CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

1 B2 Toelichting Bijlage 2 MER

Gemeenteraad 9 februari 2021, gemeente BergenBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling bestemmingsplan en MER en vervolg Energielandgoed Wells Meer;28.405 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Effecten van elektriciteitsopbrengst Het voorkeursmodel kent een drie opstellingsvarianten ten aanzien van windenergie (lijnopstelling en twee verschillende clusteropstellingen). Ten aanzien van de zonnevelden is één opbrengstberekening uitgevoerd, uitgaande van realistische kenmerken van deze velden. De resultaten zijn in onderstaande tabel weergegeven.

Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer | 719007 31 augustus 2020 | definitief

Pondera Consult

Tabel 1.11 Opbrengst en vermeden emissies voorkeursmodel Voorkeursmodel (incl. verliezen) Energieopbrengst Wind VKM 1- lijnopstelling (min) [GWh /jr]

56

Energieopbrengst Wind VKM 1- lijnopstelling (max) [GWh /jr]

88

Energieopbrengst Wind VKM 2a- carré-opstelling klein [GWh /jr]

57

Energieopbrengst Wind VKM 2a- carré-opstelling groot (min) [GWh /jr]

58

Energieopbrengst Wind VKM2b - carré-opstelling groot (max) [GWh /jr]

88

Energieopbrengst Zon [GWh /jr]

261

Energie-opbrengst totaal (max= VKM2b wind max + zon) [GWh /jr]

349

Energie voor x aantal huishoudens

119.931

Vermeden emissies totaal (max= VKM2b wind max + zon) Productie CO2 [Kton]

7

Netto Reductie [Kton/jr]

212,1

Reductie NOx [ton/jr]

107,01

Reductie SO2 [ton/jr]

77,86

Reductie PM10 [ton/jr]

2,09

Effecten op veiligheid Voor de meeste criteria geldt dat er voor het VKM geen effecten zijn voor veiligheid. De voorkeursmodellen kennen echter wel een aantal aandachtspunten voor toekomstige ontwikkelingen, het gaat om: •

de overdraai van windturbine over de toekomstige Energieboulevard (alle varianten VKM), waarbij wordt opgemerkt dat dit binnen wet- en regelgeving is toegestaan;

•

de ligging van de toekomstige bouwvlakken binnen PR 10-6 contour (VKM 2A) en binnen zowel de PR10-6 als de PR 10-5 contouren (VKM 1).

Op 1 tot 2 dagen per jaar kunnen de weeromstandigheden in Nederland zodanig zijn dat er sprake is van significante ijs aangroei aan de windturbinebladen. Bij het loskomen van deze ijsblokken kunnen gevaarlijke situaties ontstaan voor onbeschermde personen of door schrikreacties tijdens verkeersbewegingen. Om ijsworp te voorkomen dient een windturbine te worden stilgezet indien significante ijsaangroei aanwezig is. Het voorkomen van gevaarlijke situaties en het verplicht moeten stilzetten van windturbines is reeds geregeld in de regels van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Voor alle varianten van het VKM dienen maatregelen te worden getroffen om ijsaangroei danwel ijsworp te voorkomen. Hiervoor zijn systemen beschikbaar. Voor de zonnevelden is ijsworp/ijsafval van de windturbines ook een aandachtspunt, het gaat dan echter om schade en niet om veiligheid van personen. Het zonneveld heeft zelf geen gevolgen voor veiligheid.

719007 | Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer 31 augustus 2020 | definitief

Pondera Consult

Effecten op luchtkwaliteit Het voorkeursmodel bestaat uit zonnevelden, windturbines en een energieboulevard. Op deze Energieboulevard wordt een bezoekerscentrum gerealiseerd en is de vestiging van kleinschalige bedrijvigheid mogelijk. Er wordt geen toepassing gegeven aan een biomassa centrale dan wel -vergister. Hierdoor is de effectbeoordeling ten aanzien van geur niet relevant voor het voorkeursmodel. Door het mogelijk maken van het bezoekerscentrum en kleinschalige bedrijvigheid is er sprake van een geringe verkeersaantrekkende werking. De beoordeling ten aanzien van het bezoekerscentrum blijft ongewijzigd (jaarlijks 100.000 bezoeker, waarvan 75% per auto en in het weekend, waarbij in het weekend een daggemiddelde van 700 vervoersbewegingen wordt aangehouden). De effectbeoordeling blijft ongewijzigd en is neutraal. Er wordt in het plan ruimte gegeven aan kleinschalige bedrijvigheid met kantoorfunctie. Aangezien het bouwvlak waarop deze bedrijvigheid mag plaatsvinden niet groter is dan 100.000 m2, en daarnaast niet meer dan 80% mag worden bebouwd, verandert de beoordeling ten opzichte van de ontwerpmodellen niet.

Beoordeling VKM De volgende tabel bevat de (samenvattingen van de) effectbeoordeling van het voorkeursmodel. Tabel 1.12 samenvatting effectbeoordeling VKM Geluid

VKM 1

VKM 2a

Aantal geluidgevoelige objecten binnen de Lden 47

VKM 2b

0

dB contour Aantal geluidgevoelige objecten tussen de Lden 47

--

-

-

dB en Lden 42 dB contour Aantal gehinderden

-

Cumulatie geluid met andere bronnen

--

(geluidklasse) Aantal geluidgevoelige objecten binnen 50 meter

-

van (een deel van) het zonneveld Slagschaduw

VKM 1

VKM 2a

VKM 2b

--

--

--

VKM 1

VKM 2a

2B

Het aantal woningen binnen drie slagschaduwduurcontouren (0, 6 en 16 uur) Landschap

min

max

Ruimtelijk concept

0

Landsch. hoofdstructuur

-

Energiemix

max.

Wind

-

--

-

-

--

Zon

--

--

--

--

--

Overig (bio) Recreatie

min.

nvt ++

Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer | 719007 31 augustus 2020 | definitief

Pondera Consult

Natuur

+

Landbouw

0

Bedrijvigheid

+

Beoordelingscriteria natuur

VKM

Gebiedsbescherming

Natura 2000-gebieden

0/-

NNN

-

Vogels

0/-

Vleermuizen

0/-

Overige soorten

0/-

Soortenbescherming

Archeologie en cultuurhistorie

Voorkeursmodel

Aantasting cultuurhistorische waarden

-

Aantasting archeologische waarden

-

Water en bodem

Voorkeursmodel

Waterkwaliteit

+

Waterkwantiteit

+

Bodemverontreiniging

0

Bodemkwaliteit

+

Beoordeling ruimtegebruik

Voorkeursmodel

Landbouw

-

Recreatie en Educatie

+

Straalpaden

0

Defensieradar

0

Luchtverkeer

0

Elektriciteitsopbrengst

Voorkeursmodel

Elektriciteitsopbrengst

++

Vermeden emissie CO2

++

Vermeden emissie NOx

++

Vermeden emissie SO2

++

Vermeden emissie PM10

++

Veiligheid

VKM 1

VKM 2A

VKM 2B

VKM 2B

(min)

(max)

Wind-

Bebouwing –bestaand

0

energie

Bebouwing –toekomstig

0

Verkeer – Wegen

-

Verkeer - Waterwegen

Nvt

Verkeer – Spoorwegen

Nvt

Industrie en risicovolle inrichtingen

0

Onder- en bovengrondse transportleidingen Hoogspanningslijnen

Nvt

Dijklichamen en waterkeringen

Nvt

719007 | Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer 31 augustus 2020 | definitief

Nvt

Pondera Consult

Overige activiteiten (bestaand)1,2

0

IJsworp/afval 3

0

Zon

Geen effecten

Luchtkwaliteit

Voorkeursmodel

Luchtkwaliteit

0

Geur

0

Conclusie VKM Het VKM kan, met toevoeging van mitigerende maatregelen, worden gerealiseerd in drie varianten ten aanzien van windenergie en verschillende zonnevelden. De effecten van deze activiteit zijn in dit en voorgaande hoofdstuk beschreven. Onder andere deze informatie sterkt het te nemen besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan en de mogelijke verlening van de vergunningen voor de realisatie van het Energielandgoed Wells Meer.

Leemten in kennis Ten aanzien van enkele onderdelen van dit MER bestaan er leemten in kennis. Deze zijn genoemd in het laatste onderdeel. Hierbij wordt tevens vermeld op welke wijze met deze leemten is omgegaan in de effectbeoordeling. Daarnaast is het bevoegd gezag op basis van artikel 7.39 van de Wet milieubeheer verplicht een evaluatieprogramma op te stellen. Bij het besluit over het voornemen moet zij bepalen hoe en op welk moment de effecten op het milieu zullen worden geëvalueerd. Een dergelijk programma heeft als doel om de voorspelde effecten te kunnen vergelijken met de daadwerkelijk optredende effecten.

Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer | 719007 31 augustus 2020 | definitief

Pondera Consult

1

INHOUDSOPGAVE Samenvatting

1

Inleiding

1

Beleidskader

3

Achtergrond locatie

5

Voornemen en alternatieven

7

Milieubeoordeling

10

Afweging

17

Voorkeursmodel

20

Leemten in kennis

29

Inleiding

1

VerduurSAMEN2030 en Energielandgoed Wells Meer

1

Waarom wordt de procedure van een milieueffectrapportage doorlopen?

3

Milieueffectrapportage

4

Initiatiefnemer en bevoegd gezag

7

Leeswijzer

9

Beleidskader

11

Inleiding

11

Duurzame energiedoelstellingen

11

Ruimtelijk rijksbeleid

13

Beleid van Provincie Limburg

15

Energiebeleid en doelstellingen gemeente Bergen

17

Conclusie beleidskader

19

Achtergrond Locatie

21

Achtergrond locatie

21

Fase 0: Haalbaarheidsstudie

21

Fase 1: Structuurvisie Energielandgoed Wells Meer

22

Fase 2 en fase 3

29

Voornemen en alternatieven

31

Doel voornemen

31

Voorgenomen activiteit

31

Onderzoeksmodellen

40

Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer | 719007 31 augustus 2020 | definitief

Pondera Consult

2

Referentiesituatie

45

Werkwijze en Beoordelingskader

51

Inleiding

51

Beoordelingskader

51

Proces totstandkoming Voorkeursmodel

54

Geluid

55

Inleiding

55

Beleid, wetgeving en beoordelingskader

55

Bepaling geluideffecten

59

Referentiesituatie

63

Beoordeling effecten per alternatief

64

Effecten aanlegfase en ontmanteling

69

Effecten netaansluiting

70

Mitigerende maatregelen

70

Vergelijking alternatieven en samenvatting effectbeoordeling

71

Slagschaduw

73

Beleid, wetgeving en beoordelingscriteria

73

Beoordeling effecten per alternatief

78

Effecten aanlegfase en ontmanteling

79

Netaansluiting

79

Mitigerende maatregelen

80

Vergelijking en samenvatting effectbeoordeling

80

Landschap

81

Beleid, wetgeving en beoordelingscriteria

81

Referentiesituatie

88

Effectbeoordeling van de onderzoeksmodellen

92

Effecten aanlegfase

110

Netaansluiting

110

Cumulatie

110

Mitigerende maatregelen

110

Vergelijking en samenvatting effectbeoordeling

111

Natuur

113

Beleid en wetgeving

113

719007 | Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer 31 augustus 2020 | definitief

Pondera Consult

3

Bepaling effecten

117

Beoordelingskader

120

Referentiesituatie en afbakening

126

Effecten op Natura2000-gebieden

134

Effecten op Natuurnetwerk Nederland

135

Effecten op overige beschermde soorten

140

Effecten aanlegfase en ontmanteling

142

Netaansluiting

142

Cumulatie

144

Mitigerende maatregelen

144

Vergelijking en samenvatting effectbeoordeling

145

Cultuurhistorie en archeologie

147

Beleid, wetgeving en beoordelingskader

147

Referentiesituatie

154

Effectbeoordeling

157

Effecten aanlegfase en ontmanteling

163

Effecten netaansluiting

164

Cumulatie

165

Mitigerende maatregelen

165

Vergelijking onderzoeksmodellen en samenvatting effectbeoordeling

166

Waterhuishouding en bodem

167

Beleid, wetgeving en beoordelingscriteria

167

Referentiesituatie

172

Effectbeoordeling waterhuishouding

176

Effectbeoordeling bodem

183

Effecten aanlegfase en netaansluiting

188

Mitigerende maatregelen

189

Vergelijking en samenvatting effectbeoordeling

190

Ruimtegebruik

191

Beleid, wetgeving en beoordelingskader

191

Referentiesituatie

198

Effectbeoordeling

201

Effecten aanlegfase en ontmanteling

211

Effecten netaansluiting

212

Cumulatie

212

Mitigerende maatregelen

212

Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer | 719007 31 augustus 2020 | definitief

Pondera Consult

4

Vergelijking onderzoeksmodellen en samenvatting effectbeoordeling

214

Energieopbrengst en vermeden emissies

215

Beleid, wetgeving en beoordelingscriteria

215

Referentiesituatie

221

Effectenbeoordeling

221

Effecten aanlegfase en netaansluiting

223

Cumulatie

225

Mitigerende maatregelen

225

Vergelijking alternatieven

225

Veiligheid

227

Beleid, wetgeving en beoordelingscriteria

227

Beoordeling effecten

237

Effecten aanlegfase en netaansluiting

241

Cumulatie

242

Mitigerende maatregelen

242

Vergelijking en samenvatting effectbeoordeling

243

Luchtkwaliteit

245

Beleid, wetgeving en beoordelingskader

245

Referentiesituatie

250

Effectbeoordeling

254

Effecten aanlegfase en ontmanteling

258

Cumulatie

258

Mitigerende maatregelen

258

Vergelijking alternatieven en samenvatting effectbeoordeling

259

Afweging tot het voorkeursmodel

261

Inleiding

261

Resultaten onderzoeksmodellen

261

Afwegingen bij keuze tot voorkeursmodel

270

Voorkeursmodel

275

Inleiding

275

Het voorkeursmodel (VKM)

275

Effecten van geluid

281

Effecten van slagschaduw

294

719007 | Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer 31 augustus 2020 | definitief

Pondera Consult

5

Effecten op landschap

300

Effecten op natuur

325

Effecten op cultuurhistorie en archeologie

335

Effecten op waterhuishouding en bodem

340

Effecten op ruimtegebruik

345

Effecten op elektriciteitsopbrengst

351

Effecten op veiligheid

354

Effecten op luchtkwaliteit

364

Beoordeling van het VKM

365

Leemten in Kennis en monitoring

369

Kennisleemten

369

Evaluatie en monitoring

370

Bijlagen Bijlage 1 - Literatuurlijst Bijlage 2 - Gebruikte termen en afkortingen Bijlage 3 - Notitie onderzoeksmodellen (H+N+S) Bijlage 4 - Kaarten op groot formaat Bijlage 5 - Gezondheid Bijlage 6 - Maatschappelijke kosten en baten analyse ELWM (Decisio) Bijlage 7 - Onderzoek Akoestiek en Slagschaduw Bljlage 8 - Natuurtoets (Bureau Waardenburg) Bijlage 8a - Tussentijdse resultaten veldonderzoeken (Bureau Waardenburg) Bijlage 8b - AERIUS berekening aanlegfase ELWM Bijlage 8c - AERIUS berekening gebruiksfase ELWM Bijlage 9 - Onderzoek luchtvaartveiligheid (NLR) Bijlage 10 - Verkeersonderzoek ELWM (Antea) Bijlage 11 - Technische verkenning ELWM (Antea)

Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer | 719007 31 augustus 2020 | definitief

Pondera Consult

1

INLEIDING VerduurSAMEN2030 en Energielandgoed Wells Meer De gemeente Bergen (L) heeft de doelstelling om in 2030 energieonafhankelijk te zijn. Voor het behalen van deze ambitie is het programma VerduurSAMEN2030 gestart en bevat de onderdelen Grootschalige opwekking, Kleinschalige opwekking, Besparing en Duurzaam transport. De gemeente wil door toepassing van deze onderdelen haar doelstellingen behalen. Het programma inclusief de onderdelen zijn in onderstaande Figuur 1.1 schematisch weergegeven. Figuur 1.1 Programma VerduurSAMEN2030 Gemeente Bergen

In het onderdeel kleinschalige opwekking wordt 30% van de huidige energiebehoefte in 2030 opgewekt door kleinschalige duurzame energiebronnen (zon op dak, warmtepomp en Warmte Koudeopslag (WKO)). In het onderdeel grootschalige opwekking wordt 50% van de huidige energiebehoefte gerealiseerd door grootschalige opwekking van duurzame energie en in het onderdeel besparing wordt 20% gerealiseerd door middel van energiebesparing door bijvoorbeeld isolatie. Het Energielandgoed Wells Meer behoort tot het onderdeel Grootschalige opwekking. De doelstelling voor dit onderdeel (opwekking van minimaal 50% van de huidige energiebehoefte) dient volledig ingevuld te worden door de realisatie van het Energielandgoed Wells Meer. Uit de Structuurvisie Energielandgoed Wells Meer blijkt dat hier in totaal jaarlijks minimaal 0,87 Petajoule duurzaam moet worden opgewekt. Een onderdeel van dit programma is grootschalige opwekking van duurzame energie: 50% van de huidige energiebehoefte. Deze doelstelling zal volledig ingevuld worden door de realisatie van het Energielandgoed Wells Meer

Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer | 719007 31 augustus 2020 | definitief

Pondera Consult

2

Energielandgoed Wells Meer in stappen De ontwikkeling van Energielandgoed Wells Meer verloopt in verschillende fasen (zie Figuur 1.2), deze zijn hierna toegelicht. Dit MER is opgesteld ter ondersteuning van Fase 2 en de besluitvorming in Fase 3. Fase 0 en Fase 1 zijn voor aanvang van de onderhavige m.e.r.procedure reeds doorlopen. Figuur 1.2 Verschillende fasen totstandkoming bestemmingsplan Energielandgoed Wells Meer

Fase 0: Voorverkenning Met behulp van een haalbaarheidsstudie is in Fase 0 onderzocht in hoeverre de ontwikkeling van een duurzaam Energielandgoed Wells Meer mogelijk is, vanuit een (milieu) technisch en economisch perspectief. Deze studie gaf voldoende aanleiding om de volgende stap te zetten. Fase 1: Verkenningsfase Fase 1 betrof het opstellen van de Structuurvisie Energielandgoed Wells Meer. In de structuurvisie zijn alternatieve locaties onderzocht voor het realiseren van de doelstellingen van de Gemeente Bergen voor grootschalige opwekking. Fase 2: Ontwerpfase Het doel van Fase 2 is om te komen tot een Masterplan met nauwe betrokkenheid van de omgeving en overige stakeholders. Het Masterplan bevat de uitgangspunten voor het bestemmingsplan. Hiertoe is een interactief ontwerpproces ingericht, waarin de mogelijke invullingen voor het Energielandgoed Wells Meer zijn verkend. Er zijn drie ontwerpmodellen ontwikkeld en tegen elkaar afgewogen. Het eindresultaat is een Masterplan waarin de kaders van het voorkeursmodel worden geschetst. Dit Masterplan is in december 2019 door de gemeenteraad vastgesteld. De drie modellen zijn onderzocht en beoordeeld op de relevante milieueffecten, de maatschappelijke kosten en baten (MKBA), de technische en economische haalbaarheid (businesscase, onderzoek luchthaven en radar, verkenning geothermie), en getoetst in de sa-

719007 | Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer 31 augustus 2020 | definitief

Pondera Consult

3

menleving (informatieavonden, online enquête, meedenkgroep, klankbordgroep). De onderdelen van de modellen die het beste scoren zijn met elkaar gecombineerd tot een voorkeursmodel. Daarbij worden bouwstenen niet letterlijk met elkaar gecombineerd, maar wordt een nieuw samenhangend ontwerp gemaakt: het geheel moet immers meer zijn dan de som der delen. Ook moet het voorkeursmodel voldoen aan de uitgangspunten voor het Energielandgoed zoals meegegeven door de raad. Kader 1.1 MKBA: Maatschappelijke Kosten en Baten analyse De MKBA is een methode om het maatschappelijke rendement van het Energielandgoed Wells Meer te laten zien. Wat levert het Energielandgoed op voor alle belanghebbenden? En wat voor kosten brengt het met zich mee? En wegen de baten op tegen de kosten die er zijn? De MKBA gaat verder dan alleen financiële gevolgen. Het neemt bijvoorbeeld ook de effecten op gezondheid, recreatie en ruimtebeslag mee. Alle effecten worden zo veel als mogelijk kwantitatief uitgedrukt om deze goed met elkaar te kunnen vergelijken, maar er zullen ook een aantal effecten kwalitatief mee worden genomen om dat deze moeilijk uit zijn te drukken in geld.

Met behulp van de informatie uit de MKBA, inclusief de informatie aangaande de milieueffecten, kan een gedegen afweging worden gemaakt om tot een voorkeursmodel te komen. Het uiteindelijke doel van deze fase is het opstellen van een Masterplan waarin dit voorkeursmodel nader wordt uitgewerkt. Fase 3: Planfase Het Masterplan bevat de uitgangspunten voor het opstellen en vaststellen van het bestemmingsplan. Het voorkeursmodel wordt in deze stap verder uitgewerkt en vastgelegd in een bestemmingsplan waarin de realisatie van Energielandgoed Wells Meer ruimtelijk mogelijk wordt gemaakt.

Waarom wordt de procedure van een milieueffectrapportage doorlopen? Grootschalige opwekking van energie met behulp van bijvoorbeeld windturbines, zonnevelden en biomassa heeft ontegenzeggelijk invloed op de omgeving. Hoe groot die invloed is, hangt natuurlijk af van aantal en grootte van deze duurzame energiebronnen, en van de geschiktheid van de locaties voor deze ontwikkelingen. Naar de geschiktheid van locaties voor het opwekken van duurzame energie binnen de gemeente Bergen is reeds onderzoek gedaan. Voor het vaststellen van de Structuurvisie Energielandgoed Wells Meer is een m.e.r.-procedure doorlopen. Met deze m.e.r. is onderzocht of er locatiealternatieven zijn voor de grootschalige opwekking van duurzame energie in het kader van verduurSAMEN2030. Uit de Structuurvisie en bijbehorende MER blijkt dat Wells Meer de meest geschikte locatie is en worden enkele randvoorwaarden en spelregels meegegeven. Ook de Commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie voor de m.e.r.) heeft haar advies uitgesproken over het MER. Dit wordt verder behandeld in hoofdstuk 3. Voor het voornemen van de gemeente Bergen om een bestemmingsplan op te stellen voor het Energielandgoed wordt tevens een m.e.r.-procedure doorlopen. In deze procedure worden verschillende inrichtingsmogelijkheden onderzocht met behulp van onderzoeksmodellen op de

Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer | 719007 31 augustus 2020 | definitief

Pondera Consult

4

mogelijke milieueffecten die zij kunnen veroorzaken. De m.e.r. kan de vraag beantwoorden, waarom een bepaald ontwerpmodel al dan niet geschikt is voor het opwekken van duurzame energie op deze locatie en welke milieueffecten daarbij optreden. Hierbij worden de ontwerpmodellen ook onderling vergeleken. Het gebruik van het instrument m.e.r. bevordert zorgvuldige besluitvorming. Om een volledige indruk te krijgen van de mogelijke inrichtingen en effecten zal het m.e.r.-

onderzoek zich uitstrekken tot het plangebied Energielandgoed Wells Meer, zoals weergegeven in onderstaande Figuur 1.3. Figuur 1.3 Plangebied Energielandgoed Wells Meer

Voor concrete initiatieven die worden ingediend voordat het milieueffectrapport is opgesteld, c.q. het bestemmingsplan is vastgesteld, geldt dat van geval tot geval beoordeeld wordt of het noodzakelijk is de besluitvorming over het milieueffectrapport en het bestemmingsplan af te wachten voordat het betreffende initiatief wordt opgepakt.

Milieueffectrapportage Milieueffectrapportage (m.e.r.) brengt de milieugevolgen van een plan of activiteit in beeld voordat er een besluit over wordt genomen. De initiatiefnemer beschrijft de verwachte gevolgen voor het milieu in een milieueffectrapport (MER). Zo kan het bevoegd gezag die het besluit neemt de milieugevolgen bij haar afwegingen betrekken. Een m.e.r.-procedure is altijd gekoppeld aan de procedure die voor het vast te stellen plan of te nemen besluit moet worden doorlopen.

719007 | Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer 31 augustus 2020 | definitief

Pondera Consult

5

M.e.r.-plicht De procedure van milieueffectrapportage (m.e.r.) is voorgeschreven op grond van nationale en Europese wetgeving indien sprake is van activiteiten met potentieel aanzienlijke milieueffecten. Om welke activiteiten het gaat staat in het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). Het doel van de m.e.r. is om te verzekeren dat adequate milieu-informatie beschikbaar is voor de besluitvorming over dergelijke activiteiten. De Wet milieubeheer regelt de m.e.r.-procedure, de inhoudelijke vereisten aan een milieueffectrapport (MER) en de inschakeling van de Commissie voor de m.e.r. Het Besluit m.e.r. beschrijft welke activiteiten m.e.r.-plichtig zijn. Een m.e.r. is verplicht bij een bestemmingsplan (planMER) als: •

het plan kaders stelt voor activiteiten in het plangebied waarvoor volgens de Wet milieubeheer een project-m.e.r. of een m.e.r.-beoordeling verplicht is; of

•

als de ontwikkelingen binnen het plan mogelijk tot significante gevolgen leiden voor Natura 2000-gebieden waardoor een Passende beoordeling nodig is.

