Nota 2021-04-29 Beleidsplan Van Afval naar Grondstof 2022 - 2030.pdf
Tekst van het document
Van Afval naar Grondstof beleidsplan | 2022- 2030
2021
`
2025
Grondstoffenplan gemeente Bergen Definitief maart 2021
1 SAMENVATTING De landelijke overheid heeft gemeenten opdracht gegeven om in 2025 nog maar 30 kilogram restafval per inwoner per jaar over te houden. Deze 30 kilogram bestaat uit materiaal in het huishoudelijk restafval wat niet meer kan worden (na)gescheiden en gerecycled. Het rijk zet deze doelstelling kracht bij door de introductie van een rijksbelasting op brandbaar afval (2021 is dit € 33,15 per ton). Hierdoor wordt de noodzaak om te veranderen zowel door een milieubelang als door een financieel belang gedreven. De maatregelen om de grondstoffenstromen beter gescheiden in te zamelen dragen bij aan een duurzame leefomgeving. Door hergebruik van materialen neemt de druk op schaarse grondstoffen af en vermindert de emissie van CO2. Een afgeleid effect is dat het mensen ook stimuleert bewuster in te kopen en daarmee de hoeveelheid afval en weggooiproducten te verminderen. Dat draagt weer bij aan een circulaire economie. Momenteel heeft een gemiddelde inwoner in Bergen nog 232 kilogram restafval (fijn en grof) per jaar. Het restafval in Bergen bestaat voor meer dan 80% uit grondstoffen. Als we deze grondstoffen gaan scheiden, besparen we veel nieuwe grondstoffen en CO2 om deze nieuwe grondstoffen te maken. Hergebruik kost namelijk velen malen minder energie. Daarnaast raken veel grondstoffen, waar onze economie afhankelijk van is, de komende decennia op.
Om te komen tot deze 30 kilogram restafval per jaar per inwoner moeten we op een andere manier gaan inzamelen. Er is een trendbreuk nodig in de wijze waarop afval wordt ingezameld aangezien optimalisatie van het huidige inzamelsysteem niet voldoende effectief is gebleken. De gemeente Bergen heeft samen op basis van enquêtes, onderzoeken en gesprekken met de raad, haar inwoners, de huidige dienstverlener, en andere gemeenten en experts uit het land de basis gelegd voor het grondstoffenplan dat hier wordt aangeboden. Met deze afgewogen mix aan maatregelen werkt de gemeente aan het behalen van de doelstellingen. In dit grondstoffenplan is rekening gehouden met het karakter van de verschillende kernen en woningtypen en er maatwerk is voor de diverse doelgroepen
1.1 INVOERING IN TWEE FASEN De implementatie verdelen we in twee fasen. Op deze wijze kunnen inwoners wennen aan en oefenen met de maatregelen voordat er financiële consequenties aan vast zitten. Uit de ervaringen van andere gemeenten leren we dat het afvalscheidingsgedrag van inwoners het meest verandert als we maatregelen over een langere periode invoeren. Over alle nieuwe maatregelen communiceren we met onze boodschap waarin de noodzaak voor het scheiden van de grondstoffen steeds herhaald wordt. Hierdoor ontstaat er een verankering van het nieuwe gedrag. In Fase 1 verbeteren we de service op grondstoffen en versoberen we de dienstverlening op restafval 1) Service grondstoffen omhoog; a) Intensivering service bij hoogbouw; b) Uitrol PBD minicontainer aan huis c) Service op OPK omhoog; d) Service op textiel omhoog; e) Service op luiers en incontinentiemateriaal; 2) Milieuparkjes op orde; 3) Een goede milieustraat met hogere service op grondstoffen.
2
Grondstoffenplan gemeente Bergen Definitief maart 2021
In Fase 2 voeren we een financiële prikkel in voor het restafval. De invoering van een tariefprikkel start altijd in een nieuw belastingjaar, zodat er geen twee verschillende tarieven gelden in één jaar. In beide Fasen is er uitgebreid aandacht voor maatwerk voor doelgroepen en het tegengaan van ongewenste neveneffecten.
1.2 TIJDSPAD EN ANDERE BESLUITEN DIE VAN BELANG ZIJN VOOR HET GRONDSTOFFENPLAN Bij het opstellen van het grondstoffenplan is nog niet bekend welke partij het grondstoffenplan gaat uitvoeren. De gemeente besluit in het najaar of zij voor de inzamelactiviteiten aansluit bij de buurgemeenten in de BUCH en de inzameling laat uitvoeren door de eigen uitvoeringsorganisatie van de BUCH of dat zij opnieuw een dienstverleningsovereenkomst (DVO) afsluit met HVC. Daarnaast start momenteel een verkenning voor een circulair ambachtscentrum binnen de BUCH gemeenten. In dit plan wordt meegenomen op welke wijzen de gemeenten in de toekomst willen omgaan met de brengfunctionaliteit voor de grove afvalstromen. Binnen het huidige grondstoffenplan wordt om deze reden niet ingegaan op deze ontwikkelingen. Indien u akkoord gaat met de besluitpunten stellen wij het volgende tijdpad voor; 1. Mei 2021 Vaststelling uitgangspunten in dit grondstoffenplan 2. Najaar 2021 Keuze voor de uitvoeringsorganisatie en vaststelling financieel kader grondstoffenplan 3. 2022 Op orde maken van de voorwaarden om te starten met een serviceprikkel: rolcontainers, milieuparkjes, inzamelmiddelen 4. 1 januari 2023 Start met de serviceprikkel 5. 2022-2023 Inrichten financiële prikkel 6.
Juli- december 2023 Oefenen met financiële prikkel door het verstrekken van een overzicht naar inwoners zodat zij weten welke financiële consequenties hun huidig inzamelgedrag heeft bij de invoering van een financiële prikkel 7. September 2023 Evaluatie implementatie serviceprikkel 8. 1 januari 2024 Invoering van een financiële prikkel 9. Januari 2025 Evaluatie invoering financiële prikkel
3
Grondstoffenplan gemeente Bergen Definitief maart 2021
2 INHOUDSOPGAVE 1
3
4
5
6
7
8
Samenvatting ................................................................................................................... 2 1.1
Invoering in twee fasen............................................................................................ 2
1.2
Tijdspad en andere besluiten die van belang zijn voor het grondstoffenplan ......... 3
Inleiding ........................................................................................................................... 6 3.1
Doel ......................................................................................................................... 6
3.2
Een gemeente drie kernen ...................................................................................... 7
3.3
Couleur Locale binnen een gezamenlijke aanpak .................................................. 7
3.4
Afbakening ............................................................................................................... 8
Ontwikkelingen .............................................................................................................. 10 4.1
(Inter-)Nationaal .................................................................................................... 10
4.2
Financieel .............................................................................................................. 13
4.3
Inwoners ................................................................................................................ 14
4.4
Inwonerparticipatie ................................................................................................ 14
De huidige situatie ......................................................................................................... 17 5.1
Restafval ................................................................................................................ 17
5.2
Bioafval: groente-, fruit-, tuinafval en etensresten ................................................. 19
5.3
plastic, blik en drinkpakken (PBD) ......................................................................... 20
5.4
Papier, glas en textiel ............................................................................................ 21
De aanpak ..................................................................................................................... 23 6.1
Ommezwaai in gedrag........................................................................................... 23
6.2
Succesvol afvalbeleid en best practices op restafval ............................................ 23
6.3
Twee fasen ............................................................................................................ 25
Maatregelenpakket ........................................................................................................ 26 7.1
FASE 1. Service op grondstoffen verhogen .......................................................... 26
7.2
FASE 1: Service op restafval verlagen .................................................................. 28
7.3
FASE 2 Invoeren variabele heffing ........................................................................ 29
7.4
Snelle en minder snelle adapters .......................................................................... 30
7.5
Evaluatie ................................................................................................................ 30
Maatwerk ....................................................................................................................... 31 8.1
Maatwerk rest op afstand ...................................................................................... 31
8.2
Maatwerk medisch afval ........................................................................................ 31
8.3
Maatwerk luiers en incontinentiemateriaal ............................................................ 31
8.4
Maatwerk Sociale minima...................................................................................... 32
8.5
Maatwerk voor inwoners die slecht ter been zijn................................................... 32
8.6
Maatwerk voor nieuwe bewoners .......................................................................... 33
8.7
Maatwerk voor recreatiewoningen ........................................................................ 33
4
Grondstoffenplan gemeente Bergen Definitief maart 2021
9
Neveneffecten ............................................................................................................... 34 9.1
Weerstand ............................................................................................................. 34
9.2
Vervuiling van de grondstoffen .............................................................................. 34
9.3
Toename zwerfafval .............................................................................................. 35
9.4
Dumpingen en bijplaatsingen ................................................................................ 35
10
Flankerend beleid .......................................................................................................... 37
10.1
Afvalcoaches ......................................................................................................... 37
10.2
Communicatie ........................................................................................................ 37
10.3
Educatie ................................................................................................................. 39
10.4
Portaal over afvalscheiding ................................................................................... 40
11
Financieel kader ............................................................................................................ 41
BIJLAGE 1: Bron- of nascheiding van plastic blik en drinkpakken ....................................... 43 11.1
De cijfers in Nederland (2018) ............................................................................... 43
11.2
Welk afval is geschikt voor nascheiding ................................................................ 44
11.3
Kwaliteit van het bron- en nagescheiden materiaal .............................................. 45
11.4
De keuze van de gemeente Bergen ...................................................................... 45
5
Grondstoffenplan gemeente Bergen Definitief maart 2021
3 INLEIDING Voor u ligt het nieuwe grondstoffenbeleidsplan van de gemeente Bergen. In dit hoofdstuk gaan we in op het doel, de achtergrond en de afbakening van het plan.
