CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

Kaders mooi bergen 2.0.pdf

Gemeenteraad 26 januari 2023, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 12: GEEN BESLUIT OVER GENOMEN: Voorstel betreft in te stemmen met het plan Dorpsplein centrum Bergen12.807 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Door

hier

in

de

verdere

Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Provinciale ruim-

planuitwerking en de vergunningverlening vroegtijdig op te sturen zal dit

telijke verordening.

acceptabel opgelost kunnen worden.

Het plangebied ligt in het centrum van Bergen. Dit gebied kent geen bijzon-

Op het niveau van de structuurvisie is de uitvoerbaarheid daarmee voldoende

der kwalificaties voor natuurwaarden. Wel liggen in de nabijheid van Bergen

onderbouwd.

gebieden die van betekenis zijn (Natura2000- en EHS-gebied). Gelet op de ligging van het plangebied en de beoogde ontwikkeling is een nader onder-

2.5

Geluidhinder

zoek in het kader van de voorliggende structuurvisie niet nodig. Wel zal in

Voor wat betreft de geluidseffecten als gevolg van verkeer geldt dat het

het kader van het bestemmingsplan een nader onderzoek nodig zijn naar

plangebied binnenkort onderdeel zal uitmaken van het 30 km/u gebied van

beschermde natuurwaarden. Daarbij zal onder meer duidelijk moeten wor-

het centrum. De overgang naar het 50 km/u gebied ligt ter hoogte van de

plangrens op de Dreef. In 30 km/u gebieden is de Wet Geluidhinder niet van

Voor wat de structuurvisie en het bestemmingsplan betreft mag, gelet op het

toepassing.

feit dat het hier 30 km/u gebied betreft, het plan uitvoerbaar geacht worden. Wel dient rekening gehouden te worden met de noodzaak om een hoge-

Voor nu dient wel gekeken te worden naar de geluidsbelasting als gevolg van

re grenswaarde vast te stellen.

het verkeer. Op basis van studies die verricht zijn door de Milieudienst Regio Alkmaar kan worden geconstateerd dat bij doorrekening naar verkeersinten-

2.6

siteiten in 2025 op basis van de huidige verkeersstructuur, de geluidsbelas-

De structuurvisie gaat voor het gebied uit van toevoeging van centrumvoor-

ting ter plaatse van de eerstelijns bebouwing als zeer matig (58-63 dB) tot

zieningen (inclusief woningen). Als gevolg daarvan mag een toename van de

onvoldoende (63-68 dB) moet worden beschouwd.

verkeersbewegingen worden verwacht en dat zal van invloed zijn op de

Hiervoor geldt ook de beleidsnotitie hogere grenswaarden die door de raad is

luchtkwaliteit. Buiten de Randstad leiden ontwikkelingen in het algemeen

vastgesteld. Bij de hier geldende geluidsniveaus gelden de volgende onder-

niet tot overschrijding van de normen voor luchtkwaliteit. De huidige en

zoeksplichten:

toekomstige luchtkwaliteit veroorzaakt door het wegverkeer in het centrum

-

Luchtkwaliteit

Bronmaatregelen hebben nadrukkelijk voorkeur (aanpassen wegver-

van Bergen is dusdanig laag dat ruimschoots onder de landelijk geldende

harding/terugdringen verkeersintensiteit).

normen wordt gebleven. De huidige verkeersintensiteit op de route Dreef-

Overdrachtsmaatregelen nadrukkelijk meewegen (aanbrengen scher-

Plein-Breelaan ligt rond de 5.000 mvt/etmaal.

men).

In de te realiseren parkeergarage (Harmonie) is plaats voor circa 84 extra

Aandacht voor geluid bij ontwerp (geluidgevoelige ruimten zoals

voertuigen. Wanneer elke plaats gemiddeld drie maal per dag zal worden

slaapkamers aan de geluidluwe zijde).

gebruikt komt dit neer op 504 voertuigbewegingen per dag (84 x 3 x 2 voer-

Akoestisch onderzoek bij bouwvergunning (binnen niveau van 33 dB

tuigbewegingen) die gebruik zullen gaan maken van de inrit. Dit zijn in prin-

moet gerealiseerd worden).

cipe allemaal voertuigen die nu ook al in het gebied rondrijden en

Niet akoestische compensatie beschrijven (motiveren waarom op deze

(bovengronds) parkeren. Hierin zal dus niets veranderen. Wellicht treed er

locatie woningen moeten komen).

zelfs een verbetering op aangezien er minder voertuigen rondjes zullen gaan rijden.

