijgt na de coronacrisis

op, die inzicht geeft in de voorbereiding van

op basis van bevindingen opnieuw vorm en

instellingen, zorgaanbieders, regionale

inhoud.

ambulancevoorzieningen en diensten die een taak hebben in de geneeskundige hulpverlening én continuïteit van zorg moeten garanderen.

Jaarverantwoording 2021 VRLN

- 26 -

14 april 2022

Incidentbestrijding Kernfuncties zijn in 100% van de gevallen na

Individueel niveau: de kernfuncties crisisbeheersing zijn in 80% van de gevallen na alarmering binnen de normtijd begonnen met hun werkzaamheden.

alarmering binnen de normtijd begonnen met hun werkzaamheden. CaCo’s zijn in 82% van de gevallen na alarmering binnen de normtijd begonnen met hun werkzaamheden.

Teamniveau: de teams beginnen in 80% van de

In 100% van de gevallen begonnen teams in een

gevallen in een naar oordeel van de leider

naar oordeel van de leider voldoende complete

voldoende complete samenstelling binnen de

samenstelling binnen de normtijd met het eerste

normtijd met het eerste overleg.

overleg.

2.3.2 Gemeentelijke processen Snelle en adequate inzet van vakbekwame functionarissen belast met de gemeentelijke processen bij crisisbeheersing. Ongeveer 300 functionarissen verdeeld over 17 sleutelfuncties in 14 bovenlokale, 3 interlokale en 8 lokale pools vertegenwoordigen samen de gemeenten en zorgen voor bevolkingszorg. Operationele inzet Gemeenten hebben in 2021 een grote bijdrage geleverd aan de crisisbeheersing rondom het coronavirus en hoogwater Maas en Roer. Naast de grote crises zijn de officieren van dienst bevolkingszorg 314 keer in actie gekomen om gemeentelijke taken uit te voeren bij plaatselijke incidenten. Vakbekwaamheid De coronacrisis bleef zorgen voor grote uitdagingen op het gebied van opleiding, training en oefening van gemeentefunctionarissen. Vooral oefeningen vanuit multi-perspectief zijn komen te vervallen; dit werd grotendeels gecompenseerd door daadwerkelijke inzet van functionarissen. Door proactief handelen van team oranje kolom en een facilitaire houding van opleidingspartners is de monoopleidingsgraad grotendeels behaald. Daarbij komt dat bijna alle functionarissen dit jaar operationeel zijn ingezet bij incidenten. Overige ontwikkelingen Naast planvorming blijft de nadruk onophoudelijk liggen op preparatie en inzet. Onderstaande indicatoren waarborgen dat de gewenste operationele prestaties worden geleverd.

Jaarverantwoording 2021 VRLN

- 27 -

14 april 2022

Indicatoren

Realisatie

Operationele voorbereiding ·

Van de functionarissen binnen de Oranje Kolom die actief zijn binnen de

88%

multidisciplinaire teams neemt iedere functionaris minimaal 1x per jaar deel aan een multidisciplinaire bijscholing of oefening. ·

Elke functionaris binnen de Oranje Kolom neemt minimaal 1x per jaar deel aan een

92%

monodisciplinaire opleiding of oefening. ·

Alle nieuwe functionarissen die binnen de Oranje Kolom actief zijn, volgen een

100%

startbekwaamheidstraject voor de functie die zij gaan uitoefenen. Incidentbestrijding ·

In alle gevallen zijn de teams na alarmering binnen de gestelde opkomsttijden

operationeel.

Conform norm

2.3.3. Meldkamer Ook in 2021 heeft het coronavirus en de daaruit voorvloeiende maatregelen een grote rol gespeeld in de bedrijfsvoering van de meldkamer. Het borgen van de continuïteit heeft veel aandacht gevraagd. Maatregelen uit het continuïteitsplan zijn een aantal malen van toepassing geweest. Inhuur, maar ook het terugbrengen van de bezetting tijdens nachtdiensten van 3 naar 2 personen is ten gevolge van ziekteverzuim en quarantaine aan de orde geweest. Vrijwel het hele jaar is gebruik gemaakt van remote werkplekken in Venlo en Heerlen. Door op de remote werkplekken de aanname centralist te plannen, ontstond meer fysieke ruime in de meldkamer van Maastricht. Hierdoor kon de anderhalve meter maatregel beter gewaarborgd worden. Het hoogwater en de daarbij gepaarde overlast heeft ook in de meldkamer veel impact gehad. Het aantal meldingen was dermate hoog dat, ondanks de overloop naar andere meldkamers in het land, de 112 niet geborgd kon worden. Dit vraagt om een grondige evaluatie van het meldkamerproces tijdens zo’n grote drukte.

Jaarverantwoording 2021 VRLN

- 28 -

14 april 2022

2.3.4. Wat heeft het gekost? De gemeentelijke bijdrage voor het programma Crisisbeheersing bedraagt € 4,3 miljoen (exclusief overhead), omgerekend is dat een bedrag van € 8,28 per inwoner. Totaal Programma Crisisbeheersing 130219

Bedrag per inw oner**

Begroting 2021 na w ijziging

Realisatie 2021*

Totaal lasten

5.223

5.046

€ 9,70

Totaal baten

4.847

5.040

€ 9,69

Saldo van baten en lasten excl. Corona

-376

-6

-€ 0,01

Toevoegingen aan reserves

40

11

€ 0,02

Onttrekkingen aan reserves

416

160

€ 0,31

Gerealiseerde resultaat

0

143

€ 0,27

Lasten Corona

6

Baten Corona Gerealiseerde resultaat incl. Corona

0

137

* bedragen in duizenden euro's ** bedragen in euro's

Jaarverantwoording 2021 VRLN

- 29 -

14 april 2022

2.4

Bedrijfsvoering/Overhead

In het kader van de vernieuwing van het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) worden de kosten voor de bedrijfsvoering ondergebracht in het onderdeel Overhead. Onder overhead wordt verstaan alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Hierbij worden in het BBV een aantal uitgangspunten gehanteerd: •

Kosten dienen zoveel mogelijk direct te worden toegerekend aan het betreffende programma;

•

Ondersteunende werkzaamheden die niet direct dienstbaar zijn aan de externe klant of een extern product horen thuis bij de overhead;

•

Hiërarchisch leidinggevenden behoren bij de overhead en

•

De huisvesting voor algemene taken behoort tot de overhead. Huisvesting specifiek voor brandweer of GGD worden bij het betreffende programma begroot en verantwoord.

In de begroting van de veiligheidsregio worden de kosten van de overhead verdeeld over de programma’s en op die wijze verrekend in de gemeentelijke bijdrage. De gemeenten kunnen namelijk geen overheadkosten van de veiligheidsregio toevoegen aan hun eigen overheadkosten.

2.4.1. Wat heeft het gekost? De gemeentelijke bijdrage voor de Overhead ten bedrage van € 13,3 miljoen, omgerekend een bedrag van € 25,60 per inwoner, wordt verdeeld over de drie inhoudelijke programma’s. Totaal Overhead 130219

Bedrag per inw oner**

Begroting 2021 na w ijziging

Realisatie 2021*

Totaal lasten

14.790

16.613

€ 31,95

Totaal baten

14.709

16.534

€ 31,79

Saldo van baten en lasten excl. Corona

-80

-79

-€ 0,15

Toevoegingen aan reserves

230

340

€ 0,65

Onttrekkingen aan reserves

310

401

€ 0,77

-0

-17

-€ 0,03

Gerealiseerde resultaat excl. Corona Lasten Corona

1.178

Baten Corona Gerealiseerde resultaat incl. Corona

-0

-1.195

* bedragen in duizenden euro's ** bedragen in euro's

Jaarverantwoording 2021 VRLN

- 30 -

14 april 2022

2.5

Vennootschapsbelasting

Vanaf 1 januari 2016 zijn overheidsondernemingen van bijvoorbeeld gemeenten, provincies en waterschappen belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Met deze wetswijziging wil de Nederlandse overheid gelijkheid creëren tussen overheidsondernemingen en private ondernemingen. Voor zover bekend zijn de hiermee samenhangende financiële gevolgen voor de veiligheidsregio zeer beperkt. Voor de vennootschapsbelasting die op de activiteiten drukt die door de belastingdienst als VPB-plichtig worden aangemerkt, is voor 2021 geen bedrag geraamd. Omdat wij activiteiten verrichten tegen kostprijs en zonder winstoogmerk verwachten wij geen heffing in 2021.