Doel
3.1 DOEL Het doel van dit grondstoffenbeleid is om tegen ACCEPTABELE KOSTEN een zo HOOG mogelijk MILIEU resultaat en een zo HOOG mogelijke SERVICE voor inwoners te behalen. In de praktijk ligt dat genuanceerder. Vaak blijkt dat het verbeteren van de milieuresultaten en/of het verhogen van de service alleen maar mogelijk is tegen hogere kosten. Aan de andere kant zien we in de laatste paar jaren dat de kosten voor afvalinzameling en verwerking stijgen bij gelijkblijvend beleid. Door een goed pakket aan maatregelen kan deze snelle kostenstijging beheersbaar worden gemaakt.
Kosten
Milieu
Service Figuur 1: Afvaldriehoek
In 2020 bieden de inwoners van de gemeente Bergen bieden 232 kilogram ongescheiden restafval per inwoner per jaar aan. Dit bestaat uit 207 kilo huishoudelijk restafval en 25 kilo grof restafval. De gemeente stelt zich tot doel om de hoeveelheid grof en fijn restafval te reduceren tot maximaal 30 kilo per inwoner per jaar in 2025. Het restafval in de gemeente Bergen bestaat nog voor ruim tweederde uit grondstoffen. Als we deze grondstoffen gaan scheiden, besparen we veel nieuwe grondstoffen en CO2 om deze nieuwe grondstoffen te maken. Hergebruik kost namelijk velen malen minder energie. Daarnaast raken veel grondstoffen, waar onze economie afhankelijk van is, de komende decennia op. Om te komen tot deze 30 kilogram restafval per inwoner per jaar moeten we op een andere manier gaan inzamelen. Er is een trendbreuk nodig in de wijze waarop afval wordt ingezameld aangezien optimalisatie van het huidige inzamelsysteem niet voldoende effectief is gebleken. In dit grondstoffenplan 2022 – 2030 vindt u een nauwkeurig samengesteld maatregelenpakket om te komen richting de doelstelling. Het dient als leidraad voor de afvalinzameling. De maatregelen zijn onder andere gebaseerd op onderzoek naar succesvolle maatregelen bij andere gemeenten en een uitgebreide analyse van de afvalinzameling van Bergen.
Om afvalscheiding te bevorderen en de hoeveelheid restafval te minimaliseren worden in dit plan de volgende maatregelen voorgesteld: 1. verhogen van de service op grondstoffen; 2. minder vaak inzamelen van restafval; 3. afvalstoffenheffing wordt variabel.
6
Grondstoffenplan gemeente Bergen Definitief maart 2021
3.2 EEN GEMEENTE DRIE KERNEN Drie kernen
De gemeente Bergen bestaat uit drie gemeentelijke kernen, Bergen, Egmond en Schoorl. In dit grondstoffenplan moeten we hier rekening mee houden. Zo zijn er bijvoorbeeld verschil-
len in de infrastructuur. In de kernen Bergen en Schoorl zijn de meeste tuinen ruimer van opzet dan bijvoorbeeld in Egmond aan Zee. Dit betekent dat de vraag of een derde container wenselijk is, door de inwoners in de drie kernen anders beantwoord wordt. De hele geFiguur 2: Verschillen tussen de kernen Egmond, Bergen en Schoorl
meente heeft een toeristisch karakter, maar de kernen aan de kust hebben meer te maken met toeristisch afval dan de kernen die iets verder van de kust afliggen. We houden rekening met de verschillen tussen deze kernen door voor de verschillende groepen maatwerk te introduceren.
Couleur Locale
3.3 COULEUR LOCALE BINNEN EEN GEZAMENLIJKE AANPAK Dit grondstoffenplan is geschreven tegen de achtergrond van harmonisatie van beleid binnen de BUCH gemeenten zonder afbreuk te doen aan de couleur locale van de gemeente Bergen. De harmonisatie van het beleid levert duidelijkheid voor inwoners in het gebied, en levert schaalvoordelen voor de uitvoering en de communicatie binnen de vier BUCH gemeenten. Dit zorgt transparantie naar de inwoners in het hele gebied, en ondersteunt de stappen die we ook al maken op het gebied van grof afval, waar de inwoners in het gehele gebied kunnen kiezen waar ze naar toe willen. De andere drie gemeenten maken alle drie gebruik van
7
Grondstoffenplan gemeente Bergen Definitief maart 2021
een gelijke aanpak voor wat betreft de implementatie, de link van de variabele tarieven richting Cocensus, de inzamelmiddelen en de communicatiestrategie. De gemeente Bergen kan hier eenvoudig bij aansluiten. Zoals we al eerder aangaven zoeken we in dit grondstoffenplan een balans tussen het enerzijds profiteren van schaalvoordelen door een gezamenlijke aanpak en anderzijds de mogelijkheden tot maatwerk indien een bepaald gebied, kern of doelgroep hier behoefte aan heeft. Op deze wijze is dit grondstoffenplan een maatwerkoplossing binnen een grotere aanpak. Afbakening
3.4 AFBAKENING 3.4.1
Huishoudelijk afval
Dit plan gaat over afval dat ontstaat bij particuliere huishoudens. Hiervoor hebben gemeenten een 'zorgplicht' die vastgelegd is in de wet milieubeheer. Kort gezegd komt die plicht erop neer dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de inzameling en de duurzame verwerking. 3.4.2
Grof Huishoudelijk afval
Grof huishoudelijk afval is afval dat te groot is om in een inzamelmiddel aan huis te worden aangeboden. Dit afval kunnen inwoners brengen naar één van de drie afvalbrengstations in de gemeente Bergen, of laten ophalen aan huis. Zoals we al eerder aangaven moet de hoeveelheid grof en huishoudelijk afval samen terug naar maximaal 30 kilo. Ook bij het grove afval moeten er dus nog grote verbeteringen plaatsvinden. De huidige milieustraten voldoen niet meer aan de nieuwe wet- en regelgeving, ook niet als fors geïnvesteerd wordt. Bovendien bieden ze geen faciliteiten om te sturen op een vermindering van het grof restafval. Tegelijkertijd aan dit plan wordt besluitvorming voorbereid voor een circulair ambachtscentrum voor de BUCH gemeenten. Daarom gaan we in dit plan niet nader in op de inzameling van grof huishoudelijk afval bij de milieustraten. Dat wordt binnen het andere plan uitgewerkt. Dit plan houdt wel rekening met inzameling van grof huishoudelijk afval aan huis. 3.4.3
Afval in de openbare ruimte dat ontstaat als gevolg van de inzameling van huishoudelijk afval
Het afval dat in de openbare ruimte ontstaat als gevolg van de inzameling van huishoudelijk afval bestaat uit de volgende elementen: 1. Morsvuil bij de inzameling; 2. Bijplaatsingen: Afval dat inwoners naast de inzamelcontainers zetten, wat er niet in hoort (karton, apparaten, plastic) of er niet in past (meubels, grofvuil). Deze afvalstromen behandelen we in dit plan. 3.4.4
Bedrijfsafval
Natuurlijk zijn er meer soorten afval. Zo ontstaat er afval bij bedrijven, scholen en verenigingen. Zij hebben net als de gemeente de verplichting om hier op een milieuverantwoorde wijze mee om te gaan en het bevoegd gezag controleert dit. Het bedrijfsafval behandelen we niet in dit plan, met uitzondering van het project van de afvalvrije scholen. Zie hiervoor hoofdstuk 10.3 Toerisme
