1 B10 Toelichting Bijlage 10 Nota inspraak en overleg
Tekst van het document
51% van de aandelen van de nog op te richten BV voor zijn
gekozen juridische constructie voor de exploitatie van het Energielandgoed.
rekening zal nemen. Het staat daarom ook niet vast dat de
Inspreker vraagt of het college de garantie kan geven dat de gekozen juridische
gemeente 51% van het benodigde investeringsvermogen zal
constructie voor exploitatie van het Energielandgoed rechtsgeldig is.
gaan bijdragen of zal gaan lenen. Belangrijk uitgangspunt is dat de gemeente haar “grip” (doorslaggevende zeggenschap) over de ontwikkeling en de exploitatie niet verliest. Dit kan op verschillende manieren, niet alleen met 51% van de aandelen. Dit moet nog verder worden uitgewerkt en hierbij zal ook een juridische toets worden uitgevoerd.
9.21
Op pagina 19 van de regels van het voorontwerpbestemmingsplan is aangege-
In een later stadium zal blijken wat de reële maat van het
De reactie leidt niet tot
ven dat “de oppervlakte van gebouwen voor het bezoekerscentrum in totaal niet
bezoekerscentrum is.
aanpassing van het bestem-
meer dan 1.300 m2 bedraagt”.
mingsplan. 2
Een bezoekerscentrum met een oppervlakte van 1300 m lijkt inspreker rijkelijk overdreven gezien het feit dat deze oppervlakte vergelijkbaar is met 3,5 keer de grote zaal van concertgebouw de Vereeniging in Nijmegen, of de helft van het
vloeroppervlak van het Decathlon filiaal in Nijmegen. Inspreker vraagt of het college ook van mening is dat 1300 m2 vloeroppervlak
48
voor een bezoekerscentrum van een energiepark rijkelijk aan de grote kant is en dat dit geld dus beter anders besteed kan worden? 10
Inspreker 10
10.1
Het plangebied heeft een zeer open karakter, een zeer grote schaal en maat en
Voor een onderbouwing van de locatiekeuze van het
De reactie leidt niet tot
is rationeel verkaveld. Het gebied is relatief vlak en ligt min of meer in een kom.
energielandgoed wordt verwezen naar de beantwoording
aanpassing van het bestem-
Deze structuur en vormgeving vormen ideale omstandigheden voor het huidige
van inspraakreactie 2.1.
mingsplan.
Bovendien geldt dat deze locatie precies in het radarverstoringsgebied van
De potentiële effecten op luchtvaart zijn beschreven in het
De reactie leidt niet tot
luchthaven Volkel is gesitueerd. Dit heeft tot gevolg dat het gebied absoluut niet
MER. De nabijheid van luchthaven Volkel heeft geen invloed
aanpassing van het bestem-
geschikt is voor de realisatie van turbines. Nadere toelichting, uitleg of nader
op de (burger)luchtvaart. Wel is er sprake van invloed op het
mingsplan.
onderzoek hierover ontbreekt in het voorontwerp. Gelet op de nabijheid van het
verkeersleidingsradarsysteem van het Ministerie van
vliegveld Volkel is de locatie dan ook niet geschikt om een ontwikkeling mogelijk
Defensie. Hieromtrent vindt aanvullend onderzoek en
te maken tot energielandgoed. Inspreker ziet dan ook niet in waarom de
overleg plaats met TNO en het Ministerie. In het bestem-
gemeente Bergen juist op deze locatie de ontwikkeling van een energielandgoed
mingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen
mogelijk wil maken.
dat een omgevingsvergunning voor het bouwen van een
gebruik van het landgoed ten behoeve van akkerbouw en graszodenteelt. Uit het beleid van de rijksoverheid vloeit voort dat de locatie die de gemeente Bergen nu kennelijk voor ogen staat als locatie waar het energielandgoed ontwikkeld zal moeten worden, absoluut niet de voorkeur heeft. Waarom kiest de gemeente Bergen voor deze locatie die juist bij uitstek geschikt is voor landbouw en graszodenteelt? 10.2
windturbine alleen kan worden verleend onder voorwaarde dat minimaal 10 weken voorafgaand aan de start van de bouw van de windturbine een positief advies wordt verkregen van het Ministerie van Defensie. Een positief advies wordt verleend zodra vaststaat dat de turbine niet leidt tot onaanvaardbare radarverstoring. Op deze wijze is gewaarborgd dat de defensieradars niet worden verstoord door de windturbines.