2.6

Algemene dekkingsmiddelen

VRLN kent als algemeen dekkingsmiddel het saldo van de financieringsfunctie, zijnde € 701.129.

Jaarverantwoording 2021 VRLN

- 31 -

14 april 2022

3

Paragrafen

3.1

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

In 2015 heeft het Algemeen Bestuur bepaald dat een algemene reserve van maximaal 2% van het begrotingstotaal volstaat mits onderbouwd met een inventarisatie van risico’s. Op basis van alle risico’s met bijbehorende risico-inschatting (kans x effect) is een analyse gemaakt van de benodigde algemene reserve voor VRLN. Door middel van een simulatiemethodiek (Monte-Carlo) is het verband tussen risico’s en aan te houden algemene reserve bepaald. Het Algemeen Bestuur heeft besloten een algemene reserve van maximaal € 1.250.000 aan te houden. Aan het einde van 2021 is de algemene reserve € 533.000 groot. De reserve transformatie meldkamer € 1.089.000 wordt onder het weerstandvermogen geschaard.

3.1.1. Risico’s In het kader van risicomanagement vragen wij aandacht voor een aantal concrete risico’s. Coronapandemie De kosten van de bestrijding van de coronapandemie van de GGD en de veiligheidsregio worden vergoed door het Rijk. De afrekening over 2020 en 2021 zijn nog niet definitief vastgesteld door VWS. Datalek GGD systeem CoronIT, en HPZone (Lite) Aan het begin van 2021 is bekend geworden dat bij een datalek bij de GGD-en in Nederland de persoonsgegevens van 6,5 miljoen mensen uit de softwaresystemen, die gebruikt worden bij het plannen van test- en vaccinatieafspraken en het uitvoeren van bron- en contactonderzoek, toegankelijk waren voor onbevoegden en daarmee beschikbaar waren voor illegale datahandel. De Stichting Initiatieven Collectieve Acties Massaschade (Stichting ICAM) stelt namens hun cliënten de Staat aansprakelijk voor de door het datalek bij de GGD-en veroorzaakte schade. Ook individuele GGD-en en veiligheidsregio’s zijn aangeschreven door de Stichting ICAM. De Stichting ICAM claimt een schadevergoeding van € 500 voor elke Nederlander van wie de persoonsgegevens in de GGDsystemen zijn opgeslagen. Informatieveiligheid Met de toenemende digitalisering neemt het belang van informatieveiligheid toe, daar we merken dat de digitale kwetsbaarheden en dreigingen ook toenemen.

De VRLN heeft de afgelopen tijd geïnvesteerd in hard- en software om informatiesystemen veiliger te maken. De komende jaren worden er aanvullend diverse maatregelen ondernomen, zoals het implementeren van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). De BIO geldt als basisnormenkader voor de overheid op informatiebeveiliging. De VRLN wil de maatregelen binnen twee jaar volledig implementeren. Daarnaast wil de VRLN samenwerken met andere veiligheidsregio’s en GGD-en om de kwetsbaarheid van onze organisatie te verminderen. De VRLN zou graag zien dat software voor cruciale processen op een landelijke infrastructuur draait in plaats van dat veiligheidsregio’s en GGD-en hier eigenstandig in opereren. Tot slot is de VRLN van mening dat op landelijk niveau een Security Operation Center

Jaarverantwoording 2021 VRLN

- 32 -

14 april 2022

moet worden ingericht om individuele veiligheidsregio’s en GGD-en bij te staan in het monitoren van dreigingen en de kwalificatie van incidenten. Hoog specialistische kennis moet worden ingezet als cyberincident onverhoopt optreedt. De gevolgschade van een cyberincident is niet te kwantificeren. Financiële rechtmatigheid dienstverlening coronabestrijding In 2020 heeft de VRLN net als alle andere GGD-en omwille van de snelheid rechtstreeks en zonder aanbestedingsprocedure overeenkomsten gegund in het kader van de bestrijding van de coronapandemie. In de Aanbestedingswet is in artikel 2.32 lid 1 sub c de mogelijkheid gecreëerd om in geval van “dwingende spoed” de onderhandelingsprocedure zonder aankondiging toe te passen. De rechtmatigheid van de opdrachten die de VRLN heeft verleend in 2021 dient mede beoordeeld te worden in het licht van de uitzonderlijk omstandigheden van het geval. De aard en omvang van de te verlenen opdrachten waren amper voorspelbaar en kwamen - vanwege het grillige verloop van de pandemie - ook via instructies van het ministerie van VWS op zeer korte termijn. Er was een noodzaak contracten te verlengen en er was geen tijd en capaciteit om eerst aanbestedingen te houden. Voor de eerste helft van 2021 is dwingende spoed de basis voor de verlenging van de reeds in 2020 gegunde overeenkomsten.

Voor de tweede helft van 2021 geschiedt de opdrachtverlening bij wijze van overbrugging tot de ingangsdatum van de nieuwe overeenkomsten. Ook dat heeft een rechtmatige en door de rechter toegestane grondslag. Deeltijdregeling brandweervrijwilligers In Nederland bestaat een hybride stelsel van beroeps- en vrijwillige brandweermensen. De Europese Deeltijdrichtlijn dreigt de vrijwilligheid onder druk te zetten. De Minister van Justitie en Veiligheid heeft aangegeven dat vrijwilligheid echt vrijwillig moet zijn en dat sluit niet aan bij kazernering van vrijwilligers. Daarnaast moet een onderscheid worden gemaakt in het takenpakket tussen vrijwilligers en beroepsbrandweermensen. VRLN kiest er voor hoog specialistisch taken te beleggen bij beroepsbrandweermensen. Door materiële voorzieningen te verminderen is financiële ruimte gevonden om de beroepscapaciteit uit te breiden. Er zijn met het Rijk nog geen afspraken gemaakt over de vergoeding van meerkosten die voortvloeien uit de stelselwijziging. Een extern bureau heeft uitgerekend dat deze wijziging in onze regio € 1,2 mln. kosten met zich meebrengt. De bestuurlijke lijn is dat wijzigingen als gevolg Europese wetgeving door het Rijk moeten worden vergoed. Krappe arbeidsmarkt De krappere arbeidsmarkt maakt het moeilijk medewerkers te vinden.

Het risico bestaat dat de bezetting niet op orde is en afgesproken prestaties om die reden niet kunnen worden gerealiseerd. Daarnaast nemen kosten om leemtes in de planning te ondervangen met tijdelijke inhuur van medewerkers toe en is de inspanning die geleverd wordt om verloop van medewerkers op te vangen groot. Het personeelsplan 2022-2030 wordt in juli 2022 aan het bestuur voorgelegd.