8
Grondstoffenplan gemeente Bergen Definitief maart 2021
De gemeente Bergen heeft bezoekers veel te bieden. De kwaliteiten van haar afzonderlijke kernen trekken dan ook veel bezoekers vanuit binnen- en buitenland. Dit betreft zowel dagjesmensen als mensen die langer in de gemeente verblijven en dus ook overnachten in de vele hotels, pensions, recreatiewoningen, B&B ’s enzovoort die onze gemeente rijk is. Afval dat ontstaat in hotels, pensions en op vakantieparken is bedrijfsafval. Deze partijen zijn zelf verantwoordelijk voor de afvoer van deze stroom. Een speciale groep betreft de recreatiewoningen, 2de woningen en B&B ’s. Dit afval komt vaak wél bij het huishoudelijk afval terecht. We hebben onderzoek laten doen naar het effect op de hoeveelheid huishoudelijk afval door het toerisme. Dit wordt geraamd op bij benadering 8% additioneel ten opzichte van referentiegemeenten (vergelijkbaar in omvang, verstedelijking en beleid). Dit huishoudelijke-toeristische afval verlangt een aparte aanpak. In hoofdstuk 8 Maatwerk wordt hier nader op ingegaan. 3.4.5
Zwerfafval en hondenpoep
Zwerfafval is afval dat ontstaat in de openbare ruimte. Dit zijn bijvoorbeeld verpakkingen, sigarettenpeuken, kauwgom, hondenpoep etc. Indien inwoners of bezoekers van het dorp dit afval niet bij zich houden of niet in een prullenbak gooien, ontstaat hierdoor zwerfafval. Zwerfafval is een universeel fenomeen dat afbreuk doet aan de beleving van de openbare ruimte. De gemeente Bergen trekt samen met de buurgemeenten Uitgeest, Castricum en Heiloo op in het ontwikkelen van een aanpak. Deze aanpak zal in een later stadium als een separate beleidsnotitie ter besluitvorming worden aangeboden. De aanpak maakt geen onderdeel uit van de beleidsnotitie over afvalscheiding. Het werkveld is organisatorisch belegd bij straatreiniging.
9
Grondstoffenplan gemeente Bergen Definitief maart 2021
4 ONTWIKKELINGEN Dit grondstoffenplan is opgesteld tegen de achtergrond van (inter-)nationale en lokale ontwikkelingen. Hieronder volgt een aantal programma’s en ontwikkelingen die van belang zijn voor dit grondstoffenplan.
(inter-)Nationaal
4.1 (INTER-)NATIONAAL 4.1.1
Nederland Circulair in 2050
Veel grondstoffen die we nu gebruiken raken deze eeuw op. Dat betekent dat iemand die in 2000 geboren is tijdens zijn leven gaat meemaken dat allerlei grondstoffen niet meer uit de aarde te winnen zijn. We moeten dus anders gaan kijken naar de grondstoffen die we nu gebruiken. Hoe kunnen we de grondstoffen die overal opgeslagen zijn in producten, gebouwen en afval weer terugwinnen zodat we geen nieuwe grondstoffen hoeven te delven? De Rijksoverheid heeft als doel gesteld dat Nederland in 2050 een circulaire economie heeft ontwikkeld. De ambitie van het kabinet is om samen met maatschappelijke partners in 2030 een (tussen) doelstelling te realiseren van 50% minder gebruik van primaire grondstoffen (mineraal, fossiel en metalen) 4.1.2
VANG-beleid
Het programma Van Afval naar Grondstof (VANG Huishoudelijk afval) is een landelijk programma dat tot doel heeft om de hoeveelheid restafval te verminderen. We werken toe naar maximaal 30 kilo restafval per inwoner per jaar in 2025 en 90% hergebruik van grondstoffen.
Figuur 3: Van Afval naar Grondstof (VANG)
Het programma is onderdeel van het landelijke beleidsprogramma Circulaire Economie, dat in 2016 van start ging en dat uitgewerkt is in een vijftal landelijke transitieagenda’s. Door het afval niet langer te verbranden, maar opnieuw te gebruiken als grondstoffen, draagt afvalscheiding bij aan het verminderen van de CO2 uitstoot in Nederland.
10
Grondstoffenplan gemeente Bergen Definitief maart 2021
Het programma is tot nu toe een groot succes. De meeste Nederlandse gemeenten heeft de doelstellingen vervat in lokaal beleid en haalt met dit beleid goede resultaten. Bijgevoegd de startpunten en de ontwikkeling in de eerste drie jaren zoals gepubliceerd door Rijkswaterstaat. In de afgelopen jaren zien we de kaart steeds ‘groener’ worden. Waar in 2014 voornamelijk goede resultaten werden gehaald in Limburg, Brabant en Gelderland zette deze ontwikkeling in 2017 door in het grootste deel van Nederland. De Randstad, Zeeland en het Oostelijke deel van Drenthe/Groningen blijven nog wat achter. Figuur 4: Ontwikkeling Vang in Nederland tussen 2014 en 2017 t
4.1.3
Landelijke producentenverantwoordelijkheid
Niet alleen inwoners zijn verantwoordelijk voor het terugbrengen van het restafval. Ook producenten dragen die verantwoordelijkheid. Het principe van producentenverantwoordelijkheid is dat de producent (financieel) verantwoordelijk is voor het gescheiden inzamelen en her-verwerken van producten als ze in de afvalfase zijn beland. Deze verantwoordelijkheid is wettelijk vastgelegd in een ministeriële regeling. Er bestaat al productenverantwoordelijkheid voor onder andere batterijen, elektrische apparaten, en verpakkingen, waaronder kunststof verpakkingsmateriaal. Het inzamelen van deze stromen is meestal gedelegeerd aan gemeenten, waarvoor gemeenten een vergoeding van het bedrijfsleven ontvangen. Voor deze stromen is een landelijk dossier waar onder meer de volgende afspraken staan. • •
•
•
Producenten dragen (deels of geheel) de kosten voor de inzameling en recycling; Producenten kunnen daardoor eisen stellen aan de vorm van inzameling, de registratie en aan de acceptatiecriteria. De stroom valt niet meer onder de zorgplicht van de gemeenten. Gemeenten verzorgen nog wel de inzameling indien de producenten hierover met gemeenten afspraken maken, zoals bijvoorbeeld voor verpakkingen en elektrische apparaten. De gemeenten ontvangen hiervoor een vergoeding van de producenten; De Overheid (Rijkswaterstaat) en de producenten maken samen afspraken over de toekomst van de producten, waarbij wordt gestuurd op preventie of circulariteit van de producten. Voorbeelden hiervan zijn het verdwijnen van cadmium uit batterijen, cfk's uit koelkasten en meer recent: steeds andere vormen van verpakkingen die in het eindproduct beter recyclebaar zijn; Overheid en bedrijfsleven en bedrijfsleven onderling maken afspraken over de hoeveelheid gerecycled materiaal dat door de overheid en de producenten zelf weer wordt verwerkt. Zo worden de producenten en de overheden ook zelf afnemers van de gerecyclede producten.