Ook de entree van de parkeergarage kan een probleem vormen voor nabijge-

De conclusie is dat er qua luchtkwaliteit geen verslechtering zal gaan optre-

legen woningen (een te hoge geluidsbelasting op de gevel). Dit kan op rela-

den.

tief eenvoudige wijze worden opgelost door boven de in- en uitgang van de parkeergarage een luifel aan te brengen.

2.7

Bodem

aangetroffen. Tevens liggen er nog ondergrondse tanks in de bodem. Dit

Aan de hand van het Bodemloket is op een indicatieve wijze vastgesteld of

hoeft de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan echter niet in de weg te

ter plaatse bodemverontreinigingen aanwezig zijn. Uit het Bodemloket blijkt

staan.’ Gelet op de beoogde ontwikkeling in het voorliggende plan zullen er

dat de locatie van voormalige tankstation gesaneerd is. Verder zijn er enkele

zich vergelijkbare situaties kunnen voordoen. Bodemonderzoek en eventuele

locaties onderzocht en is vervolgonderzoek daar niet nodig.

sanering zal dan uitgevoerd moeten worden maar dit brengt de uitvoerbaarheid niet in gevaar. De MRA heeft een eerste vervolgonderzoek op basis van bestaande dossierkennis uitgevoerd. Uit de gegevens blijkt dat er lichte tot sterke verontreinigingen in de bodem zijn aangetroffen. Tevens zijn er (in de omgeving) verdachte historische locaties aanwezig. Voor deze verdachte locaties dient historisch onderzoek te worden uitgevoerd. Aan de hand van de resultaten van het historisch onderzoek dient bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Uit de resultaten van het bodemonderzoek dient bepaald te worden of aanvullend onderzoek noodzakelijk is en/of sanerende maatregelen nodig zijn. Het MRA heeft bevestigd dat weliswaar vervolgacties nodig zijn maar stelt dat gezien de uitgevoerde inventarisatie, die de MRA gedaan heeft, samen met de ervaringen op bodem(sanerings)gebied het project uitvoerbaar zou moeten zijn.

Figuur 12.

Bodemkwaliteit (Bron: Bodemloket.nl)

Overige bodemgegevens Voor het centrum van Bergen heeft de Milieudienst Regio Alkmaar eveneens gegevens (Bodeminformatiesysteem). Op basis van die gegevens werd eerder door de MRA de volgende conclusie getrokken: ‘In het centrum van Bergen wordt in de bovenlaag van de bodem soms sterke bodemverontreinigingen

2.8

Externe veiligheid

In het kader van het vaststellen van de risico's in het onderzoeksgebied wat betreft externe veiligheid is onderzoek verricht naar de risicobronnen binnen het onderzoeksgebied. Bij de inventarisatie van deze risicobronnen is gebruik gemaakt van de risicoatlas van de provincie Noord-Holland en op dit gebied beschikbare risicoatlassen.

Inrichtingen Uit de risicokaart blijkt dat in de directe nabijheid van het plangebied geen

B.

de structuurvisie vormt het kader voor activiteiten waarvan niet kan

risicovolle inrichtingen, geen transport van gevaarlijke stoffen en geen buis-

worden uitgesloten dat zij significant negatieve effecten zullen heb-

leidingen aanwezig zijn. In 2008 is de beleidsvisie Externe Veiligheid 2008-

ben op Natura 2000-gebied(en) waardoor een passende beoordeling op

2011 vastgesteld. Het plangebied ligt ook niet in een invloedsgebied van

grond van de Habitatrichtlijn/Natuurbeschermingswet gemaakt moet

risicovolle inrichtingen.

worden.