Jaarverantwoording 2021 VRLN

- 33 -

14 april 2022

Ondernemersrisico Er bestaan onzekerheden ten aanzien van aanvullende inkomsten door (mogelijke) veranderingen in wet- en regelgeving en overige (externe) ontwikkelingen. In 2021 was als gevolg van de coronapandemie sprake van een forse omzetderving bij reizigersvaccinaties. Bij VWS is het verlies (omzet minus kosten) van € 625.000 gedeclareerd. Voorwaardelijk pensioen medewerkers Zorggroep Op 1 januari 2012 is de jeugdgezondheidszorg voor 0-4 jarige overgedragen van de Zorggroep naar VRLN. Met de overgang van de medewerkers van de Zorggroep naar VRLN is het deelnemerschap van de collega’s overgekomen van de Zorggroep bij Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PfZW) beëindigd. Op basis van artikel 18 lid 4 van het sociaal plan garandeert VRLN dat het voorwaardelijk pensioen na overdracht van pensioenrechten naar het ABP bij dat pensioenfonds ten minste gelijk is aan dat bij het PfZW. Om dit te bewerkstelligen is met het ABP in 2011 ‘Behoud Voorwaardelijke Inkoop’ overeengekomen. Dat is de financiële techniek waarmee overdracht van rechten plaats kan vinden. In 2020 heeft het ABP de voorwaardelijke pensioenrechten opgenomen. Over de hoogte van de rechten van individuele medewerkers staan nog vragen open. Als gevolg daarvan is dit dossier nog niet definitief afgesloten. Mocht compensatie nodig zijn dan gaat dat om een bedrag van maximaal € 135.000.

3.1.2. Financiële kengetallen Netto schuldquote Het kengetal netto schuldquote, ook wel bekend als de netto-schuld als aandeel van de inkomsten, zegt het meest over de financiële vermogenspositie van de gemeenschappelijke regeling. De netto schuldquote geeft aan of de gemeenschappelijke regeling investeringsruimte heeft of juist op zijn tellen moet passen. Daarnaast geeft het kengetal inzicht in de flexibiliteit van de begroting. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeenschappelijke regeling ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. In de uitgave ‘Houdbare Gemeentefinanciën’ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is aangegeven dat wanneer de schuld lager is dan de jaaromzet (100%) dit als voldoende kan worden bestempeld. Voor veiligheidsregio’s wordt 80% als norm aangehouden. VRLN blijft onder de norm. Solvabiliteit De solvabiliteitsratio geeft de mate aan waarmee de bezittingen zijn betaald met eigen middelen. Hoe hoger de verhouding eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen, hoe financieel gezonder de gemeenschappelijke regeling. De solvabiliteitsratio is relatief hoog in deze jaarrekening. Dit hangt samen met de vrijval van de onderhoudsvoorzieningen.

Hierdoor is vreemd vermogen verschoven naar het eigen vermogen. Dit is een tijdelijke situatie, op het moment dat de onderhoudsplannen geactualiseerd zijn, verschuiven deze middelen weer naar een voorziening en daalt de solvabiliteitsratio. VRLN is in staat haar kortlopende en langlopende schulden te voldoen. De lage rentestand is behulpzaam, want de duurdere leningen met een hoger rentepercentage worden indien mogelijk vervangen door goedkopere leningen met een lager rentepercentage.

Jaarverantwoording 2021 VRLN

- 34 -

14 april 2022

Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van de financiële positie is het van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. Structurele baten zijn voornamelijk de gemeentelijke bijdragen en de rijksbijdrage. Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Het percentage voor VRLN ligt ultimo 2021 op -0,4%. Financiële kengetallen (exclusief Corona)

(in percentages) 050221

Realisatie 2020

Begroting 2021

Realisatie 2021

Netto schuldquote

53,4%

66,5%

57,8%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

53,4%

66,5%

57,8%

Solvabiliteitsratio

13,0%

4,7%

11,6%

Structurele exploitatieruimte

0,9%

-1,7%

-0,4%

3.2

Bedrijfsvoeringsparagraaf: In Control Statement

In deze jaarverantwoording geeft de directeur voor het jaar 2021 een In Control Statement (ICS) af. De VRLN hanteert de werkdefinitie dat een ICS een verantwoording is van de bestuurder om aan te geven wat de mate van interne beheersing is in relatie tot de realisatie van (organisatie) doelstellingen. Met een ICS geeft de directeur antwoord op de vraag in hoeverre het management voldoende grip heeft op de processen die leiden tot het realiseren van (strategische) doelstellingen. De ICS tekst is tot stand gekomen door het gebruik van een speciaal voor de politie ontwikkelde methodiek maar in onze ogen ook bruikbaar voor de veiligheidsregio en de GGD. Deze methodiek gaat uit van 3 verschillende perspectieven: de eigen bevindingen (assessment), de interne bevindingen en de externe bevindingen. Elke van deze perspectieven wordt gehouden tegen een (intern) referentiemodel. Het referentiemodel sluit aan bij de algemene benaming van volwassenheidniveaus voor interne beheersing zijnde: initieel, handelingsbewust, gedefinieerd, beheerst en geoptimaliseerd. De verklaring is een kwalitatieve weergave van de mate van beheersing in het geconstateerde volwassenheidsniveau. De directeur verklaart dat de beheersing van de bedrijfsvoering van de veiligheidsregio in 2021 zich bevindt in het volwassenheidsniveau “handelingsbewust”.

Het stelsel van interne beheersing is bij de VRLN in ontwikkeling. Regels en controle dragen bij aan beheersing van risico’s die zich nu eenmaal voordoen in de bedrijfsvoering. Normen met betrekking tot rechtmatigheid kunnen leiden tot spanning ten opzichte van het streven processen kostenefficiënt in te richten. De directeur heeft aandacht voor een bij de eigenheid van de VRLN passend optimum tussen enerzijds de mate van het treffen van (aanvullende) beheersmaatregelen en het nog aanvaardbare niveau van risico’s in de bedrijfsvoering anderzijds.

Jaarverantwoording 2021 VRLN

- 35 -

14 april 2022

De reikwijdte van deze verklaring betreft de organisatie als geheel. De bevindingen over de mate van interne beheersing zijn afgezet tegen het ontwikkelde referentiemodel voor de vereisten van een management control systeem. Het referentiemodel kent zes aspecten: strategie, procesbeheersing, normbeheersing, rapportagebeheersing, risicomanagement en cultuur.

De gewenste ontwikkeling op de afzonderlijke aspecten laat zich op hoofdlijnen en in kwalitatieve termen als volgt schetsen: • Strategie: In het beleidsplan 2019-2023 ligt de strategie van de organisatie vast en deze wordt door de organisatie herkend. In 2021 is onder regie van een bestuurlijke werkgroep een kerntakendiscussie gevoerd. In de analyse is geconstateerd dat de VRLN voornamelijk wettelijke taken uitvoert en slecht in beperkte mate niet wettelijke taken. De keuze in het vaststellen van de kerntaken draait als gevolg daarvan om ‘de hoe vraag’ in plaats van de ‘wat vraag’. De VRLN zal een visie op de uitvoeringsopdracht en het organisatieplan schrijven voor de periode 2022-2030 om daarmee de beleidslijn voor twee gemeentelijke collegeperiodes vast te leggen. In het perspectief naar 2030 is het werven en vasthouden van gekwalificeerd personeel de meest essentiële pregnante opgave voor een succesvolle uitvoering van beleid. • Procesbeheersing: Het merendeel van de operationele werkprocessen zijn vormgegeven aan de hand van professionele standaards en protocollen. De borging van de vakbekwaamheid richt zich daar op. De inspectiediensten toetsen de uitvoering. De processen in de bedrijfsvoering zijn op verschillende abstractieniveaus beschreven; veelal globaal en soms gedetailleerd.

De verdere standaardisering en digitalisering van bedrijfsvoeringprocessen moet de interne beheersing versterken. • Normbeheersing: Voor operationele processen gelden de extern opgelegde normen en daarover wordt verantwoording richting de toezichthouders afgelegd. De kwaliteit van de uitvoering is niet altijd in normen te vatten. De VRLN streeft er naar de kwalitatieve aspecten van de uitvoering zichtbaar te maken. In- en externe evaluaties dragen daar aan bij en de leerpunten stimuleren de doorontwikkeling van de organisatie. In de bedrijfsvoering zijn externe normen vertaald naar interne spelregels en richtlijnen. Ook hier moet de kwaliteit toetsbaar zijn. Het instrument van interne audits bevindt zich nog in de kinderschoenen. In 2022 wordt met behulp van KPMG een audit naar informatieveiligheid uitgevoerd.