De productenverantwoordelijkheid voor verpakkingsafval is uitgewerkt in de Raamovereenkomst Verpakkingen 2013-2022. De overeenkomst bevat afspraken tussen het Rijk, het ver-
11
Grondstoffenplan gemeente Bergen Definitief maart 2021
pakkende bedrijfsleven en gemeenten (VNG) over de uitvoering van het Verpakkingenbesluit en het realiseren van 90% gescheiden inzameling en hergebruik van plastic afval in het bijzonder. De overheid overweegt om producentenverantwoordelijkheid ook in te stellen voor producten als matrassen, sigaretten, kauwgom en luiers. 4.1.4
Nieuwe wettelijke scheidingsverplichting
Sinds 1 juli 2020 is het Besluit gescheiden inzameling huishoudelijke afvalstoffen van kracht. Gemeenten zijn nu wettelijk verplicht om gft, papier, metaal, kunststof, glas en elektronische apparatuur gescheiden in te zamelen. Voor textiel en gevaarlijke afvalstoffen gaat deze verplichting in per 1 januari 2025. Het besluit bevat de mogelijkheid om in bepaalde gevallen af te wijken van het gescheiden inzamelen. Voor metaal, kunststof en glas kan bijvoorbeeld van de verplichting worden afgeweken als een andere manier van inzamelen het potentieel voor hergebruik of recycling niet beïnvloedt. Nascheiden van kunststof en metalen uit restafval blijft daarom mogelijk. In 2023 verandert bovendien het LAP3 (Landelijke Afvalbeheerplan 3) naar Circulair Materialen Plan 1. We zien dat in steeds meer landelijke wetgeving de circulaire gedachte prominent wordt ingevoerd 4.1.5
COVID -19
De covid-19 pandemie heeft sinds het begin van 2020 een fors effect op het afvalaanbod. Veel Nederlanders werken thuis en laten boodschappen, thuiswerkhulpmiddelen en dergelijke aan huis bezorgen. Dit zorgt ervoor dat we landelijk vanaf maart 2020 een toename zien van met name de hoeveelheid huishoudelijk restafval en de hoeveelheid plastic en een afname in de hoeveelheid bedrijfsafval. Het is op dit moment lastig te voorspellen hoe lang deze ontwikkeling zal doorzetten. De verwachting is dat thuiswerken ook op de langere termijn zal blijven. Op korte termijn moeten alle gemeenten in Nederland rekening houden met extra kosten voor het inzamelen en verwerken van dit extra afval als gevolg van deze ontwikkeling. 4.1.6
AVG
Sinds juni 2018 is de nieuwe wet Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) in heel Europa ingevoerd. Deze wetgeving is ook geïntegreerd in het afvalbeleid. Kort gezegd heeft de gemeente verplichting om aan te tonen dat zij op een verantwoorde wijze met de privacygegevens van haar inwoners omgaat. Dit betekent onder meer dat de gemeente moet aangeven met welk doel zij informatie van haar inwoners registreert. De gemeente heeft uit de milieuwet de verplichting om op een zo duurzaam mogelijke wijze de inzameling van het huisvuil van haar inwoners in te zamelen. Hiervoor is registratie nodig. Enerzijds om een efficiënte inzameling in te kunnen richten, en anderzijds om een financiële afrekening te kunnen doorvoeren. De inzameling van het afval valt binnen de afspraken zoals deze zijn vastgelegd binnen het gemeentelijke privacy regelement. De gemeente bewaart de persoonsgegevens niet langer dan nodig is voor de uitvoering van gemeentelijke taken of zoals vastgesteld in regelgeving. Indien er voor specifiek maatwerk (bijvoorbeeld voor medisch afval) aanvullende kaders en/of registraties gelden, wordt binnen de aanvullende regeling extra aandacht besteed aan de privacywetgeving.
12
Grondstoffenplan gemeente Bergen Definitief maart 2021
4.2 FINANCIEEL Financieel
4.2.1
Rijksbelasting op verbranding
Om het ambitieuze VANG-programma kracht bij te zetten heft de overheid sinds 2015 een rijksbelasting op het verbranden van restafval die stapsgewijs is verhoogd In 2021 betalen alle gemeenten € 33,15 belasting per ton verbrand afval. Dit betekent dat de gemeente Bergen op jaarbasis bijna € 250.000 aan verbrandingsbelasting betaalt. De verwachting is dat deze verbrandingstaks in de toekomst verder zal stijgen. 4.2.2
Vergoedingen voor grondstoffen nemen af
De handel van grondstoffen vindt veelal plaats op wereldniveau. Dit betekent dat de wereldhandel effect heeft op de prijzen van grondstoffen. Dit heeft er in de periode 2005-2015 toe geleid dat de vergoedingen van veel grondstoffen spectaculair gestegen zijn. Sinds 2016 zien we echter een neergaande trend. De opbrengsten van metaal, oud papier en karton en textiel dalen, terwijl de kosten voor hout en matrassen fors stijgen. Een belangrijke reden hiervoor is dat China er voor kiest de grenzen te sluiten voor grondstoffen uit Europa. Een andere belangrijke factor is dat de landen in Oost Europa hun eigen afval gaan recyclen. Hierdoor hebben ze minder grondstoffen en (afgedankte) producten uit West Europa nodig. Daarnaast zien we de prijzen voor ruwe olie fors dalen. Dit zorgt met name in de plastic markt voor verstoring, want het maakt dan 'virgin plastic' (plastic gemaakt van olie) op dit moment goedkoper is dan gerecycled plastic. 4.2.3
Afvalstoffenheffing stijgt
Figuur 5: Ontwikkeling afvalbeheerskosten
De beide bovenstaande ontwikkelingen zorgen ervoor dat bij gelijkblijvend beleid de kosten voor afvalbeheer fors stijgen. Gemeenten die een grote afvalstoffenreserve hebben, kunnen deze kostenstijging in het begin nog opvangen. Gemeenten zonder reserve, of waar de reserve fors is afgenomen, zien de afvalstoffenheffing stijgen, of de dekkingsgraad afnemen. In 2020 steeg de afvalstoffenheffing in Nederland met gemiddeld 8,5%, en in 2021 ging hier gemiddeld nog 10% overheen.