Naast het plan worden ook de besluiten tot het verlenen van vergunningen in de procedure meegenomen. Hierdoor zijn zowel kolom 3 als kolom 4 van het Besluit m.e.r. van toepassing en is er mogelijk ook sprake van een m.e.r.-plicht voor het ‘project’ (projectMER). Kader 1.2 PlanMER en projectMER Er wordt onderscheid gemaakt tussen een planMER en een projectMER. Het verschil tussen een planMER en een projectMER is de scope en het detailniveau.

PlanMER Een planMER is vereist voor plannen waarin de locatie voor een activiteit met potentieel aanzienlijke milieueffecten, zoals een windpark, wordt aangewezen, of als voor dit plan een zogenaamde Passende beoordeling dient te worden opgesteld, waarin de effecten op een Natura 2000-gebied in beeld worden gebracht. Het planMER wordt opgesteld ten behoeve van het inpassings- of bestemmingsplan.

ProjectMER Een projectMER is vereist voor besluiten over activiteiten met potentieel aanzienlijke milieueffecten. Dit betreft bijvoorbeeld het besluit op de aanvraag van een omgevingsvergunning. Het projectMER heeft betrekking op de milieueffecten van de concrete uitwerking van het plan. Voor een windpark betreft een concrete uitwerking het bepalen van de posities van de windturbines. De effecten van een dergelijke opstelling en van opstellingsvarianten worden door middel van onderzoek in detail bepaald en afgezet tegen de geldende milieueisen, waarbij beoordeeld wordt of aan deze eisen kan worden voldaan.

Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer | 719007 31 augustus 2020 | definitief

Pondera Consult

6

Gezien de grootte van het gebied, de onderzochte invulling en de herinrichting van het landschap geldt voor het Energielandgoed vanuit verschillende optieken een m.e.r.beoordelingsplicht, waaruit mogelijk een m.e.r.-plicht voortkomt. De volgende activiteiten, die genoemd worden in de bijlage van het Besluit m.e.r. zijn mogelijk aan de orde: •

Categorie D9 landinrichting

•

Categorie D11.3 industrieterrein

•

Categorie D17.2 boringen geothermie

•

Categorie D22.2, windparken met een gezamenlijk vermogen van 15 MW of meer, of bestaande uit 10 windturbines of meer

De initiatiefnemer heeft, gezien de aard en schaal van het project, ervoor gekozen te anticiperen op een mogelijk besluit van het bevoegd gezag om een gecombineerde m.e.r.procedure te gaan volgen. Een beoordeling door het bevoegd gezag of inderdaad een plan- en project-m.e.r. noodzakelijk zijn voor de vaststelling van het bestemmingsplan en de omgevingsvergunningen kan daarom achterwege blijven. Passende beoordeling Voor het MER is een natuurtoets uitgevoerd waarin de effecten van de alternatieven op flora en fauna in beeld zijn gebracht, dit is inclusief de gevolgen voor beschermde soorten. Indien op voorhand significant gevolgen voor Natura-2000 gebied(en) niet kunnen worden uitgesloten dient tevens een passende beoordeling conform de Wet natuurbescherming (Wnb) te worden opgesteld. De Passende beoordeling is alleen nodig voor het definitieve plan, dat de voorgenomen activiteit mogelijk maakt.

M.e.r.-procedure De m.e.r.-procedure bestaat uit verschillende stappen. Figuur 1.4 geeft de belangrijkste stappen van de m.e.r.-procedure weer in relatie tot het bestemmingsplan en de vergunningen. De m.e.r.procedure voor het Energielandgoed Wells Meer startte in maart 2019 met de openbare kennisgeving en publicatie van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau. De Commissie voor de m.e.r. is in deze fase vrijwillig om advies gevraagd en bracht op 20 mei 2019 haar advies Reikwijdte en Detailniveau van het milieueffectrapport uit.1

1

Advies over reikwijdte en detailniveau van het milieueffectrapport Bestemmingsplan Energielandgoed Wels Meer, gemeente Bergen (L), 20 mei 2019, projectnummer 3392. Dit advies is te vinden op de website van de Commissie voor de m.e.r. (zoeken op projectnummer), of via https://www.commissiemer.nl/docs/mer/p33/p3392/3392_advies_reikwijdte_en_detailniveau.pdf

719007 | Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer 31 augustus 2020 | definitief

Pondera Consult

7

Figuur 1.4 Hoofdlijnen m.e.r.-procedure Stappen milieueffectrapportage

Bestemmingsplan

Vergunningen

Opstellen Milieueffectrapport (MER) Energielandgoed

Opstellen

Opstellen ontwerp

Wells Meer

bestemmingsplan.

beschikkingen

Kennisgeving & concept Notitie Reikwijdte & Detailniveau

Raadpleging en zienswijzen

Openbaar maken definitief ontwerp-bestemmingsplan incl. MER, vergunningen, advies Commissie m.e.r. en zienswijzen Definitieve beschikkingen

De inhoudelijke vereisten aan een m.e.r. zijn vastgelegd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (Wm). Dat houdt samengevat in dat een milieueffectrapport wordt opgesteld om de (mogelijke) effecten van het voornemen op de leefomgeving, natuur en landschap van het omliggende gebied voor de afweging daarvan bij besluitvorming in beeld te brengen. Op grond van Wm-paragraaf 7.7 en 7.9 wordt het MER door deskundigen, in opdracht van de initiatiefnemers opgesteld. Gemeentelijke coördinatieregeling De gemeentelijke coördinatieregeling, onderdeel van de Wet ruimtelijke ordening (paragraaf 3.6.1), houdt in dat de besluiten over verschillende vergunningen en ontheffingen gelijktijdig ter inzage worden gelegd. Op dat moment kan eenieder een reactie (zienswijze) geven. De bevoegde gezagen nemen vervolgens de definitieve besluiten, rekening houdend met de ontvangen adviezen en zienswijzen, welke wederom gelijktijdig (gecoördineerd) ter inzage worden gelegd. Als een belanghebbende het niet eens is met één of meer van de besluiten, kan hij/zij beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Er zijn tevens andere vergunningen en ontheffingen nodig voor het windpark. Dit zijn vergunningen in het kader van de Wet natuurbescherming en een watervergunning. De bevoegde gezagen hiervoor zijn respectievelijk de provincie Limburg en het Waterschap Limburg.

De Provincie en het Waterschap zijn niet de bevoegde gezagen ten aanzien van het m.e.r. Dit blijft de gemeente.

Initiatiefnemer en bevoegd gezag Planologische inpassing De planologische inpassing van het voornemen vindt plaats via het opstellen een bestemmingsplan. Onderhavig MER is een bijlage van dit document en dient om het milieubelang een volwaardige rol te geven in de afwegingen die gemaakt worden in de besluitvorming van dit bestemmingsplan.

Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer | 719007 31 augustus 2020 | definitief

Pondera Consult

8

Inspraak en advies De publicatie van het voorliggende MER is bedoeld om eenieder te informeren over het initiatief, de uitkomsten van het milieuonderzoek en de procedures. Eenieder kan inspreken en zienswijzen kenbaar maken. Zie voor de inspraaktermijn en de andere relevante informatie de openbare kennisgeving bij dit MER. De Commissie voor de m.e.r. geeft een toetsingsadvies over het MER. Dit advies wordt betrokken bij de definitieve besluitvorming.