Jaarverantwoording 2021 VRLN

- 36 -

14 april 2022

Voor de beoordeling van de financiële rechtmatigheid wordt de methodiek van de externe accountant gevolgd en de conclusie is dat de VRLN binnen de tolerantiegrenzen blijft. • Rapportagebeheersing: De P&C cyclus is ontwikkeld, geïmplementeerd en wordt nageleefd. De P&C cyclus wordt -naast financiële verantwoording- in toenemende mate ook ingezet voor de beleidsinhoudelijke verantwoording. De belangrijkste financiële uitdagingen voor de periode 2030 zijn stijgende personeelslasten door krapte op de arbeidsmarkt en stijgende kapitaallasten. De VRLN wil een informatie-gestuurde organisatie zijn en ontwikkelt in samenspraak met andere veiligheidsregio’s en GGD-en stuurinstrumenten. • Risicomanagement: Het kader voor risicomanagement ligt vast. Het risicobewustzijn in de organisatie is groot. Risicomanagement maakt echter nog niet altijd onderdeel uit van de besluitvormingsprocessen. In de bedrijfsvoering komt informatieveiligheid als belangrijkste risico naar boven. Daar moeten nog grote stappen worden gezet. • Cultuur die in lijn is met de kernwaarden van de organisatie wordt zichtbaar in de vorm van gedrag. Op het stimuleren van gewenst gedrag wordt via managementontwikkeling en teamvorming geïnvesteerd. De volgende stap is gericht investeren in het detecteren en interveniëren op ongewenst gedrag. Het uitgangspunt daarbij is High Trust – High Penalty.

3.3

Overzicht bezetting

Omvang personeel 31-12-2020 Aantal

31-12-2021 %

Aantal

%

Werknemers

634

619

Fte

521

512

Fulltime

288

45,4

292

47,2

Parttime

346

54,6

327

52,8

3.4

Onderhoud kapitaalgoederen

De belangrijkste kapitaalgoederen die de veiligheidsregio in eigendom heeft betreffen gebouwen, vervoermiddelen (brandweervoertuigen) en ander brandweermaterieel. a. Het beleidskader Het beleidskader voor het onderhoud van de kapitaalgoederen is in 2016 geactualiseerd. Het bestuur heeft in 2016 de financiële verordening en de afschrijvingstermijnen opnieuw vastgesteld. b. Materieel Ten aanzien van vervanging van materieel zijn soberheid, doelmatigheid en regionale uniformiteit belangrijke uitgangspunten.

Jaarverantwoording 2021 VRLN

- 37 -

14 april 2022

In het kader van risicogerichtheid en focus wordt de standaardisering op onderdelen minder. Op dit moment worden ingewikkelde branden (denk aan zeer grote brandcompartimenten) bestreden met middelen die geschikt zijn voor reguliere gebouwbranden maar niet voor brandcompartimenten tot wel 25.000 m2. De brandweer moet dan ook investeren in nieuwe innovatieve technische middelen. Ook wordt er bij aanschaf van nieuwe voertuigen gekeken naar duurzame initiatieven waarbij de primaire inzetfunctie van het voertuig in kwaliteit gelijk moet blijven aan de gestelde eisen. De fasering van duurzame voertuigen wordt waarschijnlijk het eerste zichtbaar bij de piket voertuigen. Aandacht is hierbij wel nodig voor de gevolgen voor de infrastructuur, zoals laadfaciliteiten op de locaties van de veiligheidsregio en bij piket functionarissen. c. Harmonisatie huisvestingslasten brandweerlocaties Het Algemeen Bestuur heeft op 27 oktober 2015 besloten de huisvestingslasten van de brandweergebouwen integraal onderdeel te laten zijn van de begroting van de veiligheidsregio. Dit betekent dat met ingang van 2017 de niet in eigendom zijnde gebouwen gehuurd worden tegen gelijke voorwaarden, conform een uniform huurcontract. Met ingang van 2017 zijn de exploitatielasten integraal onderdeel van de begroting van de veiligheidsregio.

De lasten van groot onderhoud worden in rekening gebracht bij de gemeenten en het onderhoud wordt in opdracht van de gemeenten door de VRLN uitgevoerd. De veiligheidsregio heeft een aantal gebouwen in beheer en eigendom. Een aantal brandweerposten die van de gemeenten gehuurd werd, zijn de afgelopen twee jaar vervangen door nieuwbouw die in eigendom is van de VRLN. Dit betreft de brandweerposten Horst, Ittervoort, Nederweert en Stramproy. De veiligheidsregio heeft de volgende gebouwen in eigendom: Locatie

Adres

Plaats

Hoofdvestiging VRLN

Nijmeegsew eg 42

Venlo

Oude brandw eerkazerne Venlo

Nijmeegsew eg 40

Venlo

Hoofdvestiging GGD (Venlo)

Drie Decembersingel

Venlo

Hoofdvestiging GGD (Roermond)

Oranjelaan

Roermond

Brandw eerkazerne Echt

Bandertlaan

Echt

Brandw eerkazerne Gennep

Paesplasw es

Gennep

Brandw eerkazerne Horst

Westsingel

Horst

Brandw eerkazerne Ittervoort

Aziëstraat

Ittervoort

Brandw eerkazerne Nederw eert

Smisserstraat

Nederw eert

Brandw eerkazerne Stramproy

Bergerothw eg

Stramproy

Brandw eerkazerne Venlo

Ariënsstraat

Venlo

Brandw eerkazerne Weert

De Savorin Lohmanstraat

Weert

d. De financiële consequenties Bij vaststelling van de jaarverantwoording 2020 is de voorziening groot onderhoud, vanwege het niet aanwezig zijn van actuele onderhoudsplannen, omgezet in een reserve. Het Algemeen Bestuur heeft in december 2021 de geactualiseerde meerjarige onderhoudsplannen niet vastgesteld omdat de dekking van de meerkosten nadere uitwerking behoeft. De reserve blijft bij vaststelling van de jaarrekening 2021 op de balans staan.

Jaarverantwoording 2021 VRLN

- 38 -

14 april 2022

3.5

Financiering

Het beleid van de veiligheidsregio inzake de financiering is vastgelegd in het treasurystatuut. Aan het Dagelijks Bestuur wordt op 11 maart 2022 een nieuw treasurystatuut voorgelegd. Risicobeheer (kasgeldlimiet en renterisiconorm) De kasgeldlimiet laat zien welk risico er bestaat ten aanzien van vlottende schulden. De renterisiconorm is een maatstaf om te bepalen welke kredietrisico’s de veiligheidsregio loopt op de vaste schulden. Dit zijn de schulden met een looptijd langer dan 1 jaar. Kasgeldlimiet (vlottende schuld) Onderstaande tabel geeft het renterisico van de vlottende schuld voor het jaar 2021. Berekening kasgeldlimiet

(bedragen in duizenden euro's) 000100

1e kwartaal

2e kwartaal

1. Vlottende schuld

333

0

0

0

2. Vlottende middelen

410

317

387

371

3. Netto vlottend schuld (+) of overschot (-) (1-2)

-77

-317

-387

-371

(4) Gemiddelde van (3)

-77

-317

-387

-371

4. Toegestane kasgeldlimiet In geld In percentage

9.869 8,20%

9.869 8,20%

9.869 8,20%

9.869 8,20%

Ruimte (4 groter dan 3)

9.946

10.186

10.256

10.239

Overschrijding (3 groter dan 4)

-

-

-

-

Berekening kasgeldlimiet (5) (7) Rekeningtotaal 2021 (8) Percentage regeling

120.350 8,20%

120.350 8,20%

120.350 8,20%

120.350 8,20%

(5)=(7)*(8) kasgeldlimiet 2021

9.869

9.869

9.869

9.869

(Jaar t = 2021)

3e 4e kwartaal kwartaal

In 2021 is op het einde van het boekjaar voldaan aan de norm voor de kasgeldlimiet (plafond voor korte financiering < 1 jaar) op grond van de Wet Financiering Decentrale Overheden (wet Fido).

