1 B2 Toelichting Bijlage 2 MER
Tekst van het document
719007 31 augustus 2020
Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer
Gemeente Bergen (L)
definitief
Duurzame oplossingen in energie, klimaat en milieu Postbus 579 7550 AN Hengelo Telefoon (074) 248 99 40
Documenttitel
Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer
Soort document
definitief
Datum
31 augustus 2020
Projectnummer
719007
Opdrachtgever
Gemeente Bergen (L)
Auteur
Maarten Jaspers Faijer, Maarten Sosef, Florentine van der Wind, Noud Maas, Joost Sissing (Pondera Consult), Joeri Bekker (OVSL). Bas Engels (Bureau Waardenburg)
Vrijgave
Maarten Jaspers Faijer, Pondera Consult
Pondera Consult
SAMENVATTING Inleiding De gemeente Bergen (L) heeft de doelstelling om in 2030 energieonafhankelijk te zijn. Voor het behalen van deze ambitie is het programma VerduurSAMEN2030 gestart en bevat de onderdelen Grootschalige opwekking, Kleinschalige opwekking, Besparing en Duurzaam transport. Het onderdeel Grootschalige opwekking bevat 50% van de huidige energiebehoefte van de gemeente Bergen. Deze doelstelling zal volledig ingevuld worden door de realisatie van het Energielandgoed Wells Meer.
Milieueffectrapportage De procedure van milieueffectrapportage (m.e.r.) is voorgeschreven op grond van nationale en Europese wetgeving indien sprake is van activiteiten met potentieel aanzienlijke milieueffecten. Om welke activiteiten het gaat staat in het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). Het doel van de m.e.r. is om te verzekeren dat adequate milieu-informatie beschikbaar is voor de besluitvorming over dergelijke activiteiten. De initiatiefnemer – de gemeente Bergen (L) – heeft, gezien de aard en schaal van het project, ervoor gekozen te anticiperen op een mogelijk besluit van het bevoegd gezag om een gecombineerde m.e.r.-procedure te gaan volgen. Een beoordeling door het bevoegd gezag of inderdaad een plan- en project-m.e.r. noodzakelijk zijn voor de vaststelling van het bestemmingsplan en de omgevingsvergunningen kan daarom achterwege blijven. De m.e.r.-procedure bestaat uit verschillende stappen. Figuur 1.1Figuur 1.4 geeft de belangrijkste stappen van de m.e.r.-procedure weer in relatie tot het bestemmingsplan en de vergunningen. De m.e.r.-procedure voor het Energielandgoed Wells Meer startte in maart 2019 met de openbare kennisgeving en publicatie van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau. Figuur 1.1 Hoofdlijnen m.e.r.-procedure
Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer | 719007 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
Deze m.e.r.-procedure is een gezamenlijke inspanning van de gemeentelijke initiatiefnemer(s) en de gemeenteraad van Bergen. Gemeentelijke coördinatieregeling De gemeentelijke coördinatieregeling, onderdeel van de Wet ruimtelijke ordening (paragraaf 3.6.1), houdt in dat de besluiten over verschillende vergunningen en ontheffingen gelijktijdig ter inzage worden gelegd. Op dat moment kan eenieder een reactie (zienswijze) geven. De bevoegde gezagen nemen vervolgens de definitieve besluiten, rekening houdend met de ontvangen adviezen en zienswijzen, welke wederom gelijktijdig (gecoördineerd) ter inzage worden gelegd. Als een belanghebbende het niet eens is met één of meer van de besluiten, kan hij/zij beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Er zijn tevens andere vergunningen en ontheffingen nodig voor het windpark. Dit zijn vergunningen in het kader van de Wet natuurbescherming en een watervergunning. De bevoegde gezagen hiervoor zijn respectievelijk de provincie Limburg en het Waterschap Limburg. De Provincie en het Waterschap zijn niet de bevoegde gezagen ten aanzien van het m.e.r. Dit blijft de gemeente. Initiatiefnemer project De gemeente Bergen is de initiatiefnemer. Hierbij is met name de projectgroep Energielandgoed Wells Meer en de portefeuillehouder belast met de uitvoering van het project en de m.e.r.-procedure.
Zij hebben opdracht gegeven het MER op te laten stellen. Tabel 1.1 Contactpersoon initiatiefnemers Initiatiefnemer Contactpersoon
Mevr. E (Ellen) Arts
Organisatie
Gemeente Bergen
Functie
Bestuurlijk projectleider Energielandgoed Wells Meer
h.arts@bergen.nl
Telefoon
(0485) 34 83 83
Postadres
Postbus 140, 5854 ZJ, Bergen (L)
Bezoekadres
Raadhuisstraat 2, 5854 AX Bergen (L)
Bevoegd gezag Omdat in het Energielandgoed ruimte is voor grootschalige zonnevelden van meer dan 50 MW, bepaalt artikel 9b van de Elektriciteitswet 1998 dat de rijkscoördinatieregeling, als bedoeld in artikel 3.35 van de Wet ruimtelijke ordening op het initiatief van toepassing is. Op 18 juni 2019 heeft de Minister van Economische Zaken en Klimaat, op grond van het gestelde in artikel 9b, vierde lid, onder a van de Elektriciteitswet 1998 besloten dat de rijkscoördinatieregeling niet van toepassing is op de besluitvorming inzake het Energielandgoed Wells Meer. Dit besluit is op 29 juni 2019, de dag na de dag waarop het besluit door publicatie in de Staatscourant bekend is gemaakt, in werking getreden. Voor gronden binnen het plangebied zijn geen rijksinpassingsplannen en/of provinciale inpassingsplannen ter inzage gelegd of vastgesteld. De gemeenteraad van de gemeente Bergen is daarmee bevoegd om onderhavig bestemmingsplan vast te stellen.
719007 | Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
Tabel 1.2 Contactgegevens bevoegd gezag
Bevoegd gezag
Gemeenteraad van de gemeente Bergen
Contactpersoon
Toon Cornelissen
Functie
Plaatsvervangend Raadsgriffier
t.cornelissen@bergen.nl
Telefoon
0485-348473
Postadres
Postbus 140, 5854 ZJ Bergen (L.)
Bezoekadres
Raadhuisstraat 2, 5854 AX BERGEN
Beleidskader Duurzame energiedoelstellingen Het kabinet Rutte III wil het aandeel hernieuwbare energie vergroten en heeft hiervoor afspraken maken in een Klimaatakkoord. In het regeerakkoord van het kabinet is een doelstelling van 49% reductie van broeikasgassen ten opzichte van 1990 neergelegd. Opwekking van duurzame energie, waaronder windenergie, dient hier een belangrijke bijdrage aan te leveren. Het klimaatakkoord is door het kabinet voorgelegd aan de Tweede Kamer en geeft aan dat in 2030 70% van de elektriciteit wordt opgewekt uit hernieuwbare bronnen. Dit wordt zowel op land als op zee ingevuld. In het Klimaatakkoord, onder regie van het kabinet, maken bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden concrete afspraken over de maatregelen waarmee de CO2-uitstoot in Nederland gehalveerd kan worden. Medio 2018 zijn alle betrokken partijen tot afspraken op hoofdlijnen gekomen. Deze afspraken zijn in de tweede helft van 2018 nader uitgewerkt en momenteel is het ontwerp-klimaatakkoord gereed. Dit ontwerp bevat concrete plannen om de CO2-uitstoot in Nederland te reduceren tot ten minste 49% in 2030. Voor wat betreft de sectortafel elektriciteit is een doelstelling van 84 Terawattuur (Twh) hernieuwbare energie in 2030 opgesteld, waarvan 49 Twh voor wind op zee en 35 Twh voor hernieuwbare energie op land.
In 2018 bedraagt de hernieuwbare elektriciteitsproductie circa 18 Twh.