13
Grondstoffenplan gemeente Bergen Definitief maart 2021
4.3 INWONERS Inwoners 4.3.1
Interesse voor duurzaamheid groeit
De aandacht voor duurzaamheid en het klimaat groeit. Lokale overheden ondersteunen duurzame energie-initiatieven en gaan over op gasloos wonen. Er zijn subsidies en faciliteiten voor elektrisch rijden. De verkopen van duurzaam voedsel stijgen en er wordt vaker biologisch en vegetarisch gegeten. Inwoners (met name de jonge generatie) vragen aandacht voor de plastic soep en protesteren voor een beter klimaat. Deze vernieuwde aandacht voor duurzaamheid zien we ook terug in afvalscheiding. Het scheiden van afval is de norm en veel inwoners doen graag mee. Maatschappelijk is steeds meer aandacht voor de rol van producenten in de ambitie om afval preventie te stimuleren en verpakkingen te reduceren, ook het inwonerspanel van de gemeente bevestigt dit beeld. 4.3.2
Communicatie verandert
De tijd dat iedereen de (lokale) krant las is voorbij. Sociale media, nieuwsshows, realiteitenprogramma’s en buurtapps hebben de functie van informatieverspreiding grotendeels overgenomen. Het voordeel is dat de informatie veel sneller en toegankelijker gebracht kan worden. Het nadeel is dat er geen controle meer lijkt te zijn op het waarheidsgehalte van de informatie die verspreid wordt. Een mening wordt met net zoveel zekerheid verkondigd als een feit en beiden zijn nauwelijks van elkaar te onderscheiden. Dit maakt communicatie over het nut en de inhoud van afvalscheiding een uitdaging. 4.3.3
Inwoners blijven langer (semi)zelfstandig wonen
Nederlanders worden gemiddeld steeds ouder en blijven langer vitaal. Maar ook de inwoners die minder vitaal zijn wonen in veel gevallen nog zelfstandig, al dan niet met externe ondersteuning. Deze groep is vaak minder mobiel en heeft niet altijd toegang tot moderne communicatiekanalen. Bij het opstellen van nieuw beleid houden we met de groep die minder mobiel is rekening door het inrichten van maatwerk. 4.3.4
Druk op de ruimte in huis en in de openbare ruimte
De behoefte aan huizen, parkeerplekken en ruimte om te recreëren groeit. De (gescheiden) inzameling van afval legt beslag op ruimte in huizen, schuren, tuinen en in de openbare ruimte. De afvalinzameling concurreert hierdoor met andere vormen van ruimtebeslag die voor inwoners vaak hoger op de prioriteitenlijst staan. De afvalinzameling en -voorzieningen kunnen een bron van vervuiling zijn. Tegelijk is het belang van een schone openbare ruimte steeds groter. Alle keuzes voor toekomstige vormen van inzameling worden tegen deze achtergrond van schaarste in de privésfeer en in de openbare ruimte genomen. Regionaal en lokaal
4.4 INWONERPARTICIPATIE Het maken van een plan voor de aanpak van afvalscheiding is slechts een eerste stap. Uiteindelijk wordt het succes van het plan bepaald door de inwoners. Om deze reden hebben we in het voortraject op diverse manieren inwoners betrokken bij het opstellen van dit grondstoffenplan. 4.4.1
Inwoner enquête 2018
In 2018 is voorafgaand aan het proces een grote inwonerenquête gehouden. Deze had een respons van 718 deelnemers. Hiermee is onderzoek representatief voor alle huishoudens van de gemeente, met een foutenmarge van minder dan 5%. Uit dit onderzoek kwamen de volgende resultaten(zie ook de bijlage):
14
Grondstoffenplan gemeente Bergen Definitief maart 2021
•
• •
• • 4.4.2
Bijna 98% van de respondenten vindt afval scheiden belangrijk of heel belangrijk Meer dan 80% van de inwoners wil moeite doen voor afvalscheiding omdat het goed is voor het milieu Hoe we beter kunnen scheiden daarover wisselen de meningen. Een meerderheid van de mensen geeft aan een derde container aan huis voor plastic, blik en drinkpakken te willen. Uit de enquête blijkt dat er verschil is in de kernen. In Egmond aan Zee is er minder plek voor een derde container, hier is het draagvlak minder Er is een grote vraag naar meer milieuparkjes in de buurt met containers voor PMD en papier. Ook bij de hoogbouw is behoefte aan meer mogelijkheid om meer te scheiden. HVC Enquête 2020
HVC voert elk jaar een inwonerenquête uit. Ook in oktober 2020 is deze uitgevoerd. De cijfers zijn vergeleken met 2019 om trends te zien. Er hebben 103 inwoners van gemeente Bergen meegedaan aan dit onderzoek. Het onderzoek werd tijdens de coronacrisis uitgevoerd, dit had mogelijk invloed op aspecten van de tevredenheid. Dit onderzoek kent dus een iets lagere representativiteit, maar is wel recenter. De uitkomsten van het onderzoek zijn: • • • • • 4.4.3
92% van de inwoners geeft aan zijn afval goed of al zeer goed te scheiden; Steeds meer mensen doen dit uit oogpunt van een beter milieu; Daarnaast groeit het besef dat beter scheiden leidt tot lagere kosten; De groep die neutraal tot zeer positief staat ten opzichte van een tariefprikkel groeit; De groep die hier zeer negatief over is wordt kleiner. Inwonerpanel 2020-2021
De kwalitatieve onderzoeken hebben we in Q4 van 2020 en Q1 van 2021 ook vier avondvullende sessies gehad met een hiervoor opgericht inwonerpanel voor afval en grondstoffen. Door middel van een open werving in het huis-aan-huisblad en op sociale media konden geïnteresseerde inwoners zich opgeven om met ons mee te denken. Rond de 15 personen dachten met ons mee over een succesvolle aanpak voor afvalscheiding. Deze sessies zijn uiteraard niet representatief, maar moeten worden gezien als aanvullend. Het panel fungeert als klankbord, draagt ideeën aan en heeft verdieping gegeven aan de maatregelen die we voorstellen. Uitkomsten en ideeën uit deze sessies zijn: Gericht op gemak: • • •
•
•
Afvalscheiden in huis vindt vooral plaats in de keuken. Slimme oplossingen in huis en in de keuken kunnen daarbij helpen. Inzameling aan huis voor de grondstoffen plastic en gft; Het bewaren van afval is ook een knelpunt. Een rolcontainer voor plastic aan huis kan daarbij helpen. De andere afvalstromen brengen we naar verzamelcontainers in de gemeente. Deze moeten goed bereikbaar zijn; schoon, heel en veilig en niet te ver weg, en ze mogen niet vol zijn als je aankomt. Inwoners kunnen kiezen of ze een inzamelmiddel willen en het is belangrijk dat er meerdere formaten rolcontainer worden aangeboden. Bewaren in huis is een belangrijke belemmering voor afvalscheiding. Afvalbakken voor bijvoorbeeld plastic en of papier kunnen hierbij helpen; Kunnen verenigingen ook het papier aan huis inzamelen?
Gericht op informatievoorziening:
15
Grondstoffenplan gemeente Bergen Definitief maart 2021
• • •
• • •
Het is niet altijd duidelijk welk afval waarin mag of moet. Hierover moet duidelijker gecommuniceerd worden; Geef tip en tricks over afvalscheiding; Voor alle deelnemers is het een eyeopener hoeveel van ons restafval bestaat uit etensresten. (60 kilo per persoon per jaar) Er moet hierover veel meer bekend gemaakt worden, en de redenen waarom mensen hun etensresten in de grijze container gooien in plaats van in de groene moeten worden aangepakt; Is er informatievoorziening op maat mogelijk, waardoor inwoners inzicht krijgen in het eigen scheidingsgedrag, in vergelijking met anderen; Informatie voor doelgroepen zoals toeristen of nieuwe inwoners moet duidelijker Betrek scholen en verenigingen bij de informatie over afvalscheiding. De kinderen zijn de afvalscheiders van de toekomst.
Gericht op restafval: • •
•
Kijk ook naar je buurgemeenten; Er is draagvlak voor maatregelen die prikkelen om minder restafval aan te bieden. Financiële prikkels werken, maar een beloning werkt communicatief beter dan een bestraffing. Met andere woorden: Afvalscheiding is gunstig voor het milieu en voor je portemonnee; Tegelijkertijd wordt er aandacht gevraagd voor de problemen die hierdoor in de openbare ruimte of in de thuissituatie van sommige gezinnen kunnen ontstaan.
Gericht op preventie: •
•
4.4.4
Afvalscheiding is altijd een sub-optimum. Veel beter is het om het ontstaan van afval te voorkomen. Dit kan door producenten te verplichten om hun eigen producten terug in te nemen. Dit is echter een landelijke maatregel, waarbij de gemeente Bergen geen eigen rol heeft; Er zijn in een aantal gevallen duurzamere opties, die soms zelfs lokaal geregeld zijn; koop verpakkingsloos bij bijvoorbeeld de boer, initiatieven van wasbare luiers in plaats van wegwerpluiers, duurzamer textiel, en repaircafé. Deze initiatieven zijn vaak nog onvoldoende bekend. De gemeente kan hier een rol in spelen, door deze partijen bijvoorbeeld in de vorm van een digitaal portaal bij elkaar te brengen. Evaluatie
De input van de inwonerenquêtes en de sessies met het inwonerpanel hebben we in het dit grondstoffenplan vertaald. Kort gezegd betekent dit de volgende insteek: We kiezen voor afvalpreventie waar dit kan. Waar dat nog niet lukt zetten we volop in op afvalscheiding. Dit doen we door diverse prikkels. 1. 2. 3. 4.
Het makkelijker maken om grondstoffen aan te bieden; De service op restafval versoberen; Een financiële prikkel invoeren op het restafval Maatwerk voor doelgroepen, zoals bijvoorbeeld toeristen, mensen met luiers en incontinentiemateriaal, mensen die slecht ter been zijn; 5. De informatievoorziening intensiveren; 6. Waar mogelijk een lokale circulaire kringloop activeren.