Initiatiefnemer en bevoegd gezag Deze m.e.r.-procedure is een gezamenlijke inspanning van de gemeentelijke initiatiefnemer(s) en de gemeenteraad van Bergen. Initiatiefnemer project De gemeente Bergen is de initiatiefnemer. Hierbij is met name de projectgroep Energielandgoed Wells Meer en de portefeuillehouder belast met de uitvoering van het project en de m.e.r.-procedure. Zij hebben opdracht gegeven het MER op te laten stellen. Tabel 1.1 Contactpersoon initiatiefnemers Initiatiefnemer Contactpersoon

Mevr. E (Ellen) Arts

Organisatie

Gemeente Bergen

Functie

Bestuurlijk projectleider Energielandgoed Wells Meer

E-mail

h.arts@bergen.nl

Telefoon

(0485) 34 83 83

Postadres

Postbus 140, 5854 ZJ, Bergen (L)

Bezoekadres

Raadhuisstraat 2, 5854 AX Bergen (L)

Bij de totstandkoming van het MER zijn de volgende medewerkers van de gemeente Bergen betrokken geweest: mevrouw E. Arts (opdrachtverlening, review concepten), de heer J. Wattjes (opdrachtverlening, review concepten), de heer (A. Derks, opdrachtverlening), mevrouw N. Bakker (review concept hoofdstuk 10, Cultuurhistorie en Archeologie). Ter voldoening aan het gestelde in artikel 7.28a van de Wet milieubeheer worden deze medewerkers niet betrokken bij de beoordeling van het MER bij de voorbereiding van het bestemmingsplan en benodigde omgevingsvergunning(en). Bevoegd gezag Omdat in het Energielandgoed ruimte is voor grootschalige zonnevelden van meer dan 50 MW, bepaalt artikel 9b van de Elektriciteitswet 1998 dat de rijkscoördinatieregeling, als bedoeld in artikel 3.35 van de Wet ruimtelijke ordening op het initiatief van toepassing is. Op 18 juni 2019 heeft de Minister van Economische Zaken en Klimaat, op grond van het gestelde in artikel 9b, vierde lid, onder a van de Elektriciteitswet 1998 besloten dat de rijkscoördinatieregeling niet van toepassing is op de besluitvorming inzake het Energielandgoed Wells Meer. Dit besluit is op 29 juni 2019, de dag na de dag waarop het besluit door publicatie in de Staatscourant bekend is gemaakt, in werking getreden.

719007 | Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer 31 augustus 2020 | definitief

Pondera Consult

9

Voor gronden binnen het plangebied zijn geen rijksinpassingsplannen en/of provinciale inpassingsplannen ter inzage gelegd of vastgesteld. De gemeenteraad van de gemeente Bergen is daarmee bevoegd om onderhavig bestemmingsplan vast te stellen. Tabel 1.2 Contactgegevens bevoegd gezag

Bevoegd gezag

Gemeenteraad van de gemeente Bergen

Contactpersoon

Toon Cornelissen

Functie

Plaatsvervangend Raadsgriffier

E-mail

t.cornelissen@bergen.nl

Telefoon

0485-348473

Postadres

Postbus 140, 5854 ZJ Bergen (L.)

Bezoekadres

Raadhuisstraat 2, 5854 AX BERGEN

Leeswijzer Hierna zal in hoofdstuk 2 eerst het beleidskader waarin het Energielandgoed gerealiseerd wordt in kaart worden gebracht, waarbij de duurzame energiedoelstellingen en het energiebeleid op rijks, provinciaal en gemeentelijk niveau uiteengezet worden. Hoofdstuk 3 gaat vervolgens in op de achtergrond van het Energielandgoed waarbij ook de verschillende fases de ontwikkeling uitgelicht worden. Daarna wordt in hoofdstuk 4 het voornemen van het energielandgoed, en de mogelijke alternatieven beschreven. Hierbij wordt het doel en de daarbij behorende activiteiten nader omschreven waarbij apart wordt ingegaan op de thema’s; zonenvelden, windturbines, biomassa, recreatie en educatie, bedrijvigheid – innovatiecentrum, en de netaansluiting. Dit hoofdstuk beschrijft ook de gekozen onderzoeksmodellen en hun onderlinge verschillen om vervolgens de referentiesituatie te beschreven. In hoofdstuk 5 wordt de werkwijze van dit MER en het gebruikte beoordelingskader voor de verschillende onderzoeksaspecten uitgelicht. De hoofdstukken 6 tot en met 15 bevatten de effectbeoordelingen per milieuaspect, waarna in hoofdstuk 16 de afweging tot het voorkeursmodel wordt beschreven. Vervolgens wordt in hoofdstuk 17 het Voorkeursmodel geïntroduceerd en worden de effecten van dit model per milieuaspect behandeld.

In het afsluitende hoofdstuk 18 worden de bekende leemten in kennis benoemd en wordt een aanzet gemaakt tot een monitorings- en evaluatieprogramma.

Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer | 719007 31 augustus 2020 | definitief

Pondera Consult

10

719007 | Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer 31 augustus 2020 | definitief

Pondera Consult

11

BELEIDSKADER Inleiding Dit hoofdstuk schetst het beleidskader van het Rijk, de provincie Limburg en de gemeente Bergen waarbinnen het initiatief wordt ontwikkeld. Het beleidskader is relevant aangezien dit enerzijds de achtergrond schetst van het windenergiebeleid in Nederland en anderzijds kaders bevat voor de concrete ruimtelijke ontwikkeling van duurzame energie in de gemeente Bergen.

Duurzame energiedoelstellingen Door de uitstoot van broeikasgassen treedt wereldwijd klimaatverandering op. Een deel van deze broeikasgassen komt vrij bij de verbranding van fossiele brandstoffen voor het opwekken van energie. De Europese Unie (EU) en het Rijk streven ernaar klimaatverandering te beperken door de uitstoot van broeikasgassen te verminderen (onder meer bevestigd door middel van de ondertekening van klimaatakkoord van Parijs in 2015). Door voor de opwekking van energie over te stappen op hernieuwbare (of duurzame) energiebronnen waarbij bij de opwekking van energie geen of minder broeikasgassen vrijkomen, kan de uitstoot worden verminderd. Tegelijkertijd wordt ernaar gestreefd om het aandeel energie uit hernieuwbare energiebronnen te vergroten aangezien fossiele brandstoffen eindig zijn en deze vooral buiten Europa beschikbaar zijn. Hierdoor is Nederland in belangrijke mate afhankelijk van regio’s buiten Europa, waaronder ook instabiele regio’s. Hernieuwbare energie, zoals zon- en windenergie, levert daarmee een bijdrage aan de energievoorzieningszekerheid binnen Nederland. De energiesector in Nederland is verantwoordelijk voor meer dan twintig procent van de uitstoot van broeikasgassen. De uitstoot van broeikasgassen als gevolg van de energiebehoefte kan worden beperkt door energiebesparing en door grootschalige inzet van duurzame energiebronnen.

Een dergelijke omschakeling in de Nederlandse energievoorziening betekent een forse inspanning. Deze ambities sluiten aan bij in Europees verband geformuleerde doelstellingen waaraan de lidstaten zich gecommitteerd hebben. In Europees verband is afgesproken om in 2020 14% van het totale energieverbruik duurzaam op te wekken. Dit is vastgelegd in de EU-richtlijn 2009/28/EG. De Europese Commissie is ook al begonnen met de ontwikkeling van beleidsopties voor na 2020. Voor 2030 zijn er inmiddels al nieuwe doelstellingen geformuleerd te weten 40% CO2-reductie, 32% duurzame energie en 27% energiebesparing. Om de doelstellingen te halen wordt er afgesproken hoeveel elk land gaat bijdragen. In 2013 sloot het kabinet Rutte II een energieakkoord met onder meer werkgevers, vakbonden en milieuorganisaties2. In dit energieakkoord staan afspraken met doelen tot 2023. De doelstelling is vastgesteld om een aandeel hernieuwbare energie van 14% in de totale energieopwekking te realiseren in 2020. In 2023 moet 16% duurzame energie worden opgewekt en in 2050 moet de energievoorziening helemaal duurzaam zijn om te voldoen aan de doelstelling uit art. 2 lid 2 van de Klimaatwet voor een CO2-neutrale elektriciteitsproductie.

2

Energieakkoord voor duurzame groei, Sociaal-Economische Raad (SER), september 2013.

Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer | 719007 31 augustus 2020 | definitief

Pondera Consult

12

Ook het kabinet Rutte III wil het aandeel hernieuwbare energie vergroten en heeft hiervoor afspraken maken in een Klimaatakkoord. In het regeerakkoord van het kabinet is een doelstelling van 49% reductie van broeikasgassen ten opzichte van 1990 neergelegd. Opwekking van duurzame energie, waaronder windenergie, dient hier een belangrijke bijdrage aan te leveren. Het klimaatakkoord is door het kabinet voorgelegd aan de Tweede Kamer en geeft aan dat in 2030 70% van de elektriciteit wordt opgewekt uit hernieuwbare bronnen. Dit wordt zowel op land als op zee ingevuld. De provincie Limburg heeft met het Rijk afgesproken een doelstelling van minimaal 95,5 MW aan windenergie in haar provincie te hebben gerealiseerd in 2020. Deze doelstelling vormt een belangrijke bijdrage aan de generieke doelstelling van het Rijk (6.000 MW wind op land) en is vastgelegd in afspraken tussen het Interprovinciaal Overleg (IPO) en het Rijk (afspraken over wind op land met IPO, brief van minister Kamp aan de Tweede Kamer van 31 januari 2013 en definitief akkoord juni 2013). Aan het eind van 2018 stond in Limburg 12,3 MW geïnstalleerd vermogen en was ca 100 MW in voorbereiding.3 Voor de periode na 2020 zijn nog geen concrete doelstellingen voor windenergie vastgesteld, deze worden in het kader van het Klimaatakkoord gemaakt via de zogenoemde Regionale Energiestrategie (RES).