Ruimtelijk rijksbeleid Nationale omgevingsvisie Op nationaal niveau is beleid in voorbereiding in de vorm van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Met de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Het gaat daarbij om het uitzetten van een koers om opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, in goede banen te leiden. Het streven is daarbij de kwaliteit van de leefomgeving te behouden en zoveel mogelijk te versterken. Eén van de nationale belangen uit de NOVI is het realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO₂-arm is, en de daarvoor benodigde hoofdinfrastructuur. In dit nationale belang worden de afspraken in zowel het Klimaatakkoord van Parijs als het nationale Klimaatakkoord (ontwerp 2018) herbevestigd. Dit betekent dat de
Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer | 719007 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
transitie naar een CO2 arme energievoorziening in 2050 gerealiseerd moet zijn, door dan 95% minder uitstoot van broeikasgassen te realiseren ten opzichte van 1990 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De “Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte” (SVIR, maart 2012) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op rijksniveau. Het is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. Ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en energietransitie wordt in het SVIR aangemerkt als een nationaal belang.
Beleid van Provincie Limburg Het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL) gaat over onderwerpen als wonen, verkeer, energie, infrastructuur, detailhandel, bedrijventerreinen, water, natuur, landschap, landbouw en ondergrond. Het POL geeft op hoofdlijnen aan welke rol de Provincie heeft voor deze thema’s en hoe de kwaliteit van de omgeving kan worden verbeterd. De Limburgse ambitie voor wat betreft duurzame energie is om een schone, betaalbare en leveringszekere energievoorziening te realiseren die gepaard gaat met regionale economische ontwikkeling, innovatie en werkgelegenheid en aanpak van het klimaatprobleem. De doelstelling voor de provincie Limburg sluit aan bij de nationale doelstelling, te weten: 14% hernieuwbare energie in 2020. De regio Noord Limburg, bestaande uit de gemeenten Mook en Middelaar, Gennep, Bergen, Venlo, Beesel, Venray, Horst aan de Maas, Peel en Maas, heeft een energievisie opgesteld waarmee afspraken voor duurzame energie op regionaal niveau zijn gemaakt. De regio onderschrijft de volgende doelen voor 2030, met als referentiejaar 2012: •
35% energiebesparing vóór 2030;
•
30% duurzame energie opwekking vóór 2030.
Voor grootschalige duurzame energie opwek zet de regio voornamelijk in op zonne- en windenergie en aardwarmte.
Energiebeleid en doelstellingen gemeente Bergen Uiterlijk in 2040 is het energieverbruik in de gemeente even groot als de totale hoeveelheid opgewekte duurzame energie in deze gemeente. Om energieneutraal te worden wil de gemeente besparen op energie, waarbij een besparingsdoelstelling van ongeveer 20% haalbaar wordt geacht. Voor de overige 80% moeten duurzame energiebronnen in de komende jaren voorzien in de energiebehoefte. Om energieneutraal te zijn zullen maatregelen genomen moeten worden in de vorm van windmolens, zonnevelden en biomassaprojecten. Doelstelling is om door middel van grootschalige opwek in de vorm van een energielandgoed per jaar minimaal 0,87 PJ te produceren, dat is ongeveer 50% van de energievraag. Dit komt overeen met de huidige doelstelling voor Energielandgoed Wells Meer. Op basis van de analyse in de Beleidsnota Windenergie is het gebied Wellsmeer en omgeving naar voren gekomen als het in eerste instantie meest geschikte gebied in de gemeente Bergen voor het plaatsen van minimaal drie en maximaal vijf windturbines. De gemeenteraad heeft in de beleidsnota windenergie aangeven alleen medewerking te verlenen aan de realisatie van windturbines in het gebied Wells Meer.
719007 | Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
Achtergrond locatie Voor de grootschalige energieopwekking zocht de gemeente een geschikte locatie. Het Energielandgoed moet voorzien in 50% van de energiebehoefte van Bergen: 0,87 PJ per jaar (870 TJ). Wat daar voor nodig is en op welke manieren daar in voorzien kan worden, is in het planMER Energielandgoed Wells Meer (Antea, 29 augustus 2018) onderzocht, dit MER is opgesteld ten behoeve van de besluitvorming over de Structuurvisie Energielandgoed Wells Meer. Met inachtneming van harde barrières (zoals afstand tot woonkernen en technische belemmeringen) beschikt gemeente Bergen over drie potentiële locaties voor grootschalige opwekking van duurzame energie (zie Figuur 3.2): Figuur 1.2 Totaaloverzicht uitsluitingsgebieden en beperkingsgebieden gemeente Bergen inclusief de locatiealternatieven
Afweging alternatieven Uit het MER van de structuurvisie en de aanvulling daarop blijkt dat op basis van de energieopbrengst, ruimtegebruik, leefomgeving en landschap valt op locatie B: het Wells Meer.
Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer | 719007 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
Tabel 1.3 Beoordeling locaties (aanvulling MER Structuurvisie Wells Meer, Antea Group 2018) Locatie A
Locatie B
Locatie C
Opwekken van duurzame energie Impact op het ruimtegebruik Impact op de leefomgeving Impact op het landschap
Binnen de locatie Wells Meer is ruimte voor de realisatie van een Energielandgoed: een gebied met een heldere structuur, eenheid, samenhang en begrenzing. Vanuit de kenmerken van het gebied is het noordoostelijke deel van het Wells Meer gekozen als plangebied. De keuze voor dit plangebied biedt de mogelijkheid er een landgoed van te maken waarbij er naast ruimte voor het opwekken van duurzame energie, ruimte is voor educatie, recreatie en innovatie. Wells Meer is de enige locatie waar de opgave voor de opwekking van duurzame energie gerealiseerd kan worden, en is daarnaast ook de enige locatie die geen sterk negatieve score heeft op de impact op ruimtegebruik, leefomgeving en landschap. Op basis van de analyse is het volgende plangebied voor het vervolgonderzoek (de effectstudie op basis van onderzoeksmodellen) opgesteld. Figuur 1.3 Plangebied voor ontwerp en effectbeoordeling onderzoeksmodellen
719007 | Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
Voornemen en alternatieven Voorgenomen activiteit De bandbreedte van het programma voor Energielandgoed Wells Meer, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Bergen, is weergegeven in Tabel 4.1. Tabel 1.4 Bandbreedte programma
Bron: planMER Energielandgoed Wells Meer, Antea 2018
Deze bandbreedte is gaandeweg de ontwerpfase nader ingevuld. Mede op basis van aanvullende (technische) haalbaarheidsstudies en (landschappelijke) ontwerpsessies is inhoud gegeven aan deze bandbreedte door het opstellen van de drie ontwerpmodellen. Zonnevelden Naast de feitelijke constructie van het zonneveld is ook infrastructuur nodig. Deze infrastructuur bestaat uit civieltechnische en elektrische werken. Civieltechnische werken zijn wegen en ‘tafels’ voor de constructie en het onderhoud van de zonnepanelen. De elektrische werken bevatten de kabels voor zowel het transport van de elektriciteit en eventuele bouwwerken voor correcte aansluiting op het bestaande elektriciteitsnetwerk. Onder deze bekabeling vallen ook kabels (veelal glasvezel) voor aansluiting van de zonnepanelen op het internet via een informatiesysteem. Voor correcte inpassing in het elektriciteitsnetwerk zijn bij aansluitpunt(en) op het net transformatorstations en een inkoopstations benodigd. Windturbine Het plan ziet toe op zowel de bouw van het windpark, wat een periode van ongeveer een jaar in beslag zal nemen, als de exploitatie.
Onder de bouw van het windpark wordt naast de realisatie van de windturbines ook alle bijbehorende voorzieningen verstaan, zoals aanpassing van bestaande wegen, aanleg van nieuwe ontsluitingswegen ten behoeve van het windpark, aanvoer van bouwmaterialen, realisatie van kraanopstelplaatsen en de installatie van de kabels. Een windpark heeft na oplevering een technische levensduur van minimaal 20-25 jaar, welke door onderhoud en vervanging is te verlengen. Gedurende de exploitatiefase zijn de activiteiten, naast de in bedrijf zijnde windturbines, beperkt tot het periodiek verrichten van inspecties en onderhoud.
Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer | 719007 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
Biomassa Biomassateelt Het plan ziet toe op het telen van biomassa. Dit kan zowel droge (hout, olifantengras) als natte (gras- en rietsoorten) biomassa zijn. Teelt betreft het beheer, oogst en inzaaien van de gewassen. Verbranding van biomassa Biomassa kan als energiedrager fungeren door dit te verbranden en de daarbij vrijkomende warmte te benutten. Dit kan dan wel via warmtenetten, dan wel door omzetting naar elektriciteit en aansluiting op het elektriciteitsnet. Een installatie die biomassa verbrand, wordt in dit rapport ook wel een biomassa centrale genoemd. Vergisting van biomassa Naast verbranding kan biomassa ook als energiedrager fungeren door deze te vergisten en het vrijkomende gas te benutten. Dit kan door het gas te transporteren naar een afnemer, dan wel het gas te verbranden en het product daarvan te benutten. Figuur 4.2 geeft de energetische opties van biomassa schematisch weer. Figuur 1.4 schematische weergave biomassa vergisting.
Bron: RVO
Recreatie en educatie De invulling van de recreatieve en educatieve functies krijgt vorm door de aanleg en exploitatie van een bezoekerscentrum en recreatieve routes die worden uitgezet in het Energielandgoed. Bedrijvigheid en innovatie Ook is het gewenst om in het Energielandgoed kleinschalige bedrijvigheid mogelijk te maken. De bedrijvigheid hier beperkt zich tot opslag van producten (panelen of overige duurzame
719007 | Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
energie gerelateerde producten) en een kantoorfunctie, waarin innovatieve bedrijven en/of startup’s zich kunnen vestigen. Netaansluiting De energie die opgewekt wordt in het energielandgoed moet worden getransporteerd naar het nationale elektriciteitsnet. Om het landgoed aan te kunnen sluiten op dit net, hebben de gemeente Bergen en netbeheerders Enexis en TenneT op 9 september 2019 een intentieovereenkomst getekend over het tijdig aansluiten van het Energielandgoed op het elektriciteitsnet. De realisatie van het kabeltracé en het transformatorstation maken geen onderdeel uit van het voornemen, wel is het echter noodzakelijk om de haalbaarheid van deze onderdelen te onderzoeken, zodoende te weten of het voornemen uitvoerbaar is. In de volgende afbeelding zijn de twee tracés opgenomen, waarlangs een kabel kan worden aangelegd om de in het Energielandgoed opgewekte stroom het plangebied uit te krijgen. De verdere detaillering van aansluiting op het elektriciteitsnet zal in een later stadium plaatsvinden. In dit MER worden de milieugevolgen van het aanleggen van deze tracés op hoofdlijnen beschreven. Figuur 1.5 Kabeltracés
Onderzoeksmodellen Onderstaande matrix beschrijft de onderzoeksmodellen op hoofdlijnen. Een uitgebreidere toelichting is te vinden in de Notitie Modellen Energielandgoed Wells Meer (H+N+S, 26 april 2019); deze notitie is opgenomen als bijlage 3 bij dit MER. De kaarten in deze paragraaf zijn ook in een groter formaat opgenomen in bijlage 4 van dit MER.
Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer | 719007 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
Tabel 1.5 Matrix toelichting ontwerpmodellen Energielandgoed Wells Meer Productiegericht
Ingepast
Innovatief
Zo kosteneffectief en snel mogelijk realiseren van zo veel mogelijk Accent
duurzame energie met bewezen technieken en een minimaal
Accent op de landschappelijke inpassing van duurzame energie opwekking
innovatie, educatie en ‘exposure’. Het landgoed als (inter)nationaal boegbeeld van de energietransitie
ruimtebeslag Energiemix Intensieve zonnevelden, Zon
geen meervoudig ruimtegebruik mogelijk. Oost-west opstelling
Biomassa
Beperkte inzet van biomassateelt
Zonne-energie in
Zonne-energie in
combinatie met extensief
combinatie met natuur,
agrarisch gebruik en/of
landbouw, waterberging,
natuurbeheer. Zuid-
begrazing etc.
opstelling
Testvelden
Natte en droge
Onderzoek naar
biomassateelt i.c.m.
vernieuwende vormen
natuurontwikkeling
van biomassateelt
Minimaal 5 turbines,
Inzet op minimale impact
locatie te bepalen n.a.v.
op de beleving en
onderzoek
interferentie met de
luchtvaartveiligheid
Duitse turbines
Ashoogte
150
150
160
Rotordiameter
150
150
170
Aantal windturbines
5 windturbines
3 windturbines
4 windturbines
Lijnopstelling langs de
Lijnopstelling langs de
Veenweg
zuidgrens plangebied
Wind
Opstellingsvorm
Centraal cluster grote turbines markeert het energielandgoed
Blok of clusteropstelling
Bron: notitie Modellen Energielandgoed Wells Meer, H+N+S, 2019
Milieubeoordeling Effecten ontstaan door het uitvoeren van de werkzaamheden, door het ruimtegebruik en in gebruik zijn van de verschillende onderdelen van het Energielandgoed Wells Meer. Dit MER onderzoekt deze effecten tijdens de aanleg, de exploitatie (gebruik, onderhoud, reparaties) en verwijdering van de onderdelen van het Energielandgoed. De effecten tijdens de aanleg en verwijdering zijn klein vergeleken bij de effecten tijdens de exploitatie. Dit MER richt zich dan ook vooral op de beoordeling van de effecten tijdens de exploitatie. Voor een aantal milieuaspecten, waaronder natuur, zijn ook de effecten tijdens de aanleg beschreven Het plangebied (Figuur 1.3) is het gebied waarbinnen het Energielandgoed Wells Meer kan worden gerealiseerd. Het studiegebied is het gebied waarbinnen de milieugevolgen zijn
719007 | Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
onderzocht. De omvang van het studiegebied verschilt per milieuaspect en is over het algemeen groter dan het plangebied. Grensoverschrijdende effecten Het Energielandgoed Wells Meer wordt aan de noordzijde begrensd door de topografische grens met Duitsland. Een logisch gevolg van de ligging van het plangebied en de voorgenomen activiteiten is dat er mogelijkerwijs grensoverschrijdende effecten optreden. Dit MER beschrijft per effecthoofdstuk of er sprake is van grensoverschrijdende effecten en toetst deze aan de relevante wet- en regelgeving.