Jaarverantwoording 2021 VRLN

- 39 -

14 april 2022

Renterisiconorm (vaste schuld) Onderstaande tabel geeft het renterisico van de vaste schuld. Renterisiconorm (bedragen in duizenden euro's)

2021 omvang begroting

70.847

1 renteherzieningen

0

2 aflossingen

11.512

3 renterisico (1)+(2)

11.512

(4) renterisiconorm

14.169

(5a)= (4>3) ruimte onder renterisiconorm

2.657

(5b)= (3>4) overschrijding van de renterisiconorm Berekening renterisiconorm (4) (4a) begrotingstotaal jaar t (4b percentage regeling (4)=(4a)*(4b)/100 renterisiconorm jaar T

70.847 20 % 14.169

De renterisiconorm is het bedrag ter grootte van 20% van het begrotingstotaal van 2021. Het renterisico op de vaste schuld mag de renterisiconorm niet overschrijden. Dit is niet het geval. Liquiditeitsplanning en financieringspositie De bestaande vaste geldleningen in combinatie met kortlopende geldleningen, reserves en voorzieningen en het betalingsritme van de gemeenten zijn voldoende gebleken om de lopende uitgaven inclusief investeringen te bekostigen. Rentekosten en renteopbrengsten In 2021 zijn de volgende rentekosten en renteopbrengsten gerealiseerd: Rentekosten: Rente vaste geldleningen

€ 433.771

Rente eigen financieringsmiddelen

€ 18.939

Rente kortlopende geldleningen/rekening courant

€

5.043

€

0

Renteopbrengsten: Rente rekening-courant/spaarrekeningen

3.6

Verbonden partijen

De veiligheidsregio kent geen verbonden partijen.

Jaarverantwoording 2021 VRLN

- 40 -

14 april 2022

Deel C 4

Jaarrekening

Balans per 31 december

Balans per 31 december 2021

(bedragen in duizenden euro's) 280122

ACTIVA

31 december 2021

31 december 2020

0

0

49.711

49.995

VASTE ACTIVA Immateriële vaste activa

Materiële vaste activa -

Investeringen met een economisch nut

49.711

49.995

Financiële vaste activa

0

0

TOTAAL VASTE ACTIVA

49.711

49.995

31

31

VLOTTENDE ACTIVA Voorraden -

Gereed product en handelsgoederen

31

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan een jaar -

Vorderingen op openbare lichamen

-

Rekening-courantverhouding met het Rijk

-

Overige vorderingen

31

4.973

1.819

392

238

4.435

1.527

146

54

Liquide middelen

481

416

-

Kassaldi

10

6

-

Banksaldi

471

411

Overlopende activa -

-

11.199

De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen

5.886

0

0

11.199

5.886

TOTAAL VLOTTENDE ACTIVA

16.684

8.153

TOTAAL ACTIVA

66.395

58.148

Jaarverantwoording 2021 VRLN

- 41 -

14 april 2022

Balans per 31 december 2021

(bedragen in duizenden euro's) 280122

PASSIVA

31 december 2021

31 december 2020

7.683

7.540

VASTE PASSIVA Eigen vermogen -

Algemene reserve

-

Bestemmingsreserves

-

Het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening

533

533

6.741

3.935

409

3.072

Voorzieningen

722

-

Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's

-

Voorzieningen ter egalisering van kosten

-

Voorzieningen voor middelen van derden w aarvan de bestemming gebonden is

0

0

722

294

0

0

Vaste schulden met een rentetypische looptijd van een jaar of langer -

Onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen

294

36.763 36.763

TOTAAL VASTE PASSIVA

34.275 34.275

45.167

42.109

1.257

5.805

VLOTTENDE PASSIVA Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan een jaar -

Kasgeldleningen

0

4.000

-

Banksaldi

0

0

-

Overige schulden

1.257

1.805

19.971

Overlopende passiva -

-

-

Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouw d en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen (met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume) De voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel, nog te ontvangen van overige Nederlandse overheidslichamen Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen

10.233

18.745

9.315

4

245

1.222

673

TOTAAL VLOTTENDE PASSIVA

21.228

16.039

TOTAAL PASSIVA

66.395

58.148

Jaarverantwoording 2021 VRLN

- 42 -

14 april 2022

5

Het overzicht van baten en lasten

Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening over het begrotingsjaar 2021 (bedragen in duizenden euro's)

Realisatie 2020

Prim aire begroting 2021

Begroting 2021 na w ijziging

Realisatie 2021

Publieke Gezondheid

24.203

17.770

18.599

65.074

Brandw eerzorg

31.551

31.298

32.235

32.432

Crisisbeheersing

4.917

5.179

5.223

5.053

Overhead

14.619

14.480

14.790

17.791

Totaal lasten

75.290

68.727

70.847

120.350

Publieke Gezondheid

12.578

3.826

4.260

52.529

Brandw eerzorg overig

6.648

4.482

5.592

6.303

Lasten (excl. toevoegingen aan reserves)

Baten (excl. onttrekkingen aan reserves)

Brandw eerzorg vrijval onderhoudsvoorziening

817

Crisisbeheersing

704

314

543

736

Overhead overig

1.524

1.805

1.395

3.011

23.264

10.427

11.789

62.579

Publieke Gezondheid

13.308

13.948

14.053

14.053

Brandw eerzorg

25.381

26.257

26.242

26.242

Overhead vrijval onderhoudsvoorziening

993

Totaal baten program m a's Baten gem eentelijke bijdragen

Crisisbeheersing

4.561

4.744

4.304

4.304

Overhead

12.482

12.848

13.315

13.315

Totaal baten gem eentelijke bijdragen

55.732

57.798

57.914

57.914

Totaal baten

78.996

68.225

69.703

120.493

Saldo (excl. m utaties reserves) Publieke Gezondheid

1.683

4

-286

1.508

Brandw eerzorg

1.296

-559

-401

113

Crisisbeheersing

348

-120

-376

-12

Overhead

380

173

-80

-1.466

Totaal program m a's

3.707

-502

-1.144

143

Saldo van baten en lasten

3.707

-502

-1.144

143

Toevoegingen aan reserves

1.036

233

484

950

Onttrekkingen aan reserves

400

735

1.627

1.216

Gerealiseerde resultaat

3.071

0

0

409

Jaarverantwoording 2021 VRLN

- 43 -

14 april 2022

6

Toelichtingen

6.1

Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

De veiligheidsregio dient als gemeenschappelijke regeling te voldoen aan de verslaggevingsvoorschriften zoals deze ook voor gemeenten gelden. Deze voorschriften zijn vastgelegd in het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV). De waarderingsgrondslagen zijn bepaald aan de hand van het BBV dan wel aan de hand van algemeen in het maatschappelijk verkeer aanvaarde normen. De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. De activa en passiva worden opgenomen tegen nominale waarde, tenzij anders vermeld.

6.1.1. Baten en lasten De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden vóór het einde van het begrotingsjaar worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten-gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken en dergelijke. Voor arbeidskosten-gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (reorganisaties) dient wel een verplichting gevormd te worden.

6.1.2. Vaste activa De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met eventuele bijdragen van derden, onttrekkingen aan de reserves en/of voorzieningen en de afschrijvingen. De activa met een relatief geringe betekenis worden in het jaar van aanschaf direct ten laste van de rekening van baten en lasten gebracht. Afschrijving van de activa (lineair of annuïtair (enkel bij de gebouwen Nijmeegseweg en Drie Decembersingel bij aanschaf in 2003/2004)) vindt plaats met inachtneming van de verwachte gebruiksduur of nuttigheidsduur. In voorkomende gevallen wordt de afschrijving aangepast aan de herziene verwachte gebruiksduur. Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is. In het verslagjaar heeft een dergelijke vermindering overigens niet plaatsgevonden. Dergelijke afwaarderingen worden teruggenomen als ze niet langer noodzakelijk blijken.