10.3
De toelichting met betrekking tot de vormgeving van het landgoed lijkt niet
In het bestemmingsplan ‘Energielandgoed Wells Meer’ is de
De reactie leidt niet tot
eenduidig. Inspreker vraagt zich af of gekozen wordt voor een extensieve
invulling uit het voorkeursmodel uit het MER mogelijk
aanpassing van het bestem-49
opstelling van de zonnepanelen of is de noodzaak aanwezig voor realisatie van
gemaakt, welke ook heeft gediend als basis voor het
mingsplan.
een intensieve opstelling met intensieve zonnevelden met een hoge dichtheid
Masterplan. Dit is een maximale invulling. In het bestem-
aan panelen om de doelstellingen te kunnen behalen?
mingsplan ‘Energielandgoed Wells Meer’ wordt onderscheid gemaakt tussen zonnevelden en het zonnepark. In het zonnepark (ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – zonnepark) is alleen een extensieve invulling toegestaan. Hoe intensief of extensief de opstellingen uiteindelijk ingevuld worden, wordt pas ingevuld bij de aanbesteding voor het Energielandgoed en zal onder andere afhankelijk zijn van de stand van de techniek op dat moment.
10.4
De landschappelijke effecten van de windturbines zijn onvoldoende onderzocht.
In de verschillende stappen in het proces rondom het
De reactie leidt niet tot
Het lijkt er op dat de gemeente de landschappelijke effecten aanvaardbaar acht
Energielandgoed wordt ook het effect op het landschap
aanpassing van het bestem-
met een enkele verwijzing naar de turbines die zich op het Duitse grondgebied
betrokken en onderzocht.
mingsplan.
bevinden. Deze verwijzing kan niet beschouwd worden als een voldoende en toereikende ruimtelijke onderbouwing.
Zo zijn bijvoorbeeld bij de locatiekeuze voor het Energielandgoed onder andere de effecten op het landschap meegewogen (zie de beantwoording van reactie 2.1). In hoofdstuk 8 van het MER zijn de effecten van de verschillende varianten voor het Energielandgoed op het landschap beoordeeld. Hierin zijn de aansluiting bij en invloed op de landschappelijke structuur, de kwaliteit van de opstelling als geheel, de invloed op de openheid en de zichtbaarheid beoordeeld. Dit reikt verder dan de relatie met de windturbines in Duitsland. Bij het vormgeven van de ruimtelijke hoofdstructuur voor het
landgoed in het Masterplan Wells Meer, is tot slot ook rekening gehouden met de landschappelijke kenmerken van 50
het omliggende gebied (zie paragraaf 2.2.4 van de toelichting). 10.5
En wat wordt verstaan onder duurzame bedrijvigheid? En is onderzocht of er
In het voorontwerpbestemmingsplan is vastgelegd dat in het
De reactie leidt tot aanpassing
bedrijven zijn die aan de kennelijk te stellen criteria voldoen en die zich aan de
bedrijfsverzamelgebouw alleen huisvestingsmogelijkheden
van de toelichting en de regels.
rand van het energielandgoed zullen willen vestigen? Op welke bedrijvigheid
worden geboden voor aan het energielandgoed verbonden
doelt de gemeente?
bedrijven die gerelateerd zijn aan de duurzame energiesector. In het ontwerpbestemmingsplan wordt dit verder gespecificeerd, door hierbij alleen ruimte te bieden aan bedrijven die noodzakelijker- of logischerwijs op het energielandgoed gevestigd dienen te zijn. Daarnaast is de toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking gereed en wordt deze bij het ontwerpbestemmingsplan gevoegd. Hierin wordt geconstateerd dat de ontwikkeling van het bedrijfsverzamelgebouw voorziet in een behoefte.