Beoordelingskader In dit MER is op basis van regelgeving en beleid een beoordelingskader ontwikkeld waarmee de effecten van de alternatieven beoordeeld zijn. Dit betreft een integraal beoordelingskader, om zodoende de onderzoeksmodellen en het uiteindelijke voorkeursmodel integraal en vergelijkbaar te kunnen beoordelen Tabel 1.6 Integraal beoordelingskader Beoordelingscriteria geluid Aantal geluidgevoelige objecten binnen de Lden 47 dB contour (wind)
Kwantitatief
Aantal geluidgevoelige objecten tussen de Lden 47 dB en Lden 42 dB contour
Kwantitatief
(wind) Aantal gehinderden (wind)
Kwantitatief
Cumulatie (optreden door wind)
Kwantitatief
Aantal geluidgevoelige objecten binnen 50 meter van (een deel van) het
Kwantitatief
zonneveld Aantal geluidgevoelige objecten binnen 100 meter van biomassa-centrale
Kwantitatief
Potentiële toevoeging wegverkeerslawaai
Kwalitatief
Beoordelingscriterium Slagschaduw
Effectbeoordeling
Het totaal aantal woningen binnen drie slagschaduwduurcontouren (0, 6 en 16
Kwantitatief
uur) Beoordelingscriterium Landschap
Effectbeoordeling
Landschappelijke structuur Herkenbaarheid en kwaliteit van de opstelling of ingreep Interferentie Kwalitatief Invloed op visuele rust Invloed op openheid Zichtbaarheid Beoordelingscriteria natuur Gebiedsbescherming
Effectbeoordeling
Natura2000-gebieden NNN
Soortenbescherming
Vogels
Kwalitatief
Vleermuizen Overige soorten
Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer | 719007 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
Beoordelingscriteria Cultuurhistorie en archeologie
Effectbeoordeling
Effect op archeologische waarden (potentiële aantasting van waarden) Kwalitatief Effect op cultuurhistorie (aantasting van waarden) Beoordelingscriteria Water en Bodem
Effectbeoordeling
Effect op waterkwaliteit Kwalitatief Effect op waterkwantiteit Beoordelingscriteria Ruimtegebruik
Effectbeoordeling
Effect op landbouw Effect op recreatie en educatie Kwalitatief Effect op straalpaden Effect op luchtvaart Beoordelingscriteria Energieopbrengst en vermeden emissies
Effectbeoordeling
Elektriciteitsopbrengst Kwantitatief Vermeden emissies (soort en hoeveelheid) Beoordelingscriteria Veiligheid
Effectbeoordeling
Effecten op kwetsbare objecten Kwalitatief,
Effecten op industrie
kwantitatief indien Effecten op infrastructuur
nodig
Effecten op dijklichamen en waterkeringen Beoordelingscriteria Luchtkwaliteit
Effectbeoordeling
Effecten op de luchtkwaliteit
Kwalitatief, kwantitatief indien
Geur (mogelijke geurhinder)
nodig
Om de effecten van de inrichtingsalternatieven per aspect te kunnen vergelijken, worden deze op basis van een + / - schaal beoordeeld ten opzichte van de referentievariant. Hiervoor wordt de beoordelingsschaal gebruikt, zoals weergegeven in Tabel 5.2. De beoordeling wordt gemotiveerd. Tabel 1.7 Beoordelingsschaal Score
Oordeel ten opzichte van de referentiesituatie
--
Negatief
Het voornemen leidt tot een sterk merkbare negatieve verandering
-
Licht negatief
Het voornemen leidt tot een merkbare negatieve verandering
0
Neutraal
Het voornemen onderscheidt zich niet van de referentiesituatie
+
Licht positief
Het voornemen leidt tot een merkbare positieve verandering
++
Positief
Het voornemen leidt tot een sterk merkbare positieve verandering
Het doel van de onderzoeksmodellen is om te verkennen op welke manier het Energielandgoed kan worden vormgegeven en welke ontwerpkeuzes hieraan ten grondslag liggen om vervolgens een zorgvuldige afweging te kunnen maken tot een voorkeursmodel (VKM). De onderzoeksmodellen zijn; •
beoordeeld aan de hand van een Maatschappelijke Kosten Baten Analyse (MKBA, zie bijlage 6)
719007 | Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
•
de milieueffecten zijn in beeld gebracht (hoofdstukken 5 tot en met 17 van dit MER); en
•
het draagvlak in de omgeving is gepeild
Op basis van deze informatie is een voorkeursmodel (VKM) gekozen en vastgelegd in het Masterplan. De afweging bij de totstandkoming van dit VKM wordt in hoofdstuk 16 beschreven. Vervolgens worden in hoofdstuk 17 de effecten van het VKM (inclusief bijbehorende bandbreedte) separaat en specifiek beoordeeld naar alle relevante milieuaspecten.
Geluid De effecten van de onderzoeksmodellen ten aanzien van geluid verschillen onderling slechts gering. In alle modellen vindt er hinder op gevoelige objecten (o.a. woningen) plaats. Dit is bij alle modellen echter in beperkte mate. Het Model Productiegericht sorteert het grootste effect (in niet-gemitigeerde situatie). Door het toepassen van mitigerende maatregelen kunnen alle onderzoeksmodellen voldoen aan wet- en regelgeving in het kader van geluidhinder. Ook liggen er bij de toepassing van alle modellen woningen binnen een afstand van 50 meter tot de zonnevelden. Bij de inrichting van deze zonnevelden dient rekening gehouden te worden met de plaatsing van de omvormers en compacte transformatoren om geluidhinder tegen te gaan. Ten aanzien van biomassateelt is het uitgangspunt dat de geluidemissie hiervan het huidige gebruik niet overschrijdt.
Slagschaduw De effectbeoordeling van de onderzoeksmodellen laat zien dat er in alle onderzoeksmodellen hinder door slagschaduw kan optreden. Onderzoeksmodel Ingepast scoort met een totaal van 36 woningen waar hinder kan optreden iets beter dan de onderzoeksmodellen Productiegericht (47 woningen) en Innovatief (54 woningen). Voor alle onderzoeksmodellen kan, zo nodig met toepassing van een stilstandvoorziening om de duur van slagschaduw te beperken, aan de wettelijke norm worden voldaan.
Landschap De herkenbaarheid van de samenhang van de windturbines met relatief grote landschapsstructuren (Veenweg en Molenbeek/bosrand) van model Productiegericht en Ingepast op het middelste en laagste schaalniveau wordt positief (+)beoordeeld. De samenhang met relatief kleine landschapsstructuren (de verkavelingsrichtingen) van model Innovatief op het middelste en laagste schaalniveau worden negatief (-) beoordeeld. Met betrekking tot zon is model Productiegericht het meest negatief beoordeeld, model Ingepast en Innovatief min of meer gelijk. Met betrekking tot biomassateelt is model Productiegericht in zijn totaliteit licht negatief beoordeeld, model Ingepast positief en model Innovatief licht positief. Een inschatting maken van het totale landschappelijke effect van de drie onderzoeksmodellen kan alleen op hoofdlijnen. Gelet op de deelsamenvatting kan gesteld worden dat – kijkend naar het totale effect op landschap – het onderzoeksmodel Ingepast het positiefst c.q. minst negatief scoort, dan model Innovatief en dan model Productiegericht.
Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer | 719007 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
Natuur Beschermde gebieden Natura 2000-gebieden Uit de natuurtoets (bijlage 8) blijkt dat als gevolg van de aanleg van de geplande windturbines en zonnevelden er geen sprake is van ruimtebeslag van habitattypen. Wel kan sprake zijn van stikstofemissie in de aanlegfase van het energielandgoed. De onderzoeksmodellen zijn hierin niet onderscheidend. Het Natura 2000-gebied Maasduinen is aangewezen voor de nachtzwaluw als broedvogel en deze soort kan het plangebied gebruiken om te foerageren. Uit de natuurtoets (bijlage 8) blijkt dat voor de onderzoeksmodellen ‘Productiegericht’ en ‘Innovatief’ er sprake zal zijn van hooguit incidentele sterfte als gevolg van aanvaringen in de gebruiksfase. Van verstoring van foerageergebied is in deze modellen geen sprake. Voor onderzoeksmodel ‘Ingepast’ is ook geen sprake van maatgevende verstoring van foerageergebied, maar valt op voorhand niet uit te sluiten dat jaarlijks een exemplaar van nachtzwaluw in aanvaring komt met de windturbines. De niet-broedvogels waarvoor de omliggende Natura 2000-gebieden zijn aangewezen hebben geen binding met het plangebied van Energielandgoed Wells Meer. Er is derhalve zowel in de aanlegfase als in de gebruiksfase geen sprake van effecten op deze soorten. Natuurnetwerk Nederland (Goudgroene zone) De zuidwestelijke zonnevelden liggen binnen gebieden die behoren tot de Goudgroene zone.