Ontsluiting en bluswatervoorziening

Een plan-m.e.r. is een in de Wet milieubeheer (Wm) vastgelegde procedure

Ten behoeve van de vluchtmogelijkheden en de bereikbaarheid voor hulpver-

waarmee voor de m.e.r.-(beoordelings)plichtige onderdelen van een ruimte-

leningsvoertuigen is het noodzakelijk dat in geval van een calamiteit meer-

lijk plan op basis van een zekere bandbreedte de milieugevolgen worden

dere routes beschikbaar zijn. Wanneer de langzaamverkeersverbindingen

beoordeeld. Op die manier krijgt milieu een volwaardige rol in de afweging

hiervoor geschikt worden gemaakt, zijn er geen knelpunten wat betreft de

van belangen. De drempelwaarden waarbij deze verplichting aan de orde is,

bereikbaarheid van het plangebied.

zijn vastgelegd in het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). A.

3.

PlanMER en vormvrije m.e.r. -beoordeling

M.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteit

Om na te gaan of er eventueel sprake is van een m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteit moet gekeken worden naar de zogenaamde D-lijst van het

3.1

PlanMER-plicht

Besluit m.e.r. In het geval van voorliggende structuurvisie met betrekking tot

Op basis van artikel 2.1 van de Wro is een structuurvisie een wettelijke en

herstructurering en herinrichting van het structuurvisiegebied is activiteit

verplichte planvorm. Sinds de implementatie van de Europese richtlijn voor

11.2 uit de D-lijst relevant:

Strategische Milieubeoordeling (SMB) in Nederlandse wetgeving is voor ver-

-

schillende ruimtelijke plannen, waaronder structuurvisies, de verplichting

De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.

ontstaan om in bepaalde gevallen een milieueffectrapport (MER) op te stellen. Op basis van de huidige wet- en regelgeving zijn er twee redengevende

De drempelwaarden liggen bij een oppervlakte van 100 ha of meer, een aan-

situaties waardoor het noodzakelijk kan zijn een planMER bij een structuurvi-

eengesloten gebied dat 2.000 of meer woningen omvat of een bedrijfsvloer-

sie op te stellen, te weten:

oppervlakte van 200.000 m2 of meer. Wat betreft deze activiteit kan worden

A.

de structuurvisie vormt het kader voor een toekomstig besluit over

gesteld dat herstructurering en herinrichting van het structuurvisiegebied ver

een m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteit, dan wel;

onder de in het Besluit m.e.r. aangegeven drempelwaarden ligt. Er kan dan

ook worden geconcludeerd dat voor de voorgenomen activiteiten in de structuurvisie geen planMER noodzakelijk is.

2.

belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor PlanMER.

B.

Significante effecten

Voor de in de structuurvisie opgenomen plannen geldt dat gezien de aard en

Indien de structuurvisie de activiteit mogelijk maakt, zonder dat er nog een

schaal er geen significante effecten op Natura 2000-gebieden worden ver-

nader besluit nodig is (zoals een omgevingsvergunning voor het onderdeel

wacht. Omgekeerd geldt in deze structuurvisie tevens als uitgangspunt dat

milieu), dan is in ieder geval een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk. Wanneer

geen sprake mag zijn van significante effecten op Natura 2000-gebieden.

het bestemmingsplan kaderstellend is en op grond hiervan nog wel een nader besluit nodig is, dan is in dat kader een planMER noodzakelijk.

3.2

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Het bovenstaande betekent dat als we in een structuurvisie een activiteit

Op 1 april 2011 is het Besluit m.e.r. gewijzigd. Het aantal situaties waarvoor

mogelijk willen maken, die in onderdeel D van het Besluit m.e.r. benoemd

een m.e.r. (onderdeel C) verplicht moet worden uitgevoerd is verminderd. Er

staat, maar beneden de drempelwaarden van kolom 2 valt, het verplicht is

zijn nu meer situaties waar eerst beoordeeld kan worden of een m.e.r. moet

om na te gaan of sprake kan zijn van mogelijke belangrijke nadelige milieu-

worden uitgevoerd (onderdeel D). Het komt er op neer dat voor elk besluit of

gevolgen in de vorm van een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Deze vormvrije

plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die (in kolom 2) voorkomen op de

m.e.r.-beoordeling geldt zowel voor kaderstellende plannen als voor beslui-

D-lijst van het Besluit m.e.r. die beneden de drempelwaarden vallen een

ten. In het geval van voorliggende structuurvisie is de hiervoor reeds ge-

toets moet worden uitgevoerd of er belangrijke nadelige milieugevolgen zijn.

noemde activiteit uit de D-lijst voor herstructurering en herinrichting van het

Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude

structuurvisiegebied relevant.