10.6
Op dit moment is bovendien onduidelijk of het plan de toets aan de ladder van
Zoals beschreven bij de beantwoording van reactie 10.5 is
De reactie leidt niet tot
duurzame verstedelijking kan doorstaan. Nadere onderzoeken daaromtrent
de toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking voor
aanpassing van het bestem-
ontbreken. Ook om die reden lijkt de nu door de gemeente Bergen gekozen
de realisatie van het bedrijfsverzamelgebouw en een
mingsplan.
locatie volgens inspreker niet geschikt.
bezoekerscentrum afgerond en opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan.
10.7
De ontwikkeling van het plan zoals de gemeente Bergen nu voor ogen staat, is
Wij verwijzen hier naar de beantwoording van reactie 6.1.
De reactie leidt niet tot
volgens inspreker in strijd met de doelstellingen met betrekking tot de ontwikke-
aanpassing van het bestem-
ling van natuur en behoud van landbouw zoals de provincie deze voor ogen
mingsplan.
staat. 10.8
Op allerlei aspecten zal de ontwikkeling van het energielandgoed volgens
De keuze voor de realisatie van het Energielandgoed Wells
De reactie leidt niet tot
inspreker ook leiden tot strijd met de hoofdkeuzen van de gemeente Bergen.
Meer op deze locatie sluit aan op de hoofdkeuzen die zijn
aanpassing van het bestem-
Immers, de aanwezige agrarische bedrijvigheid zal moeten verdwijnen waardoor
gemaakt in het gemeentelijke beleid. In de Energievisie
mingsplan.
het evenwicht tussen landschap en landbouw uit balans zal raken. De natuur-
‘Samen op weg naar een energieneutraal Bergen’ heeft de
waarden en de biodiversiteit worden niet versterkt en bovendien zal de voorge-
gemeenteraad het doel vastgelegd om uiterlijk in 2030
nomen ontwikkeling geen bijdrage leveren aan de ontwikkeling van een gezonde
energieneutraal te zijn. In deze visie is daarnaast vastgelegd
leefomgeving en aan de ontwikkeling van recreatievoorzieningen die geliefd
dat 50% van de energiebehoefte grootschalig zal moeten
zullen zijn bij recreanten.
worden opgewekt. In de Beleidsnota Windenergie hebben
51
wij onderzocht wat geschikte locaties binnen onze gemeente zijn voor het energielandgoed. Hieruit zijn drie geschikte locaties voor grootschalige opwekking van duurzame energie naar voren gekomen. In het MER van de Structuurvisie Wells Meer zijn deze locaties beoordeeld en is gebleken dat de keuze gezien de impact op energieopbrengst, ruimtegebruik, leefomgeving en landschap valt op het Wells Meer. 10.9
Inspreker vindt het onduidelijk of het plan wel economisch uitvoerbaar is. De
Wij hebben de paragraaf economische uitvoerbaarheid in de
De reactie leidt tot aanpassing
gemeente Bergen heeft immers alleen budget beschikbaar gesteld voor het
toelichting van het ontwerpbestemmingsplan uitgebreid.
van de toelichting.
opstellen van het bestemmingsplan en het aanvragen van de vergunningen.
Hierin verwijzen we onder andere naar het Masterplan Energielandgoed Wells Meer. Op basis van het voorkeurs-
De aanwezige agrarische bedrijvigheid zal moeten verdwijnen. De gronden
model uit het MER is een globale fiscale doorrekening
zullen moeten worden gekocht van de provincie. Gaat de gemeente Bergen de
gemaakt van de plannen. Hierin is ook een inschatting van
gronden kopen van de provincie? Wanneer dat gebeurt dan zal rekening
de totale investering meegenomen en niet alleen de kosten
gehouden moeten worden met de toezeggingen die door de provincie aan
voor het opstellen van het bestemmingsplan en het aanvra-
inspreker zijn gedaan.
gen van de vergunningen. Het berekende projectrendement over een periode van 16 jaar is 3,5%.