Ook liggen een aantal van de geplande zonnevelden direct naast gebieden die behoren tot het NNN. De turbinelocaties bevinden zich op grotere afstand van de gebieden die behoren tot het NNN en zullen derhalve geen direct effect hebben op deze gebieden. Omdat er in alle onderzoeksmodellen sprake is van een ingreep binnen de begrenzing van het NNN, maar er geen sprake is van de aantasting van de wezenlijke waarden en kenmerken van het gebied, zijn de onderzoeksmodellen hierin niet onderscheidend. Daarnaast zijn er negatieve effecten voorzien van alle onderzoeksmodellen op natuur in de Zilvergroene zone en de broedende akkervogels in open akkers (Provinciale regeling). Beschermde soorten Vogels Het gebruik van de windturbines in Energielandgoed Wells Meer kan leiden tot een tiental aanvaringsslachtoffers per turbine per jaar (alle soorten samen). Dit geldt voor alle onderzoeksmodellen. Voor lokaal zeer talrijke soorten, worden jaarlijks enkele tot maximaal een tiental aanvaringsslachtoffers per soort in totaal voorspeld (zie bijlage 8). Dit betreft soorten die in grote aantallen in (de omgeving van) het plangebied aanwezig zijn (o.a. duiven en spreeuwen). Daarnaast passeren vogels tijdens de seizoenstrek die, vanwege hun grote aantallen en veelal nachtelijke vliegbewegingen, een hoge aanvaringskans hebben. Voor de betrokken soorten (o.a.
verschillende soorten lijsters en roodborst) kan het op jaarbasis per soort om een tiental of hooguit enkele tientallen slachtoffers gaan. Dit geldt voor alle onderzoeksmodellen. De populaties van deze soorten bestaan uit vele tienduizenden tot miljoenen individuen, waardoor de gunstige staat van instandhouding niet snel in het geding zal zijn
719007 | Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
Vleermuizen Bij het nu voorziene totaalaantal slachtoffers (15-25 afhankelijk van het onderzoeksmodel) is uitgesloten dat dergelijke sterfte een effect heeft op de gunstige staat van instandhouding van de betrokken soorten. Ook in cumulatie zal dit niet in het geding komen. Mocht onverhoopt een effect op de gunstige staat van instandhouding niet kunnen worden uitgesloten, dan kan door middel van een stilstandsvoorziening met een vleermuisvriendelijk algoritme het aantal aanvaringsslachtoffers onder vleermuizen drastisch worden verminderd. Dit geldt voor alle onderzoeksmodellen. Overige soorten Het plangebied is zeer beperkt van betekenis voor een aantal beschermde en Rode Lijst soorten onder grondgebonden zoogdieren. Indien bepaalde delen van het plangebied tijdens de aanlegfase worden ontzien, wordt een Wnb-ontheffing niet nodig geacht. Dit geldt voor alle onderzoeksmodellen.
Cultuurhistorie en archeologie Voor geen van de modellen is er sprake van aantasting van cultuurhistorische waarden. Wel bevatten alle modellen windturbineposities en/of zonnevelden in gebieden met een middelhoge en hoge archeologische waarde. Model Ingepast bevat windturbineposities in gebieden met een hoge archeologische verwachtingswaarde en scoort daarom negatief op het aspect archeologie. Modellen Productiegericht en Innovatief scoren hierdoor gering positiever.
Waterhuishouding en bodem Waterhuishouding De windturbines en biomassateelt zullen geringe effecten hebben op de waterhuishouding. De versnelde afvoer van hemelwater door aangebrachte verharding dient gecompenseerd te worden. Dit betreft alle onderzoeksmodellen. Ook zijn verleggingen of inpassing van een Awatergang noodzakelijk in alle onderzoeksmodellen. Het grote onderscheid tussen de modellen is de voorgenomen aanpassing van de Molenbeek. Dit maakt wel onderdeel uit van de modellen Ingepast en Innovatief, maar niet van Productief. Hierdoor scoort laatstgenoemde neutraal, waar Ingepast en Innovatief positief scoren. Bodem De effecten van zonnevelden op de bodem zijn complex, en in grote mate afhankelijk van de opstelling van de tafels, de huidige functie van de gronden, en de manier waarop er vervolgens met de bodem wordt omgegaan. Doordat in de modellen Ingepast en Innovatief de zonnevelden minder intensief worden ingevuld, is voor deze modellen een positieve score op de bodemkwaliteit voorzien, waar dit bij productiegericht neutraal is, omdat hier alleen intensieve zonnevelden worden gerealiseerd.
Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer | 719007 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
Ruimtegebruik Het plangebied wordt voornamelijk gebruikt voor agrarische doeleinden. Windenergie heeft een zeer beperkt ruimtebeslag en is daarom over het algemeen ook goed te combineren met andere gebruiksfuncties, waarmee meervoudig ruimtegebruik kan worden gefaciliteerd. De teelt van biomassa geeft geen verandering ten opzichte van de referentiesituatie. Een zonnepark is minder goed te combineren met de huidige agrarische functie. Tevens hebben zonneparken een effect op de bodemvruchtbaarheid van de grond en daarmee een effect op de agrarische functie. Dit is van belang als de grond later, na ontmanteling van de zonnevelden, weer voor landbouw gebruikt zal worden. Model Productiegericht wordt beoordeeld als negatief (effectbeoordeling: -- ) op het aspect Landbouw omdat de zonneparken niet verenigbaar zijn met agrarische functies en het ontwerp een negatief effect kan hebben op de bodemvruchtbaarheid. Model Ingepast wordt beoordeeld als licht negatief (effectbeoordeling: - ) omdat de zonnevelden een relatief beperkte intensiteit hebben en er beperkte mogelijkheden zijn voor combinatie met agrarische functies. Model Innovatief wordt beoordeeld als licht negatief (effectbeoordeling: - ). Wel is model Innovatief het beste verenigbaar met agrarische functies omdat de zonneparken een lage intensiteit hebben en kunnen worden gecombineerd met verschillende agrarische functies.
De modellen Ingepast en Innovatief leveren een positieve bijdrage aan de recreatieve en educatieve functies van het plangebied, dit effect is het minst bij het model Productiegericht. De windturbines behorende bij model Ingepast hebben een mogelijk effect op de werking van een straalpad en worden daarom beoordeeld als licht negatief (effectbeoordeling: - ). Maximaal 2 windturbines behorende bij model Productiegericht overstijgen de hoogtebeperkingen van het toetsingsvlak behorende bij de DME van Airport Weeze. Een specialistische toetsing zal nodig zijn om de potentiele verstoring nader te analyseren. Het model wordt daarom beoordeeld als licht negatief (effectbeoordeling: - ).
Energieopbrengst en vermeden emissies Duurzaam opgewekte energie zorgt voor minder uitstoot van broeikasgassen en vervuilende stoffen zoals CO2, SO2, NOx en fijnstof dan energie afkomstig van conventionele (fossiele) opwekmethoden. Uitgaand van het eerder toegelichte beoordelingskader kunnen de alternatieven worden beoordeeld. Deze beoordeling wordt in de tabel hieronder weergegeven. De elektriciteitsopbrengst, en daarmee samenhangend de vermeden emissies, van Model Productief is duidelijk hoger dan dat van Model Ingepast en Model Innovatief. De opbrengst van deze laatste twee modellen is weinig onderscheidend. Tabel 1.8 resultaten alternatieven t.a.v. energieopbrengst en vermeden emissies na mitigatie Productiegericht
Ingepast
Innovatief
Elektriciteitsopbrengst (in GWh/j)
357
266
261
Netto reductie CO2-emissie (in ton/j)
216.965
161.660
158.621
Reductie NOx-emissie (in ton/j)
109,46
81,56
80,02
Reductie SO2-emissie (in ton/j)
79,65
59,35
58,23
Reductie PM10-emissie (in ton/j)
2,14
1,60
1,57
719007 | Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
Veiligheid Er zijn geen knel- of aandachtspunten ten aanzien van externe veiligheid bij toepassing van de onderzoeksmodellen. De modellen zijn hierin dan ook niet onderscheidend.
Luchtkwaliteit In Model Productief wordt geen ruimte gemaakt voor de plaatsing van een biomassacentrale en scoort daarom neutraal (0). Model Ingepast en Model Innovatief bieden hier wel ruimte voor. Voor deze modellen kan daarom, voornamelijk in het geval van de komst van een biomassa verbrandingsinstallatie, niet worden uitgesloten dat de lucht wordt verontreinigd en er sprake is van geurproductie. Model Ingepast en Model Innovatief scoren daarom licht negatief (-) op zowel het criterium luchtverontreiniging als het criterium geur.