Jaarverantwoording 2021 VRLN

- 44 -

14 april 2022

Het bestuur heeft in 2016 de afschrijvingstermijnen opnieuw vastgesteld. Deze termijnen worden gehanteerd voor nieuwe investeringen. De investeringen uit eerdere jaren worden afgeschreven op basis van de gebruiksduur die op het moment van de investering werd gehanteerd. De gehanteerde afschrijvingstermijnen per categorie zijn opgenomen in onderstaande tabel. Gronden en terreinen

n.v.t.

Woonruimten

n.v.t.

Bedrijfsgebouwen

5 tot 44 jaar

Vervoermiddelen

5 tot 20 jaar

Machines, apparaten en installaties

3 tot 40 jaar

Overige materiële vaste activa

3 tot 30 jaar

6.1.3. Vlottende activa -

Voorraden

Gerede producten worden gewaardeerd tegen de kostprijs of tegen de marktwaarde indien de marktwaarde lager is dan de kostprijs. Dat laatste doet zich vooral voor indien voorraden incourant worden. De kostprijs bestaat uit de betaalde inkoopprijs. -

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan een jaar

De vorderingen op openbare lichamen, rekening-courant verhouding met het Rijk en de overige vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Indien noodzakelijk wordt een voorziening in mindering gebracht voor verwachte oninbaarheid. -

Liquide middelen en overlopende posten

Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen.

6.1.4. Vaste passiva -

Eigen vermogen

Het eigen vermogen bestaat uit een algemene reserve en bestemmingsreserves. Binnen de bestemmingsreserves is een onderscheid gemaakt tussen reserves met een specifiek bestedingsdoel en bestemmingsreserves die zijn gevormd ter dekking van eerder gedane investeringen. -

Voorzieningen

Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. De onderhoudsegalisatievoorzieningen stoelen op een meerjarenraming van het uit te voeren groot onderhoud aan (een deel van) de kapitaalgoederen, waarin rekening is gehouden met de kwaliteitseisen die ter zake geformuleerd zijn. In de paragraaf kapitaalgoederen is het beleid nader uiteengezet. -

Vaste schulden met een rentetypische looptijd van een jaar of langer

Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen.

6.1.5. Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

Jaarverantwoording 2021 VRLN

- 45 -

14 april 2022

6.2

Toelichting op de balans

6.2.1. Vaste activa -

Immateriële vaste activa

De veiligheidsregio kent geen immateriële vaste activa. -

Materiële vaste activa

De veiligheidsregio kent slechts investeringen met een economisch nut. De investeringen met economisch nut worden, inclusief het verloop van de boekwaarde, als volgt onderverdeeld: Verloopoverzicht materiële vaste activa

(bedragen in duizenden euro's) #VERW!

Boekwaarde 31-12-2020

Investeringen

Desinves- Afschrijteringen vingen

Bijdragen Afwaar- Boekwaarde van derden deringen 31-12-2021

Gronden en terreinen

2.047

0

0

0

0

0

2.047

Bedrijfsgebouwen

26.771

1.818

0

1.215

0

0

27.374

Grond-, weg- en waterbouwkundige werken

32

0

0

2

0

0

30

Vervoermiddelen

12.923

370

0

1.945

0

0

11.348

Machines, apparaten en installaties

1.689

352

0

415

0

0

1.626

Overige materiële vaste activa

6.533

1.960

0

1.207

0

0

7.286

Totaal

49.995

4.501

0

4.784

0

0

49.711

De belangrijkste in het boekjaar gedane investeringen staan in het hierna opgenomen overzicht vermeld. Materiële vaste activa

(bedragen in duizenden euro's) #V E RW!

Werkelijk besteed in 2021

Cumulatief besteed t/m 2021

Voorbereidingskrediet nieuwbouw kazerne Horst

1.345

1.904

23.5162 DPH Roermond (wordt Ittervoort) - Dompelpompunit haakarmuitvoering (Investering; 2020)

426

432

23.1462 DPH Venray - Dompelpompunit haakarmuitvoering (Investering; 2020)

425

427

23.4463 Slangenhaakarmbak Weert (wordt Ittervoort) (Investering; 2020)

333

334

Gasdetectieapparatuur (55 stuks) (Investering; 2018)

172

205

23.4461 Waterhaarkarmbak (WTH) Weert

142

142

23.1361 Waterhaakarmbak (WTH) Bergen

128

128

2.973

3.573

Totaal

Financiële vaste activa De veiligheidsregio heeft geen financiële vaste activa.

Jaarverantwoording 2021 VRLN

- 46 -

14 april 2022

6.2.2. Vlottende activa -

Voorraden

De in de balans opgenomen voorraden bestaan uit de volgende categorie: Voorraden

(bedragen in duizenden euro's) 280122

Boekwaarde per 31 december 2021

Boekwaarde per 31 december 2020

Gereed product en handelsgoederen

31

31

Totaal

31

31

Deze voorraden gereed product betreffen vaccins. -

Uitzettingen kleiner dan 1 jaar

De in de balans opgenomen uitzettingen met een rentetypische looptijd van een jaar of minder kunnen als volgt gespecificeerd worden: Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan een jaar

(bedragen in duizenden euro's) 280122

Boekwaarde per 31 december 2021

Boekwaarde per 31 december 2020

392

238

4.435

1.527

146

54

4.973

1.819

Vorderingen op openbare lichamen Rekening-courant verhouding met het rijk Overige vorderingen Totaal

In 2021 is het niet noodzakelijk gebleken om een voorziening voor oninbare vorderingen in te stellen. Voor de rekening-courantverhouding met het Rijk worden hieronder weergegeven het drempelbedrag voor het begrotingsjaar 2021 en voor ieder kwartaal het bedrag aan middelen, bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de Wet financiering decentrale overheden, dat in het kader van het drempelbedrag door de veiligheidsregio buiten ’s Rijks schatkist is aangehouden. Wet financiering decentrale overheden

(bedragen in duizenden euro's)

250216

Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

Op dagbasis buiten 's Rijks schatkist gehouden middelen

410

317

387

372

Drempelbedrag

531

531

531

531

Ruimte onder drempelbedrag

121

215

144

159

Overschrijding van het drempelbedrag

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Jaarverantwoording 2021 VRLN

- 47 -

14 april 2022

-

Liquide middelen

Het saldo van de liquide middelen bestaat uit de volgende componenten: Liquide middelen

(bedragen in duizenden euro's) 280122

Boekwaarde per 31 december 2021

Boekwaarde per 31 december 2020

Kassaldi

10

6

Banksaldi

471

411

Totaal

481

416

-

Overlopende activa

De post overlopende activa kan als volgt onderscheiden worden: Overlopende activa

(bedragen in duizenden euro's) 280122

Boekwaarde per 31 december 2021 De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel

Boekwaarde per 31 december 2020

0

0

Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen

11.199

5.886

Totaal

11.199

5.886

De grootste post in het saldo overlopende activa zijn de nog te ontvangen baten COVID-19 uit de declaratie van kosten bij VWS over december 2021. Ook de stijging ten opzichte van vorig jaar wordt met name hierdoor veroorzaakt.

Jaarverantwoording 2021 VRLN

- 48 -

14 april 2022

6.2.3.