Wel is er sprake van een nationale doelstelling in het ontwerpKlimaatakkoord. Voor wat betreft de sectortafel elektriciteit is een doelstelling van 84 Terawattuur (Twh) hernieuwbare energie in 2030 opgesteld, waarvan 49 Twh voor wind op zee en 35 Twh voor hernieuwbare energie op land (1 Twh = 1.000.000 MWh). Voor Energielandgoed Wells Meer is de RES-regio Noord- en Midden-Limburg relevant. Met de ontwikkeling van het Energielandgoed Wells Meer wordt een bijdrage aan de provinciale en nationale doelstelling geleverd voor duurzame energie.

Biomassa Voor het bereiken van de Nederlandse doelstellingen om 14% van ons energieverbruik duurzaam op te wekken in 2020 is de inzet van bio-energie belangrijk. Dit wordt tevens bevestigd in het Energieakkoord (zie paragraaf Energieakkoord voor duurzame groei). De biomassa zal echter wel uit duurzame bronnen moeten komen. Dit betekent bijvoorbeeld voor houtige biomassa dat de nieuwe aangroei van nieuwe biomassa geborgd moet zijn, de bodemkwaliteit bewaakt wordt, de productie en het transport van de biomassa niet mag leiden tot veel broeikasgasemissie etc. Europa stelde criteria op voor duurzaamheid van vloeibare biomassa. Voor vaste biomassa adviseert de Europese Commissie lidstaten een eigen duurzaamheidsbeleid te ontwikkelen. In Nederland leidde dat tot duurzaamheidseisen die in de SDE-subsidievoorwaarden staan voor de inzet van vaste biomassa.

Energieakkoord voor duurzame groei en Energieagenda Het Energieakkoord voor duurzame groei (2013) biedt een langetermijnperspectief voor een breed gedragen, robuust en toekomstbestendig energie- en klimaatbeleid. Ruim veertig organisaties, waaronder overheden, werkgevers, vakbewegingen en natuur- en milieuorganisaties hebben zich verbonden om afspraken te maken over duurzame groei. Het akkoord is erop gericht om de economische structuur te versterken en om de komende jaren 3

Monitor Wind op Land 2018, zesde editie, RVO, 30 april 2019, blz 60.

719007 | Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer 31 augustus 2020 | definitief

Pondera Consult

13

miljarden aan investeringen los te maken in alle sectoren van de samenleving. Door de uitvoering van het Energieakkoord voor duurzame groei wordt er een sterke stijging beoogd in het aandeel duurzame energie van 4,5% in 2013 naar 14% in 2020 en 16% in 2023. Met de Energieagenda (2016) is het de bedoeling om invulling te geven aan de doelstellingen voor de lange termijn. Hiermee wordt een duidelijke koers aangegeven om perspectief en zekerheid te kunnen bieden aan bedrijven en inwoners. De Energieagenda beschrijft de te maken stappen om de transitie naar een CO2-arme energievoorziening in 2050 mogelijk te maken.

Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE) Onderdeel van het rijksbeleid is een stimuleringsregeling voor duurzame energieprojecten. Dit is uitgewerkt in de vorm van diverse subsidieregelingen waaronder de SDE+ (Stimulering Duurzame Energieproductie plus). Vanaf het jaar 2020 wordt deze regeling omgezet naar de SDE++ regeling. Hierbij is niet de energieproductie maar de CO2 reductie bepalend voor de hoogte van de subsidie.

Klimaatakkoord In het Klimaatakkoord, onder regie van het kabinet, maken bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden concrete afspraken over de maatregelen waarmee de CO2-uitstoot in Nederland gehalveerd kan worden. Medio 2018 zijn alle betrokken partijen tot afspraken op hoofdlijnen gekomen. Deze afspraken zijn in de tweede helft van 2018 nader uitgewerkt en momenteel is het ontwerp-klimaatakkoord gereed. Dit ontwerp bevat concrete plannen om de CO2-uitstoot in Nederland te reduceren tot ten minste 49% in 2030. Voor wat betreft de sectortafel elektriciteit is een doelstelling van 84 Terawattuur (Twh) hernieuwbare energie in 2030 opgesteld, waarvan 49 Twh voor wind op zee en 35 Twh voor hernieuwbare energie op land. In 2018 bedraagt de hernieuwbare elektriciteitsproductie circa 18 Twh.

Ruimtelijk rijksbeleid Nationale omgevingsvisie (NOVI) Op nationaal niveau is beleid in voorbereiding in de vorm van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Met de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Het gaat daarbij om het uitzetten van een koers om opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, in goede banen te leiden. Het streven is daarbij de kwaliteit van de leefomgeving te behouden en zoveel mogelijk te versterken. In juni 2019 is de ontwerp-NOVI vastgesteld en aan de Tweede Kamer aangeboden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is een instrument binnen de Omgevingswet. Met de NOVI geeft het Rijk een lange termijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling naar een duurzame leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting door strategische keuzes te maken. En maakt ruimte voor regionaal maatwerk. De NOVI is een samenhangende visie voor de fysieke leefomgeving en leefbaarheid in Nederland.

Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer | 719007 31 augustus 2020 | definitief

Pondera Consult

14

Prioriteiten binnen de NOVI zijn: •

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;

•

duurzaam economisch groeipotentieel;

•

sterke en gezonde steden en regio’s;

•

toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Daarnaast stelt de Rijksoverheid enkele nationale belangen vast, waarvoor zij de systeemverantwoordelijkheid draagt. Bij systeemverantwoordelijkheid is het Rijk verantwoordelijk voor het laten functioneren van het systeem, opdat elke partij daarbinnen zijn rol kan waarmaken. Als resultaatverantwoordelijken (bijvoorbeeld gemeenten of provincies) hun doelen niet halen, gaat het Rijk na waarom dit zo is. Vervolgens probeert het door aanpassingen in het systeem of door ondersteuning van de verantwoordelijke partijen, deze in staat te stellen de doelen toch te halen. Eén van de nationale belangen is het realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO₂-arm is, en de daarvoor benodigde hoofdinfrastructuur. In dit nationale belang worden de afspraken in zowel het Klimaatakkoord van Parijs als het nationale Klimaatakkoord (ontwerp 2018) herbevestigd. Dit betekent dat de transitie naar een CO2 arme energievoorziening in 2050 gerealiseerd moet zijn, door dan 95% minder uitstoot van broeikasgassen te realiseren ten opzichte van 1990 Omgevingswet en de NOVI De Omgevingswet voorziet niet in juridische doorwerking van de NOVI naar omgevingsvisies van andere overheden. Andere overheden, burgers en bedrijven, zijn dan ook niet juridisch aan de NOVI gebonden, maar wel aan regels en normen die op basis van de NOVI worden opgesteld.

Provincies en gemeenten zullen in hun eigen omgevingsvisies uiting geven aan hun verantwoordelijkheid en keuzes in de fysieke leefomgeving. De NOVI moet klaar zijn voordat de Omgevingswet ingaat (2021). Naar verwachting komt de definitieve NOVI voor de zomer van 2020.

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De “Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte” (SVIR, maart 2012) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op rijksniveau. Het is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. Ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en energietransitie wordt in het SVIR aangemerkt als een nationaal belang. Het Rijk stelt op het gebied van energie dat voor de opwekking en het transport van energie voldoende ruimte gereserveerd moet worden. Het aandeel van duurzame energiebronnen als wind, zon, biomassa en bodemenergie in de totale energievoorziening moet omhoog. In de structuurvisie zijn voor de MIRT4-regio Zuid-Nederland geen specifieke locaties opgenomen voor het opwekken van duurzame energie.