Bovendien zullen de zittende gebruikers schadeloos moeten worden gesteld. Het gaat daarbij o.a. om een akkerbouwbedrijf dat via een gerechtelijke procedure
Hieruit volgt dat wij over voldoende middelen beschikken om
een reguliere pachtovereenkomst heeft afgedwongen. De Hoge Raad heeft een
de gronden te kunnen aankopen en dat sprake is van een
poosje geleden een uitspraak gedaan in deze zaak. Indien o.a. dit bedrijf zal
economisch uitvoerbaar plan.
moeten verdwijnen dan zal dit niet mogelijk zijn zonder dat dit bedrijf een hoge schadeloosstelling moet worden betaald. Gelet op de hoge kosten die gemoeid zullen zijn met het verwerven van de gronden en het schadeloos stellen van de huidige gebruikers is volgens inspreker niet aangetoond dat sprake zal kunnen zijn van een economisch uitvoerbaar plan en een lonende exploitatie.
10.10 52
Bovendien is inspreker van mening dat de uitvoering van het plan ook maat-
In paragraaf 6.2 van het bestemmingsplan ‘Energielandgoed
De reactie leidt niet tot
schappelijk gedragen zal moeten worden. Het is niet aangetoond of onderzocht
Wells Meer’ is de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het
aanpassing van het bestem-
of dit maatschappelijk draagvlak voor de voorgestane ontwikkeling aanwezig is.
plan onderbouwd. Hieruit blijkt dat de omgeving en andere
mingsplan.
betrokken partijen op verschillende momenten betrokken zijn bij de plannen en hierover zijn geïnformeerd. Daarnaast heeft iedereen de mogelijkheid om te reageren en een zienswijze in te dienen in het kader van de bestemmingsplanprocedure. 10.11
Op dit moment is een concept van de milieueffectrapportage ter visie gelegd
Het aangepaste MER zal bij het ontwerpbestemmingsplan
De reactie leidt niet tot
waarbij de onderzoekers kennelijk hebben geconstateerd dat op dit moment nog
worden gevoegd. Ook bij deze versie van het MER is sprake
aanpassing van het bestem-
sprake is van “leemten in kennis”. Dit heeft tot gevolg dat nader onderzoek
van ‘leemten in kennis’, welke zijn benoemd in hoofdstuk 18.
mingsplan.
noodzakelijk zal zijn. Inspreker gaat er dan ook van uit dat de milieu effectrap-
In dit hoofdstuk is beschreven welke informatie bij het
portage nogmaals ter visie zal worden gelegd zodra er op basis van heldere en
opstellen van het MER niet beschikbaar was en welke
eenduidige onderzoeksresultaten duidelijkheid bestaat over de daadwerkelijke
betekenis dit heeft voor de beschrijving van de milieueffec-
effecten van het plan op de omgeving. Inspreker behoudt zich dan ook alle
ten. Voor leemten in kennis die van belangrijke betekenis
rechten voor om een inhoudelijke reactie kenbaar te maken op deze milieuef-
zijn, wordt een monitoring programma opgesteld waarmee
fectrapportage.
kan worden bepaald of de gemeten effecten overeenkomen met de in het MER voorspelde effecten en of andere of aanvullende maatregelen nodig zijn om de effecten te beperken.
10.12
Inspreker heeft de beleving dat het College het onderhavige voorontwerp veel te
Wij delen deze mening niet en hebben bovenstaand een
De reactie leidt niet tot
vroeg ter visie heeft gelegd omdat er op dit moment nog allerlei onduidelijkhe-
reactie gegeven op de verschillende vragen van inspreker.
aanpassing van het bestem-
den zijn. Bovendien blijkt op geen enkele wijze dat rekening zal worden gehou-
mingsplan.