regelgeving. Wat betreft deze structuurvisie kan worden gesteld dat nog geen sprake is Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de om-

van een concreet uitgewerkt plan. De herstructureringsopgave kan namelijk

vang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen

alleen tot uitvoering komen middels het volgen van een planologisch-

m.e.r.(beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet

juridische procedure. In dat kader zal een nadere milieubeoordeling plaats-

een motivering worden gegeven. Voor deze toets, die een nieuw element in

vinden en zo nodig nog een m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd. Daarnaast

de m.e.r.-regelgeving vormt, wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling

kan worden gesteld dat de omvang van de ingrepen voortkomend uit deze

gehanteerd. De vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden:

structuurvisie vrij beperkt is. Het gebied waar ingrepen worden beoogd is

1.

namelijk relatief kleinschalig en wat er zou kunnen plaatsvinden, heeft voor-

belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk;

al te maken met herinrichting en met herstructurering van bestaande be-

eerste lid, sub a, onder 3 Wabo waarvoor een ruimtelijke onderbouwing is

bouwd gebied en de reeds aanwezige functies ter plaatse.

vereist.

Hoewel in het structuurvisiegebied diverse milieuaspecten aan de orde kun-

5.

nen zijn, mag worden geconcludeerd (mede op basis van reeds verricht voor-

Naast de planologisch-juridische instrumenten zijn er ook bestuurlijke in-

onderzoek in de paragraaf omgevingsaspecten) dat geen sprake zal zijn van

strumenten die kunnen worden ingezet om de beleidsdoelen van de struc-

belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu door de in deze structuurvisie

tuurvisie dichterbij te kunnen brengen. In dit kader wordt onderscheid

opgenomen planvoornemens. De planvoornemens kunnen voorts nog als on-

gemaakt tussen subsidies c.q. stimuleringsbijdragen, de Wet voorkeursrecht

derzoeksopgave worden geformuleerd waarbij deze milieuaspecten nadruk-

gemeenten (Wvg) en strategische afspraken zoals publiek-private samenwer-

kelijk dienen te worden meegenomen in de verdere planvorming en

king.

Bestuurlijk instrumentarium

uitwerking. Subsidies en stimuleringsbijdragen 4.

Planologisch-juridisch instrumentarium

Om ontwikkelingen te stimuleren, kunnen subsidies of stimuleringsbijdragen

In de Wro is het bestemmingsplan het instrument om in planologisch-

worden ingezet. Subsidies kunnen een bijdrage leveren in de financiële dek-

juridische zin de ontwikkelingen zoals verwoord in deze structuurvisie moge-

king van de kosten van kostenvragende projecten. Per project zal nauwlet-

lijk te maken. Middels bestemmingsplannen kan concreet richting worden

tend in de gaten worden gehouden of er kansen zijn om gebruik te maken

gegeven aan de ontwikkeling van de betreffende projecten. Om de ambities

van subsidies en/of stimuleringsbijdragen. Zodra deze mogelijkheden zich

te verwezenlijken, voorziet de structuurvisie in een aantal projecten. In een

voordoen, zal hier gebruik van worden gemaakt.

bestemmingsplan kunnen flexibiliteitsbepalingen worden opgenomen, die toezien op de ontwikkelingen zoals beschreven in de structuurvisie. Het be-

Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg)

treft in een bestemmingsplan opgenomen afwijkingsmogelijkheden, die kun-

De structuurvisie kan tevens een basis bieden voor vestiging van een voor-

nen worden verleend door middel van een omgevingsvergunning op grond van

keursrecht ter verwerving van voor de uitvoering van het beleid benodigde

de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Ook kan een uitwer-

gronden en opstallen op grond van de Wvg. Het vestigen van een voorkeurs-

kingsplicht of een wijzigingsbevoegdheid in een bestemmingsplan worden

recht kan hierbij zinvol zijn ten behoeve van de actieve grondverwerving.