4

Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT Overzicht 2019)

719007 | Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer 31 augustus 2020 | definitief

Pondera Consult

15

Structuurvisie Windenergie op Land De doelstelling van de Structuurvisie Windenergie op Land (SvWOL, maart 2014) is zodanige ruimtelijke voorwaarden te scheppen dat begin 2020 een opwekkingsvermogen van ten minste 6.000 MW aan windturbines op land operationeel is. Daarvoor worden drie soorten beleid gepresenteerd: 1. visie: bundeling in gebieden die geschikt zijn voor plaatsing van grote turbines en daarmee andere gebieden vrijhouden van grootschalige windenergie. Bij het ruimtelijk ontwerp van windturbineprojecten aansluiten bij de hoofdkenmerken van het landschap; 2. aanwijzen van concrete gebieden die geschikt zijn voor grootschalige windturbineparken. Het kabinet zal initiatieven voor windturbineparken met een omvang van ten minste 100 MW toetsen aan deze gebieden; 3. taakverdeling tussen Rijk en provincies bij het ruimtelijk mogelijk maken van windenergie, en de prestatieafspraken die daarover met het IPO zijn gemaakt5. Verder wordt ingegaan op beleidsonderwerpen die van groot belang zijn voor het slagen van de doelen voor windenergie, zoals de stimuleringsregeling SDE+ en het landelijke elektriciteitsnet.

Het plangebied voor Energielandgoed Wells Meer maakt geen deel uit van de hoofdlocaties voor grootschalige windenergie (windparken van meer dan 100 MW), maar draagt wel bij aan het behalen van de doelstelling van 6.000 MW aan windenergie op land in 2020 en aan de doelstelling om in het jaar 2023 het aandeel duurzame energie op 16% te krijgen.

Beleid van Provincie Limburg Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 Het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL) gaat over onderwerpen als wonen, verkeer, energie, infrastructuur, detailhandel, bedrijventerreinen, water, natuur, landschap, landbouw en ondergrond. Het POL geeft op hoofdlijnen aan welke rol de Provincie heeft voor deze thema’s en hoe de kwaliteit van de omgeving kan worden verbeterd. De Limburgse ambitie voor wat betreft duurzame energie is om een schone, betaalbare en leveringszekere energievoorziening te realiseren die gepaard gaat met regionale economische ontwikkeling, innovatie en werkgelegenheid en aanpak van het klimaatprobleem. De doelstelling voor de provincie Limburg sluit aan bij de nationale doelstelling, te weten: 14% hernieuwbare energie in 2020. Dit vraagt, naast een forse besparing op het gebruik van energie, om een sterke toename van het aandeel duurzaam opgewekte energie. Er wordt ingezet op een scala aan bronnen van hernieuwbare energie, zoals windenergie, zonne-energie, geothermie en bodemenergie. Windenergie De provincie heeft specifiek voor windenergie een aanpak geformuleerd bestaande uit een combinatie van realisatiestrategie (hoe) en plaatsingsvisie (waar).

De provincie Limburg streeft in het planproces en de realisatie van windturbines naar het maximaliseren van het maatschappelijk effect van windenergie door participatie van belanghebbenden. Het POL geeft 5

De verdeling van de doelstelling van 6.000 MW over de provincies betekent voor Limburg een taakstellend vermogen van 95,5 MW.

Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer | 719007 31 augustus 2020 | definitief

Pondera Consult

16

aan dat in eerste instantie de gemeenten het voortouw nemen om tot ruimtelijke plannen te komen (bestemmingsplannen) die de plaatsing van windturbines mogelijk maken. De provincie wil stimuleren dat nieuwe ontwikkelingen op het gebied van windenergie plaatsvinden in de volgende voorkeursgebieden (zie Figuur 2.1 waarbij het plangebied indicatief in blauw is omcirkeld): •

grootschalige landschappen in de jonge Peelontginningen van Midden- en Noord-Limburg;

•

gebieden aan de provinciegrens waar reeds turbines staan opgesteld;

•

grotere industrieterreinen en ontwikkelingsgebieden voor veehouderij en glastuinbouw;

•

daar waar clusters van tenminste 6 turbines kunnen worden opgesteld.

Verder zijn de volgende eisen ten aanzien van de plaatsing van windenergie geformuleerd in de POL: •

tenminste een omvang van 3 turbines;

•

bij de planning of de bouw van turbines worden afspraken gemaakt over de sloop;

•

geen windturbines in Nationaal Landschap Zuid-Limburg, Natura2000 gebieden en het winterbed van de Maas;

•

bij gebieden in de ruimere omgeving van vogelrichtlijngebieden of gebieden aangewezen voor vleermuizen dient altijd onderzoek plaats te vinden naar mogelijke aanvaringsslachtoffers.

Figuur 2.1 Voorkeursgebieden en uitsluitingsgebieden windenergie POL

Bron: POL

719007 | Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer 31 augustus 2020 | definitief

Pondera Consult

17

Omgevingsverordening Limburg 2014 In de Omgevingsverordening Limburg 2014 heeft de Provincie Limburg regels vastgelegd op het gebied van milieu, wegen, water, grond, agrarische bedrijven, natuur, wonen en ruimte. In de verordening zijn tevens regels opgenomen ten aanzien van het opwekken van duurzame energie. Zo bevat de verordening een uitsluitingsgebied voor het plaatsen van windturbines. Dit uitsluitingsgebied is aangewezen op basis van het provinciale beleid voor energietransitie, natuur en landschap.

Interprovinciaal Overleg De provincies gaan intensief samenwerken bij de realisatie van een duurzame economie. In 2013 hebben zij zich gecommitteerd aan twee belangrijke overeenkomsten: de 'wind op land' prestatieafspraak met het rijk en het Energieakkoord voor duurzame groei. Voor de uitvoering van deze overeenkomsten zijn de provincies, onder de naam ‘Interprovinciale Samenwerking Energietransitie en Economie’ (IP2SE), een overkoepelende samenwerkingsvorm aangegaan. De uitvoering van het Energieakkoord doen de provincies vanuit hun wettelijke rollen en taken in de ruimtelijke ordening, regionale economie, vergunningverlening en handhaving en mobiliteit. In de periode 2014-2020 voeren de provincies gezamenlijk de gemaakte afspraken uit van het Energieakkoord voor duurzame groei. Voor de provincie Limburg is een taakstelling opgenomen van ten minste 95,5 MW in 2020.

Regionale Energievisie Noord Limburg 2018-2030 De regio Noord Limburg, bestaande uit de gemeenten Mook en Middelaar, Gennep, Bergen, Venlo, Beesel, Venray, Horst aan de Maas, Peel en Maas, heeft een energievisie opgesteld waarmee afspraken voor duurzame energie op regionaal niveau zijn gemaakt. De regio onderschrijft de volgende doelen voor 2030, met als referentiejaar 2012: •

35% energiebesparing vóór 2030;

•

30% duurzame energie opwekking vóór 2030.

Voor grootschalige duurzame energie opwek zet de regio voornamelijk in op zonne- en windenergie en aardwarmte.

Energiebeleid en doelstellingen gemeente Bergen In onderstaande paragrafen worden de relevante beleidsstukken inhoudelijk behandeld om de beleidskaders voor het Energielandgoed Wells Meer goed inzichtelijk te krijgen. Enkele beleidsstukken bevatten uitspraken die in een later stadium zijn aangepast en deze zijn in onderstaande paragrafen genoemd en aangevuld.

Energievisie gemeente Bergen De gemeenteraad heeft op 3 oktober 2017 unaniem de Energievisie vastgesteld. Hierin is opgenomen dat de gemeente Bergen uiterlijk in 2040 energieneutraal is. Dit betekent dat uiterlijk in 2040 het energieverbruik in de gemeente even groot is als de totale hoeveelheid opgewekte duurzame energie in deze gemeente. Om energieneutraal te worden wil de gemeente besparen op energie, waarbij een besparingsdoelstelling van ongeveer 20% haalbaar wordt geacht. Voor de overige 80% moeten duurzame energiebronnen in de komende jaren voorzien in de energiebehoefte. Om energieneutraal te zijn zullen maatregelen genomen

Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer | 719007 31 augustus 2020 | definitief

Pondera Consult

18

moeten worden in de vorm van windmolens, zonnevelden en biomassaprojecten. Doelstelling is om door middel van grootschalige opwek in de vorm van een energielandgoed per jaar minimaal 0,87 PJ te produceren, dat is ongeveer 50% van de energievraag. Dit komt overeen met de huidige doelstelling voor Energielandgoed Wells Meer. Energieonafhankelijk In aanvulling op de doelstelling om energieneutraal te worden, is er de toezegging gedaan dat de gemeente Bergen in 2030 energieonafhankelijk is. Dit betekent dat er in alle weersomstandigheden voldoende eigen opgewekte energie aanwezig is voor de energievraag binnen de gemeente Bergen. De invulling van deze doelstelling dient plaats te vinden binnen de grenzen van de gemeente Bergen.