53
den met de toezeggingen die inspreker zijn gedaan door de provincie. Ontwikkeling van het plan levert strijd op met het beleid van de rijksoverheid, met het beleid van de provincie en met de beleidsdoelstellingen van de gemeente Bergen zelf. Bovendien is op geen enkele wijze onderbouwd dat het plan financieel uitvoerbaar zal zijn nu de gemeente Bergen alleen gelden beschikbaar heeft gesteld voor het opstellen van het bestemmingsplan en het aanvragen van de vergunningen. Waaruit blijkt dat sprake zal kunnen zijn van een lonende exploitatie? Dat lukt niet alleen door een B.V. op te richten, zoals is aangegeven in het voorontwerp. Gelet op al hetgeen hiervoor is gesteld, is inspreker van mening dat de voorgenomen ontwikkeling niet succesvol mogelijk zal kunnen zijn op de voorgestelde locatie.
11
Inspreker 11
11.1
In de gemeenschap van inspreker leven zorgen rondom de mogelijke komst van
Wij nemen deze reactie voor kennisgeving aan.
De reactie leidt niet tot
een biomassacentrale, zoals onderzocht in de Milieu Effect Rapportage en de
aanpassing van het bestem-
verkenning. De gemeente heeft echter besloten geen biomassacentrale op te
mingsplan.
nemen in het Energielandgoed. Een biomassacentrale is ook niet opgenomen in het bestemmingsplan; dit verheugt inspreker. 11.2
Binnen de Energieboulevard wordt gesproken van een ontsluitingsweg; inspreker
De Energieboulevard wordt voor autoverkeer alleen aange-
De reactie leidt niet tot
gaat er vanuit dat dit geen doorgaande weg is die voor overlast zorgt voor de
sloten op de Veenweg. Alleen voor langzaam verkeer en
aanpassing van het bestem-
omwonenden. Ook vraagt inspreker aandacht voor eventueel toenemende
calamiteiten komt er ook een aansluiting op de Wezerweg en
mingsplan.
verkeersintensiteit op de Wezerweg en de Veenweg.
zal de Energieboulevard fungeren als een doorgaande weg. In paragraaf 4.13 van de toelichting van het bestemmingsplan ‘Energielandgoed Wells Meer’ is aan de hand van een verkeersonderzoek onderbouwd dat het bezoekersverkeer
van het bezoekerscentrum en innovatiecentrum (waaronder een bedrijfsverzamelgebouw) geen belemmering zullen 54
vormen voor de doorstroming en verkeersveiligheid op de Wezerweg en Veenweg. 11.3
Bij de windturbines vraagt inspreker nadrukkelijk aandacht voor de omgeving
In het kader van het MER en het bestemmingsplan is
De reactie leidt niet tot
inzake de slagschaduw en de geluidsoverlast. De aangegeven (technische)
uitgebreid onderzoek gedaan naar de effecten van slagscha-
aanpassing van het bestem-
oplossingen en aanpassing van de locatie bieden vertrouwen. De clustering
duw en geluid en eventuele maatregelen die genomen moet
mingsplan.
gekoppeld aan de windturbines in Duitsland zorgt ervoor dat er relatief minder
worden om overlast te beperken (zie paragraaf 4.5 en 4.6
horizonvervuiling ontstaat door deze 4 turbines.
van de toelichting van het bestemmingsplan). Dit zal in het kader van het vergunningentraject verder worden opgepakt.
11.4
De aanleg van Natuur rondom het Wells Meer doet recht aan de ligging tegen
Wij nemen deze reactie voor kennisgeving aan.
het Nationaal Park De Maasduinen.
De reactie leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
11.5
11.6
Inspreker vraagt aandacht voor het terugvloeien van de opbrengsten van het
Het Energielandgoed is er van en voor Bergen. Op welke
De reactie leidt niet tot
Energielandgoed naar alle inwoners van de gemeente Bergen en het dorp Well.
manier we met de opbrengsten van het Energielandgoed
aanpassing van het bestem-
Inspreker ziet een kans voor de versterking van het Sociaal Domein en het
omgaan moet nog verder worden uitgewerkt. Wij willen dit
mingsplan.
verenigingsleven in de dorpen. Ook ziet inspreker een mogelijke toename van
doen in samenspraak met de samenleving, de suggesties
werkgelegenheid door de bouw en de exploitatie.
van inspreker kunnen hierin worden meegenomen.