-

Vaste passiva Eigen vermogen

Het in de balans opgenomen eigen vermogen bestaat uit de volgende posten: Eigen vermogen

(bedragen in duizenden euro's) 280122

Boekwaarde per 31 december 2021

Boekwaarde per 31 december 2020

533

533

6.741

3.935

409

3.072

7.683

7.540

Algemene reserve Bestemmingsreserves Het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening Totaal

Het verloop in 2021 wordt in volgend overzicht per reserve weergegeven: Verloopoverzicht reserves

(bedragen in duizenden euro's) Boekw aarde per 31 decem ber 2020

Toevoeging

Bestem m ing resultaat vorig boekjaar

Onttrekking

Verm indering ter dekking van afschrijvingen

Boekw aarde per 31 decem ber 2021

Algemene reserve

533

0

0

0

0

533

Algem ene reserve

533

0

0

0

0

533

Reserve kapitaallasten huisvesting Nijmeegsew eg, Venlo

256

12

0

0

28

240

Reserve kapitaallasten huisvesting Drie Decembersingel, Venlo

98

4

0

0

13

90

Reserve kapitaallasten huisvesting Oranjelaan, Roermond

66

3

0

0

15

54

Subtotaal reserves t.b.v. dekking kapitaallasten

421

19

0

0

56

384

Bestem m ingsreserves t.b.v. dekking van kapitaallasten

Overige bestem m ingsreserves Reserve transformatie meldkamer

1.078

11

0

0

0

1.089

Reserve CMA (Centraal Meld- en Actiepunt)

138

0

0

0

0

138

Reserve assurantie eigen risico

502

120

21

0

0

600

Reserve taakherschikking en ouderportaal

568

0

196

0

0

372

Reserve inhalen w erk

0

0

344

694

0

350

Reserve uitgestelde transitie

0

0

353

442

0

90

Reserve onderhoud gebouw en in eigendom

0

367

121

1.810

0

2.056

Egalisatiereserve Kapitaallasten Brandw eerzorg

1.229

433

0

0

0

1.663

Subtotaal overige bestem m ingsreserves

3.514

931

1.034

2.946

0

6.357

Bestem m ingsreserves

3.935

950

1.034

2.946

56

6.741

Het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening

3.072

409

0

-3.072

0

409

Gerealiseerd resultaat

3.072

409

0

-3.072

0

409

Totaal

7.540

1.359

1.034

-126

56

7.683

Onder ‘bestemming resultaat’ staan de toevoegingen of onttrekkingen vermeld uit hoofde van de bestemming van het resultaat van het voorgaande boekjaar. Onder ‘afschrijvingen’ staan de verminderingen vermeld in verband met afschrijvingen op activa waarvoor een specifieke bestemmingsreserve is gevormd. De aard en de reden van iedere reserve wordt hieronder toegelicht evenals de mutaties die dit boekjaar hebben plaatsgevonden.

Jaarverantwoording 2021 VRLN

- 49 -

14 april 2022

Algemene reserve De omvang van de algemene reserve is in 2021 ongewijzigd. In de vergadering van 17 april 2015 heeft het Algemeen Bestuur de nota risicomanagement vastgesteld. Het niveau van de algemene reserve is vastgesteld op maximaal € 1.250.000. Uitgaande van een algemene reserve van € 533.000 en een vrij beschikbare reserve van € 1.089.000 is het weerstandsvermogen € 1.622.000. Verloopoverzicht vermogenspositie

(bedragen in duizenden euro's) Stand per 31 decem ber 2021

Stand eigen vermogen per 31 december 2021

7.683

af: reserves niet vrij beschikbaar

-3.212

af: kapitaalreserves

-384

af: bedrag gereserveerd voor onderhoud gebouw en

-2.056

Resultaat 2021 + w eerstandsverm ogen

2.031

Overzicht resultaat 2021 + weerstandsvermogen

(bedragen in duizenden euro's) Stand per 31 decem ber 2021

Algemene reserve

533

Reserve transformatie meldkamer

1.089

Het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening

409

Resultaat 2021 + w eerstandsverm ogen

2.031

Reserve kapitaallasten gebouw Nijmeegseweg te Venlo Deze reserve wordt ingezet om een deel van de kapitaallasten op te vangen samenhangend met de aankoop/inrichting van het gebouw Nijmeegseweg 42 te Venlo. Hiervoor wordt jaarlijks een bedrag onttrokken aan deze reserve en wordt jaarlijks rente toegevoegd. Reserve kapitaallasten gebouw Drie Decembersingel te Venlo Deze reserve wordt ingezet om een deel van de kapitaallasten op te vangen samenhangend met de aankoop/inrichting van het gebouw Drie Decembersingel te Venlo. Hiervoor wordt jaarlijks een bedrag onttrokken aan deze reserve en wordt jaarlijks rente toegevoegd. Reserve kapitaallasten gebouw Oranjelaan Roermond Deze reserve wordt ingezet om een deel van de kapitaallasten op te vangen samenhangend met de aankoop/inrichting van het gebouw Quadrivium aan de Oranjelaan in Roermond. Hiervoor wordt jaarlijks een bedrag onttrokken aan deze reserve en wordt jaarlijks rente toegevoegd.

Jaarverantwoording 2021 VRLN

- 50 -

14 april 2022

Reserve transformatie meldkamer Op 21 december 2012 heeft het Algemeen Bestuur besloten tot het vormen van een reserve ten behoeve van de schaalvergroting meldkamer brandweer. De meldkamer van Limburg-Noord is samengevoegd met de meldkamer van Zuid-Limburg en in 2016 heeft de verhuizing naar Maastricht plaatsgevonden. De reserve is bestemd voor de transformatie die binnen het meldkamerdomein plaats moet vinden. We geven samen met andere regio’s vorm aan het Veiligheid Informatie Knooppunt. De storting in 2021 bestaat uit het resultaat van de meldkamer van € 11.000. Reserve CMA (Centraal Meld- en Actiepunt) De reserve CMA is gevormd in het kader van de vereffening van resultaten op het specifiek ten laste van de centrumgemeente Venlo uitgevoerde CMA. Bij eventuele beëindiging van deze activiteit wordt het bedrag aangewend ter dekking van eventuele frictiekosten. Het Algemeen Bestuur heeft besloten dat de activiteiten voor het CMA ingaande 2018 worden beëindigd. De eventuele frictiekosten komen ten laste van deze reserve. In 2021 is hier geen beroep op gedaan. Met de gemeente Venlo is afgesproken dat het restant saldo wordt aangewend voor een door de gemeente aan te wijzen bestemming.

Reserve assurantie eigen risico Bij de aanbesteding van de verzekeringen is ervoor gekozen een deel van de verzekeringen met betrekking tot het materieel stop te zetten en dit risico zelf te dragen. In 2015 is voor dit doel de bestemmingsreserve assurantie eigen risico gevormd. De gewenste omvang van deze reserve bedraagt € 600.000. De bestemmingsreserve wordt ingezet om het eigen risico van schades op te vangen. Met een omvang van € 600.000 is de VRLN in staat om gedurende twee jaar het maximaal verwachte risico op te vangen. Reserve taakherschikking en ouderportaal Vanwege de coronapandemie is in 2020 de implementatie van het ouderportaal stopgezet, deze is in 2021 hervat. Ook de taakherschikking binnen de jeugdgezondheidszorg (JGZ) die vanwege corona stopgezet was in 2020 is weer hervat. In 2021 is voor deze activiteiten een bedrag van € 196.000 onttrokken. Voor deze projecten is eind 2021 nog een bedrag beschikbaar van € 372.000. Reserve groot onderhoud gebouwen Het Algemeen Bestuur heeft bij de vaststelling van de jaarrekening 2020 de voorziening omgezet naar een bestemmingsreserve voor het groot onderhoud aan alle gebouwen. Dit in afwachting van een nieuw vastgesteld onderhoudsplan. In 2021 zijn de geactualiseerde onderhoudsplannen aan het Algemeen Bestuur voorgelegd. Deze nieuwe plannen zijn nog niet vastgesteld. Besluitvorming wordt in 2022 verwacht.

Egalisatiereserve kapitaallasten brandweerzorg In 2017 is deze bestemmingsreserve gevormd vanuit de onderuitputting van de kapitaallasten. Deze reserve wordt ingezet om de verwachte overschrijding van de kapitaallasten als in de lijn van het investeringsprogramma in de komende jaren op te vangen. In 2018, 2019 en 2020 is respectievelijk € 106.000, € 260.000 en € 218.000 toegevoegd aan deze reserve. In 2021 is € 433.000 gestort in de reserve. In deze storting zijn ook de verkoopopbrengsten uit materieel meegenomen.