16
Grondstoffenplan gemeente Bergen Definitief maart 2021
5 DE HUIDIGE SITUATIE In dit hoofdstuk staat weergegeven hoe de gemeente Bergen presteert op het gebied van afvalscheiding ten opzichte van het landelijk gemiddelde. We maken hiervoor gebruik van gegevens van het CBS 1 van gemeenten in een vergelijkbare stedelijkheidsklasse 2. Daarnaast vergelijken we de gemeente Bergen met haar buurgemeenten in de UCH.
Restafval
5.1 RESTAFVAL Restafval bestaat uit ongescheiden huishoudelijk afval dat de inzamelaar ophaalt uit de restafval containers en in de (inpandige en uitpandige) verzamelcontainers. Daarbij komt het grove restafval van de grof huisvuil inzameling en het afval dat inwoners inleveren op de milieustraat. Het restafval uit de laagbouw gaat direct naar de verbrandingsinstallatie. Het restafval uit de verzamelcontainers sorteert de verwerker na en haalt hier eerst het plastics, blik en drinkpakken uit. Wat er overblijft gaat alsnog naar de verbranding. 5.1.1
Resultaten (grof) restafval
Restafval: Huishoudelijk en Grof Huishoudelijk 300 40
250 200
24
22
18
39
150 100
240 199
193
187
136
172
50 0
12 24 BERGEN RESTAFVAL
UITGEEST
CASTRICUM GROF RESTAFVAL
HEILOO
BESTE IN KLASSE SLECHTSTE IN 4 KLASSE 4
GEMIDDELD STEDELIJKHEIDSKLASSE 4 Figuur 6: (Grof) restafval in de gemeente Bergen
De gemeente Bergen stond in 2019 met 223 kilo brandbaar afval op de 105e plek van de 120 gemeenten in stedelijkheidsklasse 4 die informatie aanleverden. Gemiddeld werd er in stedelijkheidsklasse 136 kilo restafval per inwoner per jaar ingezameld. Dit bestaat uit 113 kilo huishoudelijk afval en 23 kilo grof huishoudelijk afval. Voor wat betreft grof huishoudelijk 1 Omdat de cijfers van het vorig jaar elk jaar pas in de zomer worden aangeleverd aan het CBS maken we gebruik van de cijfers uit 2019. 2 De stedelijkheidsklasse geeft een indicatie van hoeveel mensen er binnen een gebied wo-
nen. De stedelijkheidsklasse van de gemeente Bergen is 4; weinig stedelijk. Op deze manier kunnen we vergelijkbare gemeenten naast elkaar zetten.
17
Grondstoffenplan gemeente Bergen Definitief maart 2021
afval scoort de gemeente Bergen dus redelijk gemiddeld. Voor wat betreft het huishoudelijk afval uit de grijze containers en de verzamelcontainers is er nog een forse verbetering mogelijk en noodzakelijk. In 2020 stijgt de hoeveelheid restafval naar 207 kilo en de hoeveelheid grof restafval zelfs naar 28 kilo per inwoner per jaar 3. 5.1.2
Samenstelling van het restafval
De gemeente Bergen houdt elk jaar een sorteeranalyse. Een sorteeranalyse is een manier om de samenstelling van het huishoudelijke restafval te bepalen. Op diverse plekken in Bergen neemt een gespecialiseerd bedrijf monsters van het restafval. Deze monsters sorteren zij handmatig uit om te zien hoe het restafval is samengesteld. Het grof huishoudelijk afval is in de sorteeranalyse buiten beschouwing gelaten.
Samenstelling restafval in gemeente Bergen 2019
rest 16%
gft 30%
grof 6% textiel 4% glas 5% luiers 7% overig plastic 6%
opk 13% pbd 13%
Figuur 7: Sorteeranalyse 2019 gemeente Bergen
De sorteeranalyses voor 2019 4 voor de gemeente Bergen laten het volgende beeld zien: Minder dan 20% van het afval dat inwoners in de restafval container gooien is echt restafval (ca. 40 kilo). Meer dan 80% van alles wat in de restafval container gaat zijn grondstoffen die gerecycled kunnen worden als ze apart worden aangeboden. 1) Het grootste aandeel van het restafval is het composteerbaar afval. Ruim 30% (ofwel 63 kilo van de 207 kilo per inwoner per jaar) van alles dat inwoners in de gemeente Bergen in de restafval container gooien, bestaat uit composteerbaar afval. Dit composteerbaar afval hoort in de gft container. 2) Plastic (27 kilo per inwoner per jaar)) en oud papier (27 kilo per inwoner per jaar) zijn samen nog eens goed voor 26 % van het restafval. Dat hoort in de PBD of oud papier verzamelbakken.
3 De hoeveelheden afval in 2020 zijn sterk beïnvloed door Corona. Deze hoeveelheden ver-
minderen naar alle waarschijnlijkheid weer indien er minder thuis wordt gewerkt. 4 De sorteeranalyse voor 2020 was nog niet beschikbaar, maar zal naar verwachting weinig
afwijken van het beeld in 2019
18
Grondstoffenplan gemeente Bergen Definitief maart 2021
3) De rest van het herbruikbaar afval bestaat uit grof afval (met name metaal, hout en hard plastic), elektrische apparaten, luiers, glas en textiel (samen 28% ofwel 58 kilo per inwoner per jaar). Grof afval kunnen de inwoners inleveren op de milieustraat. Glas en textiel in de verzamelcontainers die op centrale punten staan. Voor luiers komt er een maatwerkoplossing vooruitlopend op de mogelijkheid in de toekomst om ook deze afvalstroom te recyclen 4) Slechts 16% van het afval is afval is echt restafval dat niet gerecycled kan worden. Dit komt neer op ca 33 kilo per inwoner per jaar. 5) De afvalstroom die de inwoners van de gemeente Bergen het best scheiden is glas. Zo wordt er jaarlijks gemiddeld zo’n 36 kilo glas per inwoner aangeboden. Dit is 10 kilo meer dan gemiddeld in Nederland. Toch zien we in de sorteeranalyse dat ook in deze stroom nog verbetering te behalen is. Op basis van de sorteeranalyse zien we dat meer dan de helft van het restafval bestaat uit composteerbaar afval, oud papier en plastic, blik en drinkpakken. Inwoners kiezen, al dan niet bewust, voor het gemak en/of de gewoonte van hun restafvalcontainer.
5.2 BIOAFVAL: GROENTE-, FRUIT-, TUINAFVAL EN ETENSRESTEN Bioafval is al het afval dat biologisch afbreekbaar (composteerbaar/vergistbaar) is. Met andere woorden, al het plantaardig tuinafval en alle groente-, fruit- en etensresten. Dit betekent alle schillenresten die vrijkomen bij de bereiding van eten, maar ook alle restjes die overblijven na de maaltijd (inclusief botten en graten). Een derde component is eten dat nooit bereid wordt, maar rechtstreeks van de koelkast de afvalcontainer ingaat (verspilling). Voorheen gebruikte we voor deze afvalstroom de term GFT. Deze term is minder geschikt, omdat bij het composteerbaar afval ALLE etensresten mogen worden weggegooid en niet alleen groente en fruit. Daarom spreken we vanaf nu over groente-, fruit-, tuinafval en etensresten (gft-e) of bioafval. Bioafval is ook de nieuwe benaming in de wetgeving. 5.2.1
Resultaten Bioafval: (grof) tuinafval en etensresten
Bioafval: (Grof) Tuinafval en etensresten 350 300 139
250 200 150 100 50 0
36 19
26
148
93
BERGEN GFT
UITGEEST
14
123
140
CASTRICUM
HEILOO
GROF TUINAFVAL
194
26
92
58 BESTE IN KLASSE SLECHTSTE IN 4 KLASSE 4
GEMIDDELD STEDELIJKHEIDSKLASSE 4
Figuur 8: (Grof) Tuinafval en etensresten in de gemeente Bergen
De hoeveelheid GFT fluctueert elk jaar. In 2020 werd er 156 kilo gft en 39 kilo grof tuinafval ingezameld.