Het is voor inspreker een geruststellende gedachte dat de gemeente als
Wij nemen deze reactie voor kennisgeving aan.
De reactie leidt niet tot
eigenaar van de gronden tot in de verdere toekomst, naast eventueel commer-
aanpassing van het bestem-
ciële participanten in de op te richten B.V., zeggenschap blijft houden en op
mingsplan.
deze wijze de belangen van de gemeente en van haar burgers blijft bewaken. 12
Inspreker 12 De boerderij van inspreker staat midden in de Maasduinen. In de huidige
Wij bedanken inspreker voor deze positieve grondhouding en
De reactie leidt niet tot
bestemming, teelt inspreker op de akkers van het Wells Meer voer voor zijn
gaan met hem in gesprek om te bekijken of er mogelijkhe-
aanpassing van het bestem-
dieren. Inspreker maakt de kringloop rond door de mest van deze zelfde dieren
den zijn voor dubbelgebruik en natuur-inclusief beheer.
mingsplan.
weer naar deze akkers te brengen. Met de nieuwe bestemming in het vooruitzicht betekent dit concreet, dat inspreker de helft van zijn kringloop niet meer
kan sluiten. Buiten de financiële impact, zal dit ook een impact geven op de totale bedrijfsvoering. De boerderij zal intensiever worden qua dieren per ha, in plaats van de maatschappelijke wens om juist extensiever te worden. Inspreker ziet dergelijke zaken liever als een kans dan een bedreiging, vandaar dat hij een voorstel heeft aan de gemeente om het dubbelgebruik breder te trekken en de gebieden rondom de panelen en de potentiële natuurgebieden aan de zuidkant, op een nieuwe en innovatieve manier beheren. Dit voorstel is verder uitgewerkt in zijn inspraakreactie. Concreet doet inspreker daarnaast het volgende voorstel:
Kijk nog eens kritisch naar de gebieden ingetekend voor nieuwe natuur. Wellicht kunnen deze ook ‘natuur-inclusief’ beheerd worden door lokale boeren.
De gebieden tussen de zonneparken kunnen ook ‘natuur-inclusief’ beteeld worden. Bekijk met belangengroepen wat praktisch mogelijk is.
5
OVERZICHT VAN DE WIJZIGINGEN Overleg- en inspraakreacties Regels 1.
In artikel 5.1.1. onder f is opgenomen dat ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – bedrijfsverzamelgebouw’ geen risicovolle inrichtingen (Bevi inrichtingen) zijn toegestaan. Het begrip risicovolle inrichting is toegevoegd aan artikel 1.
2.
In artikel 15.3 is een voorwaardelijke verplichting opgenomen dat de inrichtingsmaatregelen uit de gebiedsvisie (welke als bijlage bij de regels is gevoegd) binnen 36 maanden na ingebruikname van de bouwwerken ter plaatse van de aanduiding ‘wetgevingszone – voorwaardelijke verplichting’ moeten zijn aangelegd en vervolgens in stand moeten worden gehouden. De aanduiding is opgenomen ter plaatse van het gedeelte van het plangebied waar de bestemming ‘Energielandgoed’ de Goudgroene natuurzone (opgenomen in de provinciale verordening) overlapt.
3.
In artikel 5.2.1. onder a is opgenomen dat de afstand van nutsvoorzieningen (waaronder transformatorstations) tot geluidsgevoelige objecten minimaal 50 m moet bedragen.
4.
In artikel 5.1.1 onder i is toegevoegd dat parkeren op eigen terrein dient plaats te vinden.
5.
In artikel 5.2.4 onder a is de minimale afstand tussen de onderkant van zonnepanelen en het aansluitende afgewerkte maaiveld ter plaatse aangepast naar 0,6 m.