Netaansluiting In het MER is uitgegaan van een tweetal kabeltracés (Figuur 4.4) die mogelijkerwijs gevolgd kunnen worden om het Energielandgoed elders aan te kunnen sluiten, dan wel een kabel van het nationale elektriciteitsnet naar een transformatorstation in het plangebied aan te kunnen leggen. In overleg met de netbeheerder wordt (in een latere fase) besloten op welk (toekomstige) station zal worden aangesloten. Ten aanzien van de aspecten geluid, slagschaduw, ruimtegebruik, landschap en energieopbrengst treden er geen relevante effecten op wat betreft de netaansluiting. Ten aanzien van de effecten op waterhuishouding en bodem en externe veiligheid treden er geringe effecten op en zijn de alternatieven niet onderscheidend. Ten aanzien van natuur treden er bij beide tracés effecten op. Echter scoort tracé alternatief 1 hierop beter, omdat hier grotendeels de Wezerweg wordt gevolgd, waardoor minder ecologisch beschermd gebied wordt doorkruist. Wat betreft cultuurhistorie en archeologie dient voor beide tracés, maar met name tracé 1 over een aanzienlijke lengte aanvullend archeologisch onderzoek, conform de KNA-procedure, uitgevoerd te worden. De alternatieven zijn hierin niet onderscheidend.
Afweging De effectbeoordeling van de onderzoeksmodellen laat zien dat alle onderzoeksmodellen milieugevolgen hebben. Voor enkele milieuaspecten blijkt de beoordeling van de onderzoeksmodellen exact gelijk te zijn. Dit is het geval voor de aspecten Natuur en Veiligheid. Ten aanzien van het aspect ‘Elektriciteitsopbrengst’ scoort het model ‘Productiegericht’ beter dan de andere twee modellen. Maar wat betreft het aspect ‘Geluid’ scoort het model ‘Productiegericht’ negatiever, gezamenlijk met het model ‘Innovatief’. Op het aspect ‘Landschap’ scoren de modellen ‘Ingepast’ en ‘Innovatief’ het best. De verschillen tussen de onderzoeksmodellen zijn vooral ingegeven door de opstellingen, aantallen en afmetingen van de windturbines, de inrichting van de zonnevelden en het wel of niet toepassen van biomassa.
Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer | 719007 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
Tabel 1.9 Samenvatting beoordeling milieuaspecten drie onderzoeksmodellen Geluid (zonder mitigatie)
Productiegericht
Ingepast
Innovatief
-
-
-
-
0
0
-
-
--
0
0
0
0
0
0
Productiegericht
Ingepast
Innovatief
--
-
--
Productiegericht
Ingepast
Innovatief
Ruimtelijk concept
+
+
+
Landschappelijke hoofdstructuur
-
0
+
Energiemix:
wind
--
-
-
zon
-
0
0
overig (biomassa)
-
+
0
Recreatie
0
++
+
Natuur
+
++
+
Landbouw
--
0
+
Bedrijvigheid
0
+
+
Productiegericht
Ingepast
Innovatief
Natura 2000-gebieden
0/-
0/-
0/-
NNN
-
-
-
Vogels
0/-
0/-
0/-
Vleermuizen
0/-
0/-
0/-
Overige soorten
0/-
0/-
0/-
Productiegericht
Ingepast
Innovatief
Effect op cultuurhistorie
0
0
0
Effect op archeologische waarden
-
--
-
Aantal geluidgevoelige objecten binnen de Lden 47 dB Aantal geluidgevoelige objecten tussen de Lden 47 dB en Lden 42 dB contour Aantal woningen binnen 50 meter van zonneveld Aantal woningen binnen 100 meter van biomassacentrale Potentiële toevoeging wegverkeerslawaai Slagschaduw (zonder mitigatie) Het aantal woningen binnen drie Slagschaduwduurcontouren (0, 6 en 15 uur) Landschap
Natuur Gebiedsbescherming
Soortenbescherming
Cultuurhistorie en Archeologie
Water en Bodem
Productiegericht
Ingepast
Innovatief
Waterkwaliteit
0
+
+
Waterkwantiteit
-
+
+
Bodemverontreiniging
0
0
0
Bodemkwaliteit
0
0/+
+
Ruimtegebruik
Productiegericht
Ingepast
Innovatief
Landbouw
--
-
-
Recreatie en educatie
+
++
++
Straalpaden
0
-
0
719007 | Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
Defensieradar
--
--
--
Luchtverkeer
-
0
0
Elektriciteitsopbrengst
Productiegericht
Ingepast
Innovatief
Elektriciteitsopbrengst
++
+
+
Vermeden emissie CO2
++
+
+
Vermeden emissie NOx
++
+
+
Vermeden emissie SO2
++
+
+
Vermeden emissie PM10
++
+
+
Productie
Ingepast
Innovatief
Bebouwing – Kwetsbare objecten
0
0
0
Bebouwing – Beperkt kwetsbare objecten*
0
0
0
Verkeer – Wegen
0
Veiligheid
0
Verkeer - Waterwegen
Nvt
Verkeer – Spoorwegen
Nvt
Industrie en risicovolle inrichtingen
0
Onder- en bovengrondse transportleidingen
Nvt
Hoogspanningslijnen
Nvt
Dijklichamen en waterkeringen
Nvt
0
0
Overige functies**
0
0
0
Luchtkwaliteit
Productief
Ingepast
Innovatief
Luchtverontreiniging
0
-
-
Geur
0
-
-
De effectbeoordeling van de onderzoeksmodellen geven een duidelijk beeld van de ‘randen van het speelveld’ waarbinnen het voorkeursmodel ontwikkeld kan worden. Per onderdeel van het Energielandgoed is een korte samenvatting gegeven van de aspecten waarmee vanuit milieuoogpunt rekening gehouden wordt bij het ontwikkelen van het voorkeursmodel.
Wind Aangezien in alle onderzoeksmodellen wordt voldaan aan de doelstelling ten aanzien van de grootschalige opwek van duurzame energie, is vanuit het milieuoogpunt bij de keuze van de opstelling het beperken van de milieueffecten van belang. De impact van de opstellingen uit de onderzoeksmodellen op geluid en slagschaduw zijn niet direct onderling vergelijkbaar, omdat voor de opstelling in het onderzoeksmodel ‘Innovatief’, gebruik gemaakt is van een groter windturbine-type dan in de overige onderzoeksmodellen. Wel blijkt dat bij deze opstelling de meeste effecten optreden ten aanzien van geluid en slagschaduw. Deze zijn het minst bij de opstelling zoals onderzocht bij het onderzoeksmodel ‘Ingepast’. Hierbij zijn echter de effecten op natuur naar verwachting het grootst (zij het niet onderscheidend in de effectbeoordeling).
Zon De opstellingen van de zonnevelden verschillen in de onderzoeksmodellen in intensiteit, hoeveelheid en gering in locatie. Uit de effectbeoordelingen blijkt dat de impact op met name het landschap maatgevend is. Daarnaast is er ook een gering onderscheid in de effectbeoordeling ten aanzien van Bodem en Water. Een grotere onderlinge afstand en lagere
Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer | 719007 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
intensiteit in de opstelling van de zonnevelden, heeft een positieve invloed op de effectbeoordeling. Ten aanzien van natuur is het zaak om zoveel als mogelijk de aantasting van beschermde natuurgebieden te voorkomen (Natuur in de Goudgroene zone).
Biomassa Gebleken is dat de beschikbaarheid van grondstoffen voor de toepassing van biomassa in het Energielandgoed Wells Meer gering is. Binnen de gemeente Bergen zijn slechts beperkt grondstoffen aanwezig en ook blijkt dat de energetische bijdrage aan de doelstelling van grootschalige opwekking van duurzame energie voor het Energielandgoed slechts beperkt is. Daarnaast is er sprake van een negatief effect op de luchtkwaliteit, al zij het een gering effect, aangezien slechts een biomassa-centrale of co-vergister van geringe omvang is voorzien.
Overige afwegingen Naast de onderdelen wind, zon en biomassa, is er tevens een afweging te maken over de invulling van de Energieboulevard en het uiteindelijke plangebied voor het voorkeursmodel. Deze afwegingen worden hier kort toegelicht. Energieboulevard Uit de effecthoofdstukken blijkt dat er drie milieuaspecten met name relevant zijn voor de nadere invulling van de Energieboulevard: (externe) Veiligheid, Luchtkwaliteit en Natuur. Ten aanzien van externe veiligheid is met name de plaatsing van de windturbines relevant. Door deze dicht bij de Energieboulevard te plaatsen, kan dit beperkingen met zich mee brengen ten aanzien van de toegangsweg tot het Energielandgoed en de invulling van het bedrijventerrein. Er wordt een toename in verkeer verwacht vanwege het bezoekerscentrum en de voorziene bedrijven in het Energielandgoed. Door een toename in verkeer, is er sprake van een effect op de luchtkwaliteit en kan er sprake zijn van stikstofdepositie op beschermde en gevoelige natuurgebieden. Plangebied Uit de onderzoeksmodellen blijkt dat de inrichting van het plangebied door wind en zon zich met name concentreert in het westelijke deel. Het zuidoostelijke deel van het plangebied wordt nagenoeg niet ingevuld met zon en wind, maar wel met biomassa (zowel teelt als de biomassacentrale of co-vergister).