Jaarverantwoording 2021 VRLN

- 51 -

14 april 2022

Reserve inhalen werk Door de coronacrisis is sprake van uitgestelde werkzaamheden die ingehaald moeten worden. Bij de jaarrekening 2020 is hiervoor een bedrag gereserveerd van € 694.000. Afgelopen jaar is een deel van de inhaalslag uitgevoerd. Hiervoor is € 344.000 onttrokken in 2021. Het restant wordt ingezet voor het afronden van de inhaalslag. Reserve uitgestelde transitie Vanwege de coronacrisis was het niet mogelijk om de in 2020 geplande transitie van de organisatie op te starten. Bij de jaarrekening 2020 is daarom een bedrag gereserveerd van € 442.000. In 2021 is een start gemaakt met de transitie, hiervoor is € 353.000 onttrokken aan de reserve. Het restant wordt de komende periode ingezet voor het afronden van deze transitie. Toevoegingen en onttrekkingen reserves, onderverdeeld naar incidenteel en structureel Toevoeging incidenteel

Algem ene reserve

(bedragen in duizenden euro's)

Toevoeging structureel

0

Bestem m ing resultaat vorig boekjaar (incidenteel)

Onttrekking incidenteel

0

0

Onttrekking structureel

0

0 56

0

19

0

0

Overige bestemmingsreserves

493

438

1.034

2.946

0

Bestem m ingsreserves

493

457

1.034

2.946

56

Het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening

409

0

0

-3.072

0

Gerealiseerd resultaat

409

0

0

-3.072

0

Totaal

902

457

1.034

-126

56

Reserves t.b.v. dekking kapitaallasten

-

Voorzieningen

Verloopoverzicht voorzieningen

(bedragen in duizenden euro's) Boekw aarde per 31 decem ber 2020

Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's

Toevoeging

Vrijval

Aanw ending

Boekw aarde per 31 decem ber 2021

0

0

0

0

0

287

385

0

0

672

7

43

0

0

50

294

428

0

0

722

0

0

0

0

0

294

428

0

0

722

Overige egalisatievoorzieningen Voorziening aan jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen met een niet vergelijkbaar volume Voorziening ouderen-, volw assenen- en jongerenmonitor Totaal (onderhouds)egalisatievoorzieningen Totaal voorzieningen voor m iddelen van derden Totaal

In de kolom ‘vrijval’ zijn de bedragen opgenomen die ten gunste van de rekening van baten en lasten zijn vrijgevallen. Alle aanwendingen van de voorziening zijn rechtstreeks ten laste van de voorziening gebracht. Voorziening aan jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen met een niet vergelijkbaar volume In 2020 is deze voorziening gevormd, in 2021 is een bedrag van € 385.000 gedoteerd ten behoeve van de spreiding van de jaarlijks terugkerende arbeidskosten met een niet vergelijkbaar volume.

Jaarverantwoording 2021 VRLN

- 52 -

14 april 2022

Voorziening ouderen-, volwassenen- en jongerenmonitor In de Wpg is de gemeenten opgedragen om elke 4 jaar een nota ‘Lokaal gezondheidsbeleid’ op te stellen die is gebaseerd op een analyse van de gezondheidssituatie van de bevolking. Om aan deze wettelijke verplichting te voldoen is deze voorziening opgevoerd waaraan jaarlijks een bedrag gedoteerd wordt en waar eens in de 4 jaar een beroep op gedaan wordt voor de uitvoering van de volwassenen en ouderenmonitor en de jongerenmonitor. In 2021 is er € 43.000 gedoteerd aan deze voorziening.

-

Vaste schulden met een looptijd langer dan een jaar

De onderverdeling van de in de balans opgenomen vaste schulden met een looptijd langer dan een jaar is als volgt: Vaste schulden met een looptijd langer dan één jaar

(bedragen in duizenden euro's) 280122

Boekwaarde per 31 december 2021

Boekwaarde per 31 december 2020

36.763

34.275

0

0

36.763

34.275

Onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen Overige schulden Totaal

In onderstaand overzicht wordt het verloop weergegeven van de vaste schulden met een looptijd langer dan een jaar. Verloop vaste schulden met een looptijd langer dan één jaar

(bedragen in duizenden euro's) 280122

Saldo 31 december 2020

Vermeerderingen

34.275

14.000

11.512

36.763

34.275

14.000

11.512

36.763

Onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen

Aflossingen

Saldo 31 december 2021

De rentelast over de opgenomen geldleningen bedraagt € 433.771. De aflossingen op de langlopende leningen in 2021 bedragen € 11.512.197. In 2021 zijn twee nieuwe leningen afgesloten.

Jaarverantwoording 2021 VRLN

- 53 -

14 april 2022

6.2.4.

Vlottende passiva

Onder de vlottende passiva zijn opgenomen: Vlottende passiva

(bedragen in duizenden euro's) 280122

Boekwaarde per 31 december 2021

Boekwaarde per 31 december 2020

Netto-vlottende schulden met een rentetyptische looptijd korter dan een jaar

1.257

5.805

Overlopende passiva

19.951

10.233

Totaal

21.208

16.039

-

Netto vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan een jaar

De in de balans opgenomen kortlopende schulden kunnen als volgt gespecificeerd worden: Specificatie netto-vlottende schulden met een rentetyptische looptijd korter dan een jaar

(bedragen in duizenden euro's) 280122

Boekwaarde per 31 december 2021

Boekwaarde per 31 december 2020

Overige kasgeldleningen

0

4.000

Banksaldi

0

0

Overige schulden

1.257

1.805

Totaal

1.257

5.805

De post overige schulden bestaat met name uit het saldo van de crediteuren.

-

Overlopende passiva

De specificatie van de post overlopende passiva is als volgt: Specificatie overlopende passiva

(bedragen in duizenden euro's) 280122

Boekwaarde per 31 december 2021

Boekwaarde per 31 december 2020

Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouw d en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen (met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume)

18.745

9.315

De voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel, nog te ontvangen van overige Nederlandse overheidslichamen

4

245

Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen

1.222

673

Totaal

19.971

10.233

Jaarverantwoording 2021 VRLN

- 54 -

14 april 2022

De verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen (ofwel de nog te betalen bedragen) bestaan voornamelijk uit af te dragen sociale lasten en pensioenpremies en kosten samenhangend met COVID-19 die in december gemaakt zijn en in januari betaald worden en het voorschot voor coronakosten dat van het Rijk ontvangen is. Ook zit hier een post in van nog te betalen kosten boostervaccinatie ad € 550k. Dit betreft een inschatting gelijk aan het ontvangen bedrag en is daarmee een onzekerheid. De in de balans opgenomen van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren kunnen als volgt worden gespecificeerd: De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren

(bedragen in duizenden euro's) 280122

Saldo 31 december 2020

Vermeerderingen

Scholing brandweerpersoneel /VWS

245

0

241

4

Totaal

245

0

241

4

Saldo 31 december 2021

Aflossingen

Overige Nederlandse overheidslichamen:

De post scholing brandweerpersoneel/VWS bestaat uit: -

middelen uit een ESF-subsidie van Brandweer Nederland, welke worden ingezet ten behoeve van de versterking van het brandweeronderwijs en

-

uit vooruit ontvangen middelen Bonusregeling zorgmedewerkers 2020 van het Ministerie van VWS, welke in 2021 zijn uitbetaald.

Langlopende financiële verplichtingen De veiligheidsregio is voor een aantal jaren verbonden aan, niet uit de balans blijkende, financiële verplichtingen. Hieronder volgen de belangrijkste van deze verplichtingen: -

Huurovereenkomsten

In het kader van de huur van GGD-panden is voor ongeveer € 710.000 (huur- en servicekosten) aan verplichtingen aangegaan. Voor de brandweerkazernes bedraagt de jaarlijkse huur circa € 983.000. -

Investeringsverplichtingen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11459757/1