55
6.
In artikel 1 is het begrip ‘aan het energielandgoed verbonden bedrijven’ toegevoegd en is gespecificeerd dat dit gaat om bedrijven die noodzakelijker- of logischerwijs op het energielandgoed gevestigd dienen te zijn.
56 Toelichting 1.
In paragraaf 3.1.3. is een uitgebreidere onderbouwing opgenomen van de behoefte aan een zonnepark en windturbines. Daarnaast is de toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking voor het bezoekerscentrum en het bedrijfsverzamelgebouw toegevoegd.
2.
In paragraaf 3.2.2. is de onderbouwing met betrekking tot de aantasting van de Goudgroene natuurzone aangevuld. Voor het plan is een gebiedsvisie opgesteld, waarin is onderbouwd dat gebruik kan worden gemaakt van artikel 2.6.4. van de provinciale verordening (de saldobenadering). Dit betekent dat verbod om de wezenlijke kenmerken en waarden van de Goudgroene natuurzone niet van toepassing is. De realisatie van de inrichtingsmaatregelen uit de gebiedsvisie is vastgelegd als voorwaardelijke verplichting in de regels.
3.
In paragraaf 3.2.2. is de onderbouwing met betrekking tot de Zilvergroene natuurzone aangevuld.
4.
In paragraaf 4.6 is een onderbouwing met betrekking tot het aspect gezondheid toegevoegd.
5.
In paragraaf 6.1 is de onderbouwing met betrekking tot de economische uitvoerbaarheid van het plan verder aangevuld.
Ambtshalve Regels en verbeelding 1.
Uit artikel 1 zijn een aantal begrippen die niet op andere locaties voorkomen in de regels verwijderd.
2.
Bestemming ‘Energielandgoed’: a. In artikel 5.1.1. is toegevoegd dat zonnevelden en zonneparken ook zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - innovatieve zone’. Daarnaast zijn groenvoorzieningen en wandel- en fietspaden aan de bestemmingsomschrijving toegevoegd. b. Aan de verbeelding is de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – bedrijfsverzamelgebouw toegevoegd’. Hier is het bedrijfsverzamelgebouw voor aan het energielandgoed verbonden bedrijven toegestaan. In de bouwregels zijn een maximum bebouwingspercentage en maximum bouwhoogte (10 m) opgenomen. c. De aanduiding ‘specifieke vorm van maatschappelijk - bezoekerscentrum’ is verplaatst en ter plaatse van deze aanduiding is een bezoekerscentrum toegestaan. De realisatie van een bedrijfsverzamelgebouw is hier niet langer mogelijk. In de bouwregels is toegevoegd dat ter plaatse van deze aanduiding ook de bestaande bebouwing is toegestaan. d. In artikel 5.2.3. is een voorwaardelijke verplichting opgenomen dat een omgevingsvergunning voor het bouwen van een windturbine alleen kan worden verleend onder voorwaarde dat minimaal 10 weken voorafgaand aan de start van de bouw van de windturbine een positief advies wordt verkregen van het Ministerie van Defensie. Een positief advies wordt verleend zodra vaststaat dat de turbine niet leidt tot onaanvaardbare radarverstoring. e. In artikel 5.2.4.
is toegevoegd dat de afstand van zonnepanelen tot geluidsgevoelige objecten niet minder dan 25 m mag bedragen. f. In artikel 5.3.1. is in verband met externe veiligheid opgenomen dat onder strijdig gebruik tevens wordt verstaan het binnen de breedte van de windturbine gebruiken van gronden voor wegen met uitzondering van onderhoudswegen.
g. Artikel 5.3.2 ‘verkeersbewegingen’ is toegevoegd. Hierin is geregeld dat het Energielandgoed jaarlijks door maximaal 15.000 auto’s met een verbrandingsmotor bezocht mag worden. Hierbij geldt dat een bus met een verbrandingsmotor gelijk gesteld wordt aan 3 auto’s. 3.