19
Grondstoffenplan gemeente Bergen Definitief maart 2021
5.2.2
De uitdaging
De meeste gemeenten slagen er goed in om het tuinafval gescheiden in te zamelen. De inzamelrespons is zeer hoog Het inzamelen van etensresten blijft sterk achter. Sinds de introductie van de gescheiden inzameling van gft gooien inwoners deze afvalstroom nog grotendeels in het restafval. Inwoners geven in onderzoeken aan dat dit komt omdat ze de stroom ‘vies’ vinden; er komen vliegjes en vliegen op af, wat zorgt voor maden en het gaat snel vies ruiken Mensen die geen of nauwelijks composteerbaar afval scheiden Hoogbouw Laagbouw Het is gemakkelijker om niet te hoeven nadenken en al het afval in één klap in één container te gooien Het afval stinkt. Er komen (fruit)vliegen en maden op af. Er is maar één bak in de keuken Geen gevoelde urgentie/ ‘het is maar zo weinig’ Er zijn geen inzamelmiddelen voor composteerbaar afval
Mensen die hun composteerbaar afval wel (willen) scheiden Alle woningtypen Onduidelijkheid over wat er bij het composteerbaar afval hoort
5.3 PLASTIC, BLIK EN DRINKPAKKEN (PBD) Het grootste volume van het afval bestaat uit plastic, blik en drinkpakken. Slechts 13% van het restafval in de gemeente Bergen bestaat uit verpakkingen, blik en drinkpakken, maar dit neemt wel ruim meer dan de helft van de ruimte in de afvalcontainer in. Door deze verpakkingsstroom gescheiden in te zamelen ontstaat bij inwoners het grootste besef dat er eigenlijk maar heel weinig restafval over blijft. Hierdoor zien we in het hele land bij proeven die gericht zijn op bronscheiding van PBD dat het ook een effect heeft op de gescheiden inzameling van de andere huishoudelijke stromen. Kort gezegd: doordat inwoners PBD beter scheiden, scheiden ze ook hun bioafval en oud papier en karton beter. 5.3.1
Resultaten PBD: plastic blik en drinkpakken
Plastic blik en drinkpakken 60 50 40
30
30 51,4 20 10 8,7
14,9
14,5
17
UITGEEST
CASTRICUM
HEILOO
8,7
0 BERGEN
PBD
BESTE IN KLASSE 4
SLECHTSTE IN KLASSE 4
GEMIDDELD STEDELIJKHEIDSKLASSE 4 Figuur 9: Plastic, blik en drinkpakken in de gemeente Bergen
20
Grondstoffenplan gemeente Bergen Definitief maart 2021
Bovenstaand zijn de cijfers van 2019. In 2020 werd er in Bergen bijna 30% meer PBD ingezameld, en komt het totaal op bijna 11,5 kilo per inwoner per jaar. In de eerste jaren van de gescheiden inzameling van kunststof verpakkingen werd de communicatie bemoeilijkt, doordat er vanuit de producentenverantwoordelijkheid nogal wat regels waren opgesteld. Niet al het plastic mocht in de zak en ook niet al het verpakkingsmateriaal. Overheid en het verpakkend bedrijfsleven hebben hierover nu een nieuwe afspraak gemaakt. Hierdoor mogen sinds dit jaar alle verpakkingen in dezelfde zak, dus ook bijvoorbeeld de chipszakken 5. Hierdoor wordt de communicatie richting de inwoners een stuk makkelijker. Ook het bad-eendje mag voortaan gewoon in de zak voor PBD.
5.4 PAPIER, GLAS EN TEXTIEL De grondstoffen oud papier/karton, glas en textiel zamelt de gemeente Bergen gescheiden in uit de verzamelcontainers die op centrale locaties in de wijken staan. De hoeveelheid oud papier en karton nam de afgelopen jaren gestaag af. Dit is een landelijke trend. Door de digitalisering en de gratis artikelen van kranten en tijdschriften hebben deze fors minder abonnees voor de papieren variant. De hoeveelheid brievenpost is ook afgenomen. Alleen de hoeveelheid karton neemt fors toe door de grote hoeveelheden pakketpost. Deze ontwikkeling wordt door de COVID-pandemie alleen maar versterkt. De huidige inzamelmiddelen zijn minder goed toegerust voor grote hoeveelheden karton. Daarom zal de inzamelmethode van deze afvalstroom op termijn landelijk naar alle verwachting gaan veranderen. De hoeveelheid glas per inwoner per jaar blijft nagenoeg gelijk. De hoeveelheid textiel neemt landelijk toe, terwijl de kwaliteit van het aangeboden textiel afneemt. Dit heeft enerzijds te maken met de kwaliteit van het textiel (one season fashion) en anderzijds met de vervuiling van de inzamelcontainerken. De cijfers voor 2020 zijn als volgt: papier blijft ongeveer gelijk met ruim 52 kilo, Glas neemt ondanks de al zeer hoge hoeveelheden nog eens fors toe (er wordt nu ruim 41 kilo gemiddeld per inwoner per jaar ingezameld.
Dat is ruim 10 kilo meer dan in de rest van Nederland. Textiel neemt licht af en komt op bijna 5 kilo uit
5 Hiermee wordt invulling gegeven aan de producentenverantwoordelijkheid voor verpakkingen. Het is niet de taak van inwoners om op te letten als producenten verpakkingen op de markt brengen die niet kunnen worden gerecycled. Dit is aan de industrie zelf. Nu ligt de prikkel om de verpakking aan te passen zodat deze wel kan worden gerecycled weer bij de producent.
21
Grondstoffenplan gemeente Bergen Definitief maart 2021
5.4.1
Resultaten Oud papier, glas en textiel
Oud Papier, Glas en Textiel 160 140
10,7
120 100 80
35,6 5,1 35,6
60
20 0
4,2
19,9
22,3
4,4 19,1
40 53,3
BERGEN Oud papier
88,6
4,2
91,3 50,5
40,3
UITGEEST Glas
CASTRICUM Textiel
65,2
0,3 12,8 30,9
HEILOO
BESTE IN KLASSE SLECHTSTE IN 4 KLASSE 4
GEMIDDELD STEDELIJKHEIDSKLASSE 4
Figuur 10: Oud papier, glas en textiel in de gemeente Bergen
De lijn van het gemiddelde cijfer betreft een optelsom van oud papier, glas en textiel. Gemiddeld komt er in stedelijkheidsklasse 4 zo’n 88.6 kilo vrij.
22
Grondstoffenplan gemeente Bergen Definitief maart 2021
6 DE AANPAK In 2020 zamelde de gemeente Bergen 232 kilo ongescheiden restafval per inwoner per jaar in. Dit is opgebouwd uit 207 kilo huishoudelijk restafval en 25 kilo grof restafval. De gemeente wil deze hoeveelheid verminderen tot maximaal 30 kilo per inwoner per jaar in 2030. Om te komen tot een trendbreuk in de hoeveelheid restafval is het belangrijk om een combinatie van maatregelen door te voeren. Gedrag
6.1 OMMEZWAAI IN GEDRAG Het verbeteren van afvalscheiding vraagt een verandering van het gedrag van inwoners. Een groot deel van ons gedrag is onbewust gewoontegedrag. Een schatting van de verhouding: 5% bewust versus 95% gewoontegedrag. Dit is handig wanneer het ‘business as usual’ is, maar wanneer we een verandering willen bewerkstellingen vormen deze ingesleten gewoontepatronen juist een belemmering. De uitdaging is om dit gewoontegedrag (onbewust gedrag) te veranderen. Bij afvalscheiding komt hier nog bij dat (bijna) iedereen er oprecht van overtuigd is dat hij het ‘al goed doet’. Dit betekent dat vooral met onbewust gedrag en normenpatronen aan de slag moeten en mensen bewust moeten maken dat dat hun inschatting van ‘goed’ gedrag nog onvoldoende is om ook een goed resultaat te halen.