opgenomen. Bij een omgevingsvergunning kan tevens worden afgeweken van

Een voorkeursrecht dat wordt gevestigd op basis van een vastgestelde struc-

het bestemmingsplan zonder dat de afwijkingsmogelijkheid is opgenomen in

tuurvisie is geldig voor een periode van drie jaar (artikel 4 Wvg). Het voor-

het bestemmingsplan. Het betreft een omgevingsvergunning ex artikel 2.12,

keursrecht vervalt van rechtswege drie jaar na vaststelling van de structuurvisie, tenzij voor dat tijdstip een bestemmingsplan of een inpas-

singsplan wordt vastgesteld. Derhalve is het vestigen van een voorkeursrecht

meentelijke kosten te verhalen en de gemeente kan door middel van locatie-

op dit moment voor sommige projecten niet zinvol en wordt van de moge-

eisen sturen op ruimtelijke kwaliteit.

lijkheid tot vestiging van een voorkeursrecht bij vaststelling van deze structuurvisie dan ook geen gebruik gemaakt.

De gemeente hanteert de doelstelling om door middel van anterieure overeenkomsten tot overeenstemming met grondeigenaren te komen. Wanneer

Strategische afspraken

dit echter niet lukt, omdat met één of meerdere grondeigenaren geen over-

Daarnaast kunnen strategische afspraken over samenwerking in een gebied

eenstemming bereikt wordt, dient een exploitatieplan vastgesteld te worden

worden gemaakt met partijen zoals de provincie, het waterschap, woning-

voor alle bouwplannen binnen het betreffende bestemmingsplangebied. Na-

bouwcorporaties en andere partijen. Dit kunnen zowel publieke als private

dat een exploitatieplan is vastgesteld, is het sluiten van anterieure overeen-

partijen zijn. Een ander voorbeeld van een door de gemeente in de stellen

komsten niet meer mogelijk. Wel is het mogelijk om nadat het exploitatie-

bestuurlijk instrumentarium kan het maken van strategische afspraken ten

plan is vastgesteld posterieure overeenkomsten te sluiten, mits deze voldoen

behoeve van fondsvorming voor ‘bijdragen aan ruimtelijke ontwikkelingen’

aan de randvoorwaarden die gesteld zijn in het exploitatieplan.

zijn.

Het opstellen van een exploitatieplan is in beginsel verplicht wanneer er sprake is van een (al of niet uit te werken) bestemmingsplan, de toepassing

6.

Grondexploitatie-instrumentarium

van een wijzigingsbevoegdheid, een omgevingsvergunning ex artikel 2.12,

Aangezien de structuurvisie als beleidsinstrument in de Wro tevens een rol

eerste lid, sub a, onder 3 Wabo, een inpassingsplan of een afwijking van een

toegewezen heeft gekregen ten behoeve van de uitvoering van de grondex-

beheersverordening, waarin relevante bouwplannen bij recht mogelijk wor-

ploitatie, is in het navolgende kort de werkwijze van het grondexploitatie-

den gemaakt. De gemeenteraad kan in beginsel alleen besluiten géén exploi-

instrumentarium geschetst.

tatieplan vast te stellen, indien het verhaal van de gemeentelijke kosten anderszins verzekerd is (bijvoorbeeld middels een anterieure overeenkomst).

In de Wro zijn grondexploitatiebepalingen opgenomen (afdeling 6.4), meestal aangeduid als de ‘grondexploitatiewet’. Deze grondexploitatiewet heeft als doel om de regierol voor de gemeente te vergroten, onafhankelijk van de grondposities in het te ontwikkelen gebied. Hierdoor wordt ontwikkelingsplanologie mogelijk gemaakt, ook bij het voeren van een faciliterend grondbeleid. De gemeente heeft de mogelijkheden om te bepalen wat, wanneer en waar gerealiseerd wordt. Hierdoor zijn er nu meer mogelijkheden om ge-

Bijlage 3: Staat van Horeca -activiteiten

Bijlage 3 Staat van Horeca-activiteiten Categorie 1 “lichte horeca” Bedrijven die in beginstel alleen overdag en ’s avonds behoeven te zijn geopend (vooral verstrekking van etenswaren en maaltijden) en daardoor slechts beperkte hinder voor omwonenden veroorzaken: Aan de detailhandelsfunctie verwante horeca -

Automatiek; Broodjeszaak; Cafetaria; Croissanterie; Koffiebar; Lunchroom; IJssalon; Snackbar; Tearoom; Traiteur.