In het bestemmingsplan is een nieuwe regeling met betrekking tot archeologie opgenomen, naar aanleiding van de nieuwe gespecificeerde archeologische verwachtingswaarden uit het archeologisch bureauonderzoek. Dit heeft geleid tot de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie hoog’ en ‘Waarde – archeologie middelhoog’.
4.
Naar aanleiding van het archeologisch bureauonderzoek is aan één woning en een zone van 25 m rondom deze woning de aanduiding ‘karakteristiek’ toegekend. De gronden ter plaatse van deze aanduiding zijn tevens bestemd voor het behoud van de cultuurhistorische bebouwing.
5.
De algemene aanduidingsregel vrijwaringszone – radar is verwijderd. Hiervoor in de plaats is in artikel 5.2.3 een voorwaardelijke verplichting opgenomen.
6.
Naar aanleiding van het archeologiebeleid van de gemeente Bergen is artikel 20.3 opgenomen, op basis waarvan bepaald kan worden welke archeologieregeling van toepassing is wanneer er meerdere dubbelbestemming of aanduidingen met betrekking tot archeologie in een besluitgebied voorkomen.
7.
De ligging van de aanduiding ‘overige zone - nationaal natuurnetwerk’ is aangepast.
8.
De aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - afwijkende hoogte zonnepanelen’ is verplaatst naar de noordwesthoek van het plangebied.
Toelichting 1.
In paragraaf 2.2.3.1 is het onderscheid tussen de ‘zonnevelden’ en het ‘zonnepark’ duidelijker toegelicht.
2.
In paragraaf 2.2.4 is de onderbouwing met betrekking tot het landschappelijk raamwerk uitgebreid.
3.
In paragraaf 2.2.6 is toegevoegd dat een netaansluiting nodig is om het energielandgoed aan te kunnen sluiten op het nationale elektriciteitsnet.
4.
In paragraaf 3.1.2 (toets aan Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte) is de afweging met betrekking tot het NNN afgeconcludeerd en de onderbouwing met betrekking tot de ligging in radarverstoringsgebied aangepast naar aanleiding van aanpassingen in de regels.
5.
In paragraaf 3.2.3 (toets aan de Omgevingsverordening Limburg 2014) zijn de kernkwaliteiten van de Bronsgroene landschapszone ter plaatse benoemd. Daarnaast zijn de paragrafen met betrekking tot artikel 2.4.4, 2.4.5. en 2.4.6 uit de ruimtelijke verordening afgeconcludeerd.
6.
De conclusies van paragraaf 3.3.1. en 3.3.2 (toets aan de POL-uitwerking werklocaties) zijn aangepast en aangevuld.
7.
In paragraaf 3.3.3 is een toets aan de (concept) Regionale Energie Strategie (RES) Noord- en Midden Limburg toegevoegd.
8.
In paragraaf 3.4.2 is een toets aan de Energievisie Gemeente Bergen toegevoegd.
9.
In paragraaf 3.4.5 is een toets aan het Landschapsbeleidsplan van de gemeente Bergen toegevoegd.
10. Paragraaf 4.3 (natuur) is aangevuld met de tussentijdse resultaten van het nader onderzoek soortenbescherming. 11. In paragraaf 4.10 (water) is de watertoets toegevoegd. 12. In paragraaf 4.11 (archeologie) zijn de conclusies uit het archeologisch onderzoek opgenomen. 13. In paragraaf 4.12 (cultuurhistorie) is een toets met betrekking tot cultuurhistorische waardevolle landschapselementen toegevoegd. 14. In paragraaf 4.13 (externe veiligheid) is geconcludeerd dat rotoroverslag bij nieuwe wegen niet mogelijk is, aangezien geregeld is dat wegen niet zijn toegestaan binnen de rotordiameter. 15. In paragraaf 4.14 zijn de aangepaste conclusies uit het verkeersonderzoek bij de definitieve versie van het MER opgenomen. Daarnaast is toegevoegd dat het maximaal aantal motorvoertuig bewegingen beperkt wordt in de regels van het plan.
57