Best Practices
6.2 SUCCESVOL AFVALBELEID EN BEST PRACTICES OP RESTAFVAL Succesvol afvalbeleid is een combinatie van ontmoedigen van restafval, het makkelijker maken om grondstoffen aan te bieden en het goed communiceren over nut en noodzaak (en het waarom en hoe) van afvalscheiding. Hoe een inzamelsysteem is ingericht (service), bepaalt voor een groot deel in welke mate inwoners het afval gescheiden (milieu)aanbieden. Aan de andere kant bepaalt het geboden serviceniveau ook de kosten die met het inzamelsysteem gemoeid zijn. Belangrijk is daarbij onderscheid te maken tussen het serviceniveau voor restafval en voor grondstoffen. Uit de evaluatie blijkt dat het huidige inzamelsysteem van Bergen te veel is gericht op service op restafval waarvoor de gemeente hoge inzamelkosten maakt en de verwerkingskosten hoog uitvallen. Door het serviceniveau te verleggen van restafval naar grondstoffen wordt afvalscheiding bevorderd, de kosten (voor restafval) verlaagd en de minderkosten 6 of opbrengsten van grondstoffen verhoogd. We moeten als het ware een nieuwe norm introduceren. Immers wanneer iemand iets wil, iets normaal vindt, iets makkelijk vindt of zich er prettig bij voelt vertoont hij eerder het gewenste gedrag. Met als gevolg dat bijvoorbeeld minder controle nodig is, minder regels noodzakelijk zijn, minder handhaving nodig is en minder onbegrip en weerstand opgeroepen wordt bij de doelgroep.
En dit heeft weer een positieve invloed op bijvoorbeeld het imago, waardering, tevredenheid, betrokkenheid of leefbaarheid • •
Maatregelen om de hoeveelheid restafval te beperken vormen de basis van een goed afvalbeleid. De service op grondstoffen ontzorgt de inwoners met scheiden van afval en maakt het makkelijker voor ze. Vaak waarderen de inwoners deze maatregelen .
6 Het is een misvatting dat alle grondstoffen geld opbrengen. GFT kost bijvoorbeeld ook geld om te recyclen. Het is echter veel minder geld dan om dezelfde hoeveelheid te laten verbranden, dus financieel altijd aantrekkelijker.
23
Grondstoffenplan gemeente Bergen Definitief maart 2021
•
Door middel van communicatie leggen we aan inwoners uit wat we doen en waarom. Daarnaast leggen we uit wat hun rol is in het proces. De inwoners geven op hun beurt aan wat ze nodig hebben om dit tot een succes te maken
Bijna iedere gemeente in Nederland voert zijn eigen unieke set met maatregelen in. Toch is er een aantal algemene trends te zien in met name de aanpak. Al deze maatregelen maken het aanbieden van restafval minder aantrekkelijk dan het aanbieden van gescheiden grondstoffen, zodat deze maatregelen de inwonersprikkelen om hun gedrag te veranderen. Zonder maatregelen op het restafval leveren de maatregelen op de grondstoffen nauwelijks resultaten op. De maatregelen op het restafval zijn te verdelen in: 1) Tariefprikkels: Inwoners betalen voor het aanbieden van restafval. Het vastrecht wordt lager en inwoners betalen per keer dat zij hun container of zak aanbieden. Hierdoor zijn inwoners die hun afval goed scheiden minder duur uit dan inwoners die al hun afval bij elkaar aanbieden in de restafval container. 2) Serviceprikkels op restafval. Deze zijn er in twee varianten: a) Minder vaak inzamelen van het restafval, eventueel gecombineerd met het vaker inzamelen van grondstoffen; b) Het wegbrengen van het restafval naar een locatie die op ruime loopafstand van de woning staat. • De serviceprikkels op grondstoffen zijn divers.
Mogelijkheden zijn:Het verhogen van de service op grondstoffen door een ander inzamelmiddel (bijvoorbeeld de PBD container); • De introductie van hulpmiddelen voor de inzameling, bijvoorbeeld bakjes en zakjes voor etensresten; • De introductie van maatwerk voor incontinentiemateriaal en luiers. Kijken we naar de landelijke Benchmark afvalinzameling dan zien we dat er een groot verschil in resultaten is, die te verklaren is met de maatregelen die zij nemen op het restafval. In de benchmark doen 156 gemeenten mee die onderling hun gegevens vergelijken: 1. Gemeenten zonder ontmoedigende maatregelen op het restafval (35%) hebben over het algemeen meer dan 200 kilo restafval. 2. Gemeenten die het restafval minder vaak inzamelen, of het afval wegbrengen naar een ondergrondse container (31%) kunnen hiermee tussen de 50 en 75 kilo restafval per inwoner per jaar besparen. 3. Gemeenten die alleen een gedifferentieerd tarief (Diftar) hebben ingevoerd (13%) , waarbij inwoners moeten betalen voor de hoeveelheid restafval die ze aanbieden, besparen gemiddeld ca 100 kilo. 4. Gemeenten die een combinatie van een tariefprikkel (Diftar) en een serviceprikkel hebben ingevoerd (21%) scoren het beste. Zij scoren gemiddeld ruim onder de 100 kilo restafval. Een aantal van deze gemeenten heeft de doelstelling van 2025 inmiddels gehaald. Figuur 11: Benchmark Inzamelsystemen
24
Grondstoffenplan gemeente Bergen Definitief maart 2021
6.3 TWEE FASEN Twee fasen
De gemeente Bergen moet een grote stap maken om de hoeveelheid afval te verminderen van 223 kilo naar 30 kilo. Zoals de best practices aangeven, is een combinatie van servicemaatregelen met een financiële prikkel hiervoor de beste route. Wij adviseren een gefaseerde aanpak om de hoeveelheid restafval te verminderen en de afvalscheiding te verbeteren. Uit de ervaringen van andere gemeenten leren we dat het afvalscheidingsgedrag van inwoners het meest verandert als we maatregelen over een langere periode invoeren. Over alle nieuwe maatregelen communiceren we met onze boodschap waarin de noodzaak voor het scheiden van de grondstoffen steeds herhaald wordt. Hierdoor ontstaat er een verankering van het nieuwe gedrag. De eerste fase bestaat uit het invoeren van de servicemaatregelen. De wijkcontainers worden aangevuld, Iedereen in de laagbouw krijgt een rolcontainer voor plastic, blik en drinkpakken, en we gaan alle containers aan huis elke drie weken inzamelen. Vanaf 1 januari 2024 (fase 2) voeren we een financiële prikkel in voor het restafval. De invoering van een tariefprikkel start altijd in een nieuw belastingjaar, zodat er geen twee verschillende tarieven gelden in één jaar. De gemeente moet de invoering van een financiële prikkel goed voorbereiden. We beginnen in Bergen met het zorgen dat de dienstverlening overal op orde is.
Dit betekent het aanvullen van verzamelcontainers voor de grondstoffen, het zorgen voor inzamelvoorzieningen voor GFT voor de hoogbouw, en het inregelen van maatwerk dat ervoor zorgt dat er geen inwoners in de problemen komen door het invoeren van de nieuwe dienstverlening (zie hoofdstuk 8). Op 1-1-2023 hebben alle inwoners in de laagbouw een rolcontainer voor plastic, en gaan we alle containers 1x per 3 weken legen. Inwoners kunnen hierdoor wennen aan de nieuwe service, en merken dat goed gebruik van de plastic en gft container ervoor zorgt dat er veel minder restafval overblijft. Direct na de invoering gaan we ook aan de slag met de implementatie van de financiële prikkel. Deze wordt in eerste instantie PRO FORMA ingevoerd. Dit betekent dat de inwoners wel hun ledigingsgegevens kunnen inzien, en de consequenties van een tariefprikkel inzichtelijk krijgen, zodat ze kunnen oefenen met wat een verschil in scheidingsgedrag voor effect heeft. Daar waar er vooraf geen maatwerk gepland is, maar gedurende de implementatie wel behoefte ontstaat, geeft het de mogelijkheid om aanpassingen te doen, alvorens de financiële prikkel ingevoerd wordt. Doordat je in twee Fasen implementeert, communiceer je ook op twee momenten. Maar wel steeds met dezelfde boodschap. Veranderingen in gedrag kennen vaak een langere doorlooptijd, waarin steeds nieuwe stapjes worden gezet.
Met deze aanpak introduceert de gemeente langzaam de nieuw norm, waarbij afvalscheiding normaal is en het aanbieden van restafval verminderd. Op deze manier creëert de gemeente draagvlak voor de nieuwe fase.