Categorie 2 “middelzware horeca” Bedrijven die normaal gesproken ook delen van de nacht geopend zijn en die daardoor aanzienlijke hinder voor omwonenden kunnen veroorzaken: -

Bar; Restaurant; Bierhuis; Café; Proeflokaal;

Categorie 3 “zware horeca” Bedrijven die voor een goed functioneren ook ’s nachts geopend zijn en die tevens een groot aantal bezoekers aantrekken en daardoor grote hinder voor de omgeving met zich mee kunnen brengen: -

Dancing; Discotheek; Nachtclub; Partycentrum (regulier gebruik ten behoeve van feesten en muziek-/dansevenementen).

10 43

6

41

12 14

16 18

2

4

32

37

25

34

33

Jan Ol denb urgl aan

35

21

1

23 25 3 9

20

2

19

22

10

21At/m25B

8

3

9

5 7

11

5 1

13 15 17 19

17

3

18

7

9 11

4 11

29

3

7

6

27

17

4

21

23

25

5

2

31

5

5

7

1 2A 1 0

9

9 11 13 15

P e l tl a a n

8 33

6 2 8 2

Ker kst raa t

1 4

Bra ndw eer

5 5 Mi dde npa d

3

46 s

9

0 3 44

1

46

datum:

29-01-2015

schaal:

1 : 1000

BugelHajema Plek voor ideeºn

papierformaat: A2 status:

vastgesteld

projectnr.:

022.00.02.34.00

gezien:

JK

10A

2

6

2 2

2 4

BgelHajema Adviseurs bv, Bureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu

4 6

1 8

1 8A

7A

1 2 1 0

1 4

4

Rui nel aan

2

1 8

20 1 3 1 3a

28S 28

8

6

42

27

38

40 40 a

25

32

30 21 23

34

2 4 22 20 1 7 1 D 9 or ps st ra at

36

26

1 5

4

1 6

28

2

1 6

5 1 21 4 1 2a

12

13

K le i n e

Structuurvisie Mooi Bergen 2.0

bos

Illustratie

10

5A

Kerks traat

1 8

5

g e te

7

28 S 11

9 11

3D

4

1 5 1 3A

23

Gemeente BERGEN

9

3

6

Gr oo t el aa n

3

S

5

7

7A

8

1 7

1

De F r an s ch e

5

10

1 9 1 3

Pri nsw e g

11

2 21

O ude

bos

1 2

6

9

1

7 8

1

Ka r el De

3

1

Dor ps s t r aat

5

21

Raadhuisstraat

6

6

1 7

3

1 5

Ru i n e k e r k

bos

4

2

1 1 1 3

t /m

9

Bi b l i ot h e e k

22

7

1

Dr ee f

27 A

eg nsw i Pr

36

29

1

Sm al l epad

34

13

6 t /m

25

38

19

2 4

17

2 2

3

2A

23

aan Breel

15

2 0

35

Pl ei n

1 1 1 0

8

aan Breel

10

1 3a 7

D r. v a n

16

1A 3 5

Sm al l epad

12

16

1 at /m

1

16A

6

12 10 1 4K 10a

1

13 15 17 19 2

13

8

1 4A t /m 14

2 2b

6

14

6A 6B

15 15a

Pr i n s He n d r i k l a a n

27

15

de Ou

5 7

13

11

J a n Ol d e n b u r g l a a n 4a

17 17a

24

12

aan Breel

18

15

18

20

26

14

22A 22

23

28

24

5A

13s1 13s2

14

35

S 7 8

26

4 2 4a

heerlijk ijs

Do rps tra at

26

Gegevens GBKN

30

29

4 0S

16

ad ep l al

f nho nne Bi

St a t i on s s t r a a t

er ke pa d

30 26 28 22 24

32 34

11

Sm

28

10 8 6

Structuurvisiegebied 36

1

Legenda

8

1

4 03

aan gl bur den l

9

5

18

4A

44

45

2

9

47

4 1 3

48

O Jan

3

20

n aa l ee Br

ijs x

n aa rl e v j i V

n aa l au ss Na

1

n ei enpl Russ

22 24

2

6 5

1 5

Balthasar Bekkerwei 76, 8914 BE Leeuwarden T NL.IMRO.0373.SVMooiBergen-0401

E

leeuwarden@bugelhajema.nl W

058 215 25 15

www.bugelhajema.nl

BNSP

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/4850/documents/36129