Voorkeursmodel In het voorkeursmodel komen verschillende onderdelen van de drie onderzoeksmodellen (Productiegericht, Ingepast en Innovatief) terug in een combinatie van verschillende ruimtelijke concepten. Zo worden er gebieden ingericht met een intensieve energieopwekking, maar is er ook ruimte gemaakt voor gebieden met een meer landschappelijk ingepaste opwekking en gecombineerd ruimtegebruik. In het voorkeursmodel is plaatsgemaakt voor een energieboulevard welke van oost naar west door het plangebied loopt en ruimte biedt aan innovatieve vormen van meervoudig ruimtegebruik en bedrijvigheid met o.a. een innovatie- en bezoekerscentrum. De energiemix bestaat uit vier windturbines (in een lijn- of clusteropstelling) en 264 hectare aan zonnevelden met variërende intensiteit en opstellingsvormen. De landschappelijke hoofdstructuur heeft veel weg van het model Productiegericht, waarbij de verkavelingsrichting van de meeste kavels pal op het zuiden georiënteerd is.
719007 | Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
Het plangebied voor het VKM is compacter geworden dan bij de onderzoeksmodellen is onderzocht. Uit de effectanalyse van het onderzoeksmodel Productiegericht, is onder andere gebleken dat met een geringer oppervlak ruim kan worden voldaan aan de doelstellingen én dat de effecten ten aanzien van ecologie met mogelijk mitigerende maatregelen, zeer acceptabel kunnen zijn. Er is dan ook gekozen om het plangebied te concentreren op en rond het landgoed Wells Meer. Hierdoor maakt het zuidoostelijke deel van het plangebied van de onderzoeksmodellen geen onderdeel meer uit van het plangebied voor het VKM en daarmee van het bestemmingsplan. Een andere overweging bij deze keuze is het nu niet ruimtelijk mogelijk willen maken van de toepassing van biomassa, die in de onderzoeksmodellen in deze ’hoek’ van het plangebied was voorzien. Figuur 1.6 – Plangebied, wind- en zonne-energie in het voorkeursmodel
Zon In het VKM wordt in totaal voor 264 hectare ruimte gegeven aan zonnevelden. De oppervlakte wordt niet volgens dezelfde ontwerpprincipes ingericht. Om te kunnen voldoen aan de doelstellingen van de zonnevelden, zoals in voorgaande paragraaf beschreven, worden enkele specifieke inrichtingsprincipes meegegeven. Er zijn vier verschillende soorten zonnevelden: 1. Intensieve oost-west opstelling 2. 3.
Reguliere zuid-opstelling Testvelden
4.
Zonnepark
Wind Het VKM bevat een drietal varianten ten aanzien van wind. In Figuur 17.1 zijn deze varianten weergegeven. Het betreft één lijnopstelling en twee clusteropstellingen. De lijnvariant is opgenomen om de Energieboulevard landschappelijk te accentueren, en de hinder voor
Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer | 719007 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
woningen aan de Veenweg te beperken. Daarnaast is een korte onderlinge afstand gehanteerd om de woningen aan de Wezerweg zo veel als mogelijk te ontzien. Het compacte cluster is opgenomen vanuit het eerder aangegeven landschappelijk oogpunt, maar ook om de woningen aan de Wezerweg en de Veenweg maximaal te ontzien, door de lijnopstelling naar het oosten toe compacter te maken, en naar het zuiden toe uit te breiden. Hierdoor komen twee windturbines dichter bij de Maasduinen te staan. Naast dit compacte cluster is, omwille van de onderlinge afstand van de windturbines, ook een ruim cluster voor het VKM ontwikkeld. Met dit cluster wordt getracht recht te doen aan de landschappelijke effecten en de beperking van de hinder voor omliggende woningen aan de Wezerweg en de Veenweg, met een verwachte geringe toename van de impact op Natuur, ten opzichte van de lijnopstelling en het compacte cluster. De volgende tabel geeft per variant een bandbreedte van de afmetingen van de windturbines in het VKM. Tabel 1.10 bandbreedte van afmetingen in het Voorkeursmodel Voorkeursmodel
Rotordiameter (m)
Ashoogte (m)
Tiphoogte (m)
VKM 1 – lijn Min
130
130
195
VKM 1 – lijn Max
170
165
250
VKM 2A – kleine cluster
130
130
195
VKM 2B – grote cluster Min
130
130
195
VKM 2B – grote cluster Max
170
165
250
Energieboulevard Een Energieboulevard maakt tevens onderdeel uit van het VKM. Een dergelijke boulevard maakt onderdeel uit van het onderzoeksmodel ‘Innovatief’. Aan deze Energieboulevard worden verschillende functies mogelijk gemaakt, waaronder testvelden voor zonnepanelen, een bezoekerscentrum en een kleinschalig bedrijventerrein waar innovatieve bedrijven kantoor kunnen houden en kleinschalige opslag mogen voeren. Er wordt ook een bezoekerscentrum gerealiseerd waar recreanten in het landgoed meer informatie over het Energielandgoed tot zich kunnen nemen, maar waar ook lezingen en dergelijke kunnen worden gehouden. Naast het bezoekerscentrum wordt de ontwikkeling van duurzame bedrijvigheid mogelijk gemaakt. Dit betekent dat er ruimte wordt gegeven aan bedrijven die de voorkeur geven om kantoor te houden bij een energielandgoed zoals Wells Meer.
Effecten van geluid Aantal gevoelige objecten binnen de Lden 47 dB contour Met behulp van mitigerende maatregelen kan in alle varianten worden voldaan aan de geluidnorm uit het Activiteitenbesluit. Echter, na het toepassen van deze mitigerende maatregelen is er nog sprake van een overschrijding van de Lden 47dB op één woning in de VKM varianten 1 en 2b, door het cumulatieve effect met de windturbines in Duitsland. Hierdoor scoren deze varianten licht negatief (-) en variant VKM 2a neutraal (0), aangezien in deze variant geen woningen binnen deze contour liggen.
719007 | Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
Aantal geluidgevoelige objecten tussen de Lden 47 dB en Lden 42 dB contour Na toepassing van mitigerende maatregelen, zijn er in cumulatie met de Duitse windturbines circa 25 woningen in elke variant die in deze contour vallen. Door realisatie van het Energielandgoed worden circa 13 woningen van deze 25 binnen deze contour belast. Dit wordt als negatief beoordeeld (--) Aantal gehinderden Conform de rekenmethode van TNO is berekend welk aantal personen ernstig gehinderd zullen worden door het windturbinegeluid als gevolg van de realisatie van het Energielandgoed Wells Meer. Uit de berekening zullen maximaal 3 persoon aanvullend ernstig gehinderd worden door de realisatie van het Energielandgoed Wells Meer. Derhalve scoren alle varianten een licht negatief effect (-) Cumulatie geluid met andere bronnen Uit de berekening blijkt dat er maximaal op 8 toetspunten een verslechtering van de akoestische kwaliteit plaatsvindt. Op enkele toestpunten wordt een verslechtering van twee geluidklassen voorzien door realisatie van het Energielandgoed. Aangezien het hier om toetspunten gaat, en niet om het aantal woningen, wordt dit effect als negatief beoordeeld (--). Aantal woningen binnen 50 meter tot de zonneparken Er liggen in totaal 10 woningen binnen een afstand van 50 meter tot de grenzen van de zonneparken.