Beleidsnota windenergie gemeente Bergen De beleidsnota windenergie legt een basis waarmee sturing gegeven kan worden aan (toekomstige) ontwikkelingen op het gebied van windenergie. De beleidsnota windenergie is op 19 juli 2016 door de gemeenteraad vastgesteld. De landschappelijke kwaliteit is als basis genomen voor dit beleidskader. Kijkend naar de verschillende landschapstypen in de gemeente komen de jonge ontginningslandschappen het meest in aanmerking als locatie voor een windturbinepark. Op basis van de uitgevoerde analyse zijn 3 potentiële plaatsingsgebieden geïdentificeerd. Het betreft de gebieden gelegen ten noorden van het Broederbos, in het Wellsmeer en omgeving (het plangebied van Energielandgoed Wells Meer) en in de omgeving Walbeckerweg/Heerenvenweg. Op basis van de analyse in de Beleidsnota is het gebied Wellsmeer en omgeving naar voren gekomen als het in eerste instantie meest geschikte gebied in de gemeente Bergen voor het plaatsen van minimaal drie en maximaal vijf windturbines. De gemeenteraad heeft in de beleidsnota windenergie aangeven alleen medewerking te verlenen aan de realisatie van windturbines in het gebied Wells Meer.

Beleidsnotitie Zon & Wind In aanvulling op de Energievisie heeft de gemeente Bergen een beleidsnotitie voor de plaatsing van zonne- en windenergie in ontwerp vastgesteld en ter inzage gelegd. Deze notitie bevat het beleid voor plaatsing van dergelijke installaties. Hierbij is rekening gehouden met het landelijke en natuurrijke karakter van de gemeente, de diversiteit en de toeristische functie daarvan. Het behoud van deze karakteristieken is van groot belang bij het mogelijk maken van ruimtelijke ontwikkelingen voor bijvoorbeeld duurzame energie. De gemeente wil de invloed van dit soort ontwikkelingen op het landschap zo veel mogelijk beperken en heeft daarvoor twee keuzes gemaakt: •

In de hele gemeente is ruimte voor het toepassen van zonne-energie voor eigen gebruik op daken en overkappingen en onder voorwaarden binnen het eigen erf, tuin of bouwvlak.

•

Voor commerciële toepassing van zonne-energie en het plaatsen van grootschalige windturbines is het Energielandgoed Wells Meer aangewezen.

719007 | Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer 31 augustus 2020 | definitief

Pondera Consult

19

Omgevingsvisie 2030 gemeente Bergen De gemeenteraad van Bergen heeft in april 2019 de omgevingsvisie 2030 vastgesteld. Hierin wordt de ontwikkeling van het Energielandgoed Wells Meer tevens aangekondigd. In de omgevingsvisie is de locatie aangewezen en wordt ruimte geboden voor wind- en zonneenergie, als ook voor natte en droge biomassa.

VerduurSAMEN2030 De gemeente Bergen heeft de doelstelling om in 2030 energieonafhankelijk te zijn. Voor het behalen van deze ambitie is het programma VerduurSAMEN2030 gestart en bevat de onderdelen Grootschalige opwekking, Kleinschalige opwekking, Besparing en Duurzaam transport. In het onderdeel kleinschalige opwekking wordt 30% van de huidige energiebehoefte in 2030 opgewekt, waarbij 50% wordt gerealiseerd door grootschalige opwekking en 20% wordt gerealiseerd door middel van besparing. Het Energielandgoed Wells Meer behoort tot het onderdeel Grootschalige opwekking. De doelstelling voor dit onderdeel (50%) dient volledig ingevuld te worden door de realisatie van het Energielandgoed Wells Meer waar minimaal 0,87 Petajoule moet worden opgewekt.

Structuurvisie Energielandgoed Wells Meer Aanleiding voor het opstellen van de structuurvisie Energielandgoed Wells Meer is de gemeentelijke ambitie om in 2030 een energieonafhankelijke gemeente te zijn. Dit wil de gemeente Bergen bereiken door energie op te wekken en te besparen. In de structuurvisie is het gebied Wells Meer aangewezen als een gebied waar grootschalig duurzame energie kan worden opgewekt om minimaal 50% (0,87 Petajoule) van de energiedoelstelling te kunnen behalen. Het bijbehorende MER geeft een onderbouwing van de locatiekeuze en kaders voor de ontwikkeling van het energielandgoed.

Conclusie beleidskader Het voornemen om duurzame energie op te wekken in het plangebied voor het Energielandgoed Wells Meer past binnen de beleidskaders van zowel het Rijk, de provincie Limburg als de gemeente Bergen. Wel is het van belang om per deelaspect (zie hoofdstuk 5 voor het beoordelingskader) na te gaan welke regelgeving van toepassing is en of hier aan kan worden voldaan.

Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer | 719007 31 augustus 2020 | definitief

Pondera Consult

20

719007 | Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer 31 augustus 2020 | definitief

Pondera Consult

21

ACHTERGROND LOCATIE Achtergrond locatie Dit hoofdstuk gaat kort in op de achtergrond van de locatie Energielandgoed Wells Meer. Deze locatie sluit aan bij het ruimtelijke beleid van het Rijk, de provincie Limburg en de gemeente Bergen. De ontwikkeling van Energielandgoed Wells Meer bestaat uit verschillende fasen (zie ook paragraaf 1.1.1 en Figuur 3.1). In fase 0 is onderzocht in hoeverre de ontwikkeling van een duurzaam Energielandgoed Wells Meer mogelijk is vanuit een (milieu) technisch en economisch perspectief. Deze studie gaf voldoende aanleiding om de volgende stap te zetten. Vervolgens zijn in Fase 1 alternatieve locaties onderzocht voor het realiseren van de doelstellingen van de Gemeente Bergen voor grootschalige opwekking. De uitkomst van Fase 1 was de aanwijzing van een locatie voor het Energielandgoed in een structuurvisie. Fase 0 en Fase 1 waren voor aanvang van de m.e.r.-procedure voor het bestemmingsplan Energielandgoed Wells Meer reeds doorlopen en hebben betrekking op de aanwijzing van de locatie. Fase 0 en fase 1 zijn in paragraaf 3.2 en paragraaf 3.3. toegelicht. De onderhavige m.e.r.-procedure omvat fase 2 en fase 3. Fase 2 onderzoekt de inrichting van het gebied, dat is te vinden in de hoofdstukken 6 tot en met 15 en Fase 3 onderzoekt de uitwerking van het voorkeursmodel, dit is te vinden in de hoofdstukken 16 en 17.

Figuur 3.1 Verschillende fasen totstandkoming bestemmingsplan Energielandgoed Wells Meer

Fase 0: Haalbaarheidsstudie De gemeente Bergen heeft als doel in 2030 energieonafhankelijk te zijn. Dat houdt in dat de gemeente niet alleen voor 100% gebruik maakt van duurzame energie, maar ook dat de gemeente volledig voorziet in de eigen behoefte.

Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer | 719007 31 augustus 2020 | definitief

Pondera Consult

22

In een energievisie heeft de gemeente onderzocht wat de mogelijkheden zijn om dit te bereiken. Hieruit blijkt dat het mogelijk is om 20% energie te besparen, wat betekent dat de resterende 80% duurzaam opgewekt moet worden. Opwekken van duurzame energie wil de gemeente realiseren op zowel kleinschalige wijze, door middel van bijvoorbeeld zonnepanelen op bedrijfspanden en woningen, als op grote schaal, door onder andere een gerichte gebiedsontwikkeling in de vorm van een Energielandgoed. Haalbaarheidsverkenning Uniek Energielandgoed Wells Meer Om in 2030 energieonafhankelijkheid te bereiken zijn omvangrijke ingrepen nodig die structurele veranderingen tot gevolg hebben. De gemeente zoekt hierin een goede balans tussen verschillende factoren, zoals energiebesparing, participatie door burgers, bedrijven en gemeenten, kleinschalige energieopwekking en opslag én het zoeken naar concentratiegebieden voor de ontwikkeling van grootschalige duurzame energie. In de Haalbaarheidsverkenning Uniek Energielandschap Wells Meer (gemeente Bergen, augustus 2017) zijn vanuit een indicatief programma, de technische, planologische, economische en landschappelijke haalbaarheid om een energielandschap te ontwikkelen op de locatie Wells Meer, verkend.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9609621/1