Dit effect wordt als licht negatief beoordeeld (-), omdat er voldoende ruimte overblijft om met detailengineering de geluidbronnen (omvormers) op voldoende afstand te plaatsen tot deze woningen.
Effecten van slagschaduw De effecten ten aanzien van slagschaduw door de realisatie van windenergie conform het VKM mét mitigerende maatregelen, worden voor alle opstellingen beoordeeld als negatief (effectbeoordeling: -- ). Ten opzichte van de referentiesituatie zullen er door alle opstellingen meer dan 40 woningen enige mate van slagschaduwhinder ervaren. Echter, door middel van mitigerende maatregelen (stilstandvoorziening) zullen alle woningen niet meer dan 6 uur slagschaduwhinder ervaren. Dit neemt niet weg dat voor alle varianten er meer dan 40 woningen binnen de slagschaduwcontour.
Effecten op landschap De ontwikkeling van een voorkeursmodel op basis van de onderzoeksmodellen heeft op een aantal criteria tot een positiever effect op landschap geleid, maar ook op een aantal criteria tot een gelijkwaardig of negatiever effect. Over het geheel genomen betekent het VKM een verbetering van model Productiegericht (Productiegericht), dat nog steeds het meest negatief is beoordeeld. Model Ingepast (Ingepast) en Innovatief (Innovatief) scoren wat betreft hun effect op het planaspect landschap over de hele linie echter iets positiever dan het voorkeursmodel (VKM). Op basis van de vogelvluchtperspectieven kan geconcludeerd worden dat het energielandgoed zich uiteindelijk zal ontwikkelen als een eigen entiteit. Qua maat en schaal van de ruimtes ontstaat door dit initiatief een meer geleidelijke overgang van zuidwest naar noordoost en vice versa. Qua invulling zal er een nieuw gebied ontstaan dat enerzijds afwijkt van zijn omgeving door zijn nieuwe invulling (energieproductie in plaats van landbouw), maar dat anderzijds daar goed op aansluit, met name door zijn rationele opzet en maatvoering.
Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer | 719007 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
Effecten op natuur Ten opzichte van de eerder onderzochte onderzoeksmodellen wijken de locaties van de vier windturbines weliswaar enigszins af, maar de nieuwe turbinelocaties zullen niet tot betekenisvolle andere effecten leiden dan de inrichtingsmodellen. In vergelijking tot onderzoeksmodel ‘ingepast’ (die de ‘grootste’ effecten op natuur heeft door een mogelijk effect op de nachtzwaluw) verschillen de effecten van de drie VKM varianten niet in effecten m.b.t.: •
Natura 2000-gebieden (habitattypen en –soorten en niet-broedvogels);
•
Natuurnetwerk Nederland (inclusief Zilvergroene zone, etc.);
•
Soortbescherming.
Voor deze aspecten gelden dezelfde conclusies als voor inrichtingsmodel ‘ingepast’. In het zuidwesten van het VKM vindt er een overlap plaats van zonnevelden met een klein deel van de Goudgroene natuurzone. Daarnaast is er bij het adres Wellsmeer 1a een steenuil aanwezig. Het plan biedt echter voldoende ruimte om een inrichting te ontwerpen waardoor er geen negatieve effecten optreden voor de steenuil.
Effecten op cultuurhistorie en archeologie De effecten ten aanzien van Cultuurhistorie door de realisatie van het VKM worden beoordeeld als een licht negatief effect hebbende (-), dit geldt voor alle varianten van het VKM, aangezien dit effect door de zonnevelden wordt veroorzaakt. Er is sprake van mogelijke aantasting van enkele houtwallen en een houtsingel van 100 jaar of ouder. De effecten ten aanzien van het aspect Archeologie door de realisatie van wind- en zonne-energie conform het voorkeursmodel, worden beoordeeld als licht negatief (-). De grondroering als gevolg van de realisatie van de zonnevelden overschrijdt de drempelwaardes voor de archeologische onderzoeksplicht. Tijdens de vergunningsfase is een archeologisch onderzoek daardoor verplicht. Het VKM is daarmee niet onderscheidend ten opzichte van de eerder beoordeelde alternatieven.
Effecten op waterhuishouding en bodem Waterhuishouding De fundaties, en bijbehorende kraanopstelplaatsen en toegangswegen, vergrootten het verharde oppervlak in het plangebied naar schatting met circa 10.528 m2 (inkoopstations niet meegenomen). De daadwerkelijke effecten en de noodzaak en hoeveelheid van de benodigde berging dient in overleg met het waterschap en de gemeente bepaald te worden. Voor de instandhouding van een goede waterkwaliteit, grondgebruik en een veilige afwatering speelt het oppervlaktewater een cruciale rol. Bij de realisatie van zonne-energie conform het VKM wordt de waterhuishouding beïnvloed door een veranderende verspreiding van neerslag over de bodem. Door de overdekking die de zonnepanelen vormen zal neerslag geconcentreerder op de bepaalde plekken terechtkomen waar mogelijk uitloging plaats zal vinden. De hemelwaterafvoer, of het borgingsvermogen wordt hierdoor niet beïnvloed omdat voldoende infiltratiemogelijkheden in de grond aanwezig blijft. Omdat er ruimte tussen de panelen vrij gehouden wordt, en de rijen op voldoende afstand van elkaar staan worden er geen negatieve effecten verwacht. Door gebruik te maken van niet-uitlogende (bouw)materialen, wordt uitspoeling van stoffen voorkomen en is ook een verandering van de grondwaterkwaliteit niet verwacht.
719007 | Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
Het uitgangspunt in het VKM is om de waterkwaliteit van de Molenbeek te verbeteren en tevens de hoge piekafvoeren in de winter te kunnen opvangen en meer water vast te houden voor droge zomers. Langs de beek wordt een aantal moeraslanden aangelegd (kralensnoer), waar geen beekloop meer aanwezig is: de beek zoekt hier zelf haar weg. Er wordt gerefereerd aan de historische situatie van het Wells Meer met nat moeras/veen. Het effect op het aspect waterhuishouding (waterkwaliteit en -kwantiteit) door de realisatie de Molenbeek conform het VKM, wordt beoordeeld als positief. Bodem Doordat in het huidige bodemgebruik er sprake is van intensieve landbouw (zoals in het plangebied het geval is) zullen er ook positieve effecten optreden. Doordat de grond een lange periode braakliggend zal zijn krijgt deze de kans om tot rust te komen (te verschralen) waardoor de bodemkwaliteit langzaamaan kan herstellen en verbeteren. De verwachting is dat er door het VKM voornamelijk positieve effecten op de bodemkwaliteit zullen optreden. In het VKM worden de zonnevelden in verschillende mate van intensiteit opgesteld en wordt er veel ruimte gegeven aan natuur functies binnen het zonnepark. De effecten van de realisatie van zonne-energie conform het VKM op het aspect bodemkwaliteit worden beoordeeld als positief.
Effecten op ruimtegebruik Het plangebied wordt voornamelijk gebruikt voor agrarische doeleinden (aspect Landbouw). Windenergie heeft een zeer beperkt ruimtebeslag en is daarom in het algemeen ook goed te combineren met andere vormen gebruiksfuncties waardoor meervoudig ruimtegebruik optreedt. Een zonnepark is over het algemeen minder goed te combineren met de huidige agrarische functie. Tevens hebben zonneparken een effect op de bodemvruchtbaarheid van de grond en daarmee een effect op de agrarische functie. Dit is van belang als de grond later, na ontmanteling van de zonnevelden, weer voor landbouw gebruikt zal worden. De realisatie van wind- en zonne-energie conform het voorkeursalternatief heeft daarmee een sterk negatief effect op het aspect landbouw. Het voorkeursmodel is beoordeeld met een positieve bijdrage aan het aspect Recreatie en Educatie. Op de aspecten Straalpaden en Luchtvaart zijn de effecten van de realisatie van het voorkeursmodel beoordeeld als geen effect hebbende (effectbeoordeling: 0). Ook ten aanzien van Defensieradar is na (mitigerende maatregelen) beoordeeld als neutraal. Door middel van een turbinetype van geringe omvang, kan worden voldaan aan de eisen van het Ministerie van Defensie.